CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.09.04 Conceptverslag commissie MOW.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 25 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie MOW d.d. 4 september 202511.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tegelijkertijd heeft ze vragen over praktische uitvoering en kosten, of het voorstel onderdeel wordt van verkiezingsprogramma’s, coalitieonderhandelingen, of later nogmaals wordt besproken. Ze uit ook twijfels over de effectiviteit van een groenraad, vergelijkbaar met de Technische Advies Commissie, omdat adviezen daar soms direct in de prullenbak belanden. Ze wil weten of adviezen van de groenraad wel serieus worden genomen. Lid STAARTJES waardeert het idee van een groengarantie, omdat het helpt referentienormen beter te borgen en voorkomt dat groen als laatste aan bod komt bij verdichting of sociale huurwoningen. Tegelijkertijd uit hij kritiek op het voorstel om een aparte groenraad op te richten. Hij vindt dat er teveel geld mee gemoeid is en ziet het opzetten van zo’n vergaderclub als inefficiënt. Hij benadrukt dat als er al besloten wordt tot het oprichten van de raad, er ook financiële middelen moeten worden toegewezen, anders is het plan niet haalbaar. Ondanks zijn kritiek staat hij wel positief tegenover het groengarantie-idee zelf. Lid VEENHOFF geeft aan dat er onduidelijkheid is over de vergaderorde. Ze merkt op dat vragen aan haar eigenlijk tijdens de technische tijd na de toelichting van het voorstel gesteld hadden moeten worden. Ze stelt voor dat daar alsnog gelegenheid voor kan komen, eventueel als interruptie tijdens de eerste termijn.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 4 september 2025

MOW

De VOORZITTER legt uit dat technische vragen en politieke vragen op verschillende momenten behandeld worden. Ze merkt op dat technische vragen altijd tijdens de technische tijd gesteld worden, terwijl politieke vragen in de eerste termijn van de commissie horen. Omdat lid De Jager onlangs terug is, stelt ze voor GroenLinks alsnog de normale eerste termijn te openen, zodat politieke vragen gesteld kunnen worden, maar GroenLinks kan ervoor kiezen om geen antwoord te geven. Lid VEENHOFF geeft aan dat ze sowieso met een aangepast voorstel zullen komen en dat ze de feedback uit de commissie goed hebben gehoord. De VOORZITTER geeft aan dat nog moet worden bepaald of het aangepaste voorstel opnieuw in de commissie wordt behandeld of direct naar de raad gaat. 6. Initiatiefvoorstel van het lid Hofland en voormalig raadslid Norbruis (D66) getiteld ‘Stoer spelen; het recht om vrij te spelen’ (VN2025-008886) Lid HOFLAND benadrukt dat het voorstel gericht is op het terugbrengen van buitenspelen bij kinderen, omdat veel kinderen te weinig bewegen door overmatig schermgebruik en prestatiedruk. Hij wijst erop dat buiten spelen niet alleen de gezondheid bevordert, maar ook sociale vaardigheden ontwikkelt en kinderen leert risico’s in te schatten. Het voorstel pleit voor stoere, spannende speelplekken en voor het betrekken van kinderen bij het ontwerp van die plekken.

Hij roept de commissie op prioriteit te geven aan de grootste problemen, zoals gezondheidsproblemen bij kinderen, en waarschuwt tegen overbescherming en te veel focus op kleine details zoals te hete glijbanen. Lid NOORDZIJ bedankt D66 voor het initiatiefvoorstel en benadrukt het belang van uitdagende en toegankelijke speeltuinen. Hij wijst erop dat eerst de basis op orde moet zijn, vooral op plekken met veel achterstallig onderhoud, zoals de Rekenkamer recent signaleerde. Hij haalt het voorbeeld aan van Tijn uit Eindhoven, die vijf jaar geleden een rolstoelglijbaan voorstelde en waarbij de eerste inmiddels is geplaatst. Hij ziet dit als een inspirerend voorbeeld om in Amsterdam ook speelplekken voor alle kinderen, inclusief rolstoelgebruikers, te realiseren. Daarnaast waardeert hij het streven om speelplekken leuk, veilig en toegankelijk voor iedereen te maken. Wethouder VAN DER HORST reageert positief op het voorstel en ondersteunt het idee van stoerdere, uitdagendere speeltuinen die kinderen meer ruimte voor zelfstandigheid bieden. Ze benadrukt het belang hiervan om kinderen van schermen af te krijgen en verwijst naar het voorbeeld van de rolstoelglijbaan, dat ze inspirerend vindt. De wethouder geeft aan dat er in Noord al veel speeltuinen inclusiever worden gemaakt en staat open om te bekijken of vergelijkbare initiatieven in andere speeltuinen mogelijk zijn.

Ze erkent dat niet alles tegelijk kan en dat kosten een rol spelen, maar ziet dit als de richting waarin de stad zich moet ontwikkelen. Lid HOFLAND geeft aan dat er nog een kleine technische wijziging nodig is voordat het voorstel naar de raad kan. Hij vindt dat het voorstel vervolgens in één keer via de normale procedure kan worden behandeld, waarschijnlijk op de raadsvergadering van 8 oktober, en zorgt dat de wijzigingen op tijd worden doorgevoerd. 7. Bespreken van Plan Biodiversiteit: parken en natuurgebieden, het uitvoeringsplan waarin wij toelichten hoe we de biodiversiteit van Amsterdam vergroten (VN2025-010313) Lid HENDRIKS geeft aan dat het plan helder, goed onderbouwd en met degelijke participatie is opgesteld. Hij richt zich vooral op het betrekken van meer mensen en organisaties bij de uitvoering. Financieel benadrukt hij dat investeren in biodiversiteit op de lange termijn maatschappelijke baten oplevert, zoals lagere zorgkosten en hogere

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 4 september 2025

MOW

huizenprijzen, terwijl de winst soms bij private partijen terechtkomt. Hij vraagt de wethouder te onderzoeken hoe GGD, verzekeraars en andere stakeholders kunnen bijdragen en hoe samenwerking met bedrijven en bedrijventerreinen wordt vormgegeven. Daarnaast maakt hij zich zorgen over het ontbreken van geld voor de tweede fase, met name voor versterking van medebeheer, en verzoekt hij dit bij de komende begroting te regelen. Hij wijst erop dat ecologische verbindingen gemeentelijk grensoverschrijdend zijn en vraagt of de provincie een coördinerende rol kan spelen. Ten slotte benadrukt hij dat VvE’s en jongeren nadrukkelijker moeten worden betrokken, omdat zij sleutelposities hebben of de gevolgen van keuzes zullen dragen. Hij pleit voor een eerlijke verdeling van lasten en bijdragen bij de uitvoering van het plan. Lid VAN PIJPEN begint met waardering voor het plan en de inzet van de ambtenaren. Ten eerste vraagt ze hoe de baten van het plan, zoals besparingen op zorgkosten en arbeidsverlies, verder worden benut, omdat investeringen in preventie vaak elders renderen. Ten tweede merkt ze op dat de druk van recreatie in sommige gebieden nog niet goed is uitgewerkt en verwijst ze naar eerdere voorstellen voor stiltegebieden in parken.

Ten derde gaat ze in op ecologisch beheer en vraagt of dieren zoals grazers of een schaapskudde ingezet kunnen worden om natuurlijke cycli beter te realiseren. Ten vierde uit ze haar bezorgdheid over de kap van bomen, vooral als de stadsbrede herplant nog niet op orde is, en wil ze weten welke voorwaarden daarvoor gelden. Ten vijfde vraagt ze aandacht voor gezondheidsrisico’s, zoals nieuwe infecties door de toename van tijgermuggen, bijvoorbeeld in relatie tot beleid rondom poelen. Tot slot is ze benieuwd naar opmerkingen van insprekers over volkstuinen en hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Lid BAKKER benadrukt dat Amsterdam een rijkdom aan dier- en plantensoorten wil behouden en versterken, en waardeert dat het college deze ambitie deelt. Ze prijst het biodiversiteitsplan voor park- en natuurgebieden als een kleurrijk, informatief en zorgvuldig samengesteld document. Tegelijkertijd merkt ze op dat echte verbinding van natuur en vergroting van groengebieden, die volgens haar dringend nodig is, nog steeds uitblijft. Ze wijst op veel beloften van plannen, zoals connectiviteits-, fauna- en ontsnipperingsplannen, die nog moeten komen. Volgens haar bevat het huidige plan vooral lopende zaken en ontbreekt het grotendeels aan financiering, wat teleurstellend is, zoals eerder ook bij klimaatadaptatie het geval was.

Ze constateert dat sommige maatregelen, zoals ecologisch beheer en ecologisch maaien, in de praktijk niet altijd goed worden uitgevoerd en dat faunapassages kapot zijn terwijl beheergeld beschikbaar zou moeten zijn. Ook bekritiseert ze het waterbeleid, dat volgens haar problemen verkeerd adresseert door waardevolle bomen te kappen in plaats van de vervuiling door industrie en landbouw aan te pakken. Ze wil het plan doorsturen naar de raad en zich verder verdiepen, waarna ze mogelijk moties zal indienen. Lid STAARTJES merkt op dat het plan veel maatregelen bevat die niet volledig gedekt zijn, waardoor de werkelijke discussie verschuift naar de voorjaarsnotacyclus, wat voor de raad lastig te overzien is. Hij benadrukt dat veel maatregelen hogere structurele beheerskosten met zich meebrengen, zoals bij ecologisch beheer, en dat het geld daarvoor nog niet beschikbaar is. Daarnaast wijst hij op mogelijke conflicten tussen maatregelen en bestaand beleid, bijvoorbeeld bij de poelen, die botsen met losloopgebieden voor honden. Hij concludeert dat het plan daardoor ingewikkeld is, enerzijds door onduidelijkheid over financiering en dekking, anderzijds door de impact van de maatregelen op andere beleidskaders. Wethouder VAN DER HORST benadrukt dat de stad al actief aan het vergroenen is met honderden lopende projecten en dat het biodiversiteitsplan inzicht biedt in waar

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 4 september 2025

MOW

extra aandacht nodig is. Ze legt uit dat het plan aanvullend is, gericht op het beschermen van soorten die onder druk staan en het versterken van verbindingen tussen gebieden. Over bomen legt ze uit dat het niet zo is dat vervuiling automatisch tot kap leidt; bomen bij water kunnen soms problematisch zijn voor waterkwaliteit en biodiversiteit, maar er wordt ook nadrukkelijk gepland voor nieuwe groeiruimte. Ze benadrukt dat keuzes soms afwegingen vereisen tussen soorten en lokale omstandigheden. Ten slotte erkent ze dat een deel van het plan nog niet financieel gedekt is, maar dat het juist inzicht geeft in toekomstige mogelijkheden. Voor nu wordt gestart met de onderdelen waarvoor dekking is, en het plan biedt de raad inzicht om in de toekomst keuzes te maken. Over samenwerking met zorgverzekeraars zegt ze dat dat lastig is, maar dat het plan wel bijdraagt aan draagvlak voor lopende en toekomstige maatregelen. Lid HENDRIKS benadrukt dat politiek ook betekent dat je moeilijke gesprekken moet voeren. Hij erkent dat het niet eenvoudig is om zomaar miljoenen van zorgverzekeraars te krijgen, maar vindt dat er een mentaliteitsverandering nodig is. Bedrijven die profiteren van publieke besparingen zouden ook moeten bijdragen aan investeringen in groen en biodiversiteit.

Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat zij het eens is met het punt van lid Hendriks, maar dat ze voor de zorgverzekeraars momenteel geen mogelijkheden ziet vanwege beperkte capaciteit. Wel wordt gewerkt aan private investeringen en de financiering van groen, waarbij de gemeente vooral actief is op eigen grond en beheer. Bij toekomstige plannen, zoals fase 2, wil ze ook meer samenwerken met partners in de gebouwde omgeving, waaronder VvE’s, woningcorporaties en bedrijven, om handelingsperspectief te bieden. Ze benadrukt dat biodiversiteit een regionale opgave is en dat er al samenwerkingen bestaan met naburige gemeenten en de provincie, bijvoorbeeld rondom groene verbindingen en Natura 2000-gebieden. Wat betreft jongerenparticipatie wil zij dit in de volgende fase nadrukkelijk betrekken, zoals ook gebeurt bij het dakenplan, zodat hun perspectief meegewogen wordt in het beleid. Lid HENDRIKS benadrukt dat de provincie ook buiten de Natura 2000-gebieden een belangrijke rol kan spelen en verwacht dat de wethouder dit in de uitvoering meeneemt. Daarnaast vindt hij het essentieel dat jongeren echt actief worden betrokken bij het beleid, niet alleen hun perspectief wordt meegenomen. Hij mist dit nog in het huidige plan en wil dit expliciet terugzien.

Wethouder VAN DER HORST legt uit dat in dit plan de focus ligt op natuurgebieden en de verbindingen daartussen, en niet op de gebouwde omgeving of VvE’s. Jongerenbetrokkenheid vindt ze daarom logischer in het volgende plan, dat zich wel richt op de gebouwde omgeving. Ze benadrukt dat maatschappelijke baten en recreatie al worden meegenomen, en dat er maatregelen zijn om ecologische knelpunten te verminderen en bufferzones en luwe zones in parken te realiseren. Beperkte toegankelijkheid voor bepaalde delen van parken of enkel voor vrijwilligersbeheer is daarbij mogelijk. Wat betreft ecologisch beheer zet de gemeente al grotere grazers in op plekken waar dat kan om verruiging tegen te gaan. Voor dichtbevolkte stadsparken is dat moeilijker, maar andere vormen van natuurlijke begrazing worden onderzocht. Over de tijgermug en andere exotische soorten legt ze uit dat een gezond ecosysteem deze plagen beperkt, hoe rijker en stabieler het ecosysteem, hoe minder kans op plagen. Lid VAN PIJPEN merkt op dat de uitleg van de wethouder over plagen logisch is, maar wijst erop dat meer aandacht voor poelen ook kan leiden tot meer muggen, wat gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Ze vraagt of hier al over is nagedacht, of dat dit nog kan worden meegenomen.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 4 september 2025

MOW

Wethouder VAN DER HORST legt uit dat het vooral gaat om het creëren van een gezond ecosysteem en het beheer van bestaande poelen die momenteel niet optimaal functioneren. Ze erkent het punt van gezondheidsrisico’s door muggen en neemt dit mee voor bewustwording en verdere overweging. Wat betreft de ruimte voor honden en padden benadrukt ze dat het een voortdurende afweging is, sommige gebieden zijn voor recreatie, andere voor rust en natuurbeleving. Ze benadrukt dat er voor fase 2 gesprekken met betrokkenen plaatsvinden en dat de parken en natuurgebieden continu worden gemonitord, zodat dieren en recreanten allebei ruimte krijgen. Lid HENDRIKS stelt voor om agendapunt 10 door te schuiven en vraagt expliciet om het volgende keer eerder op de agenda te plaatsen, zodat er voldoende tijd is voor de bespreking. De VOORZITTER legt uit dat de planning van sommige agendapunten later is vanwege het grote aantal raadsvoordrachten. Er wordt besloten het punt door te schuiven, met de kanttekening dat er geen garanties zijn over voldoende spreektijd of vroege behandeling. Daarnaast wordt voorgesteld punt 13 van de agenda af te voeren. Lid VAN MUNSTER stelt voor om agendapunt 13 niet af te voeren, maar door te schuiven naar maart/april 2026, zodat het samen kan vallen met de rapportage van het onderzoek. Hij vraagt of de brief over de motie dan aan dit punt kan worden toegevoegd.

De VOORZITTER geeft aan dat het voorstel van Van Munster logisch klinkt, maar merkt op dat lid Havelaar het onderwerp liever nu behandelt. Lid BAKKER stelt voor om punt 13 nu kort te bespreken, zodat lid Havelaar zijn zegje kan doen, maar het verder aan te houden en later volledig te bespreken. De VOORZITTER bevestigt dat punt 13 kort besproken zal worden, maar dat de punten 10, 11 en 12 nu niet aan bod komen. 8. Raadsinformatiebrief stand van zaken groen in Amsterdam (VN2025-010314) Lid ALBERTS merkt op dat dobbernatuur, zoals planteneilanden, al eerder in Amsterdam is toegepast, onder andere in de Lijnbaansgracht, en vraagt zich af of het huidige onderzoek iets nieuws toevoegt. Wethouder VAN DER HORST licht toe dat dobbernatuur nog steeds wordt onderzocht en geëxperimenteerd wordt met nieuwe vormen die daadwerkelijk ecologische waarde toevoegen. Eerdere toepassingen waren soms niet ideaal voor de waterkwaliteit, dus het huidige onderzoek richt zich op effectievere varianten. 9. Bespreken van de raadsinformatiebrief Stand van zaken Amsterdamse bomen (VN2025-010315) Lid VAN PIJPEN benadrukt het rijke historische belang van bomen in Amsterdam en stelt voor om 11 april uit te roepen tot jaarlijkse Amsterdamse Bomendag. Ze onderstreept dat bomen alleen gekapt mogen worden bij veiligheid of gezondheid en pleit voor verplaatsing bij herinrichting.

Ze vraagt aandacht voor bomen op privéterrein, het versterken van inspraak van omwonenden bij kapvergunningen en het verbeteren van handhaving bij illegale kap. Daarnaast wijst ze op de grote achterstand bij herplant met 15.000 lege boomspiegels en geen verplichte termijn voor herplant, vraagt ze hoe wethouder Van der Horst deze achterstand wil inlopen en ruimte wil creëren voor participatie van Amsterdammers, bijvoorbeeld via een bomenfonds. Ze sluit af met de toezegging terug te komen op houtwerf en monumentale bomen zodra de brieven daarover beschikbaar zijn.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Mobiliteit, Openbare Ruimte en Water Concept Raadscommissieverslag, 4 september 2025

MOW

Wethouder VAN DER HORST onderstreept het belang van kwalitatief sterke groeiplaatsen voor bomen, zodat ze groter en sterker kunnen worden. Ze benadrukt dat kapvergunningen al uitgebreide weigeringsgronden bevatten en dat de bescherming van bomen op private terreinen niet volledig herzien wordt. Voor herplant geldt een duidelijke verplichting, waarbij deskundigheid essentieel is om bomen op geschikte locaties te planten. Er loopt een pilot waarbij bewoners nieuwe locaties mogen aandragen, maar beslissingen blijven bij experts. Wat betreft snoeiwerk benadrukt ze dat veiligheid leidend blijft. Termijnen voor herplant staan in de vergunning, met flexibiliteit bij noodzakelijke werkzaamheden. De VOORZITTER sluit de bespreking van het agendapunt af en geeft aan dat het voorstel niet naar de eerstvolgende raadsvergadering gaat, maar naar de daaropvolgende op 8 oktober 2025. Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 10. Logistiek over water (VN2025-010317) 11. Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief voertuigcategorie autodelen (VN2025-010309) 12. Bespreken van de 2e halfjaarrapportage MIRT Verkenning OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer (VN2025-010316) Water (excl. Varen) 13.

Bespreken van de afhandeling van motie 592 over loodvrij vissen (VN2025010311) Lid HAVELAAR waardeert de update en vraagt of de brief met meetresultaten, bevindingen en het samenwerkingsplan met de Amsterdamse Hengelsportvereniging mogelijk nog voor het verkiezingsreces kan worden verspreid, zodat dit niet ondergesneeuwd raakt. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat het onderzoek tot eind 2025 loopt, waarna de definitieve rapportage kan worden opgesteld. Tussenresultaten zijn eventueel eerder beschikbaar. Lid HAVELAAR begrijpt het zo dat de wethouder toezegt de tussenresultaten voortijdig toe te sturen en geeft aan daar erg blij mee te zijn. Sluiting De VOORZITTER sluit de vergadering om 17:20 uur. .

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15961357/1