2025.07.02 Conceptverslag OPENBAAR OZA.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 2 juli 2025, starttijd 9.00 uur in vergaderzaal Willem Kraanzaal Woensdag 10 september 2025
Voorzitter: R. Alberts Plv. Voorzitter: Portefeuillehouders: wethouders Moorman, Scholtes Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuners: Dutilh Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Abdi (PvdA), Belkasmi (PvdA), Runderkamp (PvdA), Yemane (GL), Van Pijpen (GL), Nijhof (GL), Nadif (GL), Wehkamp (D66), Hylkema (VVD), Van der Kamp (VVD), Perdok (De Vonk), Vesseur (Volt), Haijen (SP), De Jong (JA21), Havelaar (CDA), Badal (CDA), Kabamba (Lijst Kabamba), Noordman (Forum voor Democratie) Afwezige commissieleden (mk): Emmerik (Partij voor de Dieren), Bouhassani (PvdA)
1. ALGEMEEN GEDEELTE 1a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat dat twee leden zich hebben afgemeld, lid Emmerik (Partij voor de Dieren) en lid Bouhassani (PvdA). Wethouder SCHOLTES attendeert de commissie op het hittespreekuur dat de GGD dit jaar voor het eerst wekelijks organiseert voor gezondheidsprofessionals. Hier kunnen alle vragen over maatregelen tijdens een hittegolf worden gesteld. Dit is een onderdeel van het hitteplan dat al eerder in de commissie is besproken. Aanmelden kan via de website van de GGD. Wethouder MOORMAN geeft aan dat er twee nieuwe scholen worden gesticht in het kader van ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen’. Het zijn het Kairoscollege in Stadsdeel Noord en de Elif-school in Stadsdeel Zuidoost. Ook nodigt zij de commissie uit voor een technische sessie inzake de aanbesteding Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038 ter voorbereiding op het debat hierover. De sessie vindt plaats op 27 augustus aanstaande. De VOORZITTER inventariseert de belangstelling en zij wijst de leden die zich aanmelden erop dat ze verplicht zijn om te komen.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
1c. Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mee dat lid Havenlaar (CDA) heeft verzocht agendapunt 17, Initiatiefvoorstel ‘Onbetaalbaar waardevol’ van lid Havelaar (CDA) als eerste te bespreken. De commissie gaat hiermee akkoord. Vervolgens geeft de voorzitter aan dat er bij de volgende agendapunten geen aanmeldingen zijn ontvangen: − Agendapunt 7, Benoemen van twee leden in de Raad van Toezicht van Holdingstichting Zonova Swazoom; − Agendapunt 8, Herbenoemen van een lid van de Raad van Toezicht van Stichting Amsterdam West Binnen de Ring; − Agendapunt 9, Herbenoemen van een lid in de Raad van Toezicht van Stichting Openbaar Onderwijs Noord (Innoord) − Agendapunt 10, Wijzigen van de statuten van Stichting Openbaar Onderwijs Noord (Innoord). Deze agendapunten worden gehamerd.
− Op verzoek van lid Heinhuis wordt agendapunt 18, Initiatiefvoorstel ‘Laat moeders elkaar versterken in de kraamtijd’ van het lid Heinhuis (PvdA), doorgeschoven naar de commissie van 10 september aanstaande; − Op verzoek van lid Wehkamp worden de agendapunten 11, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Vereenvoudiging Onderwijssubsidies en 14, Kennisnemen van de Jaarrapportage Stedelijk Toelatingsbeleid Amsterdam 2024-2025 doorgeschoven naar de commissie van 10 september aanstaande; − Op verzoek van lid Nadif (GL) wordt agendapunt 16, Bespreken van de eindrapportage de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid doorgeschoven naar de commissie van 10 september aanstaande; − Op verzoek van lid Van Pijpen (GL) wordt agendapunt 20, Voortgang Gezond Leven Makkelijker Maken, van de agenda afgevoerd. De commissie stemt in met al deze wijzigingen. Tenslotte stelt de voorzitter vast dat voor een bijdrage bij agendapunt 22, (GEHEIM) Instemmen met het wijzigen van de Subsidieregeling Buurtteams Amsterdam 2021-2026 alleen lid Van Pijpen (GL) zich heeft aangemeld. Met deze wijzigingen is de volgorde van bespreking van de agendapunten als volgt: 17, 3, 4, 5, 6, 12, 13, 15, 19, 21 en 22 (besloten). Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 4 juni 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e.
Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Lid BELKASMI geeft aan dat hij al twee maanden wacht op de beantwoording van zijn schriftelijke vragen over vrijwilligerswerk. Wanneer kan hij de afdoening hiervan verwachten? Wethouder SCHOLTES erkent dat lid Belkasmi te lang heeft moeten wachten op de beantwoording en hij biedt zijn excuses aan voor het feit dat de vragen ergens op de afdeling zijn blijven liggen. Lid Belkasmi kan de afdoening zo snel mogelijk na de zomer verwachten.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Er zijn geen verdere opmerkingen hierover. 1f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de volgende vergadering: Op verzoek van leden Van der Veen (GL) en Wehkamp (D66) worden geagendeerd TKN-stuk 1, Aanpak Wachtenden; Op verzoek van leden Badal (CDA) en Nijhof (GL) wordt geagendeerd TKN-stuk 2, Kennisnemen van de Brede Monitor en het onderzoeksrapport Vindplaatsen verborgen armoede; Op verzoek van het lid Nijhof (GL) wordt geagendeerd TKN-stuk 3, Kennisnemen van de bestuurlijke reactie ter afdoening van de moties en toezeggingen inzake discriminatie en achterstelling in het Amsterdamse onderwijs; Op verzoek van lid Badal (CDA) wordt geagendeerd TKN-stuk 4, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de herziening prognoses Weespersluis en consequenties voor onderwijs; Op verzoek van lid Nijhof (GL) wordt geagendeerd TKN-stuk 6, Kennisnemen van de reactie op 564 d.d. 113 november 2024 van raadsleden Khan, Bouhassani en F. Bouali over ‘De kindregelingen voort te zetten vanaf het schooljaar 2025-2026’ Op verzoek van lid Badal (CDA) wordt geagendeerd TKN-stuk 9, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024.
Op verzoek van lid Van Pijpen worden geagendeerd TKN-stuk 7, Raadsinformatiebrief Vervanging RIS Wijkzorg door ZorgNed en bijbehorende bijlage, en TKN-stuk 10, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘voortgang bestrijding racisme in de zorg’. De VOORZITTER geeft aan dat er nu wel erg veel punten worden geagendeerd voor de commissie van 10 september aanstaande. Lid VAN PIJPEN stelt in een punt van orde voor om aan de commissievergadering van 10 september aanstaande een avonddeel toe te voegen om nog meer doorschuiven van agendapunten te voorkomen. 1g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL 2a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich vier insprekers gemeld: Insprekers 1, Noor VAN DE WAL en Ide HIEMSTRA spreken in namens ASVA Studentenvakbond, inzake agendapunt 4, Kennisnemen van de Voorjaarsnota 2025 en vaststellen van de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2025. Zij uiten hun bezorgdheid over de gevolgen van de bezuinigingen op de jeugdzorg, vooral
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
voor het mbo-onderwijs waar veel jongeren problemen hebben. Zij beschrijven de situatie waarin vele mbo-studenten zich bevinden. Zij zijn van mening dat het mbo wordt ondergewaardeerd, terwijl het beroepsuitoefenaars aflevert die hard nodig zijn in de samenleving. Er zou meer onderzoek moeten plaatsvinden naar de mentale gezondheid van de mbo-studenten. Het is voor de insprekers onbegrijpelijk dat er bezuinigingen worden aangekondigd die haaks staan op het beleid met betrekking tot de jeugdartsen en -psychologen. De insprekers doen een dringend beroep op de raad om de bezuinigingen te heroverwegen en bij gesprekken hierover het perspectief van het mbo mee te nemen. Lid VESSEUR vraagt wat de directe consequenties van de bezuinigingen zijn voor het mbo. Inspreker 1, HIEMSTRA, geeft aan dat dit veel studie-uitval tot gevolg zal hebben, ook omdat veel mbo-studenten een kwetsbare achtergrond hebben. Studie-uitval betekent minder mbo-studenten die de eindstreep halen en dit is niet rendabel voor de stad. Lid NADIF vraagt of er alternatieven zijn voor de mbo-studenten als deze bezuinigingen worden toegepast. Inspreker 1, HIEMSTRA, beschrijft de waarde die het mbo-jeugdteam heeft voor de studenten. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker.
Inspreker 2, Anna HONIGH spreekt in namens mbo-jeugdteam Amsterdam, inzake agendapunt 4, Kennisnemen van de Voorjaarsnota 2025 en vaststellen van de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2025. Inspreker HONIGH is eveneens bezorgd over de gevolgen van de bezuiniging van 350.000 euro op het jeugdteam. Aan de hand van een aantal voorbeelden schetst zij het belang van de zorg voor het jeugdteam. Het gaat om tien procent van de mbo-studenten die medische zorg nodig hebben. Zij is van mening dat het belangrijk is dat er blijvend wordt ingezet op de verbinding tussen onderwijs en zorg. De voorgenomen bezuiniging heeft echter tot gevolg dat de jeugdgezondheidszorg volledig verdwijnt, terwijl zij juist cruciaal is om schooluitval te voorkomen. Tot slot beschrijft ze de voordelen van de jeugdarts of -verpleegkundige die laagdrempelig functioneren als enige aanspreekpunt voor de gezondheidszorg. De bezuiniging staat haaks op het beleid dat Amsterdam voert. Inspreker HONIGH betoogt dat de voorgenomen bezuiniging afbreuk doet aan de preventieve onderwijsstructuur, met als doel schooluitval terug te dringen, jongeren gelijk kansen te bieden en de inzet op preventie. Zij vreest dat de bezuiniging juist een averechtse werking zal hebben, met een veelvoud aan zorg-, leerplicht- en bijstandskosten.
Lid WEHKAMP vraagt of inspreker HONIGH bekend is met de regelingen in andere steden. Inspreker HONIGH geeft aan dat Amsterdam uniek is, aangezien hier in samenwerking met de scholen de jeugdarts, verpleegkundigen en psychologen samenwerken in één team. Amsterdam zou een voorbeeld kunnen zijn voor andere steden en dat pleit ervoor om dit niet te laten verdwijnen. Lid NOORDMAN vraagt of met cijfers de successen van het jeugdteam kan worden aangetoond. Inspreker HONIGH geeft aan dat er jaarverslagen worden gepubliceerd en er wordt bijgehouden hoeveel jongeren er na hulpverlening weer verder kunnen met school. Ook zijn er plannen om samen met de scholen te gaan onderzoeken hoeveel schooluitval er door deze aanpak wordt voorkomen.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Lid VESSEUR heeft kunnen constateren dat de uitval op mbo-scholen alleen maar toeneemt. Zij vraagt of er andere vangnetten zijn die ervoor kunnen zorgen dat de toename stopt en dat er minder uitval is. Inspreker HONIGH zou hier niet inspreken als dat het geval was. Lid BELKASMI vraagt inspreker HONIGH waarom het belangrijk is dat de drie disciplines in een jeugdteam samenwerken. Inspreker HONIGH geeft aan dat het mbo-jeugdteam laagdrempelig in de scholen aanwezig is in de leefwereld van de jongeren zelf. Zij geeft een uitgebreide beschrijving op welke manier hulp kan worden geboden en hoe er effectief wordt samengewerkt met onder andere leerplicht. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker. Inspreker 3, Rafaël NOOIJ spreekt in namens de Studentenraad MBO college zuid ROC van Amsterdam, inzake agendapunt 4, Kennisnemen van de Voorjaarsnota 2025 en vaststellen van de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2025. Aan de hand van een voorbeeld van een student die wordt begeleid door de jeugdarts schetst inspreker NOOIJ het belang van het mbo-jeugdteam. Het inzetten van het mbo-jeugdteam kan voorkomen dat er uitval plaatsvindt, Uitval kan leiden tot meer kosten voor de gemeente dan er wordt bespaard met de voorgenomen bezuinigingen. Vervolgens beschrijft hij de uitdagingen waar mbo-studenten vaak mee te maken krijgen.
Dit brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Tot slot stelt hij dat de jeugdartsen onmisbaar zijn in het mbo. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker. Inspreker 4, Brigitte VONCK spreekt in namens Serve the City, inzake agendapunt 17, ‘Onbetaalbaar waardevol’ van het lid Havelaar. Zij houdt een pleidooi voor vrijwilligerswerk door jongeren, dat eenzaamheid tegengaat, verbinding creëert en het contact met de omgeving in stand houdt. Voor jongeren is het vaak een manier om een roeping te ontdekken. Zij pleit ervoor om meer te investeren in het plan zoals dat in het initiatiefvoorstel wordt beschreven. Het is belangrijk om de subsidiestromen bij het vrijwilligerswerk transparanter en duidelijker te maken. Zij spreekt haar waardering uit voor het project ‘De zorgzame Buurt in Actie’, waarbij verschillende betrokken partijen samenwerken. Tot slot roept zij op elkaar vooral ook ‘offline’ op te zoeken. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. 2c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2d. Rondvraag Lid DE JONG vraagt of de files die zich gisteren rondom Amsterdam hebben gevormd gevolgen hebben gehad voor de aanrijdtijden van de hulpdiensten. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat hierover voortdurend contact is met Stadsregie, die afstemming heeft met de hulp- en nooddiensten en met de calamiteitencoördinator in de meldkamer. Er wordt afgewogen wat gepaste maatregelen
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
kunnen zijn, zoals het inzetten van motoren. De wethouder heeft niet gehoord dat de situatie tot problemen heeft geleid. BESPREEKPUNTEN Financiën 3. Vaststellen van het jaarverslag 2024 (inclusief de Jaarrekening 2024) (VN2025008412) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en zij legt de vergaderorde voor dit punt uit. Lid RUNDERKAMP verwijst naar zijn eerdere technische vraag inzake de dagbesteding en het antwoord dat hij hierop kreeg. Dit roept bij hem de vraag op of de opengevallen plekken in 2024 daadwerkelijk worden gebruikt voor de dagbesteding. Lid VAN PIJPEN sluit allereerst aan bij de vraag van de PvdA en voor haar geldt dat dit ook bij maatschappelijke ondersteuning. Vervolgens betoogt zij dat het personeelstekort in de zorg onverminderd leidt tot lagere lasten en vestigt zij de aandacht op de factcheck, waaruit blijkt dat gezondheid de grootste ongelijkheid is tussen mensen met een lagere en hogere sociaaleconomische status. Zij dringt erop aan dat hier hard aan gewerkt wordt om deze problematiek op te lossen. Lid NADIF citeert uit het accountantsverslag waarin met betrekking tot de jeugdzorg wordt aangegeven dat in overleg met de verwijzers goed moet worden gecontroleerd dat de gefactureerde zorg daadwerkelijk is geleverd.
Haar zorg ligt bij de ouders die niet terecht kunnen bij ketenpartners en gebruik maken van het pgb in verband met de extra maatregelen die worden getroffen. Zij vraagt het college hoe deze groep tegemoet kan worden gekomen. Lid WEHKAMP benoemt de voordelen en het belang voor de kinderen van de samenwerking tussen scholen en kinderopvangorganisaties. Zij vraagt de wethouder of hiervoor niet een indicator kan worden opgenomen in het Jaarverslag. Wethouder SCHOLTES verwijst naar de daling in het aantal cliënten in de dagbesteding die heeft ingezet in 2023. Dit heeft te maken met de transitie, waarbij een aantal aanbieders moesten stoppen of hun werkzaamheden afbouwen. In de tweede helft van 2024 is er daarom besloten om alle aanbieders de kans te geven om cliënten aan te nemen zonder beperking. Dit heeft geleid tot een stijging van het aantal cliënten. In het Jaarverslag wordt dit niet goed duidelijk, aangezien hierin het gemiddelde per maand wordt aangegeven. De stijging heeft doorgezet in de eerste helft van 2025 en de huidige stand is ongeveer 96 procent. Toch zijn er nog vrije plekken en de aandacht is gevestigd op de toeleiding, onder ander via de buurtteams. Het zijn vooral de dagbestedingsplekken in de Wmo die nog niet allemaal gevuld zijn en dit blijft onder de volle aandacht van het college.
Wethouder MOORMAN legt in reactie op de bijdrage van lid Nadif uit, dat het niet gaat om pgb’s, maar om individuele betalingsovereenkomsten. Dit heeft meestal te maken met complexe zorg of verblijf. Pgb’s gaan vaak over BSO-plus en de wethouder onderzoekt momenteel of hier een andere oplossing voor gevonden kan worden. Evenals lid Wehkamp verheugt het de wethouder dat er positieve ontwikkelingen zijn in de samenwerking tussen kinderopvang en het onderwijs. In dit kader verwijst de wethouder naar de KOR-regeling, waarbij er door scholen en kinderopvangorganisaties intensief gaat worden samengewerkt rondom IKC-vorming. Alle nieuwe scholen worden IKC’s en de wethouder is van mening dat een indicator hierbij geen meerwaarde heeft.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Lid NADIF wil graag weten hoe inzichtelijk kan worden gemaakt wat er in het accountantsverslag wordt beschreven. Ook wil zij graag duidelijk krijgen dat ouders die geen gebruik maken van ingekochte zorg niet verder worden belast vanwege de maatregelen die onder andere in het Jaarverslag staan beschreven. Wethouder MOORMAN stelt voor om hier buiten de commissie over in gesprek te gaan. Lid NADIF geeft aan dat dit wat haar betreft ook in de raad aan de orde kan komen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het punt wordt geagendeerd voor de eerstkomende raad op 9 juli aanstaande op verzoek van lid Nadif. 4. Kennisnemen van de Voorjaarsnota 2025 en vaststellen van de daarin voorgestelde begrotingswijzigingen van de Begroting 2025 (VN2025-008526) Lid BELKASMI vraagt de wethouder op basis van welke overweging de maatregel om de leeftijd voor toelating tot de voorschool te verhogen naar 2,5 jaar wordt ingevoerd. Vervolgens vraagt hij aandacht voor bezuinigingen op de jeugdarts in het mbojeugdteam. Voor lid Belkasmi is dit een zorgwekkende ontwikkeling gezien de belangrijke functie die de jeugdarts heeft voor de mbo-studenten. Lid RUNDERKAMP is blij dat er geld is gevonden om de partners in de sociale basis te compenseren voor de inflatie. Ook verheugt het lid Runderkamp dat er een subsidie is geregeld voor de BSOplus.
Lid VAN PIJPEN vergelijkt het personeelstekort in de zorg met een veenbrand; het is niet dagelijks merkbaar, maar wel als je ermee te maken hebt. Zij schrok erg van de passage in de Voorjaarsnota die aangaf dat het gereserveerde geld hiervoor niet zal worden uitgegeven in 2026. Zij verzoekt de wethouder dringend om samen met partners in de zorg de regie te nemen en alles op alles te zetten om hiervoor middelen ter beschikking te stellen. Vervolgens sluit zij aan bij de vraag van de PvdA over de artsen in de jeugdteams. Lid NIJHOF heeft vragen over ongebruikte coalitiemiddelen in 2024: waarom zijn deze middelen niet ingezet en hoe is de onderbesteding ontstaan? Lid WEHKAMP sluit zich aan bij de bijdrage van lid Belkasmi, inzake de voorschool. Vervolgens complimenteert zij de wethouder voor het feit dat in de Voorjaarsnota wordt aangegeven dat er drie ton extra wordt vrijgemaakt voor onderwijszorggroepen. Met een voorbeeld geeft zij aan wat dit voor een positieve uitwerking kan hebben. Zij vraagt de wethouder hoe dit bedrag tot stand is gekomen en wat er concreet kan worden gedaan met dit bedrag. Lid HAIJEN uit kritiek op het verhogen van de instapleeftijd voor de voorschool naar 2,5 jaar. Dit geldt niet voor alle kinderen, de meest kwetsbare zijn nog steeds welkom vanaf 2 jaar.
Het is voor lid Haijen niet geheel duidelijk of de maatregel zal worden toegepast, vanwege de formulering die luidt: ‘We voorzien dat…’ Hij vraagt de wethouder dit toe te lichten. Ook hoort hij graag hoeveel geld deze maatregel aan besparing oplevert.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Voor de SP is het ook belangrijk dat er voor het behoud van de jeugdartsen in het mbo een oplossing wordt gezocht. Lid Haijen refereert hierbij aan de bijdragen van de verschillende insprekers. Vervolgens sluit lid Haijen aan bij de zorgen van GroenLinks, inzake het personeelstekort in de zorg. Hij verwijst naar het actieplan ‘Hulp bij Huishouden’, dat door de raad enige tijd geleden is vastgesteld. Een onderdeel was het opstarten van een campagne om personeel te werven en lid Haijen vraagt of deze campagne nog door zal gaan. Tot slot sluit hij zich namens zijn fractie aan bij de dringende oproep aan de wethouder die door GroenLinks werd gedaan. Lid BADAL verwijst naar de bezuiniging die in de Voorjaarsnota wordt beschreven voor verpleegkundigen en artsen in het mbo-jeugdteam. Als dit doorgaat vreest lid Badal het verlies van het mbo-jeugdteam als cruciale schakel in de verzuimbegeleiding en het voorkomen van schooluitval. Lid Badal stelt voor om in plaats daarvan de bezuiniging toe te passen op het ambtelijke apparaat. Hij hoort graag van de wethouder welke mogelijkheden er hiervoor zijn en welke doelen het college wil realiseren. Wethouder SCHOLTES stelt in zijn inleiding dat het met de krappe middelen die er zijn lastig is geweest om bepaalde keuzes te moeten maken.
Dit geldt ook voor de investeringen waarvoor is gekozen, zoals voor de Aanpak Personen Onbegrepen Gedrag van de meldpunten Zorg- en Woonoverlast. De wethouder is blij met het extra geld dat gaat naar de sociale basis om te compenseren voor de gestegen kosten. De sociale basis is een cruciaal onderdeel voor het versterken van de zorgzame buurten. Er is tevens geïnvesteerd in noodzakelijk achterstallig onderhoud bij Toezicht-en-Handhaving in de Wmo. De bezuiniging die wordt voorgesteld bij het oplossen van het personeelstekort in de zorg betreft extra geld dat bij de vorige Voorjaarsnota is vrijgemaakt door het college. Dit is vijf ton structureel en het college kiest ervoor om dit bedrag in 2026 en 2027 elders in te zetten. Daarna komt dit bedrag weer beschikbaar voor de personeelstekorten in de zorg. Dit geldt ook voor 2025. De campagne ‘Hulp bij Huishouden’ gaat in 2025 door. De wethouder zegt toe te onderzoeken of het mogelijk is om door verschuivingen middelen te vinden om in 2026 en 2027 acties te kunnen uitzetten. Na de zomer zal de wethouder de commissie verder informeren over de aanpak Personeelstekorten. De aanpak wordt uitgevoerd in samenwerking met de zorg- en welzijnsinstellingen. Lid VAN PIJPEN is van mening dat op deze manier het probleem alleen maar groter zal worden en zij pleit voor spoedige inzet van middelen en acties.
Wethouder SCHOLTES herhaalt zijn toezegging dat hij zal kijken waar er geschoven kan worden met de middelen. In dit kader wijst hij de commissie op een aantal andere acties die er plaatsvinden, zoals de verdubbeling van het aantal maatschappelijke parkeervergunningen voor zorgpersoneel, geïnitieerd door wethouder Van der Horst. Ook zijn er gesprekken gaande met het Antonie van Leeuwenhoek-ziekenhuis en het OLVG over extra woningen voor zorgpersoneel. De wethouder stelt dat het huidige college veel investeert in het mbo en dat is volgens hem terecht. Ook hij vindt de mbo-jeugdteams belangrijk, maar de GGD heeft te maken met teruglopende budgetten. De wethouder kondigt een brief aan waarin hij de gevolgen zal beschrijven van de kortingen op de SPUKS voor de seksuele gezondheidszorg. De mbo-jeugdteams werden betaald vanuit de GGD. De wethouder zal met de ROC’s en wethouder Mbarki in gesprek gaan over eventuele alternatieve financiering. Hij weet dat de ROC’s in andere steden deze zorg zelf inkopen. De wethouder zal hier na de zomer bij de raad op terug komen. Wethouder MOORMAN stelt dat het verhogen van de instapleeftijd voor de voorschool naar 2,5 jaar heeft te maken met de bezuiniging op de SPUK die door het Rijk
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
is voorgeschreven als efficiëntiekorting. Vervolgens geeft zij aan dat de leeftijd van 2,5 jaar de wettelijke richtlijn is. Amsterdam heeft dit in 2018 kunnen verlagen naar 2 jaar, maar met de aankomende bezuinigingen die oplopen tot 12 procent is dit niet vol te houden. Wel heeft de gemeente kunnen bewerkstelligen dat voor kinderen met een indicatie de instapleeftijd van 2 jaar blijft gelden. Het liefste ziet de wethouder een gratis voorschool voor alle kinderen. Een lichtpuntje is dat het nu, met de val van het kabinet, in zou gaan per 2027. Als reactie op het voorstel van lid Badal geeft de wethouder aan dat er al een bezuiniging op het ambtelijke apparaat plaatsvindt. Lid WEHKAMP constateert veel beweging op het gebied van bezuinigingen en zij vraagt de wethouder of het in de huidige politieke omstandigheid niet mogelijk is om ook andere bezuinigingen vooruit te schuiven naar een later tijdstip. Wethouder MOORMAN geeft aan dat de bezuiniging op de voorschool de grootste is. Andere bezuinigingen, zoals de brede-brugklasbonus die gaat eraf bij het Rijk en de kansenregeling, zal hopelijk gered worden. De wethouder somt op welke bezuinigingen er gaan komen, vooral binnen het onderwijs. Lid BELKASMI vraagt waarom er specifiek is gekozen voor de bezuiniging op de voorschool. Wethouder MOORMAN stelt dat het bij de bezuinigingen gaat om het verdelen van schaarste.
De besparing die het Rijk heeft met de bezuiniging op onderwijsachterstandsmiddelen gaat naar de voorschool. Het college wil de kinderen die het meest geraakt worden door de bezuinigingen ontzien en voor hen blijft de instapleeftijd twee jaar. Bovendien wordt er geld bijgelegd voor de groep die daarboven zit, maar de gemeente kan dit niet alleen. In antwoord op de vraag van D66 geeft de wethouder aan dat de drie ton is gebaseerd op 12 groepen, hetgeen ook de omvang van de wachtlijsten is. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het punt wordt geagendeerd voor de eerstkomende raad op 9 juli aanstaande. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 5. Begroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling GGD AmsterdamAmstelland (Huiselijk geweld en Seksueel geweld) (VN2025-008367) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en inventariseert het aantal leden dat een bijdrage wil leveren. Lid ABDI beschrijft de situatie in Amsterdam en voor hoeveel vrouwen geldt dat zij te maken hebben met huiselijk en seksueel geweld. Zij is blij dat Filomena Amsterdam wordt gerealiseerd, zodat er nog beter hulp kan worden geboden. Zij hoort graag van de wethouder wanneer dit plaatsvindt en zij vraagt hem de commissie op de hoogte te houden. Het verheugt lid Abdi dat er dit najaar wordt gestart met de pilot ‘Slachtofferdevice’.
De PvdA vindt het echter zorgwekkend dat uit het Jaarverslag van Veilig Thuis blijkt dat meldingen te lang blijven liggen, dat de uitstroom stokt en dat er sprake is van personeelstekort. Veilig Thuis heeft aangegeven dat de pilot om personeel zonder SKJregistratie aan te trekken is mislukt en dat zij hiermee stopt. Lid Abdi vraagt zich af waarom, aangezien zij ervoor heeft gepleit om personeel op andere manieren binnen te krijgen. Lid Abdi stelt de volgende vragen aan de wethouder:
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
−
Hoe verlopen de gesprekken tussen de gemeente en Veilig Thuis? Kan de raad betrokken worden bij de keuzes die worden gemaakt? − Wat is de stand van zaken met betrekking tot het toekomstscenario? − Waarom is het tekort op de begroting structureel en is dit wel mogelijk? − Wat is de reactie van Veilig Thuis op de Inspectie? Tot slot stelt lid Abdi vragen over het functioneren van Veilig Thuis aan de hand van een voorbeeld van een dakloze moeder met kind die niet adequaat werd geholpen. Naar aanleiding hiervan vraagt zij of de wethouder bereid is om met de andere gemeenten uit de Veiligheidsregio hierover in gesprek te gaan. Lid PERDOK refereert aan een werkbezoek dat vorige week plaatsvond bij het Centrum voor Seksueel Geweld. Uit eerdere ervaringen leerde lid Perdok wat er nodig is in Amsterdam, namelijk een plek waar multidisciplinair hulp wordt verleend. Helaas is dit nog niet gerealiseerd. In haar betoog beschrijft lid Perdok de zorgen die zij heeft rondom de vrouwenopvang in Amsterdam. Zij geeft aan dat er sprake is van een structureel probleem dat vraagt om een structurele aanpak. Vervolgens stelt ze dat het onverantwoord is dat een takenpakket van deze orde, als het gaat om bescherming tegen geweld, opvang en beveiliging, afhankelijk blijft van private organisaties als de GGD, Amsterdam-Amstelland en de Blijf-groep met incidentele middelen.
Lid Perdok vraagt de wethouder waarom ervoor wordt gekozen om deze cruciale opvang in private handen te laten. Ook wil zij weten waarom er sprake is van incidentele financiering in plaats van het structureel verankeren van zorgfuncties en personeelscapaciteit. De Vonk wil publieke regie op de opvang, structurele financiering vanuit een langetermijnvisie en versterking van regionale solidariteit en pleit voor eerlijke, sociale en toekomstgerichte aanpak. Lid DE JONG pleit voor een financiële ondersteuning van het Centrum voor Seksueel Geweld en hij verklaart namens zijn fractie mee te willen denken over de mogelijkheden. Hij is erg onder de indruk van de wijze waarop er hier wordt gewerkt en hoe de opvang plaatsvindt. Helaas is momenteel de capaciteit te gering om de kwaliteit te kunnen leveren wat zij voor ogen hebben. Wethouder SCHOLTES leidt de beantwoording in met het opsommen van de cijfers waaruit blijkt hoeveel Nederlanders te maken hebben met een vorm van geweld. De hoge aantallen benadrukken het belang van het werk van organisaties als Veilig Thuis, CSG en de Blijf-groep doen. De wethouder geeft tevens aan hoe belangrijk het is om ervaringsdeskundigen toe te voegen aan dit werk. Hij geeft vervolgens aan welke waardevolle toevoeging het Centrum voor Seksueel Geweld biedt bij de hulp aan mensen die met geweld in de huiselijke kring te maken krijgen.
Het is moeilijk te verklaren hoe het komt dat het aantal slachtoffers dat aanklopt bij het Centrum nog steeds groeit. Bij Filomena Amsterdam kunnen mensen terecht die te maken hebben met huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is de ambitie om dit inloop- en expertisecentrum nog deze collegeperiode te openen onder voorbehoud dat de financiering rondkomt. Lid ABDI informeert naar het voornemen om landelijk te bezuinigen op het CSG. Wethouder SCHOLTES is bereid hier later op terug te komen. Voor nu kan hij meedelen dat Amsterdam niet zal worden geraakt door deze bezuiniging, maar andere regio’s wel. Het komt er dan op neer dat de hulp afhankelijk is van de plek waar je woont en de wethouder spreekt van een domme bezuiniging. De wethouder betwist de stelling van De Vonk dat er sprake is van het uit handen geven van de hulp aan private partijen. Binnen de gemeenschappelijke regeling is daar de Blijf-groep voor. Er is echter een nijpend tekort aan opvangplekken. Er wordt nu gewerkt aan een tweede Oranjehuis, zodat er meer noodplekken kunnen worden gerealiseerd. Het blijft zoeken naar meer mogelijkheden voor opvang.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Lid PERDOK stelt dat niet alle noodopvang valt onder de Blijf-groep, er zijn ook private zorginstellingen. Wethouder SCHOLTES is alleen bekend met de opvang die de Blijf-groep biedt zoals noodbedden en begeleid wonen voor vrouwen die langdurig hulp nodig hebben. De wethouder biedt aan om schriftelijk meer informatie te geven. Lid PERDOK meent te weten dat subsidie die wordt verstrekt aan de Blijf-groep wordt verdeeld onder verschillende hulporganisaties, waaronder ook private instellingen. Zij is van mening dat een dergelijke publieke verantwoordelijkheid moet worden ondergebracht bij zorginstellingen die vallen onder de gemeente. Wethouder SCHOLTES is niet bekend met deze werkwijze van de Blijf-groep, die volgens hem een stichting is. De stelligheid van lid Perdok noopt hem dit nader te bekijken. In antwoord op de vraag van lid Abdi verwijst de wethouder naar de bijeenkomst op 6 juni van zes regiogemeenten en de uitvoerende deelnemende partners. Hier werd gesproken over het verbeteren en het meer gebiedsgericht maken van de samenwerking volgens de werkwijze die in de proeftuin is ontwikkeld. Het toekomstscenario kan niet helemaal worden uitgevoerd, maar binnen de kaders die er nu zijn wordt alsnog de samenwerking zo goed mogelijk verbeterd. Naar aanleiding van het inspectieraapport is er een verbeterplan voor Veilig Thuis opgesteld.
De wethouder verwacht dat de inspectie op korte termijn schriftelijk kan bevestigen dat het toezicht kan worden losgelaten, omdat ze vertrouwen heeft in de maatregelen die Veilig Thuis heeft opgesteld. Als de schriftelijke bevestiging er is zal de wethouder dit delen met de gemeenteraad. Ten aanzien van het toekomstscenario geeft de wethouder aan dat de bedachte werkwijze niet volledig geeffectueerd kan worden, omdat de huidige wetgeving dit niet mogelijk maakt. In de regio is besloten om binnen de huidige wetgeving zoveel mogelijk de geleerde lessen uit de proeftuin Blijvend Veilig toe te passen. Dit betreft het gebiedsgericht organiseren van verschillende disciplines, het ondersteunen van lokale teams, werken met gezamenlijke ‘handelingskaders’ en de opzet van het expertisecentrum met inloophuis. Dit alles wordt meegenomen in het regionale beleidskader, dat nu ontwikkeld wordt. Lid ABDI geeft aan dat zij graag wordt betrokken bij het maken van de keuzes bij de uitwerking van het regionale beleidskader. Ook ontvangt zij graag een tijdlijn wanneer er wat wordt besproken. Het Jaarverslag van Veilig Thuis vindt lid Abdi niet duidelijk genoeg waar het gaat om wat de organisatie nodig heeft van de gemeente. Wethouder SCHOLTES zegt toe de raad na de zomer mee te nemen in de ideeën van het beleidskader. De wethouder zal de raad precies informeren over het tijdstip van aanlevering.
Bij de pilot om personeel zonder SKJ-registratie aan te trekken is men erachter gekomen dat de kosten hoger waren dan de baten. Een aantal mensen haakte bovendien na de training alsnog af. Ten aanzien van de casus die lid Abdi beschreef geeft de wethouder aan dat personeelsschaarste een dergelijk gevolg kan hebben. Dat is ook een belangrijke reden om een tweede Oranjehuis te realiseren. De wethouder stelt voor om met collega’s deze casus te bestuderen ervan te leren. Lid VAN PIJPEN herhaalt haar vraag over de structurele tekortbegroting. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat er geen tekort is op de begroting. Wel wordt er dit jaar en volgend jaar uit de reserve ‘bijgeplust’. Daarna is de reserve op het minimale niveau dat behouden moet blijven en zullen de partners meer moeten bijdragen.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Lid VAN PIJPEN maakt uit de stukken op dat er sprake is van een structureel tekort van 40.000 euro per jaar. Wethouder SCHOLTES zegt toe hier schriftelijk op terug te komen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken. Het punt wordt geagendeerd voor de komende raad voor een korte behandeling. De VOORZITTER schorst de vergadering om 10.57 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 11.05 uur. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 6. Beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2028 De schuld voorbij (VN2025-009115) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en zij inventariseert welke leden hier een bijdrage aan willen leveren. Lid BADAL concludeert dat aan de uitvoering van het beleidsplan veel partijen deelnemen. Hij vraagt zich af wie de regie op zich neemt en hoe voorkomen kan worden dat mensen verdwalen in dit doolhof. Voor het CDA is zelfredzaamheid van belang en hij vindt het goed dat bij de Amsterdamse doorstart begeleiding wordt gerealiseerd die gericht is op duurzame uitstroom.
Hij stelt de volgende vragen: − Welke concrete vaardigheden worden er aan de mensen geleerd?; − Hoe stimuleert de wethouder concreet eigenaarschap en persoonlijke verantwoordelijkheid in de Amsterdamse doorstart?; − Hoe kan worden voorkomen dat door te lange begeleiding afhankelijkheid ontstaat in plaats van zelfredzaamheid?; − Blijft nazorg nog voldoende van belang? Hoe wordt voorkomen dat mensen terugvallen? Worden er gesprekken georganiseerd met de naaste omgeving die hulp kan bieden? Lid WEHKAMP stelt enkele vragen: − Worden slachtoffers van uitbuiting, die vaak blijven zitten met de schuld van de uitbuiter meegenomen in deze aanpak? − Op welke manier wordt er een link gelegd met rechtsbescherming bij mensen met schulden? − Kan de wethouder de raad op de hoogte houden van de resultaten van de pilot met DUO? Lid HYLKEMA heeft geconstateerd dat de doelstelling om schulden te voorkomen, de zg. vroegsignalering gelijk blijft vanwege de druk op de financiën. Er wordt zelfs op gezinspeeld dat het budget afgeschaft moet worden als de druk hoger wordt. Daarnaast ziet lid Hylkema veel investeringen in maatwerktrajecten en psychologische begeleiding. Dit lijkt hem nogal duur en hij krijgt graag inzicht in die kosten van de wethouder. Ook vraagt hij de wethouder deze keuzes, vroegsignalering ten opzichte van maatwerktrajecten, toe te lichten.
Lid Hylkema stelt voor om juist meer te investeren in het voorkomen van schulden. Ook viel hem op dat de Amsterdamse Kredietbank veel vaker aan herfinanciering van schulden doet, waarbij risico’s van private partijen worden overgenomen. Hij vraagt zich af welke beleidskeuze hiervoor is gemaakt.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Lid NIJHOF geeft namens zijn partij aan dat hij achter de Amsterdams aanpak staat die gunstig uitpakt voor de bewoners met schulden. Vooral de focus op kinderen en jongeren spreekt hem aan. Over jongeren stelt hij de volgende vragen: − Hoe wordt er gezorgd voor een goede begeleiding wanneer de jongeren 18 zijn geworden met de daarbij komende financiële verantwoordelijkheid? − Wat wordt er gedaan om pinpasfraude bij jongeren tegen te gaan? − Wat doet de gemeente op het gebied van schulden bij jongeren die zijn ontstaan door gokken en andere verslavingen? − Hoe worden jongeren met onvoldoende begripsniveau bereikt? Het is een feit dat veel jongeren de brief die de gemeente stuurt op de 18e verjaardag niet begrijpen; − Welke specifieke aanpakken zijn er in de stadsdelen gericht op jongeren? − Welke ‘best practices’ kunnen stadsbreed worden ingezet? Lid KABAMBA geeft aan dat het schuldenprobleem vaak samengaat met andere problemen. En het beleidsplan benadrukt terecht het belang van de bestaanszekerheid. Helaas ziet lid Kabamba in de praktijk nog veel systeemstress en onvoldoende passende hulp. Dit ziet ze vooral bij mensen met een migratieachtergrond, alleenstaande ouders en jongeren zonder stabiel inkomen.
Zij heeft hierover de volgende vragen: − Hoe worden informele schulden die vaak buiten de regeling vallen toch structureel meegenomen in de begeleiding? − Hoe zorgt de gemeente ervoor dat alle scholen van alle niveaus de jongeren die straks 18 worden voorbereiden? − Kan de wethouder toezeggen dat ervaringsdeskundigen structureel betrokken blijven bij monitoring en beleidstoetsing? − Kan er worden bekeken hoe de ervaringsdeskundigen op de juiste manier worden gecompenseerd? − Hoe waarborgt de gemeente de bezuinigingscontext, zodat het integraal werken in de kwetsbare buurten niet verschraalt? Tot slot geeft lid Kabamba aan dat veiligheid bij jongeren ook betekent dat zij zich veilig moeten voelen in hun financiële situatie. Dit beoogt zij te bewerkstelligen met haar bijdrage. Wethouder MOORMAN maakt uit de woorden van lid Badal op dat ook hij de ingewikkelde balans herkent van zelfredzaamheid aan de ene kant en de onachtzaamheid die daardoor kan optreden in de begeleiding en ondersteuning. De participatiesamenleving bleek vooral een bezuinigingsmethode, waardoor juist meer mensen in de problemen kwamen. De wethouder legt uit onder welke invalshoek de schuldhulpverlening moet plaatsvinden, die rust moet geven bij de mensen met schulden. Het uiteindelijke doel is perspectief bieden.
Als reactie op de vragen van lid Wehkamp geeft de wethouder allereerst aan dat de pilot met DUO geëvalueerd zal worden en zij zal de raad hiervan op de hoogte stellen. De wethouder legt vervolgens uit dat de schuldenproblematiek niet op zichzelf staat en vaak is gekoppeld aan andere problemen. Dat is de reden waarom de schuldenproblematiek is opgenomen bij de oprichting van de buurtteams. De schuldhulpverleners, en ook de jongerenschuldhulpverleners zijn erop getraind om hierop door te vragen en daarmee aan de slag te gaan. De sociaal-raadslieden die in de buurtteams aanwezig zijn hebben dan weer veel kennis van de sociaaljuridische aspecten bij deze problematiek. Ook uit de bijdrage van lid Hylkema blijkt dat hij een balans zoekt. De wethouder benadrukt dat het belangrijk is om zoveel mogelijk schulden te voorkomen en zij is er trots op dat er in Amsterdam bij de vroegsignalering een bereik is behaald van 81 procent tegenover landelijk 20 procent. Er blijft echter altijd een groep over die een specifieke aanpak nodig heeft, bijvoorbeeld bij verslaving of mentale problemen. Die aanpak is wellicht duur, maar uiteindelijk zouden de kosten ook hoog worden als dit niet wordt aangepakt. De balans die bestaat tussen vroegsignalering en de intense maatwerkmethode werkt voor Amsterdam heel goed, concludeert de wethouder.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Bij de Amsterdamse Kredietbank is er niet zozeer sprake van herfinanciering dan wel van sanering in een periode van anderhalf jaar op basis van het inkomen. Meestal lukt dat. Lid HYLKEMA geeft aan dat hij verwijst naar een ander product dat wel degelijk herfinanciering is met een looptijd van 60 maanden. Wethouder MOORMAN geeft aan dat dit een sociale oplossing is die meer tijd geeft om het schuldbedrag af te lossen. Lid HYLKEMA vraagt zich af hoe wenselijk het is om financiering van private partijen over te nemen, hetgeen volgens hem hier gebeurt. Hij wil graag weten of hier een beleid aan ten grondslag ligt. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er niet zozeer sprake is van schulden overnemen, maar meer het in kaart brengen van de schulden, waarna er wordt gezocht naar een oplossing tussen de private schuldeiser en de schuldenaar. Lid HYLKEMA kan hier niet in meegaan en begrijpt alleen dat de Kredietbank de schulden overneemt, aangezien de bank het aanmeldt bij de BKR. Wethouder MOORMAN beaamt dit en voegt hieraan toe dat de schuld wel blijft staan bij de schuldenaar. Het voordeel is nu wel dat er maar één schuldeiser is. Lid HYLKEMA vraagt opnieuw of het wenselijk is dat de gemeente de schuld overneemt van private partijen. Hij meent dat de gemeente op die manier de risicoeigenaar wordt.
In de tekst staat ook nog aangegeven dat het risico stijgt, dus lid Hylkema wil graag weten welk beleid hierop wordt gevoerd. Wethouder MOORMAN acht het wenselijk omdat hiermee voor de schuldenaar het overzicht duidelijker is. Bij een complexe schuld zijn er soms wel 14 schuldeisers, waardoor de schuldenaar niet meer in staat is om begrip te krijgen van de schuld. Zo ontstaat de stress en de oplossing met de Kredietbank biedt meer rust. Als reactie op de vragen van lid Nijhof geeft de wethouder aan dat er veel aandacht is voor jongeren. Sinds enkele jaren krijgen alle jongeren die 18 worden een verjaardagskaart waarin staat beschreven wat er vanaf nu onder de eigen financiële verantwoordelijkheid valt. Daarnaast wordt heel specifiek geïnvesteerd in financiële educatie op scholen en voor kwetsbare jongeren zijn er programma’s waarbij er een coach meeloopt om te voorkomen dat er schulden ontstaan of dat jongeren worden gebruikt als geldezel of voor andere verkeerde zaken. Jongeren blijken ook heel ontvankelijk voor de ‘buy now-pay later’ methode waar dezer dagen veel over wordt geschreven. De wethouder vindt het terecht dat lid Nijhof hier zijn zorgen over uit, maar zij heeft hier niet direct een oplossing voor. Lid NOORDMAN vraagt wat de wethouder bedoelt met financiële educatie op scholen.
Wethouder MOORMAN geeft aan dat de gemeente investeert in lesprogramma’s op scholen die gaan over financiële kwesties. Op de vraag over ‘best practices’ legt de wethouder uit dat er zes verschillende buurtteam-organisaties zijn, waar de gemeente mee samenwerkt over zeven verschillende stadsdelen. De aanpak die de verschillende organisaties toepassen wordt zoveel mogelijk met elkaar gedeeld. Het is belangrijk om hierbij te benoemen dat er ook heel veel gebeurt in de sociale basis. Bij de schuldenproblematiek is het belangrijk dat er informele organisaties zijn waar mensen naar toe gaan als ze zich schamen om bij de buurtteams aan te kloppen. Dergelijke ‘best practices’ ervaringen zijn erg waardevol. Bij de nieuwe financiering die er komt voor de buurtteams zullen de samenwerking met informele organisaties en het leren van ‘best practices’ nadrukkelijk worden benoemd.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
In antwoord op de vraag van lid Kabamba geeft de wethouder aan dat er al sinds jaren wordt gewerkt met ervaringsdeskundigen, van wie de meesten ook in dienst zijn. Ook de integrale werkwijze wordt steeds meer toegepast en dit draagt in hoge mate bij aan de effectiviteit. Lid HYLKEMA vraagt de wethouder om de cijfers van de kosten van de maatwerk- en psychologische trajecten inzichtelijk te maken om deze gegevens te kunnen betrekken bij de bespreking van dit onderwerp in de raad. Wethouder MOORMAN stelt dat in de begroting duidelijk wordt vermeld waar het geld aan wordt uitgegeven en wat de resultaten zijn. Zij vermoedt dat lid Hylkema wil gaan schuiven met de bedragen, terwijl er volgens haar juist een goede balans bestaat. De wethouder biedt aan lid Hylkema in contact te brengen met een van de beleidsambtenaren om antwoord te krijgen, ook op zijn vragen over de herfinanciering. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken en dat dit punt zal worden geagendeerd voor de raad van 9 juli aanstaande voor een middellange bespreking. Onderwijs 7. Benoemen van twee leden in de Raad van Toezicht van Holdingstichting Zonova Swazoom (VN2025-008702) Dit agendapunt wordt gehamerd. 8. Herbenoemen van een lid van de Raad van Toezicht van Stichting Amsterdam West Binnen de Ring (AWBR) (VN2025-008637) Dit agendapunt wordt gehamerd 9.
Herbenoemen van een lid in de Raad van Toezicht van Stichting Openbaar Onderwijs Noord (Innoord) (VN2024-008783) Dit agendapunt wordt gehamerd. 10. Wijzigen van de statuten van Stichting Openbaar Onderwijs Noord (Innoord) (VN2025-008777) Dit agendapunt wordt gehamerd. 11. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Vereenvoudiging Onderwijssubsidies (VN2025-008508) Dit agendapunt wordt op verzoek van lid Wehkamp doorgeschoven naar de commissie van 10 september 2025. 12. Bespreken van het Jaarverslag Leerplicht schooljaar 2023-2024(VN2025-008506) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en zij deelt mee dat het punt is geagendeerd op verzoek van het lid Wehkamp (D66). Vervolgens inventariseert de voorzitter de leden die bij dit punt een bijdrage willen leveren.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Lid WEHKAMP beschrijft enkele problematische situaties waarin sommige kinderen zich bevinden wanneer zijn niet naar school gaan. Uit gesprekken met ouders bleek, dat zij meer steun en begrip vinden bij elkaar dan dat zij van de gemeente krijgen. Zij vraagt de wethouder op welke manier de gemeente de netwerken van ouders kan versterken. Er wordt nu onderzoek gedaan naar kinderen die om welke reden dan ook niet staan ingeschreven bij een school. Zij vraagt de wethouder welke categorieën kinderen hierin worden meegenomen. Lid BADAL uit zijn zorgen over het mbo-verzuim. Hij vraagt de wethouder wat er wordt bedoeld met de leerrechtmedewerkers die zich specialiseren in het begeleiden van mbo-studenten. Wat houdt deze specialisatie in? Ook wil hij graag weten hoe de ouders betrokken kunnen worden bij de aanpak. Kan de wethouder uitleggen waarom er op een andere manier wordt gerapporteerd bij de aanpak dan voorheen? Mbo-scholen rapporteren niet meer automatisch bij 16 uur verzuim. De aanpak waarbij er zowel een gesprek als verzuimmelding wordt toegepast lijkt het CDA verstandiger.
Lid VAN DER KAMP stelt een aantal vragen over thuiszitters: − Welke concrete doelen voor het terugdringen van het aantal thuiszitters kan de raad voor het komend jaar verwachten en hoe worden die gevolgd? − Worden scholen ook aangesproken op hun aandeel bij deze aanpak? − Hoe gaat de gemeente om met ouders die niet meewerken? Welke middelen kunnen er worden ingezet om de ouders te betrekken? − Hoe effectief en kostenefficiënt is de huidige aanpak? Lid BELKASMI vraagt wanneer de actualisatie van de aanpak Voortijdig SchoolVerlaten wordt voorgelegd aan de raad. In oktober 2024 werd in de raad aangegeven dat dit voor de zomer zou gebeuren. Lid WEHKAMP refereert aan deze discussie in de raad en vraagt of lid Belkasmi nog steeds van mening is dat er een leerplicht is en niet een leerrecht. Lid BELKASMI snapt de wens van veel leden om te spreken van een leerrecht, maar volgens hem kunnen leerplicht en leerrecht goed naast elkaar bestaan. Lid WEHKAMP interpreteert dit als een positieve draai van de PvdA, die nu ook de term ‘leerrecht’ erkent. Lid BELKASMI nuanceert dit en geeft aan dat hij nog altijd vindt dat kinderen de plicht hebben om naar school te gaan. Het doel blijft om kinderen te ondersteunen en te begeleiden om naar school te gaan.
Lid KABAMBA refereert aan de conferentie over leerplicht, waar kinderen aan het woord kwamen die thuis zitten of een thuiszitter dreigen te worden. De kinderen en hun ouders gaven aan dat neurodivergentie door de school niet wordt erkend en de kinderen worden niet goed ondersteund. Hierdoor worden deze kinderen uiteindelijk thuiszitters. Zij vraagt de wethouder op welke manier de gemeente kennis hierover onder de docenten kan verspreiden. De ouders weten vaak niet waar ze terecht kunnen met deze problematiek. Lid Kabamba zou tevens graag het debat aanjagen over de inzet van de gemeente bij voortijdig schoolverlaters. Lid YEMANE heeft gesproken met het OCO over de problematiek met de AZCkinderen en de ongedocumenteerden. Zij heeft enkele vragen:
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
− − −
Is het mogelijk om de vrijstellingen 5a in te delen naar leeftijdscategorie, zodat er maatwerk geboden kan worden? Zon ontstaat er meer inzicht in de reden van de vrijstelling. Kan er worden onderzocht of er voor de thuiszittende kinderen andere mogelijkheden zijn om onderwijs te krijgen? Dit kan zijn thuisonderwijs, afstandsonderwijs of onderwijs in samenwerking met zorginstellingen. Wat is de verplichting van de school om een alternatief aanbod te geven?
Wethouder MOORMAN vindt het een goede zaak dat ouders zich verenigen en hulp en steun zoeken bij elkaar. Hier werd op de eerder aangehaalde conferentie ook aandacht aan geschonken. De wethouder geeft aan dat zowel de Kinderombudsman als de OCO deze initiatieven kunnen ondersteunen en zij zegt toe hierover met deze organisaties in gesprek te gaan. Lid WEHKAMP vraagt hoe de oudergroepen breed kunnen worden ondersteund. Wethouder MOORMAN vermoedt dat dit mogelijk is in samenwerking met het Samenwerkingsverband. Het is natuurlijk niet mogelijk om de jongeren die niet in beeld zijn te bereiken, zo betoogt de wethouder. Zij adviseert om een goed beeld proberen te krijgen van de nieuwkomers, zowel gedocumenteerd als ongedocumenteerd. Dan wordt er geprobeerd dit uit te splitsen en wordt onderzocht wat de oorzaken zijn van de problematiek. Wethouder Moorman vervolgt de beantwoording. Antwoorden op de vragen over het mbo doet zij mede namens wethouder Mbarki, die het mbo in zijn portefeuille heeft. Het is belangrijk dat er leerplichtambtenaren gespecialiseerd zijn in de problematiek van deze doelgroep vanwege de unieke omstandigheid waarin deze jongeren zich bevinden, tussen kind en volwassenen in, soms voor het eerst op zichzelf wonend en met een financiële verantwoordelijkheid vanuit de zelfstandigheid. Het is al duidelijk geworden dat het werken met de specialisten wat oplevert.
De gewijzigde verzuimregistratie heeft een praktische oorzaak; de eerdere manier van registreren kostte veel papier, maar loste niets op. De nieuwe manier van registreren is meer gericht op het oplossen. De wethouder erkent dat de actualisatie van de aanpak Voortijdig Schoolverlaten (VSV) er nu zou moeten zijn, maar de Wet ‘Van School naar Duurzaam Werk’ is uitgesteld en de wethouder vindt het belangrijk dat de aanpak hier parallel aan loopt. Lid BELKASMI vraagt op welke termijn hij de informatie kan verwachten. Wethouder MOORMAN kan de aanpak presenteren op het moment dat de wet ingaat en dat zal eind 2025 of begin 2026 zijn. Uit onderzoek is gebleken dat de meeste kinderen die vrijstelling 5a hebben gekregen nooit school hebben gehad. Dit zijn vooral 5-jarigen. In antwoord op de vraag van lid Kabamba over de onbekendheid met neurodivergentie op scholen geeft de wethouder aan dat er steeds vaker van wordt uitgegaan wat leerlingen wel kunnen in plaats van niet. Er ontstaan steeds vaker initiatieven voor inclusief onderwijs en zij geeft hiervan een paar voorbeelden. Volgens de wethouder is in deze situatie inderdaad sprake van leerrecht. Dit kan van toepassing zijn als een leerling uitvalt vanwege bijvoorbeeld mentale problemen en dat er dan wordt bekeken hoe het wel zou lukken. De wethouder benadrukt dat de school hier ook een rol in heeft.
Hierover wordt met de scholen gesproken, de Samenwerkingsverbanden hebben hier aandacht voor en het staat beschreven in de onderwijsambities die zijn afgesproken met de scholen. Het concrete doel, waar lid Van der Kamp naar vroeg, is het bewerkstelligen van een afname van het aantal thuiszitters, zoals de wethouder aangeeft. Hier is nog geen concreet aantal voor geformuleerd, maar voor de wethouder doet dat er niet toe, elke thuiszitter is er één te veel. Lid VAN DER KAMP herhaalt zijn vraag over de effectiviteit en hoe je dat meet.
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Wethouder MOORMAN vindt het moeilijk om dit aan te geven, aangezien dat van veel factoren afhankelijk is. Het blijft belangrijk om in gesprek te blijven over hoe het beter kan. Lid VAN DER KAMP vraagt de wethouder het beleid te waarderen met een cijfer. Wethouder MOORMAN is van mening dat dit aan de raad is als controlerend orgaan. Lid YEMANE sluit aan op het antwoord dat de wethouder gaf op haar vraag en zij wil graag weten of er bij oudere kinderen ook sprake is van een stijging, zodat er kan worden vastgesteld of maatwerk aan de orde is. Wethouder MOORMAN heeft geen informatie over een eventuele stijging in de oudere categorie. Zij noemt een aantal cijfers: Kinderen die onderwijs volgden voordat ze vrijstelling 5a kregen; 18 kinderen in vo en SBO, 14 kinderen in vo en vso, 5 kinderen in mbo. Dit is een relatief klein aantal vergeleken met kinderen die vrijstelling 5a kregen voordat ze überhaupt naar school zouden gaan. Vanwege het kleine aantal kan er volgens de wethouder geen conclusie aan worden verbonden. De wethouder vervolgt de beantwoording van de vragen van lid Van der Kamp. Zij benadrukt dat er hard wordt gewerkt, in samenwerking met het Samenwerkingsverband en de verschillende scholen om de trend te keren. Ook de ouders worden hier nadrukkelijk bij betrokken.
Er is wel de mogelijkheid om via een proces verbaal een justitionele maatregel te nemen, maar dat moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Als voorbeeld noemt de wethouder de buurtrechter in Zuidoost. Uit haar werkwijze blijkt dat het betrekken van ouders en het koppelen aan hulpverleningsinstanties het meeste effect heeft. Lid VAN DER KAMP betoogt dat het soms nodig zal zijn om de maatregel in te zetten als het gaat om ouders die te weinig omkijken naar hun kinderen. Wethouder MOORMAN beaamt dit en geeft aan dat dit de reden is om die stok achter de deur te hebben. Er zijn hier ook gesprekken over met het Openbaar Ministerie die verkeerde conclusies trok uit het feit dat het aantal processen verbaal afnam. De meeste ouders willen het beste voor hun kinderen en dat ze naar school gaan, maar soms zijn er omstandigheden in de complexe samenleving die het voor ouders moeilijk maken de kinderen voldoende aandacht te geven en dan is het de taak van de gemeente om ondersteuning en begeleiding te bieden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken en dat dit punt zal worden geagendeerd voor de raad van 17 en 18 september aanstaande. De VOORZITTER verwelkomt een groep statushouders van de VU die deelneemt aan een participatieverklaringstraject en die plaats heeft genomen op de publieke tribune. Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 13.
Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Uitslag Centrale Loting en Matching 2025’ (VN2025-008507) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en zij deelt mee dat het geagendeerd is op verzoek van lid Badal. Vervolgens inventariseert zij het aantal leden dat bij dit punt het woord wil voeren.
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 2 juli 2025
Lid WEHKAMP vraagt de wethouder te verklaren waarom Amsterdamse leerlingen vaker geen middelbare- schooldiploma halen binnen zeven jaar dan elders. Lid VAN DER KAMP geeft aan dat het Amsterdamse systeem van Centrale Loting en Matching vaak tot ontevredenheid leidt en door leerlingen ook wel als een gokautomaat wordt gevoeld. Er wordt te weinig gestuurd op betere aansluiting tussen vraag en aanbod. Uit de schoolmonitor blijkt dat leerlingen met een havoadvies minder vaak slagen dan het landelijk gemiddelde. Dit is voor de VVD reden om de wethouder de volgende vragen te stellen: − Deelt de wethouder de visie van de VVD dat er te weinig wordt gestuurd naar populaire richtingen en scholen? − Is verdere splitsing van cijfers mogelijk, zoals hoeveel procent van de leerlingen met een vwo-advies krijgt geen plaats op een school binnen de top 3? Hoe is dat bij andere leerstromen? − Is de wethouder bereid om met schoolbesturen prestatieafspraken te maken over het aantal plekken havo-vwo en dat die structureel meer aanmeldingen krijgen dan er plekken zijn? − Is de wethouder bereid om met schoolbesturen prestatieafspraken te maken over het uitbreiden van havo-vwo plaatsen op scholen die structureel meer aanmeldingen hebben dan plekken? − Is de wethouder ermee bekend hoe dat in Utrecht wordt gedaan, waarbij scholen worden aangemoedigd om hun capaciteit op te rekken? En is zij bereid dit
principe in Amsterdam ook toe te passen? − Deelt de wethouder de ambitie met de VVD dat het onderwijs zo ingericht zou moeten worden dat de ambitie kan worden afgeschaft? Wethouder MOORMAN stelt dat het belangrijk is om uit te zoeken waarom Amsterdamse leerlingen vaker geen middelbare- schooldiploma halen binnen zeven jaar dan elders. Zij is in gesprek gegaan met het OSVO en zij zullen in het najaar met een staat van het onderwijs komen waarbij dit gegeven nader wordt geduid. Evenals lid Van der Kamp is de wethouder blij dat er een uitbreiding is gekomen naar negen scholen, zodat er geen kinderen meer op 10, 11 en 12 komen. Vervolgens benadrukt de wethouder ten aanzien van de laatste vraag van lid Van der Kamp dat het vanzelfsprekend is dat deze ambitie er moet zijn. Natuurlijk wil de wethouder dat elk kind op de school van zijn/haar eerste voorkeur kan komen. Helaas is dat in de Amsterdamse situatie niet haalbaar, met een breed palet aan scholen en een groot verschil in verschuivende populariteit. Wanneer de gemeente zou aangeven dat iedereen terecht kan op de school van de eerste keuze, dan zou er sprake zijn van valse hoop. De wethouder betwijfelt in hoge mate dat er in Amsterdam ooit een situatie zal komen dat loten voor scholen niet meer nodig is.