20250327 FKD conceptverslag openbaar deel.pdf
Tekst van het document
Lid BURGERS (VVD) merkt op dat 22 partijen zijn toegelaten tot het verkoopproces van AEB, maar slechts één partij een bod heeft uitgebracht, dat door het college als onacceptabel werd beoordeeld. Hierop besloot het college AEB te behouden. Hij benadrukt dat dit niet mag leiden tot hogere kosten voor Amsterdammers en dat het college zelf moet zorgen dat de kosten gedragen kunnen worden. Hij wijst erop dat het college erkent dat er tegenvallers bij AEB kunnen zijn en dat er grote investeringen nodig zullen zijn, waarvoor een beroep op de aandeelhouder wordt gedaan. Hoewel het college in november 2023 een terugvalscenario voor behoud van AEB heeft uitgewerkt, zijn de toekomstplannen en bijbehorende kosten voor de gemeente nog onduidelijk.
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
Zijn fractie plaatst grote vraagtekens bij de financiële gevolgen voor de stad en benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming. Hij pleit voor maximale transparantie bij alle beslissingen rondom AEB om te voorkomen dat de stad financieel voor onaangename verrassingen komt te staan. Lid KHAN (DENK) is benieuwd of de optie van gedeeld aandeelhouderschap opnieuw is verkend. Hij wijst erop dat deze mogelijkheid in 2019 al eens is onderzocht, maar dat de situatie inmiddels is veranderd. Daarom vraagt hij of deze optie opnieuw is overwogen. Daarnaast wil hij weten hoe het college ervoor gaat zorgen dat de raad goed op de hoogte blijft, nu AEB volledig in Amsterdamse handen blijft. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) benadrukt dat de verkoop van AEB voor GroenLinks geen halszaak was en is blij dat er nu duidelijkheid is over de positie van het AEB. Ze vindt het positief dat er een heldere strategie is vastgesteld en dat de publieke belangen ook op de lange termijn geborgd worden. Ze wijst erop dat het college heeft aangegeven dat AEB in ieder geval voor een periode van tien jaar in gemeentelijke handen blijft. Ze vraagt waarom deze termijn zo nadrukkelijk wordt genoemd, aangezien hier volgens haar geen juridische status aan verbonden is. Ze vreest dat dit suggereert dat er over tien jaar opnieuw een verkoopbesluit op tafel ligt.
Wat GroenLinks betreft moet het duidelijk zijn dat AEB niet meer te koop is en dat de gemeente de verantwoordelijkheid blijft nemen voor een goed functionerend bedrijf dat bijdraagt aan een duurzame toekomst. Ze benadrukt dat een duidelijke strategie nodig is, vooral gezien de afnemende afvalmarkt en de toenemende vraag naar duurzame warmte en herbruikbare grondstoffen. Ze ziet hierin kansen voor AEB en vindt het van belang dat de gemeente als aandeelhouder en hoeder van de publieke belangen hier goed bij betrokken blijft. Tot slot vraagt ze de wethouder om een tijdlijn te schetsen waarop duidelijk wordt wanneer de kwartiermaker met een plan komt en wanneer de raad hierover in gesprek kan gaan. Lid GARMY (Volt) begrijpt het besluit om AEB niet te verkopen, maar heeft moeite met de manier waarop het behoud nu wordt gepresenteerd. Waar dit eerder als een risicovol scenario werd gezien, lijkt die lijn nu plots omgedraaid. Hij vraagt zich af wat er veranderd is en mist een hernieuwde afweging van scenario’s. Volt had graag een analyse gezien van financiële risico’s, zoals het CO2-afvangproject of een mogelijke afwaardering op de gemeentebalans. Ook vraagt hij hoe het huidige strategische plan van AEB zich verhoudt tot het nieuwe toekomstplan van de kwartiermaker en hoe de gemeentelijke ambities daarin worden geborgd. Daarnaast maakt hij zich zorgen over de governance.
In het verleden leidden onduidelijke rollen tussen gemeente en AEB tot problemen. Hij pleit daarom voor een externe toetsing van de nieuwe governance-afspraken om bestuurlijke zuiverheid te waarborgen. Tot slot vraagt Volt welke lessen het college trekt uit het mislukte verkooptraject en pleit hij voor een externe evaluatie. Behoud van AEB moet gepaard gaan met transparant beleid, heldere doelen en een langetermijnvisie. Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat zijn fractie AEB liever aan een private partij had verkocht, maar gezien de lage opbrengst is het maatschappelijk beter om het in gemeentelijke handen te houden. Hij pleit voor stabiliteit binnen AEB en begrijpt dat de directie na een onrustige periode behoefte heeft aan een duidelijke koers voor de komende tien jaar. D66 vindt het vooral belangrijk dat duurzame afvalverwerking en energieverstrekking worden voortgezet. Hij benadrukt dat de raad in het verkoopproces steeds is meegenomen in de wensen en bedenkingen en roept de wethouder op om deze transparantie ook in de toekomst te waarborgen. Dit geldt met name voor de governance en de periodieke updates over de status van AEB. Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) is blij dat de gemeente eigenaar blijft van het AEB, omdat dit de mogelijkheid biedt om het bedrijf in de richting van een duurzaam grondstoffenbedrijf te sturen.
Ze stelt voor dat AEB niet langer als afvalenergiebedrijf wordt
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
gepresenteerd, maar als een grondstoffen- of energiebedrijf. Ze vraagt hoe het terugvalscenario eruitziet, aangezien de gemeente voor ten minste 10 jaar 100 procent aandeelhouder blijft. Ze vindt dat het noemen van deze termijn het bedrijf opnieuw onzeker maakt. Ze benadrukt dat het bedrijf toekomstbestendig gemaakt moet worden, maar wijst erop dat de huidige strategie niet duurzaam is. Ze pleit voor een strategisch plan waarbij het sorteren van huisvuil voor hergebruik centraal staat en stelt voor dat AEB op zoek gaat naar andere duurzame warmtebronnen. Ze waarschuwt dat het verbranden van afval geen toekomst heeft in een circulaire economie en roept de wethouder op om het strategisch plan van AEB te herzien. Lid ASRUF (PvdA) is tevreden met de beslissing om AEB niet te verkopen, zolang het publieke belang gewaarborgd blijft en de prijs niet te laag is. Hij vindt het belangrijk dat het college duidelijkheid biedt aan de directie en medewerkers van AEB, vooral met betrekking tot het niet-verkoopbeleid voor de komende tien jaar. Verder is hij benieuwd naar de rol van de kwartiermaker, zowel financieel als strategisch, en hoe de raad hierbij betrokken zal worden. Hij benadrukt ook de noodzaak voor een herijking van de governance, waarbij het doel van afstand zoals aangegeven in de raadsenquête, terug moet komen.
Tot slot vraagt hij of er een update komt op de meerjarenvisie en het strategisch plan, gezien de recente beslissing om AEB niet te verkopen. Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) vraagt wanneer de kosten van het verkoopproces openbaar worden gemaakt en welke ruimte er is voor politieke toetsing. Ze wil weten hoe het verkoopproces zich verhoudt tot de jaarlijkse risico's en afschrijvingen voor de gemeente, vooral nu de verkoop van AEB voor tien jaar van de baan is. Ze vraagt ook naar de prognose na deze periode en de investeringen die tot nu toe zijn gedaan. Ten slotte vraagt ze welke risico's er voor de Voorjaarsnota zijn en of deze risico's gespecificeerd worden voordat de nota wordt ontvangen. Lid KREUGER (JA21) uit teleurstelling over het feit dat het AEB niet is verkocht. Hij blijft van mening dat AEB geen gemeentelijke deelneming zou moeten zijn en gelooft dat het bedrijf, zolang het dat blijft, niet kan floreren. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat na intensieve onderhandelingen geen acceptabel bod voor het AEB is uitgebracht. De gemeente heeft altijd aangegeven niet te verkopen tegen elke prijs en heeft behoud van het bedrijf als terugvaloptie. Nu wordt gekozen voor rust en langdurig behoud van het AEB, met de focus op het verbeteren van de governance en het ontwikkelen van het bedrijf.
Er zal geen verkoopproces starten in de komende tien jaar, en de gemeente zal samenwerken met AEB om het bedrijf verder te verbeteren. De wethouder verwacht dat de afspraken over governance voor de zomer klaar zijn. Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt de wethouder of hij het ermee eens is dat goede governance moeilijk is met een verdeelde raad, gezien het gefragmenteerde aandeelhouderschap en de verschillende visies op de toekomst. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat het college eensgezind is over de noodzaak van zakelijk aandeelhouderschap richting het AEB en dat er goede afspraken zullen worden gemaakt over de governance met het AEB. Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) is kritisch over het voorstel voor rust bij het AEB. Ze vreest dat het bedrijf geen toekomst heeft als er niet nu ingegrepen wordt om het op de juiste koers te brengen. Ze waarschuwt dat het beter is om vroegtijdig verstandige keuzes te maken voor een gezond bedrijf, in plaats van de situatie te laten verslechteren, wat later alleen maar meer onrust zou veroorzaken. Ze vraagt de wethouder hoe hij hier tegenaan kijkt en of de rust slechts tijdelijk zal zijn. Wethouder SCHOLTES benadrukt dat er wel degelijk ingegrepen zal worden in de governance van het AEB, maar dat het belangrijk is om niet alles tegelijk te doen. Het AEB heeft volgens hem de tijd nodig om een goed bedrijf te worden, vooral na een lang traject van
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
onzekerheid. Hij pleit voor rust zodat het bedrijf zich kan ontwikkelen, zonder steeds nieuwe kwesties ter discussie te stellen. Hij haalt de lessen uit de enquêtecommissie aan, waarin werd geadviseerd om niet alles direct opnieuw ter discussie te stellen. Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) stelt dat het presteren van het AEB invloed heeft op de gemeente financiën en publieke belangen. Ze wijst erop dat de situatie is veranderd en vindt dat het nu belangrijk is om niet alleen naar de governance te kijken, maar ook de strategie grondig te herzien. Ze vraagt de wethouder waarom dit niet nu alles tegelijk aangepakt kan worden, in plaats van door te gaan met een verouderde fabriek waarvan de toekomst onzeker is. Wethouder SCHOLTES legt uit dat het AEB een strategie heeft die dateert uit 2023 en dat de reden om niet alles tegelijk te doen, is omdat hij gelooft dat het in het belang van het AEB is om stap voor stap te werken aan een toekomstbestendig bedrijf. Hij is van mening dat het AEB anders overbelast wordt als er te veel tegelijk verandert. De ingrepen in de governance hebben nu prioriteit en die moeten eerst worden doorgevoerd. Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) stelt dat als de kern van het bedrijf niet op orde is, het geen zin heeft om enkel de governance aan te passen, omdat een verkeerde strategie en missie anders tot falen zullen leiden.
Wethouder SCHOLTES is het eens met de stelling dat een slechte strategie tot falen leidt, maar benadrukt dat de huidige strategie, met de focus op circulariteit, nog steeds standhoudt. Hij herhaalt echter dat het niet verstandig is om alles tegelijkertijd te doen, en dat de prioriteit nu ligt bij het verbeteren van de governance voordat verdere stappen worden gezet. Lid BURGERS (VVD) uit zorgen over de onduidelijkheid rondom de toekomstplannen van AEB en de mogelijke kosten voor de gemeente Amsterdam. Hij wijst erop dat het AEB in het verleden vaak geld heeft moeten bijstorten, en vraagt de wethouder om een reflectie op deze situatie. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat het college voor de komende periode kiest voor zakelijk aandeelhouderschap en benadrukt dat er geen geld uitgegeven kan worden dat er niet is. Lid GARMY (Volt) vraagt naar de relatie tussen het strategisch plan en het toekomstplan van de kwartiermaker. Hij wil weten hoe deze plannen elkaar aanvullen en wat de verschillen zijn, aangezien de wethouder aangaf dat er voorlopig niet gewerkt zal worden aan het strategisch plan, maar wel aan een toekomstplan door de kwartiermaker. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de focus met de kwartiermaker de komende tijd zal liggen op het verbeteren van de governance. Pas daarna zal men verder kijken naar andere aspecten, zoals de strategie.
Hij benadrukt dat de focus nu ligt op het verbeteren van de governance van AEB. Hij staat open voor andere aandeelhouders die willen instappen, maar de prioriteit is het samenwerkingsproces met AEB om het bedrijf te versterken. De wethouder geeft aan dat er altijd risico’s zijn, maar het zakelijk aandeelhouderschap betekent dat investeringsvoorstellen goed en zakelijk gewogen moeten worden. Hij komt later nog terug op de vraag over extern toetsen van de governance. Lid BURGERS (VVD) vraagt verduidelijking over het feit dat de wethouder aangeeft open te staan voor andere aandeelhouders die alsnog willen instappen. Hij vraagt zich af wat dit precies betekent voor de toekomstige situatie. Wethouder SCHOLTES corrigeert zichzelf door aan te geven dat de prioriteit ligt bij het behoud van AEB met langdurige zekerheid voor minstens tien jaar. Dit betekent dat er geen ruimte is voor andere aandeelhouders. Hij neemt zijn eerdere uitspraak terug.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
Lid ASRUF (PvdA) geeft aan de wens te hebben om als raad ook invloed uit te oefenen op de inhoud van de governance-herziening, niet alleen de structuur. Hij vraagt de wethouder om een concreet tijdpad te bieden voor wanneer de raad hierover inzicht zal krijgen. Wethouder SCHOLTES stelt voor om de aangepaste governance-afspraken voor de zomer aan de raad voor te leggen, inclusief een tijdspad. Hij ondersteunt het voorstel om de raad regelmatig op de hoogte te houden, bijvoorbeeld via een presentatie of bezoek. Ook bevestigt hij dat de doelgerichtheid op afstand, zoals gevraagd door Lid Asruf, wordt meegenomen in de governance-afspraken. Kosten en prognoses worden in de Voorjaarsnota gepresenteerd, waarbij een vooruitblik van tien jaar moeilijk te geven is. Lid GARMY (Volt) vraagt naar de evaluatie van het verkooptraject, gezien de mogelijkheid dat na tien jaar opnieuw besloten wordt of het AEB al dan niet verkocht wordt. Hij benadrukt het belang van het trekken van lessen uit het verkooptraject voor de toekomst en vraagt of er onderzoek naar wordt gedaan. Wethouder SCHOLTES legt uit dat de keuze voor een periode van tien jaar is gemaakt om langdurig behoud van AEB als gemeentelijke deelneming uit te stralen. Het is niet de bedoeling om gedurende die periode andere verkoopprocessen te overwegen. De duur van tien jaar is gekozen om duidelijkheid en stabiliteit te bieden.
Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) vraagt verduidelijking over de keuze voor een periode van tien jaar. Ze wil weten wat dit betekent, of er na tien jaar opnieuw gezocht zal worden naar een manier om van AEB af te komen, of dat er al nagedacht is over de impact hiervan voor de Amsterdammer. Wethouder SCHOLTES legt uit dat het college heeft gekozen voor langdurig behoud van AEB als gemeentelijke deelneming, met een termijn van zeker tien jaar. Dit had ook acht, twaalf of veertien jaar kunnen zijn. Na deze periode wordt AEB opnieuw beoordeeld in de reguliere herijking van deelnemingen, die elke coalitieperiode plaatsvindt. Het doel blijft echter het langdurig behouden van AEB als gemeentelijke deelneming. Tweede termijn Lid LOCHTENBERG (CDA) vraagt de wethouder of hij het eens is dat de verkoop van AEB gedoemd was te mislukken door de verschillende standpunten binnen het college. D66 wilde verkopen, terwijl GroenLinks dat liever niet wilde, en de extra publieke belangen die via een motie werden toegevoegd, zouden de prijs hebben verlaagd. Volgens hem is het gebrek aan eenheid binnen het college de oorzaak van het falen van de verkoop. Wethouder SCHOLTES legt uit dat de verkoopvoorwaarden van AEB openbaar waren en vooraf met de raad gedeeld, in november 2023. Het bod werd zorgvuldig gewogen, inclusief alle voorwaarden, maar voldeed niet.
Daarom werd besloten terug te vallen op scenario 2, behoud van AEB, zoals eerder aangegeven. Hij benadrukt dat het college niet tegen elke prijs wil verkopen. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER schorst de vergadering. 4. GEHEIM - Uiten van wensen en bedenkingen over AEB (VN2025-003006) Dit agendapunt wordt in beslotenheid besproken. Deelnemingen (excl. AEB en Schiphol)
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
5. Bespreken van de proactieve rol ten aanzien van de veiligheid van reizigers en medewerkers van het GVB (VN2025-003010) Dit agendapunt is doorgeschoven naar de volgende vergadering. Financiën 6. Bespreken van de berichtgeving in het Parool over de aanslag gemeentebelastingen (VN2025-002083) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER heropent de vergadering. Eerste termijn Lid BURGERS (VVD) uit zorgen over de stijgende gemeentelijke belastingen sinds het aantreden van het huidige college in 2022. Hij wijst op de aanzienlijke toename van onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing, rioolheffing en waterschapsbelasting, waarbij de gemiddelde OZB van149 euro in 2020 naar 401 euro in 2025 is gestegen. Hij stelt voor dat de gemeente haar uitgaven bekijkt en afstapt van ambities die weinig resultaat opleveren, om zo de druk op de Amsterdammer te verlichten. Hij pleit voor een draagkrachtmeting om te zien wat inwoners daadwerkelijk kunnen betalen. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt aan Lid Burgers of hij op de hoogte is van de recente commissievergadering in de Tweede Kamer over bezuinigingen op gemeenten. Tijdens deze vergadering waren 150 wethouders van financiën aanwezig, omdat het kabinet, waartoe de VVD behoort, bezuinigingen doorvoert die hard aankomen bij veel gemeenten. Lid Van Pijpen vraagt wat lid Burgers hiervan vindt.
Lid BURGERS (VVD) antwoordt dat de gemeente Amsterdam meer moet doen om haar eigen huishoudboekje op orde te krijgen. Hij benadrukt dat het te makkelijk is om steeds naar Den Haag te wijzen voor de problemen. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) stelt dat het makkelijk is om te doen alsof er geen probleem is met het zogenaamde ravijn. Ze wijst erop dat alle gemeenten hiermee te maken hebben en hun lokale lasten moeten verhogen. Ze vindt het onverstandig om dit te negeren en vraagt aan lid Burgers om een realistischer verhaal te vertellen, waarin ook begrip wordt getoond voor de situatie van het ravijn. Lid BURGERS (VVD) benadrukt verder dat hoewel andere gemeenten wel bezuinigen, Amsterdam niets doet om haar eigen uitgaven te beperken. Hij merkt op dat de stijgende kosten voor de inwoners voelbaar zijn in hun portemonnee. Hij herhaalt zijn verzoek om een draagkrachtmeting en vraagt de wethouder om haar mening hierover. Wethouder VAN BUREN legt uit dat er zware gesprekken zijn gevoerd tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het kabinet, waarbij duidelijk is geworden dat gemeenten steeds meer taken moeten uitvoeren zonder de benodigde middelen. Dit leidt tot enorme bezuinigingen, vooral in sectoren zoals jeugdzorg. De wethouder erkent het ravijn als een probleem, maar benadrukt dat Amsterdam wel bezuinigt, ook binnen de eigen organisatie.
De gemeente heeft gekozen voor een verhoging van de OZB om te zorgen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, zonder te veel druk op kwetsbare gebieden zoals jeugdzorg.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
Lid HAVELAAR (CDA) vraagt of Amsterdam, vergeleken met andere gemeenten, laag scoort op erfpachtvergoedingen. Hij vraagt de wethouder of deze erfpachtvergoedingen ook meegeteld moeten worden bij het vergelijken van lokale lasten zoals de OZB. Wethouder VAN BUREN legt uit dat Amsterdam in 2025 qua lokale lasten dicht bij het landelijke gemiddelde ligt. Voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning is de verwachting dat ze gemiddeld 1.058 euro betalen, terwijl het landelijke gemiddelde 1.052 euro is. Ze benadrukt ook dat Amsterdam de komende twee jaar de afvalstoffenheffing niet zal verhogen, vooral om de financiële druk voor mensen in de vrije sector huur te verlichten. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt de wethouder of zij ook de erfpachtinkomsten in haar vergelijking kan meenemen, aangezien Amsterdam privaatrechtelijk aanzienlijke erfpachtinkomsten heeft, wat vooral voor mensen met een lagere financiële situatie een extra last kan zijn. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat zij bereid is erfpacht mee te nemen. Ze benadrukt echter dat Amsterdam, ondanks de erfpacht, nog steeds onder het landelijke gemiddelde ligt qua OZB. Ze wijst erop dat, ondanks de hogere huren en andere lasten in Amsterdam, er maatregelen zijn genomen om de lasten voor mensen met een lagere beurs, zoals het cappen van de afvalstoffenheffing, te beperken.
Ze stelt dat een lichte verhoging van bijvoorbeeld de OZB voor huiseigenaren in Amsterdam meestal wel draaglijk is. De wethouder reageert op de vraag over de draagkrachtmeting door aan te geven dat Amsterdam al veel onderzoek en beleid heeft op het gebied van armoede. Ze is niet zeker wat er precies met een draagkrachtmeting bedoeld wordt, maar stelt voor om te kijken of er al bestaande onderzoeken zijn die zich richten op het meten van wat verschillende groepen in de stad kunnen dragen zonder in financiële problemen te komen. Ze geeft aan dat ze geen nieuwe toezeggingen kan doen, gezien het feit dat er al veel beleid en metingen bestaan. 7. Bespreken van de stand van zaken omtrent facturatie inkoop (VN2025-003833) Gevoegd behandeld met agendapunt 2c. Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol) 8. Bespreken van de raadsinformatiebrief over het uitfaseren van giftige dampen en elektrisch taxiën van de vliegtuigen (afdoening toezegging) (VN2025-003009) Eerste termijn Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) uit zorgen over de blootstelling van grondpersoneel op Schiphol aan schadelijke dampen van vliegtuigen. Ze wijst op elektrische alternatieven zoals push- en pullbacktrucks en taxibots, maar merkt op dat deze niet altijd worden ingezet. In plaats daarvan wordt eenmotorig taxiën als een tussentijdse oplossing gezien, terwijl dit nog steeds vervuiling veroorzaakt.
Ze roept de wethouder op om in gesprek te gaan met Schiphol om deze schonere alternatieven versneld breed in te voeren en vraagt wanneer dit uiterlijk gerealiseerd kan zijn. Verder wil ze weten of de wethouder, net als haar partij, geschrokken is van de informatie en of zij bereid is dit aan te kaarten bij de directie van Schiphol. Tot slot vraagt ze naar de voortgang van het beraad over een mogelijk verzoek aan het RIVM voor nader onderzoek. Lid NAMANE (PvdA) begrijpt dat sleepvoertuigen momenteel vooral worden ingezet op de Polderbaan, de verste baan van de gate, en dat dit vooral gebeurt vanuit duurzaamheidsoverwegingen. Ze benadrukt echter, in lijn met de Partij voor de Dieren, het belang van de gezondheid van werknemers. Ze stelt voor om juist prioriteit te geven aan het
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
gebruik van sleepvoertuigen op plekken waar werknemers het meest worden blootgesteld aan schadelijke dampen. Ze vraagt de wethouder om hierop te reageren. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat de gezondheid van Schiphol-medewerkers vooropstaat en dat de terugdringing van vliegtuigemissies steeds op de agenda staat bij gesprekken met Schiphol, inclusief in aandeelhoudersvergaderingen. Ze erkent dat er technische uitdagingen zijn en dat bepaalde apparaten nog niet beschikbaar zijn. Wel ziet ze dat Schiphol aandacht heeft voor dit probleem. Ze stelt voor om een werkbezoek met een technische sessie te organiseren, zodat raadsleden vragen kunnen stellen en meer inzicht krijgen in de mogelijkheden voor versnelling van schonere technologieën. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER stelt voor om direct te inventariseren of er interesse is in een werkbezoek met technische sessie bij Schiphol. Hiervoor moeten vier fracties hun hand opsteken. Er blijkt geen voldoende belangstelling te zijn. Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) geeft aan dat zij niet direct kan toezeggen deel te nemen aan een technische sessie vanwege een volle agenda. In plaats daarvan vraagt zij de wethouder waarom de beschikbare technologie voor push- en pullbacktrucks bij narrow-body en wide-body toestellen nog niet volledig wordt ingezet, aangezien uit de brief blijkt dat dit technisch mogelijk is.
Wethouder VAN BUREN geeft aan dat zij deze vraag ook regelmatig stelt aan Schiphol. Ze verwijst naar technische beperkingen, zoals de draagkracht van start- en landingsbanen, maar erkent dat er nog veel vragen zijn. Ze moedigt raadsleden aan om in gesprek te gaan met zowel Schiphol als de medewerkers die met de pushbacktrucks werken, zoals zijzelf eerder deed bij een bijeenkomst van de FNV. Ze benadrukt het belang van een werkbezoek aan Schiphol om de situatie ter plekke te bekijken en vragen te stellen. Ze stelt voor om een kortere sessie te overwegen. Wat betreft het RIVM-onderzoek, geeft ze aan nog in gesprek te zijn met de FNV en Schiphol over de beste manier om de overheid te bewegen een opdracht te geven. Ze heeft toegezegd hieraan mee te werken en zal de raad informeren zodra er meer duidelijkheid is. Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) vraagt binnen welk tijdsbestek de wethouder met een terugkoppeling kan komen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de timing afhangt van de FNV, die met een voorstel zou komen. Daarom kan zij op dit moment geen exacte termijn noemen. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER stelt voor dat leden die meer informatie willen over het bezoek aan Schiphol dit via de politiek assistent kenbaar maken, zodat er een geschikt moment gevonden kan worden om de informatie op te halen. Het agendapunt wordt gesloten. 9.
Bespreken van de stand van zaken dossier ADM-terrein (VN2025-003333) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER geeft aan dat agendapunt 9 deels besloten wordt besproken. Eerste termijn Lid HAVELAAR (CDA) stelt drie vragen aan de wethouder. Ten eerste wil hij weten wat het plan van de gemeente is nu Beelen niet verkoopt. Vervolgens vraagt hij hoe de wethouder het conflict met Beelen verklaart en of de beschuldigingen van Beelen kloppen, namelijk dat de gemeente na het bereiken van een deal toch nog extra clausules toevoegde. Ten derde vraagt hij
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
of het waar is dat de gemeente vier keer heeft afgezien van de koop nadat de deal was gemaakt, zoals Beelen beweert. Lid NAMANE (PvdA) benadrukt dat de fractie achter de wens van het college stond om het ADM-terrein aan te kopen, maar niet tegen elke prijs en alleen met goede waarborgen. Ze vindt het jammer dat er geen overeenkomst is bereikt. Daarnaast betreurt ze de forse verwijten die worden gemaakt en het feit dat de gesprekken als onaangenaam zijn ervaren. Lid BURGERS (VVD) verwijst naar de brieven van de wethouder en de burgemeester, waarin wordt benadrukt dat bodemonderzoek nodig is om de risico's van de aankoop van het ADM-terrein goed in kaart te brengen. Inmiddels heeft de gemeente het contact met de eigenaar verbroken, wat leidt tot de vraag hoe deze impasse kan worden doorbroken. Hij vraagt de wethouder of er nog een mogelijke uitweg is. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat de gemeente nog steeds geïnteresseerd is in de aankoop van het ADM-terrein, maar dat de eigenaar, de heer Beelen, momenteel niet wil verkopen. Het terrein behoort toe aan Larendael, en het is aan hen om te bepalen wat ermee gebeurt. Er is al een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van drie hallen, waarvoor milieumetingen zijn gedaan met het oog op een scheepswerf.
De gemeente wil dat het ADM-terrein op een nuttige manier wordt gebruikt en werkt mee aan ontwikkelingen die passen binnen het omgevingsplan. Een scheepswerf op deze locatie sluit aan bij de sectoragenda maritieme maakindustrie van de Rijksoverheid, maar niet alle plannen zullen automatisch de instemming van de gemeente krijgen. Woningbouw of gebouwen met een logiesfunctie zijn uitgesloten, omdat deze functies milieugevoelig zijn en niet passen in het havengebied. Indien de eigenaar toch besluit het terrein te verkopen, moet dit eerst aan de gemeente worden aangeboden, aangezien de gemeente een eerste recht van koop heeft. Dit recht, vastgelegd in een akte uit 1970, wordt van kracht zodra er een verkoopintentie is. Mocht er geen overeenstemming worden bereikt over de voorwaarden, dan voorziet een geschillenregeling in de benoeming van drie arbiters die gezamenlijk uitspraak doen. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt waar de gemeente zich momenteel bevindt in het proces. Hij wil weten of het eerste recht van koop inmiddels is verstreken omdat de gemeente het terrein niet heeft gekocht, en of de situatie nu in de fase van de geschillenregeling is beland. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat de gemeente nog steeds geïnteresseerd is in de aankoop van het ADM-terrein. De wethouder weerlegt de bewering dat het terrein vier keer aan de gemeente is verkocht of aangeboden.
Volgens haar is er slechts op 12 april 2024 een moment geweest waarop een overeenkomst onder voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring werd bereikt met ontbindende voorwaarden. De eerdere vermeende verkoopmomenten worden door de wethouder ontkracht, in 2021 had de gemeente afgezien van aankoop wegens de hoge prijs, in 2022 en 2023 waren er gesprekken zonder definitieve overeenstemming, en een aanbod voor 0 euro met een 100-jarige erfpacht is bij de gemeente niet bekend. Wat betreft het huidige proces bevestigt de wethouder dat het eerste recht van koop nog steeds geldt. Tot slot geeft de wethouder aan dat de gemeente actief naar een oplossing voor de impasse heeft gezocht. Ondanks meerdere gesprekken, waaronder met de burgemeester, en een eerdere mediation, heeft Beelen een voorstel voor onafhankelijke bemiddeling door Kees van der Staaij afgewezen. Daarmee is een laatste poging tot compromis mislukt. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER schorst de vergadering, hierna zal verder worden gegaan met het besloten deel. Inclusie en Antidiscriminatiebeleid
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
10. Bespreken van de toekenning van de meerjarige subsidie (2025-2027) aan het meldpunt DRA (VN2025-003007) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER heropent de vergadering. Eerste termijn Lid GARMY (Volt) benadrukt het belang van het bestrijden van discriminatie en racisme in de stad. Hij is tevreden dat er wordt geïnvesteerd in voorzieningen voor Amsterdammers die hiermee te maken krijgen en vindt zichtbaarheid, vindbaarheid en naamsbekendheid van discriminatiepunten cruciaal. Tegelijkertijd wijst hij erop dat een beter vindbaar meldpunt waarschijnlijk tot meer meldingen zal leiden en vraagt hij zich af waarom het college kritisch is op de voorgestelde capaciteitsuitbreiding. Daarnaast wijst hij op het verschil tussen het aangevraagde bedrag van 2 miljoen euro en de toegekende 1 miljoen euro. Hij wil weten hoe het college tot dit lagere bedrag is gekomen en welke taken of activiteiten daardoor niet kunnen worden uitgevoerd. Tot slot maakt hij zich zorgen over de mogelijke gevolgen van de stelselwijziging voor de antidiscriminatievoorziening in Amsterdam. Hij vreest dat de stad met haar specifieke vraagstukken en diversiteit onvoldoende wordt meegenomen in een centraal geregeld financierings- en aansturingssysteem. Hij vraagt de wethouder of zij deze zorg deelt en of zij bereid is de raad actief op de hoogte te houden van de ontwikkelingen.
Lid BOUHASSANI (PvdA) geeft aan dat de fractie blij is met de stappen die het meldpunt zet om verbeteringen door te voeren, maar erkent ook dat er nog werk aan de winkel is. Met name op het gebied van het verhogen van de meldingsbereidheid en het verbeteren van de naamsbekendheid ziet zij kansen. Daarnaast verwijst ze naar een aanbeveling uit het rapport Anders Behandeld van de ombudsman, waarin wordt gesteld dat kinderen behoefte hebben aan een eigen meldpunt. Ze vraagt de wethouder hoe zij hiernaar kijkt en of het mogelijk is om het huidige meldpunt kindvriendelijker te maken. Lid BENYOUMYA (GroenLinks) uit haar zorgen over het besluit van de meerderheid van de Tweede Kamer om geen debat te voeren over het nationale onderzoek naar moslimdiscriminatie, ondanks dat dit onderzoek juist op hun verzoek is uitgevoerd. Ze ziet dit als een treffend voorbeeld van waarom het noodzakelijk is om meer te leren en te weten over discriminatie, en waarom mensen moeten weten waar ze terechtkunnen als ze ermee te maken krijgen. Ze spreekt haar waardering uit voor het nieuwe plan van het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam en stelt hierover enkele vragen. Ten eerste gaat ze in op de zichtbaarheid van het meldpunt. Ze leest dat er aansluiting wordt gezocht bij bestaande initiatieven, zoals de Internationale Dag tegen Racisme.
In een eerdere sessie over moslimdiscriminatie in Amsterdam-West werd echter duidelijk dat ook kleinere, informele buurtorganisaties behoefte hebben aan meer informatie. Ze vraagt hoe deze organisaties worden betrokken bij het vergroten van de zichtbaarheid van het meldpunt. Daarnaast wijst ze op het belang van de communicatie van de gemeente Amsterdam zelf. Vaak is de vindbaarheid van het meldpunt een knelpunt, en ze pleit ervoor dat het meldpunt een duidelijke rol krijgt binnen de communicatie van de gemeente, bijvoorbeeld in bewustwordingscampagnes. Tot slot spreekt ze haar steun uit voor het plan om voorlichting over discriminatie in het onderwijs te geven. Ze vraagt zich af hoe dit aanbod kan worden afgestemd op bestaande initiatieven, zodat het aansluit bij de al hoge werkdruk en het personeelstekort in het onderwijs. Lid LUST (D66) steunt het versterken van de Amsterdamse antidiscriminatievoorziening en erkent de noodzaak van een kritische blik op de besteding van de toegekende subsidie van
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
ruim 3 miljoen euro. Ze vraagt de wethouder om opheldering over de financiering en noodzaak van nieuwe actieonderzoeken, gezien de overlap met eerdere studies. Daarnaast uit ze twijfels over de effectiviteit van inloopspreekuren in stadsdelen, gezien eerdere pilots met lage opkomst. Ze vraagt wat er concreet verandert om de meldingsbereidheid te vergroten. Tot slot vraagt ze aandacht voor Trans Visibility Day op 31 maart en de wereldwijde discriminatie van transpersonen, met zorgwekkende ontwikkelingen in de VS. Ze wil weten hoe Amsterdam haar steun en solidariteit aan de transgendergemeenschap zal tonen. Ook benoemt ze het nieuwe LHBTIQ+ meldpunt, RITA (Report It Always). Lid VELDHUYZEN (De Vonk) steunt de uitbreiding en versterking van het Amsterdamse discriminatiemeldpunt en benadrukt het belang van nazorg voor slachtoffers, evenals specifieke aandacht voor kinderen en jongeren, in lijn met het rapport van de ombudsman. Hoewel De Vonk de inzet van de wethouder tegen discriminatie en racisme steunt, is de partij kritisch op de geplande stelselwijziging waarbij een landelijke organisatie subsidie ontvangt van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Gezien het extreemrechtse kabinet, vreest De Vonk dat de antidiscriminatievoorzieningen hierdoor onder druk komen te staan.
Daarom pleit de partij ervoor om de optie open te houden voor een autonome Amsterdamse voorziening en vraagt het college om scherp te blijven op de gevolgen van de stelselwijziging. Mocht deze leiden tot minder meldingsbereidheid, dan moet Amsterdam volgens De Vonk direct ingrijpen en zelfstandig blijven opereren. Wethouder MELIANI geeft aan dat de afgelopen jaren belangrijke stappen zijn gezet om meldingsbereidheid te vergroten en met het nieuwe plan krijgt het meldpunt extra middelen om dit werk verder uit te breiden. Er is een subsidie van 3 miljoen euro toegekend voor de komende drie jaar, wat een aanzienlijke verhoging is ten opzichte van voorgaande jaren. Dit bedrag is echter niet volledig wat het meldpunt had aangevraagd. Een groot deel van de extra aanvraag was gericht op capaciteitsuitbreiding en actieonderzoeken, maar volgens de wethouder was de onderbouwing hiervoor onvoldoende. De gemeente voert zelf al actieonderzoeken uit en wil dubbel werk voorkomen. Daarnaast wordt goed in de gaten gehouden of de huidige middelen toereikend zijn. Daarom zijn er halfjaarlijkse evaluaties waarin gekeken wordt of verdere investeringen nodig zijn, maar extra middelen zijn niet vanzelfsprekend beschikbaar. Wat wel extra wordt gefinancierd, is de inzet op communicatie en outreach. Zo zijn er twee nieuwe functies toegekend, een communicatiemedewerker en een outreachend medewerker.
Dit moet ervoor zorgen dat het meldpunt zichtbaarder wordt en meer mensen bereikt. Specifiek wordt er ook gekeken naar de effectiviteit van inloopspreekuren in stadsdelen zoals Zuidoost en Weesp. Het college heeft als voorwaarde gesteld dat goed wordt gemonitord of deze spreekuren bijdragen aan een hogere meldingsbereidheid. De tussentijdse verantwoording in augustus moet hier meer inzicht in geven. Daarnaast wordt er gewerkt aan een kindvriendelijk online meldpunt om ook kinderen en jongeren beter te bereiken. De wethouder deelt de zorgen over de geplande landelijke stelselwijziging, waarbij de coördinatie en financiering van antidiscriminatievoorzieningen meer centraal worden geregeld via het ministerie van Binnenlandse Zaken. Amsterdam wil de regie behouden en blijft inzetten op maatwerk. In samenwerking met de andere grote steden heeft Amsterdam zich al kritisch uitgesproken over de mogelijke gevolgen, zoals een versmalling van wat als discriminatie wordt erkend en financiële tekorten voor lokale initiatieven. Tegelijkertijd wordt Amsterdam door de Nationaal Coördinator Antidiscriminatie als een voorbeeldgemeente gezien, juist vanwege de op maat gemaakte aanpak.
Het oorspronkelijke doel van de landelijke verandering was om gemeenten zonder goed antidiscriminatiebeleid te ondersteunen, maar de wethouder blijft alert op mogelijke negatieve effecten en zal de raad hierover actief op de hoogte houden. Verder deelt de wethouder de zorgen over de rechten van transpersonen en zal hier blijvend aandacht voor vragen. Op Trans Visibility Day zal zij hier onder andere via sociale media aandacht aan besteden en ze zal ook collega’s vragen dit te doen. De gemeente zet zich al langer in voor de veiligheid en emancipatie van transpersonen, zowel in de openbare ruimte als achter de voordeur. Zo wordt gewerkt aan een aanpak tegen anti-LHBTIQ geweld en worden
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
kosten voor het aanpassen van het geslacht op de geboorteakte vergoed. Daarnaast wordt jaarlijks tijdens de Pride-maand stilgestaan bij de emancipatie van LHBTIQ-personen. Tot slot werd gevraagd hoe kleinere organisaties beter bereikt kunnen worden en hoe het meldpunt kan aansluiten bij de gemeentelijke communicatie. De wethouder gaf aan dat het meldpunt een uitgebreid communicatieplan heeft ontwikkeld, waarin per doelgroep wordt bekeken hoe de meldingsbereidheid kan worden vergroot. Daarnaast wordt er al via verschillende gemeentelijke campagnes en communicatiemiddelen doorverwezen naar het meldpunt. In de tussentijdse verantwoording in augustus zal hier verder op worden ingegaan. 11. Bespreken de beantwoording van de raadsadressen over ervaringen van Palestijnse Amsterdammers (VN2025-003008) Lid BOUHASSANI (PvdA) spreekt over de impact van de oorlog in Gaza op Palestijnse Amsterdammers. Ze verwijst naar een inwoner die in Amsterdam woont en sinds het uitbreken van het conflict twaalf familieleden heeft verloren. Ze benadrukt hoe pijnlijk het is dat velen niet alleen rouwen, maar zich ook geïntimideerd, bedreigd en zelfs aangevallen voelen. Daarnaast ervaren zij weinig steun van de gemeente. Ze roept de raad en het college op hun verantwoordelijkheid te nemen.
Hoewel de wethouder hoopt op een blijvende vrede, blijft het geweld doorgaan en spreken mensenrechtenorganisaties van genocide. Ze vraagt waarom antwoorden zo lang uitblijven, hoe het college structureel aandacht gaat geven aan het Palestijnse perspectief en welke extra mentale ondersteuning de gemeente biedt aan getroffen Amsterdammers. Lid KHAN (DENK) spreekt over de discriminatie van Palestijnse Amsterdammers en stelt dat dit een direct gevolg is van de ontmenselijking van Palestijnen in Gaza. Hij wijst op de dubbele standaard van de Nederlandse overheid, zoals de snelle naturalisatie van een Israëlische gijzelaar door Hamas, terwijl een Nederlandse Palestijn maandenlang zonder actie werd vastgehouden door Israël. Volgens hem is het racisme dat genocide in Gaza mogelijk maakt, hetzelfde racisme dat Palestijnse Amsterdammers discrimineert. Hij benadrukt de structurele islamofobie en noemt voorbeelden van discriminatie, zoals ontslagen, karaktermoord en politieke framing. Hij stelt dat de politiek in Den Haag actief bijdraagt aan deze ontmenselijking en roept op tot actie in Amsterdam. Hij vraagt het college drie dingen, zichtbaarheid van de Palestijnse gemeenschap, structurele betrokkenheid bij beleid en bescherming tegen discriminatie.
Hij eindigt met een oproep om solidariteit te tonen, de ontmenselijking van Palestijnen niet te accepteren en te blijven strijden voor gerechtigheid. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) spreekt over de voortdurende gruwelijke beelden uit Gaza en de impact daarvan op Palestijnse Amsterdammers. Ze benadrukt dat hun pijn, angst en intergenerationele trauma’s vaak worden miskend en roept op tot erkenning en ondersteuning vanuit de gemeente. Ze stelt voor om structureel contact te onderhouden met de Palestijnse gemeenschap en sleutelpersonen een rol te geven. Daarnaast pleit ze voor een veilige ontmoetingsplek voor Palestijnse Amsterdammers en vraagt of de gemeente hierin een faciliterende rol kan spelen. Tot slot vraagt ze naar mogelijkheden om het Palestijnse perspectief meer zichtbaar te maken in de publieke ruimte, bijvoorbeeld met buitententoonstellingen. Lid VELDHUYZEN (De Vonk) uit zijn bezorgdheid over de gevolgen van de situatie in Gaza voor Palestijnse Amsterdammers en stelt dat Nederland mede verantwoordelijk is voor de aanhoudende bombardementen op Palestijnse burgers door haar politieke steun en wapenleveranties aan Israël. Hij benadrukt dat erkenning van het leed van de Palestijnse gemeenschap niet genoeg is, er moet meer gebeuren. Er moet niet alleen gepraat worden over de situatie, maar er moeten concrete stappen worden gezet om hen te steunen.
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
De Vonk doet vijf belangrijke voorstellen om solidair te zijn met de Palestijnse gemeenschap in Amsterdam. Ten eerste roept hij op tot een onderzoek naar de discriminatie van Palestijnse Amsterdammers, los van de bredere discussie over islamofobie, zodat de specifieke situatie van Palestijnen erkend wordt. Daarnaast pleit hij voor financiële steun voor de zelforganisatie van Palestijnse Amsterdammers, zodat zij zich beter kunnen organiseren tegen de discriminatie waar ze dagelijks mee te maken hebben. Verder vraagt hij om transparantie en inclusiviteit in de gesprekken die de gemeente voert met Palestijnse organisaties, en roept hij op om de betrokkenheid van alle relevante groepen te garanderen. Verder stelt Veldhuyzen voor dat de gemeente de genocide in Gaza officieel erkent, zoals ook gedaan wordt door de VN en Amnesty International. Dit zou een krachtige boodschap van solidariteit zijn voor de Palestijnse gemeenschap. Hij vraagt ook om het stoppen met het gebruikmaken van discriminatiecijfers van CIDI. Tot slot vraagt hij de gemeente om de samenwerking met bedrijven die profiteren van of betrokken zijn bij de Israëlische bezetting te beëindigen en de BDS-beweging (Boycott, Divestment, Sanctions) te steunen. Lid Veldhuyzen benadrukt dat, hoewel hij de goede intenties van de wethouders waardeert, de gemeente meer actie moet ondernemen.
Hij vraagt om een breed debat over deze voorstellen in de gemeenteraad, waarbij de relevante wethouders aanwezig zijn om de voorstellen verder te bespreken en te realiseren. Wethouder MELIANI begint haar reactie met medeleven voor alle slachtoffers in Gaza, Palestina en Israël, en benadrukt de ernstige situatie van de afgelopen maanden. Ze spreekt zich uit tegen discriminatie en intimidatie en benadrukt dat de gemeente stappen heeft gezet na de gebeurtenissen van oktober 2023. Ze noemt onder andere gesprekken met de Palestijnse gemeenschap en steun voor initiatieven zoals het Palestijnse filmfestival en de buitententoonstelling, in gesprek. De wethouder gaat verder met de plannen voor structurele aandacht voor het Palestijnse perspectief, met regelmatige gesprekken en het betrekken van Palestijnse gemeenschappen bij het proces. Ze erkent de behoefte aan fysieke en veilige plekken voor Palestijnse Amsterdammers en zal hierover in gesprek gaan met de gemeenschap. Ten slotte bespreekt ze ook mentale ondersteuning en de mogelijkheid om via andere collega's verder te onderzoeken hoe de gemeente hierin kan bijdragen. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) benadrukt dat voor mensen die pijn en verdriet ervaren, vooral als ze ook te maken hebben met discriminatie, het cruciaal is dat de plekken waar ze samenkomen echt veilig aanvoelen.
Ze vraagt de wethouder om dit aspect mee te nemen in de gesprekken met Palestijnse Amsterdammers. Wethouder MELIANI zegt dit toe en gaat verder in op de vragen van de raadsleden. Ze benadrukt het belang van structureel en doorlopend contact tussen de gemeente en de Palestijnse gemeenschap, niet alleen in crisistijd, maar op een regelmatige basis. Er zijn inmiddels vaste overlegmomenten gepland, en ze zal de raad op de hoogte houden van de verdere ontwikkelingen. Daarnaast gaat ze in op de bescherming van Palestijnen en hun verbinding met het meldpunt discriminatie. Binnen het plan van aanpak moslimdiscriminatie wordt expliciet aandacht besteed aan de discriminatie-ervaringen van Palestijnse Amsterdammers. Ze heeft het meldpunt gesproken en zij hebben een uitgebreid communicatieplan ontwikkeld om de meldingsbereidheid te vergroten. Specifiek voor Palestijnse Amsterdammers zal ze navragen hoe dit verder wordt ingevuld. In augustus volgt een tussentijdse verantwoording, waarbij de raad verdere inzage krijgt. Ten slotte reageert ze op een opmerking van lid Veldhuyzen en verduidelijkt dat de gemeente niet de cijfers van het CIDI gebruikt, maar zich baseert op meldingen bij het officiële meldpunt discriminatie. De definities die de gemeente hanteert, zijn juridisch onderbouwd. Ze vraagt lid Veldhuyzen om verdere punten schriftelijk toe te sturen, zodat ze hier goed naar kan kijken.
De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER geeft aan dat dit onderwerp in de raad van 14 en 15 mei besproken zal worden en sluit het agendapunt.
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
ICT en Digitale Stad 12. Bespreken van de notitie over een lobby inzake de nationale uitzonderingen op het Europees verbod op biometrische surveillance (VN2025-003323) Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. 13. Bespreken van de raadsinformatiebrief over streven naar digitale autonomie in Amsterdam (VN2025-003889) Eerste termijn Lid IJMKER (GroenLinks) blikt terug op de unanieme steun die de gemeenteraad een jaar geleden gaf aan het voorstel om de afhankelijkheid van big tech te verminderen. Ze benadrukt hoe de situatie sindsdien is veranderd, met een groeiend bewustzijn over digitale autonomie en een bredere beweging richting onafhankelijkheid. Initiatieven zoals de Nederlandse Rijkscloud (project Cloud Kootwijk) laten volgens haar zien dat er momentum is. Hoewel ze de urgentie die het college erkent waardeert, heeft ze zorgen over de concrete stappen. Vooral de afhankelijkheid van Microsoft blijft een probleem. Ondanks de verkenning en de uitgesproken ambitie ziet ze in de lopende cloud-aanbesteding dat Amsterdam de komende tien jaar juist verder gaat met Microsoft Azure. Dit is volgens haar tegengesteld aan de doelstelling van minder afhankelijkheid. Ze roept daarom op om onnodige migraties naar Microsoft te stoppen, een pauzeknop in te drukken en een heldere strategie te ontwikkelen voordat het te laat is.
Ze benadrukt dat er in de afgelopen weken en maanden veel is veranderd en dat Amsterdam samen met andere partijen een sleutelrol kan spelen in de beweging naar digitale autonomie. Tot slot kondigt ze aan dat ze met concrete voorstellen naar de raad zal komen en vraagt om agendering voor de raadsvergadering in mei. Lid ASLAMI (D66) plaatst een kanttekening bij de uitspraak dat de gemeente alleen maar meer afhankelijk zou worden van Microsoft. Hij verwijst naar de Verkenning Digitale Autonomie, waar staat dat de aanbesteding ruimte biedt voor een opdrachtgever die de huidige Microsoft-dienstverlening kan overnemen en ontwikkelen. Hij vraagt of lid IJmker erkent dat dit juist een mogelijke verschuiving naar een ander platform betekent. Lid IJMKER (GroenLinks) vindt de aanbesteding te beperkt en tegenstrijdig. Ze mist een brede uitvraag aan cloud-specialisten en heeft weinig vertrouwen dat de afhankelijkheid van Microsoft zo vermindert. Lid BELKASMI (PvdA) benadrukt het belang van digitale onafhankelijkheid en waardeert de inspanningen van collega IJmker om deze beweging in gang te zetten. Hij onderstreept dat meer regie over de gegevens van Amsterdammers essentieel is en dat het verminderen van de afhankelijkheid van big tech, met name Microsoft, noodzakelijk is.
Hoewel de ambitie duidelijk is, mist hij een concreet stappenplan en vraagt hij zich af hoe en wanneer deze transitie precies plaatsvindt. Hij wijst op de genoemde termijn van tien jaar en vraagt de wethouder of 2035 een realistisch doel is. Daarnaast valt hem op dat er sprake zou zijn van 150 applicaties die via KPN naar Microsoft zouden gaan, terwijl de wethouder hier ontkennend op reageert. Hij vraagt om opheldering hierover. Tot slot wil hij weten in welke alternatieven wordt geïnvesteerd om daadwerkelijk los te komen van Microsoft en hoe deze strategie aansluit op de bredere nationale ontwikkelingen op het gebied van digitale autonomie.
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
Lid ASLAMI (D66) benadrukt dat recente geopolitieke ontwikkelingen opnieuw aantonen hoe cruciaal digitale onafhankelijkheid is voor Europa, Nederland en Amsterdam. Hij pleit voor de term European Tech, met als doel Amsterdam te positioneren als de European Tech Capital van Europa en de wereld. Dit vraagt volgens hem om een concrete aanpak, duidelijke doelstellingen, heldere tijdslijnen en structurele financiering, iets wat momenteel ontbreekt. Om digitale autonomie te bereiken, moeten keuzes worden gemaakt. Beleid moet bijvoorbeeld inzetten op open-source technologieën. Daarnaast vraagt hij het college om per jaar concrete mijlpalen te formuleren, afhankelijkheden af te bouwen en een meerjarenplan op te stellen met technische, juridische en financiële scenario’s. Hij wijst erop dat digitale autonomie niet alleen gaat over software en data, maar ook over fysieke infrastructuur, servers, opslag en netwerken. Zonder zeggenschap over deze infrastructuur blijft digitale autonomie een loze belofte. Dat betekent volgens hem dat er geïnvesteerd moet worden in datacenters, hoe impopulair dat ook mag zijn. Hij stelt voor om te onderzoeken of publiek-private gereguleerde datacenters een oplossing kunnen zijn, eventueel in samenwerking met de landelijke en Europese overheden.
Tot slot wijst hij op Europese initiatieven zoals Gaia-X, een robuuste Europese cloud infrastructuur in publieke handen, gebouwd op open standaarden en Europese wetgeving. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt of lid Aslami extra datacenters bovenop de huidige capaciteit wil, of dat hij een mogelijkheid ziet om bestaande datacenters over te nemen of te vervangen? Lid ASLAMI (D66) benadrukt dat we allemaal veel data genereren en dat die data ergens opgeslagen moet worden. Hij erkent dat de locatie van datacenters een gevoelig onderwerp is, maar stelt dat het cruciaal is om bepaalde data binnen Nederland of Europa te houden in plaats van in de VS of China. Lid KROM (Partij voor de Dieren) erkent het belang van dataopslag binnen Europa, maar vraagt zich af hoe het voorstel van lid Aslami praktisch wordt uitgevoerd. Ze wijst erop dat de huidige datacenters in Amsterdam niet per se alleen voor Amsterdamse data worden gebruikt. Lid ASLAMI (D66) erkent dat niet alle datacenters in Amsterdam uitsluitend voor externe partijen zijn, er staat wel degelijk Amsterdamse data op. Hij is het eens met het idee dat beschikbare locaties primair voor eigen gebruik moeten worden ingezet en waarschuwt tegen het onbeperkt toelaten van datacenters van grote techbedrijven zoals Microsoft.
Lid BELKASMI (PvdA) vraagt aan D66 of zij pleit voor de bouw van extra datacenters of juist voor het inzetten van bestaande datacenters voor de opslag van data. Lid ASLAMI (D66) stelt dat het geen kwestie is van simpelweg meer datacenters willen, maar dat de groeiende hoeveelheid data opslagcapaciteit vereist. Naarmate er meer data worden gegenereerd, is er behoefte aan voldoende infrastructuur om die op te slaan, en dat is een feitelijke realiteit die niet genegeerd kan worden. Lid BELKASMI (PvdA) vraagt hoe concreet D66 de huidige plannen vindt, aangezien D66 zelf pleit voor meer concreetheid. Daarnaast wijst hij erop dat de digitale verkenning expliciet stelt dat er geen apart actieplan moet komen, maar dat digitale autonomie moet worden geïntegreerd in het bestaande beleid. Hij vraagt hoe D66 dit standpunt beoordeelt, gezien hun oproep voor een meerjarenplan. Lid ASLAMI (D66) benadrukt dat hij juist vragen heeft gesteld over de concreetheid van de plannen. Hij wijst erop dat hij heeft gevraagd om meetbare KPI’s en een meerjarenplan met technische, juridische en financiële scenario’s. Hoewel hij begrijpt dat digitale autonomie nu in het bestaande beleid wordt verwerkt, vindt hij het belangrijk dat er uiteindelijk ook concrete jaarplannen komen.
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
Lid GARMY (Volt) benadrukt het belang van digitale autonomie voor privacy, continuïteit van dienstverlening en democratische controle. Volt steunt het streven om de kwaliteit van gemeentelijke diensten te waarborgen, ook als dat betekent dat er slechts kleine stappen worden gezet. Tegelijkertijd vindt de partij dat er meer reflectie nodig is op de impact voor burgers, hoe beïnvloedt de overstap hun rechten in het digitale domein, de gebruiksvriendelijkheid van applicaties en hoe worden zij meegenomen in dit proces? Daarnaast mist Volt concrete KPI’s en meetmomenten, waardoor het moeilijk is om de voortgang te monitoren en bij te sturen. De partij vraagt zich af wat meer digitale autonomie in 2026 of 2030 concreet betekent en pleit voor een duidelijkere richting, zelfs als het om kleine stappen gaat. Verder mist Volt een verkenning van de rol van de gemeente als ontwikkelaar of medeeigenaar van open-source alternatieven en publieke digitale infrastructuur. Er wordt Europees samengewerkt, maar het rapport biedt weinig inzicht in welke lessen uit andere steden als München of Barcelona worden meegenomen. Tot slot vraagt Volt wanneer de raad keuzes krijgt voorgelegd over experimenten met digitale infrastructuur en applicaties en hoe dit er precies uit zal zien. Lid KROM (Partij voor de Dieren) erkent de noodzaak van digitale autonomie, gezien de wereldwijde ontwikkelingen.
Er is volgens haar geen discussie over de wens om digitaal onafhankelijk te worden, maar wel over de snelheid waarmee dit gebeurt. Het voorstel van lid IJmker stelt 2030 als doel voor volledige digitale onafhankelijkheid, maar lid Krom vindt dat dit onvoldoende is uitgewerkt in de verkenning. Opvallend vindt ze dat de wethouder in het rapport spreekt over onafhankelijker worden in plaats van volledige onafhankelijkheid, terwijl de raad vorig jaar instemde met het streven naar volledige digitale autonomie. Lid Krom sluit zich aan bij D66 in de oproep tot een duidelijke tijdlijn en een concreet plan van aanpak, inclusief meetbare doelen en acties. Ze vraagt wanneer dit stappenplan komt en of daarbij 2030 als harde doelstelling wordt gehanteerd? Lid HYLKEMA (VVD) is blij met de verkenning en erkent de gezamenlijke doelstelling om digitaal onafhankelijk te worden. Het roept wel de vraag op wat digitale autonomie precies betekent. Oorspronkelijk lag de focus vooral op het verminderen van vendor lock-in, maar recente geopolitieke ontwikkelingen hebben de discussie ingrijpend veranderd. Dat heeft gevolgen voor de lange termijnstrategie en de impact op de stad. Hij mist in de verkenning concrete maatregelen.
Hij stelt voor een objectieve methodiek te hanteren, bijvoorbeeld een stoplichtsysteem, om te bepalen waar Amsterdam nu staat op het gebied van digitale autonomie, welke stappen er als eerste kunnen worden gezet en waarop moet worden gefocust. Hij erkent dat Amsterdam dit niet alleen kan en afhankelijk is van nationale en Europese strategieën. Tegelijkertijd wil hij het thema behapbaar maken en concreet benoemen welke delen van het digitale landschap als eerste moeten worden aangepakt. Het aanpassen van aanbestedingen is een goede eerste stap, maar een volledige overgang kan niet in één keer. Daarom stelt hij voor gefaseerd te werk te gaan, mogelijk te beginnen aan de randen van het systeem, voordat grote leveranciers zoals Microsoft kunnen worden uitgefaseerd. Wethouder SCHOLTES prijst het lid IJmker voor haar inzet op het dossier digitale autonomie. Hij erkent dat er in het coalitieakkoord geen expliciet beleid of budget voor is opgenomen, maar benadrukt dat Amsterdam met de recente verkenning de eerste concrete stappen zet richting meer digitale onafhankelijkheid. De gemeente neemt dit mee in lopende en toekomstige aanbestedingen, waarin minder afhankelijkheid van grote techbedrijven als criterium wordt opgenomen. Dit moet de flexibiliteit vergroten en de mogelijkheid bieden om op termijn af te schalen van bijvoorbeeld Microsoft.
Daarnaast wordt in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken geëxperimenteerd met open-source software als alternatief voor e-mail, tekstverwerking en spreadsheets. Ook onderzoekt Amsterdam waar gemeentelijke data kan worden ondergebracht buiten commerciële platforms en worden migratiestrategieën ontwikkeld om overstappen naar
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 maart 2025
FKD
alternatieven beter mogelijk te maken. Binnen de VNG en het Common Ground-programma wordt gekeken naar gezamenlijke inkoopkracht, en samen met de burgemeester en Marleen Stikker wordt onderzocht hoe de gemeente minder afhankelijk kan worden van sociale mediaplatformen. De wethouder erkent dat volledige digitale onafhankelijkheid in 2030 een uitdaging is, mede door nationale en Europese ontwikkelingen. In plaats van een apart actieplan kiest hij ervoor om digitale autonomie structureel te verankeren in bestaand beleid, zoals de nieuwe cloudstrategie die nog dit jaar wordt uitgewerkt. Zo wordt digitale onafhankelijkheid niet alleen een ambitie, maar een geleidelijke realiteit. Lid IJMKER (GroenLinks) merkt een tegenstrijdigheid op in de aanbesteding voor cloud beheer. Er wordt gevraagd hoe de gemeente van Azure af kan komen, terwijl de huidige strategie volledig op Azure leunt. Dit lijkt haar niet te rijmen met het streven naar digitale autonomie. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de aanbesteding rekening houdt met minder afhankelijkheid van big tech en dat er ruimte is voor een multi-cloudstrategie. Hoewel de beheerpartij met Azure moet kunnen werken, blijft de mogelijkheid bestaan om naast Azure ook andere cloudproviders te gebruiken. Dit wordt actief meegenomen in de gesprekken met marktpartijen.
Daarnaast benadrukt de wethouder dat de private cloud-aanbesteding nog moet starten en dat hierbij extra kritisch wordt gekeken naar de voorwaarden om digitale autonomie te waarborgen. Over de haalbaarheid van de termijn 2035 geeft de wethouder aan dat dit moeilijk te voorspellen is. Digitale onafhankelijkheid betekent niet per se volledig loskomen van Amerikaanse leveranciers, maar draait vooral om wendbaarheid en keuzevrijheid. Een sterke Europese techsector zou hierin een belangrijke rol kunnen spelen. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt de wethouder of er al inzicht is in de kosten van de overgang naar digitale autonomie. Ze merkt op dat de wethouder aangeeft dat er middelen nodig zijn, maar dat er nog geen concrete bedragen worden genoemd. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat er op dit moment nog geen inzicht is in de kosten van de overgang naar digitale autonomie. Wat betreft de term European Tech erkent hij dat het wellicht een aansprekendere term is dan de huidige, en neemt hij dit mee als suggestie. Ook geeft hij aan dat er een bredere beweging is van Europese technologiebedrijven die werken aan een Europees alternatief, wat past bij de ideeën die eerder genoemd zijn. Wat betreft datacenters, geeft de wethouder aan dat bij digitale soevereiniteit ook de harde infrastructuur in Europa belangrijk is, hoewel de details daarover nog niet bekend zijn.