20240924 Definitief rapport CvO De bescherming van belangen van personen in de iPGA-R gemeente Amsterdam
Tekst van het document
College van burgemeesters en wethouders van de gemeente Amsterdam, Koerswijziging programma Radicalisering en Extremisme, 19 september 2023 31
21
Het persoonlijke plan van aanpak dat wordt opgesteld bevat een overzicht van de interventies die worden ingezet en de motivatie daarvoor. Dit overzicht heeft doorgaans een vrij algemeen karakter en expliceert vaak niet waarom een specifieke interventie passend wordt gevonden en waarom juist deze interventie werkzaam zou zijn. De commissie constateert wel dat de belangrijkste werking van interventies soms gelegen is in het feit dat er überhaupt contact en communicatie mogelijk wordt. De interventie is dan bovenal een hulpmiddel om dit doel te bereiken. Doordat echter vaak niet duidelijk is met welk precies doel voor een interventie wordt gekozen, en wat de doelmatigheid ervan is, kan er op strategisch niveau door het PTO-R beperkt worden gestuurd op de inzet van interventies. Ook maakt deze werkwijze een afweging in termen van proportionaliteit en subsidiariteit lastig. De commissie erkent echter dat gezien het kleine aantal personen dat in de aanpak zit, en de noodzaak die er is tot maatwerk, het wellicht niet mogelijk is om hier verdere stappen in te zetten. Toch blijft het belangrijk om het gewenste effect van een interventie zo precies mogelijk te formuleren. Op enig moment zal moeten worden beoordeeld of interventies effect hebben gehad en of het nog zinvol is interventies te blijven inzetten.
Het blijven inzetten van interventies die geen effect hebben is immers niet proportioneel: het middel schiet het doel voorbij. Ook is dit aspect van belang om te beoordelen of een persoon uit de aanpak moet stromen. Als de aanpak niet het gewenste effect sorteert, is er op enig moment niet langer een geldige reden tot opname in de aanpak.
3.2.3 Uitstroom Besluit tot uitstroom Er zijn verschillende momenten waarop wordt stilgestaan bij de vraag of opname in de aanpak nog passend is. Het ITAT-R evalueert jaarlijks alle plannen van aanpak om gezamenlijk te kunnen bepalen of opname proportioneel is. Ook in het periodieke acht wekelijkse overleg wordt proportionaliteit van opname aan de orde gesteld. De aanpak evalueert twee jaar na opname of iemand kan uitstromen. De commissie vindt dat dit beleid in de praktijk goed wordt nageleefd. Er is uitzondering op deze regel mogelijk: personen die in detentie of TBS verblijven stromen niet uit de aanpak. De reden hiervoor is dat in die situatie moeilijk te beoordelen is of iemand aan de uitstroomcriteria voldoet. Toch kunnen er omstandigheden zijn, waardoor nut en noodzaak om iemand in de aanpak te houden niet opwegen tegen de nadelen. In deze situaties wordt onderbouwd afgeweken van een beleidsregel. Dit gebeurt na overleg in de betrokken gremia en nadat er unanieme overeenstemming is bereikt. De commissie vindt het positief dat op deze manier kritisch wordt gekeken of het opgestelde beleid past bij de situatie die zich in de praktijk voordoet. Uit gesprekken met de betrokkenen blijkt dat bij de beslissing over uitstroom deels een andere lijn is ingezet.
Waar twijfel over uitstroom eerder een argument was om niet tot uitstroom te adviseren, is twijfel niet langer voldoende om tegen uitstroom te adviseren. De betrokkenen zijn zich ervan bewust dat hiermee een risico wordt genomen. De commissie waardeert deze vorm van ‘risicorealisme’. Gegevensbewaring Nadat de uitstroombrief door de burgemeester is ondertekend, worden geen persoonsgegevens meer verwerkt en kan er geen informatie meer over betrokkene worden gedeeld. Het dossier wordt door de secretaris van de iPGA-R digitaal gesloten en zal achter een schot bewaard worden voor de duur van vijf jaar. Alleen de iPGA-R programmamanager, dossierhouder en secretaris hebben – wanneer dat strikt noodzakelijk is - de mogelijkheid om deze dossiers in te zien. Er bestaan echter geen afspraken over wanneer deze situatie zich voordoet en daarmee wanneer deze medewerkers
22
achter het digitale schot mogen komen. De commissie vindt het van groot belang dat deze afspraken wel worden gemaakt en vastgelegd.
3.3
Slotbeschouwing In aanvulling op bovenstaande bevindingen heeft de commissie nog een slotbeschouwing. Deze gaat - overkoepelend - over de positionering van de aanpak en de verhouding van de aanpak tot de omgeving en blikt vooruit naar toekomstige ontwikkelingen. Het specialistische karakter van de iPGA-R kent kwetsbaarheden voor de organisatie De iPGA-R in de huidige vorm is sinds vijf jaar staande praktijk in Amsterdam en de Amstellandgemeenten. De commissie ziet de ervaring die is opgedaan terug in de zorgvuldigheid van de werkwijze binnen de aanpak. De aanpak kenmerkt zich door gevoelige gegevensverwerking en domeinoverstijgende samenwerking tegen de achtergrond van wet- en regelgeving die volop in ontwikkeling is. Dat maakt dat de iPGA-R is ontwikkeld tot een specifieke en specialistische aanpak. De commissie ziet dat er sinds het laatste onderzoek aanscherpingen en aanpassingen zijn gedaan om de werkwijze verder te professionaliseren en in lijn te brengen met deze ontwikkelingen. Het specialistische karakter van de aanpak gaat echter ook gepaard met een zekere kwetsbaarheid in de organisatie ervan. Binnen de aanpak is besloten het aantal regisseurs terug te brengen naar vijf. Dit betekent dat er een relatief kleine pool van mensen is met de expertise om regie te voeren op de dossiers.
Naar mening van gesprekspartners levert het verkleinen van de regisseurspool een positieve bijdrage aan de samenwerking en kwaliteit van de uitvoering. Tegelijkertijd is het beperkt aantal regisseurs ook kwetsbaar, omdat het veel tijd en capaciteit kost om regisseurs op te leiden en te trainen. Daarbij moet kennis en expertise regelmatig worden bijgeschaafd om in te kunnen spelen op actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Naarmate de processen in de aanpak preciezer en zorgvuldiger worden, wordt het borgen van integraliteit complexer. De commissie constateert dat binnen de aanpak nu een gering aantal personen overzicht heeft over het gehele proces en de rollen en verantwoordelijkheden van actoren hierin. In de gremia werkt een divers palet aan professionals samen, die ieder een eigen expertise hebben en die afkomstig zijn uit verschillende organisaties. Daarnaast heeft de aanpak zich te verhouden tot de structuren van de gemeentelijke organisatie, zoals juridische zaken, het Privacyteam en de FG. De veelheid aan spelers, perspectieven en gremia benadrukt het belang om overzicht voldoende stevig in te bedden in de organisatie. De commissie constateert dat die inbedding kwetsbaar, c.q. van een zeer klein aantal personen afhankelijk is.
Een complicerende factor daarbij is dat binnen de werkwijze van de aanpak de juridische werkelijkheid en uitvoeringspraktijk sterk met elkaar verbonden zijn. Om rechtmatig op te kunnen treden is verantwoording over de activiteiten van groot belang. De dossieranalyse maakt echter duidelijk dat de meerwaarde van de aanpak zit in het persoonlijke contact en het leveren van maatwerk. De verschillende modus operandi staan soms op gespannen voet met elkaar. De commissie complimenteert de professionals binnen de aanpak voor de wijze waarop wordt genavigeerd in dit ingewikkelde speelveld, maar signaleert ook dat de kwaliteit en zorgvuldigheid in grote mate afhangt van de gespecialiseerde kennis, expertise en toewijding van de betrokken professionals.
23
Ontwikkelingen in het bredere domein beïnvloeden de aanpak De commissie constateert dat de aanpak de gevolgen ondervindt van ontwikkelingen die breder spelen in het openbaar bestuur. Dat is ten eerste te zien door de personeelstekorten en achterstanden bij betrokken partnerorganisaties. De werkwijze binnen de iPGA-R krijgt vorm in samenwerking met verschillende publieke partijen. Een belangrijke meerwaarde van de aanpak zit in de mogelijkheid de interventies van deze partijen gecombineerd en met urgentie in te zetten. De commissie heeft in de dossieranalyse meerdere malen bevonden dat interventies niet konden worden gepleegd of vertraging opliepen door een lange wachttijd. Het resultaat hiervan is dat de grip op een casus afneemt. Dit is de iPGA-R niet aan te rekenen, maar het is wel een ongewenste situatie. Daarnaast zien we dat nationaal beleid effect heeft op het werken in de aanpak. Een lastige situatie doet zich voor bij personen van wie het Nederlanderschap is ontnomen. Dit is een landelijke bevoegdheid van de minister van JenV. Verschillende gesprekspartners signaleren dat dit de voedingsbodem kan zijn waarop iemand weer radicaliseert. Tegelijkertijd kan iemand die geen inwoner is van Nederland niet langer door de aanpak worden geholpen. Het landelijke beleid werkt dus averechts voor de aanpak.
Digitalisering van de samenleving heeft invloed op de aanpak In toenemende mate vallen processen van radicalisering naar extremistisch gedachtegoed of geweldsbereidheid niet zozeer offline te signaleren, maar bovenal online. Betrokkenen maken zich zorgen over de mogelijkheden van de iPGA-R om voldoende tijdig zicht te krijgen op wat er zich in het digitale domein ontwikkelt. Op dit moment ontbreekt het bijvoorbeeld aan bevoegdheden voor het lokale bestuur om sociale media gericht te monitoren. Het is een voorbeeld van een veranderende maatschappelijke werkelijkheid met potentieel grote gevolgen voor de iPGA-R, waar het lokale bestuur echter afhankelijk is van wetgeving die alleen op nationaal niveau doorgevoerd kan worden. De context waarin de aanpak opereert is sterk in ontwikkeling De juridische, beleidsmatige en maatschappelijke werkelijkheid rondom de iPGA-R is in ontwikkeling. Dat is ten eerste zichtbaar in het veranderde dreigingsbeeld en nieuwe uitingsvormen van extremisme, die in de praktijk nog niet altijd goed geduid kunnen worden. De aanpak moet meeontwikkelen met hoe het actuele maatschappelijke dreigingsbeeld vertaald naar concrete dreigingen voor de samenleving. Ten tweede spelen er juridische ontwikkelingen op verschillende terreinen. De wetgeving voor het faciliteren van integrale samenwerking ligt momenteel bij de Eerste Kamer.
Gesprekspartners verwachten dat dit wetsvoorstel de bestaande praktijk codificeert, maar hoe dit uitpakt in de praktijk is nog onzeker. Daarnaast wordt wetgeving ontwikkeld op aanpalende terreinen (zoals het wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein) waarvan niet duidelijk is hoe de wisselwerking zal zijn tussen die aanpak en de iPGA-R. Tot slot is beleid voortdurend in ontwikkeling. In de Nationale Extremismestrategie 2024-2029 is het beschermen van de weerbaarheid van het bestuur tegen (lange termijn) ondermijnende activiteiten door extremistische aanjagers een van de speerpunten. Ook binnen de aanpak speelt de vraag hoe moet worden omgegaan met nieuwe vormen van extremisme die zich richten op ondermijning van de democratische rechtsorde. Welke rol een preventieve aanpak zoals de iPGA-R hierin zou moeten spelen is nog de vraag. Omdat geweldsbereidheid doorgaans niet aan de orde is, is er voor de iPGA-R momenteel geen rol weggelegd. De commissie onderstreept het belang van meer landelijke sturing en coördinatie waar het gaat om het tegengaan van ondermijning van de democratische rechtsorde.
24
Het spreekt waardering uit voor de initiatieven die de gemeente Amsterdam zelf al op dit gebied heeft ondernomen, zoals blijkt uit de raadsbrief van 19 september 2023.32 De beschreven ontwikkelingen verlopen parallel aan elkaar en werken op elkaar in. Hoe het samenspel gezamenlijk effect heeft op de werkwijze in de aanpak valt niet goed in te schatten. Voor de toekomst is het belangrijk binnen het lokaal bestuur de juridische en inhoudelijke expertise goed met elkaar te verbinden om integraal overzicht te houden in de complexe praktijk van de persoonsgerichte aanpak. Daarnaast is essentieel dat de randvoorwaarden op orde zijn om de iPGA-R een permanent lerende organisatie te laten zijn. De commissie waardeert het dat de aanpak zich voortdurend door (nieuwe) wetenschappelijke inzichten laat informeren.
College van burgemeesters en wethouders van de gemeente Amsterdam, Koerswijziging programma Radicalisering en Extremisme, 19 september 2023 32
25
/ 4 Conclusies In dit hoofdstuk geven we de conclusies van het onderzoek weer. In de opvolging van de voorgaande aanbevelingen zijn goede resultaten geboekt De voorgaande commissie heeft naast een algemeen positief oordeel ook een aantal aandachtspunten geïdentificeerd. De commissie concludeert dat de meeste van deze aanbevelingen zijn opgevolgd en ziet de positieve effecten hiervan terug in de uitvoering. Zo heeft de herijking van de definitie van het risico op geweld geleid tot verbetering van de toepassing van dit criterium in de praktijk. De commissie stelt vast dat zorgvuldig wordt afgewogen of iemand wel moet instromen in de aanpak. Daarnaast wordt structureel en regelmatig geëvalueerd of opname in de aanpak geëigend is. Ook de mogelijkheid tot uitstroom wordt serieus en binnen de gestelde termijnen bediscussieerd, waarbij ook tot uitstroom wordt besloten in zaken waar nog enige twijfels kunnen bestaan. De commissie waardeert het risicorealisme dat hiervan uitgaat. Daarnaast is vooruitgang geboekt in het verschaffen van duidelijkheid over de rechtsbescherming van burgers. De commissie constateert dat uitbreiding van de notificatiebrief bijdraagt aan transparante communicatie richting burgers. Ook het publiceren van de toelichting op het Convenant iPGA-R met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens op de website draagt hieraan bij.
De commissie vindt desondanks dat er nog extra stappen kunnen worden gezet in het toegankelijker maken van deze informatie. De commissie is positief dat er over de hele linie is geïnvesteerd in het trainen en opleiden van professionals om ze beter in staat te stellen uitvoering te geven aan het beleidskader. Wel blijft voortdurende aandacht nodig voor (bij)scholing van de eerstelijnsprofessionals, die een belangrijke taak hebben bij (vroeg)signalering. Tegen de achtergrond van een toenemend complexe samenleving, waarin uitingsvormen van extremisme snel ontwikkelen, is dit een aandachtspunt voor de toekomst. Sommige aanbevelingen zijn blijven liggen, terwijl ze nog onverminderd actueel zijn Op een aantal aanbevelingen is beperktere vooruitgang geboekt. De commissie constateert dat deze aanbevelingen betrekking hebben op de samenwerking tussen de interne en externe stakeholders die zijn betrokken bij de aanpak. Het versterken van de relatie met interne gremia is beperkt van de grond gekomen. De commissie concludeert dat de verantwoordelijkheidstoebedeling voor deze aanbeveling niet goed is verlopen. Omdat het gezamenlijk eigenaarschap moet groeien, is het van belang in beginsel de verantwoordelijkheid te beleggen bij één partij die een coördinerende rol vervult. Als eigenaar van de aanpak staat de gemeente hiervoor aan de lat.
Daarnaast zijn er nog geen goede afspraken over de afhandeling van bezwaar- en beroepsprocedures en het inrichten van een gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid. De commissie erkent dat het een uitdaging is om dit te organiseren, omdat het precair is voor organisaties om eigenaarschap uit handen te geven. Dit vraagt een flinke inspanning en pionieren van de stakeholders gezamenlijk. De gevoelige materie waarmee in de aanpak wordt omgegaan en de kwetsbare situatie waarin personen zich bevinden, onderstreept echter wel het belang om te investeren in een gezamenlijke gecoördineerde aanpak.
26
Er zijn onderwerpen die (hernieuwde) aandacht vragen in het licht van het borgen van de belangen van betrokkenen in de aanpak De rol van extremisme in de samenleving ontwikkelt voortdurend en dat werkt door in de iPGA-R. De complexiteit van verschijningsvormen van extremisme geeft uitdagingen in het toepassen van criteria uit het dynamisch beoordelingskader. Deze dilemma’s zijn niet direct op te lossen. Uit de rapportages maakt de commissie op dat het beoordelingskader desondanks waardevolle handvatten biedt om een potentiële casus te analyseren. De commissie stelt vast dat er in de werkwijze nog enkele verbeteringen mogelijk zijn. Ten eerste zijn problemen op de leefgebieden een voorwaarde voor instroom, terwijl dit in de praktijk niet eenduidig lijkt te kunnen worden toegepast. Dat roept de vraag op of dit criterium bij instroom een grote rol moet spelen of dat het een andere status moet krijgen in het beoordelingskader. Ten tweede kan de beoordeling van de inzet van interventies worden verbeterd, om te borgen dat tijdig wordt gestuurd op proportionaliteit. Hierbij is van belang dat maatwerk ten allen tijde voorop blijft staan. Ten derde stelt de commissie vast dat er geen afspraken zijn over welke medewerkers toegang hebben tot gesloten dossiers.
Om de privacy van personen die uit de aanpak zijn gestroomd te borgen, vindt de commissie het wel van belang dat deze afspraken er komen. Over het algemeen is de iPGA-R ontwikkeld tot een professionele en specialistische aanpak De commissie concludeert daarnaast dat de kwaliteit van de rapportages hoog is, evenals de professionaliteit van de betrokken professionals. De afwegingen die worden gemaakt zijn voldoende helder en bij discussie of twijfel wordt dit expliciet gemaakt. Dit draagt bij aan de zorgvuldigheid van de aanpak en de bescherming van de belangen van personen. In de afgelopen periode is de aanpak daarnaast opgeschoond. De commissie ziet dit als teken van zorgvuldigheid met betrekking tot instroom. Het specialistische en georganiseerde karakter van de aanpak is een groot goed, maar vormt tegelijkertijd ook een kwetsbaarheid. De aanpak leunt sterk op de toewijding, inzet en expertise van een beperkt aantal personen. De commissie vindt het kwetsbaar dat integraal overzicht binnen de aanpak nu bij enkele professionals is belegd. Daarbij signaleert de commissie dat de effecten van een algehele personele druk op publieke organisaties soms gevolgen heeft voor de aanpak. De commissie heeft hier niet direct een oplossing voor, maar wil dit wel als punt van aandacht benoemen.
Een permanent lerende aanpak is van belang Met het oog op de toekomst signaleert de commissie drie aandachtspunten. Ten eerste zorgen ontwikkelingen in de jurisprudentie dat extra van belang is dat een besluit tot opname in de aanpak rechterlijke toetsing kan doorstaan. Doordat opname in de aanpak is gelijkgesteld aan een bestuurlijk besluit, moet de aanpak hierover verantwoording kunnen afleggen indien een betrokkene hiertegen in beroep gaat. Uit de gesprekken maakt de commissie echter op dat het in lijn brengen van de juridische en beleidsmatige werkelijkheid met de praktische realiteit van professionals een uitdaging vormt. Ten tweede is gegevensdeling een blijvend punt van aandacht. Op dit moment is er geen gestructureerd overzicht van de verwerking van persoonsgegevens binnen de aanpak. De commissie vindt het positief dat stappen worden gezet om een preciezer beeld te krijgen van welke partij
27
wanneer welke gegevens opslaat. Op basis van de resultaten is van belang dat helder wordt welke rol en verantwoordelijkheid de aanpak kan en wil nemen om de privacy van personen te waarborgen. Tot slot laten ontwikkelingen in de uitingsvormen van extremisme zien dat een lerende aanpak van belang is. Hierbij speelt onder andere de vraag hoe de aanpak zich verhoudt ten opzichte van langdurige ondermijning van de democratische rechtsorde en vroegsignalering van nieuwe vormen van extremisme. Om ontwikkeling te stimuleren is regelmatige reflectie op de nut en noodzaak van de aanpak van belang. Hoewel er veel reflectie heeft plaatsgevonden over de inhoud van de werkwijze, is er in de afgelopen periode niet uitgezoomd op een hoger abstractieniveau. Uit de gesprekken maakt de commissie op dat deze behoefte bij betrokken partijen bestaat. De commissie vindt het daarom belangrijk dat hier ruimte voor wordt gemaakt.
28
/ 5 Aanbevelingen Op basis van de conclusies formuleert de commissie een vijftal aanbevelingen. 1: Onderzoek voor de inzet van interventies en problemen op de leefgebieden waar aansluiting tussen het beleidskader en praktijk kan worden verbeterd De commissie concludeert dat op professionele wijze uitvoering wordt gegeven aan het beleidskader en dat dit bijdraagt aan het borgen van de belangen van betrokkenen. Daarbij signaleren we dat de werkwijze van professionals vraagt te balanceren tussen het leveren van maatwerk enerzijds en verantwoorden op een juridisch prudente manier anderzijds. Op basis van de rapportages constateert de commissie dat het beleid en de uitvoeringspraktijk op twee punten niet altijd goed op elkaar aan lijken te sluiten. Ten eerste geldt dat voor de verantwoording over de inzet van interventies, die een vrij algemeen karakter heeft terwijl de interventies juist meerwaarde bieden door het maatwerk dat zij leveren. Doordat in rapportages beperkt wordt ingegaan de passende inzet van interventies, is de evaluatie van doelmatigheid en proportionaliteit van interventies lastig. Het tweede betreft het instroomcriterium problemen op de leefgebieden.
De commissie vindt dit criterium een belangrijke toetssteen in het ontwikkelen van een persoonlijke aanpak, maar ziet dat de toepassing in de praktijk niet altijd aansluit bij het beleidskader, waarin dit is opgenomen als instroomcriterium. De commissie maakt uit de dossiers op dat er bij instroom doorgaans beperkt beeld is van de leefgebieden van een persoon en dat het niet altijd eenduidig vast te stellen is wanneer er sprake is van een beschermende factor. Om deze redenen beveelt de commissie aan om voor de inzet van interventies en de beoordeling van problemen op de leefgebieden te onderzoeken of aanpassingen in het beleidskader kunnen bijdragen aan een betere aansluiting met de praktijk. Daarbij adviseert de commissie om dit in ieder geval voor deze twee onderwerpen te doen, maar ook breder bij betrokken professionals te inventariseren of discrepanties tussen beleid en uitvoering bestaan. De commissie vindt het wenselijk om aanpassingen te doen in het beleidskader wanneer beleid daarmee beter recht doet aan de praktische werkelijkheid. Dit stelt professionals beter in staat recht te doen aan de balans tussen maatwerk en verantwoording. 2: Vergroot de toegankelijkheid van rechtsbescherming van personen in de aanpak De beslissing om iemand op te nemen in de aanpak is gelijk gesteld aan een besluit in de zin van de Awb.
Tegen dit besluit kan bezwaar worden gemaakt en beroep worden ingesteld. Een besluit tot opname in de aanpak moet dan ook met de benodigde zorgvuldigheid tot stand komen en van een deugdelijke motivering zijn voorzien. Bovendien moeten betrokkenen door middel van een rechtsmiddelenclausule worden gewezen op de rechtsbescherming die hen toekomt. Er komen weinig klachten binnen over de aanpak. Dit kan komen door de kwetsbare positie waar personen zich in bevinden en omdat niet iedereen weet bij wie en waarvoor en klacht kan worden ingediend. De commissie vindt het daarom belangrijk dat de iPGA-R mensen zo goed als mogelijk in staat stelt om ook in zoverre op te komen voor hun rechten, door betrokkenen te wijzen op de mogelijkheid om een klacht bij de Ombudsman van de Metropool Amsterdam in te dienen. Bijvoorbeeld over een mogelijke onheuse verbale of schriftelijke bejegening of vanwege het mogelijk achterwege blijven van antwoord op een gestelde vraag. Dit zou kunnen tijdens het moment dat de brief met daarin het besluit tot opname in de aanpak wordt overhandigd.
29
Daarnaast moeten betrokkenen onder meer weten voor welk doel hun persoonsgegevens worden verwerkt, wat hun rechten op grond van de AVG zijn, hoe in contact te komen met de FG en dat een AVG-klacht kan worden ingediend bij de toezichthouder: de Autoriteit Persoonsgegevens. Dit volgt uit artikel 14 van de AVG. Dit staat reeds opgenomen in de notificatiebrief en het Convenant, maar deze is feitelijk niet juist en up-to-date. De commissie geeft de gemeente in overweging deze informatie op een vindbare, begrijpelijke en laagdrempelige manier te vermelden op de website en toegespitst op de aanpak. Dit omdat het Convenant, waarnaar op de website wordt verwezen ambtelijke taal bevat en voor burgers daardoor moeilijk te begrijpen is. Het vergroten van de toegankelijkheid van dit document draagt bij aan dat mensen er kennis van nemen en biedt mensen de mogelijkheid op laagdrempelige wijze zich te laten informeren en, indien nodig, hun rechten uit te oefenen. Tot slot beveelt de commissie opnieuw aan om met betrokken partijen uit de aanpak afspraken op schrift te stellen over de gezamenlijk afhandeling van klachten, AVG-verzoeken en eventuele rechtszaken. De commissie vindt het wenselijk dat burgers te maken krijgen met één centraal aanspreekpunt.
3: Registreer structureel welke gegevens worden uitgewisseld binnen de aanpak en biedt overzicht over de verwerking van persoonsgegevens door kernpartners De commissie stelt vast dat er op dit moment onvoldoende zicht is op de verwerking van persoonsgegevens bij de kernpartners. Er bestaan afspraken over gegevensuitwisseling binnen de aanpak, maar er wordt niet structureel geregistreerd op welk moment organisaties welk type gegevens ontvangen en op basis van welke wettelijke grond. Vanuit de verantwoordingsplicht heeft de iPGA-R de verantwoordelijkheid voor een structurele registratie van gegevensuitwisseling die plaatsvindt binnen de aanpak. De commissie beveelt daarom aan om deze registratie op korte termijn in te richten. Daarnaast adviseert de commissie op basis van de uitkomsten van het onderzoek naar gegevensverwerking helder te maken welke rol en verantwoordelijkheid de gemeente op zich kan nemen in de verwerking van persoonsgegevens door kernpartners op het tweede en derde niveau (respectievelijk voor eigen activiteiten en voor geautomatiseerde handelingen). De verwerking van persoonsgegevens uit de aanpak hoort op deze niveaus in beginsel niet plaats te vinden - immers dienen de gegevens na uitstroom uit de systemen te worden verwijderd - tenzij deze gegevens vanwege een eigen wettelijke taak verwerkt mogen worden.
Ondanks dat de gemeente geen verantwoordelijkheid draagt voor de verwerking van persoonsgegevens door kernpartners op deze niveaus, vindt de commissie het wenselijk dat de gemeente zich inzet om voor personen die in de aanpak zitten of hebben gezeten inzicht te kunnen geven welke soorten persoonsgegevens op grond van welke wettelijke rechtsgrondslag(en) in de systemen van kernpartners, zoals de politie blijven bestaan. 4: Versterk de organisatorische inbedding van de aanpak De iPGA-R is ontwikkeld tot een specialistische en professionele aanpak en dat draagt bij aan de borging van de belangen van personen. Gelijktijdig maakt dit de aanpak ook kwetsbaar, omdat de werkwijze is gebaseerd op een geheel aan zorgvuldige maar ingewikkelde processen die tot stand komen in samenwerking tussen veel verschillende organisaties en partijen. Slechts een beperkt aantal personen binnen de aanpak heeft overzicht over dit geheel en kan hierop de regie voeren. Deze organisatorische kwetsbaarheid is inherent aan de aanpak omdat de werkwijze gespecialiseerd is, en draagt op positieve wijze bij aan de zorgvuldigheid van de aanpak. De commissie vindt het
30
daarom niet realistisch om de kwetsbaarheid geheel te mitigeren. Toch kunnen nog stappen worden gezet om de aanpak organisatorisch steviger in te bedden en daarmee ook weerbaarder te maken richting de toekomst, bijvoorbeeld voor mogelijke schommelingen in politiek-bestuurlijke aandacht. Daarom adviseert de commissie opnieuw om te investeren in de verbinding van de aanpak met de bestaande gemeentelijke structuren, zoals de FG en de CPA. Naarmate de aanpak meer is ingebed in de gemeentelijke organisatie, kan de werklast beter worden gedeeld met bestaande personen en structuren. Ook draagt dit bij aan de politiek-bestuurlijke inbedding van de iPGA-R richting de toekomst. 5: Zet in op het doorontwikkelen van een overstijgende, permanent lerende aanpak De iPGA-R is onderdeel van het brede programma radicalisering & extremisme (R&E) dat bij diverse doelgroepen en met verschillende instrumenten inzet op het signaleren en tegengaan van radicalisering en extremisme. Het programma R&E dient zich te verhouden tot ontwikkelingen in de samenleving, die voortdurend nieuwe uitdagingen met zich meebrengen op het gebied van radicalisering en extremisme. Daarbinnen opereert de iPGA-R idealiter als continu lerende organisatie.
Op dit moment krijgt het leren op verschillende manieren vorm: via evaluaties door regisseurs of periodieke zelfevaluatie (de evaluatie van de uitvoering); periodieke herijking van het beoordelingskader, uitvoeringskader en convenant (evaluatie van beleid) en door het instellen van een onafhankelijke externe onderzoekscommissie (evaluatie van effecten van de aanpak). De commissie acht het wenselijk om aanvullend te investeren in een reflectie op een hoger abstractieniveau, gericht op nut, noodzaak en meerwaarde van de iPGA-R in relatie tot de maatschappelijke opgave en de veranderende regelgeving binnen het sociaal- en veiligheidsdomein. Bijvoorbeeld de Wams en de WGS die ieder vanuit de eigen insteek samenwerking en gegevensdeling tussen de verschillende spelers in het sociaal domein en veiligheidsdomein mogelijk maken (met her en der een overlap). Het doel hiervan is te borgen dat de aanpak blijft aansluiten bij de actuele behoeften die er leven in de stad, en bestuurlijk en ambtelijk gedragen blijft. In de contouren van de koerswijziging van het programma R&E is beschreven hoe hier programmabreed richting aan wordt gegeven. De commissie vindt het belangrijk dat ook specifiek binnen de iPGA-R wordt stilgestaan bij de manier waarop interne en externe ontwikkelingen invloed hebben op (de positionering van) de aanpak.
Sluit de aanpak nog aan bij de maatschappelijke fenomenen, is zij daarop het beste en meest doelmatige antwoord, staan de (maatschappelijke) kosten ervan nog in verhouding tot de bereikte effecten, en wordt de aanpak bestuurlijk en in de keten voldoende gedragen, inclusief het bieden van de juiste middelen en randvoorwaarden? De commissie is op basis van dit onderzoek van oordeel dat nut, noodzaak en meerwaarde van de aanpak op dit ogenblik zeer zeker aanwezig zijn, maar sluit niet uit dat externe en interne ontwikkelingen in de toekomst leiden tot een veranderend beeld. Zo is denkbaar dat het aantal casussen in de aanpak in de toekomst nog kleiner wordt. Hierdoor zou de aanpak te kwetsbaar kunnen worden of zelfs tot stilstand kunnen komen. In die situatie zou er – onder zeer specifieke voorwaarden – voor kunnen worden gekozen om (op onderdelen) naar schaalvergroting te kijken om zo de aanpak levend te houden. Om een permanent lerende aanpak te kunnen zijn, moeten nut en noodzaak van de iPGA-R iedere keer opnieuw uit deze periodieke reflectie volgen en richting geven aan hoe zij is ingericht en wordt uitgevoerd. De commissie ziet dit als cruciaal voor het borgen van draagvlak in de samenleving voor de lokale aanpak van deradicalisering, waarbij zowel de belangen van betrokkenen als de impact op de samenleving groot zijn.
31
/ 6 Bijlagen Bijlage 1: Onderzoeksaanpak Werkwijze Onderzoeksmethoden De commissie heeft gebruik gemaakt van een combinatie van onderzoekmethoden: Documentanalyse. De commissie bestudeerde relevante documenten van de aanpak, waaronder de beleidsnota iPGA-R, het convenant iPGA-R, het dynamisch beoordelingskader, het handelingskader en het uitvoeringskader. Voor een volledig overzicht van de bestudeerde documenten, zie bijlage 1. Interviews. De commissieleden zijn in gesprek gegaan met verschillende partijen die betrokken zijn bij de aanpak. Er is gesproken met de vertegenwoordigers van de verschillende overleggremia (Steunpunt radicalisering, Weegploeg, het Programmateam Overleg Radicalisering en het Integraal Toets- en Adviesteam). Daarnaast sprak de commissie met betrokkenen bij het opgestelde beleid. Verder sprak de commissie met partijen die nadrukkelijk de kant van de rechten en vrijheden van betrokkenen raken, zoals de functionaris voor gegevensbescherming van de gemeente Amsterdam en de ombudsman voor de Metropool Amsterdam. Zie bijlage 3 voor een volledig overzicht van de gesprekspartners. Dossieranalyse. Voor de analyse van dossiers is een toezichtskader gebruikt. Het volgende onderdeel gaat hier verder op in. Herijkt toezichtskader De commissie heeft de dossiers beoordeeld aan de hand van een toezichtskader.
Met dit kader heeft de commissie de waarborgen getoetst die ketenpartners voor de aanpak formuleerden, evenals de waarborgen die de commissie vanuit haar expertise als essentieel ziet voor de persoonsgerichte aanpak. In 2021 is reeds een toezichtskader opgesteld dat voor de huidige opdracht is herijkt. De commissie heeft twee indicatoren aan het toezichtskader toegevoegd om meer zicht te krijgen op de uitstroom. De extra indicatoren meten onder welke omstandigheden mensen uit de aanpak stromen en hoe lang zij in de aanpak zitten. In Figuur 1 is het herijkte toezichtskader weergegeven Selectie dossiers De commissie heeft in totaal 16 dossiers bestudeerd, waarvan 11 dossiers die in de onderzoeksperiode zijn ingestroomd en 5 dossiers die in deze periode zijn uitgestroomd. De uitgestroomde personen zijn ingestroomd vóór de onderzoeksperiode. Om de scope van de opdracht te handhaven is van deze dossiers alleen de uitstroom bestudeerd. De commissie heeft ervoor gekozen deze dossiers te bestuderen om een beeld te kunnen vormen van de uitstroom uit de aanpak. Bij de 11 ingestroomde dossiers was dit niet aan de orde. Informatiepositie De commissie heeft haar bevindingen gebaseerd op de informatie die tot haar beschikking was.
De commissie onderkent dat een volledig informatiebeeld, om te beoordelen of de belangen van individuen voldoende waren afgewogen ten opzichte van de veiligheidsrisico’s, ontbrak. Zo had de commissie bijvoorbeeld geen toegang tot vertrouwelijke informatie van partijen in het opsporings- of inlichtingenproces
32
Figuur 1: Herijkt toezichtskader Commissie van Onderzoek Doorlopen proces De werkzaamheden van de commissie vonden plaats in de periode van 5 maart tot 5 september 2024. Het onderzoek bestond uit vier stappen:
Stap 1. Verkenning. Nadat het instellingsbesluit van de commissie is genomen door de Stuurgroep veiligheid en zorg worden eerst door de relevante ontwikkelingen en actuele stand van zaken met betrekking tot de iPGA-R in beeld gebracht. Daarvoor heeft de commissie recent verschenen rapporten en onderzoeken en enkele kerndocumenten over de aanpak bestudeerd Zie bijlage 4 voor een overzicht van de bestudeerde documenten. Ook voert de commissie 10-15 verkennende interviews met medewerkers van de gemeente Amsterdam, kernpartners die zijn betrokken bij de aanpak, en professionals buiten de iPGA-R om, zoals de Ombudsman Metropoolregio Amsterdam. Zie bijlage 3 voor de volledige lijst met gesprekspartners. Stap 2. Herijken toetsingskader. Wanneer de informatiepositie is verrijkt heeft de commissie het reeds bestaande toezichtkader opnieuw bekeken en herijkt. In overleg met de Stuurgroep is besloten geen selectiecriteria te hanteren maar alle dossiers in de onderzoeksperiode te bestuderen. Stap 3. Dossieranalyse. De contactpersoon van het kernteam heeft de dossiers aangeleverd. De commissieleden hebben de dossiers eerst individueel bestudeerd, en deze later plenair besproken in een vergadering. De secretaris van de commissie heeft vervolgens een eerste overkoepelende analyse (de bevindingen) opgesteld. Deze bevindingen zijn besproken en aangescherpt in plenaire bijeenkomsten.
Stap 4. Rapportage. De laatste fase van het onderzoek stond in het teken van het opstellen van definitieve bevindingen, conclusies en aanbevelingen. In deze fase is ook nog aanvullend onderzoek verricht. De conceptrapportage is begin september opgeleverd.
33
Bijlage 2: Vormgeving iPGA-R Werkwijze In Figuur 2 is de werkwijze van de iPGA-R schematisch weergegeven.
Figuur 2: Werkproces iPGA-R schematisch weergegeven
Structuur besluitvorming In de aanpak spelen verschillende gremia een rol: Steunpunt Radicalisering. Professionals of burgers kunnen meldingen doen bij het Steunpunt als er zorgen zijn over een geradicaliseerd persoon. Het Steunpunt bestaat uit regisseurs van OOV. Weegploeg. De weegploeg beoordeelt deze signalen om te bepalen of er voldoende aanleiding is om iemand op te nemen in de iPGA-R. Hiervoor wordt het dynamisch beoordelingskader gebruikt. In de weegploeg zijn alle kernpartners vertegenwoordigd. Integraal Toets- en Adviesteam (ITAT-R). Het ITAT-R ondersteunt en adviseert regisseurs bij de uitvoering van hun werk, evalueert of opname in de aanpak passend is, adviseert bij uitstroom, toetst de plannen van aanpak. In het ITAT-R zijn alle kernpartners vertegenwoordigd. Programmateam Overleg Radicalisering (PTO-R). Het PTO-R voert regie op de aanpak en bekijkt of aanpassingen in beleid noodzakelijk zijn. Het PTO-R laat zich adviseren door de Weegploeg en het ITAT-R en geeft het finale advies aan de burgemeester met betrekking tot in- en uitstroom van personen in de aanpak. De burgemeester neemt het definitieve besluit. In het PTOR zijn alle kernpartners vertegenwoordigd.
Partners Kernpartijen maken deel uit van de iPGA-R. Daarnaast worden – afhankelijk van de casus casuspartijen worden betrokken. Kernpartijen
Casuspartijen (o.a.)
Amstelland gemeenten Gemeente Amsterdam (OOV, WPI, GGD)
NCTV IND
Openbaar ministerie (OM) Politie eenheid Amsterdam-Amstelland
DT&V LSE
De Raad van de Kinderbescherming (RvdK) Reclassering Nederland (RN)
JBRA Etc.
34
Bijlage 3: Overzicht gesprekspartners en bestudeerde documenten Gesprekspartners De commissie heeft gesproken met: Gemeente Amsterdam Dossierhouder iPGA-R Privacyteam gemeente Programmamanager Secretaris Bestuursadviseur GGD Regisseurs (WPI) Regisseurs (OOV, AcVZ en Amstellandgemeenten) Vertegenwoordigers Amstellandgemeenten Functionaris Gegevensbescherming Analist Ombudsman Metropoolregio Amsterdam Ombudsman Metropoolregio Amsterdam 2021 - heden Vertegenwoordigers van kernpartijen Politie OM Reclassering Nederland Raad voor de Kinderbescherming Documenten De commissie heeft de volgende documenten bestudeerd: Convenant iPGA-R gemeente Amsterdam Beleidskader iPGA-R (herzien 2023) Uitvoeringskader iPGA-R Dynamisch beoordelingskader Format notificatiebrief Format uitstroombrief Overzicht interventies iPGA-R Raadsbrief rapport CvT december 2021 Raadsbrief opvolging aanbevelingen CvT november 2023 DPIA iPGA-R Opvolging aanbevelingen DPIA februari 2024 Tussenresultaat onderzoek gegevensdeling informatievoorziening
35
Bijlage 4: Instellingsbesluit
1.
Inleiding – de opdracht van de commissie van toezicht
Achtergrond iPGA-R De stuurgroep Veiligheid en Zorg wordt gevraagd te besluiten om een commissie van toezicht in te richten voor de integraal persoonsgerichte aanpak radicalisering (iPGA-R). De iPGA-R is onderdeel van het Amsterdamse Programma Radicalisering en Extremisme. Doel commissie van toezicht De persoonsgerichte aanpak is een belangrijk instrument in het tegengaan van het risico op geweld vanwege radicalisering. Tegelijkertijd grijpt de persoonsgerichte aanpak radicalisering (soms diep) in op de persoonlijke levenssfeer van de individuen in de aanpak. In deze context vindt de stuurgroep Veiligheid en Zorg het belangrijk om niet alleen een effectieve aanpak te hebben om veiligheidsrisico’s voor de samenleving te beperken, maar de stuurgroep wil ook individuen in de aanpak beschermen tegen disproportioneel of onzorgvuldig optreden door de overheid. Opdracht Commissie van Toezicht De stuurgroep Veiligheid en Zorg heeft met dit instellingsbesluit een commissie ingericht, die haar in staat stelt om te beoordelen of zorgvuldig met de belangen van individuen in de aanpak wordt omgegaan, zodanig dat individuen worden beschermd tegen disproportioneel of onzorgvuldig optreden door de overheid. Het werk van de commissie draagt bij aan de kwaliteit van, en een gerechtvaardigd vertrouwen in de iPGA-R. 2.
Uitgangspunten commissie van Toezicht De commissie van Toezicht kent een aantal ‘haken en ogen’. Om tot een zorgvuldige uitvoering van de taken te komen, heeft de commissie een aantal uitgangspunten opgesteld: -
Het beleid van de iPGA-R fungeert als uitgangspunt. Het doel van de commissie is niet om de inhoud van het beleid te toetsen, maar om binnen de kaders van het beleid antwoord te geven op de vraag of de belangen van individuen in de aanpak voldoende worden behartigd. Hiervoor maakt de commissie een vergelijking tussen wat er in het beleid staat en hoe dat beleid in de praktijk tot uitvoering komt. Het is mogelijk dat er een discrepantie tussen beleid en uitvoering bestaat. Dergelijke observaties deelt de commissie. Mochten er opvallende uitkomsten zijn in het beleid die meer gericht zijn op de uitvoering van de aanpak, dan geven we dat ook aan. Daarnaast geeft de commissie te kennen wat een passende borging van de belangen zou zijn.
-
De commissie kijkt naar een cumulatieve duiding en analyse van de aanpak. De commissie heeft toegang tot informatie over individuele casuïstiek om een goed en onafhankelijk oordeel te kunnen vellen. De commissie rapporteert echter niet op het niveau van individuele casuïstiek en behandelt geen klachten van individuen. Ook kijkt de commissie niet naar het handelen van individuele partijen (in het kader van het opsporingsof inlichtingen-proces) of het functioneren van individuele organisaties of medewerkers. De commissie focust zich op een cumulatieve duiding van de persoonsgerichte aanpak als systeem: de commissie analyseert of de belangen van individuen in deze gezamenlijke aanpak voldoende worden geborgd.
36
-
Onafhankelijkheid en rolzuiverheid zijn van groot belang. De commissie heeft als doel om op een onafhankelijke manier onderbouwde conclusies te trekken over de aanpak en de mate waarin deze proportioneel en zorgvuldig is, en burgers voldoende rechtsbescherming biedt. De onafhankelijkheid van de (oordeelsvorming van de) commissie dient boven elke twijfel verheven te zijn. Het is daarom noodzakelijk dat – middels positionering en afspraken omtrent opdrachtgeverschap – de onafhankelijke positie van de commissie en de commissieleden geborgd wordt, en in de praktijk wordt gerespecteerd.
-
Gecombineerde expertise Deze partijen hebben eerder deelgenomen in de commissie en benutten deze kennis ten dienste van de opdracht. Zo kan de verkennende fase efficiënt worden ingericht en kan worden voortgebouwd op eerder opgedane inzichten. De drie partijen leveren complementaire kennis op de belangrijkste elementen van de commissie van toezicht. Een gezamenlijke gedragen aanpak zorgt er daarnaast voor dat de secretaris effectief namens de commissie kan opereren.
-
Aandacht voor privacy- en veiligheidsaspecten van de opdracht De commissieleden krijgen met deze opdracht toegang tot gevoelige en vertrouwelijke informatie. De commissieleden stemmen met de gemeente af hoe en onder welke omstandigheden in dit onderzoek de gegevenstoegang op een veilige en gebruiksvriendelijke manier kan worden georganiseerd. Er moet expliciete aandacht zijn voor informatiebeveiliging, privacy- en veiligheidsaspecten bij het secretariaat van de commissie (belegd bij AEF), om zo de veiligheid van personen binnen de aanpak te kunnen garanderen. AEF onderneemt een aantal standaard maatregelen voor informatiebeveiliging, zoals het opstellen van een verwerkersovereenkomst en geheimhoudingsverklaring, en het werken met een extra beveiligde Sharepoint-omgeving. Aanvullende maatregelen worden getroffen, zoals de verwerkersovereenkomsten die voor de samenwerking tussen AEF, Hooghiemstra & Partners, de Universiteit Leiden en de Gemeente Amsterdam noodzakelijk zijn. We sluiten waar mogelijk aan bij de werkwijze die commissie van toezicht hiervoor heeft gehanteerd.
-
Open en transparant optreden De commissieleden achten het van belang transparant, open en rol zuiver te opereren in relatie tot de stakeholders die zijn betrokken bij de iPGA-R. In de verkennende fase wordt daarom opnieuw geïnvesteerd in productieve werkrelaties op alle niveaus: stuurgroep, ketenpartners en ambtelijk. Doordat de commissieleden eerder zitting hebben genomen in de commissie, kunnen zij dit op een gerichte manier doen. Daarnaast is een goede informatiepositie van belang voor de commissie om haar werk goed te kunnen doen. Dit vraagt van de gemeente dat de randvoorwaarden op orde zijn, zoals het tijdig en volledig aanleveren van de benodigde documentatie, het leggen van contact met stakeholders, en door te informeren over de laatste ontwikkelingen.
-
Aansluiten bij actuele ontwikkelingen In het plan van aanpak hieronder besteed de commissie aandacht aan de diverse ontwikkelingen die spelen rondom de iPGA-R. Enerzijds zijn er externe ontwikkelingen die de commissie meeneemt om de context scherp te krijgen: nieuwe trends in dreiging (antiinstitutioneel extremisme, online dreiging) en recent verschenen onderzoeken en rapporten
37
over de persoons-gerichte aanpak en aanpalende gebieden. Daarnaast zijn er interne ontwikkelingen: veranderingen binnen de iPGA-R, waarbij dan onderscheid gemaakt kan worden tussen veranderingen die gevolg zijn van aanbevelingen van de vorige commissie en ‘autonome’ ontwikkelingen, bijvoorbeeld door verandering in het dreigingsbeeld. De iPGA-R ‘dient mee te bewegen in deze ontwikkelingen en tegelijkertijd ideologieneutraal te zijn’, aldus de burgemeester. In de onder-zoekaanpak wordt stilgestaan bij de effecten van deze ontwikkelingen op het functioneren van de iPGA-R. 3.
Scope en beperkingen commissie van Toezicht De commissie beoordeelt of zorgvuldig met de belangen van de individuen in de aanpak wordt omgegaan. De commissie toetst niet de effectiviteit van aanpak of de inhoud van het beleid. De scope van de commissie wordt afgebakend door haar informatiepositie. Doordat de commissie kijkt naar de gezamenlijke inspanning van verschillende kernpartners in de persoonsgerichte aanpak, heeft zij een beperkte informatiepositie. De commissie heeft geen toegang tot de informatie van alle kernpartners in de aanpak. Dit kan uitdagingen opleveren, bijvoorbeeld wanneer de commissie moet oordelen of de belangen van individuen voldoende afgewogen zijn ten opzichte van de veiligheidsrisico’s. De commissie heeft daarbij slechts beperkt zicht op deze veiligheidsrisico’s, omdat zij geen of beperkt toegang heeft tot de informatie van partijen in bijvoorbeeld het opsporings-en inlichtingenproces. De commissie handelt naar bevind van zaken, wat onder andere betekent dat ze dergelijke knelpunten kan benoemen en zal aangeven wat de gevolgen daarvan zijn voor de validiteit van haar waarnemingen en conclusies. Daarnaast krijgt de commissie alleen toegang tot individuele dossiers van personen die in de gemeente Amsterdam zijn ingeschreven en deel uitmaken van de aanpak.
Resultaat activiteiten commissie van toezicht: Een rapportage, waaruit duidelijk blijkt of er in de persoonsgerichte aanpak iPGA-R zorgvuldig met de belangen van individuen wordt omgegaan. De commissie levert een rapport op dat geschikt is voor openbaarmaking. Mocht gedurende het proces duidelijk worden dat sommige delen van de rapportage niet openbaar kunnen worden gemaakt, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van deelnemers in de aanpak, dan neemt de commissie contact op met het team van de gemeente Amsterdam dat zich bezig houdt met de Wet open overheid (Woo). Met hen bespreekt de commissie dan de noodzakelijke vervolgstappen. Aanbevelingen voor het vervolg na de commissie, met daarin evaluatiepunten en aandachtspunten voor het vervolg. De evaluatie van de commissie is geen onderdeel van de opdracht van de commissie. De commissie geeft echter wel evaluatie- en aandachtspunten mee, die als input kunnen dienen voor die evaluatie. 4.
De leden van de commissie van toezicht
De commissie van toezicht uit 2021 bestond uit drie leden met elk hun afzonderlijke expertise. In november 2020 heeft de Stuurgroep Veiligheid en Zorg ingestemd met de aanstelling van de drie geselecteerde leden. Vanwege de ervaring met, en het resultaat van het onderzoek uit 2021 zijn dezelfde leden gevraagd om opnieuw zitting te nemen in de commissie. Twee leden hebben zich bereid verklaard, één voormalig lid zich laat vervangen door een kantoorgenoot, namelijk dhr. Drouwen. De voorgestelde leden zijn:
38
Lid 1: Aris van Veldhuisen, organisatieadviseur met ruime ervaring in opdrachten omtrent onder andere governance en onafhankelijke positionering; mangaging partner bij Andersson Elffers Felix (AEF): Expertise over organisatie-inrichting in de publieke sector en het veiligheidsdomein, alsmede uitvoering van het secretariaat. Lid 2:
Thijs Drouen, adviseur bij Hooghiemstra & Partners met een achtergrond als jurist,
toezichthouder en wetgevingsadviseur: Expertise in het gegevensbeschermingsrecht binnen het veiligheidsdomein, het domein openbare orde en het sociaal domein. Hij houdt zich daarbij met name bezig met vraagstukken rondom gegevensdeling. Lid 3: Jelle van Buuren, werkzaam als universitair docent bij het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden: Expertise op het gebied van radicalisering. Wat betreft de interne samenwerking heeft de commissie de volgende afspraken gemaakt: -
De commissie werkt intern op basis van gelijkwaardigheid. De commissieleden hebben elk hun eigen expertise, en kunnen elkaar versterken of aanvullen. Bij aanvang van de commissie wordt (nog) geen voorzitter aangewezen. De commissieleden werken in beginsel samen op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds vertrouwen met elkaar. Mocht in een later stadium blijken dat een voorzitter en/of taakverdeling noodzakelijk of wenselijk is, kan de commissie daartoe besluiten.
-
De commissie blijft regelmatig met elkaar in contact. De commissie werkt aan de hand van 2-wekelijkse bijeenkomsten, om op die manier voldoende met elkaar in contact te staan. Aanvullende contactmomenten kunnen desgewenst los ingepland worden.
-
De commissie communiceert regelmatig het kernteam. De commissie vindt het belangrijk om regelmatig contact te hebben met het kernteam vanuit de iPGA-R, om hen bij te praten over voortgang en het proces. Het kernteam bestaat uit het OOV Programmateam Radicalisering en Extremisme. De contactpersoon van het kernteam is Jeroen Kramer. Er zal in ieder geval elke drie weken afstemming plaatsvinden en zo nodig vaker: de commissie en het kernteam weten elkaar te vinden.
-
De secretaris heeft een belangrijke rol in het voorbereiden en de procesbewaking. De secretaris heeft in de commissie een duidelijke rol, zowel vanuit procesbewaking maar ook in de inhoudelijke voorbereiding van bijeenkomsten en gesprekken. De commissie heeft afgesproken dat de secretaris tijdig aangeeft wanneer er iets nodig is van de commissieleden.
5. Plan van aanpak en planning Om te komen tot een antwoord of binnen de iPGA-R zorgvuldig word omgegaan met de belangen van individuen heeft de commissie de volgende activiteiten voor ogen: Verrichten documentanalyse; -
Houden van verkennende interviews om het instellingsbesluit te testen en om input voor het toezicht kader op te halen bij het kernteam en andere kernpartners;
-
Opstellen van een toezicht kader;
39
-
Selectie en analyse van dossiers (van cases van de gemeente Amsterdam) op basis van
-
toezicht kader; Bespreken van dossiers in bijeenkomsten met commissie;
-
Opstellen overkoepelende analyse van dossiers; Verrichten extra onderzoek (eventueel);
-
Opstellen rapportage; Presenteren bevindingen.
Het plan van aanpak en de planning zien er in hoofdlijnen als volgt uit: Stap 1: Verkennend onderzoek – maart/april 2024 In de eerste stap worden de relevante ontwikkelingen en de actuele stand van zaken met betrekking tot de iPGA-R in beeld gebracht. Stap 2: Opstellen / herijken toetsingskader – mei/juni 2024 De activiteiten in de tweede stap staan in het teken van het opstellen van een praktisch uitvoerbaar toetsingskader. Stap 3: Beoordeling dossiers – juni/juli 2024 In de derde stap voeren de commissieleden een individuele dossieranalyse uit. Stap 4: Rapporteren en presenteren – augustus/september 2024 De laatste stap staat in het teken van het opstellen en presenteren van een eindrapportage.
40