20241107 FKD conceptverslag.pdf
Tekst van het document
Hij vraagt de wethouder wat er wordt gedaan in de periode totdat de toezichthoudende instanties zijn aangesteld, zoals de APG, zodat de gemeente goed gepositioneerd is om de regels die er worden gesteld te kunnen naleven. Lid KABAMBA maakt zich zorgen over de gevolgen van het toepassen van de technieken om gezichten te herkennen. Zij verwijst naar situaties in andere landen in en buiten Europa waarin het deels toestaan van gebruik van biometrische surveillance ernstige gevolgen heeft gehad voor mensen.
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
Lid Kabamba stelt voor om het opslaan van data volledig in eigen hand te houden, zodat er geen beelden terecht komen op plekken waar dit nadelig kan zijn voor de mensen die het betreft. Zij somt op welke voorwaarden er zouden moeten gelden voor haar fractie: Kiezen voor verantwoorde technologie; Kiezen voor bonafide bedrijven, die de privacy respecteren; Amsterdam maken tot een stad waar technologie welkom is, maar de privacy van de burgers bovenaan staat. Wethouder SCHOLTES stelt voorop dat de gemeente geen biometrische surveillance toepast, in aansluiting op het coalitieakkoord. Voor de vragen over de politie moet de wethouder doorverwijzen naar de burgemeester. Vervolgens stelt de wethouder dat het toepassen van biometrische surveillance sterk aan banden is gelegd, middels de AVG, WPG en de AI-Verordening. Deze Verordening stelt geen totaalverbod voor biometrische surveillance en laat ruimte voor gebruik bij vooral rechtshandhaving. De wethouder somt een aantal van deze situaties op. De minister van justitie zal nog bekijken of Nederland gebruik zal gaan maken van deze uitzonderingen. Op dit moment zou Amsterdam haar voorkeur bij de minister kunnen inbrengen. GroenLinks zou dan eerst kunnen aangeven welke vorm van biometrische surveillance wel acceptabel is.
De wethouder is ervan overtuigd dat met de AI-verordening heel veel vormen van biometrische surveillance onmogelijk worden. Bovendien is het in Amsterdam onwenselijk en zijn er in de gemeente de Quality Assurance Acceptatiecriteria, maar ook zonder juridische beperkingen gelden de afwegingscriteria van de raad en het college en kan er geen enkele vorm van biometrische surveillance plaatsvinden. Vervolgens geeft de wethouder aan dat de gemeente zich dient te houden aan de regels die door een hogere overheid worden gesteld. Eigen regelgeving zou bovendien ingewikkeld zijn in verband met toezicht en handhaving. De wethouder raadt aan om wensen die de raad nog heeft op dit gebied via de minister en de Kamer kenbaar te maken. De wethouder geeft aan dat er binnen de gemeente momenteel een heel netwerk van partners bestaat met wie de gemeente spreekt over digitalisering. Hij noemt een voorbeeld dat in het onderwijs wordt gebruikt, maar dit kan niet zonder meer worden toegepast en hier moet een privacy toets worden uitgevoerd. De wethouder concludeert dat de raadsinformatiebrief en het coalitieakkoord duidelijk maken wat het standpunt is van de gemeente Amsterdam en hierover worden afspraken gemaakt met de partners over verantwoorde technologie met aandacht voor alle wetten en regelgeving.
In antwoord op de vragen van lid Kabamba stelt de wethouder dat haar vraag over de dataopslag past in de discussie die is gestart door lid IJmker over digitale onafhankelijkheid. Dit zal nog een plek krijgen in de debatten over waar de gemeente op wil inzetten. Lid IJMKER heeft nog niet duidelijk in beeld op welke wijze er communicatie plaats zal vinden met Den Haag. Wethouder SCHOLTES zal eerst de standpunten van de coalitie moet kennen, welke uitzonderingen wel of niet acceptabel worden geacht. Lid IJMKER kan dit begrijpen, want ook zij heeft de indruk dat het coalitieakkoord verschillend wordt geïnterpreteerd. GroenLinks wil een totaalverbod. De uitzondering die lid IJmker noemde gaat over ander cameratoezicht dat biometrisch. Lid KROM vraagt de wethouder om met een startnotitie te komen, zodat de discussie hierover kan plaatsvinden en het helder wordt wat de raad wil met betrekking tot de lobby naar Den Haag.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
Wethouder SCHOLTES kan niet goed inschatten wat hij in de gevraagde notitie moet zetten. Hij is van mening dat de raad moet aangeven welke uitzonderingen er wel of niet in de Nederlandse wetgeving moeten worden opgenomen. De wethouder komt vervolgens terug op zijn eerdere antwoord op de vraag van lid IJmker, hij heeft nu pas begrepen dat GroenLinks elke vorm van biometrische surveillance afwijst. Lid KABAMBA geeft aan dat het voor haar fractie belangrijk is om in de communicatie met Den Haag ook aan te geven hoe de raad wil dat de data worden bewaard. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat juist de dataopslag streng is geregeld binnen de nationale en Europese wetgeving. De VOORZITTER stelt voor dat het college komt met een korte notitie inzake de communicatie naar Den Haag op basis waarvan een inhoudelijke discussie gevoerd kan worden in de volgende commissie om uiteindelijk als raad tot een standpunt te komen. Lid GARMY vraagt wat het doel is van dit voorstel. De VOORZITTER antwoordt dat dit uiteindelijk bij de wethouder ligt, als duidelijk is welke lobby er precies moet worden gedaan. Lid GARMY voert aan dat het Rijk op dit moment de AI-verordening ontwikkelt en bezig is met nieuwe wetgeving met betrekking tot technologie. Het lijkt hem zinloos om met een discussie hierop vooruit te lopen.
De VOORZITTER is het hier niet mee eens en vindt dit juist een geschikt moment voor een lobby, nu er nog geen besluiten zijn genomen. Wethouder SCHOLTES verwijst naar de eigenstandige positie van de burgemeester als het gaat over veiligheid en de relatie met politie en justitie. Wanneer het standpunt van de raad hem duidelijk is zal hij daarom hierover ook nog met de burgemeester in overleg gaan. Lid ASLAMI refereert aan een onbeantwoorde vraag van zijn kant. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de APG de toezichthouder is voor de AVG, maar voor de AI-verordening is er nog geen toezichthouder aangesteld en daarin speelt de AP op dit moment een coördinerende rol. De gemeente heeft voor de AI een ‘compliance officer’ en er wordt een plan van aanpak ontwikkeld inzake de AI-wetgeving. Dit wordt opgepakt in samenwerking met het Beheerskader Algoritmen en ‘Checks & Balances’. Lid ASLAMI geeft aan dat is overeengekomen dat de raad wordt geïnformeerd over de eventuele inzet van hoog-risico AI. Lid BELKASMI herhaalt zijn bezwaren tegen de inzet van gezichtsherkenning technologie, die zou kunnen leiden tot discriminatie en hij vraagt de wethouder of hij dit standpunt deelt. Wethouder SCHOLTES geeft aan dat deze technologie niet wordt ingezet. Andere partijen die overwegen deze technologie in te zetten zullen goed bij zichzelf moeten nagaan of dit verantwoord is.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
Lid BELKASMI vraagt de wethouder te oordelen over de inzet van deze technologie door andere partijen, aangezien dit volgens de PvdA een impact heeft op de burgers van Amsterdam. Wethouder SCHOLTES meent dat hij namens het college duidelijk heeft gemaakt wat het standpunt is. Hij vindt het lastig om op het terrein van de burgemeester te oordelen over de handelwijze van veiligheidspartijen. De wetgeving op zich is al zeer beperkend ten aanzien van de inzet van gezichtsherkenning technologie. De wethouder is het eens met lid Belkasmi als het gaat om inzet van technologie die een bias heeft, hier is hij op tegen. Lid BELKASMI stelt dat de wethouder geen terughoudendheid betracht als het gaat over het Onderwijs, getuige het Position Paper, maar ten aanzien van de portefeuille van de burgemeester doet hij dat wel. Wethouder SCHOLTES verklaart dat het Position Paper is verschenen namens het gehele college. Verder geeft hij aan dat Veiligheid een specifiek domein is waar de burgemeester haar eigen verantwoordelijkheid heeft. Lid IJMKER vraagt of de burgemeester zich dan ook niet hoeft te houden aan het coalitieakkoord. Wethouder SCHOLTES benadrukt dat het college spreekt uit één mond, Vervolgens herhaalt hij het advies aan de raad om duidelijk te maken of zij wenst te gaan voor een totaalverbod of enkele uitzondering kan accepteren, gegeven al de strenge wet- en regelgeving.
Hij zal hierover in overleg gaan met de burgemeester met betrekking tot politie en justitie en Den Haag. Lid GARMY stelt dat er op de AI-vordering geen lobby gevoerd kan worden, want het ligt nu bij het Rijk hoe dit geïmplementeerd gaat worden. Wethouder SCHOLTES beaamt dit. Maar de vraag aan de minister van justitie zal zijn of er wel, geen of deels gebruik gemaakt mag worden van de uitzonderingen. De wethouder vindt dit een legitieme vraag. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp in de commissie voldoende is besproken. Coördinatie Inkoop 7. Bespreken van de afhandeling van moties over het inkoopbeleid (moties 420, 422 en 425) (VN2024-014541) Dit punt wordt doorgeschoven naar de raad van 23 januari 2025. De VOORZITTER schorst de vergadering om 12.10 uur. De plv. VOORZITTER heropent de vergadering om 20.30 uur Kunst en Cultuur 8. Bespreken van de verdeling van subsidies instellingen onder verantwoordelijkheid van de gemeente Kunstenplan 2025-2028 (VN2024-015015) Gevoegd behandeld met
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
9. Bespreken van de raadsinformatiebrief over het besluit extra middelen Kunstenplan 2025-2028 (VN2024-015014) Eerste termijn De VOORZITTER leidt het agendapunt 8 in en deelt mee dat dit punt op 3 oktober werd doorgeschoven naar vandaag. Het agendapunt wordt gevoegd behandeld met agendapunt 9, Bespreken van de raadsinformatiebrief over het besluit extra middelen Kunstenplan 2025-2028. Punt 8 is geagendeerd door de leden Garmy, Bobeldijk en Hylkema, punt 9 is geagendeerd door het lid Van der Veen. De voorzitter refereert vervolgens aan de inspreekavond van 6 november jongstleden die zich kon verheugen in een grote belangstelling. Het Kunstenplan staat op de agenda van de FKD-vergadering van 5 december en op de agenda van de raad van 11 en 12 december 2024. Lid GARMY beschrijft waarom het Kunstenplan op dit moment een belangrijk onderwerp is voor de stad. Veel kunstinstellingen in de stad kunnen, ondanks een positief advies, niet of slechts deels rekenen op subsidie. Dat is een zware klap voor de stad, ook al omdat kunst en cultuur meerdere beleidsterreinen van de gemeente raakt en steun aan dit programma draagt bij aan de ambities die er zijn. Vervolgens refereert lid Garmy aan de bijdragen van de insprekers op 6 november. Hieruit kwamen vele ideeën en suggesties om tenminste het volgende Kunstenplan te verbeteren.
Hij heeft de volgende vragen en opmerkingen: Is er ruimte om instellingen die hiermee geholpen worden te ondersteunen met incidentele frictiegelden om de maanden tot een nieuwe periode te overbruggen? Sommige insprekers pleitten voor een meer integrale benadering bij de toewijzing van middelen; Wat betekent de subsidieverdeling voor gelijke toegang tot kunst en cultuur? Blijven er voldoende evenementen die gratis toegankelijk zijn? Ziet de wethouder in de toekomst mogelijkheden om de subsidiesystematiek aan te scherpen en is zij bereid de systematiek met de sector samen te evalueren? Wat leveren de inspanningen die het college zelf verricht op voor de instellingen? Waarom heeft de wethouder ervoor gekozen om 9,5 miljoen euro van de 12,5 miljoen euro te bestemmen voor zeven instellingen die vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente zelf? Lid BILGIN benadrukt het belang van kunst en cultuur in de samenleving. Hij refereert aan de zorgen die zijn geuit door de diverse insprekers nu de subsidies vanuit het Rijk zijn weggevallen en men zich kan afvragen of de bijdrage van het AFK voldoende is om de kunst en cultuur in stand te houden. FvD stelt de vraag of de gemeente het wegvallen van de gelden van het Rijk zou moeten compenseren en voor het toekomstige Kunstenplan allereerst een plan van aanpak te maken om te kunnen omgaan met deze situatie.
Een veelgehoorde klacht van de insprekers is dat er te weinig tijd is om zich aan de nieuwe situatie aan te passen, omdat de informatie over de subsidiegelden zo laat bekend werd gemaakt. Het toewijzen van frictiegelden kan een oplossing bieden; instellingen hebben meer tijd om zich aan te passen en het zou een kans kunnen bieden voor een zelfstandig voortbestaan. Hij vraagt de wethouder welke instellingen hiermee geholpen zouden zijn. Met betrekking tot het Kunstenplan vraagt lid Bilgin in algemene zin aan de commissie of de keuzes die er uiteindelijk zijn gemaakt terechte keuzes zijn en of er sprake
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
is van een goed beleid. Deze vraag is bij hem opgekomen naar aanleiding van de bijdragen van sommige raadsleden en hij noemt enkele voorbeelden. Zijn twijfels betreffen de keuzes voor de voorwaarden die prioriteren en of de beoogde spreiding over de stad wel de juiste uitkomst heeft. Sommige bijdragen van insprekers hebben zijn twijfels hierover doen toenemen. Lid EMMERIK corrigeert de uitspraak die lid Bilgin deed over de Tolhuistuin. Deze instelling is het niet eens met de beoordeling van diversiteit en inclusie. Lid BILGIN ziet in deze reactie nog meer bewijs dat het niet altijd correct is hoe de raad kijkt naar diversiteit en inclusie en dit beoordeelt ten nadele van de toetsing. Hij suggereert om dit met de raad te evalueren voor het volgende Kunstenplan. Lid Bilgin vervolgt zijn betoog met beschrijvingen van de verschillende situaties in de wijken. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren en op welke wijze een en ander kan worden verbeterd. Lid MOESKOPS vraagt of FvD het een goed idee vindt om nieuwe initiatieven direct voor vier jaar vast te subsidiëren of vindt deze partij het beter om deze te laten oefenen met projectsubsidies en jaarsubsidies. Lid BILGIN lijkt het zinvol om jonge initiatieven eerst te laten oefenen. Wel vindt hij het noodzakelijk om de behoefte per stadsdeel beter te beoordelen.
Met de huidige systematiek wordt onvoldoende voldaan aan deze behoefte, omdat het veelal giswerk is. Lid HYLKEMA refereert aan de inspreekavond van 6 november en vestigt de aandacht op een punt dat volgens hem enigszins onderbelicht is gebleven, de instap van een aantal nieuwe instellingen. Voor hem is het onduidelijk welke procedures er worden gevolgd met betrekking tot de middelen. Als voorbeeld noemt hij een bedrag van drie miljoen euro dat in het voorjaar werd ingehouden en nu weer erbij is gekomen. Ook de AFKbijdragen worden nu weer opgehoogd. Op 11 juli wordt een integrale kijk beloofd op het AFK-bedrag. Echter in de brief van de wethouder van oktober staat een beschrijving die hier niet op aansluit. Deze ad hoc verandering is voor de VVD onbegrijpelijk. Lid Hylkema vraagt de wethouder dit toe te lichten. Daarnaast is er de geldstroom die toevloeit aan het Amsterdamse-Bostheater. Het lijkt erop dat hier een regeling geldt die valt buiten de normale subsidieverdeling. Het lijkt lid Hylkema logisch om dit theater dan onder te brengen in een BIZ-constructie als hier ieder jaar een reddingsactie voor wordt opgetuigd. Hij vraagt de wethouder dit toe te lichten. De conclusie van lid Hylkema is dat er tekortkomingen zijn in het Kunstenplan en het blijft onduidelijk welk beleid er wordt beoogd.
Hij vraagt de wethouder dit mee te nemen in de evaluatie van het Kunstenplan, waarbij onder andere de volgende vragen centraal staan: Kiest de raad voor landelijke compensatie of niet? Wordt de spreiding op individueel niveau bekeken of integraal? Wordt er aan het AFK gevraagd om de integrale kijk toe te passen of doet de raad dit zelf? Wat waren de kritieke punten voor het AFK? Lid MINDERHOUD is enerzijds trots op Amsterdam als een stad waar kunst en cultuur in zo’n grote mate aanwezig is, maar heeft anderzijds zorgen over de maatregelen die er vanuit Den Haag op de sector afkomen. Ook stelt hij dat de vraag te groot is voor de beschikbare middelen. Vervolgens constateert lid Minderhoud dat het de wethouder is gelukt om op korte termijn een aantal initiatieven te hulp te schieten. De sector heeft zich georganiseerd en heeft laten zien waar de noden zijn. De PvdA hoopt dat bepaalde initiatieven door kunnen gaan, hetzij met steun van particulieren, hetzij met steun van de gemeente die toch nog
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
ergens geld vandaan kan halen. Hij vraagt de wethouder de commissie van de voortgang hiervan op de hoogte te houden. Lid Minderhoud geeft een beschrijving van de systematiek volgens welke momenteel wordt gewerkt om de subsidies te verdelen. Hierbij kunnen er verschillende dingen fout gaan en lid Minderhoud geeft hiervan een aantal voorbeelden. Centraal staat daarbij het centrale ecosysteem, dat inhoudt dat het wegvallen van één discipline gevolgen kan hebben voor andere initiatieven of zelfs andere beleidsdomeinen. Lid Minderhoud kondigt namens zijn partij twee moties dienaangaande aan die hij vervolgens op doelstelling beschrijft. Lid EMMERIK refereert eveneens aan de inspreekavond van 6 november. Hoewel de Partij voor de Dieren niet twijfelt aan het belang dat de leden en het college hechten aan kunst en cultuur is de stad, hebben vele insprekers op die avond hun zorgen geuit en soms zelf schrijnende verhalen met de raad gedeeld. Sommige instellingen die een positieve beoordeling hebben gekregen bevinden zich onder de zaaglijn. Hij noemt een aantal voorbeelden van bedreigde instellingen. Lid Emmerik geeft aan dat er aan verschillende minderbedeelde stadsdelen een inhaalslag was beloofd. Volgens de insprekers vindt er echter in Noord, Zuidoost, NieuwWest en Weesp juist een kaalslag plaats. Hij illustreert dit met het noemen van getallen en bedragen.
Vaak gaat het niet alleen om cultuurinstellingen, maar ook om plekken waar mensen samen komen en sociale en maatschappelijke interactie plaatsvindt. Lid Emmerik stelt dat er met dit Kunstenplan een essentieel deel van de culturele infrastructuur in Amsterdam wordt aangetast en de Partij voor de Dieren vreest dat het uiteindelijk veel geld zal kosten om dit weer op te bouwen. Vervolgens legt lid Emmerik de link tussen de culturele sector en de werkgelegenheid in Amsterdam. Hij is van mening dat de beschikbare middelen niet in verhouding staan tot de tienduizenden mensen die in de sector werkzaam zijn. De Partij voor de Dieren vraagt met klem om met de gehele raad en het college te zoeken naar meer financiële middelen voor de culturele sector. Hij doet een aantal voorstellen waar dit geld vandaan zou kunnen komen.
Hij stelt een aantal vragen aan de wethouder: Is de wethouder bereid om de lage scores van het FPK voor rondreizende gezelschappen uit Amsterdam landelijk ter discussie te stellen? Kan de wethouder, eventueel samen met haar collega-wethouders, de opties onderzoeken voor meer financiële ruimte? Heeft de wethouder deze situatie kunnen voorzien en lag er een noodplan voor instellingen die nu geen ondersteuning meer krijgen? Klopt het dat beoordelaars veelal van buiten Amsterdam komen om de objectiviteit te waarborgen? Als dit zo is, kunnen de beoordelaars dan wel een goede inschatting maken welk belang bepaalde instellingen hebben voor de stad? Lid MOESKOPS benadrukt het belang van de verhalen vanuit de sector en de wijze waarop de sector zich verenigt. Lid Moeskops kijkt vooruit naar de uiteindelijke verdeling die besproken zal worden in de commissie van 5 december, maar zij acht het zinvol om nu alvast hierop vooruit te lopen. Zij constateert dat er nooit voldoende middelen zullen zijn om alle initiatieven volledig te ondersteunen, er komen steeds nieuwe initiatieven bij. D66 is van mening dat elke euro die wordt geïnvesteerd in kunst en cultuur een multiplier-effect heeft in de economie. Daarnaast gelooft zij in de intrinsieke waarde van kunst en cultuur en zij complimenteert het college met de extra 13,5 miljoen euro die zij nog heeft weten vrij te maken.
Lid Moeskops uit kritiek op wat zij noemt ‘het zeehondjes redden’, waarbij een partij zich in de kijker speelt door één instelling te redden. Al moet zij erkennen dat het redden van één instelling vaak de beste optie is nu er zo weinig geld te verdelen valt. Zij constateert dat er toch nog sprake is van systeemfouten, die opgelost kunnen worden voor een volgende ronde. Helaas komt het nog voor dat er flink wordt geïnvesteerd
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
in het vastgoed, zonder dat de exploitatie van de instelling goed wordt geregeld. D66 kondigt een motie dienaangaande aan. Lid Moeskops beschrijft welke consequenties het heeft voor een instelling als deze net boven of op de zaaglijn belandt. Zij is dan ook blij dat de wethouder voor nu heeft toegezegd dit te compenseren. Het lijkt haar echter zinvol om voor de volgende ronde de restanten geld bij elkaar te vegen en hiermee het integrale gat te dichten. D66 is van mening dat het wegvallen van een instelling wegens geldgebrek vernietiging van kapitaal betekent, aangezien de situatie onomkeerbaar is. Lid Moeskops pleit ervoor om de plekken bestemd voor culturele instellingen maximaal te beschermen. Zij vraagt het college om een tussentijdse bestemmingswijziging voor te bereiden op locaties waar zich nog geen culturele bestemming bevindt, zowel op vastgoed in gemeentelijk bezit als in particuliere handen. Zij vraagt de wethouder te reflecteren op twee situaties die voorkomen bij instellingen: Instellingen geven vaak aan dat hun jaarverslagen en tussentijdse rapportages onvoldoende worden meegenomen en dat kritiek in de Kunstenplanbeoordeling vaak rauw op hun dak valt; De regionale verdeling over de stadsdelen met inachtneming van de procentuele beoordeling en het aantal aanvragen. Lid Moeskops verwijst terug naar haar opmerking over ‘het redden van zeehondjes’.
Zij somt de vier inkomstenstromen op die gelden voor een instelling en geeft aan dat Den Haag de instellingen op drie van de vier inkomstenstromen kort. Uit de antwoorden op schriftelijke vragen die D66 stelde, samen met de leden Minderhoud en Van der Veen, blijkt dit te gaan om 21 Amsterdamse instellingen. D66, PvdA en GroenLinks willen deze ‘zeehondjes’ redden en onderzoeken of private fondsen een oplossing kunnen bieden. Zij brengt tevens de D66-motie van vorig jaar onder de aandacht, waarin werd opgeroepen om het Publiek Privaat Cultuurstimuleringsfonds aan te spreken en waarvan de uitwerking wordt verwacht voor de commissie van 5 december aanstaande. Zij roept de wethouder op nu al de gesprekken met die fondsen op te starten. Tenslotte verwijst zij naar een andere D66-motie van vorig jaar die beoogt andere beleidsdoelen te behalen door middel van het inzetten van kunst en cultuur. Zij hoopt dat deze eveneens voor 5 december in behandeling wordt genomen. Lid VAN DER VEEN beschrijft wat naar zijn indruk de rol is die kunst en cultuur inneemt, het komt hem voor dat er met kunst en cultuur wordt omgegaan alsof het een hobby of liefhebberij is, die geen vaste waarde heeft in een samenleving. De bijdragen van de insprekers op 6 november bevestigen deze indruk. Hij beschrijft wat hij heeft ervaren op deze inspreekavond.
Het werd hem tevens duidelijk dat het ongelijk investeren voor gelijke kansen, de slogan van de gemeenteraad, niet altijd zo gevoeld wordt door bewoners van bijvoorbeeld Zuidoost, Nieuw-West of Noord. Ook de maatregelen vanuit Den Haag voor de kunst en cultuur van Amsterdam wordt veelal als onrechtvaardig gezien. Aan het einde van de avond raakte lid Van der Veen in gesprek met Club Klassiek die zich erover beklaagde dat het opbouwen van een duurzaam bestaan niet mogelijk is vanwege de financiële onzekerheid die er ieder jaar is. Lid Van der Veen betreurt het dat er op deze manier wordt omgegaan met de kunst en cultuur. Lid HYLKEMA meent dat GroenLinks het ongelijk investeren voor gelijke kansen in Amsterdam omarmt, maar landelijk lijkt de partij hierop tegen. Hij vraagt lid Van der Veen deze tegenstelling toe te lichten. Lid VAN DER VEEN noemt twee instellingen die in Amsterdam hun thuisbasis hebben, maar voorstellingen spelen door het hele land. Als zij, vanwege hun Amsterdamse wortels, worden gekort door Den Haag, raakt dit de kunst-en-cultuurwereld in heel Nederland.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
Lid Van der Veen vervolgt zijn betoog door aan te geven dat hij benieuwd is naar de reactie van het college op alle vragen die er zijn gesteld en de suggesties die er zijn gedaan op de inspreekavond. Een van de suggesties was om te evalueren of het eindoordeel van het AFK thuishoort in de stad die Amsterdam wil zijn. GroenLinks pleit ervoor om de samenhang met andere beleidsgebieden te benadrukken. Vanuit de instellingen is dit moeilijk te bewerkstelligen aangezien het gevaar dreigt dat de instelling terecht komt in een bureaucratische molen. Tot slot concludeert lid Van der Veen dat er een oproep klinkt om structureel met meer geld te komen. Hij is benieuwd naar de uitvoering van zijn motie die voor verlichting en hoop kan zorgen voor de hele kunst- en cultuursector. Hij is blij dat het college blijft zoeken naar wat er gedaan kan worden en het betrekken van de private fondsen hierbij. Lid BADAL geeft aan dat de inspreekavond voor zijn fractie een nuttig instrument is geweest om met verschillende organisaties in contact te komen. Vervolgens brengt hij een aantal punten onder de aandacht: Hij vraagt de wethouder om meer informatie inzake de verdere uitwerking van de reparatie van het Bostheater. Het lijkt hem belangrijk om bij de verdeling van de subsidies eveneens de eerdere investeringen in ogenschouw te nemen en hiermee rekening te houden.
Het verheugt het CDA dat Theater Rast en Podium Mozaïek gesteund worden, vanwege het diverse aanbod dat zij hebben voor de stad. In Zuidoost wordt een groeiende culturele sector waargenomen. Samenwerkingen zoals tussen Orkater en het Bijlmertheater versterken dit gebied. Lid Badal is van mening dat de gemeente in gesprek moet blijven met de instellingen die geen subsidie krijgen, maar wel positief zijn geadviseerd, om samen tot duurzame oplossingen te komen. Het CDA heeft een voorstel gedaan voor een publiek private samenwerking, een fonds waarin de particuliere donaties door de gemeente worden verdubbeld. Hij vraagt de wethouder om een reactie hierop nu dit voorstel ook door verschillende organisaties wordt gedragen. Wethouder MELIANI stelt dat een deel van de instellingen op inhoud is afgewezen en een ander deel is afgewezen omdat er onvoldoende budget is. De wethouder somt op welke cijfers er horen bij de subsidieverdeling. Er is voor 72 miljoen euro aangevraagd en er was 51 miljoen euro beschikbaar. Om alle instellingen die positief zijn beoordeeld tegemoet te kunnen komen, is er acht miljoen euro per jaar nodig. Om instellingen te steunen die wel door Amsterdam, maar niet door het Rijk worden gesteund, is vijf miljoen euro per jaar nodig. Voor de ondersteuning van de instellingen die een negatief advies hebben gekregen, zou zeven miljoen nodig zijn.
Vervolgens licht de wethouder toe op welke manier en in welke mate Amsterdam de kunst- en cultuuractiviteiten verspreidt over Nederland en ook internationaal. De wethouder heeft het kabinet heel nadrukkelijk gewezen op het belang van Amsterdam hierbij. Zij deelt mee dat op vrijdag 8 november door de vervangende staatssecretaris der Financiën wordt gesproken over de maatregelen. Dit wordt voorafgegaan door een expertmeeting over het belang van cultuur in Amsterdam en de effecten van de maatregelen op de rest van het land. De wethouder wijst op de verantwoordelijkheid die de hoofdstad heeft. Positief nieuws vanuit het AFK is dat 71 procent de vierjarige subsidie behoudt. 29 Procent is nieuw en volgens de afspraken is hier plek voor gemaakt. Deze balans is te danken aan de extra middelen en de organisaties, die vanaf zes ton en iets meer dan vijf procent mochten aanvragen in 2023. Uitval uit de vorige ABiz bedraagt vier van de 36, dat is 11 procent. Van 275 aanvragen zijn er 164 toekenningen gedaan, dat is procentueel meer dan de vorige keer, namelijk 60 procent. Vanuit de verschillende stadsdelen zijn er aanvragen gedaan. Er zijn 47 gehonoreerde nieuwkomers met een vierjarige subsidie en dit sluit aan bij de beleidsprioriteiten.
Vervolgens somt de wethouder enkele nieuwe instellingen op en geeft zij aan dat er een record aantal aanvragen is binnengekomen van 122, zijnde 44 procent van de totale aanvragen. Dit is mede te danken aan de investeringen van de stad, het AFK en
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
andere regelingen, alsmede de toegankelijkheid in de afgelopen jaren. Dit stemt de wethouder positief. Dat er dan toch nog mensen niet tevreden zijn heeft ermee te maken dat er wel schaarste bestaat en het budget beperkt is. De wethouder blijft op zoek naar meer middelen en zij noemt een aantal voorbeelden van regelingen, die toch van de grond zijn gekomen. De wethouder reageert op de opmerkingen die zijn gemaakt over het geringe aantal gehonoreerde aanvragen in Zuidoost. Er is in Zuidoost echter 75 procent van de aanvragen toegekend en dat is veel te noemen ten opzichte van andere stadsdelen. De wethouder constateert, dat het aantal aanvragen verdeeld over de verschillende stadsdelen is toegenomen. Uit de raad is de opmerking gekomen, dat er minder geld naartoe gaat. De wethouder legt uit dat het AFK heeft gekeken naar de activiteiten en dit aantal neemt toe. De wethouder noemt twee manieren waarop in Noord, Nieuw-West en Zuidoost een inhaalslag wordt gemaakt. Enerzijds is dat de programmering, dat gaat via het AFK en de verdeling van de middelen, anderzijds betreft dit de investeringen die worden gedaan in de gebouwen. De wethouder zegt toe op korte termijn de investeringskredieten aan de commissie voor te leggen die betrekking hebben op 8 tot 10 plekken in Zuidoost.
Over het stadsdeel Noord zegt de wethouder dat er in verhouding nergens zoveel aanvragen zijn gedaan als hier. Er zijn dus activiteiten die gaan plaatsvinden binnen het Kunstenplan. Er wordt ook geïnvesteerd in een aantal plekken die nodig zijn voor de activiteiten. In de evaluatie van het Kunstenplan zal aandacht zijn voor de koppeling met de exploitatie, zo ook voor de integrale toets. De wethouder is ervan overtuigd dat het AFK integraal kijkt en dat de voorzitters van de verschillende commissies ook integraal met elkaar vergaderen. In een evaluatie moet worden bekeken of het gebeurt op de juiste manier om dit mee te nemen naar het volgende Kunstenplan. Lid GARMY vraagt of hij kan concluderen dat er een evaluatie gaat komen over de systematiek. En als dit het geval is, wordt deze dan in samenspraak met de sector gedaan? Wethouder MELIANI beaamt dit. De wethouder herhaalt dat er meer aanvragen binnengekomen zijn dan ooit, in tegenstelling tot wat lid Bilgin opperde. Het is verheugend te bemerken dat er beweging komt al gaat het wellicht niet snel genoeg. De wethouder is blij met de inzet van FvD. Lid EMMERIK vraagt de wethouder ook het stadsdeel Weesp te benoemen, aangezien op de inspreekavond bleek dat deze bewoners zich benadeeld voelen. Wethouder MELIANI komt hier later op terug in deze vergadering.
In antwoord op de vragen van lid Hylkema geeft de wethouder aan dat zij met haar team goed heeft nagedacht over de verdeling van de extra miljoenen. Er is toen voor gekozen om de bestaande systematiek te hanteren. Hierover is tevens overleg geweest met het AFK. Het werd niet juist geacht om de gelden willekeurig te verdelen en het werd duidelijk dat de ontbrekende bijdrage van het Rijk niet volledig kon worden gecompenseerd. Er is gekozen voor instellingen op de zaaglijn en daaronder en zij licht deze keuze toe. Lid HYLKEMA vraagt of de ondersteuning van het Amsterdamse-Bostheater en Likeminds dan niet te vergelijken is met het redden van zeehondjes. Wethouder MELIANI is het hier niet mee eens. Zij legt uit dat er sprake is van een omissie in de systematiek en dit wordt hersteld door deze instellingen te onttrekken aan het AFK en te plaatsen bij de gemeente. Dit sluit tevens aan bij de investeringsagenda. De wethouder geeft vervolgens aan dat het Rast Theater, het Bostheater en Likeminds binnenkort in het college worden besproken inzake de voortgang. De commissie zal worden geïnformeerd en te horen krijgen welk bedrag hiermee gemoeid is. Voor instellingen die dit keer buiten de boot vielen, zijn er gesprekken geweest met de verschillende stadsdelen om te bekijken of er binnen de beschikbare middelen nog gericht steun kan worden geboden.
Zij noemt hiervan een aantal voorbeelden. Ook bestaat
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
er een ontwikkelregeling, waarbij een aantal instellingen een tweejarige ondersteuning kan aanvragen bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Hier zal de wethouder de commissie binnenkort over informeren. Daarnaast bestaat er de projectfinanciering, die is opgehoogd met een miljoen euro, hetgeen sommige instelling de mogelijkheid biedt om projectfinanciering via het AFK te krijgen. De wethouder is in gesprek met private partijen en zij zal gehoor geven aan de oproep van de raad om hier nog meer achteraan te gaan. Tenslotte hoopt de wethouder dat het Rijk over de brug komt. De wethouder geeft aan dat er in de evaluatie bekeken moet worden welke punten er in de huidige regeling verbeterd kunnen worden. Zo dient de vraag of er bij de subsidietoekenning voldoende rekening is gehouden met eerdere investeringen beantwoord te worden. Ook de vraag of de infrastructuur wat betreft podia voldoende geborgd is, zal in de evaluatie aan de orde komen. In het eerste kwartaal van 2025 staat de bespreking over de vorm van de evaluatie gepland. In Weesp is slechts een kwart van de aanvragen gehonoreerd. Dit heeft te maken met de omvang en de bestaande infrastructuur. In het verleden was er altijd sprake van incidentele subsidies in Weesp. De wethouder erkent de pijnlijke situatie in Weesp en is in contact getreden met de Cultuurtafel van Weesp en meerdere instellingen.
De gesprekken zullen gaan over hoofdzakelijk projectsubsidies, die wederom incidentele subsidies zijn, maar de instellingen in Weesp worden in elk geval ondersteund. De vragen over de frictiegelden zijn niet van toepassing, want die worden niet gehanteerd. Dit past niet in de gehanteerde systematiek, waarbij er een jaar voordat de regeling afloopt de instelling schriftelijk wordt geïnformeerd dat de mogelijkheid bestaat dat de subsidierelatie beëindigd wordt en dat de instelling zich tot dit gegeven moet verhouden. De gemeente hanteert hierbij Art. 4.5.1 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Als de raad vindt dat er meer geld moet komen, zoals de wethouder vele leden heeft horen zeggen, is het aan de raad om te bepalen hoe hiervoor dekking wordt gegeven. Er is ervoor gekozen om 9,5 miljoen euro toe te kennen aan de zeven instellingen die onder gemeentelijk bestuur vallen, om het belang van de unieke en excellente rol van deze instellingen te benadrukken in het geheel van de kunst en cultuur. Er is echter eveneens 12 miljoen bij het AFK gedeponeerd, dus er is sprake van extra middelen. Lid GARMY vraagt hoe de landelijke lobby, waar de gemeente aan deelneemt verloopt, en of de instellingen hier op korte termijn iets aan hebben.
Wethouder MELIANI geeft aan dat zij voortdurend bezig is om de hub-functie die Amsterdam heeft op het gebied van kunst en cultuur in Nederland onder de aandacht te brengen. Dit doet zij in samenwerking met de VNG, private en andere partijen. Er is een groot landelijk onderzoek gedaan onder leiding van het Cultuurfonds. Er is ook ondersteuning gevraagd bij private partijen, waar nu sprake is van overvragen, maar ook daar zijn de mogelijkheden beperkt. Op dit moment zijn er instellingen die erg te lijden hebben onder de nieuwe maatregelen en de wethouder hoopt deze instellingen voor het einde van 2024 duidelijkheid te kunnen geven. De VOORZITTER concludeert dat de agendapunten voor nu voldoende zijn besproken en zij geeft aan dat het onderwerp wordt geplaatst op de agenda van de commissie op 5 december aanstaande. Evenementen 10. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de planning van het evenementenbeleid (VN2024-015084) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt is geagendeerd door het lid Moeskops.
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
Lid MOESKOPS verwoordt het belang van de festivalbranche voor haar partij. Een festival is een samensmelting van alles wat te maken heeft met sociale maatschappelijke ontwikkeling voor bewoners, organisatoren en deelnemers. Zij betreurt het dat het erop lijkt, dat dit belang niet door iedereen wordt gezien. Het uitstellen van het bepalen van een tijdlijn en het formuleren van een nieuw beleid heeft tot gevolg, dat alles voor een derde jaar op rij voor een heel festivalseizoen op slot zit. Met het kopiëren kan D66 instemmen, maar er blijft ongerustheid bestaan over de toekomst, dat uitstel zal leiden tot afstel. Lid Moeskops stelt dat de gemeente met deze handelwijze de festivalbranche de mogelijkheden om zich te ontwikkelen heeft ontnomen. Het is voor D66 onacceptabel als er vanaf nu nog sprake is van uitstel en eist dat er in 2025 een beleid ligt waar festivalondernemers op kunnen bouwen.
Zij heeft een aantal vragen: Hoe kijkt de wethouder terug op haar beantwoording in september dat het zou lukken om op tijd met een tijdlijn te komen? Kan de wethouder een nieuwe tijdlijn geven en de commissie regelmatig op de hoogte houden van de ontwikkeling hiervan? Houdt de wethouder in de tijdlijn rekening met locaties, waarvoor een juridisch beleid geldt en die wel worden gegund maar niet worden uitgegeven? Is er sprake van een nieuwe cyclus waarbij er in het najaar wordt vergund? Lid EMMERIK geeft aan dat het voor zijn fractie onacceptabel is dat de evenementenkalender wordt gekopieerd zonder dat er wordt gekeken naar de impact op natuur en de leefomgeving. Deze keuze zorgt ook voor onzekerheid bij festivalorganisaties en nieuwkomers. Hij vraagt het college waarom nu pas het besluit is genomen dat de kalender wordt gekopieerd. Ook wil hij weten of de wethouder rekening houdt met de gevolgen voor de natuur en omwonenden, vooral in het gebied rondom het Flevopark. Lid VAN DER VEEN beschrijft wat er voorafging aan de keuze om de kalender te kopiëren en stelt dat niemand anders dan het college en de raad debet zijn aan de huidige situatie. Hij sluit zich vervolgens aan bij de woorden van lid Moeskops over het belang van een nieuw en duidelijk beleid. Lid MINDERHOUD brengt de gratis toegankelijke buurtfestivals onder de aandacht.
Ook hier is er sprake van hogere kosten en minder inkomsten, maar het is belangrijk dat ze door kunnen blijven gaan. Hij vraagt de wethouder welke mogelijkheden er zijn om deze organisaties te ondersteunen. Lid HYLKEMA geeft aan dat hij instemt met de inhoud van de brief, inzake het kopiëren van de kalender, wat de mogelijkheid biedt om de komende tijd goed na te denken over hoe het nieuwe evenementenbeleid kan worden vormgegeven. Hij verwijst naar de discussies en de negatieve juridische adviezen die er de vorige keer zijn geweest in verband met het kopiëren van de kalender. Ditmaal lijkt dit heel gemakkelijk te zijn gegaan. Hij vraagt de wethouder dit toe te lichten. Ook vraagt hij of het kopiëren van de kalender voor 2026 volledig zal lukken nu hij heeft vernomen dat niet alle terreinen meer beschikbaar zijn. Tenslotte wil lid Hylkema weten of de wethouder mogelijkheden ziet om vóór het uiteindelijke beleid in 2027 alvast pilots te doen in de ambitie die er is om kleinere festivals meer ruimte te geven. Wethouder MELIANI licht toe waarom de keuze is gemaakt om het nieuwe evenementenbeleid vanaf 2027 te laten ingaan. De extra tijd is nodig om het nieuwe beleid kwalitatief completer te kunnen maken door extra beleidsvoorstellen, die zijn voortgekomen uit de gesprekken die de afgelopen periode hebben plaatsgevonden.
Bij het ontwikkelen van de visie is er veel nieuwe input gekomen vanuit de verschillende betrokken partijen. Deze extra beleidswensen vragen om meer tijd en de wethouder is van mening, dat het voor de
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
raad belangrijk is dat er aandacht wordt geschonken aan die extra beleidswensen, zoals de gratis festivals. De stadsdelen hebben aangegeven dat hun bewoners meer betrokken willen worden, dat ze de ambtelijke organisatie op orde moeten krijgen en de capaciteit moeten vergroten. In de uitvoeringsagenda die het college heeft vastgesteld wordt uiteengezet wat er de komende maanden uitgewerkt gaat worden op het gebied van beleid en van locatieprofielen Er voldoende tijd nodig om het nieuwe beleid en de nieuwe werkwijze goed te implementeren. De wethouder kan het niet helemaal eens zijn met het standpunt van lid Moeskops en zij benadrukt dat zij destijds heeft aangegeven dat de planning ambitieus is. Er is uiteraard hard gewerkt om de planning te halen en de wethouder heeft de commissie hierover op de hoogte gehouden. Zij blijft staan achter haar woorden van destijds. Op dit moment is de wethouder ervan overtuigd dat het gestelde einddoel gehaald gaat worden. Om de raad niet te belasten met nog meer documenten, draagt de wethouder de tijdlijn voor: Op dit moment wordt er hard gewerkt aan de beleidsonderdelen, planning en processen en dit wordt afgestemd met de stadsdelen. Vervolgens zullen er verkennende gesprekken met alle stakeholders plaatsvinden.
Daarna volgt het inventariseren van de wensen en mogelijkheden, die wijzigingen voorstellen en het bespreken hiervan, inzake 67 locatieprofielen en er wordt bekeken of er nieuwe profielen bij moeten komen. Dan wordt er een nieuwe subsidieregeling uitgewerkt, alsmede een nieuwe gunningscategorie. Het proces van gunning, handhaving en toezicht wordt dan verbeterd en er komt een uitwerking van een integraal plan over communicatie met bewoners over de evenementen. Op 1 mei moeten alle beleidsonderdelen en de locatieprofielen af zijn en zal het college ze vrijgeven voor inspraak, waarvoor zes weken de tijd is. Daarna worden de stadsdelen in de gelegenheid gesteld om te adviseren binnen een periode van acht weken. De inspraaktermijn eindigt voor de zomer, waarin er een nota van verantwoording wordt opgesteld. Voor de beantwoording van de reacties die hierop volgen, wordt acht weken uitgetrokken. Het college zal in september het nieuwe beleid vaststellen en ter instemming doorgeleiden naar de commissie en de raad. Het nieuwe beleid zal in de commissie in september worden besproken en medio oktober vastgesteld in de raad. De wethouder is het eens met D66, dat ‘af’ ook echt ‘af’ is en daarom heeft het college besloten om de tijd te nemen voor de politieke discussie. De nieuwe planning biedt ruimte om de beleidswensen uit te werken.
De wethouder ontkent dat er in het najaar vergunningen worden uitgegeven en zij beschrijft het proces dat er plaatsvindt vanaf september als de kalender wordt opengesteld. Zij is zich ervan bewust dat de raad het einde van het proces te laat vindt, namelijk in december en zij stelt voor om dit een aantal maanden naar voren te trekken, zoals dat ook wenselijk is voor grote organisaties. Kleinere organisaties twijfelen eraan of dit gunstig is voor hen. De wethouder zegt toe de commissie van de ontwikkeling op de hoogte te houden. In antwoord op de vraag van lid Minderhoud geeft de wethouder aan dat er in 2025 meer middelen beschikbaar zijn waarvan een deel ten goede kan komen aan de buurtfestivals. Dit zal niet een volledige basis zijn waarop ze kunnen programmeren. De wethouder zegt toe hier nog eens goed naar te kijken. Lid HYLKEMA herhaalt zijn vragen over de pilots en of het kopiëren van de kalender volledig kan worden uitgevoerd. Wethouder MELIANI antwoordt dat er in 2026 pilots gehouden worden die het karakter hebben van ‘trial-and-error’. Als reactie op de vraag van lid Hylkema over het kopiëren van de kalender deelt de wethouder mee dat zij zich hierbij juridisch laat adviseren. Het blijft een bestuurlijke keuze die gemaakt is om mensen niet al te zeer in onzekerheid te laten verkeren, maar die niet zonder risico’s is, erkent de wethouder.
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Conceptraadscommissieverslag 7 november 2024
FKD
Met betrekking tot het Flevopark, waar de Partij voor de Dieren haar zorgen over heeft geuit, geeft de wethouder aan dat opnieuw wordt bekeken of het wel noodzakelijk is om zo’n groot deel van het park af te sluiten voor het populaire festival No Art. In het nieuwe beleid kan worden gekeken naar een andere opstelling, zodat de bewoners wel hun park kunnen blijven bezoeken. De wethouder kan niet garanderen dat de situatie verandert, maar er zal ruimte zijn voor de bewoners om hierover in te spreken. Lid MOESKOPS concludeert dat de tijdlijn afwijkt van een eerdere, toen werd gesteld dat het evenementenbeleid en de locatieprofielen in september in het participatietraject komen. Nu is dat 1 mei en bedraagt de vertraging negen maanden in plaats van vier maanden. Zij zou graag de tijdlijn alsnog schriftelijk ontvangen. Wethouder MELIANI zegt toe de tijdlijn middels een brief aan de commissie toe te zenden. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en zij attendeert de leden op het boek met interviews inzake de Nachtcultuur, dat voor ieder lid beschikbaar is en kan worden opgehaald bij de koffietafel. SLUITING De VOORZITTER bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering om 22.30 uur.
32