CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20230126 verslag Gemeenteraad middag

RAAD 15 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de notulen van de raadsvergadering op 25 en 26 januari 202335.697 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

40

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

jaar nog te gaan beginnen met one-way, zodat je je auto hier kunt oppikken, maar in Rotterdam kunt achterlaten als je besluit om, in mijn geval, dan toch een wijntje teveel te drinken. Maar waardoor het ook de grote, nou dat is echt een pre ten opzichte van een eigen auto, het wordt in één keer aantrekkelijker om te delen dan een eigen auto te hebben, als je zoals ik van een glaasje wijn houdt. Dus ik zie dit jaar heel veel innovatie. Ik denk dat de branche daar heel erg mee bezig is. Dus ik hoop heel erg dat de cijfers volgend jaar beter zijn, maar ik denk ook dat we nog een wereld te winnen hebben. (De VOORZITTER: Ik zou gewoon doorgaan. Kijk, er wordt wat omheen gecirkeld, om de interruptiemicrofoon. Het is ook een beetje als om een prooi, he, wordt er zo omheen gecirkeld. Maar er wordt geen beslissende stap gezet. Of nu wel, meneer Koyuncu? Dan heeft u het woord.) (Het lid KOYUNCU: Ja voorzitter, is collega Moeskops het met mij eens dat de ontwikkeling die de deelmobiliteitsconcepten moet maken, dat dat niet vanzelf gaat gebeuren en dat de gemeente daarin een belangrijke rol heeft?) Dank u wel, voorzitter. Zeker, zoals de heer Koyuncu aangeeft ziet de gemeente daar ook een rol.

We hebben ook niet voor niets in het coalitieakkoord afgesproken dat we vergunningverlening willen vergemakkelijken en dat we ook in gesprek willen gaan met die aanbieders om te kijken waar we wat voor hen kunnen doen en waar zijn wat voor ons kunnen doen. Want dat laatste is natuurlijk de rol van onze gemeente. De VOORZITTER: Mevrouw Moeskops, gaat u door. Het lid MOESKOPS: Ik was aan het einde van mijn betoog. De VOORZITTER: Oké. Ah, dan wil toch de heer Asruf, ga uw gang. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Asruf voor een interruptie. Het lid ASRUF: Ik wachtte inderdaad op het einde van het betoog van mevrouw Moeskops. Ik heb het woord ‘openbaar vervoer’ niet gehoord in de bijdrage van mevrouw Moeskops. En u refereerde aan jongeren die dan gebruik kunnen maken van deelvervoer; ik heb het liefst dat die jongeren juist het OV ingaan, want als die gewenning er is, zorgen we ervoor dat die jongeren ook later openbaar vervoer gaan gebruiken. En als ze dat doen dan hebben we onze publieke voorziening die er nu al is en die op een bepaalde manier fungeert op het juiste peil. Ik vraag ook het lid Moeskops daarop een reflectie van: hoe kijkt zij naar het gebruik van openbaar vervoer ten opzichte van het deelvervoer? Het lid MOESKOPS: Dank u wel, voorzitter. Dat is een valide punt. Ik denk alleen wel dat het niet een of-of situatie is.

We zien in de cijfers van het gebruik van openbaar vervoer dat de leeftijdsklasse die in één keer geen gebruik meer van openbaar vervoer gaat maken zo tussen de 18 en de 25 is. Dat is een hele andere categorie. Dat zijn mensen die dus nu al in jonge leeftijd maken ze veel meer gebruik en dat is de leeftijdsklasse waarin ze in één keer stoppen. Dat heeft ook te maken met

41

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

het feit dat ze dan in één keer hun ov-chipkaart kwijt zijn van de studententijd, er zitten allemaal factoren in. Maar het is nooit gezegd dat die mensen niet al lang ook gebruik maken van andere mobielen. Voor mij is deelmobiliteit een vervanger van de auto en de winst in onze openbare ruimte. (Het lid IJMKER: Ja een korte vraag over de belofte van one-way en hoe dat dan een game changer is, allemaal Engelse woorden achterelkaar. Als mevrouw Moeskops dan de terugweg toch met de trein zou doen na dat glas wijn, dan had toch de heenweg ook met de trein gekund?) Zeker waar, maar niet altijd. Want er zijn ook tijdstippen dat het openbaar vervoer niet rijdt, en dat kan ook nog eens andersom voorkomen. Dus ik kan ook met de trein heen en met een deelauto terug. Maar het is vooral ook het idee dat je de mogelijkheid hebt. Ik denk wel dat we dit overigens als stad ook goed in de gaten moeten gaan houden, want ik zie hier ook risico’s in. Want als het in één keer betekent dat onze hele binnenstad en onze drukke wijken vol staan met auto’s die alleen maar hiernaartoe komen, ja, dan zullen we ook weer het gesprek moeten aangaan. Dus het is ook wel, er zit in elke nieuwe stap zit er ook risico, dat zie ik, dat voel ik ook.

Maar tegelijkertijd denk ik dat we met zijn allen willen dat er gewoon minder privé auto’s zijn in de openbare ruimte en moeten we ook niet te bang zijn om eens een keer wat te proberen. De VOORZITTER: Ja, wie was er nou eerst? Ja volgens mij bent u eerst, meneer Asruf. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Asruf voor een interruptie. Het lid ASRUF: Ja dank u wel, voorzitter. Toch nog een vraag aan het lid Moeskops, want ik hoor haar verhaal en ik hoor, ja als ik het in mijn eigen woorden moet zeggen, vrijblijvendheid en nog ‘we gaan het proberen’, ‘we geven de ruimte aan innovatie’. Maar is het lid Moeskops het niet met mij eens dat het nu gewoon tijd is om die vergunningverlening aan te scherpen? Het lid MOESKOPS: Voorzitter, ik weet niet of, want inderdaad in ons coalitieakkoord staat een vergunningverlening gaan vergemakkelijken. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik vind het ingewikkeld om een branche die iets brengt aan Amsterdam en aan de stad te gaan straffen met regels terwijl ze geen overlast veroorzaken. Daar zitten wat uitzonderingen op, we weten allemaal dat bijvoorbeeld de fietsen die werden rondgestrooid over de stad dat dat een slecht idee was. Dus daar hebben we ook ingegrepen. Maar ik zie nu geen reden om een branche het moeilijker te gaan maken, als dat is wat de heer Asruf bedoelt. Ik weet niet helemaal zeker of ik hem goed begrepen heb.

(Het lid ASRUF: Dank u wel, voorzitter. Wat ik probeer te zeggen is dat als we nu zien waar deelvervoer gebruikt wordt, dat het in onze drukke binnenstad is. En de vraag is of dat wenselijk is. Waar ik voor ga is voor een stedelijke spreiding en dat kan door middel van de vergunningverlening aan te scherpen, door aan te geven bij de vergunningverlening dat deelvervoeraanbieders in bepaalde plekken, wijken van de stad zouden moeten opereren.

42

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

Dank u wel, voorzitter. Het is volgens mij en-en. Want het is super wenselijk dat er deelvervoer in onze drukke binnenstad is, want als we ergens gebrek hebben aan openbare ruimte is het daar, als we ergens blik van de straat af moeten halen is het daar. Dat betekent alleen niet dat deelmobiliteit ook een rol heeft in buitenwijken. Het kan inderdaad in de plekken waar er slecht openbaar vervoer is ook een aanvulling zijn op vervoersarmoede, een manier zijn voor mensen van A naar B te komen. Dus daar hoort het ook. Alleen het is niet een of-of situatie. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Asruf voor een laatste interruptie. Het lid ASRUF: Dank u wel. De laatste vraag op ingeving van het lid IJmker is: hoe lang gaan we dan nog wachten? Het lid MOESKOPS: Nou totdat we een beter oplossing hebben, zou ik zeggen. En het liefst een oplossing waarbij de gemeentekas niet leegloopt, dat zou ook een prettige zijn. Kijk, uiteindelijk is het wel een zeer fundamenteel ding om als stad te gaan zeggen: we zien iets dat goed is voor de stad en we gaan de mensen die dat ons gebracht hebben, gaan we straffen met maatregelen. Vind ik ingewikkeld, vind ik gewoon een ingewikkeld principe, want ze brengen ons iets. En we zien ook dat ze niet klauwen met geld aan het verdienen zijn, zodat ze er echt wel wat minder van kunnen hebben. Dat is gewoon allemaal niet aan de orde.

We zien ook dat ze bezig zijn om stappen te zetten om meer te brengen aan de stad, kinderzitjes, one-way, meer spreiding. Ze geven zelf ook aan dat ze in Nieuw-West en Zuidoost willen beginnen, maar dat ze daar ook aan het zoeken zijn naar de manier om een business case rond te krijgen. Ze helpen ons met projectontwikkelingen door in gemeenschappelijke parkeergarages deelmobiliteit aan te bieden, zodat er meer woningen kunnen worden gebruikt. Dus dat zijn bedrijven die echt laten zien dat ze ook echt wel wat brengen in de stad en ook meedenken van wat wij willen van hen en wat zij kunnen bieden aan ons. (Het lid BOBELDIJK: Ja voorzitter, ja even los van een discussie over wat ze brengen of zoiets, want daar kun je volgens mij ongeveer alles onder scharen zo’n beetje, dus dat lijkt me een rare discussie worden. Mevrouw Moeskops gaf aan dat die deelmobiliteit idealiter de auto vervangt en daar zijn we het mee eens, moet ik zeggen. Alleen we zien in de rapportage dat het vooral het openbaar vervoer vervangt. En ik hoor daar weinig maatregelen die u voorstelt, of eigenlijk geen. En ik vraag me af; heeft u die wel om te voorkomen dat dit gewoon een concurrent, een commerciële concurrent van het openbaar vervoer wordt?) Voorzitter, ik denk dat de heer Bobeldijk en ik de cijfers dan iets anders interpreteren.

Je ziet inderdaad dat als de vraag gesteld wordt: ‘wat zou je anders gebruikt hebben als je niet in een deelauto was gestapt’, dat het OV daar betrekkelijk hoog scoort. Maar we weten tegelijkertijd ook dat heel veel mensen die in die deelauto <…> geen eigen auto bezitten. Dus het antwoord ‘ik stap in mijn eigen auto’, is voor heel veel mensen, en dan spreek ik bijvoorbeeld ook voor mezelf, gebruiker van een deelauto, is helemaal geen optie om in te vullen als je zo’n enquête krijgt. Dus het is ook wel, de cijfers zijn niet zo plat als dat ze misschien lijken. Dus ik interpreteer dat echt anders.

43

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

(Het lid BOBELDIJK: Even los van een andere interpretatie. Voor het deel dat het gebruikt in plaats van het openbaar vervoer, ik hoor daar geen maatregelen tegen, en dat betekent toch een commerciële verdrukking van openbaar vervoer dat niet commercieel is.) Dank u wel. Kijk, ik denk dat we ook allemaal willen dat er zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van ons openbaar vervoer. Maar het is natuurlijk ook zo dat als je aan mij zou vragen als ik in een eigen auto zou zijn gestapt ‘wat zou je hebben gedaan als het niet je eigen auto was?’, het OV ook een antwoord zou zijn. Het is niet zo dat per definitie omdat als je die rit ‘gedwongen’ op een andere manier maakt mensen daar zeggen ‘het zou ook OV kunnen zijn geweest’, dat dat betekent dat die mensen anders in het OV zijn gestapt. Ik vind dat echt een iets te simplistische weergave. Ik ben het wel met u eens dat als we gaan kijken naar waar er in verbindingen echt concurrentie is op OV-verbindingen, dat we dan een andere discussie hebben. Maar dat is volgens mij niet aan de orde. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koyuncu. Het lid KOYUNCU: Voorzitter, dank u wel. De discussie over deelmobiliteit hebben we heel vaak gevoerd, dus ik zal ook niet een enorm lang betoog houden. We gaan het er nog vaak over hebben, volgens mij. Nou ja, deelmobiliteit, ik wil even mijn situatie wil ik uitleggen.

Wij hebben het thuis heel lang kunnen volhouden zonder een tweede auto. Maar toen het werkgebied verkleind werd van de deelmobiliteit, toen moesten we wel een tweede auto nemen. Dat is bij ons, zo’n effect heeft het bij ons thuis gehad. En dat zie ik ook een beetje terug bij andere mensen die zeggen: ‘Hé, als ik deelmobiliteit had in de buurt, dan had ik daar heel graag gebruik van gemaakt’. Vooral aan de rand van de stad. En ik denk dat we dat best snel moeten gaan regelen. Inderdaad, het is iets dat in ontwikkeling zit, maar hoe lang wacht je daarmee. Volgens mij moet je daar niet heel lang mee wachten. We zeggen aan de ene kant dat het ontwikkelt, maar aan de andere kant zie ik in het bestuursakkoord van de Vervoerregio dat we een enorm grote rol geven aan deelmobiliteit. Dus dat komt volgens mij niet helemaal overeen met elkaar. We moeten volgens mij ook daarin de keuze maken; is dit een, is dit iets wat zich ontwikkelt, dus we moeten maar even afwachten totdat het een serieuzere grotere vorm heeft bereikt, of gaan we nu echt serieus dit zien als een aanvulling op OV. Ik zou graag daar een antwoord op willen hebben van de wethouder. Daarnaast heb ik een motie ingediend. Dat gaat om het volgende: we willen deelmobiliteit, we zien binnen de Vervoerregio deelmobiliteit als aanvulling op het OV.

Ik neem aan dat dat met name een aanvulling is in de gebieden waar het OV niet zo in voldoende mate aanwezig is. En dan kom je heel snel uit bij de buitenwijken. Maar goed, als je daar je deelmobiliteit wilt neerzetten, een deelauto wilt neerzetten, dan moet je een toeslag betalen van drie euro. En dat zijn ook weer juist de gebieden waar niet de mensen met de hoogste inkomens wonen. Dus daar willen wij heel graag zo snel mogelijk vanaf, zodat het voor de mensen in die buitenwijken niet extra zwaar wordt om daar gebruik van te maken. En daar zou ik graag de wethouder voor willen vragen om daarover in gesprek te gaan met de deelconcepten. Dank u wel.

44

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid IJmker. Ik maak er een beetje een rommeltje van. Eerlijkheidshalve, de heer Garmy was eerder. Het lid GARMY: Dank, voorzitter. Ik zal het kort houden, want veel is al gezegd. We hebben eigenlijk twee concrete vragen. Eentje gaat over de inclusiviteit van deelvervoer: hoe gaan we ervoor zorgen dat het ook te gebruiken is voor mensen met een beperking? En of er concrete plannen liggen om de inclusiviteit te vergroten, ook voor de volgende <ONVERSTAANBAAR>? En de tweede vraag die ik heb is: er zijn steden in Europa, zoals Parijs en Brussel, waar in buitenwijken al een redelijk goede spreiding is van deelmobiliteit. En ik vraag me af, zijn we met dit soort steden ook in gesprek wat we daarvan kunnen leren? Tot zover. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid IJmker. Het lid IJMKER: Dank, voorzitter. Laten we vooropstellen dat GroenLinks groot fan is van deelmobiliteit, noodzakelijk voor de mobiliteitstransitie. Het moet leiden tot minder privé bezit, minder stilstaande auto’s en meer openbare ruimte om te spelen, om te ontspannen en voor het groen natuurlijk. Maar die beloftes moet je dan wel waar maken. En volgens mij wat nu voorligt zijn wat cijfers over het gebruik in Amsterdam en dat roept wel wat vragen op. Daarom heb ik twee moties ingediend om te kijken hoe we deze belofte hard kunnen maken.

Allereerst willen we de parkeerplekken opheffen. Wij vinden dat eigenlijk voor elke deelauto die we toevoegen we een aantal parkeerplekken zouden moeten opheffen en dat wil ik graag meer inzichtelijk krijgen in deze rapportages. En als tweede over de deelscooters. Daar hebben we nog echt wel grote twijfels bij wat die nou toevoegen aan ons mobiliteitsverhaal, want we zien dat die worden gebruikt voor ritjes van zeventien minuten en vier kilometer. Dat zijn volgens mij afstanden die je heel goed met de fiets kan doen. Dus ik hoor graag, voordat we de actualisatie gaan doen voor ons beleid voor de zomer zien hoe deelscooters nou bijdragen aan onze mobiliteitsambities. (Het lid KOYUNCU: Voorzitter, ik zou collega IJmker willen vragen of het verplicht is om deelmobiliteit te gebruiken.) Nee. (Het lid KOYUNCU: Ja voorzitter, hoe kunnen we dan zeggen dat er bij het toevoegen van een deelmobiliteit een parkeerplek weg moet gehaald worden? De privé auto die gaat toch niet zomaar verdwijnen? Nou ik vind dat we in Amsterdam nog veel te veel ruimte hebben voor stilstaande auto’s en dat deelauto’s daar en vervanging van moeten zijn. (Het lid KOYUNCU: Voorzitter, daarmee creëer je toch parkeerdruk wat we niet willen hebben, of niet?) Die redenering klopt niet helemaal.

Volgens mij is het juist een punt, als je meer deelauto’s toevoegt dat je daarmee mensen wilt stimuleren om daar gebruik van te maken. En als je parkeren voor je eigen vervoermiddel moeilijker maakt, dan help je juist die gedragsverandering te stimuleren. (De VOORZITTER: Gaat u door) Dan heb ik nog een laatste motie, namelijk over deelmobiliteit. Dat woord gebruik ik, maar eigenlijk hebben we het gewoon over huren en niet echt over delen.

45

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

En wat ik heel graag zou willen zien is dat dat we in deze rapportage en ook ons beleid ook aandacht hebben voor, wat ik dan noem, echt delen. Dus gewoon bewoners of een VvE die met elkaar een paar vervoersmiddelen willen delen in een coöperatie of in een andere vorm. Volgens mij kunnen we dat ook stimuleren, maar laten we dat in ieder geval ook opnemen als we het überhaupt hebben over deelmobiliteit. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Ahmadi. Het lid AHMADI: Ja voorzitter, er is al zoveel gezegd en genoemd waar BIJ1 zich bij kan aansluiten, bijvoorbeeld dat we ook vinden dat deelmobiliteit veel beter verspreid moet worden door de stad heen. Want juist in die buitenwijken, zoals Noord, Zuidoost en Nieuw-West hebben mensen een manier nodig om makkelijk van A naar B te komen. Dus we sluiten ons ook aan bij de motie van het lid Koyuncu om inderdaad een extra heffing weg te nemen en, sterker nog, misschien te kijken of er abonnementen met korting voor stadspashouders of mensen in de buitenwijken aangeboden kan worden, of we daarover kunnen onderhandelen. Er zijn namelijk meer deel, ja deel-apps. Er is er eentje voor van alles en nog wat, voor gereedschap etcetera. En als je je bij die app aansluit, dan kun je bijvoorbeeld een abonnement nemen op de elektrische bakfiets. Dus ik denk dat we, als we het aantrekkelijk maken, dat de mogelijkheden er zijn.

En dat was eigenlijk mijn enige vraag. De VOORZITTER: Dank u wel. Andere sprekers hebben zich niet gemeld. Dan kijk ik naar de wethouder. Ga uw gang. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder VAN DER HORST. Wethouder VAN DER HORST: Dank, voorzitter. En nou ook in de commissie en nu weer in de raad, dit onderwerp roept gewoon toch echt heel veel op. Heel veel mensen willen er iets van vinden, vinden er iets van, willen er iets over zeggen. En het is ook echt een ontzettend mooie aanvulling en ik denk ook echt nodig in de transitie naar een ander vervoerssysteem. Dus dat deel ik. Daarom is denk ik het belang ervan ook zo groot en zijn we ook allemaal eigenlijk gewoon een beetje ongeduldig, want we willen eigenlijk dat ook gewoon al veel meer is dan wat het is. En dat frustreert ons misschien allemaal een beetje soms. We willen dat het overal toegankelijk is, we willen dat het goedkoper wordt, we willen dat het inclusief wordt. Volgens mij is dat een wens die we gewoon breed delen en de vraag is de weg ernaartoe, het hoe is gewoon niet altijd even simpel. En ik denk dat het heel goed is, we hebben een actualisatie van het beleid, die komt in Q2 naar de raad toe. Dat is denk ik ook heel erg het moment om het hier nog eens even goed over door te praten ook. Er zijn nu wat moties ingediend die ook verzoeken om wat meer informatie.

Mevrouw IJmker heeft eigenlijk twee moties ingediend die gewoon verzoeken: nou voeg dan meer informatie toe, dan kunnen we het daar ook beter over hebben. Dus in die zin kan ik die bij deze alvast positief preadviseren. We kunnen zoveel mogelijk van die informatie inderdaad ook gaan verzamelen en toesturen en betrekken bij die actualisatie. Dan kunnen we een goed gesprek voeren. En of het een vervanging is van het OV, ik denk inderdaad dat er wat interessante dingen over gedeeld zijn met elkaar en dat ook de cijfers nu, nou ja, mevrouw Moeskops zei het eigenlijk ook al wat zaken over, je kunt niet zo één op één

46

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

zeg ‘oh, dus het is altijd vervangen’ ‘oh, dus het is dit’. We moeten er wel voor waken dat het openbaar vervoer, het is geen doel op zichzelf. Het openbaar vervoer is er om mensen ergens naartoe te vervoeren. En op het moment dat jij misschien met het openbaar vervoer twee uur lang bezig bent om ergens te komen, waar je mogelijk met deelmobiliteit een uur over doet, dan is dat ergens natuurlijk ook iets waard. Dus ik denk dat we het niet zo tegenover elkaar moeten zetten, maar vooral heel erg moeten kijken naar welk systeem willen we in zijn totaliteit, hoe willen we dat mensen op hun plek komen en wat vult wat aan. En volgens mij moeten we daar heel erg slim mee omgaan met elkaar. Het moet niet zo zijn dat de deelmobiliteit het hele openbaar vervoer natuurlijk vervangt, want dat is helemaal niet houdbaar. Dat is ook helemaal niet wat er zal gebeuren, want daar kunnen wij namelijk wel op sturen. En, het is inderdaad, meneer Asruf is wel lastige afleidingsmanoeuvres <wethouder Van der Horst en de voorzitter spreken door elkaar heen> De VOORZITTER: Ik ben het met u eens. De heer Asruf benadert de interruptiemicrofoon op een buitengewoon subtiele manier. Meneer Asruf, heeft u een interruptie? De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Asruf voor een interruptie. Het lid ASRUF: Ja, en met veel plezier benader ik ook de interruptiemicrofoon.

De wethouder die geeft aan het eind aan dat inderdaad deelvervoer een aanvulling moet zijn op openbaar vervoer. Maar het gaat hierom: wat is nou het uitgangspunt? Is het uitgangspunt dat het openbaar vervoer hierin leidend is? En dat deelvervoer aanvullend is? Of is dit en-en of-of? Wethouder VAN DER HORST: Wij hanteren het zogeheten STOMP-principe, de heer Asruf waarschijnlijk wel bekend, stappen-lopen, trappen-fietsen, openbaar vervoer, dan MAAS, en dan gaat toch Engels, maar dat is niet anders, mevrouw de voorzitter, mobility as a service, dus dat is deelmobiliteit. We hebben eigenlijk allemaal woorden die je eigenlijk gewoon makkelijk kan zeggen, maar dan klinkt het niet meer zo leuk als STOMP, en dan pas privé bezit. Dus het antwoord daarop is, openbaar vervoer is in wezen de basis en deelmobiliteit is aanvullend daarop. Waarbij we ons niet blind moeten staren wederom of dat het één dus een doel op zichzelf wordt, maar altijd dat we kijken naar: wat is aanvullend op wat en hoe werkt het. Want we willen gewoon vooral dat mensen ergens kunnen komen en dat prettig en goed kunnen doen. En we willen ook gewoon heel goed genoeg openbare ruimte overhouden en dat allemaal veilig kunnen regelen met elkaar. Dus ik denk dat dat het antwoord is.

(Het lid AHMADI: Ja ik vroeg me dan af met dat sturen, we zagen wel in het overzicht dat er deels scooters vooral in het centrum worden gebruikt door mensen die uit de Pijp van de ene spot naar de andere willen rijden. En wordt er dan ook echt gestuurd op het uitbreiden van de deelscooter naar de buitenwijken? Want ik zag ook dat de aanbieder zelf daar niet per se heel enthousiast over is, maar daar wel iets moois te halen valt.) Dit ging absoluut nog terugkomen in mijn beantwoording, want ik heb de vraag zeer goed gehoord ook, over de gewenste spreiding, niet alleen van de scooter. We

47

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

gaan ook meer informatie nog over leveren voor de actualisatie. Maar gewoon überhaupt, die spreiding is gewoon ongelooflijk belangrijk. Het is wel zo dat het nu echt moeilijk is om dat af te dwingen, want het is inderdaad zo dat ze op dit moment wel zichzelf moeten kunnen bedruipen. Ja anders hebben we, als ze failliet gaan dan hebben we helemaal geen deelmobiliteit. Dus we moeten dat, dat gaat langzaam, maar je ziet het al steeds meer toenemen, steeds verder uitbreiden en wij vinden dat niet snel genoeg gaan. En ja, we zijn op dit moment gesprekken daarover aan het voeren om ze natuurlijk daar wel toe te bewegen. En er is ook wel animo voor, alleen ze geven gewoon aan dat het ingewikkeld is. En ik denk dat voor de scooters geldt natuurlijk wel, daar gaan we wel binnenkort ook wel wat beperkingen, we zijn al begonnen op het Rembrandtplein bijvoorbeeld met alleen maar dedicated plekken, zodat je dat in de openbare ruimte niet zomaar overal neer kan zetten. Dus op die manier proberen we ook het beleid ook wel enigszins aan te scherpen om in elk geval de overlast ervan te beperken. Maar voor scooters, inderdaad het is een goede vraag, kunnen we die beter uitbreiden, zodat die veel beter beschikbaar wordt. Het antwoord is: daar zijn we dus heel erg mee bezig. Onze middelen zijn beperkt, dus ik ..We hebben een motie die is ingediend door de heer Koyuncu.

Op dit moment, we voeren die gesprekken al, we zijn er al heel erg mee bezig, onze mogelijkheden zijn wel beperkt. Dus op dit moment moet ik wel, de motie kan ik niet positief preadviseren, maar ik omarm wel heel erg de intentie. En we zijn ook aan het kijken, dat was van de heer Asruf ook een vraag, de concessie, we zijn samen met de Vervoerregio ook aan het kijken of we deelmobiliteit mogelijk als concessie kunnen uitgeven. Wat zijn de voor- en nadelen daarvan. Dan heb je meer sturingsmogelijkheden, mogelijk ook gaat het dan geld kosten, want als wij overal willen dat overal deelmobiliteit gaat rijden, dan moeten we daar ook iets voor betalen. En dat is dan de volgende vraag: hoeveel gaat dat kosten en hebben we dat ervoor over? Dat zijn allemaal vragen die we ons dan zelf kunnen stellen. Op dit moment zijn we dat aan het onderzoeken. Het is wel moeilijk, want we staan in de kinderschoenen. Deelmobiliteit staat ook nog echt wel, nou niet helemaal in de kinderschoenen, maar een concessie daar zijn heel veel partijen ook nog niet helemaal klaar voor. Dus dat lukt niet in de huidige concessie voor het GVB, maar we zorgen er wel voor dat er daar een haakje komt, zodat we het ook niet uitsluiten in de toekomst. (Het lid ASRUF: Ja ik probeerde het nu nog iets subtieler te doen.

De wethouder geeft aan, de concessie wordt onderzocht, daar ben ik blij mee en ook dank voor de toezegging. Tegelijkertijd hebben we nu natuurlijk wel een middel, en dat is de vergunningverlening, om te kijken of we daar iets van aanscherping bij nodig hebben. En de wethouder geeft aan, we zijn in gesprek, maar blijft het bij in-gesprekblijven?) Ik denk dat het heel goed is om bij de actualisatie van het beleid deze discussie verder te voeren. We kunnen, bij vergunningen kunnen we van alles doen, maar sommige dingen kunnen we ook weer in vergunningen niet doen. Dus ik denk dat dat, dat we het daar de volgende keer even wat gestructureerder over kunnen hebben, waarbij de wens heel duidelijk gehoord is. Dus we zijn maximaal aan het kijken wat je bij vergunningverlening zou kunnen doen. Maar niet alles kan. (Het lid ASRUF: Kan ik er dan vanuit gaan dat bij de beleidsactualisatie Deelvervoer dat dan in ieder geval de ruimte die we hebben bij

48

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

vergunningverlening, dat dat in ieder geval in de brief terug, in ieder geval op teruggezien gaat worden?) Ja, ik kan zeker toezeggen dat we zullen ingaan op de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de verdere spreiding. (Het lid KOYUNCU: Ja voorzitter, ik wil mij, er is een beetje onduidelijkheid bij mij over de vergunningverlening. Is het de bedoeling dat wij, zoveel als mogelijk gaan implementeren bij de eerstvolgende vergunningverlening? Volgens mij is dat al over een paar maanden. Of zijn we nu bezig met de mogelijkheden verkennen op een volgende verlening van die vergunningen? Ik weet niet zeker of ik de vraag goed begrijp, maar we zijn, bij de volgende vergunningverlening kunnen we ingaan op de mogelijkheden en onmogelijkheden. En wat er dan mogelijk is, kunnen we dan natuurlijk dan op dat moment besluiten door te voeren. En vervolgens, als je een stap verder wilt gaan, dan heb je een concessie nodig. En dat vergt wel echt meer tijd dan een paar maanden. (Het lid KOYUNCU: Maar met de volgende vergunningverlening bedoelt de wethouder de aankomende van dit jaar? Klopt dat?) Ja, dat verschilt per van alles. Dus we zijn, volgens mij is dat goed om dat bij de beleidsactualisatie te bespreken, want dan, dat is het moment waarop we ons beleid kunnen aanpassen.

De VOORZITTER: Meneer Asruf weer op hetzelfde punt? Het lid ASRUF: Het is een vervolg op wat de heer Koyuncu zegt, dus. De VOORZITTER: Oké, vooruit, ga uw gang. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Asruf voor een interruptie. Het lid ASRUF: Dank u wel. Om het nog iets concreter te maken: de vergunningen voor deelscooters verlopen op 15 juni. Worden dan die voorwaarden aangepast, ja of nee? Wethouder VAN DER HORST: Ja. De VOORZITTER: Gaat u door. Wethouder VAN DER HORST: Ja, vervanging OV heb ik gehad. Volgens mij heb ik heel veel beantwoord. Even over de inclusiviteit, daar zijn we, nee, dat werd gevraagd door de heer Garmy, dat vinden we ook echt heel belangrijk. Is echt een aandachtspunt waar wij juist nu over in gesprek zijn ook met de partijen. En we willen ook kijken of bij de aangescherpte voorwaarden we ook praktische handreikingen daarover kunnen doen. Denk bijvoorbeeld aan inzicht in de grootte van de kofferbakruimte ten behoeve van een rolstoel. Al dat soort zaken proberen we te kijken hoe we zo ver mogelijk ook echt die inclusiviteit al daarin mee kunnen nemen. Parijs en Brussel, zeker, zijn we mee in gesprek. We zijn ook in Antwerpen geweest, want daar hebben ze ook weer een heel interessant model. We zorgen zeker dat we internationaal goed op de hoogte zijn van wat er allemaal speelt.

49

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

Even kijken, dan hebben we nog de stadspashouders. En volgens mij is het goed om daarover te zeggen dat we nou ja, in de volle breedte altijd kijken natuurlijk daarnaar. En we zullen ook, ja we kunnen daar gewoon in de beleidsactualisatie wel ook wel even verder op ingaan. Ik denk dat dat goed is om dat even toe te zeggen. Dat we ook daarin even ingaan, wat zijn nou de mogelijkheden ook voor stadspas. We hebben wel eens wat geëxperimenteerd wat niet helemaal lukte. We zijn er juist ook wel mee bezig, maar niet alles lukt dan of is geslaagd. We moeten daar ook weer van leren. We kunnen dan ook wel even op ingaan, want het is uiteraard een terecht punt dat ik ondersteun. Volgens mij, en dan hoop ik dat ik niemand heb vergeten, heb ik alles beantwoord, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan hebben we dit onderwerp voldoende besproken. Jeugdzorg 26. Kennisnemen van de raadsinfomatiebrief specialistische jeugdhulp VN2022-044357

ter

afdoening

van

moties

27. Kennisnemen van de brief van de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd inzake toezicht Jeugdbeschermingsketen VN2022-046008 28. Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de voortgang van de aanbevelingen naar aanleiding van het rapport Onmacht VN2022-044352 De VOORZITTER: En dan gaan wij over naar het laatste gevoegde onderwerp van deze raadssessie. Ik zou wethouder Moorman willen vragen om hier te komen. Aan de orde zijn de agendapunten 26, kennisnemen van de raadsinfomatiebrief ter afdoening van moties specialistische jeugdhulp, 27, kennisnemen van de brief van de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd inzake toezicht Jeugdbeschermingsketen, 28, kennisnemen van de raadsinformatiebrief over de voortgang van de aanbevelingen naar aanleiding van het rapport Onmacht. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: Motie van de leden Van der Veen, Abdi, Wehkamp, Bloemberg-Issa, Khan, Ahmadi, Broersen en Alberts inzake voor een betere Jeugdzorg, nr. 028-23 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Om namens de gemeenteraad van Amsterdam: - Onze grote zorgen te adresseren bij het Rijk over de gevolgen van de bezuinigingen op de jeugdzorg voor jonge Amsterdammers;

50

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

-

Een pleidooi te houden voor volle inzet op preventie, het verminderen van de werkdruk van jeugdprofessionals en het leidend maken van de inhoud.

En daarnaast de korte en lange termijngevolgen van de bezuinigingen op de jeugdzorg in kaart te brengen en te betrekken bij de behandeling van de Voorjaarsnota. Motie van de leden Abdi en Van der Veen inzake verloop van wachtlijsten in kaart brengen in het kader van de aankomende bezuinigingen, nr. 059-23 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: - Het verloop van wachtlijsten als gevolg van de bezuinigingen op jeugdzorg als gevolg van de hervormingsagenda periodiek in kaart te brengen en te delen met de Raad. De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Gemeld hebben zich om te spreken de leden Van der Veen, Wehkamp, Abdi. En moet ik daar nog iemand aan toevoegen? Dat is niet het geval. Dan heeft de heer van der Veen het…oh, Bons. Dan heeft de heer van der Veen het woord. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van der Veen. Het lid VAN DER VEEN: Dank u wel, voorzitter. ‘Betrek mij gewoon’, dat is de titel van een recent onderzoek door het onderzoeksproject Ketenbreed Leren en bekostigd door het VWS en de vraag : hoe heeft het zo kunnen komen? Hoe kan het dat een kind uit huis wordt geplaatst, hoe kan het dat er een klinische opname volgt? Het rapport analyseert de hulpverlenersgeschiedenis van ruim 30 jongeren die in een jeugdzorginstelling zijn beland.

Die hadden toen al gemiddeld tien jeugdzorgtrajecten van gezinstherapie tot een training ter beheersing van adhd achter de rug, waarvan het overgrote deel nauwelijks resultaat had. Wel waren de kinderen ondertussen gemiddeld negen keer verhuisd en waren ze vier keer van school gewisseld. Uit het onderzoek blijkt dat er vooral wordt gekeken naar de symptomen en niet naar de context, naar de onderliggende problemen, zoals nu vaak gebeurt, hebben jongeren in de knel vaak nauwelijks baat van te snel voorgeschreven behandelingen, diagnoses en interventies. En uit het onderzoek blijkt ook nog maar weer dat we slecht in staat zijn goed te luisteren naar ouders en kinderen. Voorzitter, voor GroenLinks is dit een van de redenen om te betogen dat het anders moet in de jeugdzorg, het moet beter. We moeten hartstochtelijk nieuwsgierig zijn en willen begrijpen hoe en waarom een kind in een bepaalde situatie is gekomen, want daar ligt de sleutel voor een duurzame oplossing. Deze inhoud zou wat mijn partij betreft leidend moeten zijn in gesprek met het Rijk en we zijn blij dat het wethouder Moorman is die namens Amsterdam ook met het Rijk de onderhandelingen hierover voert.

En voorzitter, om dit kracht bij te zetten, doet mijn fractie het voorstel, samen met heel veel andere fracties in de raad, om niet alleen de wethouder te steunen, maar ook namens de Amsterdamse gemeenteraad onze grote zorgen bij het Rijk te verkondigen. Ja, de jeugdzorg moet beter, maar wel vanuit de inhoud.

51

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

Ook vragen we tot slot om een korte en lange termijn gevolgenplanning, of die gevolgen in kaart te brengen en die voor te leggen bij de Voorjaarsnota, zodat we ons ook beter kunnen voorbereiden op de toekomst. Tot zover. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Wehkamp. Het lid WEHKAMP: Dank u wel, voorzitter. De uitdaging waar de Jeugdbescherming Amsterdam voor staat baart ons grote zorgen. De afgelopen weken, maanden en jaren is door velen de noodklok geluid, zoals door de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Deze noodklok klinkt en hebben wij ook horen luiden. Niet alleen na de moord op Femke K. en de publicatie van het rapport Onmacht, maar nog steeds blijft de jeugdbescherming kwetsbaar. We maken ons grote zorgen over de kinderen en de ouders die niet de zorg krijgen die nodig is en in het bijzonder bij Jeugdbescherming, waar de overheid heeft ingegrepen, omdat de situatie voor kinderen niet veilig is. De vele jeugdzorgers en jeugdbeschermers doen wat nodig is, maar er wordt met deze wachtlijsten teveel van hen gevraagd. We zien dat de wethouder zich inspant, zodat de kinderen en de ouders de zorg krijgen die nodig is en door goed kijken naar hoe beter kan worden samengewerkt. Deze zorgen zijn niet zomaar ontstaan, maar worden veroorzaakt door de grote tekorten in de jeugdzorg in mensen en budget met voor de gemeente grote financiële risico’s.

Het stelsel moet blijvend verbeterd worden. Ik steun dan ook de oproep om beter te luisteren, zoals de heer Van der Veen net zei, naar kinderen en ouders en ook om in te zetten op preventie. En daarom steunen we ook de motie van de heer Van der Veen. Nog enkele vragen voor de wethouder. Er is een landelijke werkgroep gestart die inzicht moet bieden in de vraag hoe om te gaan met de risico’s die samenhangen met de uitvoering van de Jeugdwet. Kan de wethouder ons informeren over de voortgang van deze werkgroep? Wat betreft de enkelvoudige specialistische jeugdhulp is het goed dat de wethouder voor een integrale aanpak kiest en hier ook de buurtteams OKT bij betrekt. Natuurlijk los je deze problemen niet op met alleen preventie, maar het zou goed zijn als ook, bijvoorbeeld in andere sociale domeinen, zoals Onderwijs en Sport, de zorgkaart goed zichtbaar is waardoor preventief kan worden gehandeld. Zijn zorgkaarten voor ouders op school goed zichtbaar, zodat je problemen vroeg kunt aanpakken? Het is ook belangrijk dat we van jongeren zelf hun ervaringen en meningen horen. Er wordt een monitor opgesteld, waarmee gevolgd wordt of de ontwikkeldoelen gehaald en er worden manieren ontwikkeld om kwalitatieve verhalen van cliënten te verwerken in een monitoring en een verantwoording.

Hoe staat het met de voortgang van deze monitor? Tot slot heb ik er vertrouwen in dat wij allen in deze raad de urgentie van problemen binnen Jeugdzorg in Nederland en Amsterdam voelen en dat wij er alles aan willen doen om zo snel mogelijk gezamenlijk tot een duurzame hervorming en implementatieplan te komen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Abdi, wiens maidenspeech ik helaas heb gemist.

52

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Abdi. Het lid ABDI: Ja dank u wel, voorzitter. Ik houd het even kort, want we hebben het uitgebreid hier ook over gehad in de commissie. Ook over wat ons afkoelt aan Jeugdzorg. Mijn fractie vindt het enorm pijnlijk eigenlijk dat we al jarenlang een jeugdzorgstelsel hebben dat niet goed functioneert en dat niet ten goede komt aan de meest kwetsbare kinderen en jongeren eigenlijk ook in onze stad. Dat te veel kinderen en jongeren erop moeten wachten op de zorg die ze nodig hebben, waar ze recht op hebben. Wachtlijsten die te lang zijn, personeel dat wegloopt en een kabinet dat zo stuurloos lijkt en niet met de hervormingen komt die broodnodig zijn om ervoor te zorgen dat wij een stelsel hebben dat werkt voor onze kinderen en zorgen dat zij de hulp krijgen die ze nodig hebben. Misschien nog een laatste ding over die wachtlijsten. Wachtlijsten klinken soms heel erg abstract, maar een wachtlijst houdt gewoon in dat als een kind bijvoorbeeld depressie heeft, daarvoor behandeling krijgt dat hij daar onnodig lang, maandenlang op moet wachten. En ik denk dat we hier in deze raad ook ervan doordrongen moeten zijn wat dat betekent eigenlijk voor het perspectief van zo’n kind, van zo’n jongere als hij niet tijdig hulp krijgt en het daardoor onnodig verergert.

Dus dat is het belang dat voorop staat en dat is het belang dat wat mij betreft, wat mijn fractie betreft het college volop op moet inzetten bij de onderhandelingen. Dus daar eerst mee gezegd. Het nodige is gezegd door mijn collega Van der Veen ook inderdaad schade van de bezuinigingen en ook wat de inzet zou moeten zijn wat ons betreft richting het Rijk. Ik ben wel benieuwd of de wethouder iets meer kan zeggen ook over hoe het met de onderhandelingen staat. Het is wel in de commissie gezegd, maar ik vind een update eigenlijk hier ook wel heel erg prettig en wenselijk. Ik ben in het bijzonder ook benieuwd naar een wetsvoorstel waar het kabinet mogelijk mee bezig is als het gaat om het invoeren van een eigen bijdrage. Ik ben benieuwd hoe de wethouder hier tegenaan kijkt en wat zij hierover weet. Nou ja, mijn fractie heeft samen ook met GroenLinks een motie ook ingediend om te kijken wat het geplande effect is van deze bezuinigingen die nu al eigenlijk al zijn ingeboekt en wat dat doet met de wachtlijsten. En of wij daar ook periodiek over geïnformeerd kunnen worden, zodat wij veel meer kunnen controleren en ook sturen. Dus ik hoop ook heel graag te horen van de wethouder wanneer we zo’n eerste soort rapportage ook zouden kunnen ontvangen. Dank. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bons. Het lid BONS: Ja dank u wel, voorzitter.

De fractie van BIJ1 en natuurlijk ook de partij die brengt steeds naar buiten dat het voor bepaalde mensen in Nederland echt niet fijn is. En dat er heel veel aan gelegen ligt wat een historische context heeft, wat al langer duurt. Ik denk dat we nu de effecten zien van het beleid en we zitten natuurlijk met een enorm, ja probleem, want we moeten de diversiteit en inclusie natuurlijk ook echt gaan naleven. En daarbij zie je dat in de zorg natuurlijk niet altijd op de juiste manier met dezelfde mensen om wordt gegaan. Dus het is voor mij heel belangrijk en voor onze partij dat daar visie op is en dat we ook kunnen, dat we ook bepaalde groepen mensen echt, die zo in de knel zitten in die zorg, gewoon met een bepaalde

53

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

voorrang kunnen behandelen. Dat gaat ook, we hebben ook een zorgplicht naar hen toe. En daarnaast wilde ik ook nog vragen of het mogelijk is, omdat het natuurlijk ook allemaal financieel is en we hebben gehoord dat daar echt problemen, ja dat het daar echt niet heel erg tof is op dit moment in de financiën, of er, want dat hoorde in dan ook van de burgemeester laatst en dat vond ik een ontzettend leuke en opmerkelijke actie, maar dat er bedrijven zijn, instellingen die bijvoorbeeld best geld hebben, maar die voor een goede, voor een goed onderwerp misschien, en juist omdat het hier gaat om kinderen en de toekomst, of ze daar misschien ook specifiek eens over kunnen nadenken, of u daarover kunt nadenken, voorzitter. Dank u. De VOORZITTER: Dank u wel. Andere sprekers hebben zich niet gemeld. Dan kijk ik naar de wethouder, die is zover. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. Wethouder MOORMAN: Voorzitter, bedankt. We hebben er even op moeten wachten tijdens deze raadsvergadering, maar fijn dat we over deze gezamenlijke punten nu spreken. We zullen dat volgens mij tijdens de volgende raadsvergadering ook weer doen naar aanleiding van het stuk dat we afgelopen commissie hebben besproken en ik vermoed dat dit nog wel vaker aan de orde gaat komen, want we zitten inderdaad op dit moment midden in die onderhandelingen tussen de VNG en het Rijk over de hervormingsagenda.

En het is gewoon op dit moment ja spannend in de jeugdzorg, of het nou gaat over de jeugdbescherming waar het, nou ja, dat ziet u ook natuurlijk, met de jeugdbeschermers die aan het demonstreren zijn, die ook vragen om meer ondersteuning en ik denk ook terecht. Tegelijkertijd zien we inderdaad de wachtlijsten oplopen en hangt er natuurlijk nog die enorme bezuiniging boven het hoofd die het Rijk heeft ingeboekt en zien we overal tekorten. Dus dat is, nou dat is zorgelijk. Ik snap dat u uw zorg daarover uitspreekt en ik deel dat ook. En in die zin ben ik ook blij met de motie van de heer Van der Veen samen met collega’s, voorzitter. Uiteraard doen wij dit al en daar heb ik u ook over geïnformeerd, maar ik zie deze motie meer als een oproep aan uw collega’s hier in de raad om dat ook als gemeenteraad te ondersteunen en daar heb ik natuurlijk wat aan als ik daar aan de tafel zit. Dus ik laat het aan u, want het is een oproep aan uzelf, maar ik kan u wel vertellen dat ik er niet ongelukkig mee ben. En uiteraard ga ik u, en dat is het tweede dictum van de motie, ook informeren hoe dat verder verloopt. Voorzitter, ik wil daarbij ook benadrukken dat ik het volstrekt eens ben met de heer Van der Veen. Hij noemt dat ‘hartstochtelijk nieuwsgierig’. Ik vind dat een hele mooie term en zo ken ik hem overigens ook in de bijdrages die hij tot nu toe heeft geleverd.

Maar dat we ook inderdaad met een nieuwsgierige, maar ook met een gepassioneerde blik moeten kijken naar wat er op dit moment gebeurt in die jeugdzorg. En dat we inderdaad veel symptoombestrijding aan het doen zijn. En soms, omdat kinderen problemen krijgen door andere problemen, schuldenproblematiek, stress bij ouders, GGZ-problematiek, verslavingsproblematiek, bestaanszekerheid die onder druk staat, nou noem maar op. En dat we dan vervolgens aan de kinderen gaan zitten sleutelen, terwijl het probleem eigenlijk elders ligt. Dat is een opgave voor het sociale domein sowieso. Dus wij zien in het sociale domein, en zeker na de decentralisaties, dat samenwerking ongelooflijk belangrijk is en tegelijkertijd ook heel complex. En dat

54

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

we ook zien dat dat op heel veel verschillende gebieden in gemeentes op een andere manier is georganiseerd en niet altijd op de beste manier. Daar zijn we over aan het praten en mee aan de slag. Dat is ook meteen een antwoord op de vraag van mevrouw Wehkamp, want u vraagt heel specifiek: hoe werkt dat nou met de buurtteams samen? Dat is natuurlijk de opdracht. En ik merk ook dat op heel veel plekken vanuit die opdracht wordt gewerkt, ik merk ook dat het soms nog niet makkelijk is, want het is ook complex, en het is ook mensenwerk, en er zijn inderdaad ook heel veel casussen die je allemaal moet aanpakken. Dus het gaat heus nog niet overal goed en sterker nog, ik denk ook niet dat we de garantie kunnen geven dat het altijd goed zal gaan. Maar dat betekent nog niet dat het ons ontslaat van de verplichting om dat wel zo goed mogelijk aan elkaar te verbinden. Dat is een opgave die we met zijn allen hebben, maar die je het sterkste terugziet in de problemen in de jeugdzorg. Want dat is uiteindelijk waar je het uiteindelijk ziet ontstaan als al het andere misgaat. En daarom moeten we hier vooral met en hartstochtelijke, nieuwsgierige blik naar blijven kijken. En dat is ook precies de gedachte achter de transitie waar we nu inzitten. Of het nou gaat om de proeftuinen, als het gaat om een toekomstscenario, of als het gaat om de hervormingsagenda.

Dus daar wil ik heel erg graag aan werken, dat gaan we hoe dan ook doen. Maar daarbij moet ik ook wel meteen zeggen dat ik me echt wel zorgen maak over de randvoorwaarden die daarin geboden worden. U noemt al de personeelstekorten die we zien. Maar zeker ook de tekorten die we financieel zien, die natuurlijk effecten hebben op de hulp die wij kunnen bieden. We willen allemaal die transitie, er is echt werkelijk niemand in het land die zegt ‘dat willen we niet’. Dat willen de aanbieders, dat willen de gemeentes, dat wil het Rijk, maar met een grote bezuiniging die erboven hangt, ga je waarschijnlijk eerder reorganiseren dan dat je ook echt naar een transitie toegaat. En dan raak je juist naar binnen gericht in plaats van dat we die verbinding met elkaar vinden. En dat is zorgelijk. Dus daarvoor wordt er op dit moment stevig onderhandeld. Mevrouw Wehkamp die verwijst naar, ik denk dat ze verwijst naar de briefwisseling die er is geweest richting de Eerste Kamer en de bewindspersonen. Er is een brief geweest natuurlijk van staatssecretaris Van Ooijen, dat het niet is gelukt om voor het einde van het jaar tot een, nou ja tot een compromis, zal ik maar zeggen, of in ieder geval tot een gezamenlijk plan te komen, wat natuurlijk wel de bedoeling was, zoals de commissie van Wijzen ook eerder heeft aangegeven. Vervolgens is er inderdaad een werkgroep aan de slag gegaan.

Daar zit VWS in en daar zit JNV in, er zit BZK in en daar zit de VNG in. En wat doen we daar? Ja we gaan, ja er worden op dit moment verschillende varianten uitgewerkt die zeer gaan over risicoverdeling, want dat is natuurlijk wel wat er op dit moment aan het gebeuren is. De toename in de jeugdzorg is zeker aanwezig, waarbij ik wel wil opmerken dat dat niet alleen maar is, of zeker eigenlijk helemaal niet is wat soms wel wordt verondersteld, dat kinderen worden geholpen die de hulp niet nodig hebben. Nee, kinderen worden geholpen omdat ze problemen hebben, maar dat neemt wel kosten met zich mee en daar zien we een enorme stijging in. Natuurlijk moeten we het normaliseren en moeten we de administratieve last weghalen, maar daar ben je niet meteen. En dat betekent dat er nog steeds een groot risico zit in het hele stelsel en ja, daar hebben we nog steeds discussie over: op wie komt dat risico terecht? En de gemeentes zeggen daar heel er duidelijk, en ik denk ook, nou ik vind zeker terecht, dat dat natuurlijk nooit het risico kan zijn van de gemeente. Zolang de Jeugdwet de ruimte biedt om dit allemaal te doen, willen wij dit zo goed mogelijk doen en dan kan

55

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

het Rijk niet zeggen: ja dat risico is dan ook van u. Sterker nog, het staat ook gewoon in de wet, Artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet geeft heel duidelijk aan dat elke taak die de gemeente heeft ook moet worden vergoed door het Rijk. Nou goed, daar hebben we nog flinke discussie over aan de onderhandelingstafel. Daar zijn we niet, ik maak me best ook soms zorgen over hoe dat loopt. Ondertussen moeten we wel verder, want wij willen hier inderdaad die transitie sowieso vormgeven. Maar dat zijn wel ja toch de donkere wolken die daarboven samenpakken. Natuurlijk moeten we dat ook zo goed mogelijk monitoren. Wij doen dat ook op dit moment. Wij hebben op dit moment redelijk goed zicht op de wachtlijsten. En dat willen we ook, omdat wij een Aanpak Wachtenden aan het ontwikkelen zijn. Aanpak Wachtenden betekent dat als je op die wachtlijst staat dat er niet niks gebeurt, maar dat we binnen die wachtlijst kijken: wie heeft er op dit moment echt de hulp nodig en kan niet langer wachten? En voor wie is er misschien iets meer wachttijd minder schadelijk of kan op dit moment op een andere manier geholpen worden? Dus daarvoor moet je ook een goed inzicht hebben. Laat mij daarbij wel meteen zeggen, voordat ik even een punt zet, zodat er een interruptie kan worden gepleegd door mevrouw Wehkamp, dat de veronderstelling dat er nooit wachtlijsten zullen zijn een verkeerde is.

Wij hebben niet in ons financieel stelsel en niet in de manier waarop we hebben ingericht overmaat ingekocht. Want dat zou je moeten hebben. Op het moment dat je nooit een wachtlijst hebt, dat zou betekenen dat je altijd lege plekken zou hebben, die gevuld kunnen worden op het moment dat iemand zich aanmeldt. Ik denk ook niet dat dat verstandig is, want ik denk dat het heel goed is om steeds te kijken: wie heeft wat nodig? Het is een transitie naar de voorkant, precies zoals de heer Van der Veen zei, en daar zijn we mee bezig. Dus de veronderstelling dat er nooit wachtlijsten zouden moeten zijn, is denk ik niet de goede. Dat is wat anders dan dat kinderen veel te lang op een wachtlijst staan en daarmee in grotere problemen komen wat we op dit moment wel degelijk zien. We zien ook jeugdbeschermers die hun haren uit hun hoofd trekken, omdat zij inderdaad een kind met een maatregel geen jeugdhulp kunnen bieden. We zien ook dat er daardoor een perverse prikkel ontstaat van het vrijwillig kader naar het gedwongen kader, omdat je alleen nog maar met een maatregel misschien in aanmerking komt voor jeugdhulp. Nou dat moeten we allemaal niet willen. Dus en daarom willen we ook zeker met die Aanpak Wachtenden daar goed naar kijken. Punt. (Het lid WEHKAMP: Ja dank u wel. En dank u wel ook voor uw betoog.

Fijn, nou ja, de heer Van der Veen zei het al, fijn dat u zoveel hart voor de zaak heeft en ik, nou ja goed. Ik wilde even interrumperen op de opmerkingen over het traject dat je zit als je op de wachtlijst staat. Ik was laatst bij een GGZ-instelling en ik had gehoord dat er via de buurtteams ook van die buddy-trajecten zijn. En ik was even benieuwd, is dat nou waar u aan refereert en kunt u daar misschien een les uit trekken, gewoon om te weten waar u het nu over heeft, die nieuwe aanpak die u ontwikkelt?) Ja, de Aanpak Wachtenden is velerlei, dus het kan zijn dat er inderdaad alternatieve hulp wordt aangeboden in de tussentijd. Het kan ook zijn dat iemand voorrang krijgt. Nou ja, het meest makkelijke is te zeggen: een kind met een maatregel krijgt voorrang, maar we moeten oppassen dat dat ook niet een pervers effect in zich heeft, want dan gaan mensen naar de rechter om überhaupt nog jeugdhulp te kunnen krijgen en dat lijkt mij ook niet verstandig. Dus we moeten dat verstandig doen.

56

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

En dat betekent ook ruimte geven aan de professional. Dat is heel belangrijk. Dat je vanuit de professional, die kunnen uiteindelijk de beste inschatting maken. En, ik vond het ook echt heel verstandig wat de heer Van der Veen zei over soms ook de tijd nemen ergens voor. Wij zijn geneigd om als ergens zich een heel groot probleem voordoet, dat we eigenlijk onverteerbaar vinden, direct het op te willen lossen. Dat is natuurlijk wat we allemaal willen en tegelijkertijd weten we ook dat verstandig daarnaar kijken; wat is er nou eigenlijk echt aan de hand, wat is het onderliggende probleem? Dat kost soms iets meer tijd, maar zorgt wel voor een betere oplossing en een langduriger oplossing. Voorzitter, dan kom ik bij de motie van het lid Abdi en collega’s. Dat zicht op die wachtlijsten, dat zijn we aan het, dat hebben we eigenlijk vrij goed. Dat is natuurlijk wel een op zich een fluctuerend beeld, dat begrijpt u. Dus het moment dat ik u daarover informeer is het eigenlijk hetzelfde moment alweer anders. Dus we moeten oppassen dat we dat niet star maken. En we moeten ook oppassen dat we daarvanuit concluderen, eigenlijk een betoog dat ik net hield, een wachtlijst is per definitie fout. Nee, het gaat ook om hoe je daarmee omgaat. Maar het laat natuurlijk ook wel trends zien.

En wij weten ook, en ik heb u ook daarover geïnformeerd, dat bezuinigingen natuurlijk zullen leiden tot langere wachtlijsten en dat is zeer onwenselijk. En al helemaal als het gaat om jongere kinderen die soms wel twee jaar moeten wachten op de hulp die echt hard nodig is. Dus ik wil uw motie daarin graag ondersteunen, want ik denk dat het verstandig is dat, zeker met het gesternte dat wij nu hebben, dat we daar goed naar blijven kijken. Dan vroeg u, of dat vroeg dan mevrouw Abdi voorzitter, ook nog naar de eigen bijdrage en of ik op de hoogte ben van een wet die daarvoor in ontwikkeling is. Nee dat ben ik niet. Ik denk dat u verwijst naar die 511 miljoen die bovenop dat miljard van de hervormingsagenda ook nog als een bezuiniging is meegenomen in het nieuwe coalitieakkoord van het Rijk. Daar zijn we allemaal natuurlijk ongelooflijk van geschrokken. Niemand had dat zien aankomen. Sterker nog, de VNG heeft op dat moment ook de onderhandelingen stilgelegd, omdat het echt contrair was aan de afspraken die eerder waren gemaakt. Als gevolg daarvan heeft het Rijk gezegd: oké, die zijn voor eigen rekening. Nou dat betekent niet dat de rekening dan ook ligt bij het Rijk, maar dat ze dat op een andere manier buiten de hervormingsagenda gaan doen. En het vermoeden is, maar dat is nog niet uitgesproken, dat dat eigen bijdrage zou kunnen zijn.

Hoe dat zich vervolgens gaat vormgeven, dat vraag ik mij zeer af. Ik neem toch aan dat dit, als je het al zou willen doen, inkomensafhankelijk is, kom je bij een kleine groep die zou die enorme hoge bijdrage moeten leveren. Volgens mij is dat vrijwel ondoenlijk, nog afgezien van het onwenselijke daarvan. Want je wilt dat elk kind dat hulp nodig heeft, de hulp ook daadwerkelijk krijgt. Dus het lijkt mij niet verstandig, het lijkt mij heel ingewikkeld. Ik ken daar ook nog geen ontwikkelingen op. Wij weten überhaupt niet wat er op dit moment met de 511 gebeurt. Zodra ik er meer over weet dan zal ik het de raad uiteraard laten weten. Voorzitter, als ik het goed begreep, en dan kijk ik even in de richting van het lid Bons, vroeg zij mij vooral: hoe ziet de toekomst er nou uit, hoe ontwikkelen we ons op het jeugdzorgstelsel? Nou ik denk dat ik daar al een schets van heb gegeven. We zijn natuurlijk met heel veel bezig, we werken aan een toekomstscenario, we zijn bezig met de hervormingsagenda. We hebben natuurlijk onze eigen ontwikkelagenda hier in Amsterdam. Dus er zijn heel veel bewegingen op dit moment. En ik ga ervanuit dat wij hier ook de komende jaren veel met elkaar over van gedachten zullen wisselen.

57

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

(Het lid ABDI: Ja heel kort, voorzitter. Vanochtend heb ik aan, nee vanmiddag, begin van de middag heb ik natuurlijk aan het college de vraag gesteld over het pleidooi voor stichting Het Vergeten Kind. En daar heeft wethouder Groot Wassink op gereageerd. Maar ik wilde heel kort ook even dezelfde vraag eigenlijk stellen aan wethouder Moorman, natuurlijk omdat het gaat over jeugdzorg en hoe we dat kunnen voorkomen en dat jongeren die, zeg maar, uit huis geplaatst worden dat die onnodig dakloos worden. Het gaat juist om die harde, zeg maar, grens tussen 18 min-18 plus. Ik begrijp dat wij heel veel op doen, maar ik was benieuwd of de wethouder daar misschien nader op in kan gaan en ons daarover geïnformeerd kan houden. Dank. Ja voorzitter, dit is nou typisch zo’n geval van een papieren werkelijkheid die niet matcht met de leefwereld. Dus er wordt eigenlijk gezegd: ‘we gaan goed voor je zorgen, je kunt het niet zelf, er zijn problemen. En vanaf het moment klokslag dat je 18 wordt, zou je het ineens wel allemaal zelf moeten kunnen doen’. En als je dan kijkt naar wie zijn er dan dakloos, en waar komt dat dan vandaan, dan kom je gewoon opvallend veel jongeren tegen die daarvoor in een instelling zaten.

Dus het laat zien dat wij daadwerkelijk daarmee jongeren de dakloosheid in jagen, wetende ook wat dakloosheid met je doet, met je toekomstperspectief doet, maar ook wat dat doet ook met onze overheidsfinanciën, om het dan maar even heel bot te maken, is het gewoon heel onverstandig. Dit probleem is niet ineens deze week ontdekt door stichting Het Vergeten Kind. Ik vind het wel heel goed dat ze er aandacht aan geven, want het is een probleem dat wij al heel veel langer zien. Dit zal natuurlijk ook een andere wettelijke basis vergen. Maar dat hier veel aandacht voor wordt gevraagd en dat we ons echt met elkaar nadenken hoe kunnen we dit met elkaar beter gaan doen, ja ik ben heel blij met de oproep die ze hier hebben gedaan. Voorzitter nog één ding om te benoemen en dat is ook wel, ja ik weet niet eens of het een gunstig signaal is of dat het nou ja, eigenlijk misschien ook wel vrij pijnlijk is. Het IBT waar het lid Wehkamp naar verwees, die gaat eraf. Daar krijgen wij binnenkort krijgen wij daar ook berichten van. Dat was overigens geen IBT opgelegd op de JBR, maar voor heel Noord-Holland. U heeft gezien dat wij daar eerder al een brief over hebben gestuurd, dat wij daar verbaasd over waren, omdat wij niet zagen wat wij daarin verkeerd deden. Nou daarvan is inmiddels ook aangegeven: ja, dat is ook een beetje gek.

Dus zodra daar meer nieuws over is, dan laat ik dat u uiteraard weten, zodra we daar berichten over krijgen. Het is niet zo dat daardoor ineens dingen heel veel beter zijn geworden. De VOORZITTER: Dank u wel. Was er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan hebben wij hiermee alle inhoudelijke onderwerpen behandeld. Ik kijk even naar u; hoeveel tijd heeft u ongeveer nodig om uw stemlijsten op orde te kunnen brengen? Dat is altijd het gevaar, nu krijg ik ongeveer 30 zeer genuanceerde, maar ook verschillende meningen. Ik stel voor dat we tot 16.30 uur schorsen. De VOORZITTER schorst de vergadering om 16.07 uur. De VOORZITTER heropent de vergadering om 16.38 uur.

58

R Jaar 2023 Vergaderdatum 26 jan. 2023

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

De VOORZITTER: Dames en heren, we gaan over naar de stemmingen. En dan wil ik even met de administratie beginnen. Volgens onze administratie zijn afwezig Kabamba, Minderhoud, Bakker, Kreuger. Klopt dat, of zijn er nog meer mensen afwezig? Volgens mij klopt dat. Dat betekent dat we 41 stemmen hebben en dat er bij 21 stemmen een meerderheid is. Goed, ik meld nog eens dat bij elk onderwerp u een stemverklaring kunt afgeven, maar niet apart bij moties en amendementen. Da gaan wij beginnen met agendapunt 3b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12404105/1