2025-09-10 OPENBAAR conceptverslag OZA.pdf
Tekst van het document
De directeur heeft al bij Leeuw&Sluis aangegeven dat de regiofunctie voor Diemen, Muiden en Nigtevecht met de huidige groei op termijn niet meer houdbaar is en het zou goed nabuurschap zijn als de gemeente Amsterdam dit herkent en hierover met buurgemeenten in conclaaf gaat.
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Het lid EMMERIK vindt het verheugend dat er een versnelling gaat plaatsvinden van de kindcentra en het voortgezet onderwijs richt 2041, maar signaleert dat de woningbouw veel sneller gaat dan de voorzieningen. Niet alleen de bouw van scholen loopt achter, ook sport, speeltuinen, huisartsenzorg en groen en dat zet de leefbaarheid van de wijk onder druk. Het lid vraagt zich af of de prognose nu ruim genoeg is en of er niet een versnelling valt te verwachten in 2032 of 2041. Verder vraagt het lid zich af waar de verwachte 2400 leerlingen waar het Vechtstede College volgens de prognose op uit gaat komen moeten blijven als de capaciteit van het huidige gebouw en de te bouwen dependance opgeteld 2100 leerlingen bedraagt. Tot slot wil het lid graag weten hoe er wordt voorkomen dat er bij andere gebiedsontwikkelingen als Nieuwe Kern en Amstelkwartier ook verkeerde prognoses worden gemaakt met alle gevolgen van dien. Het lid hoopt dat er naast de extra schoolplekken ook versneld sport, groen, zorg en ov versneld worden gerealiseerd in Weespersluis. Het lid WEHKAMP sluit zich aan bij de vraag van het lid Runderkamp over de kinderopvang en bij de vragen over regionale spreiding en het betrekken van bewoners.
Het lid vraagt zich af of het een gangbare ontwikkeling is dat er bij scholen geen schoolpleinen meer worden aangelegd omdat het haar bij een tweetal scholen is opgevallen dat er geen schoolplein is. Het lid wil graag weten hoe er gezorgd wordt voor een goed participatietraject voor de dependance en hoe er voor gezorgd wordt dat de ruimte die nu gebruikt wordt voor de opvang van de tijdelijke leerlingenpiek ook na de piek goed benut wordt. Wethouder MOORMAN licht toe dat de eerste prognose is gemaakt op basis van Amsterdamse gemiddelden, omdat er een prognose gemaakt moest worden voor een nieuwe wijk. Alleen is voor deze wijk de vertrekkans veel kleiner dan gemiddeld in Amsterdam, doordat er zich veel jonge gezinnen vestigen. Daarom is er nu een prognose gemaakt met een referentiegebied met een vergelijkbare vertrekkans. En dat is ook het antwoord op de vraag van het lid Emmerik of de prognose nu toekomstbestendig is. Er worden geen grote verschuivingen verwacht. Wel zijn er uiteindelijk veel meer woningen gebouwd dan dat er maatschappelijke voorzieningen zijn en hier zit een historie aan die soms gevoelig ligt en Weespers zijn nog niet zo heel lang Amsterdammers. De wethouder refereert in dat opzicht ook aan de opmerking van het lid Badal over de import van kinderen. Er is in het verwijsgebied Weesp een probleem en in Zuidoost is er geen probleem.
Ouders hebben het recht om hun kinderen overal in te schrijven, maar daar moeten dan wel voldoende plaatsen beschikbaar zijn. In Weesp lijkt dat probleem nu opgelost te zijn met de komst van twee extra scholen in 2028. Wel moet er aandacht zijn voor mogelijke netcongestie, zoals het lid Badal ook aangaf. Waarschijnlijk zullen er extra maatregelen genomen moeten worden, want die mogelijke congestie is pas in 2030 opgelost en het kan niet zo zijn dat deze scholen er daarom niet komen. Op de vraag van lid Runderkamp of deze misrekeningen ook in andere gebieden spelen antwoordt de wethouder dat dat moeilijk voor te stellen is vanwege de bijzondere historie van dit gebied en dat dat zich in ieder geval niet heeft voorgedaan in de periode dat de wethouder hier als wethouder verantwoordelijk voor is. Wel is er op dit gebied ook in de toekomst waakzaamheid geboden. Over het mogelijke gebrek aan kinderopvangplekken meldt de wethouder dat het moeilijk is om daar goed zicht op te krijgen, omdat kinderopvang niet valt onder de Leerplichtwet. Wel bouwt de gemeente ikc’s en daar komen plekken voor beschikbaar . De wethouder kan zich voorstellen dat er meer plaats nodig is en er moet worden bekeken of het mogelijk is om meer plek te maken, bijvoorbeeld in het Muiderslotpark. Er zal dan een goede balans moeten worden gezocht, omdat daarop weerstand van bewoners wordt verwacht.
Het lid VAN DER KAMP vraagt hoe de gemeente in de positie kan komen om hierop te sturen. Kinderopvang is een marktkwestie, maar in praktische zin zit het in maatschappelijk vastgoed. Wethouder MOORMAN geeft aan het zorgelijk te vinden dat er wachtlijsten zijn in de kinderopvang. De gemeente probeert te sturen waar het kan. De gemeente doet op
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
bepaalde plaatsen al veel meer dan waar ze verantwoordelijk voor is, maar tegelijkertijd zijn de mogelijkheden beperkt, enerzijds omdat de gemeente niet altijd zeggenschap heeft en anderzijds omdat het extra ruimte inneemt, inclusief het doorlopen van geldende procedures. Het lid VAN DER KAMP vraagt in een interruptie of dit nog in lijn te plaatsen is met bijvoorbeeld de VVE-aanpak die misschien deels een oplossing kan zijn hoewel het geen kinderopvang is. De wethouder antwoordt dat er daarom ikc’s worden gebouwd, zodat er voorschoolplekken beschikbaar zijn. Wel is er nog wat tijd te overbruggen en het is passen en meten en balanceren tussen de wens tot het oplossen van alle wachtlijsten enerzijds en de verantwoordelijkheden anderzijds. Wethouder MOORMAN sluit aan op de vraag van het lid Hendriks over noodlokalen en deelt mede dat dat een jaar geleden is gedaan omdat er al extra ruimte nodig was voordat de nieuwbouw start. Dat heeft bij omwonenden weerstand opgeleverd, maar geen onderwijs geven is geen optie, dat is een wettelijke taak. Momenteel ziet het ernaar uit dat het, met de huidige prognoses, de twee te bouwen scholen inclusief de uitdaging van de netcongestie en een strakke tijdsplanning, allemaal gaat lukken.
In een interruptie spreekt het lid HENDRIKS zijn zorg uit over de strakke tijdplanning en de discrepantie tussen de oplevering in 2028 en de netcongestie die gaat duren tot 2030. Het lid vraagt hoe deze discrepantie wordt opgelost. De wethouder meldt dat dan bijvoorbeeld moet worden gedacht aan noodaggregaten. Er zal ergens stroom vandaan moeten komen want een school zonder elektriciteit is geen functionerende school. Het lid HENDRIKS vraagt zich af hoe de wethouder omgaat met de te verwachten weerstand in de buurt, omdat aggregaten veel lawaai maken en mogelijk vervuilend zijn. De wethouder antwoordt dat Amsterdam hier al behoorlijk wat ervaring mee heeft en bovendien een minder groot probleem heeft dan veel andere gemeenten omdat een groot deel van de scholen al was ingetekend en was meegenomen in de berekeningen. Er wordt door een team stevig nagedacht over hoe hier zo goed mogelijk mee om te gaan, waarbij alle genoemde punten meegenomen worden. Het lid HAIJEN merkt nog op dat de gemeente niet compleet machteloos is op het punt van netcongestie, omdat er voorrang gegeven kan worden aan scholen. Binnenkort ligt er een prioriteringskader en misschien kan de wethouder met wethouder Pels in conclaaf om deze scholen met voorrang aan te sluiten. Wethouder MOORMAN zegt toe dit te doen, mits er daadwerkelijk genoeg stroom is.
Wat betreft de vraag van het lid Van der Kamp over de toekomstige capaciteit van het Vechtstede College meldt de wethouder dat de echte piek in 2040 komt te liggen. Dat lijkt ver weg, maar er moet natuurlijk wel vooruit gepland worden. Zoals het er nu uitziet is er voldoende ruimte. Er is een inventarisatie gedaan van waar leerlingen van het Vechtstede College vandaan komen en voor welke scholen kinderen uit Weesp kiezen en de prognose is nu dat het allemaal goed lijkt te passen. De wethouder meldt dat de vraag van het lid Emmerik al beantwoord is met het toelichten van de vertrekkans. Wat betreft de vraag van het lid Wehkamp over het ontbreken van schoolpleinen is het zo dat er in de verordening bij het vo geen schoolpleinen staan. Er zijn dus meerdere middelbare scholen zonder schoolplein. Het lid WEHKAMP vraagt waarom hiervoor wordt gekozen, omdat een schoolplein vaak een buurtfunctie heeft. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit al gedurende haar hele periode als wethouder zo is geweest en dat dit niet veranderd is in de verordening. Ook is er geen geld voor binnen de onderwijshuisvesting. De wethouder meldt in antwoord op de vraag
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
van het lid Wehkamp over participatie dat die zeker plaatsvindt en dat de trajecten intensief zijn. Tegelijkertijd vindt de gemeente dat er gewoon goed onderwijs moet zijn. Het lid WEHKAMP stelt in een interruptie het daar mee eens te zijn, maar dat het begrip wel kan worden vergroot als men met elkaar in gesprek gaat. Wethouder MOORMAN meldt hierop dat de wethouders naar gebieden gaan om erover te praten met bewoners. Alleen leidt dat niet altijd tot een door de bewoners gewenste uitkomst en participatie is ook niet gelijk aan het krijgen van een gewenste uitkomst. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 11. Bespreken van de Brede Monitor en het onderzoeksrapport Vindplaatsen verborgen armoede (VN2025-010644) Het lid NIJHOF spreekt zijn compliment uit over het feit dat er een mooie structurele daling te zien is in de aantallen van de groepen waar het beleid over gaat. Het lid vraagt zich af wanneer de cijfers over 2023 en 2024 beschikbaar zijn en in hoeverre de aanpak met de familiescholen een goede bijdrage is om nog meer mensen te kunnen bereiken die onder de verschillende armoederegelingen vallen. Ook zijn delen van deze groep soms elk jaar hun eigen risico voor de zorgverzekering kwijt vanwege chronische ziekte en het lid vraagt hoe mensen daarin ondersteund kunnen worden.
Het lid WEHKAMP vraagt of voor het in kaart brengen van alle bestaande armoederegelingen aansluiting wordt gezocht bij de digitale voordeur. Ook wil het lid graag weten of en hoe er samenwerking wordt gezocht met ondernemers en dan met name de opties die in het rapport genoemd zijn, zoals VNO-NCW en MKB Nederland. In Nijmegen wordt er bijvoorbeeld samengewerkt met Marktplaats en in Flevoland worden vouchers uitgegeven aan ondernemers. Hoe kunnen de lessen van andere gemeenten worden meegenomen in het Amsterdamse beleid? Een van de aanbevelingen is om binnen gemeenten meer samen te werken, bijvoorbeeld met economische zaken. Onderzoekers geven aan dat er vaak te weinig aandacht voor deze samenwerking is. Het lid BELKASMI spreekt mede namens het lid Bouhassani. Armoede leidt tot veel kansenongelijkheid. Jongeren groeien daarin op en krijgen daarom ook onvoldoende kansen. In de ideale wereld heeft iedereen bestaanszekerheid en vormt geld geen belemmering om te komen waar je wilt komen. Helaas zijn we nog niet op dat punt en zijn armoederegelingen hard nodig, zodat kinderen in armoede ook kunnen sporten, minimaouderen met het ov kunnen reizen, et cetera. De motie om de vermogensgrens voor ouderen te verhogen heeft ertoe geleid dat 1400 extra Amsterdamse ouderen kunnen worden geholpen.
Daarnaast ziet het lid een aantal hele goede aanbevelingen en vindt hij het belangrijk dat er wordt gekeken naar nieuwe vindplaatsen. Hiervoor vraagt het lid dan ook expliciet aandacht, juist ook voor informele instellingen die vaak ook heel veel vertrouwen hebben gewonnen waardoor misschien dat bereik nog verder verhoogd kan worden. Het lid HAIJEN constateert dat er een grote groep Amsterdammers is die wel werkt en toch arm is. Ten eerste vindt het lid dat werkgevers gewoon een leefbaar loon moeten betalen, waarvan mensen kunnen leven. Het lid heeft wethouder Moorman horen zeggen dat wordt geprobeerd om met werkgevers in bepaalde branches afspraken te maken en dat ook wordt geprobeerd om mensen te wijzen op het woud aan gemeentelijke regelingen. Het lid wil graag van de wethouder weten hoe dit in de praktijk gaat.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Het lid ABOELKASEM stelt dat armoede steeds zichtbaarder wordt, ook onder werkenden. Vooral mensen met de part-time-baan, uitzendkrachten en zzp'ers met een wisselend inkomen worden hiermee geconfronteerd. Juist bij uitzendkrachten is de onzekerheid groot vanwege de wekelijkse wisseling in werktijden. Zonder vast contract is het lastig om stabiliteit te krijgen en duidelijkheid over recht op de regeling. Het lid stelt voor om de campagne uit te breiden naar uitzendbureaus, zodat daar direct informatie kan worden verstrekt over armoede en over de kindregelingen. Daarnaast zijn er signalen over inwoners die net buiten de inkomensgrens vallen terwijl het grote gezinnen betreft met hogere kosten. Te denken valt aan kinderen die willen sporten en daarbij komt ook de dalende koopkracht, waardoor gezinnen financieel steeds minder ruimte hebben voor activiteiten. De vraag aan de wethouder is of er kan worden bekeken of de inkomensgrens voor de stadspas kan worden verhoogd. Zo wordt de kansenongelijkheid verkleind en kunnen meer gezinnen ondersteuning krijgen waar ze die nodig hebben. Tot slot vraagt het lid aandacht voor de app Verborgen Schatten. Dit is een app waarmee inwoners in stadsdeel Zuidoost kunnen zien waar zij gratis kunnen eten en kleding en ondersteuning kunnen aanvragen.
Gezien de stijgende armoede in de stad wordt de wethouder gevraagd of deze app uitgebreid kan worden naar de gehele stad. Het lid KABAMBA constateert dat er ondernemers zijn die het moeilijk hebben en die niet weten dat er mogelijkheden bestaan. Het lid vraagt of de wethouder open staat voor mogelijkheden dat jongeren, mensen die deze mensen bijstaan, of mensen zelf ideeën kunnen aandragen over hoe ze bereikt kunnen worden met de regelingen die er zijn. Daarnaast wil het lid graag weten hoeveel contact er is met etnisch ondernemende groepen die samenkomen om elkaar te ondersteunen, zodat via die weg ook de mensen kunnen worden bereikt die eigenlijk of niet weten dat ze geholpen kunnen worden of niet durven te vragen om hulp. Tot slot vraagt het lid hoe kinderen hun ouders bij kunnen staan, vooral kinderen die financieel of op een andere manier mantelzorger zijn, of kinderen die verborgen armoede meemaken. Het lid VAN DER KAMP merkt, mede namens lid Hylkema, op dat er een raadsledenmotie bestaat voor het versimpelen van armoederegelingen. De vraag aan de wethouder is of dit kan worden meegenomen in het communicatieplan voor verborgen armoede. Wethouder GROOT WASSINK deelt in reactie op de vraag van het lid Nijhof mede dat de gevraagde cijfers altijd tweejaarlijks zijn.
In de commissievergadering van 5 november aanstaande wordt de armoedemonitor 23 gepresenteerd en in 2026 herhaalt zich dat voor 25. Dat is de systematiek die daarin wordt gehanteerd. Voor wat de familiescholen meldt de wethouder dat dit een heel goed concept is. De gemeente heeft het doel het gebruik van alle gangbare regelingen te vergroten en de bekendheid wordt onder meer vergroot door gebruik te maken van informele organisaties en netwerken in de stad. Op de vraag van het lid Nijhof over extra kosten die minima maken voor bijvoorbeeld het eigen risico, wijst de wethouder op de regeling tegemoetkoming meerkosten. Een overzicht van de precieze vergoedingen is te vinden op de website. De wethouder denkt sowieso dat het een goed idee is om het eigen risico af te schaffen, maar het klopt inderdaad dat mensen het ook bij een chronische ziekte kwijt zijn. Voor wat betreft de vraag van het lid Wehkamp deelt de wethouder mede dat de gemeente probeert om veel dingen digitaal te doen, maar dat er onderbenutting blijkt bij mensen die bijvoorbeeld niet digitaal vaardig zijn. Er wordt wel ingezet op volwasseneducatie, maar de digitale voordeur is in ieder geval nooit de enige oplossing omdat er een grote groep mensen is die qua toegang iets anders nodig heeft. Wat dat betreft is de benadering met informele netwerken veel effectiever.
De vraag van het lid Kabamba vindt de wethouder een interessante. Het blijkt dat ondernemers wel regelingen kunnen vinden, want in de COVID-19b-tijd stonden er in vijf weken veertigduizend ondernemers voor de Tozoregeling op de stoep. Als follow-up daarvan is ook het programma Veerkracht ontwikkeld waarmee ondernemers goed konden worden ondersteund. Er zijn dus zzp'ers, maar ook soms kleine ondernemers die op het bestaansminimum leven waar veel verschillende dienstverleningen voor zijn aangeboden. Onder andere: zullen we nou eens kijken naar je
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
businessmodel? Kunnen we je helpen met schulden? Zijn er regelingen waar je gebruik van kunt maken? De wethouder ziet dat er in Amsterdam een uitgebreide aanpak is ten aanzien van de door het lid Wehkamp genoemde vouchers. Voor deze groep wil de gemeente alles in het werk stellen om te bekijken of mensen daarin ondersteund kunnen worden. Er is heel intensief contact met MKB Amsterdam en andere organisaties. Het probleem is wel dat de ondernemer niet bestaat en er veel ondernemers zijn die moeilijk aan te spreken zijn. Het lid KABAMBA vraagt in een interruptie of de database die in coronatijd is opgezet nog actief is en nu kan worden gebruikt om mensen te benaderen die wel regelingen kunnen gebruiken maar daar om uiteenlopende redenen niet om vragen. De wethouder antwoordt dat deze database de afgelopen jaren absoluut is ingezet. Hij denkt ook dat er voor veel ondernemers een soort mentale barrière bestaat om de gemeente te benaderen. Het lid WEHKAMP merkt op dat slechts veertien procent van de zelfstandigen in Amsterdam gebruik maakt van de armoederegelingen waar ze recht op hebben. Het lid vraagt welke lessen er meegenomen worden uit het rapport, of er naast het uitdelen van vouchers bijvoorbeeld wordt gekeken naar adverteren via Marktplaats. De wethouder zegt dat dat niet zo is, maar vindt dat je zou moeten streven naar groter gebruik.
Tegelijkertijd ziet de wethouder bij deze groep ook onwil om gebruik te maken van regelingen. Ook vanuit de dienstverlening voor zelfstandigen, via bijvoorbeeld het regionaal werkcentrum kan er best worden bekeken of er meer gedaan kan worden. De wethouder blijft van mening dat dit een ingewikkelde groep is, omdat veel mensen buiten de radar blijven. In antwoord op de vraag over samenwerking binnen de gemeente deelt de wethouder mede dat die er is, maar wellicht nog beter kan. De wethouder heeft al eens gepleit voor een wethouder bestaanszekerheid, waarbij de portefeuilles sociale zaken en economische zaken worden samengevoegd. Het beeld van de wethouder is wel dat er op verschillende gebieden steeds intensiever wordt samengewerkt. In antwoord op het betoog van het lid Belkasmi meldt de wethouder dat er al intensieve samenwerking is, maar dat dat alleen gedaan kan worden met informele partijen en informele partners. Er is een groep mensen in de samenleving die niet meer bereikt kan worden en daarvoor zijn alle samenwerkingspartners in de stad nodig. De werkende armen, waaraan door het lid Haijen is gerefereerd, zijn de wethouder een doorn in het oog. Er zijn steeds meer mensen die heel veel moeite hebben om rond te komen. De wethouder is voorstander van het versimpelen van regelingen in communicatie en dat gebeurt ook al.
Tegelijkertijd is vandaag in economievakblad ESB gepubliceerd dat de laagste inkomens er door het huidige kabinetsbeleid op achteruit gaan en dat helpt natuurlijk niet. Het is van groot belang dat er een fatsoenlijk loon betaald wordt en het minimumloon zou moeten stijgen. Het is van belang om de werkende armen te kunnen bereiken. Vanuit dit programma lukt het wel om met werkgevers te praten, maar de wethouder herhaalt dat de ondernemer niet bestaat en meldt ook dat er veel kleine ondernemers zijn waar geen reguliere samenwerking mee is. Op het moment dat er een cao bestaat kan de gemeente zich niet meer aan samenwerking onttrekken, maar de wethouder zou heel graag willen dat iedereen fatsoenlijk wordt betaald en een leefbaar loon heeft. Zeker in Amsterdam, waar de kosten voor levensonderhoud doorgaans hoger zijn dan elders in het land. Er wordt zoveel mogelijk geprobeerd om afspraken te maken met ondernemers en met grotere werkgevers lukt dat vaak aardig. De wethouder is het eens met het lid Aboelkasem, waar het lid stelde dat Amsterdam kampioen flex is. Hoewel er met georganiseerde uitzendbureaus cao-afspraken zijn, is het de realiteit dat veel te veel mensen afhankelijk zijn van kleine contracten met te lage beloning. De wethouder deelt mede dat er veel gesproken wordt over inkomensgrenzen bij verschillende regelingen.
Bij de kindregelingen staat de inkomensgrens op 150 procent, bij andere regelingen op 130 procent. Wat hierin lastig is, is dat er altijd mensen net buiten deze grenzen gaan vallen en de wethouder vindt niet dat het wenselijk is deze grenzen verder op te rekken. Veel belangrijker is het dat in de landelijke regelgeving het bestaansminimum structureel wordt verhoogd door de bijstand en het minimumloon te verhogen. Dat zet zoden aan de dijk, omdat de inkomensgrenzen bij Amsterdamse regelingen daaraan gerelateerd zijn.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Het lid ABOELKASEM vraagt in een interruptie nogmaals aandacht voor grote gezinnen die net buiten de regelingen vallen en het daardoor lastig hebben om elke maand rond te komen en waar voor de kinderen geen activiteiten kunnen worden betaald. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat het niet zo is dat hij daar geen oog voor heeft, maar dat het ook niet zo is dat de gemeente alle problemen van alle mensen kan oplossen. Iedere grens is arbitrair omdat er altijd mensen zijn die er net buiten vallen en het verhogen van grenzen is geen structurele aanpak. De wethouder deelt wel mede dat er voor heel schrijnende gevallen maatwerk kan worden toegepast. Voor wat betreft de app, waar het lid Aboelkasem aan refereerde meldt de wethouder dat hij daarover geen kennis heeft en dat vragen hierover het beste kunnen worden gesteld aan wethouder Moorman. In antwoord op het lid Kabamba meldt de wethouder dat bereik vergroten als zodanig buitengewoon belangrijk is en dat hij daarvoor met zoveel mogelijk netwerken in contact wil komen. De wethouder geeft aan niet precies te weten wat etnische ondernemers zijn, waarop het lid KABAMBA aangeeft dat het gaat om groepen ondernemers van een bepaalde etniciteit die elkaar hebben gevonden en zich hebben georganiseerd. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt daarop dat het goed is dat mensen zichzelf organiseren, want dan kunnen ze gevonden worden.
De gemeente zet hier zeker zelf ook op in, bijvoorbeeld in de masterplangebieden. In de communicatie wordt ook rekening gehouden met mensen die afwijken van de standaard oude witte man, zoals de wethouder zichzelf beschrijft. Tweede termijn Het lid WEHKAMP vraagt nogmaals wat de gemeente Amsterdam heeft geleerd van voorliggend rapport, omdat zij van mening is dat haar eerdere vraag daarover niet beantwoord is, met name die over het feit dat maar veertien procent van de zelfstandigen gebruik maakt van armoederegelingen. Het lid ABOELKASEM vraagt nogmaals of de wethouder bereid is om de campagne breder te trekken om ook uitzendkrachten te bereiken, dus door bijvoorbeeld de werknemers van uitzendbureaus in te schakelen. Wethouder GROOT WASSINK deelt mede dat hij de vraag van het lid Wehkamp ingewikkeld vindt, omdat hij geen andere voorbeelden heeft gehoord dan het inschakelen van Marktplaats. De wethouder heeft al gezegd wat hij van de vouchers vindt, de gemeente heeft inloopspreekuren, punten waar mensen zich kunnen melden. Het beeld dat er ondanks de forse inspanningen van de gemeente te weinig mensen gebruik maken van de regelingen blijft bij de wethouder bestaan. Het lid WEHKAMP licht toe dat haar vraag verder gaat dan alleen de genoemde voorbeelden en dat het rapport breder is dan dat.
Het lid hoopt dat er extra inspanningen komen, in de hoop dat die veertien procent zal stijgen. Wethouder GROOT WASSINK betwist niet dat het percentage laag is, maar benadrukt wel dat er juist langs de lijnen van het rapport meer gehandeld zal worden. Er wordt meer communicatie ingezet op nieuwe vindplaatsen, sociaal werkgeverschap, inzet via zorgprofessionals en zo voort. De wethouder heeft niet het beeld dat er geen opvolging wordt gegeven aan het rapport en geeft aan dat het zinvol is om over een jaar of twee te bekijken of de inzet van de gemeente effect heeft gehad. Het lid VAN DER KAMP valt in een interruptie het lid Wehkamp bij en vraagt verder aan de wethouder of er door corona geen inzichten zijn gekomen voor vindplaatsen om deze ondernemers te vinden. De wethouder refereert aan zijn eerdere antwoord over de database die de afgelopen jaren al is ingezet en ook deelt hij mede dat
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
zelfstandigen die langskomen voor een zakelijke vraag het aanbod krijgen om gebruik te maken van regelingen. Het wordt ingewikkeld bij de mensen die niet bekend zijn, die niet naar de vindplaatsen komen en dus lastig te vinden zijn. Dit is niet nieuw, maar de wethouder heeft wel het idee dat het bereik door alle genoemde interventies kan worden verhoogd. Het lid VAN DER KAMP vraagt vervolgens of er ook aan de mensen gevraagd wordt waarom ze geen gebruik maken van armoederegelingen. De wethouder geeft aan dat dat in ieder geval in het verleden wel is gevraagd en dat dan vaak het antwoord was dat men ondernemer was en geen gebruik wilde maken van de gemeente omdat de regelingen werden gezien als voor personen. Bij veel ondernemers zit er een soort stigma op het gebruik van regelingen. Het lid VAN DER KAMP vraagt of het dan een goed idee is om deze mensen, als ze eenmaal aan tafel zitten, een aanbod te doen en een contactmoment in te plannen als dat aanbod wordt afgeslagen. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat dat de bedoeling is en zegt toe dat het verwerkt gaat worden in de aanpak, ook als ondernemers voor andere zaken bij de gemeente aankloppen. In antwoord op de vraag van het lid Aboelkasem meldt de wethouder dat hij het niet als haalbaar of zelfs wenselijk ziet om een campagne onder uitzendgerechtigden te doen.
Ongeacht de vraag of het wenselijk is, is de gemeente ook niet primair verantwoordelijk voor uitzendkrachten en de vraag hoe alle uitzendkrachten bereikt zouden moeten worden is een ingewikkelde. Dit laat onverlet dat het niet slecht is om in contact te zijn met koepels van uitzendbureaus. De VOORZITTER sluit het agendapunt en het wordt doorgezet naar de raadsvergadering op 8 en 9 oktober 2025. Daarnaast wordt het nog voor een korte bespreking op de agenda gezet van de volgende commissievergadering op 1 oktober aanstaande. 12. Bespreken van de reactie op 564 d.d. 13 november 2024 van raadsleden Khan, Bouhassani en F. Bouali over De kindregelingen voort te zetten vanaf het schooljaar 2025-2026 (VN2025-010646) Dit punt wordt afgevoerd van de agenda Publieke Gezondheid en Preventie 13. Initiatiefvoorstel ‘Laat moeders elkaar versterken in de kraamtijd’ van het lid Heinhuis (PvdA) (VN2025-010649) Dit punt is in de avondsessie besproken. Inleiding Het lid HEINHUIS licht de achtergrond en het ontstaan van het voorstel toe en vertelt dat het is voortgekomen uit haar eigen persoonlijke ervaring.
De context is echter breder en vindt zijn oorsprong in de tijd van de feministische praatgroepen, waarin vrouwen in gesprek ging over persoonlijke problemen om tot de ontdekking te komen dat het eigenlijk problemen waren die de hele maatschappij aangaan en te maken hebben met noodzakelijke maatschappelijke veranderingen. Dit voorstel gaat over het specifieke moment in het leven van een vrouw net nadat ze moeder is geworden. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit een kwetsbare en spannende periode is met een grote impact. Fysiek en mentaal gebeurt er ontzettend veel en daar is lang niet altijd voldoende aandacht voor, wat overigens ook wordt gezien door zorgverleners. De zorg is gericht op het nieuwe
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
kindje en dat is in Nederland gelukkig heel goed geregeld. Maar daarbij worden de moeders soms uit het oog verloren en uit de cijfers blijkt niet alleen dat tot wel 90 procent van nieuwe moeders zich eenzaam kan voelen, maar ook dat de grootste doodsoorzaak bij vrouwen in het eerste jaar na de bevalling suïcide is. Niet alle kraamperiodes zien er zo uit, maar er is een groot grijs gebied van depressie, eenzaamheid en angstklachten in verschillende vormen. Het lid vertelt dat ze dat zelf twee keer in haar kraamtijd heeft ervaren en het heeft haar destijds ontzettend geholpen om erover te praten, Wat niet makkelijk was omdat ze niet wilde dat het leek dat ze niet van haar kind hield of niet dankbaar was. Deze openheid heeft het lid niet alleen enorm gesterkt, maar haar ook gebracht tot dit voorstel omdat ze zag dat dit een breder probleem is waar veel vrouwen tegenaan lopen. Dat is de aanleiding geweest voor dit voorstel om op buurtniveau moedergroepen op te richten. Technische ronde Het lid VAN PIJPEN benadrukt dat het patriarchaat sterk doorwerkt in het persoonlijk leven van vrouwen en vindt dat het ook daarom goed is om aandacht te besteden aan vrouwen in het begin van het moederschap. Het lid wil graag van het lid Heinhuis weten hoe ze de rol van de gemeente ziet bij het opzetten van groepen in iedere wijk.
In de jaren zeventig waren de groepen immers opgezet door de vrouwen zelf. Het lid HEINHUIS antwoordt dat ze zelf overwogen heeft een moedergroep te starten, maar dat ze daarbij wat drempels tegenkwam als het vinden van een ruimte en de angst dat er niemand zou komen opdagen. Het lid hoopt te bereiken dat de gemeente een aanjager kan worden en dat de groepen op termijn zelf ontstaan. Er zijn nu wel dit soort groepen in de stad, maar die zijn vaak tegen forse betaling en Engelstalig en daarmee worden grote groepen vrouwen uitgesloten. Het lid HENDRIKS onderschrijft de gedachte waaruit het voorstel is voortgekomen, maar vraagt wel naar de ontbrekende financiële dekking. Het lid HEINHUIS begrijpt de vraag goed en legt uit dat ze inzet op laagdrempelige en simpele voorzieningen, die bijvoorbeeld onderdak kunnen vinden in de spelinlopen, die al van de gemeente zijn. Wel begrijpt ze de bestuurlijke reactie dat er geld voor moet worden uitgetrokken en ze is van plan het voorstel aan te passen, ook omdat het college heeft voorgesteld om te beginnen met een aantal pilots. Uiteraard hebben deze pilots een bepaalde aanlooptijd nodig, moeders moeten ervan weten en er ook daadwerkelijk naartoe gaan. Verloskundigen kunnen ernaar gaan verwijzen en het lid heeft al van veel verloskundigen vernomen dat zij dit graag zullen doen. Als de bekendheid er eenmaal is, heeft het lid er vertrouwen in.
Het lid HENDRIKS mist in het stuk cijfers en onderbouwing en vraagt voor welke groep deze voorziening moet komen. Voor hoeveel nieuwe moeders wordt dit gedaan? Het lid HEINHUIS zou graag zien dat deze voorziening voor alle nieuwe moeders in de stad beschikbaar komt, maar het hangt af van het aantal locaties dat beschikbaar is en wat daarvan de capaciteit is. Het lid HENDRIKS geeft aan dat er al veel gebeurt en vraagt voor hoeveel extra, of nieuwe, of toekomstige moeders dit gedaan wordt. Het lid HEINHUIS antwoordt dat er inderdaad veel gebeurt, maar dat dit specifieke fenomeen in Nederland nog niet bekend is. In het buitenland overigens wel, in Londen zijn er bijvoorbeeld moedergroepen die al dertig jaar bestaan. Het aanbod in dit voorstel is dus voor Amsterdam een aanvulling op het bestaande aanbod.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Het lid HENDRIKS vraagt nogmaals voor hoeveel nieuwe moeders dit voorstel bedoeld is. Het lid verwacht geen exact aantal, maar vraagt zich af of het gaat om tien nieuwe moeders of om voor 20.000 nieuwe moeders. Het lid HEINHUIS geeft aan dat er in Amsterdam geen 20.000 nieuwe moeders zijn per jaar. Wat haar betreft wordt het een aanbod waar alle moeders gebruik van kunnen gaan maken, maar de pilot zal moeten uitwijzen in hoeverre er daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt. Daarom is het te vroeg om daar nu een concreet cijfer aan te koppelen. Het lid HYLKEMA meldt als eerste dat hij aanstaand vader is en zich met veel enthousiasme in dit voorstel heeft gestort. Het lid vindt het een sympathiek voorstel en denkt dat er wel vraag naar kan zijn. Wel vraagt hij zich af of de gemeente de beste partij is om dit uit te voeren en of dat niet beter kan worden opgepakt door verloskundigen, consultatiebureaus of kraamhulporganisaties. Het lid vraagt of het lid Heinhuis kan uitleggen waarom de gemeente dit zou moeten doen en niet de zorgorganisaties die hierin al gespecialiseerd zijn. Het lid HEINHUIS feliciteert het lid Hylkema met zijn aanstaande vaderschap en antwoordt dat de genoemde organisaties worden gezien als essentiële partners om dit voorstel uit te voeren, maar zelf onder extreme druk staan en niet de capaciteit hebben om dit erbij te doen.
Debat Het lid HEINHUIS bedankt de commissie voor de vragen die reeds zijn gesteld en meent dat dat laat zien dat het onderwerp veel mensen raakt. Ook de gesprekken die het lid in het voortraject heeft gevoerd en de rondetafelsessies met andere moeders waren heel bijzonder, ontroerend en ook verbindend, omdat het als je moeder wordt niet uitmaakt wat je achtergrond of leeftijd is of waar je vandaan komt. Het lid hoopt ook dat die verbinding het voorstel verder gaat brengen en dat vrouwen elkaar in de buurt wat meer opzoeken. Uit eigen ervaring weet het lid dat ineens zestien weken thuis zitten best lang en heftig kan zijn en ook alleen. Het ontmoeten van andere vrouwen in de buurt die in dezelfde levensfase zitten is enorm verrijkend. Er blijkt uit onderzoek dat het een effectief en daarmee ook een kosteneffectief middel kan zijn om depressies tegen te gaan. Want helaas komen depressies veel voor onder jonge vrouwen en wat het lid betreft mag dat in de samenleving wel meer aandacht krijgen omdat er van jonge moeders van alles wordt verwacht. Het lid is van plan het voorstel aan te passen met de suggesties die door het college zijn gedaan en is ook erg blij met hoe er door het college en door ambtenaren is meegedacht over het voorstel en hoe het samen is vormgegeven.
Het lid WEHKAMP complimenteert het lid Heinhuis met het voorstel en merkt op dat het door het persoonlijke verhaal van vanavond meer is binnengekomen dan tijdens het lezen van het voorstel. Het lid geeft aan de rol van de moeders goed te begrijpen, maar heeft ook gehoord dat er in het bijzonder in Zuidoost, ook veel behoefte is aan vadergroepen, omdat vaders ook een nieuwe rol krijgen en daarmee worstelen. Het lid vraagt zich af hoe het lid Heinhuis de rol van de vader ziet en of daar niet ook naar gekeken kan worden. In een interruptie antwoordt het lid HEINHUIS dat ze ook heeft gehoord dat er behoefte is aan vadergroepen. Dit voorstel stelt moeders centraal omdat zij het kind dragen, het kind baren en ook daarna last hebben van hormonale schommelingen en fysieke impact. Het voorstel richt zich op de eerste kraamtijd, omdat de moeders vaak ook langer verlof hebben dan de vaders. Daarom ligt de focus op de moeders, maar vaders die naar zo’n groep willen komen zijn van harte welkom. Het lid VAN PIJPEN stelt voor om vanuit het oogpunt van zelforganisatie goed te kijken of er vrouwen zijn die dit willen oppakken, bijvoorbeeld vrouwen die al wat langer
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
moeder zijn en merken dat ze dit zelf gemist hebben. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden met het Huis van de Wijk, waar die rol ook ligt. Het lid HENDRIKS vraagt of de wethouder duidelijkheid kan scheppen over wat het voorstel precies toevoegt en voor hoeveel mensen dit gedaan gaat worden. Volt is niet tegen, maar wil wel graag weten waar het voor stemt. Het lid ziet de toegevoegde waarde van de online groepen en is blij dat het voorstel wordt aangepast in verband met de financiële dekking. Wel sluit Volt aan bij de vraag van de VVD in hoeverre dit een taak is van de gemeente en of het zelforganiserend vermogen van de samenleving niet moet worden gestimuleerd. Wellicht kan er meer ruimte in de buurtbudgetten gemaakt worden en dan is wat Volt betreft dit voorstel niet nodig. Het lid VAN PIJPEN meldt in een interruptie dat zij het niet had over buurtbudgetten, maar over Huis van de Wijk en Huis van de Buurt. Het lid HYLKEMA vraagt nogmaals of de gemeente dit op moet pakken, of dat er nog beter uitgezocht moet worden of het niet via de verloskundige of kraamzorg breed kan worden gedeeld. Het lid wil graag van de wethouder horen of de gemeente dit echt beter kan dan de gespecialiseerde afdelingen. Wethouder SCHOLTES deelt om te beginnen mede dat hij het voorstel uitstekend vindt.
Het lid heeft een aantal vrij overtuigende cijfers genoemd, ze heeft uit eigen ervaring verteld en dezelfde ervaring beluisterd bij andere jonge moeders. Zelf heeft de wethouder gelezen dat drie op de tien moeders depressie- of angstklachten heeft, daar zijn goede onderzoeken op uitgevoerd door het Trimbos-instituut. Ook heeft de wethouder in onderzoeken gelezen dat jonge moeders zelf meer aandacht vragen voor mentale gezondheid na de bevalling. De wethouder merkt op dat het meeste aanbod rondom de bevalling is gericht op vrouwen tijdens de zwangerschap en op pasgeborenen, maar niet of vrijwel niet op moeders die net zijn bevallen en waarvan bekend is dat mentale gezondheid een issue is. Het is heel goed om dat uit te proberen. Wat er gedaan kan worden om er aanbod voor te stimuleren, of dat aansluit en hoe dat precies gedaan gaat worden moet nog uitgevonden worden. Het betekent echter niet dat de gemeente alles zelf hoeft uit te voeren. De gemeente koopt wel vaker diensten in van organisaties waar expertise ligt of geeft daar subsidie voor. De wethouder heeft een ton kunnen vrijmaken om een pilot op te starten en in overleg met de indienster wordt bekeken hoe dit geld het beste ingezet kan worden. Dat moet vervolgens leiden tot lessen voor het vervolg.
De VOORZITTER concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn en laat optekenen dat dit punt wordt geagendeerd voor een korte bespreking in de raad van oktober 2025. 14. Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 (VN2025-010643) Dit punt is in de avondsessie besproken. Het lid BADAL spreekt de waardering van het CDA uit over de inzet van de wethouder voor de gezondheid van alle Amsterdammers en ook voor de ouderen. Het lid vindt het positief dat 74 procent van de volwassenen en ouderen hun gezondheid als goed ervaart. Er zijn ook cijfers die het CDA zorgen baren. De eenzaamheid is toegenomen van negen procent in 2009 tot achttien procent nu. Amsterdam scoort minder dan het landelijk gemiddelde op sociale steun en ook doen minder mensen in Amsterdam vrijwilligerswerk of zijn ze mantelzorger. Het CDA is blij met de inzet van de wethouder op vrijwilligerswerk en hoopt dat het nieuwe beleid en het initiatiefvoorstel van het CDA de cijfers kunnen verbeteren. Het lid zou graag zien dat maatschappelijke initiatieven waarin inwoners elkaar helpen door de gemeente worden ondersteund. Het lid noemt met name Nestor Gym, een sportinitiatief voor ouderen dat geen ondersteuning krijgt en vraagt of de wethouder bereid is om te kijken naar hoe dit soort initiatieven ondersteund kan worden. Wellicht kunnen ze vallen binnen reeds bestaande plannen of kaders. Verder kijkt het
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
CDA uit naar de publicatie van de GGD over middelengebruik bij ouderen, met name de combinatie, want drankgebruik is een groeiend probleem bij ouderen. Vijf procent van de ouderen heeft een drankprobleem. Het lid vraagt of de wethouder dit signaal herkent en wat de gemeente voor deze groep kan betekenen. Het lid EMMERIK vindt het waardevol dat de cijfers eens in de vier jaar langskomen, zodat de ontwikkelingen over langere tijd gevolgd kunnen worden. Het lid ziet in de monitor meerdere positieve trends, maar signaleert ook dat een op de tien Amsterdammers zegt geen geld te hebben voor gezonde voeding. De Partij voor de Dieren vindt dat toegang tot gezonde, betaalbare plantaardige voeding als basisrecht moet worden gezien en wil graag dat de gemeente daar wat sterker op stuurt, bijvoorbeeld in de vorm van meer steun aan voedselinitiatieven, voedselbos of het terugdringen van fastfood. Het lid vraagt aan het college hoe ervoor gezorgd gaat worden dat de sociaaleconomische verschillen in gezondheid en voeding kleiner worden, of het college mogelijkheden ziet om gezonde plantaardige voeding structureel toegankelijker en betaalbaarder te maken voor minima en hoe in kwetsbare wijken fastfood kan worden teruggedrongen en gezonde alternatieven worden gestimuleerd.
Wethouder SCHOLTES licht in antwoord op de vraag van het lid Badal toe dat initiatieven als Nestor Gym in principe goed passen in de sociale basis, maar dat de afweging voor de verdeling van de subsidies voor de sociale basis wordt gemaakt in het stadsdeel. De middelen zijn nu eenmaal schaars. Wel worden er vanuit de portefeuille sporterondersteuning sportclubs georganiseerd en de wethouder meent dat dat ook geldt voor Nestor Gym. Ook maakt Nestor Gym gebruik van de Stadspas-55+-regeling, waarmee ook ouderen met een kleine portemonnee gratis of voor een beperkt bedrag kunnen sporten. De wethouder meldt tevens dat er een brief is geweest waarin staat dat er extra geïnvesteerd wordt in de uitbreiding van de Stadspas-55+-regeling, zodat er meer sportaanbod komt voor ouderen in de buurt en meer ouderen daaraan kunnen deelnemen. De wethouder meldt de signalen ten aanzien van drankgebruik onder ouderen te herkennen. De gemeente subsidieert Jellinek voor de interventie Moti55, die inzicht in en grip geeft op de omgang met alcohol. Verder financiert de gemeente vanuit SPUK GALA verbetering van vroegsignalering en toeleiding naar de interventie. Ook wordt er in een trainingsmodule voor bewegingscoaches aandacht gegeven aan de impact van alcohol in combinatie met medicijnen en bewegen.
De wethouder merkt in antwoord op het lid Emmerik op dat er weliswaar positieve punten uit de monitor komen maar dat er nog steeds grote zorgen zijn als er over de hele ontwikkeling gekeken wordt, zowel als het gaat over mentale gezondheid, als over de grote gezondheidsverschillen in de stad. Afhankelijk van waar iemand woont, kunnen er tot 25 jaar eerder gezondheidsproblemen voorkomen dan als iemand elders in de stad, bijvoorbeeld het centrum, woont. Er zijn dus nog grote verschillen en dat is natuurlijk ook het doel van alles wat er wordt gedaan binnen de preventieprogramma's van de GGD, maar ook in het samenwerkingsverband van Amsterdam Vitaal en Gezond. Als het gaat over gezonde voeding is volgens de wethouder inzet vanuit Den Haag nodig. Met de nieuwe preventiestrategie is een aardige aanzet gekomen. Kindermarketing moet eigenlijk wettelijk verboden worden, want zelfregulering werkt daar niet. De wethouder voegt eraan toe dat gezond eten goedkoper wordt en ongezond eten duurder. Dat kan worden bereikt met btw-maatregelen en is een kwestie van politieke wil. Ondertussen doet Amsterdam wat ze kan. Er zijn buurten zijn waar tachtig procent van het aanbod ongezond is en tachtig procent van de marketing gaat over ongezonde voeding.
Binnen de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving wordt gewerkt om die aantallen terug te dringen en ook wordt er juridisch instrumentarium uitgeprobeerd voor de regulering. Natuurlijk zou het veel makkelijker zijn als dit in de nieuwe Voedselwet in de Kamer wordt vastgesteld. Wat betreft gezonde voeding gaat de gemeente uit van de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum. Daar staat natuurlijk vlees in, maar de wethouder begrijpt de vraag. Voor gezonde plantaardige voeding verwijst de wethouder wel naar de voedselstrategie van wethouder Pels. Daar zitten allerlei initiatieven in en zo is er bijvoorbeeld ook, samen met onder andere zorginstellingen en een vervoersbedrijf, het convenant Samen Eet Amsterdam Gezond, Duurzaam en Eerlijk, waar afspraken in zijn opgenomen over de mix
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
van plantaardige eiwitten en andere eiwitten in bijvoorbeeld kantines, bibliotheken en ziekenhuizen. De VOORZITTER sluit het agendapunt. 15. Dalende acceptatie homoverliefdheid en de afdoening van moties 599 en 596 inzake LHBTIQ+ acceptatie (VN2025-011287) Dit punt wordt op verzoek van het lid Deterink doorgeschoven. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 16. Discussienota – Wie bepaalt de inrichting van eerstelijnszorg voor Amsterdammers? (VN2025-010989) Dit punt is in de avondsessie besproken. Het lid RUNDERKAMP zet uiteen dat het ministerie van VWS de eerstelijns zorg wil optimaliseren en in de toekomst eerstelijns zorg gaat vormgeven door het optuigen van regionale eerstelijns samenwerkingsverbanden. Deze samenwerkingsverbanden worden gevormd door contractpartners van zorgverzekeraars als huisartsen en apothekers en zij gaan inhoudelijke afspraken maken op punten als financiën, toegankelijkheid en de kwaliteit van het zorgaanbod. Deze afspraken gaan niet over de kwaliteit van leven en de gezondheid van burgers en dat staat haaks op wat Amsterdam doet met Amsterdam Vitaal & Gezond. Dat is een programma dat zich inzet om de gezondheidsverschillen te verkleinen door in te zetten op preventie, een gezonde leefstijl en een gezonde leefomgeving.
Amsterdam Vitaal & Gezond verbindt verschillende domeinen als zorg, onderwijs en buurtinitiatieven, zodat inwoners meer kans krijgen om vitaal en gezond te leven. In het programma staat de samenwerking tussen de gemeente, de zorgpartijen en de bewoners centraal. Bij de inrichting van genoemde regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden zijn de gemeenten expliciet niet betrokken en dat is niet zonder risico voor de inwoners van Amsterdam. Alle partijen die worden aangehaald door VWS benadrukken dat gezondheidsvraagstukken in samenhang moeten worden bezien en dat de medische en sociale aspecten die aan de basis van ziekte liggen, in samenhang moeten worden opgepakt. Het ontstaan van gezondheidsverschillen strekt zich uit over meerdere domeinen, waarvoor de gemeenten verantwoordelijkheid dragen. Wanneer de regionale eerstelijns samenwerkingsverbanden alleen kijken vanuit het perspectief van zorgverzekeraar of regionale huisartsenorganisaties, leidt dat tot een beperkte aanpak om de gezondheidsverschillen in Amsterdam aan te pakken. Het lid pleit ervoor dat de gemeente Amsterdam een formele positie krijgt bij de inrichting van de toekomstige eerstelijns zorg. Het lid VAN PIJPEN vraagt hoe het lid Runderkamp zich voorstelt dat de positie van de gemeente er dan uit zou zien en welke middelen of machtspositie de gemeente dan heeft.
Het lid RUNDERKAMP licht toe dat het gaat om meer dan een extra praatrondje waar de gemeente even naar mag kijken of een programma waarin alleen met geld geschoven wordt. Het gaat over hoe in de toekomst de eerstelijnszorg institutioneel geregeld wordt en als de gemeenten, die het beste zicht hebben op de domeinen armoede, levensstijl en preventie, hier niet bij betrokken worden dan is de visie veel te nauw. Het lid VAN PIJPEN meldt dat de intentie van haar vraag anders was en dat het punt is hoe de gemeente zo’n formele positie denkt te realiseren als die niet door het Rijk gegeven wordt.
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Het lid RUNDERKAMP geeft aan dat de vraag van het lid Van Pijpen niet helemaal helder is. Het lid VAN PIJPEN geeft aan dat het lid Runderkamp een positie wil claimen, maar dat de vraag is ten opzichte van wie en welk machtsmiddel de gemeente kan inzetten om te zorgen dat er geluisterd wordt. Het lid RUNDERKAMP geeft aan dat Amsterdam deze positie op dit moment niet heeft en dat er geen machtsmiddel is. Het lid heeft dit wel geconstateerd en voorziet problemen voor de toekomst. Het lid wil graag weten hoe de wethouder hiernaar kijkt en welke stappen er genomen kunnen worden om zo’n positie te claimen als de wethouder het ermee eens is. Het lid VAN PIJPEN merkt nogmaals op dat het een goed en terecht punt is, maar dat er wel een kans van slagen moet zijn. Helaas luidt het gezegde ‘Wie betaalt, bepaalt’ en dat geldt ook voor de beoogde inrichting van de eerstelijnszorg. Het lid vindt dat het zorgsysteem in Nederland uitermate slecht in elkaar zit en dat dat ook geldt voor de effecten daarvan op de eerstelijnszorg. Het lid is het dus eens met het lid Runderkamp, maar zoekt naar een manier om dit voorstel effectief te laten zijn zodat Amsterdam dan inderdaad invloed krijgt. Het lid hoopt dat de wethouder hierover iets kan zeggen.
Het lid HYLKEMA constateert dat het lid Runderkamp twee problemen benoemt, namelijk dat de gemeente niet actief is betrokken in de samenwerkingsverbanden en dat in de ambitie de vermindering van de gezondheidsverschillen tussen burgers niet expliciet wordt benoemd. Het lid leest in de visie wel degelijk dat de gemeenten op regionaal niveau gesprekspartners zijn en ook dat benoemd wordt dat in alle domeinen moet worden nagedacht over het bereiken van goede resultaten. Het lid vraagt zich dan ook af wat het lid Runderkamp precies mist in de visie. Het lid RUNDERKAMP antwoordt dat de kern van zijn betoog is dat de gemeenten wel worden genoemd als samenwerkingspartners, maar expliciet niet betrokken zijn bij de inrichting van de samenwerkingsverbanden. Verder bestaat de kern van de visie uit het versterken van de eerstelijns zorg en dat betekent volgens het lid dat er bekeken gaat worden hoe er meer zorg geleverd kan worden. Het lid heeft de visie dat niet zozeer de eerstelijnszorg verbeterd moet worden, maar dat er gekeken moet worden naar onderliggende factoren als armoedeproblematiek, huisvestingsproblematiek, leefomgeving en preventie, zoals in Amsterdam Vitaal & Gezond is vastgelegd. Het lid HYLKEMA herhaalt dat hij in de visie de sociale domeinen expliciet genoemd ziet worden en vindt dat de wens van het lid Runderkamp in de visie terugkomt.
Verder wil het lid ook gesprekspartner zijn, maar vraagt hij zich af of het wel het meest effectief is om aan het begin in te stappen, of dat dat niet ook later kan en of Amsterdam echt een formele rol moet afdwingen. Het lid RUNDERKAMP antwoordt dat een formele rol inderdaad afgedwongen moet worden. Het lid HAIJEN dankt het lid Runderkamp voor de discussienota en merkt op dat er iets heel wezenlijks in de nota staat, namelijk de erkenning dat sociaaleconomische ongelijkheid zich uiteindelijk vertaalt naar gezondheidsverschillen in de stad. Amsterdammers die praktisch zijn opgeleid leven niet alleen korter, ze leven ook nog eens minder lang in goede gezondheid. Bestudering van de cijfers van de GGD leert dat sommige gezondheidsverschillen tussen wijken schrikbarend zijn. Het mag niet zo zijn dat de plek waar men opgroeit van invloed is op iemands gezondheid. Als een bewoner luchtwegklachten krijgt van vocht en schimmel in haar woning komt ze bij de huisarts terecht, terwijl eigenlijk de woningcorporatie moet zorgen voor een gezonde woning. Het lid vraagt zich af of de wethouder kans ziet om een positie voor de gemeente Amsterdam te bepleiten bij de samenwerkingsverbanden in oprichting.
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
Wethouder SCHOLTES meldt dat de kern van zijn betoog is dat hij het eens is met het lid Runderkamp en dat de gemeente een positie moet krijgen binnen de inrichting van de regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden. De wethouder denkt dat de huidige visie gebaseerd is op de Visie Eerstelijns Zorg 2030, die overigens door de VNG ondertekend is. In deze visie is er wel sprake van meer focus op gezondheid en kwaliteit van leven, maar in de planvorming rondom de regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden was er in eerste instantie sprake van partners in de eerste lijn en zorgverzekeraars. Momenteel zijn er gesprekken met gemeenten over hoe zij een rol kunnen oppakken en dat past ook bij het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, waarin er via hechte wijkverbanden duurzame afspraken worden gemaakt met verzekeraars, gemeenten en andere zorgdomeinen over wat er allemaal nodig is om onder andere de eerstelijns zorg toegankelijk te houden. Ook Amsterdam heeft hier gesprekken over, binnen Amsterdam Vitaal Gezond en met Zilveren Kruis en de Elaa, de eerstelijns zorgvertegenwoordiger. De Elaa heeft een subsidie ontvangen voor het opzetten en versterken van die samenwerkingsverbanden, dus die worden inderdaad nog opgezet, net als de hechte wijkverbanden waar het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord over spreekt.
In Amsterdam is het doel om beide verbanden in te richten met alle eerstelijnsdisciplines en de gemeente en het sociaal domein en cliënten, zoals bijvoorbeeld Cliëntenbelang. Het proces is dat de Elaa reeds gestart is met het in kaart brengen van al die verschillende tafels en overleggen en dat er in Q2 2026 een plan van aanpak moet komen voor die samenwerkingsverbanden. De wethouder denkt dat dit heel goed past in alle ontwikkelingen rondom de digitale voordeur. Heel veel vragen die de huisartsen nu krijgen, zijn geen echte zorgvragen, maar vragen die met andere zaken te maken hebben. Met de digitale voordeur wil de gemeente mensen die digitaal vaardig zijn en die de huisarts niet per se nodig hebben sneller doorgeleiden naar andere vormen van hulp. De wethouder merkt nog op dat de samenwerkingsverbanden geen hoofdaannemer worden van zorgactiviteit, dus geen contracten afsluiten. De wethouder hoopt uiteindelijk wel dat er wordt bewogen naar meer gezamenlijk inkopen, opdat ook de zorgschotten een beetje weggehaald kunnen worden. Het lid RUNDERKAMP had verondersteld dat de samenwerkingsverbanden juist wel de leidende inkooprol zouden krijgen.
Wethouder SCHOLTES leest in antwoord hierop de vijf hoofdtaken van de samenwerkingsverbanden: vertegenwoordiging eerstelijnsdisciplines bij afspraken, regionaal organiseren van capaciteit en toegankelijkheid, zorginhoudelijke afspraken over specifieke patiëntengroepen, ondersteunen hechte wijkverbanden en tot slot faciliteren en ondersteunen. Het lid RUNDERKAMP neemt dit voor kennisgeving aan en vraagt tot besluit of het dan inderdaad klopt dat de ontwikkelingen zo zijn dat er nu meer wordt ingericht in lijn met Amsterdam Vitaal & Gezond. Wethouder SCHOLTES bevestigt dit met de toevoeging dat deze gesprekken ook elders in het land plaatsvinden en dat gemeenten en het sociaal domein hier echt een positie in moeten hebben. De VOORZITTER sluit het agendapunt. 17. Bespreken van de raadsinformatiebrief voortgang bestrijding racisme in de zorg (VN2025-010645) Dit punt is in de avondsessie besproken. Het lid VAN PIJPEN zet uiteen dat, toen het initiatiefvoorstel in 2021 werd ingediend, er wat verhalen op gang begonnen te komen over effecten van racisme in de zorg. Het was destijds een beetje een verborgen onderwerp. Sinds die tijd zijn er meer verhalen boven gekomen en er wordt ook meer wetenschappelijk onderzoek naar
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 10 september 2025
gedaan. In de brief wordt hier terecht aandacht aan besteed en het lid heeft zelf ook gesproken met een zwarte vrouw die in de ouderenzorg werkt en die heel bewust heeft gekozen voor het zzp-schap omdat ze op die manier meer autonomie had en ook weg kon gaan op momenten dat het te zwaar werd. Het lid vindt dat het gaat om een fundamenteel probleem in de zorg dat fundamenteel moet worden aangepakt. Enerzijds is het lid blij met de activiteiten die zijn ondernomen en die ook in de brief staan en anderzijds is er sprake van een drietal dingen die ondernomen zijn, die een beetje in het niets verzanden. Wat er vooral nodig is, is bestuurlijke betrokkenheid en het lid vraagt hoe dat dan geregeld gaat worden. Wordt ervoor gezorgd dat dit er echt komt en ook vanuit de sector zelf wordt opgepakt? Bij de behandeling van dit agendapunt heeft de gemeente destijds al gezegd geen zorg te gaan leveren, maar wel te zorgen dat er op dit punt geagendeerd en genormeerd gaat worden. Het lid vraagt zich vooral af hoe er nu verder wordt gegaan en hoe er wordt gezorgd dat de bestuurlijke betrokkenheid er komt. Daarbij wordt er ook steeds meer wetenschappelijk onderzoek gedaan en het lid verneemt graag hoe die kennis verspreid gaat worden. De brief suggereert dat dit traject tot een eind is gekomen en het wil weten hoe er nu verder wordt gegaan.
Wethouder SCHOLTES realiseert zich dat het initiatiefvoorstel al van enige tijd geleden is en dat het breed is aangenomen. Sindsdien is er iets meer gebeurd dan het lid van Pijpen denkt. Er is een pilot geweest waarin drie zorgorganisaties deelnamen en er is een conferentie georganiseerd. In vervolg daarop is een manifest opgesteld, dat op 2 oktober 2025 wordt ondertekend. Als vervolg op het manifest is opdracht gegeven aan Sigra om nader uit te werken hoe dit in een handreiking kan worden geïmplementeerd. Vervolgens worden er bestuurlijke reflectiesessies georganiseerd. Sigra heeft ook verkennende gesprekken gevoerd met vijftien organisaties om te inventariseren wat al werkt in het tegengaan van discriminatie, waar barrières liggen waar organisaties nog tegenaan lopen en ook of organisaties al gebruik maken van het meldpunt discriminatie. De resultaten van die verkenning volgen ook in oktober 2025. De wethouder is van mening dat er echt wel wat in gang is gezet en er blijkt ook dat dat zorgorganisaties daadwerkelijk eigenaarschap voelen. De wethouder gaat ook zelf deze zorgpartijen partijen oproepen om dat eigenaarschap te pakken. De wethouder geeft aan dat het bij inkoop door de gemeente een voorwaarde wordt dat het manifest wordt ondertekend en geïmplementeerd.
De wethouder hoopt vooral dat de zorgorganisaties zelf de behoefte voelen om hierbij aan te sluiten en dit verder te gaan uitwerken. Verder zijn er verschillende onderzoeksinstellingen betrokken, onder andere Ben Sajet. De inzichten hiervan worden meegenomen in het vervolg van de aanpak. Wat de wethouder betreft is dit echt het begin. De gemeente werkt bijvoorbeeld ook nog samen met het netwerk Inclusieve Zorg, dat ook landelijk veel ervaring heeft, om te bekijken wat daarvan geleerd kan worden. Het lid VAN PIJPEN vraagt tot slot hoe de raad geïnformeerd gaat worden over de ontwikkelingen die er volgens de wethouder nog gaan komen. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij na de ondertekening en ook de uitwerking van het manifest een raadsinformatiebrief zal sturen. Hij belooft dat er nog voor de komende gemeenteraadsverkiezingen een brief komt over de voortgang. De VOORZITTER sluit het agendapunt. 18. Raadsinformatiebrief Vervanging RIS Wijkzorg door ZorgNed en bijbehorende bijlage (VN2025-010648) Dit punt is in de avondsessie besproken. Het lid VAN PIJPEN verzucht dat dit een langlopend dossier is met elke keer een andere naam, dat het eigenlijk een langlopend hoofdpijndossier is en het lid wil wel eens van de hoofdpijn af. In de brief staat vermeld dat de buurtteams niet zijn betrokken bij de keuze voor ZorgNed, net zoals dat bij Gidzo niet is gebeurd. Nu is het wel zo dat de