CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20240417 SED conceptverslag

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 22 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SED d.d. 17 april 202416.888 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het lid stelt dan ook voor om de aanbesteding van de dagbesteding hierbij te betrekken. Er zijn problemen geweest met onder andere de Kwekerij. Dat zijn echter juist de plekken waar mensen die geen werknemersvaardigheden hebben, tot hun recht kunnen komen. Het lid stelt voor om te zoeken naar een, net als bij belastingontwijking (waar dat ook mogelijk is), juridisch geitenpaadje. Het lid NAMANE gaat in op de begeleiding, in het bijzonder van mensen die niet of nog niet aan de slag kunnen, met aandacht voor het welzijn van mensen. Het vinden van betaald werk kan daar deel van uitmaken. Participeren is meedoen. Daar hoort ook vrijwilligerswerk bij. Hoe denkt de wethouder over het centraal vaststellen van welzijn in de begeleiding? Verder worden gesproken over het meetbaar maken van zaken, bijvoorbeeld uitstroom naar werk, maar ook over criteria op het gebied van welzijn. Draagt de dienstverlening van de gemeente daaraan bij? En is de gemeente daar succesvol in? Er is al een goede start gemaakt door partijen erbij te betrekken. Het lid stelt voor om ook de direct betrokkenen, de bijstandsgerechtigden met een arbeidsbeperking, mee te nemen. Het lid KABAMBA is het eens met de woorden over participatie op basis van welzijn. Sommigen willen graag werken, maar weten niet hoe.

Het lid vraagt naar maatregelen om mensen op een empathische manier te stimuleren en verwijst daarvoor naar de werkwijze van het Werkstation in Rotterdam. Het lid PERDOK is het eens met de wethouder dat ervaringskennis van de partners belangrijk is bij het vormgeven van nieuw beleid. Daarbij worden vele organisaties betrokken. Deze organisaties richten zich echter voornamelijk op volwassenen. Wellicht dat ook jongerenorganisaties hierbij betrokken moeten worden, bijvoorbeeld Jongeren in de bijstand. Jongeren vinden andere zaken belangrijk dan volwassenen. Ook het lid Perdok vindt dat niet alleen de focus moet liggen op werk, maar ook op vrijwilligerswerk en dagbesteding. Participatie is een goed middel om weer het gevoel te krijgen onderdeel uit te maken van de maatschappij. Wethouder GROOT WASSINK prijst de bijdrage van het lid Namane. Zij verwoordde precies wat hij gaat doen. Als werken mogelijk is, moet daarop worden ingezet. Voor anderen, voor wie dat niet is weggelegd, is het voorliggende het nieuwe beleidskader. Daar is aandacht voor een andere manier van participatie en hulp (overigens zonder verplichte tegenprestatie). Welzijn is een belangrijk aspect in dit beleidskader. Daarbij is ook aandacht voor dagbesteding. Participatiebeleid is niet

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

aanbestedingsplichtig. Er hoeft dus niet gezocht worden naar geitenpaadjes. Als dagbesteding een uitkomst is, valt dat buiten het participatiebeleid van de gemeente. De PvdA stelt voor om mensen op basis van bepaalde profielkenmerken uit te nodigen voor een onderzoek. Dat raakt echter de grenzen van privacy. De wethouder zegt toe om samen met Bijstandsbond onderzoek te doen naar mogelijkheden om ervaring en deskundigheid breder in te zetten voor het opstellen van nieuw beleid. Het lid NAMANE stelt voor om om de organisaties heen te kijken naar deskundigen, vooral bij groepen die wat minder vertegenwoordigd zijn, als dat mogelijk is. Wethouder GROOT WASSINK is het daarmee eens, maar verwijst ook naar de capaciteit versus opbrengst. Je kunt niet uitrekenen hoeveel participatie uitspaart. De effecten moeten zo goed mogelijk in beeld worden gebracht, maar je kunt het niet tot achter de komma uitrekenen. De samenwerking met Sociale Basis en lokale en buurtinitiatieven is heel belangrijk. Ook op stadsdeelniveau wordt samengewerkt met verschillende organisaties. De wethouder kondigt aan na te denken over samenwerking met religieuze instellingen. Buurtbanen is voor mensen die al een stap hebben gezet in de richting van betaald werk. Ook mensen die tegen hun pensioen aanzitten, zijn niet de doelgroep. Het gaat om mensen voor wie betaald werk op dit moment (nog) niet is weggelegd.

Ze kunnen bijvoorbeeld vaardigheden opdoen bij een lokale partner, waarna ze misschien wel een (zij het beperkte) stap richting een passende werkplek kunnen zetten. Maar betaald werk is niet een doel op zich. Als een jongere niet de stap richting betaald werk kan zetten, is er serieus iets aan de hand. Dergelijke jongeren (tot 27 jaar) vallen vaak binnen een ander begeleiding. De wethouder zegt toe de suggestie van lid Perdok mee te nemen en daarover te rapporteren. Het lid ALBERTS pleit voor ontschotting, zodat ook zaken als dagbesteding kunnen worden meegenomen. Het lid PERDOK is van mening dat jongeren ook willen aanhaken in de maatschappij. Wethouder GROOT WASSINK vindt die laatste opmerking terecht. Als het participatiebeleid ook voor jongeren relevant is, zal dat zeker niet worden uitgesloten. Hij zegt toe dit mee te nemen in de uitwerking. De wethouder legt uit dat er aandacht is voor ontschotting, onder andere door de contacten met het sociale domein en bijvoorbeeld met partijen die dagbesteding aanbieden. Maar ontschotting is moeilijk te realiseren, mede gezien de verschillende financieringsstromen en de verschillende instrumenten, soorten begeleiding en voorzieningen. Dit onderwerp leeft ook binnen de VNG. De VOORZITTER stelt vast dat er geen vragen meer zijn en sluit de bespreking van dit onderwerp af.

Gemeentelijk Vastgoed 13 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over ruimtes voor maatschappelijke voorzieningen (VN2024-004037) De VOORZITTER deelt mee dat het CDA aandacht heeft gevraagd voor migrantenkerken. Die staan onder druk door herontwikkeling van plekken in de stad. Het lid BADAL stelt vast dat de wethouder welwillend staat tegenover de aanpak van dit probleem. De religieuze genootschappen spelen vaak een belangrijke rol in de buurt. Zij bieden steun aan Amsterdammers die de overheid niet altijd kan bieden. In het initiatiefvoorstel Voldoende ruimte voor maatschappelijke organisaties en buurtgroepen is

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

een paragraaf opgenomen met aandacht voor de vraag naar ruimte voor religieuze organisaties. De indieners van het voorstel zien een bestuurlijke reactie graag tegemoet. Deze organisaties bevorderen de sociale cohesie en bieden hulp aan kwetsbare groepen. Daar moet ruimte voor gemaakt worden. Kan de wethouder ervoor zorgen dat MCTC haar belangrijke werk voor stadsdeel Zuidoost kan blijven voortzetten? Het lid KABAMBA heeft eerder met de wethouder gesproken over MCTC. De NOS heeft een uitzending besteed aan de problemen van migrantenkerken in Amsterdam. In de brief wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke voorzieningen en de kerkvoorzieningen. Op welke manier worden de kerkvoorzieningen meegenomen in de zoektocht naar nieuwe ruimten? Krijgen ze voor 2025, als ze de locaties moeten verlaten, duidelijkheid? Wethouder GROOT WASSINK spreekt van een ingewikkelde puzzel, want ook bijvoorbeeld buurtplatformrecht en vele andere organisaties zijn op zoek naar ruimten. De beschikbaarheid van de locatie is verlengd tot 1 juli 2025. Er wordt nagedacht over de opname van een referentienorm in de Uitbreidende stad, maar de wethouder is niet bereid om de verplichting op zich te nemen om hier ruimten voor ter beschikking te stellen. Hij prijst de grote maatschappelijke functie van de kerkvoorzieningen, maar moet in brede zin een afweging maken.

Dat zorgt altijd voor teleurstellingen. Dat is de huidige situatie. Het lid BADAL beaamt dat maatschappelijke organisaties belangrijk zijn, maar benadrukt ook de maatschappelijke functie van de religieuze organisaties. De maatschappelijke functie is belangrijker dan de religieuze functie, maar hun belang voor de maatschappij kun je niet zomaar wegcijferen. Hij stelt dan ook voor om samen te werken met andere partners, zoals in de Bijlmervernieuwing. Wethouder GROOT WASSINK betwist niet de maatschappelijke meerwaarde van religieuze organisaties. Hij moet echter een brede belangenafweging maken. Er is geen plek voor een uitzonderingspositie. Ook de raad vraagt regelmatig om locaties, bijvoorbeeld voor de opvang van daklozen. Hij kan dan ook niets beloven. De ene functie is niet belangrijker dan de andere. Dat vergt een zorgvuldige afweging. Het lid BADAL deelt de uitgangspunten van de wethouder en ziet uit naar iets wat hanteerbaar is, zoals ook bij de vernieuwing van de Bijlmermeer het geval was. Wethouder GROOT WASSINK hoopt dat, maar kan niks beloven. Het lid KABAMBA merkt op dat deze migrantenkerken groeien. Het is een groeiende groep, in tegenstelling tot religieuze groeperingen. Wethouder GROOT WASSINK vindt groei geen reden voor voorrang. Dan zou de groeiende groep daklozen ook meer aandacht moeten krijgen.

De VOORZITTER bedankt de wethouder voor zijn aanwezigheid en sluit dit middagdeel af. In de avondsessie worden de onderwerpen met wethouder Mbarki besproken. Hij schorst vervolgens de vergadering tot 19.30 uur. Jongerenwerk 3 Bekrachtigen van de wijziging van de VloA 2019 in verband met de Voorziening Jongerenwerk in School (VN2024-003883) De VOORZITTER heropent de vergadering om 19.30 uur. Er is verzocht om agendapunt 15 van de agenda af te voeren. De commissie stemt daarmee in. De raad wordt gevraagd om een wijziging in de vordering op het lokaal onderwijsbeleid Amsterdam 2019 te bekrachtigen. Het gaat om een toevoeging van de

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

voorziening voor jongerenwerk in scholen. Het lid BELKASMI merkt op dat het niet ongebruikelijk is in Amsterdam dat een groep jongeren, zoals onlangs, op de vuist gaat. Hij schrok wel van de beelden die daarover circuleren. Ruzies tussen jongeren lijken veel gewelddadiger te worden. Sommige confrontaties eindigen in explosies, zoals onlangs in de Vogelbuurt. Jongerenwerkers hebben een belangrijke rol in het verbinden en het signaleren en bovenal bieden ze jongeren perspectief en hebben aandacht voor talentontwikkeling. Er moet meer aandacht komen voor de gewelddadigheden. Dat moet al op de basisschool. Daar moet geïnvesteerd worden in talentontwikkeling. Daarom heeft de PvdA samen met enkele andere fracties een motie ingediend waarin gevraagd wordt om een onderzoek naar de mogelijkheden. Daarbij is het van belang om hierbij ook het PO te betrekken. De PvdA heeft de volgende vragen om het kinderwerk en het jongerenwerk ook op de basisschool te positioneren.

 Welke mogelijkheden zijn er vanuit het masterplan om in het primair onderwijs ook in te zetten op kinder- en jongerenwerk?  Zijn er kansen om de verbinding tussen kinderwerk en jongerenwerk en scholen te maken en te versterken?  Welke mogelijkheden heeft het samenwerkingsverband PO om hieraan bij te dragen?  De stadsdeelbestuurders herkennen en begrijpen het beeld, maar tegelijkertijd kiezen de stadsdelen niet voor een verbinding met het primair onderwijs. De fracties roepen de wethouder op om dit alsnog te realiseren.  Met het wegvallen van het Nationaal programma onderwijs gaat er relatief gezien minder geld naar jongerenwerk. Welke gevolgen heeft dit? Het lid YACOUBI vindt dat alle jongeren in Amsterdam toegang moeten hebben tot de ondersteuning. Zij moeten kansen krijgen om te floreren. Deze keer ligt de focus op jongerenwerk op scholen. Dat is cruciaal, want de school is een belangrijk onderdeel van de leefwereld van de jongeren. Maar het is niet de enige invloedssfeer in hun leven. DENK heeft een aantal vragen over de hervormingsagenda Jeugd en de masterplannen in Nieuw-West, Zuidoost en de aanpak Amsterdam-Noord. De fractie vraagt ook naar de communicatie tussen de jongerenwerkers op scholen en de jongerenwerkers in de wijken. Zij vraagt verder specifiek aandacht voor de problematiek van meisjes.

 Hoe sluit het jongerenwerk op scholen aan op de ambities van de hervormingsagenda jeugd en de masterplannen, specifiek gericht op preventie?  Op welke manier wordt informatie over jongeren gecommuniceerd tussen de schoolgebonden jongerenwerkers en de jongerenwerkers in de wijken? Hoe wordt daarbij de privacy van de jongeren gewaarborgd?  Meisjes bezoeken minder vaak jongerencentra. De reguliere jongerenorganisaties hebben niet altijd de vereiste expertise voor de meidenproblematiek. Hoe waarborgt de wethouder dat deze specifieke behoeften adequaat worden aangepakt?  Hoe zorgt de wethouder ervoor dat de ondersteuning die scholen krijgen in het kader van het schoolveiligheidsbeleid daadwerkelijk bijdraagt aan een veilige leefomgeving, mede gezien de beperkte invloed die scholen hebben op andere leefwerelden van de jongeren? Het lid PERDOK vindt het jongerenwerk op scholen een positieve ontwikkeling. Daarmee worden jongeren bereikt die nog niet profiteren van jongerenwerk. Jongerenwerkers kunnen op de scholen inzicht krijgen in nog ongeziene problematieken. In de herziening wordt ook de nieuwe methode voor de selectie van scholen die in aanmerking komen voor JJS beschreven. Het gaat om een striktere selectiemethode. Daardoor zullen bepaalde scholen en er niet meer voor in aanmerking komen.

Om hoeveel scholen gaat het? Is het wel wenselijk dat leerlingen met mogelijk complexe achtergronden die net een band hebben opgebouwd met een jongerenwerkers hun steun verliezen? Hoe kan schade aan deze jongeren voorkomen worden? Is er nagedacht over

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

de redenering van de hulp aan deze jongeren? Wethouder MBARKI deelt mee dat eerder is bepaald dat het jongerenwerk op scholen van toegevoegde waarde moet zijn. Hij benadrukt dat de docenten de regie houden op onwenselijke zaken. Het jongerenwerk is (met 0,6 fte) aanvullend. De samenwerking is dus cruciaal. Er lopen op scholen in Amsterdam nog meer professionals rond, als de OKT’s, de jeugdteams, de leerplichtambtenaar en bijvoorbeeld de mboteams. Dat alles moet leiden tot een positief werkklimaat waar jongeren tot wasdom kunnen komen. Er is gevraagd om ook het kinderwerk mee te nemen. Er is echter sprake van schaarste en middelen. Die moeten goed worden verdeeld. De wethouder wil daarom inzetten op plekken waar de nood het hoogst is; dat is op het VO. Daarvoor is ook de selectie strenger geworden: waar is steun het hardst nodig? Uiteraard zijn er ook vanuit het masterplan mogelijkheden, maar vanuit die plannen wordt niet direct geld toegewezen aan het jongerenwerk. Een team als PIT (in het basisonderwijs) is natuurlijk ook een interventie met een unieke werking. Het is belangrijk om de eenvoud terug te brengen. Met nog meer professionals op de scholen kom je er niet. Het is belangrijk dat ze van elkaar weten wat ze doen. Binnen PO is een belangrijke rol toegedicht voor PIT. Als je andere keuzes maakt, gaat dat ten koste van het VO.

Op een aantal stadsdelen worden al kinder- en jongerenwerkers ingezet op scholen. De gemeente kiest voor de inzet van de stedelijke middelen binnen het PO. De middelen voor het Nationaal programma onderwijs komen te vervallen. Door nog objectiever te selecteren, wil Amsterdam de juiste keuzes maken. Vanuit de afdeling Onderwijs komt er in het kader van schoolveiligheid weliswaar iets meer geld bij, maar Amsterdam kan gewoon met een lager budget minder doen. De wethouder streeft ernaar om het meidenwerk onderdeel te laten zijn van het jongerenwerk. De expertise van het meidenwerk moet daarbinnen worden geborgd. De communicatie tussen de verschillende betrokkenen is gebaseerd op de leerlingvolgsystemen. Die zijn alleen toegankelijk voor docenten. Bij excessen vindt informatie-uitwisseling plaats. Daarbij is de privacy goed geborgd. Het lid BELKASMI heeft in een motie gevraagd om een koppeling tussen het kinderwerk, het jongerenwerk en het primair onderwijs. Dat is onder andere mogelijk met een connectie met het samenwerkingsverband PO. Wethouder MBARKI benadrukt dat het hier gaat om een interventie in het onderwijs met aandacht voor opgroeiende kinderen die dat nodig hebben, door zowel docenten als het PIT. Daarbij is een verbinding tussen het samenwerkingsverband en PO mogelijk, maar daar kiest de wethouder gezien de beperkte financiën, niet voor.

Daarom kiest hij voor een verbinding met het VO. Daar is de nood het hoogst. Bovendien opereert PIT in het basisonderwijs. Het lid BELKASMI deelt mee dat de stadsdeelbestuurders het beeld herkennen en begrijpen. Het lid begrijpt dat er keuzes moeten worden gemaakt, maar een aantal stadsdeelbestuurders legt de verbinding met het primair onderwijs, andere weer niet. Daardoor ontstaan er verschillen tussen de verschillende stadsdelen. Wethouder MBARKI deelt mee dat ervoor gekozen is om stedelijke middelen in te zetten voor jongerenwerk op scholen van het voortgezet onderwijs. Stadsdelen hebben de mogelijkheid om via de Sociale Basis kinderwerk in te zetten binnen het basisonderwijs. Daar voorziet PIT al in. Het staat de stadsdelen vrij om daar keuzes in te maken. Het gaat om de verbinding tussen het PO, de familiescholen en het jongerenwerk. Dat gebeurt ook al op een andere manier, bijvoorbeeld met de inzet van het sportbuurtwerk en andere initiatieven die vanuit de Sociale Basis worden gefinancierd. Het lid BELKASMI wil weten waarom een aantal stadsdelen wel kiest voor een verbinding met het primair onderwijs en andere niet.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

Wethouder MBARKI is van mening dat alle stadsdelen kiezen voor verbinding; alleen de vorm verschilt. Binnen de Sociale Basis kunnen stadsdelen naar behoefte eigen keuzes maken. Het lid YACOUBI bestrijdt dat hij gesproken heeft over meidenwerk; hij noemde het meidenproblematiek. Het lid is het ermee eens dat er geen onderscheid moet worden gemaakt tussen jongerenwerk en meidenwerk, maar stelt vast dat de meidenproblematiek nu vaak onderbelicht is. Daarvoor worden nu specifieke organisaties betrokken bij de scholen. In de brief wordt alleen gesproken over de grote jongerenorganisaties. Zij moeten hun jongerenwerk op scholen organiseren. Worden daar ook de organisaties die kennis hebben van de meidenproblematiek bij betrokken? Wethouder MBARKI is van mening dat meidenproblematiek op dezelfde manier aangepakt moeten worden als jongerenproblematiek. De wethouder beaamt dat de afgelopen jaren niet altijd de jongerenwerkers uit de buurt werden ingezet op de scholen. Dat is de stap die hij nu wel wil maken met een partij die ook in de buurt actief is. Zo’n partij moet ook kennis en expertise hebben van meidenproblematiek. Het gaat niet om specifieke organisaties met specifieke kennis, maar om grote organisaties met allerlei specifieke kennis.

Het lid YACOUBI is ook geen voorstander van de inzet van vele organisaties met specifieke expertises, maar de grote welzijnsorganisaties lijken die specifieke kennis niet in huis hebben. Worden ze verplicht om die kennis binnen een bepaalde termijn op te bouwen? Wethouder MBARKI bestrijdt dat de grote organisaties die expertise niet in huis hebben. Het is wel belangrijk om die expertise regelmatig te actualiseren. Er wordt nu samen met organisaties in de stad gewerkt aan de opzet van een jongerenacademie en een keurmerk waar iedereen zich aan moet houden. Alle jongerenwerkers staan daar achter. Het lid YACOUBI wil weten wat er gebeurt als organisaties niet aan dat keurmerk voldoen. Wethouder MBARKI vindt het voor nu belangrijk dat daar goede afspraken over worden gemaakt. Daarna is er tijd om na te denken over de consequenties als dat keurmerk niet wordt nageleefd. De wethouder herhaalt dat alle jongerenwerkers voorstander zijn van zo’n keurmerk met vooral aandacht voor de inhoud. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken. Het kan als hamerstuk worden geagendeerd voor de raadsvergadering.

Economische Zaken 4 Wijzigen van de Verordening Winkeltijden Amsterdam 2017 van de gemeente Amsterdam ten behoeve van het schrappen van het inwonerscriterium bij de ontheffing avondverkoop (VN2024-003126) De VOORZITTER deelt mee dat de raad wordt gevraagd om gewijzigde verordening vast te stellen. Het lid YACOUBY merkt op dat dit besluit de toekomst van de avondwinkels in de stad zal beïnvloeden. Het voorstel voor het verlenen van ontheffingen voor avondverkoop wijzigen, vergt een zorgvuldige overweging. Het biedt niet alleen nieuwe marktkansen, maar het beïnvloedt ook de bestaande winkels. Het heeft invloed op de levensvatbaarheid van de lokale ondernemers. De wijziging moet recht doen aan alle belanghebbenden. Het lid heeft een aantal vragen over het voorstel.

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

  

Hoe wordt voorkomen dat er te veel avondwinkels komen? Gaat de wethouder een plafond instellen? In onder andere stadsdeel Oost zijn klachten over avondwinkels. Hoe gaat het college zorgen voor voldoende toezicht en handhaving? Hoe gaat de gemeente de effecten van deze aanpassing monitoren?

Het lid BADAL heeft een aantal vragen over de aanpassing.  Winkels met lage marges zijn gevoelige ondermijnende criminaliteit. Daarom moet de verordening rekening houden met de weerbaarheid. Hoe wordt de rechtmatigheid van avondwinkels gecontroleerd als er geen ontheffing meer is?  Avondwinkels mogen na 1 juli 2024 geen tabak meer verkopen, tenzij ze een gemakswinkel worden. Zorgt deze wijziging voor een toename van deze winkels?  Ontheffingshouders kunnen een aanvraag indienen voor nadeelcompensatie. Maken avondwinkels daar kans op? Het lid SCHMIT is blij met het voorstel. Daarmee wordt de onzekerheid voor deze avondwinkels weggenomen. Ze moesten eerder loten voor een vergunning. Wethouder MBARKI deelt mee dat er een zorgvuldig proces is doorlopen, onder andere met gesprekken met de avondwinkelondernemers. Uit onderzoek blijkt dat er geen schaarste is. Er hoeft dus ook geen plafond ingesteld worden. Dat zou ook weer tot onzekerheid leiden. Met dit voorstel kunnen de zittende ondernemers hun activiteiten voortzetten. De wethouder verwacht niet veel nieuwe aanvragen. Als dat wel het geval is, moet gekeken worden of deze regeling nog wel passend is. Hij legt uit dat er stadsbreed nog ruimte is voor nieuwe avondwinkels. De kans op nadeelcompensatie voor de avondwinkels is gering. De regeling is ruim van tevoren aangekondigd.

Bij het verlenen van de ontheffing wordt gecontroleerd of het bedrijf bonafide is. Verder is er altijd aandacht voor mogelijke ondermijning. Het lid BADAL merkt op dat ondernemers kwetsbaar zijn, nu ze geen tabak meer mogen verkopen. Wethouder MBARKI legt uit dat het in dit geval gaat om landelijke wetgeving. Het is een ondernemersrisico. Daarbij is geen rol weggelegd voor de overheid. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken. Het kan als hamerstuk worden geagendeerd voor de raadsvergadering. 5 Bespreken van het initiatiefvoorstel ‘Amsterdam Investeringsfonds’ van het lid Schmit (D66) en de bestuurlijke reactie (VN2024-003758) De VOORZITTER spreekt van een heuglijk moment op deze avond. Het lid Schmit heeft een initiatiefvoorstel voorbereid. Het lid SCHMIT deelt mee dat Amsterdam een rijke geschiedenis kent van publiek-private investeringen. Die hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de stad. Daaruit zijn verschillende beeldbepalende gebouwen en parken voortgekomen, zoals het Vondelpark en het Rijksmuseum. Eerder waren investeringen alleen voorbehouden aan welgestelde Amsterdammers. Maar met het Amsterdam investeringsfonds wordt het mogelijk dat een brede groep Amsterdammers en bedrijven kunnen investeren in de leefbaarheid en de duurzame ontwikkeling van de stad. Zoveel mogelijk Amsterdammers moeten mee kunnen doen.

Dat is mogelijk met een bedrag vanaf 500 euro. Het investeringsfonds krijgt een heldere opdracht: investeren in projecten die de leefbaarheid en de duurzaamheid van Amsterdam bevorderen. Het fonds heeft een laag risicoprofiel. Het richt zich op projecten met een langetermijnhorizon en op een duurzame waardetoevoeging. Dat levert weliswaar een laag financieel rendement op, maar ook een

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

hoog maatschappelijk rendement. Het fonds investeert niet in ondernemingen, maar in investeringsprojecten, zoals in de aankoop van panden in de binnenstad voor maatschappelijke doeleinden. Dat komt de leefbaarheid van de binnenstad ten goede. Het fonds kan ook investeren in duurzame initiatieven zoals de aanleg van zonnepanelen, energieopslag of het verduurzamen van vastgoed. Een andere optie is: investeren in buurtvoorzieningen. Het fonds kan binnen de investeringsopdracht zelf bepalen waar het in investeert. Voor de stichting van het fonds worden statuten opgesteld met strenge voorwaarden voor investeringen. Het fonds staat op afstand van de gemeente en krijgt een eigen bestuur en raad van toezicht. De kosten worden met een slanke organisatie laag gehouden. Dat is mogelijk met een goede samenwerking met partners voor fondsenwerving en portfoliomanagement. Het karakter van het fonds is uniek in Nederland. Met het fonds kunnen Amsterdammers investeren in de leefbaarheid en duurzaamheid van de stad. Het lid Schmit bedankt iedereen die meegewerkt heeft aan dit initiatief en ziet uit naar een snelle start met een kwartiermaker. Het lid BADAL wil weten of er ook afspraken zijn gemaakt met andere fondsen voor ondersteuning. Het lid SCHMIT heeft inderdaad gesproken met fondsen waarin je kunt beleggen en met projecten die fondsen ontvangen.

Zij zien het fonds als een toegevoegde waarde. Het lid NIJSSEN wil weten op welke manier dit fonds keuzes maakt voor investeringen. Het lid SCHMIT legt uit dat dit wordt vastgelegd in de statuten met voorwaarden voor investeringsbeslissingen, bijvoorbeeld met sustainable development goals. Investeringspecialisten bieden hulp voor een juiste afweging. Een aparte raad van toezicht houdt daar toezicht op. Verder wordt gedacht aan een comité van investeerders dat meedenkt bij beslissingen. Het lid IJMKER wil weten hoe de raad van toezicht wordt samengesteld. Het lid SCHMIT deelt mee dat de leden van deze raad verschillende profielen hebben met mensen die de stad kennen en bijvoorbeeld mensen die de investeringswereld kennen. Deze raad controleert of de investeringen voldoen aan de statuten. Het lid NAMANE wil weten in hoeverre de gemeente betrokken blijft bij dit fonds. Het lid SCHMIT antwoordt dat de gemeente een kwartiermaker benoemd. Deze functionaris gaat de statuten voorbereiden. Die worden voorgelegd aan de raad. Na goedkeuring door de raad wordt het fonds op afstand gezet van de gemeente om te voorkomen dat een nieuw college oneigenlijk gebruik gaat maken van het fonds.

Eerste termijn Het lid SCHMIT benadrukt dat de gemeente met dit publiek-private Amsterdams investeringsfonds een unieke mogelijkheid heeft waarmee naast investeringen door middel van het Nieuw Amsterdams Verbond en het Social Impact Fund, inwoners en ondernemers kunnen investeren in de leefbaarheid en duurzaamheid van hun eigen stad. Hij is blij dat het college in zijn bestuurlijke reactie geen bezwaar maakt tegen dit voorstel. Het lid NAMANE stelt vast dat het college onderzoek wil doen naar een beperkte inzet, mede gezien de aanwezigheid van de andere fondsen, en vraagt de initiatiefnemers om een reactie. Het lid SCHMIT legt uit dat het gaat om drie verschillende initiatieven. Het Social

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

Impact Fund werk met risicodragend kapitaal ten behoeve van social enterprices. Bij het Nieuw Amsterdams verband gaat het om materiële en immateriële donaties. Met het voorliggende voorstel kunnen inwoners en bedrijven vanaf 500 euro investeringen doen. Het heeft een geheel ander karakter. Het lid IJMKER heeft moeite met dit initiatief. Rijke mensen die geld willen geven zijn welkom, maar de raad moet bepalen waar het geld heen gaat. Met dit voorstel gaat de gemeente publieke middelen inzetten voor rijke mensen (die wellicht rijk zijn geworden door belastingontwijking), die hun schuld willen afkopen. Het lid SCHMIT stelt vast dat eerst wordt geklaagd dat rijke mensen niet bijdragen aan de stad. Nu dat met dit fonds wel mogelijk is, blijkt dat ook weer niet goed te zijn. Het biedt aan alle Amsterdammers, arm of rijk, de mogelijkheid om bij te dragen aan de stad. Het lid IJMKER vindt dat de rijke mensen gewoon belasting moeten betalen. Daarom moet belasting worden verhoogd. Daar kan de gemeente vervolgens dan een mooi doel voor vaststellen. Deze vorm van filantropie is extreem ondemocratisch. Het lid SCHMIT bestrijdt dat het gaat om filantropie. Het is een unieke niche in het investeringsklimaat. Investeerders nemen hiermee genoegen met een laag financieel rendement ten behoeve van een hoog maatschappelijk rendement.

Het lid IJMKER wil die mensen niet tegenhouden, maar waarom moet de gemeente dat faciliteren? Ze kunnen bijvoorbeeld een pand kopen en er iets maatschappelijk mee doen. Verder is niet duidelijk of dit voorstel wordt meegenomen in het voorstel van het Nieuw Amsterdams verbond. In het coalitieakkoord is opgenomen dat ook citybonds kunnen worden toegevoegd, waarmee mensen actief kunnen bijdragen. Dat is een veel beter model. Wordt dat ook meegenomen in de verkenning? Ook is er in elk stadsdeel al een lokaal buurtfonds, gerund door Mensen maken Amsterdam met een koppeling met lokale initiatieven. Het lid ziet uit naar de bespreking van het verslag van de kwartiermaker. Dan kan ook gedebatteerd worden gevoerd over het Nieuw Amsterdams verbond. Het lid NAMANE maakt uit de reactie van het college op dat dit voorstel relatief overbodig is. Het is op zich goed dat partijen bijdragen aan de doelstellingen van de gemeente, maar de PvdA wil dat de stad invloed moet kunnen uitoefenen op de investeringen. Dat is een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Dat mag je niet overlaten aan partijen die geld over hebben, want geld bepaalt al te veel in deze stad. Het lid SCHMIT benadrukt dat in dit voorstel niet degene die betaalt, bepaalt. In de statuten worden criteria opgenomen voor investeringen in bijvoorbeeld duurzame projecten.

Als je dat niet op afstand zet van de gemeente, kan een nieuwe coalitie dat geld inzetten voor andere doelen. Zo wordt het landelijke Groeifonds nu misbruikt voor andere zaken. Het lid NAMANE vindt alleen statuten te vrijblijvend. Bovendien vraagt de ontwikkeling van de stad steeds om steeds andere investeringen. Het lid SCHMIT benadrukt dat de statuten worden gebaseerd op de SDG’s. Wethouder MBARKI geeft uitleg over de bestuurlijke reactie. In het initiatiefvoorstel wordt slechts gevraagd om het aanstellen van een kwartiermaker. Eerder zijn verkenners al aan de slag gegaan met de andere twee fondsen. Daarin wordt nu het voorliggende voorstel meegenomen om Amsterdammers de mogelijkheid te geven om in te stappen. Er is onderzoek gedaan naar de inzet van citybonds. Dat bleek juridisch ingewikkeld, kostbaar en dus minder rendabel. Daarom heeft het college daar niet voor gekozen. Dit initiatiefvoorstel is in lijn met de verkenning van de andere twee fondsen. Daar

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

wordt nu een onderdeel aan toegevoegd. Na de verkenning wordt de richting besproken en wordt de volgende stap gezet. Het lid IJMKER wil weten waarom het college op het initiatiefvoorstel heeft gereageerd met: geen bezwaar. Terwijl het college slechts een aspect van het voorstel overneemt. Wethouder MBARKI heeft vastgesteld dat het initiatiefvoorstel in lijn is met de eerdere opdracht voor verkenning van de twee fondsen. Het voorstel voegt daar iets aan toe. Daar heeft het college geen bezwaar tegen. Het lid IJMKER hoort het lid Schmit iets anders zeggen (een derde kwartiermaker voor zijn investeringsfonds) dan de wethouder nu zegt (het blijft bij twee kwartiermakers). Wethouder MBARKI herhaalt dat de gemeente twee verkenners heeft aangesteld. Als de verkenningen zijn afgerond, worden de bevindingen gepresenteerd aan de raad. Als de raad dit initiatiefvoorstel aanneemt (om ook Amsterdammers de gelegenheid te geven om in te stappen), wordt dat in de verkenningen meegenomen. Hij legt uit dat nu verkenningen worden uitgevoerd of bedrijven met fondsen in Amsterdam maatschappelijke initiatieven kunnen financieren. Zo moeten zij voor die maatschappelijke doelstellingen genoegen nemen met een lager rendement. In het initiatiefvoorstel is sprake van een derde component. Als de raad het voorstel aanneemt, wordt ook dat meegenomen in de verkenningen.

Het resultaat wordt straks voorgelegd aan de raad. De VOORZITTER stelt voor dat de wethouder schriftelijk meer duidelijkheid geeft. Het onderwerp is voor nu voldoende besproken. Het wordt verder besproken in de gemeenteraad van 29 mei 2024. Daarmee is er nog voldoende tijd om alle verwarring weg te nemen. Het lid PERDOK stelt voor om agendapunt 15 alsnog te behandelen. De VOORZITTER zegt dat toe. 6 Kennis te nemen van de raadsinformatiebrief over de monitor kantoren Amsterdam – stand van zaken medio 2023 (VN2024-004039) en 7 Kennisnemen van de afdoening van de toezegging inzake handhaving energielabel-C bij Amsterdamse kantoorpanden (VN2024-004045) De VOORZITTER deelt mee dat de Partij voor de Dieren in gesprek wil gaan over de voorwaarden voor het voldoen aan een energielabelplicht. Het lid BAKKER stelt vast dat inmiddels 84% van de panden minimaal energielabel C hebben. Eerder is gesproken over de renovatiestandaard. Die wordt vanaf 2030 verplicht. Energielabel C voor kantoren houdt in dat kantoren maximaal 225 kWh per vierkante meter per jaar mogen gebruiken. Voor het klimaatakkoord 2050 mag dat nog maximaal 50 kWh zijn. Dat heeft grote gevolgen voor de pandeigenaren.

Moet de gemeente daar niet alvast op voorsorteren en eigenaren bewust maken van deze renovatiestandaard? Ziet de wethouder hier ook kansen in voor het realiseren van de CO2doelstellingen? De fractie ziet uit naar een plan van de wethouder. Het college streeft naar het toevoegen van 125.000 m² extra kantoorruimte per jaar. Dat zal zorgen voor meer mensen in de stad, terwijl er nu al een grote behoefte is aan ruimte voor maatschappelijke voorzieningen en woonruimten. De Partij voor de Dieren vindt dit dan ook geen goed streven. Ook is de kantorenmarkt aan het veranderen. Gaat college deze doelstelling nu loslaten in de nieuwe kantorenstrategie? D66 heeft in de commissie WV voorgesteld om lege kantoorpanden om te

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

bouwen naar woningen. De Partij voor de Dieren stelt additioneel voor om in de lege panden dakloze gezinnen, mensen met urgentie of vluchtelingen op te vangen. Is de wethouder bereid om daar met pandeigenaren over te spreken? Het lid IJMKER sluit zich grotendeels aan bij de bijdrage van de Partij voor de Dieren. De toenemende leegstand van kantoren vraagt om een nieuwe strategie. Spreekt de wethouder daarover met zijn collega Van Dantzig? De eerder vastgestelde leegstandsverordening is ook van toepassing op kantoren. Wordt dat gehandhaafd? De gemeente is altijd op zoek naar ruimten voor kerkgenootschappen, opvang en onder andere wonen. Leegstand kan gewoon niet in de stad met zoveel nood aan ruimten. Het lid NAMANE vraagt nogmaals aandacht voor flexplekken die worden gehuurd door voormalige brievenbusfirma’s met resultaat als torens vol lege bureaus, waar iedereen wel een betere bestemming voor kan bedenken. In de Teleport Tower in Sloterdijk staan meer dan duizend bedrijven ingeschreven en er zijn zelden meer dan drie mensen aanwezig. Leegstand van kantoren gaat verder oplopen. Waarom wordt dat niet beter aangepakt? In sommige gebieden is een leegstandverordening voor kantoren van kracht.

Kan dat uitgebreid worden naar andere gebieden? En zijn er andere ongebruikte nietwoonbestemmingen die kunnen worden teruggegeven aan de stad? Wat kan de wethouder doen aan het niet-gebruik van gehuurde kantoren? Kan er niet een bepaalde gebruiksplicht worden opgelegd, zoals bij sociale huurwoningen? Het lid NIJSSEN stelt vast dat kantoren op hippe plekken populair blijven en dat kantoren met slechte labels op de wat minder aantrekkelijke plekken minder populair worden. Het is goed om bij die laatste categorie vraagtekens te zetten. Het lid pleit voor een expertmeeting met ontwikkelaars en onder andere makelaars. Zij kunnen inzicht geven in de situatie. Het lid merkt op dat de plint van een gebouw belangrijk is. Daar kunnen bijvoorbeeld niet alleen tandartsen, maar ook maakbedrijven, zoals garages, zich vestigen. Ook daar moet naar gekeken worden. Wethouder MBARKI benadrukt dat slechts cijfermatig kijken naar de vloeroppervlakte van kantoren niet voldoende is. Een goede werkplek op een aansprekende locatie is meer van belang. Bedrijven kijken steeds meer naar de plek van de vesting. Daarvoor wordt een nieuwe strategie ontwikkeld. Daarin wordt het belang van het aantal vierkante meters losgelaten. De renovatiestandaard is een vrijwillige richtlijn, met name bedoeld voor de energieprestatie van gebouwen. Voor de klimaatdoelstellingen moeten gebouwen duurzamer worden.

In 2030 wordt een eindnorm gesteld. Veel vastgoedeigenaren werken daar al aan want het levert hun ook iets op, bijvoorbeeld op het gebied van energie. Natuurlijk wordt er ook gekeken naar wat de gemeente richting vastgoedeigenaren kan doen. Het lid NIJSSEN merkt op dat het bouwen van kantoren ook geld oplevert en roept op om de balans te bewaren. Wethouder MBARKI herhaalt dat er niet alleen gekeken moet worden naar vierkante meters, maar ook naar kwalitatieve toevoegingen. De wethouder heeft ook experts, vastgoedeigenaren en bedrijven bezocht die zoeken naar kantoorruimte. Toen is ook gesproken over een kwalitatieve invulling van plinten. Hij legt uit dat Amsterdam voor een goed functioneren de kantorenmarkt een frictieleegstand nodig heeft van 5%-8%, bijvoorbeeld voor de uitbreiding van bedrijven en voor nieuwe instroom en doorstroming. Er zijn opmerkingen gemaakt voor een andere invulling. Daar wordt al aan gewerkt. Maar ook de vastgoedeigenaren spelen daarbij een belangrijke rol. De gemeente heeft juridische middelen om op te treden tegen langdurige leegstand. Zo is er sprake van

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

een meldingsplicht en kan er een boete gegeven worden. Maar gesprekken leiden vaak tot betere resultaten. Voor een gebruiksplicht bij niet-woonbestemming bestaat geen wettelijk middel. In geval van spookbedrijven is er technisch gezien geen sprake van leegstand. Het lid NAMANE merkt op dat ook sociale woningen worden gecontroleerd op daadwerkelijk gebruik. Wethouder MBARKI legt uit dat de controle bij kantoren juridisch niet mogelijk is. Het lid NAMANE ziet uit naar uitleg over de grondslag hiervoor. De leegstandverordening geldt alleen in enkele aangewezen wijken. Als die wordt uitgebreid naar andere wijken, zullen de eigenaren zich eerder geroepen voelen om een pand te verhuren met wellicht een lagere huur. Wethouder MBARKI herhaalt dat de leegstand van kantoren in Amsterdam op dit moment van een gezonde proportie is. Daarmee blijft er ruimte voor doorstroming. Als er sprake is van langdurige leegstand, heeft de gemeente middelen om te interveniëren. Op sommige impopulaire plekken in Amsterdam is sprake van leegstand, ondanks de lagere huren. Hij voorziet dan ook geen lagere huren, zoals de PvdA oppert. Het lid BAKKER las in de beantwoording van de schriftelijke vragen van de SP over leegstand dat vastgoedeigenaren al worden verleid tot het transformeren van kantoren.

Wat doet de gemeente concreet om hen te verleiden? Wethouder MBARKI legt uit dat de gemeente dan de makelaarsrol op zich neemt. Bij initiatieven in de stad probeert de gemeente de verbinding tot stand te brengen met de vastgoedeigenaren. Zo is onlangs het verzorgingscomplex Buitenhof in Buitenveldert ingezet voor de opvang van Oekraïners. De wethouder wil er echter voor waken om alle leegstand in te zetten. Daarnaast moet er gekeken worden naar wat nodig is op welke plek en natuurlijk ook naar andere bestemmingen. Het lid BAKKER deelt mee dat in de commissie Ruimtelijke Ordening onlangs een ontwikkelstrategie is besproken. Waarom komt, onlangs de relatie, de kantorenstrategie pas over een jaar beschikbaar? Wethouder MBARKI legt uit dat met de nieuwe Omgevingswet nog meer zaken die hiermee samenhangen langer gaan duren. Verder heeft de gemeente altijd te maken met marktontwikkelingen, ook op de kantorenmarkt. Ook daar moet zij recht aan doen. Hij hoopt over een jaar een kantorenstrategie te hebben die weer jaren mee kan. Het lid BAKKER wil weten of het loslaten van het aantal vierkante meters gevolgen heeft voor de programmering. Stopt de nieuwbouw in de nu nog lopende strategie? Wethouder MBARKI is van mening dat er in Amsterdam altijd wel kantoorruimte moet worden toegevoegd.

De gemeente laat nu de kwantitatieve doelstellingen los, maar kijkt per wijk wat er nodig is voor wonen, werken en andere voorzieningen. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken. De Partij voor de Dieren houdt fractieberaad over een mogelijke bespreking hiervan in de raad van 29 mei 2024. Sport en Bewegen 14 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de voortgang van het programma sport en duurzaamheid (VN2024-004043)

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

De VOORZITTER deelt mee dat naast de raadsinformatiebrief de toezegging aan de Partij voor de Dieren wordt besproken om de commissie te informeren over de voortgang van verduurzaming van de sportaccommodaties. Het lid BAKKER is blij met de initiatieven bij verschillende sportfaciliteiten en is benieuwd naar de Innovation Club House en het project Natuurinclusieve sport. De wethouder heeft toegezegd om daar in het najaar van 2024 op terug te komen. De Partij voor de Dieren vindt echter dat het sneller, beter en duurzamer kan. Het NL Greenlabel staat voor een natuurinclusieve groene omgeving. Eerder is bij 30 clubs een nulmeting uitgevoerd. Dat is al gebeurd in 2020 en 2021. Heeft deze wethouder daar niets mee gedaan? Inmiddels zijn nu voor 22 clubs concrete maatregelen geformuleerd, maar er zijn nog steeds geen maatregelen genomen. Ook moet er bij 20 clubs nog een nulmeting plaatsvinden. Wanneer komt de groene passie van deze wethouder eindelijk tot uiting? De Partij voor de Dieren wil binnen de Aanpak sport en duurzaamheid, ander gedrag van leden, vrijwilligers en bestuurders van sportverenigingen stimuleren. Dat is nog niet opgenomen in deze aanpak. De fractie wil ook weten of er gesprekken worden gevoerd over het uitzetten van de veldverlichtingen, het duurzaam maken van het warme water in de douches en over voedselaanbod en voedselverspilling.

Gaat de wethouder duurzaam gedrag bij de clubs stimuleren? Zwemmen in de winter in een verwarmd buitenbad mag alleen zonder grote milieubelasting. Hoe wordt die afweging gemaakt? De gemeente moet zoveel mogelijk energie besparen; het buiten in verwarmd water zwemmen, is geen eerste levensbehoefte. Bovendien is er een goed alternatief, het ernaast gelegen binnenzwembad. Het lid BELKASMI is blij zijn suggestie om hittestress bij kunstgras te verminderen, terug te lezen in de brief. Het lid wil weten hoe de stad zijn duurzame ambities kan waarmaken, gegeven de financiën. Het lid merkt verder op dat groen hittestress kan tegengaan en stelt voor om dat mee te nemen in de aanpak. Wethouder MBARKI merkt op dat Amsterdam op het gebied van duurzame sport vooruitstrevend is met onder andere een waterloos hockeyveld, het opvangen van regenwater en op een verantwoorde manier omgaan met water. Het Green Label is geen randvoorwaarde voor het toepassen van ecologische veranderingen. Zo zijn er geen metingen gedaan in sportparken die op de schop zouden gaan. Op advies van een aantal ecologen zijn maatregelen getroffen. De wethouder is het eens met de opmerkingen over duurzaam gedrag. Zo is bij de hulp aan verenigingen op gebied van energie ook gevraagd wat zij zelf doen. Sommige verenigingen zijn echter slechts aan het overleven hebben er geen middelen voor.

Maar er wordt onder andere al anders gemaaid. Met de renovatie van het Mirandabad wordt ook gewerkt aan het gebruik van energie. Het lid BAKKER begrijpt dat er los van het Green Label ook andere initiatieven voor een vergroeningsslag bij de sportclubs zijn. Zij vraagt de wethouder de raad daar nader over te informeren. Wethouder MBARKI zegt toe dit toe, wellicht in een volgende voortgangsbrief of, als die later komt, in de volgende commissievergadering. Maar hij verwacht dat het voor de Partij voor de Dieren nooit genoeg zou zijn. Het lid BAKKER zegt toe de wethouder niet teleur te stellen. Wethouder MBARKI vervolgt met een reactie op de opmerkingen over de buitenzwembaden. Tijdens corona zijn die baden wat langer opengebleven. Dat is nu niet meer het geval als het buiten koud is. Er wordt nu echter gewerkt aan een aantal binnenzwembaden. Om het bewegen te kunnen blijven bevorderen, wordt de opening van

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

buitenbaden heroverwogen. Daar is nu echter nog geen sprake van. De wethouder deelt mee dat clubs die wat meer zelf kunnen doen, worden ondersteund. Maar door de schaarse middelen, is dat niet altijd gemakkelijk. Hij herhaalt aandacht te hebben gehad voor hittestress bij kunstgrasvelden. Ook ecologische adviezen hebben vaak betrekking op hittestress. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken. Er is geen behoefte om dit in de raad te bespreken. 15 Kennisnemen van de raadinformatiebrief Sociale Veiligheid in de Amsterdamse sport (VN2024-004042) Het lid PERDOK vindt dat mensen door grensoverschrijdend gedrag niet weerhouden mogen worden van het uitoefenen van hun sport omdat ze zich sociaal onveilig voelen. Toch is dat het geval. Steden en ook sportaccommodaties worden niet ontworpen door vrouwen. Er zijn manieren om sportaccommodaties inclusiever te ontwerpen met meer aandacht voor sociale veiligheid. Heeft de gemeente daar aandacht voor? Nu moeten alle trainers en begeleiders die werken met jeugd of kwetsbare groepen in bezit zijn van een VOG. Wat zijn in dit geval kwetsbare groepen? Kan dit niet uitgebreid worden naar alle groepen? Leden zijn altijd kwetsbaar in een trainer/spelersituatie. Het lid BELKASMI vindt het goed dat de wethouder de verenigingen verplicht om te voldoen aan enkele basiseisen. Leden moeten zich veilig kunnen voelen.

Enkele sportclubs voldoen echter, ook niet na herhaaldelijk verzoek, en die basiseisen. Daarmee is de sociale veiligheid in de basis onvoldoende geborgd. Dat is een onwenselijke situatie. Wethouder MBARKI merkt op dat de opmerkingen al onderdeel zijn van het ingezette beleid. Hij beaamt dat de sociale veiligheid niet overal is gegarandeerd en vanzelfsprekend is. Daarom stelt de gemeente Amsterdam drie eisen, het bezit van een VOG, de ondertekening van een gedragscode en de aanstelling van een vertrouwenscontactpersoon. Maar ook moet er bewustzijn zijn bij de sportbestuurders en bij andere mensen van de vereniging. In de stad wordt veel commercieel gesport. Daar heeft de gemeente niet direct invloed op. De gemeente wil de veiligheid op de sportparken waarborgen met de eerdergenoemde eisen. Als verenigingen daar niet aan voldoen, kan de gemeente de samenwerking met deze partijen opzeggen. Met VOG’s en dergelijke mag niet gemarchandeerd worden. De sociale veiligheid mag niet in het geding komen. Het lid PERDOK herhaalt haar opmerking over de inrichting van de sportaccommodaties. Staat de wethouder ervoor open om daar verder onderzoek naar te doen? Wethouder MBARKI beaamt dat ook de inrichting van de fysieke ruimte een belangrijk aspect is bij sociale veiligheid. Bij de inrichting van nieuwe sportparken wordt inderdaad gekeken wat daarvoor nodig is.

Hij herhaalt dat de verenigingen zich moeten houden aan de gedragscode. Het voorliggende gaat over de basiseisen voor sociale veiligheid. De wethouder beaamt dat er daarbij nog veel meer zaken een rol spelen. Hij zegt toe zijn ogen en oren daar altijd voor open houden. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken. Het hoeft niet in de raad besproken te worden. Sluiting De VOORZITTER bedankt iedereen voor diens inbreng en sluit de vergadering.

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14134143/1