20230622 conceptverslag commissie FKD openbare deel
Tekst van het document
Wethouder SCHOLTES gaat in op de vragen over het GVB en geeft aan dat de wethouder Verkeer in overleg met het GVB gaat bepalen hoe de 7,5 miljoen wordt ingezet. De gemeente geeft geen geld als aandeelhouder, maar in deze hoedanigheid gaat de gemeente wel over de benoeming van de directie en de RvC.
20
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Lid MANGAL vraagt of dit geld naar de GVB niet door de Vervoersregio moet worden gedoneerd. Wethouder SCHOLTES adviseert deze discussie met wethouder Van der Horst te voeren. Lid ASRUF geeft in een punt van orde aan dat dit punt al ruimschoots aan de orde is geweest in andere vergaderingen en stelt voor verder te gaan met de vergadering. Wethouder MELIANI vervolgt haar beantwoording. Naar aanleiding van de vragen van het lid Nanninga verklaart zij waarom het college ervoor kiest om de diversiteit en inclusie als criteria op te nemen. Dit was een wens vanuit de stad, het ACI, dat 180 instellingen vertegenwoordigt. Ook het Blueyard-rapport en het advies van de Kunstraad liggen hier aan ten grondslag. Lid NANNINGA stelt dat de wethouder zich in haar betoog niet als bestuurder opstelt, maar allerlei commissies de dienst laat uitmaken. Ook mist zij de reflectie van de wethouder op haar standpunt dat als je diversiteit als eis voor subsidie gaat stellen je hele oneigenlijke selectiecriteria moet hanteren. Wethouder MELIANI geeft aan dat zij een ander idee heeft van diversiteit en inclusie. Voor haar betekent het dat ze de instellingen moet ondersteunen bij het bereiken van allerlei verschillende groepen. Lid MOESKOPS interrumpeert met een punt van orde en geeft aan dat dit punt later op de agenda nog uitgebreid behandeld gaat worden op inhoud.
De Voorjaarsnota behandelt hoeveel geld er naar de sector gaat. Lid NANNINGA geeft aan dat het terecht is dat zij haar punt maakt bij de behandeling van de Voorjaarsnota en verzoekt de voorzitter haar in die gelegenheid te stellen. De VOORZITTER staat het lid Nanninga toe om een vervolginterruptie te plegen. Lid ERNSTING interrumpeert met een punt van orde en geeft aan dat deze discussie thuishoort in het avonddeel bij onderdeel Kunst en Cultuur. De VOORZITTER bepaalt dat deze discussie op twee momenten in de vergadering thuishoort en geeft het woord aan het lid Nanninga voor haar vervolginterruptie. Lid NANNINGA benadrukt dat diversiteit gaat over afkomst, geaardheid, leeftijd enzovoorts en niet over mensen met een beperking, zoals de wethouder als voorbeeld aanhaalt. Zij vraagt de wethouder te reflecteren op de gevolgen van haar beleid als diversiteit een criterium is voor subsidie. Wethouder MELIANI meent dat lid Nanninga refereert aan een ander beleidsstuk, dat gaat over discriminatie. In haar beleidsstuk waar diversiteit een belangrijk aspect is gaat het over hoe je met programmering het publiek bereikt. Voor de wethouder gaat diversiteit en inclusie over alle aspecten, dus ook jongeren en mensen met een beperking. Zij is het niet eens dat diversiteit zou leiden tot misstanden. Subsidiegeld moet voor iedereen toegankelijk zijn en voor instellingen in de hele stad.
Maar nu liggen de verhoudingen nog scheef en gaat het grootste percentage naar het centrum. Lid NANNINGA vraagt concreet of de wethouder kan toegeven dat diversiteit als eis voor de subsidie te maken heeft met afkomst, kleur, leeftijd, geaardheid, sekse.
21
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Wethouder MELIANI is het niet eens met de stelling die lid Nanninga poneert. Zij legt nogmaals uit dat het haar gaat om programmering en het bereiken van publiek, waarbij de inhoud van de programmering niet door de wethouder wordt bepaald of beoordeeld. Lid NANNINGA geeft aan dat haar vraag nog niet is beantwoord. Wethouder MELIANI heeft nog twee vragen niet beantwoord. Op de vraag van het lid Boomsma over Paradiso antwoordt zij dat de organisatie van Paradiso nog niet zo ver is om een grote verbouwing uit te voeren. Om overlast te beperken is er besloten om de kelder te openen, zodat er minder publiek op straat is. Paradiso blijft met de wethouder in gesprek over hun plannen en met de bewoners die overlast ervaren. De wethouder zegt toe de raad op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Vervolgens refereert de wethouder aan de vraag die zij volgens JA21 nog niet beantwoord heeft, inzake de visie. Zij stelt dat er heel veel voorbeelden te vinden zijn van groepen die zijn ondervertegenwoordigd. Via beleid op verschillende onderdelen wordt er plaats gemaakt voor degenen die het niet hebben. Lid NANNINGA wil graag van de wethouder horen welke groepen zij bedoelt. Wethouder MELIANI noemt een aantal voorbeelden waarvan uit een onderzoek is gebleken dat zij op bepaalde plekken oververtegenwoordigd zijn en waar dus geen plek is voor mensen uit een andere groepering.
De wethouder wil graag ruimte creëren voor deze mensen. Lid NANNINGA wil echter concreet weten van de wethouder welke groepen er weg moeten. Wethouder MELIANI benadrukt het belang van beleid om te komen tot een diversere samenstelling van personeel. Lid NANNINGA schetst een situatie in een sollicitatieprocedure en vraagt of er dan een bepaalde categorie wordt uitgesloten om plaats te maken. Wethouder MELIANI beschrijft het voorbeeld bij de gemeente Amsterdam waar het voorkeursbeleid heeft geresulteerd in een diversere samenstelling bij de medewerkers. Er wordt echter niemand verboden om te solliciteren. De VOORZITTER stelt vast dat het punt voor nu voldoende is behandeld en wordt aangehouden tot de volgende vergadering. 7. Vaststellen van het geactualiseerde lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam (VN2023-013993) Gehamerd in de raad 8. Wijzigen van de financiële verordening, het normenkader rechtmatigheid en het Treasurystatuut en ter vaststelling de nieuwe verordening en het normenkader rechtmatigheid aanbieden aan de gemeenteraad (VN2023-014356) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt een raadsvoordracht is dat op de agenda staat van de raad van 28 juni 2023.
Lid ASRUF citeert dat in de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening het college aan de raad rapporteert over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de toevoegingen aan de reserves. Hij vraagt zich af waarom dit 2 procent moet zijn.
22
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de grondslag is aangepast door de BBV en nu tellen de begrotingsafwijkingen ook mee. Met die 2 procent kun je het goed vergelijkbaar houden met de voorgaande jaren. Lid ASRUF roept op om inderdaad zo transparant mogelijk te rapporteren vanaf 0,3 procent en vanaf daar alle data delen. Wethouder VAN BUREN is het hier mee eens. De VOORZITTER stelt vast dat het onderwerp voldoende is besproken en gereed is voor een korte behandeling in de raad. Coördinatie Bedrijfsvoering 9. Vaststellen van het beleidskader Subsidies (VN2023-009897) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt een raadsvoordracht is dat op de agenda staat van de raad van 28 juni 2023. Lid IJMKER vindt het een positieve ontwikkeling dat meerjarig subsidiëren de standaard wordt, waarbij er minder druk komt op verantwoording en er meer wordt gewerkt vanuit vertrouwen. Hiermee wordt volgens lid IJmker tegemoet gekomen aan de wens van veel organisaties. De vraag aan de wethouder luidt hoe dit nieuwe beleid zich verhoudt tot de bestaande subsidieverordening. Lid NAMANE spreekt namens haar fractie haar voldoening uit over het nieuwe beleid dat het aanvragen van subsidie makkelijker maakt en voor meer mensen toegankelijk. Ook zal voor veel organisaties de administratieve druk minder zijn bij het aanvragen van subsidie.
Lid Namane vraagt de wethouder naar de mogelijkheden voor het inrichten van een loket waar men begeleiding kan krijgen bij het aanvragen. Lid MEERBURG vraagt of deze nieuwe standaard geldt voor alle organisaties die subsidie aanvragen en welke criteria er gelden voor aanvragers die hierop een uitzondering zijn. Wethouder VAN BUREN geeft aan dat de algemene subsidieverordening ook zal worden aangepast. De wethouder vindt het loket een goed idee. Op dit moment wordt er gewerkt aan verbetering van de website, zodat er hier ook meer begeleiding is. Bij aanvragen in de sociale basis kan er ondersteuning worden geboden door Venzo of KomWel. Het doel van dit beleidskader blijft echter de vereenvoudiging van de aanvraag. Er zijn inderdaad uitzonderingen bij de meerjarige aanvragen, niet elke subsidie kan voor vier jaar worden aangevraagd, sommige zijn voor twee jaar. De VOORZITTER stelt vast dat dit agendapunt voldoende is besproken en dat het gereed is voor korte behandeling in de raad. Dienstverlening 10. Kennisnemen Raadsinformatiebrief Staat van de uitvoering dienstverlening (VN2023-014548)
23
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Dit punt wordt doorgeschoven naar de commissievergadering van 13 juli en wordt gevoegd behandeld met het jaarverslag van de Ombudsman. Coördinatie Inkoop 11. Kennis te nemen van het rapport ‘Opdrachtgeven en inkopen met invloed 2023’ (VN2023-014740) De VOORZITTER geeft aan dat dit punt wordt doorgeschoven naar de FKD op 13 juli. De VOORZITTER schorst de vergadering om 13.10 uur De VOORZITTER heropent het openbare deel van de vergadering. Deelnemingen (incl. AEB) 12. Vervolgbesluit AEB (VN2023-013981) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en deelt mee dat dit punt een raadsvoordracht is dat op de agenda staat van de raad van 28 juni 2023. De commissie DC is bij deze bespreking uitgenodigd. Lid HEINHUIS betoogt dat het voor haar partij belangrijk is om opnieuw alle scenario’s af te wegen nu de ACM heeft bepaald dat de initiële verkoop aan de AVR niet door kan gaan. Zij spreekt namens haar fractie de waardering uit voor de keuze van het college om ook andere scenario’s serieus te overwegen. Volgens de PvdA is bij alle overwegingen in de afgelopen jaren onvoldoende uitgelegd wat het publieke belang inhoudt. Middels een memo bij de stukken wordt daar nu aandacht aan geschonken. Lid Heinhuis heeft een aantal vragen naar aanleiding van die memo.
- Waarom is er in dit memo voor gekozen te redeneren vooral vanuit het duurzaamheidsbelang en wordt er weinig nadruk gelegd op betaalbaarheid? - hoe worden de publieke belangen bij de nieuwe constructie beter geborgd dan voorheen? - wat betekent de volatiliteit van de markt waarin AEB opereert voor de kosten voor bewoners, ook als de gemeente AEB als deelneming zou behouden? - kan de gemeente bij deelneming besluiten om die volatiliteit van de markt minder door te berekenen in afvalstoffen? De optie om de SI in publieke handen te houden spreekt de PvdA wel aan, omdat daarmee grip kan worden gehouden op de circulariteit in de ontwikkeling naar een duurzame transitie. Echter Lid Heinhuis heeft nog enkele vragen bij deze constructie vanwege de afhankelijkheid van het AEB die dan ontstaat. Zij vraagt dan ook waarom het nodig is voor de duurzaamheidsdoelstellingen om de SI in eigen handen te houden. Terwijl het logischer lijkt om AEB en de SI als een geheel te verkopen en dat is waar AEB ook om vraagt. Ook hoort zij graag wat er gebeurt als het contract met betrekking tot de SI met het AEB afloopt en het AEB inmiddels een eigen SI heeft aangeschaft.
Andere vragen die lid Heinhuis stelt: - Het ACM heeft besloten dat deze verkoop niet door zal gaan, maar waarom zou het ACM een eventuele volgende koper wel goedkeuren? - Zij verzoekt de wethouder alle betreffende stukken toe te voegen aan het dossier voor verdere besprekingen in de raad. Lid GARMY vindt het jammer dat de antwoorden op de technische vragen zo laat binnen zijn gekomen.
24
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Voor Volt is het belangrijk dat bij verkoop alle publieke belangen goed gewaarborgd zijn en er zijn 3 punten voor deze fractie belangrijk om te kunnen oordelen over de verkoop van AEB: 1. de langetermijnstrategie van AEB. Een uitgewerkt strategisch plan ontbreekt, zodat het onduidelijk blijft wat de doelstellingen op de lange termijn zijn en hoe deze bereikt kunnen worden. 2. in de verkoopvoorwaarden staat dat de koper een visie moet formuleren hoe het bedrijf een duurzaam bedrijf kan worden. Echter AEB heeft zelf deze visie nog niet uitgewerkt. 3. hoe kan een raadslid beoordelen of AEB de publieke belangen kan waarborgen als het niet duidelijk is welke langetermijndoelen AEB heeft. Lid Garmy vraagt de wethouder ervoor te zorgen dat AEB gaat werken aan een langetermijnstrategie en deze deelt met de raad. Om goed te beoordelen welke optie het beste is ten aanzien van de SI ontbreekt er voor Volt nog teveel informatie, zoals de kosten bij behoud en de impact op de verkoopprijs. Op vragen over het behoud wordt steevast geantwoord dat er een verdere uitwerking vereist is. Volt vraagt de wethouder de impact verder uit te werken en dit te delen met de raad. Bij verkoop aan een buitenlandse partij is een screening onderdeel van het proces, maar het is onduidelijk waar naar gekeken wordt en lid Garmy krijgt hier graag een toelichting op van de wethouder.
Volt adviseert de wethouder het ministerie van Buitenlandse Zaken te raadplegen over de geopolitieke gevolgen bij verkoop aan een buitenlandse partij. Volt vraagt de wethouder een toelichting te geven op het verdere proces en een tijdlijn. Tot slot geeft lid Garmy aan dat er wat Volt betreft nog wat informatie ontbreekt over het waarborgen van alle publieke belangen bij verkoop. Lid BOBELDIJK geeft een beschrijving van wat het bedrijf doet en produceert en welk gebied dit bestrijkt. Op dit moment liggen er twee opties voor de gemeente: het bedrijf verkopen of het bedrijf houden. Bij verkoop staat de gemeente over drie jaar voor de keuze waar zij met haar afval naartoe moet. En als er wordt gekozen voor afval verder wegbrengen ontstaat er een heel treinennetwerk rondom het AEB in Amsterdam. Lid Bobeldijk heeft een aantal vragen: Wat betekent het voor de afvalstoffenheffing en voor de warmte in de stad als het bedrijf na verkoop met verlies draait of zelfs failliet gaat? De SP mist het scenario dat het bedrijf wordt verkocht aan een andere overheid. Is er met andere gemeenten of met de provincie gesproken over de overname van het bedrijf? Lid BURGERS geeft aan dat de AEB-enquête heeft aangetoond dat een zorgvuldige belangenafweging niet of niet voldoende heeft plaatsgevonden.
Zo is er nauwelijks aandacht voor de geopolitieke belangen die spelen bij de verkoop van de AEB en is het ministerie van BUZA niet geconsulteerd. De VVD vraagt de wethouder toe te zeggen dat het geopolitieke aspect steviger wordt verankerd in de verkoopvoorwaarden en dat het ministerie van BUZA wordt geconsulteerd. Is de wethouder bereid om alsnog een externe partij in te schakelen om de mogelijkheid te onderzoeken om de SI te behouden of om de AEB als geheel te behouden? Lid MEERBURG benadrukt het grote belang van afvalverwerking in onze samenleving en de Partij voor de Dieren meent dat dit soort essentiële functies het beste in handen van de overheid kunnen blijven. Lid Meerburg betoogt dat het hem zeer bevreemdt dat Amsterdam in deze tijd van allerlei crises overweegt om een stuk van haar vitale industrie te verkopen aan buitenlandse investeerders. Als afschrikwekkend voorbeeld noemt hij de verkoop van Tata Steel en de gevolgen die dit heeft gekregen. Lid Meerburg schetst een niet al te aantrekkelijk toekomstbeeld bij verkoop aan een buitenlandse investeerder en om zijn woorden kracht bij te zetten noemt hij een aantal voorbeelden uit het verleden. Hij pleit voor het behoud van AEB, het bedrijf waarbij er zoveel is bereikt door vele betrokkenen op het gebied van inzet, kennis en innovatie.
25
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Lid Meerburg vraagt de wethouder of het mogelijk is om buitenlandse partijen en marktpartijen uit te sluiten uit het verkoopproces en op zoek te gaan naar een Nederlandse publieke partij. Ook vraagt hij de wethouder of er een plan ligt voor de verwarming van woningen als er op een bepaald moment geen afval meer verbrand wordt. Lid MANGAL maakt zich zorgen over de gevolgen voor de burgers als de AEB wordt verkocht. Amsterdam blijft afhankelijk van het bedrijf en als duurzaamheid een succes wordt en er minder afval wordt geproduceerd, is de vraag of de ovens de benodigde capaciteit behouden. In dat geval verkoop je dus een bedrijf dat failliet zal gaan. Voor Amsterdam betekent verkoop van het AEB dat er een aanbesteding moet worden gedaan. Lid Mangal betoogt dat bij behoud van het bedrijf er een mogelijkheid is om te bekijken hoe er innovatie kan worden toegepast bij de wijze van verbranden. Hij pleit voor behoud van de AEB. Lid SCHMIT geeft aan dat bij de keuze behoud of verkoop vier factoren van belang zijn: 1. de continuïteit van de afvalstroom en de energielevering aan Amsterdammers garanderen; 2. een duurzame, circulaire afvalverwerking; 3. financiële gevolgen van de beslissing; 4. de organisatorische factoren. D66 concludeert hieruit dat verkoop hier de beste optie is. Hij licht dit toe.
Met een externe partij kan de continuïteit van de afvalstroom en de energielevering worden geborgd. Het gaat hier om een uitermate volatiele markt en er is veel investering en kennis in de toekomst nodig. Bij verkoop aan een externe partij is de kans dat dit met de huidige CO2-heffing, de regelgeving, de subsidies door zal kunnen gaan als een duurzame operatie. Behoud van de AEB betekent voor de gemeente dat er investeringen gedaan moeten worden en dat andere investeringen dan niet gedaan kunnen worden. Lid BOBELDIJK geeft aan dat de heer Schmit de kwestie van de regelgeving al te rooskleurig voorstelt en dat dit ook vaak mis is gegaan. Het komt hem tevens voor dat D66 een marktwerkingspartij is geworden. Lid SCHMIT antwoordt dat D66 een partij is voor welke het een het andere niet uitsluit, een economie die verduurzaamt en daar ook geld aan kan verdienen. Lid MANGAL meende dat D66 een klimaatdrammerspartij is en behoud van het AEB is een duurzame oplossing. Duurzaamheid mag ook wat kosten. Lid SCHMIT beaamt dat hij een klimaatdrammer is, maar dat kan ook samen met partners worden bereikt. Lid MEERBURG gaat in op de stelling dat investeren in het een het ander uitsluit en geeft aan dat de gemeente zichzelf in deze positie heeft gemanoeuvreerd.
Hij pleit ervoor om het geld te gaan halen waar het beschikbaar is om ook andere broodnodige investeringen te kunnen blijven doen en niet afhankelijk de worden van verkoop aan een buitenlandse investeerder. Lid SCHMIT is van mening dat er in Amsterdam voldoende financiële zekerheid is, die verkoop rechtvaardigt. Lid MEERBURG vindt zijn eerdere vergelijking met de verkoop van de Griekse havens logisch, aangezien Amsterdam ook op het punt staat een vitale industrie te verkopen aan een buitenlandse investeerder.
26
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Lid BOBELDIJK waarschuwt voor het feit dat de mate van invloed die de gemeente nog heeft bij verkoop niet groot is. Hoe beschouwt het lid Schmit de mate van invloed die er overblijft voor de gemeente op de maatschappelijke doelstellingen? Lid SCHMIT benoemt de garantie van de CO2-afvang en het duurder worden van de Europese CO2-heffing. Voor de toekomst en de rentabiliteit zal het AEB moeten verduurzamen. Het lijkt lid Schmit moeilijk om zo’n groot bedrijf te integreren in de gemeentelijke organisatie. Aan de wethouder vraagt lid Schmit waarom de SI moet worden behouden. Bij meeverkoop zou de opbrengst veel beter zijn. Bovendien kan de gemeente met de verkoop van de SI ook circulaire doelen borgen. De extra opbrengst kan ook worden ingezet bij de verduurzaming van de stad. Lid BOBELDIJK is van mening dat het het vertrouwen in de politiek nog meer zal schaden als na verkoop het antwoord van de overheid op vragen dienaangaande zal zijn: ‘Daar gaan wij niet over’. Lid SCHMIT meent dat het voor het vertrouwen belangrijk is dat hij de beslissing goed kan uitleggen aan de Amsterdammers. Lid MEERBURG betwijfelt of de gemeente grip blijft houden op het bedrijf, aangezien de regels voor de CO2-heffing uit Europa komen.
Lid SCHMIT geeft aan dat de vraag van het lid Meerburg illustreert wat het verschil in visie is; bereik je de doelstellingen alleen als je het zelf doet, of kun je ze ook bereiken met de markt. Voor D66 geldt dat laatste, met regelgeving vanuit Europa voor CO2. Lid MANGAL wil graag een voorbeeld horen van marktwerking waar de burger beter van is geworden. Lid SCHMIT noemt telefonie. Lid ERNSTING sluit zich aan bij de vragen van de PvdA. Hij voegt daaraan toe dat hij graag reflectie van de wethouder wil op de vraag hoe de uitkomst zo anders is geworden dan verwacht. Hij vraagt hoe het publieke belang en de transitie naar duurzaamheid geborgd kan worden. Lid MEERBURG refereert aan de hectiek rondom de Biomassa Centrale waar de belofte van duurzame herkomst nooit werd ingelost. Hij vraagt lid Ernsting hoe hij meent dat dit nu kan worden voorkomen. En wanneer is er voor lid Ernsting sprake van een goede waarborg? Lid ERNSTING geeft aan dat het bij de warmtelevering door AEB gaat om contracten tot 2047. Hij deelt de mening van eerdere sprekers dat er bij de zoektocht naar andere warmtebronnen haast geboden is. Lid BOBELDIJK snapt de vraag van het lid Meerburg over welke alternatieven er zijn om de warmtelevering te waarborgen. Lid ERNSTING beaamt dat dit een belangrijk vraagstuk is, het is evident dat Amsterdam voor een belangrijk deel afhankelijk is van de verbranding van afval.
Lid MANGAL vraagt hoeveel ‘milieu’ het mag kosten om de waarborg te kunnen krijgen, als er hiervoor wordt gegrepen naar fossiele brandstoffen en naar afval halen uit het buitenland. Lid ERNSTING geeft aan dat iedereen het erover eens is dat afvalverbranding moet stoppen en dat er voor warmte naar andere bronnen moet worden gezocht. Echter in Nederland wordt op grote schaal afval geïmporteerd. Dit maakt de kwestie gecompliceerd.
27
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Lid Ernsting vraagt het college of afschaling van verbranding een Amsterdamse of een nationale aangelegenheid is. Lid MEERBURG hoort een aantal conflicterende standpunten; de contracten met de AEB lopen tot 2047, tegelijkertijd wordt er ingezet op reductie van afvalverbranding. Lid ERNSTING benadrukt dat hij het ook een vreemde situatie vindt dat Nederland zoveel afval importeert, en exporteert. Maar dit is een onderdeel van een complex internationaal systeem. Voor lid Ernsting is het belangrijk om in samenwerking met nationale en Europese overheden te bekijken hoe er kan worden gestuurd op een circulaire toekomst. In dat kader pleit hij ervoor om de SI te behouden en hij vraagt de wethouder aan te geven hoe dit vorm kan krijgen om een groot deel van ons afval te scheiden en te hergebruiken. Lid BOBELDIJK meent dat de milieumaatregelen van de Tweede Kamer doorgaans te laat en te weinig zijn. Lid ERNSTING vindt dit ook. Maar ook heeft de nationale overheid een belangrijke subsidiërende rol bij de CO2-afvang, hetgeen met afschaling ook het geval zou kunnen zijn. Aan de wethouder vraagt hij op welke manier de rol van het Rijk bij krimp geactiveerd kan worden. Ook wil lid Ernsting weten wat het betekent dat een substantieel deel van de opbrengst bij verkoop gaat naar duurzaamheid en hoe dit vorm krijgt.
Hij sluit zich tenslotte aan bij de vraag van de SP of er ook verkocht kan worden aan een publieke partij. Lid BOBELDIJK komt het voor dat GroenLinks lonkt naar de markt om de opbrengsten in te zetten voor duurzaamheid. Lid ERNSTING heeft vaak kritiek geuit op de afnemende sturingskracht van de overheid door organisaties op afstand te zetten. In het geval van AEB is het misschien net even anders voor wat betreft het borgen van de publieke waarden. Lid BOOMSMA is voorstander van verkoop, omdat de gemeente niet goed in staat is om te opereren in die zeer competitieve, commerciële afvalmarkt. En de verschillende rollen van de gemeente bij dit bedrijf lopen door elkaar heen en dat leidt tot een slechte aansturing, zoals ook is gebleken. Hij is het eens met lid Ernsting voor wat betreft de rol die de overheid zou moeten vervullen. Maar er is ook sprake van een Europese situatie. Lid Boomsma is van mening dat de publieke belangen ook geborgd kunnen worden als het bedrijf in private handen is door middel van goede wet- en regelgeving. Lid ERNSTING vraagt of wetgeving voldoende is om ook die veranderingen in de transitiefase naar duurzaamheid aan te sturen. Lid BOOMSMA is voorstander van de duurzaamheidsdoelen, maar vindt niet dat publieke partijen hier beter in zouden zijn dan private partijen.
Hij constateerde dat bij de afvalverwerking het wensdenken en het marktdenken door elkaar heen gingen lopen. Lid Boomsma vraagt hoe de markt er op dit moment voor staat. In een eerder stadium is er een marktverkenning uitgevoerd en hij vraagt zich af of dit nu weer nodig is. Ook wil hij weten hoe het staat met de culturele problemen binnen het bedrijf. Het is hem onduidelijk wat het belang is van het scheiden van het bedrijf van de SI. Dit roept bij hem een aantal vragen op over de marktwaarde en de interesse vanuit de markt. Tenslotte vraagt hij of er een goed noodscenario is voor het verbranden van het slib van de waterzuivering. Lid BONS houdt een pleidooi voor het behoud van AEB in handen van de gemeente vanuit een politieke ideologie.
28
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat de verkoop aan AVR is ontbonden en dat er een nieuwe situatie is ontstaan. Hierbij dient de vraag zich aan welke vorm het beste de publieke belangen dient in een overcapaciteit van afvalverbranding. Een andere belangrijke vraag is of het terecht is dat, hoewel de AEB maar voor 20 procent aan de Amsterdamse markt verbranding levert dat volledig op het conto van Amsterdam komt. Ook is het belangrijk om te onderzoeken hoe het zit met de duurzaamheidsdoelen. Het klopt dat de afvalverbrandingscapaciteit naar beneden moet, hoewel er tot 2047 nog niet veel kan worden gewijzigd aan de capaciteit van de AEB. Het terugdringen betreft dan de meest vervuilende ovens en niet de AEB. Lid MEERBURG vraagt de wethouder of er tot 2047 volop afval verbrand blijft worden. Hij pleit ervoor om in plaats van steeds te roepen wat een ingewikkeld markt het toch is, in te steken op een traject waarbij er zoveel mogelijk lokaal afval wordt verwerkt en er steeds beter wordt gescheiden, zodat er langzaam wordt afgebouwd en vraagt de wethouder of er sprake is van zo’n afbouwtraject. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat het college voorstander is van het afbouwen van de afvalverbrandingscapaciteit. De afvalverbranding door de AEB is een landelijk probleem waar de hulp van het Rijk bij nodig is. De wethouder heeft hierover ook een brief gestuurd naar EZK.
Lid MEERBURG verduidelijkt dat het hem gaat om alle verbrandingslijnen en niet alleen om het Amsterdamse afval. Hij vraagt of daar tot 2047 mee door wordt gedaan of dat dit structureel wordt afgebouwd. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat het voorstel van het college is om de afhankelijkheid van Amsterdam van het energiebedrijf maximaal af te bouwen. Daar gaat echter veel tijd overheen. En met een CO2-afvanginstallatie is er ook sprake van een duurzaamheidseffect. Lid MEERBURG meent dat hij met zijn vraag de essentie van het probleem benoemt. Er ontbreekt volgens hem structureel een visie om te stoppen op enig moment met het verbranden van afval. Hij vraagt de wethouder waar die visie blijft. Wethouder VAN DANTZIG erkent dat er in het verleden waarschijnlijk andere keuzes zouden zijn gemaakt, maar het college hanteert het handelingsperspectief van het heden bij het borgen van de publieke belangen. In de nieuwe situatie heeft het college zorgvuldig elk scenario gewogen, waarbij de borging van publieke belangen prioriteit was. De wethouder schetst vervolgens welke overwegingen er een rol hebben gespeeld bij de keuze van het college. Lid BOBELDIJK merkt op dat er in de stukken wordt beschreven dat je bij verkoop niet meer kan sturen op bepaalde dingen, dus dat de mate van borging ook niet groot is. Dit lijkt in strijd met wat de wethouder zegt over het nastreven van doelen.
Wethouder VAN DANTZIG ontkent dat hij dit zou hebben gezegd. Hij heeft aangegeven dat er een grote subsidiebeschikking is om een CO2-afvanginstallatie mee te verkopen, wat in de vorige situatie niet het geval was. Dit verschaft de gemeente meer sturing. Er is deze keer ook meer nadruk op de publieke belangen. Maar na verkoop telt het vigerende beleid van het Rijk. Lid BOBELDIJK meende dat de wethouder het over borgen had, terwijl in de stukken juist staat dat dat niet meer mogelijk is na verkoop. Wethouder VAN DANTZIG gebruikte ‘borgen’ bij zijn uitleg over de CO2afvanginstallatie.
29
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
In antwoord op de vraag van de PvdA geeft de wethouder aan dat het cruciale verschil zit in de SI. Lid HEINHUIS vraagt de wethouder hoe het publieke belang wordt geëxpliciteerd en welke rol de betaalbaarheid daarbij speelt . Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat hij zich wil richten op circulariteit, maar het is nog niet duidelijk hoe de SI daarbij ingezet gaat worden. De wethouder gaat hierover in gesprek met het bedrijf, dat heeft aangegeven de SI te willen behouden, en de ondernemingsraad, maar ook met de raad. Lid HEINHUIS vraagt wat het zou betekenen voor de gemeente om een eigen SI te hebben, terwijl het AEB een eigen SI ontwikkelt. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat de SI voor het grootste deel gebruikt wordt voor de eigen markt, waarna het gescheiden afval weer wordt verbrand in dezelfde oven. Er moet dus worden ingestoken op een efficiëntere afvalscheidingscyclus. De wethouder verwacht niet dat het AEB op korte termijn zal beginnen met het bouwen van een eigen SI. Lid HEINHUIS ziet niet in waarom de SI niet ook geborgd kan worden bij een privaat bedrijf evenals de rest van de duurzaamheidsdoelstellingen. Wethouder VAN DANTZIG speelt deze en eerdere vragen van lid Heinhuis door naar wethouder Pels. De wethouder geeft vervolgens aan dat alleen een partij die actief is in West-Nederland geen aanspraak kan maken op het bedrijf, dit heeft de ACM bedongen.
Alle andere geïnteresseerden, inclusief een publieke speler, wel. Er wordt een open verkoopproces gehanteerd met borging van de publieke doelen. De wethouder zegt toe in contact te treden met BIZA (AIVD). Er vindt een eigen screening plaats, maar er kunnen geen voorwaarden worden gesteld aan de herkomst van het bedrijf. De wethouder vervolgt met een uiteenzetting over de tijdlijn. Het proces begint als de onderneming en de markt er klaar voor zijn en dit zal kort na de zomer zijn. De wethouder zegt toe om met de raad een schriftelijke tijdlijn te delen, op verzoek van lid Garmy. Als onderdeel van de verkoop aan publieke partijen zou het goed mogelijk zijn dat gemeenten of provincies zich inkopen. Het college wil er echter voor zorgen dat Amsterdam niet de grootste aandeelhouder, dus risicodragend, is bij deze constructie. De wethouder acht het niet aannemelijk dat dit scenario zal plaatsvinden. Lid BOBELDIJK merkt op dat een provincie groter is dan Amsterdam. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat de provincie qua budget kleiner is. Lid BOBELDIJK betoogt dat als je een aantal gemeenten en de provincie bij elkaar optelt, het niet zo hoeft te zijn dat Amsterdam een meerderheidsbelang heeft. Hij vindt het vreemd dat dit voor de hand liggende scenario niet is onderzocht. Wethouder VAN DANTZIG erkent dat dit scenario niet verder is onderzocht.
In reactie op het betoog van lid Meerburg geeft de wethouder aan dat er wordt gezocht naar een bedrijf dat kapitaalkrachtig is en verstand heeft van de markt. Ook wordt gekeken hoe Amsterdam steeds minder afhankelijk van het AEB kan worden. De wethouder geeft aan dat er bij het afval uit het buitenland steekproeven worden gehouden. Als aan het licht komt dat er onrechtmatig afval wordt aangeboden, zal er een aangepaste wijze van controle worden gehanteerd.
30
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Lid MANGAL stelt dat er aanwijzingen zijn dat er onrechtmatig afval uit Rome wordt aangeboden. Wethouder VAN DANTZIG betoogt dat daar uit de steekproeven nog niets van is gebleken. Wel erkent hij dat het sporadisch wel eens voor kan komen dat er onrechtmatig afval wordt aangeboden, zoals lachgas in het Amsterdamse afval. Lid GARMY vraagt wanneer er duidelijkheid komt over de SI en of dit in de tijdlijn kan worden opgenomen. Ook heeft hij nog geen antwoord op zijn vraag over de langetermijnstrategie. Wethouder VAN DANTZIG geeft aan dat er meer informatie over de SI zal volgen na de zomer. De strategieopbouw heeft de afgelopen twee jaar stilgelegen, aangezien er van verkoop werd uitgegaan. Na de zomer zal er een bijgewerkte strategie met de raad worden gedeeld. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Pels voor de beantwoording van de overige vragen. Wethouder PELS richt zich in haar beantwoording op drie publieke belangen die vallen onder haar portefeuille, circulaire economie, warmte en afval. De centrale vraag is hoe deze belangen optimaal geborgd kunnen worden in de verschillende scenario’s. Het is ingewikkeld, omdat het huidige systeem imperfect is en er bovendien sprake is van klimatologische veranderingen die het noodzakelijk maken om de processen te versnellen om voor 2030 de doelstellingen te hebben behaald en vanaf dan minder primaire grondstoffen te gebruiken.
Bij verkoop kan deze eis niet worden gesteld. Maar door de SI te behouden neemt Amsterdam de verantwoordelijkheid en kan de gemeente sturen op het eigen afval. Lid HEINHUIS geeft aan dat AEB de SI zelf wil behouden. De beleidskaders op Nederlands en Europees niveau lijken er steeds meer op aan te sturen dat elk bedrijf dit moet hebben. Wethouder PELS betoogt dat het niet alleen gaat om nascheiden, maar ook wat er daarna gebeurt met het afval. Amsterdam wil de verantwoordelijkheid houden over haar eigen afval en in combinatie met de SI ecosystemen gaan ontwikkelen, er bedrijven aan verbinden en uiteindelijk met die grondstoffen nieuwe producten gaan maken. Lid HEINHUIS vraagt of de kennis hiervoor al aanwezig is. Wethouder PELS geeft aan dat dat wordt betrokken bij de uitwerking van de scenario’s, waarbij wordt onderzocht welke kennis er nodig is en er gesprekken worden gehouden met ondernemers die hier al in thuis zijn. Lid BOOMSMA vraagt zich af waarom de gemeente dit allemaal in eigen hand zou moeten houden. Wethouder PELS is van mening dat de gemeente hierin de verantwoordelijkheid moet nemen voor de verwerking van haar eigen afval. Lid Boomsma spreekt van ‘wensdenken’, maar de wethouder spreekt dit tegen, aangezien er ondernemers zijn in de stad die graag met de producten die het oplevert aan de slag gaan.
Op dit moment zijn de verschillende systemen nog niet goed op elkaar aangesloten. De wethouder zal zich hiervoor ook richten tot het Rijk, dat hier moet gaan faciliteren. Lid BOOMSMA twijfelt nog aan de uitvoerbaarheid indien de gemeente dit allemaal zelf wil gaan reguleren.
31
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Wethouder PELS vindt het juist getuigen van moed dat de gemeente begint met het vormgeven van de circulaire economie. Dit kun je niet overlaten aan de ondernemers, die hebben een gemeente nodig die de verantwoordelijkheid neemt voor het eigen afval en het ecosysteem na het scheiden van afval helpt op te bouwen. De wethouder legt uit dat de doelen voor 2030 inhouden dat er straks voor de helft minder primaire grondstoffen gebruikt worden en dus voor de helft minder afval. Hiervoor is het nodig dat er een afbouwpad voor het totaal van de overcapaciteit op de afvalverbrandingsmarkt wordt ontwikkeld. Hier is het Rijk bij nodig en er wordt stevig ingezet op de lobby. Er komen hierover gesprekken met de ministeries van INW en EZK en de wethouder zegt toe de raad van de voortgang op de hoogte te houden. Bij verkoop kan de gemeente meer doen voor de duurzaamheid dan bij behoud van de AEB. De stappen die AEB de komende jaren gaat zetten met CCS (ondergrondse CO2-opslag) om uiteindelijk de verbranding te verduurzamen, dragen bij aan het behalen van de doelen richting 2030. De wethouder geeft aan dat er tevens wordt onderzocht waar de gemeente ook nog een grote impact kan realiseren op de circulaire economie en op de CO2-uitstoot. De wethouder zegt toe dit plan wanneer het af is te delen met de raad ten behoeve van belangenafweging.
Lid SCHMIT vraagt waarom de rol van de gemeente met de SI niet kan worden vervuld door de AEB. Wethouder PELS heeft hiervoor twee redenen: - In de verkoopvoorwaarden kan niet worden bepaald wat een bedrijf doet met de producten die het oplevert; - De wethouder vindt het belangrijk dat de gemeente zelf een verantwoordelijkheid heeft om de circulaire economie op te bouwen. Op de vervolgvragen van het lid Schmit antwoordt de wethouder dat het ook niet mogelijk is om voorwaarden te verbinden aan het afvalcontract bij verkoop, ook niet bij aanbesteding. Lid MEERBURG vraagt waarom er meer kan worden verduurzaamd bij verkoop dan bij behoud. Wethouder PELS beaamt dit, aangezien het bedrijf de stappen zet die nodig zijn om tot 2030 de verbranding zo duurzaam mogelijk uit te voeren. Lid MEERBURG concludeert dat beide wethouders voor verkoop zijn en dat er al geen sprake meer van is dat het bedrijf in publieke handen blijft. Wethouder PELS vat samen wat zij heeft verteld en geeft opnieuw de onderbouwing van de keuze van het college. Zij ziet verkoop als de beste optie om de duurzaamheidsdoelstellingen van 2030 te behalen. Lid MANGAL vraagt waarom de wethouder denkt dat een marktpartij dit voor de gemeente gaat doen. Wethouder PELS geeft aan dat de gemeente het CCS-plan als voorwaarde kan stellen bij de verkoop.
Er is een contract tot 2047 met AEB en WPW, maar er wordt ook gewerkt aan een diversificatie van de bronnen, omdat de gemeente uiteindelijk minder afhankelijk moet worden van energie uit afval, en ook andere bronnen wil kunnen gebruiken. Het college werkt aan een uitvoeringsagenda voor de warmtetransitie. In 2024 zijn er toetsresultaten bekend met betrekking tot de warmtevisie en de wethouder zegt toe deze te gaan delen met de raad. De wethouder zegt toe dat ook de betaalbaarheid bij afval is meegewogen in de verschillende scenario’s. In dit kader is het positief dat de SI in eigen handen blijft. Ook kan de wethouder bevestigen dat verkoop geen invloed heeft op de volatiliteit van de afvalstoffenheffing.
32
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Lid MEERBURG attendeert de wethouder op het gat dat er overblijft wanneer er gebruik wordt gemaakt van geothermie als warmtebron in plaats van AEB. Hij vraagt de wethouder of er dan niet een ander plan moet komen voor het genereren van warmte. Wethouder PELS geeft aan dat er geen keus is indien je geen lock-in wilt creëren. Behalve geothermie zijn er nog andere mogelijkheden om warmte op te wekken, zoals aquathermie, restwarmte van de industrie, restwarmte van datacenters. Lid MANGAL vraagt hoe lang de huidige warmtecontracten lopen en of dat dan niet tegelijkertijd afhankelijkheid van deze bronnen inhoudt. Wethouder PELS antwoordt dat dit goed is uit onderhandeld en dat het mogelijk is om andere bronnen toe te laten. Lid HEINHUIS concludeert uit de stukken dat de Amsterdammer qua betaalbaarheid beter af is met behoud van AEB, in tegenstelling tot wat de wethouder zojuist heeft betoogd. Wethouder PELS wilde met haar betoog aantonen dat er geen groot verschil in betaalbaarheid zit. Bij behoud is er voor de toekomst wellicht meer zekerheid maar dat is geen garantie dat de prijs niet hoger wordt. Bij aanbesteding kan betaalbaarheid meewegen bij de keuze van bedrijf. Lid HEINHUIS wil weten of de betaalbaarheid ook wordt meegewogen bij de keuze van de koper. Wethouder PELS stelt nogmaals dat bij aanbesteding de betaalbaarheid kan worden meegewogen.
Bij de verkoop is de betaalbaarheid niet van invloed, omdat het geen zin heeft om bij verkoop hiervoor eisen te stellen aan de koper, aangezien er drie jaar naar verkoop er moet worden aanbesteed. De wethouder zegt toe eventuele nieuwe inzichten hieromtrent te delen et de raad. Lid HEINHUIS ziet een risico voor de klanten van Westpoort Warmte. Als AEB stopt met levering wordt het lastiger om tot een inkooptarief te komen en komt wellicht de betaalbaarheid in het geding. Wethouder PELS antwoordt dat er op dit moment in de overeenkomst is vastgelegd hoe die tarieven worden berekend en in principe kan een koper daar niet van afwijken. Tweede termijn Lid MANGAL meent dat het college met deze constructie probeert een niet levensvatbaar bedrijf te verkopen en dit aantrekkelijker te maken door een gesubsidieerde CO2afvanginstallatie bij te leveren en een gegarandeerde afname tot 2047. Het voelt voor hem als een locked-in principe tot 2047. Hij onderscheidt tevens een tegenstrijdigheid door de duurzaamheidsdoelstellingen te combineren met het verbranden van afval om warmte te genereren. Hij vindt het daarom onbegrijpelijk dat er van AEB een marktpartij wordt gemaakt. Lid MEERBURG blijft sceptisch en vindt de argumenten voor de gekozen optie niet sluitend. Lid BURGERS vraagt of de wethouder bereid is om een externe partij in te schakelen om de keuzes van het college te onderzoeken.
Lid BOBELDIJK vraagt of er een risico is voor de warmtelevering indien het bedrijf failliet gaat.
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Lid HEINHUIS heeft er behoefte aan om op papier te krijgen hoe de betaalbaarheid geborgd kan worden, zodat er bij verkoop zwaarwegend naar gekeken zal worden. Wethouder VAN DANTZIG voelt niet voor het inschakelen van een externe partij. Omdat hij ervan overtuigd is dat dit een goede beslissing is. Over het behoud van de SI zal de wethouder in gesprek gaan met AEB en indien nodig zal de wethouder daar een externe partij bij uitnodigen. De indicatoren waar de PvdA naar vroeg staan beschreven in de voordracht en dit wordt tot in de details uitgewerkt bij het go en no-go besluit. De wethouder vraagt lid Heinhuis om de indicatoren waar de PvdA meer duiding bij nodig heeft op papier te zetten. Lid HEINHUIS legt uit dat ze nog een extra toelichting wil over de betaalbaarheid als expliciet genoemd publiek belang, in aansluiting op wat er in de memo staat beschreven. Wethouder VAN DANTZIG meent dat de betaalbaarheid van afvalstoffenheffing en warmte voldoende staat beschreven in de stukken, maar hij zal de vraag van lid Heinhuis alsnog schriftelijk beantwoorden. De wethouder is het niet eens met het standpunt van DENK. Hij denkt dat AEB een belangrijke speler blijft op de afvalverbrandingsmarkt, ook al omdat slechts een vijfde van het aangeboden afval uit Amsterdam afkomstig is. In de onderbouwing van de keuze van het college is uitgebreid beschreven wat de beide opties kunnen bieden.
En als faillissement dreigt bij verkoop dan zou het onverantwoord zijn om het bedrijf in eigen handen te houden, want dan geldt hetzelfde. Lid MANGAL legt uit dat in het kader van de duurzaamheidsdoelstellingen en de veranderingen die het bedrijf dienaangaande moet ondergaan het beter zou zijn dit in eigen hand te houden, zodat de gemeente niet afhankelijk is van de markt. Wethouder VAN DANTZIG is het hier niet mee eens. De wethouder uit kritiek op de woordkeuze van lid Meerburg die zijns inziens geen recht doet aan iedereen die met grote inzet is betrokken geweest bij de uitwerking van de onderliggende constructie. Laat onverlet dat het goed is om het oneens te zijn met de keuze van het college. Lid MEERBURG betwist in een punt van orde dat hij de inzet van de ambtenaren in twijfel trekt en wijst erop dat hij deze juist heeft gecomplimenteerd. Hij vindt echter de argumentatie van het college voor de keuze wankel. De VOORZITTER erkent deze tussenkomst niet als punt van orde en benadrukt dat de Partij voor de Dieren geen spreektijd meer over heeft. Wethouder PELS antwoordt dat in het hypothetische geval dat het bedrijf failliet gaat, dit ruim van te voren zichtbaar wordt. Bij daadwerkelijk faillissement zal dit geen stop van de warmtelevering betekenen, omdat een curator ervoor zal zorgen dat het bedrijfsproces doorgaat.
Het bedrijf zal daarna worden doorverkocht en een doorstart maken. Een stop van de warmtelevering is een risico dat de wethouder niet verwacht. Lid MANGAL vraagt of dan niet de klant voor de kosten gaat opdraaien. Wethouder PELS geeft aan dat in het genoemde hypothetische geval de afspraken zo duidelijk zijn dat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de klanten. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken en dat het punt gereed is voor uitgebreide behandeling in de raad.
34
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Deelnemingen (excl. AEB en Schiphol) 13. Geen zienswijze indienen ten aanzien van de ontwerp meerjarenbegroting 20242027 van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) (VN2023-014011) Gehamerd in de raad De VOORZITTER schorst de vergadering om 22.00 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 22.10 uur. Wethouder MELIANI komt terug op de vraag van de PvdA over het vlaggenprotocol op 1 juli en legt uit wat de bedoeling is. Een nieuw vlaggenprotocol wordt voor de zomer aan de raad gestuurd. Kunst en Cultuur 14. Jaarverslag 2022 Amsterdams Fonds voor de Kunst (VN2023-014460) Gevoegd behandeld met 15. Kennisnemen van de Raadsinfomatiebrief Contouren Kunstenplan 2025-2028 (VN2023-014549) Gevoegd behandeld met 16. Kennisnemen van de Raadsinformatiebrief over het adviesrapport van de werkgroep Cultuur en Corona en het adviesrapport (VN2023-014547) De VOORZITTER leidt het agendapunt in en introduceert mevrouw L. Saraber, directeur van het Amsterdams Fonds voor de Kunst die een toelichting zal geven op het Jaarverslag 2022. Hierna kunnen de leden technische vragen stellen aan mevrouw Saraber. Mevrouw Saraber belicht in haar toelichting het onderwerp ‘Makers en Toegankelijkheid’. Het jaar 2022 kenmerkt zich door een reeks crises die volgde op de nasleep van de coronapandemie. Het steunplan van de gemeente was dan ook zeer welkom.
Aan de hand van een PowerPoint licht mevrouw Saraber het jaarverslag toe. Lid MOESKOPS vraagt wat er wordt bedoeld met de evenredige verdeling over de stad per inwoner. Mevrouw Saraber geeft aan dat het belangrijk is om de cultuur te verspreiden door de hele stad, want op dit moment is de verdeling onevenredig. Lid BONS meent dat jaarlijks op 1 augustus bekend wordt gemaakt of je als maker in aanmerking komt voor subsidie. Signalen uit de branche geven echter aan dat de voorkeur is 1 juli, gelijk met de landelijke bekendmaking. Mevrouw Saraber geeft aan dat de wethouder gaat over deze planning. Volgens haar valt de datum van 1 augustus samen met andere toekenningen. Lid GARMY vraagt naar de oorzaak van de relatief weinig aanvragen in Nieuw-West en Zuid-Oost. Gaat het hier om minder aanvragen of om kwalitatief mindere aanvragen die niet voldoen aan de voorwaarden?
35
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Mevrouw Saraber geeft aan dat vooral het aantal aanvragen achterblijft. Dit kan ook te maken hebben met het weinige aantal voorzieningen in die buurten. En bij deze populatie is er ook vaak sprake van onwennigheid bij het doen van aanvragen. Voor de AFK is het dan belangrijk om te onderzoeken welke ondersteuning ze hier kunnen bieden om het toegankelijker te maken. De VOORZITTER bedankt mevrouw Saraber voor de toelichting en vervolgt de vergadering volgens de orde. Lid MINDERHOUD vraagt de wethouder aan te geven op welke manier de vraag naar en het aanbod van kunst wordt georganiseerd in de wijken waar dit nog niet goed genoeg gebeurt. Ook hoort hij graag hoe de wethouder reflecteert op de vraag naar meer ruimte in die buitenwijken. Dit geldt ook voor de nachtcultuur. Lid VAN DER VEEN vraagt de wethouder te reflecteren op het bericht van de staatssecretaris dat zij tot 2029 geen extra investeringen gaat doen en harde criteria gaat stellen op het gebied van diversiteit en duurzaamheid. Volgens een rapport van de Raad voor Cultuur doet Nederland het slecht op het gebied van klimaat en duurzaamheid en de Raad doet een aantal aanbevelingen. Volgens lid Van der Veen is de kunstsector hard nodig om het verhaal van het klimaat te vertellen aan de Amsterdammers.
Hij stelt voor om een Raad voor Kunst en Klimaat op te richten waar activisten vanuit kunst en klimaat elkaar treffen en waar ze de aanbevelingen vanuit de Raad voor Cultuur kunnen overbrengen naar het Amsterdamse. Lid Van der Veen vraagt aandacht voor de nieuwe makers en vraagt de wethouder hoe deze nieuwe makers op een goede manier binnengeloodst kunnen worden in de sector. GroenLinks stelt voor een startpakket te ontwerpen, met, voor en door makers waarin informatie wordt gegeven over rechten, arbeidsvoorwaarden, plekken in de stad, expertise, enzovoorts. Lid Van der Veen vraagt vervolgens naar de follow-up van de werkgroep Corona & Cultuur. Er komt een steunplan en een aantal aanbevelingen voor de lange termijn in het Kunstenplan. Graag ontvangt hij bij het Kunstenplan een brief van de wethouder met daarin alle aanbevelingen. In het Jaarverslag wordt ook gewag gemaakt van leningen maar dat lijkt het lid Van der Veen niet geschikt voor kleinere instellingen. Voor deze laatste categorie pleit GroenLinks voor het beschikbaar stellen van middelen. Tot slot vraagt lid Van der Veen aandacht voor het thema Diversiteit en Inclusie, waar het gaat om het streven naar gelijkwaardigheid en het open staan voor de bijkomende gevoelens van ongemak. Lid GARMY geeft aan dat er in het Kunstenplan mooie transities en doelen staan, maar er wordt niet gesproken over extra financiële middelen.
Lid Garmy stelt voor dat de wethouder kijkt naar het Europese fonds Creative Europe voor extra budget. Dit fonds is bij uitstek geschikt voor aanvragen die over de grens kijken. Enkele vragen: - Is het nu het juiste moment om extra duurzaamheids- en diversiteitsvoorwaarden te hanteren? Hoewel dit Volt aanspreekt vraagt het lid Garmy of dit nu wel het juiste tijdstip hiervoor is; - Misschien is het logisch om de lijn van de eerder genoemde staatssecretaris te volgen; - Is het niet beter om nog even te wachten met het sleutelen aan het systeem nu we net de coronacrisis achter de rug hebben? De reserves zijn leeg zijn en makers en instellingen zijn nog aan het overleggen; - De aanbevelingen die zijn gedaan door de Kunstraad en de werkgroep Kunst en Corona worden niet genoemd in de brief. Lid Garmy vraagt de wethouder hier alsnog op in te gaan en aan te geven welke aanbevelingen worden overgenomen;
36
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
-
FKD
Lid Garmy vraagt de wethouder de raad bij te praten over de kleinschalige gesprekken over het nieuwe subsidiebeleid; Tenslotte verneemt lid Garmy graag volgens welke procedure een instelling een langdurige subsidie kan aanvragen.
Lid MOESKOPS stelt een aantal vragen aan de wethouder: - Zij vraagt de wethouder wat zij gaat doen om dat deel van de Amsterdammers dat zich niet gerepresenteerd voelt in het huidige aanbod van de Amsterdamse cultuursector erbij te betrekken; - Wat zijn bovendien de plannen van de wethouder om ervoor te zorgen dat meer makers en instellingen de weg kunnen vinden naar de subsidiebudgetten? - Om de situatie goed te kunnen beoordelen in de wijken waar kunst en cultuur nu nog ontoereikend zijn, verzoekt het lid Moeskops het college haar eerst een overzicht van wat er nu door de stadsdelen Nieuw-West, Zuid-Oost en Noord zelf wordt besteed aan kunst en cultuur te doen toekomen; - Hoe gaat het college bij dit nieuwe Kunstenplan de inzet om diversiteit te stimuleren waarderen? Lid Moeskops verzoekt de wethouder hier voor de volgende behandeling in de raad op terug te komen; - Lid Moeskops stelt dat de raad ervoor moet zorgen dat de sector fysiek toegankelijk is en een veilige werkomgeving biedt voor alle medewerkers in de culturele sector. Naast waardevol is de sector kwetsbaar. Het instellen van een protocol en het aanstellen van een vertrouwenspersoon zijn voorwaarden om subsidie van de stad te ontvangen.
D66 vraagt de wethouder te onderzoeken in hoeverre het kan worden verplicht om een externe vertrouwenspersoon aan te stellen en welke mogelijkheden hiervoor zijn; - Voorts verzoekt zij de wethouder de raad een schriftelijke terugkoppeling te geven over de gesprekken die zij heeft met de sector; - Ook wil zij weten of zij als commissie het advies waar de Raad voor Cultuur om vraagt bij de gemeentes ook kunnen bespreken; - Heeft het besluit van de staatssecretaris de duiding van de wethouder nog veranderd, bijvoorbeeld al het gaat om de basisinfrastructuur? Lid HIJLKEMA vraagt zich af of de samenwerking op het gebied van talentontwikkeling die zich nu ontwikkelt, kan worden uitgebreid met de samenwerking op het gebied van administratie of marketingactiviteiten, wat voor de nieuwe organisaties waardevol kan zijn. De harde eisen die de wethouder stelt aan diversiteit en inclusie kunnen de start van nieuwe instellingen bemoeilijken en de VVD vindt de harde eisen niet nodig, aangezien de sector zelf een eigen gedragscode heeft gemaakt en zelfregulerend werkt. Lid VAN DER VEEN vraagt waarom de VVD meent dat het juist voor kleine instellingen lastig is om bezig te zijn met diversiteit en inclusie. Lid HIJLKEMA vindt het een harde eis voor de subsidieaanvraag. Lid VAN DER VEEN betwijfelt of dit te maken heeft met de omvang van de instelling.
Lid HIJLKEMA verwijst naar de administratie en geeft aan dat de sector al uit zichzelf ermee bezig is, dus is een verplichting overbodig. In de brief staat vermeld dat er een coronaherstelfonds is opgericht voor 5,3 miljoen euro. Lid Hijlkema vindt dit rijkelijk laat en vraagt zich af of de instellingen die nu nog niet goed lopen dit niet aan zichzelf te wijten hebben. Daarom stelt hij voor het geld uit het coronaherstelfonds in een algemene pot te doen om de inflatie voor alle organisaties te compenseren. Lid BOOMSMA houdt een pleidooi voor kunst als doorgeefluik van tradities en het in stand houden van erfgoed. De eisen inzake diversiteit en inclusie kunnen wat hem betreft in navolging van de staatssecretaris komen te vervallen.
37
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
Voorts vraagt hij zich af wat de wethouder bedoelt met de concrete doelstellingen die zij noemde, wat zijn de criteria, hoe worden deze gemeten en welke administratieve lasten zou dat gaan opleveren? De Amsterdam Bis richt zich niet meer op functie maar op instellingen. Lid Boomsma vraagt zich af of al van tevoren kan worden bepaald hoeveel instellingen in aanmerking komen. Lid BONS maakt gewag van het bestaan van institutioneel racisme in de kunst- en cultuursector. Zij vraagt de wethouder of er mogelijkheden kunnen worden gecreëerd dat oudere, gesettelde makers jonge makers die net beginnen onder hun hoede nemen en ze begeleiden bij het vinden van hun weg in de sector. Wethouder MELIANI geeft aan dat er nog meer momenten komen om over dit onderwerp verder te spreken, zowel met de stad als met de sector. De contouren zijn de uitgangspunten. Zij geeft aan dat de staatssecretaris diversiteit en inclusie wel degelijk belangrijk vindt. Dit valt op te maken uit haar brief. Zij wil alleen nog bekijken hoe er invulling aan gegeven wordt. In de sector worden diversiteit en inclusie als belangrijke thema’s gezien.
Lid GARMY citeert de staatssecretaris die zegt: ‘Ik ga geen bindende voorwaarden stellen over duurzaamheid en diversiteit.’ Wethouder MELIANI geeft aan dat je in een stad als Amsterdam diversiteit wel als voorwaarde kunt stellen en aan de sector kunt vragen om dat integraal neer te schrijven. De sector vindt het belangrijk, maar het lukt niet altijd en de wethouder kan dan ondersteunen. Lid MOESKOPS vraagt waarom de raad niet kan handelen in vertrouwen als bekend is dat de sector zelf al groot belang hecht aan diversiteit en hiernaar streeft. Wethouder MELIANI blijft bij haar standpunt dat het belangrijk is om dit als criterium te hanteren, omdat het helpt als er sturing wordt gegeven. Maar vertrouwen blijft de basis. Lid MOESKOPS is van mening dat de wethouder hiermee in wezen een eis toevoegt en het dus moeilijker maakt om toe te treden tot de sector. Wethouder MELIANI voelt zich gedwongen om deze eis te stellen, omdat het instellingen niet altijd lukt om het voor elkaar te krijgen. Hieronder zijn ook de grootste instellingen, die de meeste middelen hebben en de meeste verantwoordelijkheid zouden moeten pakken. Eigenlijk lukt het veel beter bij kleine instellingen in buurten en wijken. Tijdens de coronaperiode heeft de wethouder coulance getoond, omdat instellingen moeite hadden het hoofd boven water te houden.
Maar inmiddels is het de wethouder wel duidelijk dat het niet lukt zonder criteria te stellen. Als de raad weet hoe je zonder eisen en criteria kunt sturen, hoort de wethouder dat graag. Lid MOESKOPS betoogt dat de sector nog steeds moeite heeft om het hoofd boven water te houden en het wordt alleen maar zwaarder. Daarom pleit zij ervoor de instellingen niet te belasten met extra criteria. Dit is volgens haar ook het motief van de staatssecretaris. Bovendien is er ook wel wat bereikt sedert het vorige Kunstenplan, dus vraagt zij waarom het nu meer moet, terwijl er wel verandering is opgetreden de afgelopen periode. Wethouder MELIANI stelt dat het juist eenvoudiger en veel integraler is geworden. In de gesprekken met de sector heeft de wethouder haar vertrouwen uitgesproken dat het zal lukken. Dit is het vervolg op het eerdere beleid. Het probleem dat zich aandient is niet dat er te weinig plekken zijn, maar hoe je ervoor kunt zorgen dat iedereen in staat is om een aanvraag voor subsidie in te dienen. Door cultuurverkenners meer uren toe te bedelen, kunnen ze hun kennis delen met meer mensen en meer mensen begeleiden bij het aanvragen.
38
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept raadscommissieverslag, 22 juni 2023
FKD
De wethouder is van plan om weer in gesprek te gaan met de staatssecretaris, die ook de ambitie heeft om veranderingen door te voeren, maar het is nog niet bekend hoe. De wethouder is van plan om meer plekken toe te voegen in de hele stad. In Zuid-Oost heeft de wethouder gesproken met kunstenaars en makers die niets wisten van het Kunstenplan. Dit stimuleert haar om ervoor te gaan zorgen dat de bekendheid wordt vergroot, bijvoorbeeld via de stadsdeelbestuurders. Lid MOESKOPS vraagt of de wethouder binnenkort met een plan hiervoor naar de raad komt. Wethouder MELIANI zal de raad op de hoogte brengen van het gehele proces van het Kunstenplan. De planning heeft de raad al eerder ontvangen. Wat de commissie vanavond inbrengt kan de wethouder meenemen. De wethouder beaamt dat er eerder middelen uit het coronanoodfonds ter beschikking zijn gesteld, en daar is zeer zorgvuldig mee omgegaan. Op dit moment is er sprake van herstelmiddelen die worden aangewend voor instellingen die nu nog steun nodig hebben. In het Coronawerkgroeprapport staan hiervoor aanbevelingen beschreven. In een brief zal de wethouder de raad erover informeren hoe deze aanbevelingen worden overgenomen. Tweede termijn Lid VAN DER VEEN benadrukt dat het voor zijn fractie belangrijk is om diversiteit en inclusie wel op te nemen als eis om in aanmerking te komen voor ondersteuning.