CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.06.25 Conceptverslag RO.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie RO d.d. 25 juni 202517.163 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

In deelplan zes komt de hoogwaardige groenontwikkeling. De raad krijgt hier op dat vlak na het reces een concreet plan voorgelegd. De afname van groenblauw in woongebied zes, komt door de opgave in een aantal allonges rondom de woningbouw. Daar was de opgave ook hoogwaardig, wat ook meegenomen wordt in het plan. In de zomermaanden vinden gesprekken plaats en dat plan verwacht de wethouder vroeg in de herfst. Ze willen juist ook gesprekken in de buurt voeren, voordat het plan hier wordt neergelegd. De oproep van het lid Emmerik rondom de kwaliteit van het groen hebben zij ook goed gehoord. Tot slot stelt de wethouder dat zo’n wijk niet in één keer honderd procent staat, maar dat zij hier hun stinkende best aan het doen zijn, samen met de bewoners, zodat het hier heel mooi wonen wordt. Het lid VAN MUNSTER is ervan overtuigd dat er hard wordt gewerkt om de gemaakte afspraken na te komen. Als zij het exploitatieplan intrekken, daar staan afspraken in en er komt hier een keer een bewoner die wijst op een afspraak die niet wordt nagekomen, dat het antwoord dan niet is, dat het niet meer gaat, omdat het exploitatieplan in ingetrokken. Kan de wethouder garanderen dat die afspraken zodanig geborgd zijn dat ze dat antwoord nooit te horen gaan krijgen? Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat dit soort afspraken niet meer in het exploitatieplan staan.

Die afspraken staan in het SUOK, die biedt de basis. Dat is niet aan de orde, die geruststelling kan de wethouder geven. Het staat vast dat ze hier nog hiccups in tegen gaankomen, maar dat staat dan los van wat ze hier doen. Het is juridisch niet meer nodig om de afspraken die ze gemaakt hebben te borgen. Tweede termijn Het lid KEESMAN stelt het op prijs dat er veel aandacht is geweest van het college, waar de bewoners ook behoefte aan hadden. Krijgen ze ook dat integrale planningsdocument? Zij horen ook graag welke zaken nog niet gerealiseerd zijn en wanneer die dan wel gerealiseerd worden. Het lid vindt het heel belangrijk ook om aan te geven dat het buurtplatform gelijk hadden en dat er direct is gehandeld op basis van de prognose van de leerlingen. Dat buurtplatform werkt gewoon keihard om er samen iets van te maken en heeft ook een heel positief inbreng. Als dat vanuit het college ook wordt gewaardeerd, dan is dat buitengewoon constructief voor alle betrokkenen. Het lid Keesman heeft nog een kanttekening bij de opmerking dat het een buitengewoon mooie wijk wordt, namelijk de sociale woningbouw. Als het lid naar de wijk kijkt, ziet hij een mooie wijk, maar ziet hij dat zij hier een monowijk aan het bouwen zijn. Als er een kleine kans is om er nog sociale woningbouw in te fietsen, moeten zij dit met beide handen aangrijpen, want dit moeten ze zo nooit meer doen.

Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat zij wat aan de voorkant een zo best mogelijke inschatting hebben gemaakt van de cijfers wat betreft de behoefte aan scholen. Dat is een inschatting, die kwam nu aanzienlijk minder uit dan ze met elkaar gehoopt hadden, dat is gewoon eerder gesignaleerd door de bewoners. De wethouder bedankt voor dit signaal. In zo’n proces hebben ze geen glazen bol hoe het precies gaat en vertrouwen komt ter voet en gaat ter paard. Daar wordt keihard aan gewerkt. Wat betreft de notitie, zegt de wethouder dit op korte termijn aan de commissie toe te sturen. De gedetailleerdere plannen over groen en sport komen ze na het reces. Wat betreft de sociale woningbouw, hebben zij zich hier te houden aan de afspraken die in 2012 zijn gemaakt. De wethouder heeft dit gehoord, maar ziet niet meteen kansen dat dit op korte termijn in de pijpleiding zit. De VOORZITTER stelt vast dat zij dit punt hierbij voldoende hebben besproken en dat het punt in de raad kort kan worden besproken in de raad. 9 Vaststellen van het TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (VN2025-005888)

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

Het lid KEESMAN zegt dat zij het goed vinden dat hier verdicht wordt van 72 naar 150 woningen. Ze zijn blij met de vijftig procent sociale huur en gaan ervanuit dat deze door een woningcorporatie worden beheerd. De andere helft van de woningen zullen in de categorie betaalbare koop worden gebouwd. Kan de wethouder toelichten waarom voor het betreffende model van sociale koop is gekozen, hoe de blijvende betaalbaarheid gegarandeerd kan worden en hoe de wens van het dagelijks bestuur gehonoreerd kan worden dat de huidige bewoners van het stadsdeel hier voorrang te laten krijgen? Het lid ALBERTS vraagt of er op die sociale koop een anti speculatiebedinging op zit en kan zich voorstellen dat ze iets bedenken wat ze in de betaalbare sfeer kan houden. Wethouder VAN WEYENBERG bevestigt dat de sociale huurwoningen beheerd zullen worden door een woningcorporatie. Het idee is dat de huidige bewoners voorrang krijgen en er wordt nog aan gewerkt hoe dat er precies gaat uitzien. Rond betaalbare koop, is de vraag hoe ze dit op de lange termijn kunnen borgen. Bij oplevering zit het onder een bepaald prijsniveau, waarna de prijzen mee stijgen in de markt. Ze kijken daarom naar een anti speculatiebeding, maar daar is nog geen besluit over genomen.

Juist omdat er geen wettelijk kader is, kan het wenselijk zijn om daar een aantal jaren een anti speculatie beding op te zetten, maar dat speelt pas bij de tender. Dit is een suggestie die ze overwegen. Het lid ALBERTS vindt het heel goed dat de wethouder dit meeneemt in de tender. De VOORZITTER stelt vast dat de wethouder hier akte van neemt en dat er een toezegging is gedaan van een antispeculatie beding nadrukkelijk te onderzoeken. Dit agendapunt is dan voldoende besproken en kan in de raad worden gehamerd. 10 Bespreken van de raadsinformatie brief over evaluatie proces Club Raum: Inzichten en lessen (VN2025-008187) De VOORZITTER geeft aan dat de commissie FKD bij dit punt zijn uitgenodigd Het lid VAN DER VEEN bedankt de insprekers en zegt te begrijpen dat zij zelf niet zouden adviseren een nachtclub in Amsterdam te starten. Bij sommige aanbevelingen uit het evaluatierapport leest het lid dat deze nog moeten worden toegepast in de werkwijze.

Wanneer kunnen ze dit verwachten? Wat betreft de wisselwerking tussen de stadsdelen en de stad, zijn die lessen ook in al die stadsdelen belandt of gaat het alleen nog over NieuwWest? Kunnen er binnen de gemeente werkafspraken worden gemaakt, om ervoor te zorgen dat zodra een initiatief binnenkomt bij de gemeente, dat de afdeling Nachtcultuur direct aan de voorkant worden betrokken en een mandaat krijgen om te handelen? De werkwijze tussen de verschillende stadsdelen verschilt nog al. In Nieuw-West zien ze dat de nachtvisie heel makkelijk ter zijde wordt geschoven, zo interpreteert het lid dit. Het lid wil graag dat zij zoeken naar een oplossing, zodat er behoorlijk bestuur plaatsvindt. Betreffende het financieel gezond houden van de nachtcultuur, vraagt het lid of het college wil meedenken hoe de nachtcultuur ook voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt en vraagt om een update over de motie Cultuurblind die het lid vorig jaar heeft ingediend. Het lid STAARTJES vraagt of in het niet zo gedacht is in het bestuurlijk stelsel dat stadsdelen ook een eigen invulling kunnen geven. Het lid VAN DER VEEN bevestigt dit, maar verwijst ook naar de Nachtvisie. Het lid KEESMAN spreekt zijn lof uit voor de evaluatie en stelt dat het er nu op aankomt dat ze de voornemens de volgende keer ook toepassen.

In dit soort complexe processen met zeer verschillende belangen zal het moeilijk blijven om voor alle betrokkenen op elk moment een bevredigend pad te volgen, denken zij. Het lid ziet ook een spanningsveld tussen de Nachtvisie en de eigen richting die de stadsdelen en het stadsgebied willen volgen. Wat is de visie van de wethouder daarop?

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

Het lid MOESKOPS zegt dat zij als D66 ook erg blij zijn met het rapport. Het is verschillend hoe stadsdelen en directies met dezelfde aanvragen omgaan, daar kunnen ze als stad veel kunnen leren. De casus van Club RAUM is exemplarisch voor een uitdaging die zich ook buiten de stad afspeelt. Hoe verhouden ze zich als stad tot steeds stakeholders met zeggenschap in hun grenzen als het gaat om nachtcultuur. Ze zien dat partijen als het Havenbedrijf, de provincie en de omgevingsdienst een belangrijke stem hebben in de vergunningverlening. Bij festivals hebben ze het dan ook over recreatieschappen, groengebieden en misschien nog meer. Het is op zich begrijpelijk dat zij wat te zeggen hebben, daar zij ook bepaalde publiekelijke belangen, maar het roept ook de vraag op hoeveel ruimte Amsterdam heeft om haar eigen Nachtvisie uit te voeren. Het valt op dat de waardering voor nachtcultuur, zoals verankerd in die Nachtvisie en de uitvoeringsagenda Nachtcultuur niet altijd wordt gedeeld door al deze partijen, wat leidt tot frictie. Het lid herhaalt de oproep die zij ook aan wethouder Meliani deed, om structureel in gesprek te gaan met deze stakeholders. Niet bij een casus waar ze al een beetje mot over hebben, maar juist in het algemeen om een gedeelde visie te ontwikkelen op waar nachtcultuur wel en niet is.

Als is het maar om vooraf voor initiatiefnemers duidelijk te maken, waar de harde nee ligt. Daarnaast wijst het lid op de manier waarop vergunningen worden afgehandeld. Vaak gebeurt dit nu sequentieel. Je hoort dan vaak bij stap drie, dat je in vergunning één, net iets anders had kunnen doen, om het bij drie wel voor elkaar te krijgen. Dat is eigenlijk niet houdbaar bij dit soort complexe vergunningen en al helemaal niet bij tijdelijke initiatieven. Het lid stelt daarom een team voor wat vanaf het begin integraal meekijkt, niet als de aanvraag binnen is, maar eigenlijk al bij een eerste locatieverkenning. Dit zou het loket nachtcultuur kunnen zijn, maar misschien vraagt dit een bestuurlijke opdracht van deze wethouder. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? Bij tijdelijke nachtcultuur kan je gewoon niet jarenlang praten voordat er iets gebeurt, je business case wordt dan te kort. Bij een gemeentelijke uitgegeven locatie, zoals die Arena tunnel, is het nog schrijnender om er halverwege het proces achter te komen dat er geen wateraansluiting is en dat daar ook nog allerlei stappen in gezet moeten worden, terwijl zij toch als gemeente deze locatie beschikbaar hadden gesteld. Eigenlijk als er een locatie op het oog is, kan de gemeente ook de eerste vergunningsonderzoeken starten, ook als er nog geen exploitant is. De ondernemers verdwalen in het woud van regels.

Tegenstrijdige adviezen van verschillende directies, verschillende stakeholders en onduidelijke procedures. Zo sprak het lid een ondernemer die al twee ton kwijt was aan vergunningsadvies van externe bureaus, terwijl zijn plan eigenlijk perfect paste binnen de gebiedsvisie. Dat is meer dan zonde en het sluit ondernemers uit die daar niet kapitaalkrachtig genoeg voor zijn. Kunnen ze hen niet beter ondersteunen? Bijvoorbeeld met een template, inzicht in een geslaagde casus of een stappenplan? Wat zou de wethouder hierin kunnen betekenen? Tot slot roept het lid op om ervoor te zorgen dat de mensen die de nacht vormgeven niet vastlopen in het systeem en hen letterlijk en figuurlijk de ruimte te geven. Het lid STAARTJES begrijpt de frustratie van de commissie FKD. Het lid noemt dit feitenrelaas een ambtelijk horrorverhaal, spreekt over verkokering, vergunningen van rechtswege en bestuurlijke drukte. Daarnaast werd de Gedeputeerde van Noord-Holland pas heel laat geïnformeerd. De evaluatie is gericht op lessen, in plaats van conclusies, maar de lessen zijn bikkelhard. De kern van de constatering van het onderzoeksbureau is wat het lid betreft dat gedurende het proces het uitgangspunt dat vergunning verlening, een vorm van dienstverlening, niet altijd centraal heeft gestaan.

Ook wordt het beeld geschetst van wantrouwen, dat ambtenaren niet elkaars expertise op prijs zou stellen, management wat met elkaar ruzie zou maken en dat er gekeken wordt naar het college en het bestuur om de puzzel te leggen. Het college is naar de mening van het lid, grotendeels de aanstichter van de procedurele ellende die gestart is, vanwege de politieke ambities de kris kras bestuurlijk speelveld er doorheen gedrukt zijn. Dit geeft geen beeld van één bestuur met één missie dat er voor de inwoners het zo makkelijk mogelijk wilde maken. Dan begrijpt het lid goed dat er ondernemers zijn die zeggen dit niet nog een keer zouden zijn, want dit werk op deze manier niet. Tegelijkertijd moeten ze ook gaan kijken dat ze een bestuurlijk stelsel in het leven hebben geroepen, dat het mogelijk moeten zijn voor stadsdelen om af

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

te wijken. Dat ze misschien ook in een raad in een vroeg stadium daarbij betrokken moeten zijn. Ook omdat de stadsdeelcommissie met een advies is gekomen die ook plaatsing van dit initiatief daar niet direct mogelijk zou hebben gemaakt. Wat hen betreft, gaat het grotendeels om het college, maar als raad moeten ze dit ook als een oproep naar zichzelf moeten zien om deze verkokering te doorbreken en welke lessen zij kunnen trekken. Het lid AHMADI zegt dat iedereen alles benoemd heeft wat benoemd kan worden en gaat nog in het verzoek van een inspreker om doordeweeks te openen. Het lid kan zich niet voorstellen dat er bezwaren zouden zijn op deze plek. Wat vindt de wethouder hiervan? Wethouder VAN WEYENBERG stelt dat deze uitgebreide evaluatie niet voor niks is gemaakt en biedt namens het college excuses aan Club Raum aan. Dit proces had veel beter gemoeten. Ze proberen daarvan te leren in iets wat wel buitengewoon ingewikkeld is en waar vele verschillenden belangen, regels en doelen samenkomen. Dat zal ingewikkeld blijven, maar dat betekent niet dat ze zich moeten neerleggen bij de gang van zaken. De wethouder kan enkel wat zeggen over het proces en niet over concrete vergunningen. Alles wat rond Nachtcultuur is gezegd, is ook de lijn van het college, van zijn collega van kunst en cultuur en van de wethouder zelf.

Wat de wethouder complex vond, is wat ze als gemeente beter kunnen doen en waar kunnen ze nog wat doen in hun stakeholders en kunnen ze ondernemers helpen in het buitengewoon ingewikkeld juridisch kader waarin dit in speelt. Ze zijn druk bezig met het omzetten van de aanbevelingen in de praktijk. Sommige dingen doen ze nu al anders. Zo praten ze bij Lofi op een andere manier met elkaar dan bij Club RAUM is gebeurd, zonder vooruit te lopen op waar vergunningsprocedures eindigen. Wat betreft de stadsdelen, werken zij op dit moment aan een ambtelijke handleiding die ze in Q3 willen rondsturen in de gemeentelijke organisatie en dus ook naar de stadsdelen. De lessen van Nieuw-West nemen ze op in die handleiding. Het gaat om hoe ze een uniform proces kunnen inrichten, wat goede voorbeelden zijn, wat zijn de heldere rollen en posities, zodat ze overal op dezelfde manier worden ingevuld en wat is de rol van externe stakeholders als er een aanvraag is. Dit is gemeente intern. Betreffende het nachtloket, zie je op dit moment al dat bij aanvragen voor nachtcultuur de mensen die over de nachtcultuur gaan bij Kunst en cultuur al betrokken worden bij vergunningen en het aanspreekpunt zijn voor initiatiefnemers. Toch heeft de wethouder de indruk dat wat daar achter vandaan komt, zij als gemeente moeten stroomlijnen.

Dat is best complex, maar de wethouder denkt dat ze daar kortere lijnen kunnen organiseren. Ze zijn parallelle aan de handleiding aan het werk om te kijken hoe ze vanuit het nachtloket het daarachter beter kunnen organiseren. Wat hier uitkomt, wil de wethouder ook meenemen in de handleiding. Wat betreft de industrie, is de realiteit dat juist die industrie het heel ingewikkeld maakt vanwege de geluidsruimteregels die daar zijn. Dan komen allerlei spelregels over het geluid verdeelplan, waarbij de provincie en de omgevingsdienst betrokken zijn. Op dit moment is het niet helder wanneer ze een tweede herzien geluid verdeelplan Westpoort naar de gemeenteraad kunnen sturen. Er loopt nog bestuurlijk overleg, waarbij de wethouder zelf ook nog zal aansluiten samen met de collega van west en cultuur en de provincie om te bespreken hoe ze een balans kunnen vinden de geluidsruimte voor industrie en de geluidsruimte voor tijdelijke horeca en culturele initiatieven waar deze stad ook voorstander van is. Dat raakt hier aan bevoegdheden van collega’s en dat bestuurlijk gesprek loopt nog. Betreffende de opmerking dat het ene stadsdeel makkelijk is dan de anderen, zegt de wethouder dat er niet te makkelijk over gedacht moet worden, want elk gebied is ook anders. Dit is een complexiteit die misschien in andere stadsdelen minder speelt. Zij werken aan die handleiding en de lessen.

Over het doordeweeks openstellen, komen natuurlijk ook allerlei vragen langs over de parkeerdruk en de leefbaarheid. Het college heeft een positieve insteek, maar de wethouder kan geen beloftes doen die zij straks niet kunnen waarmaken, dus daar worden vergunningen op getoetst. Het lid AHMADI begrijpt dat hier meer bij komt kijken, maar vraagt of het college bereid is met het stadsdeel in gesprek te gaan wat het college zou kunnen doen om ze tegemoet te komen. Juist omdat deze casus zo’n enorm voorverhaal heeft.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat die geluidsruimte hier heel specifiek speelt, zij zijn juist als stad juist in gesprek met de provincie en dat beïnvloed ook weer de ruimte voor een stadsdeel voor de vergunningaanvraag en het gaat om hoe ze bijvoorbeeld omgaan met het geluid verdeelplan en vraagt om verduidelijk van de vraag. Het lid AHMADI vraagt of het college bereid is om daarnaar te kijken waarin zij wel tegemoet kunnen komen. Wethouder VAN WEYENBERG wil geen verwachtingen wekken, die hij niet waar kan maken. Er is goed contact, ook met de stadsdelen, met de collega’s van Kunst en cultuur en vanuit ruimtelijke ordening. Het is niet dat ze de stadsdelen hier alleen voor laten staan. Die gesprekken zijn er wel, waarbij bevoegdheden ook gewoon in het bestuurlijk stelsel van deze stad bij de stadsdelen liggen. Het lid MOESKOPS geeft aan graag weer uitgenodigd te willen worden als ze het geluid verdeelplan Westpoort hier op de agenda staat. Uit het plan begrijpt het lid dat ze akoestisch verkavelen per emissie binnen het geluidsplan en volgens het lid hebben ze hier met een strook clubs te maken. Kan de wethouder dit meenemen of ze kunnen kijken naar die verkaveling en de ruimte die nu in de nacht heel beperkt is in dit geluid verdeelplan. Wethouder VAN WEYENBERG noemt dit relevante punten voor de gesprekken die ze met de provincie moeten voeren.

Een derde concrete toezegging die de wethouder wil doen, is dat zij op zoek zijn of zij iets kunnen maken van een handvat of leidraad, waarbij de wethouder tegelijkertijd niet weet hoe ver ze daarin komen. Juist vanwege het feit dat elke vergunning hele specifieke regels heeft, weet de wethouder niet hoeveel generieke lessen ze kunnen doen die breed toepasbaar is. Zij zijn aan het nadenken of ze iets met best practices kunnen doen zodat je van tevoren iets beter weet waar je aan toe bent zonder dat het dan simpel lijkt en er weer allerlei verrassingen komen. De wethouder weet niet of ze hier iets kunnen maken wat dienstig is, maar de wethouder wil het wel proberen. Het lid VAN DER VEEN zegt dat zij een cultuurplint motie over het geluidsplan ingediend, die kan betrokken worden bij het geluidsplan. Het is jammer dat ze nog niet weten wanneer het geluidsplan naar de raad komt. Tot slot geeft het lid aan dat Lofi doordeweeks al open kan en er betaald parkeren is, waardoor het lid niet snapt wat het probleem is voor Club Raum om doordeweeks de deuren open te zetten. Wethouder VAN WEYENBERG gaat geen toezeggingen doen over individuele casussen. Wat betreft de motie cultuurplint, betrekken zij die bij het locatieonderzoek nachtcultuur en deze komt na het reces samen met de voortgangsrapportage nachtcultuur uit.

De wethouder concludeert dat ze het beter proberen te doen, iets te bedenken om ondernemers meer hulp te geven, proberen de achterkant verder te versterken en met een ambtelijke handleiding te werken en de wethouder zal met de provincie specifiek over de geluidsruimte bespreken. Na het reces komen ze met de laatste toezegging rondom het locatieonderzoek en de plint. Tweede termijn Het lid STAARTJES wijst naar de aanbeveling bij punt zeven, dat suggereert dat de kennis en kunde (ambtelijk vakmanschap) van medewerkers in het hanteren van complexe vergunningsverleningsprocedures op dit moment onvoldoende in orde is. De provincie heeft net een goed afgegeven in het kader van interbestuurlijk toezicht. De wethouder geeft in het antwoord aan dat er specifiek gekeken wordt naar adviseurs op het gebied van nachtcultuur. Zit dat probleem echt bij nachtcultuur of is dat breder? Het lid MOESKOPS heeft nog wel behoefte aan nog een update van de wethouder als ze richting die handleiding gaan en die lessen naar het stadsdeel gaan. Ook omdat de

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

vraag hoeveel ruimte Amsterdam nog heeft om haar nachtvisie uit te voeren nog niet beantwoord is. Dat is niet helemaal te kwantificeren, maar het lid wil dit in de gaten houden. Wethouder VAN WEYENBERG stelt dat afstemming altijd ingewikkeld is, hoe complexer hoe, hoe ingewikkelder. Er zit hier wel hele specifieke kennis, ook verspreidt over stadsdelen, er zitten ook allemaal specialisten die er wel verstand van hebben, maar het maakt het wel heel ingewikkeld. De wethouder neigt er naar om dat wat ze nu doen hier op te richten, omdat dat daar nu de aanleiding is. De wethouder snapt de zoektocht van het lid Moeskops en bij de beantwoording met het locatieonderzoek waarin ze ook de voortgangsrapportage meesturen, kunnen ze ook een update geven hoever ze zijn met de handreiking en meer inkleuren wat ze daarin doen. Het lid STAARTJES stelt dat het onderzoeksbureau het niet heeft over specifieke kennis, maar over handelen met politiek bestuurlijke sensitiviteit, dat dit onvoldoende zou zijn en dat daarin door middel van intervisies en investeringen verbeterd moet worden. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat een van de doelen van de handleiding is ook indachtig wat uit de evaluatie komt, dat ze op een aantal manieren sneller binnen de gemeente praten om daar ook met meer dan één mond te kunnen praten, of dit nu naar initiatiefnemers of bestuurders is.

Gevraagd naar of ze de andere lessen al hebben geïnformeerd, geeft de wethouder aan dat ze de lessen juist wat breder willen trekken, want ze merken dat er soms te lang heeft geduurd voordat complexe afwegingen de bestuurlijke tafel hebben bereikt. De wethouder kan niet toezeggen dat ze makkelijker op wensen ja zeggen, maar wel dat ze het in een zorgvuldiger proces doen. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt voldoende is besproken en naar de raad van 17 en 18 september 2025 gepiept kan worden om het middellang te bespreken. 11 Bespreken van de raadsinformatiebrief ter afdoening van toezeggingen uit de raadsvergadering van 29 januari 2025 naar aanleiding van raadsinformatiebrief over het afdoen van motie 183 inzake de uitstoot van o.a. ICL fertilizers (VN2025-008189) Het lid VAN MUNSTER zegt dat er net gesproken is over een rapport met schrikbarende resultaten, dit rapport tegengehouden. Wat vindt de wethouder van die blokkade en kan hij de publicatie mogelijk maken? In de brief geeft de wethouder aan dat er twee vervolgmetingen zijn geweest. Hebben die reeds plaatsgevonden of wordt de rapportage daarvan ook tegengehouden. Wat betreft dat kernafval, moet ICL voor 10 april registratie hebben aangevraagd, het kernenergiewetdossier op orde hebben gebracht en zorgen voor voldoende scholing van personeel.

Is dit daadwerkelijk gebeurd? Wordt er nog gesproken met ICL over de verhuizing? In de brief staat dat de concept vergunning in mei klaar is en er daarna een bijeenkomst plaatsvindt waar bewoners vragen kunnen stellen. Kan de wethouder een update geven van stand van zaken? In de brief wordt ook gesproken over de ontwikkeling van het geurbeleid. Kan de wethouder aangeven hoe ver die ontwikkeling is? En kan de wethouder aangeven of hij in gesprek is met zijn collega over de hoge cijfers aangaande longkanker en of het college voornemens is onderzoek te doen naar waarom zoveel longkanker voorkomt in Amsterdam Noord? Het lid KONINGS wil het hebben over de bovenwettelijke maatregelen die het ICL willen gaan treffen. Dit lieten zij ook zien toen zij daar waren dat ze onder andere met ozoninjecties en actieve koolstof aan het doen waren, wat mogelijk tachtig procent van die geur wegneemt. In een e-mail van ICL staat nu dat ze daarmee wachten tot de concept omgevingsvergunning definitief is. Wat is het tijdspad daarvan? Als ze dan toch eind augustus ICL spreken, kunnen ze dan niet vragen of ze die bovenwettelijke maatregelen eerder kunnen doen, want die maatregelen komen helemaal niet in de vergunning te staan.

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

Het lid ALBERTS stelt dezelfde vragen te hebben gehad als het lid Van Munster. Is de inzet van de gemeente bij dat overleg in augustus nog steeds dat ICL zal verplaatsen? Of gaan ze mee in het verhaal dat er in sint-juttemis iets met ozon gaat gebeuren? Het lid TAŞLIYURT zegt dat het goed is dat hier aandacht voor blijft en dat er actief wordt gehandeld door de gemeente. Eerder vanmiddag hebben zij een inspreker gehoord die aangaf dat de overlast ook lijkt te zijn toegenomen, dit baart het lid zorgen. De brief spreekt over de verwachting dat de hinder zal afnemen. Waar is deze verwachting op gebaseerd? Zijn er meetbare indicatoren of scenario’s waaruit blijkt dat dit daadwerkelijk het geval zal zijn? En waarom wordt er slechts gesproken over een verwachting en waarom is het college niet iets stelliger dat met de nieuwe vergunning de hinder significant zal afnemen? Gezien de gezondheidsrisico’s en het feit dat bewoners al jaren ondervinden, is de verwachting eigenlijk onvoldoende. Is de gemeente bereid om met de omgevingsdienst prestatieafspraken te maken over een maximale acceptabel niveaus van hinder en gezondheidsklachten.

Is er een plan B of aanvullende escalatie mogelijkheid richting ICL? Kan het college toezeggen dat na afgifte van de definitieve vergunning, er een onafhankelijk evaluatie komt of de hinder daadwerkelijk is afgenomen? Daar de gemeente ook bevoegd gezag is voor het bedrijf Bunge, die ook geurhinder schijnt te veroorzaken, vraagt het lid of de gemeente ook voornemens is om een geurbeleid op te stellen. Het lid AHMADI maakt zich erg zorgen om de cijfers die genoemd werden over de zoutzuuruitstoot. Verder is alles benoemd. Het is voor hen heel belangrijk dat de inzet nog steeds is dat ICL gaat verhuizen en niet om akkoord te gaan met maatregelen die lang gaan duren, ook vanwege de gezondheid van mensen in Noord. Het lid EMMERIK zegt dat zij vinden dat de kunstmestfabriek ICL geen toekomst heeft in een duurzame stad. Kunstmest past ook niet in een toekomstbestendige landbouw. Deze fabriek schaadt structureel de gezondheid van omwonenden en hoort niet in Amsterdam. Wat zij hoorden van de inspreker over concentratie zoutzuur, geeft het lid aan dat onder de nieuwe landelijke norm, die slechts drie is, is de concentratie dus theoretisch 245 keer zo hoog. Die norm is er niet voor niks en die druppelvanger werkt niet. Wat kunnen ze hier op korte termijn aan doen? De inspreker had het ook over longkanker en de burgemeester zou daar met de GGD over in gesprek gaan.

Wat is daar de stand van zaken? Blijft de inzet van het college verplaatsing? Kan het college onderzoeken of e-noses ingezet kunnen worden om real time geur en luchtkwaliteitsmetingen te doen en sneller in te grijpen bij incidenten. Wethouder VAN WEYENBERG stelt dat zij bestuurlijk en ambtelijk nogmaals het belang van aanpak van ICL onder de aandacht hebben gebracht bij de provincie NoordHolland, ook hebben zij regelmatig contact over de urgentie van handhaving bij ICL. De getallen die zijn genoemd zijn deels nieuw voor de wethouder. Zij zijn niet de handhavende instantie, dat maakt het ook zoeken hier, ook al begrijpt de wethouder alle zorgen buitengewoon goed. De handhaving heeft een hoge prioriteit bij de provincie en de omgevingsdienst en dat is terecht. Dat is waar zij ook als gemeente telkens op inzetten. Het bevoegd gezag is de provincie en zij kijken of zij de vergunning kunnen aanscherpen. Zij zien daar allemaal genoeg aanleiding voor en zij hebben zelf ook geld toegezegd uit het innovatiefonds waar ICL gebruik van kan maken voor verregaande maatregelen. Volgens de wethouder zijn de e-noses er al, maar is de vraag of ze die beter kunnen inzetten. Er is nu een offerte uitgevraagd door de provincie bij de leverancier van de enoses voor een monitor campagne in de Coenhaven rondom ICL.

Naast de provincie en de OD is ook de haven van Amsterdam betrokken, want die is ook opdrachtgever van dat enoses netwerk. De provincie is in gesprek met de leverancier over de voorwaarden, want is er aan hen een programma van eisen voorgelegd om er zeker van te zijn dat ze ook resultaat krijgen als ze er geld in stoppen. Tot nu toe loopt dat niet heel bemoedigend dat dit iets gaat opleveren, maar dit is precies ook de zoektocht die de wethouder zelf had, van wat kunnen zij nog doen. De provincie, de omgevingsdienst en de haven zijn bezig met de evaluatie van het convenant over de e-noses. Om te kijken hoe ze de leefbaarheid verder kunnen verbeteren en daar zijn e-noses een belangrijk onderdeel van. Bijvoorbeeld om te

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

kijken naar de detectie van varend ontgassen en inzicht te krijgen in potentiële geurhinder en de bronnen van gevaar in het geval van incidenten. Het lid VAN MUNSTER verbaast zich hierover, omdat een jaar geleden gezegd werd dat e-noses hier niet voor geschikt zijn. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat dit niet een goed instrument is om het helemaal één op één bij een bedrijf te doen. Desalniettemin zijn ze wel op zoek om het hier maximaal in te zetten. Dat is bij geur ingewikkeld, het is heel lastig om dan aan te geven waar dit vandaan komt, het is hier zoeken hoe ze informatie krijgen. De GGD heeft ook heel veel onderzoek gedaan. De ultieme oplossing is het strenger vergunnen, maar die vergunning geven zij niet en zij proberen het bedrijf te helpen met innovatiesubsidies. Als omwonenden dit aangeven, proberen zij het probleem zo scherp mogelijk in kaart te brengen, los van of ze dit daarna aan dit bedrijf kunnen relateren. Het lid VAN MUNSTER constateert dat er nu wel stappen worden gezet waarvan eerder gezegd werd dat deze niet mogelijk waren en het lijkt het lid buitengewoon goed dat ze dit doen en alles inzetten om dit op te lossen. Het lid AHMADI weet dat ICL zelf ook inzet als het gaat om geuroverlast, maar het gaat om meer dan geuroverlast en om andere dingen die de gezondheid raken.

Het lid vindt het heel onwenselijk dat een behoorlijk vervuilend bedrijf subsidies krijgt om te verduurzamen, want eigenlijk ging de discussie erover dat ze de verhuizing zelf moeten bekostigen en hoopt dat de wethouder daar ook op scherp wil blijven. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat er binnen een vergunning dingen mogen en zij toch willen bijdragen waardoor ze innovatiemiddelen beschikbaar voor hebben gesteld. Het klopt dat het om veel meer stoffen gaat. Inderdaad wacht ICL met het toepassen van bovenwettelijke maatregelen, totdat de concept omgevingsvergunning definitief is en ze willen weten dat de vergunning juridisch houdbaar is. De verwachting is dat de vergunning in het derde kwartaal in concept af is en dan zal ICL aan de bak moeten. Het gesprek over verplaatsing is gevoerd, zij hebben een erfpachtcontract tot 2040 en het bedrijf heeft van verplaatsing afgezien. Voor de wethouder is het nieuw dat hij een gesprek met ICL zou hebben in augustus. Het lid KONINGS verwijst naar een e-mail met deze data. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat het in zijn agenda niet staat. De wethouder benadrukt dat het niet aan de gemeente ligt dat dit gesprek is gestopt. Dat is een keuze van het bedrijf geweest en zij hebben een erfpachtcontract tot 2030. Het concept van de vergunning is rond de zomer en dan vaststelling in het derde kwartaal. Bewoners zijn hier al over geïnformeerd.

Wat betreft het geurbeleid, hebben ze meegewerkt aan een landelijke handreiking geur die zij ook zelf kunnen gebruiken en nu moeten ze daar nog een aantal keuzes in maken en mogelijk sluiten ze zich aan bij het provinciale geurbeleid. Dat de gemeente geen geurbeleid heeft, wil niet zeggen dat er geen geurvoorschriften opgenomen worden in vergunningen. Zij zijn nog aan het nadenken over de vorm. Over het terugdringen van de hinder, zitten ze er hier ook mee dat ICL niet het enige bedrijf is dat de oorzaak is van deze hinder. Dat blijft hier zoeken. De GGD heeft natuurlijk onderzoek gedaan. Zij houden zich aanbevolen als er nog dingen zijn die door de GGD nog niet zijn onderzocht om dit aan de GGD te melden. Het lid STAARTJES vraagt wat de voorrang heeft, de investeringen die ICL moet doen om de geurhinder te verhinderen of verhuizen van de hele locatie? Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat de realiteit is dat men zal moeten investeren om aan afspraken te houden, zeker als er een nieuwe vergunning komt.

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

Uiteindelijk heeft het bedrijf afgezien van de verhuizing, niet de gemeente, dus op dat vlak staat de deur van de wethouder op. Op dit moment zijn dat twee parallelle sporen. Het lid ALBERTS geeft aan dat het ooit de bedoeling is geweest om daar woningbouw te plegen en nu gaat het er naar uit zien dat er geïnvesteerd wordt om een aangescherpte vergunning te voldoen. Het moet niet zo zijn dat straks, als dat weer terugkomt, ICL gaat zegt dat ze zoveel hebben geïnvesteerd dat ze niet kunnen verhuizen, want dan zitten ze weer met de gebakken peren. Wat vindt de wethouder daarvan? Wethouder VAN WEYENBERG wijst op de spelregels bij woningbouw. Dit is een terecht aandachtspunt. De gemeente wilde graag zaken doen, dat was zo, dat is zo en dat blijft zo. De wethouder herkent de waarschuwing van het lid Alberts wel. Het lid STAARTJES vraagt hoe de wethouder ernaar kijkt als in de nieuwe omgevingsvergunning de geurcirkel iets kleiner gemaakt wordt. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat de vraag van het lid Alberts precies het omgekeerde was, dat woningbouw wordt tegengehouden door een bedrijf doordat ze geen mensen om zich heen willen hebben die gaan bellen omdat ze ergens last van hebben.

Het lid STAARTJES zegt dit om te draaien, omdat in de nieuwe omgevingsvergunning het tegenovergestelde kan plaatsvinden en het mogelijk is dat er een kleinere geurcirkel komt vanwege de nieuwe technieken die dat mogelijk maken wat gevolgen kan hebben voor de woningbouw. Wethouder VAN WEYENBERG dat lijkt de wethouder feitelijk correct. Het lid VAN MUNSTER vraagt of de twee vervolgmetingen hebben plaatsgevonden, hoe het staat met het radioactieve afval en of het college bereid is onderzoek te doen naar de grote mate van longkanker. Wethouder VAN WEYENBERG antwoordt op de eerste vraag ja, op de tweede vraag is, dat klopt, dat is opgelost en voor de derde vraag verwijst de wethouder naar collega wethouder Scholtes. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt voldoende is besproken en naar de raad gepiept wordt om kort te worden besproken. Grond en Ontwikkeling 12 Bespreken van de afdoening toezeggingen m.b.t. PFAS vervuiling in het water van het Amsterdamse Bos en gebruik van staalslakken (VN2025-007639) Dit punt is doorgeschoven. 13 Bespreken van het onderzoeksrapport van het CDA over het canonpercentage in het Amsterdamse erfpachtstelsel en de onderbouwing van de risico-opslag van 1,5% (VN2025-008188) Dit punt is doorgeschoven. TOEGEVOEGD AGENDAPUNT Ruimtelijke Ordening 14

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

In te stemmen met het afwijken van de Hoofdgroenstructuur voor de aanleg van een noodzakelijke tijdelijke bouwweg ten behoeve van sloop en nieuwbouw van basisschool De Weidevogel in Ransdorp (VN2025-009385) De VOORZITTER geeft aan dat wethouder Moorman en de commissie OZA voor dit punt is uitgenodigd. Het lid KONINGS geeft aan dat zij in het verleden als VOLT wel eens voor een afwijking hebben gestemd, maar in dit geval zijn ze niet van plan dit te doen. Ze vinden dat er in dit geval echt een andere oplossing moet komen voor het bouwverkeer in Ransdorp, want als je die tijdelijke weg in dat veengebied aanlegt, zorgt dat voor schade aan die veenlaag die permanent is en niet te herstellen. Ook heeft dit gevolgen voor weidevogels en die zijn fors, want dit zou volgens het rapport tot minimaal twee jaar minder succesvol broedseizoen leiden. Ze begrijpen dat de basisschool aan een verbouwing toe is en dat bewoners geen zwaar verkeer langs hun panden wil laten rijden, maar ze vinden dat er echt gezocht moet worden naar andere oplossingen. Het lid KEESMAN stelt dat een vitale basisschool van levensbelang is voor Ransdorp en omliggende plaatsen. Om de bebouwing in Ransdorp tijdens de bouw van de school te ontzien, wordt voorgesteld voor een periode van twee jaar door een tijdelijke bouwweg door de weilanden aan te leggen.

De technische adviescommissie Hoofdgroenstructuur adviseert negatief, omdat het hier een beschermd weidegebied betreft. Ze nemen dat advies buitengewoon serieus, maar ze hebben de indruk dat de gevolgen van deze tijdelijke bouwweg, hoofdzakelijk van tijdelijke aard zouden zijn, terwijl de schade aan de woningen in Ransdorp permanent zou zijn. Belangrijk is wel dat de voorwaarden voor het tijdelijk afwijken van de Hoofdgroenstructuur, zoals aangeven in de voordracht worden uitgevoerd. Als de wethouder dit toe kan zeggen, gaan zij akkoord met dit voorstel. Het lid ALBERTS is het eens met de redenering van VOLT en reageert op de bijdrage van het lid Keesman, dat het voor weidevogels het ook niet tijdelijk is. Op het moment dat er een verstoring komt, komen de weidevogels niet terug. Dat betekent hele grote schade voor de weidevogels en als ze kijken naar de cijfers, zijn dat hele zorgwekkende getallen. Om die weidevogels op peil te houden, moeten ze in alle bochten wringen en hier gaan miljoenen subsidies naartoe. Dan is het wel lastig om te zeggen dat zo’n tijdelijke weg niet uitmaakt. Die vogels verjaag je dan. Dan is het wel een hele grote stap om voor deze tijdelijkheid te kiezen. Het lid EMMERIK stelt dat deze weg leidt tot schade aan de weidevogel, dus voor hen is het een echte no go. Het lid VEENHOFF sluit zich aan bij heel veel wat er al gezegd is.

Als het lid de stukken leest, ziet zij geen weg terug. Volgens het lid is het een procesfout, dat in de vergunning al de voorwaarde is opgenomen met de bezwaarmakers, dat het niet door het mag. Volgens het lid kunnen ze daar niet op terug en het lid vindt dat heel erg spijtig. Onderschrijft de wethouder dit? Want eigenlijk had eerst advies aan de TAC gevraagd moeten worden en nu zijn ze eigenlijk ingehaald door de werkelijkheid, want de vergunning zegt mag het niet weer en er is geen andere optie. Verder zegt het lid dat dit moet dan wel eens en nooit meer zijn. Ze zien dit vaker, zegt ook de TAC, in Noord, terwijl ze in de binnenstad ook met hele gevoelige funderingen wel bouwen, maar dan worden er oplossingen gezocht. Het lid wil een bevestiging willen hebben van eens en nooit weer, doordat ze iets van een brief ontvangen van hoe ze daar in Noord mee omgaan. Als het dan toch moet, wat staat er dan precies in de voorwaarden van de vergunning, want het maakt nogal uit voor de weidevogel en de bodemdaling onder andere, of ze elke dag langsrijden of dat ze het zware vervoer kunnen clusteren. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat één van de suggesties die de wethouder in de organisatie heeft gedaan in dit proces, ook wat betreft de afspraken met de school,

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie Concept-raadscommissieverslag, 25 juni 2025

RO

achteraf hier eerder interne coördinatie had moeten worden gezocht, ook wat betreft de Hoofdgroenstructuur. Het is met de beste bedoelingen geprobeerd om een oplossing te vinden voor een buitengewoon complexe situatie, maar dit proces verdient geen schoonheidsprijs. Dit doet niks af aan waar ze nu staan, maar de wethouder heeft ook intern gevraagd onder de aandacht gebracht dat men eerder de mensen van de Hoofdgroenstructuur betrekt, want de wethouder herkent het voldongen feit gevoel van het lid Veenhoff. Over de vergunning, betreft deze niet specifiek het weren van bouwverkeer, maar ging over het overschrijden van de trilnorm als gevolg van bouwactiviteiten, inclusief vervoersbewegingen. Er is onderzoek gedaan hoe ze dit in de straat kunnen verminderen, maar dit levert zoveel trillingen op, dat de keuze naar deze route is gemaakt. Tot slot geeft de wethouder aan niet te kunnen garanderen ze op enig moment weer hele ingewikkelde afwegingen hebben, maar de wethouder zal proberen dit proces strakker te trekken. Wethouder MOORMAN begrijpt de leden heel goed die zeggen dat dit heel pijnlijk is, maar het is wel heel erg waar dat ze in een hele ingewikkelde situatie zitten. Er is eigenlijk geen goed alternatief. De wethouder snapt niet wat het lid Konings dan als alternatief zou zien, want alles is goed bekeken.

Het lid KONINGS zegt dat de TAC een aantal dingen noemt, zoals meerdere keren rijden met lichtere wagens. Het lid verwijst naar de Noord/Zuidlijn die ze onder monumenten hebben gedaan en zegt echt te denken dat als je mensen dwingt om er nog eens naar te kijken, er nog wel wat anders bedacht kan worden, behalve een weg naast het dorp. Wethouder MOORMAN zegt dat dit niet het geval is. Het is waar dat er natuurlijk met de TAC gesproken had moeten worden, op het moment dat die toezegging is gedaan. Dat had beter gemoeten in de procedure. Tegelijkertijd moet wel bedacht worden dat ze hier al acht jaar mee bezig zijn, niet alleen omdat bewoners het vervelend vinden, maar ook omdat het aantoonbaar hele grote schade gaat aanrichten aan monumentale panden. De vraag is of de gemeenteraad dat een acceptabel alternatief had gevonden. Niemand vindt het prettig dat dit door de Hoofgroenstructuur gaat. Maar ook de TAC geeft aan dat aan al die voorwaarden wordt voldaan, waar heel goed naar gekeken wordt en ook meegenomen worden in het bouwproces, zowel van de TAC als van de ecoloog. Ook al wordt dat opgevolgd, dan nog was een negatief advies van de TAC gekomen. Dat is dus niet te voorkomen, omdat de TAC zegt dat dit door de Hoofgroenstructuur gaat. Wat goed is om te weten, is dat de ecoloog ook heeft aangegeven, ja, het zal impact hebben, maar dat kan ook wel minder worden gemaakt.

De trillingen zullen zeker impact hebben, maar op dit moment zijn er geen nesten zichtbaar en daar wordt rekening mee gehouden. Zo wordt er na het broedseizoen gestart en op dat moment wordt er goed gekeken of er nesten zijn, waarbij ook opgemerkt moet worden dat er nog door de eigenaar van het land, dit is namelijk niet van de gemeente, is gemaaid. Ze hadden het liever niet gedaan, maar alles afwegende is er geen alternatief wat niet ook ontzettend veel schade gaat geven. Uiteindelijk moeten ze een keuze maken, want deze school is al veel te lang aan het einde van zijn levensjaar. Kinderen zitten daar in een schoolgebouw wat niet voldoet aan de voorwaarden voor goed onderwijs. Uiteindelijk moeten ze voorruit, dat kan niet anders. Dat is de situatie waar ze zich in gesteld zien. Het proces had beter gekund. Iedereen was na acht jaar ook wel een beetje moe gestreden, dus daar is een compromis gevonden om uit die impasse te komen. Tot slot geeft de wethouder aan het er mee eens te zijn, dat het pijnlijk is. De VOORZITTER concludeert dat dit punt voldoende is besproken en klaar is voor behandeling in de raad waar het punt middellang besproken kan worden. Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor zijn bijdrage en sluit de vergadering om 16:55 uur.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15872276/1