2025 Evaluatie Outreachend Werken WOJ.pdf
Tekst van het document
Omdat we dan op de juiste momenten eigenlijk al hulp aanbieden aan onze jongeren. Uiteindelijk denk ik dat ze ook wel terecht komen (via de reguliere dienstverlening, O&S), maar misschien te laat, en dan zijn de problemen wat groter.’ Ook anderen noemen het een voordeel dat je ‘al veel eerder’ een ‘vinger aan de pols’ kunt houden. Een geïnterviewde vertelt: ‘Je werkt op de plekken waar de jongeren al aanwezig zijn, zodat je op het moment dat zij jou nodig hebben dat je direct kunt schakelen. De kracht wat ik daarin zie, is dat op het moment dat de jongere hulp nodig heeft, dan moet er gelijk geschakeld worden, en dat kan op deze manier.
Op het moment dat zij een stap moeten ondernemen dat zij handelingen moeten verrichten om vervolgens bij jou terecht te komen, zeg maar, dan kan het zijn dat je te laat bent, helemaal met de jongeren van deze tijd, dus daar zie ik gewoon heel veel kracht in om op de plek aanwezig te zijn dat op het moment dat een jongere een vraag heeft dat je gelijk kunt handelen vanuit de hulpbehoefte, zeg maar die zij op dat moment hebben.’ De vertrouwde locatie in combinatie met een vertrouwd gezicht speelt daar een belangrijke rol in: ‘Dus de kans is dan ook groter dat die jongeren wat vrijer en wat sneller om hulp vragen dan wanneer ze dat in zo een gemeentelijke instantie doen.’ Gemotiveerde jongeren Volgens de groep outreachend werkers die wij hebben gesproken, is een verschil met de groep jongeren die via de reguliere weg binnenkomt, dat het gemotiveerdere jongeren betreft bij het outreachend werken: ‘Een verschil is de motivatie natuurlijk. Jongeren die vrijwillig bij ons om hulp vragen, bijvoorbeeld als het gaat om werk, dan is het bemiddelen naar een baan makkelijker dan iemand die moet vanuit de uitkering. Je ziet ook dat er dan weinig no show is. Ook dat ze als ze gestuurd worden naar een traject, dat ze dan ook daadwerkelijk gaan, terwijl jongeren die vanuit de bijstand bij ons worden aangemeld voor het jobcenter bijvoorbeeld, vaak ook niet komen opdagen.
Dat ze iedere keer met andere redenen komen waarom ze niet mee kunnen doen met hun traject, dus dat is dan wel een verschil.’
Werkzame elementen Vertrouwen winnen en vergroten… Het belangrijkste element dat door geïnterviewden wordt benoemd, is het op een vertrouwde, laagdrempelige plek aanwezig zijn van een vast aanspreekpunt (de outreachend jongerenadviseur). ‘Het beeld wat zij hebben, zeg maar van een ambtenaar die bij de gemeente werkt, is iemand die in pak zit achter zijn bureau. En op het moment dat jij je onder de jongeren begeeft en dat jij dezelfde taal spreekt als dat zij spreken in combinatie met dat jij mogelijk over mogelijkheden beschikt, zeg maar om hun te kunnen helpen… Ja, goed, dat helpt gewoon een hoop. En ik zeg altijd vanuit vertrouwen kan je kan je bouwen en dat vertrouwen krijg je voornamelijk als je kunt levelen met hun, op hun locatie.’ ‘Want ik merk ook bijvoorbeeld als wij op een event staan, hoeveel sluiten ons aan bij een event van die iemand anders heeft georganiseerd? En we staan daar met een jongerenstand, dan zie ik gewoon dat de aanmeldingen via de website omhoog schieten en ik denk dat dat ook gewoon is dat wij daar staan en even een klein praatje maken en even onszelf laten zien. En laten zien dat we helemaal geen ambtenaar in een pak zijn, maar ook gewoon jonge gasten.’ …Waardoor vragen over meer leefgebieden naar boven komen Geïnterviewde jongerenadviseurs vertellen dat er vaak problemen zijn op meerdere leefgebieden.
Naarmate het vertrouwen groeit (doordat de jongerenadviseur er vaak is, en kan helpen met bepaalde dingen), komen er vaak ook problemen in andere leefgebieden naar boven: ‘In het begin is de hulpvraag van ja, ik ben eigenlijk op zoek naar een baan. Op een gegeven moment kom je erachter: er is eigenlijk meer aan de hand. Ik heb ook eigenlijk een studieschuld waar ik nog niet over heb gesproken en ik heb ook eigenlijk misschien een psychische klachten wat ook belemmert richting banen, en thuis gaat de situatie ook niet zo goed…’ Eén contactpersoon Belangrijk onderdeel is volgens geïnterviewden ook dat bij het outreachend werken niet wordt doorverwezen: ‘Als ik bezig ben met de klant dat het dan ook mijn klant eigenlijk blijft. Dus op het moment dat ik dan begeleiding bied aan zo'n persoon dat ik dan niet de eerste twee weken hem help en dat ik vervolgens één van mijn collega’s het wel oppakt. Gedurende het hele proces blijf ik de klant begeleiden. We hebben ook gezien dat bij overdrachtmomenten dat je dan jongeren kwijtraakte. Want inderdaad, je bouwt een band op, en opeens moet je overgedragen worden naar een andere jongerenadviseur of moet je via de website een uitkering aanvragen.
Dan komen ze bij iemand anders, daar raken we ze kwijt en juist het voordeel van deze manier van werken is dat we die moeten vasthouden en eigenlijk pas loslaten wanneer ze weten waar ze terecht kunnen. Of als stel, dat wij echt niks voor die jongere kunnen betekenen, dat we ze gewoon bij een andere instantie warm overdragen.’ Niet loslaten Gelieerd aan het vorige punt (één contactpersoon) is een onderdeel dat wordt benoemd door geïnterviewden dat ze jongeren langer begeleiding bieden dan in de reguliere
dienstverlening gebeurt: ‘Dus op het moment dat ik hem heb bemiddeld naar een baan houdt het daar niet op, dus dan geef ik ook aan van hé, ik heb nu bemiddeld naar een baantje maar is het daar niet meer leuk? Kom dan terug en geef weer aan van hé, ik heb weer hulp nodig en dan help ik je graag verder. Dus het is wel de bedoeling dat het een duurzame uitstroom is. Het is niet gauw helpen en loslaten, maar gauw helpen en dan ook vast blijven houden.’ Snelheid van handelen Ook de snelheid waarmee de outreachend werker kan handelen is een belangrijk werkzaam element, vooral voor jongeren. Een geïnterviewde vertelt: ‘De jongeren (die zich via outreachend melden, O&S) willen ook echt graag verder. En, ik denk dat wat het werk leuk maakt, is dat het echt gemotiveerde jongeren zijn en dat we ook snel kunnen handelen, want het liefst willen die jongeren gisteren geholpen worden dan morgen. Dat is ook iets als we in zo’n jobcenter in de wijk zitten. We kunnen ze direct helpen en direct met WSP matchen en daar zit ook iemand van schuldhulpverlening van perMens bijvoorbeeld. Ja, ze kunnen direct in een uurtje bijvoorbeeld weer buiten staan en drie dingen geregeld hebben.’ Zeker voor jongeren werkt die snelheid motiverend. Een ander vertelt: ‘Bijvoorbeeld een case kan ik geven van een jongere die wordt gesproken bij (naam partnerorganisatie).
Die heb ik op maandag gesproken en op donderdag was hij aan het werk. Dus zo snel kan het gaan.’ Kort samengevat: ‘Vanuit het outreachend team kunnen we doeltreffend werken omdat we er echt heel dicht op zitten.’ Wat daarbij ook helpt, is de manier waarop contact wordt onderhouden met de jongeren. Dat gaat vaak laagdrempelig en snel, bijvoorbeeld via Whatsapp en voicememo’s. Deze manier van snel en laagdrempelig handelen sluit sterk aan bij de manier van communiceren van de jongeren zelf. Deze snelheid vergroot weer het vertrouwen van de jongeren: ‘Die snelheid brengt sowieso heel veel vertrouwen mee. Het is ook wel intensief contact wat je op dat moment met die jongeren hebt. En ik denk dat het vertrouwen in de gemeente ook een stuk groter wordt. Ik denk ook dat ze dat kleine duwtje krijgen die ze nooit hebben gekregen, zeg maar, want voorheen, als je voorheen kijkt naar die jongeren, dan was het elke keer van het kastje naar de muur en nu zijn wij daar gewoon en dan wordt het sneller opgelost.’ Verwijzing van vrienden/bekenden Ook leidt de snelheid volgens geïnterviewden tot de aanwas van nieuwe jongeren die zich melden voor hulp: ‘Als je een jongere hebt die heel snel uitstroomt dan krijg je daarop weer drie, vier vrienden erbij van: Hé, hij is heel snel uitgestroomd. Ik wil eigenlijk ook een baan vinden.
Daar krijg ik wel heel vaak mee te maken, dus die neem ik dan ook, oké.’ Een ander vertelt: ‘Soms word ik platgebeld met een soortgelijke vraag door jongeren, dan zeggen ze: ik heb jouw nummer van die en die, soms weet je niet eens wie diegene is, maar het gaat zo snel soms.’ Beter beeld van de jongere Door de manier van werken zeggen geïnterviewde professionals (zowel jongerenadviseurs als een andere betrokken professional) een beter beeld van de jongeren, zijn wensen, omstandigheden en kenmerken te krijgen, waardoor ze beter passende hulp kunnen bieden. ‘Zodra ze naar het stadskantoor moeten komen, meestal krijg ik dan politiek correcte antwoorden op mijn vragen en dat is niet het geval als we outreachend werken, dan kan ik
echt veel meer diepgaande gesprekken voeren en ook een veel betere match creëren.’ Een ander vertelt: ‘Je hebt een veel beter beeld over waar de kandidaat of de klant naar op zoek is. Wat zich afspeelt. We kennen de persoon veel beter en kunnen daardoor veel beter, veel gerichter op zoek gaan naar vacatures.’ Dit kan zich bijvoorbeeld vertalen in beter passende matches van jongeren met vacatures, waardoor ze duurzamer kunnen uitstromen. Maar niet alleen op het gebied van (de wensen en mogelijkheden omtrent) werk is er meer inzicht in wat er speelt, ook breder krijgt men meer inzicht: ‘De meerwaarde is dat het veel laagdrempeliger is en dat je dichterbij de jongeren bent. Waardoor je dus veel beter in kaart kan brengen welke behoeftes er zijn en welke middelen wij hebben en zodat je dat samen kan brengen om de Amsterdammer heen.’ Samenwerkingen met partnerorganisaties Een ander genoemd element is de samenwerkingen met partnerorganisaties (zie ook tabel 1.4 in dit rapport voor een overzicht van samenwerkingen met organisaties). In sommige gevallen was die samenwerking er al wel, maar is het sterk geïntensiveerd. In andere gevallen zijn nieuwe samenwerkingen aangegaan.
Daarvoor zijn eerst de relevante organisaties in kaart gebracht: ‘Omdat we dat goed in beeld hebben, kunnen we de jongeren ook beter helpen, dus we hebben ook helemaal in het begin de organisaties eerst in kaart gebracht. Wat hebben we eigenlijk allemaal aan organisaties in elke wijk of in elke buurt en welke kunnen wij goed gebruiken om onze jongeren mee te bereiken?’ Een reeds bestaande samenwerking met het WSP is onder het project sterk geïntensiveerd: ‘Omdat wij sterk zijn in de verbinding met WSP, kunnen we gezamenlijk kijken. Enerzijds kennen wij de klant heel goed en alles wat er speelt en dan anderzijds hebben zij een goede verbinding met en expertise over welke werkgevers er zijn, en welke mogelijkheden er zijn.’ Verbeterpunt: meer bekendheid over (opbrengsten van) outreachend werken Door meerdere geïnterviewden wordt aangegeven dat het outreachend werken niet bekend is bij alle (niet-outreachend werkende) collega’s, en dat er soms ook wat twijfels bestaan over deze manier van werken. Niet alle collega’s en leidinggevenden lijken deze manier van werken volledig te omarmen, blijkt uit de interviews met outreachend werkende professionals. Deze twijfels zijn ook waargenomen in dit onderzoek onder collega’s die niet outreachend werken (zie de volgende paragraaf).
Deze soms aanwezige twijfels en gebrek aan interesse lijken ook een verband te hebben met de alom gevoelde werkdruk. Door een geïnterviewde jongerenadviseur wordt zelf al een oplossingsrichting beschreven: ‘Misschien moeten wij de collega's wat meer meenemen hierin of wat meer teruggeven wat we zien of wat we meemaken dat we in de groepsapp wat meer ervaringen delen, misschien dat dat gaat helpen. Dus ik denk dat we daarin ook zelf een verantwoordelijkheid hebben als team.’ Ook wordt aangegeven dat beide manieren van werken waardevol zijn, en naast elkaar (moeten) kunnen bestaan: ‘Niet iedereen is hetzelfde. Want die collega's die op kantoor zijn die heb je ook nodig om alle jongeren zeg maar te kunnen bedienen op allerlei verschillende manieren. Sommige jongeren willen misschien wel naar kantoor komen, die dat fijn vinden, en wij willen juist dat outreachend. Er ook heel veel kracht in dat niet iedereen hetzelfde is.’
. Jongerenadviseurs die alleen regulier werken We hebben vier jongerenadviseurs gesproken die zelf niet in het team van outreachend werken zitten, maar sommigen van hen gaan soms wel (deels) outreachend te werk, bijvoorbeeld door jongeren aan te spreken en te flyeren op een markt, of door af en toe op een andere locatie dan het stadloket te zitten. Deze paragraaf bespreekt hun ervaringen. De vragenlijst is te vinden in bijlage 3. Outreachend werken kan helpen… Alle geïnterviewden hebben gehoord en/of zelf enige ervaring met outreachend werken. Het kenmerkende aan de werkwijze volgens deze professionals is dat outreachend werkers een actieve houding aannemen, en niet afwachten tot een jongere zelf naar het stadsloket komt: ‘Daar zijn waar de jongeren zich bevinden. Ik denk dat de werkwijze niet zozeer afwijkt van de werkwijze die we op kantoor hanteren, alleen de plek is informeel.’ Het aanwezig zijn op plekken waar jongeren zich bevinden, op tijdstippen dat jongeren zich er bevinden (dus vooral aan het einde van de middag en in de avond; eventueel ook in de weekends), wordt door alle geïnterviewden gedeeld. Maar ook het aanhalen van de banden met organisaties die zich bezighouden met kwetsbare jongeren wordt door deze professionals als onderdeel genoemd van het outreachend werken.
Eén geïnterviewde benoemt een voorbeeld van een jongere die al een jaar recht had op een uitkering, maar die door de hulpverlenende organisatie waar deze onder behandeling was niet naar WOJ was verwezen, omdat de kennis daar simpelweg niet aanwezig was. Het vergroten van de (naams)bekendheid is volgens deze geïnterviewde óók een onderdeel van het outreachend werken, zodat meer jongeren WOJ weten te vinden. Het resultaat van het outreachend werken is dat er een bredere groep jongeren wordt bereikt. In de woorden van een geïnterviewde: ‘Je bereikt ook jongeren die niet zomaar binnen zouden lopen bij ons hier en onze naamsbekendheid wordt daarmee ook groter.’ Of, in de woorden van een ander: ‘De maatschappelijke organisaties hebben veel beter beeld van waar jongeren (die hulp nodig hebben, O&S) wonen. Maar we zijn steeds meer bezig om connecties te leggen. En die groepen stappen niet naar ons. Dus wij moeten naar hun toe stappen. Of andere organisaties moeten dat doen. Dus dat outreachend heeft wel zin denk ik. Maar dat wordt nog niet voldoende gedaan.’ Het beeld dat het outreachend werken een toegevoegde waarde kan hebben, wordt gedeeld door alle geïnterviewden. Alleen wil men wel meer inzicht in de werkwijze en de resultaten. Daarover gaat de volgende paragraaf.
…Maar meer inzicht gewenst in resultaten Door meerdere geïnterviewden wordt aangegeven dat het wel belangrijk is dat ze meer inzicht krijgen in de werkzaamheden die outreachend werkende collega’s uitvoeren, en de resultaten (bijvoorbeeld in termen van aantallen aanmeldingen) die dat oplevert. Een geïnterviewde zegt daar bijvoorbeeld over: ‘Hoeveel jongeren komen (via outreachend werken, O&S), wat zijn de stappen daarna? Dat weet ik niet. Hoe zij dat aanpakken, weet ik ook niet. (…) Hoe vaak zij klanten spreken, hoe… Dat is onduidelijk voor mij. (…) Het is voor
mij wel abracadabra.’ Een ander zegt: ‘Ja misschien is het wel fijn voor een ieder om te weten van hé werkt dat outreachend werken nou en krijgen we echt meer jongeren binnen op dat vlak.’ Daarbij wordt in meerdere gevallen een link gelegd met de drukte door hoge caseloads die wordt ervaren onder jongerenadviseurs (die regulier werken). Een geïnterviewde zegt daarover: ‘Ik heb me wel afgevraagd wat er is gebeurd (bij de collega’s die outreachend werken, O&S) want ik heb geen output gezien en ik heb geen idee wat ze doen. Dus dat is wel frustrerend. We hebben een behoorlijke caseload.’ Een andere medewerker zegt: ‘Veel mensen hebben ontheffing op het reguliere werk door projecten zoals outreachend werken. Daardoor worden onze caseloads nog hoger.’ De caseloads van reguliere collega’s zijn niet zomaar te verlagen, maar het zou voor de beeldvorming al wel helpen als er meer inzicht zou komen in de werkzaamheden en opbrengsten van het outreachend werken.
…En niet ‘in plaats van’ werken achter de balie Ook wordt aangegeven door geïnterviewden dat zij het outreachend werken (als het gaat om het werken op een meer informele locatie) zien als een aanvulling op, maar niet als een substitutie van, het werken op het stadsloket. Dat heeft met name te maken met de veiligheid, vooral als het gesprekken betreft over de plichten die bij de P-wet komen kijken. ‘Ik wil iemand spreken in de spreekkamer vanwege de veiligheid’. Een ander zegt: ‘Want al zou het een gesprek zijn over de plichten, en iemand die reageert, dan is het wel belangrijk dat je op een formele plek zit. Omdat je daarmee de middelen ook hebt om dat te ondervangen.’ Dus het werken op een informele plek kan worden ingezet voor een deel van de gesprekken, maar niet voor alle typen gesprekken. Daarnaast is een andere genoemde reden om regulier te willen werken dat men liever niet buiten kantoortijden wil werken. Dit sluit aan bij datgene wat de outreachend werkende jongerenadviseurs zelf benoemden over dit onderwerp (paragraaf 3.1).
‘Andere’ jongeren bereiken dan degenen die een uitkering aanvragen Outreachend werkers ‘horen en zien’ volgens geïnterviewden meer dan collega’s die regulier werken vanuit het stadsloket. Daarin zit volgens hen ook een belangrijk deel van hun kracht. Een deelnemer vertelt: ‘Alleen wat ik je aangaf over dat preventieve. Dat vind ik heel belangrijk. Ik denk dat we door op plekken te zitten waar ook onze samenwerkingspartners zitten, dat je ook weer veel meer ziet en hoort.’ Een ander zegt: ‘Ik denk dat het heel goed is outreachend te werken. Sommige jongeren weren de gemeente echt, en wij hebben hen nodig om die brug te slaan. Ze (de outreachend werkers, O&S) zien meer dan wij bij het stadsloket. We hebben wel instrumenten voor re-integratie maar niet voor zaken als woonsituatie, begeleid wonen, mee naar afspraken gaan, allerlei zaken regelen.’ Deze laatste geïnterviewde vertelde dat de werkzaamheden van outreachend werkers daardoor ook vaak
breder zijn dan die van de reguliere jongerenadviseur, die zich met name bezighoudt met de uitkering, het vinden van werk en de studietoeslag. Door outreachend werkers wordt meer gezien en gehoord, maar volgens sommige geïnterviewden kan ook een bredere doelgroep worden bereikt dan de doelgroep die regulier binnenkomt. Dit gaat soms samen met een lange adem en veel geduld om het vertrouwen te winnen. Zo vertelt een reguliere adviseur die soms ook ‘eropaf’ gaat: ‘Om de jongeren te vinden die niet zelf naar ons toe komen. Daar gaat veel tijd en moeite in zitten om hun over te halen om hulp te aanvaarden van ons. Dat vertrouwen win je echt door in het eerste gesprek bijvoorbeeld een afspraak te maken van hé, ik kom volgende week weer, kom je dan ook? En dan moet je natuurlijk ook echt komen. Ik ga iets voor je uitzoeken, iets heel kleins bijvoorbeeld en dan kom ik volgende week en dan heb ik heb ik het antwoord. Nou en als je daarmee begint, met afspraken maken én nakomen en dat zij dan ook echt zien van hé, hij of zij doet echt wat diegene zegt wat hij doet, dan kan je langzaamaan dat vertrouwen gaan winnen.’ Door deze methode van de lange adem kunnen jongeren bereikt worden met dienstverlening die normaal niet bereikt zouden worden door wantrouwen.
Werkzame elementen van de methode volgens deze groep Met een lange adem het vertrouwen winnen Zoals in de vorige paragraaf reeds is besproken, is het hebben van tijd en geduld om het vertrouwen te winnen één van de onderdelen om een groep jongeren te bereiken die met de reguliere dienstverlening minder goed bereikt worden. Door het aanwezig zijn op informele plekken, met hen op een laagdrempelige manier in gesprek te gaan en zo nodig een vervolgafspraak te maken (die ook wordt nagekomen), kan het vertrouwen van de jongere worden gewonnen en dat kan het begin zijn van het toelaten van dienstverlening door de jongere. Daar zijn waar de jongeren zijn (en dat vooraf goed uitzoeken) Het is volgens verschillende geïnterviewden van belang dat er goed wordt uitgezocht op welke (fysieke) plekken jongeren zich bevinden en op welke tijdstippen, en daarbij aan te sluiten. Zo vertelt een geïnterviewde: ‘Je moet goed uitzoeken waar je gaat zitten. Ja, waar ga je inderdaad zitten? En soms kom je erachter dat dat ook niet de juiste plek is en dan moet je weer verder gaan kijken.
Inderdaad, je kijkt van: waar is het nodig, in welke gebieden? En op welke plekken komen ze dan in die gebieden? Dus ik denk dat het belangrijk is dat je eerst goed uitzoekt van waar, waar zijn we nodig, en dan: waar zitten die jongeren vooral voor ons?’ Naast de vraag welk gebied aandacht nodig heeft en welke plaats wordt bezocht door de jongeren, is tot slot een belangrijke vraag: is die plek voldoende informeel, ‘niet beladen’ (zoals een stadsloket)? Een geïnterviewde vertelt: ‘(De outreachend werker binnen ons stadsdeel, O&S) die is heel erg hard bezig geweest het afgelopen jaar met uitzoeken welke partners belangrijk voor ons zijn, welke veel samenwerken of veel
contact hebben met jongeren die wij willen bereiken. En daarmee ook gekeken van oké, waar kunnen we het best zitten? Nou (naam fysieke plek) dat is echt wel een plek waar jongeren ook zullen komen zonder dat ze op zoek zijn naar iets, je loopt er praktisch langs, dus mochten ze iets nodig hebben, dan lopen ze naar binnen. Dat gebeurt nu ook.’ Kunnen ‘levelen’ met een jongere Een belangrijk onderdeel van de outreachend werken-aanpak volgens geïnterviewden is niet alleen dat er dichtbij de leefwereld van de jongeren wordt gewerkt door professionals, maar ook dat de juiste professionals daarvoor worden neergezet, die dezelfde ‘taal’ spreekt als de jongeren. Een geïnterviewde benoemt dat het belangrijk is dat de outreachend professional met de jongere kan ‘levelen’, bijvoorbeeld doordat het een jong iemand is die ook de taal van de straat verstaat. Tip: probeer ook contact te maken via het sociale netwerk van de jongere De geïnterviewden denken allen dat een bredere groep bereikt kan worden met het outreachend werken, maar zij denken ook dat er (nog steeds) jongeren worden gemist met deze manier van werken, zoals jongeren die weinig buiten komen bijvoorbeeld door depressiviteit. In een andere rapportage hebben we eerder laten zien dat dit mogelijk een substantiële groep betreft (O&S, 2024).
Om deze groep ook te kunnen bereiken, geeft een geïnterviewde de tip om het outreachend werk ook op de ouders van deze jongeren te richten.
. Medewerkers van partnerorganisaties Vier medewerkers van partnerorganisaties zoals buurtteammedewerkers en jongerenwerkers die te maken hebben met een outreachend werkende jongerenadviseur, zijn geïnterviewd over deze werkwijze. De vragenlijst is te vinden in bijlage 4. Werkzame elementen Op locatie dus laagdrempelig voor de jongere zelf Een onderdeel van het outreachend werken dat als werkzaam naar voren komt, is de laagdrempeligheid van de jongerenadviseurs op de locatie van de netwerkpartner. ‘Dat is best wel fijn want ik merk gewoon ook dat er veel jongeren naar hem komen. En hij zegt ook dat het voor jongeren veel chiller voelt om daarheen te komen dan dat ze echt naar het gemeentekantoor toe moeten en zich moeten melden bij een balie. Dat is echt heel anders dan dat je hier gewoon even binnenkomt hobbelen. Dus dat is gewoon elke week daar.’ Korte lijnen voor de professionals van partnerorganisaties Een ander onderdeel van het outreachend werken dat als werkzaam naar voren komt, is het kennen van elkaar, het hebben van korte lijnen, zodat men elkaar makkelijk en snel kan vinden als dat nodig is. Een netwerkpartner vertelt bijvoorbeeld: ‘Ik had een keer een jongere met wie ik een uitkering aan het aanvragen was. Dan is het handig als (naam
jongerenadviseur) hier toevallig zit en kan meekijken. Hij kan dan wel een beetje advies geven.’ Een ander zegt: ‘Doordat ze hier vaak bij zijn is het voor mij duidelijker wat het jongerenpunt allemaal doet. Ik ken ook de succesverhalen daardoor. Daardoor is het makkelijker om de jongeren naar ze door te verwijzen en kan ik ook vertellen hoe goed het kan aflopen. Het draait echt om successen boeken. Ik heb ook regelmatig gesprekjes over specifieke jongeren met [naam jongerenadviseur] over wat er mogelijk is.’ Een derde vertelt: ‘Ik heb veel contact met jongerenadviseurs. Ben blij met korte lijnen, en dat ze ook hier wekelijks zitten zodat je elkaar gewoon kent. Dat is laagdrempelig, voor ons professionals en ook voor de jongeren.’ Deze korte lijnen zijn voor verschillende netwerkpartners echt nieuw. Zo vertelt een geïnterviewde: ‘Het jongerenpunt zat niet direct in mijn gedachte als ik dacht aan werk of stage dat ik dacht, nou, ik ga hun bellen. Ik heb ze een keer gebeld en een keer kreeg ik volgens mij niemand te pakken. En die andere keer was het een meneer uit mijn hoofd en toen moest ik een afspraak maken. Alleen die jongeren had heel snel iets nodig, dus die jongen wilde toen die afspraak niet maken.
Dus de samenwerking was toen nooit helemaal van de grond gekomen.’ Snelheid van handelen Zoals de vorige quote ook al liet zien: snelheid dient een belangrijk, zo niet noodzakelijk kenmerk van dienstverlening aan jongeren te zijn. Door het outreachend werken kan dit vaak ook bewerkstelligd worden: ‘Dan kan ik ook heel snel naar het Jongerenpunt verwijzen. Dat maakt het wel heel makkelijk en voor de jongere ook superfijn. Want wat ik net ook al zei, ze hebben geen zin om weer ergens heen te gaan of langer te wachten. Volgende week voelt voor hen al heel ver soms. Dus dan is het gewoon heel fijn als je gelijk door kan zeg maar.’ Minder kans op uitval Door de manier van werken komt het volgens geïnterviewde netwerkpartners minder vaak voor dat een jongere uit beeld raakt. Een geïnterviewde vertelt: ‘De jongerenadviseur van Jongerenpunt checkt regelmatig hoe het gaat bij de jongere en wij hebben de jongere ook in beeld. Daardoor is er van beide kanten druk op de zaak. Jongeren verdwijnt minder snel uit beeld dan als wij gewoon zouden doorverwijzen naar de gemeente en het daarna niet meer volgen. De hulpverlening gaat succesvoller, er is minder kans op uitval van jongeren als ze van meerdere kanten begeleid worden en we ook onderling contact hebben. (…) Er is ook een verschil tussen jongeren die via het Jongerenpunt komen en andere jongeren.
Bij die laatste moet je er meer aan trekken. Bij het Jongerenpunt kan ik als ik niks van de jongere hoor ook de jongerenadviseur inschakelen die vaak al eerder doorheeft als een jongere uit beeld raakt en dan contact zoekt.’ Outreachend werkt twee kanten op Door meerdere netwerkpartners wordt benoemd dat het op locatie werken maakt dat zij makkelijker de jongerenadviseurs kunnen bereiken als de jongere bijvoorbeeld een baan zoekt. Maar andersom weten de jongerenadviseurs door deze manier van werken ook gemakkelijker de hulp in te schakelen van de netwerkpartners. Een medewerker van een buurtteam vertelt: ‘Jongeren die niet naar school gaan maar wel een uitkering hebben zien wij minder, maar kent het Jongerenpunt wel. Als een jongere geldproblemen blijkt te hebben krijg ik een appje of een mailtje. Soms kunnen we dan gelijk een hulptraject starten, maar als jongeren nog onzeker zijn kunnen we eerst een kennismakingsgesprek doen.’
Verbeterpunten Benaderen van jongeren via netwerk ‘Er worden meer jongeren bereikt maar het kan nog beter. Door meer outreachend te werken, meer jongeren op de hoogte brengen van wat we voor hulp kunnen bieden. Er zijn wel posters in de buurt en het Jongerenpunt en andere partners komen op scholen. Maar hoe bereik je de jongeren die je nu niet bereikt, dat is de grote vraag. Ik denk meer social media. We hebben zelf ook niet heel veel bereik daar. En ik denk ook via de ouders kinderen bereiken. Familie merkt toch vaak het eerst problemen op. Die openen de brieven soms nog eerder dan de jongeren zelf. Een moeder is mij wel eens komen vragen om haar zoon te benaderen. We kunnen ouders beter informeren over de hulp die mogelijk is.’ Meerdere jongerenadviseurs outreachend aanwezig, juist buiten kantoortijden Door meerdere netwerkpartners is een hoge caseload benoemd als minpunt, zowel bij henzelf als bij jongerenadviseurs. ‘Daardoor duurt een overdracht te lang, dat is een risico omdat je de jongere betrokken wilt houden.’ Een andere netwerkpartner vertelt: ‘Waar we soms tegen aanlopen is de drukte, een te hoge caseload. Het zou mooi zijn als deze manier van werken werd uitgebreid. De jongerenadviseur zou een assistent kunnen gebruiken die alle afspraken in de gaten houdt en bij jongeren checkt of ze nog komen bijvoorbeeld. Voor mij is het dan ook makkelijker.
Als de jongerenadviseur geen tijd heeft door teveel cliënten, moet ik iemand anders kunnen bereiken, een andere jongerenadviseur. Maar daarmee zou ik wel eerst een band moeten opbouwen. Die band vind ik erg belangrijk, ik moet er vertrouwen in hebben dat een jongere verder geholpen wordt als ik doorverwijs.’ Daarnaast wordt door netwerkpartners benoemd dat zij het belangrijk vinden dat de jongerenadviseurs in de avonden (of late middag) aansluiten, omdat dat de tijden zijn waarop de jongeren langskomen. Tevens wordt benoemd dat het de jongeren zou kunnen helpen als ook een jongerenadviseur bij het stadsloket aan het einde van de middag en/of in de avond aanwezig zou zijn. Overzicht van mensen, functies, contactgegevens bij jongerenpunt ‘Volgens mij doet het jongerenpunt best verschillende dingen en ik heb dan veel contact met bepaalde mensen, maar lang niet met iedereen. Volgens mij zijn er best veel mensen bij het Jongerenpunt in (naam stadsdeel). Het zou bijvoorbeeld goed zijn om in een overzichtje te zetten wie je voor wat kan bereiken. Met een 06-nummer erbij van de mensen zelf. Dat maakt een wereld van verschil, dat je gewoon meteen iemand aan de lijn krijgt en niet via het loket ofzo.’ Concreet: ‘Er komen ook veel mensen langs met vragen over uitkeringen enzo. Bijvoorbeeld laatst over een Stadspas, dat meisje was zelf nog onder de 18 maar had wel al een kind van 2.
Zij kon dus geen Stadspas aanvragen omdat ze nog geen 18 was. Dan zou het heel fijn zijn als je iemand van de gemeente kon vragen van joh, heb je daar mogelijkheden voor. Maar als je zoiets aan mensen vraagt kunnen ze daar nooit echt iets over zeggen of beslissen. Dus het zou fijn zijn als je wat meer kan sparren op dat niveau met mensen die net wat meer buiten de lijntjes kunnen denken. Dat is wel vaak nodig bij jongeren.’
Literatuur Gemeente Rotterdam (2019). Evaluatie pilot VPS Rotterdam: Rotterdam: OBI/Gemeente Rotterdam. Gemeente Utrecht (2023). Evaluatie bewonersverbinder. Utrecht: Gemeente Utrecht. LPBL (2019). MKBA WIJ teams Groningen. Het maatschappelijk rendement van WIJ breed bekeken. Amsterdam: LPBL. LPBL (2017). MKBA aanpak Jeugdwerkloosheid Amsterdam. Effecten van een integrale aanpak op maat. Amsterdam: LPBL. LPBL (2013). Indicatieve MKBA Wijeindhoven. Amsterdam: LPBL. LPBL (2012). Indicatieve MKBA SamenDOEN. Amsterdam: LPBL. Movisie (2017). Wat werkt bij outreachend werken. Kansen en dilemma’s voor sociale wijkteams. Utrecht: Movisie. Onderzoek en Statistiek (2024). Bekendheid Jongerenpunten 2023. Amsterdam: Gemeente Amsterdam. Onderzoek en Statistiek (te verschijnen, naar verwachting voorjaar 2025). Evaluatie sluitende aanpak PRO/VSO. Amsterdam: Gemeente Amsterdam. SCP (2024). Zien, luisteren en helpen. Wat gemeenten kunnen doen voor een beter bereik in het sociaal domein. Den Haag: SCP. Van de Bunt, M., S. Janssens, A. van Leeuwen, E. Maussen, M.Odekerken en S. de Regt (2023). Vroeg eropaf-aanpak binnen de Gemeente Amsterdam – wat werkt? Utrecht: Verwey Jonker Instituut en anderen.
Bijlage Tabel netwerkpartners Tabel B. Samenwerkingen met netwerkpartners van team outreachend per stadsdeel, zonder overlap Netwerkpartner
Centrum/Oost /Weesp
@Ease
NieuwWest
Noord
West
Zuid
Zuidoost
D&T
X
Aanpak Noord
X
Academie van de stad Centrummanager Boven het Y
X
De Dreef praktijkschool
X
X
De Kazerne Reigersbos
X
Festival Academy
X
Girlsforward
X
HomeBase/Wildeman Jeugd en Veiligheid stadsdeel Noord
X X
JIP Jongeren die het kunnen (JDK) Jongeren ServicePunt
X X X X
JPL LEC Meiden / vrouwennetcentru m De Banne Meidennetwerk Noord
X
X
X X
Moskee Badr
X
Nachtopvang Ontwikkelplein
X
Plan van Gool
X
X
Prisma
X
PUUR ZUID Stadsdeel Noord, talent ontwikkeltrajecten voor jongeren
X
X
Stichting Ara Cora
X
Stichting MEE
X
Stichting Orion Stichting werkwijzer naar werk
X
Streetsmart Studentjobcoaches Swazoom
X X X
Talenten uit noord
X
The Mall
X
The Village Academy Unite Fit Multi Zorg
X X
Veban-group Versa Welzijn Wiekslag
X
X X X
Bijlage Vragenlijst jongerenadviseurs die zelf outreachend werken 1. Op welke manier ga jij te werk als jongerenadviseur die outreachend werkt? 2. Wat zijn volgens jullie de meest kenmerkende onderdelen van het outreachend werken? a. Waarin onderscheidt het zich van de ‘normale’ werkwijze van jongerenadviseurs? 3. Hoe pak je het outreachend werken aan? Is er een verschil met je vroegere manier van werken? Zo ja, doorvragen a. Jullie zitten fysiek bij plekken als jongerencentra, IMD, andere plekken (welke)? b. Weten jongeren dat je van de gemeente bent? c. Doet dat ertoe? / op welk moment in het contact doet dat ertoe? d. Wat voor effect heeft het op jongeren als ze weten dat je van de gemeente bent? e. Hoe ga je daarmee om? i. Wat zijn daar de voor- en nadelen van? 4. Wat voor ‘type’ jongeren bereik je met het outreachend werken? a. Zo concreet mogelijk maken: leeftijd, geslacht, opleidingsniveau (of: geen opleiding/VSV’er), huisvesting, evt justitie b. Verschil met jongeren die je bereikt via de reguliere weg? 5. Wat voor type hulpvragen krijgen jullie binnen via outreachend werken? 6. Verschil met hulpvragen die je via ‘reguliere’ weg binnenkrijgt (als jongerenadviseur ‘achter een bureau’) a. Concreet maken: waarin verschillen de hulpvragen? i. Zwaarder/lichter ii. type: meer op werk, inkomen of opleiding? Andere leefgebieden? b.
Is er een verschil in de mogelijkheden die je hebt om de jongere hulp te bieden/door te verwijzen bij de hulpvragen die binnenkomen via outreachend werken of regulier werken? i. Indien meer mogelijkheden: zet je die mogelijkheden ook in? Waarom wel/niet? Voorbeelden van andersoortige hulp ingezet? ii. Concreet maken: Komt dat door ander type jongeren, hulpvraag of door de andere werkwijze? 7. Wat krijg je terug van jongeren: wat vinden zij van deze manier van werken? 8. Wat vind je zelf van deze manier van werken? 9. Waar lopen jullie tegenaan in het outreachend werken / zijn er verbeterpunten? 10. Zou jij je collega’s adviseren om (ook) outreachend te werk te gaan? Waarom wel/niet? 11. Zijn er nog dingen die we vergeten zijn te vragen over outreachend werken?
Bijlage Vragenlijst jongerenadviseurs die alleen regulier werken 1. Op welke manier ga jij te werk als jongerenadviseur? a. Komen jongeren naar jou toe? (rechtstreeks of via een doorverwijzing) b. Of ga jij ook op jongeren af? Zo ja, op welke manier of manieren doe je dat? 2. Kun je de jongeren beschrijven die bij jou komen voor hulp? Wat zijn hun kenmerken? En wat zijn hun hulpvragen? 3. Indien je ook op jongeren af gaat (bij 1b): verschillen de jongeren die uit eigen beweging bij jou komen versus de jongeren die je bereikt als je er zelf op af gaat? Waarin verschillen ze? 4. Heb je de indruk dat je de jongeren die hulp nodig hebben allemaal bereikt met jouw dienstverlening? a. Indien ja: kun je je antwoord toelichten? (bijvoorbeeld voorleggen: lage bekendheid van Jongerenpunten vanuit eerder onderzoek van O&S) b. Indien nee (1): wie bereik je beter met je dienstverlening, en wie minder goed? c. Indien nee (2): wat is er nodig, denk je, om de jongeren die je nu minder goed bereikt, wel te bereiken? d. Indien nee (3): gebeurt dat ook al in de organisatie? 5. Heb je voldoende tijd en mogelijkheid om de jongere voldoende te begeleiden binnen jouw werkwijze? Ja: vertel eens / nee: waarom niet en wat is nodig? 6. In alle stadsdelen is er in ieder geval 1 jongerenadviseur die meedoet aan het project outreachend werken.
Daarbij gaan collega-jongerenadviseurs op verschillende manieren ‘erop uit’ om jongeren te bereiken met de dienstverlening. a. Ben je bekend met deze methode? Wat zijn volgens jou de kenmerkende onderdelen van het outreachend werken? b. Waarin verschilt het outreachend werken volgens jou met jouw eigen werkwijze/ de ‘normale’ werkwijze van jongerenadviseurs? c. Wat vind je van de methode outreachend werken? d. Wat zouden voordelen kunnen zijn van outreachend werken (vergeleken met de normale werkwijze)? e. En wat zouden nadelen kunnen zijn? f. Heb je inzicht in wat al dan niet oplevert, en voor wie? g. Zou je zelf outreachend willen werken en waarom wel of niet? h. Werken jullie als reguliere jongerenadviseurs samen met jongerenadviseurs die outreachend werken? Of doen jullie bijvoorbeeld aan kennisuitwisseling? Hoe ziet samenwerking/kennisuitwisseling eruit? 7. Zijn er dingen in jouw werkwijze die het bereik van jongeren belemmeren? a. Zo ja, wat zijn dat voor dingen? b. Zo ja, hoe zou dat kunnen worden verbeterd? 8. Wat krijg je terug van jongeren: wat vinden zij van de hulp van WOJ in het algemeen? 9. Zijn er nog dingen die we vergeten zijn te vragen over outreachend werken of over het werk van de jongerenadviseur in het algemeen?
Bijlage Vragenlijst medewerkers van partnerorganisaties 1. Kunt u iets vertellen over de organisatie waarvoor u werkt? Wat doet de organisatie en wat is uw rol daarbinnen? 2. Op welke manieren helpt uw organisatie jongeren? Waarbij worden jongeren geholpen? 3. Kunt u de jongeren die bij uw organisatie komen nader typeren? Leeftijd, geslacht, type problematiek, type hulpvraag, de mate waarin de jongere openstaat voor (formele) hulp. 4. Hoe gaat uw organisatie te werk? Komen jongeren uit eigen beweging binnen of probeert u ze ook te bereiken, bijvoorbeeld door de straat op te gaan? 5. Op welke manier pakt u hulpvragen van jongeren doorgaans op? Zelf helpen/doorverwijzen? Indien ook doorverwijzen: a. Op welke manier doet u dat? (‘Koud’/warm?) b. Weet u altijd bij welke organisatie de jongere terecht kan (bij specifieke problemen)? Vertel eens? Als u het niet weet, wat gebeurt er dan? c. Hoe wordt er door jongeren op gereageerd als u ze doorverwijst? Gaan ze dan ook daadwerkelijk? Indien niet: wat speelt daar, denkt u? d. Waar loopt u tegenaan bij het doorverwijzen van jongeren? 6. Sinds een tijdje wordt er ‘outreachend’ gewerkt door het Jongerenpunt in uw stadsdeel. Uw organisatie is een netwerkpartner hierin.
Hoe ziet die samenwerking eruit, wat voor activiteiten vinden plaats binnen uw organisatie? Zijn het echt aparte activiteiten of sluit de jongerenadviseur meer aan bij bestaande activiteiten of bijvoorbeeld inloopspreekuren? 7. Hoe gaat de jongerenadviseur binnen uw organisatie te werk? 8. Als de jongerenadviseur aansluit bij bestaande activiteiten: wat levert dit op? a. Bijvoorbeeld dat de stap kleiner is voor de jongere om hulp te vragen aan de jongerenadviseur b. Of dat wantrouwen bij de jongere verkleint c. Of de problemen sneller/in een eerder stadium kunnen worden opgepakt d. Levert de aanwezigheid van de jongerenadviseur u zelf ook iets op? i. Bijvoorbeeld dat u meer zicht hebt op wat ze doen ii. Of dat u ze beter weet te vinden? 9. Heeft u de indruk dat zich meer jongeren die hulp kunnen gebruiken, melden via deze manier van werken? 10. Heeft u de indruk dat zich een ander type jongeren die hulp kunnen gebruiken, melden via deze manier van werken? (bijvoorbeeld: jongeren met een ander type problemen, jongeren bij wie de problemen nog niet zo uit de hand zijn gelopen, jongeren die wantrouwend zijn naar de overheid) 11. Wat levert deze manier van werken op voor de jongeren? a. Worden er meer jongeren bereikt b. Wordt er een ander type jongeren bereikt c. Worden ze in een eerder stadium bereikt
d. Worden ze beter en/of intensiever geholpen? e. Anders? 12. Wat maakt deze manier van werken ‘anders’ dan de reguliere manier van werken? Welke onderdelen zijn specifiek? ‘Werken’ die onderdelen voor de jongeren, en zo ja, waarvoor werken ze? Waarom wel of niet? 13. Wat krijgt u terug van jongeren: wat vinden zij van deze manier van werken? 14. Wat vindt u zelf van deze manier van werken? Waarom? 15. Zijn er dingen waar u tegenaan loopt in het outreachend werken / de samenwerking met de jongerenadviseur? Zijn er verbeterpunten? 16. Vindt u dat deze manier van werken moet worden voortgezet? a. Zo ja, voor wie/ welke doelgroepen? b. Wat is er nodig om het te kunnen voortzetten? 17. Zijn er nog dingen die we vergeten zijn te vragen over outreachend werken?