CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.11.06 Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën Kunst en Diversiteit 33299.docx

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 4 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 6 november 202511.596 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Alle vormen van anti-zwart racisme beïnvloeden elkaar: onvoldoende investering in educatie over het koloniale verleden draagt bijvoorbeeld bij aan uitsluiting en discriminatie in onderwijs en arbeidsmarkt, wat vervolgens impact heeft op mentale gezondheid. Daarom is het van belang tegelijkertijd op al deze domeinen te investeren. Lid GARMY (Volt) vraagt wat het belangrijkste is om te bewaken bij de uitvoering van de aanbevelingen, zodat het eigenaarschap van nazaten behouden blijft. D. ABDOELHAFIZKHAN (Onderzoeker) geeft aan dat het cruciaal is dat de uitvoering niet top-down vanuit de gemeente gebeurt, maar dat het perspectief van de nazaten en betrokkenen centraal blijft staan. Dit vereist een andere manier van denken en handelen dan gebruikelijk binnen de gemeente. Lid KHAN (DENK) merkt op dat politieke mobilisatie van de nazaten belangrijk is voor duurzame borging van het herstelbeleid. Hij stelt dat de politieke participatie, zoals stemopkomst, laag is in Surinaamse en Caribische gemeenschappen, en vraagt naar de visie van de onderzoekers om dit te verbeteren.

17

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

M. ESAJAS (Onderzoeker) antwoordt dat politieke participatie niet expliciet naar voren kwam in het onderzoek, maar dat het wel een gedeelde zorg is binnen de betrokken gemeenschappen. Hij legt uit dat lage opkomst en gebrek aan vertrouwen deels voortkomen uit het koloniale verleden en structurele uitsluiting, en dat het een verantwoordelijkheid van de gemeente is om politieke betrokkenheid te stimuleren. D. ABDOELHAFIZKHAN (Onderzoeker) geeft aan dat het Zwart Manifest concrete actiepunten bevat voor politiek en overheid, waaronder het verbeteren van politieke participatie. Ze benadrukt dat wantrouwen bij de gemeenschap begrijpelijk is, mede door structurele achterstelling en incidenten zoals het toeslagenschandaal, waarbij meer dan 70 procent van de gedupeerden een migratieachtergrond heeft en Afro-Caribische Nederlanders 32 keer vaker getroffen werden. Ze stelt dat dit mede de lage opkomst verklaart, maar benadrukt dat iedereen zijn stemrecht moet benutten, omdat daar voor is gestreden. Lid KHAN (DENK) merkt op dat het waardevol kan zijn als vertegenwoordigers van de gemeenschappen in gesprek gaan met de gemeentelijke afdeling die zich bezighoudt met opkomstverhoging. D. ABDOELHAFIZKHAN (Onderzoeker) geeft aan dat dit een uitstekend idee is en dat er voldoende mensen zijn met de juiste kennis en vaardigheden om dit gesprek te voeren.

Lid BOUHASSANI (PvdA) vraagt naar de aanbeveling over het opzetten van een fonds in eigen beheer voor nazaten, en verwijst naar eerdere ervaringen zoals het bewustwordingsfonds. Ze vraagt om advies of aanvullende opmerkingen voor de gemeenteraad. M. ESAJAS (Onderzoeker) geeft aan dat er bewust geen specifiek bedrag is genoemd, omdat dit in overleg vastgesteld moet worden. Hij verwijst naar vergelijkbare fondsen, zoals dat voor de Joodse gemeenschap, en benadrukt het belang van evaluatie van eerdere fondsen om fouten uit het verleden te vermijden. D. ABDOELHAFIZKHAN (Onderzoeker) benadrukt dat het cruciaal is dat de nazaten van begin tot eind betrokken worden bij de totstandkoming, het beheer en de besteding van het fonds. Ze stelt dat inspiratie gehaald kan worden uit de kaders van het fonds voor Joodse Amsterdammers en dat daar al lessen uit getrokken kunnen worden voor een fonds ten behoeve van de zwarte gemeenschap van Amsterdam. Lid KABAMBA (Partij voor Morgen) geeft aan dat zij benieuwd is naar wat nodig is om een multifunctioneel gebouw van en voor de zwarte gemeenschap duurzaam te maken.

Daarnaast vraagt zij hoe de gemeente stappen kan zetten op het gebied van governance en monitoring, en of er ruimte is voor een jaarlijkse community review of een voortgangsrapportage met betrekking tot aanbeveling 6, om politieke betrokkenheid en andere vormen van participatie vanuit de gemeenschap beter te volgen. M. ESAJAS (Onderzoeker) antwoordt dat een multifunctioneel gebouw van en voor de zwarte gemeenschap essentieel is omdat er in Amsterdam vrijwel geen plekken zijn waar mensen zichzelf kunnen zijn en hun verhalen centraal staan. Hij licht toe dat bestaande initiatieven, zoals Radio mArt, al jarenlang een belangrijke stem hebben binnen de Surinaamse Afro-Caribische gemeenschap, maar door het ontbreken van een vaste locatie telkens van plek moeten wisselen. Stabiliteit en een vaste plek zijn daarom cruciaal voor deze initiatieven en gemeenschappen. D. ABDOELHAFIZKHAN (Onderzoeker) geeft aan dat het belangrijkste bij governance en monitoring is dat het eigenaarschap bij de nazaten zelf ligt. Ze benadrukt dat nazaten van begin tot eind bij het proces betrokken moeten worden, van A tot Z, wat momenteel nog onvoldoende gebeurt. Dit vormt volgens haar de rode draad van het rapport en er kan inspiratie worden gehaald uit hoe andere gemeenschappen dit beter vormgeven.

18

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER opent de eerste termijn. Lid KHAN (DENK) geeft aan dat anti-zwart racisme niet alleen historisch, maar ook actueel een urgent probleem is, met voorbeelden uit Congo, Nigeria, Soedan en de structurele achterstelling van zwarte gemeenschappen in Amsterdam, zoals bij het toeslagenschandaal en de moord op Rivaldo. Hij benadrukt dat excuses voor het slavernijverleden pas echt betekenis krijgen wanneer deze gepaard gaan met concrete herstelmaatregelen, zoals een herstelfonds voor nazaten van tot slaaf gemaakte, vergelijkbaar met het fonds voor de Joodse gemeenschap. Daarnaast stelt hij dat empowerment ook politieke macht en participatie vereist, waarbij de lage opkomst en het beperkte aantal raadsleden en wethouders met een Caribische of Surinaamse achtergrond zorgwekkend is. Hij adviseert het betrekken van vertegenwoordigers uit de gemeenschap bij opkomstbevorderende initiatieven. Tot slot benadrukt hij het belang van het blijven voeren van het gesprek over anti-zwart racisme en de doorwerking van het kolonialisme, zeker gezien de opmars van extreemrechts, en vraagt hij het college hoe meer scholen, bedrijven en maatschappelijke instellingen betrokken kunnen raken bij bijvoorbeeld de jaarlijkse Keti Koti-herdenking.

Lid BENTOUMYA (GroenLinks) vindt dat het slavernijverleden van Amsterdam nog te weinig bekend is, ondanks de zichtbare rijkdom die mede op dit geweld en uitbuiting is gebaseerd. Ze benadrukt dat de doorwerking van dit verleden zichtbaar is in structurele ongelijkheid en onderadvisering, bijvoorbeeld bij slachtoffers van het toeslagenschandaal. Ze prijst de onderzoekers voor hun werk en onderstreept dat nazaten overal in het proces betrokken moeten worden. GroenLinks ziet mogelijkheden voor de gemeente om direct actie te ondernemen, onder andere op het gebied van cultuur, grassroots-platforms en het zichtbaar maken van onderbelichte zwarte geschiedenis. Daarnaast vraagt ze hoe het college omgaat met de aanbevelingen uit Oost na de Komma, met name op de arbeidsmarkt, en hoe archivering van deze geschiedenis wordt gewaarborgd nu het Stadsarchief een nieuwe systematiek invoert die de vindbaarheid van bronnen kan bemoeilijken. Tot slot vraagt ze naar de inzet van de gemeente bij het opsporen en teruggeven van roofkunst. Ze benadrukt dat blijvende inzet voor herstel essentieel is. Lid BOUHASSANI (PvdA) geeft aan dat het rapport en het werk van de onderzoekers zeer zorgvuldig en waardevol zijn. Ze benadrukt dat Amsterdam niet alleen excuses moet aanbieden voor het slavernijverleden, maar ook verantwoordelijkheid moet nemen voor de doorwerking ervan in het heden.

De tien prioriteiten in het rapport laten zien dat herstel meerdere dimensies kent: sociaal, cultureel, economisch en spiritueel. Vooral het geven van regie aan de nazaten over het proces van heling en herstel is volgens haar cruciaal. Ze benadrukt dat dit proces niet mag verzanden in politiek, maar moet worden omgezet in concrete daden met duurzame borging. Ze noemt voorbeelden zoals een fonds in eigen beheer, investeringen in cultuur en de erkenning van 1 juli als vrije dag als belangrijke stappen naar structurele rechtvaardigheid. Ze stelt twee vragen aan de wethouder: ten eerste of de vrije dag ook op tafel gelegd kan worden bij de VNG, die namens werkgevers cao-afspraken maakt, en ten tweede hoe wordt gegarandeerd dat de gemeenschap betrokken blijft bij de uitvoering van de aanbevelingen, zoals de onderzoekers aangeven, van begin tot eind. Lid KABAMBA (Partij voor Morgen) is dankbaar voor het onderzoek van de onderzoekers, inclusief dat van Oost na de Komma, en waardeert de bestuurlijke reacties, ook al hebben die lang op zich laten wachten. Ze benadrukt dat gerechtigheid stap voor stap moet worden teruggegeven en verbindt dit met actuele voorbeelden zoals Congo en Sudan. Volgens haar maakt het niet volledig erkennen van de pijn van zwarte mensen deel uit van anti-zwart racisme, wat het rapport Route naar Herstel probeert aan te kaarten.

Ze stelt het college meerdere vragen: welke punten kunnen worden overgedragen naar een volgend college met zoveel mogelijk verankering, hoe kan ondersteuning van zwarte gemeenschappen, zoals via ondernemerschap, worden meegenomen, en hoe kan de community

19

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

via een community review board inspraak krijgen over de uitvoering van het herstelbeleid? Ze verwijst ook naar het multifunctioneel gebouw en benadrukt dat diversiteit in bijvoorbeeld zorg, mode en muziek moet worden meegenomen. Tot slot vraagt zij of er een percentage kan worden geoormerkt voor acties binnen de Route naar Herstel. Lid LUST (D66) benadrukt dat kennis over het slavernijverleden en erkenning van de systemische doorwerking essentieel zijn. Persoonlijk noemt ze het moment in het Oosterpark bij de excuses van de koning als bijzonder indrukwekkend en emotioneel. Ze vraagt de wethouder om toelichting op de bestuurlijke intentie om symbolische naamswijzigingen in de openbare ruimte te onderzoeken, bijvoorbeeld ter ere van verzet van zwarte gemeenschappen. Ze verwijst naar eerdere gesprekken over straatnamen en QR-codes, en vraagt concreet of dit kan betekenen dat straatnamen van discutabele wetenschappers zoals Linnaeus, Dapper en Vrolijk op termijn kunnen verdwijnen. Daarnaast vraagt ze hoe de gemeente een actievere rol kan spelen bij de borging van beleid, gedragen door nazaten, en bij het tussentijds opzetten van bepaalde zaken. Lid GARMY (Volt) geeft aan dat het belangrijk is dat het college alle aanbevelingen serieus neemt en erkent dat herstel niet alleen symbolisch moet zijn, maar ook moet leiden tot structurele verandering en versterking van de gemeenschappen.

Hij merkt op dat het belang van eigenaarschap van nazaten wordt herkend, maar dat dit nog niet concreet is uitgewerkt. Hij vraagt het college hoe wordt gewaarborgd dat het eigenaarschap niet verloren gaat bij de verdere uitwerking en uitvoering van het beleid. Daarnaast stelt hij voor om de inzichten van het adviestraject over herstel van de rol van de gemeente bij de Jodenvervolging te delen en mee te nemen, zodat lessen uit eerdere hersteltrajecten worden benut en het proces transparant, zorgvuldig en in samenspraak met betrokken gemeenschappen verloopt. Lid HAIJEN (SP) geeft aan dat de SP zich goed kan vinden in de bestuurlijke reactie van het college en dat het nu tijd is om verder te gaan met de uitvoering van de aanbevelingen. Hij benadrukt dat het belangrijk is om te waken voor een top-down benadering en dat de gemeenschappen en nazaten zoveel mogelijk zelf regie moeten hebben, zodat zij het herstelproces daadwerkelijk zelf kunnen vormgeven. Wethouder MELIANI geeft aan dat het nu tijd is om te handelen en dat het college al concrete stappen heeft gezet om de aanbevelingen uit de Route naar Herstel daadwerkelijk uit te voeren. Ze spreekt haar dank uit aan de onderzoekers van zowel Oost na de Komma als Zwart Manifest voor hun samenwerking en inzet.

Volgens haar is het betrekken van de gemeenschappen bij de uitvoering essentieel, daarom wordt in coproductie gewerkt om de prioriteiten concreet vorm te geven. Ze licht toe dat er al verschillende acties lopen. Binnen het kunstenplan wordt ingezet op diversiteit en inclusie, waarbij ook aanvragen uit Zuidoost speciale aandacht krijgen en inmiddels 75 procent van deze aanvragen is toegekend. Daarnaast werkt het college aan een beleidskader voor de inclusieve openbare ruimte en aan ondersteuning voor de gedupeerden van het toeslagschandaal. Ook het onderwijsprogramma over het koloniale slavernijverleden, via VLOA, en de onderbelichte zwarte geschiedenis worden actief gepromoot, onder andere via tentoonstellingen en podcasts. Het grassroots platform blijft in contact met de gemeenschappen om hun behoeften te monitoren en mee te nemen in het vervolgtraject. Op het gebied van werk en inkomen bekijkt het college samen met de betreffende wethouder welke aanvullende stappen mogelijk zijn om structurele ongelijkheid en discriminatie tegen te gaan. Wat betreft roofkunst stelt ze dat er momenteel geen koloniale roofkunst bekend is in de Amsterdamse collectie, maar dat er een restitutiecommissie is ingesteld en dat eventuele meldingen worden opgevolgd.

Ze onderstreept dat het college volledig vertrouwt op de betrokken teams en onderzoekers, en dat de uitvoering van de Route naar Herstel in nauwe samenwerking met de gemeenschappen zal plaatsvinden, zodat het proces van begin tot eind gedragen en betekenisvol is.

20

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

Lid BENTOUMYA (GroenLinks) meldt dat het wenselijk zou zijn dat de wethouder, of de gemeente, proactief musea ondersteunt die hulp nodig hebben bij het inventariseren van hun collecties en het in kaart brengen van het risico op roofkunst. Wethouder MELIANI geeft aan dat het Wereldmuseum al geruime tijd bezig is met het inventariseren van collecties en het in kaart brengen van het risico op roofkunst. Ze benadrukt dat zij dit onderwerp bij gesprekken met Amsterdamse culturele instellingen opnieuw onder de aandacht zal brengen. Op de vraag van de PvdA over het opnemen van 1 juli als vrije dag geeft ze aan dat ze dit zal bespreken met de VNG, die namens werkgevers cao-afspraken maakt, en doet hierbij een toezegging. Ook over het behouden van contact met de gemeenschappen stelt ze dat er een communicatieplan is opgesteld, in samenwerking met de gemeenschappen zelf, om het vertrouwen te vergroten en borging van het proces te waarborgen. Wat betreft de symbolische naamswijzigingen legt de wethouder uit dat beleidsregels worden opgesteld voor het wijzigen van straatnamen in de openbare ruimte. Hierbij worden zorgvuldig processen gevolgd waarin onder andere de Adviesraad Naamgeving Openbare Ruimte en bewoners worden betrokken. Ze benadrukt dat straatnaamwijzigingen ingrijpend zijn en zorgvuldig worden doorlopen.

Op de vragen van Volt over het borgen van eigenaarschap en het delen van inzicht, evenals over het vergroten van opkomst bij verkiezingen, geeft ze aan dat deze punten worden meegenomen in het vervolgtraject. Ze onderstreept dat het belangrijk is om te leren van eerdere ervaringen, zoals het fonds voor de Joodse gemeenschap, en dat het college samen met de gemeenschappen aan de uitvoering werkt. Lid KABAMBA (Partij voor Morgen) wil graag weten hoe voor de nieuwe termijn concreet stappen gezet kunnen worden om eigenaarschap en zelfbeschikking van de nazaten te stimuleren, onder meer via ondernemerschap, zoals benoemd in aanbeveling 2. Wethouder MELIANI geeft aan dat het fonds in beheer voor nazaten bedoeld is om hen eigenaarschap en regie te geven. Ze benadrukt dat dit samen met de gemeenschappen wordt opgezet en uitgevoerd, omdat de gemeente dit niet zelfstandig kan doen. De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER geeft aan dat het onderwerp in de raadsvergadering van december verder besproken zal worden. SLUITING De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER sluit de vergadering om 13:00 uur.

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16263004/1