2025-10-01 Commissie OZA OPENBAAR conceptverslag.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
CONCEPTVERSLAG
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 1 oktober 2025, starttijd 9.00 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 5 november 2025
Voorzitter: Alberts Plv. voorzitter: -Portefeuillehouders: wethouders Moorman en Scholtes Portefeuillehouders afw.: -Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuners: Miedema Verslaglegging: Draaijer (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Runderkamp (PvdA), Van Pijpen (GroenLinks), Nadif (GroenLinks), Nijhof (GroenLinks), Yemane (GroenLinks), Wehkamp (D66), Von Gerhardt (VVD), Van Hylkema (VVD), Van der Kamp (VVD), Emmerik (PvdD), Vesseur (Volt), Haijen (SP), Aboelkasem (DENK), Badal (CDA), Kabamba (Lijst Kabamba), Noordman (Forum voor Democratie) Afwezige commissieleden (mk): -Overige aanwezigen: --
ALGEMEEN GEDEELTE 1a Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.13 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b Mededelingen De VOORZITTER deelt mede dat leden van Jeugdplatform Amsterdam de vergadering bezoeken. Na de vergadering is er een lunchontmoeting in het Auditorium. De VOORZITTER deelt mede dat op 16 oktober de brede commissie FKD wordt gehouden, waar de begroting in eerste termijn wordt besproken. De commissie OZA is voor een gezamenlijke bespreking met de commissie SED gepland tussen 14.00 uur en 15.30 uur. De werkwijze van deze dag is gecommuniceerd via de dagmail van 11 september en deze informatie is ook terug te vinden in Notubiz bij de vergadering van 16 oktober. In aanvulling op de vorige mededeling meldt de VOORZITTER dat de vergadering van 16 oktober de laatste vergadering is waar wethouder Moorman aanwezig zal zijn. De voorzitter bedankt de wethouder namens de commissie voor haar aanwezigheid gedurende de afgelopen jaren en wenst haar een mooie tijd toe in Den Haag. De VOORZITTER meldt als laatste dat deze vergadering eindigt met een besloten deel. Wethouder MOORMAN deelt mede dat er een kritisch inspectierapport is gekomen over JBRA. Dit was geen verrassing omdat al langer bekend is dat er problemen spelen bij de jeugdbescherming, zowel landelijk als in Amsterdam.
In november komt JBRA met een verbeterplan waar de gemeenten Amsterdam, Amsterdam-
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
Amstelland en Zaanstreek en de regio West-Friesland opdrachtgever van zijn. De commissie zal van dit plan op de hoogte worden gesteld. Wethouder MOORMAN deelt mede dat er op 6 november in theater De Meervaart in Amsterdam een congres wordt gehouden over de Amsterdamse Familieschool. De commissie wordt van harte uitgenodigd voor dit congres. In Amsterdam zijn er al veertig Amsterdamse Familiescholen, maar ook buiten Amsterdam zijn er steeds meer familiescholen. Het doel van het congres is om de best practices met elkaar te delen. Tot slot komt wethouder MOORMAN terug op een vraag van lid Wehkamp in de vorige vergadering over kinderdagverblijf Kleine Plantage. Er is hard aan gewerkt en uiteindelijk is er een nieuwe locatie gevonden door het huren van schoolruimte aan de Oude Schans. Dit geeft lucht tot begin 2027 en de zoektocht naar een andere locatie duurt voort. 1c Vaststellen agenda Agendapunten 4, 5 en 6 worden gehamerd. Agendapunt 7 wordt voorlopig afgevoerd in afwachting van de publicatie van een onderzoek van de UvA. Agendapunt 8 wordt op verzoek van lid Van Pijpen doorgeschoven naar de volgende vergadering. Agendapunt 14 wordt op verzoek van lid Nijhof afgevoerd. De agenda is vastgesteld. De VOORZITTER roept de leden op om heel goed na te denken alvorens een TKN-stuk te agenderen.
Ook verzoekt de voorzitter om dat niet op het laatste moment te doen maar uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering. Vergaderingen zijn moeilijk te plannen als er op het laatste moment nog verzoeken tot agendering komen. 1d Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 10 september 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Er zijn hierover geen opmerkingen. Wel doet de VOORZITTER een oproep aan het college om deze lijst eens goed te bestuderen en waar mogelijk op te schonen. 1f TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de volgende vergadering: Op verzoek van het lid Van Pijpen wordt geagendeerd TKN-stuk 1, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Prettig en gezond oud worden in een zorgzame stad’ (VN2025-012415) Op verzoek van het lid Hylkema wordt geagendeerd TKN-stuk 2, Raadsinformatiebrief publicatie RVP-vaccinatiegraden per gebied (VN2025-012147) 1g Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
INHOUDELIJK DEEL 2a Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b Inspreekmoment publiek Er hebben zich vier insprekers gemeld en zij krijgen allen drie minuten spreektijd. Bij agendapunt 10, Bespreken van de bestuursrapportage Uitvoeringsagenda Ouderenhuisvesting (VN2025-012627) Inspreker 1, Asha RAMKISOENSING, spreekt in namens Stichting Devi Dhaam. Inspreker legt uit dat Devi Dhaam een meergeneratiewoongroep is. Bewoners kiezen er bewust voor om samen te wonen omdat ze geloven dat dat gelukkiger, gezonder en socialer maakt. Het grootste voordeel van samen wonen is dat het eenzaamheid tegengaat, want dat is het grootste probleem dat men ervaart. Voor vele bewoners voelen de huidige woningen niet langer als thuis maar als een plek van isolement en daardoor voelen mensen zich verlaten en verdrietig. Woongroep Devi Dhaam bestaat uit zeventig huishoudens. Vijftig daarvan bestaan uit 55-plussers, en twintig huishoudens bestaan uit jongvolwassenen. Sommigen hebben een gezin, anderen zijn nog student. De populatie is divers in afkomst, geloof en achtergrond maar is verbonden door drie kernwaarden: geweldloosheid, dienstbaarheid en respect. Dat betekent dat men vegetarisch en duurzaam leeft, voor elkaar zorgt en een inclusieve houding aanneemt zonder onderscheid.
Niet lang geleden is er een gesprek geweest met de toenmalige wethouder en twee ambtenaren die waren belast met ouderenhuisvesting. De wethouder vond dat het plan voortgang moest krijgen, bij voorkeur in het project Venserpolder. Helaas trad de wethouder af en van de ambtenaren is niets meer vernomen. Er was steeds enthousiasme voor de woongroep omdat hij aansluit bij het idee van een zorgzame gemeenschap. Toch is het project herhaaldelijk vertraagd of afgewezen, beloften werden niet nagekomen en afspraken bleven liggen. Dat heeft Devi Dhaam ontmoedigd, maar niet gestopt en daarom is inspreker vandaag aanwezig. Er is grote behoefte aan initiatieven als Devi Dhaam en bijvoorbeeld Lang Leven Thuisflats. Ze geven ouderen erkenning, doorbreken eenzaamheid en dragen bij aan de kwaliteit van leven. Inspreker vraagt om steun voor het realiseren van het meergeneratiewoonproject. Het is een investering in verbinding, welzijn en toekomstbestendig wonen in Amsterdam Zuidoost. Lid VAN PIJPEN spreekt haar enthousiasme over deze woonvorm in al zijn facetten. Het lid vraagt aan inspreker of er inderdaad geen contact meer is geweest met de wethouder en of er wel contact is geweest met de corporatie. INSPREKER antwoordt dat men al bijna twintig jaar bezig is en dat er gedurende deze tijd steeds gesprekken zijn geweest met onder andere wethouders en ambtenaren.
Inspreker heeft nu goede hoop omdat het onderwerp meergeneratiewoningen nu actueel is. Bij agendapunt 17, Bespreken van de raadsinformatiebrief over de Subsidieregeling Steungroepen Toeslagenschandaal (VN2025-012635) Inspreker 2, Marisa LISSE, spreekt in namens Stichting Mom Entrepreneurs. Inspreker vertelt dat ze aanwezig is als gedupeerde ouder van het toeslagenschandaal, maar ook als professional. Inspreker is systemisch opsteller, coach en trainer en oprichter van ME Network, ook wel bekend als Mom Entrepreneurs. ME Network bestaat nu dertien jaar en zet zich in voor herstel, persoonlijke groei en zakelijke ontwikkeling. Het is geen steungroep maar een volwaardige organisatie die met duurzame trajecten en aantoonbare resultaten structureel bijdraagt aan herstel. Op dit moment draait de stichting drie trajecten. Ten eerste is er Watch us grow, een traject voor gedupeerde ouders. Skills is een programma voor jongeren, en als laatste is er het Herstelhuis. Targets worden gehaald en in de praktijk worden er zelfs meer ouders ondersteund dan is afgesproken. Dat laat zien hoe groot de nood is en hoe hard het nodig blijft. De staatssecretaris was
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
zeer te spreken over het werk van de stichting. Het Herstelhuis wordt als landelijk voorbeeld gezien en is bezocht door de wethouder van Rotterdam omdat daar binnenkort een project wordt gestart. In de raadsinformatiebrief van 10 september staat dat de subsidieregeling bedoeld is om ruimhartig te zijn en uitgaat van vertrouwen en samenwerking. In de praktijk heeft de stichting te maken gehad met medewerkers van het hersteloperatieteam die niet op een positieve manier samenwerkten. Er zijn beschuldigingen geuit, er zijn wisselende afspraken gemaakt en er kwamen telkens nieuwe regelingen. Het plafondtarief is nu verlaagd naar 55 euro en dat is onhaalbaar. Werken met dit tarief betekent dat de trajecten moeten worden aangepast, terwijl keer op keer is bewezen dat ze werken. Inspreker is een van de eerste ouders geweest die haar stem liet horen. Ze is naar de ombudsman en naar de wethouder gestapt. Samen met Denk en GroenLinks is een motie ingediend en die is breed aangenomen. Toch staat inspreker vandaag weer voor de commissie omdat er moet worden gestreden om dit belangrijke werk te behouden. Inspreker roept de commissie op om de waarde van ME Network en zijn projecten te erkennen en te behouden en om te zorgen dat er wordt waargemaakt wat er in de raadsinformatiebrief staat. Herstel gaat niet over plafonds of regels.
Het gaat over mensen, over gezinnen, over toekomst, over echte verhalen. Het lid HAIJEN bedankt inspreker en vraagt waaruit de ondersteuning van de stichting bestaat. INSPREKER vertelt dat de ondersteuning bestaat uit bijvoorbeeld coaching, therapie en workshops. Ook wordt er begeleiding geboden bij het formuleren van de hulpvraag naar de buurtteams toe want daar lopen mensen vaak vast. Het lid ABOELKASEM vraagt of inspreker kan toelichten wat het verlagen van het plafond naar 55 euro per uur voor gevolgen heeft voor de projecten. INSPREKER legt uit dat er wordt gewerkt met externe partijen. Deze partijen zijn al gezakt met de tarieven naar 60 euro per uur. Een verdere verlaging daarvan heeft tot gevolg dat deze partijen niet meer betaald kunnen worden en dat betekent dat de trajecten moeten worden aangepast. Daardoor kunnen de trajecten niet meer de impact maken die ze nu maken. Het lid YEMANE spreekt waardering uit voor het werk dat inspreker doet en voor de inspraak. Het lid heeft begrepen dat er vanaf het begin signaalbijeenkomsten zijn geweest met professionals, ambtenaren en anderen, waarin werd gekeken of alles naar wens verloopt en wat er nog nodig was om te komen tot een goed beleid voor herstel. Het lid vraagt hoe inspreker deze bijeenkomsten ervaren heeft.
INSPREKER vertelt dat dat vruchtbare bijeenkomsten zijn geweest, maar met de wisseling van de wacht is dat weer veranderd. Inspreker hoopt dat deze bijeenkomsten weer terugkomen, omdat daarin ook de expertise van de ervaringsdeskundigen van de stichting kan worden aangesproken. Lid YEMANE vraagt of het opnieuw opzetten van dit soort bijeenkomsten zou helpen om de projecten weer goed te laten draaien, de samenwerking te verbeteren en daarmee ook het gevoel te verbeteren dat nu bij inspreker leeft. INSPREKER beaamt dit. Bij agendapunt 17, Bespreken van de raadsinformatiebrief over de Subsidieregeling Steungroepen Toeslagenschandaal (VN2025-012635) Inspreker 3, Fatima EL BOUCHAIBI, spreekt in namens Wijsheid in Herstel. Inspreker heeft deze steungroep opgericht en het is de enige steungroep in Nederland die zich richt op ouders met een arbeidsmigratieachtergrond. Het gaat dan over eerste, tweede, derde en soms vierde generatie arbeidsmigranten. De steungroep verleent niet alleen hulp, maar bouwt ook aan een gemeenschap, aan vertrouwen en aan herstel. Herstel is nooit eenvormig en elke ouder herstelt anders. Daarom wordt er samen met ouders een methodiek ontwikkeld die hen beschermt tegen toekomstige schandalen, want inspreker is ervan overtuigd dat die zullen komen. Inspreker benoemt haar doelgroep als de 9/11-generatie, die jarenlang is weggezet als extremisten of terroristen.
Het is een zware doelgroep die bestaat uit mensen die zich niet hebben kunnen emanciperen in de samenleving. Voor deze mensen is de drempel om op zoek te gaan naar hulp nog veel groter dan voor de gemiddelde Nederlander. Ook is het voor deze groep moeilijk om hulp aan te nemen en daarop te vertrouwen. Inspreker is aanwezig om misstanden te benoemen. Er zijn medewerkers van buurtteams die mensen afraden zich te melden bij Wijsheid in Herstel. Er vinden onrechtmatige huiszoekingen plaats, waarbij gekeken wordt of cliënten wel een bank of een bed nodig hebben. Externen worden tegen een hoog uurtarief ingehuurd. Inspreker noemt als voorbeeld dat een bewindvoerder uit Nijmegen
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
tegen een uurtarief van 95 euro komt kijken naar getraumatiseerde ouders. Deze bewindvoerder kijkt alleen vanuit financieel perspectief en heeft geen oog voor het trauma waar cliënten mee te kampen hebben. Het schaduwwerk dat inspreker doet met Wijsheid in Herstel is essentieel. Ouders hebben vertrouwen in de steungroep dat ze niet hebben bij de instanties. Toch wordt de steungroep niet gelijk behandeld of gelijk betaald. Het buurtteam beweert dat de lijsten korter zijn geworden, maar dat komt doordat achttienplussers naar het jongerenloket zijn verwezen. De wachtlijst in Zuid alleen bestaat uit 1600 mensen dus daarmee is het probleem niet opgelost. Inspreker toont zich geëmotioneerd, maar benadrukt dat ze wil dat haar boodschap duidelijk overkomt. Inspreker is hiermee begonnen op voorwaarde dat er samenwerking zou zijn tussen buurtteams en professionele organisaties, om ervoor te zorgen dat ouders beter geholpen worden. Dat is niet het geval en er zijn ouders die al langer dan twee jaar aan het wachten zijn op een herstelplan. Wijsheid in Herstel kan dit in twee weken doen en doet dan het werk van de buurtteams. Inspreker vindt dit een kwalijke zaak en meldt dat bovendien de toegezegde huisvesting niet voldoet. Het lid ABOELKASEM complimenteert inspreker en vraagt wat er in de huidige aanpak mist en wat er volgens inspreker moet veranderen om dit project duurzaam te maken.
INSPREKER meent dat er gelijkwaardigheid moet worden gecreëerd en dat er gebruik moet worden gemaakt van ervaringsdeskundigen. De samenwerking moet worden gestimuleerd en dat is ook de reden geweest dat inspreker in dit project is gestapt. Het is wat nodig is voor Amsterdam om te helen. De steungroep is er voor Amsterdammers die in nood zijn en die hulp nodig hebben. Deze mensen moeten centraal staan en dat is nu niet het geval. Inspreker is van mening dat er in de buurt voldoende ouders en professionals paraat staan om bij te springen. Een bewindvoerder uit de andere kant van het land kan onmogelijk met dezelfde blik naar de casussen kijken. Het lid VASSEUR bedankt inspreker, en vraagt wat inspreker zou veranderen als ze het voor het zeggen had. INSPREKER vertelt dat ze ervaringsdeskundigen zou aannemen in plaats van medewerkers van buurtteams. In de buurtteams is het werk gericht op armoedebestrijding. Gedupeerden zijn vaak hardwerkende mensen uit alle lagen van de samenleving. Zij zitten niet te wachten op iemand die vraagt of een bed echt nodig is of waarom er geen goedkopere vaatwasser wordt gekozen. Ervaringsdeskundigen kijken daar anders naar en kunnen zich inleven in de gedupeerden. Zij zijn er zich van bewust hoe moeilijk het voor mensen kan zijn om over een drempel te stappen en hulp te durven vragen.
Het lid YEMANE refereert aan de ervaringsdeskundigheid die inspreker heeft aangehaald. Het lid vraagt of het lukt deze in te zetten om bijvoorbeeld samen met de buurtteams mensen te bereiken en of daar nog iets anders voor nodig is. INSPREKER herhaalt dat mensen soms wordt afgeraden om zich bij de steungroep aan te melden. Op momenten dat er even contact is met de buurtteams komt het gesprek op gang, maar over het algemeen lukt dat niet en wordt de steungroep niet gezien. Door de opzet heeft de steungroep bijna een concurrerende positie gekregen en samenwerking wordt door de gemeente niet gestimuleerd. Daar moet verandering komen in de vorm van een opdracht vanuit de gemeente. Inspreker geeft aan dat het haar inmiddels persoonlijk raakt en dat zij het niet goed meer kan volhouden. De oorzaak daarvan is dat inspreker niet de handvatten aangereikt krijgt die zij nodig heeft om dit tot een succes te kunnen maken. Inspreker benadrukt dat het hier moet gaan om een collectieve inspanning, maar dat zij zich verantwoordelijk voelt. De VOORZITTER dankt de inspreker en geeft de commissieleden mee dat er aanstonds een korte schorsing is waarin er eventueel met inspreker verder gepraat kan worden. Bij agendapunt 17, Bespreken van de raadsinformatiebrief over de Subsidieregeling Steungroepen Toeslagenschandaal (VN2025-012635) Inspreker 4, Vesla BRAAFHEID, spreekt in namens ME-Network.
Inspreker is coach en trainer bij ME Network in het Herstelhuis, voor onder andere het Skillstraject. Inspreker stelt dat de wachttijden voor hulp nog steeds veel te lang zijn. Jongeren worden van het kastje naar de muur gestuurd en krijgen vanuit instanties niet de hulp die ze nodig hebben. De aanmelding voor schuldhulpverlening aan gedupeerde jongeren loopt maar
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
tot november van dit jaar. Dat betekent dat veel jongeren niet eens geholpen kunnen worden. Deze jongeren hebben vaak schulden die ze hebben gemaakt om hun ouders te helpen. Daarbij ontstaan nieuwe schulden doordat brede ondersteuning nog steeds niet goed op gang komt. Vanuit ME Network wordt meer gedaan dan wat er gevraagd wordt, omdat men niet anders kan en omdat men niet kan toekijken hoe jongeren onderdoor gaan aan de schulden. Inspreker roept op om de aanmeldingen voor schuldhulp open te houden, de wachttijden drastisch te verkorten en goed te luisteren naar de hulpvraag. Jongeren hebben niet voor deze situatie gekozen en verdienen het niet om nog een keer gedupeerd te worden. Ze lopen nu vast door traagheid en gesloten loketten, en iedere maand extra wachten betekent meer schulden, meer stress en meer jongeren die hun dromen opgeven. Jongeren hebben recht op perspectief, herstel en op een eerlijke kans. Daarom vraagt inspreker nu om actie. Het lid WEHKAMP wil graag van inspreker weten of ME Network samenwerking heeft met het buurtteam en de rest van de gemeentelijke organisatie. INSPREKER antwoordt dat dat zeer gewenst is en dat buurtteams herhaaldelijk worden uitgenodigd om kennis op te komen doen en dat ME Network meerdere keren heeft aangeboden om mee te denken en mee te helpen. Helaas krijgt men van de buurtteams nul op het rekest.
Bovendien behandelen buurtteams gedupeerde ouders en jongeren als mensen die hun hand komen ophouden, terwijl deze mensen juist gedupeerd zijn. Zij hebben hulp nodig en de buurtteams zijn niet capabel genoeg om dit probleem aan te pakken. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af en wijst de commissie nogmaals op de mogelijkheid om de pauze na de rondvraag eventueel te benutten om meer vragen te stellen aan de insprekers. 2c Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. 2d Rondvraag Het lid YEMANE heeft het rapport van de Kinderombudsman gelezen en ook de reflectie van wethouder Moorman daarop. Het lid wil graag van de wethouder weten of het effect van armoede op de mentale gezondheid van kinderen op dit moment voldoende wordt meegenomen in het beleid van de gemeente Amsterdam. Wethouder MOORMAN spreekt haar goedkeuring uit over het onlangs verschenen rapport en schetst dat er veel kinderen zijn waarvan de ouders te weinig geld hebben om de kinderen genoeg perspectief en kansen te kunnen bieden. In Amsterdam wordt veel gedaan om kinderen zo goed mogelijk te ondersteunen. De armoedegrenzen zijn op 150 procent gelegd en er zijn veel verschillende regelingen en het Nibud laat ook zien dat deze maatregelen bijdragen om gezinnen boven de armoedegrenzen uit te tillen. Het is pijnlijk dat hiervoor armoederegelingen nodig zijn omdat deze ook weer aangevraagd moeten worden.
Maar het is nodig zolang de bestaanszekerheid niet op orde is. De wethouder onderschrijft de notie van de Kinderombudsman dat het hebben van te weinig geld veel stress oplevert en dat dat een enorme impact heeft op zowel de mentale als de fysieke gezondheid. Er is ook een rapport uitgekomen van de Gezondheidsraad, waarin wordt vermeld dat er een enorme druk staat op de mentale gezondheid in Nederland. Als dit aangepakt moet worden is het bieden van alleen armoederegelingen niet voldoende. Een plek waarin dit in rust, tijd en vertrouwen bij elkaar wordt gebracht is de familieschool. Daar wordt gekeken wat een gezin nodig heeft om deze stress kwijt te raken en dat zich uitstrekt van materiële ondersteuning tot mentale ondersteuning. De wethouder denkt dat deze werkwijze goed aansluit bij de gedachte van de Kinderombudsman en vindt dat dit onderwerp op de agenda moet blijven staan. De VOORZITTER sluit het agendapunt af.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
BESPREEKPUNTEN Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 3 Overnemen van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport Toegankelijkheid van buurthuizen. Vanzelfsprekend, maar niet vanzelf. (VN2025-012968) De VOORZITTER deelt mede dat directeur Annelies Daalder en onderzoeker Carolien de Blok van de Rekenkamer zijn uitgenodigd voor de behandeling van dit agendapunt. Zij krijgen drie minuten de tijd om een toelichting te geven op het rapport, waarna de commissieleden de mogelijkheid hebben hier een informatieve vraag over te stellen. Vervolgens wordt het rapport in de commissie besproken. Directeur DAALDER refereert aan de technische sessie die de afgelopen week is gehouden, waar het rapport al uitgebreid is toegelicht en vragen zijn beantwoord. De directeur zet uiteen dat buurthuizen een belangrijke voorziening zijn binnen de Amsterdamse sociale basis. Ze worden door het college van belang geacht voor het stimuleren van zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie, zorgpreventie, sociale cohesie en kansengelijkheid. Toegankelijkheid is volgens het college een randvoorwaarde om deze doelen te bereiken en op verschillende niveaus werden er zorgen gezien die terug te leiden zijn naar toegankelijkheid. Dit kunnen zorgen zijn over ruimtegebrek, maar ook over voldoende voorzieningen en verschraling.
De Rekenkamer heeft zich daarop afgevraagd hoe het nu echt met deze toegankelijkheid is gesteld en wat de gemeente eraan kan doen. Er zijn acht vormen van toegankelijkheid onderzocht, evenals instrumenten waarmee de gemeente toegankelijkheid in beeld brengt en waarmee ze werkt aan toegankelijkheid in buurthuizen. De hoofdconclusie van dit onderzoek luidt dat niet alle buurthuizen breed toegankelijk zijn. Er gaan dingen goed, maar er is ook veel ruimte voor verbetering en de gemeente heeft de belemmeringen niet goed in beeld. Ook worden de eigen instrumenten om aan alle vormen van toegankelijkheid te werken onvoldoende benut. De gemeente draagt op beleidsniveau het belang van toegankelijkheid breed uit, maar het bereiken daarvan gaat niet vanzelf. De Rekenkamer doet vier aanbevelingen die in het rapport zijn uitgewerkt: maak ambities voor toegankelijkheid concreet en realistisch; breng de stand van zaken op toegankelijkheid in beeld; formaliseer en systematiseer het werk aan toegankelijkheid en werk aan verschillende vormen van toegankelijkheid. Niet alle vormen van toegankelijkheid zijn even makkelijk te realiseren en daarom geeft de Rekenkamer in het rapport ook voorbeelden van zogenoemd laaghangend fruit. De directeur waardeert het dat het college uitgebreid en constructief heeft gereageerd op het rapport en de aanbevelingen.
Om een impuls te geven aan toegankelijkheid van buurthuizen stelt het college concrete acties voor en maakt het in 2026 budget vrij. Daarmee heeft het college in feite al een plan van aanpak gemaakt. Volgende week is het de Week van de Toegankelijkheid, en de Rekenkamer vindt het passend dat juist dan over dit rapport wordt gesproken. Er zijn geen vragen aan directeur Daalder. De VOORZITTER bedankt de directeur voor de toelichting en opent het agendapunt voor bespreking. Het lid BADAL bedankt de Rekenkamer voor het onderzoek. Het lid constateert dat de Amsterdamse buurthuizen nog niet voor iedereen toegankelijk zijn en is blij dat er wordt geïnvesteerd in onderhoud en renovatie. Het lid is benieuwd wanneer er een update komt over de fysieke toegankelijkheid, die in 2026 in beeld wordt gebracht. Verder wil het CDA twee concrete ideeën voor meer betrokkenheid bij de buurthuizen aan de wethouder voorleggen. Ten eerste stelt het CDA voor om jongeren en bezoekers van de buurthuizen concreet te betrekken bij het opknappen. Bezoekers worden op deze manier betrokken bij de renovaties, zodat het opknappen naar wens gebeurt. Verder stelt het CDA voor om gebruikersraden aan te stellen voor de buurthuizen. Bewoners weten het beste wat hun buurt nodig heeft en kunnen op deze manier meedenken over de programmering. Tot slot
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
krijgt het CDA vragen over de prijzen van de horeca in sommige buurthuizen. Deze prijzen zijn hoog, en het lid wil graag weten hoe de wethouder dit ziet. Het lid RUNDERKAMP bedankt de Rekenkamer en meldt dat hij de technische sessie van de afgelopen als uitstekend en informatief heeft ervaren. Het lid stelt vast dat er 180 buurthuizen zijn in Amsterdam. Het is de bedoeling dat alle Amsterdammers er gebruik van kunnen maken, maar in de praktijk blijkt dat dat niet altijd mogelijk is. Het onderzoek van de Rekenkamer is van groot belang en met name de brede manier waarop het is uitgevoerd vindt het lid de grote kracht van het onderzoek. Als er wordt gekeken naar het aantal activiteiten gaat er veel goed bij de buurthuizen. Het lid is blij met de uitgebreide reactie van het college op het rapport van de Rekenkamer. Wel zijn er aandachtspunten en die komen in het rapport duidelijk naar voren. De fysieke toegankelijkheid voor Amsterdammers in een rolstoel laat vaak te wensen over. In sommige buurthuizen zijn niet alle verdiepingen voor iedereen beschikbaar omdat een lift ontbreekt. Ook is de informatie over buurthuizen niet altijd actueel. Het lid signaleert twee aandachtspunten. Ten eerste heeft de Rekenkamer niet alle 180 buurthuizen kunnen bezoeken.
Het is belangrijk dat de toegankelijkheid per buurthuis goed in kaart wordt gebracht, zodat Amsterdammers kunnen zien welk buurthuis fysiek toegankelijk voor ze is. Het lid begrijpt dat niet alle buurthuizen op korte termijn van liften kunnen worden voorzien of drempelvrij kunnen worden gemaakt, maar wijst erop dat er dan in ieder geval actuele informatie is over de toegankelijkheid. Ten tweede dringt het lid erop aan dat informatie over de buurthuizen ook bij de buurtteams beschikbaar is opdat mensen daar naar een geschikt buurthuis kunnen worden verwezen. Lid VAN PIJPEN dankt de Rekenkamer en concludeert uit het feit dat er na de toelichting van directeur Daalder geen vragen waren, dat de technische sessie van de afgelopen week goed is geweest. Het lid is blij met de volledige benadering van het begrip toegankelijkheid in het rapport. Er blijkt uit dat er veel te doen is en dat moet ook gebeuren omdat een inclusieve stad van belang is voor iedereen. Het lid is van mening dat dit onderwerp meer op de agenda moet komen, zowel op die van de organisaties in de sociale basis als op de agenda van de raad. Ook is het lid blij met de reactie van het college, die bij de Rekenkamer tot de conclusie heeft geleid dat er al bijna een plan van aanpak ligt inclusief het beschikbaar stellen van middelen.
Het lid vraagt of de wethouder kan aangeven of de NEN-norm voor toegankelijkheid wordt toegepast. Verder constateert het lid dat er is aangegeven dat er geen meldpunt wordt ingericht, maar dat mensen worden doorverwezen naar onder andere 14020. Het lid vraagt zich af of dit de meest logische doorverwijzing is, maar is vooral benieuwd wat er vervolgens met een melding gebeurt. Lid WEHKAMP dankt de Rekenkamer voor de goede technische sessie en is blij dat het college heeft besloten om extra middelen beschikbaar te stellen. Het lid mist de reacties van stadsdeelcommissies bij het stuk. Er zijn organisaties die toegankelijkheid goed in beeld hebben en dat soort informatie is doorgaans goed in beeld bij de stadsdeelcommissies. Ook zijn het de stadsdeelcommissies die over de sociale basis en de uitvoering gaan. Het lid verzoekt de reacties van de stadsdeelcommissies bij het rapport te voegen alvorens het in de raad wordt besproken. Het lid stelt vast dat 9 procent van de Amsterdammers buurthuizen bezoekt, en vindt dat een mooi aantal. Wel is het lid benieuwd of inzichtelijk is welke buurthuizen minder goed bezocht worden en of er kan worden gekeken of daar valt te besparen. Verder blijkt dat de helft van de respondenten niet weet dat er een buurthuis in de buurt is, en het lid vraagt of de buurthuizen herkenbaarder moeten worden.
Lid HAIJEN vraagt in een interruptie wat lid Wehkamp precies bedoelt met besparen. Lid WEHKAMP antwoordt dat het vooral gaat om inzichtelijkheid. Mochten er twee buurthuizen in de buurt zijn en een ervan is niet nodig, dan is het goed om dat inzichtelijk te hebben zodat bewoners misschien naar het andere buurthuis kunnen. Het lid HAIJEN merkt op dat er naar zijn weten geen overschot is aan buurthuizen. Lid VAN PIJPEN vraagt of het lid Wehkamp het beeld heeft dat er buurthuizen overbodig zijn, want dat beeld leeft niet bij lid Van Pijpen. Lid WEHKAMP legt uit dat het nu juist de vraag is en
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
dat het daarom goed is om het inzichtelijk te maken. Lid VAN PIJPEN stelt in een vervolginterruptie dat er normen zijn over maatschappelijke voorzieningen. Het lid vraagt of de normen voor de sociale basis voor lid Wehkamp minder relevant zijn dan die voor bijvoorbeeld de kinderopvang. Lid WEHKAMP antwoordt dat dat niet is wat zij gezegd heeft. Het lid herhaalt dat het vooral belangrijk is om inzichtelijk te krijgen of er buurthuizen zijn waar minder behoefte aan is. Het lid vervolgt het betoog met de vraag of veiligheid ook valt onder de definitie van toegankelijkheid en noemt een tweetal voorbeelden van jongeren die om veiligheidsredenen niet meer naar een buurthuis durfden te gaan. Het lid wil graag weten hoe er naar dit harde veiligheidsaspect wordt gekeken en of ook de genderbenadering wordt meegenomen voor de verschillen tussen mannen en vrouwen hierin. Over de aanbeveling om de programmering van de buurthuizen te optimaliseren deelt het lid een anekdote uit haar tijd als stadsdeelcommissielid in Amsterdam-Zuidoost. Een groep van ongeveer vijftien jongeren kwam inspreken op de vergadering van de stadsdeelcommissie. Deze groep gaf aan dat er in het buurthuis rap en voetbal werd aangeboden, maar dat er behoefte was aan filosofie en psychologie. De jongeren vonden dat er te weinig van ze werd verwacht en deze ervaring was voor het lid heel bijzonder.
Lid HYLKEMA vindt het schrikbarend dat slechts minder dan de helft van de Amsterdammers een buurthuis in zijn eigen buurt weet aan te wijzen. Het lid vindt dat dat percentage omhoog moet, evenals het percentage dat een buurthuis bezoekt. Dat ligt onder de tien procent en voor mensen zonder migratieachtergrond zelfs maar rond de vijf à zes procent. Het lid vraagt zich af hoe relevant een buurthuis is als zo weinig mensen er gebruik van maken en vindt dat de focus niet zozeer moet liggen op de fysieke toegankelijkheid, maar op de bekendheid van de buurthuizen. De initiatieven op het vergroten van de bekendheid zijn te technocratisch, terwijl er met simpele dingen als het zichtbaar maken van openingstijden of het ophangen van een activiteitenbord onmiddellijke winst te behalen valt. Ook de openingstijden zijn volgens het lid te beperkt. Een groot deel van de doelgroep bestaat uit werkenden, maar buurthuizen zijn gemiddeld maar vijf uur open in de avond. Het lid roept op om naast de fysieke toegankelijkheid te focussen op bekendheid en inhoud. Lid RUNDERKAMP vraagt in een interruptie aan lid Hylkema wat er niet goed is aan het herkenbaarder maken van de buurthuizen. Lid HYLKEMA antwoordt dat zichtbare openingstijden en activiteiten veel relevanter zijn voor mensen die langslopen dan welk logo er op de gevel staat.
Lid RUNDERKAMP herhaalt dat een duidelijke zichtbaarheid de herkenbaarheid van een buurthuis vergroot en dat het er in de eerste plaats om gaat dat mensen weten dat er een buurthuis is. Lid HYLKEMA blijft erbij dat er geen logo nodig is als er een activiteitenbord is. De VOORZITTER vult aan dat er een wijkkrant bestaat waar veel informatie in staat, inclusief de programmering. Wethouder SCHOLTES spreekt zijn waardering uit voor het rapport van de Rekenkamer en is blij met de complimenten die het college heeft gekregen voor de reactie op het rapport. De wethouder geeft de complimenten door aan de collega’s die lang aan deze reactie hebben gewerkt. De wethouder wijst erop dat het binnenkort de Week van de Toegankelijkheid is en hoopt dat het zichtbaar is dat het college vindt dat er op het gebied van toegankelijkheid meer moet gebeuren. Om deze reden is er een nieuwe subsidieregeling waarmee niet alleen buurthuizen, maar ook sportinstellingen en culturele instellingen in 2025 en 2026 kunnen werken aan toegankelijkheid. Hierbij gaat het niet alleen om fysieke toegankelijkheid, maar ook om digitale en sociale toegankelijkheid. Zoals in de reactie op het rapport te lezen valt, breidt het college nu deze regeling uit met een extra budget voor buurthuizen.
Daarnaast wordt er een flinke impuls gegeven aan het toegankelijk maken van bestaande woningen en wooncomplexen en daarover wordt later in deze vergadering nog apart gesproken. De wethouder vertelt dat betaalbare ruimte schaars is in Amsterdam en dat het soms lastig is om panden toegankelijk te maken. Er is dus veel werk te doen en de constatering van de Rekenkamer dat er nog geen goed overzicht is van de toegankelijkheid van buurthuizen op verschillende aspecten is correct. De belangrijkste actie is nu om een eerste inzicht te krijgen in de toegankelijkheid van 144 buurtkamers, veertig huizen van de wijk en 47 andere locaties. Vervolgens kan worden gekeken wat er moet worden gedaan om de
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
toegankelijkheid te verbeteren. Het gaat erom om dat Amsterdammers thuis kunnen opzoeken hoe de toegankelijkheid is van de locatie waar ze naartoe willen, en amsterdam&partners gaat dat inzichtelijk maken met uniforme symbolen. De wethouder vindt het belangrijk dat mensen weten waar ze aan toe zijn en daartoe wordt ook samengewerkt met Cliëntenbelang Amsterdam. Er komt zoals gezegd een impuls met extra subsidie, maar er zullen op termijn veel meer middelen nodig zijn en dat is de oproep die de wethouder meteen doet aan de raad en straks de onderhandelende partijen. Er moet substantieel budget bij om echt grote stappen te zetten, niet alleen om het eigen vastgoed toegankelijker te maken maar ook vastgoed van andere partijen. De NEN-norm wordt tegenwoordig standaard meegenomen bij nieuwbouw. De wethouder zet uiteen dat het heel belangrijk is dat er in de sociale basis veel meer moet gebeuren en dat toegankelijkheid systematisch onderdeel wordt van de gesprekken met sociale basispartijen. Een groot deel van deze partijen krijgt geen jaarlijkse subsidie meer, maar een subsidie voor zes jaar. Dat geeft de partijen ruimte om te bouwen aan een netwerk en bekendheid in de buurt en de gemeente krijgt meer ruimte doordat er niet continu plannen en prestaties beoordeeld hoeven te worden.
Hierdoor ontstaat er ruimte om het gesprek aan te gaan met de sociale basispartijen en te kunnen evalueren. Toegankelijkheid is hierin een cruciaal onderdeel. Wethouder SCHOLTES antwoordt op de suggestie van lid Hylkema om openingstijden en activiteiten zichtbaar te maken bij het buurthuis dat niet alles vanuit de Stopera bepaald moet worden. Er lopen in de stadsdelen gesprekken over wat de specifieke opgave is en wat er nodig is. De wethouder denkt dat daar het aanbod op moet worden aangepast. Verder wordt het voor sommige vrijwilligers lastig als de openingstijden worden verruimd en ook daarvoor moet ter plekke worden gekeken wat er nodig en mogelijk is. De wethouder rekent erop dat de stadsdelen daar zelf het gesprek over zullen aangaan met de buurthuizen. Op de vraag van het lid Wehkamp over de bekendheid van buurthuizen antwoordt de wethouder dat de middelen beperkt zijn en dat er nu voor gekozen is om te werken aan concrete verbetering van de toegankelijkheid. Met het werk aan de digitale voordeur wordt er natuurlijk ook gewerkt aan een soort digitale sociale kaart, waarbij de wethouder hoopt dat de IZA-transformatiebudgetten overeind blijven. Hiermee kunnen digitaal vaardige Amsterdammers snel naar het juiste aanbod in de buurt worden geleid en dat komt ook het inzicht in het totale aanbod in een buurt ten goede.
De wethouder denkt dat veel mensen goed weten waar ze terecht kunnen, maar dat er dan niet alleen gekeken wordt naar een overzicht van buurthuizen maar naar de plaats waar mensen met hun specifieke behoefte terecht kunnen. Het lid HYLKEMA vraagt in een interruptie of de wethouder 48 procent herkenbaarheid acceptabel is en wat de ambitie is. Wethouder SCHOLTES is van mening dat niet alles in kwantitatieve doelstellingen berekend moet worden. Het is volgens de wethouder veel belangrijker dat de stadsdelen met alle partners en de bewoners met elkaar de opgave in de buurt vaststellen en dat er vervolgens op deze opgave gehandeld wordt. Het gaat de wethouder erom dat er mensen worden geholpen en bij elkaar worden gebracht. Lid HYLKEMA stelt dat de cijfers laten zien dat het aanbod niet aansluit omdat heel weinig Amsterdammers weten dat buurthuizen bestaan. Weinig Amsterdammers gaan naar de buurthuizen en de buurthuizen die er zijn hebben ’s avonds beperkte openingstijden van vijf uur per week. Het lid is van mening dat er juist naar deze cijfers moet worden gekeken om dat te kunnen verbeteren. Wethouder SCHOLTES herhaalt dat er niet alleen naar de cijfers moet worden gekeken, maar naar een breder verhaal. De wethouder vindt dat je niet op basis van cijfers kunt constateren of er wordt voldaan aan de vraag.
In de sociale basis heeft de wethouder zelf gezien dat er veel aanbod is dat heel goed past bij de vraag, bijvoorbeeld bij activiteiten voor mensen met een licht verstandelijke beperking of mensen met dementie. Voor deze mensen is het belangrijk dat er een rustige ruimte beschikbaar is en geen overvol buurthuis. Als voorbeelden noemt de wethouder de Huizen van de Tijd en de Odensehuizen. De wethouder verwijst naar de recente brief over wat er met extra geld voor ouderen is gebeurd binnen de sociale basis en legt uit dat het weliswaar goed is dat meer mensen gebruik gaan maken van de sociale basis, maar dat het sturen op kwantitatieve doelstellingen hier te beperkt is.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
In antwoord op de vraag van het lid Wehkamp over de bezettingsgraden van de buurthuizen vertelt de wethouder dat daar op dit moment geen inzicht in is. Er wordt wel geprobeerd om hier meer inzicht in te krijgen, maar de wethouder heeft eerder ruimtegebrek gesignaleerd dan onderbezetting en hij maakt zich hier geen zorgen over. De wethouder juicht meer verdieping voor jongeren in de vorm van filosofie of psychologie toe en hoopt dat dit door de jongeren goed kenbaar wordt gemaakt zodat het jongerenwerk erop kan inspelen. In Zuidoost is onlangs OBA Next Lab geopend en met programma’s als Tumo worden er veel kansen gecreëerd voor jongeren. Jongeren uit de hele stad kunnen hier veel leren over programmeren, design, muziek et cetera. Over het betrekken van de stadsdelen bij het traject legt de wethouder uit dat er na het verschijnen van een onderzoeksrapport altijd een relatief korte tijd beschikbaar is voor een bestuurlijke reactie. Er was geen ruimte voor een traject met stadsdelen, maar de wethouder geeft aan dat er goed contact is met de stadsdelen en zij worden in het vervolgtraject goed betrokken. De wethouder onderschrijft dat de stadsdelen het beste inzicht hebben in de sociale basis en wat daar aan opgaven speelt. Lid WEHKAMP vraagt in een interruptie of het rapport niet alleen bij de stadsdeelbesturen maar ook bij de stadsdeelcommissies wordt geagendeerd.
Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de stadsdeelcommissies hun eigen agenda beheren, dus dat ze het rapport zelf agenderen als ze het willen bespreken. De wethouder herhaalt dat het college een conceptrapport onder embargo heeft ontvangen. Daarna was er een aantal weken om te reageren en in die tijd was het reces. Er was ook om die reden geen mogelijkheid om een officiële adviesaanvraag te doen. De wethouder denkt dat het goed is als de stadsdeelcommissies kennisnemen van het rapport en dat het verder aan hen is om te bepalen of ze het willen agenderen. Op de vraag van het lid Van Pijpen bevestigt wethouder SCHOLTES dat NEN 9120, die gaat over toegankelijkheid van gebouwen, expliciet als norm is overgenomen voor nieuwbouw en de verbouw van buurthuizen. Hierbij is er de kanttekening dat het bij verbouw lastig is deze norm goed te hanteren. De wethouder wijst erop dat slechts 30 procent van de panden van de buurthuizen gemeentelijk eigendom is zodat voor aanpassingen van de andere panden toestemming en medewerking van de eigenaar nodig is. Verder licht de wethouder toe dat het onverstandig leek om weer een apart meldpunt te creëren omdat dat voor verwarring zou zorgen. 14020 heeft de opdracht om de meldingen door te geleiden naar de juiste directie.
De wethouder denkt dat deze werkwijze ook gaat bijdragen aan het overzicht van de totale toegankelijkheid van buurthuizen, dat hopelijk eind 2026 gereed is. Lid VAN PIJPEN geeft aan de term directies een beetje vaag te vinden. Het lid vraagt of de wethouder kan toezeggen dat de meldingen niet alleen beleidsmatig worden opgepakt maar ook worden opgelost. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat een melding wordt opgelost als het mogelijk is. Wel kan niet alles wat wordt gemeld meteen worden verholpen, met name bij grote dingen als een ontbrekende lift. Het streven is om eind 2026 volledig inzicht te hebben en dan met de beschikbare middelen zoveel mogelijk op te lossen. Op de vraag van lid Runderkamp over het beschikbaar maken van praktische informatie over buurthuizen bij buurtteams meldt de wethouder dat het inzicht dat beschikbaar komt, wordt gedeeld met alle partners, inclusief de buurtteams. Wethouder SCHOLTES gaat in op de vragen van het lid Badal. De wethouder heeft niet de indruk dat de horeca van de sociale basis duur is en merkt op dat de Rekenkamer dit ook niet had geconstateerd. Over het voorstel van het lid Badal om jongeren en bezoekers te betrekken bij het opknappen van buurthuizen legt de wethouder uit dat het niet gaat om opknappen maar om bouwkundige aanpassingen om de toegankelijkheid te verbeteren.
Dat moet professioneel gebeuren, maar als er buurthuizen zijn die daar jongeren of buurtbewoners bij willen betrekken dan is dat hun keus. Verder gebeurt het volgens de wethouder al dat bewoners meedenken over programmering van buurthuizen. De wethouder vindt niet dat er vanuit de Stopera moet worden opgelegd dat ieder buurthuis een gebruikersraad moet hebben. Op de vraag van het lid Badal wanneer een overzicht beschikbaar is over de fysieke toegankelijkheid meldt de wethouder nog voor de volledigheid dat dat eind 2026 zal zijn.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
De VOORZITTER sluit het agendapunt en laat het op verzoek van het lid Hylkema agenderen voor korte bespreking in de raad.
Onderwijs 4 Benoemen van een lid in de Raad van Toezicht van Stichting Orion (VN2025011831) Dit agendapunt wordt gehamerd. 5 Benoemen van een lid in de Raad van Toezicht van Stichting VierTaal (VN2025011854) Dit agendapunt wordt gehamerd. Jeugd(zorg) 6 Wijzigingsverordening Verordening vergoeding externe commissieleden (VN2025012498) Dit agendapunt wordt gehamerd. Publieke Gezondheid en Preventie 7 Dalende acceptatie homoverliefdheid en de afdoening van moties 599 en 596 inzake LHBTIQ+-acceptatie (VN2025-012630) Dit agendapunt wordt voorlopig afgevoerd in afwachting van de publicatie van een onderzoek van de UvA. 8 Behandeling moties 597 ‘Betrek de sociale omgeving bij preventie middelengebruik’ en 598 ‘Lobby ook voor aanpassing gokbeleid’ (VN2025-012629) Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 9 Beantwoording raadsadres ‘Ernstige nalatigheid en misstanden binnen het Klachtenteam Sociaal Domein/afdeling Wmo Woonruimteaanpassingen’ (VN2025012618) Het lid VAN PIJPEN zet uiteen dat de raad er voor en namens de Amsterdammers is en dat in deze zaal besloten wordt over regels, verordeningen en allerlei systemen voor de Amsterdammers. Het lid vindt het fijn dat er regelmatig mails komen van mensen die gevolgen ondervinden van deze besluiten en het lid probeert ze altijd te beantwoorden en er iets mee te doen.
Dat gebeurt altijd achter de schermen. Het lid vraagt zich af wat er van deze gevallen wordt geleerd en beschrijft een zaak waarbij een bewoner een traplift nodig had, maar dat een andere bewoner daar serieus hinder van ondervond. Deze zaak is maandenlang heen en weer geschoven waarbij veel mogelijke oplossingen geopperd en weer afgevoerd zijn. Het lid denkt dat met het geld dat hieraan besteed is een deel van het probleem al opgelost had kunnen zijn. Het lid vraagt aan de wethouder welke mogelijkheden het systeem biedt voor de gevallen dat belangen van Wmo-ontvangers botsen. Verder wil het lid van de wethouder weten waarom dit
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
specifieke probleem niet kon worden opgelost door het doorbraakteam dat hier juist voor is. Het lid BADAL is van mening dat er in dit soort gevallen, waar hulpbehoevenden elkaar tegenwerken, niet maandenlang moet worden vasthouden aan een onzekere oplossing. Er moet snel gehandeld worden en het lid vraagt of de wethouder kan aangeven binnen welke termijn er een oplossing kan worden verwacht en of het buurtteam kan helpen met de oplossing. Het lid wil graag weten hoe deze zaak versneld kan worden. Het lid RUNDERKAMP sluit zich aan bij de woorden van lid Van Pijpen. Het lid wil niet ingaan op de individuele casus, maar is in generieke zin benieuwd naar hoe deze zaak wordt opgelost, omdat het inmiddels een curieuze zaak is geworden met meerdere raadsadressen en antwoorden daarop die vervolgens herzien moeten worden. Het lid signaleert dat bouwvoorschriften vaak een probleem opleveren bij het inpassen van trapliften en dat er momenteel meerdere individuele casussen bij de rechter liggen. Het lid ziet dat er wat dit betreft een grote uitdaging ligt bij de ouderenhuisvesting en de opdracht om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen laten wonen. Hiervoor is het nodig dat oplossingen als trapliften mogelijk blijven.
Het lid roept op om de uitkomst van genoemde rechtszaken af te wachten en als blijkt dat er nieuw beleid op nodig is, dat toe te passen opdat trapliften een mogelijke oplossing kunnen blijven. Het lid VESSEUR stelt vast dat er in deze commissie al veel gesproken is over het functioneren van de Wmo en dat ook deze casus zorgelijk is. Het lid vraagt zich af of het hier om een op zichzelf staande casus gaat of dat deze casus een signaal is van een breder probleem. Een reactietijd van vier maanden is volgens het lid niet tijdig en zorgvuldig. Deze traagheid kan het vertrouwen in de gemeente aantasten en de afstand tussen burger en overheid vergroten, terwijl de gemeente deze afstand juist wil verkleinen. Het lid wil van de wethouder weten of er signalen zijn dat dit soort situaties vaker voorkomt, of dat het hier om een uitzondering gaat. Wethouder SCHOLTES deelt mede dat hij het treurig vindt dat er voor deze situatie nog geen oplossing gevonden is. In deze specifieke casus gaat iedere oplossing voor een familie ten koste van een andere familie in hetzelfde pand. Soms duurt het even voordat voor een bepaalde oplossing bereikt is. Aan deze casus is al erg lang gewerkt en ook het doorbraakteam is er nu bij betrokken. Er wordt gezocht naar een oplossing in gezamenlijkheid met de woningcorporatie, het expertiseteam Brandveiligheid en met de bewoners.
Daarbij moeten alle belangen en mogelijkheden zorgvuldig worden afgepeld en dan hoopt de wethouder dat er snel een oplossing gevonden wordt. Het is wel mogelijk dat er een belangenafweging gemaakt moet worden, want in Amsterdam zijn er nu eenmaal veel woningen die slecht toegankelijk zijn en waar de ruimte beperkt is. De wethouder wil graag dat mensen met een beperking en ouderen zo lang mogelijk veilig thuis kunnen blijven wonen maar voorziet dat er voorbeelden komen waarbij blijkt dat het niet meer mogelijk is een pand veilig te maken. Dan moet er worden gezocht naar een alternatief. Uit een rapport van de ombudsman is gebleken dat de klachtafhandeling in Amsterdam niet op orde was en daarop zijn maatregelen genomen. Dat neemt niet weg dat deze zaak veel te lang is doorgegaan. In reactie op de vraag van lid Runderkamp over bouwvoorschriften stelt wethouder SCHOLTES dat daar vaak al over gesproken is. Bouwvoorschriften staan bijvoorbeeld soms de installatie van een traplift in de weg vanwege de brandveiligheid. Deze casussen zijn erg lastig op te lossen en naast het eventueel aanpassen van regelgeving denkt de wethouder dat de lessen uit bestaande casussen moeten meegenomen naar de toekomstige werkwijze. Op de vragen van lid Vesseur herhaalt wethouder SCHOLTES dat de klachtafhandeling onder de loep wordt genomen en dat daar ook met de ombudsman over gesproken is.
Verder voorziet de wethouder dat dit soort casussen in de toekomst meer gaat voorkomen en daarvoor zal in de werkwijze van de gemeente en die van Argonaut iets moeten veranderen bij het toekennen van dit soort voorzieningen. De wethouder geeft aan dat het kan voorkomen dat er soms geen oplossing kan komen die voor iedereen
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
werkbaar is. De wethouder zegt toe de commissie op de hoogte te houden van de vorderingen die gemaakt worden na het gezamenlijk optrekken met de corporatie en andere partijen. In een interruptie adviseert het lid VAN PIJPEN om ook de mogelijkheid van arbitrage te onderzoeken. Op een gegeven moment moet er een besluit worden genomen en mensen moet hun rechtspositie kunnen bepalen. Verder vraagt lid of er een brief van de wethouder komt als de regelgeving bekeken is. Lid RUNDERKAMP licht in een interruptie toe dat de twee vragen over de besproken casus en de bouwvoorschriften geen verband houden met elkaar. De vraag over bouwvoorschriften was een generieke vraag en signaleert dat zelfstandig blijven wonen in een vergrijzende samenleving vraagt om bouwvoorschriften die dat mogelijk maken. Wethouder SCHOLTES licht toe dat in de nieuwe subsidieregeling, die later in deze vergadering besproken wordt, de mogelijkheid is opgenomen om collectieve trapliften te installeren. Dat kan voor sommige casussen een oplossing zijn. De suggestie van lid Van Pijpen om arbitrage in te zetten wordt door de wethouder meegenomen en hij komt erop terug. Verder zegt de wethouder toe dat de commissie wordt geïnformeerd als er procedures worden aangepast op basis van wat er uit deze casus is geleerd. De VOORZITTER sluit het agendapunt.
10 Bespreken van de bestuursrapportage Uitvoeringsagenda Ouderenhuisvesting (VN2025-012627) Het lid VAN PIJPEN wil graag weten hoe het in Amsterdam is gesteld met eventuele leegstand of het verdampen van de wachtlijsten voor de verpleeghuiszorg. Dit is een ontwikkeling die landelijk wordt gezien. Verder merkt het lid op dat er in de rapportage een prognose is van 24 miljoen euro voor Wmo-kosten. In de begroting voor 2026 staat daar echter een daling voor en het lid is benieuwd hoe zich dat tot elkaar verhoudt. Verder vraagt het lid of de wethouder een toelichting wil geven op de vermelding in het rapport dat alle woonzorgcirkels Lang Leven Thuisflats worden. Volgens het lid was dit niet de bedoeling van de woonzorgcirkels. Het lid heeft in het rapport gelezen dat er afspraken komen over een preferente aanbieder voor huishoudelijke zorg en vraagt of dat ook voor andere zorg gebeurt. De vertraging van de realisering van zorgwoningen is volgens het lid heel slecht nieuws. Vergrijzing stopt niet maar is ook op een gegeven moment weer voorbij. Het lid vindt dat er vanuit dit perspectief gekeken moet worden, dat corporaties hierover onder druk gezet moeten worden en vraagt hoe de wethouder dit gaat aanpakken. Tot slot refereert het lid aan de inspraak over de meergeneratiewoongroepen.
Het lid juicht deze ontwikkeling toe en wil graag weten hoe ervoor kan worden gezorgd dat deze initiatieven kansrijk zijn. Het lid VON GERHARDT vraagt in een interruptie of GroenLinks tevreden is over wat er gebeurt, mede gezien de productie van oudere woningen. Het lid VAN PIJPEN antwoordt dat het altijd beter kan. In een vervolginterruptie vraagt het lid VON GERHARDT of GroenLinks vindt dat het college meer zou moeten doen om de doelstellingen te behalen. Het lid VAN PIJPEN verwijst naar de bijdrage van GroenLinks bij het vaststellen van de uitvoeringsagenda voor dit onderwerp. Het lid BADAL bedankt de inspreker en lid Van Pijpen. Het lid deelt mede dat het CDA de voortgang in de Lang Leven Thuisflats en de samenwerking met corporaties waardeert. Het lid stelt vast dat de stad vergrijst en dat er goed moet worden nagedacht over woningen voor ouderen. Het CDA maakt zich zorgen over de betaalbaarheid van de Lang Leven Thuisflats en vraagt rond het Venserproject specifiek aandacht voor 136 Hindoestaanse ouderen. Deze groep heeft verbroken beloftes ervaren over het aantal beschikbaar komende woningen en het herplannen van een activiteitenruimte naar kantoorruimte. Het lid vraagt zich af hoe dit overeenkomt met de ambities voor inclusieve ouderenhuisvesting. Het lid vraagt of de wethouder bereid is om deze groep te ontmoeten voor een constructief gesprek.
Ook wil het lid weten of de wethouder samen met
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 1 oktober 2025
bestaande of nieuwe partners alsnog een concreet aanbod kan ontwikkelen. Tot slot vraagt het lid hoe dit proces bij de betrokken woningcorporatie is verlopen. Het lid RUNDERKAMP stelt vast dat veel ouderen wonen op een manier die binnenkort niet meer past bij hun leeftijd. De stad moet ervoor zorgen dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen. Na het lezen van de uitvoeringsagenda is het lid benieuwd hoe het staat met twee eerder aangenomen moties. De motie Bouw nieuw voor oud roept het college op te verkennen of het mogelijk is om vanuit de gemeente een aantal locaties exclusief aan te bieden voor woningbouw voor ouderen. De tweede motie waaraan het lid refereert is de motie om per stadsdeel de vraag naar Lang Leven Thuisflats voor ouderen met een migratieachtergrond te onderzoeken, de ruimtelijke mogelijkheden daarvan in kaart te brengen en een pilot op te zetten. Het lid VON GERHARDT vraagt in een interruptie of het lid Runderkamp tevreden is met wat er op dit moment gebeurt. Het lid RUNDERKAMP antwoordt dat het altijd beter kan. Het lid VON GERHARDT stelt in een vervolginterruptie dat iedereen vindt dat het altijd beter kan en denkt dat het niet lukt gestelde doelen te halen. Het lid mist hierin een stappenplan of een plan van aanpak, en vraagt of de PvdA dat ook mist.
Het lid RUNDERKAMP mist dat niet en vindt dat er juist uitvoerig over plannen en over de inzet van het college wordt gesproken. Het lid mist wel een specifiek plan, bijvoorbeeld over de motie Bouw nieuw voor oud. Het lid zou daar graag een update over krijgen. Het lid VON GERHARDT zet in een interruptie uiteen dat het tempo waarmee geclusterde woningen worden gebouwd, achterblijft bij de plannen. Het lid vraagt of het lid Runderkamp bereid is om samen te strijden om ervoor te zorgen dat de beoogde bandbreedte gehaald gaat worden. Het lid RUNDERKAMP denkt dat de commissie en het college ervan doordrongen zijn dat het belangrijk is dat er meer woningen komen in Amsterdam. Ieder jaar wordt ervoor gestreden om niet alleen voor ouderen, maar voor alle doelgroepen zoveel mogelijk woningen te realiseren. Het lid ziet dat de cijfers er voor dit jaar relatief goed uitzien, maar stelt vast dat er meer moet worden gebouwd in Amsterdam, zowel voor ouderen als voor andere doelgroepen. Het lid WEHKAMP stelt net als voorgaande sprekers vast dat de vergrijzing groeit en dat huisvesting hier net als doorstroming een belangrijke rol in speelt. Het lid benadrukt het belang van gemeenschapszin en sociale samenhang. Het lid is blij dat er sociale zorgzame buurten worden genoemd in het plan en vindt het belangrijk dat er ook laagdrempelige contactmomenten zijn.
Uit een gesprek met Cliëntenbelang blijkt bijvoorbeeld een rollatorradius van vijfhonderd meter belangrijk te zijn en daar zijn nog wat zorgen over. Het lid refereert aan de bureaucratische hindernissen die er kunnen zijn bij het aanpassen van woningen en bij de Wmo en is benieuwd hoe het daarmee staat. Het lid VON GERHARDT betoogt dat ouderenhuisvesting ontzettend belangrijk is. Niet alleen zorgt het voor een fijne woonplek voor ouderen, ook is het essentieel voor de doorstroming. Veel ouderen wonen in een woning die te groot voor ze is en het opzetten van een verhuisketen is goed voor het beschikbaar komen van geschikte woningen voor iedereen. Het lid denkt dat er om deze redenen meer ingezet moet worden op het realiseren van ouderenwoningen want er zijn de afgelopen jaren veel minder gerealiseerd dan afgesproken. Volgens de nieuwe scenario’s moeten er per jaar ongeveer dertienhonderd nieuwe geclusterde woningen bij komen, maar er zijn er in ongeveer vier jaar tijd slechts duizend gebouwd. Het lid maakt zich hier zorgen over en vraagt zich af hoe de gemeente ervoor gaat zorgen dat de doelstellingen van dertienhonderd per jaar wordt gehaald. Het lid denkt dat er voor geclusterde ouderenwoningen streefgetallen moeten komen omdat daarmee de doorstroomketen kan worden bewerkstelligd.