2025-10-01 Commissie OZA OPENBAAR conceptverslag.pdf
Tekst van het document
In de woningbouwplannen moet er volgens het lid op ingezet worden dat er een bepaald deel van nieuw te bouwen woningen beschikbaar komt voor ouderen. Het lid ziet in de huidige plannen vooral sociale huurwoningen en een aantal vrijesectorwoningen. Veel ouderen wonen, vaak alleen, in een te groot koophuis. Ze willen misschien wel verhuizen, maar kunnen geen aanspraak maken op een sociale huurwoning. Het lid zou graag zien dat er gekeken wordt hoe deze groep bediend kan worden. Als een oudere een koopwoning verlaat, zorgt dat soms voor vijf of zes verhuisbewegingen. Daardoor zijn uiteindelijk vijf of zes Amsterdamse huishoudens geholpen. Het lid is benieuwd hoe de wethouder hiernaar kijkt.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
Wethouder SCHOLTES heeft goede herinneringen aan een tijdelijke vervanging van wethouder Van Dantzig in de commissie WV en vindt het fijn dat het lid Von Gerhardt een stukje van deze commissie meebrengt naar de commissie OZA. Op de voorbeelden van het lid antwoordt de wethouder dat de cijfers thuishoren bij de betreffende commissie. De wethouder verklaart zelf ook niet tevreden te zijn, omdat al jarenlang bekend is wat er nodig is voor het opvangen van de vergrijzing. Ook is al jarenlang bekend dat de aantallen niet worden gehaald. Pas sinds 2024 is gestart met de aanpak van ouderenhuisvesting en de bewegingen op de woningmarkt gaan traag. De wethouder wijst het lid Von Gerhardt erop dat de trend is dat de aantallen toenemen, al is dat nog niet genoeg. De wethouder vindt het belangrijk om niet alleen naar nieuwbouw te kijken, maar meldt wel dat er samen met wethouder Van Weyenberg wordt gekeken of er bij nieuwbouw tenders zijn waar kan worden gestuurd op ouderenwoningen en de suggestie van het lid Von Gerhardt zal daarbij worden meegenomen. De raad zal daar uiteindelijk een keuze in moeten maken. De wethouder zet uiteen dat er naast nieuwbouw ook moet worden gekeken naar transformatie en naar het aanpassen van bestaande woningen. Veel ouderen willen het liefst in hun eigen buurt en soms zelfs in hun eigen woning blijven wonen.
Dat is de reden voor het invoeren van de nieuwe subsidieregeling, zodat bestaande woningen toegankelijk kunnen worden gemaakt. De gemeente wil zelfs mogelijk liften gaan bekostigen in panden waar veel senioren wonen. Ook komt er subsidie voor collectieve trapliften, plaatsen om scootmobielen veilig te parkeren en kleine woningaanpassingen die niet onder de Wmo vallen. Voor transformatie is er Zicht op zorghuisvesting. Hier wordt in kaart gebracht welke zorginstellingen er zijn in buurt en waar transformatie of sloop/nieuwbouw kan worden ingezet om extra ouderenwoningen te realiseren. Als voorbeeld noemt de wethouder een project in Amsteldorp, waar er door sloop/nieuwbouw extra ouderenwoningen worden gerealiseerd met een binnentuin die toegankelijk is voor de hele buurt. Wethouder SCHOLTES zet uiteen dat er inmiddels twintig Lang Leven Thuisflats zijn, met de eenentwintigste op komst. De flats zijn in wisselende stadia van vordering. De wethouder deelt de zorg van het lid Van Pijpen over het lage aantal geschikte zorgwoningen en verduidelijkt dat dit een landelijk probleem is. De wethouder vindt de landelijke definitie voor zorgwoningen overigens te streng, omdat deze definitie bepaalt dat er in een zorgwoning zware zorg verleend moet kunnen worden. De Lang Leven Thuisflats voldoen niet aan de landelijke definitie, maar over het algemeen kan er prima zorg in worden verleend.
De wethouder ziet dat bouwpartijen door de definities een te hoge onrendabele top ervaren. Om deze weg te nemen zijn rijkssubsidies nodig en dat vereist een grote stap vanuit het Rijk. De wethouder is samen met de G4 en andere partijen bezig een plan te ontwikkelen voor de landelijke politiek om Lang Leven Thuisflats en Lang Leven Thuisbuurten verder uit te breiden. Dit plan wordt beter en goedkoper dan een eerder ingebracht plan om de bejaardentehuizen terug te brengen. De wethouder is nog niet tevreden, maar stelt vast dat er hard wordt gewerkt. Lid VON GERHARDT vraagt in een interruptie of de gemeente Amsterdam zelf iets kan doen om de onrendabele top te verkleinen, bijvoorbeeld door de grondprijs te verlagen. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat grondprijzen tot de portefeuille van wethouder Van Weyenberg horen en dat hij zelf kijkt naar wat er vanuit de portefeuille Zorg gedaan kan worden. Bij meergeneratiewonen in de Osdorperhof maakt de gemeente het bijvoorbeeld mogelijk dat er ook studentenwoningen komen. Dat stimuleert ontmoeting en in het verlengde daarvan gemeenschapszin. De wethouder maakt ook melding van het doorstroomoffensief van wethouder Pels. Hierbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar regels voor woningruil, maar ook naar verhuiscoaching. Het lijkt de wethouder goed als dat gericht wordt toegepast in buurten waar corporaties nieuwe ouderenwoningen realiseren.
De wethouder vat samen dat er wel degelijk plannen zijn voor nieuwbouw, transformaties, het aanpassen van bestaande bouw, en dergelijke. De wethouder hoopt dat deze stijgende lijn doorgezet kan worden. In antwoord op het lid Van Pijpen deelt wethouder SCHOLTES mede dat er een aparte aanpak is voor wooncoöperaties. Dat geldt niet alleen voor ouderen maar voor alle doelgroepen. Er zijn lopende initiatieven, waarvan sommige net gestart zijn en andere voltooiing naderen. De wethouder wil altijd kijken waar deze initiatieven ondersteund of mogelijk gemaakt kunnen worden en vindt dat dat ook past binnen de aparte aanpak voor wooncoöperaties. Ook belooft de wethouder dat de gemeente in gesprek gaat met de
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
eerste inspreker om te kijken hoe het team Ouderenhuisvesting daar ondersteuning kan bieden. De wethouder benadrukt dat het niet de bedoeling is dat de woonzorgcirkels worden omgezet in Lang Leven Thuisflats. Dat is voor twee van de drie woonzorgcirkels in de pilot wel zo gelopen, maar daarna is besloten om de rest van de woonzorgcirkels te integreren met de zorgzame-buurtinitiatieven. Wethouder SCHOLTES meldt dat er navraag is gedaan bij het zorgkantoor om zicht te krijgen op de leegstand. Het zorgkantoor heeft op basis van signalen van de zorgaanbieders aangegeven dat er in Amsterdam niet veel leegstand is. Er is wel sprake van afname van wachtlijsten voor intramurale verpleeghuisplekken en dat is in lijn met de landelijke trend. Het zorgkantoor ziet verder een stagnatie tot afname van de Wlz, waarbij de wethouder de kanttekening maakt dat steeds meer Wlz-partijen werken met het volledige pakket thuis in verschillende vormen. Om deze zorg thuis te kunnen verlenen zijn wel geschikte woningen nodig. De wethouder stelt voor om op dit punt terug te komen in de discussie over meerkosten Wmo. Wel denkt de wethouder dat er met Den Haag nog een stevige discussie te voeren valt over deze materie. In antwoord op de vraag van het lid Wehkamp meldt wethouder SCHOLTES dat de gemeente voortdurend met Cliëntenbelang in gesprek is over Wmo-procedures.
Naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamer worden ook hulpmiddelen meegenomen in deze gesprekken. Ook wordt samen met Cliëntenbelang gekeken hoe woningaanpassingen kunnen worden gestimuleerd met de subsidieregeling. De wethouder is van mening dat dit positieve ontwikkelingen zijn en verklaart altijd open te staan voor suggesties om procedures te verbeteren. De wethouder is het eens met het lid Wehkamp dat gemeenschapszin en sociale samenhang cruciale onderdelen zijn van de agenda ouderenhuisvesting. Het gaat niet alleen over het bouwen van woningen maar ook over ontmoetingsruimtes. En het liefst zou de wethouder zien dat het ook nog gaat over het inrichten van de openbare ruimte opdat daar ontmoetingen kunnen plaatsvinden. Op de vraag van lid Badal herhaalt wethouder SCHOLTES dat er contact wordt gezocht met de inspreker om te kijken wat de gemeente kan doen. In antwoord op de vraag van het lid Runderkamp meldt wethouder SCHOLTES dat er in de raadsinformatiebrief niet expliciet aandacht is besteed de moties. Wel is bij de afdoening van de motie Bouw nieuw voor oud toegezegd om in de voortgangsrapportage terug te komen op de voortgang van nieuwbouwplannen en -kansen. Verder wordt de raad begin 2026 verder geïnformeerd over de motie Geclusterde huisvesting en Lang Leven Thuisflats. Op dit moment wordt er per stadsdeel geïnventariseerd waar de behoeften liggen.
Over preferente zorgaanbieders meldt wethouder SCHOLTES dat de Lang Leven Thuisflats in verschillende stadia van ontwikkeling zijn. De zorgpartijen bij deze projecten zijn Wlz-zorgpartijen, maar het is wenselijk dat er ook Wmo-zorgpartijen en andere welzijnspartijen bij betrokken worden. Naast de preferente Wlz-zorgaanbieder wil de gemeente toe naar een preferente aanbieder voor huishoudelijke hulp. Het lijkt de wethouder de meest logische Wmo-partij om mee te beginnen en dat is ook goed voor de wachtlijsten en de werkdruk van de HBH-teams. De wethouder belooft hier nader op terug te komen in de brief over hulp bij het huishouden. Tweede termijn Het lid VON GERHARDT begrijpt dat de wethouder vindt dat aanpassingen in het woningbouwplan thuishoren bij wethouder Van Weyenberg. Toch heeft het lid als woordvoerder woningbouw in de commissie WV sturing en aantallen van de wethouder Zorg nodig over wat de wethouder wil realiseren en hoe hij dat voor zich ziet. Het lid vraagt welk aantal ouderenwoningen de wethouder jaarlijks wil realiseren. Ook wil het lid graag weten wat doelgroep precies nodig heeft en of daar een onderverdeling in gemaakt moet worden naar bijvoorbeeld geclusterde sociale huurwoningen of het middensegment koopwoningen.
Om kort te gaan vraagt het lid of de wethouder een richtlijn kan geven, zodat de commissie WV kan zorgen dat de wensen vanuit de portefeuille Zorg in het woningbouwplan terechtkomen. Verder merkt het lid op dat de intentieverklaring waarvan nu de helft van de woningen gebouwd is, wordt verlengd tot 2030, maar dat de intentie
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
wat betreft het aantal woningen gelijk blijft. Het lid vraagt zich af of deze ambitie niet wat hoger had mogen zijn, aangezien de trend stijgende is. Wethouder SCHOLTES toont zich verrast over het feit dat lid Von Gerhardt zegt sturing nodig te hebben vanuit het college. De wethouder geeft aan dat het volledig aan de raad is om te prioriteren welk soort woningen er gebouwd moeten en voor wie. De wethouder geeft aan wel te weten wat de opgave is voor ouderenhuisvesting, en dat het duidelijk is dat het gaat om ouderen met verschillende behoeften. De wethouder heeft er samen met de partners voor gekozen om niet eindeloos te debatteren over doelstellingen, maar concreet te kijken naar de kansen die er nu liggen om meer ouderenwoningen te bouwen en huidige ouderenwoningen geschikter te maken. Lid VON GERHARDT vraagt in een interruptie nogmaals naar specificering van het aantal geclusterde woningen en de segmenten waar aan deze woningen behoefte is. Als deze ambities worden opgenomen in het woningbouwplan, kan daar met tenders en andere voorwaarden op worden gestuurd. Wethouder SCHOLTES legt de vraag terug bij het lid en vindt dat de raad zelf een integrale afweging moet maken met alle doelgroepen. De wethouder geeft nogmaals aan dat er naar concrete kansen wordt gekeken.
Daarbij wordt met verschillende ouderengroepen gesproken over hun behoeften en de bevindingen hieruit worden bijvoorbeeld meegenomen in de tenders, binnen de kaders van het coalitieakkoord. Het lid VON GERHARDT stelt in een interruptie dat meer ouderenhuisvesting binnen de kaders van het coalitieakkoord valt en vraagt opnieuw of er vanuit de commissie OZA een voorstel kan komen van wat er nodig is. Dan kan de commissie WV het voorstel meenemen bij de woningbouwplannen en kan de commissie RO het bespreken bij de behandeling van de investeringsnota’s. Het lid vraagt om concrete getallen, waarmee er gericht gestuurd kan worden in de commissies die de woningbouwproductie vast moeten stellen. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de getallen er zijn: minimaal 1239 geclusterde ouderenwoningen per jaar en 260 zorggeschikte woningen per jaar. De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het op verzoek van het lid Von Gerhardt agenderen voor korte bespreking in de raadsvergadering van 12 en 13 november. 11 Bespreken van de raadsinformatiebrief ter afhandeling van motie 357.22 van 6 oktober 2022 van raadslid Wehkamp, Lust, Abdi, Bouhassani, Bentoumya, Von Gerhardt, Broersen en Ahmadi inzake Mensenrechtenscan 2023 (VN2025-010997) Het lid VESSEUR citeert uit de motie dat gezondheidszorg vaak is gebaseerd op het mannenlichaam, waardoor vrouwen vaker in slechte gezondheid verkeren dan mannen.
Door rekening te houden met genderverschillen verbetert de zorg voor vrouwen en mannen. Het lid constateert dat er in de bestuurlijke reactie op de motie geen aandacht is gegeven aan de inhaalslag die in de gezondheidszorg gemaakt moet worden over de kennis over het vrouwenlichaam. Ook is in de reactie niet ingegaan op de onderliggende machtsstructuren die het zover hebben laten komen. Het lid is het eens met de aanbevelingen over gendersensitiviteit, maar vindt dat een deel van het geagendeerde probleem onbesproken blijft. Er wordt in de reactie zelfs niet benoemd dat gezondheidszorg vaak gebaseerd is op het mannenlichaam. Het lid wil weten hoe het college deze bewustwording onder de aandacht denkt te gaan brengen. Verder ziet het lid dat er in de reactie wordt gesproken over consultatie van verschillende partijen en het lid vraagt hoe de structurele consultatie uit de aanbeveling eruit gaat zien. Het lid KABAMBA onderschrijft het belang van het hebben van inzicht in de gezondheid van vrouwen. Het lid wil graag weten welke infrastructuur er nodig is om vrouwenorganisaties te voorzien van deze informatie. Daarnaast vraagt het lid hoe gendersensitieve data aangescherpt kunnen worden opdat het minder lastig wordt om te kunnen bepalen hoe het met de gezondheid van vrouwen is gesteld.
Het lid WEHKAMP licht toe dat het onderzoeksrapport over verschillen tussen mannen en vrouwen in de zorg een aanleiding was voor het indienen van een
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
initiatiefvoorstel. Dit voorstel wordt in de komende raad behandeld en moet gaan leiden tot gendermainstreaming in het zorgbeleid. Mannen- en vrouwenlichamen zijn verschillend en de vrouwen leven langer in ongezonde lichamen. Het is heel belangrijk om daar in het beleid rekening mee te houden en daarbij gaat het erom dat er goed naar mensen geluisterd wordt. Participatie is dan ook een belangrijk onderdeel van het initiatiefvoorstel. Het lid stelt vast dat er naast de fysieke verschillen tussen mannen en vrouwen te veel genderongelijkheid is in de samenleving. Het bestaat op het gebied van werk, op het gebied van sport en vooral op het gebied van veiligheid. Er zijn verschillen tussen mannen en vrouwen in hoe veiligheid wordt ervaren in de stad. Het lid is blij dat het college in de bestuurlijke reactie heeft toegezegd verder te kijken dan alleen deze domeinen en denkt dat het heel belangrijk is om oog te hebben voor de verschillen tussen mannen en vrouwen. Wethouder SCHOLTES bedankt lid Wehkamp voor de aanvulling over gendermainstreaming en bevestigt dat het college hiermee op initiatief van GroenLinks en D66 aan de slag gaat, met zorg als een van de pilots. De wethouder benadrukt dat medisch onderzoek en medische behandelingen buiten de competenties van de gemeente vallen. Toch wordt er in samenwerkingsverbanden als Amsterdam Vitaal en Gezond gekeken naar dit thema.
Ook wordt er in de GGZ deep dive gekeken naar genderverschillen rondom het gebruik van de GGZ en is er aandacht voor cardiovasculair risicomanagement en genderverschillen bij de behandeling van COPD. Op de vraag van het lid Kabamba over de gewenste infrastructuur voor consultatie van vrouwen antwoordt wethouder SCHOLTES dat dat per thema verschilt en dat daar geen allesomvattende infrastructuur op valt toe te passen. Als voorbeeld beschrijft de wethouder de versterkte aanpak die is ingezet op intieme terreur en femicide. Hiervoor is uitgebreid contact geweest met ervaringsdeskundige vrouwen en nabestaanden en dat heeft geleid tot het aangescherpte beleid met bijvoorbeeld het toevoegen van een vijfde pijler in de vorm van specifieke hulp aan nabestaanden. Wethouder SCHOLTES deelt mede dat het college aan de slag gaat met het aanscherpen van het seksuele gezondheidsbeleid. Ook daarvoor is uitgebreid contact met verschillende groepen, dus ook met kwetsbare groepen en ook vanuit de verschillende genders. Het lid KABAMBA vraagt nogmaals hoe het is gesteld met het monitoren, verzamelen en publiceren van genderspecifieke data uit de scan. Wethouder SCHOLTES legt uit dat dat een algemene vraag is waar geen algemeen antwoord op te geven is. Wel kan de wethouder vertellen dat in de pilot zorg een van de thema’s is en daarbij wordt ook gekeken naar genderspecifieke data.
De VOORZITTER sluit het agendapunt. Jeugd(zorg) 12 Jaarstukken OKT (VN2025-012631) Het lid WEHKAMP vraagt of er al bekend is hoe het staat met de aanbevelingen van de Rekenkamer in een eerder rapport over de preventieve opdracht van OKT. Het lid ziet dat preventie terugkomt en vindt dat belangrijk. Verder benadrukt het lid het belang van een vast gezicht bij de kinderopvang. Het lid heeft in het jaarverslag gelezen dat de kindadviseurs twee keer per jaar naar de voorscholen gaan maar de kinderopvang wordt daarbij niet genoemd. Het lid is benieuwd hoe de kinderopvang hierin wordt meegenomen. Tot slot stelt het lid vast dat er beter zicht nodig is op de kinderen die buiten de wachtlijsten om thuis zitten. In het rapport staat dat er voor nieuwe aanmeldingen nog altijd geen oplossing is en dat zorgt voor verdere verhoging van de druk bij de medewerkers. Wethouder SCHOLTES meldt dat de aanbevelingen van de Rekenkamer zeker worden meegenomen. Er wordt gewerkt aan een set met indicatoren en de raad krijgt
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
daar deze week of volgende week een brief over. De wethouder onderschrijft het belang van de continuïteit van een vast gezicht en wijst ook op de startgesprekken die worden gevoerd. Er is sprake van een beweeglijke arbeidsmarkt maar de gemeente streeft naar zoveel mogelijk vaste gezichten. De wethouder onderkent de problematiek van de thuiszitters en vindt dat daar vanuit de gedachte over het leerrecht iets mee moet gebeuren. De wethouder stelt vast dat de wachtlijsten een groot probleem zijn, maar dat inmiddels bekend is dat groter aanbod niet zonder meer leidt tot minder wachtlijsten en soms de vraag zelfs verhoogt. De oplossing is volgens de wethouder dat het inclusiever moet, gestoeld op passend onderwijs. De gemeente is bezig met opvangzorggroepen en onderwijszorggroepen en dat is een manier om te zorgen dat de kinderen in de buurt een plek krijgen met ambulante zorg. Deze beweging moet ervoor zorgen dat er meer kinderen in het reguliere systeem mee kunnen draaien. Lid WEHKAMP stelt in een interruptie het globale antwoord van de wethouder te begrijpen maar wil weten wat er specifiek gedaan wordt dat ook de kinderopvang wordt bezocht door de kindadviseurs en niet alleen de voorschool. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat het hier gaat om elfhonderd plekken. Het moet hanteerbaar zijn en daarom wordt het opgenomen in de gebiedsplannen. De VOORZITTER sluit het agendapunt.
13 Bespreken van de eindrapportage de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid (VN2025-012632) Het lid NADIF kondigt aan het rapport te willen agenderen op de agenda van de raad en vertelt vervolgens dat er een expertsessie is geweest met ouders, mensen uit het veld en ambtenaren Het lid stelt vast dat de realiteit is dat er tekorten zijn en dat dat leidt tot veel onzekerheid en gebrek aan passende zorg voor kinderen. Als de kinderen 18 jaar worden, voelt het niet alleen voor velen van hen, maar ook voor de mensen om ze heen, als een zwart gat en de aansluiting is niet altijd perfect. Het lid verwacht niet dat 100 procent perfectie behaald kan worden, maar dat het wel goed is om naar deze signalen te luisteren. Zo kan deze doelgroep die zorg nodig heeft worden ondersteund. Het lid zou graag willen kijken hoe de gemeente samen met zorgverzekeraars, de GGZ, en het jeugdzorgveld kan kijken hoe er beter op elkaar kan worden aangesloten. Het lid wil er graag voor zorgen dat het bereiken van de leeftijd van 18 jaar een mooi moment is dat geen stress, zorgen of angst oplevert. Het lid RUNDERKAMP stelt dat de overgang van jeugd naar volwassenheid sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 op papier duidelijk is, maar in de praktijk allesbehalve evident.
In een rapport van de AIV is een aantal aanbevelingen gedaan waarvan er een specifiek voor gemeenten is: contracteer aanbieders die in zowel de jeugdhulp als de Wmo actief zijn. Het lid wil graag weten in hoeverre deze aanbeveling wordt meegenomen in het vormgeven van de aanvullende jeugdhulp in Amsterdam vanaf 2028. Het lid HAIJEN stelt vast dat er voor het sociale domein en het zorgdomein veel wetgeving is opgetuigd, maar dat er tussen al deze wetten schotten zitten die er een doolhof van maken. Er is een harde knip als een jongere 18 jaar wordt en dan is het startpunt dat ze alles zelf moeten uitzoeken. Het doolhof van wetten dat het lid beschrijft bestaat uit onder andere de Participatiewet, de Wmo, de Jeugdwet, de Zorgverzekeringswet en de Wlz. Op het moment dat jongeren die altijd jeugdzorg hebben gekregen niet meer onder de Jeugdwet vallen, is het onduidelijk waar ze kunnen aankloppen. De gemeenten willen wel helpen, maar worden door de verschillende wetten belemmerd. Gelukkig kan in sommige gevallen de jeugdhulp worden verlengd tot 21 jaar en het lid wil graag van de wethouder weten of dit Amsterdam gebeurt en of het verlengen van de jeugdhulp dan ook werkt. Verder vraagt het lid of de gemeente inzet op het werken met een vaste hulpverlener bij deze jongeren. Het lid is zeer ontstemd over de aanbevelingen in het rapport en vindt dat het Rijk er een bende van maakt en de
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
oplossingen overlaat aan de gemeenten. Het lid roept op te stoppen met marktwerking in de zorg zodat met vaste hulpverleners kan worden gewerkt. Het lid concludeert dat het rapport weliswaar prachtig is, maar de aanbevelingen dat niet zijn. Het lid VESSEUR dankt de opstellers van het rapport en GroenLinks voor het agenderen ervan. Het lid ziet het rapport als een waardevolle bijdrage. Jongeren verdienen een zorgvuldige en menselijke overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. Het lid vindt dat het rapport duidelijk maakt dat jongeren vaak niet, of te laat, worden betrokken bij beleid en besluitvorming. Dit moet volgens het lid anders omdat jongeren die direct worden geraakt, actief moeten kunnen meedenken en meebeslissen, zodat er oplossingen komen die de jongeren echt helpen. Volt steunt de verhoging van de leeftijdsgrens naar 18 jaar, met de kanttekening dat deze wijziging geen verschuiving mag veroorzaken zodat jongeren die hulp nodig hebben niet alsnog drie jaar later in de knel komen. Jongeren in deze doelgroep geven aan dat de wirwar van regelingen onoverzichtelijk is en stress oplevert. Het lid denkt dat er een duidelijke opdracht ligt tot het organiseren van integrale samenwerking. Open een loket of een gezamenlijke geldcheck waarin jeugdhulp, gemeente, woningcorporatie, schuldhulpverlening en zorgverzekeraars samenwerken.
Het lid vraagt of de wethouder kan toelichten hoe het college deze samenwerking ziet in deze periode in het leven van jongeren, en hoe de wethouder denkt dat het beter kan. Het lid WEHKAMP onderschrijft de uitspraak van het lid Nadif dat de achttiende verjaardag een positieve gebeurtenis moet zijn. De gemeente stuurt bij deze gelegenheid een brief, maar het blijkt dat deze brief niet altijd goed begrepen wordt. Dat geld met name voor jongeren met autisme en het lid zou het op prijs stellen als er naar deze brief gekeken kan worden. Het lid meldt dat er bij de expertbijeenkomsten door ouders van thuiszittende kinderen werd verteld dat de kinderen hun dromen zijn kwijtgeraakt doordat er nog nooit bezoek is geweest van een leerplichtambtenaar of ondervinden dat scholen niet altijd maatwerk kunnen leveren. Het lid is in dat verband blij dat er in Amsterdam een leerlingensteunpunt bestaat en vraagt of het voortaan mogelijk is om in de jaarrapportages over de leerplicht te vermelden hoe het met dit steunpunt gaat. Tot slot vraagt het lid of de wethouder bekend is met het beeld dat het veel moeilijker is om schoolvervoer te organiseren voor kinderen met psychosociale klachten dan voor kinderen met alleen fysieke klachten. Lid KABAMBA omschrijft de expertsessie als een pittige sessie waarin ouders konden aangeven waar ze tegenaan lopen.
Zowel voor jongeren die al 18 zijn als jongeren die nog 18 moeten worden geldt dat er lange wachtlijsten zijn voor wonen, inkomen, school, werk, support en welzijn. Er is hiervoor nauwelijks een integrale aanpak en dat baart het lid ernstig zorgen. Het lid ziet dat er op nationaal niveau veel wordt bepaald, maar vindt dat het niet onmogelijk moet zijn om deze situatie te verbeteren. Het lid vindt het onacceptabel dat jongeren na hun achttiende verjaardag in een gat belanden en pleit voor structureel beleid waar jongeren en ouders eerder in het proces worden betrokken. Het lid illustreert dit pleidooi met de uitspraak van een ouder die tijdens de expertsessie vertelde dat het gevoel als een nummer behandeld te worden, had kunnen zijn voorkomen door vanaf het begin goed naar de betrokkenen te luisteren. De VOORZITTER meldt dat de leden van Jeugdplatform Amsterdam op de publieke tribune hebben plaatsgenomen en geeft het woord aan de wethouder. Wethouder MOORMAN toont zich verheugd met de aanwezigheid van de leden van het Jeugdplatform en deelt mede dat het platform een belangrijke partner is omdat de expertise van ervaringsdeskundigen noodzakelijk is voor het waar nodig aanpassen van beleid. De wethouder herkent veel van wat de commissieleden hebben gezegd.
De constatering van het lid HAIJEN over complexiteit in verschillende wetten die niet alleen andere regels hebben maar ook een andere toon aanslaan verandert het hele wereldbeeld, evenals de verschillende financieringsstromen en de moeite die gedaan moet worden om die op elkaar aan te sluiten. De wethouder ziet dat iemand op de dag dat
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
hij of zij 18 jaar wordt geen andere persoon wordt, maar dat de manier waarop er met iemand wordt omgegaan ineens volstrekt anders is. Ook voor ouders is het heel moeilijk om daar goede begeleiding in te kunnen bieden en er zijn meerdere casussen waarin men daarin vastloopt. De gemeente wil er alles aan doen om dat niet te laten gebeuren, maar dat is volgens de wethouder soms een worsteling. De wethouder is er trots op dat de commissie zich in deze materie vastbijt en steeds aangeeft hoe het beter had gekund. Op de vraag van het lid Runderkamp over de inkoop van hulp deelt wethouder MOORMAN mede dat er voor het inkopen van jeugdhulp andere regels gelden dan voor inkoop via de Wmo. Wel is het onderdeel van de bestuursopdracht dat het brede sociale domein betrokken moet worden, maar wordt geen Wmo ingekocht maar jeugdhulp. Lid RUNDERKAMP verduidelijkt dat het niet de bedoeling was om te suggereren dat er andere hulp moet worden ingekocht dan die nodig is, maar dat er wellicht kan worden gekeken naar aanbieders die beide soorten hulp in huis hebben. Dat kan het makkelijker maken om de overstap te maken van jeugdhulp naar de Wmo als het kind 18 wordt. Wethouder MOORMAN begrijpt dat, maar stelt dat er daarmee partijen worden uitgesloten die misschien juist veel beter de specialistische hulp kunnen bieden die nodig is.
De wethouder schetst dat het in deze materie vaker voorkomt dat een actie negatieve consequenties kan hebben. Daarom is het belangrijk om zorgvuldig te handelen en vooral met meerdere partijen integraal op te treden. Wethouder MOORMAN vindt het een goed idee om de leeftijdsgrens voor de jeugdzorg door te trekken naar 21, of misschien zelfs 27 jaar, zoals lid Nadif suggereerde. Het is bewezen dat hersenen zich tot het 27e jaar blijven ontwikkelen en de wethouder denkt dat er misschien wat vaker naar wetenschappers geluisterd moet worden. Wethouder MOORMAN bevestigt op de vraag van het lid HAIJEN dat er zoveel mogelijk wordt geprobeerd de jeugdhulp te verlengen als dat nodig is. Dat wordt als het mogelijk is gedaan met een vast gezicht, want dat werkt het beste. Het is wel iedere keer passen en meten en de wethouder geeft toe dat het niet altijd goed gaat. In het systeem moet eigenlijk flexibiliteit ingebouwd worden en flexibiliteit is niet iets dat systemen graag bieden. Wethouder MOORMAN is het van harte eens met het lid VESSEUR dat problemen niet mogen meeschuiven als de leeftijdsgrens voor jeugdzorg wordt opgeschoven en licht verder toe dat de integrale samenwerking waar het lid naar vroeg bijvoorbeeld vorm krijgt in de gebiedsknooppunten.
Ook is er samenwerking tussen verschillende lokale teams, maar de wethouder geeft aan dat wetten, regelgeving en financiering daarbij soms in de weg staan. In antwoord op het lid Wehkamp verklaart wethouder MOORMAN dat er een brief is die naar alle achttienjarigen gaat en die brief komt bij de een beter aan de ander. De wethouder vindt dat de gemeente zich rekenschap moet geven van neurodiversiteit en dat dat zeker geldt als er maatwerk geleverd moet worden. Een standaardbrief werkt dan niet voor iedereen, maar de wethouder vindt dat de brief wel gestuurd moet worden en dat de gemeente zich daarnaast moet realiseren dat er nog andere dingen nodig zijn, bijvoorbeeld jongerencoaches op scholen. Het lid WEHKAMP verduidelijkt dat het niet de bedoeling was om te suggereren dat de brief niet meer gestuurd moet worden, maar om te kijken of de tekst zo kan worden aangepast dat hij voor iedereen zo goed mogelijk te begrijpen is. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er over het algemeen positieve reacties komen op de brief, maar dat er zeker naar de tekst gekeken kan worden als het lid Wehkamp specifieke suggesties heeft. Wethouder MOORMAN zegt toe te gaan kijken of het leerlingensteunpunt kan worden meegenomen in de rapportage leerplicht. De wethouder komt erop terug.
Wethouder MOORMAN heeft niet de indruk dat er een probleem is bij het leerlingenvervoer als het gaat om leerlingen met psychosociale klachten. Wel gaat het bij deze leerlingen vaak om maatwerk en het kan bij leerlingen die slecht tegen drukte en prikkels kunnen impact hebben op de manier waarop het schoolvervoer ervaren wordt. De wethouder vindt het belangrijk dat hier aandacht aan wordt besteed en dat er door de vervoerders rekening mee wordt gehouden. Wethouder MOORMAN vult het antwoord over het vaste aanspreekpunt aan met de toevoeging dat de Jim, een zelfgekozen mentor, een nadrukkelijke plek heeft gekregen in de overgang van jeugdzorg naar volwassenenzorg. Ook maken jongeren zelf het plan.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
De VOORZITTER sluit het agendapunt.
Onderwijs 14 Bespreken van het Jaarverslag Toezicht en Handhaving Kinderopvang Gemeente Amsterdam 2024 (VN2025-012634) Dit agendapunt is afgevoerd. 15 Raadsbrief eindoordelen Inspectie van het Onderwijs (VN2025-012636) Het lid WEHKAMP hoorde van een schooldirecteur in Weesp dat er veel kinderen uit Zuidoost naar zijn school komen omdat er zorgen zijn over de kwaliteit van het middelbaar onderwijs in Zuidoost. Het lid wil graag weten of deze signalen de wethouder hebben bereikt en wat eraan gedaan wordt. Wethouder MOORMAN ziet deze constatering niet in de inspectieoordelen, maar meldt dat het al wel langer bekend dat er meer schoolwisseling plaatsvindt in Zuidoost, waarbij het overigens gaat om basisscholen. Voor het middelbaar onderwijs wordt de trend gezien dat veel leerlingen uit Zuidoost kiezen voor een middelbare school buiten Zuidoost. De wethouder vindt dit in zichzelf geen slechte ontwikkeling. Het blijkt dat de meeste leerlingen naar middelbare scholen in Zuid gaan. Daar staan de meeste scholen en ook is Zuid het midden van de stad. De wethouder onderkent dat de vraag van het lid Wehkamp specifiek gaat over de kwaliteit van de scholen en verklaart dat het niet genoeg is om alleen te kijken naar kwaliteitscriteria of inspectieoordelen. Er wordt momenteel in het Masterplan Zuidoost hard samengewerkt, ook door middelbare scholen.
De wethouder vindt het bijzonder om te zien hoe drie schoolbesturen intensief met elkaar samenwerken en ziet daarin ook het belang dat de besturen hebben omdat ze allen de onderwijsambities hebben onderschreven. De wethouder zegt toe dat er binnenkort een brief komt over hoe het gaat met de kwaliteit van het onderwijs en hierin zal ONA nadrukkelijk worden benoemd. De VOORZITTER sluit het agendapunt. 16 Bespreken van de bestuurlijke reactie ter afdoening van de moties en toezeggingen inzake discriminatie en achterstelling in het Amsterdamse onderwijs (VN2025-012633) Het lid NIJHOF stelt dat talent gelijk is verdeeld over de stad, maar gelijke kansen niet. Juist en passend advies aan kinderen over hun vervolgopleiding is hierin essentieel. Ieder kind verdient een veilige schoolomgeving, waar het nog kind mag zijn en zich kan ontwikkelen tot een gelukkige Amsterdammer. Het lid koestert zijn herinneringen aan een veilige basisschool, maar vertelt dat er op de middelbare school veel werd gepest en gediscrimineerd en dat leraren wegkeken. Het lid hoopt dat de tijden wat dit betreft veranderd zijn en waardeert de enorme inzet van het college op dit gebied. Het lid wil graag weten wat er na het aanbieden van het rapport concreet verder gebeurt en of het een vast onderdeel wordt in de lerarenopleiding.
Ook is het lid benieuwd hoe de gesprekken daarover met de verschillende opleiders verlopen en in hoeverre er met andere steden wordt samengewerkt aan het bestrijden van discriminatie op school. Het lid vraagt of de wethouder bekend is met de Nijmeegse aanpak SchoolsOUT en stelt dat emancipatie en het bestrijden van racisme en discriminatie essentieel zijn voor het creëren van een veilige plek op school zodat ieder kind zichzelf kan zijn en zich maximaal kan ontwikkelen. Het lid vertelt dat in Nieuw-West verschillende agenda’s over emancipatie zijn samengevoegd onder het programma Gedeelde Strijd en vraagt zich af
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
of dit ook voor de aanpak op scholen gedaan kan worden. Leerlingen kunnen zelf een rol spelen bij het creëren van veilige scholen voor iedereen. Het lid is benieuwd hoe het college de rol van leerlingenraden en -verbonden ziet en vraagt of het mogelijk is om hen een vaste en actieve rol te geven. Het lid VESSEUR deelt mede dat Volt enthousiast is over het daadwerkelijk overnemen van de voorstellen. De fractie heeft vanwege de duurzame benadering vooral vertrouwen in het ontwikkelen van een inclusieve pedagogiek. Wel vindt Volt het belangrijk om de structurele invloed van macht, marginalisatie en ongelijkheid in het onderwijs aan de orde te stellen. Ook moet er oog worden gehouden voor de manieren waarop het onderwijs zelf structurele ongelijkheden in stand kan houden en daarmee ongelijkheid kan versterken vanuit het perspectief van social justice. Als dit wordt vergeten verandert er niets structureels. Het lid vraagt hoe de wethouder dit terugziet in de aanpak die voorligt en is benieuwd of er een manier is waarop het college dit kan borgen. Het lid NOORDMAN schetst de bijeenkomst Discriminatie en achterstelling in het onderwijs, die hij op 30 juni heeft bijgewoond. Het lid beschrijft ontmoetingen met verschillende mensen met verschillende opvattingen over de vraag of discriminatie in het onderwijs bestaat of niet.
Over het onderzoek dat het thema van de avond was, denkt het lid dat er sprake is van selection bias, omdat er gesprekken zijn gevoerd met scholen, leerlingen en ouders die hebben aangegeven geïnteresseerd zijn in het onderwerp. Het lid vindt dat er meer aan te merken is op het onderzoek, maar gaat daar verder niet op in. Wel stelt het lid vast dat er geen sprake is van een wetenschappelijk onderzoek en het lid stelt dat een van de auteurs dat desgevraagd toegaf. Het lid concludeert dat er sprake is van een kwalitatief onderzoek met verschillende verhalen, maar dat het niet wetenschappelijk is. Het lid NIJHOF geeft in een interruptie aan niet te begrijpen waar het betoog van lid Noordman naartoe gaat. Het lid vraagt of lid Noordman wel eens in de praktijk met ouders en kinderen heeft gepraat en stelt dat racisme en discriminatie springlevend zijn op school. Het lid NOORDMAN antwoordt dat hij zelf leraar is en dat zijn punt aan het eind van het betoog duidelijk zal worden. Het lid KABAMBA stelt in een punt van orde dat het een kwalijke zaak is dat er in de commissie wordt getwijfeld aan de wetenschappelijke validiteit van een onderzoek van de VU. Het lid NOORDMAN licht toe dat hij niet meer exact weet hoe het gesprek op de betreffende avond verliep, maar dat de onderzoeker hem wel een beetje gelijk heeft gegeven.
Het lid vertelt dat op de avond kinderen en ouders aan de orde kwamen met allemaal een sympathiek verhaal. Het lid benadrukt dat de zorgen van ouders en kinderen niet aan de kant worden geschoven en dat hij niet wil zeggen dat iedereen met verkeerde bedoelingen op deze avond aanwezig was. Wel is het lid van mening dat het probleem door dit soort onderzoeken en dit soort avonden juist erger wordt omdat er wordt gevraagd meer geld vrij te maken voor conferenties, onderzoeken, steunpunten, meldpunten, nog meer avonden en nog meer rapporten. Het lid vindt dat al dat geld ten koste gaat van leraren voor de klas. En meer leraren voor de klas betekent meer aandacht voor alle kinderen en daarmee minder problemen. Forum voor Democratie wil meer focus op leraren en niet op zaken die ten koste gaan van geld voor leraren. Lid RUNDERKAMP vraagt of lid Noordman enkele maanden geleden de bijdragen van de leden Hakiki, Kabamba en Yemane over discriminatie in het onderwijs heeft beluisterd of teruggeluisterd. Dat waren persoonlijke verhalen waaruit blijkt dat er wel degelijk sprake is van discriminatie in het onderwijs. Het lid vindt dat het lid Noordman deze ervaringen ondermijnt. Het lid NOORDMAN antwoordt expliciet te hebben erkend dat er ouders en kinderen met ernstige zorgen zijn.
Het lid ABOELKASEM somt de uitingen van discriminatie in het rapport op en vindt het onacceptabel dat dit gebeurt in een diverse stad als Amsterdam. Het lid stelt dat Amsterdamse kinderen recht hebben op een school waar hun talent centraal staat en niet hun achtergrond. Het lid is blij dat de uitvoering van de motie al concrete stappen heeft opgeleverd als de routekaart, een meertalige poster en het organiseren van een conferentie. Het lid noemt dat belangrijke middelen voor het vergroten van bewustwording en toegankelijkheid. Het lid signaleert tegelijkertijd dat er weinig inzicht is in de effectiviteit van de maatregelen en vraagt of de wethouder kan toezeggen dat er in navolging van de
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
aanbeveling van de BU een structurele monitoring komt. Het lid stelt vast dat de huidige aanpak vooral praktisch en informatief is en dat is waardevol. Wel is het lid benieuwd hoe er voorkomen wordt dat het bij losse projecten blijft en het lid verzoekt de wethouder te kijken naar verplichte scholing van leraren en directies van scholen, zodat zij structureel in staat zijn om discriminatie te herkennen en aan te pakken. Het lid KABAMBA behoort tot de kinderen die discriminatie en racisme meemaakten en die leraren hadden die wegkeken. Het lid vraagt hoe naleving van de protocollen wordt gecontroleerd, hoe de meldpunten toegankelijk kunnen worden gemaakt en welke consequenties er zijn voor scholen en docenten die blijven falen. Wethouder MOORMAN zet uiteen dat het onderwerp discriminatie al veelvuldig in de commissie is besproken en voorlopig nog op de agenda zal moeten blijven staan. De wethouder verklaart dat discriminatie nog steeds structureel en zelfs institutioneel aanwezig is in de samenleving. De wethouder stelt dat dit niet alleen in rapporten wordt vermeld, maar ook kwantitatief is af te lezen uit de cijfers over adviezen die kinderen op school krijgen. De wethouder wil niet zeggen dat dat bewust gebeurt, maar wel dat het in het systeem zit en dat het gesprek over hoe het moet worden voorkomen, gevoerd moet blijven worden.
De wethouder legt uit dat discriminatie niet altijd expliciet is, maar ook vaak impliciet aanwezig is in onze oordelen. Wethouder NOORDMAN constateert dat de vragen van GroenLinks vooral gaan over wat er in de praktijk gedaan wordt en wijst op het aanbod van Fawaka, dat ook bij schoolbesturen onder de aandacht wordt gebracht. Het staat de scholen vrij om zelf het lesaanbod te kiezen, maar de gemeente biedt het in ieder geval aan en de reacties op de cursussen van Fawaka zijn zeer positief. De wethouder is het eens met het lid Noordman dat er zich vooral leraren aanmelden die er al erg open voor staan, maar vult wel aan dat de leraren vinden dat ze veel van de cursus hebben geleerd. Toch is het belangrijk om ook de leraren te bereiken die minder bezig zijn met deze materie. Wethouder NOORDMAN meldt naar aanleiding van de vraag van het lid Nijhof bekend zijn met SchoolsOUT en vult aan dat het programma dat de gemeente Amsterdam biedt vaak wat breder is en zich ook richt op relationele en seksuele vorming, niet alleen op seksuele diversiteit. Met de G4 is er structureel overleg over hoe aan schoolveiligheid en burgerschap vorm gegeven kan worden. Over leerlingenraden meldt de wethouder dat er op meerdere scholen GSA’s zijn en de wethouder juicht dit toe. De gemeente stimuleert deze initiatieven, ook al is er vanuit de gemeente geen bepalende rol.
Ook worden er momenteel veel gesprekken gevoerd over hoe de Onderwijsinspectie kan toezien op een veilig schoolklimaat. Wethouder MOORMAN vindt het social-justiceperspectief dat het lid Vesseur beschreef een terechte en moderne wijze om naar deze problematiek te kijken. De wethouder is met het lid Vesseur van mening dat het niet alleen gaat over uitsluiting, maar ook over machtsstructuren en dat het wijs is dit principe zoveel mogelijk mee te nemen. Wethouder MOORMAN refereert aan de wereldkaart van Fawaka, waaruit blijkt dat Afrika op de gangbare wereldkaarten altijd kleiner wordt afgebeeld dan het daadwerkelijk is. Dat komt overeen met de punten die worden aangesneden en de wethouder stelt dat het steeds gaat over wetenschap. In dit verband benadrukt de wethouder in antwoord op de kritiek van het lid Noordman op het onderzoek dat het een wetenschappelijk onderzoek is waar echte VU-wetenschappers aan hebben gewerkt en zij hebben niet voor niets een positie aan de VU. De wethouder stelt dat niet alleen kwantitatief, maar ook kwalitatief onderzoek wetenschappelijk onderzoek is en is van mening dat er naast het uitspreken van vermeende gevoelens altijd feiten getoond moeten worden. Het voorliggende onderzoek is juist uitgegaan van feiten, daar zijn vervolgens ervaringen uit de praktijk aan toegevoegd en dat dient heel serieus te worden genomen.
De wethouder spreekt waardering uit voor het feit dat het lid Noordman naar de avond is gekomen en spreekt de intentie uit om met elkaar in gesprek te blijven. Wel daagt de wethouder het lid Noordman uit breder naar dit onderwerp te kijken en mensen daarin serieus te nemen. In antwoord op de vragen van het lid Aboelkasem meldt wethouder MOORMAN dat Meldpunt Discriminatie zorgt voort structurele monitoring, dat wethouder Meliani
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
daarvoor portefeuillehouder is en dat vragen bij deze wethouder kunnen worden neergelegd. Voor een goed overzicht is het belangrijk dat vragen op een plek terechtkomen. Het lid ABOELKASEM verduidelijkt in een interruptie dat de vraag ging over de structurele monitoring op de maatregelen die door de gemeente zijn genomen en wat de effectiviteit is van deze maatregelen. Wethouder MOORMAN noemt als voorbeeld dat van het aanbod van Fawaka wordt gemonitord hoe het door docenten wordt ervaren. Deze ervaringen zijn overigens positief. Verder deelt de wethouder mede dat er gesprekken worden gevoerd met de schoolbesturen. Er worden toezichtsgesprekken gevoerd met het openbaar onderwijs. Deze toezichtsgesprekken zijn er niet in het bijzonder onderwijs, maar daar wordt uiteraard wel mee gesproken. Daarbij wordt bijvoorbeeld gemonitord hoeveel gebruik wordt gemaakt van het gemeentelijk aanbod, en de wethouder merkt hierbij op dat het gemeentelijk aanbod extra is. De gemeente heeft daar geen wettelijke rol of verplichting in. Scholen hebben dus ook niet de verplichting om dit aanbod te gebruiken en kunnen elders aanbod afnemen. Het toezicht hierop ligt uiteindelijk bij de Onderwijsinspectie. De VOORZITTER sluit het agendapunt en kondigt aan dat het volgende agendapunt het laatste punt is van de openbare vergadering. Daarna volgt nog een besloten deel.
Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 17 Bespreken van de raadsinformatiebrief over de Subsidieregeling Steungroepen Toeslagenschandaal (VN2025-012635) Het lid YEMANE constateert dat er door de insprekers al veel is gezegd en dat het onderwerp ook al vaker op de agenda van de commissie en de raad heeft gestaan. Het lid vraagt of de wethouder wil reflecteren op het feit dat er bij buurtteams niet voldoende beroep wordt gedaan op ervaringsdeskundigheid over het toeslagenschandaal. Verder stelt het lid vast dat de getroffen jongeren ontzettend lang moeten wachten om te kunnen starten met herstel en weer financieel en mentaal gezond te worden. Het lid vraagt of het mogelijk is om ieder kwartaal een signaalbijeenkomst te organiseren voor de groep jongeren die lijdt onder de ontzettend lange wachttijden voor schuldhulpverlening. Het is wenselijk dat deze bijeenkomsten worden gefaciliteerd door een externe partij als de ombudsman. Het lid ABOELKASEM omschrijft de toeslagenaffaire als een van de pijnlijkste hoofdstukken in de bestuursrechtelijke geschiedenis van het land. Het lid vindt het fijn dat er stappen zijn gezet op weg naar herstel en vertelt dat DENK samen met lid Yemane een herstelhuis heeft geïnitieerd om hulp te bieden aan gedupeerden. Het lid waardeert de inzet en het luisterend oor van de wethouder en constateert dat dat vertrouwen geeft.
Tegelijkertijd constateert het lid dat er signalen zijn van organisaties en gedupeerden dat er verbeterpunten zijn, vooral in de communicatie. Mensen voelen zich vaak niet gehoord. DENK begrijpt dat niet alles meteen kan worden opgelost, maar verwacht wel dat de gemeente een structuur ontwikkelt waarin gedupeerden en organisaties samen met de ombudsman en de gemeente periodiek naar de voortgang kijken. Het lid verzoekt een periodiek overleg tussen de verschillende actoren in het proces, zodat er periodiek een totaalbeeld kan komen van het herstelproces. Het lid hoopt dat de wethouder hierin meegaat alvorens naar Den Haag te gaan en de gedupeerden een blijvende plek aan tafel kan bieden. Het lid KABAMBA noemt de toeslagenaffaire een pijnlijke aanval op mensenrechten en een pijnlijk voorbeeld van institutioneel racisme en discriminatie. Het lid constateert dat vanuit de inspraak signalen komen dat de nasleep niet goed gaat. De ruimhartigheid en het vertrouwen die in de regeling worden genoemd, zijn in de praktijk wantrouwen, lage plafonds en tijdelijke huisvesting. Onmisbare steungroepen melden dat
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
ze worden afgerekend op een Excelsheet en er zijn signalen over buurtmedewerkers die niet goed zijn geïnformeerd en ouders zelfs afraden om zich aan te melden. Ondertussen loopt de pijn door. Het lid vraagt hoe er structurele financiering en stabiele huisvesting kunnen worden gegarandeerd, zonder marktlogica en zonder plafonds die herstel uithollen. Ook wil het lid graag weten hoe wordt voorkomen dat ouders en jongeren opnieuw slachtoffer worden van bureaucratie in plaats van ondersteund te worden in hun herstel. Het lid omschrijft zichzelf als bewoner en als vertegenwoordiger, maar vooral als iemand uit verschillende gemeenschappen waar mensen oververtegenwoordigd zijn in het aantal slachtoffers in ons land. Het lid roept het college op om de passie van al deze mensen mee te nemen. Het lid HAIJEN refereert aan drie indringende verhalen bij de inspraak en meldt dat hij deze verhalen even moet laten bezinken. Wel wil het lid weten of het klopt dat jongeren zich tot november kunnen aanmelden voor schuldhulpverlening en daarna niet meer. Het lid is benieuwd of het mogelijk gemaakt kan worden om de aanvragen ook na november in te kunnen dienen. Wethouder MOORMAN vindt het goed dat dit onderwerp nog ter sprake komt en begrijpt alle frustratie.
De wethouder benadrukt dat er ook bij de brede ondersteuning, waar aan dit dossier wordt gewerkt, frustratie zit omdat het blijft voortduren en omdat er op het bordje van de gemeente wordt gelegd wat eigenlijk door de Rijksoverheid en de belastingdienst is veroorzaakt. Het is een zelflerend proces waarbij vanaf het begin de wens is uitgesproken het in cocreatie zo goed mogelijk te doen en waarbij gaandeweg het proces soms blijkt dat er grote verschillen optreden. Ook wil de gemeente vertrouwen bieden en niet te veel beknotten, en al met al blijkt dat een balanceeract te zijn. In dit proces zijn signaalbijeenkomsten heel belangrijk. De laatste signaalbijeenkomst was voor de zomer en wordt zeker weer georganiseerd. De bedoeling is om dat op regelmatige basis te blijven doen. Over het inzetten van ervaringsdeskundigheid bij de buurtteams meldt wethouder MOORMAN dat de buurtteams zowel de mogelijkheid als de middelen hebben om dat te doen. Er zijn buurtteams die dit al goed doen, maar dat is niet overal het geval. Het is zaak de buurtteams hierop te blijven aanspreken. De wethouder merkt in een terzijde op dat meerdere gedupeerden eigen ambtenaren zijn, en dat zij worden ondersteund door het ambtenarennetwerk. De wet wordt op dit punt vaak gewijzigd en daar wordt het ook niet makkelijker van.
Wethouder MOORMAN refereert aan de eerdere beantwoording van de vraag over wachtlijsten voor jongeren die schuldhulpverlening nodig hebben en vervolgt met de mededeling dat de jongerencoaches een succes zijn. Er zijn steeds meer jongeren die zich aanmelden en het onderling bespreken en ook is het aantal jongerencoaches in een jaar gestegen van acht naar vijftig. Doordat er een enorme toeloop is van getroffen jongeren, lijkt het dat de wachttijden erg lang zijn. Maar het is een enorme klus die in de uitvoering veel vraagt, zeker met de personeelstekorten. De wethouder nodigt de commissieleden uit om samen een bezoek te brengen aan de jongerencoaches. Het lid YEMANE meldt dat het een goed idee is om met de commissie op bezoek te gaan bij de jongerencoaches. Wethouder MOORMAN vervolgt dat de gemeente voor de openingstermijn van aanvragen voor schuldhulpverlening afhankelijk is van het Rijk en stelt aan het lid Haijen voor om daar later achter de schermen nog een toelichting op te geven. Wethouder MOORMAN eindigt haar laatste optreden als wethouder in deze commissie met de toezegging aan lid Kabamba haar passie mee te nemen naar Den Haag. Het lid ABOELKASEM erkent in een interruptie de inzet van ambtenaren en stelt dat Amsterdam nog nooit met zo’n opgave te maken heeft gehad.
Het lid merkt op dat de steungroepen hebben aangegeven dat er vanwege personeelswisselingen geen structurele gesprekken plaatsvinden en dat daar wel behoefte aan is. Wethouder MOORMAN meldt dat er een heel goed doorbraakteam bestaat dat onder leiding staat van een bekwame manager, dat al heel lang goed werk doet op dit dossier. Er wordt dus niet alleen door de buurtteams hard gewerkt, maar ook aan de beleidskant waar de
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
vertaling wordt gemaakt van wet- en regelgeving naar praktische uitvoering. De wethouder verzekert dat dit team open staat voor alle signalen. Lid ABOELKASEM vraagt hierop of er een structureel gesprek kan plaatsvinden met alle actoren zodat er een structurele inbedding komt en zaken niet stil komen te liggen bij bijvoorbeeld een functiewisseling. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de signaalbijeenkomsten worden vervolgd. Ook legt de wethouder uit dat het woord structureel in dit dossier ingewikkeld is. Niet alleen verandert de wetgeving steeds, maar ook is het de bedoeling om tijdelijke ondersteuning te bieden en daarom is het lastig om in dit verband te spreken over structurele zaken. De wethouder legt uit dat binnen dit kader het gesprek op reguliere basis gevoerd blijft worden. Ook waarschuwt de wethouder ervoor dat individuele casussen waarbij zaken niet goed gaan soms worden verheven tot algemene werkelijkheid. De conclusie is dat er goed moet worden geluisterd naar iedereen, om zo goed mogelijk te kunnen begrijpen wat er speelt en het te kunnen oplossen. Tegelijkertijd stelt de wethouder dat het op algemeen niveau zo goed mogelijk moet worden ingericht. Schorsing De VOORZITTER deelt mede dat de volgende commissievergadering OZA op 5 november 2025 plaatsvindt en dankt alle aanwezigen en andere toehoorders.
De voorzitter schorst de vergadering om ruimte te maken voor het besloten gedeelte.
28