CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20240417 SED conceptverslag

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 22 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie SED d.d. 17 april 202416.888 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Raadscommissieverslag, 17 april 2024

CONCEPTVERSLAG Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:

Openbare vergadering van de Raadscommissie Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Woensdag 17 april 2023 van af 13.30 in de commissiezaal Woensdag 22 mei 2023 Voorzitter: Myron von Gerhardt Portefeuillehouders: wethouder Groot Wassink, wethouder Mbarki Commissiegriffier: Nicky Vos Verslaglegging: de heer Van Vlodrop (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: Alberts (SP), Aslami (D66), Badal (CDA), Bakker (Partij voor de Dieren), Belkasmi (PvdA), Bentoumya (GroenLinks), Bilgin (FvD), Bons (BIJ1), Broersen (VOLT), Havelaar (CDA), Hoogtanders (VVD), Hylkema (VVD), Kabamba (Lijst Kabamba), Khan (DENK), Keesman (PvdA), Minderhoud (PvdA), Van Munster (GroenLinks), Namane (PvdA), Nijssen (VVD), Segaar (BIJ1), Perdok (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen),Schmit (D66), Van der Veen (GroenLinks), Williams (D66),), Yacoubi (DENK), Yemane (GroenLinks), IJmker (GroenLinks) Afwezige commissieleden: de leden Abdi (PvdA), Ahmadi (Lijst AhmadiVeldhuyzen), Bouali (D66), Bobeldijk (SP) Burgers (VVD), Garmy (VOLT), Van Haarlem (FvD), Hakiki (DENK), Koyuncu (DENK), Kreuger (JA21), Krom (Partij voor de Dieren), Mangal (DENK), Molema (JA21), Peters (JA21), Russcher (Forum voor Democratie), Van Schijndel (Forum voor Democratie), Veldhuyzen (Lijst Ahmadi-Veldhuyzen), de Vos (PvdD), Wehkamp (D66), Wijnants (VVD Overige aanwezigen: Nouha Bakkali (commissieondersteuner), Abel Dutilh

(commissieondersteuner)

1, Algemeen deel a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER heet iedereen van harte welkom op deze openbare raadscommissievergadering SED. Er zijn voldoende fracties aanwezig. b. Mededelingen Het lid Krom wordt vervangen door het lid Bakker; het lid Van Schijndel wordt vervangen door het lid Bilgin; wethouder Mbarki is in verband met het staatsbezoek van de koning van Spanje in de middag afwezig. Het presidium heeft onlangs ingestemd met een aangescherpte werkwijze in de technische sessies. Technische sessies worden alleen nog toegestaan als deze in de commissie worden aangekondigd; dan moeten minimaal leden van vier fracties aanwezig zijn; zij zijn dan verplicht om te komen. In de commissie BV is verzocht om een werkbezoek aan een gemengd wooncomplex. Dat vindt plaats op 8 mei 2024 van 12:00 uur tot 14:00 uur. Dan zijn ook leden van deze commissie uitgenodigd. Zij kunnen zich aanmelden bij de commissiegriffier. Bij de ingang hangt een poster met QR-code van de communicatieafdeling van de

1

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

raadsgriffie. Er wordt onderzoek gedaan naar de betrokkenheid van jongeren bij de gemeenteraad via sociale media. De code verwijst naar een vragenlijst. Het lid VAN DER VEEN gaat in op de evaluatie van de winteropvang in Amsterdam. De Straatalliantie heeft een evaluatie gepresenteerd. Het lid stelt voor om dit voor de volgende vergadering te agenderen. Wellicht is dan de evaluatie van het college ook al gereed. Wethouder GROOT WASSINK betwijfelt of dan de evaluatie van het college al gereed is. Hij ziet uit naar de evaluatie van de Straatalliantie. Het is aan de commissie om het onderwerp te agenderen, maar het is handig om beide evaluaties samen te bespreken. Het lid YEMANE stelt samen met lid Broerse van Volt voor om een expertsessie te organiseren over ongedocumenteerden in de stad, over hun zorg, toegang tot onderwijs, opvang en participatie. De VOORZITTER stelt vast dat voldoende fracties geïnteresseerd zijn in deze sessie. Wethouder GROOT WASSINK deelt mee dat de pilot voor hoger onderwijs voor ongedocumenteerden wordt verlengd tot eind 2025. Er wordt, samen met een journalist van Het Parool, nadrukkelijker ingezet op communicatie om zo de bekendheid te vergroten. Toezegging TA2024-000144 ging over het vergroten van het bereik van inkomensondersteunende maatregelen door het plaatsen van informatieborden, een verzoek van Denk. Daar wordt nu onderzoek naar gedaan.

Bij positieve resultaten zullen de borden worden geplaatst. Eerder is gesproken over de woonvoorzieningen Langerlust. Het college heeft besloten om daar een voorziening te treffen. Het vergt echter wat meer tijd. Er vindt ook nog steeds onderzoek plaats naar alternatieve locaties. De wethouder zegt toe daar voor de zomer van 2024 een definitief besluit over te nemen en de buurtbewoners daarover te informeren. c. Vaststellen agenda Het lid KROM heeft verzocht om agendapunt 8, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief met een voortgang van het advies Fixteams mkb, van de agenda af te voeren. De commissie gaat ermee akkoord.

Het Lid BROERSE van Volt heeft verzocht om agendapunt 16, Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ter afdoening van de toezegging inzake gesprekken over Erasmus+, door te schuiven naar de volgende vergadering. De commissie gaat ermee akkoord. Deze vergadering bestaat uit een middag- en een avonddeel. In het avonddeel worden de onderwerpen van wethouder Mbarki behandeld. De agendapunten 9 tot en met 13 worden in de middag behandeld (wethouder Groot Wassink); de agendapunten 3 tot en met 7, 14 en 15 in de avond. Vragen bij de rondvraag voor wethouder Mbarki zullen door wethouder Groot Wassink worden beantwoord. De agenda wordt met deze aanpassingen vastgesteld. d. Conceptverslag van de openbare raadscommissievergadering SED van 20 maart 2024 Het verslag van de openbare raadscommissievergadering SED van 20 maart

2

SED

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

2024 wordt ongewijzigd vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er zijn geen opmerkingen. aangenomen.

De

termijnagenda

wordt

ter

kennisgeving

f. Tkn-lijst Op verzoek van het lid Bentoumya wordt tkn-stuk 4 geagendeerd; op verzoek van het lid Krom wordt tkn-stuk 12 geagendeerd; op verzoek van lid Krom wordt tkn-stuk 13 geagendeerd; op verzoek van het lid Badal wordt tkn-stuk 5 geagendeerd; Het lid BADAL vindt dat er genoeg redenen zijn om het zo in te steken. op verzoek van het lid Belkasmi wordt tkn-stuk 1 betrokken bij de behandeling van agendapunt 3; g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies - Een verslag (inclusief oplegger) van de werksessie van de stadsdeelcommissie over de positie van de stadsdeelcommissie in het bestuurlijk stelsel van 8 februari 2024; - het lid Schmit heeft in de vorige vergadering het voorstel gedaan om het verslag met een delegatie van de raad een stadsdeelscommissie te bespreken op donderdagavond 23 mei 2024. 2, Inhoudelijk deel a. Opening inhoudelijk gedeelte b. Inspreekmoment publiek Vijftien mensen hebben een videoboodschap opgestuurd. Die zijn geplaatst bij agendapunt 9. Er zijn vijf insprekers, waarvan één inspreker heeft afgezegd. CO VAN MELLE spreekt op persoonlijke titel over derdelanders. Hij introduceert mevrouw Van Soest voor het beantwoorden van vragen. Hij stelt een vrouw uit Nigeria voor, zij is het zwarte schaap van de familie. Zij wilde dokter worden in Oekraïne, maar heeft vanwege de oorlog moeten vluchten.

In Nederland worden deze zogenaamde derdelanders echter gewantrouwd. Spreker stelt voor om haar, en andere derdelanders, een werkvergunning te verstrekken om hen toch een kans te geven. Het lid YACOUBI wil weten welke signalen de inspreker heeft over derdelanders. Mevrouw VAN SOEST legt uit dat deze groep mensen geen mogelijkheden heeft om te werken. Ze hebben ook geen onderdak. Als je nu niet ingrijpt, worden de problemen alleen maar groter. Het lid ASLAMI is er voorstander van om ook deze groep perspectief te bieden. Op welke manier zou dat kunnen? Mevrouw VAN SOEST deelt mee dat met deze mensen de krapte op de arbeidsmarkt (voor een deel) kan worden opgelost. Maar dan moet er ook huisvesting worden geregeld. Het lid PERDOK wil weten welk concreet advies mevrouw Van Soest aan de wethouder wil geven. Mevrouw VAN SOEST adviseert de wethouder om, samen met haar, de inspreker en mogelijk met mensen van de ondernemersvereniging, daadwerkelijk aan de slag te gaan met deze doelgroep.

3

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

Het lid YEMANE wil weten hoe het gaat met deze mensen, gezien hun onzekere situatie. Mevrouw VAN SOEST antwoordt dat de mensen op dit moment weinig perspectief hebben. Door juridisch gekonkel weten ze niet hoe het verder moet. Zij leven voortdurend in spanning. Bij punt 9, Evaluatie van de proeftuin Buurtplatform Recht: TERRA DAKOTA STEIN spreekt op persoonlijke titel. Zij woont in AmsterdamNoord, is lid van het bewonerscollectief Red Amsterdam-Noord en de coalitie van buurtplatformen Amsterdam. Het collectief zet zich in voor een leefbaar Amsterdam-Noord met samenwerking van onderop, geeft onafhankelijk advies, heef een eigen werkwijze en is autonoom. Zij spreekt, vanwege de grote bureaucratie, al voor de tweede keer in. De stad verliest waardevolle betrokkenheid, omdat het betrokkenen moeilijk wordt gemaakt om mee te spreken. Zo zijn er twijfels over de legitimiteit van buurtplatforms en is de financiering vaak ontoereikend. Spreekster pleit voor meer steun op buurtniveau, vergelijkbaar met de regeling op wooncomplexniveau. Zij vraagt om het belang van het buurtplatformrecht serieus te nemen en dit op te nemen in de participatieverordening. Het lid BROERSEN heeft de door het platform voorgestelde spelregels voor de aanpak van de problemen van het platform gelezen.

Zijn die afdoende om de problemen aan te pakken? TERRA DAKOTA STEIN antwoordt dat de voorgestelde spelregels slechts een stap in de juiste richting zijn. Daarna moet er verder over worden gesproken. Het lid PERDOK vraagt naar het effect van het invoeren van de voorgestelde spelregels. TERRA DAKOTA STEIN merkt op dat er al een lang traject is afgelegd met de proeftuin. Het is nu tijd om de spelregels op te nemen in de participatieverordening. Zo is het traject voor een buurtrechter ook kort geweest. Waarom kan wel bij dit project? Het lid BELKASMI benadrukt dat de buurtplatforms van grote waarde zijn. Hij stelt voor om daar nog meer op in te zoomen. Verder wordt maximaal een buurtplatform per buurt voorgesteld, maar kan een platform wel de belangen van de hele buurt in voldoende mate vertegenwoordigen? Bovendien mis je met een buurtplatform de gezonde concurrentie tussen de platforms in de buurt. TERRA DAKOTA STEIN legt uit dat buurtplatform Amsterdam-Noord uit 22 buurtplatforms bestaat. De samenwerking verloopt goed. Het lid BELKASMI vraagt naar de voornaamste bureaucratische hobbels. TERRA DAKOTA STEIN geeft aan dat dat onder andere de waarborg van de financiering is. Het lid YEMANE wil weten hoe lang het platform al bezig is.

TERRA DAKOTA STEIN legt uit dat buurtplatforms al heel lang bestaan, maar dit buurtplatform bestaat in deze hoedanigheid sinds 2019 met de introductie van buurtbudgetten en het formeel inzetten van buurtplatforms. Het lid KABAMBA vraagt naar informatie die de fracties over kunnen brengen aan de wethouder. TERRA DAKOTA STEIN verwijst naar de eerder toegezonden spelregels. Die zijn na een zorgvuldig doorlopen traject opgesteld en moeten worden opgenomen in de participatieverordening. MIREILLE WESTFA spreekt namens het platform (in wording) Bijlmerplein in Amsterdam-Zuidoost. Het platform vraagt om een vaste financiering voor een periode van vier jaar. Veel andere platforms staan te popelen om zich aan te sluiten. Ook Bijlmerplein wil graag opgenomen worden in de participatieverordening. Het lid KABAMBA meldt dat de gemeente heeft toegezegd dat er afspraken gemaakt kunnen worden over de definitieve opname in de participatieverordening. Zij vraagt om verdere informatie. MIREILLE WESTFA is van mening dat de proeftuin is afgerond. Daaruit zijn spelregels voortgekomen. Het platform heeft laten zien wat het kan. Als laatste stap moet dit worden opgenomen in de participatieverordening. Het lid YEMANE deelt mee dat de wethouder in zijn brief een bedrag heeft

4

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

genoemd, 10.000 euro. Is dat voldoende? MIREILLE WESTFA vindt dat bedrag niet toereikend. Zij wil ook geen universeel bedrag per buurt, maar maatwerk. Het lid BROERSE vraagt naar de ervaringen van het startende buurtplatform. MIREILLE WESTFA prijst de samenwerking met de coalitie van buurtplatforms. Zij heeft veel steun ervaren, ook van de gebiedsmakelaar. Maar voor een goede organisatie is ook een goede samenwerking met de gemeente nodig. Ook zijn er middelen nodig. Dat zal ongetwijfeld zorgen voor besparingen, want het platform weet wat er speelt in de buurt. SUMADI BAMBANG OETOMO gaat in op de eerdere noodkreet van het buurtplatformrecht. Veel Amsterdammers haken af. De participatie is op papier goed geregeld, maar werkt in de praktijk anders. Er is sprake van een onbalans in macht. Je moet samen sterk staan. De overheid verspilt geld door een verkokerde aanpak. Een integrale aanpak bespaart geld. Spreker vraagt de wethouder om  de buurtplatforms een belangrijke positie te geven in de participatieverordening,  het buurtplatformrecht op te nemen in de sectie netwerkparticipatie,  de spelregels als basis te nemen om aan de slag te gaan,  voldoende middelen vrij te maken met specifieke financieringsvormen (een buurtpatformbudget),  de afspraken te respecteren en  door te pakken. Het lid YEMANE wil weten wat er wordt bedoeld met duurzaam.

SUMADI BAMBANG OETOMO wil op een prettige manier duurzaam samenwerken, zonder druk of stress. Het lid KEESMAN wil weten of de stad de voorgestelde spelregels moet overnemen. Of dienen ze als basis om tot een gezamenlijk verhaal te komen? SUMADI BAMBANG OETOMO vindt dat de stad de spelregels in eerste instantie moet overnemen (die zijn voortgekomen uit de proeftuin) en daar vervolgens ervaring mee opdoen. De VOORZITTER bedankt de insprekers voor hun inbreng. c. Actualiteiten d. Rondvraag Het lid YACOUBI prijst de inspanningen van de wethouder voor de meest kwetsbaren in de stad. De fractie heeft op 22 februari 2024 schriftelijke vragen ingediend over de derdelanders. Wat is de stand van zaken? Wethouder GROOT WASSINK heeft daarover contact met de staatssecretaris, want het kabinet heeft besloten om de richtlijnen aan te passen. Er is nu grote juridische onzekerheid ontstaan, onder andere door de uitspraak van de Raad van State over de prejudiciële vragen van Amsterdam. Die moeten als richtinggevend worden beschouwd. Daarmee heeft een derdelander recht op opvang totdat de vragen zijn beantwoord. Daardoor heeft de wethouder de vragen nog niet kunnen beantwoorden. Sommige derdelanders in Amsterdam hebben al een voorlopige voorziening aangevraagd of hebben een andere verblijfstitel. De IND zou op zijn vroegst op 22 april 2024 duidelijkheid kunnen bieden over hun verblijfsstatus.

Dat is echter nog niet bevestigd. De onduidelijkheid duurt nog even voor. Daarom heeft Amsterdam de opvang nog niet beëindigd. Het lid YACOUBI stelt vast dat Amsterdam geen derdelanders uit de opvang gaat verwijderen. Wethouder GROOT WASSINK beëindigt formeel de opvang, maar de IND gaat

5

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

formeel over de verblijfsstatus. Amsterdam heeft van niemand uit deze groep de opvang daadwerkelijk beëindigd. Het lid YEMANE wil weten hoe dit alles is gecommuniceerd met de opvanglocaties. Ook vraagt zij naar de situatie van de mensen die nog geen opvang hebben aangevraagd. Wethouder GROOT WASSINK herhaalt dat, gezien de onduidelijkheid over de verblijfstitel, voor niemand uit deze groep de opvang is beëindigd. Daarover is intensief contact geweest met alle betrokkenen, ook met de opvanglocaties. Het lid PERDOK wil weten of Amsterdam bereid is om zich activistisch op te stellen en opvang wil blijven garanderen. Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat een wethouder zich aan de wet moet houden. De opvang is nog niet beëindigd, omdat deze mensen nog beschikken over een verblijfsgrond. Als mensen nu nog geen voorlopige voorziening hebben aangevraagd en de IND duidelijkheid kan verschaffen over de verblijfsstatus van mensen waardoor deze mensen ongewenst zijn, kan de wethouder niet anders doen dan de opvang beëindigen. Het lid BAKKER merkt op dat tijdens het symposium van de Straatalliantie duidelijk werd dat het niet hebben van een postadres een groot probleem is. Wethouder Van Dantzig heeft echter in een commissievergadering gezegd dat het voor de gemeente voldoende is als op een andere manier regionale binding kan worden aangetoond.

Kan de wethouder daar iets meer over vertellen? Wethouder GROOT WASSINK gaat ervan uit dat de regels rondom postadressen versoepeld zijn, maar het gaat dan niet per se over de regiobinding. De wethouder benadrukt dat de aanvraag voor een briefadres wel eenvoudiger wordt gemaakt, binnen een contactmoment. Dan kunnen mensen ook eventueel door worden verwezen naar passende zorg. Daar wordt ook over gesproken met de Daklozenbond, omdat zij ook die mogelijkheid hebben. Het lid BAKKER weet dat wethouder Van Dantzig een brief over dit onderwerp heeft beloofd. Het lid vraagt om de brief in deze commissie te bespreken. Wethouder GROOT WASSINK zegt dat toe. Het lid BAKKER merkt op dat op het symposium van de Stratenalliantie is gezegd dat mensen soms telefonisch worden afgewezen voor opvang. Omdat het geen schriftelijke afwijzing is, kunnen ze geen bezwaar aantekenen. Kan de wethouder dit zo spoedig mogelijk oppakken? Wethouder GROOT WASSINK heeft daar onderzoek naar gedaan, want deze werkwijze is formeel niet toegestaan. Het blijkt ook niet het geval te zijn. Mensen komen bij de Jan van Galen voor een briefadres of om een uitkering aan te vragen. Voor opvang is echter de GGD verantwoordelijk. Aanvragers worden dan ook naar de GGD doorverwezen. Sommigen beschouwen dat als een afwijzing. Dat is niet het geval. Een afwijzing zal altijd schriftelijk plaatsvinden.

Het lid IJMKER heeft een vraag over de brief Amsterdam in business, over het aantrekken van bedrijven uit het buitenland waar in de commissie eerder uitgebreid over is gesproken. Het lid heeft gevraagd om inzicht in de nieuwe werkwijze, maar die vraag is afgedaan met de opmerking ‘er komt een strategie van volume naar waarde’. Het lid vraagt inzicht in die strategie. Wethouder GROOT WASSINK zegt toe dat de strategie in de zomer wordt afgerond en vervolgens met de commissie wordt gedeeld. De toezegging wordt opgenomen op de termijnagenda. Democratisering (inclusief Bestuurlijk stelsel) 9 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de evaluatie van de proeftuin buurtplatformrecht (VN2024-004044) De VOORZITTER deelt mee dat is onderzocht of het buurtplatformrecht onderdeel kan worden van het nieuwe participatiebeleid. Fracties hebben vragen gesteld over de representativiteit van de buurtplatforms en over de volgende fase.

6

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

Het lid BROERSEN vindt de buurtplatformen bij uitstek een voorbeeld van betrokkenheid van de inwoners die iets goeds willen doen voor de buurt. Zij zijn de sociale infrastructuur. Er heerst echter nog veel onduidelijkheid over de invulling van het buurtplatformrecht. Het college kiest voor optie 2, de status erkennen en de spelregels vastleggen. De spelregels zijn echter nog niet bekend. Die moeten bekend zijn voor de bespreking van de participatieverordening in de raadsvergadering in mei 2024. Ook moet in de verordening worden opgenomen dat er afspraken met de buurtplatforms zullen (en dus niet kunnen, zoals in de tekst staat) worden gemaakt. De coalitie buurtplatforms heeft met ambtelijke hulp spelregels opgesteld. Volt stelt voor om deze spelregels vast te leggen. De vrijblijvendheid moet ervan af. De fractie stelt voor om voort te bouwen op het succes van de buurtplatforms en om te leren wat het buurtplatformrecht oplevert voor de gemeente. Ambtelijk is ingegaan op de kritiekpunten uit de evaluatie, maar er is ook een casestudie opgebouwd en onder andere een social handprint opgesteld. Daarin worden verschillende zaken blootgelegd in de relatie tussen de buurtplatforms en de ambtelijke organisatie.

Hoe kijkt de wethouder daar naar? Het gaat onder andere over het grote verschil tussen de systeem- en de leefwereld en over het democratiseringsbeleid binnen de gemeente, bijvoorbeeld de evaluatie van het Schinkelkwartier. In de ambtelijke organisatie is veel ambitie op het gebied van democratisering. Maar het hoger management mist nog zaken binnen deze opgave. Hoe kijkt de wethouder naar deze opmerking? Het lid YEMANE las in de evaluatie hoe belangrijk de buurtplatforms zijn voor Amsterdam. Zij pleit dan ook voor een duurzaam subsidiekader voor de duur van ten minste vier jaar. Verder, wat zijn de mogelijkheden voor adaptief werken om zo administratieve rompslomp te voorkomen, bijvoorbeeld met ondersteuning vanuit de gemeente? Zij vraagt om dit op te nemen in de participatieverordening. Zij vraagt verder om de op te nemen spelregels na verloop van tijd op te nemen in een beleidskader. De buurtplatformers moeten zoveel mogelijk bij de uitwerking worden betrokken. In de brief staat ‘We vinden het echter nu nog te vroeg om een kader in deze vorm vast te stellen … omdat nog niet alles is uitgewerkt, zodat nog niet alles werkbaar is voor de gemeentelijke organisatie.’ Het lid Yemane heeft daar eerder al vragen over gesteld. Destijds moest de evaluatie worden afgewacht.

Daaruit blijken nu mooie resultaten, maar nu lijkt het erop dat de gemeentelijke organisatie er nog niet klaar voor is. De gemeente zou blij moeten zijn met deze ogen en oren van de buurt, maar laat deze inwoners die zich met hart en ziel inzetten voor de buurt, weer wachten. De gemeente moet openstaan voor het mooie werk van de buurtplatforms door hen een gelijkwaardige positie te geven met opname in de participatieverordening met de juiste spelregels. Het lid KEESMAN heeft eerder een bezoek gebracht aan de buurtplatforms in IJburg. Daarmee heeft de gemeente goud in handen. De gemeente moet dat buurtgevoel dan ook versterken. Daarmee kan zij vroegtijdig zaken signaleren en inwoners het gevoel geven dat zij er werkelijk toe doen. De resultaten uit proeftuin geven aanleiding om de buurtplatforms op te nemen in de participatieverordening. De buurtplatforms hebben spelregels als input meegegeven. Door ze vast te leggen in de verordening, spreekt de gemeente haar vertrouwen in hen uit. Het is nog te vroeg om het kader buurtplatform in de huidige vorm vast te stellen. Het is niet eenvoudig om het formele Amsterdam aan te sluiten op het informele karakter van de buurtplatforms. Dat is een kwetsbaar proces. Ook de wethouder duidde daar al op. Het is beter om even de tijd te nemen om samen een werkend kader en goede spelregels op te stellen.

Je moet voorkomen dat je schade toebrengt aan de buurt. Het lid YEMANA vindt drie jaar experimenteren voldoende. Uit de resultaten blijkt al dat de gemeente met deze buurtplatforms goud in handen heeft. Soms moet je dingen gewoon gaan doen (zoals in Rotterdam). Het lid KEESMAN is ook voorstander van een daadkrachtige (Rotterdamse)

7

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

aanpak, maar geeft de voorkeur aan zorgvuldigheid. Het goud dat de gemeente in handen heeft, is kwetsbaar. De PvdA pleit ervoor om aan de slag te gaan met tijdelijke spelregels. Dat moet leiden tot een gezamenlijk kader. De fractie kiest voor variant 2. Zij heeft verder de volgende vragen.  Is Amsterdam wel opgedeeld in duidelijk afgebakende buurten?  De buurtplatforms willen hun eigen grenzen kiezen. Werkt dat?  Er is nu een voorstel voor een platform per buurt voor een periode van vier jaar. Maar ook meerdere platforms per buurt zijn mogelijk. Hoe kijkt het college aan tegen deze opties?  Hoe is de interactie tussen de buurtplatforms en het Masterplan Amsterdam?  Bij de financiering worden verschillende bedragen voor de verschillende jaren genoemd. Hoe zijn de bedragen tot stand gekomen? Ligt daar een uitgebreide berekening aan ten grondslag hoeveel de buurtplatforms nodig hebben? Komt het geld alleen uit het budget Democratisering? Wellicht dat het werk van de buurtplatforms bepaalde andere zaken ook overbodig maakt. Zo is waarschijnlijk met deze buurtplatforms een tweede gebiedsmakelaar niet nodig. Mogelijk kunnen de buurtplatforms ook uit andere potten gefinancierd worden.

 Zorgt de keuze voor variant 2 voor een goede continuïteit tussen de proeftuinen en een volwaardige rol voor de buurtplatforms in de toekomst? Het lid YACOUBI merkt op dat de buurtplatforms dienen als officiële gesprekspartner van de gemeente. Daarmee krijgen de buurten een stem. Uit de proeftuin blijkt dat de betrokkenheid door de buurtplatforms verbetert. Ondanks de goede resultaten, heeft de fractie een aantal vragen.  Hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat de buurtplatforms hun rol als samenwerkingspartner behouden?  Hoe vindt de communicatie tussen de buurtplatforms en de gemeente plaats, zodat beide partijen op de hoogte zijn van de behoeften van de buurten?  Hoe wordt ervoor gezorgd dat de buurtplatforms ook op de langere termijn actief zijn? Het lid BAKKER is overtuigd van de meerwaarde van de buurtplatforms. Iedere wijk heeft zijn eigen uitdagingen en wensen. De buurtplatforms zijn soms moedeloos door te trage besluitvorming, lange communicatielijnen, bureaucratie en bijvoorbeeld het gebrek aan eigen ruimte. Uit het evaluatieverslag van Woon blijkt dat medewerkers van de gemeente niet precies weten wat de rol van een buurtplatform is. Ook heerst het gevoel dat de gemeente soms het vertrouwen mist in betrokken Amsterdammers. Het belang en de meerwaarde van buurtplatforms is overduidelijk.

De Partij voor de Dieren steunt het voorstel van de wethouder om nog even te wachten met het vastleggen van het kader totdat alles goed is uitgewerkt. De fractie kijkt uit naar een reactie van de wethouder op de voorgestelde spelregels van de buurtplatforms. Hoe wordt de raad op de hoogte gehouden van het proces om te komen tot definitieve spelregels? Een platform mag niet afhankelijk van een individuele ambtenaar. Dat vraagt om een cultuurverandering. Het lid BADAL is ervan overtuigd dat de stad met een gezamenlijk initiatief leuker en beter wordt. Amsterdam moet blij zijn met de betrokkenheid van de buurten. Daarbij is een goede ondersteuning belangrijk. Het CDA heeft een aantal vragen.  Hoe zijn de ondersteuning en de financiering geregeld?  Hoe wordt ervoor gezorgd dat de organisaties goed zijn ingericht? De mensen mogen de moed niet verliezen door bijvoorbeeld bureaucratie. Wellicht kan een ambtelijk secretaris uitkomst bieden als procesondersteuner en bijvoorbeeld als tolk.  Wat bedoelt het gemeentebestuur met de beleidsplannen? Waar moeten

8

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

buurtplatforms aan voldoen? Het CDA roept de wethouder en de raad op om de buurtplatforms niet te overladen met regels. De fractie pleit voor een lichtvoetig kader en aandacht voor de praktijk. De gemeente moet de initiatieven van de buurten verwelkomen. Het lid SCHMIT is van mening dat een goede betrokkenheid van inwoners en ondernemers leidt tot betere besluiten. Een goed voorbeeld daarvan zijn de buurtplatforms. Zij moeten een duidelijk mandaat krijgen, volwaardig meedoen en representatief zijn. D66 opteert voor variant 2, maar daarin staat dat er binnen 1 à 2 jaar een besluit wordt genomen. Worden de buurtplatforms ondertussen in de verordening opgenomen? Het lid PEDOK waardeert de inspanningen van de wethouder, maar desondanks verloopt het niet allemaal even soepel. Zo wordt er vaak te laat om input gevraagd. Ook verdwalen buurtorganisaties nog steeds in ambtelijke doolhoven. Dat vergt nodeloze tijd en energie. In samenwerking met de ambtenaren Democratisering is een aantal spelregels opgesteld. Daaruit blijkt de urgentie om het recht nu al vast te leggen. Het is ook een bewijs voor de daadkracht en wendbaarheid van de buurtplatforms en hun welwillendheid om te komen tot een breed gedragen samenwerking met de gemeente.

Wat houdt het college tegen om hun rol nu al vast te leggen in de participatieverordening? Hoe beoordeelt de wethouder de spelregels? Het belangrijke werk van de buurtplatforms, bijvoorbeeld op de gebieden duurzaamheid en armoedebestrijding, bespaart volgens de social handprint miljoenen euro’s per maand. Hun werk maakt de deelname voor bewoners ook laagdrempelig. Dat is precies de definitie van democratisering. Er is sprake van een maximaal budget van 10.000 euro per buurtplatform; de maatschappelijke waarde loopt echter in de miljoenen euro’s. Hoe is dat budget van 10.000 euro tot stand gekomen? De buurtplatforms hebben in de vijf jaar proeftijd hun waarde voor de stad al lang bewezen. Neem ze serieus en neem hun rechtop in de participatieverordening! Het lid KABAMBA is voor variant 3, opname in de participatieverordening met niet alleen de maximale 10.000 euro, maar ook met aanvullende financiering. In variant 3 wordt gesproken over enkele platforms; hoe worden deze geselecteerd? De fractie is geen voorstander van het tijdelijke karakter van variant 2, want sommige platforms zijn al jaren actief. Nog langer wachten, geeft een gevoel van bureaucratie. De buurtplatforms komen voort uit stadsdelen waar de stad meer verbinding mee zou willen hebben.

Op welke manier worden daar de politieke participatie en democratisering in meegenomen? Het lid ALBERTS merkt op dat de buurtplatforms zich al bewezen hebben. Ze zijn een groot succes. Maar is de gemeente er wel klaar voor? De gemeente spreekt van conflicterende belangen. Daar zijn regels en bijvoorbeeld conflictbemiddeling voor nodig. Het lid vraagt om een toelichting. De buurtplatforms zijn de ogen en oren van de buurt. Daar moet de stad gebruik van maken. Het mag geen geïnstitutionaliseerde subdeelraad worden. De platforms moeten bottom-up kunnen werken. Eerder is er gesproken over een buurteffectrapportage. Wat is de relatie met dit onderwerp? Het lid HYLKEMA heeft veel positieve cases gezien, maar heeft ook zorgen. Zo kan het vastleggen van kaders en strakke spelregels zorgen voor formele buurtplatforms met te hoge barrières voor de inwoners. De VVD kiest dan ook voor de variant met zo min mogelijk spelregels. Daarmee bereik je niet alleen het kleine groepje goed georganiseerde buurtbewoners, maar ook nieuwe groepen minder mondige mensen. Het mogen geen koninkrijkjes worden van een select groepje buurtbewoners. Het is juist de uitdaging om de niet goed georganiseerde buurtbewoners (zonder een breed netwerk in de wijk) erbij te betrekken. Ook worden ondernemers niet genoemd. Ook zij kunnen

9

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

belangrijke taken invullen binnen de buurtplatforms. Het mogen geen ministadsdeelraden worden. Is het mogelijk om meerdere platforms binnen een wijk te financieren met kleine bedragen? 10.000 euro is veel geld. Daarmee wordt het platform ook formeel. De bottomup manier van werken moet behouden blijven. Het lid YEMANE merkt op dat verschillende buurtplatforms binnen een buurt zich al organiseren. Zij wil ook weten waarom een budget van 10.000 euro te hoog zou zijn. Het lid HYLKEMA antwoordt dat al wordt voorgesteld om een platform per gebied te financieren. Dat platform wordt dan het belangrijkste aanspreekpunt voor de gemeente. Bij meerdere buurtplatforms in een buurt bestaat de mogelijkheid van discussies en voor kleinere initiatieven (voor kleinere bedragen). Dat is goed voor de wijk. Het lid beaamt desgevraagd dat hij geen van dergelijke (kleinere) initiatieven heeft bezocht en legt uit dat een budget van 10.000 euro voor het ene platform een grote barrière, een machtsverschil oplevert ten opzichte van andere platforms die dat bedrag niet krijgen. Het lid DEDOK merkt op dat de buurtplatforms beter de minder mondige buurtbewoners bereiken dan de gemeente. Het lid HYLKEMA beaamt dat de buurtplatforms daar beter voor geschikt zijn, maar is bang dat ze met een verdergaande formalisering een machtsfactor vormen ten opzichte van andere (niet gesubsidieerde) platforms.

Het lid BROERSE merkt op dat buurtbewoners zich altijd kunnen aansluiten bij een buurtplatform. Wat is de bedoeling van concurrentie tussen de verschillende platforms? Het lid HYLKEMA benadrukt dat het gaat om inspraak van mensen die zich het minst goed kunnen uiten. Het is belangrijk om ook hen mee te nemen. De mensen die zich goed kunnen uiten, zitten nu al een buurtplatform. Het lid BROERSE is van mening dat de mensen die zich niet goed kunnen uiten de mogelijkheid hebben om dat via een buurtplatform te doen. Daarmee worden ook de mensen bereikt waar het lid Hylkema zich zorgen over maakt. Het lid HYLKEMA merkt op dat deze mensen zich soms ook geïntimideerd voelen door de georganiseerde mensen in het buurtplatform. Je moet er op een of andere manier voor zorgen dat je deze mensen er blijvend bij betrekt. Het is de vraag of dat met de voorgestelde extreme formalisering nog mogelijk is. Het lid BROERSE herhaalt de woorden van een inspreker dat mensen soms een burnout krijgen omdat er zoveel te doen is in de wijk. Daarom moet je de spelregels vastleggen en zorgen voor financiering. Daarmee kunnen juist de mensen die zich niet goed kunnen uiten, worden bereikt. Zij roept het lid Hylkema op om dergelijke initiatieven te bezoeken. Dat zorgt wellicht voor nieuwe inzichten. Het lid HYLKEMA beaamt dat buurtplatforms in veel gevallen een positieve impact hebben.

Het is echter de vraag of bij een verdere formalisering nog wel een bottom-up aanpak, een aanpak vanuit de buurt, mogelijk blijft. Het lid KABAMBA bestrijdt dat deze buurtplatforms met de 10.000 euro kapitalisten worden die andere mensen gaan onderdrukken. Ook hen roept het lid Hylkema op om de verschillende initiatieven in de verschillende delen van de stad te bezoeken om de juiste indrukken op te doen. Het lid HYLKEMA zegt dat toe

10

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

De VOORZITTER geeft na een korte schorsing het woord aan het college. Wethouder GROOT WASSINK zou het eens willen zijn met de VVD, die waarschuwt voor institutionalisering. Ongehoorde stemmen mogen niet verloren gaan door dit platformrecht. De VVD heeft niet met buurtplatforms gesproken. Dat is niet erg, want je kunt ook meespreken over de bijstand als je zelf geen uitkering hebt. Het is een meerwaarde dat de VVD nu met hen gaat spreken. Lid YEMANE snapt dat raadsleden niet met iedereen in gesprek kunnen gaan, maar de VVD heeft expliciete ideeën die ver van de werkelijkheid staan. Een gesprek met de buurtplatforms kan de bijdrage van de VVD alleen maar versterken. Wethouder GROOT WASSINK begrijpt dat, maar er is inderdaad een risico op institutionalisering en het gemis van ongehoorde stemmen. Voorkomen moet worden dat buurtplatforms een soort sub-stadsdeelcommissie wordt. Overbureaucratisering is inderdaad een gevaar. De wethouder is het er ook mee eens dat ook ondernemers zich moeten kunnen aansluiten bij een platform. Hij is ook niet tegen meerdere platforms in een buurt, maar weet ook dat een overkoepelend buurtplatform het beste werkt. Het bedrag van 10.000 euro is een maximum. In 2022 is de verlenging van de proeftuin gestart. In december 2023 is de proeftuin geëvalueerd. Er bestaan nu misverstanden over de kaders, de spelregels en de verordening.

Het college geeft de voorkeur aan scenario 2. Daarmee wordt het buurtplatformrecht in de verordening opgenomen. De wethouder beaamt dat de ambtelijke organisatie moet wennen aan dit soort initiatieven, maar de overheid moet zich ook houden aan bepaalde regels op het gebied van rechtmatigheid. Hij hoopt de spelregels die door het buurtplatform zijn aangereikt, volgende week vast te stellen. In juni 2024 wordt de verordening besproken inclusief de keuze voor scenario 2. Dan kan het werk beginnen. Voor een definitief kader is een langere periode nodig waarin ervaring kan worden opgedaan. Daar kan straks een nieuw college over beslissen. Voor de financiering is een inschatting gemaakt van het aantal platforms dat daar gebruik van gaat maken en is rekening gehouden met het beperkte budget voor Democratisering. Het zou goed zijn als andere gemeentelijke diensten daaraan bijdragen, maar de wethouder wil er niet op wachten. Hij beschouwt de komende twee jaar als een overgangsperiode en ziet daarna uit naar een structurele financiering. Het lid YEMANE vindt het een risico om het uiteindelijke besluit over te laten aan een nieuw college, dat daar misschien heel andere ideeën over heeft. Het lid stelt voor om dit nog in deze raadsperiode structureel te borgen Wethouder GROOT WASSINK gaat niet uit van een wezenlijke andere nieuwe coalitie.

Overigens is het structureel geborgd doordat het in de participatieverordening is opgenomen. Ook zijn er spelregels opgesteld en er is voor drie jaar financiering ter beschikking gesteld. De wethouder ziet uit naar hoe zich dat verder ontwikkelt in de komende periode, ook wat betreft de ambtelijke cultuur. De democratiseringsopgave staat in deze periode vooral in het teken van de cultuurverandering en de culturele revolutie. Vaak gaat dat al heel goed. Zo is men al tevreden over de samenwerking tussen de ambtelijke organisatie en de platforms over het opstellen van de spelregels. Maar het kost ook tijd. Het lid SCHMIT is blij dat de spelregels in de verordening worden opgenomen. Deze wethouder van de lokale democratie zou dit ook moeten vastleggen in een kader in deze collegeperiode. Wat zouden obstakels kunnen zijn? Wethouder GROOT WASSINK bestrijdt dat er obstakels zijn. In de brief staat al dat de wethouder de kaders binnen een à twee jaar wil vastleggen. Nu is het belangrijk om dit alles vast te leggen in een verordening. Dat maakt de regels definitief. Het kader is

11

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

slechts een uitwerking van de spelregels. Voor de financiering voor de komende drie jaar is een inschatting gemaakt. Als alles een succes blijkt, zouden de budgetten kunnen worden verhoogd. Ook de wethouder is voorstander van een structurele invulling, maar daar moet eerst goed onderzoek naar hebben plaatsgevonden, bijvoorbeeld naar de dreiging van institutionalisering. DENK vroeg garanties voor de lange termijn. Die kan de wethouder niet geven. De PvdA heeft vragen gesteld over de indeling van buurten. Er is een buurtindeling, maar de wethouder vindt dat je daar niet al te strikt mee moet omgaan. Een (gedeeltelijke) overlapping is niet erg. Het lid KEESMAN blijft voorstander van niet al te veel spelregels, maar wel goede, zoals ene goede afbakening van buurten. Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat dit ligt op de dunne lijn tussen dingen vastleggen en dingen vrijlaten. Je moet dingen bottom-up laten groeien. Ook de PvdA spreekt over meerdere buurtplatforms per buurt. Dat is in strijd met de wens om buurten strikt vast te leggen. Er zijn vragen gesteld over de relatie met de masterplannen, onder andere in Amsterdam-Noord. Als de verordening wordt vastgesteld, moet daar nadrukkelijk overleg over gevoerd worden, want het mag niet leiden tot concurrentie. De wethouder ziet zelfs mogelijkheden voor kruisbestuiving.

Voor de mogelijkheid voor de inzet van externe financieringsbronnen, is nader onderzoek nodig. Zo kunnen corporaties en externen ook bijdragen leveren Het lid KEESMAN vindt dat dat aspect juist nu in deze fase nadere studie behoeft en wellicht ook financiering vanuit andere beleidsterreinen. Dat zorgt voor een solide basis voor de toekomst. Wethouder GROOT WASSINK is het daarmee eens, maar het gaat nu in eerste instantie om een minimumvariant. Het buurtplatformrecht kan een wezenlijke schakel zijn tussen informele en formele netwerken met een grotere omvang dan nu voorligt. Dat moet de toekomst uitwijzen. GroenLinks pleit voor een duurzaam subsidiekader voor tenminste een periode van vier jaar. Een structurele voorziening zou inderdaad voor de hand liggen. Er is nu echter maar ruimte voor een financiering voor een periode van drie jaar. De wethouder is ook voorstander van adaptief werken en verwijst daarvoor naar de ervaringen in model C van de buurtbudgetten in Zuidoost. Tweede termijn Het lid BROERSE vraagt naar concrete stappen voor het realiseren van de door de wethouder genoemde systeemverandering, de democratiseringsopgave. Het is nu slechts groots en vaag, kost veel tijd en is niet altijd even gemakkelijk. Het lid YEMANE stelt voor dat de gemeente de buurtplatforms ondersteunt bij hun administratieve lasten.

Het lid BADAL deelt mee dat in Zuidoost nog geen duidelijkheid is over de invulling van het masterplan. Daardoor is samenwerking met de buurtplatforms schier onmogelijk. Het lid PERDOK herhaalt haar vraag over het maximale bedrag van 10.000 euro, in relatie tot de veel hogere maatschappelijke waarde (van miljoenen euro’s). Het lid KABAMBA herhaalt haar vraag over het beperkte aantal platforms dat subsidie krijgt. Wethouder GROOT WASSINK gaat eerst in op de vraag van de SP over de

12

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

bewonerseffectrapportage. Daar wordt nu aan gewerkt. De rapportage zal dit jaar worden opgeleverd. Hij benadrukt dat het college nadrukkelijk kiest voor variant 2 en niet voor variant 3 waar Lijst Kabamba over spreekt. Variant 2 biedt voldoende basis om hiermee aan de slag te gaan. Lijst Ahmadi-Veldhuyzen spreekt terecht over de maatschappelijke meerwaarde, maar het is soms moeilijk om die waarde te berekenen. Bovendien wil je natuurlijk met de inzet van buurtplatforms met een klein bedrag een grote maatschappelijke impact realiseren. De 10.000 euro per buurtplatform is een eerste aanzet. De wethouder beaamt dat de masterplanaanpak nog niet bij alle inwoners van Amsterdam bekend is. Dat is een permanent punt van aandacht. Het lid PERDOK stelt vast dat het maximale bedrag van 10.000 euro is opgenomen in de bestuurlijke reactie en vraagt om een onderbouwing van dat bedrag. Wethouder GROOT WASSINK deelt mee dat de gemeente een inschatting heeft gemaakt. Dit is met buurtplatforms besproken. Naast dat bedrag is aanvullende financiering mogelijk waar nu echter nog onvoldoende middelen voor beschikbaar zijn. De wethouder is een groot voorstander van het verminderen van administratieve lasten. Daar wordt nu ook aan gewerkt, onder andere door het samenvoegen van subsidiestromen. Maar je zult zaken ook moeten vastleggen, onder andere voor de onrechtmatigheid.

Maar het mag niet zo ingewikkeld zijn dat mensen een burn-out krijgen van de administratieve rompslomp. VOLT heeft vragen gesteld over de cultuuromslag. De ambtelijke organisatie werkt al intensief samen met buurtplatforms en er zijn onder andere leerwegen voor ambtenaren. Het is al een goede ontwikkeling dat er met G&O is gesproken over de spelregels. Ambtenaren moeten ook wennen aan deze omslag. Het aanpassen van een al lang bestaande cultuur is een ingewikkeld proces. De wethouder ziet al veel toewijding en enthousiasme bij de ambtenaren, maar het is een proces dat moet worden doorlopen. Er moet een brug geslagen worden tussen de bureaucratie en informele organisaties. Het lid BROERSE begrijp dat je daarvoor een traject moet doorlopen. Uit een opmerking in een van de evaluaties bleek dat de democratiseringsopgave bij ambtenaren niet altijd duidelijk was. Daarom moet het hen gesproken worden over hoe zij zich moeten verhouden tot bijvoorbeeld buurtplatforms. Wethouder GROOT WASSINK zegt toe dit aan ambtenaren voor te leggen en daar op een later moment uitgebreid over te rapporteren. De VOORZITTER noteert deze toezegging. Het lid Yemane vraagt om dit onderwerp in de raad te bespreken. De voorzitter kondigt aan dit in de raadsvergadering van 29 mei 2024 (kort) te agenderen. Hij stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken.

10 Kennisnemen van de eindevaluatie van de pilot met gedigitaliseerde fraudepreventie (VN2024-004038) De VOORZITTER legt uit dat het gaat om een evaluatie van de pilot waarin het algoritme Slimme Check werd toegepast in de beoordeling van bijstandsaanvragen. De conclusie is dat er geen uitspraak kan worden gedaan over de aan- of afwezigheid van BIAS in het algoritme. Ook leden van de commissie FKD zijn aanwezig. Het lid WILLIAMS deelt mee dat is onderzocht of deze werkwijze zou kunnen bijdragen aan een eerlijke inrichting van werkprocessen. D66 staat positief tegenover het gebruik van algoritmes, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Ze moeten rechtmatig, proportioneel en controleerbaar zijn en de uitkomsten moeten begrijpelijk zijn, ook voor burgers. Het mag er nooit toe leiden dat mensen oneerlijk worden behandeld. D66 heeft enkele vragen en opmerkingen.

13

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

 

 

Waarom is gekozen voor een pilot van-– slechts - drie maanden? Kun je dan al conclusies trekken? Er zijn geen klachten ontvangen. De wethouder concludeert daaruit dat er geen sprake is van onterechte behandelingen. Dat is echter niet zeker. Mensen kunnen niet weten dat de gemeente door het gebruik van het algoritme een fout heeft gemaakt. De prepilot wijst uit dat binnen de huidige manier van werken (bijstandsaanvragen worden beoordeeld door medewerkers) ook BIAS kan voorkomen. Welke gevolgen heeft dat voor de inwoners van Amsterdam? Welke lessen neemt de wethouder uit de pilot mee in een vervolgfase voor verbetering van het huidige systeem?

Het lid BETOUMYA vindt dat het gemeentelijk beleid uit moet gaan van vertrouwen. Is dat wel het geval met dit algoritme? GroenLinks heeft al eerder gevraagd of dit een effectief middel is om bijstandsfraude te voorkomen en of dit de beste manier is om de gemeentelijke capaciteiten te zetten. GroenLinks pleit voor een persoonlijke benadering en passende caseload en is blij dat de proef wordt voortgezet omdat BIAS niet valt uit te sluiten. De fractie heeft enkele vragen en opmerkingen.  De aanleiding voor de pilot was de onduidelijkheid over de verantwoordelijkheden tussen de inkomensconsulenten en de handhavingsmedewerkers van WPI. Dat probleem moet, los van deze pilot, op managementniveau worden aangepakt.  Ook GroenLinks vindt dat er gekeken moet worden naar de menselijke BIAS. Hoe wordt dit op dit moment zoveel mogelijk beperkt?  Is het wel wenselijk om dit algoritme voor deze doelgroep in het sociale domein in te zetten? Het lid IJMKER prijst de uitleg in de technische sessie. De vraag of je mensen wel wil profileren op hun kenmerken is blijven hangen. Wat is de mening van het college? Onder welke voorwaarden en in welke domeinen? Het lid mist de fundamentele discussie hierover. De verkregen informatie is onvoldoende om conclusies te trekken over BIAS.

Daarvoor zijn naast voldoende informatie, ook goede statistici nodig in plaats van de nu aanwezige kennis van machinelearning en modellen. Heeft de gemeente wel voldoende van deze kennis in huis? Amsterdam loopt met dit experiment, dat veel capaciteit en geld heeft gekost, vooruit. Deelt de gemeente de lessen en conclusies met andere gemeenten? Het lid BROERSEN wil waken voor de gevaren van de inzet van kunstmatige intelligentie in dit soort processen. Zo is het onlangs fout gegaan bij DUO. Amsterdam moet daar lessen uit trekken. Gezien de resultaten van de pilot (het is onbekend of er sprake is van BIAS) is het goed dat het college nu afziet van de inzet van deze middelen. Waarom is in de pilot gekozen voor (complexe) machinelearning. Er zijn ook gemakkelijkere opties. Wat is de volgende optie? Er is nu voor gekozen om te stoppen met de Slimme Check. Het is zonde om nu niet verder onderzoek te doen; in een andere vorm en die wellicht ook gemakkelijker uitvoerbaar is. Want het is onvermijdelijk dat de samenleving verder digitaliseert. Een groot probleem is het vooroordeel dat leeft bij de ambtenaren. Wordt ook daaraan gewerkt? Waarom kan daar BIAS niet verklaard worden? Het lid IJMKER herhaalt haar opmerking aan het lid Broersen; moet je überhaupt wel dergelijke tools inzetten bij deze doelgroep? Het lid BROERSEN stelt voor om daar verder onderzoek naar te doen.

Het is zonde om het onderzoek nu in de ijskast te stoppen. Het lid IJMKER herhaalt de opmerking of je mensen wel moeten willen profileren op basis van bepaalde kenmerken.

14

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

Het lid BROERSEN is voorstander van een combinatie van digitalisering en het hanteren van de menselijke maat. Het lid WILLIAMS stelt voor om eerst onderzoek te doen naar de mogelijke schadelijke gevolgen voor deelnemers aan deze pilot, voordat een vervolgtraject wordt opgestart. Het lid BROERSEN steunt dit voorstel. Hoe meer informatie, hoe beter. Het systeem hoeft niet alleen gebruikt worden om fraude op te sporen, het kan ook op een positieve manier worden ingezet met aandacht voor de menselijke maat. Het lid WILLIAMS stelt vast dat er niet met 100% zekerheid kan worden geconcludeerd dat er geen onterechte behandeling heeft plaatsgevonden en vindt dat dit eerst moet worden uitgesloten. Het lid BROERSEN begrijpt dat het college stopt met deze manier van onderzoek. Maar er zijn ook andere (minder moeilijke) manieren om hier onderzoek naar te doen. Het lid stelt voor om op die weg verder te gaan. Het lid WILLIAMS is het ermee eens dat het waarschijnlijk iets simpeler kan. Het lid BROERSEN begrijpt dat de resultaten soms spannend en confronterend zijn, maar pleit ook voor een vervolgonderzoek gezien de moeite die er nu al in is gestopt. Het moet dan op een positieve manier worden ingezet. Het lid NAMANE vindt dat onbedoelde fouten zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Dat zorgt voor minder terugvorderingen (waardoor mensen in een moeilijke financiële positie kunnen komen).

Het systeem is in eerste instantie gevoed met eerdere fraudegevallen (met BIAS). De PvdA heeft gevraagd om mensen door middel van loting te selecteren. Het lid vraagt om een reactie van de wethouder, ook om vooroordelen te vermijden. Wat kan de gemeente nog meer doen om onbedoelde fouten (en bijbehorende) terugvorderingen tegen te gaan? De PvdA sluit zich aan bij de vraag van GroenLinks of dit systeem wel geschikt voor deze doelgroep. Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat het gaat om mogelijke BIAS bij de techniek en bij mensen. Iedereen heeft vooroordelen, bewust of onbewust. Maar ook techniek is niet neutraal. De wethouder is ervan overtuigd dat de inzet van sommige kenmerken zinvol kan zijn, bijvoorbeeld het inkomen bij een armoederegeling. Maar hij beaamt dat je daar voorzichtig mee moet zijn, vooral bij de inzet van een algoritme. Ook de wethouder zag een risico bij de inzet van techniek. Hij heeft gekozen voor een pilot van een periode van drie maanden om te voorkomen dat pas na een jaar zou blijken dat het algoritme een enorme BIAS had. Maar ook na een verlenging kon niet worden vastgesteld dat er sprake was van BIAS of niet. Een goede beoordeling is belangrijk. Dat is mogelijk binnen een menselijk proces, maar dan ook niet 100% zonder BIAS. Hij kan dus ook niet uitsluiten dat er buiten de pilot nooit iets onterechts gebeurt.

In de agenda Bestaanszekerheid zijn de werkprocessen een belangrijk aspect. Daarom worden de doorontwikkeling van de interne processen (onder andere het aanvraagproces) en de verantwoordelijkheden van de personen opnieuw tegen het licht gehouden. Daar worden de resultaten van pilot in meegenomen. De wethouder zegt toe de raad mee te nemen in de voortgang van de optimalisatie van het aanvraagproces. Nu wordt onderzoek gedaan naar de waarde van de tienden (als reactie op de opmerking over loting). GroenLinks vroeg naar maatregelen om de menselijke BIAS te beperken. Dat is wellicht mogelijk met een andere invulling van de werkprocessen, met onder andere de introductie van het vierogenprincipe. De fractie stelde ook vragen over advances

15

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

analytics. De wethouder benadrukt dat er wel degelijk statistische kennis in de organisatie aanwezig is. Lighthouse Report heeft meegewerkt aan dit transparante proces. Dat heeft geleid tot een goede beoordeling. De ervaringen en bevindingen worden gedeeld met andere werkgroepen, het ministerie van BZK en onder andere de VNG. Het lid BENTOUMYA beaamt dat je de menselijke BIAS niet helemaal kunt uitroeien, maar je moet wel goed kijken hoe je de vooronderstellingen kunt meenemen in de procedure. Wat doet WPI daar op dit moment aan? Wethouder GROOT WASSINK heeft eerder toegezegd de raad eind 2024 te informeren over de nieuwe inrichting van het aanvraagproces met aandacht voor het menselijk handelen. Het lid BENTOUMYA is daar blij mee en vraagt de wethouder om daar ook zaken als discriminatie in mee te nemen. Wethouder GROOT WASSINK beaamt dat discriminatie een van de meest duidelijke vorm is van BIAS. Dat wordt dan ook nadrukkelijk meegenomen. Hij deelt mee, op vragen van de PvdA, mee dat er wordt gewerkt aan het intensiveren van het persoonlijk contact binnen de agenda Bestaanszekerheid om zo onbedoelde fouten bij terugvordering te voorkomen. De VOORZITTER stelt vast dat er geen vragen meer zijn in de sluit de behandeling van dit onderwerp af.

11 Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ‘Invoeren experimentele uitstroompremie voor bijstandsgerechtigden die aan het werk gaan’ en van het Besluit Invoering experimentele uitstroompremie (VN2024-004036) De VOORZITTER deelt mee dat de experimentele uitstroomniveau bijstandsgerechtigden is bedoeld om de financiële positie en de bestaanszekerheid en om de stap naar werk te versterken. Het lid NAMANE vindt het goed dat de gemeente mensen die starten met werken vanuit hun uitkering, ook in deeltijd, steunt. Inkomensonzekerheid is dan vaak een groot probleem door het wegvallen van toeslagen. Soms starten mensen met een baan waarbij ze meer verdienen en later weer terugvallen naar een inkomen onder het sociaal minimum omdat ze minder worden ingeroosterd. De PvdA heeft een aantal vragen over het onderwerp.  Hoe kijkt de wethouder naar het niet gebruik van bijstandsuitkeringen van mensen die minder dan het sociaal minimum verdienen?  Moet er niet meer gedaan worden om deze groep te bereiken en te ondersteunen?  Ziet de wethouder kansen om mensen te wijzen op de mogelijkheden voor aanvulling op hun inkomen als het minder gaat, nadat zijn vanuit de bijstand aan het werk zijn gegaan? Het lid ALBERTS vindt het een goede ontwikkeling. Het lid BENTOUMYA sluit zich hierbij aan en juicht het toe dat mensen vanuit de bijstand aan de slag kunnen gaan.

De premie kan een verschil maken voor mensen die langer in de bijstand zitten. Maar er spelen dan ook vaak andere zaken. Wat doet de gemeente om deze problemen weg te nemen? Een aantal premies wordt afgeschaft, zoals de 250 euro voor de uitstroom vanuit proefplaatsing of stage. Welke lessen zijn uit de verstrekking van deze premies getrokken?

16

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

Wethouder GROOT WASSINK is blij met de complimenten over de experimentele uitstroompremie. Hij gaat in op de opmerking van de PvdA over het tegengaan van nietgebruik. In het rapport uit 2022 ging het om mensen met een uitkering van het UWV (50%). Maar natuurlijk is er ook sprake van niet-gebruik van de bijstand. Binnen de agenda Bestaanszekerheid is het tegengaan van niet-gebruik een doelstelling. Sommige mensen vinden het te ingewikkeld. Als mensen onder de inkomensgrens van de bijstand komen, zal de gemeente hen wijzen op de mogelijkheid voor aanvulling. Maar dat is moeilijk als je niet weet wie om welke mensen het gaat. Daar onderzoek binnen de agenda Bestaanszekerheid wordt naar gedaan. De wethouder legt uit dat de premie een krachtig instrument is dat sommige mensen kan helpen. Hij beaamt dat er altijd sprake is van een combinatie van factoren, waar ook GroenLinks over sprak. Voor sommigen is bijstand een tijdelijke situatie. Voor hen is het gemakkelijk. Maar voor mensen die langdurig niet deelnemen aan het arbeidsproces, kan de premie een extra zetje nodig zijn. Het aanbod voor hen is breder dan alleen de premie. Het lid BENTOUMYA wil weten hoe de gemeente, als een persoon deze premie krijgt, de vinger aan de pols houdt en zorgt voor hulp als dat nodig is. Wethouder GROOT WASSINK antwoordt dat dat al deel uitmaakt van het reguliere werkproces.

Deze premie is hoger dan de voorgaande premies. Het ging dan over specifieke situaties bij volledige uitstroom gedurende zes maanden, bijvoorbeeld bij proefplaatsingen of leerstages. De voorwaarden waren strikter. Nu zijn de afspraken veel transparanter en gemakkelijker te communiceren. Vanzelfsprekend worden de ontwikkelingen gevolgd. Vooral moet voorkomen worden dat mensen er met deze belastingvrije premie in inkomen op achteruit gaan. De wethouder heeft daar wel vertrouwen in. Het lid NAMANE wil weten of het instrument van proefplaatsing nu minder wordt ingezet en dat nu meer ingezet wordt op uitstroom naar een betaalde baan. Wethouder GROOT WASSINK bestrijdt dat. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende besproken. 12 Kennisnemen van het proces visie participeren vanuit de bijstand (VN2024-004035) De VOORZITTER legt uit dat het gaat over een nieuwe leidraad participatie, ondersteuning van Amsterdammers in de bijstand die niet aan het werk kunnen. GroenLinks heeft enkele vragen en dilemma’s Het lid BENTOUMYA deelt mee dat de Participatiewet inzet op uitstroom naar betaald werk. Dat is een mooi streven, maar is niet passend voor alle Amsterdammers in de bijstand. Participeren en meedoen zijn ook op andere manieren mogelijk. Dat gebeurt ook. Zo zijn vele Amsterdammers mantelzorger en zijn er mensen die bijvoorbeeld voor anderen koken.

Voor sommigen zijn dat stappen in de richting van betaald werk; voor anderen is dit gewoon, zowel voor hen als voor de stad, belangrijk. In de procesbrief wordt opgeroepen om hierover van gedachten te wisselen. Het lid benadrukt dat Amsterdammers, de deskundigen in de stad, hier ideeën over hebben. Zij moeten dan ook betrokken worden in het verdere proces. Een dilemma is de inzet van capaciteit voor dit doel. Gaat het dan alleen om de capaciteit van WPI of is het gemeentebreed? Als iemand wordt geholpen in het meedoen, heeft dat ook voordelen op andere gebieden, zoals de zorg of armoedebestrijding. Hoe wordt de capaciteit van de gemeente in brede zin bij dit onderwerp meegenomen? En hoe verhoudt de leidraad Participatie zich tot de Sociale Basis? GroenLinks vindt dat cultuur en genderdiversiteit hierbij ook belangrijk zijn.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Sociaal, Economische Zaken en Democratisering

SED

Conceptraadscommissieverslag, 17 april 2024

Wellicht dat ervaringsdeskundigen in de stad een bijdrage kunnen leveren aan de leidraad. Het lid roept de wethouder dan ook op in gesprek te gaan met vrouwenorganisaties, religieuze instellingen, buurtkamers en koffiehuizen, onder andere over mogelijke compensatie voor hun belangrijke expertise. Het lid ziet bij dit onderwerp een overlap met de buurtbanen. GroenLinks heeft eerder een motie ingediend voor verruiming van de criteria voor de buurtbanen. Bijnapensioengerechtigden zullen wellicht niet snel uitstromen naar betaald werk, maar zullen eerder vrijwilligerswerk doen. Hoe verhoudt de zoektocht naar verruiming van de criteria zich tot deze leidraad? GroenLinks heeft eerder gesproken over participeren als tussenstap naar betaald werk, bijvoorbeeld mantelzorg en vrijwilligerswerk. Daarmee doen mensen bepaalde vaardigheden op die nuttig kunnen zijn bij de uitstroom naar betaald werk. De wethouder heeft destijds toegezegd daarover in gesprek te gaan met bedrijven. Wat is de stand van zaken? Het lid ALBERTS ziet dat in de Participatiewet het zwaartepunt op (betaald) werk ligt. Er zijn echter ook mensen die niet in staat zijn om werknemersvaardigheden te ontwikkelen. Zij hebben moeite met het tempo of worden snel overprikkeld. Die mensen mag je niet opgeven. Onderzocht moet worden welke werkzaamheden wel mogelijk zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14134143/1