2025.06.04 Conceptverslag commissie OZA
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 4 juni 2025
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 4 juni 2025, starttijd 9.00 uur in vergaderzaal Willem Kraanzaal Woensdag 2 juli 2025
Voorzitter: R. Alberts Portefeuillehouders: wethouders Moorman, Scholtes Commissiegriffier: Van Klooster Commissieondersteuner: Saelman Verslaglegging: J. Poot (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Belkasmi (PvdA), Runderkamp (PvdA), Yemane (GL), Van Pijpen(GL), Nijhof (GL), Wehkamp (D66), Hylkema (VVD), Van der Kamp (VVD), Staartjes (VVD), Perdok (De Vonk), Emmerik (Partij voor de Dieren), Didderen (Partij voor de Dieren), Vesseur (Volt), Haijen (SP), Badal (CDA), De Jong (JA21), Kabamba (Lijst Kabamba) Afwezige commissieleden (mk): Hakiki (DENK)
1. ALGEMEEN GEDEELTE 1a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 9.00 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 1b. Mededelingen De VOORZITTER deelt mee dat lid Hakiki (DENK) zich heeft afgemeld. Vervolgens attendeert de voorzitter de aanwezigen op een lunchontmoeting met de Shelter-Citygast, die zal plaatsvinden van 12.30 – 13.30 uur. Het betreft iemand die opkomt voor de levens van LHBTIQA+-personen in Afrika, die zal worden ontvangen door lid Kabamba namens het presidium en met wie de leden in gesprek kunnen gaan. De voorzitter deelt ook nog mee dat de geplande rondleiding voor de tentoonstelling van de Blijf-groep wordt verschoven naar 2 juli aanstaande. Lid WEHKAMP deelt mee dat de uitreiking van de Verhalenprijs plaatsvindt op 21 juni aanstaande. Er zijn verhalen van 300 kinderen ingezonden. Wethouder MOORMAN komt terug op haar toezegging aan het lid Wehkamp, inzake een themadag rondom goed werkgeverschap voor leraren. Eerder heeft de wethouder de toezegging niet voldoende uitgewerkt. Zij neemt nu de gelegenheid dit alsnog te doen. De toezegging betreft het project met betrekking tot het oplossen van de langdurige tekorten binnen de Onderwijsregio. Dit is inmiddels gestart met het geven van trainingen, succesvolle uitwisselingen en lerarenbijeenkomsten.
Het gaat hierbij om bijeenkomsten van directeuren, de pilot ‘Mokum Leert’, een training voor directeuren en
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
kernteams en de Open-Deurendag, waarbij directeuren bij elkaar komen en van elkaar kunnen leren, alsmede diverse kennisbijeenkomsten, georganiseerd door ‘Alles om Amsterdam’ voor HR-professionals van schoolleiding en bestuurders. Op 12 november 2025 wordt bovendien de ontwikkelconferentie georganiseerd over ontwikkelmogelijkheden voor ervaren leraren binnen de Onderwijsregio. Wethouder SCHOLTES deelt mee, in reactie op het verzoek van lid Van Pijpen dat het voor hem niet mogelijk is om een coulancebeleid te ontwikkelen bij verkeersboetes voor zorgpersoneel in spoedsituaties. De verwerking van boetes is landelijk geregeld. Ook verwijst hij naar een initiatiefvoorstel van PvdA, CDA en VVD, inzake lagere geluidsnormen om gehoorschade te voorkomen. Er ligt nu een voorstel vanuit de branche om hiervoor een pilot uit te voeren in samenwerking met Veiligheid Nederland. Zij verwachten voor het einde van het jaar de eerste resultaten op te kunnen leveren. 1c. Vaststellen agenda De VOORZITTER deelt mee dat lid Wehkamp een bijdrage heeft bij agendapunt 9, Benoemen van twee leden en het herbenoemen van twee leden in de Raad van Toezicht van Stichting Aan de Amstel. De vergadering zal na het laatste agendapunt worden vervolgd met een besloten deel.
Lid Wehkamp heeft voorgesteld om agendapunt 12, Bespreken van het Jaarverslag Leerplicht schooljaar 2023-2024, door te schuiven naar de volgende vergadering. De commissie gaat akkoord. Lid Wehkamp heeft voorgesteld om agendapunt 15, Amsterdam Sexy City, door te schuiven naar de volgende vergadering. De commissie gaat akkoord. Lid Badal heeft voorgesteld om agendapunt 10, Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Uitslag Centrale Loting en Matching 2025’ van de agenda af te voeren. Lid Van der Kamp kan hier niet mee akkoord gaan, echter wel met doorschuiven naar de volgende vergadering. Het agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. De voorzitter stelt voor om agendapunt 14, Follow The Money artikel over de Weekend Academie, na agendapunt 7 te behandelen, zodat alle beantwoording van wethouder Scholtes bij elkaar is geclusterd. De commissie gaat hiermee akkoord. Lid YEMANE is van mening dat de beantwoording van de schriftelijke vragen door het college op dit onderwerp te laat is binnengekomen bij de leden, waardoor er weinig tijd was om zich voor te bereiden op het debat in de commissievergadering. Lid VAN DER KAMP sluit zich aan bij deze kritiek. Wethouder SCHOLTES heeft begrip voor dit ongenoegen en vindt het zelf ook vervelend.
Er was echter geen andere mogelijkheid, aangezien de benodigde informatie vanuit derden pas laat werd geleverd en het college zeer nauwkeurig wilde zijn bij de beantwoording. Hiermee wordt de agenda vastgesteld. 1d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 7 mei 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld. 1e. Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
Lid WEHKAMP geeft aan dat er enkele moties ontbreken, zoals moties over Noodfonds Abortuszorg en Mantelzorg. De motie Sociale Kaart is al wel afgedaan, maar de sociale kaart is er nog niet. Zij vraagt de wethouder hiernaar te kijken. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat als een motie is afgedaan, dit niet hoeft te betekenen dat de uitvoering stopt. Hij verklaart zich bereid hierover met de raad te spreken. Het moet worden voorkomen dat de moties lange tijd op de agenda blijven staan. Lid WEHKAMP gaat het vooral om de andere twee moties die zij noemde; daar is geen reactie opgekomen en toch zijn ze uit de termijnagenda verdwenen. De VOORZITTER stelt voor om dit bij de griffie na te vragen waarom deze twee punten niet in de termijnagenda voorkomen. Er zijn geen verdere opmerkingen hierover. 1f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking bij de volgende vergadering: Op verzoek van het lid Van Pijpen (PvdA) worden geagendeerd TKN-stuk 2, Voortgang Gezond Leven Makkelijker Maken, alsmede TKN-stuk 4, Bestuursrapportage 2024 Maatschappelijke Ondersteuning Amsterdam. Op verzoek van het lid Wehkamp (D66) worden geagendeerd TKN-stuk 5, Kennisnemen van de Jaarrapportage Stedelijk Toelatingsbeleid Amsterdam, alsmede TKN-stuk 6, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Vereenvoudiging Onderwijssubsidies. De voorzitter vraagt het lid Wehkamp dit te motiveren.
Lid WEHKAMP geeft aan dat ze het debat dat eerder in de raad plaatsvond graag wil voortzetten. Ook wil zij graag weten hoe het gaat met de toelating na de eerste klas. 1g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen ingekomen stukken. 2. INHOUDELIJK DEEL 2a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en geeft aan dat vanaf nu de spreektijden gaan gelden. 2b. Inspreekmoment publiek Er hebben zich drie insprekers gemeld. Inspreker 1, Anne JANTZEN spreekt in namens De Kleine Plantage, inzake agendapunt 2b, Hulp nodig bij het vinden van een nieuwe locatie voor kinderdagopvang De Kleine Plantage. Inspreker JANTZEN somt op waarom de crèche De Kleine Plantage, die al 40 jaar in de Plantagebuurt is gevestigd, bijzonder is en daardoor waardevol voor de buurt. Vervolgens beschrijft zij waarom de crèche niet langer op de vertrouwde locatie kan blijven. Aanvankelijk was de uit-huis-plaatsing tijdelijk vanwege een verbouwing, maar nu blijkt dat terugkeer niet mogelijk is. Het is nog niet gelukt om een andere geschikte
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
ruimte te vinden, die betaalbaar is en die zich bevindt op de begane grond. Ook andere crèches zijn inmiddels verdwenen uit de buurt. Daarom wendt inspreker JANTZEN zich nu tot de commissie met het verzoek om De Kleine Plantage te huisvesten in de dependance van De Witte Olifant, die vrij is gekomen. Inspreker JANTZEN zou ook blij zijn met de mogelijkheid om De Kleine Plantage terug te laten keren naar de oude stek. Voor beide mogelijkheden roept zij nu de hulp in van de commissie. Lid WEHKAMP vraagt de inspreker aan te geven wat de gemeente tot nu toe heeft gedaan om de Kleine Plantage te helpen bij het zoeken naar een ruimte. Inspreker JANTZEN geeft aan dat de gemeente in eerste instantie heeft geprobeerd de Kleine Plantage terug te doen keren naar de oude stek, maar dit is niet gelukt. Lid VESSEUR vraagt of de inspreker heeft gesproken met Gemeentelijk Vastgoed. Ook wil zij weten of samenwerking met een school in de buurt interessant zou kunnen zijn voor de crèche. Inspreker JANTZEN antwoordt dat dat laatste zou gelden voor huisvesting in De Witte Olifant. Lid DE JONG vraagt of inspreker JANTZEN informatie heeft over het aantal bewoners dat terug zal keren naar de huisvesting waar de crèche ook vandaan komt. Inspreker JANTZEN geeft aan dat 6 à 8 oorspronkelijke bewoners terug mogen keren, maar wie dat zijn is nog onduidelijk.
De VOORZITTER stelt voor om de wethouder in dit geval het woord te geven. De commissie gaat hiermee akkoord. Wethouder MOORMAN beaamt dat zij in gesprek is met twee schoolbesturen. Ook werd er gekeken of er ander maatschappelijk vastgoed aanwezig is in de buurt, maar dat bleek er niet te zijn. Het college blijft hier aandacht voor houden, zoals dat al jaren het geval is. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker. Inspreker 2, Dessie LIVIDIKOU spreekt in namens Cliëntenbelang Amsterdam, inzake agendapunt 4, Rekenkamerrapport Wmo-hulpmiddelen. Inspreker LIVIDIKOU stelt dat een grote groep Amsterdammers met een beperking structurele problemen ondervindt bij het verkrijgen en gebruik van de noodzakelijke Wmo-hulpmiddelen. Zij noemt enkele schrijnende voorbeelden. Cliëntenbelang Amsterdam sluit zich aan bij de conclusies en aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport, maar betreurt het dat de wethouder niet alle aanbevelingen overneemt. Vervolgens beschrijft inspreker LIVIDIKOU het belang van een goed werkend en passend hulpmiddel voor een persoon met een beperking. Cliëntenbelang Amsterdam heeft de ervaringen van de doelgroep gebundeld en hier een ervaringsboek van gemaakt. Ook is er, in aanvulling op de Rekenkamerrapportage, een manifest opgesteld met praktische aanbevelingen om de uitvoeringspraktijk te verbeteren.
Inspreker LIVIDIKOU biedt via de voorzitter de commissie beide documenten aan. Tenslotte formuleert inspreker LIVIDIKOU twee verzoeken aan de commissie: - De wethouder oproepen om samen met de leveranciers, ergotherapeuten en gebruikers een verbeterplan op te stellen voor de start van de nieuwe aanbesteding; - Inzetten op structurele patiëntparticipatie om te voorkomen dat er over zes jaar wederom een vernietigend rapport van de Rekenkamer verschijnt.
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
Lid VESSEUR vraagt in welke vorm de patiëntparticipatie kan plaatsvinden. Inspreker LIVIDIKOU stelt dat er allereerst onderscheid moet worden gemaakt in eenvoudige en complexe hulpmiddelen. Het oprichten van een panel en het houden van reflectiegesprekken zouden kunnen bijdragen. Op dit moment heeft Cliëntenbelang Amsterdam twee keer per jaar overleg met de leveranciers, maar dit vindt Cliëntenbelang Amsterdam te beperkt. Lid HYLKEMA wil weten wat Cliëntenbelang Amsterdam de belangrijkste aanbeveling vindt die de gemeente door moet voeren. Inspreker LIVIDIKOU geeft aan dat de problemen zich bevinden op een breed terrein binnen de uitvoeringen van levering en reparatie. Voor de complexe hulpmiddelen is het belangrijk dat de opvolging van de procedure wordt verbeterd. Maar ook dat alle partijen kunnen samenwerken bij het opstellen van het voorgenomen verbeterplan. De VOORZITTER geeft het woord aan de volgende inspreker. Inspreker 3, Marije BOLT spreekt in namens Ergotherapie Netwerk Amsterdam, inzake agendapunt 4, Rekenkamerrapport Wmo-hulpmiddelen. Inspreker BOLT geeft aan dat het Ergotherapie Netwerk een coöperatie is van 15 eerstelijns ergotherapiepraktijken en inspreker BOLT vertegenwoordigt 50 ergotherapeuten die in Amsterdam werken. Alle ergotherapeuten zijn goed bekend met het Wmo-uitvoeringsproces.
Vervolgens verwijst inspreker BOLT naar de gesprekken die er zijn geweest tussen Ergotherapie Netwerk, de leveranciers, Argonaut en de gemeente. Hieruit is haar gebleken dat de gemeente niet openstaat voor de aanbevelingen, zoals deze zijn gedaan in het Rekenkamerrapport. Zij roept de gemeente op reflectiegesprekken te organiseren met relevante partijen op structurele basis. Zij beschrijft het belang hiervan voor de Amsterdammers met een beperking en somt een aantal voorbeelden op. Ergotherapie Netwerk Amsterdam wil graag voor de start van de nieuwe aanbesteding in gesprek met de gemeente om te komen tot een goed geoliede Wmo-keten. Er is inmiddels een afspraak gemaakt met een beleidsmedewerker Zorg, maar inspreker BOLT weet niet zeker of dit de juiste persoon is. De VOORZITTER sluit dit agendapunt af. 2c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten. 2d. Rondvraag Lid WEHKAMP verwijst naar de opening van het vrouwenspreekuur bij het AMC. Dit lijkt een succes te zijn en lid Wehkamp vraagt of er een mogelijkheid is om dit vanuit de gemeente ook beschikbaar te maken voor de ambtenaren. Wethouder SCHOLTES is bekend met dit initiatief. Hij ziet er de voordelen van en is bereid om met de organisatie Amsterdam Vitaal en Gezond en het UMC te onderzoeken of dit uitvoerbaar zou zijn voor de gemeente.
Ook komt er nog een bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel Gendermainstream, waar deze vraag ook bij betrokken kan worden. Lid WEHKAMP heeft kunnen constateren dat basisscholen stoppen met het inhuren van uitzendkrachten. Voor D66 is het belangrijk dat er voldoende wordt ingezet op het werven van vaste leerkrachten. Zij vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot de lerarenprofielen, de loopbaanpaden en het Amsterdamse Leraren Traineeship.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
Wethouder MOORMAN geeft in haar inleiding aan, dat zij het besluit van de basisscholen toejuicht in het kader van het oplossen van het lerarentekort. Vervolgens verwijst zij naar de ontwikkelconferentie die de coalitie op 12 november aanstaande organiseert. Hier komt de ontwikkeling van een gedeeld beroepsbeeld aan de orde, waar nu al aan wordt gewerkt. De loopbaanpaden gaan uit van een continuüm van startbekwaam naar vakbekwaam tot expert vanuit hybride rollen. Inzake het traineeship zijn er gespreksrondes geweest, maar het budget bleek tekort te schieten. Nu wordt daarin verder gewerkt door leraren een goed inwerktraject te bieden bij de start van hun carrière binnen de coalitie Instroom van de Onderwijsregio. Lid YEMANE uit haar bezorgdheid over scholen in Zuidoost, waar door het stoppen van inhuren van uitzendkrachten lesuitval dreigt. Wethouder MOORMAN benadrukt dat er wordt gekeken naar een zorgvuldige manier van implementatie, hetgeen Zonova adviseert. Met het blijven inhuren van uitzendkrachten wordt een ongewenste afhankelijkheidscirkel gecreëerd. Lid DE JONG vraagt of de werkzaamheden in de stad de aanrijdtijden van de hulpdiensten beïnvloeden. Lid De Jong vreest nog meer problemen tijdens de zomer als er nog meer werkzaamheden zullen gaan plaatsvinden. Wethouder SCHOLTES heeft hierover contact gezocht met Stadsregie en de ambulancedienst.
Stadsregie onderhoudt contacten met de verschillende uitvoerders van de werkzaamheden zowel voor als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Vertragingen van wegverkeer worden tijdens de werkzaamheden gemonitord en afgestemd met nood- en hulpdiensten. Op dit moment heeft de wethouder nog geen berichten ontvangen dat er zich grote problemen afspelen. Er lopen nog gesprekken met Rijkswaterstaat en de gemeente over de mogelijkheden voor spoeddiensten van onder ander verloskundigen en spoedpsychiatrie. De ambulancedienst heeft een kwalitatieve analyse gedeeld met Rijkswaterstaat op basis waarvan Rijkswaterstaat de extra capaciteit financiert, zoals ambulancemotoren. Ook is de ambulancedienst met alle ROAZ-partners, Rijkswaterstaat en de gemeente in het bereikbaarheidsoverleg om te monitoren en bij te stellen indien nodig. BESPREEKPUNTEN Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 3. Bespreken van het advies van de Kinderraad 2024-2025 omtrent het thema ‘Jonge Mantelzorgers’ (VN2025-007362) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en nodigt de leden van de Kinderraad uit om aan de vergadering deel te nemen. Ook de Kinderombudsman is aanwezig. De VOORZITTER geeft het woord aan de drie leden van de Kinderraad. Kate, Rüya en Vita lichten het advies van de Kinderraad toe. Centraal in dit advies staat de aandacht die er moet komen voor jonge mantelzorgers.
Om dit te bewerkstelligen komt de Kinderraad met drie suggesties: het plaatsen van een muurschildering over jonge mantelzorgers, het voeren van campagne gericht op mantelzorgers jonger dan 13 jaar en het openen van een infopunt. De VOORZITTER geeft het woord aan de Kinderombudsman Annemarie TuzgölBroekhoven.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
A. Tuzgöl-Broekhoven geeft aan dat het zorgen voor een familielid grote gevolgen kan hebben voor de gezondheid en de ontwikkeling van een kind. Vaak staan dan de zorgtaken op de eerste plaats ten koste van school en andere dagelijkse dingen uit het leven van een kind. Het is daarom belangrijk dat jonge mantelzorgers beschermd en ondersteund worden. Meer bekendheid van jonge mantelzorgers kan hieraan bijdragen. De Kinderombudsman pleit ervoor dat de concrete plannen hiervoor ook met kinderen moeten worden uitgewerkt. Als het gaat om inspraak en doen wat nodig is, dan weten kinderen dat het beste. De VOORZITTER biedt de commissieleden de gelegenheid om vragen te stellen aan de kinderen van de Kinderraad en de Kinderombudsman. Lid VESSEUR vraagt aan Kate waar het informatiepunt zou moeten komen en wanneer kinderen hier kunnen komen om informatie te krijgen. KATE (Kinderraad) geeft aan dat het infopunt moet komen op een plek waar veel kinderen zijn, zoals het Vondelpark, of ergens binnen. Kinderen kunnen dan in het weekend daar terecht en de school kan er ook bij betrokken worden. Lid RUNDERKAMP wil graag weten of er al een locatie voor de muurschildering is bedacht. VITA (Kinderraad) denkt aan een grote kale muur aan een gebouw waar in de omgeving niet veel andere kunstwerken zijn te zien, zodat de muurschildering des te meer opvalt.
Lid KABAMBA heeft kunnen constateren dat de aanbeveling inzake het infopunt niet wordt overgenomen, aangezien er bij Markant al aandacht is voor jonge mantelzorgers. Zij vraagt de Kinderraad of dit voor hen voldoende is. RÜYA (Kinderraad) geeft aan dat veel jonge mantelzorgers niet weten dat ze mantelzorger zijn, dus hier moet meer aandacht voor komen. Lid VAN PIJPEN betoogt dat deze doelgroep voor haar een blinde vlek was en zij vindt het geweldig dat de Kinderraad dit nu onder de aandacht brengt. Zij vraagt hoe de Kinderraad op dit onderwerp is gekomen. Ook wil zij weten of de Kinderraad suggesties heeft om de scholen hierbij te betrekken. VITA (Kinderraad) vertelt dat in een brainstormsessie tijdens de eerste bijeenkomst dit onderwerp het meeste werd gekozen. RÜYA (Kinderraad) meent dat de school een grote rol kan spelen door bijvoorbeeld goed te letten op het gedrag van kinderen. Ook kan er in gesprekken geprobeerd worden om erachter te komen of een kind een mantelzorger is. De VOORZITTER geeft aan dat de vergadering wordt voortgezet in de commissie en zij verzoekt de Kinderraad en de Kinderombudsman de vergadering verder te volgen vanaf de tribune. Vervolgens inventariseert de voorzitter wie van de leden een bijdrage willen leveren aan dit agendapunt. Lid WEHKAMP geeft aan dat het advies van de Kinderraad haar de ogen heeft geopend.
Lid VAN PIJPEN wil graag weten hoe de adviezen van de Kinderraad kunnen worden toegepast op de doelgroep. Ook vindt zij het belangrijk dat de scholen hier een rol in gaan spelen en zij hoort graag van de wethouder hoe dit kan worden gerealiseerd.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
Lid KABAMBA pleit in haar bijdrage voor alsnog een extra infopunt waar jonge mantelzorgers erachter kunnen komen of ze mantelzorger zijn en hierbij ondersteund kunnen worden. Wethouder SCHOLTES was er niet mee bekend dat er een groep mantelzorgers is in de leeftijd van 13 jaar en jonger. De Kinderraad heeft hem nu hierop geattendeerd en hij vindt het belangrijk dat hier aandacht voor komt. Dit kan niet via de sociale media, zoals dat gebeurt bij de oudere jonge mantelzorgers, aangezien de jongste mantelzorgers als het goed is geen gebruik maken van sociale media. De wethouder zegt toe dat hij op 4 juni bij de kick-off van de Amsterdamse week aandacht zal geven aan de jonge mantelzorgers onder de 13 jaar en dit eveneens ter sprake zal brengen bij het ROC. Het lijkt hem belangrijk om de jonge mantelzorgers onder de 13 jaar te informeren over het bestaan van Markant. Ook is het belangrijk om deze groep zich ervan bewust te laten worden dat zij mantelzorger zijn. Wethouder Scholtes zegt toe dat hij samen met Markant en de jonge mantelzorgers zal onderzoeken op welke manier dit kan worden bewerkstelligd. Ook zullen scholen erover worden geïnformeerd waar Markant voor staat. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken. Zij schorst de vergadering om 10.06 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 10.15 uur. 4.
Overnemen van de aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport Wmo-hulpmiddelen (VN2025-006575) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat aanwezig zijn in de vergadering voor dit punt mevrouw Daalder en de heer Oppenhuis van de Rekenkamer om het rapport toe te lichten. Zij legt vervolgens de vergaderorde bij dit punt uit. A. DAALDER (Rekenkamer) geeft aan dat de hoofdconclusie van de Rekenkamer inhoudt dat de gemeente de basis rondom de Wmo-hulpmiddelen redelijk op orde heeft. Er is echter gebrek aan grip op verschillende processen. Er zijn verbeteringen nodig voor mensen met zeer complexe hulpvragen. Zij beschrijft vervolgens het belang van de Wmo-hulpmiddelen voor mensen met een beperking. In alle bevindingen van de Rekenkamer komt steeds de noodzaak om onderscheid te maken tussen soorten hulpvraag naar voren. A. DAALDER pleit ervoor om ruimhartiger om te gaan met de verzoeken van mensen met een complexe hulpvraag. Op basis van het onderzoek doet de Rekenkamer vijf aanbevelingen voor zowel de omgang met leveranciers als voor verbeteringen binnen de eigen organisatie en ook voor het versterken van de positie van cliënten. Het college heeft een Plan van Aanpak in het vooruitzicht gesteld. A. DAALDER adviseert de raadsleden kritisch te blijven kijken naar de termijnen waarbinnen de acties worden uitgevoerd.
Zij zullen tevens het college moeten vragen om de besluiten die moeten worden genomen in het kader van de Inkoopprocedure 2026 ter goedkeuring voor te leggen aan de raad ter controle van de gemaakte afspraken. De VOORZITTER concludeert dat er geen verduidelijkende vragen zijn vanuit de commissie. Zij verzoekt de leden van de Rekenkamer het vervolg van de vergadering te volgen vanaf de tribune, de vergadering wordt nu voortgezet in de commissie. Zij inventariseert welke leden een bijdrage willen leveren aan dit agendapunt. Lid WEHKAMP vraagt de wethouder hoe de conclusie van de Rekenkamer inzake de rigide regelgeving zich verhoudt tot het D66-inititiatief voor het recht op een fout of de Amsterdamse Maatwerkmethode. Zij vraagt de wethouder deze vraagstelling mee te nemen in zijn voorgenomen onderzoek naar de bezwaarprocedures of het nieuwe Wmobeleidsplan.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
D66 steunt de oproep van een van de insprekers om meer reflectiegesprekken te houden. Lid RUNDERKAMP beschrijft zijn motivatie die ten grondslag ligt aan zijn politieke carrière. Dit is hoofzakelijk het onrecht dat mensen met een beperking moeten ervaren in de samenleving. Hij ziet uit naar de uitwerking van het Plan van Aanpak en de opvolging van de gedane aanbevelingen. Vervolgens verwijst lid Runderkamp naar het ervaringsboek van Cliëntenbelang Amsterdam, waarin situaties staan beschreven waaruit blijkt hoe moeilijk het is voor mensen met een complexe beperking om passende hulpmiddelen te verkrijgen. De gemeente wijst in eerste instantie de aanvraag af. Na een ingewikkelde procedure wordt de aanvraag meestal in tweede instantie toegewezen en lid Runderkamp vraagt zich af waarom dit op deze manier moet gaan. De keuze voor de ‘goedkoopste adequate voorziening’ zou dan de basis zijn voor afwijzing in eerste instantie. Het lijkt lid Runderkamp correcter als er wordt toegewezen op basis van adviezen van de zorgprofessionals. Lid Runderkamp stelt de geldende reparatietijden van onder andere rolstoelen aan de orde. Hiervoor gelden de algemene gemiddelde termijnen en het is begrijpelijk dat de leveranciers zich hieraan willen houden. Voor een rolstoelgebruiker zou er echter een termijn moeten gelden die gebaseerd is op het individuele geval.
Lid Runderkamp stelt voor om een procedure te ontwikkelen, waarbij het belang van de rolstoelgebruiker voorop staat. Lid VAN PIJPEN mist een belangrijk kernpunt bij het onderzoek van de Rekenkamer, namelijk het versterken van de positie van de gebruiker. Ook ontbreekt volgens GroenLinks een beschrijving van de verandering die in de organisatie wordt ingezet, want de procesregie is belangrijk. Voor lid Van Pijpen was het een onaangename verrassing dat er geen Wmo-beleid bleek te zijn en zij is blij dat dat er nu gaat komen. Zij sluit zich aan bij het standpunt van de vorige spreker, inzake de reparatie wachttijden. In dit proces moet ook voor GroenLinks het belang van de gebruiker voorop staan en het is dan ook belangrijk om te sturen in het aanbestedingsproces, bijvoorbeeld door het invoeren van sancties die dan weer ten bate komen van de gebruiker. Vertrouwen en ruimhartigheid moeten volgens lid Van Pijpen een rol gaan spelen in het proces. Dit kan betekenen dat partijen, zoals het Ergotherapeuten Netwerk, een stem hierin krijgen. Ook kan er gevraagd worden om een second-opinion in plaats van direct in een bezwarenprocedure te belanden. Lid Van Pijpen suggereert om eens te onderzoeken of er ICT-mogelijkheden zijn om in te zetten bij procesregie bij individuele gebruikers. Tot slot geeft zij aan dat de raad betrokken wil zijn bij de aanbestedingen.
Lid HAIJEN somt een aantal schrijnende voorbeelden op van waar het mis ging bij het aanvragen van Wmo-hulpmiddelen. Lid Haijen heeft zelf ook negatieve ervaringen op dat gebied. Lid Haijen legt een aantal aanbevelingen van Cliëntenbelang Amsterdam met nadruk aan de wethouder voor: - Betrek de adviezen van de ergotherapeuten en zorgprofessionals bij het aanvraagproces; - Kijk niet alleen met economische bril; al lijkt de aanvraag wel eens te veel van het goede, er is nooit sprake van luxe, maar altijd van noodzaak; - Stimuleer samenwerking bij leveranciers in plaats van concurrentie, vooral bij complexe hulpmiddelen. Lid HYLKEMA is benieuwd naar het Plan van Aanpak. In dit kader verzoekt hij de wethouder tevens te kijken naar de prestatie indicatoren. Hij vraagt of het ervaringsboek van Cliëntenbelang Amsterdam in dit Plan van Aanpak wordt meegenomen.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
Lid BADAL geeft namens zijn fractie aan zich te kunnen aansluiten bij de conclusie van de Rekenkamer, dat de basis staat, maar dat de uitvoering beter kan. Voor hem is het noodzakelijk dat de aanpak integraal zal worden uitgevoerd. Minder meldpunten, maar die dan wel een centrale positie krijgen is daarbij noodzakelijk. Dit wordt tevens door de Rekenkamer geadviseerd. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Lid Badal hoort graag op welke manier de aanbevelingen worden opgevolgd om tot resultaat te kunnen leiden. Lid VESSEUR deelt mee dat ook Volt van mening is dat verbeteringen noodzakelijk zijn. Zij kondigt een motie aan voor de inrichting van een ‘Priority Lane’ in de bredere gemeentelijke dienstverlening voor zorgbehoevende mensen naast het al beschikbare telefoonnummer. Zij stelt voor om hiervan een pilot te starten voor mensen met een complexere hulpvraag, zodat deze mensen ruimhartig voorrang krijgen. Zij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Ook lijkt het Volt zinvol om te gaan praten met eindgebruikers ter verbetering van het proces, alsmede een plan op te stellen voor structurele participatie. Zij vraagt of het mogelijk is dit op te pakken voordat de nieuwe aanbesteding van start gaat.
Wethouder SCHOLTES is evenals de leden zeer ontstemd over het feit dat de processen niet goed gaan en dat het Amsterdammers met een beperking hierdoor extra moeilijk wordt gemaakt. Vervolgens somt hij op welke acties er inmiddels zijn opgestart: - De wethouder heeft met verschillende partijen gesproken; - De wethouder heeft een raadsinfomatiebrief aan de leden gestuurd met daarin de actuele cijfers; - Het contact met de leveranciers is geïntensiveerd om te kijken of zij zich houden aan de afspraken uit het contract; - Hieruit zijn twee verbeterplannen voortgekomen die hebben geleid tot betere prestaties; - Volgens overleg worden er in de nieuwe aanbesteding meer eisen geformuleerd, meer cijfers gepresenteerd en meer afspraken beschreven inzake de doorlooptijden bij reparaties. Toch moet de wethouder tot zijn spijt concluderen dat het niet goed genoeg is, vooral voor mensen die complexe hulpmiddelen behoeven. De wethouder weerlegt de aanname dat hij bepaalde aanbevelingen niet zou overnemen. Wel is er soms sprake van de vraag hoe de aanbevelingen zouden moeten worden uitgevoerd. De wethouder is voornemens om met alle partijen, inclusief de ergotherapeuten, stap-voor-stap door de procedure te gaan om te onderzoeken waar de mogelijkheden voor verbetering liggen, vooral voor de mensen met een complexe hulpvraag.
Lid HAIJEN benadrukt het belang van structurele verankering van deze participatie. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat er met Cliëntenbelang structureel contact is. Het verbaast hem echter dat Ergotherapeuten Netwerk aangeeft dat voor hen de deur van de gemeente dicht blijft. De wethouder pakt dit op. Hij heeft tevens opdracht gegeven voor een radicalere manier van uitwerking in de vorm van een pilot die moet aantonen wat er mis gaat als er vanuit vertrouwen wordt gewerkt. Vervolgens refereert de wethouder nogmaals aan het belang van de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek. Hij is van mening dat alle aanbevelingen worden overgenomen met alleen soms de vraag erbij hoe dat zou moeten worden vormgegeven. In reactie op de vraag van lid Wehkamp vraagt de wethouder zich af of het maken van een fout bij deze casus een relevante factor is. De wethouder wil bij de Amsterdammers met een beperking het gevoel wegnemen dat ze voortdurend een
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
gevecht moeten aangaan om de hulpmiddelen te verkrijgen die ze nodig hebben. De Amsterdamse Maatwerkmethode behoort hierop toe te zien, maar deze is nog niet volledig geïnternaliseerd. De wethouder zegt toe de suggestie van lid Van Pijpen mee te nemen bij de nadere uitwerking als het gaat over de rechtspositie van de gebruiker. De wethouder beaamt dat meer informatie en transparantie over de werkwijze van de leveranciers de procedures voor de gebruiker duidelijker kan maken. Er zijn inmiddels meer cijfers beschikbaar over de klanttevredenheid en dit geeft mogelijkheden om transparanter voor de Amsterdammers te zijn. Wethouder Scholtes omarmt de suggestie om de digitale mogelijkheden te onderzoeken, zoals ‘mijnamsterdam’. Het is niet voldoende om alleen de uitvoering te verbeteren, het is verplicht om hierbij een beleidsplan te schrijven. De wethouder acht het van belang dat de ergotherapeuten betrokken zijn bij de procesregie. De problemen rondom de reparatietermijnen zal de wethouder meenemen in het uitvoeringsplan. Dit geldt ook voor andere suggestie die zijn gedaan en waarvan wordt bekeken hoe deze kunnen worden meegenomen in de nieuwe aanbesteding. De afspraken die worden gemaakt in het kader van de nieuwe aanbesteding zal de wethouder vertrouwelijk delen met de raad.
De term ‘goedkoop en adequaat’ is afkomstig uit de Wmo-wetgeving; bij meerdere opties wordt er gekozen voor de meest goedkope en adequate. Ruimhartig betekent dat je niet alleen kiest voor wat medisch noodzakelijk is, hierbij moet ook worden overwogen wat de zelfredzaamheid en de participatie van de Amsterdammer ten goede komt. Cliëntenbelang en de Rekenkamer constateren beide dat dit niet in voldoende mate gebeurt. In het traject dat de gemeente gaat doorlopen zal met alle betrokken partijen worden onderzocht wat er nog meer misgaat. Lid HAIJEN heeft kunnen constateren dat het vaak voorkomt dat een aanvraag niet wordt gehonoreerd en dat er dan een goedkopere optie wordt aangeboden. Hij vermoedt dat er veelal wordt gekeken vanuit een economisch oogpunt en er wordt dan geen rekening gehouden met wat de Amsterdammer nodig heeft om goed mee te kunnen doen. Wethouder SCHOLTES is van mening dat het genuanceerder ligt; wanneer er een aantal hulpmiddelen is met dezelfde functionaliteit, zal er volgens de wetgeving worden gekozen voor de goedkoopste. Hij vindt echter dat er ook oog moet komen voor de behoefte van de Amsterdammer die een aanvraag deed en hij zal hier in het traject aandacht aan besteden. Op dit moment mag er per afstand één hulpmiddel worden geleverd en dus niet, zoals lid Haijen opperde, zowel een rolstoel als een fiets.
De wethouder vraagt zich af of dit nog wel houdbaar is, bijvoorbeeld voor ouders met jonge kinderen. Hij zegt toe om te onderzoeken of dit redelijkerwijs nog wel kan. Dat er te veel meldpunten zouden zijn, zoals het CDA opperde, bestrijdt de wethouder. De helft van het aantal meldpunten betreft de leverancier, waar men tevens terecht kan met klachten en er is een meldpunt van de GGD Toezicht en Handhaving. De wethouder weet niet hoe hij deze aanbeveling zou moeten opvolgen, maar dit wordt wel meegenomen in het traject om te onderzoeken wat er vatbaar is voor verbetering. Tot slot vat de wethouder samen welke toezeggingen hij heeft gedaan en welke acties er zullen worden ondernomen. Hij benadrukt dat hij zeer gemotiveerd is om dit op orde te krijgen, hij noemt het zelfs een ‘erezaak’. Hij hoopt dat hij na de zomer bij de commissie terug kan komen met een Plan van Aanpak. Lid VAN PIJPEN wil graag weten wat de rechtspositie is van de gebruiker, zodat er ook sancties opgelegd kunnen worden als de afspraken rondom de wachttijden worden geschonden en of er ook sprake kan zijn van een ‘second-opinion’.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
Wethouder SCHOLTES zegt toe dit te onderzoeken en dit mee te nemen in het proces richting de aanbesteding en het vervolgtraject om de procedure op orde te krijgen. Hij komt hierop terug. De VOORZITTER concludeert dat het punt voor nu voldoende is besproken en dat het voor een middellange behandeling wordt geagendeerd voor de eerstvolgende raad op 11 en 12 juni aanstaande. Publieke Gezondheid en Preventie 5. Mazelencluster Amsterdam (VN2025-006672) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van de leden Wehkamp (D66) en Badal (CDA). Lid BADAL wil graag weten wat de stand van zaken is met de vaccinaties in Nieuw-West. Hij vraagt zich af wat er kan worden gedaan om mensen die niet willen vaccineren te overtuigen van het belang hiervan. Vervolgens stelt lid Badal de volgende vragen: - Worden er meer besmettingen verwacht nu de zomervakantie aanstaande is en mensen gaan reizen? - Er is veel vraag naar de prijzige vaccinaties tegen gordelroos. Is de wethouder hiervan op de hoogte en wat kan hij hierin betekenen? - Zijn er contacten met Den Haag over het Rijksvaccinatieprogramma? Lid WEHKAMP sluit zich aan bij de vraagstelling van het CDA. Vervolgens verwijst zij naar een uitspraak van een schooldirecteur, die werd gepubliceerd in Het Parool.
Deze man gaf aan dat hij niet wist dat het niet vaccineren van kinderen een fenomeen is in de stad. Hij is directeur van een school in Geuzeveld, waar de vaccinatiegraad 63 procent is. Voor lid Wehkamp rijst dan de vraag hoe de scholen in de gebiedsgerichte aanpak worden betrokken. Lid RUNDERKAMP wil graag weten hoe de ontwikkeling van de besmettingen verloopt. Ook vraagt hij of Cluster City, dat aanvankelijk alleen voor Nieuw-West gold, nu ook in andere stadsdelen plaatsvindt. Lid KABAMBA vraagt de wethouder wat er wordt gedaan binnen de religieuze instellingen om ouders te motiveren toch te vaccineren. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat er op 2 juni 2025 92 meldingen waren. De nieuwe mazelenmeldingen blijven gestaag binnenkomen vanuit verschillende stadsdelen. Er is geen grote stijging geconstateerd na de afgelopen vakantieperiode en de uitbraak lijkt enigszins op zijn retour. De wethouder complimenteert de GGD-medewerkers met de onvermoeibare inzet die zij hebben getoond. De wethouder heeft met eigen ogen kunnen zien hoe hard de GGD-medewerkers hebben gewerkt. Hij heeft grote bewondering voor het geduld en de kennis van zaken, waarmee de GGD-medewerkers zich van hun taken hebben gekweten. De wethouder blijft ouders oproepen om te vaccineren. In antwoord op de vragen van lid Badal deelt de wethouder mee dat er een toename van het aantal vaccinaties is op de inloopspreekuren.
Het is niet mogelijk om de exacte cijfers te geven, aangezien er ook sprake is van vaccinaties op afspraak. De wethouder kondigt een voortgangsbrief over het Rijksvaccinatieprogramma aan, die voor de zomer zal verschijnen. Ook verwacht de wethouder voor de zomer met informatie vanuit de RIVM over de vaccinatiegraad te kunnen komen, al betreft dit vaccinaties in 2023. Het is nog niet bekend wanneer de vaccinaties tegen gordelroos worden opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. De val van het kabinet Schoof op 3 juni
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
jongstleden kan zorgen voor vertraging hiervan. Gordelroosvaccinatie zou onderdeel zijn van het Aanvullend Zorg en Welzijn-akkoord, maar het is onzeker of dit er nog komt. Er is nu nog geen vergoeding voor de gordelroosvaccinatie. Het college informeert en betrekt de scholen bij het vaccinatieprogramma, onder andere in het jaarlijkse startgesprek tussen de scholen en het OKT. Net als lid Wehkamp is de wethouder erover verbaasd dat er directeuren zijn die dit niet zouden weten. De VOORZITTER geeft op verzoek van wethouder Scholtes het woord aan wethouder Moorman. Wethouder MOORMAN verklaart dat de directeur wilde aangeven dat hij geen informatie krijgt of kinderen wel of niet zijn ingeënt. Het is haar ervaring dat de scholen goed meewerken met de GGD, maar dat moet zorgvuldig gebeuren. Vertrouwen bij de ouders is de cruciale factor om uiteindelijk over te gaan tot vaccinatie. Wethouder SCHOLTES neemt zijn uitspraken over de schooldirecteur terug, nu hij dankzij wethouder Moorman begrijpt hoe de situatie is. Hij vervolgt de beantwoording en geeft aan dat het aantal kinderen met een bmrvaccinatie in de wijken hoger is dan in dezelfde periode vorig jaar. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken. 6.
Voortgangsrapportage 2024 Thrive Amsterdam mentaal gezond (VN2025006675) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van de leden Vesseur (Volt), Wehkamp (D66), Van Pijpen (GL) en Didderen (Partij voor de Dieren). Lid VESSEUR heeft geconstateerd dat er lichte verbeteringen zijn in de Gezondheidsmonitor, inzake de mentale druk op jongeren, maar voor Volt blijven de cijfers zorgwekkend. De invloed van de digitale leefwereld op de mentale gezondheid is terecht een aandachtspunt in het programma Digitale Stad. Fysiek bereik van de jongeren is echter minstens zo essentieel. Daarom vraagt lid Vesseur namens haar fractie aandacht voor concrete toegankelijke plekken waar jongeren terecht kunnen voor hulp ondersteuning en activiteiten. Zij noemt Barcelona als inspirerend voorbeeld. Zij vraagt de wethouder of deze aanpak in Amsterdam eveneens kan worden gerealiseerd. Lid Vesseur benadrukt het belang van structurele inbedding van beleid en uitvoering. Zij stelt voor om dit jaar te starten met het bedenken van scenario’s voor voortzetting en een duurzame verankering van de inzet. Lid WEHKAMP beschrijft de leefwereld van specifiek de mannelijke jongeren. Ook de organisaties waar lid Wehkamp mee in contact is geweest maken zich zorgen om deze doelgroep, die vanuit sociale media een prestatiedruk krijgen opgelegd.
Zij vraagt de wethouder naar de stand van zaken van deze problematiek. Vervolgens deelt zij mee dat volgens een onderzoek door The Guardian meer dan de helft van de Tik-Tok filmpjes nepnieuws bevatten. Dit is de reden dat zorgverzekeraars en huisartsen gaan samenwerken met het Tik-Tokkanaal met als doel betrouwbare informatie over mentale gezondheid te delen. Zij vraagt zich af hoe Thrive kan bijdragen aan het tegengaan van misinformatie over mentale gezondheid online. Lid VAN PIJPEN realiseert zich dat het programma Thrive niet alle problemen die er bestaan voor de jongeren op kan lossen. In de rapportage wordt veel geschreven over de activiteiten, maar niet over de resultaten met betrekking tot de mentale gezondheid. Van de wethouder hoort zij graag hoe hier zicht op kan worden gehouden.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
Er is vanuit GroenLinks een aantal vragen over de situatie van jonge meisjes en lid Van Pijpen zal deze op schrift stellen en aan de wethouder doen toekomen. Hierbij komt ook de verbreding van de preventie aan de orde. Lid DIDDEREN geeft aan dat de Partij voor de Dieren zich afvraagt of er bij Thrive aandacht is voor ‘Male Lonelyness Epidemic’ waar ook lid Wehkamp over sprak. Dit lijkt haar belangrijk, aangezien dit vaak leidt tot zelfmoord en meer gewelddadigheid richting vrouwen. Lid KABAMBA vraagt aandacht voor de gevolgen van ‘manosphere’ en de tegenhanger hiervan ‘tradwifes’, waarbij vrouwen en meisjes worden verplicht zich te onderwerpen aan een man. Voor Lijst Kabamba is het belangrijk dat hier aandacht voor komt bij Thrive. Wethouder SCHOLTES heeft kunnen zien dat de samenwerking vanuit Thrive met verschillende partners is gegroeid. Hij benadrukt dat Thrive geen uitvoeringsorganisatie is, maar een netwerkorganisatie die andere organisaties ondersteunt bij het op gang brengen van gesprekken over mentale gezondheid. Thrive realiseert tevens laagdrempelige inloop om gesprekken over mentale gezondheid mogelijk te maken. De wethouder somt een aantal organisaties op die vooral aandacht hebben voor de situatie van vrouwen en meisjes en die bijeenkomsten organiseren met vaak een specifiek thema.
Manosphere, Tradwifes en Tik-Tokinformatie over mentale gezondheid zijn fenomenen die zich over de gehele wereld afspelen en dit kan niet worden opgelost vanuit Thrive. Het college heeft voor het programma Online Leefwereld extra geld vrijgemaakt om binnen dit programma extra aandacht te besteden aan het mentaal weerbaar maken van jongeren en ze bescherming te bieden tegen ziekmakende algoritmen. Er is tevens een beleidsbrief Seksuele Gezondheid toegezegd, waarin wordt ingegaan op de preventieve aanpak van seksueel welzijn en de inzet op relationele en seksuele vorming op scholen en in de wijken. Lid WEHKAMP refereert aan haar eerdere vraag hoe Thrive kan aansluiten bij de inspanningen van zorgverzekeraars en huisartsen om nepnieuws tegen te gaan. Wethouder SCHOLTES is niet bekend met het programma waar D66 aan refereert. Hij stelt voor hierover contact te hebben met elkaar. De wethouder deelt vervolgens mee dat Thrive eveneens heeft bijgedragen aan het landelijke platform ‘In Je Bol’. Hier kunnen jongeren terecht voor wetenschappelijk verantwoorde informatie over mentale gezondheid. Hij adviseert de leden hiernaar te kijken. De gemeente ondersteunt dit initiatief door dit actief te promoten bij de doelgroep en de laagdrempelige ondersteuning @Ease te integreren. De financiering van het programma stopt per 2026, geeft de wethouder aan in reactie op de vraag van Volt.
Of dit daarna wordt voortgezet is aan de nieuwe coalitie. De wethouder zal dit goed voorbereiden, maar hij kan geen invloed uitoefenen op de keuze van het nieuwe college. De Gezondheidsmonitor van zowel jongvolwassen als volwassenen laat de resultaten zien van de impact van Thrive. Er is in de laatste monitor ook de vraag opgenomen over hoe gemakkelijk mensen praten over mentale gezondheid. Het is op dit moment voor de wethouder niet goed mogelijk om aan te geven wat de kwalitatieve effecten zijn van de activiteiten van Thrive. De wethouder gaat erover nadenken hoe hij deze informatie boven tafel kan krijgen. Mannen met mentale gezondheidsproblemen kunnen ook terecht bij Thrive. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken en dat dit punt op verzoek van lid Kabamba wordt geagendeerd voor de raad van 9 en 10 juli 2025 voor een korte bespreking.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
7. Raadsbrief preventieve aanpak overlast ratten (VN2025-006678) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd op verzoek van de leden Badal (CDA) en Emmerik (Partij voor de Dieren). Lid BADAL mist enkele zaken in het rattenplan; - Wat doet de gemeente als mensen de regels niet opvolgen? - Zijn er al resultaten bekend van de maatregelen? - Krijgen de wijken met de meeste overlast extra aandacht? - Wat is de situatie bij de Amsterdamse Poort bij de loophekken? - Wat is de situatie in het Reigersbos? Het CDA is van mening dat het probleem in samenwerking met bewoners en ondernemers moet worden opgelost; de gemeente kan dit niet alleen. Lid DIDDEREN kondigt haar vertrek uit de raad aan wegens verhuizing naar de provincie. In haar inleiding met betrekking tot het onderhavige agendapunt beschrijft ze het in haar ogen onterechte slechte imago van de rat. Volgens haar ligt de oorzaak van de rattenoverlast elders, namelijk de opwarming van de stad, de mensen en het afval dat zij achterlaten. Zij is erover verheugd dat de gemeente dit erkent. Zij pleit in haar bijdrage voor inzet voor een leefbaar klimaat, minder massatoerisme en afval. De Partij voor de Dieren is zich ervan bewust dat er voor een bepaalde doelgroep werkelijke overlast bestaat door ratten.
Zij kan zich vinden in de preventieve maatregelen en de voornemens die de wethouder beschrijft in zijn brief. De Partij voor de Dieren verzoekt de wethouder om jaarlijks te rapporteren over de voortgang, kenbaar te maken hoeveel klapvallen er zijn geplaatst en een zo accuraat mogelijk beeld te geven van hoeveel ratten er zijn gedood. Lid Didderen stelt voor om in navolging van de succesvolle Energiefix-brigade de gratis ‘Rattenfix-brigade’ in te zetten om kwetsbare woningen te beschermen door het vervangen van kapotte ventilatieroosters, het dichten van kieren en gaten, het aanbrengen van rattenwerende schijven op regenpijpen. Ook kan de Rattenfix-brigade informatie verstrekken over preventieve maatregelen. Zij is benieuwd naar de reactie van de wethouder hierop. Lid HYLKEMA geeft namens zijn fractie aan de rattenoverlast zorgwekkend te vinden. De verdubbeling van het budget voor de bestrijding acht de VVD een positieve ontwikkeling in de aanpak. Lid Hylkema stelt vast dat het in de brief alleen gaat over preventie, terwijl dit volgens de VVD niet voldoende is. Hij krijgt graag van de wethouder de garantie dat bewoners met overlast van ratten daadwerkelijk op korte termijn worden geholpen. Preventie en bestrijding dienen elkaar te versterken.
Wethouder SCHOLTES richt zich tot lid Hylkema met een uitleg waarom de nadruk ligt op preventie en wat de wethouder hiermee voor ogen heeft. Hij kijkt terug op de periode 2021-2023 toen er vanuit de Blasiusstraat tientallen meldingen kwamen van rattenoverlast in combinatie met meldingen van stoepverzakkingen. De oorzaak bleek kapotte leidingen en gaten in kruipruimtes te zijn, waar de ratten doorheen kwamen. Toen dit was hersteld kwam er geen enkele melding meer van rattenoverlast. Dit is een voorbeeld van het positieve effect dat preventie heeft op de rattenoverlast. De GGD doet op deze manier haar werk goed en daarom is het budget verdubbeld. Bestrijding bij ernstige overlast blijft een mogelijkheid, maar de ervaring leert dat dit geen structurele oplossing is. De wethouder geeft aan dat het mogelijk is om per stadsdeel het aantal overlastmeldingen te rapporteren en hij zegt toe dat dit ook gaat gebeuren.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
Handhaving, zoals het CDA wil, is moeilijk uit te voeren, ook al vanwege de onderbezetting bij de dienst. De gemeente rekent op het effect van de bewustwording en daarbij heeft de GGD ook een signaleringsfunctie. Lid DIDDEREN zou vooral graag weten hoeveel vallen er geplaatst worden en ze vraagt of hierover kan worden gerapporteerd. Wethouder SCHOLTES heeft alleen zicht op de vallen die door de GGD zijn geplaatst en niet die van andere partijen. Hij zal aan de GGD vragen of vermelding van het aantal vallen kan worden meegenomen in de rapportage. In reactie op de vraag van het CDA geeft de wethouder aan dat de eerdere voorbeelden die hij noemde aantonen dat er al resultaat is geboekt. De meldingen worden nauwlettend in de gaten gehouden. Voor de wijken met extra aandacht hebben de stadsdelen de mogelijkheid om te kiezen. In sommige buurten is de meldingsbereidheid laag. De wethouder deelt het standpunt van het CDA met betrekking tot samenwerking. Ten aanzien van de specifieke gevallen die lid Badal noemde, geeft de wethouder aan dat de GGD hier ook bij betrokken is. Lid HYLKEMA vraagt specifiek hoe de escalatieladder eruit ziet. Zo wil hij bijvoorbeeld weten wanneer anticonceptie wordt ingezet. Een ander punt van zorg voor de VVD zijn de onwillige pandeneigenaren en hij vraagt de wethouder hoe dit wordt aangepakt.
Wethouder SCHOLTES geeft aan dat de enige manier om pandeigenaren mee te krijgen is het geven van informatie en het schetsen van de gevolgen als zij niet meewerken. Verder kan de gemeente met voorbeelden aangeven dat de voorgestelde aanpak effectief is. In de situatie in de Blasiusstraat heeft de GGD op een gegeven moment ook aangegeven dat ze niet meer langs zou komen voor bestrijding als de pandeigenaren niet meewerken aan de voorgeschreven maatregelen. Het toepassen van gif en anticonceptie acht de wethouder onwenselijk vanwege de neveneffecten in de natuur en omgeving. Bovendien is het ook vanuit de wetenschappelijke hoek niet vast komen te staan dat dit effect zou hebben. De wethouder blijft vasthouden aan de methode zoals dit staat beschreven in onderhavig document. De VOORZITTER concludeert dat dit onderwerp voor nu voldoende is besproken en dat het wordt geagendeerd voor de eerstkomende raad. De VOORZITTER schorst de vergadering om 10.30 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 10.35 uur. Onderwijs 8. Verordening Kinderopvang SMI Amsterdam (VN2025-006873) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het lid Belkasmi het woord heeft gevraagd.
Lid BELKASMI stelt een aantal vragen: - Het Rijk is bezig met een bezuiniging op de SPUK-regeling en dit kan gevolgen hebben voor de onderwijsachterstandsmiddelen; welke gevolgen zou dit kunnen hebben voor de SMI? - Kan het zijn dat deze bezuiniging wordt stopgezet nu het kabinet is gevallen? - Bij de verdelingssystematiek die wordt toegepast bestaat het gevaar dat ouders die de weg niet goed weten te vinden achter het net vissen. Lid
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
-
Belkasmi stelt voor om een deel van het budget op basis van urgentie te verdelen. Waarom is ervoor gekozen om bij langjarige ondersteuning vanuit SMI de termijn op 24 maanden te stellen inclusief de eenmalige verlenging?
Lid WEHKAMP vraagt hoe een gezin toch in aanmerking kan komen voor een SMI-uitkering als er geen plan kan worden gemaakt, zoals een van de voorwaarden luidt. Lid NIJHOF stelt drie vragen: - Is er een mogelijkheid om het stadsdeel een rol te geven bij de uitvoering van deze Verordening? Maatwerk is belangrijk en hierover is veel specifieke kennis bij de stadsdelen. - Is er een mogelijkheid om middels de Verordening Kinderopvang de bezuiniging op de Onderwijskansenregeling gedeeltelijk op te vangen? - Hoe bereikt de gemeente kwetsbare ouders die digitaal niet vaardig genoeg zijn om met de DigiD een aanvraag te doen? Wethouder MOORMAN geeft aan dat deze regeling niet valt onder de SPUK, maar het betreft een gemeentefonds uitkering die zelfs iets is opgehoogd. De uitkering loopt door het hele jaar heen en er is geen sprake van ‘wie het eerst komt die het eerst maalt’. Urgentie speelt hierbij een rol, aangezien de aanvraag altijd wordt beoordeeld door GGD-artsen. In lid 3 van de Verordening staat een vermelding ter aanvulling van de 24maandentermijn. Bij een structurele beperking is een uitzondering op deze termijn mogelijk. Een aantal jaren geleden is de kinderopvang gecentraliseerd, maar de artsen die beoordelen werken in de wijk. Zodoende is de verordening alsnog stadsdeel gerelateerd. De Onderwijskansenregeling gaat over het vo en is hier niet van toepassing.
In algemene zin is het vanwege de complexiteit binnen de systemen altijd moeilijk voor mensen die laaggeletterd zijn om met DigiD aanvragen te doen. Via de buurtteams en OKT wordt hierop ingespeeld, evenals via het Amsterdamse Maatwerk. Met een plan wordt bedoeld dat er aan mensen wordt gevraagd om mee te denken als de beperking structureel is. Met lid 3 van de Verordening kan er een uitzondering worden gemaakt, maar er kan ook sprake zijn van een oplossing in het eigen netwerk. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat dit agendapunt wordt gehamerd. 9. Benoemen van twee leden en het herbenoemen van twee leden in de Raad van Toezicht van Stichting Aan de Amstel (VN2024-006703) Dit agendapunt wordt gehamerd. Lid Wehkamp ziet af van een bijdrage. 10. Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Uitslag Centrale Loting en Matching 2025’ (VN2025-006674) Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de commissievergadering van 2 juli 2025. 11. Bespreken van de ‘Jaarrapportage Schooltuinen en Natuureducatie 2024’ en bijbehorende raadsinformatiebrief (VN2025-006676) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en zij deelt mee dat het punt is geagendeerd door lid Didderen (Partij voor de Dieren).
17
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
Lid YEMANE pleit in een punt van orde voor extra spreektijd nu er langer wordt doorvergaderd. De VOORZITTER komt aan dit verzoek niet tegemoet. Lid DIDDEREN spreekt in haar inleiding haar waardering uit voor de inzet die wordt gedaan voor boerderij- en natuureducatie en zij legt uit waarom dit voor haar partij belangrijk is. Zij refereert aan haar recente bezoek aan een biodynamische boerderij in landelijk Noord en zij beschrijft wat zij daar heeft gezien en gehoord. Lid Didderen vindt het zorgwekkend dat kinderen bij de boerderij-educatie een geïdealiseerd beeld wordt voorgehouden van de veehouderij. Volgens het CBS was in 2024 slechts 0,5 procent van de totale landbouwgrond in Nederland biodynamisch. Het is niet gelukt om, zoals de Partij voor de Dieren samen met GroenLinks heeft geprobeerd, om plantaardige boeren aan de lesprogramma’s toe te voegen. Lid Didderen komt nu met een nieuw idee ter verbreding van het lesprogramma: gebruik maken van de educatieve programma’s van Dierenwelzijn en Animal Rights om een ander perspectief te bieden op de voedselindustrie. Zij hoort graag wat de wethouder voorstelt om het programma van natuureducatie te verbreden. Lid Didderen vindt dat de kinderen een eerlijk verhaal verdienen. Wethouder MOORMAN is het volledig eens met het standpunt van lid Didderen.
Het verbreden van het beeld over voedselproductie zal een onderdeel zijn van de nieuwe aanbesteding, zegt de wethouder toe. De informatie vanuit de Partij voor de Dieren zal hierin worden meegenomen. De motie met als doel de producenten van plantaardig eten te betrekken in het beleid heeft het niet gehaald, aangezien er zich te weinig van dergelijke producenten in de omgeving van Amsterdam bevinden. In de nieuwe aanbesteding zal hier opnieuw naar worden gekeken. Lid DIDDEREN geeft aan dat er in de akkerbouw voldoende producenten rondom Amsterdam actief zijn. Zij is erover verbaasd dat het college de motie met een dergelijke onderbouwing heeft afgewezen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het meestal niet gaat om bedrijven die boerderij-educatie aanbieden. Er is wel sprake van stadslandbouw en lokale bedrijven en die kunnen bij de nieuwe aanbesteding voor natuureducatie meedingen. Tot slot dankt zij lid Didderen voor haar altijd waardevolle bijdragen en zij wenst haar veel geluk in haar nieuwe woning in de provincie. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en dat het punt wordt geagendeerd voor de raad van 9 en 10 juli aanstaande voor een korte bespreking. 12. Bespreken van het Jaarverslag Leerplicht schooljaar 2023-2024(VN2025-006673) Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de commissievergadering van 2 juli 2025.
Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening 13. Raadsadres Wijkraad Zuid-West Amsterdam Behoud van uitvaartpolissen (VN2025-007134)
18
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Conceptraadscommissieverslag, 4 juni 2025
Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de commissievergadering van 2 juli aanstaande. 14. Follow The Money artikel over de Weekend Academie (VN2025-006677) Eerste termijn De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit agendapunt werd doorgeschoven vanuit de vorige commissievergadering. Het onderwerp is geagendeerd op verzoek van de leden Wehkamp (D66), Badal (CDA) en De Jong (JA21). Lid WEHKAMP schetst de situatie die is ontstaan met de subsidieverstrekking vanuit de sociale basis aan scholen. Zij stelt een aantal vragen. - Kan het zijn dat andere scholen dan waarmee contact is geweest nadeel hebben ondervonden van de Weekend Academie? - Kan de wethouder Onderwijs samen met de school die betalingen heeft gedaan kijken of de subsidies goed terecht zijn gekomen en de activiteiten goede doorgang hebben gevonden? - Welke verantwoordelijkheid ziet de wethouder Onderwijs hier voor zichzelf, waar zij als wethouder nog meer grip kan krijgen op zo’n situatie als met de Weekend Academie? - Wat kan de wethouder Onderwijs in het vervolg doen voor scholen om ervoor te zorgen dat ze erop kunnen vertrouwen dat ze een betrouwbare partner tegenover zich hebben? - Hoe kan het dat een schoolbestuur herhaaldelijk voor de constructie is gewaarschuwd, maar dat het geen actie heeft ondernomen? - Waren deze meldingen ook bij de gemeente bekend? - Kan het college de raad informeren over