2024.04.18 Conceptverslag FKD. docx.
Tekst van het document
Lid HIJLKEMA bestrijdt dat de VVD er negatief instaat. Hij stelt dat kritisch terugkijken op de week aanleiding kan zijn om de verbeterpunten te bepalen. Dit kan ten goede komen aan de doelstelling van meer emancipatie. Lid VAN DER VEEN adviseert de VVD om middels een veldonderzoek erachter te komen welke problemen de doelgroep ondervindt, zodat er een kwalitatief oordeel kan komen over de laatst gehouden Queer-en-Pride. Lid HIJLKEMA stelt dat GroenLinks oordeelt dat de VVD dit niet zou doen, maar het tegendeel is waar. Lid VAN BERKEL mist in het verslag de beschrijving van de activiteiten die zichtbaar aanwezig waren tijdens Pride Walk, zoals de pro-Palestina manifestatie. JA21 meent dat deze niet voor meer inclusiviteit heeft gezorgd, maar eerder voor polarisatie binnen diverse doelgroepen. Hij vraagt de wethouder te garanderen dat Queer Amsterdam hier geen gemeenschapsgeld voor heeft ontvangen, terugwijzend naar de eerdere toezegging dat de Pride Walk niet is gesubsidieerd. Vervolgens vraagt lid Van Berkel op welke wijze de organisatie wordt gefinancierd en waar het geld voor wordt gebruikt. JA21 vindt dat het de verantwoordelijkheid van de wethouder is om ervoor te zorgen dat het subsidiebedrag dat Queer Amsterdam ontvangt niet naar zaken gaat die niets te maken hebben met het gezamenlijke doel van het evenement.
Lid VAN DER VEEN stelt twee vragen aan het college: Kan er een tussenpersoon worden ingezet voor de Stichting Gay Pride Amsterdam en Queer Amsterdam, die zich bezighoudt met alle communicatie, het verzamelen van informatie en het onderhouden van de website? Kan er worden overwogen om de Pride in het vervolg in juni te laten plaatsvinden? Lid LUST geeft aan dat wat D66 betreft het doel van de nieuwe opzet is bereikt. Voorts citeert lid Lust uit de brief over de investering die de gemeente heeft moeten doen om de beide partijen van het evenement bij elkaar te brengen. In de komende editie zal de gemeente dit niet meer doen en is het aan de partijen zelf om te komen tot een vruchtbare samenwerking en goede afspraken. Lid Lust vraagt waartoe de gemeente bereid is, indien de samenwerking bij de voorbereiding van het evenementen toch weer spaak loopt. Tevens verwijst zij naar de onevenredige grote werkdruk die is ontstaan binnen de gemeentelijke organisatie bij het begeleiden van de nieuwe organisatie Queer Amsterdam. Het lijkt er zelfs op dat de gemeente Amsterdam de organisatie op zich heeft genomen. Voor de
19
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
komende edities zal dit echter door Queer Amsterdam zelf moeten worden opgepakt en lid Lust vraagt het college of zij bereid is hier dichtbij te blijven voor eventuele noodzakelijke ondersteuning. Refererend aan een eerdere inspreker inzake de Pride op het Amstelveld vraagt lid Lust de wethouder aan te geven wat er vanuit het perspectief van de gemeente aan overleg heeft plaatsgevonden over alternatieve locaties. Lid GARMY vraagt de wethouder te reflecteren op het evenement en welke lessen hieruit geleerd kunnen worden voor 2025 en 2026. Ook wil hij weten of de twee partijen die het evenement hebben georganiseerd de enige twee partijen zijn geweest die zich hebben aangemeld. Op welke manier worden de stakeholders betrokken bij het nieuwe beleid en kunnen Amsterdammers hierbij ook inspraak krijgen? Lid NOORDZIJ schetst allereerst wat Pride betekent voor veel mensen met als belangrijkste element de vrijheid. Dat de Pride een hele brede groep mensen aanspreekt maakt het organiseren van een dergelijk evenement ingewikkeld. Het is hem opgevallen dat deze verantwoordelijkheid sterk wordt gevoeld bij de organisatie en daarom is het terecht dat het duidelijk wordt opgeschreven in het beleidskader. Hij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Wethouder MELIANI refereert aan een eerder onderzoek onder de inwoners van Amsterdam, waaruit is gebleken dat de Pride bij iedereen geliefd is.
Vervolgens is, met instemming van de raad, onderzocht hoe het evenement kan worden verbreed en inclusiever gemaakt. Dit heeft geresulteerd in de editie die hier wordt geëvalueerd, waarvoor ook extra geld is uitgetrokken. De wethouder schetst de ontwikkeling van het evenement vanuit een klein initiatief, dat is uitgegroeid tot een groot evenement. De emancipatie blijft groeien en er komen steeds meer groepen die zich nog niet gezien en gehoord voelen in de Pride zoals het was en er is voor gekozen om het evenement aan te passen om iedereen daarin een plek te geven. De wethouder heeft veel activiteiten tijdens de Pride bezocht, zoals het diner dat voor een groep transgendermensen was georganiseerd op het Leidseplein en het is haar duidelijk geworden dat investeren in de veiligheid van mensen van groot belang is. Vervolgens geeft de wethouder aan hoe de evaluatie tot stand is gekomen en de wethouder is tot inzichten gekomen die zij meeneemt naar de organisatie van het evenement in 2026. De wethouder is bereid om de vertrouwelijke informatie over de kosten en de aantallen aan de raad voor te leggen. Zij geeft aan dat er veel tijd, geld en moeite is gestopt om het doel dat de queergemeenschap hier zich thuis gaat voelen te bereiken en van daaruit heeft de gemeente de organisatoren van het evenement begeleid.
De wethouder is nu wel van mening dat de organisatoren zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen en ze hebben de tijd gekregen om zich te professionaliseren. Echter als de vraag bij de gemeente wordt neergelegd om te ondersteunen, zal de wethouder bekijken wat er mogelijk is. Lid HIJLKEMA is erover verheugd dat er achter de schermen toch een flinke evaluatie heeft plaatsgevonden en hij verwacht dat dit zal leiden tot positieve eindconclusies. Hij gaat graag in op het voorstel van de wethouder om meer informatie te deken met de raad. Wethouder MELIANI zal dat in de vorm van de jaarverslagen naar de raad toesturen, die zij annoteert met enkele opmerkingen over de al dan niet behaalde doelen. Zij zal hier later nog op terugkomen. Lid HIJLKEMA vraagt tevens de ambtelijke evaluatie op. Wethouder MELIANI meent dat dit weinig zal toevoegen, aangezien deze informatie is verwerkt in de stukken. In de ambtelijke stukken wordt ook uitgeweid over technische zaken en
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
dat lijkt haar van geen waarde voor de raad. De wethouder zegt toe dat zij alle informatie die mogelijk is aan de raad zal doen toekomen. De wethouder heeft ondervonden dat beide organisaties op verschillende wijze werken. De een werkt grootschaliger, terwijl Queer juist kleinschalige evenementen nodig heeft. Dit is waardevolle informatie voor de volgende editie van het evenement. Lid VAN BERKEL geeft aan dat het Jaarverslag van de Stichting Pride Amsterdam online is gepubliceerd. Lid Van Berkel heeft eerder gevraagd naar nadere informatie over de subsidiëring van de Pride Walk en de wethouder heeft aangegeven dat hier geen gemeenschapsgelden naartoe zijn gegaan. Hij vraagt hoe de wethouder dit kan weten als de verantwoording er niet is. Wethouder MELIANI geeft aan dat er geen subsidie kan worden gebruikt voor een demonstratie en zij heeft dit al gezien in de verantwoording. Zij kan dit niet delen, maar zij stelt lid Van Berkel in de gelegenheid om dit vertrouwelijk in te zien. Lid VAN BERKEL vraagt nogmaals om bevestiging van de wethouder dat er geen gemeenschapsgeld naar de Pride Walk is gegaan. Wethouder MELIANI bevestigt dit. Lid VAN BERKEL verwijst naar geld uit het Evenementenfonds dat bedoeld is voor beveiliging en hij geeft aan dat er voor de Pride Mars een budget is vrijgemaakt van 25.000 euro.
Hij vraagt om bevestiging dat er geen geld naar de Pride Walk is gegaan voor de beveiliging. Wethouder MELIANI wijst op het verschil tussen beveiliging en programmering. Voor dit laatste wordt er geld gegeven vanuit Diversiteit. Voor een inhoudelijk programma, zoals daar sprake van is bij een demonstratie, daar mag geen geld naartoe gaan. Vervolgens antwoordt de wethouder op de vraag van lid Hijlkema dat de extra investering het doel inderdaad dichterbij heeft gebracht. Aantallen zijn hierbij geen graadmeter. Het is een eerste editie geweest en de wethouder geeft het een kans om te groeien, zoals dat ook met de Pride is gebeurd. De reactie op de bredere eerste week waren gemengd. Niet iedereen voelde zich even gemakkelijk bij de verschillende activiteiten. De Pride Walk is een demonstratie en behoort nadrukkelijk niet bij dit evenement. In antwoord op de vraag van lid Garmy kondigt de wethouder een bijeenkomst aan op 13 mei aanstaande over het nieuwe beleid. Er volt nog een brede bijeenkomst voor alle Amsterdammers waar kan worden gereageerd op het beleid. Het nieuwe beleid, zo merkt de wethouder op, moet ruimte maken voor een duurzaam evenement, waarin drie uitgangspunten benoemd moeten worden: De Pride zal beter toegankelijk moeten worden voor alle groepen uit de gemeenschap; Er moet een veel breder en divers programma komen; Het moet beter beheersbaar en veilig zijn.
In het voorstel van lid Van der Veen om een website in te richten kan de wethouder zich vinden en zij zal dit meenemen in de voorbereidingen. Het is helaas moeilijk om de Pride in juni te laten plaatsvinden, aangezien in die maand het Keti Koti festival plaatsvindt. Vanwege de vele wensen en mogelijkheden is het voor het overige moeilijk om de Pride naar en andere periode te verplaatsen. De wethouder geeft aan dat, evenals lid Van der Veen ook andere partijen de wens hebben om te verruimen. Het contact tussen de gemeente en de partijen verloopt prima, waarbij de gemeente een faciliterende rol heeft ingenomen. In de samenwerking met de organisatie zal de gemeente een vinger aan de pols houden, maar niet meer het gehele mediationtraject op zich nemen. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisaties zelf.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
De wethouder geeft aan dat de heer Anceaux vanuit een ander perspectief tegen de zaken aankijkt, omdat het gaat om zijn eigen bedrijf. De wethouder doet een handreiking en biedt aan om nog eens met de heer Anceaux de mogelijkheden te bespreken. Lid HIJLKEMA herhaalt in een punt van orde zijn vraag die hij stelde bij de Rondvraag waarom het Pride festival niet meer op het Amstelveld kan, maar wel zou kunnen plaatsvinden op de Noordermarkt of het Jonas Daniël Meijerplein. Deze alternatieven wijken qua omstandigheden volgens lid Hijlkema niet veel af van het Amstelveld. Tweede termijn Lid VAN BERKEL stelt enkele vragen over de precieze kwalificatie van het Evenementenfonds. Dit is gemeenschapsgeld waarvan besloten is 90.000 euro toe te kennen aan Queer Amsterdam voor onder andere de beveiliging. Het is voor lid Van Berkel niet duidelijk op welke manier dit geld bij de juiste activiteiten terechtkomt. Voorts citeert hij uit het onderliggende document waarin over het Evenementenfonds wordt geschreven dat gemeentelijke steun maximaal 50 procent mag zijn van de totale begroting. Hoe verhoudt zich dat bij Queer Amsterdam met die 440.000 euro steun? Wethouder MELIANI antwoordt lid Hijlkema dat de locaties die hij noemt, horen in het rijtje alternatieven dat is aangedragen door de organisatie. Uit onderzoek is gebleken dat deze locaties met wat aanpassingen een optie kunnen zijn.
Het Amstelveld behoort niet meer tot de mogelijkheden, omdat hier jarenlang ernstige overlast van werd ondervonden in de directe omgeving. De situatie op de door lid Hijlkema genoemde locaties is wel anders, onder andere vanwege de stroom van bezoekers en deze locaties liggen op de route van de botenparade. Aan de heer Van Berkel zal de wethouder proberen haar eerdere antwoord te verduidelijken: De Pride Walk is niet gesubsidieerd. Demonstraties kosten geld, maar dit zijn geen subsidies. De kosten betreffen de inzet van diensten, zoals wanneer er politie nodig is. Lid VAN BERKEL benadrukt dat er dus wel gemeenschapsgeld naartoe gaat. Wethouder MELIANI beaamt dit en geeft aan dat dit gebruikelijk is. Lid VAN BERKEL vraagt vervolgens hoe de wethouder kan weten dat deze informatie juist is, als de jaarrekening van Queer Amsterdam en de verantwoording er niet is. Wethouder MELIANI geeft aan dat de diensten altijd geld kosten en dit staat niet in de verantwoording. In de verantwoording staan enerzijds de subsidiabele kosten voor de hekken van de evenementen en anderzijds de financiering van de programma’s vanuit Diversiteit. De wethouder heeft de verantwoording gezien en heeft al aangegeven dat lid Van Berkel de gelegenheid kan krijgen deze in te zien. Lid VAN BERKEL vraagt op welke termijn de raad alle achterliggende informatie kan inzien.
Wethouder MELIANI hoopt hier binnen een maand op te kunnen terugkomen bij de raad. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken en het zal op verzoek van lid Van Berkel geagendeerd worden voor de raad van 29 en 30 mei 2024. 7. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de uitslag beoordelingsprocedure alliantieregeling 2024-2025 (VN2024-004385)
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit agendapunt stond op de TKN-lijst van de commissievergadering van 21 maart jongstleden en is geagendeerd om vandaag te bespreken door lid Badal. Lid BADAL geeft aan dat deze alliantieregeling een steun kan zijn voor goede initiatieven om mensen bij elkaar te brengen. Lid Badal heeft vernomen dat meerdere partijen niet in de gelegenheid waren om kennis te nemen van de regeling, al waren zij potentieel kandidaat om deel te nemen. Lid Badal stelt hierover een aantal vragen: Hoe kan dit in het vervolg beter uitgevoerd worden? Hoe kunnen de initiatieven en de inertie van de afvallers behouden blijven? Hoe wordt het succes door de wethouder gemeten? Is de wethouder tevreden met de behaalde doelstellingen van de vorige regeling? Tenslotte wenst lid Badal de allianties succes met hun werk bij het verbinden van mensen. Zij dragen uit dat er wordt opgestaan tegen discriminatie in welke vorm dan ook. Lid LUST vraagt het college de raad op de hoogte te houden van de te ontwikkelen activiteiten. Het lijkt haar niet ondenkbeeldig dat zij bij sommige hiervan zou willen aanhaken. Lid BENTOUMYA vraagt aan de wethouder of de allianties kunnen worden ingezet om de afdeling EZ te adviseren? Voor GroenLinks zijn arbeidsemancipatie en gendergelijkheid belangrijke onderwerpen op de antidiscriminatie agenda.
Lid GARMY werd erop geattendeerd dat een van de allianties dezelfde doelstelling formuleert als die in een eerder initiatiefvoorstel van Volt en DENK. Hij vraagt de wethouder of het voorstel verbonden kan worden aan deze alliantie. Wethouder MELIANI geeft in antwoord op de vraag van lid Lust aan dat zij de raad zal informeren. Aan lid Garmy deelt zij mee dat de betreffende alliantie is ontstaan op basis van het initiatiefvoorstel van hem en het lid Khan. De wethouder zegt toe het voorstel te koppelen aan de alliantie. Op de vragen van lid Bentoumya antwoordt de wethouder dat de alliantie zich bezighoudt met de emancipatie van vrouwen door ze te leren voor zichzelf op te komen. Dit staat nog te ver af van EZ, aangezien het voorzichtig en met een kleine programmering moet worden begeleid. Lid BENTOUMYA stelt voor om de koppeling op een later moment in het proces te laten plaatsvinden om er voor te zorgen dat deze vrouwen op een veilige manier aan de slag kunnen. Wethouder MELIANI geeft aan dat dit zou kunnen. In antwoord op de vraag van lid Badal geeft de wethouder aan dat zij graag meer informatie zou krijgen over de partijen die het niet hebben meegekregen, aangezien ze het zo breed mogelijk heeft gedeeld. Lid Badal zal de aanvullende informatie ophalen en aan de wethouder sturen.
Vervolgens geeft zij aan dat uit de evaluatie is gebleken dat er met de alliantie verder wordt gegaan, maar dat de ‘Theorie of Change’ niet door iedere organisatie werd toegepast, dus die is eruit gehaald, waardoor de alliantie toegankelijker is geworden. Lid BADAL gaat akkoord hiermee. Tweede termijn Lid MANGAL heeft signalen ontvangen dat de middelen die worden ingezet hoofdzakelijk door de witte organisaties worden opgebruikt. Hij vraagt de wethouder erop toe te zien dat dit eerlijker verdeeld wordt.
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
Wethouder MELIANI ontkent dat dit het geval is en legt uit hoe er wordt overgegaan tot het verstrekken van middelen. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken. Openbare Orde en Veiligheid 8. Bespreken van de tweede afdoeningsbrief toezegging MDRA vs politiecijfers antisemitisme (VN2024-004381) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit agendapunt is geagendeerd door de leden Lust (D66) en Garmy (Volt). Lid LUST benoemt op welke wijze, waar en hoeveel meldingen van discriminatie en antisemitisme bij de politie en het MDRA in de afgelopen jaren zijn gedaan. Zij is erachter gekomen dat onder de slachtoffers het idee heeft postgevat, dat melden geen zin heeft en vreest daarom dat er meer gevallen zijn dan er nu bekend is uit de cijfers. In de brief worden een paar acties genoemd die de meldingsbereidheid zouden moeten verhogen. Zij vraagt de wethouder hoe acties als het bevorderen van educatie over de holocaust en de Tweede Wereldoorlog daar verandering in brengen. Ook wil zij weten waar de doelgerichte campagnes om slachtoffers van discriminatie goed te informeren zich op richten. Gaat dit om waar men melding kan doen of waarom melding doen zo belangrijk is? Ook verbaast het haar te vernemen dat de politie zich afvraagt of de gehanteerde kleuren roze en blauw op de routekaart Discriminatie wel van meerwaarde is.
Voor lid Lust is het vanzelfsprekend van meerwaarde. Zij citeert vervolgens uit de brief dat de politie de voorkeur heeft om alle meldingen en aangiftes van alle soorten discriminatie via de algemene werkwijze te laten verlopen. Lid Lust meent dat er dan geen verbetering in de meldingsbereidheid zal plaatsvinden. Discriminatie is een thema waar specifieke juridische kennis een nadrukkelijke meerwaarde heeft. Lid GARMY heeft vernomen dat de MDRA stappen gaat ondernemen om de meldingsbereidheid te vergroten. Lid Garmy vraagt welke stappen dat zijn en of hier al effect merkbaar van is. Ook vraagt hij naar de stand van zaken van de in de brief genoemde campagnes van het CIDI en het MDRA. Met welke joodse organisaties heet de MDRA gesproken en wat kwam er aan de orde? Van het CIDI hoorde lid Garmy dat het contact tussen deze organisatie en het MDRA moeizaam verloopt. Hij vraagt de wethouder aan te geven wat daar de reden van is en hij verzoekt haar ervoor te zorgen dat dit contact tot stand komt. Lid VAN BERKEL vindt een aantal beweringen in de brief onduidelijk en hij vraagt de wethouder wat zij bedoelt als zij schrijft dat ‘polarisatie onder verschillende groepen toeneemt, waaronder bij de Islamitische en Joodse gemeenschappen’. Ook vraagt hij om wat voor signalen het gaat, die aangeven dat er sprake is van toenemende polarisatie.
Hij verzoekt de wethouder voorbeelden te noemen van de signalen, alsmede de joodse gemeenschappen die zij noemt in de brief. In de brief komt ook aan de orde dat er sprake is van onderrapportage. Dit zou komen omdat joodse Amsterdammers weinig verwachtingen hebben van de overheid. Hij vraagt of de wethouder kan schetsen wat deze mensen te verwachten hebben, zodat er een wenkend perspectief komt om antisemitisme te melden. Lid NIJSSEN stelt een aantal vragen: Hoeveel meldingen van antisemitisme zijn er binnen gekomen sinds 7 oktober? Zijn er sinds de discussie in de Tweede kamer over het strafbaar stellen van een bepaalde leus meer meldingen van antisemitisme binnengekomen?
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
Hoeveel meldingen zijn er binnengekomen sinds de opening van het Holocaustmuseum op 10 maart jongstleden? Lid Nijssen zoekt naar een verband tussen de events en het aantal meldingen in Amsterdam. Vervolgens stelt lid Nijssen een expertsessie voor, waarbij de nationaal coördinator Antisemitismebestrijding wordt uitgenodigd, het MDRA, de politie, CIDI en waar gesproken kan worden over het vergroten van de meldingsbereidheid, en het beter organiseren van de opvolging. Hij vraagt de wethouder hierop te reageren. De VOORZITTER concludeert dat er voldoende animo is, waardoor de expertsessie doorgang kan vinden. Lid BOUHASSANI stelt voor in een punt van orde dat de expertsessie zich niet zou moeten beperken tot antisemitisme, maar ook andere discriminatievormen aan de orde moet stellen nu de gehele keten bij elkaar is. De VOORZITTER adviseert de aangemelde leden hierover buiten de vergadering om met elkaar overleggen en dan in de volgende commissievergadering de uitkomst bekend maken. Hij vraagt of lid Nijssen hiermee akkoord kan gaan. Lid NIJSSEN zou zich in de sessie liever willen beperken tot het onderwerp antisemitisme en als dit een positief resultaat oplevert in een andere sessie een ander onderwerp aan de orde te stellen. Lid BENTOUMYA sluit zich aan bij het standpunt van lid Lust dat een algemene werkwijze niet de juiste manier is om met de meldingen om te gaan.
Zij pleit ervoor om de verschillende politienetwerken een rol te geven in de routekaart om discriminatie te melden, ofwel als aanspreekpunt, ofwel om strategisch mee te denken om de meldingsbereidheid te vergroten. Lid BOUHASSANI beschrijft de schrijnende situatie waarin sommige joodse mensen zich heden ten dage bevinden, gebukt gaande onder discriminerende acties. Zij vraagt de wethouder te reflecteren op de verschillende gesprekken die inmiddels hebben plaatsgevonden. Zijn hier al punten naar voren gekomen die het proces kunnen ondersteunen? Ook hoort zij graag de huidige stand van zaken van de samenwerking tussen CIDI en het MDRA. Lid MANGAL sluit zich aan bij de vragen van lid Nijssen en voegt daaraan toe de vraag of de kritiek op Israël ook invloed heeft op de meldingscijfers. Wethouder MELIANI heeft een groei van het aantal meldingen van antisemitisme kunnen waarnemen en zij realiseert zich dat dit slechts het topje van de ijsberg is. De wethouder zal samen met de burgemeester de voedingsbodem van het antisemitisme weg moeten halen. Ook moet er veel kennis verworven worden om bewustzijn te creëren wat antisemitisme eigenlijk precies inhoudt. Het toenemend antisemitisme in deze tijd leert de mensen om hier altijd alert op te zijn en altijd bezig te blijven om dit te bestrijden.
Dit betekent dat de pakkans van daders moet worden vergroot en de kennis over joden moet worden vergroot. Hier wordt betekenis aan gegeven door de strafrechtketen te versterken, wat betekent dat aangiftes van antisemitisme met prioriteit worden behandeld. Het college zet zich tevens in om de bekendheid en de zichtbaarheid van het joodse leven te vergroten. In het onderwijs is er aandacht voor de holocaust, de Tweede Wereldoorlog, de geschiedenis van joden in Amsterdam en er wordt samengewerkt met de nationaal coördinator Antisemitismebestrijding aan het Holocaust Educatie- en Informatiepunt. De wethouder zegt toe de raad een overzicht van de activiteiten te doen toekomen. Er is vandaag een rapportage verschenen. Ook is er een rapportage verschenen van de Staatscommissie tegen discriminatie en fascisme. Zij adviseert de leden om deze rapportage goed te bestuderen en zich niet blind te staren op cijfers. Volgens de wethouder gaat het niet
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
alleen om de cijfers, maar ook om het ontwikkelen van een kwalitatief programma om werkelijk het verschil te kunnen maken. De wethouder vervolgt met aan te geven dat de meeste van de gestelde vragen in feite voor de burgemeester en de politie zijn. Zij zegt toe de vragen door te geleiden. Er is een online campagne vanuit het MDRA die vooral is gericht op de naamsbekendheid. Ook werd er een oproep gedaan om discriminatie meer te melden. Het meldpunt werkt nu ook aan een plan om de meldingsbereidheid te vergroten. De wethouder zal dit de raad doen toekomen. Vervolgens somt de wethouder de joodse organisaties en personen op met wie het MDRA gesprekken heeft gevoerd, in antwoord op de vraag van lid Garmy. Het MDRA heeft de gemeente aangegeven dat ze meer steun nodig hebben om overal te kunnen zijn en het Meldpunt heeft hier een plan voor geschreven. Meer steun betekent ook dat de samenwerking met het CIDI kan verbeteren, hetgeen de wethouder van wezenlijk belang acht, ook om een goed beeld te krijgen van de cijfers. Eén keer in de twee jaar wordt de meldingsbereidheid gemeten in de veiligheidsmonitor. Het Meldpunt werkt momenteel aan een plan hoe zij de meldingsbereidheid kunnen vergroten en wat het effect daarvan is. Lid GARMY vraagt of het MDRA nu komt met een stappenplan om de meldingsbereidheid in de joodse gemeenschap te vergroten.
Wethouder MELIANI beschrijft in het kort alle taken waar het MDRA voor staat en geeft aan dat het Meldpunt een breed werkveld heeft. Hiervan wordt een plan ontwikkeld en de wethouder zal de raad hierover informeren als dit wordt gepubliceerd. Voorts geeft de wethouder in antwoord op de vraag van lid Bouhassani een samenvatting van de inhoud van de gesprekken die in de ambtswoning hebben plaatsgevonden naar aanleiding van de oorlog en wat dit betekent voor alle groeperingen in de stad. Het college heeft naar aanleiding hiervan veel kennis opgedaan over de samenstelling van de verschillende groeperingen en wat bijvoorbeeld antisemitisme inhoudt voor de één of voor de ander. Tenslotte gaat de wethouder in op de stelling van lid Van Berkel over polarisatie. Zij acht het de verantwoordelijkheid van de gemeente om mensen met elkaar te blijven verbinden en dit te faciliteren. Het initiatiefvoorstel van Volt en DENK, ‘Bekend Maken…’ sluit hier op aan. Lid VAN BERKEL vraagt de wethouder toe te lichten wat de indicatoren zijn die duiden op een toename van polarisatie onder en bij bepaalde groepen en hoe kan worden bepaald dat er een splijtzwam is tussen mensen in de samenleving. Wethouder MELIANI verwijst naar een rapport dat binnenkort zal verschijnen waarin wordt beschreven op welke wijze er in de samenleving sprake is van uitingen van racisme en discriminatie.
De wethouder noemt enkele media die hiervoor worden gebruikt. Dit resulteert in meldingen en dan moet ervoor gezorgd worden dat de meldingen op een adequate manier opvolging krijgen. Dit moet voorkomen dat er nog meer mensen tegenover elkaar komen te staan. Lid NIJSSEN verzoekt de wethouder om zijn drie vragen te beantwoorden, eventueel schriftelijk. Wethouder MELIANI kan lid Nijssen alleen informeren over de indicatieve cijfers vanuit discriminatie.nl. Het aantal meldingen bij de politie was een aantal weken geleden 38. De politie is bezig om een ‘near real time’- dashboard te maken om sneller te kunnen handelen. Naar aanleiding van de Kamermotie over de leus is er geen merkbaar effect in het aantal of soort meldingen. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
De VOORZITTER schorst de vergadering om 21.07 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 21.14 uur. Financiën 9. Bespreken van het raadsadres van Actiecomité Raden in Verzet over de voorbeeldmotie ‘Zonder geld geen gemeenten’ (VN2024-004388) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit raadsadres stond op de lijst van ingekomen stukken van de raadsvergadering van 28 februari 2024. Het is in de commissie geagendeerd om te bespreken door het lid Bobeldijk. Het is op verzoek van het lid Van Pijpen ook al op de agenda van de raad van 24 april 2024 gezet. Lid BOBELDIJK geeft aan dat met het oog op ‘het ravijn’ het goed is dat er vanuit de gemeentes deze motie bekend wordt gemaakt en dat de wethouder zich landelijk inzet voor deze kwestie. Lid VAN PIJPEN kondigt aan dat GroenLinks deze motie in de raad zal indienen en zij hoopt op steun van alle fracties. Naar aanleiding van de dubbelzinnige boodschap van het demissionair kabinet, inzake geld dat al dan niet aan de gemeentes toevalt, vraagt lid Van Pijpen zich af hoe de stand van zaken is met betrekking tot ‘het ravijn’. Zij vraagt of de gemeente tijdelijk zal moeten bezuinigen om daarna weer op te schalen. of dat er sprake is van opvulling met ‘SPUK’s’ waarmee het Rijk de gemeentes ook nog eens opzadelt met een enorme hoeveelheid administratie.
Zij vraagt de wethouder de Voorjaarsnota te duiden en aan te geven wat het betekent voor Amsterdam. Deze informatie ontvangt GroenLinks graag ruim voordat de eigen Voorjaarsnota wordt besproken. Zij benadrukt dat het belangrijk is om druk te blijven uitoefenen op het huidige en nieuwe kabinet, in navolging van de VNG. Vrijblijvende bezuinigingen op het Gemeentefonds heeft ernstige gevolgen voor vele voorzieningen. Lid SCHMIT verklaart namens zijn fractie de motie te zullen steunen. Hij vraagt de wethouder aan te geven wat de nieuwe systematiek, waar nu mee gewerkt wordt, betekent voor de Amsterdamse begroting. Lid BURGERS sluit aan bij de vraag van de vorige spreker wat de Voorjaarsnota betekent voor de gemeente Amsterdam. Hij heeft ook gelezen dat het Rijk in 2025 het tekort niet volledig compenseert. Hij citeert uit het document dat ‘gemeentes voldoende vermogen hebben door gegroeide reserves in de afgelopen jaren’ en wil weten of dit ook geldt voor Amsterdam, aangezien het hem bijstaat dat de normhoogte van de algemene reserve pas in 2024 op peil zou zijn. Lid ASRUF verwijst naar de coronaperiode, waarin eveneens de algemene reserves werden aangesproken. Het lijkt hem daarom raadzaam om een buffer te hebben voor als er in de toekomst wederom onverwachte gebeurtenissen plaatsvinden. Hij vraagt lid Burgers hierop te reflecteren.
Lid BURGERS beaamt dat een buffer belangrijk is, maar er is altijd gezegd dat de reserves niet op peil waren. Het gaat hem nu om het feit dat de reserves pas in 2024 op peil zouden zijn. Lid ASRUF vraagt of lid Burgers voorstander is van het dichten van het ravijn, maar dat hij van mening is dat hiervoor de huidige Voorjaarsnota van het Rijk niet toereikend is. Lid BURGERS wacht allereerst de uitleg van de wethouder af.
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
Lid Burgers stelt dat veel gemeentes er goed aan zouden doen om beter op hun uitgaven te letten en hij noemt een aantal publicaties van economen die dat onderschrijven. Zij geven aan dat een krappe arbeidsmarkt vraagt om scherpe keuzes. Niet al het beleid kan tegelijk worden uitgevoerd door personeelsgebrek. Voor Amsterdam zou dat niet moeilijk hoeven zijn, gezien de vele bronnen van inkomsten die de gemeente heeft. Lid Burgers adviseert daarom onnodige uitgaven te schrappen, nu ‘het ravijn’ verdwenen lijkt te zijn. Lid VAN PIJPEN vraagt waarop lid Burgers baseert dat ‘het ravijn’ definitief is verdwenen. Dit komt niet tot uiting in de voorstellen van het kabinet. Lid BURGERS geeft aan dat hij uit de Voorjaarsnota opmaakt dat er grote sommen geld zijn toegezegd. Lid VAN PIJPEN meent dat je niet kunt stellen dat ‘het ravijn’ er niet meer is, aangezien de structurele problematiek met betrekking tot de wijziging van de systematiek van de financiering van het Gemeentefonds, die ‘het ravijn’ veroorzaakt nog steeds bestaat . Lid BURGERS verwijst naar de vraag vanuit de raad wat dit betekent voor de situatie van Amsterdam en hij wacht op een antwoord. Lid ASRUF vindt het op grond van de feiten ook vreemd dat lid Burgers aangeeft dat ‘het ravijn’ verdwenen is. Lid BURGERS herhaalt dat hij allereerst wil horen van de wethouder wat dit betekent voor Amsterdam.
Lid ASRUF verklaart dat zijn fractie de motie zal steunen en benadrukt het belang van het dichten van ‘het ravijn’ voor Amsterdam. Lid GARMY verklaart dat zijn fractie de motie zal steunen. Wat Volt betreft is het geld nodig om de nationale en Europese doelen te behalen. Lid Garmy is benieuwd naar de visie van het college op de Voorjaarsnota en hoe het college deze motie beschouwt. Wethouder VAN BUREN kan zich vinden in het initiatief van Raden in Verzet. Dit komt op het juiste moment en het is belangrijk dat dit signaal naar Den Haag wordt afgegeven. De wethouder geeft aan dat ‘het ravijn’ nog niet is verdwenen en zij legt uit waarom dit zo is. Het komt erop neer dat het niet duidelijk is hoe de financiering van de gemeentes in de toekomst wordt geregeld. Vervolgens legt de wethouder uit wat de Voorjaarsnota betekent voor de gemeenten en dus ook voor Amsterdam. In navolging van het regeerakkoord van Rutte-4 worden de gemeentes vanaf 2026 structureel 3 miljard gekort op de uitkering van het Gemeentefonds, oplopend naar 3,8 miljard in 2028. Sinds 2021 onderhandelen de gemeentes al met het kabinet over reparatie van deze forse korting. Hierdoor is vorig jaar geld bijgestort in het Gemeentefonds, waardoor ‘het ravijn’ iets minder diep is geworden.
In de Voorjaarsnota van het Rijk wordt een maatregel genoemd die opnieuw bijdraagt aan verkleining van ‘het ravijn’ : een deel van de opschalingskorting hoeft niet meer betaald te worden. Vanaf 2026 is dat 675 miljoen per jaar. Daarbij wordt de indicatie van gemeentes gekoppeld aan het BBP. De wethouder beschrijft welke gevolgen dit nieuwe systeem heeft voor de gemeentes. Het blijft belangrijk om te lobbyen bij de onderhandelende partijen. De wethouder zegt toe de raad in een raadsbrief volledig te informeren over de betekenis van de Voorjaarsnota van het Rijk voor Amsterdam. In het opstellen van de Voorjaarsnota van Amsterdam zal de wethouder rekening houden met alle gevolgen die de Voorjaarsnota van het Rijk voor Amsterdam heeft. Tenslotte verwijst de wethouder naar haar ingezonden brief in het Financieel Dagblad, waar de VNG inmiddels een reactie op heeft gegeven.
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
Lid BURGERS herhaalt zijn vraag over hoe de wethouder aankijkt tegen minder uitgeven gelet op het personeelstekort dat er is. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat er bij het opstellen van de Voorjaarsnota rekening wordt gehouden zowel met de betaalbaarheid als met de uitvoerbaarheid. Lid BOBELDIJK stelt dat het wellicht zo is dat het personeelstekort ertoe leidt dat er onbedoeld minder geld wordt uitgegeven, terwijl er eigenlijk sprake is van minder mensen om de taken uit te voeren. Wethouder VAN BUREN beaamt dit maar geeft tevens aan dat er zo realistisch mogelijk wordt begroot. Lid SCHMIT herhaalt zijn vraag in hoeverre de nieuwe systematiek invloed heeft op de begroting van Amsterdam. Hij stelt voor dat de wethouder deze analyse in een brief aan de raad doen toekomen. Wethouder VAN BUREN zegt dit toe. Tweede termijn Lid BOBELDIJK stelt voor de voorbeeldmotie zo breed mogelijk in te dienen in de raad. De VOORZITTER stelt vast dat de motie in de eerstvolgende raad van 24 april 2024 wordt ingediend en geeft aan dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken. 10.
Bespreken van de raadsinformatiebrief over de stand van zaken van de rechtmatigheidsverantwoording 2023 (VN2024-004386) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat deze brief stond op de TKNlijst van de vergadering van 21 maart jongstleden en is geagendeerd om te bespreken door de leden Van Pijpen (GL) en Burgers (VVD). Lid VAN PIJPEN bestrijdt dat het hier gaat om teveel uitgegeven geld, maar dat het gaat om uitgegeven geld dat niet voldoet aan alle regels van Inkoop. Lid Van Pijpen vraagt zich namens haar fractie af hoe dit kan worden doorbroken, aangezien het al lang speelt en de gemeente lijkt dit niet onder controle te kunnen krijgen. Als tweede punt van de analyse in de brief wordt aangegeven dat processen te complex zijn, dat er teveel regels voor aanbesteding zijn, waardoor rechtmatigheid en doelmatigheid dusdanig uit elkaar gaan lopen, dat het een onwerkbare situatie oplevert. Vervolgens legt lid Van Pijpen uit wat de begrippen rechtmatigheid en doelmatigheid betekenen voor haar fractie en waarom in onderhavig geval onrechtmatigheid voor GroenLinks onacceptabel is. Zij vraagt de wethouder hierop te reflecteren. Lid BURGERS geeft een samenvatting van de inhoud van de beide brieven die het college heeft gestuurd aan de raad. Het komt erop neer dat bij de Inkoopuitgaven onrechtmatigheden zijn geconstateerd die uiteindelijk bijna 76 miljoen euro bedragen.
Lid Burgers heeft hierover enkele vragen: Bestaan er naar aanleiding hiervan nog consequenties voor de gemeente? Kan de wethouder meer inzicht even over wat er in de afgelopen twee maanden is gebeurd? De tolerantiegrens is twee procent van het totaal aan inkoopuitgaven; kan de wethouder aangeven op welk percentage de gemeente nu zit? Kan de wethouder garanderen dat de komende maanden de onrechtmatigheid niet verder oploopt?
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
Lid VAN PIJPEN refereert aan een uitspraak van lid Burgers in de media over teveel uitgegeven geld. Volgens lid Van Pijpen is dit een verkeerde veronderstelling en zij vraagt de heer Burgers dit recht te zetten. Lid BURGERS maakte uit de brief op dat er contractwaarden zijn overschreden, alsmede dat de begroting is overschreden, hetgeen een substantieel deel uitmaakt van de onrechtmatigheid. Ook leidt hij af uit de brief dat er teveel is betaald door de gemeente en hij is van mening dat dit beter had kunnen worden uitgegeven. Lid VAN PIJPEN heeft een andere interpretatie van het in de brief gestelde. Bovendien is zij van mening dat lid Burgers eerst de volledige informatie van de wethouder had moeten afwachten vooraleer hij dergelijke uitspraken in de media doet. Lid BURGERS vindt het, evenals de wethouder, een zorgelijke situatie. En uit de informatie die hij heeft gekregen leidt hij af dat er geld is uitgegeven dat minder had gekund. Lid BOBELDIJK meent dat er hier sprake is van besteding in groenbeheer, hetgeen noodzakelijke uitgaven zijn. Het komt hem voor dat alle onrechtmatigheden inkoop gerelateerd zijn en hij vraagt zich af of er wel zoveel moet worden ingekocht. Het lijkt hem mogelijk om het groenbeheer zelf uit te voeren wat ook de binding met het groen ten goede zou kunnen komen en hij vraagt de wethouder of dit een optie zou kunnen zijn.
Lid BADAL vindt het opmerkelijk dat het college zelf verbaasd is over het hoge bedrag van de onrechtmatigheid. Hij vraagt zich af of de processen wel goed op orde zijn. Onrechtmatige aanbesteding van de gemeente ondermijnt de concurrentie en dit kan leiden tot schade bij bedrijven die ten onrechte op deze wijze worden uitgesloten van levering van diensten en producten. Namens zijn fractie vraagt lid Badal aan de wethouder hoe dit verbeterd gaat worden om herhaling in de toekomst te voorkomen. Wethouder VAN BUREN erkent dat het niet goed gaat met het terugdringen van de onrechtmatige inkoop. Dit heeft te maken met het niet volgen van de inkoop- en aanbestedingsregels en het onvoldoende uitvoeren van contractbeheer en contractmanagement. Dit betekent niet dat er geld wordt betaald aan verkeerde zaken. Er is een verbeterslag ingezet, maar dit gaat niet snel genoeg en geeft niet het gewenste resultaat. De wethouder heeft geconstateerd dat het eigenaarschap, de sturing en de verantwoording moeten worden versterkt. De wethouder wil terug naar een strakkere monitoring en sturen op zaken die randverantwoordelijk zijn om de onrechtmatigheid te voorkomen. De wethouder heeft gesproken met de ambtelijke top over verantwoordelijkheid en cultuurverandering. De wethouder legt uit welke acties dit inhoudt.
Op basis hiervan wordt periodiek aan het college gerapporteerd en de wethouder zal de raad hiervan op de hoogte houden. Tenslotte noemt de wethouder een aantal voorbeelden van wat er is misgegaan; onvoldoende capaciteit, uitgestelde aanbestedingen vanwege corona die moeilijk in te lopen zijn, gerechtelijke procedures bij enkele aanbestedingen. De wethouder geeft aan dat de processen op zich goed zijn ingericht, maar dat er gestuurd moet worden op de eindverantwoordelijkheid en de rapportages daarover. In de laatste twee maanden zijn met een eigen auditteam zelf de controles uitgevoerd. Deze zullen nog worden geëvalueerd in samenspraak met de accountant. Uit de controles kwamen er toch ook nog wat rechtmatigheden naar boven en bleken bepaalde cijfers op een misverstand te berusten. In het Jaarverslag zal duidelijk worden wat hier de consequenties van zijn. Lid BOBELDIJK herhaalt zijn vraag over inbesteding bij het groen.
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit op dit moment niet mogelijk is qua organisatie, maar ook qua kosten. Lid BOBELDIJK maakt uit de woorden van de wethouder inzake meer controles en meer sturing op, dat de overhead moet worden uitgebreid, wat dan ook weer extra kosten met zich meebrengt. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat die extra controle wordt opgenomen in het systeem door een efficiëntere aanpak en niet met extra medewerkers. Lid BURGERS herhaalt zijn vraag inzake de tolerantiegrens. Wethouder VAN BUREN vreest dat de tolerantiegrens wordt overschreden. In het Jaarverslag zal duidelijk worden met hoeveel procent. Lid BOBELDIJK kondigt een motie aan voor de eerstvolgende raad. Lid VAN PIJPEN stelt voor om de bespreking aan te houden totdat het Jaarverslag op de agenda staat. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken en dat het op verzoek van lid Bobeldijk wordt geagendeerd voor de raad van 29 en 30 mei 2024. Afval en Reiniging 11. Bespreken van de discussienota ‘Kwijtschelding afvalstoffenheffing moet anders’ (VN2024-003475) Dit punt is van de agenda afgevoerd. Dienstverlening 12.
Bespreken van de beantwoording van de schriftelijke vragen van het lid Broersen *Volt) over ‘kille’ dienstverlening van de gemeente omtrent onterechte parkeerboetes (VN2024-004384) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt is geagendeerd door het lid Broersen die heeft aangegeven dit onderwerp te willen bespreken vanuit Dienstverlening in de commissie FKD en met de wethouder Dienstverlening. De voorzitter verzoekt de leden om vragen over parkeren in een andere commissie te stellen. Lid BROERSEN beschrijft een situatie naar aanleiding waarvan zij dit punt heeft geagendeerd. Het gaat om een terechte vergunning invalideparkeerplaats die is verstrekt, maar toch werden er boetes uitgedeeld wegens fout parkeren. Hierop volgde een vruchteloze poging om de boetes ongedaan te krijgen en pas toen de gedupeerde met zijn verhaal naar de media stapte, heeft de gemeente gehoor gegeven aan het verzoek om de boetes te kwijt te schelden. Lid Broersen is niet tevreden met de beantwoording van haar schriftelijke vragen, vandaar de agendering van dit punt. Zij roept op om te onderzoeken of dergelijke schrijnende gevallen vaker voorkomen en het ontwikkelen van acties om dit in de toekomst te voorkomen.
Lid Broersen heeft de volgende vragen voor de wethouder Dienstverlening: Bij de afhandeling van de onterechte boetes werd de schuld bij de gedupeerde neergelegd met oneigenlijke argumenten. Lid Broersen vraagt waarom de gemeente niet wil toegeven dat het haar fout was en waarom de gemeente niet haar excuses aanbiedt aan de gedupeerde.
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
Waarom is de zaak pas na media-aandacht opgepakt? Er werd gezegd dat de gemeente het betreurt, maar dat voldoet niet. Wat staat er in het draaiboek van de behandelend ambtenaar hierover? Hoe gaat de wethouder garanderen dat dit in de toekomst niet meer voorkomt, vooral bij mensen zoals in het voorkomende geval? Tenslotte vraagt lid Broersen wat de mogelijkheden zijn om voor deze familie de boetes met een totaal van 550 euro kwijt te schelden.
Wethouder VAN BUREN erkent dat dit niet de juiste gang van zaken is. Helaas kan de wethouder geen garantie geven dat deze menselijke fout nooit meer zal gebeuren, er zijn veel casussen en veel medewerkers. De menselijke fouten worden altijd wel geëvalueerd, aangezien de gemeente een lerende organisatie is. Voor zover de wethouder weet zijn er excuses gemaakt en zijn de boetes kwijtgescholden. Lid BROERSEN beaamt dit, maar zij vraagt de wethouder of de parkeerkosten die gedupeerden hebben gemaakt kunnen worden terugbetaald. Bij eerdere verzoeken van de gedupeerde burger kreeg hij te horen dat dit niet mogelijk was, vandaar dat lid Broersen deze vraag nu bij de wethouder neerlegt. Ook vraagt zij wat dit betekent in het vervolg voor de protocollen of draaiboeken die aangeven hoe er met dergelijke casussen moet worden omgegaan, vooral als het gaat om mensen die de taal niet machtig zijn of geen geld hebben. Wethouder VAN BUREN weet niet beter of deze mensen hebben geen additionele parkeerkosten betaald, omdat ze een invalide-parkeerkaart hebben, maar zij zal dit gaan uitzoeken. Voorts geeft zij aan dat er geen sprake is van een protocol of draaiboek, maar dat medewerkers alert moeten zijn als mensen bellen met een hulpvraag.
Lid BROERSEN begrijpt dat er geen beloftes voor de toekomst kunnen worden gedan, maar zij pleit ervoor dat de dienstverlening ervan afziet mensen aan te raden naar de rechter te stappen. Volgens haar gebeurt dit veelvuldig. Zij stelt voor in een protocol vast te leggen dat dit niet de juiste handelwijze is. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit een voorbeeld is dat wordt gebruikt in gesprekken en teamoverleg om van te leren, evenals een aantal andere voorvallen. Lid MANGAL vraagt of de wijze waarop de ambtenaren onderling met elkaar omgaan ook wordt besproken in de evaluatie. Wethouder VAN BUREN vindt dit logisch vanuit de bestuursopdracht inzake inclusie en diversiteit. Zij erkent dat hoe de ambtenaren met elkaar omgaan invloed heeft op hoe de dienstverlening naar de burger wordt uitgevoerd. Lid MANGAL vraagt of er in de evaluatie ook aan bod komt wat de invloed is van het gedrag van de ambtenaren onderling op de dienstverlening naar de burger toe. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat dit wordt meegenomen in de gesprekken, maar de relatie met de onderliggende casus hierbij is haar niet duidelijk. Lid MANGAL legt uit dat als er op de werkvloer gediscrimineerd wordt vanwege invaliditeit, dit in onderhavig geval invloed kan hebben gehad op de beslissing die de ambtenaar neemt bij de vraag van deze burger. Komt dit aan bod in de evaluatie? Wethouder VAN BUREN beaamt dit.
Daarom is het belangrijk om diversiteit op de werkvloer na te streven.
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken. Coördinatie Inkoop 13. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afdoening van de toezegging over de mogelijkheden toepassen hoger minimumloon bij de inkoop (VN2024-004383) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en geeft aan dat het punt is geagendeerd door lid Namane (PvdA). De brief is een reactie op eerdere vragen van het lid Namane. Tijdens de vergadering van de commissie op 13 juli 2023 vroeg zij om bij gemeentelijke aanbestedingen rekening te houden met het minimumloon, zoals in Den Haag en Utrecht ook is onderzocht. Lid NAMANE geeft namens haar fractie aan dat het inkoopinstrument verbeterd dient te worden om de gewenste impact te maken, waarbij het gaat over goede arbeidsvoorwaarden met een passende beloning. Ook gelijke behandeling van medewerkers die indirect voor de gemeente werken en de eigen medewerkers is voor de PvdA belangrijk. Lid Namane stelt vervolgens dat bedrijven die hun medewerkers het slechtst betalen met de goedkoopste offertes kunnen komen en dit houdt de lonen laag. In de brief van het college worden haken en ogen genoemd bij het verhogen van het minimumloon, maar de PvdA hoort liever wat er wel mogelijk is.
Vervolgens stelt zij enkele vragen aan de wethouder: Kan de wethouder de raad te informeren over haar overwegingen om zaken inof uit te besteden? Hoe kan ervoor gezorgd worden dat wordt nageleefd wat de opdrachtnemers in de aanbesteding invullen? Lid BOBELDIJK stelt dat de gemeente zelf zich inzet om te voldoen aan een hoger minimumloon voor medewerkers in navolging van het onderzoek in Utrecht. Lid Bobeldijk vraagt of het mogelijk is om een aanbesteding waarbij verhoging van het minimumloon niet wordt toegepast af te wijzen en daarvoor in de plaats zelf het werk uit te voeren met een passend minimumloon. Lid IJMKER is blij met de inhoud van de brief van de wethouder, omdat hierin duidelijk wordt wat de dilemma’s zijn. Zij sluit zich aan bij de eerder gestelde vragen en kijkt uit naar de reactie van de wethouder. Wethouder VAN BUREN stelt allereerst dat men zich bij aanbestedingen moet houden aan de wet en het personeel moet betalen volgens de geldende CAO. Vooralsnog ziet de wethouder nog geen mogelijkheden om via het inkoopinstrument een hoger minimumloon te realiseren. Bij uitzendkrachten of externe inhuur kan de looncomponent worden toegepast, omdat het proportioneel is tot de opdracht, want hier betreft het dienstverlening of levering.
De wethouder geeft aan dat bij de aanbestedingswet administratieve lastenverrichting voorgeschreven wordt met betrekking tot de salariëring van medewerkers die al dan niet voor Amsterdamse opdrachten worden ingezet. Vervolgens noemt de wethouder een aantal overwegingen op grond waarvan er al dan niet wordt aan- of inbesteed. Lid NAMANE vraagt om een concreet antwoord van de wethouder op de vraag ‘Kan de looncomponent zwaarder worden meegewogen?’ Wethouder VAN BUREN antwoordt dat dit niet kan, aangezien er meerdere factoren belangrijk zijn, zoals in de eerdere expertsessie aan de orde zijn geweest. Zij somt daar een aantal voorbeelden van op.
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
Lid BOBELDIJK is van mening dat het ethisch niet zou kloppen als een aannemer die de aanbesteding heeft gekregen, lagere lonen zou betalen dan dat de gemeente zou doen en dat de gemeente daarom heeft gekozen voor de aanbesteding. Wethouder VAN BUREN is het hier niet mee eens, aangezien er in de andere sectoren eveneens sprake is van CAO’s en afspraken, en dit kan verschillen met de ambtenaren-CAO’s. Ook kunnen er andere voordelen een rol spelen voor de medewerkers, die bijvoorbeeld kunnen doorgroeien binnen hun eigen sector. Lid BOBELDIJK vindt het onwenselijk dat er op deze wijze sprake is van goedkopere aanbesteding, terwijl de gemeente zelf bepaalde hogere lonen zou betalen. Wethouder VAN BUREN ziet dat anders en gaat ervanuit dat aannemers loonafspraken met de medewerkers maakt die kloppen. Ook is het soms noodzakelijk om bepaalde expertise van buiten te halen. Als het gaat om een sociale onderneming is de gemeente bereid om bepaalde kosten voor lief te nemen. Lid NAMANE vraagt of de wethouder het beleid dienaangaande schriftelijk inzichtelijk kan maken. Wethouder VAN BUREN zegt toe dit uit te voeren. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voor nu voldoende is besproken. Op verzoek van lid Bobeldijk zal dit punt worden geagendeerd voor de raad van 29 en 30 mei 2024
Coördinatie Bedrijfsvoering 14. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de raamovereenkomst snijbloemen (VN2024-004382) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat het onderwerp is geagendeerd door de leden Havelaar (CDA) en Schmit (D66) die graag tijdig met de wethouder en de commissie in gesprek willen over de komende aanbesteding die bepaalt welke ondernemer bloemen aan de gemeente mag leveren. Lid BADAL pleit voor de inzet van de lokale middenstand bij aanbestedingen, waarbij sociale en duurzaamheidscriteria meespelen. Hij vraagt de wethouder hier zorg voor te dragen. Lid SCHMIT geeft aan dat D66 zich inzet om het ondernemingsklimaat voor sociale firma’s in Amsterdam te versterken. Door nog meer in te kopen bij sociale firma’s kan de gemeente hieraan bijdragen. Hij vraagt de wethouder aan te geven wat de gemeente gaat doen om deze nieuwe tender een eerlijke kans te geven om de aanbesteding te verkrijgen. Lid Schmit stelt voor hierbij te eisen dat de bloemen biologisch zijn of door het ‘true-pricing’ principe te hanteren. Lid MEERBURG vraagt lid Schmit wat hij verstaat onder ‘biologisch’. Lid SCHMIT verwijst hiervoor naar een bedrijf in Noord dat op biologische wijze bloemen teelt. Lid MEERBURG benadrukt dat het voor de Partij voor de Dieren van groot belang is dat de inkoop van bloemen zo duurzaam, biologisch en gifvrij mogelijk is.
Hij verzoekt de wethouder dit als eis bij de volgende aanbestedingen in de voorwaarden op te nemen.
34
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
Lid NAMANE vraagt de wethouder de raad technisch te betrekken in deze casus en de leden mee te nemen in het proces van de aanbesteding. Lid MANGAL vraagt zich af hoe duurzaam het aankopen van snijbloemen is en hij stelt voor een alternatief te onderzoeken. Wethouder VAN BUREN zoekt in antwoord op het verzoek van lid Namane naar een manier waarop dit kan worden ingevuld. Lid NAMANE wacht de reactie van de andere commissieleden af. Lid BOBELDIJK stelt voor om de maatschappelijke factor te laten bepalen wie de aanbesteding wint. Wethouder VAN BUREN bevestigt dat bij het aanbesteden van snijbloemen sociaal en duurzaamheid voorop staan. Zij geeft aan dat er op dit moment een vooronderzoek plaatsvindt naar het bieden van kansen aan lokale en sociale bedrijven op een deel van de aanbestedingen. De kwaliteit is daarbij ook belangrijk. In de marktverkenning wordt tevens onderzocht in hoeverre er nog de wens bestaat om snijbloemen aan te bieden bij diverse gelegenheden. Er worden dan ook duurzamere oplossingen overwogen. De inkoop van snijbloemen wordt echter niet helemaal afgeschaft, maar de voorwaarde is dat deze volledig biologisch en gifvrij zijn, alsmede seizoensgebonden en dat ze op duurzame wijze worden vervoerd. De ‘true-pricing’ wordt niet bij het vooronderzoek met de bloemen betrokken, maar wel bij de koffie en thee of openbare verlichting.
Tweede termijn Lid NAMANE formuleert een voorstel op welke wijze het college de commissie kan betrekken bij het proces van aanbesteding van de snijbloemen. Zij hoort graag technisch achteraf hoe het proces is verlopen. Lid MEERBURG wil graag bij de inkoopvoorwaarden een harde eis dat er honderd procent gifvrij wordt aanbesteed. Lid MANGAL vraagt of er bij de teelt van de snijbloemen sprake is van glastuinbouw en hoeveel CO2-uitstoot hierbij plaatsvindt. Lid BOBELDIJK herhaalt zijn vraag of de mogelijkheid van maatschappelijke aanbesteding onderzocht kan worden. Wethouder VAN BUREN antwoordt op de vraag van lid Bobeldijk dat er bij aanbestedingen vele criteria een belangrijke rol spelen, niet alleen de maatschappelijke. Dat zou te veel beperken. Lid BOBELDIJK erkent dat de criteria die de wethouder noemde een rol spelen bij aanbestedingen. Hij bedoelde echter dat er eens wordt aanbesteed waarbij je de prijs vaststelt, maar waarvoor alle criteria blijven gelden. Wethouder VAN BUREN is bereid om lid Bobeldijk te tonen hoe er met de prijsstelling van de aanbestedingen wordt omgegaan. Lid BOBELDIJK legt zijn bedoeling nader uit. Hij meent dat wanneer een aanbesteding op maatschappelijke plus alle andere criteria wordt gegund er een kandidaat wordt aangetrokken die het meest in lijn met de doelstellingen van de gemeente het werk uitvoert.
Wethouder VAN BUREN gaat onderzoeken op welke manier dit kan worden toegepast.
35
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
In antwoord op de vraag van lid Meerburg geeft de wethouder aan dat bij een vorige aanbesteding werd geëist dat tachtig procent van de bloemen biologisch gekweekt worden en dat de bestelde bloemen seizoensgebonden zijn. Bij de aankomende aanbesteding wordt onderzocht of dit honderd procent kan zijn. Op de vraag van lid Mangal moet de wethouder op dit moment het antwoord schuldig blijven. Lid MANGAL citeert uit het programma van Arjan Lubach waarin werd gesteld dat het minder milieubelastend is om bloemen uit Kenia in te vliegen dan ze hier in kassen te telen. Hoe duurzaam is het volgens de wethouder om bloemen in te laten vliegen? Wethouder VAN BUREN weet niet waar de bloemen vandaan komen en zij suggereert dat ze misschien wel uit pluktuinen afkomstig zijn. Lid MEERBURG vreest dat als er nu nog een onderzoek loopt er niet kan worden gegarandeerd dat de aankomende aanbesteding honderd procent gifvrij zal zijn. Hij kondigt daarom een motie aan voor de raad van 29 en 20 mei. Wethouder VAN BUREN benadrukt het belang van het onderzoek omdat duurzaamheid ook een belangrijk criterium is. Zij kan nu nog niet garanderen dat de aankomende aanbesteding honderd procent biologisch zal zijn. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken en het punt wordt op verzoek van lid Meerburg geagendeerd voor de raad op 29 en 30 mei. Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol) 15.
Bespreken van de ganzendodingen in de omgeving van Schiphol (VN2024-004389) Dit punt is afgevoerd van de agenda. 16. Bespreken van het bericht ‘Schiphol hield explosief rapport over krimp luchthaven onder de pet na dreigement KLM’ (VN2024-004387) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en geeft aan dat dit onderwerp is geagendeerd door het lid Meerburg (PvdD), die heeft aangegeven dat bespreking wat hem betreft niet meer nodig is. Lid VAN PIJPEN heeft wat opmerkingen en vragen: Kan de wethouder aangeven hoe er werd gereageerd op de aandeelhoudersvergadering op de kwestie met KLM? GroenLinks vindt het belangrijk dat ook andere rapporten en onderzoeken een plek krijgen in de position paper. Zij wijst op een onderzoek in opdracht van Natuur en Milieu waaruit blijkt dat de krimp van Schiphol positieve economische effecten heeft. Zij verzoekt het college om sessies met NGO’s over dit soort onderzoeken te organiseren. Lid BADAL uit zijn kritiek op de houding van KLM door Schiphol onder druk te zetten door welgevallige rapporten te verdoezelen en feiten onder het tapijt te vegen. En hij veroordeelt het dat Schiphol zich onder druk heeft laten zetten, terwijl Schiphol in 2023 Business Ethics and Corporate Culture als speerpunt van haar beleid heeft gemaakt.
Het CDA heeft de volgende vragen aan de wethouder: Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Hoe heeft het college de signalen binnengekregen?
36
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 18 april 2024
FKD
Heeft het college ingestemd met het onder de pet houden van het rapport? Heeft de directie van KLM haar excuses aangeboden voor deze gang van zaken? Hoe voorkomt het college dat de directie zich weer onder druk laat zetten?
Wethouder VAN BUREN benadrukt dat het college niet op de hoogte was van het rapport, noch van de dreigementen richting de CEO’s door de KLM en zij heeft deze berichten uit de krant moeten vernemen. De wethouder heeft dit vorige week dinsdag op de aandeelhoudersvergadering aan de orde gesteld en zij heeft de dreigementen van de KLM aan de directeur van Schiphol veroordeeld. Vanuit Schiphol kwam daarop de mededeling dat de KLM het dreigement heeft ingetrokken. Vervolgens vraagt de wethouder via de voorzitter of er belangstelling is voor het voorstel van lid Van Pijpen om een sessie te organiseren. De VOORZITTER constateert dat er voldoende animo is. Tweede termijn Lid MEERBURG heeft nog twee vragen dienaangaande: Is er op de aandeelhoudersvergadering nog gesproken over de omstandigheden van de medewerkers van wie de gezondheid ernstig in gevaar is, omdat ze moeten werken in een omgeving waar giftige dampen vrijkomen? Is het al bekend waar het geld aan wordt besteed dat is toegezegd om de situatie op te lossen? Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de rapporten ter sprake zijn gekomen. Op de tweede vraag van lid Meerburg kan de wethouder nog een antwoord geven. Zij zegt toe dat zij de commissie zal informeren als hier meer over bekend is. Lid MANGAL geeft aan dat hij het rapport met de informatie aan de wethouder heeft toegestuurd.