2025-11-05 Conceptverslag OZA.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 5 november 2025
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 5 november 2025, starttijd 9.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 3 december 2025
Voorzitter: Alberts Plv. Voorzitter: -Portefeuillehouders: wethouders Groot Wassink, Mbarki en Scholtes Portefeuillehouders afw.: -Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuners: Bakkali Verslaglegging: Draaijer (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Runderkamp (PvdA), Van Pijpen (GroenLinks), Yemane (GroenLinks), Wehkamp (D66), Hylkema (VVD), Van der Kamp (VVD), Emmerik (Partij voor de Dieren), Haijen (SP), Aboelkasem (DENK), Badal (CDA), Kabamba (Lijst Kabamba), Noordman (Forum voor Democratie) Afwezige commissieleden (mk): Vesseur (VOLT) Overige aanwezigen:
ALGEMEEN DEEL 1a Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.15 uur en heet iedereen welkom. 1b Mededelingen De VOORZITTER deelt mede dat de vergadering om technische redenen wat later is begonnen dan gepland. De spreektijden worden niet automatisch, maar handmatig bijgehouden. De voorzitter vraagt of sprekers bij aanvang de naam van hun partij willen vermelden. De VOORZITTER deelt mede dat wethouders Groot Wassink en Mbarki aanwezig zijn voor de portefeuilles Armoedebestrijding en Onderwijs. Wethouder Scholtes neemt de portefeuille Jeugdzorg op zich. De VOORZITTER meldt de afwezigheid van het lid Vesseur. Wethouder SCHOLTES deelt mede dat er, zoals ook in de dagmail van dinsdag 4 november is vermeld, op maandag 10 november om 15.30 uur een werkbezoek is gepland aan Reclassering Nederland. Dit werkbezoek is mede op initiatief van het lid Abdi gepland. De wethouder betreurt dat het lid de raad gaat verlaten en feliciteert haar met het feit dat ze met voorkeursstemmen is gekozen voor de Tweede Kamer. Het werkbezoek staat in het teken van de rol van de reclassering bij het aanpakken van
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook het slachtofferdevice komt aan bod. De wethouder nodigt de leden van harte uit om hem te vergezellen. Wethouder SCHOLTES deelt verder mede dat de termijnagenda naar aanleiding van het verzoek dat tijdens de afgelopen vergadering is gedaan is opgeschoond. Abusievelijk is nu de verkeerde actielijst geagendeerd en daar biedt de wethouder excuses voor aan. De wethouder zal zorgen dat de geactualiseerde lijst zo spoedig mogelijk zal worden aangeleverd. Tot slot refereert wethouder SCHOLTES aan het initiatiefvoorstel van het lid Van Pijpen c.s. en de daaropvolgende bespreking van diverse, sensitieve, inclusieve en gelijkwaardige zorg in de vergadering van september. De wethouder kondigde in genoemde bespreking aan dat er een manifest is ontwikkeld waarin bestuurders uit de zorg- en welzijnssector aangeven dat ze zich inzetten voor gelijke toegang tot de zorg, inclusieve zorg, het tegengaan van discriminatie, et cetera. De wethouder vertelt dat op 2 oktober vijftien bestuurders uit Amsterdam dit manifest hebben ondertekend, waaronder Amstelring, Cordaan, Amsterdam UMC, Amsta, Reade, de OKT's en Combiwel. De wethouder verwacht dat er meer organisaties zullen volgen en dat men zich over en weer streng gaat houden aan het volgen van het manifest.
Het is de bedoeling dat het ondertekenen van het manifest verplicht wordt bij toekomstige inkoop van zorg. 1c Vaststellen agenda De VOORZITTER stelt voor om agendapunt 10, waarvoor geen aanmeldingen zijn ontvangen, te hameren en de vergadering gaat akkoord. Er is voorgesteld om agendapunten 4 en 5 te voegen en de VOORZITTER stelt vast dat de vergadering hiermee instemt. Op voorstel van het lid Wehkamp wordt agendapunt 13 doorgeschoven naar de volgende vergadering. De agenda is aldus vastgesteld. 1d Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 1 oktober 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Het lid HAIJEN informeert naar een punt op de langetermijnagenda. Het lid meldt dat de SP in april 2025 raadsvragen heeft gesteld over zorglocatie De Werf. Dit is een locatie van Cordaan waar een verhuizing aanstaande is. Het lid meldt dat er op de vragen nog geen antwoord is ontvangen en hoopt dat de wethouder hiernaar wil informeren. Wethouder SCHOLTES zegt dit toe.
1f TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de volgende vergadering: Op verzoek van het lid Runderkamp wordt geagendeerd TKN-stuk 1, Kennisnemen van de uitkomsten van het onderzoek “De relatie tussen sport en bewegen en sociaaleconomische verschillen in zorgkosten voor Amsterdam en Rotterdam” (VN2025-013685)
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
Op verzoek van het lid Van Pijpen wordt geagendeerd TKN-stuk 10, Raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage Buurtteam Amsterdam (VN2025-014583) Op verzoek van de leden Runderkamp en Van Pijpen wordt geagendeerd TKNstuk 11, Stand van zaken maatregelen plan van aanpak hulp in het huishouden (VN2025014261) 1g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. INHOUDELIJK DEEL 2a Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b Inspreekmoment publiek Bij agendapunt 2b De aangemelde inspreker is niet aanwezig en dit agendapunt komt hiermee te vervallen. 2c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. 2d Rondvraag Er zijn geen punten aangemeld voor de rondvraag. BESPREEKPUNTEN Financiën 3 Vaststellen Begroting 2026 Gemeente Amsterdam (VN2025-013804) Het lid YEMANE meldt dat het al bekend is dat de Stadspas niet toegankelijk is voor ongedocumenteerde kinderen, maar dat er signalen komen van instanties als Stichting Leergeld dat dat heel jammer is. Het lid vraagt zich af of deze signalen ook bij het college bekend zijn, over hoeveel kinderen het ongeveer gaat en of het mogelijk is om voor deze kinderen iets te doen. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat dit soort signalen hem ook bereikt heeft.
De wethouder vindt op zichzelf interessant om juist ongedocumenteerde kinderen te helpen met een Stadspas, maar dat dat complex is. De wethouder meldt dat moeilijk te bepalen is om hoeveel kinderen het gaat, omdat veel ouders niet bekend willen laten zijn dat hun kinderen ongedocumenteerd zijn. Tweede termijn Het lid YEMANE erkent dat het lastig kan zijn om te achterhalen om welke kinderen het gaat, maar wijst erop dat Stichting Leergeld daar dankzij samenwerking met
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
scholen en sleutelfiguren uit verschillende gemeenschappen redelijk goed in slaagt. Het lid vraagt zich af of het college het zinvol zou vinden om meer de samenwerking te zoeken met dit soort organisaties. Wethouder GROOT WASSINK licht toe de wens te begrijpen, maar dat er naast het zorgpunt van het bereik ook financiële consequenties aan zitten. Ook zullen bijvoorbeeld de voorwaarden voor het gebruik van de Stadspas moeten gewijzigd. De VOORZITTER sluit het agendapunt en meldt dat het punt in zijn geheel wordt geagendeerd voor de komende raadsvergadering. Onderwijs, Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling Gevoegde punten 4 en 5 Bespreken van het Onderwijshuisvestingsprogramma 2026 primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs (VN2025-014217) en Vaststellen van de wijziging van de Verordening op Lokaal Onderwijs Beleid Amsterdam 2019 (voorziening Schoolgebouwen voorbereid op 2050) (VN2025-014221) Het lid WEHKAMP vertelt een tijd geleden op bezoek te zijn geweest bij een school in Weesp, waar fors was geïnvesteerd in het verduurzamen van het pand met onder andere zonnepanelen. De directeur van de school vertelde door deze investering meer geld over te houden voor onderwijs en het lid is daar blij mee.
Verder merkt het lid op dat nu in de verordening wordt vastgelegd dat kinderopvang niet meer hoeft te wijken als een school uitbreidt, ook als het geen IKC betreft. Het lid vraagt zich af hoe dat in de praktijk zal gaan en of de gemeente de betreffende kinderopvang dan gaat helpen nieuwe huisvesting te vinden. Verder komt het lid terug op het belang van de aanleg van schoolpleinen bij nieuwe schoolgebouwen. Uit eerdere antwoorden van voormalig wethouder Moorman heeft het lid begrepen dat dit niet standaard gebeurt. Het lid wijst op recente incidenten die in de pers zijn gekomen en vraagt of de wethouder kan bevestigen dat het geen standaardpraktijk meer is om bij nieuwe schoolgebouwen een schoolplein aan te leggen. Indien dit zo is, vraagt het lid of dat veranderd kan worden. Het lid RUNDERKAMP toont zich verheugd over het feit dat er weer 130 miljoen euro beschikbaar wordt gesteld voor nieuwe schoolgebouwen en renovatie en verduurzaming van bestaande schoolgebouwen. Het lid meent dat goede en mooie huisvesting moraal geeft aan zowel docenten als leerlingen. Het lid refereert aan het versneld realiseren van twee extra basisscholen in Weesp, waar de commissie in september over gesproken heeft. Twee jaar geleden is het Integraal Huisvestingsprogramma vastgesteld en het lid is benieuwd of bij de keuze om deze twee scholen versneld te realiseren dit afwegingskader is doorlopen.
Indien dat niet het geval is, vraagt het lid zich af of het afwegingskader daarop moet worden aangepast. Het lid BADAL meldt dat het CDA blij is met de investeringen in scholen en dat goede schoolgebouwen belangrijk zijn voor gezinnen in de stad. Het lid stelt vast dat het programma dat nu voorligt, bevestigt wat het CDA in de tegenbegroting heeft gemeld. De helft van de 360 schoolgebouwen in Amsterdam is ouder dan veertig jaar. Er zouden zeven scholen per jaar moeten worden vervangen, maar de gemeente blijft steken op vier à vijf en daarmee wordt het gat niet gedicht. Het CDA wil structureel 25 miljoen euro extra per jaar investeren, zodat de twee scholen extra per jaar kunnen worden aangepakt. Verder heeft het CDA zorgen over de netcongestie. In Zuidoost krijgen de Morgenster en de Holendrechtschool nog geen bouwkrediet en het lid wil graag weten of er voor deze scholen een duidelijk tijdspad is. Het lid HAIJEN memoreert dat het in de commissie vaak gaat over gezonde leefomstandigheden en stelt dat dat begint bij goed bewegingsonderwijs op school. Het lid is blij met de renovatie en nieuwbouw van gymzalen die voor 161 miljoen euro in het programma zijn opgenomen. Het lid ziet dat er naast de investering in huisvesting ook
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
geld wordt gestoken in bijvoorbeeld extra vakleerkrachten, bewegingsonderwijs en extra muziekdocenten en spreekt de hoop uit dat ook het volgende college deze lijn handhaaft. Ook is het lid blij met de extra investeringen in Noord en in Weesp, omdat daar de bevolkingsaanwas zodanig is dat er meer scholen nodig zijn. Het lid sluit zich aan bij de vraag van het lid Wehkamp over de aanleg van schoolpleinen en is van mening dat schoolpleinen niet mogen worden vergeten. Tot slot vindt het lid dat alle scholen rolstoeltoegankelijk moeten zijn. Het lid YEMANE sluit zich aan bij veel vragen die al gesteld zijn en is blij dat er goed en veel geïnvesteerd wordt, ook in duurzaamheid. Wel vraagt het lid zich af hoe het staat met het inclusief bouwen, waarmee het lid bedoelt dat eisen gehaald worden, scholen rolstoeltoegankelijk zijn, dat er zorgkamers zijn voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Het lid vraagt zich af hoe dat goed in de stukken is verwerkt en hoe de eisen die nodig zijn gehaald kunnen worden. Het lid VAN DER KAMP vraagt aandacht voor gelijke toegang tot alle onderwijsvormen, iets waar de VVD al eerder op heeft gewezen. Het lid ziet dat het huisvestingsplan nauwelijks onderscheid maakt tussen verschillende onderwijstypen binnen het voortgezet onderwijs. Bij schooltypen waar vraag naar is, zoals havo en vwo, zijn er capaciteitstekorten.
Deze tekorten blijven onderbelicht, terwijl de druk in meerdere stadsdelen toeneemt. Het lid wijst erop dat de tekorten voor het basisonderwijs die recentelijk in Weespersluis zijn geconstateerd wellicht hadden kunnen worden voorzien. Namens de VVD pleit het lid voor een expliciete monitor en aanpak van de tekorten, zodat de keuzemogelijkheden en gelijke kansen voor alle leerlingen geborgd blijven. Verder meldt het lid dat de VVD de ambitie om duurzaam te bouwen deelt, maar dat dat niet los mag staan van de bruikbaarheid van het gebouw en de financiële haalbaarheid. Ook roept de VVD het college op om na te denken over langetermijnrendement wat betreft exploitatie, flexibiliteit en onderhoud, en dat mee te nemen in de evaluatie. De VVD wil de effecten van verduurzaming graag terugzien in de monitoring en merkt op dat nieuwe technieken vaak gepaard gaan met veel stroomgebruik en een uitdaging vormen met betrekking tot netcongestie. Tot slot meldt het lid dat de VVD kansen ziet in multifunctionele schoolgebouwen die ook na schooltijd gebruikt kunnen voor sport, welzijn of ontmoeting. Het lid ABOELKASEM wijst op het feit dat een goed schoolgebouw de basis is voor zowel de kwaliteit van onderwijs als het welzijn van leerlingen en de omgeving. Het lid deelt mede dat Denk daarom blij is dat er voorbereidingen worden getroffen voor de nieuwbouw van het Cornelius Haga Lyceum.
De huidige huisvesting van deze school voldoet niet meer aan wat kan worden verwacht voor een middelbare school. Hierdoor trekken leerlingen in de tussenuren en de pauzes noodgedwongen de wijk in en de overlast die dat geeft voor de buurt leidt tot spanningen. Het lid is van mening dat de schuld hiervoor niet, zoals wel gebeurt, bij de leerlingen kan worden gelegd omdat er voor hen geen geschikte ruimte is om op school over te blijven. Het lid noemt het essentieel dat er nu daadkracht en tempo komt in de nieuwbouwplannen voor deze school, en vraagt of de wethouder kan laten weten wat de planning is voor de nieuwbouw. Het lid wil graag weten in welke fase de voorbereidingen zich bevinden, of er al besluiten zijn genomen en of er mogelijkheden zijn voor een vervangend gebouw. Ook is het lid benieuwd of er gesprekken zijn gevoerd met het schoolbestuur om te kijken of de overlast in de buurt verminderd kan worden. Het lid EMMERIK meldt dat de Partij voor de Dieren positief is over de voorgenomen verduurzaming van schoolgebouwen. Wel is het lid benieuwd waarom de regeling loopt tot 2031, terwijl het doel in 2050 ligt. Verder merkt het lid op dat alleen nieuwe of vernieuwde scholen in aanmerking komen voor de regeling, en het lid vraagt of er gekeken kan worden of ook bestaande scholen ondersteund kunnen worden bij verduurzaming en vergroening.
Wat betreft natuurinclusief bouwen constateert het lid dat natuurinclusief bouwen middels een puntensysteem wordt beloond met subsidie. Het lid wijst erop dat er al was afgesproken dat natuurinclusief bouwen de norm moet zijn en
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
vraagt zich af waarom dat dan niet standaard verplicht wordt gesteld bij nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen. Tot slot is het lid benieuwd hoe er binnen het programma aandacht wordt gegeven aan elementen die bijdragen aan een gezonde leeromgeving, zoals daglicht, ventilatie, groen en akoestiek. Wethouder MBARKI spreekt de hoop uit alle vragen goed te kunnen beantwoorden, aangezien het zijn eerste optreden is in deze commissie. De wethouder schetst dat er een besluit voorligt dat belangrijk is, waar veel geld mee gemoeid is en dat essentieel is voor een stad als Amsterdam, waar veel jongeren opgroeien en waar er gezamenlijk voor gezorgd moet worden dat deze jongeren in goede gebouwen onderwijs kunnen krijgen. De wethouder beaamt dat dat niet alleen belangrijk is voor de moraal, maar dat verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de leeromgeving cruciaal is om tot de beste leerprestaties te komen. In antwoord op de vraag van het lid Wehkamp meldt de wethouder dat in de verordening is vastgelegd dat voor een groep of een voorschoolse educatie de onderwijscapaciteit van de school met 115 vierkante meter verminderd kan worden. Als er sprake is van meerdere groepen kan dat nog meer worden. Tegelijkertijd kan er op een school een gelijktijdige groei zijn bij de onderwijskant en bij de voorschoolse educatie en de kinderopvang.
In dat geval kan een schoolbestuur om uitbreiding vragen en worden er aanvullende afspraken gemaakt, omdat de financiering voor onderwijs en voor voorschoolse educatie anders geregeld is. Onlangs is hier met AWBR in een pilot invulling aan gegeven. Het lid WEHKAMP vraagt in een interruptie of er meer informatie kan komen over deze pilot, ook technisch. Wethouder MBARKI meldt dat er een flinke opgave ligt, maar dat bijvoorbeeld ook de gebiedsmanagers actief meedenken met kinderopvangorganisaties. Ook kijkt de stadsloods naar beschikbare plekken. Wethouder MBARKI meldt dat er ten aanzien van het beleid voor schoolpleinen onderscheid wordt gemaakt tussen het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs. In het speciaal basisonderwijs en het speciaal voortgezet onderwijs wordt bij nieuwbouw of vervangende bouw op een andere locatie uitgegaan van 3 vierkante meter per leerling, met een minimum van 300 vierkante meter. Daarbovenop kent de verordening een normvergoeding van 80.000 euro voor een groen en uitdagend schoolplein. Voor het voortgezet onderwijs, waar het Cornelius Haga Lyceum onder valt, kent de verordening geen vergoeding voor de aanleg van schoolpleinen. Ook bij het claimen van kavels en de ontwikkeling van nieuwe gebouwen wordt daar geen rekening mee gehouden.
De wethouder constateert dat er in de stad veel schoolpleinen zijn en dat het mooi is als er een schoolplein mogelijk is, maar dat er ook veel scholen zijn zonder schoolplein en dat dat eigenlijk altijd goed is gegaan. Naar het oordeel van de wethouder hebben veel jongeren in het voortgezet onderwijs geen behoefte aan een schoolplein. De wethouder stelt vast dat de verordening in ieder geval niet voorziet in schoolpleinen bij het voortgezet onderwijs. Het lid WEHKAMP meldt in een interruptie na een bezoek aan het Cornelius Haga Lyceum een ander beeld te hebben van de behoefte van jongeren aan een schoolplein. Van scholieren en buurtbewoners heeft het lid begrepen dat een schoolplein jongeren ervan weerhoudt de buurt in te gaan. Ook van het bezoek aan een school in Weesp heeft het lid dit beeld meegenomen. Daar uitte de directeur zorgen over een groeiende school zonder schoolplein. Het lid vraagt of de wethouder voldoende in contact is met scholen en deze zorgen ook vernomen heeft. Wethouder MBARKI antwoordt in contact te zijn met verschillende soorten scholen, die vaak nog groter zijn dan de genoemde scholen en waar ook geen schoolplein is. De wethouder licht toe dat de problemen die er specifiek zijn bij de genoemde school niet direct gekoppeld mogen worden aan het feit dat er geen schoolplein is, omdat het gaat om een relatief kleine groep die voor overlast zorgt.
De wethouder meldt ook in contact te zijn met deze specifieke school en de omwonenden. Er is zelfs geopperd een schoolplein te ontwikkelen. Dat voorstel is deels positief ontvangen, maar er zijn 450 buurtbewoners geweest met een petitie om een schoolplein tegen te houden, mede vanuit de angst dat een schoolplein na schooltijd een hangplek wordt. De wethouder herhaalt dat er onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende schooltypen. Ook vindt de wethouder dat het belangrijk is om te kijken hoe de overlast van deze relatief kleine groep leerlingen
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
kan worden aangepakt. Het lid WEHKAMP merkt op dat het haar niet alleen ging om het Cornelius Haga Lyceum, maar ook om de middelbare school in Weesp en het lid herhaalt de vraag of de wethouder contact heeft met meerdere middelbareschoolbesturen. Ook vertelt het lid op bezoek te zijn geweest bij het Cornelius Haga Lyceum en er vertrouwen in te hebben dat daar serieus wordt gezocht naar een oplossing voor de overlast. Wethouder MBARKI antwoordt dat er contact is met alle schoolbesturen en dat de gemeente precies weet wat de behoefte is, niet alleen aan schoolpleinen maar ook aan kinderopvang. De wethouder merkt op dat de partijen in de stad met elkaar schaarste aan het verdelen zijn en dat er vooral behoefte is aan vierkante meters voor het onderwijs zelf. Ook herhaalt de wethouder dat er een onderscheid is tussen verschillende schooltypen. Voor het primair onderwijs zijn schoolpleinen nodig, omdat ze een verlenging zijn van het onderwijs. In het voortgezet onderwijs is het gebruik van de buitenruimte facultatief en niet verplicht. De wethouder ziet meer in handhaving als blijkt dat leerlingen zich buiten het schoolterrein niet gedragen. Het lid ABOELKASEM merkt in een interruptie op dat het Cornelius Haga Lyceum midden in een woonwijk gevestigd is en dat dat het verschil is met andere scholen. Wethouder MBARKI bestrijdt dit.
Volgens de wethouder zijn scholen per definitie gevestigd in een woonwijk of moeten ze dat zijn. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zorgen dat scholen met bewoners, ondernemers en andere gebruikers van het gebied goed kunnen samenleven en zij allemaal tot hun recht komen. Ook merkt de wethouder op dat hij niet heeft gezegd dat er weinig leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum de buurt in gaan, maar dat er een relatief kleine groep leerlingen is die overlast veroorzaakt. In aansluiting hierop antwoordt wethouder MBARKI op de vraag van het lid Aboelkasem dat er op dit moment voor het Cornelius Haga Lyceum een bouwvoorbereidingsbesluit is. Het bouwvoorbereidingskrediet is opgenomen en vanaf januari kan het proces van start met het opstellen van een programma van eisen. Vervolgens komt het ontwerp, dan de aanbesteding, het bouwplan en de bouwplanning. Het bestemmingsplan is al afgerond en de kavel die de gemeente op het oog heeft, komt in 2028 beschikbaar. Terugkomend op het eerdere debat meldt de wethouder van mening te zijn dat de huidige huisvesting van het Cornelius Haga Lyceum toereikend is, maar dat er samen met het schoolbestuur zeker wordt gekeken naar de prognoses.
Het lid VAN DER KAMP meldt in een interruptie te begrijpen dat een schoolplein niet per se alle problemen oplost, maar zich wel te kunnen voorstellen dat het goed zou zijn als leerlingen iets te doen hebben. Het lid vraagt zich af of bijvoorbeeld een Cruyff Court nuttig zou kunnen zijn en of de wethouder hier creatief mee om zou kunnen gaan. Wethouder MBARKI antwoordt voorstander te zijn van voetbalplekken in de stad. Wel ziet de wethouder dat er schaarste is en dat veldjes als Cruyff Courts door buurtbewoners vaak worden gezien als mogelijke bron van overlast en het is niet makkelijk om ze in woonwijken in te passen. De wethouder is het wel met het lid Van der Kamp eens dat creativiteit geboden is. Het lid VAN DER KAMP vraagt of er ook kan worden onderzocht wat er bij renovatie gedaan kan worden om binnenblijven attractiever te maken, bijvoorbeeld met een spelletjesruimte. Wethouder MBARKI legt uit dat er altijd gekeken wordt hoe de verblijfsruimte voor leerlingen goed kan worden ingericht. In antwoord op de vraag van het lid Runderkamp vertelt wethouder MBARKI dat het tekort in Weesp niet van tevoren gesignaleerd kon worden, omdat Weesp destijds nog geen onderdeel was van Amsterdam. Sinds daar sprake van is, is er hard gewerkt om te zorgen dat er voldoende opvang en onderwijs is. Het afwegingskader is in dit geval niet toegepast.
De reden daarvoor is dat de herziene prognose voor Weesp heeft geleid tot een aanpassing in de planning. De beide scholen zijn meegenomen in het onderwijshuisvestingsplan 2026, onder andere vanuit de incidentele middelen. Doordat het bestaande budget is opgeplust, is het kader niet toegepast. Wethouder MBARKI is het met het CDA eens dat de middelen ontoereikend zijn om verouderde schoolgebouwen in het gewenste tempo te vervangen of te renoveren. Wel is het zo dat het college gebonden is aan de plafonds die er zijn, en het Onderwijshuisvestingsplan 2026 is reeds vastgesteld. Wel zijn er voorbereidingskredieten verstrekt aan schoolbesturen voor het renoveren van twee extra scholen in 2026-2028. Het college probeert zoveel mogelijk stappen te zetten met de beschikbare middelen.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
Wethouder MBARKI deelt de zorg van het CDA over de netcongestie en vertelt dat dat ook voor zijn portefeuille Economische Zaken een knelpunt is. Gelukkig is het zo dat scholen vallen onder maatschappelijke projecten, en daaraan wordt door de netbeheerder prioriteit gegeven. Wel zijn er dan vaak extra kosten mee gemoeid, omdat er dan nog niet echt geleefd kan worden. De wethouder ziet hierin stadsbreed een opgave. De wethouder vertelt dat de afgelopen periode een beperkte hoeveelheid stroom beschikbaar is gekomen, de zogenoemde eerste tranche. Hiervan krijgen achttien scholen stroom toegekend. In 2026 volgt de tweede tranche waarbij er weer een beperkte hoeveelheid stroom beschikbaar komt. Dan gaat de gemeente voor scholen die op de wachtlijst staan weer een prioriteringsverzoek doen bij de netbeheerder. Voor de twee scholen in Zuidoost waar het CDA zich zorgen over maakt, staat in het huisvestingsplan een voorbereidingskrediet op het programma. De nieuwbouw van de Morgenster is afhankelijk van de gebiedsontwikkeling in Zuidoost, terwijl de oplevering van de Holendrechtschool op de planning staat voor het derde kwartaal van 2030. Over toegankelijkheid en inclusiviteit, waar de leden Haijen en Yemane vragen over stelden, meldt wethouder MBARKI dat de verantwoordelijkheid ligt bij de schoolbesturen, omdat het over de inrichting van schoolgebouwen gaat.
Volgens het bouwbesluit is men verplicht om schoolgebouwen inclusief te maken en bij nieuwbouw is het vanzelfsprekend dat dat dan gebeurt. De uitdaging zit in bestaande bouw en samen met onderwijsbesturen wordt gekeken hoe inclusief onderwijs integraal kan worden meegenomen. Daarnaast is het ook hier weer een financieel vraagstuk, omdat er concreet geld vrijgemaakt moet worden voor deze voorzieningen. Daarnaast kan een voorziening leiden tot een vraag naar meer vierkante meters, wat ook weer kosten met zich meebrengt. Het lid YEMANE vraagt in een interruptie of dit betekent dat er een wijziging moet komen in de verordening. Wethouder MBARKI verduidelijkt dat dat niet het geval is omdat deze inclusiviteit nu al vastligt in het bouwbesluit. Verder legt de wethouder uit dat voor het vormgeven van inclusief onderwijs in bestaande bouw nog een stap gezet moet worden, omdat daar de afgelopen jaren niet veel aan is gedaan. Momenteel is er een concretisering gaande, samen met de scholen. Op basis van deze concretisering wordt vervolgens gekeken hoe de verordening toekomstbestendig kan worden gemaakt en niet vrijblijvend. Het lid YEMANE constateert in een tweede interruptie dat dit onderwerp al bijna vier jaar regelmatig besproken en belangrijk gevonden is, maar dat geld en schaarste steeds struikelblokken bleken te zijn.
Het lid benadrukt dat er een landelijk beleidskader is waarin staat dat in 2025 alle schoolgebouwen inclusief moeten zijn en vraagt zich af hoe lang het nog gaat duren als alles nu nog opgezet moet worden. Wethouder MBARKI deelt het ongeduld van het lid Yemane. De wethouder licht toe dat de gemeente zich verantwoordelijk voelt voor dit onderwerp, ondanks dat de verantwoordelijkheid voor bouw en inrichting bij de schoolbesturen ligt. Er ligt een plan, maar daarvoor is geld nodig en dat kan de gemeente niet alleen oplossen. Er loopt al enige tijd een lobby om dit vorm te geven en het bouwbesluit is een stok achter de deur. Het blijkt dat ook bij bestaande bouw de ambitie er is en deze ambitie is ook uitgesproken door de samenwerkingsverbanden. Het is in deze concretiseringfase zaak om te zorgen dat het niet bij ambitie blijft, maar de wethouder herhaalt dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij de schoolbesturen ligt. Het lid YEMANE wijst in een volgende interruptie op de mogelijkheid van klankbordgroepen, die ook door het Rijk worden gebruikt. Het lid vraagt of dit ook op lokaal niveau gebeurt en of dat het proces misschien kan bespoedigen. Wethouder MBARKI is een voorstander van klankbordgroepen, maar wijst erop dat het nog fijner zou zijn als het Rijk met geld over de brug kwam.
Het lid WEHKAMP stelt in een interruptie dat het inclusief maken van een schoolgebouw niet altijd veel geld hoeft te kosten. Het lid vertelt over een recente expertbijeenkomst over autisme, waar bleek dat met kleine aanpassingen als het dimmen van lampen al goede resultaten kunnen worden bereikt. Het lid brengt in herinnering dat dit al eerder besproken is in de commissie en vraagt of er ook aan dit soort aanpassingen wordt gedacht. Wethouder MBARKI herhaalt dat het aan de schoolbesturen is om aan dit soort zaken vorm te geven. Daarnaast wijst de wethouder erop dat het, naast het beschikken over goede ruimtes, nog belangrijker is dat er goed geëquipeerde leraren zijn en dat er een goed plan is. En juist dat is niet zomaar gedaan. De samenwerkingsverbanden zijn hierover in gesprek en de gemeente ziet voor zichzelf de rol van meedenker en kan op punten faciliteren. Het fysieke deel van
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
het gebouw is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen en de wethouder gaat ervan uit dat zij ook dit laaghangend fruit meenemen. Het lid WEHKAMP stelt in een tweede interruptie dat de gemeente hierin meer kan doen in de vorm van bijvoorbeeld een handreiking om met kleine aanpassingen resultaat te halen. Wethouder MBARKI herhaalt dat ontwerp en inrichting van een school bij het schoolbestuur ligt en dat de gemeente de huisvesting faciliteert. Momenteel is de gemeente in gesprek met de samenwerkingspartners om te kijken hoe er toekomstbestendig kan worden gewerkt en hoe er met een onderwijsteam vorm kan worden gegeven aan inclusief onderwijs. Dat gaat dus veel verder dan goede ruimte, want het gaat over het inhoudelijke aspect en dat vraagt ook iets van de betrokken docenten. Het lid WEHKAMP vraagt in een vervolginterruptie of de wethouder kan toezeggen dit laaghangend fruit, dat voor veel kinderen met autisme zo belangrijk is, mee te nemen in de gesprekken met de samenwerkingspartners. Wethouder MBARKI dacht deze vraag al te hebben beantwoord, maar meldt desgevraagd dat dat al gebeurt. In antwoord op de bijdrage van het lid Van der Kamp meldt wethouder MBARKI de wens te delen dat ook het volgende college duurzaamheid hoog op de agenda houdt en er geld voor wil uittrekken.
Verder vindt de wethouder de suggestie om schoolgebouwen buiten schooltijd aan te bieden als multifunctionele ruimte een goede. De wethouder ziet in zijn rol als portefeuillehouder Sport vaak dat bijvoorbeeld gymzalen bij bestaande scholen vaak niet voor andere doeleinden ingezet kunnen worden omdat de toegang door het hele schoolgebouw leidt. Bij nieuwbouw wordt er nu voor gezorgd dat gymzalen een rechtstreekse ingang hebben zodat ze zelfstandig te gebruiken zijn. Ook meldt de wethouder dat er afgelopen jaar met aanvullende middelen een aula is gerealiseerd in een schoolgebouw en dat dat soort initiatieven dus al genomen wordt. Het lid VAN DER KAMP vraagt in een interruptie of dit ook in de monitoring kan worden meegenomen. Wethouder MBARKI antwoordt dat er al regelmatig gemonitord wordt op basis van de prognoses van waar in de stad de behoefte zit. Ook worden er regelmatig gesprekken gevoerd, ook met de schoolbesturen, waarbij er altijd gekeken wordt waar er behoefte is, wat passend is en wat waar gefaciliteerd kan worden. Daarbij geldt dat de populariteit van een school niet bepalend is voor wat er bijgebouwd wordt, maar dat er stadsbreed wordt gekeken naar waar er behoefte aan voorzieningen is. Tot slot meldt wethouder MBARKI in antwoord op het lid Emmerik dat bij FLOvoorzieningen alle extra duurzaamheidsmaatregelen optioneel zijn.
Er bestaat geen afwegingskader om te bepalen welke voorzieningen verplicht zijn, de subsidie wordt toegekend op basis van volgorde van binnenkomst. Binnen het onderwijshuisvestingsplan is natuurinclusief bouwen, anders dan het lid Emmerik betoogde, niet in de normvergoeding. Dat is de reden dat de FLO voorziet in een extra subsidie. De VOORZITTER sluit beide agendapunten en laat ze gevoegd agenderen voor korte bespreking in de eerstvolgende raad. Na een kort reces stelt de VOORZITTER voor om eerst de agendapunten 10 en 11 punten te bespreken, zodat wethouder Mbarki daarna voor deze vergadering klaar is. De vergadering gaat akkoord. Onderwijs 11 Bespreken van de raadsinformatiebrief Inzet op onderwijskwaliteit waaronder het Onderwijskennis Netwerk Amsterdam (ONA) (VN2025-014250) Het lid WEHKAMP meldt blij te zijn met het ONA en hoopt dat ook in de volgende periode flink in het ONA wordt geïnvesteerd, ook voor het voortgezet onderwijs. Het lid memoreert al eerder in de commissie zorgen te hebben geuit over de onderwijskwaliteit in Amsterdam Zuidoost. Veel jongeren uit Zuidoost trekken naar de rest van de stad en naar Weesp en maken geen gebruik van de schoolvoorzieningen in hun eigen wijk. Het lid vraagt zich af of het mogelijk is om voor het voortgezet onderwijs een pilot te starten in Amsterdam Zuidoost, of dat dat in ieder geval onderzocht kan worden. Het lid is verder
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
verheugd te zien dat er wordt gekeken naar rekenen in ONA, omdat blijkt dat de rekenresultaten in Nederland schrikbarend zijn, net als de leesresultaten. Het lid is daarom verbaasd over het feit dat in de begroting van Amsterdam staat dat de ambitie voor het leesniveau naar beneden is bijgesteld. Het lid meldt dat D66 denkt dat de kinderen in Amsterdam nog slechter gaan rekenen dan ze nu al doen. Volgens het lid is in antwoord op technische vragen gesteld dat gemeenten niet veel invloed hebben op het rekenniveau. Het lid vindt dat merkwaardig, omdat dat wel geldt voor lezen. Het lid vraagt zich dan ook af of het feit dat het ONA zich ook op rekenen gaat richten geen aanleiding geeft de indicatoren voor rekenen naar boven bij te stellen. Het lid RUNDERKAMP vraagt in een interruptie of het lid Wehkamp kan verduidelijken wat het idee is voor een pilot met rekenen in het ONA in Amsterdam Zuidoost. Het lid WEHKAMP antwoordt dat het idee is dat er vanuit de school een expertschool is waar je aan de slag kunt gaan met kwalitatief onderwijsmateriaal. Het verzoek aan de wethouder is om deze expertscholen in Zuidoost te beginnen, om met deze scholen het voortgezet onderwijs binnen het ONA verder te ontwikkelen. Het lid VAN DER KAMP gebruikt een interruptie om steun uit te spreken voor het voorstel van het lid Wehkamp.
Wethouder MBARKI onderschrijft de ambitie van het lid Wehkamp om het ONAprogramma te laten voortbestaan. De wethouder is er een voorstander van dat de gemeente de onderwijskwaliteit kan faciliteren, maar wijst erop dat ook dat een geldkwestie is. Verder meldt de wethouder dat het Lely Lyceum in Zuidoost momenteel deelneemt aan een pilot Effectief Leesonderwijs van het ONA, dus de verbinding is al gelegd. In dat kader zijn de partners ook binnen ONA aan het verkennen wat de mogelijkheden zijn voor uitbreiding naar het voortgezet onderwijs. Dat is stadsbreed, maar uiteraard zal Amsterdam Zuidoost hier ook in worden meegenomen. De wethouder ziet dat het ONA zeer bereid is om kennis te delen, ook met een andere onderwijssector. Wel ligt de bal bij de scholen, want er moet echt sprake zijn van cocreatie. Wethouder MBARKI is van mening dat het streefcijfer waaraan het lid Wehkamp refereerde slechts een getal is. Het is belangrijk dat ieder kind in Amsterdam met voldoende bagage naar de middelbare school gaat. De wethouder herkent niet dat de gemeente weinig doet op rekengebied en vindt dat de afgelopen jaren juist de stap is gezet om naast taalexpertise meer met rekenen te gaan doen. De gemeente ondersteunt daar wel degelijk in, onder meer met HDT-trajecten die in bepaalde delen van de stad worden aangeboden.
De wethouder ziet ook echt verandering in het streefcijfer en legt uit dat deze indicatoren sinds 2022 zijn opgenomen in de begroting. Destijds was de peilwaarde 10,4 procent en dat was het percentage kinderen dat naar de middelbare school gaat met een niveau dat lager ligt dan het fundamenteel niveau 1 voor rekenen. Er is een prognose opgesteld van 9 procent of lager en dat percentage is gehaald. Er is dus een daling zichtbaar. Het lid WEHKAMP vraagt in een interruptie of de wethouder bereid is in gesprek te gaan met Bindelmeer en het OSB om te kijken of deze scholen aan de slag willen gaan. Wethouder MBARKI meldt dat de gemeente in gesprek is met het OSVO. Het lid VAN DER KAMP signaleert, naar aanleiding van de opmerking van de wethouder dat het ONA het niet alleen kan, een mogelijkheid tot eventuele publiek-private samenwerking en vraagt of de wethouder daar mogelijkheden toe ziet. Wethouder MBARKI antwoordt dat het opzetten van het ONA al een heel mooi initiatief is geweest en dat hij niet tegen verdere uitbreiding is, ook in eventuele samenwerking met private instellingen. Wel is het volgens de wethouder belangrijk om het altijd weer in het publiek te laten landen, omdat nu blijkt dat sommige private initiatieven kansengelijkheid eerder vergroten dan verkleinen.
Het lid VAN DER KAMP verduidelijkt in een interruptie dat hij niet doelde op zaken als huiswerkbegeleiding, maar op bijvoorbeeld het ondersteunen met stageplekken en onderzoeken naar welke opleidingen vraag is, bijvoorbeeld richting technische opleidingen. Wethouder MBARKI wijst erop dat er al zoiets bestaat in de vorm van het stagepact binnen het mbo. Hierin werken private bedrijven samen met het onderwijs en is het voortgezet onderwijs ook aangehaakt. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen op de raadsvergadering van 10 en 11 december.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
12 Bespreken van de raadsinformatiebrief Programma Woningen voor Leraren (VN2025-014662) Het lid WEHKAMP heeft van een schoolbestuurder vernomen dat het voor studenten die geen woonruimte hebben in Amsterdam minder makkelijk is om een stageplek te vinden. Het lid vraagt of het mogelijk is om voor deze groep studenten iets te betekenen en refereert aan de extra studentenwoningen die al zijn opgeleverd. Het lid VAN PIJPEN heeft begrepen dat docenten die lesgeven op scholen met een schoolweging van 35 voorrang krijgen op een woning. Het lid is benieuwd of genoemde scholen ook de grootste tekorten hebben en in welke stadsdelen ze gevestigd zijn. Wethouder MBARKI beaamt dat scholen met een hogere weging gemiddeld genomen meer last hebben van het lerarentekort. De meeste scholen met een schoolweging van 35 of hoger zijn gevestigd in de stadsdelen Zuidoost, Nieuw-West en Noord. Wethouder MBARKI legt in antwoord op de vraag van het lid Wehkamp uit dat er bij het beschikbaar stellen van woningen voor leraren gebruik wordt gemaakt van een voorrangsregeling. Deze regeling is voor werkend personeel in het onderwijs, zorg en politie en kent geen voorrang voor studenten en personen in een opleiding zonder bevoegde aanstelling. Kandidaten die in aanmerking komen, moeten laten zien dat ze werkend verbonden zijn aan de stad.
Voorrang geven aan een andere groep betekent dat er voor leraren minder woningen beschikbaar zijn. De wethouder wijst erop dat er voor studenten andere huisvestingsmogelijkheden zijn, bijvoorbeeld de extra woningen die voor studenten zijn opgeleverd. De wethouder geeft aan dat het in het verlengde van de vraag van het lid Wehkamp ook de vraag is hoe in Amsterdam studenten verbonden blijven aan de pabo's en de lerarenopleidingen. Ook daar zit volgens de wethouder een huisvestingsvraagstuk en er dient bijvoorbeeld ook goed gekeken te worden hoe deze opleidingen beter aansluiten op het onderwijs en hoe stageplekken goed georganiseerd kunnen worden. De wethouder vat samen dat de voorrangsregeling niet van toepassing is op studenten. Het lid WEHKAMP vraagt in een interruptie of er voor de betreffende studenten voorrangsmogelijkheden zijn bij de toewijzing van studentenwoningen. Wethouder MBARKI antwoordt daar geen antwoord op te kunnen geven, omdat dit niet alleen een zaak is voor de wethouder Onderwijs. Er is schaarste en die schaarste moet verdeeld worden. De wethouder ziet er meer heil in om studenten met een kleine bonus in Amsterdam te houden, bijvoorbeeld met een compensatie van reiskosten. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen op de raadsvergadering van 10 en 11 december. De VOORZITTER dankt wethouder Mbarki voor zijn aanwezigheid.
6 Wijzigen Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 (VN2025-013283) Het lid RUNDERKAMP stelt dat de sociale basis een groot goed is in Amsterdam. Er gaat jaarlijks meer dan 100 miljoen naar organisaties die bijdragen aan ontmoetingsplekken, vrijwilligerswerk, buurtinitiatieven en laagdrempelige hulpverlening. De sociale basis zorgt daarmee voor een stad waarin iedereen mee kan doen. Het lid vindt het terecht dat er nu geëvalueerd en eventueel bijgesteld wordt. Een aandachtspunt is dat er partners in de sociale basis zijn die geen stagevergoedingen uitkeren. Het lid begrijpt dat stagevergoedingen niet met terugwerkende kracht kunnen worden opgelegd en pleit voor het aanpassen van de verordening, zodat toekomstige partners in de sociale basis wel stagevergoedingen gaan betalen. Het lid is benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt. Verder constateert het lid dat er in Amsterdam, en wellicht ook elders in het land, casussen zijn waarbij er gemeenschapsgeld via de sociale basis terecht is gekomen bij de ondernemers en niet bij het doel. Zonder in te gaan op de individuele casuïstiek
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
vraagt het lid zich af of de huidige subsidieverordening binnen de sociale basis beducht is op dit soort praktijken en of er aanscherping nodig is. Het lid HYLKEMA sluit zich in grote lijnen aan bij het lid Runderkamp. Wel mist het lid in de brief het benoemen van de kwestie van de Weekend Academie. Het lid stelt vast dat de huidige verordening ontoereikend is om dit soort praktijken aan te pakken en vraagt of de wethouder deze kwestie als leermoment kan en wil meenemen. Wethouder SCHOLTES begrijpt de laatste vraag en legt uit dat in dit verband niet alleen de subsidies voor de sociale basis moeten worden aangepast, maar dat dit wordt gedaan in het kader van de algemene subsidieverordening. Wethouder Van Buren werkt hier al aan. De wethouder merkt op dat voor een deel de verordening zelf wordt aangepast, maar dat het ook gaat om andere formulieren met andere vragen. Het lid RUNDERKAMP zegt in een interruptie vertrouwen te hebben in het antwoord van de wethouder en vraagt of het dan inderdaad zo is dat een aanpassing van de algemene subsidieverordening voldoende is. Wethouder SCHOLTES beaamt dit. Wethouder SCHOLTES geeft verder aan dat het aanpassen van de verordening om stagevergoedingen verplicht te maken betekent dat dat ook voor bestaande relaties geldt. Hiermee worden tussentijds de spelregels aangepast en de huidige verordening loopt nog zes jaar.
De wethouder legt uit dat deze aanpassing pas in kan gaan bij de volgende versie van de verordening. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het als hamerstuk agenderen op de volgende raadsvergadering. 7 Bespreken van de raadsinformatiebrief Prettig en gezond oud worden in een zorgzame stad (VN2025-013893) Het lid VAN PIJPEN is blij met de brief die nu voorligt en vindt dat er goede punten in staan als sporten, intergenerationeel wonen, zorgzame buurten, en Lang Leven Thuisflats. Het lid stelt dat de vergrijzing er is en dat hij serieus is, en het lid is blij dat de wethouder dit punt, dat in de politieke arena vaak achterblijft, serieus oppakt. Het lid wijst erop dat vergrijzing een tijdelijk fenomeen is. Er komt op den duur een kentering en dan zijn er voorzieningen aangelegd die op een gegeven moment wellicht minder nodig zijn omdat de demografische opbouw verandert. Het lid vindt de zin 'Hoe draagt de interventie bij in een aanvulling op formele zorg door informele zorg?' in het afwegingskader niet begrijpelijk en vraagt of de wethouder kan kijken of deze verduidelijkt kan worden. Verder merkt het lid op dat er in de brief wordt vermeld dat er acht buurten zijn, maar niet welke. Het lid vraagt zich af hoe er wordt gezorgd voor aansluiting met informele organisaties, met name organisaties voor ouderen met een migratieachtergrond.
Het lid vertelt bijeenkomsten te hebben bezocht waar blijkt dat er veel ontevredenheid leeft over hoe deze groep betrokken wordt. Het lid vraagt wanneer het onderzoek van het Ben Sajet Centrum, dat in de brief vermeld wordt, klaar is en wat ervan wordt verwacht. Ook maakt het lid zich zorgen over de financiering en het lid vraagt hoe ervoor gezorgd wordt dat er fundamenteel financiering komt voor de periode die nodig is. Het lid roept alle partijen, ook zorgorganisaties en verzekeraars, op om zich hier vol voor in te spannen. Tot slot vraagt het lid aandacht voor de leegstand bij verpleeghuizen. Het lid merkt op dat dat mede verklaard wordt door het succes van bijvoorbeeld zorgzame buurten, maar dat het wel betekent dat ouderenzorgorganisaties hier in het maken van beleid rekening mee moeten houden. Het lid vraagt zich af hoe ervoor gezorgd wordt dat de ouderenzorgorganisaties goed aangesloten zijn. Het lid WEHKAMP is blij dat uit de brief blijkt dat er gekeken wordt naar diverse, sensitieve, inclusieve en gelijkwaardige zorg en ondersteuning, met het oog op gendermainstreaming. Het lid ziet dat er in de brief staat dat er wordt samengewerkt met ondernemers, voor de aanleg van hellingbanen. Het lid is benieuwd hoe ervoor wordt gezorgd dat ondernemers weten van deze publiek-private samenwerking, zodat het schaalbaar kan worden gemaakt.
Verder constateert het lid dat een deel van de Lang Leven Thuisflats geschikt wordt gemaakt voor domotica. Het lid vraagt of hiervoor
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
samenwerking kan worden gezocht met zorgverzekeraars, en of bestaande samenwerking verbeterd kan worden. Het lid BADAL toont zich verheugd over het feit dat het college 15 miljoen euro investeert in de ouderen en noemt de plannen voor zorgzame buurten, ontmoetingsplekken en hulp dichtbij mooi. Het lid vraagt hoe kerken en moskeeën, die ouderen goed kennen en die ook door hen worden vertrouwd, worden betrokken bij de plannen. Daarnaast wil het lid graag weten waar ouderen concreet terecht kunnen met vragen over de plannen en hoe ze daarvan op de hoogte worden gebracht. Het lid EMMERIK dankt het college voor het uitgebreide overzicht van maatregelen die worden genomen om oudere Amsterdammers vitaal oud te kunnen laten worden. Het lid meldt in de plannen huisdieren te missen en dat onderzoek uitwijst dat huisdieren een grote positieve invloed hebben op het fysieke en mentale welzijn van ouderen. Ook brengen huisdieren ouderen in contact met anderen in de omgeving. Het lid noemt de stichting Oopoeh en Buddy van de Dierenbescherming als goede initiatieven, die ouderen helpen om in contact te blijven met dieren en andere mensen.
Het lid vraagt of de wethouder bekend is met de positieve effecten van huisdieren op het mentale en fysieke welzijn van ouderen en of de wethouder het ermee eens is dat vitaal ouder worden ook betekent dat ouderen in staat moeten blijven om voor hun huisdier te blijven zorgen. Het lid vraagt of de wethouder bereid is om in de volgende gezondheidsmonitor vragen op te nemen over huisdieren en dierverzorging. Ook vraagt het lid of de gemeente initiatieven als Oopoeh en Buddy kan helpen met meer zichtbaarheid en samenwerking met zorg- en welzijnsorganisaties. Tot slot merkt het lid op dat in de gezondheidsmonitor wordt gevraagd naar onder meer gezondheidsconsumptie en fastfoodconsumptie, maar niet naar vleesconsumptie. Het lid wijst erop dat vleesconsumptie in verband wordt gebracht met verschillende ziektes en vraagt of aan de gezondheidsmonitor een vraag over vleesconsumptie kan worden toegevoegd. Wethouder SCHOLTES bedankt de raadsleden voor de inbreng en meldt dat dit onderwerp belangrijk voor hem is. De zorg verandert fundamenteel, niet alleen door vergrijzing maar ook door bijvoorbeeld personeelstekorten. Ouderen moeten zo lang mogelijk thuis blijven wonen, maar veel ouderen willen in de eigen buurt blijven wonen. Een op de vijf mensen krijgt dementie, bij vrouwen is dat zelfs een op de drie. Hiervan kan maar een klein percentage terecht in een verpleeghuis.
Verder zijn er ook nog gezondheidsverschillen. De wethouder merkt op dat deze problemen binnen het huidige stelsel niet opgelost kunnen worden en denkt dat de toekomst van de zorg in de buurten ligt. De wethouder is het eens met het lid Van Pijpen dat formele en informele zorg met elkaar moeten gaan samenwerken, zonder hiërarchische verhouding. Ook bij de jeugdzorg wordt dezelfde beweging gezien naar minder focus op de formele zorg en meer op preventie. In de jeugdzorg worden jongeren in hun eigen omgeving geholpen en dat geldt ook voor ouderen. Het college wil met het plan een stap zetten om dit te versterken en weet dat er daarna nog meer grote stappen nodig zijn. Ook is er het gesprek met de zorgverzekeraars en met het ministerie. De wethouder hoopt dat er een grote beweging komt vanuit de IZA-middelen, maar is bang dat die vooral gericht zal zijn op het versterken van specialistische zorg, waarbij het sociaal domein wordt overgeslagen. De wethouder schetst dat het college eerder de sociale basis al heeft versterkt en noemt verder stappen als het in ere herstellen van het opbouwwerk en een inloophuis voor mensen met geheugenproblemen en hun naasten. Verder denkt de wethouder dat het belangrijk is de stad toegankelijker te maken en hij vertelt dat er weliswaar veel incidentele middelen zijn, maar dat hij ze liever structureel had gehad.
Toch kunnen de incidentele middelen effectief worden ingezet voor concrete verbeteringen aan toegankelijkheid en kan er een verschil worden gemaakt door panden toekomstbestendig te maken. Naast fysieke toegankelijkheid van gebouwen gaat toegankelijkheid volgens de wethouder ook over toegankelijke publieke voorzieningen en zaken als vrijwilligersvervoer. Hiermee komt de wethouder op de zorgzame buurten. Zorgzame buurten komen niet vanzelf tot stand. De sociale basis speelt hier een rol in en de gemeente wil een extra impuls geven door het te koppelen met het zorgzame buurttraject. De wethouder bedankt het lid Van Pijpen voor de complimenten en meldt dat het lid hem vanaf het begin heeft aangespoord om meer beleid op ouderen te maken en vooral om de uitvoering daarin te verbeteren. De
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
wethouder legt uit dat het bij de zorgzame buurten de bedoeling is dat die van onderop worden opgebouwd, met alle bestaande partijen in de buurt. Hierbij gaat het nadrukkelijk niet alleen om de professionele organisaties, maar juist om de informele. Er zijn aanjagers aangesteld door de stadsdelen. Deze aanjagers zijn onderdeel van de stadsdeelorganisatie en de wethouder belooft te laten weten om welke buurten het gaat. In dit verband wijst de wethouder op een onderzoek van het Ben Sajet Centrum en ook op dit onderzoek belooft hij terug te komen. Over de financiën deelt wethouder SCHOLTES mede dat het veelal gaat om tijdelijk geld, naast een structureel bedrag van ongeveer 800.000 euro. De wethouder denkt daarmee wel een concrete stap vooruit te kunnen zetten, maar benadrukt dat het niet genoeg is. De wethouder spreekt de hoop uit dat ook de volgende coalitie investeert in het oudervriendelijk maken van de stad. Ook is er volgens de wethouder op landelijk niveau iets nodig en hij kijkt met belangstelling uit naar het coalitieakkoord dat eraan komt. Met hier en daar een paar procent binnen bijvoorbeeld de Wlz of de Zvw gaan ze het volgens de wethouder niet redden. De wethouder meent dat er niet per se meer geld nodig is, maar dat het zaak is dat alles wordt ingezet in de buurt, met zorg en welzijn dichtbij voor de ouderen.
Wethouder SCHOLTES deelt mede dat er over de verpleeghuizen gesprekken met de zorgorganisaties worden gevoerd binnen het programma Amsterdam Vitaal en Gezond. In een later stadium komt de wethouder hier uitgebreider op terug. Verder voert de gemeente samen met de G4 en zorgorganisaties een lobby om de Lang Leven Thuisflats te versterken en de financiering hiervoor structureel te maken. Momenteel zijn er bijna 21 Lang Leven Thuisflats en de gemeente wil dat aantal uitbreiden tot 30. De wethouder meldt dat ook hier geen duurzame financiering is en dat er nu behoefte is aan een structurele bron om voorzieningen als opbouwwerk en beveiliging te bekostigen. De wethouder denkt dat er structureel 10 miljoen euro per jaar nodig is om dertig Lang Leven Thuisflats overeind te kunnen houden. Dit is een schijntje van het geld dat nu nog gereserveerd is voor het plan van het demissionaire kabinet om de verpleeghuizen terug te brengen. De wethouder vindt dat hier een beter plan ligt voor veel minder geld en hij is voornemens hier samen met verschillende zorgorganisaties hard voor te gaan lobbyen. Het lid VAN PIJPEN vraagt in een interruptie naar verscherping van de 10 miljoen euro die de wethouder noemde en of dat geld naar wonen, welzijn, zorg of alles samen gaat. Ook wil het lid graag weten wie dat gaat betalen.
Wethouder SCHOLTES antwoordt dat zorg op de gebruikelijke wijze betaald wordt uit het zorgbudget. Het bedrag dat genoemd werd is nodig om bijvoorbeeld een ontmoetingsruimte te runnen, de Lang Leven Thuiscoach te betalen en zaken als beveiliging te betalen. Over samenwerking met ondernemers, waar het lid Wehkamp naar vroeg, meldt wethouder SCHOLTES dat er een subsidieregeling bestaat voor 2025 en 2026. Er zit 300.000 euro in deze subsidiepot en ook ondernemers kunnen er een beroep op doen. Het geld is bestemd voor kleine aanpassingen voor het verbeteren van toegankelijkheid, die de 25.000 niet overschrijden. Over deze regeling is al breed gecommuniceerd via lokale media, de stadsdelen en de gemeentelijke communicatiekanalen. De wethouder deelt mede dat er in stadsdeel Oost een pilot wordt gestart samen met ondernemers om de regeling extra onder de aandacht te brengen. Verder gelooft de wethouder alleen in domotica als ook de bewoners en de zorgorganisaties die ermee te maken krijgen erin geloven. De wethouder meldt dat in de stuurgroep voor de Lang Leven Thuisflats ook Zilveren Kruis zit en dat er ook hierover wordt geschakeld met de zorgverzekeraars. In antwoord op de vraag van het lid Badal over samenwerking met kerken en moskeeën zegt wethouder SCHOLTES daar ook synagogen aan toe te willen voegen.
De wethouder denkt dat het erg belangrijk is om informele organisaties en ook religieuze organisaties te betrekken om de buurt zorgzamer te maken en dat hoort bij het plan voor de zorgzame buurten. Verder meldt de wethouder dat de stadsdelen verantwoordelijk zijn voor de contactpunten voor ouderen. De aanjagers die in dienst zijn van de stadsdelen zijn de aanspreekpunten voor bewoners en organisaties. Het lid VAN PIJPEN meldt in een interruptie dat nog niet al haar vragen zijn beantwoord, waarop wethouder SCHOLTES antwoordt dat deze vragen later aan bod komen.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 5 november 2025
Wethouder SCHOLTES beaamt dat de invalshoek van de Partij voor de Dieren niet in de brief aan bod is gekomen. De wethouder weet dat huisdieren een positief effect kunnen hebben op beweging, geluk en gezondheid van ouderen en overigens ook van jongeren. De wethouder vindt dit een goed punt en gaat overwegen een vraag hierover toe te voegen aan de Gezondheidsmonitor. Wel waarschuwt de wethouder dat er een afweging plaatsvindt tegen andere verzoeken die in de commissie zijn gedaan voor het opnemen van vragen in de Gezondheidsmonitor. De wethouder is positief over de door het lid Emmerik genoemde initiatieven en wijst erop dat een deel hiervan al wordt ondersteund via de sociale basis en een ander deel via Dierenwelzijn. Wethouder SCHOLTES vindt de vraag van het lid Van Pijpen over ouderen met een migratieachtergrond terecht. De vraag is hoe alle ouderen kunnen worden bereikt en dat vraagt iets van de gemeentelijke organisatie. Wat de wethouder betreft is het nadrukkelijk onderdeel van de opdracht van de aanjager om ook informele organisaties voor mensen met een migratieachtergrond te betrekken bij de zorgzame buurten. Het lid EMMERIK meldt in een interruptie dat de vraag over het opnemen van een vraag over vleesconsumptie in de Gezondheidsmonitor nog niet is beantwoord. Wethouder SCHOLTES is hier geen voorstander van.
Er zijn al verschillende vragen die moeten worden afgewogen en omdat vlees voorkomt op de Schijf van vijf krijgt deze vraag geen prioriteit. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het agenderen op de agenda voor de gemeenteraad van 10 en 11 december. 8 Sluiting van de Wijkkliniek voor acute ouderenzorg in Zuidoost (VN2025-014985) Het lid VAN PIJPEN is geschokt door het bericht dat deze kliniek gesloten wordt. Het lid vertelt een bezoek aan de kliniek te hebben gebracht en alleen positieve berichten te hebben gehoord. Op het moment van het bezoek werd nog alles in het werk gesteld om opnieuw tijdelijke financiering te regelen en dat is niet gelukt. Het lid vindt dat te verbijsterend voor woorden, zeker omdat de zorgverzekeraars dit zelfstandig hebben besloten omdat er een afwijkende landelijke visie is over hoe deze vorm van zorg moet worden aangeboden. Deze landelijke visie is niet de werkelijkheid als het om Amsterdam gaat omdat hij gaat over wat er in ziekenhuizen moet gebeuren en ziekenhuizen hebben daar momenteel geen ruimte voor. Het lid is boos dat een papieren versie leidt tot een besluit waar niemand beter van wordt en wil weten hoe het kan dat een zorgverzekeraar deze beslissing neemt. Het lid vraagt waarom er dan in programma's als Amsterdam Vitaal en Gezond wordt samengewerkt, als een verzekeraar zelfstandig dit soort besluiten kan nemen.
Het lid refereert aan het IZA-akkoord van waaruit een beweging naar passende zorg moet voortkomen en waar transformatiegeld uit beschikbaar komt. Het lid heeft vandaag gelezen dat het meeste transformatiegeld naar specialistische ziekenhuiszorg gaat en wijst erop dat onderzoekers concluderen dat de landelijke zorgakkoorden de juiste richting aangeven, maar te vrijblijvend zijn en te weinig doen aan de grondoorzaken van trage zorgvernieuwing. Het lid vraagt wat de wethouder vindt van de sluiting van de wijkkliniek. Verder wil het lid weten of de wethouder ook vindt dat deze sluiting voorbijgaat aan de bedoeling van Amsterdam Vitaal en Gezond en dat het risico bestaat dat dit programma verwordt tot een praatclub in plaats van een effectieve vorm van samenwerking. Tot slot vraagt het lid hoe de zorgverzekering verantwoording aflegt, want het gaat om Amsterdamse burgers en het lid vindt het onacceptabel dat deze mensen op deze manier geen zorg meer hebben. Het lid RUNDERKAMP beschrijft kort het ontstaan van de Wijkkliniek in Amsterdam Zuidoost en schetst dat iedereen enthousiast was over deze oplossing voor mensen die wel medische zorg, maar niet direct een ziekenhuisbed nodig hebben. Ook bleek dat deze zorg goedkoper was dan ziekenhuiszorg en toch trekken de zorgverzekeraars de stekker eruit omdat de visie nu is dat zorg moet worden geleverd in de buurt van het ziekenhuis.