20221006 verslag gemeenteraad middag
Tekst van het document
Dus dat is volgens mij wel degelijk een antwoord op uw vraag. Daarnaast heeft u volgens mij in een verder constructieve bijdrage in de commissie aangegeven: kunnen we gaan verkennen of we ook andere leenfaciliteiten vorm kunnen geven? En toen heb ik ook aangegeven dat zeker te doen en daarnaar te kijken. Maar laten we helder zijn dat we mensen, die nu om isolatie staan te schreeuwen, niet kunnen opzadelen met nog een lening. De VOORZITTER: Dank u wel, wethouder. Daarmee kunnen wij dit agendapunt sluiten.
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
De discussie wordt gesloten.
Openbare Ruimte en Groen 17. Kennisnemen van de brief over de resultaten bestuursopdracht Amsterdamse Bos duurzaam op orde VN2022-028847 De VOORZITTER: En gaan we door naar het volgende agendapunt. Dat is agendapunt 17, het kennisnemen van de brief over de resultaten Bestuursopdracht Amsterdamse Bos duurzaam op orde. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: Motie van de leden Bakker, Van Renssen, Moeskops, Noordzij, Bobeldijk, Wijnants, Ahmadi, Kabamba, Boomsma, Koyuncu, Garmy en Nanninga inzake een structurele financiële bijdrage van Amstelveen aan het Amsterdamse Bos, nr. 358.22 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
Amstelveen te verzoeken een structurele bijdrage te gaan leveren aan de kosten voor het veilig en toegankelijk houden van het Amsterdamse Bos.
De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: De eerste spreker is in ieder geval mevrouw Bakker namens de Partij voor de Dieren. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bakker. Het lid BAKKER: Dank u wel, voorzitter. Ja, het Amsterdamse Bos. Ik zal niet de hele discussie die we uitgebreid hebben gevoerd in de commissie opnieuw doen over het Amsterdamse Bos. Maar ik wil wel graag de context schetsen van de motie die ik met een grote meerderheid van de raad heb ingediend, een brede raad. Want het is zo dat we al jarenlang praten over het Amsterdamse Bos. En het gaat er vooral om dat er grote structurele tekorten zijn voor het onderhoud en dat we ook nog kampen met achterstallig onderhoud. En dat is doodzonde. Bijvoorbeeld ook die mooie bruggen van Kramer. Ja, we willen dat heel graag oppakken met elkaar, maar het lukt niet. Er is een heel bestuurlijk traject in gang gezet en er zijn veel gesprekken gevoerd, ook met Amstelveen. Maar tot nu toe is het niet gelukt om financieel de handen op elkaar te krijgen. Er ligt wel al een plan. Dus bestuurlijke samenwerking is wel in gang gezet. Dus daarom een motie, een raadsbrede motie, om de wens van de raad van Amsterdam neer te leggen bij Amstelveen met het verzoek om structureel bij te gaan dragen aan het bos. Daarbij heb ik nog een kleine suggestie.
En dat is een voorzichtige suggestie met nadruk, geen oproep, maar iets om even over na te denken. Want het zou natuurlijk zo kunnen zijn dat Amstelveen bij een langdurige financiële verbintenis en we alles op orde kunnen krijgen misschien ook een dubbele achternaam zou willen gaan hanteren. En daarom, heel voorzichtig, om mee te geven: zouden we misschien, ja, als handreiking de naam Amsterdamse Bos, ja, kunnen heroverwegen. Dank u wel.
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Bakker. We kijken uit naar de naamsuggesties. Ik heb op mijn lijstje inderdaad staan nog mevrouw Van Renssen. Die is er niet. Maar ik zie mevrouw Van pijpen aanstalten maken, dus zij heeft het woord namens GroenLinks. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Pijpen. Het lid VAN PIJPEN: Ja, dank u wel, voorzitter. En inderdaad ook namens mevrouw Van Renssen, maar vooral namens de GroenLinks-fractie wil ik toch ook het een en ander zeggen. Want het Amsterdamse Bos – ik zeg het nog met veel plezier, ook het Amsterdamse Bos, want zeker op dit moment is dat absoluut het geval – gaat ons zeer aan het hart. Het is een uniek groot bos vlakbij Amsterdam, maar inderdaad in de gemeente Amstelveen, met veel ruimte voor dieren en planten, veel natuurwaarden en ruimte om te wandelen, te roeien, te zwemmen, misschien ooit, heel misschien, weer te schaatsen en te spelen voor Amsterdammers en Amstelveners. En we hebben dus ook gezamenlijk als gemeenten dat bosplan opgesteld, wat dateert van begin 2021. En beide gemeentes zouden bestuurlijke en financiële constructies bekijken om het bos voor de toekomst te kunnen behouden. Amsterdam heeft de verantwoordelijkheid genomen door acht miljoen vrij te maken voor achterstallig onderhoud, waarmee we nu ook de natuurwaarden verbeteren.
Maar de vraag is: wat doet onze buurgemeente Amstelveen? En GroenLinks wil dat we vaart maken met de afspraken. Daarom zijn wij ook heel blij om ook samen met andere partijen de motie in te dienen. En tot die tijd blijven we gewoon Amsterdamse Bos, stel ik voor. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Van Pijpen. Zijn er nog andere leden die het woord willen in eerste termijn? Dat is niet het geval. Dan gaan we luisteren naar wethouder Van der Horst voor de eerste termijn van het college. Het college heeft nog veertien minuten. Dus het begint krap te worden. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst. Wethouder VAN DER HORST: Allereerst een compliment aan mevrouw Bakker, dat zij deze motie indient met zo’n brede steun van de raad, die allemaal mee hebben ingediend. Dat vind ik heel mooi om te zien. Ja, ik kan hem alleen maar van harte omarmen. De VOORZITTER: Mevrouw Van der Horst, ik moet u even onderbreken, want het begint een traditie te worden. Maar u stond bekend als mevrouw Pels. Dus u moet even opnieuw inloggen met uw pasje. U heeft uw pasje überhaupt niet bij u? Kijk. Dat is het mysterie. We willen strak de spreektijden per wethouder bijhouden. Gaat uw gang. Wethouder VAN DER HORST: Sorry, mevrouw Pels dan. Waarbij het college natuurlijk namens één mond spreekt en wij zeer goed samenwerken. Ik omarm hem dus van harte.
Ik heb toevallig vorige week al een gesprek, ook een eerste, gewoon een informeel, gesprek gehad met mijn collega uit Amstelveen. Dus wij gaan er gewoon met zijn allen ook constructief in. Maar ik denk dat deze motie uiteraard ons gewoon kan steunen in dat gesprek. En dan wil ik me even verder nog onthouden van de naamgeving, et cetera. Dat is iets wat ik alleen nog even gehoord heb op dit moment.
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
De VOORZITTER: Dank u wel, wethouder. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Dan gaan we door naar het volgende agendapunt, maar voordat we daarmee beginnen, vraag ik aan mevrouw Kabamba of zij het voorzitterschap van mij over wil nemen. En daarvoor schors ik. De VOORZITTER schorst de vergadering. Voorzitter: het lid Kabamba De VOORZITTER heropent de vergadering.
Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit 18. Kennisnemen van het ongevraagd advies van stadsdeelcommissie Oost over parkeren op Java-eiland en het tekstvoorstel voor een motie VN2022-029321 De VOORZITTER: Dan gaan we nu verder met agendapunt 18, kennisnemen van het ongevraagd advies van Stadsdeelcommissie Oost over parkeren op Java-eiland en het tekstvoorstel voor een motie. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende motie is ingekomen: Motie van het lid Wijnants langbovengrondsparkeerders, nr. 333.22
inzake
inzet
Hardheidsclause
voor
Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
-
Om de bestaande hardheidsclausule te hanteren in geval iemand na meer dan tien jaar bovengronds te hebben geparkeerd middels een parkeervergunning nu alsnog ondergronds moet parkeren en dit leidt tot gevallen van bijzondere hardheid Dit op basis van de bestaande parkeerdruk mogelijk is (lager dan 80 procent).
De motie maakt deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Er hebben zich sprekers aangemeld. Uiteraard de heer Wijnants van de VVD, de heer Koyuncu van DENK, de heer Asruf van de PvdA en de heer Van Schijndel van Forum voor Democratie. En dan beginnen wij met de heer Wijnants. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Wijnants. Het lid WIJNANTS: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Voorzitter, ik moest bij het voorbereiden van dit agendapunt denken aan die beroemde uitspraak van Jan Schaefer. Niet die wat sleetse over dat gedoe met wonen, maar een veel mooiere, namelijk: is dit
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
beleid of is erover nagedacht? En, voorzitter, ondergronds parkeren is natuurlijk al jaren beleid in Amsterdam. Dat is ook verstandig beleid. Maar toch leidt het af en toe ook wel tot een aantal misstanden. En die hebben we nu gezien onder andere op Java-eiland. En voorzitter, ik ga het heel kort houden. Dus ook niet de hele discussie in de commissie opnieuw doen. Ik ga een aantal vragen stellen aan de wethouder en ik heb daar natuurlijk ook mijn motie over ingediend. Vraag aan de wethouder is eigenlijk om een stadsbreed onderzoek te doen naar ‘hoe vaak komt dit nou voor’, het fenomeen waarbij mensen jarenlang bovengronds hebben kunnen parkeren en waarbij ze nu alsnog ondergronds moeten parkeren, wat leidt tot forse stijging van de maandlasten, waardoor zij in sommige gevallen – en ik heb de mensen gesproken op Java-eiland – echt de stad uitgaan. Dat is iets wat we volgens mij met zijn allen niet moeten willen. En ik zou graag aan de wethouder willen vragen om ook een pas op de plaats te maken met het aanschrijven van de bewoners die het hier betreft, voordat we in de gaten hebben gekregen hoe groot deze groep nou is en wat de problematiek nou is waar het hier om gaat. En ik zou ook eigenlijk ook wel de wethouder willen vragen om toch nog eens een keer te kijken naar de situatie op Java-eiland voor deze specifieke groep bewoners.
Het is geen grote groep, maar het zijn wel precies nou juist de groepen die we in de stad willen behouden: leraren, verplegers, politieagenten. Eigenlijk een beetje te standaard voor woorden, maar het is in dit geval echt waar. En het is toch een groep die we in de stad zullen willen moeten kunnen behouden, vind ik zelf. Dus, voorzitter, ik kijk uit naar een constructieve beantwoording van de wethouder. Tot zover. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koyuncu. Het lid KOYUNCU: Ja, voorzitter, dank u wel. Kunt u zich voorstellen: u heeft al jaren een parkeervergunning en ineens bent u het kwijt. De gemeente geeft aan dat er in de garage in de buurt voldoende parkeerplekken zijn, Maar hoeveel en voor hoe lang? Dat is niet bekend. En het verandert continu. En kan de betreffende persoon die garage dan ook betalen? Dat is ook nog eens een vraagteken. Dus ik vind het onterecht dat mensen die een parkeervergunning hebben, al jaren hebben, en erop rekenen dat ze hun auto op straat kwijt kunnen, dat die ineens de parkeervergunning ontnomen wordt. Ik heb de wethouder tijdens de commissiebehandeling hier heel open minded over horen spreken. Dus daar ben ik echt tevreden over. Ze heeft aangegeven om nogmaals de mogelijkheden te bekijken. Dus ik zou graag de wethouder willen verzoeken om met een voorstel te komen om te kijken wat we voor deze Amsterdammers kunnen doen. Dank u wel.
De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Asruf. Het lid ASRUF: Dank u wel, voorzitter. Ja, als de heer Wijnants Schaefer gaat aanhalen, dan kan ik niet anders dan in hoofdlijnen het eens zijn met de heer Wijnants. Ik wil het daarom ook kort te houden, hoor. Ik wil graag de wethouder het volgende vragen: is zij bereid om het intrekkingsbeleid onder de loep te nemen om te kijken of en op welke manier het een goed idee zou zijn om te stoppen met de uitvoering van het beleid, zoals we op dit moment doen? En op welke termijn kunnen we een brief hierover verwachten? Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is het lid Van Schijndel nu aan de beurt. De heer Van Schijndel. Hij is niet aanwezig. Zijn er nog andere sprekers voor dit punt? Nee?
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Dan hebben we agendapunt 18- O, mijn excuses. Dan is het nu aan de wethouder om hierop te reageren. Voordat u begint, wethouder. De heer Van Schijndel, bent u nog geïnteresseerd in een bijdrage? Nee. Oké. Dan gaan we door. Dan gaan we door naar wethouder Van der Horst. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst. Wethouder VAN DER HORST: Dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben hier uitgebreid bij stilgestaan in de commissie en het was echt best wel een moeilijke bespreking. Dat vonden we gewoon allemaal. Het is altijd lastig als je met elkaar beleid hebt vastgesteld en in de uitwerking voor individuele gevallen zie je gewoon hoe moeilijk dat is in het leven. Dat is altijd een moeilijk, lastig gesprek. Ik vond wel ook, mijn complimenten denk ik voor de hele commissie, hoe we daar vanuit alle kanten geprobeerd ook hebben genuanceerd naar te kijken. We hebben ook- Nou ja, ik heb toen al eerder afgesproken van nou, ik wil er weleens even wat verder dan naar gaan kijken ook. Nou ja, de heer Bobeldijk heeft toen ook in de commissie daar nog eens op gevraagd.
Ik denk dat dat goed is om het dan wat concreter hier te maken inderdaad, dat ik het even, ja, het geheel onder de loepMaar ik zou wel zeggen, qua uitvoering, of de mogelijkheden die we daarin ook hebben gewoon eens even kijken: wat gebeurt er nou; wat zijn nou de verschillende opties nog? Om die ook voor te leggen om de uitwerking, nou ja, eventueel in gesprek met u, ook aan te passen. Dus dat wil ik dan nu bij deze nogmaals bevestigen met een concrete toezegging dat ik daar op niet al te lange termijn mee kom. Ja, welke termijn precies is voor mij nogDat wist ik niet helemaal zeker, maar laat ik zeggen dat ik streef vóór de kerst, maar misschien wordt het ook Q1. Dat hangt ervan af hoe snel ik de cijfers krijg. En waarbij ik ook kan zeggen dat we(Het lid ASRUF: Ja, voorzitter. Ik ben blij met deze toezegging van de wethouder. Dus dank daarvoor. Mijn volgende vraag zou dan vooral gaan over het handhavingsbeleid. Wat betekent dat voor de komende maanden?) Ik was ook nog niet klaar met de beantwoording. De heer Wijnants heeft hier ook al wat over gevraagd. Want er is inderdaad ook gezegd: kan er dan nu even een pas op de plaats – als ik het me goed herinnerde – genomen worden? Nou ja, dat heb ik nu al meteen aangekondigd.
Naar aanleiding van de vorige commissievergadering heb ik ook al gezegd: de volgende intrekkingen of de toetsen op intrekkingen, laten we daar heel even mee wachten tot we deze discussie hebben uitgekristalliseerd. Dus alleen, het eerlijke antwoord is ook, dat dat voor de mensen nu op Java-eiland, waarbij het al gebeurd is, ja, die kan ik niet meer ineens gaan terugtrekken. Maar voor de toekomstige, waarvan we het ook van plan waren om nu te gaan doen, hebben we even een pas op de plaats gemaakt totdat we het hier met de gemeenteraad weer over hebben gehad. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel, wethouder. Is er een behoefte aan een tweede termijn? Nee. Dan is agenda punt 18 voldoende besproken. En dan wisselen we weer van voorzitter. O. We hebben een reactie van de heer Wijnants. Het lid WIJNANTS: Ja, excuus voor de late reactie van mijzelf. Dank u wel, voorzitter. Met deze toezegging, waarvoor dank, zal ik ook de motie intrekken, zodat we dat later nog kunnen bespreken in de commissie.
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
De VOORZITTER: Dank u wel. Zijn hier nog reacties op? Nee. De motie-Wijnants, nr. 333.22, ingetrokken zijnde, maakt geen deel meer uit van de beraadslaging. De VOORZITTER: Dan hebben we agendapunt 18 voldoende besproken. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: We zullen even schorsen zodat we van voorzitter kunnen wisselen. We zullen schorsen voor tien minuten. De VOORZITTER schorst de vergadering. Voorzitter: het lid Wijnants De VOORZITTER heropent de vergadering. 19. Kennisnemen van de beantwoording van het raadsadres over het huidig beleid van parkeervergunningen voor zorgpersoneel in Amsterdam VN2022-029175 De VOORZITTER: Ja, leden van de gemeenteraad, wij gaan weer verder. Als iedereen weer zijn plek kan innemen. En als ook de collegeleden hun aandacht er weer bij hebben. Dan gaan we verder met agendapunt 19, het kennis nemen van de beantwoording van het raadsadres over het huidige beleid van parkeervergunningen voor zorgpersoneel in Amsterdam. Bij het agendapunt zijn geen moties ingediend. En het is geagendeerd door de leden Boomsma, Koyuncu, Van Schijndel. Van Schijndel heeft veel agendapunten- U heeft veel agendapunten geagendeerd, meneer Van Schijndel. Ik geef als eerste het woord aan de heer Boomsma, namens het namens het CDA. Gaat uw gang, meneer Boomsma. Heeft u een ordevoorstel, meneer Bobeldijk? O, meneer Bobeldijk voor een ordevoorstel.
[...] Ja, oké, maar dat willen we wel even netjes horen. Gaat uw gang. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Bobeldijk voor een punt van orde. Het lid BOBELDIJK: Nee, ik heb een persoonlijk belang bij dit punt, aangezien mijn partner gebruik kon maken van deze regeling. Dus ik zal me niet met de beraadslaging, ook al hebben we maar een paar seconden, bemoeien en ook niet meestemmen over eventuele moties op dit vlak. De VOORZITTER: Waarvan akte, meneer Bobeldijk. Dank u wel. Zijn er twee moties ingediend? Hebben we die binnen? Ja, dan zal ik die nog even lezen. Dank u wel, meneer Boomsma voor de meedenkendheid. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: Motie van de leden Boomsma, Koyuncu, Kreuger en Broersen inzake extra parkeervergunningen die gelden voor leraren, ook voor zorgpersoneel, nr. 364.22
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
De extra vergunningen die de gemeente beschikbaar stelt voor scholen vanwege het lerarentekort ook beschikbaar te stellen voor zorginstellingen
Motie van de leden Boomsma, Koyuncu, Kreuger en Broersen inzake inventariseren bij zorginstellingen over behoefte aan extra parkeervergunningen, nr. 365.22 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
-
Te inventariseren bij welke zorginstellingen in de stad medewerkers sinds het afschaffen van de noodparkeervergunningen in de knel zijn gekomen en grote behoefte is aan extra vergunningen. Dit voor te leggen aan de gemeenteraad.
De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Boomsma. Het lid BOOMSMA: Ja, we horen van meerdere zorgverleners dat ze in de problemen komen, omdat ze niet kunnen parkeren. En ook hoe belangrijk het is om dat wel te kunnen doen. En gezien de tekorten in de zorg vinden wij het verstandig om extra vergunningen te gaan verlenen en vinden we ook dat dit prioriteit verdient boven de wens om mensen te verleiden met het ov te gaan. Vandaar deze twee moties. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Koyuncu. Het lid KOYUNCU: Ja, voorzitter, wij vinden het jammer dat de noodparkeervergunning voor zorgpersoneel is verdwenen, helemaal omdat er nog altijd verontrustende berichten over een nieuwe coronagolf komen. Samen met het CDA dienen wij daarom de moties in. Ik hoop dat er zowel vanuit het college en raad steun is. Mocht dat niet het geval zijn, dan zou ik de wethouder om een toezegging willen vragen dat een dergelijke noodparkeervergunning weer spoedig ingezet kan worden mochten de omstandigheden daarom vragen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, meneer Koyuncu. Andere leden nog voor de eerste termijn? Is niet het geval. Dan de beantwoording van wethouder Van der Horst. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van der Horst.
Wethouder VAN DER HORST: Ja, voorzitter, het gaat om twee moties inderdaad, waar in de ene wordt verzocht om het eigenlijk gewoon te verlengen. Ik denk dat het goed is om even te memoreren waarom dit destijds is ingevoerd. Het kwam echt in de tijden van corona, op het moment dat het openbaar vervoer helemaal was afgeschaald, er werd afgeraden om met het openbaar vervoer te reizen, maar we wel natuurlijk mensen in de ziekenhuizen nodig hadden om überhaupt daar te komen. Dus iedereen die op dat moment van openbaar vervoer ook afhankelijk was, wilden we toch een mogelijkheid geven om op een andere manier snel ter plaatse te kunnen komen. Daarom is het destijds ingevoerd. Het was ook een vrij generieke, grote maatregel: vijftienduizend plaatsen beschikbaar gesteld. Op het moment dat we weer in de normale situatie terecht kwamen, is dat
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
afgeschaald. Dus op dit moment- Het is ook al een tijdje weer gewoon in het normale regime. Voor de andere motie geldt heel erg- Kijk, zorginstellingen is sowieso gewoon een vrij breed begrip natuurlijk. Je hebt heel veel verschillende zorgverleners. We hebben ziekenhuizen, waar we ook al zelf meerdere keren over in gesprek zijn, over parkeren. Maar je hebt ook gewoon wijkverplegers, fysiotherapeuten, verloskundigen, thuiszorginstellingen. En naast de reguliere bedrijfsvergunningen worden al extra maatschappelijke vergunningen verleend aan zorginstellingen, net zoals bij onderwijs. Maar daarnaast is er ook een stadsbrede hulpverlenersvergunning beschikbaar voor huisartsen, verloskundigen en andere professionele zorgverleners die met spoed zorg moeten verlenen. Nou, meerdere zorginstellingen hebben soms ook een eigen parkeergelegenheid, vooral bij ziekenhuizen. (Het lid BOOMSMA: Ja, de eerste motie vraagt niet om de coronavergunningen te verlengen, maar om dezelfde voorzieningen die er zijn voor leraren, om die aan zorgpersoneel te geven.) Oké, nou, die ben ik dan nu aan het beantwoorden. Dan heb ik misschien wat moties door elkaar gehaald. Want volgens mij was dat misschien een motie die al in de lucht hing of in de commissie is besproken, maar die is dan niet nu ingediend. Vind ik al fijn, hè, dat we daar- Nou ja, dat die dan niet voorligt, omdat die wel heel groots is.
Maar omdat we bij die andere motie dus verschillende andere mogelijkheden al hebben, willen we tochJa, zijn we wel terughoudend in dan voor iedereen weer heel veel uitzondering te gaan maken. Want ik begrijp hier het tekort, maar we hebben ook elders veel tekorten. We hebben daar tekorten. Ja, als we met elkaar afspreken dat we, nou ja, niet iedereen een parkeervergunning willen verlenen. We maken hier al uitzonderingen, maar we willen die niet verder gaan uitbreiden. Anders dan is het parkeerbeleid natuurlijk ook een beetje om zeep geholpen. En daarnaast hebben we een andere motie, die verzoekt echt om het te gaan onderzoeken. Ja, ik denk ook dat dat- We ontvangen natuurlijk ook allerlei signalen al. Ik zou dit wel afraden om dit zo grootschalig te gaan onderzoeken op het moment dat je daarmee heel veel verwachtingen creëert, waarvan ik eigenlijk hier al afraad om die te gaan waarmaken. Maar ik wil wel heel erg de geste doen dat we natuurlijk al in gesprek zijn, ook met ziekenhuizen, over knelpunten en we dat ook graag gewoon willen blijven doen. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Dank u wel, wethouder. Is er behoefte aan tweede termijn? Niet van mevrouw Krom. Dat is niet het geval. Oké. De discussie wordt gesloten.
Jeugd(zorg) 20. Kennisnemen van het vervolgonderzoek op de Kinderrechtenscan van de Kinderombudsman VN2022-029296 De VOORZITTER: Dan gaan we door naar het volgende agendapunt. Dat is het kennisnemen van de Kinderrechtenscan van de Kinderombudsman. Bij dit agendapunt hebben voorts gevraagd, mevrouw Wehkamp en de heer Van der Veen. Ik kijk als eerste naar mevrouw Wehkamp. Gaat uw gang.
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Mevrouw Wehkamp, voordat u begint, er zijn toch moties ingediend. Het is elke keer weer een verrassing. De VOORZITTER deelt mee dat de volgende moties zijn ingekomen: Motie van de leden Wehkamp, Van der Veen, Abdi, Von Gerhardt, Broersen en Ahmadi inzake de Kinderrechtenscan (invoering Amsterdamse Jongerenraad), nr. 356.22 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: Voor 2023 te komen met een voorstel voor een jongerenraad voor Amsterdam en in dit voorstel de volgende kaders voor de jongerenraad te hanteren: -
-
-
Laat jongeren zelf meedenken over hoe deze jongerenraad eruit moet komen te zien. Neem hierbij ook de adviezen van het Jeugdplatform Amsterdam en de jongerenraden of jeugdlobbyisten in de stadsdelen mee; Zorg dat de jongerenraad professionele begeleiding krijgt, en dat er binnen de ambtelijke organisatie een vast aanspreekpunt is; Consulteer de jongerenraad in beleid dat hen aangaat en maak zichtbaar wat met deze adviezen gedaan is; Zorg dat de adviezen van de jongeren serieus worden genomen en desgewenst geagendeerd worden voor behandeling in de commissies op de onderwerpen waar zij over gaan; Zorg voor een goede afspiegeling van Amsterdamse jongeren in de jongerenraad: uit stadsdelen, jongeren met- of zonder beperking en jongeren die een theoretische of praktische opleiding volgen.
Motie van de leden Wehkamp, Lust, Abdi, Bouhassani, Bentoumya, Von Gerhardt, Broersen en Ahmadi inzake Mensenrechtenscan over uitbanning alle vormen van discriminatie van vrouwen, nr. 357.22 Verzoekt het college van burgemeester en wethouders: -
De volgende mensenrechtenscan te toetsen aan het CEDAW-Verdrag, met een focus op zorg.
De moties maken deel uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Wehkamp. Het lid WEHKAMP: Ja, dank u wel, voorzitter. Inderdaad, ik dien deze twee moties in. Ik lees in de stukken van de gemeente vaak ‘de jeugd heeft de toekomst’. En hoewel dat natuurlijk ook zo is, hebben kinderen ook rechten, omdat ze gewoon mensen zijn en kinderen. In het Kinderrechtenverdrag staat bij artikel twaalf en dertien dat kinderen ook het recht hebben om hun mening te uiten en dat zij ook het recht hebben om gehoord te worden. Op dit moment is er voor jongeren geen instituut in de gemeente om dat te laten doen en daar is deze motie voor om die jongerenraad in te dienen. En ik wil ook dankzeggen aan alle fracties die dit mede hebben ondertekend. Het is ook een van de aanbevelingen uit de Kinderrechtenscan, die nu als agendapunt voor staat. Ik ben ook heel blij dat de
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
burgemeester ook bezig is met het opzetten van die jongerenraad. En met deze motie willen we daar de kaders voor meegeven. Dan, in de scan wordt er, zoals gezegd, getoetst aan het Mensenrechtenverdrag. Omdat er nog geen onderwerp is voor de komende mensenrechtenscan dien ik een motie in om in de volgende mensenrechtenscan te toetsen aan het Verdrag tegen discriminatie tegen vrouwen en hier specifiek te focussen op het onderwerp zorg. Volgens onder andere WOMEN Inc. is het curatieve van gezondheidszorg namelijk vooral gefocust op het mannenlichaam, waardoor vrouwen uiteindelijk vaker en langer in een slechtere gezondheid verkeren dan mannen. Het is belangrijk dat we oog houden voor verschillen tussen mannen en vrouwen op het gebied van bijvoorbeeld preventie, mentaal welzijn, jeugdzorg en vaccinaties. Voorzitter, als Amsterdam moeten we kinderrechten en mensenrechten centraal stellen en daar dragen deze moties aan bij. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Wehkamp. En dan is het mijn grote eer en een plezier om aan te kondigen: de heer Van der Veen namens GroenLinks voor zijn maidenspeech. O, en mevrouw Wehkamp, u moet voortaan als u weg gaat wel de microfoon uitzetten, want anders heeft D66 geen spreektijd meer. Dat moeten we toch niet willen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van der Veen. Het lid VAN DER VEEN: Ja, dank u wel, voorzitter.
Ik herinner me nog goed de dag van de installatie. Ik zat daar naast collega Imane. En we waren vol in awe van het feit dat we gekozen waren en dat we werden geïnstalleerd door burgemeester Halsema. Toen ik van mijn moeder een appje kreeg. Zij keek thuis met de vergadering mee en ze schreef me: Kris, mijn hart barst bijna uit elkaar van trots. En met dat appje was ik weer even terug in Friesland, in Harkema, waar ik mijn heit en mem aan de keukentafel zag zitten met de laptop open de vergadering van de Amsterdamse gemeenteraad aan het volgen. Net als nu, waarschijnlijk, nu ik het woord mag voeren over de jeugdzorg. En bij jeugdzorg gaat het veel – misschien wel veel te veel – ook over het falende systeem, de vele organisaties, overschrijdende budgetten, bureaucratie, wachtlijsten; eigenlijk alles wat er mis is. En achter dit jargon gaan vele verhalen schuil. Verhalen van jonge mensen in Amsterdam wiens leven niet altijd over rozen gaat. Jonge mensen die niet het geluk hadden dat hun wieg op een fijne plek stond. Jongeren die ergens een verkeerde afslag hebben genomen of gewoon een foutje hebben gemaakt en daar keihard voor worden afgestraft. Jonge mensen die het gewoon even heel ingewikkeld met zichzelf hebben. En ik kan me heel goed voorstellen dat met alles wat er gebeurt in de wereld het voor veel mensen soms heel erg uitzichtloos lijkt en voelt.
En ik wil hen graag vertellen dat het beter wordt. En dat wil ik doen door drie herinneringen uit mijn eigen jeugd te delen met jullie. Want, voorzitter, ook ik ken de lange weg naar school. Ik ken de weg over het schoolplein, door de schoolgangen. Ik zie de zitkuil nog voor me in de schoolklas waar met briefjes, scheldwoorden en klappen duidelijk wordt gemaakt dat homo of flikker zijn, of er zo uitzien, een vrijbrief is voor al dat uitlachen en pesten jaar in jaar uit. Dat je eerst eigenlijk niet zo goed begrijpt wat er nou zo gek of anders aan je is, totdat je denkt, ah, ik moet me gewoon mannelijker gedragen. Zwaardere stem, niet bewegen, stilzitten. Voorzitter, ik ken nog alle gezichten van de volwassenen die niet ingrijpen. Niemand die iets doet. Ik ken ook het huis in een andere stad. Het huis waar je als zestienjarige, nog in de kast, voor het eerst hoopt iemand te ontmoeten. Iemand die is als jij. Iemand die een leeftijdsgenoot is en met wie je hoopt woorden te vinden voor je eigen worsteling en gevoelens. En ik ken ook de teleurstelling en angst, want degene die je ontmoet is niet de
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
persoon met wie je aan het schrijven was. Het is iemand anders. Een oude man, kalend en dwingend. Niet uit op vriendschap, maar uit op iets anders. En ik ken ook de situatie dat je veelvuldig ‘nee’ zegt in woorden en in de taal van je lijf, maar dat je niet wordt gehoord. En ik weet ook nog, voorzitter, hoe lang de weg terug naar huis was, met natte haren op de fiets in het donker, de dag voor Sinterklaas in 1996. En voorzitter, ik ken ook de diepe en donkere gedachten die je als tiener en als mens kan hebben. Gedachten dat je het leven niet meer ziet zitten. Niet weet wat je eigenlijk nog moet doen om het beter te maken. Wat doe ik hier nog? Was ik maar gewoon weg. Suïcidale gedachten die ik met woorden toevertrouw aan papier. Daarin ook vertel over een eerste poging die ik doe. En, voorzitter, ik ben zo dankbaar, want ik weet ook dat het beter wordt. Dat er zoiets is als de tijd, dat je later in je leven eens ergens op terug kan blikken. En ik leerde ook hoe veerkrachtig je als mens kan zijn. Iets wat je eigenlijk pas veel later beseft. Dus zou ik eigenlijk tegen iedereen die zich hierin herkent, willen zeggen: heb vertrouwen. Want ook ik had nooit durven dromen dat ik hier zou staan en aan jullie allemaal dit zou vertellen vandaag. Mijn geluk was mevrouw Willy Baars, en decaan en docente Frans op het Lauwers College in Buitenpost.
Met een smoesje kwam ik op mijn zestiende bij haar terecht. Toen stelde ze me vragen. Ze gaf me opdrachtjes mee. Ze was lief voor me. En in een jaar dat ik het nauwelijks volhield, maakte ze soms dagelijks tijd voor me. Een tijdje geleden, inmiddels diep in de tachtig, zei ze tegen me: menig lover zou jaloers zijn op hoe vaak wij elkaar zagen. Willy Baars wakkerde bij mij dat vuurtje aan, waardoor ik durfde te denken aan een later en ging ik fantaseren over een toekomst. En stap voor stap ook ben geworden wie ik nu ben. Zo leerde ik bij de Kindertelefoon dat, als je kinderen vragen stelt, dat zij prima in staat zijn oplossingen te vinden voor hun eigen problemen. In het Blijf-van-mijnlijfhuis, waar ik zelf als maatschappelijk werker werkte, zag ik wat geweld in de thuissituatie doet met kinderen en ook hoe heilzaam therapie, sport en traumabehandeling is. En bij 113 Zelfmoordpreventie, waar ik werkte, zag ik de telefoontjes en chatgesprekken met ons toenemen. Mensen die worstelen met het leven, maar wel op zoek naar een luisterend oor en op zoek naar compassie. Voorzitter, ik kom tot een afronding. Veel jonge Amsterdammers groeien op in situaties waar het moeilijk is te dromen en te denken aan een morgen. Ik hoop dat veel jongeren ook hun eigen Willy Baars vinden.
Iemand die er is, niet oordeelt, iemand die vragen stelt: hoe gaat het met je; wat vind je hiervan; kan ik iets voor je doen? Zo kunnen we allemaal het verschil maken voor een ander. En weet dat je in ieder geval mij ook aan je zijde vindt. Dan tot slot een reactie op het voorstel dat voorligt. We dienen samen met D66, veel andere partijen, een fantastische motie in om een jongerenraad te realiseren in Amsterdam. Nou, mijn verhaal is, geloof ik, een groot pleidooi daarvoor, een voorstander. En tot slot, voorzitter, en nog een vraag aan de wethouder, wat tegelijkertijd ook wel een vraag aan ons als raad is. De Kinderombudsman die bestaat nu zo'n vijf jaar. Ik ben zelf nog wat zoekende hoe we het gesprek met elkaar ook kunnen voeren over de Kinderombudsman in de toekomst. Op welke manier willen wij dat de pleitbezorging voor kinderen en jongeren er in Amsterdam uit moet zien? En op welke manier zou de Jongerenraad daar een bijdrage aan kunnen leveren? Ik ben benieuwd naar een eerste gedachte van de wethouder hierover. Tot zover. Dank u wel. [applaus] De VOORZITTER: Dank u wel, meneer Van der Veen voor uw persoonlijke en soms ook zeker aangrijpende maidenspeech. Ik denk dat mevrouw Baars trots op u zou zijn.
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Als er geen andere sprekers in eerste termijn meer zijn, en dat is niet het geval, dan kijk ik naar wethouder Moorman voor de eerste termijn van het college. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. Wethouder MOORMAN: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ook ik was aangegrepen door de heel mooie woorden van de heer Van der Veen. Een prachtig betoog hoe hij hier is gekomen en ook heel hoopgevend in wat hij daarin aangeeft: altijd denken vanuit degene voor wie je het doet, het kind of de jongeren, en dat ervaringen daarin dus heel belangrijk en heel essentieel zijn. En ik kijk er ontzettend naar uit om die ervaringen ook met u te delen, maar juist ook van u te horen en ook te leren als u vanuit die blik ook kijkt naar ons beleid op het gebied van jeugd. Dus ik kijk heel erg uit naar de samenwerking de komende jaren. Voorzitter, misschien voordat ik aan de moties kom, een reflectie op de Kinderombudsman, zoals de heer Van der Veen mij vraagt. Kijk, het is natuurlijk in eerste instantie een instrument van de raad, de Ombudsman, en juist ook een belangrijk adviesorgaan, al is dat niet in de wet vastgelegd, de gemeentelijke Kinderombudsman. Maar dat we hem hebben, ik denk dat dat heel mooi is. Sterker nog, vijf jaar geleden is dat ontstaan vanuit de Raad. Ik kan me herinneren dat er een raadslid bij betrokken was die daar zo op dat hoekje zat.
En voorzitter, ik verwachtte destijds, en ik hoop dat ook nog steeds, dat de Kinderombudsman een kritische partner is bij het vormgeven van het beleid rondom jeugd. De heer Van der Veen gaf het al aan. Het is een soms weerbarstig complex systeem, waarbij we ons soms ook verliezen in de systeemtaal, in het beleidsjargon. Soms zelfs verhullende taal, omdat waar het over gaat zo pijnlijk is. Ik denk dat het dan altijd noodzakelijk is dat u als raad, maar ook kritische partners daarbuiten, ons daar scherp op houden. En ik hoop heel erg dat de rol van de Kinderombudsman, wat een vrouw is, ook zo wordt ingevuld. Maar ik verwacht ook zeker dat u dat van haar ook gaat verwachten en vragen. Voorzitter, dan kwam ik daarmee bij de twee moties die zijn ingediend. Motie 700.22- Nee, sorry, 356.22 en die gaat over de Jara, Jongerenadviesraad. Ik zeg nu al ‘Jara’. Ik denk dat we dat veel gaan zeggen hier in dit huis. Dat hoop ik althans. Ik preadviseer hem overigens namens de burgemeester, want zij zal met name de gesprekken voeren met de Jongerenadviesraad. En voorzitter, dat doet zij ook al. En voorzitter, wat er in deze motie staat, dat is helemaal niet gek. En tegelijkertijd heb ik er wel één kanttekening bij.
Want, waar zowel de burgemeester als ik een beetje – ja, hoe zal ik het uitdrukken, voorzitter; nou, zou ik het maar gewoon zeggen zoals het is – gewoon ook een beetje kriebel van kregen, was het woord ‘kaders’. Laten wij jongeren vooral niet te veel inkaderen. Laten wij vooral hopen dat zij ons adviezen geven, die ons soms heel onwelwillend, soms misschien zelfs wat activistisch in de oren klinken. Want ik denk precies dat dat is wat wij nodig hebben van zo’n Jongerenadviesraad. Ik denk ook niet- Ik zie mevrouw Wehkamp daar al staan. (Het lid WEHKAMP: Ja, dank u wel. Ik ben het helemaal met u eens, hoor. Dat, weet je wel, jongeren moeten zichzelf kunnen uitspreken en hun eigen ideeën. Dat moet we niet teveel op opleggen aan de Jongerenraad. Maar je moet ook wel zorgen dat het goed werkt. Want als er niet de juiste kaders zijn, hoe kunnen zij zich dan goed uitspreken. Als er niet de juiste ondersteuning en begeleiding is, waar in deze motie wordt opgeroepen, dan verwordt het tot, nou ja, praten zonder dat dat het goed begeleid wordt. Dus juist om je als jongere goed te kunnen uitspreken zijn er wel degelijk kaders nodig, denk ik. Dank u wel.)
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
De VOORZITTER: Dank u wel, mevrouw Wehkamp. Het leek echt alsof u wilde zeggen: dan verwordt het tot een soort gemeenteraad. Mevrouw Moorman. Wethouder MOORMAN: Ja, voorzitter, kijk, laten we er ook niet flauw over doen. Volgens mij weten wij allemaal hoe belangrijk de stem van jongeren is. Ik kan u geruststellen, want wat er eigenlijk in veel van uw punten staat – laat ze meedenken, laten we ze serieus nemen, laten we ze goed ondersteunen – dat is ook precies zoals het nu wordt vormgegeven. Dus als ik heel flauw zou zijn, zou ik zeggen: daarmee is het ook overbodig. Maar dat doe ik niet, want ik denk dat het ook goed is om te laten zien dat dit door een groot deel van de raad ook wordt ondersteund. En dat daarmee ook het vertrouwen – en ik denk dat dat heel erg belangrijk is – in de kracht van de jeugd en de jongeren eigenlijk wordt onderschreven. Voorzitter, dan kom ik bij de tweede motie en dat is motie 357.22, ook van het lid Wehkamp cum suis. Dat is een motie die zich bevindt op het terrein van mijn collega Meliani. Voorzitter, en die vraagt om de Mensenrechtenscan te toetsen aan het CEDAW-Verdrag. Ik denk dat- Hoe spreek ik dat uit? CEDAW. Op zich helemaal geen bezwaar tegen, maar het is heel breed, het zorgdomein. Ik denk wel dat het noodzakelijk is dat we dan kijken welk deel van het zorgdomein zich het beste leent voor het onderzoek.
Vooral ook omdat we natuurlijk willen dat we ook echt iets kunnen doen met die uitkomsten voor de toekomst. Dus als we het zo kunnen lezen dat we inderdaad de ruimte hebben daarbinnen om een afbakening te geven – nou, ik zie mevrouw Wehkamp haar duim opsteken, voorzitter – dan kan ik daar namens het college en mevrouw Meliani positief over zijn. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel, wethouder. Dat roept bij mij de vraag op of deze Jongerenraad ook spreektijd gaat kennen. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan sluit ik ook dit agendapunt. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER: Gaan we door naar het volgende agendapunt. Dat is agendapunt 21, het kennisnemen van de brief over de ontwikkeling in het Rijksvaccinatieprogramma, maar ik krijg via mijn informanten door dat er behoefte is aan een heel, heel korte schorsing. Dus dat gaan we dan maar even doen, van drie minuten. En na drie minuten gaan we weer beginnen. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering.
Publieke Gezondheid en Preventie 21. Kennisnemen van de brief over de Ontwikkelingen in het Rijksvaccinatieprogramma Amsterdam VN2022-029360 De VOORZITTER: Leden van de gemeenteraad, we gaan weer verder. Zoals ik zei, agendapunt 21, kennisnemen van de brief over de ontwikkeling in het
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Rijksvaccinatieprogramma Amsterdam. Bij het agendapunt zijn – ik kijk nog maar even – geen moties ingediend en het woord is gevraagd door de leden Hoogtanders, Van Pijpen, Runderkamp en opnieuw Van Schijndel. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Hoogtanders. Het lid HOOGTANDERS: Dank u wel, voorzitter. Op 5 september hebben wij in de commissie gesproken over de ontwikkeling van het Rijksvaccinatieprogramma. Dat debat hebben wij helaas niet goed af kunnen maken en daarom heb ik het hier voor deze raad geagendeerd, omdat dit voor mijn fractie een belangrijk punt is. Publieke gezondheid is een basisvoorziening, die er in ons land voor zorgt dat wij in een dichtbevolkte stad als Amsterdam veilig en gezond met elkaar kunnen samenleven. En het Rijksvaccinatieprogramma, dat uitgevoerd wordt door de gemeente, is een van de fundamenten van de publieke gezondheid. En dat fundament brokkelt af in Amsterdam, al een aantal jaren. En inmiddels is Amsterdam door de kritische streefwaarden van negentig procent gezakt op alle vaccintypes voor zuigelingen. Dit is nog maar het gemiddelde beeld in de stad. In bepaalde gebieden ligt het aantal nog veel lager. En de lage opkomstpercentages over 2022 met een bedroevend cijfer van 27 procent in Bos en Lommer doen het ergste vrezen.
De brief met daarin verwoord de zorg van de wethouder en de maatregelen roept bij mij de vraag op of met de ingezette actielijnen de dalende trend wel gaat keren. Ik heb mijn kanttekeningen ook in de commissie met de wethouder gedeeld en ik zal ze dan ook hier niet herhalen. Maar de vragen die ik aan de wethouder heb zijn de volgende. Is de wethouder het met mij eens dat Amsterdam met het doorbreken van de negentig procent grens in code rood is beland? Wat zijn volgens de wethouder de belangrijkste oorzaken hiervan? Welke maatregelen neemt zij? En welke maatregelen zijn volgens haar passend bij deze code rood? Wat is het risico nu op een uitbraak van een van de besmettelijke ziektes, bijvoorbeeld mazelen? Zijn de middelen op dit moment toereikend – en dan heb ik het over capaciteit en geld – of voorziet de wethouder daar knelpunten? En tenslotte, gaat de wethouder een normerende communicatiecampagne voeren? Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Pijpen. Het lid VAN PIJPEN: Ja, voorzitter, dank u wel. En na de prachtige maidenspeech van mijn collega Kris van der Veen net moest ik denk aan mijn eigen maidenspeech. Die ging over corona. En daar begin ik namelijk ook mee, want ik heb de afgelopen jaren regelmatig in deze raad gesproken over vaccinaties, over het belang van vaccinaties voor bescherming tegen corona.
De vaccinatiegraad in Amsterdam bleef achter, waardoor Amsterdammers, zeker in kwetsbare beroepen en in wijken, niet de bescherming hebben die zij wel verdienen. Dat dat gebeurde, was ook het gevolg van dat er ondermijnend en bedreigend over vaccinaties werd gesproken. Waar een ernstige ziekte werd gebruikt als politiek verdienmodel door vaccinaties en wetenschappelijke kennis over verspreiding van virussen te ondermijnen en daarmee mensenlevens in de waagschaal te stellen. En nu zien we een scherpe daling van de vaccinatiegraad van bijna alle ziektes, zoals DKTP en mazelen. 2021 is lager dan 2020. En de opkomst in 2022 is zelfs fors lager. En dat is alarmerend. Meer dan alarmerend. Want niet alleen zijn er zo minder mensen beschermd tegen ziekte, maar staat de groepsimmuniteit onder druk. Het is dan ook goed, wat ook in de brief staat, dat de oorzaken verder worden onderzocht. En graag zie ik daarbij ook dat het voor de hand liggende ook wordt onderzocht. Is het gegeven dat vaccineren is gebruikt
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
als politiek en maatschappelijk strijdtoneel ook een oorzaak van deze daling? Kan ook dat worden meegenomen in het onderzoek? Dat er dus door de wethouder alarm wordt geslagen, is meer dan terecht, maar tegelijkertijd zien we ook dat de aanpak ook wel deels blijft zoals die al was. En ik wil dan ook een reflectie vragen van de wethouder op deze ogenschijnlijke tegenstelling en hoe en met wat gaat zij de boer op om de vaccinatiegraden te vergroten? Voorzitter, vaccinaties is een van de belangrijkste pijlers onder publieke gezondheid. Zoals de houten palen onze stad dragen, draagt publieke gezondheid het leven van haar bewoners. En als er alarm geslagen wordt, moet er ook gehandeld worden. En dat verwacht ik dan ook van de wethouder. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Runderkamp. Het lid RUNDERKAMP: Dank, voorzitter. Mijn vader is in 1946 geboren en die heeft vroeg in zijn jeugd polio opgelopen. Zijn rechteronderbeen is daarbij verlamd geraakt, waar hij tot op de dag van vandaag iedere dag last van heeft. Als mijn vader was gevaccineerd met het poliovaccin, dan was dit niet gebeurd. Godzijdank is het poliovaccin in 1957 toegevoegd aan het Rijksvaccinatieprogramma, waardoor alle kinderen die sindsdien worden geboren, beschermd kunnen worden tegen het poliovirus.
En ik zeg hier bewust ‘beschermd kunnen worden’, want er zijn nog altijd ouders die in strijd met de wetenschap een eigen afweging maken bij het laten vaccineren van hun kinderen. En in Amsterdam ligt de gemiddelde vaccinatiegraad bij vijf van de zes vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma voor baby's onder de streefwaarde van negentig procent. Dit gaat om de gemiddelde vaccinatiegraad in heel Amsterdam. De vaccinatiegraad in sommige wijken ligt dus veel lager en dit verhoogt het risico op een uitbraak in specifieke buurten of kinderdagverblijven in Amsterdam. Voorzitter, hierover twee vragen voor de wethouder. De wethouder maakt zich zorgen over de vaccinatiegraden in Amsterdam. En getuige het gegeven dat zij de raad al vroegtijdig hierover heeft geïnformeerd en in haar brief kondigt zij een flitsscan aan van het RIVM om inzicht te verkrijgen in de oorzaken van de daling van deze vaccinatiegraad. Maar nog los van de oorzaken, kan de wethouder nu al reflecteren op het gegeven dat de vaccinatiegraad voor zuigelingen in Amsterdam drie procent achterligt op het landelijk gemiddelde? En daarnaast, ik heb gesproken met iemand die bij de GGD Amsterdam heeft gewerkt en van haar heb ik begrepen dat de mensen die hun kinderen niet laten vaccineren, hun overwegingen zijn grofweg in twee categorieën op te delen: de praktische barrières en persoonlijke overtuigingen.
En deze overwegingen, die hebben verschillende aanpakken nodig. De GGD Amsterdam heeft ook oog voor deze verschillen, getuige de verschillende acties om mensen aan te moedigen hun kinderen te laten vaccineren in ieder stadsdeel. En nu heeft de wethouder de raad geïnformeerd in haar brief over de inzet van GGD Amsterdam en de GGD GHOR Nederland om inzicht te verkrijgen in de vaccinatiegraden per wijk en de kwetsbare doelgroepen. Kan de wethouder inschatten op welke termijn dit inzicht beschikbaar is voor uw raad? De VOORZITTER: Dank u wel, meneer Runderkamp. Dan heb ik op mijn lijstje staan nog de heer Van Schijndel. Aan u het woord. Zijn er nog andere leden die het woord willen voeren in eerste termijn bij dit agendapunt? Oké. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Schijndel.
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Het lid VAN SCHIJNDEL: Ja, dank u wel, voorzitter. Uitermate zorgelijk dat de klassieke vaccinaties, de bereidheid ze te nemen – of bij de ouders dus, hè – aan het afnemen is. We moeten gewoon zien dat dat vooral is in de groepen mensen met een migratieachtergrond. Dat is gewoon zo. Dat is uitermate zorgelijk. Dus de vraag aan de wethouder is: hoe bereik je die mensen? Dus met in zekere, ja, zachte drang kan wel veel uitmaken, denk ik. Dan over de corona, hè. Dus dat heeft per saldo, denk ik, de bereidheid achteruit doen kachelen. Dat wil ik wel met mevrouw Van Pijpen eens zijn. Maar, ja, het was tochDus een vrije keuze moet het altijd zijn, of je dat neemt of niet. En er waren velen die kozen voor nou, dan maken we die infectie gewoon door en dan bereiken we hetzelfde resultaat als met- Dus dat is een individuele beslissing. Hoe dat epidemiologisch uitpakt in grote populaties, dat is vers twee. Dan, ja, is ook mijn vraag: wat gaat de wethouder doen, of de GGD, in geval van een grote uitbraak? Dat is het. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Rijxman. Wethouder RIJXMAN: Voorzitter, zoals u al hoort, hebben we een stevige commissie gehad. En de enige reden daarvoor is dat we ons allemaal zorgen maken over de vaccinatiegraad. En inderdaad, zoals al gezegd, daarom hebben we een brief gestuurd onlangs.
En u ziet ook dat de staatssecretaris de activiteiten, die wij hebben ontwikkeld rondom bijvoorbeeld gezondheidsverschillen, overgenomen heeft in een brief naar de Tweede Kamer. Amsterdam doet een doelgerichte aanpak, gericht op specifieke communities en groepen die meer en meer informatie nodig hebben. Dat doen we in hun eigen taal, via filmpjes gemaakt door mensen uit de eigen gemeenschap, zodat ze in ieder geval worden geïnformeerd over het gebruik kunnen maken van vaccinaties. En misschien is het goed om even nu de vragen die allemaal verschillende achtergronden hebben, maar toch elke keer samenkomen, om die even punt voor punt te gaan behandelen. Ik ga eerst naar mevrouw Hoogtanders. En ik probeer even de andere raadsleden in het hele antwoordenspel mee te nemen. Dus de antwoorden zijn een beetje breed richting meneer Runderkamp, meneer Van Schijndel zo u wilt en mevrouw Van Pijpen. Misschien is het goed om te zeggen dat voor ons in Amsterdam het feit dat onze streefwaarden van de WHO, zoals eerder gezegd, onder de negentig procent is, ons grote zorgen geeft en dat we ons daar ook niet zomaar van af willen maken. Dat is een groot punt van zorg. En dit zorgt er ook voor dat er nog grotere gezondheidsverschillen komen en ontstaan. En dat willen we echt niet doen. Dat wil ik niet meemaken. Daarom komen er ook extra maatregelen.
Ik zal zo meteen wat meer ingaan op de maatregelen. Een andere vraag – ik meen van mevrouw Van Pijpen, maar wellicht ben ik in de war – de GGD GHOR en GGD Amsterdam zijn hard aan de slag om te zorgen dat er eventueel een wetswijziging komt, gegevensuitwisselingen komen en het streven is – nee, dat was meneer Runderkamp – om te zorgen dat de campagne in het voorjaar 2023, dat we daarvoor de informatie hebben. Die hebben we op dit moment gewoonweg niet. De VOORZITTER: Voordat u verder gaat, wethouder, er is een vraag vanWethouder RIJXMAN: Ik wilde ingaan op uw vraag, maarDe VOORZITTER: Wilt u dat afwachten, mevrouwGaat u nog even door met de beantwoording en dan houden we mevrouw Hoogtanders in de wacht.
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Wethouder RIJXMAN: Mevrouw Hoogtanders, ik weet dat u graag concrete informatie krijgt. Ik mag u niet direct aanspreken, dus ik kijk weer naar de voorzitter. Misschien is het goed om te zeggen dat we een social mediacampagne gaan inzetten. We gaan communiceren in meerdere talen, we communiceren in beeld en geluid, zowel met pictogrammen, audio en filmpjes. Maar ik geloof dat ze wil dat ik stop. (Het lid HOOGTANDERS: Nou, voordat u verder gaat met dat deel van het betoog. Mijn vraag is: is Amsterdam in code rood beland nu we onder de negentig procent zitten?) We zijn formeel niet in code rood beland, maar in mijn hart en hoofd zijn we wel in code rood beland. Dus ik wil heel graag wel even voorlezen wat we allemaal gaan doen of aan u vertellen, want ik vind het zeer zorgwekkend. (Het lid HOOGTANDERS: Wanneer is het dan code rood?) Ik moet u dat precieze antwoord toch even- Want u wilt van mij getallen hebben. Die heb ik niet uit mijn hoofd, maar ik denk dat zodra de GGD denkt dat het een probleem is wat we niet meer aan kunnen pakken, dat dan onmiddellijk code rood ontstaat. (Het lid HOOGTANDERS: De VNG heeft een tijd geleden een commissie opgezet, die heeft gekeken naar verschillende codes voor de vaccinatiegrens.
Een code rood is wel degelijk op het moment dat we onder de streefwaarde van negentig procent komen.) Ik heb nog geen informatie gekregen, maar ik zal er bij u terugkomen. Code rood is mij nog niet bekend gemaakt. Dus vooralsnog is dat niet bij mij teruggekomen. Misschien is het goed dat ik even doorga met wat we allemaal gaan doen. Ik heb gezegd dat we eindigden, dat we met(Het lid VAN PIJPEN: Ja, en dat gaat nog even over dit punt van code rood. Want, ik bedoel, een ding is inderdaad of we als stad onder code rood zijn, maar de wethouder is het toch met mij eens dat we in sommige wijken in code diep-diep-dieprood zijn en dat we daar dus ook de maatregelen, die daarbij passend zijn, moeten toepassen?) Ik wil mevrouw Van Pijpen bedanken voor deze verhelderende vraag. Het antwoord is ‘ja’. En de enige reden waarom ik hier ook een beetje vanuit mijn hart probeer te spreken, is dat ik zie dat het echt snel, en zeker in bepaalde wijken, hard omhoog moet. Misschien is het goed om nog even te zeggen, we hadden het net even over corona. We maken in de communicatie duidelijk onderscheid tussen de coronavaccinaties en het Rijksvaccinatieprogramma. We hebben verloskundigen aangehaakt om maternale vrouwen, oftewel zwangere vrouwen, te wijzen op Rijksvaccinatieprogramma's. Dankzij het combineren van data hebben nu beter zicht voor welke groepen we ons extra moeten inzetten.
En dat kan gelukkig, omdat het een informed consent probleem is en na overleg met de staatssecretaris opgelost. Dus ook daarvan- U noemde het al, mevrouw Van Pijpen noemde het al in de commissie. We zijn blij dat we daarmee kunnen werken. We evalueren steeds weer en steeds meer of we onze acties kunnen aanpassen waar nodig. En verder gebruiken we alle contactmomenten die er zijn met jeugdzorg om ouders te wijzen op vaccinatie. Ik ga even terug naar mijn blaadje voor de rest van de beantwoording. (Het lid VAN PIJPEN: Ja, voorzitter, ik werd even getriggerd door de opmerking van de wethouder dat er in de communicatie onderscheid gemaakt wordt tussen de coronavaccinaties en andere vaccinaties. En ik wil graag weten hoe dat onderscheid eruitziet. En waarom dat onderscheid gemaakt wordt.)
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
Voorzitter, misschien is het een heel klein voorbeeld. Maar ik wil mevrouw Van Pijpen graag meenemen en laten zien op welke manier wij communiceren met de doelgroep. We hebben als voorbeeld – het is maar een klein voorbeeld – een envelop waarin staat dat de informatie die erin zit voor het kind is, omdat wij zien dat dat belangrijk is, dat in ieder geval al bij openmaken men weet dat dit het kind betreft. (Het lid VAN PIJPEN: Ja, voorzitter, dit is nog geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was: welk onderscheid wordt er gemaakt, hoe wordt het gemaakt en waarom wordt dat onderscheid gemengd?) Ik dacht dat het wel een antwoord was, maar ik ga het toch nog verder proberen fijn te maken. Het is een onderscheid, omdat we zien dat brede rijksvaccinaties- En we hebben het nu nog niet over corona op zichzelf, wat wel binnenkort een onderwerp zal gaan zijn. We moeten ervoor zorgen dat mensen in ieder geval zich laten vaccineren. Dus naast heel veel andere onderwerpen hebben we besloten of is er besloten om in ieder geval in de communicatie – want dat is de vraag – duidelijk te maken dat de informatie voor het kind nodig is, omdat we zien dat heel vaak ouders door allerlei redenen niet meegaan in het Rijksvaccinatieprogramma. En die heb ik net al proberen te duiden. (Het lid VAN PIJPEN: Ja, allerlaatste interruptie en meer een oproep. Ik zei het net ook al in mijn bijdrage.
We hebben het over publieke gezondheid. Vaccinaties, voor welke ziekte dan ook, is daar een belangrijke pijler onder. En ik hoop toch dat we in alle communicatie, die we daarover doen, dat ook zullen uitdragen. Ik wil mevrouw Van Pijpen danken. Vanzelfsprekend zullen we daarnaar kijken, maar we hebben het nu expliciet even over de jonge kinderen en de kinderen in de zorg. En daar sloeg ik op aan. (Het lid VAN SCHIJNDEL: Ja, dank u, voorzitter. Het is meer een ondersteunende interruptie. Kijk, dat coronavaccin is dus met stoom en kokend water tot stand gebracht. Heel snel. Dus allerlei regels die bij de klassieke vaccinaties in acht worden genomen, dat dat langjarig wordt onderzocht, enzovoort, daar werd even de hand mee gelicht. Dus sommigen zijn daar erg van geschrokken en die kozen dan voor: daar gaan we niet mee aan de slag, met dat coronavaccin. Dus het Rijksvaccinatieprogramma is een gans andere zaak. Dat zou ik even gezegd willen hebben.) Waarvan akte, meneer Van Schijndel. O, sorry, voorzitter, voor meneer Van Schijndel: misschien is goed om direct meneer Van Schijndel ook antwoord te geven op de vraag die mij gesteld werd. Laat ik als wethouder zeggen dat ik op geen enkele wijze mensen ga dwingen, maar wel graag mensen overtuig om de vaccinatie te nemen. En van dwang kan hier geen sprake zijn.
We kunnen, en we zien het ook in de resultaten, dat als we genoeg overleg plegen en genoeg informatie geven, dat mensen bereid zijn om zich te laten vaccineren. En waar niet, zullen wij een tandje harder in moeten werken, maar niet door dwang. Dan wil ik even teruggaan in de beantwoording. Ik wilde teruggaan in de beantwoording. Mevrouw Hoogtanders, u vroeg of er zorgen zijn over een uitbraak. Dat is een terechte vraag. Misschien is het goed om te zeggen dat we ons op dit moment geen zorgen maken over een uitbraak. Dat komt omdat de vaccinaties in het verleden goed zijn. Maar als de vraag is ‘bent u gerust over de toekomst’, dan zal ik heel eerlijk zeggen: niet direct. Dus dat is het eerlijke antwoord. Ik zal uw tweede vraag dan later beantwoorden.
Jaar 2022 Vergaderdatum 5 okt. 2022
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad
R
(Het lid HOOGTANDERS: Ja, heeft u daar ook een advies over gekregen van de arts die binnen de GGD verantwoordelijk is voor infectieziekten?) De VOORZITTER: Kunt u de vraag even herhalen, mevrouw Hoogtanders? [...] Ik zal er rekening mee houden. (Het lid HOOGTANDERS: Of u daar dan ook advies over heeft gekregen van de arts die verantwoordelijk is binnen de GGD voor de bijzondere infectieziekten?) Wethouder RIJXMAN: Voorzitter, ik praat met grote regelmaat over de GGD en zij erkennen en herkennen het probleem. Vandaar dat er ook allerlei concrete acties opgesteld zijn. Er is überhaupt nog niet met mij gesproken over een uitbraak. Ik denk dat ook de GGD zorgen heeft over de toekomst en niet over het nu. (Het lid HOOGTANDERS: Nogmaals, heeft u het advies van de arts verantwoordelijk voor infectieziekten gekregen?) Het antwoord is dat dit advies mij formeel niet is gegeven. De VOORZITTER: U vervolgt uw betoog. Wethouder RIJXMAN: Ik wil er eerlijkheidshalve bij zeggen dat we ook informele gesprekken hebben met de GGD, dus daar kan ik later nog over spreken. Mevrouw Hoogtanders, u vroeg ook aan mij of geld eventueel een probleem was. Daarvoor kan ik zeggen dat we op dit moment genoeg middelen hebben. Daar zal het niet aan liggen. Op dit moment is er genoeg.
En we zullen hard, keihard moeten gaan optreden in allerlei vormen om in ieder geval met het geld wat er nu genoeg is, zo snel mogelijk te zorgen dat er genoeg vaccinaties zijn. Dan wil ik doorgaan naar mevrouw Van Pijpen. De vraag, voorzitter, van mevrouw Van Pijpen was of – als ik het goed heb onthouden – corona, dat dat een van redenen is en de vaccinatie, dat dat strijdtoneel was van een eventuele vaccinatiezorg die er op dit moment is. Ik denk u te moeten zeggen, dat- Wacht even. Wilt u een interruptie doen? De VOORZITTER: Wethouder, ik hou alles scherp in de gaten. U vervolgt uw betoog. Wethouder RIJXMAN: Nee, maar ik dacht het even te zien. Ja, nee, ik snap het. Ik ben heel beleefd opgevoed, hè. Mevrouw Van Pijpen, voor mevrouw Van Pijpen, voorzitter, kan ik zeggen dat dat verband er niet direct is. We zien wel dat bij corona de zorg is gekomen, maar vaccinatie – en uiteindelijk is corona ook een vaccinatie – zijn onderdeel daarvan. Daar blijft de opkomst slecht en het is niet goed genoeg. En dat hebben bij corona in de laatste periode ook gezien. Dus om het direct aan elkaar te koppelen op deze manier: niet. Maar ik zou wel zeggen dat we rondom vaccinaties allerlei verbanden zien en zien dat het niet alleen maar gaat over corona. (Het lid VAN PIJPEN: Ja, voorzitter, ik wil even mijn vraag herhalen.