CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.11.06 Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën Kunst en Diversiteit 33299.docx

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 4 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 6 november 202511.596 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit

FKD

raadscommissieverslag, 6 november 2025

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit (FKD) Donderdag 6 november 2025 van 9.00 – 13.00 uur in Willem Kraanzaal Donderdag 4 december 2025 Voorzitter: M. Lust Plaatsvervangend voorzitter: E.D.M. Moeskops Portefeuillehouders: wethouders H. van Buren, T. Meliani Commissiegriffier: M. Diemont Commissieondersteuner: M. Saelman Verslaglegging: I. van Mourik (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: M.F. Asruf (PvdA), A. Bouhassani (PvdA), B. Minderhoud (PvdA), Y.E. Bentoumya (GroenLinks), E.C. IJmker (GroenLinks), K.S.N. van der Veen (GroenLinks), J.F. van Pijpen (GroenLinks), M. Lust (D66), E. Schmit (D66), E.D.M. Moeskops (D66), H.C. Burgers (VVD), S.N. Hylkema (VVD), M. Emmerik (Partij voor de Dieren), J.M. Krom (Partij voor de Dieren), I. Garmy (Volt), J. Haijen (SP), S.Y. Khan (DENK), R.B. Havelaar (CDA), J. Noordman (Forum voor Democratie), C.K.E. Kabamba (Partij voor Morgen) Afwezig: Wethouder Scholtes, C. van Berkel (JA21) Overige aanwezigen: D. Abdoelhafizkhan (onderzoeker), M. Esajas (onderzoeker), J. Kooij (Rekenkamer), A. Daalder (Rekenkamer)

1. Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet iedereen welkom. b. Mededelingen De VOORZITTER meldt de afwezigen en geeft aan dat lid Khan wat later aanwezig is. c. Vaststellen agenda 10. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afdoening van moties (83, 87 en 93) inzake het plan van aanpak moslimdiscriminatie (VN2025-014271) Lokale media (inclusief Buurtmedia) 12. Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Ontwikkelingen beleid lokale media en buurtmedia (VN2025-014270) 4.

1

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afvalstoffenheffing (afdoening van motie 325.24 van het lid Lust c.s. en de toezegging aspect duurzaamheid aan het lid Koppejan) (VN2025-014267) 7. Benoemen twee bestuursleden Amsterdamse Kunstraad (VN2025-014590) Evenementen 9. Vaststellen van de wijziging van de vergoeding voor de stedelijke adviescommissie evenementen (VN2025-014676) De VOORZITTER geeft aan dat de tentatieve planning wordt gevolgd die gisteren in de dagmail stond, waardoor twee agendapunten worden doorgeschoven naar de vergadering van 4 december: agendapunt 10 en agendapunt 12. Op verzoek van de leden Havelaar en Schmit wordt hier ook agendapunt 4 aan toegevoegd. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat dit punt vandaag bij de begroting stond, maar dat hij een aparte, principiële discussie wil over de verdeling van de kosten van de afvalstoffenheffing. De VOORZITTER bevestigt dat het punt wordt doorgeschoven als apart agendapunt voor de vergadering van 4 december. Ze stelt verder voor om agendapunten 7 en 9 vandaag niet inhoudelijk te bespreken, ervan uitgaande dat deze in de raad gehamerd kunnen worden. De agenda wordt vastgesteld. d. Conceptverslagen van de openbare vergadering van de raadscommissie FKD d.d. 2 oktober en 16 oktober 2025 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. e.

Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Er zijn geen opmerkingen bij dit agendapunt. f. TKN-lijst De VOORZITTER geeft aan dat er een aantal verzoeken zijn ontvangen om stukken van de ter kennisnamelijst te agenderen voor de volgende vergadering op 4 december. Het gaat om TKN 3, op verzoek van lid Asruf, TKN 7, op verzoek van lid Bentoumya en TKN 14, op verzoek van lid IJmker. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL a.

2

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel. Vanaf dit moment zijn de spreektijden van kracht. b. Inspreekmoment Publiek Inspreker Gerrie Ruijsink spreekt namens Stichting Urban Resort in over agendapunt 8, vaststellen van de vervanging van de doorstroomregeling in het Amsterdams Atelier- en Broedplaatsenbeleid. De INSPREKER geeft aan dat Urban Resort ateliers in 23 broedplaatsen verhuurt, verspreid over Amsterdam, van grote tijdelijke panden zoals ACTA tot kleine permanente broedplaatsen zoals het Lycka-gebouw bij Sloterdijk. De afgelopen jaren zijn voor huurders zwaar geweest door corona, de energiecrisis en torenhoge servicekosten, gecombineerd met afnemende subsidies voor cultuur. Sommige broedplaatsen, zoals LELY, Surinameplein en HW10, moesten sluiten. Ze ondersteunt de aanpassing van het doorstroombeleid omdat de stijgende vastgoedprijzen het steeds moeilijker maken voor kunstenaars, musici, theatergroepen en ambachtelijke makers om zich in de stad te vestigen. Het huidige beleid veroorzaakte veel onrust en stress bij huurders, die vaak een verbindende rol vervullen in hun omgeving. Ze steunt ook het actieprogramma dat diversiteit en afspiegeling van de buurt bevordert.

Daarnaast pleit ze voor permanente broedplaatsen, ondersteuning van programmering en tentoonstellingen, planologische bescherming van bedrijfsruimte en ateliers, en middelen om de broedplaatsen te verduurzamen en de servicekosten laag te houden. Ze nodigt raadsfracties uit om Urban Resort te bezoeken en samen te werken aan een creatieve stad met mogelijkheden voor experiment voor jonge en oudere kunstenaars. Inspreker Huib Kraaijeveld spreekt namens Light Media Productions in over agendapunt 12, bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Ontwikkelingen beleid lokale media en buurtmedia’. De INSPREKER geeft aan dat hij zich de afgelopen vijftien jaar inzet voor de bescherming van mensenrechten binnen de wereldwijde gezondheidszorg. Zijn motivatie komt voort uit een persoonlijke ervaring als jong voetbaltalent, waarbij een ernstige blessure leidde tot langdurige afhankelijkheid van het medisch systeem, wat hem bewust maakte van de kwetsbaarheid van mensen binnen gesloten systemen. De inspreker werkt als educator aan het verbeteren van denkprocessen, empathische communicatie en menselijke waardigheid, in samenwerking met artsen, juristen, diplomaten, wetenschappers en internationale instanties zoals de Verenigde Naties.

In 2018 vroeg hij gezamenlijk aandacht voor structurele tekortkomingen in de zorg, met name voor de ziekte van Lyme en de gevolgen van willekeurige vrijheidsbeperking en machtsongelijkheid. Momenteel zet hij zich in voor een hoogbegaafde jonge vrouw van twintig jaar die al geruime tijd in een gesloten GGZ-instelling verblijft, waarbij hij benadrukt dat iedereen hoop moet kunnen houden op een menswaardig bestaan, ongeacht de complexiteit van de omstandigheden. Hij pleit voor openheid, samenwerking en wederzijds respect om menselijk leed te voorkomen en benadrukt het belang van werkelijke zorg, eerherstel en structurele preventie. De inspreker vraagt aandacht voor zijn eigen eerherstel, aangezien zijn goede naam en bedoelingen in het verleden in twijfel zijn getrokken. Hij verzoekt om onafhankelijk onderzoek naar de feitelijke basis van alle aantijgingen en geeft aan dat eventuele mogelijkheden voor financiering van zijn werk zeer welkom zijn. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten.

3

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

d. Rondvraag Er zijn geen rondvragen.

BESPREEKPUNTEN Financiën 3. Vaststellen Begroting 2026 Gemeente Amsterdam (VN2025-014285) De VOORZITTER geeft aan dat vandaag de begroting 2026 in tweede termijn wordt besproken. Lid BURGERS (VVD) ziet drie zorgpunten over de structurele onbalans in de bedrijfsvoering zoals zichtbaar in de begroting 2026. Ten eerste benoemt hij dat de gemeente minder beleid wil maken, wat positief wordt ontvangen door zijn fractie. Hij vraagt echter welke concrete stappen in 2026 worden gezet om deze koerswijziging daadwerkelijk in gang te zetten, aangezien de taakstelling van 15 miljoen pas in 2027 is ingeboekt. De totale apparaatslasten naderen in 2026 de 2 miljard euro, waardoor het belangrijk is dat de intentie van minder beleid direct resulteert in kostenbeheersing. Ten tweede wijst hij op de externe inhuur. Het college handhaaft een streefcijfer van 10 procent van de loonsom, maar in 2024 was dit 15 procent, en in voorgaande jaren werden de geraamde lasten structureel met ongeveer 150 miljoen overschreden. Hij vraagt hoe de wethouder ervoor zorgt dat de externe inhuur daadwerkelijk wordt teruggebracht. Ten derde bespreekt hij het ziekteverzuim, dat dit jaar gemiddeld 9,6 procent bedraagt. Dit wijst op een ongezonde organisatie en leidt tot extra externe inhuur om de gaten op te vullen, wat financieel onhoudbaar is.

Hij vraagt de wethouder om helderheid over de realistische prognose van externe inhuur voor 2026 en hoe wordt voorkomen dat het terugdringen van ambtenaren en ziekteverzuim leidt tot een verdere stijging van externe inhuur. Hij benadrukt dat de plannen voor een compactere organisatie goed zijn, maar dat de uitvoering niet mag worden afgewenteld op de post externe inhuur. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat de VVD een motie van 3 miljoen euro heeft voor een plan rondom studentenhuisvesting. Hij merkt op dat het hem verbaast dat binnen de 7,7 miljard van de begroting hiervoor geen middelen zijn gevonden. Hij wijst erop dat de 3 miljoen niet in de tegenbegroting van de VVD is opgenomen en dat er een negatief preadvies is gegeven omdat het financieel niet deugdelijk zou zijn om het uit de reserves te betalen. Hij vraagt hoe de VVD hierop reflecteert. Lid BURGERS (VVD) antwoordt dat hij het buitengewoon jammer vindt dat er een negatief preadvies is gekomen en benadrukt dat hij volledig achter de begroting staat. Lid HAVELAAR (CDA) vervolgt dat het gaat om de dekking van de motie voor studentenhuisvesting van 3 miljoen euro, die uit de algemene reserve betaald zou worden. Het college geeft aan dat dit financieel niet deugdelijk is, omdat de reserve daar niet voor bedoeld is.

Hij merkt op dat de VVD een partij is die financiële deugdelijkheid hoog in het vaandel heeft en vraagt hoe de VVD hiermee omgaat na dit preadvies. Lid BURGERS (VVD) geeft aan dat zijn fractie zich heeft gebaseerd op de informatie in de brief en dat dit uitgangspunt is overgenomen in de motie.

4

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat er een andere werkelijkheid is, namelijk het preadvies bij moties, waarin staat dat het financieel niet deugdelijk is om de motie voor studentenhuisvesting van 3 miljoen euro uit de reserve te betalen. Hij vraagt hoe de VVD hierop reageert. Lid BURGERS (VVD) concludeert dat het niet zijn taak is om de preadviezen van de wethouder te becommentariëren. Lid KROM (Partij voor de Dieren) vraagt lid Burgers om zijn standpunt toe te lichten. Zij geeft aan dat zij hem de afgelopen jaren heeft horen spreken over het belang van prudent beleid, het voldoen aan de normhoogte van de algemene reserve en het beheersen van de schuldontwikkeling. Ze wijst erop dat er volgend jaar een tekort is, maar dat de VVD-fractie toch onder een motie staat waarin geld wordt ingezet dat pas in 2029 mogelijk overbodig is. Ze vraagt hoe de VVD hierbij komt, omdat dit volgens haar niet strookt met hun gebruikelijke financiële beleid. Lid BURGERS (VVD) antwoordt dat bij een goede blik op de tegenbegroting duidelijk wordt dat er voldoende middelen overblijven om zowel de algemene reserve aan te vullen als schulden af te lossen. Hij benadrukt dat de VVD-fractie zeker voor studentenwoningen is en dat hier een bewuste keuze voor is gemaakt.

Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat de tegenbegroting van de VVD een amendement is en dat eerst over amendementen en daarna over moties wordt gestemd. Hij concludeert dat als de tegenbegroting van de VVD niet wordt aangenomen, er een schuldprobleem ontstaat en vraagt of de VVD dan alsnog tegen hun eigen motie stemt. Lid BURGERS (VVD) gaat ervan uit dat de tegenbegroting zonder problemen wordt aangenomen. Lid KROM (Partij voor de Dieren) uit zorgen over de 3 miljoen euro die uit de algemene reserve wordt gehaald door een deel van de raad. Ze verwijst naar haar inspanningen voor extra middelen in de daklozenopvang, waaronder cabines om veiliger te kunnen overnachten, en naar een motie om incidenteel geld beschikbaar te maken voor de dierenopvang. Volgens haar preadvies is er echter geen geld, terwijl vrijwel de gehele raad, inclusief de VVD, onder de motie staat. Ze merkt op dat er tegelijkertijd wel geld wordt gevonden voor andere doelen, zoals 3,2 miljoen euro voor het H’ART Museum, zonder dat duidelijk is waar dat geld vandaan komt of waarom het niet eerder is besteed. Ze pleit ervoor dat extra incidentele uitgaven in de toekomst duidelijker worden toegelicht, zodat de raad zijn controlerende taak beter kan uitoefenen.

Daarnaast geeft ze aan dat ze niet begrijpt hoe de wethouder in de vorige commissie heeft kunnen zeggen dat de 3 miljoen euro in 2029 vrij te besteden zou zijn, terwijl er volgend jaar een tekort is in de algemene reserve en de 5 procentnorm niet wordt gehaald. Ze uit haar verbazing over het negatieve preadvies bij de motie van D66, terwijl volgens haar in de vorige vergadering duidelijk was dat het geld was vrijgevallen. Lid EMMERIK (Partij voor de Dieren) geeft aan dat het H’ART Museum een eenmalige gemeentelijke bijdrage van 3,2 miljoen euro ontvangt om exploitatietekorten op te vangen. Hij vraagt zich af waarom juist het H’ART Museum wordt gesteund, terwijl kleinere kunstinstellingen en kunstenaars met structurele tekorten niet worden geholpen. Volgens instellingen van MOKER zou dit bedrag veertien kleinere beeldende kunstorganisaties in Amsterdam financieel kunnen ondersteunen. Hij stelt de volgende vragen: op basis van welke criteria is besloten om het H’ART Museum 3,2 miljoen toe te kennen, wat onderscheidt deze instelling van andere musea of organisaties met tekorten, en hoe wordt gewaarborgd dat deze subsidie geen scheve verhoudingen in de kunstsector veroorzaakt?

5

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

Lid IJMKER (GroenLinks) geeft aan dat zij wil terugkomen op de bezuiniging op de IDO’s (Informatiepunten Digitale Overheid). Deze landelijke bezuiniging van 10 procent is door het demissionair kabinet besloten en betreft inloopuren en cursussen bij de OBA voor mensen met digitale vraagstukken. Zij maakt zich zorgen over de gevolgen, omdat mensen zonder digitale vaardigheden ernstig kunnen worden benadeeld, bijvoorbeeld bij het aanvragen van toeslagen. Ze benadrukt dat één op de vier mensen moeite heeft met digitale vaardigheden en dat deze IDO’s van levensbelang zijn om digitale ongelijkheid te bestrijden. Ze wijst erop dat het bedrag relatief klein is, in Amsterdam gaat het om minder dan een ton, en vraagt waarom het college dit niet heeft gedekt, terwijl andere bezuinigingen van het Rijk wel worden gecompenseerd. Lid MOESKOPS (D66) geeft aan dat ze principieel toejuicht dat het college extra geld uittrekt voor culturele instellingen, maar dat het om een forse investering gaat. Ze benadrukt dat de rest van de sector een gedegen afweging verdient en dat de raad zijn controlerende taak serieus moet nemen. Ze erkent dat het voormalige Hermitage Museum na de inval in Oekraïne principieel de banden met Rusland verbrak, wat aanzienlijke financiële gevolgen had, waarvan het grootste deel door het museum zelf is opgelost.

Ze waardeert deze keuze en wijst op de totstandkoming van stevige internationale partnerschappen met onder meer het Centre Pompidou, het British Museum en het Smithsonian, die bijdragen aan een toekomstbestendige culturele instelling. Tegelijkertijd benadrukt ze dat het om veel gemeenschapsgeld gaat en dat structureel andere instellingen hierdoor niet geholpen kunnen worden. Ze vindt het daarom noodzakelijk dat de raad wordt betrokken voordat de tweede tranche van de subsidie wordt uitgekeerd, zodat kan worden gecontroleerd of de middelen doelmatig worden ingezet en daadwerkelijk bijdragen aan het culturele aanbod van de stad. Ze vraagt de wethouder toe te zeggen dat het plan van het museum met de raad wordt gedeeld. Lid HAVELAAR (CDA) bespreekt de motie van D66 voor een onderzoek naar studentenhuisvesting ter waarde van 3 miljoen euro. Hij wijst erop dat dit bedrag pas in een erratum zichtbaar werd nadat de motie werd aangekondigd, terwijl het eerder al in een pot van 10 miljoen beschikbaar was. Hij vraagt de wethouder toe te lichten wat bedoeld wordt in het negatieve preadvies en of het financieren van deze motie uit de algemene reserve inderdaad financieel niet prudent is.

Daarnaast geeft hij aan dat het teveel aan toeristenbelasting naar de algemene middelen gaat, terwijl het volgens hem beter zou worden besteed aan het verminderen van overlast en het terugdringen van toeristische capaciteit. Hij uit kritiek op het feit dat bezuinigingen pas in 2027 beginnen, wat hij onzorgvuldig vindt, en pleit voor een constructieve aanpak met een personeelsbegroting, geïnspireerd op zijn ervaringen in de scheepvaart. Tot slot geeft hij aan dat het college redelijk positief is over zijn voorstel rondom de bomen en dat hij een aangepaste motie zal indienen. Wethouder VAN BUREN begint met de vragen en opmerkingen over ziekteverzuim en de koerswijziging, en op de opmerkingen over de periode tussen de voorjaarsnota en de begroting. Ze benadrukt dat het college niet stil heeft gezeten en al aan de slag is met de organisatieontwikkelopdracht, inclusief onderzoek naar de koerswijziging. Ze verwijst naar de technische sessie op 20 november, waar alle vragen gesteld kunnen worden, en benadrukt dat een koerswijziging tijd kost en zorgvuldig moet worden uitgevoerd. Volgens haar kan niet op korte termijn rigoureus worden ingegrepen in het personeelsbestand, goed werkgeverschap en een zorgvuldige aanpak zijn noodzakelijk.

Ze legt uit dat de aanpak met name per directie gebeurt om het functioneren van mensen en de benodigde functies in verschillende onderdelen van de organisatie te beoordelen. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat de wethouder zijn eerdere opmerking over de trage gang van zaken verkeerd heeft geïnterpreteerd als een oproep tot het ontslaan van mensen. Hij verduidelijkt dat hij heeft voorgesteld om tijdelijk functies niet automatisch te verlengen, vacatures

6

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

niet zomaar in te vullen of alleen extern in te vullen, wat volgens hem iets heel anders is dan het actief ontslaan van medewerkers. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat het college zorgvuldig bekijkt waar vacatures worden ingevuld en dat dit geen automatisch proces is. Ze gaat in op de vraag over externe inhuur en benadrukt dat het college al langere tijd bezig is om externe inhuur zoveel mogelijk te beperken, met name op beleidsniveau. Externe inhuur blijft nodig voor piekmomenten en zeer specialistische functies, maar hier wordt strak op gestuurd als onderdeel van de organisatieontwikkelopdracht. Ze legt uit dat ziekteverzuim al wordt aangepakt via verplichte cursussen, sturing op leiderschap en preventieve maatregelen, en dat snelle re-integratie van zieke medewerkers wordt nagestreefd. Deze versterkte aanpak heeft topprioriteit binnen de organisatieontwikkelopdracht en wordt actief uitgevoerd, met interventieteams die worden ingezet bij directies met het hoogste ziekteverzuim. Ze verwijst naar de technische sessie op 20 november voor verdere toelichting. Lid BURGERS (VVD) heeft nog een vraag over externe inhuur. Hij merkt op dat het budget daarvoor al jaren wordt overschreden en dat ook deze begroting een streefcijfer van maximaal 10 procent van de loonsom noemt, terwijl het in de praktijk al jaren richting 15 procent gaat.

Hij stelt dat dit de begroting gebrekkig maakt en vraagt of het verwijzen naar een plan uit 2019 niet te oud is om effectief te zijn voor de beperking van externe inhuur. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het streefcijfer voor externe inhuur op maximaal 10 procent is gezet en dat dit percentage wel is gedaald. Ze benadrukt dat externe inhuur ook bij andere gemeenten een probleem is en dat realistische targets nodig zijn. Het college blijft sturen op het maximum van 10 procent, waarbij de organisatieontwikkelopdracht wordt gebruikt om te bepalen wat realistisch is, met name voor piekmomenten en specialistische functies. Ze benadrukt het belang van interne opleiding om externe inhuur te beperken en personeel te behouden. Daarnaast gaat ze in op de vraag van lid Krom over de 3 miljoen euro uit de algemene reserve. Ze legt uit dat de oorspronkelijke 100 miljoen reserve bedoeld was om effecten van bezuinigingen vanuit de Rijksoverheid op te vangen, waarvan 10 miljoen overbleef en uiteindelijk 3 miljoen beschikbaar was. Het negatieve advies over de motie komt omdat deze 3 miljoen primair bedoeld is voor effecten van het Rijk en dat het een onderzoeksmotie betreft, waarvoor ambtelijke capaciteit nodig is. Het college is daarom terughoudend in het adviseren over dergelijke moties. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat het preadvies van het college hem verwart.

Hij vergelijkt het met een situatie waarin het college iets toejuicht, maar tegelijk zegt dat het niet mag, terwijl er een brede raadsmeerderheid voor de motie is. Hij vraagt hoe streng het negatieve advies eigenlijk is. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat een negatief advies negatief is, maar dat het uiteindelijk aan de raad is om te besluiten. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt de wethouder te reageren op de suggestie die ontstaat door het gebruik van enthousiaste termen in het preadvies, waardoor het lijkt alsof het college het niet vervelend vindt als de motie wordt aangenomen. Hij wil weten hoe zwaar het financiële punt werkelijk weegt. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat enthousiasme over een motie niets verandert aan het financiële oordeel. Over de 3 miljoen euro geeft zij aan dat dit bedrag niet duidelijk in de begroting was opgenomen en dat de paragraaf over weerstandsvermogen en risicobeheersing wel de juiste cijfers bevatte, maar dat dit duidelijker had gekund. Lid HAVELAAR (CDA) is blij dat de wethouder erkent dat de raad niet kon weten dat er nog 3 miljoen euro beschikbaar was. Hij merkt op dat het college zelf 90 miljoen van de

7

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

oorspronkelijke 100 miljoen heeft gebruikt voor tegenvallers binnen Amsterdam, en vraagt of de reserve ook kan worden gebruikt voor onderzoeksmoties. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat, vanuit haar rol als wethouder van financiën, de reserve intact moet blijven om de financiële positie op orde te houden. Ze gaat in op de vraag over het extra geld voor het H’ART Museum en legt uit dat incidentele middelen afkomstig zijn uit meevallers, zoals extra belastinginkomsten en dividend, en dat het college integraal afweegt waaraan deze middelen worden besteed. Daarnaast gaat zij in op de vraag over de bezuiniging op essentiële dienstverlening van de OBA. Ze geeft aan dat het college de lobby van de bibliotheek ondersteunt, dat de begrotingsbehandeling nog volgt en dat de staatssecretaris heeft toegezegd de korting in de eerste begrotingswijziging te repareren, zodat de dienstverlening op korte termijn niet onder druk komt te staan. Lid IJMKER (GroenLinks) concludeert uit de uitleg van het college dat er vertrouwen is dat het demissionaire kabinet de kwestie zal oplossen, zoals eerder bij de voorjaarsnota is toegezegd. Ze merkt echter op dat zij dat vertrouwen enigszins kwijt is. Wethouder MELIANI geeft aan dat de vragen over het H’ART Museum, gesteld door D66 en de Partij voor de Dieren, betrekking hebben op een integrale afweging van het college.

Ze legt uit dat het vastgoed eigendom is van de stichting, maar dat de gemeente op basis van een clausule uit 2012 eerst recht van aankoop heeft tegen een vastgesteld bedrag. Dit geeft de gemeente de mogelijkheid om het gebouw bij een faillissement tegen gunstige voorwaarden terug te kopen en zo voor publiek gebruik te behouden. Daarnaast benadrukt ze dat het college het internationale culturele profiel van het H’ART Museum behouden en daarom besloten heeft de organisatie te ondersteunen. Het college vertrouwt erop dat het museum met een goed businessplan kan werken. Verantwoording vindt plaats via reguliere monitoringsgesprekken en jaarverslagen, evenals externe toetsing van het businessplan, zoals gebruikelijk bij andere kunstenplaninstellingen. Lid MOESKOPS (D66) vraagt of de raad betrokken wordt voordat de tweede tranche van de 3,2 miljoen euro, circa 1,2 miljoen, wordt uitgekeerd. Wethouder MELIANI antwoordt dat dat niet de bedoeling is. Ze legt uit dat de raad wel meegenomen wordt in het gehele proces en dat er een externe toets van het businessplan plaatsvindt, zoals gebruikelijk bij andere instellingen. Dit betekent echter niet dat er tussentijds een extra rapport of bespreking aan de raad wordt voorgelegd. Lid MOESKOPS (D66) geeft aan dat ze niet wil dat extra ambtelijke capaciteit wordt ingezet die niet noodzakelijk is, omdat er al een bestaande systematiek is.

Tegelijkertijd vraagt ze of de externe toets bij de raad kan langskomen. Wethouder MELIANI geeft aan dat het ingewikkeld is om voor deze kunstinstelling een uitzondering te maken, omdat alle andere instellingen volgens een vaste systematiek worden gemonitord. Ze benadrukt dat extra betrokkenheid van de raad kan leiden tot te veel detailsturing, waardoor de organisatie belemmerd wordt. De uitvoering van de toets blijft primair bij de organisatie en de afdeling Kunst en Cultuur. Lid MOESKOPS (D66) benadrukt dat het H’ART Museum een noodlijdende instelling is en dat de raad oog wil houden op het plan voordat de resterende 1,2 miljoen euro wordt gestort. Ze wil gebruikmaken van het informatierecht om te controleren of de instelling klaar is voor de uitbetaling, in plaats van dat het geld klakkeloos wordt overgemaakt. Wethouder MELIANI antwoordt dat de raad geïnformeerd wordt over de voortgang en dat er niets klakkeloos wordt gestort. Ze licht toe dat het gaat om een incidenteel bedrag om een organisatie die op eigen benen kan staan te ondersteunen, zodat belangrijk maatschappelijk en

8

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

cultureel vastgoed behouden blijft. Structurele steun voor alle kunstinstellingen is niet mogelijk binnen de huidige begroting, maar toekomstige colleges kunnen daar wel voor pleiten. Lid EMMERIK (Partij voor de Dieren) geeft aan dat het H’ART Museum voor een internationaal concept heeft gekozen, terwijl een goedkoper en soberder concept logischer zou zijn geweest. Hij merkt op dat kleinere, lokale instellingen juist levendigheid in de buurt brengen en buurtbewoners betrekken, terwijl het internationale concept meer toerisme aantrekt. Wethouder MELIANI meldt dat lokaal verankerde instellingen belangrijk blijven en dat ruim 200 instellingen structurele subsidie ontvangen via het kunstplan, inclusief initiatieven in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Ze benadrukt dat het college ook wil sturen op vastgoed en maatschappelijke voorzieningen dicht bij de stad wil behouden, zodat gebouwen zoals het voormalige Hermitage niet verloren gaan voor publiek gebruik. De laatste injectie van 3 miljoen euro is bedoeld om het museum volledig zelfstandig te laten functioneren. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat de voormalige woningen in het H’ART Museum toch ook weer als woningen gebruikt zouden kunnen worden en vraagt zich af of het doembeeld dat het een kantoor zou worden niet overdreven is.

Wethouder MELIANI antwoordt dat het huidige gebruik als museum volledig ingericht is en dat het zonde zou zijn om dat kapitaal te verliezen. Ze benadrukt dat een publieke functie belangrijk is en dat het college daarom heeft gekozen te investeren in cultuur, naast het belang van zorg. Lid EMMERIK (Partij voor de Dieren) vraagt hoe de wethouder reageert op zijn betoog over toerisme. Wethouder MELIANI geeft aan dat ongeveer 40 procent van de bezoekers daadwerkelijk naar cultuur gaat en dat dit iets is waar de stad trots op kan zijn. Ze benadrukt dat Amsterdam een internationale stad is en dat het museumbezoek bijdraagt aan de stad, waardoor het verlies van deze bezoekers ongewenst zou zijn. De VOORZITTER stelt vast dat alle vragen beantwoord zijn en dat de begroting 2026 in tweede termijn voor de commissie FKD voldoende is besproken. Ze meldt dat het onderwerp terugkomt tijdens de raadsvergadering van woensdag 12 november. Vervolgens schorst ze de vergadering voor vijf minuten. 5. Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Sturen op investeringen (VN2025-014582) De VOORZITTER heet A. Daalder en J. Kooij van de Rekenkamer welkom om een toelichting te geven bij dit agendapunt. A. DAALDER (Rekenkamer) geeft een korte toelichting op het onderzoek naar het sturen op investeringen.

Ze benadrukt dat investeringen in zaken als scholen, bruggen en riolering belangrijk zijn en jaarlijks al snel een half miljard euro vergen. Het onderzoek richt zich op de vraag of de raad voldoende informatie krijgt om invloed uit te oefenen en keuzes bij te sturen. Hoewel stappen zijn gezet, zoals de investeringsparagraaf, kan de informatie volgens haar nog beter. Het grootste deel van de aanbevelingen is erop gericht de raad in positie te brengen om kaderstellend en controlerend op te treden, zowel qua informatie als proces en moment van betrokkenheid. Ze gaat specifiek in op de aanbeveling over het schuldplafond bij investeringen. Ze stelt dat een strikt schuldplafond de mogelijkheden kan beperken om rendabele of geld besparende investeringen te doen. Volgens de Rekenkamer is sturen op begrotingsevenwicht voldoende om de schuld houdbaar te houden. Het college is het hierover niet eens met de Rekenkamer. Ze

9

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

adviseert de raad goed geïnformeerd te zijn over de voor- en nadelen van het schuldplafond en deze informatie te gebruiken om eventueel het gebruik ervan te heroverwegen. Lid SCHMIT (D66) vraagt naar het advies van de Rekenkamer over de termijn waarover de raad geïnformeerd zou moeten worden over investeringsplannen: vier jaar, duur coalitieperiode, of tien jaar. J. KOOIJ (Rekenkamer) geeft aan dat hij aansluit bij het initiatief van het college om te werken aan een investeringsagenda van vijftien jaar. Hij vindt dit een zinnige termijn en benadrukt dat zijn aanbeveling vooral is om dit positief te waarderen, terwijl enkele aandachtspunten bij het verder uitwerken van dit langetermijnperspectief meegenomen zouden moeten worden. Lid GARMY (Volt) vraagt hoe de Rekenkamer aankijkt tegen het digitale dashboard als mogelijke plek om informatie uit het college te delen, aangezien het college niet alle aanbevelingen overneemt. Ten tweede vraagt hij welk minimaal inzicht in de begroting nodig is om de raad in staat te stellen investeringskeuzes te beoordelen. J. KOOIJ (Rekenkamer) antwoordt dat het college in feite veel aanbevelingen overneemt, vooral die over het verbeteren van de informatievoorziening. Hij stelt dat het digitale dashboard een geschikte aanvulling kan zijn om informatie te delen.

Over het tweede punt zegt hij dat het vooral gaat om voldoende inzicht voor de raad in de afwegingen die ten grondslag liggen aan investeringsvoorstellen, zodat de raad kan meewegen in beslissingen in plaats van alleen achteraf de uitkomst gepresenteerd te krijgen. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vraagt hoe het advies van de Rekenkamer om niet strikt op een schuldenplafond te sturen, zich verhoudt tot de termijn van vijftien jaar en de politieke keuzes die daardoor mogelijk worden. J. KOOIJ (Rekenkamer) legt uit dat investeren en schuldontwikkeling nog steeds aan grenzen zijn gebonden, maar dat sturen op begrotingsevenwicht van zichzelf al voldoende rem biedt voor verantwoorde investeringen. Hij geeft aan dat hoe langer je vooruitkijkt, hoe beter je kunt sturen, en dat informatie over structureel begrotingsevenwicht en structureel saldo een goed aanknopingspunt biedt om te beoordelen welke investeringsruimte er nog is. Lid KHAN (DENK) vraagt hoe de Rekenkamer kijkt naar de aanbeveling dat de gemeente meer schulden kan aangaan voor belangrijke investeringen, gezien de onzekerheid over toekomstige Rijksbezuinigingen, renteontwikkelingen en economische omstandigheden. J. KOOIJ (Rekenkamer) antwoordt dat die onzekerheid altijd aanwezig is en dat niemand de toekomst kan voorspellen.

Hij legt uit dat sturen op structureel en reëel begrotingsevenwicht de beste manier is om wendbaarheid te behouden en tegenvallers op te vangen. De renterisiconorm betreft slechts de gevoeligheid van de begroting voor renteveranderingen en is minder geschikt als instrument voor algemene financiële zekerheid. Het blijft belangrijk om een marge aan te houden binnen het begrotingskader. De VOORZITTER opent de eerste termijn. Lid BURGERS (VVD) geeft aan dat hij het rapport van de Rekenkamer nuttig vindt en merkt op dat het college positief heeft gereageerd op de aanbeveling om een vijftienjarige investeringsopgave op te stellen en de investeringsruimte beter te onderbouwen. Hij vraagt de wethouder wanneer de raad voorafgaand aan de besluitvorming over de volgende begroting zal worden betrokken bij een strategische visie op investeren, waarin de integrale vijftienjarige opgave wordt afgezet tegen een geactualiseerd financieel kader, zodat de raad haar kaderstellende taak over hoogte en verdeling van de investeringsruimte zinvol kan uitoefenen.

10

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

Lid GARMY (Volt) waardeert dat de Rekenkamer aanbevelingen doet om de raad beter in positie te brengen bij grote financiële keuzes en merkt op dat veel van deze aanbevelingen door het college worden onderschreven. Hij wijst erop dat technische ondersteuning waardevol is, maar niet altijd voldoende, de raad moet tijdig en volledig geïnformeerd worden om nog invloed te kunnen uitoefenen. Hij vraagt of het college kan onderzoeken hoe de raad eerder in het proces geïnformeerd kan worden, bijvoorbeeld via een aparte strategische investeringsagenda of voor de begroting. Daarnaast benadrukt hij het belang van inzicht in afgewezen of doorgeschoven investeringen, inclusief korte toelichtingen, zodat de controlerende taak van de raad wordt versterkt. Lid ASRUF (PvdA) benadrukt dat tijdig inzicht belangrijk is, zodat de raad in positie kan komen om te sturen. Hij voegt toe dat het daarbij ook cruciaal is om te kunnen beoordelen of investeringen rendabel zijn. Lid GARMY (Volt) bevestigt dat hij het hiermee eens is en geeft aan dat het college niet ingaat op het digitale dashboard, dat extra informatie kan ontsluiten zonder de begroting te overladen. Hij vraagt de wethouder om toe te lichten hoe dit dashboard wordt benut om de raad beter te informeren over investeringen en keuzes.

Lid SCHMIT (D66) geeft aan dat Amsterdam een groeiende stad is met ambities op het gebied van woningbouw, voorzieningen en groen, maar dat dit samengaat met de noodzaak van een prudente begroting. Hij benadrukt dat gestuurd moet worden op zowel rendabele investeringen als schuldbeheer. Hij sluit aan bij zijn voorgangers en vraagt het college op welk moment de raad wordt betrokken bij de investeringsstrategie op lange termijn, zodat de raad vooraf kan meedenken en besluiten, en niet achteraf. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) vindt het rapport van de Rekenkamer nuttig en nodig, vooral om inzicht te krijgen in investeringen en de samenhang met schuld. Ze benadrukt dat schuld gebruikt wordt om noodzakelijke investeringen te doen in een groeiende stad. Ze ondersteunt de aanbeveling van de Rekenkamer om de raad beter te informeren over keuzes en besluitvorming, en geeft als voorbeeld het gebrek aan inzicht in investeringen in bomen en groen. Ze kondigt aan hier volgende week een motie over in te dienen. Daarnaast vraagt ze om een duidelijke reflectie van de wethouder op de aanbeveling van de Rekenkamer over sturing op schuld versus doelmatigheid en begrotingsevenwicht, waarbij ze het belang van toegevoegde waarde van investeringen benadrukt.

Lid ASRUF (PvdA) is dankbaar voor het rapport en de technische sessie van de Rekenkamer, omdat het helpt inzicht te krijgen in de complexe begroting. Hij benadrukt dat de raad beter in positie moet komen en kan instemmen met de meeste aanbevelingen. Hij heeft echter twijfels over de aanbeveling om de sturing op schuld bij investeringen te heroverwegen. Hij vindt dat het schuldenplafond helpt om de schuld niet ongebreideld te laten groeien, maar dat de aard van de investeringen belangrijker is. Ook benadrukt hij dat inzicht in de rendabiliteit van investeringen op langere termijn nodig is. Daarnaast merkt hij op dat het gebruik van de voorjaarsnota om niet meer meerjarig door te kijken problematisch is, omdat de raad daardoor pas laat in het jaar zicht heeft op investeringen en onvoldoende kan sturen. Hij vraagt de wethouder om een reflectie hierop, aangezien dit volgens hem al wordt gedaan, maar niet wordt gepresenteerd. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat het college het rapport van de Rekenkamer waardeert en bijna alle aanbevelingen heeft overgenomen. Ze benadrukt dat de schuldontwikkeling verantwoord wordt gestuurd binnen alle kaders en normen. Het heroverwegen van de sturing op schuld, zoals door de Rekenkamer geadviseerd, kan plaatsvinden bij de start van een nieuwe bestuursperiode en dient ter ondersteuning van de kaderstelling voor die periode, samen met de raad.

Daarnaast bevestigt ze dat de planning- en controlecyclus bij de aanvang van deze bestuursperiode is afgesproken zoals nu uitgevoerd, en dat dit bij de evaluatie voor de volgende

11

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

periode kan worden bekeken, inclusief de rol van de voorjaarsnota. Tot slot zegt ze toe dat alle strategische informatie, inclusief de vijftienjarige investeringsvooruitblik, beschikbaar zal zijn voor de raad bij de start van de nieuwe raadsperiode. Lid ASRUF (PvdA) is ontevreden over de huidige manier van werken en geeft aan dat er een risico is dat nieuwe raadsleden bij de start van een volgende bestuursperiode opnieuw moeten ervaren hoe dit verloopt. Wethouder VAN BUREN reageert dat lid Asruf haar niet helemaal goed heeft begrepen, er zal nu geëvalueerd worden om bij de start van de volgende raadsperiode te bepalen of de huidige P&C-cyclus wordt voortgezet of dat er een andere cyclus wordt gekozen. Lid SCHMIT (D66) vraagt ter bevestiging of het schuldenplafond als grens wordt gehanteerd, ondanks dat er bij de start van een nieuwe bestuursperiode opnieuw gekeken kan worden naar het gebruik ervan. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat het college in haar reactie op het Rekenkamerrapport het schuldenplafond niet als noodzakelijke maatregel ziet, maar dat bij een nieuwe bestuursperiode coalitieafspraken hierover opnieuw gemaakt kunnen worden. Ze benadrukt dat het belangrijk is om op lange termijn te sturen en dat door de vijftienjarige investeringsagenda de raad eerder inzicht krijgt, zodat er tijdig discussie en input over investeringen en begroting kan plaatsvinden.

Lid GARMY (Volt) vraagt ter verduidelijking of de vijftienjarige investeringsagenda bij de begroting wordt aangeboden en jaarlijks wordt geüpdatet. Wethouder VAN BUREN bevestigt dit. Ze licht toe dat bij de start van de nieuwe bestuursperiode de vijftienjarige investeringsagenda wordt gepresenteerd en jaarlijks wordt geactualiseerd. Ze benadrukt dat het college de raad zo goed mogelijk wil informeren, dat verschillende communicatiekanalen worden overwogen, en dat de aanbevelingen van de Rekenkamer worden meegenomen, inclusief mogelijk gebruik van een digitaal dashboard. Lid GARMY (Volt) vraagt of inzicht in investeringen die niet worden genomen ook zichtbaar kan worden gemaakt, bijvoorbeeld in de begroting of via het digitale dashboard, aangezien het college aangeeft dat opnemen in de begroting te omvangrijk zou zijn. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit inderdaad mogelijk zou zijn via een digitaal dashboard en zal onderzoeken of dit haalbaar en hanteerbaar is. De VOORZITTER geeft aan dat het onderwerp in de raadsvergadering verder aan de orde komt en sluit het agendapunt. Coördinatie Bedrijfsvoering 6.

Bespreken van de rapportage over het CO2 scope 3 reductiepotentieel van de gemeentelijke organisatie (VN2025-014269) Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat de motie over scope 3-emissies en doelstellingen belangrijk is, omdat 99,6 procent van de totale CO₂-uitstoot van de gemeente afkomstig is van de productie van ingekochte goederen, diensten en materialen. Ze vraagt of het haalbaar is dat de gemeente de reductiedoelen voor 2030 bereikt, aangezien in 2024 slechts 33 procent reductie is behaald, terwijl het doel 60 procent is. Ze benadrukt dat meten cruciaal is om te kunnen sturen op reductiedoelen en verwijst naar het voorbeeld van Parijs, waar een klimaattoets bij alle uitgaven wordt toegepast.

12

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

Ze stelt dat voedsel een belangrijke bron van CO₂-uitstoot is en pleit ervoor om plantaardig en biologisch eten direct als norm in gemeentelijke keukens te hanteren. Ze benadrukt dat de gemeente de markt mede kan sturen en noemt dat Europese bedrijven verplicht zijn scope 3 te rapporteren, wat bij aanbestedingen zwaarder kan meewegen dan de prijs. Ze roept het college op om ambitieuzer te zijn, met radicale transparantie en harde eisen voor alle inkoop, en kondigt aan dat de Partij voor de Dieren een motie zal indienen. Lid IJMKER (GroenLinks) kan zich grotendeels aansluiten bij het betoog van lid Krom. Ze benadrukt dat het bij de motie en het initiatiefvoorstel over inkoop niet alleen gaat om ambities op papier, maar om daadwerkelijk sturen en veranderingen in de praktijk doorvoeren. Ze merkt op dat er volgens de raadsinformatiebrief nog onvoldoende informatie beschikbaar is om de voortgang te monitoren. Ze verwijst naar haar eerdere initiatiefvoorstel over maatschappelijke doelen via inkoop, waarin een brede MVOI-rapportage is aangekondigd, en vraagt wanneer deze rapportage beschikbaar komt, omdat het voorstel al in maart is aangenomen. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat het plan van Parijs niet bekend is bij de gemeente, maar dat ze zich daarin zal verdiepen om te kijken of er lessen uit te trekken zijn.

Ze licht toe dat de scope 3-reductiedoelstellingen momenteel worden uitgewerkt naar de begrotingsprogramma’s, de inkoopstrategieën en de categorieën, waarbij vier lead buyers, bedrijfsvoering, fysiek, sociaal en ICT, beoordelen of de huidige maatregelen voldoende zijn of dat aanvullende stappen nodig zijn. Ze verwacht in het eerste kwartaal van 2026 meer duidelijkheid en zal hierover rapporteren. Daarnaast benadrukt ze dat de gemeente daar waar mogelijk marktcreërend optreedt in plaats van marktvolgend, vaak in samenwerking met andere overheden en organisaties. Ze geeft voorbeelden van gezamenlijke trajecten, zoals de routekaart voor schoon en emissieloos werken met mobiele werktuigen en innovatiepartnerschappen voor kunstgrasvelden en schoolgebouwen. Ze stelt dat samenwerking nodig is omdat de gemeente, ondanks haar omvang, soms nog te klein is om zelfstandig de markt voldoende te beïnvloeden. Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat de uitleg van de wethouder goed klinkt, maar in tegenspraak lijkt met de eerdere brief, waarin stond dat de gemeente voor een groot deel afhankelijk is van de markt. Wethouder VAN BUREN licht toe dat de gemeente via samenwerkingsverbanden de markt probeert te bewegen om te innoveren, maar dat inschrijvingen bij aanbestedingen uiteraard bepalend blijven.

Ze verduidelijkt dat de gemeente zelf de ontwikkelingen niet volledig kan sturen, maar wel alles doet om de markt in beweging te brengen. Over het punt voedsel zegt ze dat de gemeente bij aanbestedingen zoveel mogelijk plantaardig wil werken, wat belangrijk is voor dierenwelzijn, maar dat dit slechts circa 0,2 procent van de totale CO₂-uitstoot van de gemeente betreft. Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat voedsel Amsterdam breed een grotere CO₂-uitstoot veroorzaakt dan alle mobiliteit in de stad, volgens gemeentelijk onderzoek. Ze stelt dat het daarom belangrijk is dat de gemeente actief stuurt op plantaardig voedsel en dit beleid ook uitstraalt naar de stad om de CO₂-uitstoot te verlagen. Wethouder VAN BUREN bevestigt dit en licht toe dat bij de aanbesteding is vastgelegd dat minimaal 70 procent plantaardig moet zijn. Ze benadrukt dat dit ook rekening houdt met de keuzevrijheid van medewerkers, en dat het beleid erop gericht is hen te verleiden plantaardig te waarderen, waarmee het sturingsdoel wordt gerealiseerd. Lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat de huidige keuzevrijheid bij voedselvoorziening het risico met zich meebrengt dat de klimaatdoelstellingen niet worden gehaald, omdat vlees en zuivel een grote impact hebben op klimaatverandering.

13

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

Wethouder VAN BUREN reageert dat ze niet heeft gezegd dat de klimaatdoelstellingen niet worden gehaald. Ze benadrukt dat uit de inventarisatie in Q1 2026 meer duidelijkheid zal komen en dat de CO₂-uitstoot van ingekochte goederen en diensten slechts ongeveer 0,2 procent van de totale uitstoot betreft. Ze bevestigt dat er wordt gestuurd op 70 procent plantaardig voedsel bij de inkoop, wat een bewuste keuze van het college is. Lid KROM (Partij voor de Dieren) merkt op dat de door de wethouder genoemde 0,2 procent laag lijkt, omdat het grootste deel van de inkoop weinig CO₂-uitstoot veroorzaakt, terwijl voedsel juist een grote impact heeft op klimaatverandering. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat keuzevrijheid voor medewerkers belangrijk blijft. Ze geeft aan dat als alleen plantaardig wordt aangeboden in de bedrijfsrestaurants, medewerkers elders gaan eten, wat de klimaatdoelstellingen niet ten goede komt. Ze bevestigt dat het college op een verantwoorde manier de omslag naar meer plantaardig voedsel wil maken en herhaalt dat hierover in Q1 2026 zal worden gerapporteerd. De VOORZITTER geeft aan dat het onderwerp in de raadsvergadering van december verder besproken zal worden. Kunst en Cultuur 8.

Vaststellen van de vervanging van de doorstroomregeling in het Amsterdams Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023-2026 (VN2025-014688) Lid MINDERHOUD (PvdA) kan zich vinden in het voorstel en is blij dat de CAWA positief heeft geadviseerd. Hij waardeert dat kunstenaars wat langer de tijd krijgen voor de doorstroom. Lid GARMY (Volt) geeft aan dat een gezonde kunst- en cultuursector voldoende ateliers en broedplaatsen nodig heeft, en dat toegang daartoe cruciaal is voor kunstenaars. Hij benadrukt dat stabiliteit voor huidige kunstenaars en ruimte voor nieuwe generaties belangrijk is, waarbij natuurlijke of beleidsmatige doorstroom onmisbaar is. Hij waardeert dat het college samen met de sector een alternatief voor het eerdere doorstroombeleid heeft gezocht. Hij vraagt aandacht voor het geringe aantal jonge respondenten in het onderzoek en hoe hun stem wordt meegenomen in het beleid. Daarnaast vraagt hij over werving en diversiteit waarom bestaande broedplaatsen niet verplicht zijn om vrijgekomen ruimte openbaar te publiceren, hoe transparantie en diversiteit verbeterd kunnen worden, en welke gegevens over huurders verzameld worden om gericht te sturen. Tot slot vraagt hij hoe het college de natuurlijke doorstroom monitort en welke maatregelen worden genomen als deze afneemt, om problemen vooraf te kunnen adresseren.

Lid MOESKOPS (D66) vindt het rapport nuttig, omdat het het dilemma rondom broedplaatsen duidelijk maakt: enerzijds is er behoefte aan nieuwe plekken voor jong talent en starters, anderzijds moeten bestaande kunstenaars die anders geen plek zouden hebben, worden gefaciliteerd. Ze waardeert dat er veel natuurlijke doorstroom is, waardoor het probleem minder urgent lijkt. Tegelijkertijd vraagt ze aandacht voor de aanbeveling in het rapport om doorstroming per locatie te bekijken en maatwerk binnen locaties mogelijk te maken. Ze vraagt de wethouder of de gemeente een rol heeft bij grote broedplaatslocaties om bij nieuwe contracten doorstroming contractueel vast te leggen, of dat dit volledig aan de beheerders wordt overgelaten. Lid HYLKEMA (VVD) geeft aan dat het tienjarige doorstroombeleid bij broedplaatsen en ateliers nu onder druk komt te staan, terwijl juist bij de start van doorstroom de eerste mensen moeten verhuizen. Hij merkt op dat het college stelt dat er geen probleem is en dat er voldoende doorstroom is, terwijl uit het rapport blijkt dat 40 procent van de huurders langer dan tien jaar blijft zitten. Volgens hem lijkt de doorstroom vooral plaats te vinden bij locaties met kortere contracten

14

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

van één tot drie jaar. Hij vraagt zich af wat stressvoller is: een tienjarig contract of een eenjarig contract. Hij waarschuwt dat het alternatief voor het tienjarige beleid mogelijk niet effectief is en dat zonder het doorstroombeleid het probleem niet wordt opgelost. Hij vraagt de wethouder aanvullende maatregelen te starten naast het doorstroombeleid en hierover te reflecteren. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) vindt dat Amsterdam haar broedplaatsen waardeert als plekken van kunst, experimenten en gemeenschapszin, maar merkt op dat deze locaties weinig dynamisch zijn: er is nauwelijks doorstroom, uitstroom of vernieuwing, terwijl de instroom van jonge en internationale makers stagneert. Dit komt volgens hem niet alleen door schaarste, maar ook door hoge huren, informele selectie en de CAWA-toets die drempels opwerpen voor nieuw talent. Hij stelt dat het onderzoek naar het doorstroombeleid bevestigt dat het huidige systeem niet werkt, gedwongen doorstroom leidt tot uitstroom van kunstenaars en verstoring van bestaande gemeenschappen. Zowel de klankbordgroep als de CAWA onderschrijven dit. Hij pleit voor een koersverandering van generiek naar maatwerk, van doorstroom naar instroom, van tijdelijk naar duurzaam en van geïsoleerd naar meer gemengd.

Hij waardeert tevens de stappen die het college heeft gezet en noemt het proces een voorbeeld van democratische betrokkenheid van de klankbordgroep. Lid HYLKEMA (VVD) merkt op dat er nog geen gedwongen doorstroom heeft plaatsgevonden en vraagt hoe lid Van der Veen dan zeker kan weten dat het beleid niet werkt. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) geeft aan dat hij veel verhalen heeft gehoord van jonge nieuwe makers die geen plek kunnen krijgen binnen de broedplaatsen. Lid HYLKEMA (VVD) stelt dat de geschetste situatie juist aangeeft dat er gedwongen doorstroom zou moeten plaatsvinden. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) reageert dat dit vooral aantoont dat er een probleem is. Hij noemt een voorbeeld van een oudere atelierhouder die mogelijk nog enkele jaren wil blijven, waardoor gedwongen vertrek lastig is. Volgens hem is het nodig om alle broedplaatsen te analyseren, zodat zowel huidige kunstenaars hun werk kunnen doen als nieuwe makers toegang krijgen. Hij deelt de analyse van het college en benadrukt dat broedplaatsen geen doorstromingsmarkt zijn, maar levende ecosystemen, en spreekt steun uit voor het beleid. Wethouder MELIANI antwoordt dat er een structureel tekort is aan plekken voor kunst en cultuur, waardoor het voor kunstenaars van alle leeftijden lastig is om een werkruimte te vinden.

Ze benadrukt dat het doel is om jaarlijks 10.000 vierkante meter extra broedplaatsen te realiseren, maar dat dit door het verdwijnen van grotere, tijdelijke locaties en de kleinere beschikbare plekken moeilijk te bereiken is. Het doorstroombeleid, ingevoerd in 2016, functioneert volgens haar niet meer naar behoren. Uit onderzoek blijkt dat de natuurlijke uitstroom voldoende is om nieuwe plekken vrij te maken, waardoor er geen noodzaak is voor gedwongen doorstroom per instelling of beroep. Ze bevestigt dat er per instelling gekeken zal worden naar diversiteit en mogelijkheden om doorstroom alsnog te waarborgen. Lid HYLKEMA (VVD) geeft aan dat het gemiddelde van 10 procent natuurlijke doorstroom geen representatief beeld geeft. Volgens hem vindt doorstroom vooral plaats bij huurders met korte contracten van één of twee jaar, terwijl andere huurders langdurig kunnen blijven zitten. Hierdoor wordt een groot deel van de kunstenaarsstructuur niet geraakt, en zegt het gemiddelde weinig over de daadwerkelijke doorstroom per groep. Wethouder MELIANI antwoordt dat het doorstroombeleid integraal wordt bekeken en niet per instelling, omdat broedplaatsen verschillende functies en sociale rollen hebben. Ze legt uit dat maatwerk wordt toegepast en dat nieuwe broedplaatsen via convenanten afspraken kunnen maken over doorstroom en diversiteit.

Jonge kunstenaars zijn vertegenwoordigd in zowel de respondentengroep als de klankbordgroep, waardoor de vertegenwoordiging adequaat is

15

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

geborgd. Voor bestaande broedplaatsen kan het college geen verplichte openbaarheid van wervingsbeleid afdwingen, maar stimuleert dit via afspraken. Diversiteit wordt gemonitord via gesprekken, jaarverslagen en CAWA-toetsen, zonder exacte cijfers te hebben. De natuurlijke doorstroom van 10–15 procent wordt structureel twee keer per jaar gemonitord, bij afwijkingen wordt onderzocht wat de oorzaak is en welke maatregelen nodig zijn. Het college benadrukt dat instroom van nieuwe kunstenaars cruciaal is voor toegankelijke broedplaatsen, meer dan doorstroom of uitstroom. Lid GARMY (Volt) begrijpt het laatste deel van de beantwoording niet helemaal. Hij vat samen dat het college afspraken maakt met broedplaatsen over diversiteit en werving om doorstroom te bevorderen, maar dat er jaarlijks geëvalueerd moet worden of dit daadwerkelijk effect heeft. Hij vraagt of, indien de doelen niet worden gehaald, het college dan ook daadwerkelijk maatregelen zal nemen. De wethouder MELIANI geeft aan dat op basis van het huidige onderzoek de doorstroom bij broedplaatsen op 10 tot 15 procent ligt, en zij ziet geen aanleiding dat dit plotseling naar 5 procent zou dalen. Ze legt uit dat monitoring en evaluatie plaatsvinden via gesprekken en verslagen per organisatie, waarbij per instelling bekeken wordt hoe diversiteit en doorstroom kunnen worden gestimuleerd.

Ze benadrukt dat het evalueren op instellingsniveau complex is, omdat elke broedplaats anders functioneert. Indien op enig moment blijkt dat de doelen niet worden gehaald, kan opnieuw onderzoek naar de oorzaken worden gedaan. Het college stimuleert instellingen individueel om doorstroom en ruimte voor nieuwe makers te bevorderen. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt verder wordt besproken in de raadsvergadering van november. Ze schorst de vergadering voor ruim een half uur. Inclusie en Antidiscriminatiebeleid 11. Bespreken van de bestuurlijke reactie Route naar Herstel (VN2025-014268) De PLAATSVERVANGEND VOORZITTER heropent de vergadering. Ze heet de opstellers van het rapport dat besproken wordt welkom. De gasten zullen eerst een korte toelichting geven, waarna de commissie korte verduidelijkende vragen kan stellen. M. ESAJAS (Onderzoeker) licht toe dat Amsterdam een lange geschiedenis heeft met een zwarte gemeenschap en dat de stad op diverse manieren betrokken was bij de transAtlantische slavenhandel. Hij benoemt het eigenaarschap van de kolonie Suriname tussen 1683 en 1795 en de blijvende aanwezigheid van mensen uit voormalige koloniën en Afrikaanse landen. Daarnaast bespreekt hij de doorwerking van slavernij in de vorm van institutioneel en anti-zwart racisme en de inzet van verschillende organisaties en activisten voor erkenning en excuses.

Hij noemt de tentoonstelling Nederland Wordt Beter en het moment in 2021 waarin Amsterdam als eerste stad excuses maakte voor haar aandeel in slavernij. Hij benadrukt dat herstel meer vergt dan woorden en dat het verleden nog steeds invloed heeft op het heden. Het rapport Route naar Herstel biedt volgens hem een holistische visie op sociaal, financieel, psychologisch en spiritueel herstel, gebaseerd op onderzoek en dialoogsessies met nazaten en betrokken Amsterdammers. D. ABDOELHAFIZKHAN (Onderzoeker) geeft aan dat er veel gesprekken zijn gevoerd en ideeën zijn opgehaald over vormen van herstel die nodig zijn en breed gedragen worden. Ze licht een voorbeeld toe van een suggestie van lid Schijndel om heldencultuur te betrekken bij kennisverwerving, waaronder de mogelijkheid om een ruimte in het stadhuis te hernoemen, wat heeft geleid tot een toezegging van het college om dit te onderzoeken. Ze benadrukt dat andere activisten ook pleiten voor herstel, bijvoorbeeld via een Bos der Heling. Ze stelt dat het rapport Route naar Herstel aanbevelingen bevat voor structureel helings- en herstelbeleid voor het Amsterdamse slavernijverleden en dat holistisch herstel alleen mogelijk is in samenwerking met

16

Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 6 november 2025

FKD

nazaten. Excuses zijn volgens haar slechts symbolisch als daar geen concrete maatregelen bij komen om achterstanden veroorzaakt door slavernij weg te nemen. Het rapport en de bestuurlijke reactie bieden de commissie en de raad de kans om daadwerkelijk geschiedenis te schrijven, met de verwachting dat het nieuwe college dit ook uitvoert. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) heeft twee vragen aan de opstellers van het rapport, ten eerste of het VLOA-aanbod voldoende is en wat hierin verbeterd zou kunnen worden. D. ABDOELHAFIZKHAN (Onderzoeker) geeft aan dat ze in algemene zin tevreden is over de bestuurlijke reactie, maar kritisch is op de reactie rond het VLOA. Ze noemt twee aandachtspunten: formele betrokkenheid van nazaten vanaf het begin en focus op impact, niet alleen op bereik, waarbij gekeken wordt naar daadwerkelijke leerresultaten en gedrags- en houdingsverandering bij leerlingen. Ze benadrukt dat scholen een duurzaam antiracisme- en herstelperspectief moeten verankeren in beleid, lesprogramma’s en teams. Daarnaast stelt ze dat de gemeente een actievere regierol kan pakken in het onderwijs en vraagt om structurele borging van beleid, gedragen door nazaten en gericht op impact en toekomstige bestendige verandering. Lid BENTOUMYA (GroenLinks) benadrukt dat een ecosysteem van cultuur, met name voor jongeren, belangrijk is. Ze vraagt welke concrete stappen Amsterdam kan zetten. D.

ABDOELHAFIZKHAN (Onderzoeker) geeft aan dat formele zeggenschap van culturele gemeenschappen cruciaal is bij opzet, selectie en besluitvorming. Ze verwijst naar een pilot in de bestuurlijke reactie, maar benadrukt dat er meer kan gebeuren, zoals tussentijdse regelingen, zodat in 2026 al stappen worden gezet. Ze wijst erop dat de achtergestelde positie van zwarte mensen niet kan worden gepauzeerd tot de gemeente klaar is met verbeteringen. Daarnaast pleit ze voor een harde toezegging over een percentage van het cultuurbudget dat wordt geoormerkt voor culturele en diasporagerichte initiatieven. Lid LUST (D66) vraagt of de top tien aanbevelingen een rangorde hebben en welk punt volgens de onderzoekers het allerbelangrijkste is. D. ABDOELHAFIZKHAN (Onderzoeker) geeft aan dat het allereerste wat moet gebeuren is dat de bestuurlijke reactie verankerd wordt bij het nieuwe college, zodat alle tien punten in totaal worden uitgevoerd. Er zit geen rangorde in, de aanbevelingen zijn geclusterd uit meer dan zeventig voorstellen om ze behapbaar te maken. Ze zijn domeinoverstijgend en kunnen parallel plaatsvinden. M. ESAJAS (Onderzoeker) licht toe dat er geen prioriteitenlijst is omdat het rapport vanuit een holistische visie is opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16263004/1