2025-12-03 OZA Conceptverlsag.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 3 december 2025
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 3 december 2025, starttijd 9.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 14 januari 2026
Voorzitter: Alberts Plv. Voorzitter: -Portefeuillehouders: wethouders Groot Wassink, Mbarki en Scholtes Portefeuillehouders afw.: -Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuner: Bakkali Verslaglegging: Draaijer (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Runderkamp (PvdA), Van Pijpen (GroenLinks), Wehkamp (D66), Hylkema (VVD), Van der Kamp (VVD), Emmerik (Partij voor de Dieren), Vesseur (Volt), Haijen (SP), Badal (CDA), Noordman (Forum voor Democratie) Afwezige commissieleden (mk): Overige aanwezigen:
ALGEMEEN GEDEELTE 1a Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.13 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b Mededelingen Het lid VAN PIJPEN komt terug op de sluiting van de wijkkliniek in Zuidoost, die tijdens de vorige vergadering besproken is. Het lid deelt mede dat Zilveren Kruis ingaat op een uitnodiging om aanwezig te zijn bij een openbare technische sessie. Het lid roept op om deze sessie zo spoedig mogelijk te organiseren, bij voorkeur begin januari. Verder stelt het lid voor om dit onderwerp om deze reden niet in de komende raadsvergadering, maar in die van januari te bespreken. De vergadering gaat hiermee akkoord. Wethouder SCHOLTES deelt mede dat in de raadsinformatiebrief Voortgang Jeugd abusievelijk niet is opgenomen dat met deze brief toezegging 401, het informeren van de raad over de effecten van de bezuinigingen op de jeugdzorg, is afgedaan. De wethouder verzoekt om dit op te nemen in het verslag van deze commissievergadering. Wethouder SCHOLTES meldt dat in overeenstemming met de toezegging de resultaten van de Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen nu ook op stadsdeelniveau beschikbaar zijn. De rapportages zijn vanaf heden terug te vinden op de website Gezondheid in beeld.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
1c Vaststellen agenda De VOORZITTER meldt een verzoek te hebben ontvangen om agendapunt 10 direct na agendapunt 3 te bespreken, opdat wethouder Mbarki daarna de vergadering kan verlaten. De vergadering gaat hiermee akkoord. De agenda is hiermee vastgesteld. 1d Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 5 november 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Het lid VAN PIJPEN stelt vast dat de actielijsten niet up-to-date zijn en zaken bevatten die al lang zijn afgedaan. Het lid verzoekt de lijsten op te schonen. 1f TKN-lijst Op verzoek van het lid Van Pijpen worden tkn-stuk 2 en 3 geagendeerd voor de volgende vergadering. 1g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. INHOUDELIJK DEEL 2a Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b Inspreekmoment publiek. Er hebben zich vier insprekers gemeld en zij krijgen allen 3 minuten spreektijd. De VOORZITTER stelt vast dat de eerste inspreker niet aanwezig is en dat er drie insprekers zullen zijn in plaats van vier. Bij agendapunt 2b Inspreker 1, Joyce SLEESWIJK, spreekt in op persoonlijke titel.
Inspreker heeft van een wethouder vernomen dat de gemeente zich niet bemoeit met particuliere scholen maar wil toch graag aan de raad vertellen dat haar dochter in 2017 een eenjarige opleiding heeft gevolgd bij Capabel Onderwijs. Haar dochter haalde goede cijfers en heeft stage gelopen bij zelfmoordpreventielijn 113. Na 200 uur stage hoorde de dochter van inspreker van de school dat een stage bij 113 niet wordt erkend. De dochter heeft een mail gestuurd naar de stagebegeleider, deze mail is nooit beantwoord. Na het vinden van een nieuwe stageplek moest de dochter van inspreker weer bij het begin beginnen, de 200 uur bij 113 telden niet mee. De dochter van inspreker mocht de opleiding niet voortzetten en heeft nu geen diploma of certificaat. De dochter moest studiegeld terugbetalen aan DUO via een incassobureau, terwijl Capabel voor de opleiding geld heeft ontvangen van DUO. De dochter heeft 10.000 euro betaald voor een opleiding
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
waarvan ze niet eens een bewijs heeft dat ze die heeft gevolgd. De school werkt met een leerlingenportaal waarvan geen inloggegevens meer beschikbaar zijn. Inspreker vertelt dat haar dochter nu in een overspannen situatie zit en vindt dat niet redelijk. Inspreker vraagt of de raad in deze kwestie kan helpen. Het lid HAIJEN dankt de inspreker en vindt het belangrijk dat dit verhaal verteld wordt. Het lid vraagt of de dochter van inspreker naar de examencommissie is gegaan met dit verhaal. INSPREKER vertelt heel veel brieven en mails te hebben verstuurd maar weet niet zeker of dat ook naar de examencommissie is geweest. Het lid WEHKAMP dankt de inspreker en vindt het een vervelende situatie. Het lid kan zich wel voorstellen dat de gemeente hier niet over gaat, zoals de wethouder al aangaf. Het lid is benieuwd met wie inspreker nog meer contact heeft gehad. Het lid denkt dat er daar misschien ambtelijk wat tips gegeven kunnen worden om inspreker verder te helpen. INSPREKER geeft aan dat dat OCO is geweest. Het lid VAN PIJPEN vraagt of inspreker naar het buurtteam is geweest. Het lid denkt ook dat het voor de gemeente moeilijk is om hier iets aan te doen omdat het een juridische kwestie is. Het lid raadt inspreker aan juridische steun te zoeken en te rade te gaan bij het buurtteam voor de financiële situatie.
INSPREKER zegt nog niet bij het buurtteam te zijn geweest, maar het meteen hogerop te hebben gezocht. De VOORZITTER raadt inspreker aan om nog even te blijven, omdat er na de laatste inspreker een korte pauze volgt waarin raadsleden desgewenst contact met haar op kunnen nemen. Bij agendapunt 9 Inspreker 2, Renske IMKAMP, spreekt als sociaal advocaat bij De Graaf aan de Kade Advocaten haar zorgen uit over de nieuwe, strengere regels voor jeugdhulp en het structureel wegsturen van ouders bij de poort. Inspreker ziet in de raadsinformatiebrief dat het een doel van het college is om gezinnen de juiste ondersteuning te bieden, maar ziet in haar praktijk dat kinderen met ernstige problematiek geen jeugdhulp meer krijgen in Amsterdam. In de nieuwe jeugdverordening wordt van ouders verlangd dat ze hun baan opzeggen om zelf de dagelijkse intensieve zorg aan hun kind te verlenen, maar deze ouders doen vaak al veel zelf. Met het wegvallen van inkomen en de kans op een eigen leven, raken zowel kind als ouders in de problemen. Inspreker vraagt zich af of dit de politieke bedoeling van de raad is geweest. Bovendien denkt inspreker dat de verordening in strijd is met de Jeugdwet en dus onhoudbaar is.
Inspreker heeft begrepen dat ouders vaak telefonisch worden afgewezen waarbij als argument het nieuwe beleid van de gemeente wordt opgevoerd, waarin staat dat alle zorg en ondersteuning onder de verzorgings- en opvoedingsplicht van de ouders valt. Bij aanvragen die niet in behandeling worden genomen staat niets op papier. Inspreker wijst erop dat ouders op grond van de Jeugdwet en de Algemene Wet Bestuursrecht het recht hebben om een aanvraag in te dienen, op een individuele beoordeling van deze aanvraag en op een beslissing op papier. Zonder zo'n beslissing kunnen zij minder makkelijk juridische hulp vragen en komen ze ook minder snel op het idee om dat te doen. Inspreker denkt dat deze werkwijze inwoners die kwetsbaar zijn het hardst raakt en kan zich niet voorstellen dat dat de bedoeling is van de raad. Inspreker wijst op een brief van Cliëntenbelang Amsterdam en hoopt dat OKT de instructie krijgt dat inwoners die zich melden voor jeugdhulp voortaan een gesprek krijgen over wat nodig is en altijd een beslissing op papier ontvangen. Het lid VESSEUR vraagt of inspreker een overzicht heeft van de redenen die worden gegeven voor het wegsturen van ouders. INSPREKER antwoordt dat over het algemeen als reden wordt gegeven dat er nieuwe regels zijn en dat ouders het zelf moeten oplossen.
Het lid WEHKAMP vraagt of het klopt dat de deur al wordt gesloten zonder dat er iets over de casus bekend is. INSPREKER bevestigt dat en voegt toe dat er soms nog een kort gesprek volgt, maar dat vervolgens wordt gezegd dat er niets mogelijk is. Als mensen op deze manier worden weggestuurd, hebben ze niets op papier. Inspreker vertelt dat dat vaak pas aan het licht komt als mensen zich om een andere reden bij haar melden en benadrukt dat dat niet alleen haar eigen ervaring is, maar ook die van andere cliëntondersteuners en Cliëntenbelang Amsterdam.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
Het lid RUNDERKAMP vraagt of mensen zonder meer worden weggestuurd of dat ze tips krijgen waar ze wel terecht kunnen. INSPREKER meldt dat mensen worden weggestuurd met de mededeling dat de gemeente nieuwe regels heeft en dat er geen hulp mogelijk is. Het lid VESSEUR vraagt of inspreker een idee heeft hoe het komt dat medewerkers bij het loket aangeven dat ze niet kunnen helpen. INSPREKER heeft de indruk dat er veel wachttijden zijn bij gecontracteerde hulp, maar stelt dat geen wettelijke basis geeft om mensen weg te sturen. Inspreker hoort deze verhalen vaak en structureel en meent dat het haast niet anders kan dan dat het instructies zijn van het OKT. Het lid WEHKAMP vraagt of inspreker denkt of het helpt om de verordening aan de Jeugdwet te toetsen. INSPREKER geeft aan niet te weten of dat al of niet gebeurd is, maar vindt dat de uitkomsten laten zien dat de verordening in het licht van de Jeugdwet veel te streng is. Bij agendapunt 10 Inspreker 3, Thijs ZONNEVELD, spreekt in namens Sportraad Amsterdam en meent dat er van alles wordt bedacht om kinderen het spelen onmogelijk te maken. Inspreker stelt vast dat het geluid van spelende kinderen tegenwoordig onder het kopje overlast valt en schetst een situatie in Oud-West, waarbij er uiteindelijk een rechter aan te pas moest komen om kinderen hun voetbalkooi terug te geven.
Inspreker stelt dat deze situatie niet op zichzelf staat en dat door de hele stad speelterreinen voor kinderen onder druk staan door klagende buurtbewoners of bouwactiviteiten. Inspreker refereert aan een recent artikel in de NRC, waarin een onderzoek werd gepubliceerd met als conclusie dat de ruimte om te bewegen zeker in de grote steden steeds verder afneemt. Inspreker neemt aan dat het niet belangrijk genoeg wordt gevonden en vindt het niet gek dat jongere generaties steeds minder bewegen, met negatieve gevolgen voor de gezondheid. Inspreker ziet dat in Nederland in vergelijking met andere Europese landen de meeste mensen stilzitten en vindt dat de mogelijkheid om in de buurt te kunnen sporten of bewegen een grondrecht zou moeten zijn. Voor een groot deel van de bevolking wordt bewegen te duur, te ingewikkeld en te ver weg en inspreker ziet dat dit meer mensen treft naarmate de sociaaleconomische status daalt. Inspreker zet uiteen dat uit onderzoek blijkt dat het laten bewegen van 1 procent van de niet-bewegende Amsterdammers een besparing op de zorgkosten oplevert van 14 miljoen euro. Inspreker noemt bewegen in de breedste zin van het woord een primaire levensbehoefte die niet links of rechts is, niet progressief of conservatief of slechts een klein groepje aangaat.
Inspreker vindt dat een rigoureuze beleidswijziging nodig is en roept namens de Sportraad Amsterdam alle partijen op om sport veel hoger op de agenda te zetten, zeker met het oog op de aankomende verkiezingen, en wijst erop dat investeren in bewegen in heel veel opzichten loont. De VOORZITTER sluit het agendapunt. 2c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2d Rondvraag Het lid WEHKAMP brengt in herinnering dat het op 1 december Wereld Aids Dag was en stelt vast dat de rekenmodellen van Stichting HIV een groei van het aantal infecties voorspellen, ook in Amsterdam. Het lid noemt dit zorgelijk en wijst erop dat de gemeente de ambitie heeft dat er tot 2026 geen nieuwe Hiv-infecties zijn. Het lid refereert aan de discussienota Amsterdam Sexy City en is benieuwd naar de stand van zaken van de motie die is aangenomen rondom de ideeën in de discussienota om de Hiv-infecties naar nul terug te brengen. Het lid vraagt naar de status van de motie, wanneer de
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
toegezegde brief over seksuele gezondheid komt en wat de gemeente verder nog kan doen om dit tij te keren. Wethouder SCHOLTES beaamt dat de cijfers zorgwekkend zijn en heeft inmiddels met deskundigen gesproken over wat er nodig is en waar de HIV-aanpak verder versterkt moet worden. De wethouder is er inmiddels in geslaagd om 100.000 euro te vinden en is op zoek naar meer geld, omdat hij constateert dat wat er nu wordt gedaan onvoldoende werkt. De wethouder geeft aan dat het steeds moeilijker wordt om jongeren te bereiken en vervolgens in zorg te houden. Daarnaast is toegang tot het middel PrEP voor jongeren fysiek en financieel gezien lastig. De wethouder deelt mede dat de versterkte aanpak in de toegezegde brief over seksuele gezondheid wordt beschreven en dat hij probeert deze brief zo snel mogelijk af te hebben. Verder wijst de wethouder op de motie die is aangenomen waarin een onderzoek wordt gevraagd naar de redenen om met PrEP te stoppen en welke aanvullende acties er nodig zijn. De wethouder vertelt dat dit vraagstuk onderdeel is van een promotieonderzoek dat hopelijk voor de zomer is afgerond. De VOORZITTER sluit het agendapunt.
BESPREEKPUNTEN Financiën 3 Vaststellen van de Najaarsnota 2025 (VN2025-016291) Het lid RUNDERKAMP begrijpt uit de najaarsnota dat het budget voor gecertificeerde instellingen voor jeugdzorg wordt verlaagd met 3,5 miljoen euro en dat een deel van de gezinnen kan worden geholpen door de proeftuin Blijvend Veilig. Het lid wijst erop dat deze proeftuin op zijn einde loopt en vraagt hoe de gezinnen worden geholpen die niet in de proeftuin zijn ondergebracht. Het lid WEHKAMP constateert dat de bijdrage van de Lerarenagenda vanuit het Rijk naar de onderwijsregio wordt verplaatst. Het lid is benieuwd hoe de onderwijsregio zich tot de gemeente verhoudt en hoe de gemeenteraad erop toe kan zien. Verder vraagt het lid naar aanleiding van het verhogen van het budget van het Rijksvaccinatieprogramma of er daarmee ook meer budget beschikbaar komt voor HPVvaccinaties. Tot slot stelt het lid vast dat het extra geld voor de transformatie in de jeugdzorg niet wordt besteed, met name waar het gaat om de inzet van praktische gezinsondersteuning en een alternatief aanbod voor kinderen met autisme. Het lid is benieuwd hoe het komt dat dit budget niet wordt besteed. Wethouder MBARKI geeft in antwoord op de eerste vraag van het lid Wehkamp aan dat de directeur Onderwijs van de gemeente deelneemt aan de onderwijsregio.
De wethouder onderschrijft het belang van samenwerking tussen alle partijen en dat de gemeente op deze manier met de andere partijen in de regio aan tafel zit om de besteding van middelen goed te matchen. Wethouder SCHOLTES betreurt het dat de proeftuin waar het lid Runderkamp aan refereerde ten einde is en geeft aan dat de gemeente hiervoor blijft lobbyen in Den Haag. De wethouder vertelt dat de betrokken gezinnen enerzijds zijn overgegaan naar ondersteuning door het OKT en anderzijds naar de Jeugdbescherming. De wethouder beaamt dat er personeelstekorten zijn en geeft aan dat er wordt geprobeerd de meest kwetsbare gezinnen het eerst te helpen en de vinger aan de pols te houden waar de urgentie wat minder groot is. Ook wordt er in het kader van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling gewerkt aan een expertisecentrum dat overal in de stad partners kan helpen. De wethouder benadrukt dat de daling van het budget niet structureel is, maar eenmalig vanwege de personeelstekorten, en dat de Jeugdbescherming bezig is met een verbeterplan.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
Het lid RUNDERKAMP meldt in een interruptie blij te zijn om te horen dat de bezuiniging eenmalig is en spreekt de hoop uit dat de budgetten in de toekomst weer op hetzelfde niveau komen als voor de najaarsnota. Wethouder SCHOLTES is het hiermee eens. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat pas in juni duidelijkheid kwam over de extra middelen waaraan het lid Wehkamp refereerde en dat er vanwege tijd en capaciteit wel een plan is opgesteld voor autismezorg, maar nog niet voor praktische gezinsondersteuning. De reden hiervoor is dat dat ook over de Wmo en de Jeugdwet gaat en dus meer afstemming vraagt. Wethouder SCHOLTES legt uit dat de wijzigingen in het Rijksvaccinatieprogramma niet betekenen dat er meer geld beschikbaar komt, omdat sommige vaccinaties op een andere leeftijd worden aangeboden en er soms inhaalcampagnes nodig zijn voor een bepaald leeftijdscohort. Er is dus geen ruimte voor andere vaccinaties, inclusief HVP. Sport en Bewegen 10 Bespreken van de uitkomsten van het onderzoek “De relatie tussen sport en bewegen en sociaaleconomische verschillen in zorgkosten voor Amsterdam en Rotterdam” (VN2025-015843) Het lid RUNDERKAMP constateert samen met de inspreker dat uit onderzoek is gebleken dat sporten en bewegen iets doen met de zorgkosten. Het lid ziet in het onderzoek een aanmoediging om meer te investeren in sport, met name in sportaccommodaties.
Het lid ziet een enorme strijd om de ruimte en de uitdagingen die daar wat dit betreft liggen, maar heeft er vertrouwen in dat dit na de gemeenteraadsverkiezingen helder op het netvlies staat van de dan formerende partijen. Het lid vraagt nadrukkelijk ook aandacht voor bewegen en wijst op het onderscheid tussen sporten en bewegen. Het lid legt uit dat mensen die wel willen bewegen maar niet sporten niet zoveel hebben aan sportaccommodaties, en ziet dat er in Amsterdam meerdere initiatieven zijn voor deze groep. Het lid vindt de in de brief aangekondigde verkenning naar hoe sport en beweging in Amsterdam gestimuleerd kunnen worden en de raad daar begin 2026 over te informeren te vrijblijvend. Het lid pleit ervoor om samen met alle partners van Amsterdam Vitaal en Gezond en zeker ook met de zorgverzekeraars, per buurt in kaart te brengen wat de meest effectieve maatregel is om gezondheidswinst te boeken. Het lid vraagt om nog voor de gemeenteraadsverkiezingen de resultaten van dit onderzoek op te leveren. Het lid VAN PIJPEN constateert dat de lasten van sport en beweging, in de vorm van het investeren in structuur en aanbod, bij de gemeente komen te liggen en de opbrengsten, in de vorm van minder zorgkosten, bij de zorgverzekeraars. Het lid vindt dat deze scheiding tussen zorg en gezondheid ook in de systemen moet worden geslecht.
Het lid had niet voorzien dat dit agendapunt naar voren zou worden gehaald en deelt mede hier bij agendapunt 8 nog op terug te komen. Verder is het lid benieuwd hoe de discussie over het aanbod binnen Amsterdam Vitaal en Gezond zich vertaalt naar de financiering en vraagt wanneer de zorgverzekeraars 1 miljoen euro gaan investeren in Nieuw-West. Het lid noemt dit stadsdeel omdat het als voorbeeld gegeven is, maar wijst erop dat zo'n investering in andere buurten net zo hard nodig is. Het lid WEHKAMP sluit zich aan bij veel van de punten die door voorgaande sprekers genoemd zijn, maar wil ook de rol van gender in het debat inbrengen. Het lid noemt als voorbeeld dat vrouwen van ongeveer 55 jaar in Amsterdam Zuidoost relatief veel zorgkosten maken en mist dit soort aspecten in de aanpak. Het lid roept op om de rol van gender mee te nemen in het vervolg van het onderzoek.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
Het lid HAIJEN benoemt de ongelijkheid in de stad die tot gezondheidsverschillen leidt. Het lid meldt deze keer eens geen ideologische bijdrage te willen doen, maar het praktisch te houden. Het lid refereert aan de trapveldjes in Amsterdam Noord, die afgelopen week in de commissie Stadsontwikkeling zijn besproken. Het lid zet uiteen dat de leden Belkasmi en Lust zich inzetten voor het plaatsen van verlichting rond deze trapveldjes, zodat jongeren daar langer buiten kunnen spelen en bewegen. Het lid wijst op de onderzoeken en regels voordat deze verlichting geplaatst kan worden en vertelt dat er dan ook onderzoek wordt gedaan naar de bespelingsgraad van zo'n veldje. Het lid denkt dat de bespelingsgraad kan toenemen als een veldje goed verlicht is. Het lid onderschrijft het belang van goed toetsen en rekening houden met de belangen van omwonenden, maar roept zowel de raad als het college op om sommige dingen niet al te ingewikkeld te maken. Wethouder SCHOLTES ziet persoonlijk graag veel sporttoestellen in de openbare ruimte. De wethouder vindt dat het wel bekend is wat er nodig is en dat de stad veel investeert in sporten en bewegen. Op een gegeven moment zijn de beperkte middelen voor de stad volgens de wethouder wel uitgeput en dan zijn de partijen waar de grote budgetten zitten, zoals de zorgverzekeraars en het Rijk, aan zet om te investeren in gezondheid.
De wethouder weet dat Zilveren Kruis met de gedachte speelt om 2 procent van het Zvw-budget naar eigen inzicht te laten besteden, en roept deze verzekeraar op om daar werk van te maken. De wethouder vindt het goed om met het voorliggende onderzoek nader te kijken naar de cijfers, ook per stadsdeel en per buurt, en die te koppelen aan de sociale basispartijen. De wethouder meldt dat dit onderwerp ook op de agenda staat van Amsterdam Vitaal en Gezond, maar kan nog niet beloven of dat voor maart een volledige analyse oplevert. Toch vindt de wethouder dat er best al veel gebeurt en hij verwijst daarbij naar voorbeelden als de beweegnetwerken die door het lid Runderkamp zijn aangehaald en een gezond ontmoetingsmoment dat wordt georganiseerd door huisartsenpraktijk Integraal in de Jordaan, waarbij naast de huisarts ook een leefstijlcoach en een sportcoach zijn betrokken. De wethouder vertelt dat er in de hele stad wordt geïnvesteerd in dit soort netwerken, met een extra impuls voor de stadsdelen Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Ook zijn er andere initiatieven om sport en bewegen aandacht te geven, zoals de Amsterdamse sport- en beweegweek. Er wordt valpreventie aangeboden op locaties waar al gesport of bewogen wordt om na de cursus makkelijk over te stappen op regulier aanbod.
Wethouder Scholtes wijst op de extra bijdrage aan de sportpas 55+ en constateert dat steeds meer ouderen hier gebruik van maken. Verder passen sportscholen hun aanbod aan aan de behoefte van vrouwen en ouderen. De wethouder sluit zich aan bij de vraag van het lid Van Pijpen wanneer de zorgverzekeraars gaan investeren. Het lid VAN PIJPEN refereert in een interruptie aan de 2 procent vrije besteding die Zilveren Kruis overweegt. Het lid loopt alvast vooruit op agendapunt 8 en vraagt of dit niet nu al binnen Amsterdam Vitaal en Gezond kan worden aangepakt. Wethouder SCHOLTES deelt mede dat hij bij agendapunt 8 nog nader in zal gaan op deze vraag, maar dat daarvoor een verandering van de regels moet komen en daar is het Rijk voor nodig Wethouder SCHOLTES is het met het lid Wehkamp eens dat het zorgelijk is dat er door vrouwen en meisjes minder wordt gesport, zeker in de groep tussen 12 en 18 jaar. De wethouder vertelt dat het college expliciet kijkt naar de sport- en beweegdeelname van vrouwen en meisjes via de sportdeelname index. Ook wordt gender opgenomen in de data van Amsterdam Vitaal en Gezond. De wethouder vertelt dat er binnenkort vier pilots worden gestart over zorg, sport en bewegen, werk en inkomen en over veiligheid in de openbare ruimte. De raad zal hierover nog nader worden geïnformeerd.
Het lid WEHKAMP deelt in een interruptie mede verheugd te zijn over deze ontwikkelingen. Het lid RUNDERKAMP vraagt in een interruptie nogmaals aandacht voor de ruimte om te bewegen, waar de inspreker om vroeg. Het lid wil graag weten hoe de wethouder hierover denkt. Wethouder SCHOLTES vertelt hier voorstander van te zijn en
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
denkt dat het goed is dat er vanuit verschillende portefeuillehouders door wethouders en raadsleden steeds integraler wordt gewerkt. Wethouder MBARKI stelt vast dat een aantal vragen al is beantwoord. Wat betreft de deelname van vrouwen en meisjes aan sport en bewegen vertelt de wethouder dat er al veel wordt gedaan. Voor vrouwen noemt de wethouder als voorbeeld Zuidoost 55+ en hij noemt het belangrijk dat het belangrijk is om iedereen aan te spreken en dat wordt meegenomen. De wethouder zet uiteen dat vrouwen- en meidenvoetbal op de voetbalagenda staat en dat het de bedoeling is dat er in de stad acht hubs voor komen. Wel wordt er onderscheid gemaakt, zoals in Zuidoost waar meisjes meer zijn geïnteresseerd in dansen. Daar wordt meer gedaan aan dans, maar in Nieuw-West wordt dan weer meer geïnvesteerd in de meidenhub voetbal. De wethouder stelt vast dat er niet alleen wordt geanalyseerd, maar dat er daadwerkelijk maatregelen worden genomen. Het lid RUNDERKAMP verzoekt dit agendapunt te agenderen voor de aankomende raadsvergadering op 10 en 11 december, zodat hij een motie kan indienen voor opvolging van het onderzoek. De VOORZITTER laat het agendapunt aldus agenderen voor bespreking op de komende raadsvergadering en sluit het agendapunt. De VOORZITTER meldt dat een wethouder heeft verzocht om agendapunt 6 nu eerst te behandelen en de vergadering gaat akkoord.
Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 6 Raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage Buurtteam Amsterdam (VN2025015842) Het lid VAN PIJPEN is blij dat uit het onderzoek blijkt dat de buurtteams zijn ingeburgerd en problemen worden geadresseerd. Het lid signaleert de verwachte toeloop van ouderen en vindt het goed dat er extra wordt geïnvesteerd om te zorgen dat deze groep goed kan worden geholpen. Het lid ziet dat uit de integrale benadering voortvloeit dat het belangrijk is dat er verderop in de organisatie deskundigheid is die ook voor de medewerkers goed toegankelijk is. Het lid ziet in de rolverdeling tussen de gemeente en de buurtteamorganisatie een knelpunt omdat de gemeente niet alleen opdrachtgever, maar ook partner is. Het lid ziet wel dat dit knelpunt er een beetje bij hoort, maar vraagt wel of er andere vormen van uitvoering worden overwogen als inbesteding of het oprichten van een gezamenlijke organisatie, omdat het belangrijk is dat Amsterdammers goede hulp moeten krijgen zonder dat er governancevraagstukken in de weg zitten. Het lid verklaart de uitdrukking 'beweging naar de voorkant' nietszeggend te vinden en vindt dat deze gaat over systemen en niet over mensen. Inhoudelijk mist het lid in de rapportage de verbinding met de informele buurtorganisaties. Het lid weet dat deze verbinding er is en vindt het vreemd dat hij in de rapportage niet benoemd wordt.
Het lid ziet dat elders bij het benoemen van bijvoorbeeld ervaringsdeskundigheid en is van mening dat als je het niet opschrijft, je aangeeft dat je het niet belangrijk vindt en er geen prioriteit aan geeft. Het lid roept op om hier veel meer aandacht aan te besteden. Het lid BADAL vindt dat de buurtteams goed werk doen. Het lid stelt vast dat er vanaf 2027 8 miljoen euro verdwijnt en vanaf 2028 16 miljoen. Het lid vraagt of de masterplannen hierbij betrokken kunnen worden voor structurele financiering. Verder ziet het lid dat er in 2028 een nieuwe opdracht komt, terwijl de huidige teams net op stoom zijn. Het lid meldt dat het CDA het liefst meer continuïteit ziet in dit proces en vraagt of er langere opdrachten kunnen worden gegeven. Tot slot constateert het lid dat er soms verwarring is over de taak van de buurtteams. Het lid vraagt of de wethouder samen met de buurtteams een heldere kerntaak wil formuleren. Het lid RUNDERKAMP toont zich positief verrast door de extra impuls voor de Amsterdamse maatwerkmethode. Het lid maakt zich wel zorgen over de daling van de instroom van 16.000 naar 11.000, terwijl de bekendheid van de buurtteams toeneemt. Het
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
lid heeft begrepen dat hier onderzoek naar wordt gedaan en is benieuwd naar de resultaten hiervan en op welke termijn deze verwacht kunnen worden. Verder vraagt het lid zich af hoe het is gesteld met de fysieke toegankelijkheid van alle 37 buurtteams. Het lid VESSEUR ziet in de buurtteams het loket voor bijna alles en constateert dat de keten achter dit loket onder druk staat. Het lid kijkt vooruit en ziet dat de komende jaren deze druk door bezuinigingen groter wordt. Volt maakt zich daarnaast zorgen over de mensen die niet worden geregistreerd. Het lid vraagt of het college zicht heeft op de vragen die bij het buurtteam terechtkomen en hoe er voor monitoring van deze vragen wordt gezorgd. Het lid EMMERIK ziet goede resultaten van de betrokkenheid van buurtteams bij de Amsterdamse schuldenaanpak. Het lid weet van vrij dichtbij hoe een vicieuze cirkel van achterstanden kan ontstaan en wijst op de recente agressieve reclame-uitingen voor Black Friday. Het lid beschrijft dat schulden leiden tot stress, slapeloosheid, ziektes en structurele kwetsbaarheid. Het lid vindt dat bijvoorbeeld het waarschuwen voor achteraf betalen en het verbieden van agressieve reclame horen bij een integrale benadering van schulden.
Het lid wil weten of de wethouder erkent dat schuldenproblematiek integraal onderdeel is van armoedebeleid en gezondheid en dat deze dossiers structureel opgepakt moeten worden. Het lid hoopt dat de wethouder deze kwestie samen met andere portefeuillehouders integraal kan bespreken. Het lid WEHKAMP ziet dat het buurtteam veel mooie dingen doet, maar ook onder druk staat en dat leidt tot gevolgen voor de Amsterdammers. Het lid constateert dat buurtteams zich ook bezighouden met zaken die meer in de sociale basis thuishoren en vraagt of er in het kader van het herijken van de opdracht een oproep aan de buurtteams kan worden gedaan om zich meer aan de kerntaak te houden. Het lid mist met andere woorden een heldere taakomschrijving en de meetbaarheid daarvan. Het lid wijst op het belang van een loket voor Amsterdammers en roept op dit systeem zo goed mogelijk te laten werken. Wethouder GROOT WASSINK verbaast zich met het lid Emmerik over de agressiviteit van sommige reclames, maar ziet dit niet als de essentie van de schuldenproblematiek. De wethouder beschouwt zaken als uitgesteld betalen meer als de oorzaak hiervan en legt uit dat de gemeente vastzit aan landelijke regelgeving. De wethouder vertelt dat er contact is met de Jeugdadviesraad en dat deze organisatie graag met de gemeente wil samenwerken om jongeren financieel beter onderlegd te maken.
Ook in het onderwijs wordt dit onderwerp geagendeerd. Daarmee is er volgens de wethouder wel degelijk integraliteit bij het aanpakken van de schuldenproblematiek, wat ook blijkt uit het plan Schuldhulpverlening dat in juli in de raad is vastgesteld. Amsterdam scoort rond de 81 procent op vroegsignalering en dat is volgens de wethouder ongekend. Wethouder GROOT WASSINK ziet een groei in het aantal economisch daklozen en vertelt dat dat ook in terug te zien is in de ETHOS telling, die later op de dag wordt besproken. Bij deze groep is huisvesting vooral het probleem en het wreekt zich dat er te weinig woonruimte is, aldus de wethouder. Het lid EMMERIK vraagt in een interruptie of het mogelijk kan worden gemaakt om economisch daklozen voorrang te geven. Wethouder GROOT WASSINK vertelt dat het aantal opvangplekken voor economisch daklozen recentelijk is uitgebreid en dat de gemeente ervoor moet waken om voorrang voor bepaalde groepen te stapelen, omdat er concurrentie kan ontstaan tussen verschillende groepen woningzoekenden met urgentie. Wethouder SCHOLTES is het eens met de constatering van het CDA dat er een teruggang is in het gehele armoedebudget en zegt dat de keuzes hierin moeten worden gemaakt door het nieuwe college en de nieuwe gemeenteraad. De wethouder benadrukt dat er wel wordt gestreefd naar zoveel mogelijk continuïteit voor de buurtteams.
De middelen van de masterplannen kunnen niet worden gebruikt voor reguliere buurtteamactiviteiten, omdat het geen structurele middelen zijn.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
Wat betreft de nieuwe opdracht begrijpt wethouder SCHOLTES de wens naar continuïteit, maar de wethouder legt uit dat de huidige opdracht al onrechtmatig is. De opdracht was om goede redenen verlengd, maar verder uitstellen kan niet. Een nieuwe periode biedt wel ruimte de opdracht te verbeteren en daar is volgens de wethouder voldoende reden voor. Wethouder SCHOLTES legt uit dat in de nieuwe opdracht zal worden geprobeerd de taak van de buurtteams helder te krijgen, maar dat deze niet altijd helemaal afgebakend zal zijn omdat er altijd overlap zal zijn tussen de collectieve activiteiten en de individuele ondersteuning. De wethouder vindt het prima als buurtteams collectiever gaan werken en ziet, wat deze overlap en samenwerking betreft, een groot voordeel in het toekennen van subsidies aan de sociale basis voor een periode zes jaar in plaats van voor een jaar. Het college wil dat er in de buurten veel beter wordt samengewerkt en de wethouder benadrukt dat daarin ook de informele organisaties belangrijk zijn voor de sociale basis. Het lid VAN PIJPEN betwijfelt in een interruptie of de samenwerking met de sociale basis vanzelfsprekend is, maar wil de aandacht vestigen op de informele organisaties. Het lid legt uit dat bewoners soms eerder naar een informele organisatie stappen dan naar een buurtteam, en dat deze organisaties een belangrijk eerste aanspreekpunt kunnen zijn.
Het lid vindt het niet voldoende om dat slechts te constateren, maar roept op tot structurele aandacht voor het opbouwen van structurele netwerken. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij daarin niet van mening verschilt met het lid Van Pijpen en dat hij hier in de nieuwe opdracht extra aandacht aan zal geven, evenals aan de reikwijdte van de buurtteams. De wethouder snapt het verzoek van het lid om te kijken naar de governance, maar streeft wel naar een bepaalde mate van rust en continuïteit van de dienstverlening. Daarom wordt er terughoudend omgegaan met keuzes die kunnen leiden tot grootschalige reorganisaties van de buurtteams en de wethouder is niet geneigd om te sturen op grote veranderingen in de organisatievorm. Het lid VAN PIJPEN vraagt hoe de wethouder dan de problemen denkt op te lossen, waarop wethouder SCHOLTES antwoordt dat het lid zelf al had aangegeven dat het er een beetje bij hoort en dat hij niet voelt voor een grote reorganisatie zo kort na het starten van de buurtteams. Het lid VAN PIJPEN denkt dat het gezamenlijk oprichten van een organisatie wellicht kan zorgen dat de gemeente aan de bovenkant van de organisatie iets kan betekenen. Het lid noemt dat sociaal aandeelhouderschap en benadrukt, zonder iets te willen afdoen aan de wens van de wethouder tot rust, dat de huidige organisatievorm een probleem is.
Wethouder SCHOLTES herhaalt dat er bij de nieuwe opdracht wordt gekeken naar wat er verbeterd kan worden, maar dat een organisatie oprichten een vrij grote ingreep is. Wethouder SCHOLTES legt, in reactie op de bijdrage van het lid Runderkamp, uit dat er veel aandacht wordt besteed aan de maatwerkmethode. Het is volgens de wethouder de vraag hoe hierop gestuurd moet worden. Vrijwel alle medewerkers hebben de training gevolgd en er zijn maatwerkcoaches, procesbegeleiders en ervaringsdeskundigen. De laatste groep is deels vrijwilliger en deels betaald en krijgt van de wethouder voor de nieuwe periode extra aandacht, net als de dalende instroom. De wethouder legt uit dat de registratie tot nu toe niet uniform is en dat het ook daarom lastig is de cijfers over de dalende instroom te duiden. Er zijn nu andere definities en het duurt even voordat duidelijk is wat de cijfers precies zeggen en het is zelfs niet duidelijk of er daadwerkelijk sprake is van een dalende instroom. In januari worden de gesprekken met de buurtteams vervolgd en de wethouder hoopt dat die gesprekken meer inzichten opleveren omdat de buurtteams melden dat de werkdruk toeneemt, wat in strijd lijkt met een dalende instroom. Wethouder SCHOLTES noemt de vraag van het lid Runderkamp over de toegankelijkheid van de 37 locaties van de buurtteams terecht.
Momenteel is er veel aandacht voor toegankelijkheid van locaties en het in beeld krijgen ervan. Er wordt momenteel gewerkt met de toolkit toegankelijke communicatie om de toegankelijkheid te inventariseren en daarna voor Amsterdammers inzichtelijk te maken welke locatie voor wie toegankelijk is. Voor de buurtteams kan deze informatie goed worden gebruikt bij de
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
nieuwe opdracht, en ze kunnen in 2026 nog gebruik maken van de subsidie voor toegankelijkheid. In antwoord op de vraag van het lid Vesseur over inzicht in het soort vragen voor de buurtteams antwoordt wethouder SCHOLTES dat vragen, maar ook activiteiten en ondersteuningsplannen worden geregistreerd per levensdomein. Het is per buurtteam bekend waar Amsterdammers hulp bij vragen en voor 2024 bestond de top 3 uit geld, zorg en wonen. Overigens was dat dezelfde top drie als in 2023. Wethouder SCHOLTES stelt dat het lid Van Pijpen hem al vaker heeft bewogen om termen te veranderen zoals 'huishoudelijke hulp' naar 'huishoudelijke zorg' en is benieuwd of dat deze keer ook lukt. De wethouder kan in de stukken de terminologie in ieder geval niet meer veranderen. Het lid RUNDERKAMP brengt de aandacht op de technische sessie over de buurtteams, die over twee weken plaatsvindt, en vraagt of deze sessie daarna nog in deze commissie besproken wordt. De VOORZITTER wijst het lid erop dat dat aan de commissie zelf is. Wethouder SCHOLTES deelt mede dat het hoofdlijnenbesluit over de nieuwe periode naar de raadsvergadering van februari wordt gestuurd. Na een kort reces en overleg deelt de VOORZITTER mede dat de vergadering besloten heeft dit punt te laten agenderen op de raadsvergadering van februari.
Het wordt dan gevoegd besproken met het hoofdlijnenbesluit dat door de wethouder is aangekondigd. De VOORZITTER sluit het agendapunt. Publieke Gezondheid en Preventie 4 Het uiten van wensen en bedenkingen bij het besluit tot oprichting van GLIA Diagnostiek IT B.V. (hierna genoemd de “Vennootschap”) (VN2025-016117) Het lid HAIJEN vat samen dat het streeklaboratorium van de GGD in 2026, uiterlijk 2027 wordt opgeheven. Om de publieke taak van de GGD wat betreft het bestrijden van infectieziekten te continueren komt er een nieuw samenwerkingsverband van het Amsterdam UMC, het OLVG en de Amsterdamse GGD. Het lid heeft geen bedenkingen tegen dit plan, maar vraagt toelichting van de wethouder op de zinsnede uit de voordracht waarin staat dat na twee jaar de governancestructuur en de aandeelhoudersovereenkomst worden geëvalueerd om te bepalen of de samenwerking wordt gecontinueerd of beëindigd. Het lid wil weten of het werkelijk een optie is om deze samenwerking, waarmee nu een grote investering gemoeid is, te stoppen. Het lid WEHKAMP ziet dat in het stuk de inzet van AI wordt genoemd zonder doel, en noemt dat opvallend en potentieel zorgwekkend. Het lid vraagt of hier een toelichting op kan komen. Verder vraagt het lid over het waarborgen van de privacy welke risico's er uit de DPIA zijn gekomen en hoe deze zijn ondervangen.
Wethouder SCHOLTES geeft aan dat het lid Haijen de tekst wellicht iets te streng leest. De wethouder vertelt dat het uiteraard de bedoeling is om na twee jaar met de partijen verder te gaan en dat de evaluatie bedoeld is om te kijken hoe het gaat en of alle drie de partijen nog in dezelfde mate betrokken willen zijn. In theorie bestaat natuurlijk de mogelijkheid tot stoppen, maar de wethouder gaat daar niet vanuit. Het lid HAIJEN is gerustgesteld door de uitleg van de wethouder, maar ziet dat bij de theoretische mogelijkheid dat de samenwerking wordt beëindigd de taak om infecties te bestrijden bij de GGD blijft liggen. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat stoppen ook geen logische optie zou zijn en dat deze samenwerking leidt tot een veel beter beeld op infectieziekten. Wethouder SCHOLTES legt uit dat het inzetten van AI als hulpmiddel voor diagnostiek een wens is van Amsterdam UMC, maar dat dat iets is voor uitwerking in een veel latere fase.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
Wethouder SCHOLTES deelt mede dat er goed naar de privacy gekeken is. De privacy officers van alle partijen hebben geconcludeerd dat er geen blokkades zijn voor het in gebruik nemen van het platform, mits de privacymaatregelen structureel worden ingericht. De wethouder vertelt dat GLIA momenteel door twee senior privacy- en informatiebeveiligingsadviseurs wordt ondersteund, zodat alle processen de komende maanden kunnen worden gestructureerd. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen om op de volgende raadsvergadering gehamerd te worden. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 5 Vaststellen van de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam2025 (VN2025-016245) Het lid RUNDERKAMP refereert aan een passage in de wijziging van de verordening over het terugvorderen van de restwaarde van een met een pgb gefinancierde scootmobiel van een overleden client. Het lid vertelt dat dat hem hardvochtig in de oren klonk en dat hij heeft uitgezocht hoe dit precies zit. Het lid legt uit dat het technisch gezien zo is dat wanneer iemand tijdens de looptijd van een pgb overlijdt, de erfgenamen de keus hebben om de voorziening te retourneren aan de gemeente, of de voorziening te houden en de restwaarde terug te betalen. Het lid deelt mede hier verder geen vragen over te hebben, maar deze passage voor iedereen te willen verduidelijken.
De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen om op de volgende raadsvergadering gehamerd te worden. 7 Stand van zaken maatregelen plan van aanpak hulp in het huishouden (VN2025-015846) Het lid VAN PIJPEN houdt een betoog over het belang van de huishoudelijke zorg en roept zowel de wethouder als de raad op te stoppen met het beknibbelen op deze vorm van zorg. Het lid ziet huishoudelijke zorg als heel belangrijk voor preventie en de inzet van de eigen leefwereld en vindt dat de huishoudelijke zorg veel meer moet worden betrokken bij de hele structuur van gezondheidszorg en ondersteuning, niet alleen op bestuurlijk niveau maar zeker ook op uitvoerend niveau. Het lid wijst op het feit dat huishoudelijk medewerkers vaak de enigen zijn die achter voordeuren komen en een relatie opbouwen met Amsterdammers, en noemt zo'n relatie een basis van zorg die goud waard is voor de gezondheid en zelfstandigheid van mensen. Het lid vindt dat deze medewerkers veel meer als onderdeel van het netwerk moeten worden gezien en mensen kunnen informeren over de sociale basis en bovendien een signalerende rol kunnen hebben. Het lid heeft geen concrete vraag, maar is benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt.
Het lid ziet verder dat er op verschillende onderwerpen veel onderzoek wordt gedaan naar een maatschappelijke kosten-batenanalyse en vraagt zich af of dit ook kan worden gedaan voor huishoudelijke zorg om te kijken wat het oplevert, zeker in het licht van de discussie over de Wmo. Het lid heeft in de brief gelezen dat er een werkgroep is geformeerd en dat er in 2025 of 2026 resultaten komen. Het lid vindt dat erg breed en wil graag concreet weten wanneer deze resultaten worden verwacht. Het lid stelt vast dat de wachtlijsten nog steeds veel te lang zijn, vindt het fijn dat daar maatregelen op worden genomen maar vindt het jammer dat de jaarlijkse grote schoonmaak door organisatieproblemen dreigt te verdwijnen. Het lid wijst erop dat zo'n grote schoonmaak belangrijk is, ook om even met mensen in contact te zijn en vraagt zich af of hij op een andere manier toch georganiseerd kan worden. Tot slot vraagt het lid aandacht voor de medewerkers. Ze zijn volgens het lid goud waard, maar worden in de praktijk niet goed behandeld. Het lid vindt dat er moet worden gekeken hoe er meer aandacht aan
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
medewerkers besteed kan worden en is benieuwd hoe anderen daarnaar kijken. Het lid kondigt aan op voorstellen te broeden. Het lid HAIJEN wil een gezicht geven aan Amsterdammers die op een wachtlijst staan en schetst een paar mensen die om verschillende redenen deze zorg hard nodig hebben. Het lid legt uit dat de wachtlijst waar deze mensen op kunnen komen niet een paar weken of een paar maanden lang is, maar dat de wachttijd zelfs langer dan een jaar kan zijn. Het lid vertelt dat deze problematiek al 5 jaar bestaat en is gegroeid van 500 naar 1300 Amsterdammers die in 2025 op deze wachtlijst staan. Het lid ziet wel dat campagnes en maatregelen om personeel te werven en te behouden een goed, zij het bescheiden effect hebben. Het lid WEHKAMP zegt in een interruptie benieuwd te zijn naar de visie van de SP op de huistafelgesprekken, waarbij de mensen die gebruik maken van de Wmo maar de 24 euro per maand wel zelf kunnen betalen worden bewogen om dat ook te doen om zo de weg vrij te maken voor anderen die afhankelijk zijn van de Wmo. Zo zouden de wachtlijsten beperkt kunnen worden. Het lid HAIJEN antwoordt dit een terecht punt te vinden maar dat daarvoor landelijke regelgeving nodig is. Het lid vervolgt zijn betoog en wijst op de motie die door de SP is ingediend voor een wervingscampagne voor personeel. Het lid toont zich verheugd dat dit door het college wordt opgepakt.
Het lid constateert dat het aanpakken van de zorgkloof een gezamenlijke inspanning vraagt en ziet ook dat het beschikken op maat er vermoedelijk toe gaat leiden dat meer Amsterdammers recht hebben op meer uren zorg. Het lid blijft onverminderd aandacht vragen voor dit vraagstuk en is het met het lid Van Pijpen eens dat huishoudelijke zorg onmisbaar is, zeker om Amsterdammers langer thuis te laten wonen. Het lid VESSEUR ziet 29 maatregelen, maar nauwelijks een afname van de wachttijden. Het lid voorziet dat dit probleem in de toekomst alleen maar groter wordt en betwijfelt of het inzetten van praktische hulp een realistische oplossing is voor de overbelasting van de jeugdzorg. Het lid vraagt wat de langetermijnstrategie van het college is op dit onderwerp en hoe het college ervoor gaat zorgen dat de werkgroep Toekomst huishoudelijke hulp dit vraagstuk gaat bekijken in het licht van de gehele keten. Het lid WEHKAMP sluit zich aan bij de oproep van het lid Van Pijpen om te kijken naar het personeel en kijkt terug op een zomer waarin ze zelf hulp in de huishouding is geweest. Het lid heeft dit werk ervaren als zeer betekenisvol en heeft er goede herinneringen aan. Het lid constateert dat een van de redenen voor de wachtlijst is dat mensen die het zelf zouden kunnen betalen toch gebruik maken van de HBH.
Het lid leest hier niets over in de brief en is benieuwd naar de laatste stand van zaken over de huistafelgesprekken. Wethouder SCHOLTES erkent dat er nog steeds lange wachtlijsten zijn en wijst er tegelijkertijd op dat sinds de start van deze aanpak per maand duizend Amsterdammers meer aan huishoudelijke zorg zijn geholpen. De wethouder constateert dat de vraag minstens net zo hard groeit, waardoor de wachtlijsten maar zeer beperkt dalen. Wat de wethouder betreft krijgt dit onderwerp de komende jaren onverminderde aandacht en de wethouder staat altijd open voor nieuwe ideeën. De wethouder vertelt dat de campagne wordt voortgezet en vraagt input van de raad voor de aanbesteding die vanaf 2027 voor de nieuwe periode wordt voorbereid. De wethouder benadrukt dat dit dossier zijn onverminderde aandacht krijgt zolang hij wethouder Zorg is, en toont zich teleurgesteld over het uitblijven van de landelijke maatregel voor het invoeren van inkomensafhankelijke bijdragen. Zolang deze maatregel er niet is kunnen mensen worden gewezen op de mogelijkheid om de verantwoordelijkheid te nemen om de zorg zelf te betalen. De wethouder betwijfelt wel of dat erg effectief is en denkt dat hiervoor een wet nodig is. Het lid WEHKAMP meldt in een interruptie de wil te missen om via de huistafelgesprekken meer ruimte te maken op de wachtlijsten.
Wethouder SCHOLTES antwoordt dat er wordt gekeken naar alle mogelijkheden binnen de geldende regelgeving, maar dat hij beperkt vertrouwen heeft in dit soort gesprekken waarbij mensen wordt gevraagd om ergens van af te zien. Ook mag mensen niet naar hun inkomen worden gevraagd.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
Wethouder SCHOLTES vindt niet dat er beknibbeld wordt op huishoudelijke zorg. De wethouder vertelt dat er in Den Haag geluiden zijn die vinden dat huishoudelijke zorg al dan niet deels uit de Wmo gehaald moet worden en betrokken moet worden bij het hele bouwwerk. De wethouder steunt dit zeer en ziet dat er nu al linkjes te zien zijn tussen bijvoorbeeld huishoudelijke zorgmedewerkers en buurtteams. De wethouder denkt dat dat nog beter kan en vertelt dat de huishoudelijke zorg nu ook wordt betrokken bij Amsterdam Vitaal en Gezond. Ook daar wordt volgens de wethouder geprobeerd het gehele bouwwerk te bezien. De wethouder meldt het gebruiken van de MKBA een goed idee te vinden en zegt toe te kijken of dat gedaan kan worden. De wethouder vertelt hierbij dat de MKBA bij bepaalde sociale-basispartijen is uitgevoerd. Wethouder SCHOLTES licht toe dat de werkgroep Toekomst huishoudelijke hulp bezig is en bestaat uit aanbieders, Cliëntenbelang, de regenbooggroep en de gemeente. De aanbevelingen van deze werkgroep moeten in het eerste kwartaal van 2026 komen, maar de wethouder heeft dat niet zelf in de hand. Wethouder SCHOLTES deelt mede zeer open te staan voor het geven van passende aandacht aan de medewerkers. Volgens de wethouder kunnen zorgmedewerkers niet genoeg aandacht krijgen en hij wacht de ideeën hierover af.
Over de langetermijnstrategie waar het lid Vesseur naar vroeg meldt wethouder SCHOLTES het antwoord lastig te vinden omdat er nog wordt gewacht op het invoeren van de inkomensafhankelijke bijdrage. De wethouder denkt dat innovaties rondom AI op termijn eventueel een oplossing zouden kunnen zijn en ziet dat in de volgende periode ook moet worden gekeken hoe de budgetten opgehoogd kunnen worden omdat er nu veel meer Amsterdammers worden geholpen. Ook ziet de wethouder voordelen in een verschuiving naar gebiedsgericht werken, maar hij wijst erop dat dat verder moet worden vastgelegd in de nieuwe aanbesteding, vanaf 2029. In de tussentijd probeert het college stappen te zetten met de Lang Leven Thuisflats. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen voor bespreking op de volgende raadsvergadering. 8 Raadsinformatiebrief voortgang Amsterdam Vitaal & Gezond (VN2025-015845) Het lid RUNDERKAMP schetst dat het programma Amsterdam Vitaal en Gezond zich richt op het terugdringen van gezondheidsverschillen tussen Amsterdammers.
Alle Amsterdammers moeten gezonder en langer kunnen leven, ongeacht hun uitgangspositie in het leven en het lid heeft begin september in dit kader een discussienota geagendeerd over de toekomstige eerstelijns samenwerkingsverbanden en naar aanleiding hiervan zijn er stappen gezet die hebben geleid tot een goed geborgde transitie, waarbij de gemeente en buurtteam Amsterdam onderdeel zijn van de stuurgroep die de transitie begeleidt. Het lid waarschuwt voor het feit dat wanneer de samenwerkingsverbanden na de transitiefase operationeel zijn in januari 2027, er geen vertegenwoordiging is vanuit de buurtteams of het sociaal domein. Daarmee zullen deze organisaties alleen maar vanuit medisch perspectief worden gestuurd terwijl uit verschillende bronnen bekend is dat de gezondheid van de bevolking alleen verbetert wanneer sociale en medische aspecten die aan de basis van ziekte liggen in samenhang worden opgepakt. Het lid ziet dat als de basis van Amsterdam Vitaal en Gezond en pleit ervoor om ook een vertegenwoordiging van sociale partners als Buurtteam Amsterdam zitting te laten nemen in de samenwerkingsverbanden. Het lid VAN PIJPEN ziet in Amsterdam Vitaal en Gezond een belangrijk samenwerkingsverband met de belangrijke doelen verkleinen van de gezondheidsverschillen, verbinding tussen zorgpartijen en verbinding tussen gezondheid en zorg.
Het lid leest in de brief alleen successen, maar is ook benieuwd naar waar het misgaat en wat daarvan geleerd kan worden. Het lid noemt zelf het opheffen van de wijkkliniek, maar vindt het vooral jammer dat leerpunten niet in de brief voorkomen. Het lid
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
mist ook een richting in het maken van echte vernieuwing met structurele afspraken en structurele financiering. Het lid vraagt zich af hoe duurzaam deze samenwerking werkelijk is omdat er veel afhangt van tijdelijke financiering. Het lid wordt boos bij de constatering dat het meeste geld gaat naar curatieve ziekenhuiszorg en niet naar preventie of welzijn. Het lid vindt dat er niet in zorg moet worden geïnvesteerd, maar in gezondheid omdat dat het meest effectief is. Het lid roept de wethouder op om Zilveren Kruis te bewegen om werk te maken van het beschikbaar maken van 2 procent van het budget aan gezondheid in plaats van aan zorg. Het lid vindt dat Amsterdam hier een voortrekkersrol in moet spelen. Tot slot belicht het lid het punt community building uit het stuk en het lid vindt dat een verheugende ontwikkeling. Het lid VESSEUR is blij dat er domeinoverstijgend wordt gewerkt en dat er breder gekeken wordt naar de gezondheid van Amsterdammers. Het lid meldt dat Volt in het stuk de doelgroep jongeren en jongvolwassenen van 18 plus mist en vertelt dat uit onderzoek blijkt dat een derde van deze jongeren de huisarts mijdt omdat ze denken dat een consult van hun eigen risico afgaat.
Het lid constateert dat de informatievoorziening over zorgkosten aan jongeren en jongvolwassenen tekortschiet en wil weten hoe deze groep een structureel onderdeel kan worden van Amsterdam Vitaal en Gezond. Ook vraagt het lid zich af hoe er kan worden gezorgd voor de juiste informatievoorziening voor deze groep, zodat ze naar de huisarts of de tandarts gaan als het nodig is, en niet pas als het te laat is. Het lid EMMERIK ziet dat in de stukken drie gezondheidspijlers worden benoemd. Een nicotinevrije stad, gezonde voeding en voldoende bewegen. Het lid constateert echter dat uit de scores op deze pijlers blijkt dat er nog veel te winnen valt en refereert ook aan eerdere bijdragers die het hadden over sport en bewegen en ook het genderaspect. Het lid stelt vast dat dat laatste bij voeding een rol speelt, omdat mannen bijvoorbeeld meer vlees eten dan vrouwen. Het lid vraagt zich ook af wat gezonde voeding precies is en wijst naar een eerdere opmerking van de wethouder dat vlees in de schijf van vijf voorkomt en dus gezond is. Volgens het lid zegt het Voedingscentrum juist dat Nederlanders te veel vlees eten en het lid wijst op de gezondheidsrisico's van het eten van veel vlees. Het lid vraagt zich af of het niet hoog tijd is een Amsterdams voedingsadvies te ontwikkelen dat aansluit op de culturele- en genderdiversiteit van Amsterdam.
Concreet vraagt het lid of er bij Amsterdam Vitaal en Gezond meer aandacht kan worden besteed aan voeding. Ook vraagt het lid of het mogelijk is om, net zoals voor nicotine, een systeemkaart te ontwikkelen om vleesconsumptie in kaart te brengen om gezondheidswinsten te behalen. Tot slot vraagt het lid wat de visie van het college is op vleesconsumptie binnen gezonde voeding en of er vanuit beleid wordt aangezet tot het eten van minder vlees. Het lid WEHKAMP ziet dat een van de voorbeelden van acties die worden genomen de digitale voordeur is. Het lid schetst al vanaf haar installatie bezig te zijn met het vraagstuk hoe zoveel mogelijk mensen op de hoogte kunnen worden gebracht van wat er in de sociale basis wordt georganiseerd. Het lid is blij dat er een digitale kaart komt in de vorm van de digitale voordeur, en wil graag van de wethouder weten hoe het hiermee gesteld is. Het lid BADAL stelt vast dat de verschillen in levensverwachting tussen de inwoners van Zuidoost, Noord en Nieuw-West worden aangepakt en is daar blij mee. Het lid ziet dat er mooie samenwerkingen met initiatieven zijn en richt zich specifiek op Zuidoost. Het lid vraagt of de wethouder concrete voorbeelden kan geven over cultuursensitief werken. Ook vertelt het lid te hebben vernomen dat SurinaamsHindoestaanse ouderen een grotere kans hebben op diabetes, en het lid vraagt of hier speciale preventie voor is.
Tot slot vraagt het lid waarom er alleen preventie van nicotinegebruik is meegenomen in de stukken, maar niet preventie van alcohol- en drugsgebruik. Het lid wil ook graag weten of er bij stoppen met roken wordt ingezet op traditionele vormen zoals bidi.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 3 december 2025
Wethouder SCHOLTES is het eens met het lid Runderkamp dat het goed is dat niet alleen zorgpartijen betrokken zijn bij de regionale eerstelijns samenwerkingsverbanden. De wethouder vertelt dat er gesprekken gaande zijn over de samenstelling en dat het de bedoeling is dat de buurtteams en het sociaal domein erbij aanschuiven, evenals de gemeente. In reactie op de vraag van het lid Van Pijpen om minder positieve verhalen constateert wethouder SCHOLTES dat er twee kanten zijn aan Amsterdam Vitaal en Gezond. Enerzijds is het een samenwerking waarin partijen elkaar weten te vinden en waar steeds meer een gezamenlijke visie te bespeuren is, die onder andere heeft geleid tot een gezamenlijke IZA-transformatieaanvraag. Anderzijds blijkt in de praktijk dat samenwerken en transformeren erg traag kan verlopen en soms pijn doet. De wethouder vindt dat geen ideale situatie en ziet dat het vertrouwen over en weer soms op de proef wordt gesteld. Tot ongenoegen van de wethouder zijn de transformatiemiddelen die verdeeld zijn voor een belangrijk deel naar de curatieve zorg gegaan en dat heeft volgens de wethouder al tot stevige gesprekken geleid binnen de coalitie en met de zorgverzekeraar. De wethouder ziet dat de beweging naar de voorkant op de wachtlijst staan en daar moet later nog geld voor gezocht worden, zodat de sociale basis en het sociaal domein structureel versterkt kunnen worden.
Over de mentalegezondheidsnetwerken is de wethouder wat positiever, maar in het geheel gesproken ziet de wethouder dat dat de relaties en het vertrouwen wat onder druk staan. Er wordt volgens de wethouder volop ingezet op het krijgen van meer geld voor de IZAtransformatieplannen, wellicht vanuit de koppeling met het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord. Over de digitale voordeur kan wethouder SCHOLTES vertellen dat het eerste deel in principe in uitvoering is. De wethouder schetst het tijdspad en zet uiteen dat in 2025 de focus lag op het verkennen van de technologie en het bouwen van de eerste versie. Vanaf 2026 kan die eerste versie in de praktijk worden uitgetest en vanaf 2027 kan er een stapsgewijze opschaling plaatsvinden. Al met al constateert de wethouder dat er al veel gedaan is en dat er tegelijkertijd nog veel te doen is. Op de vraag van het lid Emmerik antwoordt wethouder SCHOLTES dat hij denkt dat in het algemeen voor bijna alle soorten voedsel geldt dat minder beter is. De wethouder legt uit dat er nog wordt gewerkt aan een nieuwe invulling van de doelen binnen Amsterdam Vitaal en Gezond op het gebied van voeding en daarin zullen de suggesties van het lid Emmerik worden meegenomen. Ook de suggestie van een systeemkaart voor voeding vindt de wethouder een goede en hij zegt toe te gaan kijken of deze in de praktijk kan worden uitgewerkt.