CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20250227 FKD conceptagenda (gewijzigd)

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 27 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 27 februari 202527.640 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het doel van het nieuwe betaalsysteem, AFIS, was om facturen sneller en betrouwbaarder te verwerken. Ze erkent echter dat de invoering juist

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

het tegenovergestelde effect heeft gehad en dat ondernemers te lang op hun geld moeten wachten. Ze biedt hiervoor haar excuses aan. Om de achterstanden in te lopen, heeft de gemeente extra inspanningen geleverd, waaronder de inzet van een spoeddesk waar ondernemers binnen 24 uur een antwoord krijgen. Dagelijks worden ongeveer 100 verzoeken om spoedbetalingen behandeld. De wethouder geeft aan dat de gemeente actief communiceert met ondernemers die in problemen dreigen te komen en schakelt met MKB en de Kamer van Koophandel om signalen op te vangen. Tot nu toe heeft MKB geen meldingen ontvangen, maar de wethouder blijft alert op eventuele problematiek. Ze prijst de inzet van ambtenaren die hard werken om de achterstanden weg te werken. Tijdens het reces en in avonden en weekenden is extra doorgewerkt om de problemen te verhelpen. Ze gaat vervolgens in op hoe dit kon gebeuren. Ze erkent dat het financiële systeem, hoewel gebaseerd op standaardsoftware, bij de livegang onverwachte problemen heeft opgeleverd. Ze wijst erop dat er bij belangrijke momenten in het implementatieproces aandacht was voor risicomanagement en dat het project een gefaseerde aanpak kende. Ondanks deze voorzorgsmaatregelen zijn de problemen niet tijdens de testfase naar boven gekomen. De evaluatie zal moeten uitwijzen waar het misging.

Ze benadrukt dat de gemeente bewust heeft gekozen voor een jaar uitstel van de implementatie om de risico’s te beperken, maar dat dit niet voldoende bleek. Ze zal de raad blijven informeren over verdere ontwikkelingen en de maatregelen die worden genomen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Verder licht Wethouder Van Buren toe dat ze de raad steeds heeft geïnformeerd over de voortgang en de go/no-go momenten in de implementatie van het nieuwe betaalsysteem. Ze heeft ook gesproken met de externe voorzitter van de stuurgroep om te toetsen of er problemen waren en of de organisatie goed was ingericht. Ze geeft aan dat een evaluatie van het proces zal plaatsvinden zodra de betalingsachterstand is ingelopen. In de tussentijd heeft de gemeente Deloitte opdracht gegeven om een health check uit te voeren op de factureringsmodule. Dit onderzoek moet vaststellen of deze module voldoet aan de geldende standaarden en hoe het verwerkingsproces kan worden verbeterd. Daarnaast heeft de stedelijk directeur bedrijfsvoering de opdracht gekregen om na te gaan of andere modules ook een doorlichting nodig hebben. Wat betreft de vraag waarom pas begin februari werd onderkend dat er sprake was van een ernstig betalingsprobleem, legt de wethouder uit dat de problemen zich geleidelijk opstapelden.

De verwachting was dat deze aanloopproblemen snel opgelost zouden worden en dat de achterstanden binnen zes weken ingelopen konden worden. Dit optimisme zorgde ervoor dat de ambtelijke top, het GMT en de wethouder niet direct werden geïnformeerd. Pas op 30 januari concludeerde het GMT dat de problemen ernstiger waren dan eerder gedacht en dat er sprake was van een structureel probleem met de betaling van facturen. Op dat moment werd ook de wethouder op de hoogte gesteld van de ernst van de situatie. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt hoe het mogelijk is dat de grote problemen pas op 30 januari werden erkend, terwijl de spoeddesk al op 27 januari was gestart. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de stukken die in het MT zijn besproken en de stukken die zij heeft ontvangen, gedeeld kunnen worden met de raad. Op een vraag van lid Burgers zegt ze toe deze stukken uiterlijk maandag 10 uur aan de raad te leveren. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt wanneer het college is geïnformeerd over de problemen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit dinsdag na de Rekeningencommissie is geweest. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt of de wethouder inderdaad eerst zelf op de hoogte werd gesteld van de ernstige problemen in het weekend, maar vervolgens haar collega’s in het college niet direct heeft geïnformeerd.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Wethouder VAN BUREN erkent dat zij in het weekend op de hoogte werd gesteld van de problemen en deze maandagochtend in de stafbespreking verder zijn besproken. Gedurende die dag werd de ernst van de situatie steeds duidelijker. Diezelfde avond informeerde ze de commissie en een dag later, op dinsdag, werd ook het college officieel geïnformeerd via een brief die op dat moment al in de maak was. Ze geeft toe dat de ernst van de problemen eerder gesignaleerd en geëscaleerd had moeten worden. Ze heeft hierover gesproken met de gemeentesecretaris en het GMT, dat heeft geconcludeerd dat er ander management nodig is om het vertrouwen in de implementatie van AFIS te herstellen. Daarom is besloten dat de huidige verantwoordelijke directeur terugtreedt en de stedelijk directeur bedrijfsvoering het project overneemt. De wethouder heeft vertrouwen in deze oplossing, maar wil geen publiek debat voeren over het functioneren van ambtenaren. Tot slot erkent ze dat ze eerder kritischer had moeten doorvragen en dat dit een leerpunt voor haar is Lid HAVELAAR (CDA) stelt dat de wethouder haar rol tot nu toe vooral als passief omschrijft, waarbij ze aangeeft dat de organisatie eerder had moeten escaleren. Hij vraagt of de wethouder niet zelf eerder actief had moeten nagaan hoe de implementatie verliep, in plaats van pas door te vragen nadat zij werd geïnformeerd over de problemen.

Wethouder VAN BUREN benadrukt dat AFIS regelmatig besproken werd en dat zij zelf actief vragen stelde over de voortgang. Zij geeft aan dat zij meerdere malen de raad heeft geïnformeerd over de status en de go/no-go-besluiten. Hoewel zij toegeeft dat ze achteraf gezien wellicht nog meer had moeten doorvragen, wijst ze erop dat zij niet passief was in dit traject. Ze erkent dat het eerder signaleren en escaleren van de problemen de technische complicaties niet had kunnen voorkomen, maar dat het haar en de raad wel eerder op de hoogte had kunnen stellen. Ze heeft hiervan geleerd en geeft toe dat ze in de toekomst nog scherper op doorvragen zal letten. Lid BURGERS (VVD) vraagt of de ambtenaren wisten dat ze tijdig naar de wethouder moesten escaleren, maar dit niet hebben gedaan. Wethouder VAN BUREN erkent dat er binnen de ambtelijke cultuur een neiging is om problemen zelf op te lossen zonder tijdig te escaleren. Ze benadrukt dat ze herhaaldelijk heeft aangegeven dat zaken eerder bestuurlijk gemaakt moeten worden en vraagt of ze iets kan doen. Tegelijkertijd schuift ze de schuld niet af op ambtenaren en stelt ze dat ze zelf beter had moeten doorvragen.

Lid KROM (Partij voor de Dieren) uit haar zorgen over het feit dat de wethouder wekelijks overleg had over AFIS en herhaaldelijk vroeg hoe het ervoor stond, maar desondanks niet tijdig of volledig werd geïnformeerd door de ambtenaren. Ze vindt dit zorgelijk, omdat het betekent dat de wethouder mogelijk niet over de juiste informatie beschikte om haar werk goed te doen en de raad correct te informeren. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat zij gedurende het hele proces goed en duidelijk geïnformeerd is over de voortgang, de go/no-go-besluiten en het risicomanagement. Ze erkent echter dat er in de laatste dagen, met name rond 30 januari, een opeenstapeling van technische problemen was en dat ze liever eerder over de ernst daarvan was geïnformeerd. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt of de implementatie van AFIS aangemerkt stond als risicovol project en zo niet, wie dit besloten heeft. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit niet het geval was. Bepaalde risicovolle projecten vallen onder een speciale regeling, maar dit project viel daar niet onder. Achteraf gezien erkent ze dat dit wellicht niet verstandig was en wil ze dit meenemen in de evaluatie. Lid HAVELAAR (CDA) stelt dat de crisis onnodig lang heeft geduurd omdat de wethouder pas laat op de hoogte werd gebracht. Hij vraagt of de wethouder het daarmee eens is.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze niet direct kan beoordelen of de crisis onnodig lang heeft geduurd. Ze wil dit meenemen in de evaluatie. Wel benadrukt ze dat de organisatie al maatregelen had getroffen, zoals het opschalen naar een spoeddesk en het instellen van een crisisteam op 3 februari, nadat de volledige omvang van het probleem duidelijk werd op 30 januari. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt of het aangekondigde vertrek van de gemeentesecretaris verband houdt met het AFIS-project en of dit onderdeel is van de eerder genoemde personele wisselingen. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat het vertrek van de gemeentesecretaris geen verband houdt met het AFIS-project. Lid PERDOK (De Vonk) vraagt de wethouder of zij zich bewust is van een cultuur waarin ambtenaren terughoudend zijn met het delen van problemen, uit angst voor negatieve gevolgen. Ze wijst erop dat een gebrek aan openheid in de informatie-uitwisseling steeds leidt tot grote problemen. Ze benadrukt dat vertrouwen belangrijk is, maar vraagt hoe dit mogelijk is in een werkomgeving waar medewerkers liever zwijgen om zichzelf te beschermen. Wethouder VAN BUREN erkent dat er een cultuurprobleem speelt en wil daar actief iets aan doen. Ze is van plan een plan van aanpak op te stellen om dit aan te pakken en ervoor te zorgen dat signalen vanaf de werkvloer beter doorkomen.

Ze benadrukt dat ze niet alleen vertrouwt op interne rapportages, maar ook zelf actief de organisatie ingaat om met ambtenaren te spreken. Daarnaast wijst ze op de rol van opleidingen in de implementatie van het nieuwe systeem en vindt ze het zorgelijk dat niet alle trainingen waren afgerond voordat de implementatie werd uitgevoerd. Ze ziet dit als een bredere uitdaging rondom vrijblijvendheid binnen de organisatie en heeft de stedelijk directeur gevraagd om met een aanpak hiervoor te komen. Lid GARMY (Volt) benadrukt dat de periode van gebrekkige informatievoorziening niet alleen eind januari betrof, maar de hele maand januari. Hij stelt dat de discussie nu vooral gaat over wie wat had moeten vragen of melden, terwijl het probleem mogelijk bij de structuur van het traject ligt. Hij vraagt de wethouder of het proces anders had moeten worden ingericht, bijvoorbeeld met dagelijkse updates, en hoe zij hiernaar kijkt. Wethouder VAN BUREN erkent dat ze achteraf gezien vaker en eerder had moeten doorvragen. Ze kreeg de indruk dat de implementatie grotendeels voorspoedig verliep, met slechts enige vertraging. Daar heeft ze van geleerd en beseft dat ze er scherper op had moeten toezien. Lid GARMY (Volt) vraagt zich af hoe het kan dat, ondanks dat AFIS een jaar lang is uitgesteld, veel medewerkers geen ervaring of opleiding hebben gehad met het systeem voor de livegang.

Hij benadrukt dat er voldoende tijd was voor training. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er meerdere keren is gecontroleerd hoeveel medewerkers de opleiding voor AFIS hadden afgerond. Omdat de implementatie pas in januari plaatsvond en de opleiding eerder was gegeven, waren de kennis en vaardigheden bij sommige medewerkers alweer vervaagd. Daarom werd ervoor gekozen om de laatste maanden voor de livegang e-learning aan te bieden. Directies werden aangespoord om medewerkers te trainen, en aan het eind werden er groepsopleidingen gegeven. Desondanks erkent de wethouder dat het wennen is als het systeem daadwerkelijk live gaat, en dat er extra maatregelen zijn genomen om medewerkers beter te ondersteunen. Lid KHAN (DENK) verwijst naar het eerdere debat over de informatievoorziening tussen de wethouder en de ambtenaren. Hij benadrukt dat het niet informeren van de wethouder geen

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

fout is, maar een keuze die gemaakt werd door de ambtenaren, wat ernstige gevolgen had voor de samenleving. Hij vraagt de wethouder of ze kan toezeggen dat dit niet nog een keer zal gebeuren, aangezien het onacceptabel is dat de wethouder niet op de juiste manier wordt geïnformeerd. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze niet spreekt van obstructie door de ambtenaren, maar dat de problemen lange tijd intern werden gehouden met de gedachte, we lossen het op. Hoewel ze niet kan garanderen dat het nooit meer zal gebeuren, vertrouwt ze erop dat binnen de organisatie lessen zijn geleerd en verbeteringen zullen volgen. Lid BURGERS (VVD) vraagt de wethouder of ze nog vertrouwen heeft in haar ambtenaren, gezien de problemen die zich hebben voorgedaan, ondanks dat de wethouder aangeeft dat het geen obstructie was en dat het niet de schuld van de ambtenaren is. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze wel vertrouwen heeft in haar ambtenaren, vooral gezien de manier waarop het crisisteam, onder leiding van de stedelijk directeur bedrijfsvoering, de situatie aanpakt. Ze heeft volledig vertrouwen in de aanpak van het crisisteam. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt de wethouder om haar analyse van de situatie. Als het geen obstructie was, maar wel een keuze, wil hij weten wat het dan wel was.

Ook vraagt hij de wethouder om uit te leggen waarom het niet de schuld van de ambtenaren was en wat de oorzaak dan wel was. Wethouder VAN BUREN legt uit dat het geen bewuste obstructie of keuze was, maar dat het waarschijnlijk het gevolg was van het niet eerder inzien van de ernst van de problemen. Ze erkent dat dit moment de bestuurlijke escalatie vereiste. Ze geeft aan de stukken van 30 januari te delen met de raad, zodat die inzicht krijgen in de situatie en de documenten die zijn aangeleverd voor het GMT en voor haarzelf. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt de wethouder of de ambtenaren een inschattingsfout of beoordelingsfout hebben gemaakt door niet te informeren en niet te escaleren. Wethouder Van Buren geeft aan dat het moeilijk is om een antwoord te geven op de vraag of er sprake was van een inschattingsfout of beoordelingsfout, omdat zij hierover nog geen oordeel heeft kunnen vormen. Op de vraag van lid Havelaar hoe ze dan tot de conclusie komt dat het geen bewuste of onbewuste obstructie is geeft ze aan dat ze uit de stukken kan zien dat uit dat het geen bewuste keus is geweest om haar niet te informeren. Ze gaat ervan uit dat het geen opzettelijke obstructie was, maar kan nog niet zeggen of het een beoordelingsfout of inschattingsfout was. Dit wil ze verder onderzoeken voordat ze tot een definitieve conclusie komt.

Lid KROM (Partij voor de Dieren) vindt het te gemakkelijk dat de wethouder zegt dat ze niet weet hoe het komt. Ze verwijst naar eerdere gesprekken over de cultuur en het gedrag binnen de organisatie, waar de wethouder al had moeten onderzoeken wat er precies aan de hand was. Ze geeft aan dat de wethouder na eerdere incidenten meer actief had moeten ingrijpen en onderzoeken waarom dit weer gebeurde. Wethouder VAN BUREN erkent dat er veel gesprekken zijn geweest over de cultuur, maar benadrukt dat cultuurverandering niet snel te realiseren is. Ze zegt dat ze niet meteen een conclusie kan trekken over waarom er in dit specifieke geval niet geëscaleerd werd, maar dat ze zich meer bewust had moeten zijn van de situatie. Ze geeft aan dat ze extra alert had moeten zijn in die laatste maand. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt naar de effectiviteit van de mitigerende maatregelen die zijn genomen voor de risico's, zoals draagvlak onder personeel, die als hoog risico zijn aangemerkt. Ze wil weten of deze maatregelen daadwerkelijk in werking zijn gesteld en

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

wat hun effect was, vooral met betrekking tot het risicomanagement. Ze benadrukt dat veel van de besproken problemen hiermee samenhangen en hoopt hier in de evaluatie meer over te horen. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze dezelfde vragen heeft. Ze was de afgelopen weken vooral bezig met crisismanagement, zoals het zorgen voor betaling van facturen, maar ze zal dit onderwerp meenemen in de evaluatie en de bevindingen met de raad delen. Lid BILGIN (Forum voor Democratie) geeft aan dat hij vrijblijvendheid proeft over de opleidingen. Hij vraagt zich af of deze nog steeds op een vrijblijvende manier worde aangeboden of dat het inmiddels strakker wordt georganiseerd met verplichte targets die behaald moeten worden. Wethouder VAN BUREN verduidelijkt dat de e-learning module niet op een vrijblijvende manier wordt aangeboden. Er wordt actief gestuurd op het volgen van de opleiding door directies, en er zijn aanvullende maatregelen zoals groepsopleidingen en learning on the job waarbij medewerkers van het AFIS-team op afdelingen aanwezig zijn om te helpen. Ze benadrukt dat de vrijblijvendheid nu is verdwenen en dat er strikter op wordt toegezien. De wethouder benadrukt het belang van het blootleggen van problemen en het informeren van de raad om verandering in de organisatiecultuur te bewerkstelligen.

Ze erkent de cultuurproblemen die er zijn, zoals de neiging binnen de organisatie om eerst problemen op te lossen en pas later te communiceren, en zegt dat er lessen te trekken zijn uit de evaluatie. Ze benadrukt ook dat ze zich ervan bewust is dat haar informatiepositie niet altijd voldoende was en dat ze meer had moeten doorvragen. Wat betreft de kosten voor spoedbetalingen, stelt ze dat extra capaciteit wordt ingezet, wat extra kosten met zich meebrengt, maar noodzakelijk is om leveranciers snel uit te betalen. Ook geeft ze aan dat de verwachte efficiëntie van het nieuwe systeem pas later gerealiseerd zal worden en dat eventuele extra kosten moeten worden opgevangen binnen de begroting van de bedrijfsvoering en dat er gekeken wordt of een deel van de kosten op externe partijen te verhalen is. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt of de externe partijen al pro forma aansprakelijk zijn gesteld, aangezien dit vaak nodig is om de aansprakelijkheid niet te laten vervallen, zodat de kosten mogelijk verhaald kunnen worden. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de externe partijen, zoals de implementatiepartner en softwareleverancier, momenteel vooral bezig zijn met het oplossen van de crisis. Er wordt wel over de verantwoordelijkheid gesproken, en de wethouder zal de suggestie van lid Van Pijpen meenemen en onderzoeken.

De wethouder legt uit dat de meldingen voor spoedbetalingen via verschillende kanalen binnenkomen, zoals via het klantcontactcentrum en de mail. Er is een speciaal nummer voor ondernemers die sneller willen betalen, en getrainde medewerkers behandelen deze verzoeken zorgvuldig. De spoeddesk fungeert als backoffice voor de afhandeling van aanvragen, terwijl het klantcontactcentrum de frontoffice is. Hoewel er nog geen directe signalen zijn dat dit systeem niet goed werkt, heeft de wethouder gehoord van raadsleden dat sommige ondernemers liever directe contacten zouden hebben. De wethouder staat open voor suggesties en wil de werking van de spoeddesk verbeteren, ook door contact op te nemen met ondernemers om te vragen naar verbetermogelijkheden. Lid KABAMBA (Lijst Kabamba) vraagt of bij de evaluatie van de spoeddesk ook rekening wordt gehouden met signalen dat mensen mogelijk andere vormen van hulp nodig hebben, zoals ondersteuning van het buurtteam. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat ze het graag verneemt als deze signalen binnen komen. Ze legt uit dat er alles aan gedaan wordt om de betalingsachterstanden zo snel mogelijk in te lopen en te voorkomen dat ondernemers, ZZP’ers of andere betrokkenen in de problemen komen. De gemeente heeft proactieve communicatiekanalen opgezet, waaronder wekelijkse e-

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

mails en brieven naar leveranciers wiens betaaltermijn is verstreken, met daarbij contactinformatie voor vragen en de mogelijkheid om gebruik te maken van de spoeddesk. Ondanks deze inspanningen kan de wethouder niet garanderen dat niemand tussen wal en schip valt, maar benadrukt dat de gemeente voortdurend monitort en zoekt naar manieren om het proces te verbeteren. Er worden scenario’s opgesteld om de voortgang te evalueren, het beste, het slechtste en het gemiddelde scenario. De wethouder wil geen beloften doen die niet waar gemaakt kunnen worden, maar blijft toezeggen dat de gemeente alles doet om de problemen zo snel mogelijk op te lossen. De voortgang wordt nauwkeurig gevolgd en updates worden wekelijks gedeeld, met de verwachting dat de situatie op zijn vroegst 19 mei opgelost zal zijn in het slechtste scenario. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat de wethouder als bestuurder hier toch een oordeel over zou moeten hebben en niet alleen passief moet observeren. Wethouder VAN BUREN reageert op de opmerking van lid Havelaar door te benadrukken dat ze wel degelijk actie onderneemt. Ze geeft aan dat ze regelmatig contact heeft met het bestuur en dat ze werkt aan het versnellen van het proces met behulp van verschillende maatregelen.

De wethouder legt uit dat ze scenario's onderzoekt en overweegt om meer medewerkers in te huren, maar voorzichtig is vanwege de bijkomende complicaties, zoals het inwerken van nieuw personeel. Ze benadrukt dat ze realistisch blijft en niet onhaalbare beloften doet, maar actief streeft naar verbetering. Lid BOBELDIJK (SP) stelt voor om bij het opstellen van scenario’s niet alleen naar mogelijke uitkomsten te kijken, maar juist te werken met een harde einddatum als uitgangspunt. Hij suggereert dat de wethouder zou kunnen eisen dat er een oplossing wordt gevonden binnen een vastgestelde termijn, in plaats van het proces te laten bepalen hoelang het duurt. Zijn vraag aan de wethouder is of op deze manier ook is gestuurd, door een deadline te stellen en vervolgens te zoeken naar manieren om dat doel te halen. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat de scenario’s niet zijn opgesteld met een vaste einddatum als uitgangspunt, maar gebaseerd zijn op realistische parameters. Ze zijn bedoeld om de voortgang te volgen en te sturen op basis van haalbare maatregelen. De wethouder heeft gevraagd om extra onorthodoxe maatregelen om het proces te versnellen en houdt de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. Ze erkent dat de vertraging onacceptabel is en verzekert dat ze zich maximaal inzet om het probleem zo snel mogelijk op te lossen, maar blijft daarbij realistisch in haar verwachtingen.

Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) stelt dat de focus niet alleen op een einddatum moet liggen, maar vooral op de maximale wachttijd voor ondernemers voordat hun betalingen worden verwerkt. Ze pleit voor een harde grens op die termijn en vraagt of de wethouder bereid is daarop te sturen. Hiermee wil ze ervoor zorgen dat ondernemers niet onnodig lang op hun geld hoeven te wachten. Wethouder VAN BUREN vindt het een goede suggestie om een maximale wachttijd voor betalingen als uitgangspunt te nemen. Ze geeft aan dat er al wordt gekeken naar mogelijkheden om bepaalde ondernemers, in samenwerking met de Kamer van Koophandel, met voorrang te betalen. Daarnaast worden verschillende maatregelen onderzocht om de betalingstermijnen richting ondernemers zo goed mogelijk te bewaken. Ze neemt deze suggestie mee in de verdere aanpak. Lid BURGERS (VVD) vraagt of de wethouder nu afstapt van de eerder opgestelde scenario’s en stelt dat 19 mei daarmee als meest realistische datum wordt gezien. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat zij niet afstapt van de scenario’s, maar deze blijft volgen. Ze zal de raad op de hoogte houden van de voortgang en de uiteindelijke einddatum. Het streven is uiteraard om het beste scenario te realiseren in plaats van het slechtste.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Lid BURGERS (VVD) vraagt of de wethouder de scenario’s, inclusief de uitleg en de route ernaartoe, kan toelichten in een brief die uiterlijk maandag om 10 uur beschikbaar is. Wethouder VAN BUREN zegt toe dat zij een toelichting zal geven op de parameters die onder de scenario’s liggen. Ze bevestigt dat dit haalbaar is en dat de brief uiterlijk maandag om tien uur wordt verstuurd. Op een vraag van lid Burgers legt de wethouder uit dat de go/no-go momenten altijd in haar staf zijn besproken. Ze geeft aan dat deze momenten eerst in een ambtelijke stuurgroep worden behandeld, waarna de uitkomsten en adviezen aan haar worden voorgelegd. Beslissingen over de livegang, zoals de keuze voor 1 januari 2025, zijn meerdere keren geëvalueerd op basis van de gereedheid van de organisatie. Lid BURGERS (VVD) vraagt of de wethouder afwezig was bij de go/no-go momenten en verzoekt om de notulen van deze momenten. Daarnaast wil hij schriftelijk inzicht krijgen in de manier waarop de wethouder hierover is geïnformeerd, dit alles voor maandag om 10 uur. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat zij altijd aanwezig is bij haar stafoverleggen en dat zij betrokken is bij de besluitvorming rond de go/no-go-momenten. Ze zal kijken welke stafstukken zij kan delen, maar kan niet garanderen dat dit allemaal voor maandag 10 uur lukt.

Ze wijst erop dat zij heeft geleerd van eerdere projecten, zoals de Noord-Zuidlijn, en dat zij haar rol als wethouder ziet als het bewaken van een goed ingerichte organisatie. Daarom heeft zij gezorgd voor risicomanagement, een aparte stuurgroep en externe controle, zodat de processen zorgvuldig worden begeleid. Daarnaast benadrukt zij dat ze actief contact onderhoudt met ondernemers en betrokken partijen, zoals de MKB-voorzitter, ORAM en haar collega-wethouder Mbarki. Ze roept de raad op om haar op de hoogte te stellen als zij gevallen kennen van ondernemers die in de problemen zitten. Ook heeft ze persoonlijk contact gehad met ondernemers die zich bij haar hebben gemeld. Wat betreft nieuwe opdrachten en betalingen, bevestigt zij dat er nog steeds opdrachten worden uitgezet en dat er een spoeddesk is ingericht voor ondernemers wier facturen zijn afgewezen. In die gevallen wordt contact opgenomen om ontbrekende documenten aan te vullen. Tegelijkertijd waarschuwt ze dat financiële zorgvuldigheid essentieel blijft. Ze wil paniekreacties voorkomen en benadrukt dat alle betalingen goed onderbouwd en correct uitgevoerd moeten worden. Tot slot gaat ze in op de keuze om de livegang op 1 januari te laten plaatsvinden in plaats van op 1 oktober. Dit besluit was mede ingegeven door het nieuwe boekjaar, waardoor de overgang administratief beter beheersbaar is.

Hoewel het oude systeem nog operationeel is voor andere programma’s, is ervoor gekozen om facturen niet via dat systeem af te handelen, omdat dit inefficiënt en lastig controleerbaar zou zijn. Lid BOBELDIJK (SP) vraagt of de keuze voor 1 januari als livegang datum gebaseerd was op wensdenken of dat er vooraf signalen waren dat dit mogelijk te vroeg zou zijn. Hij wil weten of er bewust risico’s zijn genomen door voor 1 januari te kiezen in plaats van een latere datum zoals 1 februari of 1 maart. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er geen signalen bij haar bekend waren dat 1 januari een te vroeg gekozen datum was. Hoewel de risico’s besproken zijn, was uitstel niet wenselijk, aangezien het oude systeem na 1 juli geen ondersteuning meer heeft. Bovendien was de livegang al een jaar uitgesteld. Ze benadrukt dat alle acceptatietesten zijn behaald, wat een belangrijke indicatie was dat het systeem klaar was. Op de vraag van lid Van Pijpen geeft de wethouder aan dat het volledige risicoprofiel niet met haar is gedeeld. Ze legt uit dat het risicoprofiel uitgebreid wordt behandeld binnen de ambtelijke stuurgroep. In haar staf ontvangt zij de uitkomsten en de relevante sturingsinformatie, aangezien er zo’n 200 risico’s worden benoemd. Tweede termijn

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Lid BURGERS (VVD) uit zijn zorgen over de situatie en vraagt zich af of de wethouder nog vertrouwen heeft in de ambtenaren, gezien haar opmerkingen over escalatie en communicatie. Hij wil weten of de wethouder duidelijk genoeg is geweest in haar instructies. Daarnaast benadrukt hij dat ondernemers niet kunnen wachten tot het slechtste scenario van 19 mei en dat de focus moet liggen op de snelst mogelijke oplossing, bij voorkeur al op 24 maart. Hij geeft aan dat de gevraagde informatie, die maandag om 10 uur wordt verwacht, eerst wordt afgewacht voordat verdere stappen worden ondernomen. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat het indienen van een motie van wantrouwen een optie is. De wethouder heeft toegezegd dat er maandag veel informatie wordt verstrekt, zowel terugblikkend als met een update op dinsdag. Voor nu heeft hij geen verdere vragen. Hij zal het onderwerp als raadsactualiteit voor woensdag aanmelden en nodigt anderen uit om dit mee te ondertekenen. Hij wil de tijd nemen om de stukken van maandag en dinsdag te bestuderen en de antwoorden van de wethouder te overwegen voordat hij verdere stappen onderneemt. Lid GARMY (Volt) geeft aan dat zijn partij de actualiteitsaanvraag steunt. Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft namens haar partij aan dat de aanvraag ook gesteund wordt.

Lid ASRUF (PvdA) waardeert de openheid en transparantie van de wethouder en ziet dat zij voldoet aan de informatieverzoeken van de raad. Hij is tevreden met de toezegging over het plan van aanpak voor cultuurverandering en de wekelijkse updates. Daarnaast stelt het hem gerust dat de wethouder vertrouwen heeft in de crisisorganisatie en onderzoekt of onorthodoxe maatregelen mogelijk zijn. Hij ziet deze stappen als positieve ontwikkelingen om het probleem zo snel mogelijk op te lossen en kijkt uit naar de stukken die maandag worden aangeleverd. Lid SCHMIT (D66) reflecteert op hoe ondernemers dit debat zouden ervaren. Hij ziet een wethouder die haar excuses aanbiedt, aangeeft er meer bovenop te zitten en haar verantwoordelijkheid neemt, wat volgens hem belangrijk is voor ondernemers. Daarnaast waardeert hij de maatregelen zoals een beter ingerichte spoeddesk, extra ondersteuning en het overwegen van onorthodoxe maatregelen. Tegelijkertijd benadrukt hij dat ondernemers vooral willen zien dat hun facturen sneller worden betaald, dat de communicatie verbetert en dat opdrachten vlotter worden verstrekt. Hij stelt dat het nu aankomt op de uitvoering. Lid BURGERS (VVD) vraagt aan lid Schmit of hij, na de woorden van de wethouder, gerustgesteld is over de situatie, aangezien hij eerder aangaf dat 19 mei als uiterste datum onacceptabel is.

Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat hij pas gerustgesteld is als de update op dinsdag laat zien dat er vooruitgang wordt geboekt. Daarnaast wil hij zien dat ondernemers daadwerkelijk hun facturen betaald krijgen en nieuwe opdrachten ontvangen. Hij benadrukt dat hij verwacht dat iedereen zich maximaal inzet om de facturen zo snel mogelijk betaald te krijgen. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) is tevreden dat haar vragen zijn beantwoord en dat haar suggesties zijn overgenomen. Ze benadrukt het belang van structurele veranderingen in de organisatiecultuur en -structuur. Ook vindt ze het belangrijk dat de excuses aan ondernemers niet alleen in de raad worden gemaakt, maar ook op andere manieren worden geuit. Daarnaast vraagt ze aandacht voor de aansprakelijkheid van externe partijen, omdat de oorzaak van het probleem mede technisch van aard is. Ze wil dat hier serieus naar wordt gekeken. Verder vindt ze dat de discussie te veel draait om een einddatum, zoals 19 mei, terwijl het voor ondernemers belangrijker is hoe lang zij daadwerkelijk op hun betaling moeten wachten. Ze pleit voor een concrete doelstelling over de maximale overschrijding van de betalingstermijn, zodat hier beter op gestuurd kan worden.

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Lid BOBELDIJK (SP) waardeert de excuses van de wethouder en de toezegging dat er een evaluatie komt. Hij vindt echter dat een evaluatie het probleem niet direct oplost en wil dat er een uiterste inspanning wordt geleverd om de achterstanden zo snel mogelijk weg te werken. Hij blijft moeite hebben met de deadline van 19 mei en zou liever zien dat een eerdere datum wordt nagestreefd. Tot slot benadrukt hij het belang van de toegezegde rapportages, zodat de raad actief geïnformeerd blijft en verdere vertragingen niet meer worden geaccepteerd. Lid BILGIN (Forum voor Democratie) vindt het positief dat de wethouder haar eerste termijn begon met excuses, omdat dit aangeeft dat ze verantwoordelijkheid neemt. Hij kijkt uit naar de evaluatie en hoopt dat facturen snel worden betaald. Daarnaast stelt hij een laatste vraag over escalatie binnen de ambtelijke organisatie. Hij vraagt zich af of de wethouder zelf voldoende benaderbaar is. Hij benadrukt dat hij hiermee geen verdenkingen uitspreekt, maar puur zekerheid wil krijgen of ambtenaren zich vrij voelen om problemen bij haar aan te kaarten. Lid VAN BERKEL (JA21) reageert met verbijstering op het debat en vindt dat de wethouder totaal geen regie heeft genomen. Hij zet vraagtekens bij de vervanging van de projectdirecteur en benadrukt dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij de wethouder zelf ligt.

Volgens JA21 moet binnen 30 dagen elke ondernemer volledig zijn geld ontvangen, inclusief schadeloosstelling. Lukt dat niet, dan vindt JA21 dat de wethouder moet opstappen. Wethouder VAN BUREN reageert op vragen over het vertrouwen in ambtenaren en het escaleren van problemen. Ze erkent dat ambtenaren een verkeerde inschatting hebben gemaakt over het juiste moment om te escaleren en benadrukt dat hierover gesprekken gevoerd moeten worden. Op de vraag van lid Bilgin of ze benaderbaar is voor ambtenaren, geeft ze aan dat ze ervan uitgaat dat dit zo is, maar dat het uiteindelijk aan de ambtenaren zelf is om dat te beoordelen. Ze benadrukt dat fouten maken mag, zolang ze maar gedeeld worden. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt om verduidelijking van de woorden van de wethouder. Hij wijst erop dat er eerder in het debat discussie was over of het een inschattingsfout of een beoordelingsfout was. Hij merkt op dat de wethouder eerst aangaf daar niets over te kunnen zeggen, maar nu stelt dat het een verkeerde inschatting was. Hij wil daarom weten wat het nou precies was, een beoordelingsfout, wat zou duiden op een vergissing, of een inschattingsfout, wat meer over competenties zegt. Wethouder VAN BUREN verduidelijkt dat ze met haar eerdere uitspraken hetzelfde bedoelde, ongeacht of het een beoordelingsfout of een inschattingsfout wordt genoemd.

Ze benadrukt dat het in haar ogen in ieder geval geen bewuste obstructie was. Lid BURGERS (VVD) vraagt of de wethouder vooraf duidelijk heeft aangegeven wanneer ambtenaren moesten escaleren. Hij wijst erop dat als die instructies niet helder waren, het niet per se een inschattingsfout van de ambtenaren is geweest. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat zij in alle gesprekken continu vragen stelt over de stand van zaken en hoe het proces verloopt. Ze geeft toe dat ze mogelijk niet altijd genoeg heeft doorgevraagd, maar ze heeft wel duidelijk aangegeven dat ambtenaren haar moeten informeren als er problemen ontstaan. Lid BURGERS (VVD) uit zijn twijfel over hoe duidelijk de wethouder is geweest naar de ambtenaren. Hij vindt het opmerkelijk dat ambtenaren kennelijk niet begrepen dat ze moesten escaleren, terwijl ze eerder bij de kwestie rond onrechtmatigheid ook niet tijdig hebben geëscaleerd. Hij vraagt zich af of de wethouder wel voldoende helderheid heeft geboden over wanneer ambtenaren haar moeten informeren over problemen. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat zij duidelijk is geweest richting de ambtenaren.

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Lid BILGIN (Forum voor Democratie) wijst op het belang van het perspectief van de ambtenaren wat betreft de benaderbaarheid van de wethouder. Hij vraagt of dit aspect wordt meegenomen in de evaluatie of op een andere manier wordt onderzocht. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat dit aspect wordt meegenomen in de evaluatie. Ze erkent dat het makkelijk is om te zeggen dat haar deur openstaat en dat ze benaderbaar is, maar dat ze dat zelf niet volledig kan beoordelen. Daarom vindt ze het belangrijk om dit goed te onderzoeken, omdat het essentieel is voor haar werk dat ambtenaren haar durven te benaderen. Lid BURGERS (VVD) vraagt of de wethouder haar instructies aan ambtenaren schriftelijk heeft vastgelegd. Indien dat het geval is, wil hij graag die brief ontvangen en verneemt hij wanneer hij deze kan verwachten. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat zij voornamelijk via gesprekken in de staf zaken bespreekt en dat er geen uitgebreide notulen worden gemaakt, maar alleen besluitpunten. Ze bevestigt dat de gevraagde informatie maandagochtend om 10 uur beschikbaar zal zijn. Daarnaast benadrukt ze het belang van snelle betalingen aan ondernemers en legt ze uit dat er meerdere scenario’s zijn opgesteld, waarbij 24 maart het gewenste scenario is en 19 mei het uiterste scenario. Ze belooft wekelijks updates te geven over de voortgang en de effectiviteit van de genomen maatregelen.

De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER geeft aan dat dit punt wordt doorgeschoven naar de raadsvergadering. In die vergadering zal geen verdere inhoudelijke behandeling plaatsvinden, maar kunnen er nog wel moties worden ingediend over dit agendapunt. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) wil graag duidelijkheid over de behandeling. Omdat er zowel een raadsactualiteit is aangevraagd als dat het punt is doorgeschoven naar de raadsvergadering, wil zij weten of deze samen worden behandeld en niet op twee verschillende manieren worden besproken. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER geeft aan dat er een aanvraag voor een raadsactualiteit verwacht wordt, maar dat deze nog niet is ingediend of goedgekeurd. Daarom kan er op dit moment geen uitspraak over worden gedaan. Mocht de aanvraag doorgaan, dan vertrouwt de voorzitter erop dat de griffie en het presidium een passende oplossing vinden. Voor nu blijft in ieder geval de mogelijkheid bestaan om moties in te dienen, aangezien het agendapunt is doorgeschoven naar de raadsvergadering. Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat de raadsactualiteit al is ingediend. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER sluit het agendapunt. Lid ASRUF stelt voor om agendapunt 10 ook in de middag te behandelen. Dit verzoek wordt gehonoreerd. BESPREEKPUNTEN Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol) 3.

Vaststellen van de Strategische Bedrijfsvisie 2040 en het Strategisch Plan 20252028 van het Havenbedrijf (VN2025-001346) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER opent agendapunt 3 en geeft aan dat hierover gestemd zal worden in de raadsvergadering van 5 maart. Er heeft eerder, op 6 februari, al een technische sessie plaatsgevonden waarbij veel raadsleden aanwezig waren. Wethouder

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

Van Buren zal de beantwoording voor haar rekening nemen, aangezien wethouder Scholtes niet aanwezig is. Eerste termijn Lid ASRUF (PvdA) benadrukt dat de fractie blij is met de uitgebreide visie op de haven en de rol die deze kan spelen in transities op het gebied van energie, grondstoffen en voedsel. De verbinding van de haven met de rest van de wereld is sterk en de bedrijvigheid heeft invloed op mondiale schaal. Hij stelt een vraag over ketenverantwoordelijkheid, met name op het gebied van mensenrechten, en wil weten hoe de haven ervoor zorgt dat deze ketens op orde zijn. Daarnaast wijst hij op de verbinding met de stad, die verbeterd kan worden. De haven biedt tienduizenden banen, maar is slecht bereikbaar zonder auto en kampt met personeelstekorten. Hij vraagt aandacht voor de mogelijkheden om meer Amsterdammers aan werk te helpen in de haven. Verder wijst lid Asruf op de beperkte verbinding tussen de haven en de stad. Hoewel de haven tienduizenden banen biedt en een belangrijke economische rol speelt, is deze zonder auto moeilijk bereikbaar. Dit draagt bij aan de personeelstekorten, terwijl er ongetwijfeld Amsterdammers zijn die in de haven zouden willen en kunnen werken. Hij vraagt hoe de gemeente ervoor kan zorgen dat de verbinding tussen Amsterdammers en de haven wordt versterkt en of de wethouder mogelijkheden ziet om dit te verbeteren.

Lid SCHMIT (D66) benadrukt het belang van de haven voor de Amsterdamse economie, aangezien de haven 50 miljoen dividend aan de begroting toevoegt. Maar ook voor de energietransitie en de werkgelegenheid. Hij is positief over de strategie van de haven en de sessie met de Port of Amsterdam. Hij heeft een aantal aandachtspunten. Ten eerste pleit hij voor een innovatiehub in de haven, vergelijkbaar met die in Groningen en Rotterdam, waar WO-, HBO- en MBO-studenten samenwerken met bedrijven en de stad aan de energietransitie. Hij stelt voor om in de strategie een kwartiermaker namens de gemeente op te nemen om dit te realiseren. Daarnaast waardeert hij dat de CEO van de Port of Amsterdam brede welvaart als afwegingskader gebruikt bij investeringen. Hij moedigt de haven aan om dit nog meer te doen en pleit ervoor dat de haven extra instrumenten krijgt om brede welvaart te bevorderen. Hij ziet kansen voor samenwerking en kennisuitwisseling tussen de haven en de afdeling Economische Zaken van de gemeente. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) vraagt toelichting op de rol van de kwartiermaker en de innovatiehub. Lid SCHMIT (D66) herhaalt zijn pleidooi voor een innovatiehub in de haven rondom de energietransitie. Hij stelt voor dat MBO-, HBO- en WO-instellingen samenwerken met bedrijven en de gemeente.

Omdat de haven een cruciale rol speelt in de energietransitie, vindt hij het logisch om een kwartiermaker aan te stellen die deze partijen bij elkaar brengt, investeringsmogelijkheden verkent en helpt bij de verdere uitwerking van het plan. Lid BURGERS (VVD) wijst erop dat in 2021 voor het laatst 50 miljoen dividend is uitgekeerd, terwijl dit in het jaar daarna 25 miljoen was. In de gemeentebegroting staat dat het dividend van het havenbedrijf verder zal teruglopen. Hij vraagt hoe lid Schmit hiernaar kijkt. Lid SCHMIT (D66) benadrukt dat D66 niet alleen naar winst en dividend kijkt, maar naar een balans tussen economie, duurzaamheid en sociale impact. Hij pleit voor een stoomnetwerk in de haven, zodat bedrijven die stoom produceren deze kunnen leveren aan bedrijven die het nodig hebben. Daarnaast vraagt hij of de haven de best practice van de energiecoöperatie kan delen met de stad, zodat andere industrieterreinen hiervan kunnen leren. Verder stelt hij dat er een bedrijventerrein voor de energietransitie moet komen op de plek waar nu de stadsnomaden gevestigd zijn. Hij vraagt wanneer zij een andere locatie krijgen,

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

zodat de energietransitie daar kan starten. Tot slot informeert hij naar de voortgang van het hoogspanningsnet bij de A9 Zuid. Lid GARMY (Volt) spreekt zijn steun uit voor de strategie en ambities van de haven, maar mist een duidelijke uitwerking van de veiligheid en weerbaarheid. In een tijd van geopolitieke spanningen en toenemende cyberdreigingen is het volgens hem essentieel om de rol van de haven als vitale infrastructuur serieus te nemen. Hij vraagt hoe de haven kan blijven functioneren als een stabiele en betrouwbare aanvoerhaven voor strategische grondstoffen en energie. Daarnaast wijst hij op de risico’s van digitalisering en wil hij weten welke investeringen worden gedaan om de cyberveiligheid te waarborgen. Tot slot vraagt hij of er overleg is met Defensie en het Rijk over de strategische rol van de haven, bijvoorbeeld op het gebied van logistieke noodbevoorrading. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) is trots op het feit dat de Amsterdamse haven als een van de eerste ter wereld in 2030 geen kolenoverslag meer zal hebben en zich volledig richt op de energietransitie. Ze wijst echter ook op zorgen, zoals de toename van voedingsstoffenhandel, waaronder palmolie en soja door het bedrijf Bunge. Hoewel in de stukken staat dat deze gecertificeerd duurzaam zijn, wil ze extra zekerheid dat er geen ontbossing aan verbonden is.

Daarom vraagt ze de wethouder hoe de ketenverantwoordelijkheid wordt gewaarborgd. Daarnaast uit ze haar twijfels over de vermelding van de Zeecruise-terminal in de stukken, waarin staat dat deze naar de Coenhaven zou verhuizen. Aangezien de raad daar nog geen definitief besluit over heeft genomen en er nog onderzoek loopt, vraagt ze de wethouder om opheldering. Voor haar is het nog steeds een optie dat de terminal helemaal uit de stad verdwijnt. Ook spreekt ze over het probleem van varend ontgassen, waarbij gevaarlijke gassen door schepen worden geloosd tijdens de vaart, bijvoorbeeld op of nabij het IJ. Hoewel dit verboden is, schiet de handhaving volgens haar tekort en ontbreken er op veel plekken ontgassingsinstallaties. De haven geeft aan hier ruimte voor te bieden, maar lid Van Pijpen wil weten hoe bedrijven gestimuleerd worden om hiervan gebruik te maken en of er voldoende vraag naar is. Tot slot benoemt ze de uitstootproblematiek in de haven, zoals bij ICL en andere bedrijven. Ze vraagt hoe het havenbedrijf hier een rol in kan spelen en welke stappen er genomen worden om de uitstoot te verminderen. Lid HAVELAAR (CDA) stelt enkele vragen aan de wethouder over de toekomst en rol van de Amsterdamse haven.

Allereerst vraagt hij of het verlagen van de dividendwens van de gemeente Amsterdam zou kunnen bijdragen aan een versnelde duurzame transitie van de haven, zodat deze concurrerend blijft. Daarnaast wil hij duidelijkheid over de toekomst van Damen. De verplaatsing van het bedrijf brengt hoge kosten met zich mee en het is nog onzeker of dit haalbaar is. In dit kader vraagt hij ook naar de huidige status van het ADM-terrein. Tot slot vraagt hij of het college kan uitwerken op welke manier de Amsterdamse haven een rol zou kunnen spelen als Nederland vanwege internationale dreigingen zou moeten overschakelen naar een defensie-economie. Hij wil weten hoe eenvoudig de haven in dat geval zou kunnen bijdragen en of er mogelijkheden zijn om de haven om te vormen tot een defensiehaven. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) begint met de stappen die zijn gezet rondom aardolie en complimenteert het college met de vooruitgang. Hij vraagt of het mutatiebeleid explicieter kan worden vastgelegd in de visie, zodat het duidelijk is dat bij elke nieuwe uitgifte van grond aardolie niet langer een optie is. Dit zou een actief uitsterfbeleid bevestigen. Vervolgens stelt hij kritische vragen over biobrandstoffen. Hij wijst erop dat biobrandstoffen voor de luchtvaart onrealistisch zijn vanwege de enorme hoeveelheid landbouwgrond die nodig zou zijn.

Omdat Amsterdam 50 procent van de kerosine voor Schiphol

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

levert, vraagt hij zich af of de haven niet direct zou moeten inzetten op e-fuels en krimp, in plaats van biobrandstoffen als tussenoplossing te accepteren. Een ander punt dat hij aansnijdt, zijn de zogenoemde bloedkolen uit Colombia. Hij benadrukt de ernstige mensenrechtenschendingen, zoals gedwongen verdrijvingen en executies, die gepaard gaan met de winning van deze kolen. Hoewel kolen in 2030 verdwijnen uit de haven, vindt hij dat Amsterdam een duidelijker standpunt moet innemen en niet moet wachten op een formele klacht bij de OESO. Hij pleit ervoor dat de haven expliciet afstand neemt van deze import. Lid BURGERS (VVD) benadrukt het belang van samenwerking in de Havenvisie 2040 en vraagt hoe de wethouder de samenwerking met het Rijk, de provincie en andere Nederlandse havens ziet. Ook vraagt hij of de wethouder bereid is hierover in gesprek te gaan. Daarnaast wijst hij op de zorgen van de industrie in het Noordzeekanaalgebied, waar investeringen vrijwel stilliggen, en vraagt of de wethouder mogelijkheden ziet om de industrie te ondersteunen. Ten slotte uit hij zorgen over de sterk dalende dividenduitkering van havenbedrijf Amsterdam en vraagt hoe de wethouder hiernaar kijkt. Wethouder VAN BUREN presenteert namens het college de nieuwe visie en strategie van het havenbedrijf en spreekt haar waardering uit voor het werk dat is verricht.

Ze benadrukt de goede samenwerking met belanghebbenden en de gemeente en onderstreept het belang van de haven als cruciale speler in de regio en op nationaal niveau. Hoewel de haven in Amsterdam ligt, is deze niet exclusief van de stad. Er wordt nauw samengewerkt met het Rijk, de provincie en andere havens, zoals in Den Helder en IJmuiden, om ruimtelijke en economische uitdagingen gezamenlijk aan te pakken. Een van de onderwerpen die veel aandacht krijgt, is de toekomst van de cruisehaven. In de havenvisie wordt de mogelijke verplaatsing van de cruisehaven benoemd, maar er is nog geen definitief besluit genomen. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de consequenties van een mogelijke verplaatsing, samen met alle betrokken partijen. De resultaten van dit onderzoek worden medio 2025 verwacht en zullen samenhangen met andere infrastructurele ontwikkelingen, zoals de eventuele realisatie van de Westbrug. De besluitvorming hierover loopt door tot 2035. Ook het vraagstuk rondom het varend ontgassen komt aan bod. De wethouder wijst op de rol die het havenbedrijf speelt bij het creëren van mogelijkheden voor ontgassingsinstallaties en de inspanningen om strengere regelgeving te bevorderen. Handhaving ligt echter bij de omgevingsdienst. Gelukkig neemt de behoefte aan ontgassen af doordat schippers minder vaak van lading wisselen, maar de situatie blijft onderwerp van gesprek.

Wat betreft uitstoot en verduurzaming speelt de haven een belangrijke rol als knooppunt voor de op- en overslag van energiedragers, grondstoffen en materialen voor de bouw en industrie. De strategie is gericht op het versterken en verduurzamen van deze functie, met oog voor heldere regelgeving en een stabiel vestigingsklimaat voor bedrijven en omwonenden. Er wordt geïnvesteerd in een toekomstbestendige, bereikbare en veilige haven en gekeken naar manieren om bestaande activiteiten te intensiveren of te transformeren. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan cyberveiligheid. Het havenbedrijf zet zich actief in voor de uitvoering van het Nationale Cybersecuritybeeld. Dit betekent onder meer dat er continu monitoring plaatsvindt om dreigingen vroegtijdig te signaleren, dat er binnen de sector wordt samengewerkt om de digitale weerbaarheid te vergroten en dat personeel wordt getraind om cyberaanvallen te voorkomen. Ook zijn er diverse programma’s en meldpunten om incidenten te detecteren en te delen binnen een breder netwerk. Op het gebied van nationale veiligheid onderhoudt de haven regelmatig contact met Defensie en het Rijk. Hoewel de haven geen strategische rol heeft bij de mobilisatie van militair materieel, speelt ze wel een rol bij de opslag van energievoorraden en het onderhoud van maritiem materieel.

Grote militaire transporten vinden vooral plaats via de havens van Vlissingen en Rotterdam. Tot slot komt het onderwerp bloedkolen aan bod. De wethouder benadrukt dat zij zich zorgen maakt over de herkomst van steenkool, met name uit de regio Cesar in Colombia, waar in het verleden ernstige misstanden hebben plaatsgevonden. Hoewel bedrijven aangeven dat de

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

omstandigheden inmiddels verbeterd zijn, kan zij dat niet verifiëren. Ze heeft hierover gesproken met bedrijven zoals HES Bulk Terminals en hen opgeroepen om de kwestie onder de aandacht te brengen bij hun afnemers. Ondanks inspanningen om het gebruik van bloedkolen terug te dringen, blijkt de aanvoer uit Colombia voorlopig nog noodzakelijk vanwege het wegvallen van Russische steenkool. Wel is de afname van kolen in de Amsterdamse haven duidelijk zichtbaar, één terminal is al gesloten, een andere is in transitie en bij de laatste lopen de onderhandelingen over een nieuwe invulling. De stad blijft zich inzetten om de kolensector definitief af te bouwen. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) geeft aan zich ongemakkelijk te voelen bij de onduidelijkheid over de herkomst van steenkool en de vermeende verbeteringen in de omstandigheden in de mijnen in Colombia. Hij vindt het vreemd dat bedrijven stellen dat de situatie verbeterd is, terwijl de gemeente dat niet met zekerheid kan bevestigen. Hij pleit ervoor dat alle betrokken partijen hier duidelijk naar kijken en tot een eenduidig standpunt komen. Indien die helderheid uitblijft, vindt hij dat de bedrijven steviger moeten worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat ze de situatie rondom de bloedkolen nauwlettend in de gaten houdt.

Ze erkent dat er in de jaren negentig grote misstanden waren in de mijnen in Cesar, Colombia, en dat er sindsdien verbeteringen zijn doorgevoerd. Echter, de mensen daar zijn nog steeds niet gecompenseerd voor het onrecht dat hun is aangedaan, en dat blijft een punt van zorg. Daarnaast gaat ze in op de vraag over ontbossingsvrije soja en de rol van Bunge. Ze verwijst naar een raadsinformatiebrief van 25 september, waarin eerder gestelde vragen over dit onderwerp zijn beantwoord. Bunge heeft bevestigd dat hun commitment om in 2025 volledig ontbossingsvrij te opereren al in 2015 is vastgelegd, ruim voordat de Europese regelgeving hierover werd aangescherpt. Ondanks mogelijke vertragingen in de implementatie van deze regelgeving, houdt Bunge vast aan hun wereldwijde toezegging en conformeert zich aan de richtlijnen die ze de afgelopen jaren openbaar hebben gemaakt. Wat betreft de certificering van de ontbossingsvrije soja, kan niet precies worden aangegeven welk deel via de RTRS wordt gecertificeerd en welk deel via Bunge’s eigen satellietsysteem wordt gecontroleerd. Bunge is echter een van de grootste leveranciers van RTRS-gecertificeerde soja in Europa en werkt daarnaast met andere certificeringssystemen. Bovendien kopen ze meer gecertificeerde soja in dan ze als zodanig verkopen, wat bijdraagt aan het stimuleren van certificering onder leveranciers en klanten.

Tot slot benadrukt de wethouder dat soja niet uitsluitend bestemd is voor de veeindustrie, maar ook een belangrijke rol speelt in de productie van kippenvoer, honden- en kattenvoer en zelfs vleesvervangers. Dit alles is verder toegelicht in de raadsinformatiebrief van 24 september. Lid MEERBURG (Partij van de Dieren) merkt op dat kippenvoer ook onderdeel is van de vee-industrie en daarmee van de vleesproductie. Hij benadrukt dat het belangrijk is om een scherper standpunt in te nemen en daagt daarbij ook de coalitiepartijen uit. Volgens hem kunnen we in Europa zelf soja produceren en zou een verminderde vleesconsumptie ervoor zorgen dat er minder soja van over de hele wereld geïmporteerd hoeft te worden. Aangezien de raad zich heeft uitgesproken voor de eiwittransitie, pleit hij ervoor om een moediger standpunt in te nemen en het gebruik van soja uitsluitend voor veeteelt en vleesproductie geleidelijk uit te faseren. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het voorstel om soja uitsluitend voor de veeteelt en vleesproductie uit te faseren een complexe kwestie is. Volgens haar is er nog steeds een aanzienlijke vraag naar soja, en het is lastig om hier direct een toezegging over te doen. Wel belooft ze zich in het onderwerp te verdiepen en later op de kwestie terug te komen, waarbij ze de mogelijke consequenties zal onderzoeken.

Daarnaast gaat ze in op de uitsluiting van fossiele brandstoffen in contracten. Ze benadrukt dat in Amsterdam geen aardolie wordt verwerkt, in tegenstelling tot steden als Rotterdam en Antwerpen. In de visie is vastgelegd dat investeringszekerheid cruciaal is voor de transitie naar alternatieve brandstoffen. Daarom worden bestaande contracten met bedrijven

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 27 februari 2025

FKD

volledig nageleefd. Tegelijkertijd geldt als uitgangspunt dat nieuwe contracten met energieterminals of brandstoffenproducenten enkel worden afgesloten als het bedrijf na 2050 uitsluitend nog hernieuwbare ladingstromen ontvangt of in omloop brengt. Dit wordt dan expliciet opgenomen in de contractvoorwaarden. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) stelt dat het uitgangspunt van uitfaseren tot 2050 een gemiste kans is. In plaats daarvan zou de gemeente volgens hem direct kunnen besluiten om bij elk nieuw overslagcontract geen fossiele aardolie meer toe te staan. Hij pleit ervoor om deze ambitie nu al vast te leggen, in plaats van een lange overgangsperiode te hanteren. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat er een realistische aanpak nodig is bij de uitfasering van fossiele brandstoffen in de haven. Ze wijst erop dat bedrijven tijd moeten krijgen om deze transitie door te voeren en dat dit in de praktijk vooral een verantwoordelijkheid is van het havenbedrijf. Volgens haar neemt het havenbedrijf al een vooruitstrevende positie in door deze afspraken in contracten op te nemen. Ze stelt dat, voor zover zij weet, geen enkele andere haven dit op dezelfde manier doet. Lid MEERBURG (Partij voor de Dieren) betoogt dat de havenindustrie geen aardolie nodig heeft voor het primaire proces, maar dat het vooral gaat om de op- en overslag van fossiele brandstoffen, zoals benzine voor auto’s.

Hij vraagt zich af waarom het praktisch niet mogelijk zou zijn om een stap verder te gaan en pleit ervoor om aardolie structureel uit te sluiten bij elk nieuw contract. Volgens hem blijft de huidige aanpak een gemiste kans, omdat bedrijven bij contractmutaties nog steeds tot 2050 met aardolie kunnen werken. Dit ondermijnt volgens hem de mogelijkheid om een harde garantie op de afbouw van fossiele brandstoffen te geven. Pas als contracten daadwerkelijk stoppen met het toestaan van fossiele brandstoffen, kan er volgens hem sprake zijn van een echte uitfasering. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat de energietransitie in de haven een bredere aanpak vereist en dat er naast fossiele brandstoffen ook duurzame alternatieven nodig zijn, zoals waterstof en biobrandstoffen. Ze erkent dat het debat over biobrandstoffen binnen de context van de havenvisie een breder onderwerp is en mogelijk op een ander moment besproken moet worden. Daarnaast licht ze toe dat het college zich inzet voor de verduurzaming van Schiphol. In het position paper van Schiphol pleit men voor verplichte bijmenging van SAF en wordt er ingezet op uitstootvrij verkeer op de luchthaven en emissievrij taxiën van vliegtuigen. Verder onderstreept de wethouder dat het college, zoals bekend, ook inzet op een krimp van Schiphol.

Lid MEERBUG (Partij voor de Dieren) wijst erop dat bij SAF de AF staat voor Alternative Fuels en benadrukt het belang van een duidelijk onderscheid tussen biobrandstoffen en synthetische brandstoffen. Hij merkt op dat voor biobrandstoffen landbouwgrond nodig is, terwijl dat voor synthetische brandstoffen niet het geval is. Daarom pleit hij ervoor om dit onderscheid expliciet op te nemen in de havenvisie, zodat de impact en keuze voor duurzame brandstoffen beter kunnen worden beoordeeld. Hij benadrukt dat het onderscheid tussen biobrandstoffen en synthetische brandstoffen niet alleen een technische kwestie is, maar vooral een politieke keuze. Hij stelt dat Amsterdam zich moet afvragen of het de rol van biobrandstoftankstation voor Schiphol wil blijven vervullen. Als de stad gelooft in een toekomst waarin e-fuels, elektrificatie en echte innovatie centraal staan, dan zou het consequent zijn om biomassa achterwege te laten. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat er geen politieke keuze is gemaakt over het onderscheid tussen biobrandstoffen en synthetische brandstoffen. Vervolgens gaat ze in op een vraag van D66 over de oprichting van een innovatiehub voor de energietransitie, waarin kennisinstellingen, bedrijven en de gemeente samenwerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15312080/1