CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 Evaluatie Outreachend Werken WOJ.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 14 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de ontwikkelingen in de positie van Amsterdamse jongeren die ondersteuning nodig hebben bij werk of inkomen en afdoening toezegging TA2023-000334 uit de commissievergadering van 29 maart 2023 (VN2025-018399)16.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie outreachend werken WOJ Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: Projectnummer: Auteurs: E-mailadres: Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:

WPI Feiko de Grip, Hetty van Kempen en Isabel Orlemans h.van.kempen@amsterdam.nl

President Kennedylaan Postbus AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl

Amsterdam, februari Foto voorzijde: The Wave, fotograaf Edwin van Eis (

)

Inhoud Samenvatting en conclusie

5

Inleiding

8

1

2

3

Onderzoeksvraag

9

Cijfermatig beeld outreachend werken

10

1.1 1.2 1.3

10 13 15

De situatie van jongeren op het gebied van opleiding en werk Algemeen bereik van de Jongerenpunten Bereik via outreachend werken

De literatuur over outreachend werken

20

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7

20 20 21 23 24 24 25

Bekendheid Jongerenpunt Maatschappelijke kosten en baten van outreachend werken Drie voorbeelden van outreachend werken Zien, luisteren en helpen Manieren van contact leggen Werkzame elementen bij outreachend werken Samenvattend

Professionals over outreachend werken

26

3.1 Jongerenadviseurs die zelf outreachend werken 26 Bereik 26 Werkzame elementen 28 Verbeterpunt: meer bekendheid over (opbrengsten van) outreachend werken 30 3.2 Jongerenadviseurs die alleen regulier werken 31 Outreachend werken kan helpen… 31 …Maar meer inzicht gewenst in resultaten 31 …En niet ‘in plaats van’ werken achter de balie 32 ‘Andere’ jongeren bereiken dan degenen die een uitkering aanvragen 32 Werkzame elementen van de methode volgens deze groep 33 3.3 Medewerkers van partnerorganisaties 34 Werkzame elementen 34 Verbeterpunten 36

Literatuur

37

Bijlage 1 Tabel netwerkpartners

38

Bijlage 2 Vragenlijst jongerenadviseurs die zelf outreachend werken

40

Bijlage 3 Vragenlijst jongerenadviseurs die alleen regulier werken

41

Bijlage 4 Vragenlijst medewerkers van partnerorganisaties

42

Samenvatting en conclusie

In mei 2023 stonden ruim 8.000 jongeren ingeschreven bij het jongerenpunt van Werk en Opleiding Jongeren (WOJ). Dit is bijna 6% van het totaal aantal Amsterdamse jongeren. Aangezien bijna 17.000 Amsterdamse jongeren in december 2022 geen werk, opleiding of uitkering hadden, bestaat het vermoeden dat er een groep niet wordt bereikt met de dienstverlening van WOJ. Die groep zou kunnen bestaan uit 9.000 Amsterdamse jongeren of meer. Om die reden is er vanaf de zomer 2023 een project gestart om jongeren meer proactief te bereiken door outreachend te werken. Bij deze werkwijze zijn jongerenadviseurs aanwezig op vaste momenten bij jongerenorganisaties, sluit WOJ aan bij evenementen voor jongeren, organiseert zij zelf of in samenspraak met andere jongerenorganisaties evenementen, is zij aanwezig op social media met content gericht op jongeren, en gaat zij op huisbezoek bij (voormalig) VSV’ers. In deze evaluatie wordt de methode onder de loep genomen door de cijfers van de aanpak te bestuderen, een literatuurstudie uit te voeren, en een kwalitatieve studie uit te voeren door middel van interviews met betrokkenen (outreachend werkende professionals, netwerkpartners, en niet-outreachend werkende professionals).

Op deze manier beogen wij een beeld te krijgen van de omvang en het bereik van de aanpak, het type jongeren dat wordt bereikt, en de toegevoegde waarde bovenop de reguliere werkwijze en werkzame elementen van de methode. De cijfers over de output van de outreachende werkwijze zijn beperkt. In interviews met outreachend werkende jongerenadviseurs is aangegeven dat dit te maken heeft met de primaire focus op de jongeren zelf, en minder op de registratie. Ook was er geen standaard voor het registreren, zoals RAAK dat voorheen was voor jongeren die zich meldden aan de reguliere balie op het stadsloket. Tot slot is in interviews aangegeven dat er onduidelijkheid is over wanneer een jongere wel/niet geregistreerd zou moeten worden: vaak gaat het (ook) om kleine en informele hulpvragen waarvoor jongeren komen, en is er geen duidelijk ‘afkappunt’ waarop de professional al dan niet kan besluiten om te gaan registreren. Tegelijkertijd maakt de afwezigheid van zulke registraties het moeilijk om de output in beeld te brengen, wat we ook terug zagen in de interviews met reguliere jongerenadviseurs, die zich meer dan eens afvragen wat er precies gebeurt in de outreachende teams en met welke output, ook gezien de relatief hoge caseloads die deze geïnterviewden ervaren.

Niettemin hebben we een aantal cijfers opgehaald, die waarschijnlijk een onderschatting zijn van het werkelijke aantal jongeren dat is geholpen: - Tussen maart 2023 en februari 2024 zijn er bijna 200 jongeren gesproken, waarbij de meeste vragen gingen over werk of stage; - Tussen september 2023 en oktober 2024 zijn er 236 jongeren aangemeld via outreachend bij het Jobcenter; - Tussen september 2023 en oktober 2024 zijn er 44 events geweest, waar minimaal 770 jongeren zijn gesproken;

-

-

Er zijn op bijna 50 scholen schoolbezoeken afge4legd waarbij 1.280 jongeren zijn bereikt (schooljaar 2023-2024); Gedurende een periode van 9 maanden in 2023 zijn er 134 jongeren geholpen door een medewerker van WSP. Dit heeft in 50% van deze gevallen geleid tot uitstroom naar werk; Er zijn samenwerkingen ontstaan en/of geïntensiveerd met 49 netwerkpartners die zich richten op jongeren.

De frequentie van het contact is niet geregistreerd, evenmin als dat er kenmerken van de jongeren zijn geregistreerd. Wel hebben we hier (enig) inzicht in gekregen door de interviews met gemeentelijke professionals en met netwerkpartners. Uit de interviews met outreachend werkende jongeren blijkt dat er vaak sprake is van meerdere contacten met de jongeren, vaak startend met kleine hulpvragen en soms uitmondend in grotere hulpvragen. Op deze manier proberen professionals het vertrouwen te winnen van de jongeren. Het blijkt uit de gesprekken dat het vertrouwen in de overheid van jongeren vaak laag is, en door deze werkwijze (op een vertrouwde, laagdrempelige locatie met een vast gezicht van WOJ op vaste tijden) lukt het jongerenadviseurs om ook jongeren te bedienen die anders deze stap niet zouden (durven) maken. De vraag of er een ‘ander type’ jongeren wordt bereikt met de methode outreachend werken, kan niet worden beantwoord op basis van de beschikbare data. Wel blijkt vanuit de interviews dat, zoals eerder gezegd, ook jongeren bereikt kunnen worden die dat anders niet zouden durven of willen, en dat jongeren bereikt kunnen worden die het WOJ niet kennen. Ook wordt er bij het outreachend werken een ander type vragen gezien dan alleen de vragen om een uitkering of studietoeslag die domineren bij de reguliere werkwijze.

Ook wordt gezien dat jongeren via de outreachende werkwijze vaak meer gemotiveerd zijn (bijvoorbeeld om aan het werk te gaan) dan jongeren die zich melden bij het stadsloket. Daarnaast blijkt uit de interviews dat de vragen van jongeren vaak op een passender wijze kunnen worden opgepakt doordat de outreachend werkende jongerenadviseur een breder beeld heeft van de (problematiek en situatie van de) jongere. De activiteiten op social media zoals Instagram, Linked In en Facebook zijn vooralsnog beperkt en gefragmenteerd – posts gaan over events in een beperkt aantal stadsdelen en er zit soms lange tijd tussen twee posts. Het aantal volgers, reacties en likes zou kunnen toenemen als het social media-gebruik van het outreachend team (en WOJ in het algemeen) meer worden geïntensiveerd en berichten vanuit alle stadsdelen komen. Zowel de literatuurstudie als de interviews laten vrij overtuigend de meerwaarde zien van de outreachende werkwijze voor jongeren. Als we kijken naar de maatschappelijke kosten en opbrengsten van soortgelijke projecten, dan valt te verwachten dat de outreachende werkwijze een positief resultaat oplevert, vooral in termen van toename van de kwaliteit van leven voor de jongere zelf, maar vooral ook door afname van ziektekosten, afname van overlast en criminaliteit, en afname van uitkeringskosten.

(Een deel van de) jongeren die via de reguliere werkwijze niet of moeilijk bereikt worden (bijvoorbeeld door onbekendheid van het jongerenpunt, door wantrouwen naar de overheid, of door een gebrek aan doenvermogen) kan wél bereikt worden door op outreachende wijze te werk te gaan. Daarmee lijken problemen blijkens de interviews soms

in een eerder stadium aan het licht te komen, ontstaat er een breder beeld van de problematiek en situatie van de jongere, en is er een kleinere kans op uitval van de jongere. Ook zien we een overlap in werkzame elementen vanuit de interviews en de literatuurstudie. In een notendop zijn deze elementen: - De laagdrempeligheid van de outreachende methode: o Op een plek die de jongere kent en waar hij zich veilig voelt; o Geholpen door jongerenadviseurs die ‘dezelfde taal’ spreken; o Door één en dezelfde jongerenadviseur (één contactpersoon, geen doorverwijzingen); o De jongerenadviseur neemt ruim de tijd voor de jongere; o Op tijden die de jongere uitkomt (’s avonds en, in mindere mate, in het weekend) - De methode vergroot het vertrouwen: o Doordat er meer tijd en aandacht is in een minder formele setting; o Daardoor komt de complexiteit van situaties/problemen beter naar voren waar ook passend op gehandeld kan worden - De snelheid waarmee gehandeld kan worden: o Doordat de lijnen kort zijn met de netwerkpartners; o Doordat er snel een beter beeld gevormd kan worden van de situatie van de jongere; o Waardoor een passender aanbod kan worden aangereikt; o Waardoor de kans op uitval vermindert; o Waardoor de kans op een olievlekwerking (doordat jongeren vertellen aan vrienden en bekenden dat je daar snel en doeltreffend geholpen wordt) toeneemt Een verbeterpunt is echter wel de

registratie van de output. Zonder dat de registratie een doel op zich moet worden, lijkt het voor het draagvlak binnen de organisatie (verticaal) en onder de regulier werkende collega’s (horizontaal) wel belangrijk om de resultaten van de werkwijze duidelijker te kunnen maken dan thans het geval is.

Inleiding

In de stad Amsterdam weten veel jongeren het Jongerenpunt (Werk en Opleiding Jongeren, WOJ) te vinden, bijvoorbeeld door zelf binnen te lopen of via netwerkpartners zoals het onderwijs en partners uit de sociale basis. Er zijn vermoedelijk echter ook jongeren die niet aankomen bij het jongerenpunt terwijl zij mogelijk wel hulp kunnen gebruiken bij toeleiding naar duurzaam werk of opleiding of hulp op andere leefgebieden (zoals schuldenproblematiek). De aantallen voortijdig schoolverlaters, de aantallen NEET-jongeren en signalen van partners laten zien dat niet alle jongeren die hulp nodig hebben, worden bereikt (bron: WPI, voorstel doorontwikkeling outreachend werken bij WOJ). Maar ook de relatieve onbekendheid van het jongerenpunt onder jongeren in het algemeen is daarvoor een indicator (O&S, 2024). Het outreachend werken is vanaf zomer 2023 op verschillende manieren ingevuld en gefinancierd door het ministerie van SZW. Nu de gelden aflopen, wil WOJ graag weten welke van de elementen van de outreachend aanpak werkzaam zijn (geweest), voor wie en onder welke omstandigheden. Door dat inzichtelijk te krijgen, kan de afdeling keuzes maken voor de toekomst: welke elementen van het outreachend werken worden voortgezet, en welke niet.

De elementen waaruit het outreachend werken bestaat, betreffen: Op vaste, afgesproken momenten aanwezig zijn bij belangrijke organisaties die contact met jongeren hebben. Dit moet resulteren in zowel contact met jongeren die anders buiten beeld zijn bij WOJ als een beter beeld bij partners over wat WOJ kan betekenen; Flexibel bij evenementen van belangrijke partners kunnen aansluiten; ook in het weekend en in de avonduren; Op huisbezoek gaan bij jongeren die als VSV’er of voormalig VSV’ er bekend zijn; Op Social Media aanwezig zijn met aansprekende content; kort en aansprekende influencers bij de te bereiken doelgroep; Als jongerenpunt samen met partners aantrekkelijke evenementen organiseren. Dit moet resulteren in contact met jongeren die anders buiten beeld zijn bij WOJ. (bron: WPI, voorstel doorontwikkeling outreachend werken bij WOJ). Om het outreachend werken vorm te geven, is in elk stadsdeel in ieder geval één jongerenadviseur aangewezen om op deze manier te gaan werken. In hetzelfde voorstel van WPI wordt duidelijk gemaakt wat met bovenstaande acties bereikt dient te worden: -

Meer jongeren in begeleiding naar een (duurzame) arbeidsplek of opleiding Een realistisch beeld bij partners over wat de Jongerenpunten, en breder de gemeente, kan betekenen voor de doelgroep jongeren Onder jongeren meer bekendheid over het jongerenpunt; zowel door direct contact als door verwijzing van vrienden Een beter beeld bij de jongerenadviseurs over wat partners in het veld voor jongeren betekenen.

Onderzoeksvraag De onderzoeksvraag valt uiteen in drie delen. 1. Hoeveel jongeren worden bereikt met de verschillende onderdelen van outreachend werken? Hoe verhouden deze aantallen zich tot het bereik met de reguliere dienstverlening van WOJ? Hoe ziet het bereik eruit in termen van frequentie van contact (eenmalig of langduriger traject?) 2. Wordt een ‘ander type’ jongere bereikt met de outreachende aanpak in vergelijking met de reguliere aanpak? In termen van: a. Mate waarin de problematiek is opgelopen b. Mate waarin de hulpvraag meer of minder ‘eenvoudig’ kan worden opgepakt c. Objectieve kenmerken van de jongeren (zoals opleidingsniveau, beheersing van de Nederlandse taal, al dan niet hebben van een woonadres) 3. Wat is volgens jongerenadviseurs de toegevoegde waarde van het outreachend werken en wat zijn de werkzame elementen? De onderliggende rapportage geeft een evaluatie van de werkwijze. De rapportage bestaat uit drie delen: een cijfermatig overzicht van de werkwijze en activiteiten en het bereik daarvan (hoofdstuk 1), een literatuurstudie van de werkzame elementen binnen het outreachend werken in het algemeen (hoofdstuk 2) en een analyse van interviews met professionals die zelf outreachend werken bij WOJ en partners van WOJ die betrokken zijn in het project outreachend werken (hoofdstuk 3).

Cijfermatig beeld outreachend werken

Dit hoofdstuk geeft aan de hand van cijfers een beeld van het bereik via outreachend werken en het reguliere bereik van het Jongerenpunt. Waar mogelijk wordt gekeken of er via outreachend werken ‘andere’ jongeren bereikt worden dan via de reguliere werkwijze (in termen van kenmerken van de jongeren). Registraties over outreachend werken verschillen echter van de reguliere klantregistratie en zijn beperkt beschikbaar (vaak juist vanwege de andere manier van werken), waardoor een precieze vergelijking tussen het bereik via de reguliere en outreachende werkwijze niet mogelijk is (zie kader). Dit is belangrijk om bij het lezen in het achterhoofd te houden. De beschikbare cijfers over outreachend werken worden in paragraaf 1.3 geanalyseerd. Daarvoor gaat dit hoofdstuk in op de situatie van Amsterdamse jongeren in het algemeen op het gebied van opleiding en werk in de verschillende stadsdelen (paragraaf 1.1) en op het totale bereik van het Jongerenpunt (paragraaf 1.2). Bereik via outreachend werken wordt beperkt geregistreerd Registraties over outreachend werken verschillen van de reguliere klantregistratie van het Jongerenpunt en zijn beperkt beschikbaar. In de klantregistratie van het Jongerenpunt wordt niet bijgehouden bij welke jongeren het eerste contact via outreachend werken werd gelegd.

Er worden wel registraties bijgehouden van de door het team outreachend werken ondernomen activiteiten en de jongeren waarmee contact is geweest, maar deze geven geen volledig beeld van het bereik. Dit kan te maken hebben met het minder formele/bureaucratische karakter van outreachend werken: een jongere ‘meldt’ zich immers niet bij een loket met een concrete vraag zoals bij de reguliere werkwijze. Ook is bij eenmalig contact (bijvoorbeeld op een event) moeilijk vast te stellen hoeveel jongeren er bereikt zijn (want hoe intensief moet het contact/het gesprek zijn voordat die kan worden meegeteld? Hier bestaat geen ‘hard’ afkappunt voor). Daardoor is het ook moeilijk om effecten van de contacten in kaart te brengen. Om het bereik van outreachend werken kwantitatief goed in kaart te brengen, moet waar mogelijk de data beter verzameld worden (bijvoorbeeld door afspraken te maken over wanneer een contact meetelt en wanneer niet). Belangrijker nog is het om kwalitatief te bekijken wat de methode oplevert, om te voorkomen dat het registreren een doel op zich wordt binnen het project. Dat doen we in deze rapportage in hoofdstuk 3.

. De situatie van jongeren op het gebied van opleiding en werk De Jongerenpunten richten zich op jongeren van 16 tot en met 26 jaar. De meeste statistieken die over jongeren worden bijgehouden gaan echter over 15 t/m 26 jarigen. Daarom hanteren we deze leeftijdsafbakening in deze paragraaf.

Aantal jongeren in Amsterdam in 10 jaar tijd met 20 procent gegroeid Op 1 januari 2024 zijn er 164.866 Amsterdammers tussen 15 en 26 jaar. In stadsdeel NieuwWest wonen de meeste jongeren (31.900), gevolgd door Oost (26.700), Zuid (24.800) en West (24.500). In de andere stadsdelen ligt het aantal jongeren lager. Het gaat om 18.900 jongeren in Zuidoost, 17.400 jongeren in Centrum en 16.900 jongeren in Noord. In Stadsgebied Weesp wonen 2.700 jongeren (figuur 1.1). In 2024 zijn er 20 procent meer jongeren in Amsterdam dan in 2014. West is het enige stadsdeel waar het aantal jongeren niet gegroeid is ten opzichte van 2014. Hier daalde het aantal jongeren tot 2021, waarna het weer steeg naar het niveau van 2014. In de andere stadsdelen was er wel groei. Deze was het sterkst in Zuidoost (27 procent) en het minst sterk in Zuid (15 procent). Figuur 1.1 Aantal 15 tot en met 26-jarige inwoners per stadsdeel op 1 januari, 2014-2024 35.000 Centrum 30.000

Nieuw-West

25.000

Noord

20.000

Oost

15.000

Weesp West

10.000

Zuid 5.000 Zuidoost

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

0

Bron: O&S, 2024

Relatief veel jongeren met afstand tot werk of onderwijs in Nieuw-West, Centrum en Noord De situatie van jongeren op het gebied van onderwijs en werk verschilt sterk tussen de Amsterdamse stadsdelen. Belangrijke indicatoren die hier iets over zeggen zijn weergegeven in tabel 1.2a. Daarbij is per indicator met kleuren weergegeven in hoeverre een stadsdeel afwijkt van het stedelijk gemiddelde. In Nieuw-West is de situatie van jongeren op alle indicatoren slechter dan gemiddeld. Veel jongeren in het stadsdeel zijn voortijdig schoolverlater, NEET-jongeren (geen werk of opleiding) of buiten beeld (geen werk, opleiding of uitkering). Het percentage jongeren dat betaald werk heeft is relatief laag. Van de werkende jongeren zijn er relatief veel werkzaam als zelfstandige. Dit percentage ligt het hoogst van alle stadsdelen.

In Centrum zijn relatief veel jongeren buiten beeld van de gemeente. Het aandeel jongeren met een uitkering is laag, maar het aandeel jongeren dat niet werkt, geen opleiding volgt en geen uitkering ontvangt (buiten beeld) is hoog. Tegelijkertijd zijn er relatief weinig voortijdig schoolverlaters en is de werkloosheid laag. Dat laatste lijkt gunstig maar de lage werkloosheid in combinatie met een laag aandeel werkende jongeren, duidt erop dat er relatief veel jongeren niet actief participeren op de arbeidsmarkt (niet werkend en ook niet op zoek naar werk). Van de werkende jongeren in Centrum zijn er relatief veel werkzaam als zelfstandige. In Noord is het aandeel werkende jongeren hoog en zijn relatief weinig jongeren buiten beeld. Het aandeel jongeren met een uitkering ligt echter wel hoger dan in alle andere stadsdelen (3,9 procent). Er is hier dus een relatief grote groep met afstand tot de arbeidsmarkt, maar zij zijn via de uitkering wel relatief goed in beeld bij de gemeente. Ook zijn er relatief veel voortijdig schoolverlaters in Noord. Tabel 1.2a Kerncijfers 15 t/m 26 jarigen per stadsdeel, 2023 (percentages) w.v. zelflangdurig werk standige werkloos uitkering VSV* NEET NEET

buiten beeld

langdurig buiten beeld

Centrum

68

6,3

7,2

1,4

6,1

15,0

6,2

13,6

5,5

Nieuw-West

69

7,4

9,9

3,1

10,5

15,9

6,9

12,9

5,0

Noord

73

6,0

9,2

3,9

9,6

12,8

5,7

9,1

3,3

Oost

68

5,2

9,4

2,7

7,3

13,4

5,0

10,8

3,6

Weesp

79

5,2

6,1

2,1

5,8

7,9

3,7

5,8

2,5

West

75

5,9

9,4

2,8

8,9

11,9

4,8

9,1

3,2

Zuid

71

5,6

10,9

1,2

6,6

11,9

4,6

10,7

4,0

Zuidoost

71

4,3

8,4

2,6

8,7

13,8

5,7

11,4

4,4

Amsterdam

71

5,9

9,5

2,5

8,4

13,5

5,5

11,0

4,1

Bron: CBS Microdata, bewerking O&S * VSV gaat over 18 t/m 22 jarigen Tabel 1.2b Definities van de indicatoren in tabel 1.2a Indicator

Definitie

werk

Jongeren met inkomen uit werk. Als werknemer of als zelfstandige.

w.v. zelfstandige werkloos uitkering VSV NEET langdurig NEET

Percentage van de jongeren met werk dat werkt als zelfstandige. Jongeren zonder betaald werk, die wel actief op zoek zijn én binnen twee weken met werken kunnen beginnen. Ontvanger werkloosheids- of bijstandsuitkering, overige sociale voorzieningen of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Jongeren zonder startkwalificatie die geen onderwijs volgen. Jongeren zonder werk die ook geen opleiding volgen. Jongeren die zes maanden of langer geen werk hebben en geen opleiding volgen.

buiten beeld

Jongeren buiten beeld; geen werk, opleiding of uitkering.

langdurig buiten beeld

Zes maanden of langer buiten beeld; geen werk, opleiding of uitkering.

Stadsgebied Weesp valt op doordat het op alle indicatoren beter gaat met jongeren dan gemiddeld. In mindere mate geldt dit ook voor West, waar alleen het percentage jongeren met een uitkering en het aandeel 18 t/m 23 jarige voortijdig schoolverlaters (VSV) boven het Amsterdams gemiddelde ligt. In Zuidoost ligt de situatie van jongeren voor alle indicatoren dicht bij het Amsterdams gemiddelde, maar is deze steeds iets slechter. De jeugdwerkloosheid is in Zuidoost wel lager dan gemiddeld in de stad. Verder valt op dat werkende jongeren uit Zuidoost dit relatief weinig als zelfstandig ondernemer doen. Ook in Oost is de situatie van jongeren redelijk gemiddeld en voor veel indicatoren iets gunstiger. Wel hebben jongeren hier minder vaak betaald werk. In Zuid is de situatie van jongeren op de meeste indicatoren beter dan gemiddeld. De jeugdwerkloosheid is hier wel relatief hoog. Het aantal werkende jongeren is hier echter gemiddeld en het aantal uitkeringen laag, waardoor een hoog werkloosheidspercentage niet perse een slecht teken is. Het geeft aan dat veel jongeren willen werken maar niet direct een passende baan kunnen vinden.

. Algemeen bereik van de Jongerenpunten 5,9 procent van de Amsterdamse jongeren is bekend bij het Jongerenpunt In mei 2023 stonden er 8.116 jongeren ingeschreven bij de Amsterdamse Jongerenpunten. Dat was bijna 10 procent meer dan in 2019 (7.403 jongeren). Ook ten opzichte van het aantal jongeren in de stad is het bereik toegenomen. In 2019 was 5,3 procent van de Amsterdamse jongeren bekend bij een Jongerenpunt, in 2023 was dat 5,9 procent (zie tabel 1.2). De toename van het aantal jongeren dat geholpen wordt kan zowel te maken hebben met een mogelijke toename van problematiek onder jongeren, als met een beter bereik van de doelgroep. Het preciezer duiden van deze ontwikkeling valt buiten de scope van dit onderzoek, waarin de focus ligt op outreachend werken. De combinatie van de cijfers in de vorige en deze paragraaf maakt wél duidelijk dat een deel van de jongeren met afstand tot opleiding of werk niet door het Jongerenpunt geholpen wordt. Doelgroep is waarschijnlijk groter dan de groep jongeren die bereikt wordt Er zijn mogelijk jongeren in de stad die hulp kunnen gebruiken op het gebied van opleiding of werk, die nog niet door het Jongerenpunt bereikt worden. Zo had 13,5 procent van alle jongeren in 2023 geen opleiding of werk (NEET) en had 11 procent ook geen uitkering (buiten beeld), terwijl het klantenbestand van het Jongerenpunt 5,9 procent van de jongeren beslaat.

Ook zijn er meer werkloze jongeren (gemiddeld 12.000 in 2023) dan klanten bij het Jongerenpunt (8.100), waarbij moet worden opgemerkt dat lang niet alle werkloze jongeren hulp nodig hebben om na verloop van tijd werk te vinden. De jeugdwerkloosheid is de afgelopen jaren echter laag en veel jongeren zijn aan het werk. Jongeren die ook in deze periode geen werk kunnen vinden, kunnen hier wellicht hulp bij gebruiken. In de stadsdelen waar de meeste jongeren door een Jongerenpunt worden geholpen (Noord en Nieuw-West), hebben ook relatief veel jongeren een afstand tot onderwijs of arbeidsmarkt. Ook in stadsdeel Centrum lijken op basis van de vorige paragraaf relatief veel jongeren tot de doelgroep te behoren, maar hier is het deel van de jongeren dat door een jongerenpunt geholpen wordt relatief klein (3,0 procent). In de stadsdelen Nieuw-West en

Oost is het aandeel van alle jongeren dat door het Jongerenpunt geholpen wordt het sterkst gegroeid. In Noord en Zuidoost nam dit aandeel licht af. Tabel 1.3 Jongeren per stadsdeel bekend in klantregistratie Jongerenpunt, 2019-2023 (%) 2019 Centrum

2023

2,8

3,0

Nieuw-West

5,7

7,0

Noord

8,0

7,4

Oost

4,1

5,1

Weesp

-

4,0

West

4,9

5,5

Zuid

2,9

3,1

Zuidoost

6,0 5,3

5,8

Amsterdam

5,9

Bron: Klantenregistratie Jongerenpunten

Klantbestand bevat veel vsv’ers en ontvangers van een bijstandsuitkering De klantregistratie van het Jongerenpunt geeft inzicht in de aanleiding waarmee jongeren bij het Jongerenpunt terecht zijn gekomen. In 2023 is deze aanleiding voor vier op de vijf jongeren geregistreerd. Het grootste deel van deze jongeren is voortijdig schoolverlater (VSV; 55 procent (figuur 1.4). Bij 21 procent van de jongeren is het contact ontstaan vanwege ontvangst van een uitkering. Bij de meeste jongeren waarvan een aanleiding voor het contact geregistreerd wordt, gaat het om één aanleiding (85 procent). Bij de rest zijn er twee of drie aanleidingen. Het gaat hier vooral om de combinatie van een uitkering met een andere aanleiding, zoals vsv’ers, statushouders en jongeren met een arbeidsbeperking die ook een uitkering krijgen. Figuur . Aanleiding contact van jongeren in klantregistratie Jongerenpunt, registratie) VSV

(% van de jongeren in

55

Uitkering

21

Arbeidsbeperking

6

Statushouder

6

Inburgeringsplichtig

4 0

% 20

40

60

Bron: Klantenregistratie Jongerenpunten

Net als in 2019 is het merendeel van de klanten man en tussen 18 en 23 jaar In 2023 waren de meeste klanten bij de Jongerenpunten mannelijk (61%) en was de gemiddelde leeftijd 21,6 jaar. Driekwart van alle klanten is tussen 18 en 23 jaar, een kwart

(24%) is 24 jaar of ouder. Er zijn vooral meer mannen in de leeftijdscategorieën 18 t/m 23 jaar en 16-17 jaar. Vrouwelijke klanten zijn relatief vaak 24 jaar of ouder. Deze verhoudingen zijn tussen 2019 en 2023 maar heel beperkt veranderd. Figuur . Klanten Jongerenpunten naar geslacht en leeftijdscategorie,

(%)

Bron: Klantenregistratie Jongerenpunten

. Bereik via outreachend werken Hoewel er veel jongeren door het Jongerenpunt geholpen worden, bevestigen de voorgaande paragrafen het al bestaande vermoeden dat met de reguliere werkwijze een groep jongeren niet bereikt wordt. Het gaat waarschijnlijk vooral om jongeren die geen uitkering ontvangen en niet als vsv-jongere bekend zijn, maar ook geen werk hebben en geen opleiding volgen. Outreachend werken is opgezet om juist deze groep te bereiken, en daarnaast een preventieve rol te spelen door jongeren waarbij de problematiek nog minder hoog is opgelopen, te informeren. Deze paragraaf schetst een beeld van welke jongeren er via outreachend werken bereikt worden en op welke manier. Zoals eerder beschreven wordt het bereik via outreachend werken echter beperkt geregistreerd. De hier beschreven gegevens vormen daardoor waarschijnlijk een onderschatting van het bereik via outreachend werken. Ook zijn bepaalde hulpvragen of aanleidingen voor contact waarschijnlijk minder goed geregistreerd dan andere.

De volgende zaken worden door het team outreachend werken bijgehouden en worden in deze paragraaf achtereenvolgens behandeld: - Registratie van jongeren vóórdat of zonder dat ze in de reguliere klantregistratie (RAAK) terecht komen en aantal aanmeldingen via de Jobcenter website - Aantal door jongerenadviseurs bezochte events en aantal bereikte jongeren - Uitstroom via het Werkgeverservicepunt - Samenwerkingen van jongerenadviseurs met netwerkpartners

Geholpen jongeren hebben voor zover bekend meestal een hulpvraag rondom werk Het team outreachend werken houdt een overzicht bij van de jongeren die het team helpt, vóór of zonder dat de jongere in de reguliere klantregistratie van het Jongerenpunt terecht komt. Het gaat bijvoorbeeld om jongeren die de outreachend werkende jongerenadviseurs spreken tijdens events of in een jongerencentrum, waarbij de jongerenadviseur direct probeert te helpen. Vaak gebeurt dit door de jongere aan te melden voor een Jobcenterworkshop of in contact te brengen met een ‘matcher’ van het Werkgeverservicepunt. Jongerenadviseurs zijn regelmatig samen met een WSP-matcher op locaties aanwezig. Tussen maart 2023 en februari 2024 zijn er in dit overzicht 196 jongeren geregistreerd. Zij worden vooral geholpen op het gebied van werk: de meest geregistreerde hulpvragen zijn werk (55 procent, figuur 1.6) en stage (17 procent). Ook zijn de ingezette hulpinstrumenten allemaal aan het vinden van werk gerelateerd; het gaat om vacature assistent Jongerenpunt (33 procent), WSP (11 procent), stagebemiddeling (9 procent) en vrachtwagen(traject) (9 procent). Dit hangt samen met het type events en organisaties waar de jongeren in contact komen met de jongerenadviseurs. Het gaat namelijk vooral om events over oriëntatie op de arbeidsmarkt of onderwijs, en om de organisatie IMD.

Bij 21 procent van de jongeren gaat het om een hulpvraag in de categorie overig of is de hulpvraag niet geregistreerd. Figuur 1.6 Geregistreerde hulpvraag van jongeren waarmee outreachend werkende jongerenadviseurs contact hebben gehad, maart ’23-februari ‘24

21% Werk Stage

3% 4%

17%

Leer werk traject 55%

Opleiding Overig/onbekend

Bron: Registratie outreachend werken

De meeste jongeren zijn geregistreerd in Nieuw-West (62%), hierna volgen Centrum/Oost/Weesp (15%), West (9%) en Zuidoost (9%). Het aantal jongeren dat wordt geregistreerd is niet constant over tijd en daarnaast veelal bij één jongerenadviseur uit Nieuw-West (68 procent). Het werkelijke aantal in dit stadsdeel zal hierdoor hoger liggen bij de andere stadsdelen, waardoor ook het totale aantal jongeren waarmee team outreachend werken contact heeft gehad in werkelijkheid hoger zal liggen. De verschillen in registratie tussen jongerenadviseurs werd beaamd in het groepsgesprek met de adviseurs. Ook via de website van het Jobcenter zijn aanmeldingen binnen gekomen. Het gaat om 236 jongeren in de periode september 2023-oktober 2024. Veel variatie in grootte en type events, en veel verschillende samenwerkingen Outreachend jongerenadviseurs zijn ook actief aanwezig bij allerlei soorten evenementen, zowel georganiseerd door partners als door het outreachend team zelf of in samenwerking.

Tussen september 2023 en oktober 2024 ging het om 44 events, waar minstens 770 jongeren zijn gesproken. De evenementen zijn divers, maar raken vaak aan de arbeidsmarkt en de buurt. Het gaat bijvoorbeeld om veel (grote) leer- en werk events, events in samenwerking met jongeren- en buurtorganisaties en events gerelateerd aan banen en het zoeken van werk. Maar ook worden er jongeren gesproken op festivals, toernooien en scholen. Het aantal evenementen is relatief gelijk verdeeld over de stadsdelen, en bij 14 procent van de evenementen zijn meerdere stadsdelen betrokken. Nieuw-West en Zuid zijn gemiddeld bij iets meer evenementen betrokken, terwijl dat aantal in West iets lager ligt. De omvang van de evenementen verschilt sterker tussen stadsdelen. Zo worden de meeste jongeren gesproken in Nieuw-West, Noord en Zuidoost, waarschijnlijk mede door het aantal grote events. In Weesp, West en Zuid gaat het juist om veelal kleine events. In onderstaande kader worden twee events uitgelicht. Twee events uitgelicht Schiphol Experience In 2024 was het team outreachend werken betrokken bij de Gen Z Experience. Dit twee weken durende event werd georganiseerd door bedrijven op Schiphol om jongeren kennis te laten maken met het werk dat er is op het vliegveld.

Ongeveer 10 bedrijven openden hun deuren voor jongeren die willen en kunnen werken, maar (extra) hulp nodig hebben bij het maken van de stap richting werk. Jongeren kregen workshops en een rondleiding achter de schermen op het vliegveld en kozen daarna drie vacatures uit een vooraf door de deelnemende bedrijven samengestelde lijst. Jongeren liepen een dag mee bij de gekozen bedrijven om ten slotte een keuze te maken voor één vacature. Als er een match was kon de jongere in dienst treden bij het bedrijf. Het team outreachend werken was door het Werkgeverservicepunt (WSP) benaderd om bij het event betrokken te zijn en jongeren hiervoor aan te melden. Naast het Jongerenpunt en het WSP waren de gemeente Haarlemmermeer en MBO college Airport betrokken. Het grootste deel van de deelnemende jongeren is via Jongerenpunt Amsterdam aangemeld. Jongerenadviseurs van team outreachend werken coachten de jongeren gedurende de twee weken. Van de 36 deelnemers vonden 11 jongeren een baan tijdens de Experience. De jongerenadviseurs meldden jongeren die geen baan vonden veelal aan bij het Jongerenpunt (wanneer zij dat nog niet waren) om ze verder te begeleiden. Dit gebeurde bij 10 deelnemende jongeren. Eén jongere werd in contact gebracht met het Werkgeverservicepunt, waarvan ook een medewerker aanwezig was.

Jongeren aan het werk in de bouw In 2025 organiseert Stichting IMD het project Jongeren aan het werk in de bouw. Aan dit project werken meerdere bouwbedrijven in de regio mee. Zij bieden een opleiding in de bouw met baangarantie aan. Team outreachend werken is in de voorbereiding van het project door stadsdeel Nieuw-West benaderd met de vraag of zij jongeren uit de Van Deysselbuurt kennen die mogelijk in de bouw willen werken. Naar aanleiding hiervan was het team betrokken bij de voorbereiding van het project, waarin bij jongeren werd opgehaald hoe een dergelijk traject er wat hun betreft uit zou moeten zien. Inmiddels loopt het project en is een van de jongerenadviseurs elke woensdagavond aanwezig tijdens trainingen die de jongeren krijgen.

1.280 jongeren bereikt via schoolbezoeken Het team outreachend werken is naast evenementen ook veel aanwezig op scholen. Dit zijn met name ROC’s. Volgens geïnterviewde jongerenadviseurs met als doel het direct bereiken van jongeren en het vergroten van de bekendheid van de jongerenpunten. In één jaar tijd (schooljaar 2023-2024) zijn er op bijna vijftig scholen of in specifieke klassen activiteiten georganiseerd. Meestal wordt één klas per keer gesproken, met gemiddeld 26 jongeren per bijeenkomst. In totaal hebben 1.280 jongeren deelgenomen aan deze activiteiten. Ruim twee op de vijf jongeren vinden werk via het Werkgeverservicepunt Als een jongere hulp nodig heeft bij het vinden van werk, kan een outreachend jongerenadviseur ondersteuning bieden via het Werkgeverservicepunt. Een overzicht van twee matchers van het Werkgeverservicepunt die zijn verbonden aan het project in NieuwWest over een periode van 9 maanden in 2023, geeft een indicatie over de samenwerking tussen het outreachend team en het Werkgeverservicepunt. Gemiddeld stromen ruim twee op de vijf aangemelde jongeren uit via deze samenwerking. In totaal zijn 134 jongeren aangemeld, waarvan 67 zijn uitgestroomd. Van deze uitstromers vonden 59 jongeren werk via een vacature van het Werkgeverservicepunt; de rest via een andere weg. Op dit moment zijn nog 31 jongeren in behandeling.

55 verschillende netwerkpartners, meeste hebben contact met één stadsdeel Naast de intensieve samenwerking met het Werkgeverservicepunt werkt het outreachend team ook samen met veel netwerkpartners. Het contact met deze partners wordt meestal onderhouden door één of twee jongerenadviseurs per stadsdeel. In totaal werken zij met 49 verschillende partners actief samen, waarvan 9 partners in meerdere stadsdelen (zie tabel 1.7). Met de netwerkpartners PerMens, Buurtteams, Elance en HVO wordt door vier of drie stadsdelen samengewerkt. Met de netwerkpartners Combiwel, Ouder en Kindteam, ROSA aanpak, stichting Dock en stichting IMD wordt door twee stadsdelen samengewerkt. De meeste netwerkpartners hebben dus contact met slechts één stadsdeel (zie bijlage 1). Tabel 1.7 Samenwerkingen met netwerkpartners van team outreachend met overlap in meerdere stadsdelen

Netwerkpartner

Centrum/ Oost /Weesp

NieuwWest Noord

West

Zuid

Zuidoost

D&T

PerMens Buurtteams Elance HVO Combiwel OKT (Ouder en Kindteam) ROSA aanpak Stichting Dock Stichting IMD Bron: Registratie outreachend werken

Activiteiten op social media Als onderdeel van het outreachend werken was het idee ook om aanwezig te zijn op social media met aansprekende content. Zowel op Instagram, Linked In, facebook, Snapchat en YouTube is content gepost, meestal in de vorm van advertenties of uitnodigingen voor events zoals leer en werk events, job events, en Bright MindZ, ‘de academie voor hbo-/woprofessionals uit Zuidoost’. Soms bestaat de content uit een foto met tekst, soms uit een filmpje van een influencer (figuur 1.7). Figuur 1.7 Voorbeelden van uitingen op social media: screenshot van een filmpje van het Leer en Werk event, geplaatst op 29 januari 2025; en advertenties voor het Leer en Werk event, geplaatst in september 2024

In het algemeen hebben deze uitingen een redelijk bereik: een video van het Leer en Werk event is op jongeren in West en Nieuw-West gericht, en heeft bijna 15.000 unieke gebruikers gehad na online promotie op de social media (en zo’n 70 likes). Op Instagram heeft WOJ ongeveer 950 volgers (status 18 februari 2025), en krijgen posts tussen de 10 en 180 likes. In het algemeen wordt er op Instagram weinig gereageerd; wel is het zo ingericht dat er altijd iemand van de gemeente reageert als er bijvoorbeeld een vraag komt. Ook de contactgegevens van WOJ (Whatsapp nummer en een link naar WOJ) zijn gemakkelijk vindbaar. Wel is opvallend dat de content fragmentarisch is (er zit soms lange tijd tussen twee events), en bij navraag blijkt dat in sommige stadsdelen veel content wordt geplaatst, terwijl het in andere stadsdelen niet het geval is. Het lijkt deels afhankelijk van de persoon die al dan niet content aanlevert. De communicatieprofessional die wij hierover hebben gesproken, geeft aan dat een reden kan zijn dat jongerenadviseurs de social media activiteiten naast hun reguliere activiteiten moeten doen, er is niet speciaal tijd voor ingeruimd. Niettemin laten de gebruikscijfers (die overigens ook fragmentarisch zijn), zien dat er wel een potentieel publiek van jongeren bereikt kan worden op deze wijze.

Door meer frequent en vanuit alle stadsdelen gebruik te maken van de mogelijkheden van social media, kunnen er meer jongeren bereikt worden.

De literatuur over outreachend werken

. Bekendheid Jongerenpunt Onderzoek onder Amsterdamse jongeren heeft aangetoond dat de bekendheid van het Jongerenpunt onder Amsterdamse jongeren met 10% vrij beperkt is (O&S, 2024). In datzelfde onderzoek wordt verslag gedaan van verdiepende gesprekken met jongeren die met het Jongerenpunt te maken hebben gehad. De deelnemers aan die gesprekken gaven aan dat ze niet van het Jongerenpunt gehoord hadden vóórdat ze door het Jongerenpunt benaderd werden na een uitkeringsaanvraag en/of doorverwijzing. Daarnaast speelt er bij jongeren vaak een beperkte assertiviteit op dit gebied, wat contact opnemen (indien het Jongerenpunt bekend is) óók moeilijker maakt. Daarnaast speelt volgens dit onderzoek het imago van de overheid een rol: sommige jongeren gaven in de gesprekken voor het onderzoek aan weinig vertrouwen in de overheid te hebben en de gemeente vooral met controle te associëren. Het opbouwen van vertrouwen als er eenmaal contact is met een jongere is daarom belangrijk, net als de laagdrempeligheid waarmee het Jongerenpunt probeert te communiceren. Outreachend werken kan daarin behulpzaam zijn omdat de jongerenadviseurs vanuit plekken opereren die dichtbij jongeren staan. Daarbij is er tijd en mogelijkheid om zonder directe en concrete hulpvraag vertrouwen te winnen van de jongeren.

Zonder dat er meteen een traject gestart wordt, en zonder dat er van allerlei zaken dienen te worden geregistreerd. In het genoemde onderzoek van O&S (2024) is ook een enquête onder netwerkpartners van het WOJ uitgezet. Dit zijn bijvoorbeeld maatschappelijke organisaties of onderwijspartners. Ongeveer de helft van de geënquêteerden zegt goed bekend te zijn met het aanbod van de Jongerenpunten. Ook hier valt dus nog winst te behalen. Het informeren van netwerkpartners over werkwijze en mogelijkheden is dan ook een belangrijk onderdeel van het outreachend werken bij WOJ.

. Maatschappelijke kosten en baten van outreachend werken In de literatuur zijn verschillende maatschappelijke kosten-baten analyses (MKBA’s) te vinden over outreachende aanpakken in Amsterdam en in andere steden (LPBL 2012, 2013, 2017, 2019). Met de decentralisatie van taken in het sociaal domein naar gemeenten in 2015, kwam het outreachend werken meer in zwang. Kern van deze outreachende werkwijze was dat professionals actief op zoek gingen (via vindplaatsen of op straat) naar huishoudens of bewoners die mogelijk hulp zouden kunnen gebruiken op één of meer gebieden in het sociaal domein. Vervolgens werd dit zoveel mogelijk met één aanpak en door één persoon opgepakt. Hiermee zouden meer huishoudens en personen boven komen drijven die hulpbehoevend waren; echter wel in een eerder stadium, waardoor escalatie van problemen (met daaraan gekoppeld de daling van de kwaliteit van leven voor de betrokkenen, de

overlast voor anderen, en de inzet van duurdere, specialistische hulp voor de (lokale) overheid) voorkomen kon worden. We hebben vier MKBA’s van outreachende aanpakken naast elkaar gelegd, waarvan twee gedaan zijn in Amsterdam, één in Eindhoven en één in Groningen. Een ander onderscheid is naar doelgroep: in drie van de studies ging het om outreachende hulp aan huishoudens (met multiproblematiek) en in één geval aan jongeren van 15 tot 27 jaar. Als we kijken naar de effecten van outreachende werkwijzen naar huishoudens (met multiproblematiek), dan zien we positieve saldo’s, variërend van 1,0 (in Groningen) tot 1,65 (project SamenDOEN in Amsterdam). Als we deze laatste als voorbeeld gebruiken, dan betekent het dat elke euro die werd geïnvesteerd in de outreachende werkwijze, €1,65 oplevert in termen van een toegenomen kwaliteit van leven (voor de huishoudens zelf), minder uitkeringslasten (voor de overheid), en minder inzet van duurdere zorg (voor de overheid). Deze effecten werden met name bereikt doordat escalatie van problematiek werd voorkomen. Met andere woorden: er eerder bij zijn, levert geld op, op verschillende gebieden. En het levert meer geld op dan dat het kost, als je de maatschappelijke baten meerekent. Eenzelfde soort analyse heeft LPBL gedaan voor een aanpak specifiek voor jongeren (15-27 jaar) in Amsterdam, de aanpak jeugdwerkloosheid (LPBL, 2017).

Deze outreachende werkwijze van jongerenadviseurs leverde een nog veel groter maatschappelijk saldo, namelijk van 2,5. Met andere woorden: iedere geïnvesteerde euro leverde €2,50 op, als de maatschappelijke baten worden meegeteld. De outreachende werkwijze was deels vergelijkbaar met de aanpak die thans wordt uitgevoerd: zo werden er bijvoorbeeld huisbezoeken afgelegd bij een eerste melding van voortijdig schoolverlaten. Uit de evaluatie blijkt dat de aanpak niet alleen zorgde voor een hogere kwaliteit van leven bij de jongere zelf, maar vooral ook resulteerde in lagere zorgkosten, een daling van criminaliteit en overlast, en minder uitgaven aan uitkeringen. De effecten waren vooral zichtbaar bij jongeren met een lage of middelbare opleiding. Voor de huidige outreachende aanpak zijn we nu niet in staat om een MKBA op te stellen, met name door een gebrek aan accurate registraties. Niettemin doen de resultaten van deze genoemde studies, en met name de laatste, ons verwachten dat er in de huidige aanpak ook sprake zal zijn van een positief saldo.

. Drie voorbeelden van outreachend werken Outreachend werken vindt plaats op verschillende manieren in het sociaal domein, met verschillende doelgroepen en op verschillende plekken. Drie hiervan, die de verscheidenheid aan outreachend werken goed in beeld brengen, zullen we in deze paragraaf bespreken. Sluitende aanpak PRO/VSO De scholen voor Praktijkonderwijs (PrO) en Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) in de regio Amsterdam werken nauw samen met de gemeente Amsterdam (afdeling Sociaal Werk) om leerlingen die (bijna) klaar zijn met school te begeleiden naar de arbeidsmarkt, een vervolgopleiding of beschut werk. Elke school heeft een vaste contactpersoon bij de

gemeente. De korte lijntjes, het persoonlijk contact en de warme overdracht van school naar gemeente wordt ook wel de ‘sluitende aanpak PrO/VSO’ genoemd. Het is een vorm van outreachend werken waarbij de doelgroep proactief wordt ‘opgehaald’, in plaats van de doelgroep die zich meldt bij de gemeente. Een eerste interne analyse laat zien dat het bereik van deze aanpak groot is: er worden meer jongeren bereikt en in begeleiding genomen dan voorheen, toen jongeren zich zelf moesten melden met een hulpvraag. Onderzoek en Statistiek (te verschijnen) is momenteel bezig met het maken van een analyse van de kenmerken van jongeren die een grotere dan wel kleinere kans hebben om bereikt te worden met deze aanpak. Buiten kijf staat in ieder geval dat er meer jongeren bereikt worden dan met de niet-outreachende dienstverlening. Vroeg erop af Een heel bekende vorm van outreachend werken is de Vroeg erop af-methode, waarbij de gemeente Amsterdam meldingen krijgt over betalingsachterstanden van huishoudens (niet specifiek gericht op jongeren, maar alle huishoudens) door bijvoorbeeld de belastingdienst, de energieleverancier, de zorgverzekeraar of de woningcorporatie. Medewerkers van de buurtteams pakken deze meldingen op door met de betreffende huishoudens contact op te nemen met een hulpaanbod, zodat de schulden niet verder hoeven op te lopen.

Een aantal elementen uit deze outreachende aanpak blijkt werkzaam, waaronder (Van de Bunt et al., 2023): 1. Het wegnemen van een drempel door proactief mensen te benaderen. Doordat de mensen om wie het gaat vaak te maken hebben met stress, neemt het doenvermogen af en kunnen ze zelf deze stap vaak niet meer nemen. Door deze manier van werken wordt de drempel van het verminderde doenvermogen weggenomen. 2. Combineren van diverse communicatiemethoden, zoals Whatsapp voor jongeren en een huisbezoek voor ouderen. Maatwerk gebaseerd op ervaring met werkzaamheid van diverse communicatiemiddelen voor de diverse te bereiken groepen, is hierbij belangrijk. De meest optimale vorm van communicatie per doelgroep zou zelfs kunnen worden gemodelleerd, om zo een maximaal bereik per doelgroep te behalen (Gemeente Rotterdam, 2019). 3. Het bieden van duidelijkheid en eerlijkheid over mogelijke dienstverlening (dus geen loze beloften doen). Op deze manier kan vertrouwen gekweekt en behouden worden. 4. Inwoners moeten zich gehoord en gezien voelen, dus geen oordelen en ‘echt luisteren’. Daar hoort bij dat professionals de tijd nemen voor de Amsterdammer, en doorverwijzingen, indien nodig, alleen ‘warm’ doen. Het project Bewonersverbinder (gemeente Utrecht) In Utrecht Overvecht wordt ervaring opgedaan met outreachend werken door de inzet van zogenaamde ‘bewonersverbinders’.

Deze verbinders sluiten aan bij gesprekken die met bewoners van een drietal hoge flats worden gevoerd door woningcorporaties in het kader van een grootscheepse renovatie. De verbinders hebben geen agenda (de bewoner bepaalt waarover hij wil praten), zijn verbonden aan Samen voor Overvecht (een samenwerkingsverband tussen bewoners, wijkambassadeurs, professionals en de gemeente Utrecht) en dus niet (alleen) aan de gemeente, en hebben een netwerk met hulpbronnen op verschillende domeinen. De resultaten worden zowel door bewoners als door professionals positief gewaardeerd, onder andere omdat het algemeen welbevinden van geholpen

buurtbewoners erdoor toeneemt. De proactieve, outreachende aanpak en de brede kijk over de levensdomeinen heen worden in het rapport genoemd als succesfactoren in de aanpak, evenals de samenwerking tussen stakeholders en het neutrale karakter van de bewonersverbinder. Dit laatste blijkt te helpen om meer wanttrouwende bewoners te bereiken. Daarnaast zijn twee andere factoren van belang voor het succes van het project, namelijk het feit dat bewonersverbinder dezelfde taal spreekt en dezelfde (culturele) achtergrond heeft als de inwoner met een hulpvraag, én de beschikbaarheid van voldoende uren bij de professional om de tijd te kunnen nemen voor de inwoner (Gemeente Utrecht 2023).

. Zien, luisteren en helpen In de zomer van 2024 is het SCP met een interessante studie naar buiten gekomen over het niet-bereik van voorzieningen in het sociaal domein (SCP, 2024). Zij beargumenteren dat gemeenten veelal uitgaan van het gebruik van voorzieningen door bewoners in het sociaal domein. Zij stellen een perspectiefwisseling voor van gebruik en niet-gebruik door inwoners naar bereik en niet-bereik van inwoners. Dat betekent dat gemeenten actiever op zoek gaan naar mensen die ondersteuning nodig hebben, in plaats van te wachten tot zij zich melden om van een voorziening gebruik te maken. Het verhoogt de kans om mensen tijdig te bereiken, vaak al voordat zij zelf een duidelijke hulpvraag hebben geformuleerd en ook voordat problemen uit de hand gaan lopen. Het willen bereiken van inwoners met ondersteuningsbehoeften vraagt erom minder te denken vanuit het bestaande aanbod en om meer aansluiting te zoeken bij de behoeften van mensen, om hen beter passend en volledig te kunnen ondersteunen. Zij schrijven: ‘Beleid in het sociaal domein is gestoeld op deels onrealistische aannames en mensbeelden. Bijvoorbeeld dat mensen die hulp nodig hebben daar altijd zelf om zullen vragen. Hieruit volgt dat de dienstverlening vaak is ingericht als een loket, waar mensen hun hulpvraag kunnen stellen en van het aanbod gebruik kunnen maken.

En hoewel gemeenten zich inspannen om het loket laagdrempelig en dicht bij de inwoners in te richten, blijft het een passieve vorm van dienstverlening. Daardoor missen gemeenten mensen die niet zelf om hulp komen vragen. Tegelijkertijd hebben hulpverleners vaak onvoldoende tijd en ruimte om op inwoners die vastlopen in hun problemen af te kunnen stappen, en samen te werken met netwerkpartners in het sociaal domein.’ Volgens hen is het nodig dat professionals actiever op zoek te gaan naar mensen die niet zelf de weg naar ondersteuning zoeken of kennen. Want: ‘Bij het denken vanuit (niet-)gebruik staat het bestaande aanbod centraal. Denken vanuit bereik legt meer de nadruk op de aansluiting van ondersteuning bij de werkelijke behoeften van inwoners, en vergt een meer vraaggestuurde werkwijze. Aanbodgericht denken is een belangrijke oorzaak van niet-passende of gemiste ondersteuning, terwijl een vraaggestuurde werkwijze de kans op passende en tijdige ondersteuning van mensen verbetert.’ Precies zoals met de aanpak outreachend werken vanuit het WOJ wordt beoogd. De vraag die dan rest, is: outreachend werken, hoe dan? Verschillende studies geven daar handvatten voor.

. Manieren van contact leggen Movisie heeft in 2017 een dossier gepubliceerd waarin modellen van outreachend werken en werkzame elementen worden beschreven. In dit dossier komen vier manieren van contact leggen met de doelgroep naar voren, die alle ook zijn ingezet binnen het project van WOJ: 1 Huisbezoek (ongevraagd) op basis van signalen van formele en informele netwerkpartners. 2 Huisbezoek (ongevraagd, aangekondigd, op afspraak of zelfs op verzoek van de cliënt zelf) aan alle wijkbewoners waarbij de professional alert is op signalen. 3 Aanwezig zijn op parken, pleinen, straten, buurthuizen, scholen etc. Vindplaatsen waar de potentiële doelgroep is. 4 Voorlichting geven op locaties waar de potentiële doelgroep collectief aanwezig is. Belangrijk is, zoals eerder al benoemd in de paragraaf over Vroeg Erop Af, dat er een combinatie van communicatiemethoden wordt toegepast, al dan niet specifiek toegespitst op de doelgroep die men wil bereiken.

. Werkzame elementen bij outreachend werken De werkzame factoren van outreachend werken die in het dossier van Movisie worden besproken, worden hieronder (in verkorte vorm) besproken. De werkzame factoren zijn (Movisie, 2017): 1 Bied maatwerk: sluit aan bij de situatie van de persoon. Heeft de persoon bijvoorbeeld langdurige, intensieve ondersteuning nodig of volstaat een kortdurende hulpverlening waarna de persoon weer zelfstandig verder kan? Ga hierbij dus niet uit van het aanbod, maar van de vraag. 2 Sluit aan bij de buurtcontext. In buurten waar buurtbewoners actief betrokken zijn, ligt het voor de hand om de bewoners zelf meer de ruimte te laten; terwijl de professional er in buurten met veel kwetsbare groepen en weinig initiatief er veel meer ‘bovenop’ moet zitten. Er is dus geen één en dezelfde manier van benaderen voor elke buurt. 3 Vertrouwen van bewoners winnen en behouden door op een laagdrempelige manier contact te maken en onderhouden. 4 Gelijkwaardigheid in de relatie professional-cliënt en het perspectief van de cliënt centraal stellen. 5 Een onbevooroordeelde, open houding van de professional naar de cliënt toe. 6 Motiverende gespreksvoering en oplossingsgericht coachen inzetten zodat cliënt de kracht krijgt van eigen regie. 7 Ervaringsdeskundigen inzetten als schakel tussen professional en cliënt.

8 Bevorderen van cultuursensitiviteit van professionals bij cliënten met een migratieachtergrond. 9 Management dat professionals de ruimte, tijd en mogelijkheden geeft om maatwerk te bieden en te experimenteren waar nodig. Vanuit de genoemde studie van het SCP (2024) kunnen we daaraan toevoegen: 10 Bied een gevarieerd aanbod van manieren om mensen te bereiken, en bied daarbij naast een loket ook een proactieve manier aan om aan te sluiten op de behoeften van mensen. 11 Het onderhouden van een breed netwerk aan organisaties. Dit verbreedt de blik op mensen en hun ondersteuningsbehoeften, en draagt daarmee bij aan het bereik. Tegelijk is er menskracht en deskundigheid nodig om dit tot stand te brengen en te onderhouden. 12 De manier waarop professionals vanuit hun organisaties ondersteund en gefaciliteerd worden heeft impact op bereik. Dat gaat onder meer over de tijd en ruimte die zij

krijgen om outreachend te werken, de mate waarin het organisaties lukt te investeren in ondersteuning en begeleiding van professionals en vrijwilligers, en de mate van zichtbaarheid in de buurt waar zij hun hulpaanbod op richten. Bezuinigingen, personeelsschaarste, een hoge caseload en rigide regels en procedures belemmeren professionals om te doen wat nodig is.

. Samenvattend Als we de besproken literatuur overzien, heeft een outreachende werkwijze een potentieel om een grotere groep inwoners (in dit geval: jongeren) te bereiken. Hulpbehoevende jongeren die niet bereikt worden met een loket (door onwetendheid, wantrouwen, een gebrek aan doenvermogen of een combinatie van die factoren) kunnen mogelijk wel bereikt worden als zij proactief benaderd worden op plekken waar zij komen en zich veilig voelen, door hulpverleners die dezelfde ‘taal’ spreken als zij en zich niet in eerste instantie als gemeentelijk medewerker voordoen. Als we kijken naar maatschappelijke kosten-baten analyses van soortgelijke werkwijzen, dan kunnen we verwachten dat ook de huidige outreachende werkwijze bij WOJ een positief rendement zal hebben. Dat betekent dat iedere geïnvesteerde euro (ruim) terugverdiend wordt in termen van een hogere kwaliteit van leven bij de jongere zelf, maar vooral ook in lagere zorgkosten, een daling van criminaliteit en overlast, en minder uitgaven aan uitkeringen. Verschillende benaderingswijzen en communicatiemiddelen dienen hierbij te worden ingezet. Dat kan specifiek worden afgestemd op de specifieke doelgroepen of meer naast elkaar worden ingezet. Het nemen van tijd om vertrouwen te winnen en om de hulpvraag goed boven tafel te krijgen, is daarbij belangrijk.

Daarnaast blijkt het vanuit de literatuur zinnig te zijn om korte lijnen te hebben met de aanwezige netwerkpartners, om elkaar wederzijds te leren kennen en hulp te kunnen inschakelen. Meer jongeren kunnen worden geholpen door goede samenwerking, maar ook verbreedt het de blik op jongeren en (de diversiteit aan) hun ondersteuningsbehoefte, waardoor beter passende hulp kan worden geboden. Bovenal geldt de regel: ga niet uit van het aanbod, maar van de behoefte van de jongere.

Professionals over outreachend werken

Naast het verzamelen van cijfers en het doen van onderzoek naar de literatuur over outreachend werken, zijn er interviews afgenomen met een drietal groepen professionals in de uitvoering:  De jongerenadviseurs die werken vanuit hun stadsdeel voor het project outreachend werken (groepsinterview plus één individueel interview);  Vier jongerenadviseurs die niet outreachend werken;  Vier medewerkers van partnerorganisaties, te weten: perMens, Combiwel, stichting IMD en een schuldhulpverlener van een buurtteam. In dit hoofdstuk worden hun ervaringen en de door hen genoemde verbeterpunten gerapporteerd. Ook zoomen we in op wat het outreachend werken mogelijk ‘extra’ met zich meebrengt (bovenop de reguliere werkwijze van jongerenadviseurs) en wat de werkzame elementen volgens deze stakeholders zijn.

. Jongerenadviseurs die zelf outreachend werken Er is een groepsgesprek geweest met 10 collega’s in de uitvoering: 6 outreachend werkende jongerenadviseurs, 1 teamondersteuner, 2 medewerkers die aan het project gelieerd zijn vanuit WSP1 en 1 stagiair werkzaam bij het team van de outreachend jongerenadviseurs, in een hybride meeting met drie onderzoekers van O&S. Ook is er één telefonisch één-op-één interview geweest met een outreachend jongerenadviseur. In deze paragraaf bespreken we de opbrengsten van het outreachend werken in termen van bereik, de werkzame elementen van de methode, en een mogelijk verbeterpunt van de methode zoals deze geïnterviewden dat beschrijven en ervaren. De vragenlijst is te vinden in bijlage 2. Bereik Bredere doelgroep Geïnterviewden beschrijven een bredere doelgroep van jongeren die zij bereiken met de outreachend aanpak, in vergelijking met de reguliere aanpak. Een jongerenadviseur vertelt: ‘De aanvragen die via de website binnenkomen zijn meestal aanvragen voor een uitkering. Dat zijn jongeren die dus meestal recht hebben op een bijstandsuitkering. (…) En wat je ziet is dat je via outreachend werk jongeren krijgt die ook nuggers zijn, bijvoorbeeld partner van (een bijstandsgerechtigde, O&S) of jongeren die bijvoorbeeld een opleiding hebben, maar die pro/vso jongeren zijn en die dreigen uit te vallen. Dus de doelgroep is wat breder zeg maar.’

1 Het werkgeversservicepunt, dat het contact onderhoudt met werkgevers en ‘matches’ tussen jongeren en werkgevers

kan maken.

Onbekendheid jongerenpunt Geïnterviewden vertellen dat het jongerenpunt vaak onbekend is bij de doelgroep die zij bereiken met het outreachend werken: ‘Ik had recent nog een event samen met de buurt en toen hebben we een aantal jongeren gesproken. Dat zijn wel echt jongeren die niet afweten van het jongerenpunt. Dus ondanks dat het op de scholen wordt gepromoot, zijn ze er niet mee bekend.’ Het kan ook dat ze wel weten van het jongerenpunt, maar niet (precies) wat het jongerenpunt kan betekenen: ‘Het zijn meestal jongeren die niet weten wie we zijn. Of ze weten wel wie we zijn, maar niet echt wat we doen. En als we tijdens zo’n event of bij de jongerenorganisatie vertellen wat we allemaal doen en wat we allemaal hebben aan instrumenten, ja, dan ja, dan weten ze daar niet van. Dat is dan echt nieuwe informatie.’ Preventieve functie Jongerenadviseurs vertellen dat jongeren vaak pas naar het stadsloket komen als de problemen al hoog zijn opgelopen. Dit is anders bij het outreachend werken. Doordat de jongerenadviseurs daar aanwezig zijn op een laagdrempelige locatie waar jongeren vanuit zichzelf ook al komen, hebben ze eventuele problemen eerder op het netvlies – waardoor er eerder hulp geboden kan worden: ‘Het voordeel is dat wij in de preventie hoek zitten ook hè, dat we ervoor zorgen dat jongeren geholpen worden voordat het te laat is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16418210/1