2025.05.21Conceptverslag RO
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie
Raadscommissieverslag, 21 mei 2025
CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Woensdag 21 mei 2025 van 13.30 tot 16:48 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 25 juni 2025
Voorzitter: mevrouw Van Pijpen Portefeuillehouders: wethouder Van Weyenberg Commissiegriffier: mevrouw Nieuwenhuis, A. Dutilh (commissieondersteuner) Verslaglegging: mevrouw Röling (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Alberts (SP), Aslami (D66), Emmerik (PvdD), Von Gerhardt (VVD), Ihammanen (DENK), Keesman (PvdA), Konings (VOLT), Lochtenberg (CDA), Minderhoud (PvdA), Van Munster (GL), Van Schijndel (FvD), Staartjes (VVD), Taj (GL), Taşliyurt (D66) en Veenhoff (GL) Afwezige commissieleden: Ahmadi (De Vonk) Overige aanwezigen: -
1, Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER heet iedereen van harte welkom op deze openbare raadscommissievergadering RO en stelt vast dat er sprake is van een quorum. De voorzitter heet wethouder Van Weyenberg, die gisteren is benoemd als wethouder, van harte welkom. Ook heet de voorzitter het lid Ihammanen van DENK die voor het eerst aanwezig is bij deze commissie van harte welkom. b. Mededelingen Het lid Ahmadi van De Vonk is afwezig. Het lid KEESMAN komt terug op de bestuurlijke bijeenkomst met het algemeen bestuur van het Waterschap. Er waren één raadslid en twee fractievertegenwoordigers aanwezig, waaronder het lid zelf. Dit leidde tot oproer onder het algemeen bestuur van het Waterschap, waar achttien van de dertig mensen aanwezig waren. Het lid roept op om dit soort bijeenkomsten heel goed te coördineren, zoals zij nu ook met werkbezoeken omgaan, want dit was gênant en bijna genoeg om als raad een excuusbrief te sturen. De VOORZITTER neemt aan dat elke partij zich dit ter harte neemt en zegt dat het goed is om bij dit soort uitnodigingen te kijken naar het beleid wat daarop wordt gevoerd. Wethouder VAN WEYENBERG heeft nog een mededeling naar de richting van het lid Lochtenberg, daar zijn voorganger een toezegging heeft gedaan om te kijken welke mate van transparantie zij kunnen betrachten bij de Amsterdamse DDB index.
De conclusie is dat het delen van de exacte cijfers die specifiek zijn, niet mogelijk is, want dit is bedrijfsgevoelige informatie van deze organisatie. De wethouder kan wel toezeggen, dat ze de Amsterdamse cijfers wel op geaggregeerd niveau delen. Deze meer globale grafiek zal
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
de wethouder opnemen in de rapportage ‘Toepassing grondprijsbeleid 2024’ die ieder moment wordt vastgelegd door het college en daarna ter kennisgeving wordt toegestuurd. De VOORZITTER neemt hiervan akte en geeft aan dat dit dan terugkomt in de brief. c. Vaststellen agenda Punten 10 en 11 worden eerder behandeld, na de raadsvoordrachten; Punten 12 en 14 worden doorgeschoven naar de volgende vergadering; Punten 4 en 5 worden gevoegd behandeld; Punten 6 en 13 worden gevoegd behandeld; Punten 10 en 11 worden ook gevoegd behandeld. De agenda is vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare RO-vergadering van 16 april 2025 Het verslag van de openbare RO-vergadering d.d. 16 april 2025 wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille Het lid LOCHTENBERG zag op de termijnagenda staan dat in Q2 2025 vragen over erfpacht bij huisgebonden beroepen van de VVD en het CDA uit november 2024 worden beantwoord. Is het mogelijk om dat tijdig te doen, zodat het in Q2 behandeld kan worden, het zijnde de volgende commissievergadering? De VOORZITTER geeft aan dat of het behandeld wordt aan het lid zelf ligt, daar het dan eerst geagendeerd moet worden. Daar Q2 nog niet voorbij is, kunnen zij ervanuit gaan dat het op tijd wordt behandeld. Wethouder VAN WEYENBERG geeft aan dat zij hun best doen om de vragen zo snel mogelijk te beantwoorden. f.
Tkn-lijst Op verzoek van het lid Van Munster wordt tkn-stuk 5 geagendeerd. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen apart ingekomen stukken. 2, Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER meldt dat er een schriftelijke bijdrage is toegevoegd. Bij punt 6:
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
Stijn GROVE spreekt in namens Dutch Data Center Association. De gemeente Amsterdam stelt voor om tot 2025 geen nieuwe datacenters toe te staan. Zij begrijpen de zorgen die er zijn over de lokale ruimte en energiebeslag, maar roepen op breder te kijken. Amsterdam profileert zich al jaren als internationale technologie stad en de ambitie is om de Tech stad van Europa te worden. Dat kan niet zonder een solide digitale infrastructuur. Zonder datacenters is een betrouwbare, digitale economie niet mogelijk. Dat betekent ook een streep door het toekomstig verdienvermogen of een soeverein ICT. Als ze kiezen voor een stop tot 2025, kiezen ze voor een rem van de digitale ontwikkelingen in Amsterdam. Dat heeft directe gevolgen voor het vestigingsklimaat, de welvaart en sociale structuur van de stad. Amsterdam is ook een belangrijke spil voor verdere groei van Nederland en Europa. Amsterdam is de digitale hub van Nederland, alles wat gebeurt, gaat via Amsterdam naar het buitenland of wordt binnen Nederland gedistribueerd. Zo knoopt het alle ecosystemen efficiënt aan elkaar, het is een kroonsteentje van het internet. Groei van digitalisering, AI, soevereine cloud, kan niet zonder de ontwikkeling van dit kostbare fundament. Soevereiniteit vraagt ook om lokale, betrouwbare infrastructuur, controle over dataopslag en verwerking.
Dat wordt onmogelijk als ze in Amsterdam zeggen dat datacenters niet meer welkom zijn. Ook missen zij nu de kans om samen aan oplossingen te werken, over netcongestie bijvoorbeeld. Zij vragen niet om alle deuren wagenwijd open te stellen, maar om maatwerk, zorgvuldige afwegingen en vooral datacenters te zien als de oplossing en niet alleen als het probleem. Gevraagd naar de relatie van datacenters met de stad, geeft inspreker aan dat zij zeer direct betrokken zijn. Zo hebben zij bijvoorbeeld samengewerkt met opsporingsinitiatieven. Ze zien dat heel veel initiatieven die in Nederland zijn ontstaan, nu ook in het buitenland gaan. Ze zien ook dat het ecosysteem hier heel sterk. Wat betreft de restwarmte, hebben zij in 2017 gezegd, kom die warmte gebruiken, maar de regels moeten worden aangepast. Desgevraagd zegt inspreker dat in Amsterdam maar een heel klein gedeelte van de capaciteit aan de datacenters staat. Wat betreft verduurzaming geeft inspreker aan dat zij heel belangrijk zijn om dit op gang te brengen, zo gebruiken datacenters alleen maar groene elektriciteit en vijftig procent van de PPE’s wordt gefinancierd door de tech industrie. Gevraagd naar wat het betekent voor de verduurzaming als de plannen doorgaan zoals ze die bedacht hebben, geeft inspreker aan dat als er geen perspectief is om op de lange termijn investeringen te doen, investeringen onder druk komen te staan.
René OLDE OLTHOF spreekt in namens Global Switch, die de datacenters in het hart in het Schinkelkwartier hebben. Inspreker heeft grote zorgen om het bestemmingsplan dat vestigings- en uitbreidingsmogelijkheden van datacenters binnen de gemeente verder beperkt. Zonder datacenters is er geen betaalverkeer, geen autonome cloud, geen AI en geen internet, waardoor de samenleving tot stilstand komt. In het bestemmingsplan wordt voorbijgegaan aan de waarde van datacenters en tast de positie van datacenters juist aan. Als Global Switch liggen zij in een deels al ontwikkelde en deels nog te ontwikkelen woonwijk. In het bestemmingsplan van tien jaar geleden is bepaald dat ze mogen uitbreiden. Hun milieuvergunning ziet al op de eindsituatie en de bebouwing van de uitbreiding vindt nu in fasen plaats. Ze begrijpen niet dat het college binnen tien jaar na het vaststellen van dit bestemmingsplan, hun uitbreiding op losse schroeven zet. Dit vormt een ernstige aantasting van hun rechten en rechtszekerheid, terwijl zij midden in een besluitvormingstraject zitten voor een uitbreiding van hun gebouwen. Een dergelijke handelswijze zou getuigen van een onbetrouwbare overheid. Zij verzoeken om dit bestemmingsplan niet vast te stellen, of als ze het toch vaststellen, het zo aan te passen dat hun rechten worden gerespecteerd.
Inspreker stelt voor met hun kennis de gemeente te helpen en bij te dragen aan oplossingen voor de uitdagingen van de stad. In de voorbereiding voor het bestemmingsplan zijn zij als sector niet gehoord. Zij kunnen bijdragen aan een plan dat bijdraagt aan een goede regulering en wat recht doet aan de werkelijke waarde van datacenters. Ook kunnen zij meedenken over bijvoorbeeld het leveren van restwarmte en het helpen oplossen van netcongestie. Inspreker nodigt de leden uit om langs te komen, zodat inspreker kan uitleggen hoe ze dit zouden kunnen doen.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
Gevraagd naar het contact met de gemeente, zegt inspreker contact te hebben gehad met leden Aslami en Staartjes, met de provincie en met ambtenaren van de gemeente, maar niet over dit bestemmingsplan. Wat betreft de datacenterstrategie van de provincie, geeft inspreker aan hiervan op de hoogte te zijn en noemt het belang van datacenters een nationaal belang. Als land proberen zij iets te bedenken om autonomer te zijn en minder afhankelijk te zijn van de Amerikaanse grootmachten. Dit begint hier. Gevraagd naar het nationaal beleid, geeft inspreker aan dat het punt is dat Amsterdam, een van de eerste internetknooppunten in de wereld is zodat ze wel kunnen groeien en niet het kind met het badwater weggooien. En gevraagd naar waarom zij moeten hosten voor heel Europa, zegt inspreker dat de haven in Rotterdam er ook niet alleen is voor Rotterdammers. Wat betreft het ruimtegebrek, zegt inspreker dat ze op de bestaande vierkante meters veel meer vermogen kunnen verbruiken, dus in vierkante meters zit het probleem niet Michiel EIELTS spreekt in namens Equinix en is daarnaast ook voorzitter van de DDA. Equinix is een bedrijf dat al sinds het eerste datacenter op het Sciencepark zorgt voor innovatiebanen en sinds 2012 al warmte uitwisseling ondersteunt in nauwe samenwerking met Amsterdam.
Zij verzoeken om dit bestemmingsplan over datacenters te heroverwegen en ieder geval te kijken naar opties om door te kunnen groeien als sector, dit gezien de grote, negatieve consequenties voor Nederland en soevereiniteit. In het bijzonder gaat inspreker aan op de negatieve consequenties van netcongestie. Datacenters kunnen bijdragen aan het oplossen hiervan en het voorkomen van stroomuitval zoals zich in Spanje heeft voorgedaan. Wat betreft de strategische consequenties verwijst inspreker naar inspreker Grove, maar wijst erop dat het grootse gedeelte van de Nederlandse centrale overheidsdiensten gehuisvest in en rondom Amsterdamse datacenters. Het zal zeer problematisch zijn, als daar een stop op komt, met name omdat de voordelen van digitalisering al volledig zijn meegenomen in verwachtingen van bestuurders, overheden en ziekenhuizen. Ook de gemeente Amsterdam gaat er vanuit dat slimme oplossingen de stad zullen ondersteunen. Op het gebied van netcongestie is er sinds 2024 constructief overleg tussen de sector, Leander en TenneT, om te zorgen dat datacenters kunnen bijdragen aan de oplossing hiervan. Dit heeft geleid tot een gezamenlijk voorstel wat momenteel bij het ministerie van Economische Zaken ligt, waarna inspreker een aantal punten uit dit voorstel toelicht.
Het realiseren van deze punten vraagt om een beter en specifiek afgestemd beleid met betrokkenen, waardoor Amsterdam kan worden geholpen op het gebied van netcongestie en energietransitie en tegelijkertijd datacenters de ruimte kan worden geboden om door te groeien en de innovatie van de stad te ondersteunen. Gevraagd of de gemeente Amsterdam ook op de hoogte is van het plan wat bij het ministerie ligt, zegt inspreker dat zij dit maandag met de gemeente Amsterdam gesproken en afgesproken hebben op korte termijn met elkaar om de tafel te gaan. Eerder is geen contact gezocht met de DDA. De netcongestie is pas sinds vorig jaar problematisch geworden. Zij zijn al een jaar bezig met TenneT en Leander om te kijken naar een oplossing. Desgevraagd geeft inspreker aan dat prognoses zijn opgesteld op basis van cijfers uit 2021, echter is de werkelijkheid en de visie van het DDA de afgelopen vier jaar veranderd. Sinds die tijd zijn zij niet meer betrokken geweest. Dat is heel erg jammer en hierdoor zijn de opties die zij hebben aangegeven niet opgenomen in de huidige prognoses en beleid. Wat betreft de soorten datacenters, zegt inspreker dat er veel verschillende soorten datacenters zijn, zoals AI-datacenters en hyperskill datacenters. Daarnaast hebben ze collectiviteitdatacenters in Amsterdam en die zijn heel moeilijk te verhuizen.
De VOORZITTER bedankt alle insprekers voor hun bijdragen. c. Actualiteiten d. Rondvraag
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
Het lid VEENHOFF feliciteert het Voedselpark die de tender heeft gewonnen voor kavel N5. Er is precies op dit perceel weer gif gespoten, terwijl toegezegd was dat dit niet meer zou gebeuren. Wat is hier misgegaan en hoe kunnen ze dat voorkomen? Wethouder VAN WEYENBERG feliciteert ook de partijen die met het plan Voedselpark Amsterdam voorlopige gunning hebben gekregen. Wat betreft de toezegging, heeft zijn voorganger naar kennis van de wethouder een iets andere toezegging gedaan, namelijk om het gebruik van glyfosaat niet meer toe te staan en dat is ook niet gebeurd. Het lid VEENHOFF vraagt of de wethouder kan kijken of dit breder ingezet kan worden dan alleen dat glyfosaat. Wethouder VAN WEYENBERG stelt voor het voor nu bij glyfosaat te houden. BESPREEKPUNTEN Grond en Ontwikkeling 3 Toepassen van het gemeentelijk voorkeursrecht op een deel van de locatie Marineterrein in Amsterdam (VN2025-005799) Het lid MINDERHOUD vindt het Marineterrein een prachtig stukje Amsterdam en leest in de voordracht hele goede punten over het toepassen van de WVG, namelijk dat ze als gemeente actieve grondpolitiek gaan bedrijven en meer regie kunnen uitvoeren. Het lid vraagt zich af of ze dit niet vaker kunnen toepassen op andere stukken de stad. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat dit een hele specifieke locatie betreft met de marine op het terrein die daar een nieuwe kazerne gaan maken.
Alleen reden voor dit voorkeursrecht heeft een hele specifieke reden, namelijk dat alleen zij met het Rijksvastgoedbedrijf onderhandelen in plaats van dat ze gedwongen zijn door de wet het helemaal in de markt open te zetten. Ook omdat zij op dit terrein doelen rondom innovatie hebben. De realiteit is ook, dat dit nog wel een proces is waar een aantal jaren overheen gaat, daarom is het goed dat ze als gemeente daar nu proactief op handelen. Het lid MINDERHOUD vindt dit een helder verhaal, maar zegt dat het wel zo is dat dit ook voor andere gebieden in Amsterdam geldt, waar ze ook onderhandelen met verschillende particulieren en eigenaren die grond in erfpacht hebben uitgenomen, waar dezelfde uitgangspunten van toepassing zijn. Als er onder dezelfde omstandigheden een cruciaal, strategisch belang is voor de gemeente om op een bepaalde manier te ontwikkelen, zou dat daar dan ook niet kunnen? Wethouder VAN WEYENBERG geeft aan dat elke casus anders is. Bij deze is het een specifieke. Als zij denken dat het echt nodig is voor het publieke belang, schromen zij niet om het voorkeursrecht in te zetten. De VOORZITTER concludeert dat hiermee dit punt voldoende is besproken en naar de raad kan om te hameren.
4 Vaststellen van de actuele saldi van actieve grondexploitaties Vereveningsfonds en Zuidas en kennisnemen van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) Vereveningsfonds 2025 (VN2025-004705) Dit punt is gevoegd besproken met punt 5.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
Het lid VON GERHARDT zegt dat dit document ervoor zorgt dat ze hun stad kunnen blijven ontwikkelen. Helaas gaat het vereveningsfonds niet heel goed. De keuzes die de afgelopen jaren zijn gemaakt, zorgen ervoor dat op dit moment het scherp aan de wind zeilen is en er nog weinig reserves over zijn om nieuwe plannen vast te stellen. Dat is zonde, juist omdat er zoveel mensen op zoek zijn naar een woning en het juist mooi zou zijn als ze die complete stad zouden kunnen blijven wonen. Het lid vertelt dat het wethouder Van der Burg die in 2018 toen hij afscheid nam, het vereveningsfonds met een reserve van ruim 700 miljoen euro achterliet. In de het coalitieakkoord van 2018 – 2022, zijn daar toen 200 miljoen euro uitgenomen, in de voorjaarsnota 2019 is daar nogmaals 200 miljoen euro uitgenomen en in de voorjaarsnota 2020 is bepaald om structureel voor 88 miljoen euro uit te nemen. Voor het coalitieakkoord 2022 – 2026 is daar ook weer 12 miljoen euro bijgekomen en ook nog eens 20 miljoen euro structureel. Een deel daarvan is al teruggedraaid, want daarmee kunnen zij blijven bouwen. Het lid stelt vast dat ze dit nooit hadden moeten doen als ze in al die jaren hadden willen bouwen. Het lid MINDERHOUD vraagt of het lid Von Gerhardt ook weet waar die middelen aanbesteed zijn.
Het lid VON GERHARDT heeft geen flauw idee, want die zijn in de algemene middelen terechtgekomen en het lid heeft nooit een antwoordt gekregen waar deze middelen heen zijn gegaan. Het lid MINDERHOUD maakt uit het coalitieakkoord en beleidsdocumenten op dat het geld is besteed aan grote infrastructurele projecten en andere projecten die relevant zijn voor de stedelijke ontwikkeling. Dat is niet zomaar ergens aanbesteed, maar aan dingen die heel erg belangrijk zijn voor de stad. Het lid VON GERHARDT zegt dat als je het geld naar de algemene middelen stuurt, het naar de algemene begroting gaat. Het is dan gewoon een extraatje op de gehele begroting. Het lid is van mening dat ze vandaag de dag deze moeilijke keuzes moeten maken voor het bouwen van een complete stad niet hadden hoeven maken, als al deze uitnamen niet waren gedaan. Dat neemt het lid de vorige colleges en dit college kwalijk. Het lid VEENHOFF vraagt welke keuzes het lid Von Gerhardt bedoelt. Het lid VON GERHARDT verwijst naar 400 miljoen euro die ze er incidenteel uit hebben gehaald. Als ze dit niet hadden gedaan, hadden ze nu nog 400 miljoen euro gehad om bijvoorbeeld GroenLinks plannen vast te stellen. Nu kan dat niet. Het lid VEENHOFF zegt dat het lid Von Gerhardt het nu schetst alsof een keuze voorligt, maar vraagt welke keuze dan nu precies voorligt.
Het lid VON GERHARDT komt hier later op terug en zegt hier de historische context te willen schetsen. Ze hebben heel veel geld naar die algemene middelen gedaan, maar in die jaren hebben ze ook heel vaak gezien dat ze bij de najaarsnota dat er een plus van 100 miljoen euro was gedraaid op dat jaar. Toen had het college ook kunnen bedenken in plaats van die weer uit te geven in het jaar erop, hadden ze die ook weer kunnen stoppen in het verveningsfonds, want blijkbaar hadden ze het niet nodig om die ideeën van die coalitie uit te voeren. Dan hadden ze nu veel meer ruimte gehad in het vereveningsfond. Nu zijn ze op het punt dat ze zo niet langer door kunnen gaan. De combinatie van de grote uitnamen, de structurele uitnamen en veertig, veertig, twintig, zorgt ervoor dat zij nu al twee jaar op rij 100 miljoen euro verlies maken op hun grondexploitaties. Dat maakt dat ze niet zo langer door kunnen gaan en dat ze nu keuzes moeten gaan maken, want ze kunnen niet alleen nog maar negatieve plannen vast gaan stellen, want daarvoor is te weinig ruimte en dat ze aan knoppen moeten gaan draaien. Wethouder Van der Horst heeft gezegd dat ze met een menukeuze gaat komen, die ze kunnen gaan doen, maar het lid denkt dat dit te laat is. In dit plan zit het lid ook heel veel risico’s die ook worden genoemd, zoals de rijksbijdrage.
Er zijn een aantal projecten die in 2025 moeten gaan starten, waar de uitspraak van de Raad
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
van State voor ligt. Daarodoor ziet het niet lid niet hoe ze daar in 2025 moeten gaan starten en als ze straks die miljoenen terug moeten gaan betalen aan het rijk, heeft dit wel grote gevolgen, die niet terug te zien zijn in de risicoanalyse. In de risicoanalyse wordt wel rekening gehouden met inflatie, met hogere kosten, maar niet welk invloed het terugbetalen van rijksbijdragen daarop heeft. Verder ziet het lid dat ze ook uitgaan van een enorme toename aan inkomsten de komende jaren en vraagt zich af hoe realistisch dit is, nu ze zien dat de woningbouw in 2025 nog niet op gang komt. Het lid stel een aantal oplossingen voor. Volgens het lid moeten ze eerder keuzes gaan maken, zodat ze geen negatieve plannen meer vaststellen. Waar dat kan, zouden ze veertig, veertig, twintig los moeten laten, om ervoor te zorgen dat deze plannen door kunnen gaan. Ook zouden ze winstnemingen naar voren kunnen halen, door bepaalde projecten te versnellen om ook het potje weer te gaan vullen. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? Is de wethouder erop gerust dat als ze keuzes uitstellen tot na de verkiezingen, dat ze dan niet in de knel komen. Daarbij wijst het lid op plannen die ook in het stuk staan, die nu al om een grotere bestemming van de reserve vragen die ze nu op dit moment beschikbaar hebben en dan hebben ze nog niet alle risico’s meegenomen.
Wat gaat de wethouder doen om deze plannen toch vast te stellen? Het lid TAŞLIYURT vraagt zich af wat voor stad het lid Von Gerhardt dan wil bouwen, alleen met vrijesectorwoningen? Het lid VON GERHARDT ontkent dit. Het lid TAŞLIYURT vraagt dan naar wat voor stad dan wel. Het lid VON GERHARDT spreekt over een gemengde stad waarbij ze misschien iets minder sociaal moeten vaststellen, om uiteindelijk ervoor te zorgen dat ze plannen kunnen blijven stellen, want er is geen geld voor om zo door te blijven gaan. Het lid TAŞLIYURT stelt dat veertig, veertig, twintig niet hoeft te betekenen dat het plan negatief is, zoals bij de Joan Muyskenweg, en vraagt naar een reflectie. Het lid VON GERHARDT zegt alleen gezegd te hebben dat ze geen negatieve plannen meer moeten vaststellen. Ze moeten kijken hoe ze negatieve plannen weer positief moeten maken. Het lid VAN SCHIJNDEL wijst op een artikel in het Parool waar de corporatiesector aangeeft van mening te zijn dat veertig, veertig, twintig, geen verstandige weg meer is. Heeft het lid Von Gerhardt en de mensen van D66 dit artikel gelezen? Het lid VON GERHARDT heeft het artikel gelezen en zegt dat dit breed wordt gedeeld. Ook het college zelf heeft aangegeven dat dit op de lange termijn niet houdbaar is, als ze die complete stad willen bouwen.
Ze moeten echt keuzes gaan maken zodat ze die complete stad kunnen gaan bouwen, omdat ze al die voorzieningen nodig hebben. Het lid VEENHOFF hoort veel alarmkreten van collega’s en de media, maar wat hen betreft is er geen reden tot paniek. Het is niet zo dat hun ambities direct naar beneden moeten worden bijgesteld. Uit de stukken blijkt namelijk dat ze de komende vijf jaar kunnen blijven investeren in betaalbare woningen, zoals ze dat de afgelopen jaren ook hebben gedaan. De inhaalslag die ze de afgelopen zeven jaar hebben gemaakt met het toevoegen van betaalbare woningen, kunnen ze nog even blijven volhouden en het lid roept op dit te blijven doen. Het lid VON GERHARDT vraagt af of GroenLinks gezien heeft dat ze voor de komende vijf jaar nog 40 miljoen euro ruimte hebben om nieuwe plannen vast te stellen. Het lid VEENHOFF ziet dit ook.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
Het lid VON GERHARDT vraagt of GroenLinks ook heeft gelezen dat ze al deze miljoenen nodig hebben om plannen vast te stellen in 2025 en 2026. Het lid VEENHOFF heeft dit ook gelezen, maar zegt ook een hele goede grafiek te hebben gezien waar het lid later op terugkomt. Het lid VON GERHARDT stelt dat dit maakt dat ze dan in de 2027, 2028 en 2029 geen ruimte meer zouden hebben om plannen vast te stellen en het lid heeft de indruk dat GroenLinks het een goed idee vindt om dan maar drie jaar geen nieuwe grondexploitaties vast te stellen. Het lid VEENHOFF stelt dat deze informatie onjuist is en vervolgt haar betoog. Ze moeten vooral doen wat kan en het klopt dat ze daarbij de financiële buffer in het fonds moeten gaan aanspreken, maar die is precies ook voor dit soort situaties bedoelt, namelijk voor de problemen door netcongestie, de onduidelijkheid over de rijksregelgeving en de hele economische situatie. Het is daarbij heel belangrijk, dat ze niet in de gevarenzone komen. De grafiek daarover is heel duidelijk. Ook bij het aller slechtste scenario, komen ze over vijf jaar niet onder die buffer van 468 miljoen euro. Het is belangrijk om te zien dat daarmee de komende en de financieel geplande plannen daarmee gedekt zijn, dus ook de negatieve.
Met de vastgestelde plannen die nu deel uitmaken van het VEF kunnen ze circa 6000 woningen realiseren en zijn er plannen voor nog 25.000 woningen. Later hebben ze dan nog 7000 woningen voor Haven-Stad. Zo lezen zij de stukken. Zij moeten niet vergeten dat de situatie van het fonds heel veranderlijk is en heel sterk reageert op actuele situaties. Het lid houdt een positiever situatie ook voor mogelijk. Daarnaast is het zo dat ze altijd later nog kunnen bijsturen. Het lid roept op nu te doen wat kan wat betreft voldoende sociale huurwoningen en het middensegment. Die dure woningen leveren natuurlijk meer op, maar daar zit het probleem niet. Op de lange termijn kunnen ze altijd nog bijsturen als ze onverhoopt nog problemen krijgen betreft het beperken van het aantal plannen met een tekort, zoals het lid Von Gerhardt voorstelt. Het lid VON GERHARDT vraagt wanneer ze volgens GroenLinks op tijd zijn met bijsturen. Het lid VEENHOFF zegt dat ze dat nu nog zijn. Het lid vindt het heel verstandig om de buffer nu voor deze situatie aan te spreken. Op het moment dat ze gaan bijsturen, is het zeker zo dat het nog een jaar of vijf of tien duurt, voordat daar wat te zien is, maar het lid zit vooralsnog geen reden en vindt dat ze in de tussentijd door moeten gaan met heel veel betaalbare woningen bouwen. Het lid VON GERHARDT het gaat vooral om het vaststellen van nieuwe plannen.
In het slechtste scenario, waarbij een paar risico’s nog niet zijn meegerekend, kunnen ze over vijf jaar geen reserve meer hebben. Vindt het GroenLinks dan nog op tijd om bij te sturen? Het lid VEENHOFF geeft aan dat ze in de tussentijd ook nog verkiezingen hebben en te denken dat alle partijen zich wel beraden over wat daarin moet gaan staan. Het lid VON GERHARDT is van mening dat ze hier zitten om op dit moment keuzes te maken, tijdig bij te sturen en niet om op de verkiezingen te wachten. Het lid VEENHOFF zegt daarom gevraagd te hebben welke keuzes er volgens het lid Von Gerhardt dan precies voorligt, daar dit stuk volgens het lid nu voorligt om te kijken of ze het daarmee eens zijn. Dit stuk ziet er nu netjes uit en hiermee kunnen ze het op deze manier oplossen. Het lid KONINGS is oprecht benieuwd of GroenLinks dit rapport niet zorgelijk vond.
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
Het lid VEENHOFF geeft aan dat toen ze dit stuk vorig jaar maar voor het eerst zag, het ook zorgelijk vond en het was haar wel duidelijk dat ze op termijn zo niet verder kunnen. Het komt natuurlijk, omdat in het verleden zeventig procent vrije sector wordt gebouwd, waardoor het fonds toen vol raakte. Ze hebben gewoon geïnvesteerd, dat geld goed gebruikt en betaalbare woningen gemaakt en die zijn niet weg. Zolang je dat kan doen, moet je dat doen, maar ze moeten er verstandig mee omgaan. Wat betreft de lange termijn, kijken zij uit naar de uitwerking van wethouder Van der Horst. Het lid roept op naar het geheel te kijken en ook naar andere aspecten, zoals de prognose van bevolkingsopbouw, de benodigde klimaataanpassing, de veranderde woonwensen en een transitie naar een groene stad. Hoe ze dat de komende tientallen jaren doen, daar moeten ze over blijven platen, dat moet elke keer aangepast worden door mee te gaan met de tijd. Tot slot licht het lid een stuk uit, wat een heel mooi overzicht geeft van wat ze allemaal bouwen. Aan de wethouder vraagt het lid, welke sturingsinstrumenten zij precies hebben, om een ontwikkeling waarbij projecten met een combinatie van woningen en grootverbruikers in de plint in het gevaar komen, toch door te kunnen laten gaan en zouden er nieuwe instrumenten nodig of wenselijk kunnen zijn.
Wat betreft het aanspreken van de buffer, staat in de conclusieparagraaf dat het VEF het niet kan dragen als de negatieve kasstroom van 113 miljoen euro in 2023 naar 121 miljoen euro in 2024 nog veel langer aanhoudt. In de grafiek zien ze echter dat voor de komende vijf jaar, dus tevens bij het slechte scenario, nog is voorzien. Hoe moeten ze deze zin dan interpreteren? Is het risico wat betreft die negatieve kasstroom dan al meegenomen in het slechtste scenario? Het lid ALBERTS is naar aanleiding van een eerder debat met het lid Von Gerhardt, eerdere uitnamen nagegaan. Die uitnamen waren, omdat er extra veel geld was en die uitnamen waren incidenteel. Bij dit college werden de uitnamen structureel en daarbij hebben zij het risico ook benoemd. Bovendien heeft het lid begrepen dat het geld wat uitgenomen werd, werd gestopt in grondontwikkeling, wat eigenlijk een soort van voorbereiding is voor woningbouw. De vraag is wat ze willen als ze over de percentages gaat nadenken. Dan is het veel meer naar wat voor stad ze willen. Nu zijn er veel vrij kleine units gebouwd voor het middensegment. Willen ze dit op die manier? Wat willen ze om de wachtlijsten te kunnen verkorten? De wachtlijst zou nu 11,5 jaar zijn in plaats van 13 jaar, wat naar inzien van het lid nog steeds hartstikke veel is.
Als ze het dan verstandig vinden ruimte te geven aan investeerders, dan maken ze een andere stad. Het lid denkt dat ze preciezer moeten zijn in hoe die stad eruit moet zien. Ook bij een gemengde stad, moeten ze heel goed kijken wat ze daarmee bedoelen en bijvoorbeeld ook over ouderenwoningen. Als je die tegenover wat grotere woningen voor gezinnen zet en dat meeneemt in de berekeningen, totdat je uiteindelijk in percentages komt, denkt het lid dat je een heel verstandig besluit kan nemen en hoeven ze niet direct automatisch drastisch sociale woningbouw te verminderen. Geclusterde ouderenwoningen kunnen een hele goede bijdrage leveren bij veertig procent sociaal. Tot slot vraagt het lid waarom ze niet teruggaan naar het incidenteel uitnemen en zich daar dan aan vasthouden. Het lid KONINGS ziet dit rapport in combinatie met het rapport van de Rekenkamer wat zij eerder hebben behandeld en daaruit zie je dat het huidige bouwbeleid niet meer werkbaar is en ze niet meer zo verder kunnen gaan. Ze hebben nu behoefte aan een lange termijnvisie van hoe ze hun bouwbeleid toekomstbestendig kunnen maken en tegelijkertijd zoveel mogelijk vasthouden aan ongelijk investeren voor gelijke kansen. Wat zijn de maatregelen van het college voor de lange termijn en wat zijn de maatregelen voor de korte termijn, zodat ze niet naar een bouwstop toegaan.
Ze willen niet dat dit over de verkiezingen heen getild wordt, want dat is veel te ver weg. Het lid TAŞLIYURT bedankt het college voor het overzichtelijke MPG en de beantwoording van hun technische vragen. Ze erkennen de zorgvuldigheid waarmee gestuurd wordt op de financiële degelijkheid van het vereveningsfonds, tegelijkertijd zien zij spanningen ontstaan tussen financiële ruimte, maatschappelijke ambities en de snelheid waarmee ze grote opgaven als woningbouw, duurzaamheid en leefbaarheid moeten realiseren. Er wordt aangegeven dat er geen ruimte is voor extra ambities buiten de bestaande plannen. Dat begrijpen ze uit financieel risicobeheer, tegelijkertijd zijn zij juist
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
ook aan zet bij het stellen van maatschappelijke doelen. Kan het college aangeven hoe ze op structurele wijze ruimte kunnen houden om maatschappelijke meerwaarde binnen gebiedsontwikkelingen te blijven realiseren, ondanks financiële druk? Wordt er bijvoorbeeld actief nagedacht over innovatieve financieringsmodellen of meerwaarde creaties via samenwerkingen met private partijen? Zuidas compenseert nu grotendeels voor plannen met negatieve saldi. Dat is goed nieuws, maar als dit straks over is, wie neemt dan het stokje over? Ze horen dat HavenStad complexer en risicovoller is. Is het college van plan om actief te sturen op de fasering en ambities in Haven-Stad, zodat dit in de toekomst ook kan bijdragen, net zoals Zuidas dat nu doet? En zijn er kleinere gebiedsontwikkelingen die potentieel positieve saldi kunnen opleveren, zodat ze het risico niet concentreren bij één project. Wat betreft vertraging in de gronduitgifte, is er sprake van terugval in bouwactiviteit, begrijpelijk, gezien de marktomstandigheden. Heeft de gemeente voldoende instrumentaria om flexibel op veranderende marktdynamiek in te spelen en zetten zij dit voldoende in? Bijvoorbeeld gemeentelijke grondvoorraad actief versnel bouwrijp maken of extra ondersteuning voor kleinere ontwikkelaars.
Kan het college hierop reflecteren? Wat betreft de afdrachten aan de algemene middelen, begrijpen ze dat erin het verleden 400 miljoen uit het vereveningsfonds is overgeheveld naar de algemene middelen. Dit is onder andere besteed aan het klimaatfonds, de brug over het IJ, kosten voor de omgevingsvisie en omgevingswet en achterstallig onderhoud infrastructuur. Nu gaat er jaarlijks nog 24 miljoen structureel uit het vereveningsfonds. Tegen de achtergrond van een afnemende vereveningsruimte, is het niet verstandig om dit heroverwegenwaardig te verklaren? Zeker als het lijkt dat toekomstige ambities onder druk komen te staan. Kan het college ook reflecteren op de risico’s van deze structurele afdracht, gezien de toenemende onzekerheden rondom grondopbrengsten. De waarde van de portefeuille vertegenwoordigt nog steeds een flinke waarde, ongeveer 800 miljoen. Kan het college toelichten hoe ze sturen op risicospreiding en tijdig bijstellen van prognoses? Hoe robuust is de portefeuille bij een blijvend lastige markt? Tot slot zouden ze graag een technische sessie over het vereveningsfonds willen houden, bijvoorbeeld met scenario’s van verschillende economische ontwikkelingen en hun impact op de stedelijke vernieuwing. Het lid MINDERHOUD stelt dat het MPG op het eerste gezicht een weinig rooskleurig beeld van het vereveningsfonds schetst.
Tegelijkertijd wordt rekening gehouden met de uitdagende omstandigheden en kunnen ze de komende vijf jaar nog vooruit met het bouwen van een onverdeelde stad met voldoende voorzieningen, zelfs in het geval van het slechtste scenario. Veel partijen misbruiken de huidige stand van VEF als drogreden om de ambities met betrekking tot het bouwen van een sociale en complete stad af te schalen. Daarom is het belangrijk om kort uit te zoomen, de context te schetsen en waarom ze vandaag dit debat voeren. Het VEF is namelijk een middel tot een doel en het doel is een stad die voor zoveel mogelijk Amsterdammers toegankelijk is met fijne buurten en betaalbare woningen. Ondanks de guur rechtse wind in Den Haag, hebben ze daar de afgelopen jaren hard aan gewerkt in Amsterdam. Stoppen met het bouwen van complete bouwen en voldoende betaalbare woningen om het VEF te spekken helpt hen niet bij het behalen van deze doelstellingen, die geven ze dan op en ten gunste van wat precies? Het lid VON GERHARDT vraagt of het lid Minderhoud het rapport van de Rekenkamer, Bouwen aan een complete stad, heeft gelezen. Het lid MINDERHOUD zegt hier nooit van gehoord te hebben. Het lid VON GERHARDT zegt serieus hier al bang voor te zijn, want in dit rapport van de Rekenkamer staat nu juist dat door die veertig, veertig, twintig en te korten in het vereveningsfonds, zij geen complete stad meer kunnen bouwen.
Heeft het lid Minderhoud dat ook gelezen? Het lid MINDERHOUD bevestigt dat ook gelezen te hebben, maar stelt dat voor de PvdA een complete stad ook een stad is met betaalbare woningen.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
Het lid VON GERHARDT zegt dat het klopt dat dit hierbij hoort, maar dat ze juist daarom ander beleid moeten gaan voeren, dat zeggen zowel de ambtenaren als het rapport van Rekenkamer. Waarom denkt het lid Minderhoud daar anders over? Het lid MINDERHOUD leest helemaal niet dat de ambtenaren dat zeggen. In het MPG staat dat als ze met de huidige ambities door willen gaan, ze dit de komende vijf jaar nog kunnen gaan doen. Dat is het probleem met veel van deze zogenaamde oplossingen. Als de boodschappen te duur zijn, gaan ze arme mensen niet vertellen dat ze een brood met vijf mensen moeten delen of maar niet moeten eten. Ze zijn verplicht om te kijken naar de oorzaken van deze prijzen, ze bij de bron aan te pakken of geld bij te leggen, zodat het wel betaalbaar wordt of het gewoon zelf te gaan doen. Datzelfde geldt voor het bouwen van woningen. Deze zogenaamde oplossingen zijn slechts deeloplossingen, speciaal voor het deel van de bevolking dat relatief de minste problemen ervaart, maar wel hardste roept. Dit leed is legitiem, maar er is een gigantische groep die rechtse partijen zelden spreekt, omdat ze niet bij hen aankloppen. Volgens rechts hebben ze pas een woningnood, sinds deze groep bij hen aan de bel trekt. Het overgrote merendeel van de bevolking ervaart de woningnood al veel langer.
Dat komt grotendeels door dat ze van een land zijn gegaan dat rijkelijk subsidies uitdeelde voor de bouw van nieuwe wijken voor arbeiders zoals Plan Zuid en de Spaandammerbuurt, tot de 4,1 miljard gulden die Schaefer in Den Haag neerlegde om tienduizend woningen bij te bouwen, naar een land dat corporaties en de overheid als een probleem zien en besloot alles op afstand te zetten en de markt het maar te laten doen. In 2020 trok de wetenschappelijke raad voor regeringsbeleid aan de bel. De woningmarkt is geen gewone markt, grond is schaars, wonen is een basisbehoefte en het aanbod reageert traag. Marktwerking alleen lost het probleem niet op, zonder stevige, publieke regie, dreigt een toekomst waarin wonen structureel ongelijk en onrechtvaardig blijft. Cruquius eiland is volgens het lid een voorbeeld van hoe de droom van rechtse partijen en de nachtmerrie voor iedereen met een hart voor volkshuisvesting eruitziet. Weinig wet- en regelgeving en weggeven voor een redelijke habbekrats tijdens de crisis. Het ziet er op het eerste gezicht prachtig uit, maar wie de gepolijste laag wegkrabt, ziet het verhaal van de volkshuisvestelijke tragedie. 92 procent private sector. Woningen die verkocht worden voor een marktprijs tot wel 12000 euro per vierkante meter. Op Funda staat een appartement met één slaapkamer voor 800.000 euro.
Perfect voor het gemiddelde gezin in de stad volgens de VVD. Aan de overkant van de straat ligt de Architectenbuurt, daar wonen veel stadgenoten te krap in slecht onderhouden sociale huurwoningen. Het lid kan zich voorstellen hoe de bewoners zich voelden toen ze naar de overkant keken en zagen hoe luxe woontorens uit de grond verrezen en zich afvroegen, en wij dan. Dit is de tragiek en armoede van deze zogenaamde oplossingen. Het lid stelt dat je dit soort partijen, ook wel penthouse partijen zou kunnen noemen, want ze zijn er alleen voor de bovenstaande laag. De valse belofte dat iedereen daar kan komen, is niet alleen misleidend, maar logisch ondoordacht. Er is maar één bovenste verdieping en het merendeel van hen woont er niet en gaat er ook niet wonen. Het lid vindt het gênant en ronduit gratuit dat rechtse partijen zeggen dat ze daar maar moeten stoppen met hun sociale ambities en de markt het moeten laten oplossen. Diezelfde ideologie heeft geleid tot tekorten op tal van beleidsterreinen die nu onder de gemeente vallen, van de jeugdzorg tot de woningbouw. De markt zou het beter doen, maar lijkt iedere keer te falen. Diezelfde partijen houden nu een pleidooi voor meer markt te houden, terwijl ze de corporaties kapot maken met huurbevriezing, een vennootschapsbelasting en verdere bezuinigingen op het gemeentefonds.
Zij gaan daar niet in mee, zodat alles als Cruquius eiland wordt. Ze gaan tot het gaatje voor die ongedeelde en sociale stad met voldoende voorzieningen voor iedereen, waar iedereen de kans krijgt om zich te ontwikkelen. Ondanks de Haagse context, moeten ze ervoor Amsterdam en ook keuzes maken. Gegeven de grote hoeveelheid vastgestelde plannen die allemaal ambtelijke capaciteit vereisen en de huidige druk op de uitvoering, kan de wethouder inzicht geven in hoe er gestuurd wordt op de inzet van ambtelijke capaciteit en is het mogelijk om op korte termijn een overzicht te genereren waarin lopende en geplande projecten worden geprioriteerd op basis van maatschappelijke noodzaak, financiële haalbaarheid en uitvoerbaarheid, zodat ze met zijn allen goede afwegingen kunnen maken over welke projecten ze moeten prioriteren, ook voor nieuwe plannen.
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
Het lid VAN SCHIJNDEL vraagt naar het idee van de sector van projectontwikkelaars, waarbij de projectontwikkelaars de omgevingsplannen in concept maken en grond en ontwikkeling en duurzaamheid, het gaan beoordelen en eventueel corrigeren. Het lid MINDERHOUD vindt dit een hele technische vraag en verzoekt het lid deze vraag aan de wethouder te stellen. Het lid ALBERTS geeft aan dat zij op enig moment hebben vastgesteld dat in 2040 tien procent van de sociale huurwoningen dat die door woon coöperaties zouden worden gebouwd en vraagt naar de stand van zaken daarvan. Einde eerste termijn Wethouder VAN WEYENBERG begint door uit te zoomen om te kijken met welk beeld ze nu waar staan en hoe ze daarnaar kijken, waarbij leden van de raad verschillende woorden van urgentie gebruiken. De hoofdboodschap wordt dat het wel goed is om te scheiden hoe ze er nu voorstaan met alle projecten die ze in de planning hebben staan en wat dit betekent voor toekomstige nieuwe keuzes over nieuwe projecten. Kort samengevat in één zin, zegt de wethouder dat ze een buitengewoon solide fonds hebben, maar voor de toekomst hebben ze scherpe keuzes nodig. De wethouder wil het beeld wegnemen alsof er sprake zou zijn van zorgen over het fonds sec. Elk jaar actualiseren ze in het document wat vandaag ter bespreking is voorgelegd, alle standen van de projecten.
Dit keer met goed nieuws over de waarde van de grond, want deze keer is dat positief. Daarnaast hebben ze heel veel reserves en voorzieningen. Dat komt omdat ze heel voorzichtig, prudent, solide begroten in het fonds. Als ze een project doen met een negatief saldo, moet daar per direct een voorziening voor worden genomen. Projecten die geld gaan opleveren, kunnen pas ongeveer naar vijf jaar overgaan tot winstneming. Dat is een mate van behoedzaamheid die de wethouder verstandig vindt. Wat betreft de vraag van het lid Von Gerhardt of dit niet eerder kan, zegt de wethouder dat zij gezien de soliditeit deze bufferzone niet uit het fonds zouden halen. Het lid VON GERHARDT zegt dat dit verkeerd is begrepen en vraagt of die projecten niet sneller kunnen worden uitgevoerd, zodat ze dat winst neem moment naar voren kunnen halen, maar dan moet het wel opgeleverd zijn. Wethouder VAN WEYENBURG stelt dat zij al maximale meters maken, maar niet primair om financiële redenen, want het echte doel is dat ze die huizen willen hebben voor de Amsterdammers die daarop zitten te wachten. Eerder hebben ze in het MPG een soort scenario analyse toegezegd. Als alle plagen van Egypte komen, daar is geen scenario exercitie voor. Mogelijk zijn er ook opwaartse risico’s, zoals een meevaller. Beide scenario’s zien zij staan. De wethouder kan altijd nog een zwarter scenario bedenken.
Er komt een moment dat ze keuzes moeten gaan maken in wat ze tot nu toe hebben afgesproken. Op dit moment zien ze dat zelfs in het scenario met jaarlijks vijf procent stijging van de kosten en rente, dat ze dan wel interen op buffers en enige reserveringen, maar dat prioritering dan niet strikt noodzakelijk is. Ze kunnen best wat hebben in het fonds en dat is maar goed ook, want ze willen het beleid enigszins stabiel houden. Tempo maken, maar geen jojobeleid. Dit heeft er ook toe geleid dat in de voorjaarsnota 2024 de structurele afdracht is verlaagd. Of dit wenselijk is, daar kunnen ze van mening over verschillen, maar meta vindt de wethouder het concept dat als er gemiddeld geld uit grondontwikkeling komt en ze de stad daar breder van laat meeprofiteren, bijvoorbeeld inzet voor de schaalsprong, een te verdedigen keuze. Ze kunnen discussiëren over de bedragen, waardoor de afdracht ook wat naar beneden is bijgesteld. In het verleden is er een aantal keer grootschalig uitgenomen. Ze zouden ook kunnen beweren dat ook als ze zien hoe gezond het fonds nu is met de zittende projecten, dat dat gewoon valide was. De wethouder kan zich heel goed voorstellen, dat daarmee zaken zijn gedaan die de toenmalige politiek belangrijk vond. Op dit moment zitten ze niet in een situatie dat ze dat nog kunnen doen, maar meta is de
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
boodschap van de wethouder dat het fonds echt solide is en gezond. Ze hebben ook buffers, waardoor ze bijvoorbeeld de vertraging door netcongestie kunnen opvangen, precies in de reserveringen die daarvoor zijn gedaan. Als netcongestie, al die andere plagen optreden op en nog drie tegenvallers, houdt het altijd een keer op. De wethouder benadrukt dat het een solide fonds is. Ten tweede benadrukt de wethouder dat wat er de afgelopen jaren is gedaan, ook beleidsmatige keuzes zijn. Ze hebben minder opbrengst door grondexploitatie, dat lijkt nu weer gekeerd te zijn. Daar komen ook de prognoses vandaan voor de komende jaren, dat is naar hun inschatting echt realistisch. Daar hebben ze zich zeker niet rijk gerekend. Tegelijkertijd mag men van de wethouder dat hij goed op de centjes past. De voorgangers van de wethouder hebben heel bewust gekozen voor een beleid, waarin projecten door veertig, veertig, twintig en de les die uit het rapport van de Rekenkamer komt, dat ze een complete stad willen bouwen en niet alleen maar huizen, want daar horen ook maatschappelijke voorzieningen bij, dat doet allemaal wat voor wat een project en kost en wat een project oplevert. Dat is een bewuste keuze. Projecten die geld kosten worden daar gemiddeld duurder. Dure penthouses bouwen levert meer geld op dan een huurwoning, maar daar hebben ze heel bewust niet voor gekozen.
Deels ook in herstel op eerdere actie. En om te gelijk te investeren, dat is de crux van dit proces. Ten derde zegt de wethouder dat er nog ongeveer 41 miljoen euro vereveningsruimte staat, wat er op neerkomt dat ze nog ruimte hebben om voor veertig miljoen euro negatieve plannen te gaan doen. Dat past ook bij de voorstellen die al door de raad zijn goedgekeurd. Het is niet dat de wethouder door nu niks te doen, een risico neemt en een jaar ongezond is. Op de lange termijn zijn scherpe keuzes nodig, als ze door willen gaan met ongelijk investeren en daar geld voor wil vrijspelen en als ze meer willen investeren in maatschappelijke voorzieningen. Dat zijn keuzes voor dan. Het feit dat de wethouder dit nu niet doet, betekent helemaal niet dat ze nu een risico nemen. Naar de toekomst toe is het wel belangrijk om die keuzes te maken. Dat kan ook door meer geld te halen uit projecten die meer opleveren, door de samenstelling van de woningvoorraad die ze willen bouwen. Recent hebben ze ook weer een paar positieve plannen toegevoegd, zoals de A2 Entree. Ze werken ook aan het vergroten van de koek om die weer te kunnen gebruiken. Er is geen ruimte meer om bij projecten die geld opleveren, een deel uit te halen en dit te gebruiken voor dingen die ze allemaal mooi vinden of voor plannen die geld kosten te zorgen dat ze daar nog een negatiever getal komt.
Die ruimte hebben ze niet meer op basis van de vastgestelde plannen. Die vastgestelde plannen gaan pas de komende jaren in de praktijk worden gebracht. Een bouwstop is totaal niet aan de orde. Ze gaan door met al die projecten en ze hebben vereveningsruimte voor die projecten op stapel. Gevraagd naar het risico dat ze daar geld van het rijk kwijtraken, zegt de wethouder dat waar is dat ze het geld van de bouwimpuls kwijt kunnen raken, als ze niet genoeg woningen bouwen. Ze passen er ook op dat ze niet minder huizen bouwen, door te prioriteren. Maar het is niet zo dat als dat in 20215 niet gebeurt, ze moeten terugbetalen. Ze hebben zeker nog een jaar meer tijd. Naar de toekomst toe, zegt de wethouder dat de keuzes die dan voor de toekomst voorliggen, gaan over hoe ze omgaan met nieuwe projecten die ze gaan starten en hoe ze het vereveningsfonds dan gezond houden om te kunnen investeren. Daarover heeft wethouder Van der Horst vertelt dat ze een bestuursopdracht hebben. Wat de wethouder betreft gaan ze dit Bouwstenen noemen, bouwstenen voor keuzes die worden gemaakt. De wethouder gaat hier niet een ellenlange percentage discussie voeren, maar wil per project verstandig blijven kijken. Als er een investeringsvoorstel is waarbij de wethouder afwijkt, zal de wethouder het college en de raad daarvan moeten overtuigen.
Wat betreft de rijksbijdragen die niet in de risicoanalyse staan, geeft de wethouder aan dat ze daarvoor een weerstandsvermogen voor hebben. Dat ze er nooit geld uit hadden moeten halen, vindt de wethouder dat het prudent kon. Geld oppotten is niet het doel van het vereveningsfonds wat de wethouder betreft. Geld wil je zinnig inzetten, maar wel prudent zijn zodat ze projecten die je hebt kunt uitvoeren. Voor de toekomst kunnen ze dan politieke afwegingen maken. Het toevoegen van een aantal positieve projecten, is ook een manier om meer ruimte te ontwikkelen. Over netcongestie, kijken ze daarnaar, waarbij het voor woningbouw is dat ze dit makkelijk op één krijgen dan als het gaan prioriteren dan andere dingen en die
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
horen er soms wel bij. Dit is een proces wat ze nu aan het bekijken zijn. De wethouder heeft niet het beeld dat projecten waarbij ze nu aan de start staan, dat ze daar nu grote problemen hebben, maar dat er structureel wat moet dat is evident. Dat geldt ook voor de maatregel rondom de woningcorporaties van het rijk. Plannen die al heel ver gevorderd zijn, heeft de wethouder goede hoop dat die door kunnen gaan. Maar naarmate je naar nieuwe investeringsbeslissingen komt, die nog genomen moeten worden, zijn partijen, in dit geval woningbouwcorporaties, die kijken wel naar wat ze nog aan investeringsruimte hebben voor de volgende nieuwe projecten. Daarom is dit ook zo’n buitengewoon onverstandige maatregel. De wethouder hoopt dat de leden van de raad die ook nog lijntjes naar Den Haag hebben, zeker met lijntjes naar de coalitiepartijen, zich daar laten horen, want of je nu wel of niet veertig, veertig, twintig of iets anders wil, ze willen allemaal sociale woningen blijven bouwen in Amsterdam en ook dat er nieuwe projecten komen. Het lid VON GERHARDT zegt dat Sluiterdijk één Zuid van die voorbeelden van die rijkssubsidie is, waar uitstel is verleend tot 2025. Ambtenaren zeggen dat dit niet tijdig zal starten en daar overleg over plaatsvindt.
Zijn er al updates over dat overleg? Wethouder VAN WEYENBERG is terughoudend over lopend overleg, maar heeft niet de indruk dat hij op dit moment zich zorgen maakt dat hij morgen geld kwijt is. Het lid VON GERHARDT vraagt naar een overzicht van welk project wanneer moet starten of eindigen vanwege die rijkssubsidies en om hoeveel geld dat gaat. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dit ingewikkeld te vinden, daar nu niet bekend is hoe die gesprekken verlopen en waar ze landen. De wethouder zegt toe bij de volgende keer bij de mededelingen vertelt waar ze staan. Het lid VAN SCHIJNDEL zegt dat ze een heel erg financiële blik hanteren. Het punt is dat er nu piepklein wordt gebouwd in die nieuwe wijken. Dat leidt tot de hoogst mogelijke grondinkomsten. Eigenlijk zou het voor de schoonheid van de stad veel beter zijn als de woningen groter waren en iets anders is dan het maximaal benutten van de grondoppervlaktes. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat ze de richtlijn hebben dat ze hoogbouw alleen rond stations en dat soort gebieden toestaan, dus dat maximeren herkent de wethouder niet. De wethouder zegt dat het niet zozeer gaat om zoveel mogelijk geld, maar om projecten dusdanig te maken dat ook marktpartijen dat die instappen en die woningen te gaan bouwen. Het klopt dat ze relatief klein bouwen, maar als ze een doorstroming willen stimuleren moeten die huizen dan ook wel worden gebouwd.
De zoektocht is hoe je divers bouwt voor verschillende mensen. Dat één van de discussies is dat voor heel veel mensen een wat kleinere woning prima is, maar dat je ook moet zorgen voor andere dat die er ook zijn, vindt de wethouder echt een opgave in de wetenschap hoe duur woningen zijn. De wethouder zegt dat ze moeten oppassen voor percentage fetisjisme. Als je veertig procent midden huur doet, maakt het uit wat je bouwt. De wethouder roept op om voorbij te gaan aan de slogans. Het lid VAN SCHIJNDEL vraagt waarom ze wooncoöperaties niet dezelfde grondprijzen geven als woningcorporaties. Wethouder VAN WEYENBERG stelt voor de volgende keer bij de mededelingen ook op de vraag van het lid Van Schijndel terug te komen. Wat betreft de vraag over HavenStad, zegt de wethouder dat Haven-Stad echt nog wel verder in de toekomst ligt. De stappen zijn gezet, maar dat gaat nog wel tijd kosten. De Zuidas was braak, maar dit is bedrijventerrein, wat altijd zal betekenen dat het niet dezelfde mate van financiële voordeel zal hebben. Betreffende de vraag over de gronduitgifte, waren het magere jaren, maar door tegenwind, maar ook door onzekerheid rondom de midden huur. Er zitten ook één of twee jaren in de tabellen die zeer hoog zijn, dat krijgen ze niet meer terug.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
Die 400 miljoen euro die ze uit het vereveningsfonds hebben gehaald, hebben ze uitgegeven aan allerlei zaken die gewoon goed zijn voor de stad. Los van of je dat goede dingen vond, hebben ze nog steeds een gezond fonds. Ze hebben wel de structurele afdracht terecht verlaagd. Wat betreft de geschiedenis van de volkshuisvestiging, merkte wel dat de verhuurdersheffing ergens verdwenen was uit het betoog. Op de vraag of het helpt om bij projecten te prioriteren, hebben ze allemaal projecten in de pijplijn staan die door de raad zijn geaccordeerd. Daarop prioriteren is niet nodig. Voor nieuwe projecten zullen ze heel goed moeten kijken en keuzes moeten maken. Maar als ze dit nu zouden zeggen, bij de projecten wat ze klaar hebben staan en mee bezig zijn, dan komen er minder woningen. Dat zou de wethouder echt onverstandig vinden. Ze hebben ook dit jaar weer een planvoorraad van 14000 woningen hopelijk start bouw. De wethouder streeft ernaar om de doelstelling van 7500 akkoord te krijgen, daar zal de wethouder geen steen voor onberoerd laten, hoe moeilijk dat nu is met bijvoorbeeld tegenwind van het rijk. Maar de realiteit is dat bij een deel van die projecten dit jaar dat niet gaat lukken. Als ze gaan prioriteren, nemen ze het risico dat je op een nog lager aantal woningen uitkomt en dat wil je niet. Ook als ze stappen hebben gemaakt en je stopt, heeft dat financiële gevolgen.
Daarnaast heeft dit gevolgen voor een toekomstig gesprek over de ontwikkeling van stad, daar het onbehoorlijk bestuur zou zijn. Prioriteit helpt niet, ze zullen scherpere keuzes voor de toekomst maken en nu zetten ze volle kracht vooruit om al die woningen die ze hier met dit investeringsbesluit hebben afgewikkeld, om die gebouwd te krijgen op een manier zodat ze werken aan een complete stad, zodat ze ongelijk investeren en op die manier voor mensen die snakken naar een huis elk jaar woningen toevoegen. Het lid MINDERHOUD verduidelijkt met prioriteren te bedoelen dat ze zich als gemeente ergens gaan wegtrekken, maar het gaat hem ook om nieuwe plannen waarbij ook een deel van geen doorgang vinden. Als die projecten aan de voorkant al wat complexer lijken te worden en niet heel erg toevoegen in maatschappelijke zin, dat ze dan de ambtelijke capaciteit meer gaan toespitsen op andere projecten. Wethouder VAN WEYENBERG zegt dat dit precies is hoe de ambtenaren van de stad werken. Daarbij zegt de wethouder dat ze niet het type project willen prioriteren wat veel geld oplevert tegenover een negatief project en te weten dat de raad dit ook zo ziet. Het lid TAŞLIYURT vraagt naar een technische sessie over dit onderwerp.
Wethouder VAN WEYENBERG lijkt dit een uitstekend idee, voor technische vragen, maar daarbij niet van plan te zijn honderd scenario’s te maken, maar gelegenheid te bieden tot De VOORZITTER stelt vast dat er voldoende belangstelling is voor een technische sessie en roept de leden zich op te geven als de uitvraag komt. Het lid VEENHOFF heeft nog een vraag over die waarschuwing over de negatieve kasstromen en vraagt wanneer ze het verhaal van die bouwstenen kunnen verwachten. Wethouder VAN WEYENBERG zegt de vraag betreffende de bouwstenen, nog niet te kunnen beantwoorden. Wat betreft de vraag over de scenario’s zegt de wethouder dat als al de scenario’s van bouwkosten gaan optreden, ook andere risico’s mogelijk gaan ontstaan, daar dit met elkaar samenhangt. In theorie kunnen ze dit bij elkaar optellen en er nog onder uitkomen en dan nog kunnen bijsturen. Op dit moment met de huidige stand is het niet nodig om bij te sturen. Het is solide om zo lang mogelijk projecten doorgang te kunnen laten vinden. Het lid LOCHTENBERG verwijst naar het penthouse complex in Beatrixpark, wat een maand geleden is ingetrokken. Zijn er projecten zijn die van de kar vallen en waarbij de wethouder kan bijsturen?
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein,
RO
Energietransitie Conceptraadscommissieverslag, 21 mei 2025
Wethouder VAN WEYENBERG kan over deze casus nu niets zeggen. Het lid VAN SCHIJNDEL stelt dat het heel vervelend is dat als projecten vertraagd of van de kar afvallen. Staat de wethouder ervoor open dat concept omgevingsplannen eerst worden opgesteld door consultancy die betaald worden door projectontwikkelaars en grond en ontwikkeling dan heel kritisch doorheen loopt om te kijken of dit deugdelijk werk is geweest? Wethouder VAN WEYENBERG maakt zich zorgen dat hier een onzuivere rolvermenging dreigt te ontstaan tussen partijen die wat met kavels moeten en hun rol als verantwoordelijke voor de ruimtelijke ordening. De wethouder is niet overtuigd. Het lid VAN SCHIJNDEL stelt dat wethouders zich een slag in de rondte werken. Het controleren kost veel minder tijd dan het zelf in elkaar zetten. Wethouder VAN WEYENBERG gelooft in een sterke markt en een sterke overheid, maar hier zich oprechte zorgen te maken in wat voor positie hij partijen dan brengt. De VOORZITTER concludeert dat hiermee de punten voldoende zijn besproken. Punt 4 gaat naar de eerstvolgende raad om middellang te worden besproken. 5 Bespreken van de raadsinformatiebrief met rapportage over de voortgang van de aanbevelingen in de accountantsverslagen 2022-08 en 2023-04 inzake grondexploitaties (VN2025-006434) Dit punt is behandeld bij punt 4 en is voldoende besproken en wordt niet gepiept naar de raad.