CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20240718 Verslag Gemeenteraad middag.pdf

RAAD 18 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de notulen van de raadsvergadering op 17 en 18 juli34.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ik ga na de zomer ook met alle gesprekken die er zijn, ook met de aanbieders en het Cliëntenbelang, dat nog eens op een rijtje zetten wat er extra nodig is. Ik heb u ook al aangekondigd dat ik ook kijk naar andere maatregelen, het moreel appel, maar ook de omgang met mensen die op de wachtlijst staan maar meerdere keren als ze aan de beurt zijn weigeren om die hulp te krijgen. Dus ik ga dat allemaal nog eens op een rijtje zetten, het heeft op dit moment niet mijn voorkeur maar ik wil het niet helemaal uitsluiten. En ten aanzien van het verleiden van medewerkers om over de grenzen van de buurt te gaan werken, prima om daar nog eens naar te kijken samen met de aanbieders. In het verleden hebben we daar ook al wel naar gekeken en heeft dat nog niet heel veel opgeleverd omdat in de praktijk medewerkers toch beperkt bereid zijn om verder te reizen. Maar ik ga er zeker nog een keer naar kijken is, dus positief. De discussie wordt gesloten. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 38. Kennisnemen van de Voortgangsrapportage 2023 Regioaanpak Veiligheid voor Elkaar (2020-2024) VN2024-010209 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: Motie van de leden Abdi, Van Pijpen, Broersen, Alberts en Bakker inzake samenwerking voor betere nazorg van slachtoffers van huiselijk geweld in het ziekenhuis, nr.

350.24 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - om samen met ziekenhuizen in Amsterdam en partners zoals Veilig Thuis, Blijf Groep, politie en het OM te onderzoeken of er samenwerkingsafspraken gemaakt kunnen worden voor het ter plekke opvangen van slachtoffers van huiselijk geweld of intieme terreur in het ziekenhuis.

19

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Motie van het lid Abdi, Nadif, Broersen en Bakker inzake pilot voor slachtoffers van ernstige stalking en huiselijk geweld, nr. 351.24 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - om een pilot te starten waarbij slachtoffers van stalken en huiselijk geweld een sleutelhanger krijgen die gekoppeld is aan de enkelband van de verdachte of veroordeelde; - hierin de ervaringen van de slachtoffers in Rotterdam mee te nemen en deze te toetsen aan ervaringsdeskundigen in Amsterdam. De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Abdi. Het lid ABDI: Voorzitter, in Nederland wordt elk acht dagen een vrouw vermoord. In meer van de helft van de gevallen is de dader een partner of hun ex-partner. Uit de voortgangsrapportage die we ook hier vandaag bespreken blijkt ook in Amsterdam en omgeving dat vorig jaar bijna 11.000 meldingen zijn binnengekomen waarbij zeventig procent van de meldingen ging om acuut gevaar of structurele onveiligheid. En voorzitter, ook belangrijk om te zeggen dat vaak deze meldingen ook gedaan worden door de politie en dat vooraf aan zo'n melding er vaak honderden geweldsincidenten voorafgaan. Om alleen maar aan te geven hoe omvangrijk dit eigenlijk is en hoe moeilijk het is ook om hulp te krijgen.

En voorzitter, als we dan ook kijken naar deze cijfers dan hebben we alleen een schatting over hoeveel van deze vrouwen ook te maken hebben met wat wij nu noemen intieme terreur, dat zijn relaties waarbij er ongelooflijk veel dwang en controle plaatsvindt en dat vaak gepaard gaat met ernstig partnergeweld. Zeer schokkende cijfers waar een wereld van ongelooflijk leed achter schuilt. Dus het verdient niet alleen onze aandacht maar ook onze boosheid, en niet alleen vanuit de politiek, vanuit de hele samenleving. Want voorzitter, uiteindelijk de kern van dit geweld dat we zien is het feit dat een man, het zijn toch vaak mannen, niet accepteert dat een vrouw zegt ik ben niet je bezit, ik wil dat dit stopt, ik wil bij je weg. En ik ben ook blij dat dit college ook veel investeert ook als het gaat om preventie en dat is hard nodig als je bedenkt dat, om maar een onderzoek te noemen, een op de tien jongeren zeggen het is eigenlijk oké als een man zijn vrouw slaat als ze niet gehoorzaamt. Dit zijn allemaal denkbeelden die heel sterk zijn in onze samenleving en waar we alles aan moeten doen. En ik denk dat het ook belangrijk is als het gaat om intieme terreur, ook erbij stil te staan dat het belangrijk is om een goed zicht te hebben, want we weten eigenlijk niet hoeveel situaties van intieme terreur plaatsvinden in onze stad, of vrouwenmoord, wat eigenlijk al te laat is.

Dus daarom verzoek ik ook het college om dit inzichtelijk te maken, in samenspraak met Veilig Thuis, de politie, OM, zodat we goed zicht hebben, zodat we ook weten hoe vaak het voorkomt en dat we er iets mee kunnen doen. En ik vind het ook belangrijk om hier echt te benadrukken, het kan echt iedereen overkomen. Dit vindt plaats in allerlei lagen van onze samenleving, allerlei buurten, en ik weet dat er heel veel vooroordelen er ook over zijn, dat het bepaalde huishoudens zijn, multiproblematiek, of dat heel vaak mensen zeggen bepaalde culturen. Nee, dit vindt echt overal plaats. En daarom verdient het ook weer onze aandacht. Voorzitter, daarom ben ik ook blij dat wij een campagne weer opnieuw zijn gestart omdat het belangrijk is om het te herkennen, omdat juist zoiets als vrouwenmoord heel vast patroon kent, eigenlijk weten we heel vaak hoe dat zich ontwikkelt. En dat geeft ook hoop

20

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

omdat het zegt dat we er ook iets mee kunnen doen. Maar daar zijn we nog lang niet en ik ben blij dat we die campagne voortzetten en dat we daarmee doorgaan, maar daar zijn we nog lange tijd ook niet. En dan misschien kort stilstaan bij een aantal dingen die ik denk die we beter kunnen doen. Ik heb best wel veel vrouwen gesproken die eigenlijk die situatie uit zijn gekomen of er nog inzitten en die aangeven dat ze zich ontzettend alleen voelen omdat er heel veel oordelen zijn. Waarom ga je niet bij hem weg? Waarom zoek je niet hulp? Het is ontzettend lastig, er komt heel veel schaamte bij kijken, er komt heel veel verdriet bij kijken. En ik denk dat het daarom belangrijk is dat wij ook als samenleving om deze vrouw heen staan, om ze ook veel beter hierin te ondersteunen, te helpen. En een van de dingen die we volgens mij echt wel beter moeten doen, en dat stond ook gisteren in De Telegraaf, een heel heftig stuk van een hele moedige vrouw, Sacha, die eigenlijk beschrijft haar eigen relatie waar heel veel geweld bij kwam kijken en waar ze eigenlijk ternauwernood aan de dood ontkwam. En die zei, ik kwam in het ziekenhuis aan, noodgedwongen na drie uur lang eigenlijk mishandeld te zijn geweest in mijn eigen woning, met bloed en al, en er werd alleen medisch naar me gekeken. Ik stond gewoon buiten zonder schoenen, zonder hulp, extreem kwetsbaar.

Ik denk dat dit iets is dat we echt anders moeten en zouden moeten en kunnen doen. En daarom dien ik ook een motie in om eigenlijk te zeggen dat met deze ziekenhuizen, met alle partners dat we samenwerkingsafspraken maken zodat we betere nazorg kunnen bieden, zodat we aan zo iemand ook kunnen zeggen, en het ook niet alleen signaleren, maar kunnen vragen, wat heb je nodig? Praktisch, maar ook gewoon hulp die beschikbaar is, omdat het een zeldzaam moment is dat je in contact komt met iemand die in zo'n situatie zich bevindt. En een ander voorstel dat ik ook vandaag indien gaat over vrouwen die eigenlijk al een contact- en locatieverbod hebben van hun dader, verdachte of veroordeelde, om hun eigenlijk hun bewegingsvrijheid terug te geven, ook om hun regie over hun leven terug te geven. Omdat deze vrouwen toch altijd over hun schouder heen moeten kijken en te maken hebben met ernstige onveiligheid. En ik zeg tegen het college, en dat vraag ik ze in mijn motie, laten we de proef die gedaan is in Rotterdam en in Tilburg ook hier doen, waarbij we deze vrouwen koppelen met een sleutelhanger, eigenlijk aan de enkelband van de dader, zodat zij vooraf eigenlijk een waarschuwing kunnen krijgen, eventueel een vluchtroute, maar ook dat als echt de situatie dreigend plaatsvindt, dat de politie direct ingeschakeld kan worden.

Ik denk dat dit iets is wat we kunnen doen om ervoor te zorgen dat vrouwen beter beschermd worden, maar belangrijker nog, dat ze ook hun vrijheid terugkrijgen. (Het lid WEHKAMP: Dank u wel en dat dank aan mevrouw Abdi voor al haar werk hierop. Het is heel belangrijk en heel goed dat u dit aankaart. Ik heb nog wel een vraag over die laatste motie die u net noemde. Ik ben benieuwd, bent u het met D66 eens dat het wel goed zou zijn om dit alleen te gebruiken in die zaken dat er geen kans is op secundaire victimisatie, want dat kan ook door zo'n sleutelhanger veroorzaakt worden. We hebben het er buiten de vergadering al even over gehad. Ik ben wel benieuwd hoe u daarnaar kijkt.) Voorzitter, dank aan collega Wehkamp ook voor haar vraag. Wat bedoelt u met secundaire victimisation? (Het lid WEHKAMP: Dat er opnieuw een gevoel van slachtofferschap kan ontstaan door die sleutelhanger.) Ja, daar is dus hier geen sprake van. Misschien goed om hier mee te geven, deze pilot is ook heel positief bevonden door vrouwen die het zelf hebben ervaren, dat zijn vrouwen die eigenlijk in een situatie zitten van ernstig partnergeweld waar een heel hoog

21

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

risico is dat geweld plaatsvindt en de huidige status quo is dus dat zij een noodknop krijgen die ze indrukken als ze geconfronteerd worden met de dader. En dat risico, vaak al te laat, dat wil ik niet nemen. Dus wat deze vrouwen aangeven is, ik vind heel prettig dat reclassering, opvang, mensen, met mij meekijken en als iemand binnen een kilometer nadert, dan wordt de inschatting gedaan door professionals, hoeft die vrouw daar niet over na te denken, en ze wordt alleen geïnformeerd en gebeld om of te zeggen zoek een vluchtroute als diegene nadert. Het gaat echt om een contact- en locatieverbod, belangrijk om te benadrukken, maar ook als een dreigende situatie plaatsvindt, dat de politie ook direct komt. Dus deze vrouwen hebben juist eigenlijk meer veiligheid, maar ook meer vrijheid. Dat vind ik belangrijk om te weten, want de vrouwen die ik heb gesproken vaak in situaties zitten die is zo ontzettend geïsoleerd omdat ze niet weten, wanneer loopt hij weer over straat, de hele tijd over hun schouder heen moeten kijken. Dus ik vind het heel belangrijk dat dit gebeurt. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Pijpen. Het lid VAN PIJPEN: Dank u wel, voorzitter. En ik wil mevrouw Abdi bedanken voor haar inzet, maar ook haar verhaal, wat wel raakt ook. Ik moet het noodgedwongen kort houden, dus ik kan het iets minder lang doen.

Allereerst eigenlijk ook een vraag aan de wethouder om eventueel ook een toezegging te doen om te kijken ook naar mensen die al langere tijd geleden seksueel geweld, of intiem geweld, huiselijk geweld, hebben meegemaakt maar daar toen niet mee verder kwamen en die nu nog wel met de problemen daarvan zitten. En dus dat daar ook ruimte voor is, ook binnen bijvoorbeeld het Centrum Seksueel Geweld om daar aandacht aan te geven, lotgenotencontact maar ook toegang tot traumaverwerking. Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede punt betreft dan eigenlijk, ook een mooie lijn met het onderwerp van net, dat is ouderenmishandeling. Het komt veel voor, ik heb er ook in de commissie naar gevraagd en ik weet dat er ook wel aandacht voor is, maar ik zie het in stukken eigenlijk weinig terug. En dat baart me zorgen en ik wil daar meer aandacht voor. Dus ik zou eigenlijk ook willen vragen aan de wethouder om dan ook voor de toekomst daar meer aandacht aan te besteden, ook in de stukken die wij krijgen, zodat we daar ook beter op kunnen kijken wat er nodig is en wat er gebeurt. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Scholtes. Wethouder SCHOLTES: Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan het lid Abdi voor haar continu initiatieven op dit vlak.

Een paar vragen, richting het lid Abdi kan ik aangeven we zullen in gesprek gaan met de politie en OM om te kijken we die aard en omvang van intieme terreur en femicide beter in beeld kunnen krijgen. Je ziet ook echt dat er alle aandacht ook bij zowel politie als andere veiligheidspartners en zorg er echt meer bewustzijn is van deze vormen van terreur die leiden tot vrouwenmoord. Het is wel zo dat de politie en het OM nu nog geen registratiecode voor femicide hebben in hun systeem en dat wordt dus landelijk verder besproken. We hebben er in ieder geval aandacht voor en we gaan daarover met ze in gesprek. Richting het lid Van Pijpen, het is inderdaad zo dat sinds die nieuwe Wet seksuele misdrijven er meer vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag strafbaar zijn geworden en slachtoffers die in het verleden iets hebben meegemaakt, hoe lang geleden dat ook, kunnen nog steeds daarvoor terecht bij het CSG, Centrum Seksueel Geweld. En

22

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

daar hebben we ook in de begroting rekening mee gehouden, met een eventuele stijgende vraag. Dus dat stelt u hopelijk daar ook gerust. En dan de tweede vraag van het lid Van Pijpen, ouderenmishandeling, daar hebben we het vaker over gehad. Ik hoor uw oproep, dus ik zal daar bij de volgende rapportage zeker extra op letten. Het is wel zo dat het zeker ook wordt genoemd in die voortgangsrapportage en dat er ook al acties zijn, zeker rondom financieel misbruik van ouderen. Maar ik neem uw oproep ter harte. Dan motie 351, de pilot voor slachtoffers van ernstige stalking en huiselijk geweld. Ja het is zo, er is inderdaad een pilot geweest in Rotterdam, de ervaring is inderdaad dat vrouwen zijn daar positief over, ze voelen zich veiliger, het gaat vaak, zeg ik ook richting D66, dus over kwesties waar de ex-partner vaak een verbod heeft om in de buurt te komen van de vrouw, hij heeft dan een enkelband om. Dan gaat er sowieso al een alarm af als deze persoon te dicht in de buurt komt van de vrouw, maar dat is dan bij de politie. En met deze sleutelhanger krijgt deze vrouw zelf ook een melding en het verschil dan is, ze hoeft dus niet continu alert te zijn met komt mijn ex-partner in de buurt. En dat draagt dus bij aan het veiligheidsgevoel. Er komen dus nu ook pilots in Groningen en Breda en bij een positieve reacties daar ook wellicht in Amsterdam, dus ik ben hier positief over.

Dan ook positief over de nazorg voor slachtoffers, volgens mij spreekt dat voor zich dat dat voor de slachtoffers een prettig iets is. Dank u wel. De discussie wordt gesloten. Duurzaamheid, Energietransitie en Circulaire Economie 39. Kennisnemen van de discussienota over klimaatpolitiek VN2024-009092 De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Schijndel. Het lid VAN SCHIJNDEL: Dank u wel, voorzitter. Er zijn geen moties deze keer, misschien komen die nog bij het aparte constitutionele punt van de Urgenda-doorwerking, van de principes van Urgenda, dat beslis ik later. We moeten er toch wat mee, met dat klimaat, ook in Amsterdam. En we moeten in ieder geval morgen of in het weekend naar het strand, want het weer zit nu eindelijk mee, het is erg veranderlijk, dat weer. Het klimaat eigenlijk nauwelijks, maar het is wel inderdaad de afgelopen industriële periode zeg hier anderhalve graad meer geworden. Ik heb bij de stukken gezet een advies van professor Kuypers, Europees rechtelijk advies over de inrichting van het Europese klimaatbeleid. En dat was toch een beetje een teleurstellend advies, want het is zo dat de Europese Commissie met zijn wetgevingsvoorstellen zich mag baseren op één bron. En dat heeft hij dus ook gedaan en dat is het IPCC-rapport. Dat is wel jammer.

Maar er is toch een lichtpuntje dat hij meldt, namelijk dat zijn niet bindende interne regels van de commissie, dat ze kunnen komen als er nieuwe inzichten zijn met nieuwe voorstellen en eventueel bestaand beleid ongedaan maken. Dat hangt dus helemaal af van de toekomstige politieke verhoudingen in Brussel. Nu even over de discussienota. Ik bespeur toch een beetje een kentering tegenwoordig in de berichtgeving in de pers over klimaat. Ik zag bijvoorbeeld een aardig stuk in de Volkskrant twee weken geleden over een nieuw bestuurslid van het IPCC, een Nederlander, eindelijk weer een Nederlander in het IPCC, hoogleraar aan de VU en directeur van Deltares, het bekende Delftse instituut. En die zit dan in de werkgroep voor

23

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

klimaatadaptatie en hij zegt bijvoorbeeld, ik zie heus niet een onbewoonbare planeetvorm of zo, ik vind dit geen existentieel vraagstuk. Nou dat lijkt me heel realistisch. En ook dus als hij zegt, er is heus een samenleving mogelijk die is aangepast op drie graden hogere temperatuur, maar die samenleving ziet er dan anders uit met een andere verdeling van gebieden die geschikt zijn voor bewoning en landbouw. Welnu, het is toch een wat ander accent dat hier wordt gelegd. Dan over een ander punt van de kentering is toch dat het IPCC in al zijn rapporten van de afgelopen dertig jaar eigenlijk de focus heeft op de broeikasgassen, in het bijzonder CO2 en ook wel de aerosolen, de aerosolen koelen dan de aarde weer wat af. En dat is het dan. Maar er zijn veel meer factoren en vooral de factor die ik noem van de oceaanstromingen, de bekende La Niña, dan hebben we inmiddels ook AMOC, dat klinkt heel aan amokkerig uit Nederlands-Indië, maar AMOC betekent de meridional overturning circulation in de Atlantische Oceaan en ook alweer in de Volkskrant van Maarten Keulemans, een bekend klimaatjournalist en coronajournalist ook, die wijst dan op het mogelijk stilvallen van die Atlantische warme zeestroom waardoor we dus in West-Europa te maken krijgen met dezelfde temperatuur, het is dezelfde hoogtegraad, als in Canada.

Dat zou inderdaad een significante verandering van het klimaat in West-Europa opleveren, maar het is eigenlijk niet zo dat we daar veel aan kunnen doen, is de conclusie. Dat vind ik ook interessant. Klimaatverandering is van alle tijden, dat weten we allemaal, dus niet alleen de afgelopen honderden miljoenen jaren maar ook de afgelopen millennia. Dus tijdens de Romeinen was het wat warmer, toen hadden we weer een piek van de warmte in de middeleeuwen, daarna een soort kleine ijstijd, het werd wat kouder, en sinds 1900 is het weer aan het opwarmen geraakt, vooral aan het begin van de eerste tientallen jaren van de twintigste eeuw werd het echt warmer. Dat is de periode van de Dust Bowl in NoordAmerika. Daarna is het weer wat koeler geworden en de afgelopen twintig jaar is het weer wat opgewarmd, heel interessant. Het kan mogelijk te maken hebben met een natuurlijke variatie in het klimaatsysteem. Belangrijk is verder dat we er dus niet vanuit kunnen gaan dat de IPCC de wetenschappelijke waarheid in pacht heeft, dat is volstrekt onwetenschappelijk om daarvan uit te gaan. Er is een heel debat van klimaatwetenschappers, vooral natuurkundig en computer scientists, de gerelateerde klimaatwetenschappers die die verschillende theorieën erop nahouden.

Het belang van het onderwerp is natuurlijk enorm, alleen al voor Nederland is er geprognosticeerd duizendmiljard euro besteden aan klimaatmaatregelen, dat is ongelooflijk veel geld. Voor de komende kabinetsperiode hebben we het over een bedrag van tenminste 35 miljard en het is bijzonder ergerlijk dat eigenlijk de Hoge Raad een soort tweedeling in overheidsuitgaven heeft afgekondigd, namelijk de verplichte klimaatuitgaven, je moet die doelen halen, Urgenda, en de overige uitgaven. Dat was een doorbreking van, daar komen we ook in AZ verder over te spreken. Dan noem ik dus een flink aantal natuurlijke oorzaken, waaronder die oceaanstromingen, de zonnewarmte, vulkanische activiteit en de wolkenvorming, dat is ook steeds meer in het zicht dat dat een hele belangrijke factor is. Dat is een natuurlijke factor. En dan verder de menselijke oorzaken waarbij bijvoorbeeld verstedelijking wordt genegeerd door IPCC en de brown clouds boven India en zuid China, dat zijn vooral aerosolen die worden uitgestoten en die dus per saldo een afkoelend effect hebben. En als je die weghaalt die, dat is luchtvervuiling, als je dat weghaalt dan krijg je een opwarmend effect. Dat is nu gaande.

24

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Dan is verder van belang in de notitie dat je dus als je een model hebt, een model voor driekwart eeuw, als er hele kleine minieme verschilletjes zijn in de aannames, in de factoren die je daar in dat model hebt zitten, dan leidt het over driekwart eeuw tot hele grote verschillen in de uitkomsten van het model. Dat vind ik, dat claim ik toch als een beetje een vondst die ik zelf heb gevonden en je kan het vergelijken met andere modellen. Dus een extreem kort model was corona, in de zomer gaan we kijken naar wat gaat er gebeuren in de winter en dan zijn er maar vier factoren die er te doen, ik wijs op voetnoot 9, en dat zijn dus contactmomenten, is het zomer of winter, de besmetting hoe verloopt die eigenlijk, aerosolen of druppeltjes, en wat is de variant, de Wuhan was dus gevaarlijker dan omikron. En dan zie je toch dat het RIVM met zijn coronamodellen er regelmatig gewoon keihard naast zat, dus krijgen we een derde lockdown wat nergens anders ter wereld werd vertoond. Macro-economie is nog belangrijker, het heeft veel factoren, wel tien factoren voor de uitkomsten van werkgelegenheid en de groei en de inflatie, noem maar op. Het is algemeen geaccepteerd, ook een jurist zou dat moeten weten, behoort dat te weten, het zijn ervaringsregels, je kan niet verder dan twee à drie jaar kijken, dat kan gewoon niet.

Dus we hebben heel gevaarlijke modellen die een enorme impact hebben van driekwart eeuw en die eigenlijk op drijfzand, of nou ja drijfzand wil ik niet zeggen, maar die gebrekkig zijn en dus onvoldoende grondslag geven voor … De VOORZITTER: De heer Van Schijndel, uw tijd is zo goed als op. Dus kunt u een laatste zin uitspreken? Het lid VAN SCHIJNDEL: Dus, dan sluit ik af met klimaatmodellen en de scenario's zijn niet het alfa en omega van de wetenschap en wij hier behoren dat te weten. Dank u. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder De Jager. Wethouder DE JAGER: Dank u wel, voorzitter. Ik zal even kort reageren op het verhaal en het initiatiefvoorstel en dat is heel kort in de zin van het IPCC-rapport, de rapporten die worden gemaakt zijn eigenlijk historisch gezien ongeëvenaard hoeveel landen en wetenschappers daarbij betrokken zijn, dus dat is een heel hard internationaal wetenschappelijk bewijs. Vervolgens wordt daar inderdaad ook het beleid op gebaseerd, zijn de Parijs-akkoorden afgesproken en als de wetenschappers daadwerkelijk meer invloed hadden gehad in Parijs, dan zou er eigenlijk een nog een veel strenger beleid dan de anderhalve graad zijn gekomen, dat is een politiek compromis geweest daar. We hebben gewoon grote haast en hoe langer we wachten, hoe duurder het wordt. Dus we moeten gewoon heel snel aan de slag om dit allemaal te realiseren.

Dus daar is wat ons betreft geen enkele twijfel over, daar baseren wij met zijn allen, niet alleen in Nederland, ons beleid op. En wat dat betreft lijdt hetgeen de heer Van Schijndel net naar voren heeft gebracht daarbij op geen enkele manier enige twijfel over de basis waarop wij met elkaar aan de slag moeten. Dus wat dat betreft kan ik er kort over zijn en we hebben gewoon grote urgentie met elkaar, internationaal bewezen en keihard aan de slag. Het is echt een enkele seconden voor twaalf wat ons betreft. De discussie wordt gesloten. Jeugd(zorg) 40.

25

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Visiebrief Jeugd VN2024-009353 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: Motie van het lid Van Berkel inzake opnemen toetsbare parameters jeugdzorg, nr. 346.24 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - om in de toekomst bij de verantwoording over zaken die de jeugdzorg raken parameters en cijfers als uitgangspunt te nemen bij verantwoording of nieuw beleid. Motie van de leden Nadif, Van der Veen, Wehkamp, Runderkamp, Kabamba, Ahmadi en Broersen inzake culturele en genderdiverse jeugdzorg en diagnostiek, nr. 347.24 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - te bespreken met zorgaanbieders voor aanvullende jeugdhulp hoe culturele en genderdiversiteit meegenomen wordt in zorgplannen en diagnostiek, hoe zij wetenschappelijke inzichten en inzichten vanuit ervaringsdeskundigen en belangenorganisaties hierbij betrekken en hoe zij hun personeel hierop bijscholen en informeren. Motie van de leden Van der Veen, Runderkamp, Wehkamp, Krom, Broersen, Khan, Veldhuyzen en Kabamba inzake de jeugd van tegenwoordig: kwaliteit boven kwantiteit, nr.

348.24 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - om in de toekomst bij de verantwoording over zaken die de jeugdzorg betreffen niet langer enkel parameters en cijfers als uitgangspunt te nemen bij verantwoordingen, voordrachten of nieuw beleid, maar vooral aandacht te besteden aan de verhalen van Amsterdamse jongeren, hun omgeving, kwalitatieve gegevens en de input van ervaringsdeskundigen. De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van der Veen. Het lid VAN DER VEEN: Voorzitter, dank u wel. Ik dacht net met verhaal van de heer Van Schijndel, goh had ik maar zes minuten, of zeven minuten, of acht minuten om het over de jeugdzorg te kunnen hebben, maar helaas moet het in nog geen twee minuten. Ik heb toch de visiebrief ook gepiept naar de raad, aan ene kant om samen met mijn collega Nadif ook twee moties in te kunnen dienen, maar om ook eigenlijk hier in de hele raad met ook nog wel iets meer publiek vandaag nog even hierbij stil te staan. Want deze visiebrief, voorzitter, wat mijn fractie betreft maken we met deze visiebrief de jeugdzorg weer voor ons allemaal. Volgens mij ligt daar ook echt de sleutel en GroenLinks onderschrijft van harte ook de visiebrief die wethouder Moorman aan ons heeft gepresenteerd. Ik dien daarover ook een motie in en die gaat over laten we in de toekomst vooral het meer hebben over verhalen.

Ik moest bij collega Abdi ook denken aan het verhaal van Sacha wat ze net deelde, dat gaat allemaal onder onze huid zitten, wij voelen dat allemaal, en op basis daarvan komen wij misschien ook iets meer in actie. En bij het presenteren van

26

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

allerlei cijfers zijn we de hele tijd het college aan het afrekenen. Volgens mij moeten wij zelf allemaal in actie komen, volgens mij vertelt deze visiebrief dat ook. We zijn allemaal passanten in het leven van allemaal jonge mensen die om ons heen verblijven, we kunnen elke dag weer het verschil maken voor iemand om ons heen, als we maar geïnteresseerd zijn, als we maar die vraag stellen hoe is het met je, en als we maar in staat zijn om ook wat liefde te geven. Volgens mij ligt daar echt de sleutel en dat ademt ook deze visiebrief en ik dank de wethouder daar van harte voor. En ik zou haar willen vragen of zij zo meteen misschien in een klein mini-college van laten we zeggen vijf minuten ons eens even kan vertellen wat nou de kern is van deze visiebrief en wat wij bijvoorbeeld morgen allemaal anders zouden kunnen gaan doen. Want dat heeft de wethouder namelijk in de commissie ook zo prachtig verteld en ik zou het graag hier nog eens willen herhalen, van haar in ieder geval. Daarnaast is het natuurlijk nog steeds zo dat er heel veel jonge mensen ook in Amsterdam verblijven die wel degelijk ook last hebben en problemen hebben, dus is het wel degelijk nodig dat er soms ook diagnoses worden gesteld.

We dienen ook, collega Nadif dient ook een motie in samen met mij en anderen om in ieder geval ook een aantal zaken die we bij de aanbesteding hebben geregeld levendig te blijven houden en dan gaat het over culturele en genderdiverse jeugdzorg, om dat onderwerp echt bespreekbaar te maken met alle aanbesteders. (Het lid VAN BERKEL: Voorzitter, ik las in de motie van de heer Van der Veen dat hij voornemens is om dan met name te kijken naar de verhalen van de Amsterdamse jongeren en de kwalitatieve gegevens in de jeugdzorg. Maar hoe denkt hij dan het beleid binnen de jeugdzorg te kunnen toetsen?) Ik denk dat we het al vijftig jaar misschien wel op de verkeerde manier toetsen en dat het tijd is voor een verandering. (Het lid VAN BERKEL: Maar denkt de heer Van der Veen dat zonder parameters, dat we dan een helder beeld kunnen vormen van wat er speelt in de jeugdzorg?) Als het gaat over de levens van kinderen vind ik parameters echt een rukwoord eigenlijk, sorry dat ik het zeg.

Volgens mij zou het veel meer moeten gaan over kwalitatieve verhalen, waar hebben jongeren mee te maken in deze stad, waar hebben ze last van, op welke manier kunnen we deze mensen het beste helpen? (Het lid VAN BERKEL: Maar als je dus tien hele intense verhalen hebt waarbij je dus dan vervolgens het beleid gaat toetsen, dat zegt dan vervolgens niks over het gehele plaatje binnen de jeugdzorg en dat gaat hier met deze plannen volgens mij ook niet veranderen.) Daarom staat het woordje enkel er ook bij, niet enkel. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Runderkamp. Het lid RUNDERKAMP: Dank, voorzitter. En ik sluit mij geheel aan bij de woorden van de heer Van der Veen over de bespreking van de jeugdvisie in de commissie. Want ik vond het ook een mooi gesprek, het was echt een gesprek dat we het niet alleen over een volgend uitvoeringsprogramma hebben gehad maar echt over het stelsel, over de lange termijn, over de jeugdzorg. En de twee grootste lessen die ik heb meegenomen vanuit de jeugdvisie en ook vanuit het gesprek is die eeuwige cyclus, of de eeuwige, de afgelopen decennia, van de beweging naar de voorkant, dat is niet de oplossing. Het is, en mevrouw Stellaard die te

27

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

gast was in onze commissie heeft mij denk ik in die zin ook echt veranderd. Ik zeg altijd het gegeven dat in Nederland één op de acht kinderen op dit moment jeugdzorg krijgt als het falen van het stelsel. Je kan ook heel goed van een andere kant kijken, dat het gegeven dat er één op de acht kinderen jeugdzorg krijgt, dat is wat het stelsel beoogt. Als we zo erg bezig zijn met alleen maar die beweging naar de voorkant maken en verder niet verder kijken wat er echt nodig is, ja dan krijg je op een gegeven moment de situatie dat er zoals nu één op de acht kinderen jeugdzorg krijgt. Dat is niet goed, dat moet anders. En daarnaast is het ook het allerbelangrijkste om niet, je moet kinderen eerst stellen. Dus je moet niet kijken bij het kind, oké het kind heeft hulp nodig, hoe gaan we dat passen in systeem. Als het kind dan niet in het systeem past dat we dat kind dan laten vallen. Dat kan niet, je moet kijken hoe je het kind kan ondersteunen in de eigen omgeving. Ik ben dus ontzettend blij met deze brief, met de uitgangspunten dat we niet van alles een individueel probleem maken, dat we accepteren dat niet iedereen hetzelfde is en dat we het kind als uitgangspunt nemen en niet het stelsel.

En in het verlengde daarvan onderteken ik ook dus van harte de motie van de heer Van der Veen waarin hij oproept om niet al langer uitsluitend te kijken naar parameters maar ook te kijken naar de ervaringsdeskundigen en de input van de verhalen. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Wehkamp. Het lid WEHKAMP: Dank u wel, voorzitter. Ja, eigenlijk kan ik me aansluiten bij wat net is gezegd. Het is een andere manier van kijken waarbij we ook meer de samenleving willen betrekken, de sportclubs, de scholen, de kinderopvang. De zorg voor onze jeugd is iets wat we samen moeten doen en dat spreekt heel mooi uit deze visiebrief. Dus steun voor deze visie en ook dank aan de heer Van der Veen voor het indienen van de motie. Want ik denk inderdaad dat verhalen, we hebben het er gisteren al over gehad, heel erg krachtig kunnen zijn en ik steun daarom ook om te kijken van hoe kunnen dat gebruiken om ook te toetsen. Ja, hoe gaan leraren hiermee om? Want het is ook best wel spannend wat we hier aan het doen zijn. Hoe kunnen we inzicht krijgen in hoe dit gaat. En ik denk dat kwalitatieve elementen en verhalen daar heel bruikbaar in zijn. Tot slot nog een klein ander ding, het is ook de laatste raadsvergadering van onze medewerker Caroline, dus ik wil haar nog bedanken voor al haar werk. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Berkel.

Het lid VAN BERKEL: Dank voorzitter, ik heb een korte bijdrage. Eerder heeft wethouder Moorman aangegeven dat zij het proefschrift van mevrouw Stellaard verfrissend vindt. Het zit vol wetenschappelijke data waar we mee aan de slag kunnen en toch lijkt het dat een groot deel van de informatie overboord gaat. JA21 wil graag bestaand en toekomstig beleid blijven toetsen en dit kan natuurlijk het beste met wetenschappelijke data, cijfers en duidelijke parameters. Wij willen ook geen herhaling van zetten maar stellen voor om bijvoorbeeld de medewerkerstevredenheid in de jeugdzorg te toetsen, maar dit kunnen ook andere parameters naar eigen inzicht zijn die niet veel administratie opleveren of goed uit te besteden zijn. Hier heb ik dan ook een motie voor ingediend zodat we in de toekomst een zo volledig mogelijk beeld over de stand van zaken in de jeugdzorg hebben en het gemeentelijk beleid ook daadwerkelijk kunnen toetsen. Dank u wel. (Het lid WEHKAMP: Ik vraag me eigenlijk af waarom de heer Van Berkel geen vertrouwen heeft in de verhalen van mensen die hiermee te maken krijgen. Waarom we daar niet naar zouden willen luisteren?)

28

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Dat heb ik niet gezegd. Ik denk dat die verhalen zeker wel waardevol zijn. Alleen om beleid, gemeentelijk beleid in de jeugdzorg te toetsen zul je toch cijfers en data nodig hebben en dat krijg je niet met kwalitatief onderzoek alleen. (Het lid WEHKAMP: Ik heb antropologie gestudeerd en de kern van antropologie is juist inderdaad die kwalitatieve onderzoeken en dat levert heel veel informatie, ook om aan te toetsen hoewel het geen cijfers zijn. Dus ik ben het daar niet mee eens.) Ja dat kan, dat we het niet met elkaar eens zijn. Het is wel zo dat als je ook naar het proefschrift kijkt van mevrouw Stellaard, dat die doorlopende toetsing van de client, de aansluiting op de wensen van de client en het financiële plaatje, dat dat steeds weer opnieuw leidend is geweest voor beleid en dat we daar eigenlijk niks mee zijn opgeschoten. (Het lid RUNDERKAMP: Ja, ik ben even van mijn à propos door de laatste twee zinnen van de heer Van Berkel. Even het uitgangspunt van wat mevrouw Wehkamp zojuist betoogde en ook de motie van de heer Van der Veen is dus dat je niet uitsluitend kijkt naar die kwantitatieve data, dat je ook gaat kijken wat zijn nu de verhalen van de ervaringsdeskundigen en leren we ook. Als je ziet hoe het de afgelopen decennia gaat, dan blijf je een cyclus zitten van alleen maar problemen in de jeugdzorg verder naar de voorkant brengen en dat dat niet werkt.

En de heer Van Berkel zit niet in de commissie OSA dus ik had hem gegund dat hij ook de bijdrage van mevrouw Stellaard had gehoord en ook haar rapport had kunnen lezen, want dat is exact wat zij beoogt.) Er zijn een aantal dingen daarin duidelijk geworden en dat is dat dus die parameters als het gaat om aansluiting op de wensen van cliënten, dat dat steeds opnieuw als leidraad is genomen en daarnaast het financiële plaatje. Maar er zijn natuurlijk nog legio andere parameters waarop je kan toetsen. En een van die voorstellen die ik heb, die is om medewerkerstevredenheid bijvoorbeeld te toetsen. Dat zijn de zorgprofessionals, dat zijn de mensen die elke dag op dit vlak werken, die directe casuservaring hebben, dus laat hen dan aangeven wat zij nodig hebben en hoe zij het werk ervaren. (Het lid RUNDERKAMP: Ja voorzitter, mijn visie staat toch gewoon haaks op visie van de heer Van Berkel. Want ik denk dus dat je juist de kinderen in de jeugdzorg die hulp nodig hebben, dat je die als uitgangspunt moet nemen en niet medewerkerstevredenheidsonderzoeken. En dat het in het stelsel hoe we nu hebben geregeld, dat we alleen kijken, past het kind ergens in en als het kind ergens niet inpast, dan is het we kunnen niet helpen, we kunnen niks doen. Je moet kijken voor het kind wat is het beste, hoe kan je het kind ondersteunen in de eigen omgeving.

Dat is de kern van mevrouw Stellaard, dat is ook de kern van de jeugdvisie die we vandaag bespreken.) Ik denk als je inderdaad uitgaat van het belang van het kind, wat altijd hier zou moeten spelen natuurlijk, dan is juist de medewerkerstevredenheid, het werkplezier, de middelen die zij hebben in de jeugdzorg om hun werk goed te kunnen doen, die informatie die zij hebben over de verschillende casussen, die is heel waardevol en daar moet je juist dan onderzoek naar doen. Waarmee je dus vervolgens ook het beleid kan toetsen, want dat zijn cijfers en data. Anders krijg je een onmeetbaar succes als je zelf vindt dat het goed gaat. (Het lid RUNDERKAMP: Ja tot slot, ik constateer dat we er niet uitkomen. Ik zou het kind als uitgangspunt nemen en niet medewerkerstevredenheidsonderzoeken.)

29

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Ja, volgens mij heb ik ook gezegd dat we altijd het kind als uitgangspunt moeten nemen. Maar zonder data, zonder parameters, kunnen we niet met de wethouder in gesprek over verbeteringen of verslechteringen in de jeugdzorg. Want met alleen kwalitatieve verhalen komen we er niet mee. (Het lid WEHKAMP: Ja, ik heb het boek van Sharon Stellaard gekocht, en ik ben nog niet helemaal tot het einde gekomen, maar wat zij heeft gedaan is ook wetteksten onderzocht, gewoon kijken wat is er gezegd. En dat is ook kwalitatief onderzoek. Dus eigenlijk zegt u, je moet het kwantitatief hebben maar Sharon Stellaard heeft zelf ook kwalitatief getoetst.) Ja onderzoek bestaat meestal uit kwantitatief, kwalitatief onderzoek. Alleen punt is dat als je nu met alle zorgen die er zijn binnen de jeugdzorg met de enorme tekorten aan personeel, met het enorme verloop, dan moet je dus iets gaan doen om te kijken hoe kunnen we dit verbeteren. En daar zul je toch cijfers en data voor moeten hebben en niet alleen de ervaringsverhalen van de cliënten. (Het lid WEHKAMP: Heel kort, wij zeggen niet gebruik helemaal geen data. Het gaat juist om het kind centraal stellen en luisteren naar die verhalen.

En daar gaat de motie van GroenLinks en anderen ook over.) Vlak voor de vergadering heb ik gezien dat de motie ook is aangepast enigszins, want het woordje enkel bij het kwalitatieve onderzoek, enkel als leidraad te gebruiken, waarvoor eerst er stond dat we parameters en kwantitatief onderzoek niet meer gebruiken, maar dat we vooral naar kwalitatief onderzoek alleen nog maar kijken. En dat is de reden waarom wij zeggen van, dat vinden wij heel onwenselijk want als je verbeteringen wil in de jeugdzorg zijn wij van mening dat je toch cijfers en data nodig hebt. Anders kan je ook niet toetsen en dan weet je niet welke ontwikkelingen er precies gaande zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. Wethouder MOORMAN: Voorzitter, dank u wel. En voorzitter, ik wil de commissieleden, alle leden, nadrukkelijk danken voor de wijze waarop ze met deze visiebrief omgaan. Want het werd net al gezegd door het lid Wehkamp, het is best spannend, het is echt een andere manier van kijken naar de jeugdzorg, wat we eerder wel hebben gepoogd maar wat niet is gelukt.

En door het echt met zijn allen op een andere manier te gaan doen willen we echt verbeteringen in de jeugdzorg krijgen, met name voor de kinderen, de jongeren, maar ook de gezinnen die daaromheen zitten, omdat we gewoon zien dat er te veel niet goed gaat in de jeugdzorg, ondanks, en ik vind dat wel heel belangrijk om ook te onderstrepen, het enorme goede en harde werk wat door de jeugdzorgmedewerkers wordt gedaan. Want iedereen zit met hart en ziel in het werk, iedereen wil het goede doen, maar we zien ook dat te veel mensen daarin vastlopen. In eerste instantie natuurlijk de jongeren en de gezinnen, maar zeker ook jeugdzorgmedewerkers. En voorzitter, ik ben de commissie echt dankbaar dat ze tot zich door hebben laten dringen wat er nou wordt beoogd in de visiebrief, dat ze hebben geluisterd naar Sharon Stellaard die natuurlijk een heel belangrijk proefschrift heeft geschreven wat ook onder de visiebrief ligt. De commissie heeft mevrouw Stellaard ook uitgenodigd, haar uitgebreid bevraagd, en ik merk ook dat in de vragen en de wijze waarop er hier met elkaar wordt gesproken, de commissie zich daar echt heel veel door heeft laten inspireren, laten beïnvloeden, daar echt kennis van heeft genomen, ondanks dat dat betekent dat we alle antwoorden nog niet hebben.

En dat vind ik knap van de raadsleden, want we zijn geneigd om alles altijd zeker te willen weten, het liefst zo snel mogelijk. Er gaan dingen niet goed en

30

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

als er ergens iets niet goed gaat zoals in de jeugdzorg, dan voelt dat echt heel erg verschrikkelijk, dan willen wij onmiddellijk handelen, dan moet er onmiddellijk een oplossing voor worden gevonden. Maar dat heeft juist geleid in de afgelopen vijftig jaar, en dat laat Sharon Stellaard heel duidelijk zien in haar proefschrift, tot keuzes die uiteindelijk jongeren, gezinnen en kinderen niet verder hebben geholpen. En voorzitter de heer Van der Veen heeft mij gevraagd om daar dan een minicollege van vijf minuten over te geven. Ik zou dat natuurlijk dolgraag willen doen. Sterker nog, ik krijg niet vaak zo'n uitnodiging want als mensen het over mijn wijze van debatteren hebben, dan krijg ik nogal eens kritiek dat ik te veel college sta te geven, dat ik toch te veel die wetenschapper ben gebleven die staat te oreren voor de collegezaal. Ik zie de heer Wijnants daar hartgrondig bij knikken. Dus ik voel me enorm uitgedaagd en tegelijkertijd zie ik de voorzitter ook schudden met zijn hoofd, want hij weet ook dat vijf minuten snel tien minuten kunnen worden. Maar laat mij daar dan één ding gewoon uithalen, want het is een uitgebreide brief van twintig pagina's en ik kan u verzekeren, daar hebben we nog heel veel aan zitten schrappen, daar had nog veel meer kunnen staan, maar daar hebben we ook heel erg lang over gedaan.

We hebben daar echt negen maanden lang met heel veel deskundigen, uiteraard in eerste instantie ervaringsdeskundigen, maar zeker ook professionals, mensen uit het veld, onze eigen ambtenaren, wetenschappers, over gesproken. Maar één ding staat echt centraal en dat is het belang van jongeren, kinderen, gezinnen eerst. En dat klinkt zo ongelooflijk logisch, iedereen zal zeggen ja daar is toch iedereen het mee eens. Maar als je kijkt naar de manier waarop er op dit moment in onze samenleving wordt gewerkt, dan zie je dat het belang van kinderen heel vaak niet eerst staat, niet voorop staat. Misschien wel in de jeugdzorg, maar in al die aanpalende domeinen daaromheen niet. En dat betekent dat de samenleving heel vaak faalt en dat de jeugdzorg een vangnet wordt voor die falende samenleving. En uiteindelijk wil de jeugdzorg die kinderen dan niet laten vallen op de grond, en dat betekent dat inmiddels één op de zeven kinderen een vorm van jeugdzorg heeft, één op de zeven kinderen. En dan kom ik bij de opmerking van de heer Van Berkel, want ik begrijp hem eigenlijk heel erg goed en ik heb dat eerder ook al gezegd tegen de heer De Jong. Want dat is het denken waarin we inderdaad heel veel zitten. Wij willen het meetbaar maken, wij willen zien wat er gebeurt.

Dat is vanuit de beste intenties, want ik ben ervan overtuigd dat de heer Van Berkel net als alle andere raadsleden het allerbeste wil voor onze kinderen en voor onze jongeren. Daar is geen verschil van inzicht in. Maar hoe duid je nou zo’n cijfer? Eén op de zeven kinderen. Ik denk dat de meeste mensen zeggen, ja dat is belachelijk, dat is veels te veel, waarom hebben zoveel kinderen jeugdzorg nodig. Maar deze kinderen krijgen het wel en wat zou er gebeuren als ze het niet zouden krijgen. Wat betekent eigenlijk een cijfer als medewerkerstevredenheid? Ik snap het, ik wil ook heel graag dat alle medewerkers tevreden zijn in de jeugdzorg. Maar je zag bijvoorbeeld dat er een veels te grote caseload was. Wat gebeurt er vervolgens? Dan wordt de caseload verminderd, dat is hartstikke goed, dan zijn de medewerkers meer tevreden en de wachtlijsten stijgen. Want de medewerkers hebben een kleinere caseload, dus we hebben meer tevreden medewerkers en een langere wachtlijst. Dan zegt u vervolgens, ja maar die wachtlijst dan. En wat ik daarmee wil aangeven, als wij ons blindstaren op een aantal indicatoren dan doen we steeds de verkeerde dingen. Het helpt alleen maar als we kijken naar het totaal.

En dan heeft de heer Van Berkel natuurlijk gelijk dat we dit soort indicatoren moeten meten, alle jeugdzorginstellingen in Amsterdam meten medewerkerstevredenheid, dus de heer Van Berkel kan gerust zijn, hier wordt gewoon naar gekeken. En we gaan bijhouden

31

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

hoe lang de wachtlijsten zijn. Sterker nog, wij hebben daar enorm in versterkt en de commissie weet dat ook, wij hebben veel meer data die wij vroeger helemaal niet hadden. We zijn bezig met de Aanpak Wachtenden, waardoor we ook weten wat er gebeurt bij de wachtenden en hoe we dat zo goed mogelijk kunnen inzetten. Maar wat ik verstandig vind van een heel groot deel van de raad die de motie van de heer Van der Veen ook heeft ondertekend, is dat dat niet het enige moet zijn waarnaar we kijken. Omdat als we dat steeds doen we zien wat er is gebeurd in de afgelopen jaren, een stijging van de kosten in de jeugdzorg met zeven procent elk jaar weer al vijftig jaar lang. Dat is een heel erg voorspelbaar patroon. En dan kunt u nog zeggen, ja ik vind die kosten eigenlijk niet zo probleem. Het is wel een probleem, want er komt een enorme bezuiniging aan vanuit het rijk. Maar wat eigenlijk vooral het probleem is dat jongeren en kinderen gewoon niet krijgen wat ze nodig hebben. Ze krijgen niet de aandacht, niet de zorg, niet de liefde die ze eigenlijk nodig hebben.

En dat betekent dat als we dat belang van kinderen eerst gaan stellen, dat we op een andere manier moeten gaan werken, dat we veel meer moeten accepteren dat het leven niet altijd maar zo maakbaar is als we denken en dat we kinderen moeten lief hebben zoals ze zijn en dat we ze een plek moeten geven in de omgeving zoals ze zijn, dat we onderwijs inclusiever moeten maken, dat we ouders beter moeten ondersteunen op een moment dat ze in een scheiding zitten, dat we misschien wel gewoon relatietherapie moeten gaan vergoeden. Al die dingen die we niet zien in die cijfers, want dat komt niet naar voren in een cijfer als medewerkerstevredenheid, maar die uiteindelijk wel gaan helpen in het belang van het kind. En daarom, voorzitter, en ik zie de heer Van Berkel zijn hand opsteken, denk ik dat u elkaar heel goed kan vinden in deze zaal. Ik denk dat de heer Van Berkel terecht zegt, maar gaan we dan ook nog die cijfers bekijken? Mijnheer Van Berkel, uiteraard. In elke prestatiedialoog die wij hebben kijken we naar de cijfers. En tegelijkertijd vind ik het heel verstandig dat de raad zegt, laten we alsjeblieft ook breder kijken dan dat.

(Het lid VAN BERKEL: Voorzitter, ik wilde de wethouder vragen, is zij het met ons eens dat het uiteindelijk ook in het belang van al die kinderen is dat er continuïteit is in hun zorg en dat je dat dus bereikt door middel van medewerkerstevredenheid? Dus als je die mensen kunt binden, dat ze zich gezien voelen, dat hun expertise ingezet kan worden vergaand. Want zij zijn degenen die te maken hebben, zij zijn de professionals, zij zijn degenen die zien wat er speelt en welke problematiek er is. Dus als je dat in kaart brengt, en de wethouders zegt zelf al er zijn al heel veel gegevens over, verzamel ze en laat zien wat de stand van de jeugdzorg is daarmee.) Voorzitter, maar die cijfers zijn er. Dus de heer Van Berkel verandert hiermee niks met deze motie aan de gegevensverzameling die er allang is. Want de heer Van Berkel veronderstelt te veel dat die cijfers er niet zijn. Het pleidooi wat ik hier probeer te houden, maar wat ik ook terug hoor in de raad, is laten we ons daar niet op blindstaren en ons daartoe beperken. Want het gevolg daarvan is dat we eigenlijk niet goed weten wat we aan het doen zijn.

Wat zegt een cijfer als medewerkerstevredenheid? Goed leiderschap, een lagere caseload, of vooral kunnen doen waarvoor je eigenlijk de jeugdzorg bent ingegaan, namelijk kinderen daadwerkelijk helpen, maar dat betekent dus dat het onderwijs ook meedoet, dat de volwassen GGZ ook meedoet, dat de samenleving ook meedoet, dat het tuchtrecht misschien op een andere manier ingezet gaat worden. Al die dingen drukken op medewerkerstevredenheid. Dus als ik u alleen maar een cijfer presenteer over medewerkerstevredenheid, dan zegt het nog helemaal niks over alles wat erachter ligt. En ik vind het zo belangrijk dat wij met elkaar in onze samenleving, en u bent daar de

32

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

vertegenwoordiger van, dat wij dat bredere gesprek met elkaar voeren. En niet alleen maar op een indicator, want die indicatoren hebben we allang, dat doen we al vijftig jaar, en elke keer precies hetzelfde en het effect zien wij ook. En dan komen we er niet. (Het lid VAN BERKEL: Voorzitter, wat ik de wethouder niet hoor zeggen over die cijfers die volgens haar dan als het gaat over medewerkerstevredenheid zo weinig zeggen, maar de zorgprofessionals werken met de regelgeving, die weten of het werkt, die werken met de middelen die hen aangereikt worden om hun werk te kunnen doen, die zien dus of de kwaliteit van de jeugdzorg, of die verbetert, of die goed is of slecht. En dat zijn hele waardevolle gegevens. Dus om zomaar te zeggen dat zegt heel weinig, dat kan toch niet? Alleen kwalitatief onderzoek, wat zegt dat dan volgens de wethouder?) Voorzitter, ik zeg juist er is zoveel meer achter het cijfer dan alleen maar het cijfer. En daarom vind ik het zo ontzettend belangrijk dat we dat bredere gesprek voeren. Nogmaals voorzitter, het is geen enkel probleem om met elkaar naar de cijfers te kijken, dat doen we voortdurend, in elke prestatiedialoog die wij voeren hebben we de cijfers over de wachtlijsten, kijken we naar medewerkerstevredenheid, weten we hoeveel cliënten er precies behandeld worden. Maar ik vind wat daarachter ligt nog zoveel belangrijker.

Dus hoe kan een professional werken? Heeft een professional, het staat ook duidelijk in de visiebrief, heeft de professional de ruimte om erbij te blijven, om niet los te laten, om anderen erbij te kunnen betrekken? Heeft de professional de dekking van zijn leidinggevende om soms net een stapje verder te gaan? Heeft de professional de ruimte om niet alleen maar in de protocollen te werken maar juist te kunnen handelen in het belang van het kind? Al dat soort gesprekken slaan dood als we alleen maar naar een cijfer gaan kijken. Ik zou het nog één keer willen proberen dan, voorzitter. Wat ik moeilijk vind aan de motie van de heer Van Berkel is dat er staat als uitgangspunt, want dan gaat het echt mis. Ik zou willen nemen als uitgangspunt, het belang van het kind. En als we vanuit dat belang gaan kijken, dan kunnen we alle gegevens erbij nemen. Maar staart u zich niet blind op een cijfer, maar kijk vooral naar de wereld daarachter. (Het lid VAN BERKEL: Voorzitter, het enige wat ik daar nog aan toe wil voegen is dat ik in de motie ook kan toespitsen dat het uitgangspunt altijd het kind zou moeten zijn. Maar dat lijkt mij logisch.) Voorzitter, ik wil niet overbodig daarin herhalen maar ik denk eerlijk gezegd dat de werelden misschien wel dichter bij elkaar lijken te liggen dan we denken.

Het sturen op data alleen lijkt mij heel onverstandig, want we hebben gezien waar dat toe leidt, maar het blijven ophalen van data en dat ook blijven bespreken met elkaar, aangevuld met al die andere dingen die heel noodzakelijk zijn om het goede te doen, volgens mij kunnen we elkaar daar in vinden, voorzitter. Dan heb ik nog, want het lijkt mij duidelijk dat ik minder positief ben over motie 346 en motie 348 een hele mooie bekrachtiging vindt van, en ook een dappere bekrachtiging vindt van de raad. En dan heb ik nog motie 347, die is van de leden Nadif en Van der Veen en dat gaat over het cultuursensitief werken. Ja voorzitter, ik zou daarbij kunnen zeggen uiteraard gebeurt dat maar ook daarin denk ik het is een mooie bekrachtiging van de dingen die we belangrijk vinden, dus positief. De discussie wordt gesloten. Afval en Reiniging

33

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

41. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de maatregelen tegengaan misbruik inzamelvoorzieningen door bedrijven en (bedrijfsmatige) grofdumpingen VN2024-008933 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: Motie van de leden Noordzij, Van Munster en Lust inzake bedrijfsmatige grofdumpingen, nr. 349.24 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - jaarlijks de inventarisatie van probleemlocaties van grofdumpingen te laten terugkeren; - waar mogelijk en bekend in deze inventarisatie aandacht te besteden aan de herkomst van de dumpingen; - hier in het bijzonder aandacht aan te besteden in locaties aan de randen van de stad. De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Noordzij. Het lid NOORDZIJ: Dank u wel, voorzitter. Grofdumpingen aan de randen van de stad door bedrijven uit omliggende gemeentes, het gaat eigenlijk gewoon over bewoners uit de Kadoelenhof, uit de Molenwijk, die ik de afgelopen tijd heb gesproken en die het afval, het grof afval in hun wijk keer op keer zien opstapelen. Ze vertellen over bedrijven uit omliggende gemeentes waar geen open inzamelsysteem is die hun rotzooi bij deze Amsterdammers op de stoep dumpen.

En ik hoorde ook vaak over het gevoel niet gezien te worden door de gemeente, dat het stadhuis, de gemeente, zo op afstand staat en dat het ook maakte dat er niet zo snel een mailtje of een tweet gestuurd wordt. Maar juist voor die Amsterdammers moeten we geloof ik ook extra zichtbaar zijn en ervoor zorgen dat de problemen in die wijken ook niet achter blijven liggen maar prioriteit krijgen die ze verdienen. Ik dien dan ook graag de motie in om beter zicht te krijgen waar dat afval vandaan komt door probleemlocaties van grof afval jaarlijks terug te laten keren juist in die gebieden aan de rand van de stad waar een van de grootste oorzaken van het afvalprobleem uniek is, te vaak vergeten en te vaak onbesproken, maar daarmee niet minder urgent. En ja, dat is soms best moeilijk de herkomst van het grof afval te achterhalen. Dat maakte het niet makkelijk om dit in de jaarlijkse inventarisatie te laten terugkeren, maar met de ontwikkelingen in de verzameling van data en de enorme hoeveelheid kennis bij onze stadsreiniging heb ik het vertrouwen dat we snel meer gaan zien. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren. Wethouder VAN BUREN: Dank u wel, voorzitter. Grofdumpingen zijn natuurlijk een doorn in het oog voor veel bewoners, dat ben ik zeker met de heer Noordzij eens.

Maar ik wil hier ook benadrukken dat het ook een doorn in het oog is van afvalinzameling zelf, natuurlijk. En meer inzicht in plekken en typen, dat helpt natuurlijk ook grofdumpingen tegen te gaan en de overlast tegen te gaan. Het is als gebiedsopgave ook geprioriteerd in de afvalplannen van stadsdeel Zuidoost, Noord, Oost en West en deze motie sluit ook aan op

34

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

de aanpak, waarbij het mandaat wel bij het dagelijks bestuur van het stadsdeel ligt. Maar ik wil deze motie ook positief preadviseren. De discussie wordt gesloten. Afval en Reiniging 42. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Een schonere en afvalvrije stad, zomer 2024 VN2024-010283 De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: Motie van de leden Havelaar, Van Munster en Krom inzake veilig en menswaardig statiegeld verzamelen in de zomer, nr. 299.24 Verzoekt het college: - vanwege het zomerseizoen zo snel als mogelijk te zorgen voor een voorziening die het mensen die statiegeld blikjes en flesjes zoeken op drukke dagen in parken makkelijker maken.

Te denken valt bijvoorbeeld aan een proef met het plaatsen van speciale minicontainers waar duidelijk op vermeld staat dat deze voor statiegeld artikelen zijn zodat mensen die hun statiegeld blikjes willen doneren deze hierin kunnen deponeren zodat statiegeldverzamelaars ze hier veilig en schoon uit kunnen halen; het plaatsen van dergelijke speciale containers kan veilig, goedkoop en snel en binnen het huidige afvalproces; - bij het slagen van een proefopstelling deze spoedig op te schalen naar andere parken, zodat tijdens de zomer we een start maken met een menswaardige en veilige wijze van statiegeld verzamelen; - met HVO Querido, Leger des Heils en vergelijkbare instellingen in gesprek te gaan over het op menswaardige en veilige wijze (grootschalig) inzamelen van statiegeld materiaal op drukke momenten zoals op mooie dagen en bij festivals; - bij deze gesprekken ook de verpakkingsindustrie een plek aan tafel te geven. Motie van de leden Lust, Veldhuyzen en Garmy inzake de vervuiler betaalt voor het afval dat wordt opgehaald, nr.

325.24 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - prijsdifferentiatie van afvalstoffenheffing te onderzoeken op basis van het aantal mensen dat staat ingeschreven op een adres; - hierbij in ieder geval twee varianten te onderzoeken namelijk: 1) het aantal ingeschreven personen op een adres en 2) het aantal ingeschreven 18+’ers op een adres; - hierbij uit te gaan van budgetneutraliteit waarbij er dus geen inkomstenverlies of opbrengstverhoging is vergeleken met de huidige situatie; - de effecten van deze differentiaties op betaalbaarheid voor eenpersoonshuishoudens, 2-persoonshuishoudens tot en met npersoonshuishoudens alsmede de administratieve lasten en uitvoerbaarheid te onderzoeken. De moties maken deel uit van de beraadslaging.

35

Jaar

2024

Vergaderdatum 18 juli 2024

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

De VOORZITTER het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR: Ja voorzitter en ik start graag met de belachelijke motie die D66 ingediend heeft, namelijk een gezin- of studentenhuisboete voor afval. De motie wil onderzoeken of grotere huishoudens nog meer afvalbelasting moeten betalen, terwijl deze al hoog is en de stad niet schoon. En voorzitter, afval veroorzaken is een gevolg van een levensstijl, niet van een huishoudsamenstelling. Het is niet afhankelijk van je huishouden hoeveel afval je veroorzaakt, maar wat je weggooit en wat voor soort boodschappen je doet. En een college en partijen die circulariteit voorstaan, dat die met zo'n motie komen, daar schrik ik van. Dus ik roep iedereen die een beetje een circulair en gezinsvriendelijk geweten heeft op om tegen de motie te stemmen. De verdachtmaking dat gezinnen veel afval veroorzaken vind ik verkeerd. Voor de rioolheffing zou je het nog kunnen zeggen, ook al is dat ook vaak een gevolg van levensstijl. Voorzitter, dan de toezegging en de brief die gisteren in de dagmail zat, dat die verstuurd gaat worden nog voor dit weekend in het Centrum, daar ben ik hartstikke blij mee. Tenslotte voorzitter, nog een motie over de parken. Op mooie dagen, eindelijk zoals deze, zitten de parken vol met duizenden mensen die lekker aan de Aperol Spritz of de Freddy’s zitten, veel blikjes verdwijnen in de containers die er al staan.

Fijn dat die containers er zijn maar de statiegeldverzamelaars moeten onder toeziend oog van velen daar het uitscharrelen met alle gevolgen van dien en daarom heb ik een motie die dat in ieder geval veel menswaardiger mogelijk moet maken. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Munster. Het lid VAN MUNSTER: Dank, voorzitter. Ja soms hebben je woorden een onbedoeld effect, want zoals De Telegraaf zei had ik schijnbaar een bevlogen bijdrage in de commissie, en ik heb de heer Nijssen nog een appje gestuurd, maar een uur later stuurde hij een bericht, zoek het lekker uit, ik ga naar Oostzaan. Bedankt mijnheer Van der Kamp, ik kijk uit naar de fles wijn, graag gedaan. Nee, alle gekheid op een stokje, voorzitter, ik ben heel blij met de brief die voorlag, heb ik in de commissie al over gesproken, met name grofvuil op afspraak, dat lijkt me echt een zegen voor de stad we dat gaan doen. Ik ben ook positief over de twee moties, de motie met dank aan collega Havelaar, beperkt zich nu tot de parken maar wellicht gelijk het voorbeeld in Kopenhagen zouden we dat misschien wel op termijn stadsbreed kunnen uitrollen. Maar laten we beginnen met de test in de parken. En de motie van collega Lust, ik denk dat het heel goed om dat is te onderzoeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14509201/1