CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 09 13 Rapport Molen van Sloten.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 15 januari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van het rapport van de Ombudsman Metropool Amsterdam; ”Wind tegen; wind mee” inclusief de reactie van het college (VN2024-017516)14.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport

Wind tegen; wind mee

Datum: 24 augustus 2024

Inhoud SAMENVATTING WIND TEGEN; WIND MEE ........................................................................................................................ 3

VERANTWOORDING 1 KLACHT; INHOUD EN AANLEIDING ....................................................................................................... 6 2 EEN MOLEN VOOR SLOTEN; KORTE HISTORISCHE SCHETS .................................................................... 8 3 AANPAK ONDERZOEK ........................................................................................................................ 10 4 BEVINDINGEN ................................................................................................................................... 11 4.1 BEVINDINGEN OP BASIS VAN DOCUMENTEN ................................................................................................... 12 4.2 BEVINDINGEN M.B.T. AMBTELIJKE ADVIEZEN AAN HET BESTUUR ............................................................................ 15 4.3 BEVINDINGEN NAAR AANLEIDING VAN VERKENNING OPLOSSINGSRICHTINGEN ......................................................... 21

BIJLAGEN BIJLAGE 1: TIJDLIJN EN FEITEN .............................................................................................................. 25 BIJLAGE 2: KADASTRALE KAART ............................................................................................................. 32

20240824

Pagina 2 van 32

SAMENVATTING Wind tegen; wind mee

Van geschil naar gesprek; hoe een klacht bij de ombudsman uiteindelijk leidt tot meerdere oplossingen. Oplossingen voor zowel de Molen van Sloten als voor de gemeente Amsterdam. Op 14 mei 2019 wendt de heer K. Kuiper, voormalig voorzitter van de Stichting Molen van Sloten en Kuiperijmuseum, zich tot de ombudsman namens het bestuur van de Stichting. De klacht van de voormalige voorzitter richt zich op de gedragingen van de gemeente Amsterdam ten aanzien van afspraken uit het verleden. Volgens klager houdt de gemeente zich niet aan de afspraken uit de jaren ’80 toen bij de plaatsing van de molen in Sloten was toegezegd dat de Stichting de kavel zelf mocht exploiteren, door met de opbrengsten uit gronduitgifte in ondererfpacht de Molen van Sloten te onderhouden en zo in stand te houden. De aanleiding voor de klacht is de realisatie in 2018 van de Brouwerij De 7 Deugden op de kavel bij de Molen. Zoals in hoofdstuk 1: Klacht; inhoud en aanleiding staat beschreven vraagt de Stichting in 2016 toestemming aan de gemeente om de bestemming van een deel van het perceel te mogen wijzigen voor een brouwerij. Ondanks goedkeuring van de bouwplannen door de gemeente, besluit de gemeente na voltooiing van de brouwerij in 2018 dat de Stichting jaarlijks een canon moet betalen of een afkoopsom van € 80.000 moet voldoen.

De gemeente stelt dat de realisatie van de brouwerij de economische waarde van de kavel verhoogt en dat deze meerwaarde de gemeente toekomt. De Stichting dient volgens de gemeente of jaarlijks een canonbedrag van € 5.390 te betalen (tot einde tijdvak februari 2039) of een afkoopsom van € 80.000 te voldoen. De Stichting vindt deze opstelling van de gemeente in strijd met de afspraken in het verleden. De Molen van Sloten heeft een lange geschiedenis die in hoofdstuk 2 op hoofdlijnen wordt geschetst. Enkele belangrijke jaartallen en feiten: - 1636: Vanaf dit jaar beschikt Sloten over een eigen molen, de Riekermolen, die in 1956 moet worden verplaatst in verband met de bouw van de westelijke tuinsteden. Aan Sloten, sinds 1921 deel van Amsterdam, wordt door de gemeente een andere molen toegezegd. - 1980: De Dorpsraad Sloten-Oud Osdorp benadert met succes Rijkswaterstaat om de molen aan de Oosteringdijk in bezit te krijgen die als gevolg van de aanleg van de A10 geïsoleerd komt te liggen. De molen wordt gedemonteerd en opgeslagen. - 1981: Oprichting Stichting Molen voor Sloten om de verdere ontwikkelingen rondom de komst van de molen naar Sloten juridisch en financieel in goede banen te leiden. - 1986: Een locatie voor de molen wordt gevonden in Sloten: een stuk moerasgrond die de Stichting zelf bouwrijp moet maken en qua infrastructuur voor en rond de molen ook moet inrichten.

- 1988: Gemeente Amsterdam biedt de Stichting het terrein in erfpacht aan met als bestemming een molen (voor niet-commerciële doeleinden) en een restaurant (met een bruto oppervlak van 250 m2). - 1991: Ingebruikname van de molen door Prinses Juliana. De Stichting wordt financieel verantwoordelijk voor het bouwrijp maken en het aanleggen van de infrastructuur. Na plaatsing van de molen worden in de jaren die volgen verschillende initiatieven gestart om de molen operationeel te maken en in stand te houden. Zo komt er een kaasmakerij op het terrein, wordt in 2006 een Molenschuur gebouwd waar later een Kuiperijmuseum in komt (die recent is opgeheven) en functioneert de Molen als trouwlocatie en stembureau. De betrokken partijen bij de klachtbehandeling door de Ombudsman, te weten: de Stichting en de directie Grond en Ontwikkeling (G&O)/afdeling Erfpacht en Uitgifte staan tijdens de eerst verkennende besprekingen 20240824

Pagina 3 van 32

vasthoudend en lijnrecht tegenover elkaar. Een gemeenschappelijk basis voor een gesprek is nauwelijks aanwezig: de Stichting ervaart de stevige taal van de gemeente “betalen of afbreken van gerealiseerde bebouwing” als kwalijk en onheus. De ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeente verwijten de Stichting tegen de regels van het erfpachtstelsel te handelen. Om tot een werkbare situatie te komen stelt de Ombudsman voor het onderzoek te starten met het gezamenlijk opstellen van een tijdlijn van historische gebeurtenissen rond Akersloot 6 t/m 10. Het gezamenlijk opstellen van een tijdlijn heeft als doel een gedeeld beeld creëren van de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de huidige situatie. Deze tijdlijn is een groeidocument en vormt de basis voor verdere besprekingen en oplossingsrichtingen. Door de coronapandemie worden de gesprekken vertraagd, maar uiteindelijk ligt er half 2021 een document waar overeenstemming over is. De rol van de Ombudsman verschuift door deze aanpak van de klacht in 2021 van onderzoeker naar procesbegeleider (zoals beschreven staat in hoofdstuk 3). 1 In het voorjaar van 2021 wordt de Molenschuur opgeruimd i.v.m. de opheffing van het Kuiperijmuseum. Tijdens de opruiming stuit de Stichting op een doos met archiefmateriaal over de totstandkoming van de Molen van Sloten en over de brouwerij.

Deze documenten vormen een zinvolle bijdrage aan de tijdslijn. Ook de gemeente blijkt over meer (bestuurlijke) documenten te beschikken dan oorspronkelijk gedacht. Hoofdstuk 4 beschrijft tot welke bevindingen dit leidt. Diverse historische documenten die in 2021 tijdens het opruimen van de Molenschuur tevoorschijn komen tonen (zoals te lezen is in paragraaf 4.1) dat er in het verleden wel degelijk bijzondere afspraken met de Stichting zijn gemaakt. Het erfpachtcontract van juni 1989 biedt hier zelf al aanwijzingen voor. Helder verwoord staat in de notulen van de bestuursvergadering van de Stichting van oktober 1989 en in de brief van het Hoofd Grondzaken van stadsdeel Osdorp d.d. 8 mei 1996, dat de (canon)opbrengsten uit ondererfpacht daadwerkelijk voor de Stichting zijn ten behoeve van het in stand houden van de molen. Het gaat hierbij om afspraken die niet begrensd worden in de tijd en dus nog steeds van toepassing zijn. Daarnaast is er de schriftelijke verklaring van de toenmalige voorzitter van stadsdeel Osdorp (van 13 september 2017) die deze afspraken bevestigde. De Ombudsman verklaart op basis van deze documenten de klacht van de Stichting gegrond. Het gaat hierbij om documenten die voor een deel ook in het bezit van de gemeente waren (zoals het erfpachtcontract).

Van de gemeente had in redelijkheid mogen worden verwacht dat, op basis van de documenten waarover zij beschikte, zij serieus onderzoek naar de historische achtergrond van de Stichting had gedaan. De directie G&O heeft tot eind 2019 enkel en alleen met een eigentijdse en een te beperkte blik de situatie beoordeelt. Nadere analyse door de Ombudsman van de opgevraagde bestuurlijke documenten tonen aan dat vanuit ambtelijke zijde niet altijd juiste en volledige informatie is verstrekt. Niet aan bestuurders/wethouders, maar ook niet aan de Ombudsman. Paragraaf 4.2 beschrijft zes voorbeelden. Zo wordt o.a. niet aan de wethouder gemeld dat de directie G&O in 2017 de functie van de brouwerij t.b.v. een grondprijsberekening heeft gewijzigd van ‘maatschappelijk’ in 2015 naar ‘commercieel’ in 2017, waarbij geldt dat de grondprijs voor ‘commercieel’ hoger ligt dan die voor ‘maatschappelijk’. Hierdoor kon een onjuist beeld

1

Deze verschuiving in rol van de ombudsman van ‘onderzoeker’ naar ‘procesbegeleider’ maakt ook dat in dit rapport niet sprake is van een oordeel van de ombudsman over (on)behoorlijk bestuurlijk handelen, eventueel aangevuld met aanbevelingen, maar verslag doet van bevindingen die leiden tot door betrokken partijen gedragen conclusies die het geschil kunnen oplossen. 20240824

Pagina 4 van 32

ontstaan en lijkt het alsof de Stichting de brouwerij een vriendendienst heeft bewezen door een (te) lage grondprijs te vragen. Ook het bericht aan de wethouder dat het voor de Stichting “behapbaar” zou zijn om € 80.000 direct af te dragen is onjuist. Ambtelijk is de financiële conditie van de Stichting niet getoetst; direct opeisen van dit bedrag zou het faillissement van de Stichting hebben betekend. Doordat zowel de gemeente als de Stichting heeft ingestemd met de aanpak van procesbegeleiding door de Ombudsman om gezamenlijk eerste de historische ontwikkeling gedocumenteerd in beeld te brengen is ruimte ontstaan om minder vanuit een sfeer van conflict en meer vanuit oplossingen te gaan denken. In plaats van “wind tegen” ontstaat er een sfeer van “wind mee”, zo is te lezen in paragraaf 4.3. De Stichting is tot het inzicht gekomen dat erfpachtbeheer en het exploiteren van grond een specifieke deskundigheid vereist; een deskundigheid en een bezigheid die inhoudelijk ver afstaat van het in stand houden van een molen. De gemeente is in deze periode onder meer tot het inzicht gekomen dat zij juridisch minder sterk staat dan gedacht. Daarnaast blijken aanvullende (bestuurlijke) documenten de gemeentelijke opstelling in het verleden niet te ondersteunen en/of een ander licht op bepaalde feiten te werpen.

In september 2021 is er overeenstemming over de volgende zaken: - Het bestuur van de Stichting wil een overzichtelijke, structureel gezonde exploitatie van de molen en direct daarmee samenhangende activiteiten, zodat zij zich kan concentreren op de oorspronkelijke doelstelling van de Stichting; - G&O streeft namens de gemeente een zuiver erfpachtstelsel na. Daarnaast bewaakt de directie dat via gronduitgifte geen staatssteun/subsidie wordt verstrekt, aangezien dit niet is toegestaan; - Er bestaat op hoofdlijnen overeenstemming over de gedachte dat de gemeente erfpachtrechten terugneemt van de Stichting en dat tegenover deze overdracht een structurele subsidie dient komen te staan. Betrokkenen vragen de Ombudsman deze denkrichting uit te werken. Betrokkenen, het bestuur van de Stichting Molen van Sloten en de directie Grond & Ontwikkeling, zijn onder begeleiding van de Ombudsman tot de conclusie gekomen dat het geschil wordt opgeheven als bestuurlijk tot het volgende wordt besloten: a. de erfpachtrechten voor het voormalige restaurant (woningen/hotel in wording), de parkeerplaats en de kaasboerderij worden door de Stichting overgedragen aan de gemeente; b. de Stichting behoudt de rechten voor de molen (inclusief molenschuur) en de bierbrouwerij; c.

de Stichting ontvangt voor deze erfpachtcontract-overdracht aan de gemeente een structurele subsidie van de gemeente ten behoeve van een eigentijdse exploitatie van de molen met ingang van 2025. Bestudering van jaarstukken uit het verleden in relatie tot een toekomstige meerjaren-begroting en groot onderhoudsplan leidt tot een benodigd subsidiebedrag van € 40.000 op jaarbasis (incl. indexering) tot het einde van het canontijdvak. Na afloop van dit tijdvak als de canon voor de molen wordt herzien, dient het subsidiebedrag aan deze herziening te worden aangepast. Op deze wijze is het mogelijk het geschil te beslechten tussen de Stichting en de gemeente. Tegelijkertijd ontstaat er voor beide partijen een degelijke en deugdelijke uitgangspositie voor de toekomst. De Stichting Molen van Sloten is door een structurele subsidie van de gemeente verzekerd van een redelijk stabiele financiële situatie. De gemeente behoudt op deze wijze een historisch monument en zij kan in het verleden gedane toezeggingen over de Molen van Sloten - in een geactualiseerde vorm - ook in de toekomst nakomen binnen de kaders van het erfpachtstelsel. Tegenover de structurele subsidie aan de Stichting staan de overgedragen erfpachtcontracten van de Stichting; met deze erfpachtcontracten kan de gemeente meerwaarde creëren. Vanaf mei 2019 was het eerst flink ‘wind tegen’; langzaamaan werd het ‘wind mee’.

20240824

Pagina 5 van 32

VERANTWOORDING 1 Klacht; inhoud en aanleiding Inhoud Op 14 mei 2019 wendt de heer K. Kuiper, voormalig voorzitter van de Stichting Molen van Sloten en Kuiperijmuseum, namens het bestuur van de Stichting zich tot de Ombudsman. De bijna 80-jarige voormalige voorzitter die in de achterliggende 50 jaren zich intensief heeft ingezet voor de terugkeer van een molen in Sloten is zichtbaar gekrenkt. Hij beklaagt zich over hoe de gemeente zich opstelt ten aanzien van de bewoners van Sloten en alle vrijwilligers die zich inzetten voor de instandhouding van de molen. De gemeente houdt zich niet aan in het verleden gemaakte afspraken, “ruikt geld” en “walst met een hoop intimidatie en dreigementen over de Stichting en haar vrijwilligers heen”, aldus de voormalig voorzitter van de Stichting. Op grond van eerdere afspraken uit de jaren ’80 tussen de gemeente en de Stichting zou er geen aanvullende canon of afkoopsom aan de gemeente verschuldigd zijn in geval van een bestemmingswijziging of bebouwingsuitbreiding op het perceel in en rond de molen. Aanvullende inkomsten door uitgifte van percelen grond in ondererfpacht en/of wijzigingen op de kavel zouden ten gunste komen aan de Stichting, zodat de Stichting- zo was de verwachting - op deze locatie met deze middelen “de eigen broek zou kunnen ophouden” (zonder aanvullende subsidie).

De afspraak in 1989 was, volgens de voormalige voorzitter, dat de Stichting op Akersluis 6 t/m 10 door de grond zelf via ondererfpacht uit te geven, in staat zou zijn de molen te exploiteren en de omgeving in te richten en te onderhouden. De gemeente houdt volgens de klagers zich nu niet (meer) aan deze afspraak. Aanleiding In 2018 is naast en fysiek grenzend aan de molen op een kavel die valt onder het erfrechtperceel van de Stichting een kleinschalige brouwerij in ondererfpacht gerealiseerd: De 7 Deugden. Het gaat hierbij om een sociale onderneming.2 Voorafgaand aan deze realisatie vraagt de Stichting op 30 maart 2016 toestemming om de in 1989 vastgelegde bestemming en bebouwing van het erfpachtrecht Akersluis 6 t/m 10 te mogen wijzigen. Door de realisatie van de brouwerij is immers sprake van een bestemmingswijziging. Daarnaast stelt de Stichting in deze brief van 30 maart 2016 dat men jaarlijks tegen een exploitatietekort aanloopt. Over het jaar 2015 bedraagt dit tekort € 15.000. De Stichting geeft aan in aanmerking te willen komen voor een jaarlijkse subsidie en wil daarover met de gemeente in gesprek. In afwachting van een reactie van de gemeente gaan de bouwplannen en de bouw in 2017 voor de brouwerij door. De gemeente verstrekt op 10 februari 2017 een omgevingsvergunning en op 18 mei 2017 wordt de eerste paal geslagen.

Formeel geeft de Stichting op 16 november 2017 het perceel voor de brouwerij via de notaris in ondererfpacht uit. De Stichting ontvangt hiervoor € 80.000 voor de afkoop van de canon tot 1 maart 2039. Zomer 2018 wordt de brouwerij in bedrijf genomen. Op 3 november 2017 reageert de gemeente, i.c. de directeur G&O, op de brief van de Stichting d.d. 30 maart 2016. De redenering van de directeur is dat het realiseren van een brouwerij op die locatie leidt tot een hogere grondwaarde. Volgens het vigerende gemeentelijke beleid zou dit tot gevolg hebben dat hiervoor toestemming kan worden verleend onder de voorwaarde van canonverhoging. De directeur stelt: “In verband hiermee doen zich geen bijzondere feiten of omstandigheden voor die aanleiding zouden moeten zijn om af te wijken van dat beleid.” 2 Deze sociale onderneming presenteert zich op de site: Kom langs bij Brouwerij De 7 Deugden: ‘Dit heerlijke bier is gebrouwen door mensen voor

wie een baan ergens anders op dit moment niet vanzelfsprekend is. Bijzonder getalenteerde mensen die bij onze brouwerij een gewone baan hebben gevonden. De liefhebbers van ons bier dragen een steentje bij waardoor wij zoveel mogelijk mensen een kans op een gewone baan kunnen geven.’

20240824

Pagina 6 van 32

Op grond van deze redenering besluit de directeur – onder voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring – dat toestemming zal worden verleend onder de voorwaarde dat de canon wordt aangepast aan de toename van de economische waarde van het terrein. De brief sluit af met de aankondiging dat de Stichting in verband met het bovenstaande een afzonderlijke erfpachtaanbieding zal ontvangen. De opstelling van de gemeente impliceert dat de toename van de economische waarde van de brouwerijkavel wordt vertaald in een canonaanpassing. Deze verhoogde canonopbrengsten dienen volgens de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid niet ten goede te komen aan de Stichting, maar aan de gemeente. Op 18 Juni 2018, na realisatie van de brouwerij, doet de gemeente de Stichting een erfpachtaanbieding: de Stichting dient jaarlijks een canonbedrag van € 5.390 te voldoen (tot het einde van een tijdvak dat afloopt op 28 februari 2039) of een afkoopsom van € 80.000,- te betalen, zijnde het door de Stichting ontvangen bedrag voor de uitgifte in ondererfpacht aan de bierbrouwerij. Deze aanbieding van de gemeente geldt (na een verlenging) tot 15 juni 2019. Indien de Stichting niet ingaat op deze aanbieding zal G&O het college adviseren om geen privaatrechtelijke toestemming te verlenen voor de bestemmings- en bebouwingswijziging die is gerealiseerd voor de brouwerij.

Daarnaast stelt de gemeente op 15 april 2019 in een brief dat als de stichting deze aanbieding niet accepteert: “Reeds uitgevoerde verbouwingen moeten worden teruggedraaid.” 3 De Stichting is van mening dat de opstelling van de gemeente geen recht doet aan in het verleden gemaakte afspraken. Deze opstelling van G&O (bondig geformuleerd: betalen, of anders dienen reeds uitgevoerde verbouwingen te worden teruggedraaid) leidt op 31 januari 2019 tot een klachtbrief van de oud-voorzitter van de Stichting aan de burgemeester met als standpunt dat de aanbieding (aanvullende jaarlijkse canonbetaling of een eenmalige afkoopsom voldoen) niet rechtvaardig is. De Stichting ontvangt naar aanleiding van de eerdergenoemde klachtbrief aan de burgemeester (van januari 2019) op 2 april 2019 antwoord van het afdelingshoofd Erfpacht en Uitgifte van G&O.

Ten aanzien van de klacht wordt opgemerkt: “Na grondig onderzoek kan er geen algemene afspraak terug worden gevonden waaruit blijkt dat, in afwijking van het gemeentelijk grondprijsbeleid er voor een wijziging van de bestemming of uitbreiding van de opstallen op het aan de Stichting uitgegeven perceel geen aanvullende canon of afkoopsom verschuldigd zou zijn.” Met deze inhoudelijke reactie meent G&O dat de klacht is afgehandeld en meldt aan de voormalige voorzitter van de Stichting dat mocht hij niet tevreden zijn over deze wijze van afhandeling, het hem vrijstaat zich te wenden tot de Ombudsman Metropool Amsterdam. Dit gebeurt op 14 mei 2019. Het verhaal achter de klacht maakt duidelijk dat het hier gaat om een kwestie met een zeer lange voorgeschiedenis, waarbij o.a. meerdere bestuurders betrokken zijn geweest. Voor een juist begrip van de gebeurtenissen is een tijdlijn noodzakelijk. Dit heeft geleid tot bijlage 1 waarin de belangrijkste gebeurtenissen inhoudelijk staan weergegeven en toegelicht.

3 In opdracht van de gemeente en in samenspraak met de Stichting is begin 2017 de bebouwing op het perceel gemeten. Het rapport (d.d. 27 02

2017 vermeldt over het feitelijke gebruik van het erfpachtrecht van de Stichting in bruto vloeroppervlak (bvo): -Molen: 382 m2 met kaartverkoop 36 m2; -Museum 535,62 m2; -Restaurant 934 m2; -Bedrijfswoning 194 m2 met winkel 63 m2 en paardenstallen 149 m2.

20240824

Pagina 7 van 32

2 Een molen voor Sloten; korte historische schets Er was eens een molen …. Sinds 1636 beschikt Sloten over een eigen molen: de Riekermolen, op de plaats waar nu de Nieuwe Meer zich bevindt. Deze molen moet in 1956 worden verwijderd in verband met de bouw van de westelijke tuinsteden van Amsterdam. De molen wordt overgebracht naar een plaats langs de Amstel, bij de Kalfjeslaan waar deze nog steeds staat. Aan Sloten, sinds 1921 deel van Amsterdam, wordt door de gemeente een andere molen toegezegd.4 In 1980 verneemt de Dorpsraad Sloten-Oud Osdorp dat de molen aan de Oosteringdijk door de aanleg van de ringweg A10 om Amsterdam geïsoleerd komt te liggen. De Dorpsraad benadert Rijkswaterstaat, de eigenaar van de molen, en krijgt de molen ter beschikking. Deze wordt gedemonteerd: alle onderdelen worden, in afwachting van hun nieuwe bestemming, opgeslagen op een molenwerf in Oterleek (NH). Om e.e.a. juridisch en financieel in goede banen te leiden wordt in 1981 de Stichting Molen voor Sloten opgericht. Locatie gevonden! In 1986 is er een locatie voor de molen. Het gaat om een stuk moerasgrond die de Stichting zelf bouwrijp moet maken en vervolgens ook qua infrastructuur voor en rond de watermolen zelf moet inrichten. Dit betekent o.a. het graven van de Molensloot, realiseren van een kademuurdoorbraak en de aanleg van een toegangsweg.

In oktober 1988 doet de Gemeente Amsterdam aan de Stichting een aanbieding tot het in erfpacht uitgeven van een terrein met als bestemming: te worden bebouwd met een molen (bestemd voor niet-commerciële doeleinden) en een restaurant (met een bruto vloeroppervlak van 250 m2). Hierbij geldt tevens de afspraak dat, nadat erfpachter is begonnen met het bouwrijp maken van de grond en zodra de akte is gepasseerd, er door de gemeente een bedrag aan erfpachter zal worden overgemaakt van fl. 149.600,- van welk bedrag erfpachter de kosten van woon- en bouwrijp maken dient te betalen, binnen en eventueel buiten de erfpachtgrens. Deze aanbieding wordt in november 1988 opgevolgd door een B&W besluit waarin wordt bepaald: - aangezien de Stichting nog een bedrag van fl. 80.000,- tekort komt in de vorm van een lening uit het Fonds Amsterdamse Ontwikkelingsmaatschappij dit bedrag te verstrekken; - dat de Stichting alle kosten van woon- en bouwrijp maken van het terrein voor haar rekening neemt, alsmede alle kosten van de (infrastructurele) werken. De kosten, die anders voor rekening van de gemeente komen, bedragen globaal fl. 60.000,-. In verband hiermee en niet in de laatste plaats in verband met de hoge herbouwkosten van de molen, welke slechts voor niet-commerciële doeleinden mag worden gebruikt, is besloten aan de Stichting de grondwaarde (fl. 149.600,-) te vergoeden.

Eén en ander is eens te meer verantwoord, daar op die manier een historische en beeldbepalende molen voor Amsterdam behouden kan blijven. Tevens wordt verzocht om vrijstelling van legesbetaling (fl. 12.000,-) te honoreren. De kosten van de bouw van de molen bedragen fl. 1,3 mln. Daarvan wordt een bedrag van fl. 0,76 mln. via een hypothecaire lening gedekt. Daarnaast verklaren verschillende particulieren zich bereid in natura een bijdrage aan de totstandkoming van de molen te leveren (heiwerk, architectkosten, het aanleggen van de waterdoorgang enz.). Ook de provincie stelt een subsidie beschikbaar van fl. 17.500,-. In totaal is mede deze bijdragen (lening, bijdragen in natura en subsidies) een bedrag van bijna fl. 0,5 mln. gemoeid. Vele initiatieven Een document in het archief van de Stichting spreekt van een brief van het College aan de Gemeenteraad van november 1988 over meerdere initiatieven die men voornemens is in en rond de molen (na bouwrijp maken van de grond) tot stand te brengen. Zo is stadsdeel Osdorp bereid de molen als trouwzaal te gebruiken. Daarnaast kan de molen, als enige werkende watermolen in de Amsterdamse regio die voor 4 Zie bijlage 1: tijdlijn met feiten en documenten over o.a. de geschiedenis van de Molen van Sloten.

20240824

Pagina 8 van 32

publiek toegankelijk is, een toeristische attractie gaan vormen. Jaarlijks wordt op 30.000 betalende bezoekers gerekend. In 2006 wordt naast de molen een Molenschuur gebouwd waar later een Kuiperijmuseum in komt. De statuten van de Stichting Molen van Sloten vermelden als doel: “Het draaien en exploiteren van de ‘Molen van Sloten’ en het Kuiperijmuseum als toeristische attractie, zaalverhuur voor culturele, educatieve en historische activiteiten, het inschakelen van vrijwilligers.” In 2019 realiseert de stichting deze doelstelling met behulp van circa 90 vrijwilligers (alleen de molenaar is een betaalde kracht), door zeven dagen per week de molen open te stellen, waar jaarlijks ongeveer 10.000 bezoekers gebruik van maken, waarvan een groot deel uit het buitenland afkomstig. “Zo dragen wij ook bij aan het beleid van de gemeente om het toerisme meer over de stad te spreiden.” 5

5

Brief St. Molen van Sloten aan wethouder K. Ollongren d.d. 30 maart 2016. In 2024 zijn de statuten gewijzigd: de Molenschuur wordt nu verhuurd; o.a. de aanwezigheid van het Kuiperijmuseum is geschrapt.

20240824

Pagina 9 van 32

3 Aanpak onderzoek De betrokken partijen bij de klacht, het bestuur van de Stichting en de directie Grond en Ontwikkeling (G&O)/Erfpacht en Uitgifte, blijken tijdens de eerste verkennende besprekingen door de Ombudsman sterk overtuigd van hun eigen gelijk. Daarnaast wordt duidelijk dat betrokkenen vanuit verschillende invalshoeken de situatie bezien en beredeneren. De Stichting vindt dat ze gelijk heeft dat ze vasthoudt aan in het verleden gemaakte afspraken dat zij de grond zelf mogen exploiteren ten gunste van het in stand houden van de molen. Men staat wantrouwend tegenover de gemeente en vindt de dreiging “betalen of afbreken van gerealiseerde bebouwing” kwalijk en onheus. De directie G&O ziet het als haar opdracht de zuiverheid van het erfpachtstelsel te bewaken en het huidige vigerende beleid uit te voeren. G&O vindt dat zij vanuit deze positie gelijk heeft dat zij optreedt daar de brouwerij een te lage grondprijs zou hebben betaald. Een te lage grondprijs in rekening brengen duidt op staatssteun en/of subsidie en dat kan de directie niet toestaan: vanuit haar opgave niet en vanuit regelgeving niet.. Beide partijen geven aan over een weinig toegankelijke en onvolledige administratie en/of archief te beschikken. Binnen de Stichting is als gevolg van wisselingen in het bestuur niet altijd op alle fronten aan kennis- en documentenoverdracht gedaan.

Ook de gemeente worstelt met discontinuïteit in de administratie en bedrijfsvoering: tot circa 2009 viel het erfpachtbeheer onder de stadsdelen. Na een centralisatieproces van maanden is het erfpachtbeheer vanaf 2010 ondergebracht bij het toenmalige Ontwikkelingsbedrijf. Werken aan een gedeeld beeld Na enkele verkennende besprekingen stelt de Ombudsman aan betrokkenen als aanpak voor om de historische ontwikkeling op Akersloot 6 t/m 10 eerst gezamenlijk in beeld te brengen. De rol van de Ombudsman verschuift hierdoor in 2021 van onderzoeker naar procesbegeleider. Op basis van de reeds beschikbare documenten begint de ombudsman een tijdlijn op te zetten met daarin een beschrijving van de voor de Stichting belangrijkste mijlpalen en cruciale documenten te benoemen (inclusief citaten). Bedoeling is om op deze wijze te bouwen aan een door beide partijen gedragen document over (en een gedeeld beeld van) de relevante ontwikkelingen in het verleden die geleid hebben tot de huidige situatie op de locatie Akersloot 6 t-m 10. Tussentijdse gezamenlijke besprekingen van dit ‘groeidocument’ moeten uiteindelijk bijdragen aan een betere verhouding tussen beide partijen.

De algehele conflictsfeer dient te worden omgebogen: gedeelde opvattingen over de huidige situatie en feiten zijn nodig om een basis te leggen voor het doorgronden en behandelen van de klacht, en eventueel het verkennen van mogelijke oplossingsrichtingen. Concreet krijgt deze Startnotitie vorm in de periode september 2019 – mei 2021. Oplossingsrichtingen verkennen Na gezamenlijke vaststelling van de Startnotitie begint een nieuwe fase: oplossingsrichtingen verkennen. Dit gebeurt in de eerste helft van 2021 door met beide partijen eerst afzonderlijk te spreken, waarop najaar 2021 gezamenlijke gesprekken plaatsvinden onder leiding van de Ombudsman. Als gevolg van corona wordt dit vervolgtraject gehinderd: de gedwongen lockdowns maken fysiek samen komen onmogelijk. Vervolgens duurt het even voordat betrokkenen met Teams vertrouwd zijn. Door corona is het (toeristische) bezoek aan de molen na maart 2019 teruggevallen en ruim twee jaar lang op een laag niveau gebleven. De exploitatieresultaten over 2023 tonen weer een redelijk stabiel beeld. Dit maakt dat de Ombudsman begin 2024 op basis van de gesprekken, analyses en bevindingen aanbevelingen kan formuleren en ook een financiële oplossing voor de toekomst kan schetsen. 20240824

Pagina 10 van 32

4 Bevindingen Hoofdstuk 3 Aanpak onderzoek toont aan dat de klachtbehandeling door de Ombudsman in de achterliggende periode meerdere fases kent en in de loop der tijd van karakter is veranderd. Om te beginnen moest, bij voorkeur op basis van documenten, in beeld worden gebracht welke relevante ontwikkelingen er in het verleden (vanaf circa 1985) zich hebben voorgedaan om zo, waar mogelijk, bij beide partijen ‘tot een gedeeld beeld te komen’. De gedachte was door de gemeente en de Stichting samen bijdragen te laten leveren aan één Startnotitie met relevante data en gebaseerd op achterliggende stukken (ongeacht de gemelde onvolledige en ontoegankelijke dossiers) er wellicht een gedeeld beeld zou gaan ontstaan. Een gedeeld beeld, wat meer houvast zou bieden over de status en hardheid van de tot dat moment ingenomen standpunten. Daarnaast was er de hoop dat op basis van een degelijke Startnotitie (en een onderlinge betere verstandhouding) gezamenlijke oplossingsrichtingen naar voren zouden komen. De nu volgende paragrafen in dit vierde hoofdstuk schetsen de bevindingen van de Ombudsman. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in drie groepen bevindingen: -Paragraaf 4.1 behandelt Bevindingen op basis van historische documenten; -Paragraaf 4.2 bespreekt Bevindingen m.b.t. ambtelijke adviezen aan het bestuur; -Paragraaf 4.3 beschrijft Bevindingen t.a.v. oplossingsrichtingen.

Deze drie sub-paragrafen worden elk afgesloten met een resumé.

20240824

Pagina 11 van 32

4.1 Bevindingen op basis van documenten ‘Na grondig onderzoek kan er geen algemene afspraak terug worden gevonden waaruit blijkt dat, in afwijking van het gemeentelijk grondprijsbeleid er voor een wijziging van de bestemming of uitbreiding van de opstallen op het aan de Stichting uitgegeven perceel geen aanvullende canon of afkoopsom verschuldigd zou zijn.” Bovenstaand citaat uit brief d.d. 2 april 2019 van het afdelingshoofd G&O/Erfpacht en Uitgifte vormt de grondslag voor het afwijzen van de klacht van de Stichting over het aan de gemeente verplicht afdragen van de ontvangen afkoopsom van € 80.000 voor de Brouwerij. In het kader van hoor en wederhoor is aan betrokken ambtenaren gevraagd waar ‘grondig onderzoek’ uit heeft bestaan, waar men naar op zoek is geweest en hoe de Ombudsman deze redenering moet lezen. Op deze vraag is geen inhoudelijk antwoord gekomen. Medewerkers van G&O en de toenmalige directeur G&O hebben aangegeven het erfpachtcontract van 18 juni 1989 niet te hebben bestudeerd. Zo bezien is het opmerkelijk dat de afwijzing van de klacht begint met de woorden ‘na grondig onderzoek’. Dit is ook opmerkelijk daar de gemeente aan het begin van het onderzoek van de ombudsman heeft aangegeven niet over een toegankelijke, volledige administratie te beschikken.

Hoe is grondig onderzoek dan mogelijk? Daarnaast spreekt men van ‘een afspraak’, hierbij in het midden latend tussen welke partijen een dergelijke afspraak dan zou moeten zijn gemaakt; tussen de Stichting en ambtenaren of tussen de Stichting en bestuurders? Opvallend is ook dat men spreekt over een “algemene afspraak” en niet over “een besluit” waarnaar is gezocht in de achterliggende maanden. a. Erfpachtcontract 18 juni 1989 Indien sprake zou zijn van afspraken in het verleden, dan komt o.a. het erfpachtcontract van 18 juni 1989 tussen de Stichting Molen van Sloten en de gemeente Amsterdam in aanmerking om -naast de standaardafspraken- eventuele specifieke kwesties erin vast te leggen. Bij bestudering van dat contract valt op dat onder de rubriek ‘bijzondere bepalingen’ meerdere afspraken zijn vastgelegd over het bouwrijp en toegankelijk maken van het moerassige terrein. Zo wordt de Stichting financieel verantwoordelijk voor het bouwrijp maken van de grond, voor het toegankelijk maken van het terrein en moet men hierbij gebruik maken van de Dienst Openbare Werken. Dit is in lijn met eerdergenoemd B&W-besluit van november 1988 (zie pagina 8).

Zo vermeldt artikel 7: Alle uit te voeren infrastructurele werken op het in erfpacht uitgegeven terrein moeten door en voor rekening van de erfpachtster worden uitgevoerd… Het erfpachtcontract toont dat de gemeente op onderdelen de Stichting (financieel) verantwoordelijk maakt voor taken (o.a. bouwrijp maken, aanleg infrastructuur) waar normaal gesproken de gemeente Amsterdam, uit oogpunt van actief grondbeleid, zelf de verantwoordelijkheid voor neemt. Hierbij is ook relevant op te merken dat in het erfpachtcontract deze verantwoordelijkheid van de stichting niet in de tijd wordt begrensd. Het contract maakt het met andere woorden voor de Stichting mogelijk om zelf actief grondbeleid te voeren. Ook formuleert het contract geen bijzondere bepalingen/grenzen aan het in ondererfpacht uitgeven van delen van de kavel. Het erfpachtcontract bevat zo bezien diverse elementen die het standpunt van de Stichting aannemelijk maken dat het erfpachtcontract hen specifieke verantwoordelijkheden geeft met betrekking tot de grond. Het erfpachtcontract vermeldt niet welke specifieke bevoegdheden de Stichting krijgt als tegenhanger van deze verantwoordelijkheden.

Dit is niet omdat deze bevoegdheden niet zouden zijn verkregen en/of die afspraken niet zouden zijn gemaakt, maar omdat deze aanvullende afspraken niet direct samenhangen met het toenmalige gebruik en bestemming van de grond: de op dat moment aanwezige opstallen en de 20240824

Pagina 12 van 32

plaatsing en exploitatie van een molen.6 Zo bezien is het logisch dat dergelijke aanvullende afspraken over bevoegdheden niet in het erfpachtcontract staan opgenomen: dergelijke toekomstgerichte afspraken over gebruik horen niet in een dergelijk contract thuis. b. Over erfpachtbeheer en ondererfpacht Zoals uit de tijdlijn in Bijlage 1 blijkt wordt na ondertekening van het erfpachtcontract in 1989 snel door de Stichting een deel van het perceel in ondererfpacht uitgegeven in verband met een uitbreiding van het restaurant en de komst van een kaasmakerij. De notulen van de bestuursvergadering van de Stichting van oktober 1989 vermelden over deze uitbreiding: “Kuiper benadrukt nogmaals, dat alle bijkomende projecten er slechts zijn om de bouw van de molen mogelijk te maken.” Grond in erfpacht uitgeven, tweemaal per jaar canon innen en een vijfjaarlijkse indexering toepassen (volgens de van toepassing zijnde Algemene Bepalingen) blijken geen eenvoudige opgaven voor de Stichting die bestaat uit vrijwilligers en volledig gericht op de instandhouding van een molen. Op verzoek van de toenmalige voorzitter van de Stichting schetst het hoofd van de afdeling Grondzaken van stadsdeel Osdorp op 8 mei 1996 in een brief wat het (onder)erfpachtbeheer behelst.

“Op de twee onder-erfpachten (één voor het restaurant en één voor de kaasmakerij) zijn dezelfde bepalingen, zowel de bijzondere als de Algemene, van toepassing als op uw recht van erfpacht. De verplichting tot betaling van canon is voor uw recht van erfpacht afgekocht, voor de resterende duur van het erfpachttijdperk. De verplichting tot betaling van canon is echter voor de beide rechten van onder-erfpacht niet afgekocht. De reden hiervoor was onder andere dat de Stichting Molen voor Sloten zich op deze wijze van vast inkomsten kon voorzien.” (….) “Wat betreft het beheer van de beide onder-erfpachten is het wellicht raadzaam om regelmatig contact te onderhouden met mijn afdeling. Bij de afdeling Grondzaken van het stadsdeel is immers de kennis aanwezig van het beheer. (…) Zowel het stadsdeel als de Stichting zijn hierbij gebaat. De Stichting omdat zij dan niet belast is met het beheer en het op deze wijze op een professionele manier geschiedt. Het stadsdeel omdat de Stichting op deze wijze een maximaal rendement uit de erfpachten kan verkrijgen.

Hierdoor verkrijgt de Stichting meer inkomsten en is zij minder afhankelijk van subsidieverlening, door onder andere het stadsdeel.” De notulen van de bestuursvergadering van oktober 1989 alsook de toelichtende brief van het Hoofd van de afdeling Grondzaken uit 1996 tonen dat het uitgeven van grond in ondererfpacht (op basis van canonbetaling) door de Stichting gericht was op het structureel verwerven van inkomsten voor de Stichting ten behoeve van de instandhouding van de molen (met zo min mogelijke afhankelijkheid van subsidie). Op 13 september 2017 legt de toenmalige voorzitter van Stadsdeel Osdorp (gedurende de periode oktober 1985 t/m 1998) en tevens dagelijks bestuurder Grondzaken een verklaring af. Mogelijk ingegeven door de ambtelijke opstelling van G&O begin 2017 verklaart hij dat: 6

Andere in dit kader relevante artikelen in het erfpachtcontract zijn: Artikel B.5 a.: de erfpachtster dient te gedogen dat in het onbebouwde deel van het terrein, ter plaatse als op de tekening met een zwarte lijn is aangegeven, buizen, leidingen , kabels en dergelijke worden gelegd, behouden en onderhouden ten behoeve van gemeentelijke diensten en bedrijven alsmede telecommunicatie; Artikel 6.a: de op de tekening met kruisarcering aangeduide grond is bestemd tot molengang; de erfpachtster dient te gedogen dat van deze grond als openbare weg gebruik wordt gemaakt; Artikel 6.b en c: -de aanleg en onderhoud van werken, in de onder a. bedoelde grond zullen door de gemeente (Dienst Openbare Werken), doch voor rekening van de erfpachtster worden uitgevoerd; het onderhoud van de waterloop komt eveneens voor rekening van de erfpachtster. -de onder a. bedoelde grond zal door de gemeente, doch voor rekening van de erfpachtster, van een verharding worden voorzien; de erfpachtster verbindt zich de daaraan verbonden kosten op eerste aanzegging van Burgemeester en Wethouders in de gemeentekas te storten.

20240824

Pagina 13 van 32

“- de afspraak tussen de Stichting en de gemeente inhield dat de Stichting de grond in erfpacht kreeg en vervolgens middels onderhandse gronduitgifte voor b.v. het restaurant, de opbrengsten ten goede kwamen aan het realiseren van de molen; - het ophogen van het moeras en graven van de sloot ten koste kwam van de Stichting; - het doel van deze afspraken was dat de Stichting zonder verdere subsidie van Amsterdam of Stadsdeel kon worden gerealiseerd.” c. Resumerend Bestudering van het erfpachtcontract van juni 1989 tussen de gemeente Amsterdam en de Stichting wijst uit dat de Stichting verantwoordelijk is voor het bouwrijp maken van het perceel, inclusief aanleg infrastructuur. De Stichting neemt met andere woorden gemeentelijke overheidstaken op zich. Het erfpachtcontract sluit hiermee aan op het eerdergenoemde B&W-besluit van november 1988. Het erfpachtcontract vermeldt niet dat tegenover deze specifieke verantwoordelijkheden ook specifieke bevoegdheden staan (zoals het in ondererfpacht uitgeven van grond en de opbrengsten aanwenden voor de exploitatie van de molen). Snel na ondertekening van het contract gaat de Stichting over tot gronduitgifte in ondererfpacht waarvoor men inkomsten ontvangt. Notulen van de bestuursvergadering van de Stichting van oktober 1989 vermelden dat deze inkomsten voor de instandhouding van de molen zijn.

Een brief van het Hoofd Grondzaken van stadsdeel Osdorp d.d. 8 mei 1996 bevestigt dat de (canon)opbrengsten uit ondererfpacht daadwerkelijk voor de Stichting zijn. Deze inkomsten dienen ervoor te zorgen dat de Stichting niet/minder afhankelijk van subsidie hoeft te zijn. De voormalige voorzitter van stadsdeel Osdorp bevestigt in een afzonderlijke verklaring op 13 september 2017 deze afspraak en werkwijze. In tegenstelling tot wat de gemeente in diverse brieven vermeldt, namelijk dat er niet sprake zou zijn van bijzondere feiten of omstandigheden, blijken er in het verleden wel degelijk bijzondere afspraken met de Stichting te zijn gemaakt.7 Afspraken die maken dat het huidige beleid niet zonder meer van toepassing is op de Stichting. Het gaat hierbij om afspraken die niet begrensd zijn in de tijd. Het zijn deze feiten en afspraken die maken dat sprake is van bijzondere omstandigheden waar de gemeente rekening mee moet houden. Kortom, er blijken wel degelijk meerdere documenten te bestaan die aantonen dat in het verleden sprake is geweest van bijzondere omstandigheden en bepalingen. Documenten die voor een deel ook in het bezit van de gemeente zijn. Op basis van deze documenten had van de gemeente in redelijkheid mogen worden verwacht dat er adequaat onderzoek was gedaan naar de achtergrond van de huidige situatie.

Ook de geschiedenis van de molen zelf en de betrokkenheid van grote aantallen bewoners en ondernemers had voor de gemeente aanleiding moeten zijn om zich meer te verdiepen in de Stichting en de ontwikkeling op deze bijzondere locatie in de achterliggende jaren. De directie G&O heeft tot eind 2019 enkel en alleen met een eigentijdse en beperkte blik de situatie van de Molen van Sloten beoordeeld.

7 Zie o.a. Brief voormalige directeur Grond en Ontwikkeling d.d. 3 november 2017 als reactie op het schrijven van de Stichting van 30 maart 2016.

20240824

Pagina 14 van 32

4.2 Bevindingen m.b.t. ambtelijke adviezen aan het bestuur a. In overleg met de wethouder grondzaken Het gezamenlijk werken vanaf eind 2019 tot mei 2021 aan één Startnotitie met een tijdlijn gebaseerd op documenten heeft een positieve uitwerking op de relatie tussen de gemeente en de Stichting. Deze positieve ontwikkeling wordt echter verstoord als vertegenwoordigers van G&O aan de Startnotitie in mei 2021 onverwacht een paragraaf toevoegen: ‘Uitwerkingen gemeente’. Deze toegevoegde paragraaf bevat een duiding van de situatie en voorstellen voor de toekomst. Een dergelijke vooruitblik naar de toekomst is volgens de gemaakte werkafspraken nog niet aan de orde; deze zou eerst volgen na gezamenlijke vaststelling van de startnotitie (na zomer 2021). Deze duiding van de huidige stand van zaken en voorstellen voor de toekomst van de gemeente worden door de Stichting als een overval en als voorbarig ervaren en leiden tot irritatie. Ook inhoudelijk roept deze toekomstgerichte paragraaf vragen op.

Zo vermeldt de Startnotitie op pagina 10 in de toegevoegde paragraaf door de gemeente: “Gelet op alle uitzonderlijke feiten en omstandigheden alsmede de feitelijke gang van zaken met betrekking tot het terrein, is in overleg met de wethouder grondzaken besloten om aan de Stichting de navolgende aanbieding te doen”, met als hoofdlijnen: - dat de toegevoegde opstallen van vóór 2016 in een aangepaste erfpachtovereenkomst met de Stichting worden verwerkt, zonder dat sprake is van een canonverhoging; - de canon voor de bierbrouwerij dient te worden aangepast aan de toename van de economische waarde van het terrein (in plaats van een afkoopsom van € 80.000,- zou op basis van het huidige grondprijsbeleid sprake zijn van een afkoopsom van € 207.999,-); - per direct de gemeente een bedrag van € 80.000,- vordert, zijnde het bedrag dat de Stichting heeft ontvangen voor de uitgifte in ondererfpacht aan de bierbrouwerij. Procedureel en inhoudelijk valt deze stap voorwaarts door de gemeente niet in goede aarde bij de Stichting. Vooral het feit dat het groeidocument blijkbaar al besproken is met de wethouder wekt wrevel op. De besprekingen worden opgeschort. Als procesbegeleider vraagt de Ombudsman mei 2021 aan de gemeente hoe deze besluiten van de wethouder dienen te worden gelezen en vraagt de actuele, relevante bestuurlijke (Staf)stukken over de Molen van Sloten op die o.a.

tot deze besluiten zouden hebben geleid. 8 Voor het zomerreces in 2021 ontvangt de Ombudsman alle relevante bestuurlijke stukken met ingang van 2017. Deze documenten vermelden niets over enige afstemming met de wethouder in het kader van de Startnotitie in wording. b. Actuele bestuurlijke documenten inzake de Molen van Sloten Notitie voor de Wethouder Grondzaken d.d. 11 januari 2017 Het informatieverzoek van de Ombudsman leidt tot een aantal (bestuurlijke) documenten waarvan in chronologische volgorde bovenstaande notitie voor de wethouder Grondzaken van 11 januari 2017 de eerste is. Deze notitie behandelt het verzoek van de Stichting van 30 maart 2016 om een bierbrouwerij te realiseren zonder aanpassing van de canon. 8 In de maanden die volgen werkt de ombudsman aan een document met onderwerpen waar tussen de gemeente en de Stichting wel

overeenstemming over is. In verband met verhuur door de Stichting van de ruimte in de molen waar voorheen het Kuiperijmuseum is gevestigd vindt in de molen een drastische opruiming plaats. Zomer 2021 vindt men een doos met oude documenten over de Stichting, waarin o.a. ook correspondentie met de gemeente over de totstandkoming van De 7 Deugden. De doos blijkt vertrouwelijk emailverkeer te bevatten uit 2015 met ambtelijke adviezen (van voormalige medewerkers bij de afdeling Erfpacht en Uitgifte) aan de voorzitter van de Stichting over de grondprijs die hij kan hanteren in gesprek met De 7 Deugden. De voorzitter van de Stichting stelt op verzoek van de Ombudsman aan de hand van deze documenten een tijdlijn op in relatie tot het lopende onderzoek. Deze tijdlijn is juli 2021 gereed.

20240824

Pagina 15 van 32

De gevraagde beslissing die aan de wethouder ambtelijk wordt voorgesteld is om het verzoek van de Stichting af te wijzen. De wethouder stemt niet in met deze gevraagde beslissing en wenst deze te “bespreken in overleg met de wethouder EZ en wethouder Cultuur Monumenten”. De wethouder stemt wel in met het voorstel om de in het verleden gerealiseerde uitbreidingen op het perceel (die door de Stichting altijd bij de gemeente zijn gemeld en met bouwvergunningen zijn gerealiseerd) niet met terugwerkende kracht te verhalen op de Stichting. Als onderbouwing om deze opbrengsten niet te verhalen op de Stichting vermeldt de notitie: “De waarschijnlijkheid dat in geval van een gerechtelijke procedure de rechter tot het oordeel komt dat de gemeente aanspraak zou kunnen maken op aanpassing/verhoging van de canon kan op grond van het voorliggende dossier zeer moeilijk worden bepaald.” Ambtelijke notitie Afkoop Molen van Sloten 4 december 2017 aan directeur Grond en Ontwikkeling Het feit dat de wethouder begin november 2017 (nog) niet instemt met het voorstel om tot een canonverhoging over te gaan in verband met realisatie van een bierbrouwerij op het perceel van de Stichting, leidt tot een ambtelijke notitie van de behandelend ambtenaar en van het Hoofd Erfpacht & Uitgifte aan de directeur G&O. In deze notitie (d.d.

4 december 2017) aan de directeur G&O wordt gesteld dat de afkoopsom van € 80.000,- die de brouwerij aan de Stichting heeft betaald te laag is: volgens het vigerende grondprijsbeleid had dit € 207.999,- moeten zijn. “Als deze afkoopsom in rekening wordt gebracht dan betekent de vestiging van de brouwerij voor de Stichting Molen van Sloten een verlies van € 127.999,-”. De Ombudsman is in het bezit van e-mailwisseling waaruit blijkt dat de Stichting in 2015 ten behoeve van de te bepalen afkoopsom voor de brouwerij zich vertrouwelijk heeft laten adviseren door G&O over de grondprijs. De vraag is dan ook aan de orde hoe het kan dat in 2015 Grond en Ontwikkeling is uitgekomen op een afkoopsom van € 80.000,- en men in november 2017 spreekt van € 207.999,-. Binnen twee jaar tijd een dergelijk prijsverschil is opmerkelijk en roept vragen op. Projectenstaf wethouder Grondzaken van 29 januari 2018 Wederom ligt het verzoek van de Stichting ter besluitvorming aan de wethouder voor om ten behoeve van de te realiseren bierbrouwerij de canon voor de Stichting niet aan te passen. Ambtelijk is men van mening dat er geen aanleiding is de bierbrouwerij te realiseren zonder de canon voor de Stichting te verhogen. Instemming met het verzoek van de Stichting zou de onwenselijke precedent scheppen dat op deze wijze “bewust subsidie zou worden verleend uit de opbrengsten uit grond”.

Ambtelijk is er inmiddels advies ingewonnen bij de wethouders Economie, Monumenten en Kunst & Cultuur over een eventuele subsidie. Vanuit deze portefeuilles wordt in identieke bewoordingen gesteld dat “er geen regeling noch (….) middelen beschikbaar zijn op grond waarvan aan de Molen van Sloten een exploitatiesubsidie zou kunnen worden verleend.” Kunst en Cultuur wijst wel “op de mogelijkheid om voor incidentele evenementen op het gebied van Kunst & Cultuur subsidie aan te vragen bij het Amsterdamse Fonds voor de Kunst of het Stadsdeel op grond van de regeling kunst- en cultuur-activiteiten”. Op zich zijn de constateringen vanuit de portefeuilles Economie, Monumenten en Kunst & Cultuur correct dat er op dát moment niet een regeling is en ook geen financiële middelen beschikbaar zijn voor een exploitatiesubsidie aan de Molen voor Sloten. Echter, deze constateringen vloeien onvermijdelijk voort uit de begrotings- en subsidiesystematiek die de gemeente hanteert. Voor de begrotingssystematiek geldt dat de gemeente tweemaal per jaar een financieel verdeel-moment hanteert, met als gevolg dat gedurende het jaar er geen onbestemd en/of vrij besteedbaar geld beschikbaar is.

20240824

Pagina 16 van 32

Voor de subsidiesystematiek geldt, dat daar waar op dat moment vanuit een portefeuille niet sprake is van een exploitatiesubsidie aan een molen (met een historische, monumentale, culturele, economische en/of toeristische functie), het logisch is dat een dergelijke subsidieregeling binnen de portefeuille ontbreekt. De ambtelijke antwoorden naar aanleiding van de bestuurlijke vraag “om de (on)mogelijkheden voor een bijdrage/subsidie in de exploitatie van de Molen van Sloten te bespreken” zijn niet adequaat. De antwoorden gaan niet in op de financiële mogelijkheden voor een subsidie/bijdrage, maar beschrijven de financiële (subsidie)omstandigheden op dat moment. Het was correct geweest als de antwoorden inhoudelijk waren ingegaan op de mogelijkheden die de Subsidieverordening in beginsel biedt. Daarnaast had de wethouder geïnformeerd kunnen worden over het tijdpad naar het eerstvolgende financiële verdeelmoment en over wat er voor nodig is om dit vraagstuk daarbij te agenderen en te regelen.

Notulen Projectenstaf wethouder Grondzaken van 29 januari 2018 Deze notulen vermelden de bespreking van het voorstel dat bij het passeren van de akte de Stichting aan de gemeente een bedrag van € 80.000,- direct verschuldigd is en dat in de akte dient te worden vastgelegd dat bij vervreemding van het terrein het bedrag van € 127.999,- (zijnde het verschil tussen € 207.999,- (= grondprijs 2017) en € 80.000,- (= grondprijs 2015) alsnog dient te worden verrekend (inclusief inflatiepercentage). De notulen vermelden dat de behandelend ambtenaar tijdens deze bespreking heeft ingebracht “dat met dit voorstel de Stichting Molen van Sloten zoveel mogelijk tegemoet wordt gekomen zodat het behapbaar zou moeten zijn. De wethouder gaat akkoord met het voorstel zoals het nu voorligt.” c. Analyse grondprijsadviezen Op 18 mei 2015 stelt de Afdeling Regie & Advies (van G&O) op verzoek van de Stichting een grondprijsadvies op voor “uitbreiding molen van Sloten met Brouwerij”. Dit advies wordt -zoals alle grondprijsadviezen- in een vertrouwelijk memo verwoord, onder kenmerk 2015-4232. Het gaat hierbij dus om een officieel door de gemeente afgegeven grondprijsadvies. De vaste rubrieken in het voorgeschreven format staan allemaal ingevuld, zoals: naam van project/locatie, de reden van de adviesaanvraag (= uitbreiding) etc.

Bij beschrijving van het programma staat vermeld: “Bestemming is een kleine brouwerij die werkt met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt” en “Het is een (noodlijdende) stichting die in het verleden subsidie om te kunnen bouwen heeft gehad voor de molen”. Volgens afdeling Regie & Advies heeft de Brouwerij de bestemming cultuur & ontspanning/bedrijf. Men komt tot een berekende grondprijs van € 374,- per m2 (geldig tot 1 jaar na dagtekening). De Stichting hanteert dit advies en komt uit op een afkoopsom van € 80.000,- voor de brouwerij. Twee jaar later komt het grondprijsadvies voor het zelfde object op dezelfde locatie (4 april 2017) volgens het grondprijsadvies van de gemeente uit op € 477,- per m2. Hoewel de begeleidende email spreekt van dat dezelfde parameters zijn gebruikt en dat de verschillen vooral voorkomen door hogere stichtingskosten leest de ombudsman toch ook in dit advies een verandering in bestemming. Daar waar eerder sprake was van een sociaal maatschappelijke functie met bestemming “cultuur & Ontspanning/bedrijf” heeft de brouwerij in 2017 een commerciële functie gekregen: als functie staat nu “winkels/detailhandel” vermeld. Het is niet aannemelijk dat binnen twee jaar enkel en alleen een stijging van de stichtingskosten heeft geleid tot een stijging van de afkoopsom van € 80.000,- naar bijna € 2o8.000,-.

De verandering van functie, van maatschappelijk in 2015 naar commercieel in 2017 is een relevante factor die de sprong in grondprijsadvies tussen 2015 en 2017 wel (mede) verklaart.

20240824

Pagina 17 van 32

d. Hoor en wederhoor Tijdens een gesprek via Teams op 24 november 2021 tussen medewerkers van G&O/Erfpacht en Uitgifte en de Ombudsman, stelt de Ombudsman enkele kwesties aan de orde. Kwesties, die na bestudering van de bestuurlijke documenten vragen oproepen worden in het kader van hoor en wederhoor op 24 november 2021 besproken. De eerste kwestie betreft de bestemmingswijziging in het grondprijsadvies van 2017 voor de brouwerij ten opzichte van het eerdere advies in 2015. De brouwerij is qua bemensing en doelstelling in die twee jaar niet gewijzigd. Wat maakt dan dat er nu sprake is van een commerciële bestemming? Van ambtelijke zijde is de reactie dat de brouwerij bier o.a. verkoopt via een groot winkelbedrijf en dat er “dus” sprake is van een commerciële instelling. De vraag van de Ombudsman of dit wellicht iets meer zegt over het toegenomen maatschappelijke ondernemen van dit grootwinkelbedrijf en minder over het commerciële gehalte van de brouwerij wordt niet beantwoord. De vraag aan de gemeente of men de financiële conditie van de brouwerij over meerdere jaren heeft onderzocht wordt ontkennend beantwoord. Als de gemeente dat wel had gedaan, dan had zij geconstateerd dat de brouwerij vanaf de start tot dat moment (en zelfs tot nu) verliesgevend heeft gedraaid.

In het verlengde hiervan heeft de Ombudsman ook de vraag gesteld in hoeverre de gemeente zich heeft verdiept in de financiële conditie van de Stichting. Immers, de notulen van de Projectenstaf d.d. 29 januari 2018 vermelden dat het voor de Stichting “behapbaar” moet zijn om de ontvangen afkoopsom van de bouwerij ad € 80.000,- met onmiddellijke ingang aan de gemeente af te dragen. Het woord “behapbaar” roept het beeld op dat de gemeente zich heeft verdiept in de financiële conditie van de Stichting. En dat dit bedrag daadwerkelijke beschikbaar is en ook direct opeisbaar. Wat geldt voor de brouwerij blijkt ook voor de Stichting te gelden: de gemeente heeft zich niet verdiept in de financiële situatie van de Stichting. Indien zij dit wel had gedaan, dan had zij vastgesteld dat ten laste van de ontvangen afkoopsom voor de brouwerij (van € 80.000,-) de kapotte vijzel voor de molen is vervangen voor een bedrag van € 40.000,- en dat het restant o.a. is aangewend om het banksaldo aan te vullen. Ten slotte zijn de ambtelijke adviezen vanuit de portefeuilles Economie, Monumenten en Kunst & Cultuur over een eventuele subsidie in het kader van hoor en wederhoor besproken.

De redenering van de Ombudsman, dat de begrotings- en subsidiesystematiek van de gemeente het tussentijds verstrekken van een subsidie inderdaad niet toestaat, en dat zo bezien de vragen van de wethouder in de Projectenstaf op 29 januari 2018 niet adequaat zijn beantwoord, wordt niet tegengesproken. e. Resumerend De constatering van de gemeente o.a. in de ambtelijke brief d.d. 15 april 2019, dat de Stichting de erfpachtaanbieding van 2018 dient te accepteren (namelijk jaarlijks een canonbedrag van € 5.390,- voldoen of een afkoopsom van € 80.000,- betalen), omdat anders de “reeds uitgevoerde verbouwingen moeten worden teruggedraaid” vindt de Ombudsman onnavolgbaar op basis van wat in de ontvangen documenten staat vermeld. Reeds op basis van de ambtelijke notitie van 1 november 2017 besluit de wethouder om de in het verleden gerealiseerde uitbreidingen op het perceel niet met terugkerende kracht financieel te verhalen op de Stichting. En ook wordt in diezelfde ambtelijke notitie onderkend dat in geval van een juridische procedure de gemeente niet sterk staat, aangezien alle uitbreidingen aan de gemeente zijn gemeld en op basis van bouwvergunningen zijn gerealiseerd. De Ombudsman stelt vast dat hiervoor in de brief d.d. 15 april 2019 zowel een bestuurlijke basis als een juridische basis ontbreekt. 20240824

Pagina 18 van 32

Juridisch gezien heeft de Stichting publiekrechtelijk aan al haar verplichtingen voldaan: de verbouwingen en uitbreidingen zijn op basis van meldingen aan de gemeente gedaan en op basis van bouwvergunningen gerealiseerd. Privaatrechtelijk is er wel iets mis gegaan: de uitbreidingen hadden in het erfpachtcontract van de Stichting moeten worden verwerkt. De erfpachter had hiertoe het initiatief moeten nemen. Bij de Stichting leefde niet het besef van de verplichting en/of de urgentie om dit te regelen, aangezien de opdracht was zoveel mogelijk financieel “self supporting” te zijn. En dit heeft de Stichting ook gerealiseerd in de achterliggende 30 jaar. De gemeente had actie kunnen ondernemen naar de Stichting om het “moeder-contract” aan te passen. Immers, Stadsdeel Osdorp was op de hoogte van de uitbreidingen, bestemmingswijzigingen en verstrekte vergunningen op de percelen. En na overdracht van het erfpachtbeheer van Osdorp naar het Ontwikkelingsbedrijf (in de periode 2009-2010) zou het Ontwikkelingsbedrijf de beschikking moeten hebben over de documenten die zijn gewisseld tussen het Stadsdeel en de Stichting over de veranderingen op de percelen in het verleden. De ambtelijke opstelling van de gemeente met betrekking tot de brouwerij is met ingang van 2017 financieel gericht, maar tegelijkertijd verdiept de gemeente zich niet in de financiële conditie van de brouwerij.

Zo wordt de functie van de brouwerij in 2015 (zo blijkt uit achterliggende mailwisseling tussen de Stichting en G&O) getypeerd als ‘maatschappelijk’ en zonder enige inhoudelijke onderbouwing in 2017 plotseling als ‘commercieel’ geduid. Dit, terwijl de werkzaamheden dezelfde zijn en de aard van de onderneming ook niet is veranderd. De in 2017 berekende grondprijs voor de brouwerij van € 477,- per m2 mist een degelijke inhoudelijke basis en lijkt vooral voort te komen door de functiewijziging van ‘maatschappelijk’ in 2015 naar ‘commercieel’ in 2017. Dat de Stichting aan de gemeente alsnog aanvullend € 127.000,- verschuldigd zou zijn is op basis van de ontvangen gegevens en antwoorden van de gemeente onnavolgbaar. De ombudsman ziet geen grond voor deze claim. Doordat de gemeente zich niet heeft verdiept in de financiële conditie van de brouwerij en ook niet in die van de Stichting worden niet/onvoldoende goed onderbouwde besluiten aan het bestuur voorgelegd. De typering van de brouwerij als commerciële instelling is hier een voorbeeld van. Dit geldt ook voor het zonder navraag of toets bij de Stichting opeisen van de € 80.000,- die zij bij de uitgifte van de brouwerij heeft ontvangen. Aan de wethouder werd gemeld dat direct betalen van € 80.000,- “behapbaar” zou zijn. Het tegendeel is het geval: € 80.000,- betalen zou het faillissement van de Stichting hebben betekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14943634/1