CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20220622 verslag gemeenteraad middag

RAAD 22 juni 2022, gemeente Amsterdam33.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

En ten tweede zegt de Provincie daarover: ons is het eigenlijk om het even en wij laten het afhangen van het politieke debat in deze raad. Hoe reflecteert u erop als u er dan zo naar kijkt?) Nou ja, in elk geval constateer ik dat de Rekenkamer ook denkt dat de raad heeft vastgesteld dat de schuldquote van 78 procent niet verder overstegen mag worden. Dat leiden ze af uit de begroting. Maar inderdaad, u heeft wel gelijk dat de raad daarover gaat. Daar leg ik me helemaal bij neer, helaas. (De VOORZITTER: Dat heb ik nooit eerder gehoord, dat een raadslid het jammer vindt dat de raad erover gaat.) Nee, ik bedoel iets anders natuurlijk. Ik bedoel natuurlijk dat de VVD geen meerderheid heeft, dat is jammer. Maar goed, ik ga door. Maar ik neem het punt van de heer Ernsting mee natuurlijk. Ja, dan gaan we door naar het volgende onderwerp. Maar niet voordat ik mijn laatste zin had gezegd over dit onderwerp. Als VVD zouden we deze bedragen natuurlijk

46

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

liever niet besteden aan rente, maar aan veiligheid, kades en bruggen en de openbare ruimte. Door het afschaffen van de renterisicobuffer twee jaar geleden moet de rentestijging sindsdien worden opgevangen in de algemene reserve. In dat kader de volgende vraag aan de wethouder. We hebben gezien dat de rente-uitgaven in de toekomst met tientallen miljoenen kunnen toenemen. Is de wethouder het met mij eens dat wanneer wij dit continu bij de begroting moeten opvangen in de algemene reserve dit kan leiden tot wispelturig beleid, omdat andere ambities en investeringen dan op de tocht komen te staan? Kunnen komen te staan. Nou, naast de netto-schuldquote kijkt de toezichthouder op de gemeente Amsterdam, de Provincie, ook naar andere kengetallen. Bijvoorbeeld het weerstandsvermogen en de solvabiliteit. Het weerstandsvermogen is een getal dat uitdrukt hoeveel reserves Amsterdam voorhanden heeft om onvoorziene gebeurtenissen, zoals een coronacrisis, op te vangen. Het is in vier jaar gedaald van 1,25 in 2018 naar 0,4 in 2021. Dat wil zeggen: onvoldoende. In Rotterdam is het weerstandsvermogen 1,36 en in Utrecht is het 0,73. Amsterdam heeft het laagste weerstandsvermogen van de vier grootste steden in Nederland. En om het weerstandsvermogen te verbeteren, moeten de algemene reserves toenemen. En dan ten slotte de solvabiliteitsratio.

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen, het totaal van de algemene en de bestemmingsreserve, hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie, maar dat brengt mij op het tweede punt: de afschrijvingstermijnen. De afschrijvingstermijnen voor gebouwen hebben namelijk impact op de solvabiliteit. Vanaf 2021 heeft de gemeente besloten de afschrijvingstermijnen te verlengen van veertig naar tachtig jaar. Dit is voor gemeentelijk vastgoed een ongebruikelijk lange afschrijvingstermijn. Accountant ACAM geeft aan dat het erom gaat hoelang het vastgoed nog meegaat, mede in relatie tot welke investeringen en onderhoudsuitgaven er nog aankomen. Een goed voorbeeld is de Stadsschouwburg die in 1894 werd gebouwd. Inderdaad, een gebouw met een lange levensduur, maar tegen welke onderhoudskosten? ACAM vindt het belangrijk dat voortdurend wordt gemonitord of er voor individuele objecten geen sprake is van een duurzame waardevermindering. Bovendien blijven door het verlengen van de afschrijvingstermijnen de investeringen langer op de balans staan, waardoor de uitgaven aan rente zullen stijgen. De gemeente leent immers het geld om deze investeringen te doen. Met een lage rente is dit effect voor 2021 marginaal.

De lagere afschrijvingslasten wegen dan op tegen de extra rentelasten. Dit effect is echter wel een gevolg van de huidige vastgoedportefeuille in combinatie met een lage rentestand. Dit effect is naar verwachting niet blijvend, zo geeft ACAM aan. Wij stellen dan ook voor om de aanbeveling van het accountantsverslag over te nemen door de onderbouwing van de afschrijvingstermijnen periodiek, minimaal eens in de vier jaar, te herijken en individuele objecten te blijven monitoren op duurzame waardevermindering. In het licht van de stijgende rente zouden we willen vragen wat dit betekent voor de keuze om de termijn van veertig naar tachtig jaar te verlengen. Wij dienen een motie in, dat hebben we inmiddels gedaan, en wij hopen dat hierdoor de effecten van de afschrijvingstermijnen beter zichtbaar worden. Wij hopen op steun voor onze motie. De VOORZITTER: Dan is het woord aan de fractie van BIJ1. Is er behoefte om het woord te voeren? Dat is niet het geval. Dan gaan we door met de Partij voor de Dieren.

47

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Lammeren. De heer VAN LAMMEREN: Voorzitter, dank u wel. Een van de belangrijkste momenten van het jaar: de jaarrekening. Het is inderdaad jammer dat we het er niet in de vakcommissies over gehad hebben, maar in één generieke TAR, want er zijn gewoon heel veel vragen en dingen waar we het als raad over moeten hebben, want de financiële situatie is, zoals mijn geachte ambtsgenoot van de VVD zegt: het staat er gewoon niet rooskleurig voor. Dat is een boodschap die ik hier al een kleine twaalf jaar sta te verkondigen, dat de solvabiliteit achteruit holt. Het irriteert me dan ook altijd als er staat: ja, we investeren in de stad. Maar dan niet in economische zin, want als je zou investeren in de stad zou die solvabiliteit niet zo hard achteruitgaan. Wellicht wil de wethouder, of alle wethouders, daar voortaan rekening mee houden, dat als we het over investeren of uitgaven hebben, dan kan je wel investeren in de menselijke maat, dierenwelzijn en groen, dat is prima, maar noem dat dan anders. Wij als raad zullen heel scherp aan de wind moeten zeilen hoe wij met de financiën van onze stad omgaan, want dames en heren, het gaat echt niet goed met de stadsfinanciën en de oplopende rente is daar natuurlijk nog een extra probleem bij. (De heer ERNSTING: Ja, dank u wel.

Ik volg de redenering van de heer Van Lammeren wel voorzitter, maar zegt hij nou werkelijk dat investeren in groen en in welzijn en in huizen niet rendabel is en dat we het daarom niet zouden moeten doen? Is dat de boodschap van de heer Van Lammeren hier?) Nee, want dat is het probleem, ik weet nog een motie die nooit is uitgevoerd, die gaat namelijk over het uitrekenen van wat is nou groen als waarde, omdat dat geen economische waarde heeft. Investeren in groen helpt voor lagere zorgkosten, de mensen voelen zich prettiger, wat allerlei effecten heeft die we helaas niet economisch kunnen meten, maar we zitten nu in een systeem, en ik heb het nu over de jaarrekening, want ik denk dat wij dezelfde filosofische richting wel onderschrijven, alleen waar ik voor wil waken, is dat de financiële situatie nog veel slechter gaat en dan krijg je inderdaad dat het een groen verdienmodel moet worden, want dan moet het economisch rendement gaan opleveren en niet gezondheids- of geestelijke winst. Dus investeren in groen is heel verstandig, alleen ik denk niet dat we in termen van investeren moeten praten als het niet op de balans in de solvabiliteit meegaat.

Ik denk, wellicht aanvullend voorkom ik een interruptie, dat als GroenLinks en de Partij voor de Dieren het voor het zeggen hadden, dat we een heel ander soort economie na zouden jagen en een heel andere soort afrekenmethodiek zouden hebben. Maar dat is helaas niet helemaal de werkelijkheid op dit moment. (De heer ERNSTING: Nee, want hier wil ik nog wel even over doorfilosoferen, want ik deel dat wel: die systeemkritiek en dat we daarin aan de ene kant moeten werken, maar toch hamert u vanuit dat systeem de hele tijd op die solvabiliteit. Elk jaar hoor ik u daar weer over. Dus u deelt kennelijk dat systeem dan toch waar we in zitten, maar waar u eigenlijk ook vanaf wilt? Wat is het nou precies?) Ja, ik wil zeker van het systeem af. Ik wil ook van de spreektijdenregeling af, maar ik heb me daar wel aan te houden. En dus: I need to play along. Ik moet meespelen, in goed B1-Nederlands. We hebben dat systeem. Want anders gaat de Provincie ingrijpen in

48

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

Amsterdam en is er echt geen geld meer voor bomen bijplanten, zorgen dat het groen in goede staat blijft. Ik zou willen zeggen: investeer in groen. Dus we zullen ons aan dat systeem moeten conformeren als dat de spelregels zijn die van bovenaf worden opgelost. Maar nogmaals: ik zou groen heel anders willen waarderen. Een Vondelpark staat niet op de balans, maar is miljarden waard. Dat is miljarden waard qua gezondheidszorg en qua geestelijke gezondheid. (De heer ERNSTING: Ja, tot slot, voorzitter. Helemaal eens hoor met het betoog dat die investeringen heel belangrijk zijn, maar in die solvabiliteitsratio hebben we ook altijd voldaan aan de eisen van de Provincie de afgelopen jaren en toch blijft u daar maar op hameren. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat u dus deels heel graag met één voet in het systeem wilt blijven en aan de andere kant hier met de mond systeemkritiek belijdt.) Nou ja, dat is een interessante uitdaging van GroenLinks. Dan stel ik een andere vraag. Ik kan een wedervraag stellen aan GroenLinks. Waarom rapporteert dan dit college, waar jullie onderdeel van zijn, in dit huidige systeem terwijl de systeemkritiek van GroenLinks net zo hard is als die van ons? Ik bedoel: ja, want het moet van de Provincie. Ja precies, het moet van de Provincie, dus we zullen eraan mee moeten doen.

Maar ik zou er toch echt voor willen waken, want wat er gaat gebeuren is namelijk dat we, als we de financiële situatie van Amsterdam nog meer laten verslechteren, nog pijnlijker keuzes moeten gaan maken. Dat is waarvoor ik wil waken. En ik denk dus dat we ook voorzichtig moeten zijn met wat we nou financiële investeringen noemen en wat nu gewoon investeringen zijn in het welzijn van de Amsterdammer. Dat is niet altijd hetzelfde. Dan: college schaamt u. Schaamt u echt. U heeft gewoon onderbestedingen gedaan. U heeft te weinig geld uitgegeven aan dat groen. Een onderbesteding op bomen, een onderbesteding op de Groenvisie, een onderbesteding op het Amsterdamse Bos, een onderbesteding op groen in de buurt en een onderbesteding op de Voedselvisie. En volgens mij zijn de doelen niet gehaald, want je mag onderbesteden, sterker nog: dat is heel prettig in deze financiële tijden, maar dan moet je wel je doelen halen. En die doelen zijn ook niet gehaald. Dit is eigenlijk wat je in een vakcommissie zou willen bespreken: leg mij nou eens uit: waarom zijn die bomen niet herplant? En waarom hebben we een onderbesteding? En waarom gaat dat volgens mij naar de algemene middelen? Dat gaat nu te gedetailleerd, maar dit zijn wel de vragen waar wij mee worstelen. Ook de schoonheid-in-de-stad-indicator zou een 7,0 moeten zijn. We zitten gewoon op een 6,3.

Amsterdam is gewoon volgens onze eigen maatstaf te vies. Wat gaat dit college daar nu echt aan doen om die stad schoon te maken? Als we nu naar het centrum fietsen weet ik zeker: het is gewoon één grote pokkenzooi. Er ligt overal afval en dat is wat je bij een jaarrekening moet bespreken. Financieel gaat het niet zo goed, maar wat heeft het college gedaan? En er zit gewoon een aantal onvoldoendes bij. En wat ik dan nog het erge vind van groen: er is wel een overbesteding in het Amsterdamse Bos, van acht ton. Niet voor het onderhoud of meer groen te plegen. Nee, voor de verbreding van de A9. Dan kunnen we het geld wel uitgeven. Kan het college hierop reageren waarom we aan de ene kant de bomen niet planten en het Amsterdamse Bos groener maken zoals beloofd en aan de andere kant wel een overbesteding van acht ton hebben voor de verbreding van de A9? De Partij voor de Dieren zit daar niet op te wachten. Er zijn al honderdduizenden bomen gesneuveld.

49

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

Voorzitter, al met al, financieel klopt het, het staat er niet rooskleurig voor. Wij maken ons ernstig zorgen over de toekomst. De solvabiliteit hoef ik niet uit te leggen. De netto-schuldquote is gigantisch. Dat wordt alleen maar erger. Die rente gaat niet naar beneden. Dus ik maak mij ernstig zorgen. Wat heb je eraan? Niet zoveel, want we kijken nu terug, maar bij de begroting volgend jaar zal het echt anders moeten en wat ons betreft een overbesteding op het groen, totdat de doelstellingen behaald zijn. Dank u wel. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Broersen. Mevrouw BROERSEN: Ja voorzitter, excuses voor net. Het is de eerste domme fout in drie maanden denk ik. Het zal vast niet de laatste zijn. Al doende leert men. Ik wil graag ten eerste de Rekeningencommissie hartelijk bedanken voor hun tijd en aandacht die ze hebben besteed en het kritisch kijken naar dit verslag en het samenstellen van de adviezen. Ik zou graag kort willen inzoomen op een punt dat wij afgelopen TARvergadering ook over dit jaarverslag hebben gemaakt, namelijk de leesbaarheid voor de Amsterdammers. Het college heeft in reactie op de Rekenkamer aangegeven aandacht te besteden om de leesbaarheid en de overzichtelijkheid verder te willen verbeteren.

En ondanks dat de verslaggevingsregels de complexiteit van de gepresenteerde cijfers en toelichtingen in de hand kunnen werken, is het de ambitie om een verslag als dit leesbaarder te maken. Ik mis echter in de reactie van het college de hoe, als het gaat om het begrijpelijk maken van deze tekst voor de Amsterdammers. Met wie werken de ambtenaren samen om zo’n verslag zoals dit leesbaarder te maken? De gemeente heeft eerder gewerkt met taalambassadeurs. Zij keken mee met communicatieteksten van de gemeente naar Amsterdammers. En we zouden ook kunnen kijken naar andere communicatievormen, zoals het werken met video in plaats van tekst. Neemt het college dit soort ideeën mee in de plannen om de leesbaarheid te verbeteren? De begrijpbaarheid van dit soort documenten door Amsterdammers helpt in onze ogen om draagvlak te creëren voor de keuzes die worden gemaakt op financieel vlak. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is de SP, heeft u behoefte? Dat is niet het geval. JA21? Niet aanwezig. De heer Koyuncu? Ik kan geen wijs worden uit de gebaren die u maakt, maar ik begrijp dat de heer Khan het woord voert. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Khan. De heer KHAN: Voorzitter, ik stel eerst een aantal vragen aan de wethouder Financiën en één aan de wethouder Armoedebestrijding. Vervolgens gaat mijn collega Koyuncu een bijdrage doen namens DENK.

Voorzitter, ik ben ingegaan op de vragen die onder andere zijn gesteld door de VVD en de Partij voor de Dieren. Die gaan over de toegenomen rentelasten. Ook wij maken ons grote zorgen daarover. En welke gevolgen dat heeft voor onze begroting. Zoals eerder is aangegeven: eerder hadden we een renterisicobuffer. Die is in 2021 op initiatief van de toenmalige coalitie afgeschaft. Deze reserve zou cumulatief een buffer hebben gereserveerd van ongeveer honderd miljoen. Nou, daarmee zouden we ongeveer de toegenomen rentelast hebben kunnen dekken, maar dat is nu niet meer mogelijk. Sterker nog: de rentelasten gaan de komende tijd nog meer verhogen. De ECB gaf twee weken geleden aan dat we misschien dit jaar nog twee extra renteverhogingen kunnen

50

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

verwachten. Dus wat zijn dan de gevolgen voor onze begroting? Wat ik me ook afvraag, is: was de afschaffing van deze renterisicobuffer een verstandige zet? Ik hoor graag of de wethouder daarop in kan gaan. In het coalitieakkoord is opgenomen dat de weerstandsratio niet meer als norm over wordt genomen voor de stand van de algemene reserve, maar alleen een percentagebedrag van vijf procent. Eerder is al aangegeven, in de nota Begrotingsruimte, dat dit een verschil kan opleveren van 45 miljoen negatief. Met andere woorden: we komen 45 miljoen negatief tekort als blijkt dat we die andere norm hadden moeten nemen. Maar goed, dat is nu niet zo opgenomen in het coalitieakkoord. Dus ik vraag me af: is dat een verstandige zet geweest om dat op te nemen in het coalitieakkoord? Kan de wethouder daarop ingaan? Een van de manieren om de toegenomen rentelasten het hoofd te bieden, is door investeringen te temporiseren. In het coalitieakkoord is reeds een temporisatie van honderd miljoen opgenomen. Ik ben benieuwd welke keuzemogelijkheden wij nog meer hebben. Kan de wethouder dat voor de begroting aan de raad doen toekomen, zodat wij ook kunnen meekijken naar welke investeringen mogelijk verder uitgesteld kunnen worden, zodat we daarmee onze rentelasten kunnen beperken? Tot slot nog over armoede. Nou, D66 zei het al: het is niet alleen een financiële kwestie, maar ook een inkomenskwestie.

En daarmee een kwestie voor brood en onderdak. Wij maken ons daar grote zorgen over, over de gevolgen hiervan, niet alleen voor de lage inkomens, maar ook voor de middengroepen. Daarover hebben we een voorstel ingediend met een ruime meerderheid van de raad, om te kijken hoe we die vangnetregeling kunnen inzetten om de kosten het hoofd te bieden, om te kijken naar mensen die net buiten die minimaregelingen vallen en ook om te kijken hoe we studenten daarbij kunnen ondersteunen. Nu gaat mijn collega, Süleyman Koyuncu verder in op het armoedevraagstuk. Hij doet dat vanuit een persoonlijk verhaal. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Koyuncu, die zijn maidenspeech houdt. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Koyuncu. De heer KOYUNCU: Dank u wel voorzitter. We hebben het al zo vaak gehad over geld en heel veel geld. Ik wil u meenemen in mijn persoonlijke verhaal, waar het ook te maken heeft met geld, maar niet zoveel als de bedragen waar we het hier over hebben. Voorzitter, weet u hoeveel een zakje spinazie kost? Een zakje spinazie, ik heb het net gecheckt bij de supermarkt, van vierhonderd gram, kost 1 euro 89. Dat was heel vaak het grootste deel van het geld dat mijn moeder begin jaren negentig had om haar boodschappen te doen. Ik was toen nog een klein kind, maar ik kan me heel goed herinneren hoe zij aarzelde.

Ze was zwanger van mijn broertje en had heel erg trek in spinazie en ze moest kiezen tussen de spinazie of de rest van de boodschappen. We hadden het niet breed, maar toch wist zij op de een of andere manier heel veel lekkers ’s avonds op tafel te zetten en nu, jaren later, begrijp ik hoe moeilijk dat is geweest voor haar. Een aantal jaar later werd mijn vader ondernemer. En het ging financieel gelukkig veel beter. Tot het moment dat mijn ouders besloten om te scheiden. Mijn vader beloofde mijn moeder om te helpen met het huishouden als ze geen rechtszaak tegen hem ging aanspannen voor de alimentatie. Echter bleek helaas dat die belofte niet zonder

51

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

voorwaarden was, want hij gebruikte het geld als pressiemiddel. En op een gegeven moment was er geen geld meer. Mijn moeder moest het helemaal alleen doen. Ze had de basisschool afgerond in Turkije, sprak gebrekkig Nederlands, maar ze gaf niet op. Ze deed de ene na de andere opleiding en uiteindelijk begon ze bij een kinderdagverblijf als invaller. Omdat ze iedere keer bij een andere vestiging werkte, was ze heel vaak laat met het ophalen van mijn broertje. Dat deden de buren dan. Mijn broertje was vrijwel iedere dag bij een andere buurvrouw die zo lief was om hem op te halen. Mijn moeder werkte hard, maar hield vrijwel niets over. Meer dan parttime kon haar werkgever niet bieden. Eén keer per jaar kreeg ze een bonus van tweehonderd euro, omdat ze zich een jaar lang niet had ziekgemeld. Kunt u het zich voorstellen? Drie kinderen, een jaar lang je niet ziekmelden. Voorzitter, mijn moeder werkte hard, maar het beetje geld dat ze daarvoor kreeg, zag ze niet als haar geld. Wat ik nog steeds helemaal niet kan begrijpen, is dat zij haar excuses maakte wanneer ze een paar schoenen voor zichzelf had gekocht. Daar zaten dan gaten in, in de oude. Als ze ergens een frisdrankje of een chocoladereep had gezien waar ze op dat moment trek in had, kocht ze dat soms. Dan nam ze het mee, legde het op tafel en wij mochten dan als eerste eten.

Als er wat over was, en alleen dan, at zij ook een stukje. Voorzitter, Sabiha, dat is dus de naam van mijn moeder. Ze werkt momenteel bij een bejaardentehuis als gastvrouw. Dat doet ze al vele jaren met heel veel plezier. En ze vertelt er met heel veel trots over. Bijvoorbeeld wanneer ze ons een paar woorden Italiaans leert die ze dan van een oudere van het huis heeft geleerd. En dankzij haar kunnen mijn twee kinderen ook een goed woordje Italiaans spreken. Sabiha bidt thuis voor de bewoners die komen te overlijden en er is feest thuis als er iemand weer gezond naar huis mag. Vergeleken met vroeger staat ze er persoonlijk veel sterker voor. Alhoewel, financieel nog niet, omdat ze nog altijd in parttimeverband werkt. Fulltime is helaas niet haalbaar voor het tehuis. Wanneer ik haar help met het papierwerk zie ik af en toe het saldo van haar bankrekening. Dan staan er een paar tientjes op. En heel vaak staat ze in de min. Als ik het dan niet kan houden om stiekem wat geld over te maken, krijg ik een boos telefoontje de volgende dag en wordt het geld meteen teruggestort. En dan zegt ze: het enige wat ik wil is dat het goed met jullie gaat. Ik kan uren, dagen, jaren doorgaan met de heldendaden van mijn moeder, want dat is ze voor mij. Zij is mijn superheldin.

Ze liet me zien om op te staan wanneer je valt, gemotiveerd te blijven wanneer je het moeilijk hebt en bovenal voor wie je het moet doen. Nu is het mijn beurt om iets terug te doen. Voor Sabiha en alle andere heldinnen in vergelijkbare situaties. Een prachtige welvarende stad als Amsterdam en haar bewoners verdienen beter. Daarom dien ik samen met de collega’s Ahmadi, Yemane, Broersen en Boomsma een motie in om alleenstaande moeders te voorzien van meer voorlichting voor hun rechten. Ik reken op steun. Dank u wel. (Applaus.) De VOORZITTER: Dank u wel voor uw prachtige toespraak. Ik kan me voorstellen dat uw moeder een heldin is. Dan gaan wij daarmee door naar het CDA, de heer Boomsma. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma.

52

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

De heer BOOMSMA: Dank voorzitter en dank aan de heer Koyuncu voor zijn prachtige maidenspeech. En dank ook aan de Rekeningencommissie en aan de accountant voor de rapporten en de aanbevelingen. We hebben nog een aantal punten. Ten eerste over de afschrijvingstermijnen. Ja, het CDA was daar bijzonder kritisch over, de verlenging tot tachtig jaar. Ik denk dat het niet verstandig is. Zelfs de Belastingdienst adviseert maximaal vijftig jaar. En we hebben er toen al op gewezen: de Stopera is bijvoorbeeld in 1988 opgeleverd, maar is nadien natuurlijk al zeer ingrijpend voor vele kosten weer verbouwd. Dus de vraag is zeer of dit nou echt realistisch is, want je schuift de kosten naar de toekomst toe. Nou, de accountant heeft inderdaad wat ons betreft dus gelijk, dat moet je periodiek herijken. Eens in de vier jaar sowieso. Wat ons betreft zou je dat nu al moeten doen. En ook inderdaad om continu te monitoren hoe het met individuele objecten gaat, of daar sprake is van die waardevermindering. Dus gebeurt dat nu? En is het college het daarmee eens? Dan ten tweede over het weerstandsvermogen. Ja, dat is natuurlijk veel te laag nu. We lopen natuurlijk risico’s door de oplopende inflatie en door de prijsstijgingen en door de rentestijgingen. Of dat nog voor tegenvallers gaat zorgen. We zien het nu eigenlijk ook al in de viermaandsrapportage, dat effect.

Dus de vraag is: zijn er wat het college betreft nog aanvullende stappen nodig om hierop voorbereid te zijn? Ten derde over de informatiebeveiliging. Ja, dat is natuurlijk ook van buitengewoon groot belang. We weten allemaal dat het nu niet op orde is. We willen dus eigenlijk niet alleen een overzicht van wat er allemaal wordt gedaan door het college, maar ook een overzicht van wat nu de stand van zaken is. En de accountant heeft ook geadviseerd om daarover iets op te nemen in het jaarverslag. Dat lijkt me heel verstandig. Ik weet dat er ook een uitgebreide rapportage komt, maar een soort samenvatting met een indicatie van wat nu de stand van zaken is en op welke termijn welke stappen worden gezet, dat zouden wij goed vinden. Dan had ik in de commissie gevraagd of nu bekend is hoeveel kinderen in Amsterdam van de basisschool naar de middelbare school gaan met een leerachterstand op taal en rekenen. Ja, we weten ook dat die taal- en leerachterstanden met name bij kwetsbare kinderen zijn toegenomen, met name ook door de coronacrisis. We weten ook dat de gemeente zich buitengewoon inspant om dat te voorkomen, die achterstanden te bestrijden. Ik vind dat we dat goed zouden moeten monitoren. Dus vandaar een motie om daarover een indicator op te stellen. Tot slot een vraag over de reserve voor raadsonderzoeken, want ik las dat daar 1,4 miljoen is onttrokken.

Ik neem aan aan de raadsenquête die heeft plaatsgevonden en het externe onderzoek, maar er is geen toevoeging gedaan en er is wel een afspraak met de raad dat het natuurlijk altijd moet worden aangevuld, zodat de raad altijd over de middelen kan beschikken om zo’n raadsenquête uit te voeren, want dat kan natuurlijk op elk moment nodig zijn. Ik kan zelf in ieder geval wel een aantal onderwerpen bedenken waarbij dat eigenlijk al heel verstandig zou zijn. Dus op welke manier gaat het college ervoor zorgen dat die weer wordt aangevuld? Tot zover. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Schijndel. De heer VAN SCHIJNDEL: Dank u wel voorzitter. Ja nogmaals, heel veel dank aan voor de goede werken van de Rekeningencommissie en de accountant. De eerste vraag die ik had is al beantwoord door mevrouw Van Pijpen. Dan is er een nieuwe vraag

53

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

opgekomen. De meeste sprekers hier wijzen op de grote risico’s die er zijn vanwege de stijgende rente, maar ik zie het toch goed dat de schuld die we hadden de afgelopen jaren is vernieuwd volgens de zeer lage rentetarieven die toen golden? Dus voor de langere termijn. Dus dat dit renterisico eigenlijk zit op toekomstige schulden die je aan wilt gaan. Het is nogal ingewikkelde problematiek, maar ik zou graag een uiteenzetting of een brief hebben waarin wordt aangegeven hoe de afgelopen jaren onder het vorige college en het college daarvoor met die herfinanciering is omgegaan. Dat is de eerste vraag. Sorry, ik ben even van mij à propos, maar daar is hij weer. Dan is er het punt dat de accountant heeft gemeld dat een zeer ingewikkelde organisatie als de gemeente Amsterdam, waar burgers en bedrijven vaak van afhankelijk zijn, je wilt een vergunning, je hebt een ontheffing nodig, dat soort zaken, dat er ontzaglijk weinig fraudemeldingen zijn. Ja, misschien dat de wethouder Financiën in overleg met de burgemeester dat toch eens verder kan uitzoeken. Er is een Bureau Integriteit. We zouden kunnen kijken naar het bewustzijn in de organisatie. Dus de bereidheid om te melden als er zaken misgaan. Om dat te stimuleren, dat je misschien anoniem mag melden. Ik weet het niet, maar ik denk dat we hier iets mee moeten, dus ik zie uit naar het antwoord van de wethouder.

De VOORZITTER: Dank u wel. Dan is daarmee het einde van de vragen vanuit de raad en is het woord aan het college. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Van Buren. Wethouder VAN BUREN: Dank u wel voorzitter. Ik heb ook een beetje een hoestje. Dus ik waarschuw vooraf: ik denk dat ik te veel tijd heb doorgebracht met de VVD-fractie de afgelopen weken, maar goed. Samenwerken heet dat. Ik wil allereerst ook de Rekeningencommissie bedanken voor het goede werk dat is verricht en ik zal zo veel mogelijk op alle vragen ingaan. Ik hoorde ook een aantal dezelfde vragen. Dus ik zal het samenvatten. Ik hoor veel zorgen over de ontwikkelingen van de rente. Die zorgen snap ik ook want elke 0,1 procent rentestijging leidt immers tot vier miljoen aan hogere lasten in 2026 en dan hebben we daarnaast natuurlijk ook nog de inflatie. En net als u vindt ons college een robuuste en toekomstbestendige gemeentebegroting heel belangrijk. Zoals we ook hebben geschreven in de raadsbrief. Waar ik me als wethouder Financiën vooral zorgen over maak, is over de begroting vanaf 2026 vanwege het zogenaamde ravijn van het Gemeentefonds. En als daar geen oplossingen voor komen, waar we natuurlijk nog wel aan werken, dan zijn wel forse ombuigingen nodig.

De bestuursopdrachten uit het coalitieakkoord moet die basis ook bieden voor de besluitvorming daarover en daar zullen we het bij de voorjaarsnota natuurlijk nog met u over hebben. Voor de korte termijn maak ik me eerlijk gezegd minder zorgen. We hebben ook een meicirculaire binnengekregen en nou zit daar gelukkig wel de compensatie in voor loon- en prijsontwikkeling en dat ziet er voor ons vooralsnog positief uit en ik ga er ook van uit dat de meicirculaire ook de ruimte biedt om voorlopig die renteontwikkelingen in de begroting op te kunnen vangen. Maar ja, zoals we allemaal weten, we leven ook in een onrustige tijd natuurlijk, met de oorlog in Oekraïne, de stijgende energiekosten, waar het net ook al over ging, de tekorten op de arbeidsmarkt en de stijgende bouwkosten. Dus garanties kan ik hier natuurlijk niet geven en we houden de ontwikkeling in de markt erg goed in de gaten. Er zijn ook vragen gesteld over de rentebuffer en over het besluit in de vorige periode, de vorige collegeperiode, om geen

54

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

aparte reserve meer aan te houden voor de rentebuffer en de rentebuffer is nu toegevoegd aan de algemene reserve. Ik heb daar ook naar gekeken. In algemene zin kan ik zeggen dat ik die lijn wel kan volgen om er één buffer van te maken in plaats van allemaal aparte risicopotjes. En voor mij bevordert dat ook de transparantie en ik kan me voorstellen dat dat voor u ook de transparantie bevordert. (De heer VAN LAMMEREN: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor de wethouder antwoorden dat we er één risicopot of -reserve van maken. Het nadeel daarvan zou kunnen zijn dat we niet goed kunnen inschatten hoe hoog die risicoreserve moet zijn, omdat het een stapelend effect kan zijn van projecten, te grote uitgaven en een stijgende rente. Hoe gaat de raad daarin worden meegenomen, hoe we dat plafond gaan vaststellen? En is dat plafond van die reserve dan flexibel? Wordt dat dan elke keer bijgesteld of is dat een vast percentage? Want dan zou dat eventueel dat echte risico niet kunnen afdekken. Dank u wel voorzitter. We hebben ook een nieuwe norm vastgesteld voor de algemene reserve. Die hebben we in het coalitieakkoord ook vastgesteld, dat ligt nu natuurlijk niet voor maar op vijf procent en dat is wel anders, want het is ook een eenvoudige werkwijze. Het is een vast percentage van het begrotingstotaal. Dus als de uitgaven stijgen of de balans stijgt dan wordt die algemene reserve ook groter.

En vanuit die gedachte dus. Als onze activiteiten toenemen dan moet die algemene reserve ook stijgen. Door die norm te koppelen aan het begrotingstotaal groeit de risicobuffer dus ook navenant mee. (De heer VAN LAMMEREN: Dank u wel. Ja, ik heb die vijf procent natuurlijk ook gelezen, maar die vijf procent is statisch. De begroting zal wellicht iets groeien en als Den Haag heel zuur doet misschien wel iets krimpen, maar waar het mij om gaat is dat die vijf procent niet het daadwerkelijke risico meeneemt, want rentestijgingen hebben niks te maken met begrotingsstijgingen. Dus het kan nu goed zijn vastgesteld, maar dat kan in de toekomst natuurlijk een enorm probleem opleveren. Dus mijn vraag is: is die vijf procent voor de komende vier jaar vast? Gaan we die vijf procent evalueren? Gaan we die afstemmen op de risico’s die de gemeente Amsterdam financieel eventueel gaat lopen?) Voor de komende vier jaar ligt die vijf procent vast. Dat hebben we zo vastgesteld in het coalitieakkoord, maar we gaan natuurlijk ook nog de begrotingsbesprekingen in, er komt nog een bestuursopdracht en we zullen dit natuurlijk altijd blijven monitoren. Maar die vijf procent stijgt natuurlijk. Het blijft wel vijf procent, maar als de investeringen groter worden dan stijgt die reserve wel. (De heer VAN LAMMEREN: Ja, even voor de helderheid.

Die vijf procent gaat toch over de begroting, niet over de investeringen? De investeringen nemen vaak het risico mee. Noem een Zuidasdok. Dat kan een paar euro kosten. Maar dat hoeft helemaal niet zo’n groot onderdeel te zijn van de begroting. Dus ik snap echt wel dat vijf procent over meer wat meer is in absolute zin. Maar dan nogmaals: dat hoeft helemaal niet het daadwerkelijke risico in te houden. Dus ik voorzie daar in de toekomst met een stijgende rente wat knelpunten. Maar goed, dat is de toekomst. We gaan erachter komen.)

55

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

(De heer KHAN: Voorzitter, in het verlengde daarvan. Ik ben wel benieuwd welke risico-inschatting de wethouder maakt, want in de brief die zij ons heeft gestuurd, als we kijken naar een stijging naar vier procent op de lange termijn, dan gaan we bijna negentig miljoen moeten betalen in het jaar 2026. Ja, ik ben wel benieuwd: is het dan geen onderdeel van een solide en duurzame begroting dat je ook daar rekening mee houdt? Dus ik ben wel benieuwd: welke inschatting maakt de wethouder zelf daarin?) Wij hebben natuurlijk als gemeente geen eigen rentevisie. Maar het is wel zo dat we dat natuurlijk wel continu blijven monitoren. We kunnen niet zeggen over hoeveel jaar die rentestijging er precies is. Dat geldt natuurlijk voor de hele economie. Dus sowieso zullen we daar met de begrotingsbesprekingen wel rekening mee houden en zullen we ook diverse scenario’s moeten uitwerken. Van wat als de rente stijgt en wat als de rente daalt. Dus dat is dat risicomanagement dat we wel ook doen. Dan kijk ik even waar ik gebleven was. Ja, de motie van de heer Burgers over de afschrijvingstermijnen. Nou, daar hebben we het al eerder over gehad, ook in de TAR, de afschrijvingstermijnen moeten natuurlijk in overeenstemming zijn met de feitelijke gebruiksduur.

Dus wat wij hebben gedaan, is eigenlijk een administratieve werkelijkheid op papier, dat de afschrijvingstermijn veertig jaar was, verlengd naar tachtig jaar. Er is ook onderzoek geweest dat die panden ook echt tachtig jaar kunnen bestaan. De ACAM heeft ook aangegeven dat zij hier ook akkoord mee zijn. We hebben daar ook onderzoek naar gedaan. Het is wel belangrijk om minimaal elke vier jaar dat weer te herijken en te monitoren. En eerlijk gezegd: wij hebben al aangegeven dat we dat ook gaan doen, dus daarmee is volgens mij het eerste punt van uw motie overbodig, want wij hebben al toegezegd omdat ook te gaan doen. U vraagt ook om in het licht van de stijgende rente deze toetsing voor de behandeling van de begroting 2023 alweer te doen. Ik ontraad dat. Een extra toetsmoment vanwege de renteontwikkeling ligt helemaal niet voor de hand, want de ontwikkeling van de rente staat los van de levensduur van de panden. Een stijgende rente is een algemeen risico, waar we het net ook over hadden, en staat dus los van de toets op die realiteitswaarde van de verwachte levensduur die ACAM ook adviseert. En het college wilde dus ook graag vasthouden aan de vierjaarlijkse toets en ontraadt daarmee ook de motie van u. Dan een aantal vragen over de leesbaarheid en de navolgbaarheid. (De heer BOOMSMA: Ja, dank voorzitter.

Nee, je moet natuurlijk niet de afschrijvingstermijn laten afhangen van de rente, maar het heeft wel gevolgen. De rente heeft wel gevolgen natuurlijk. Maar de vraag is nu: blij dat het college het overneemt om dat elke vier jaar te herijken, maar ons verzoek is dus om dat nu ook al meteen te doen.) Volgens mij heb ik net gezegd dat ik dat dus ontraad. Het is net getoetst. Het is een overbodige exercitie om dat nu voor de begroting 2023 te gaan doen, omdat er intern ook onderzoek is geweest over of het ook klopt met dat de levensduur van die panden naar tachtig jaar kan. (De heer BOOMSMA: Ja, nou, de accountant adviseert ook om de levensduur van individuele panden continu te monitoren. Daar heb ik nog geen reactie op gehoord en die lees ik ook niet in de reactie van het college op de aanbevelingen. Dus gebeurt dat nu? Of gaat het college dat inderdaad ook doen?

56

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

Dat gaan we elke vier jaar herijken. En we hebben een onderzoek gedaan naar de panden waarbij we nu de levensduur hebben verlengd. Dus dat onderzoek is al gedaan. En we hebben u toegezegd om dat elke vier jaar te herijken. (De heer BOOMSMA: Ja, maar als het gaat om individuele panden, het verzoek is ook om dat continu te blijven monitoren als daar sprake is van duurzame waardevermindering. Dus los nog van die globale heroverweging elke vier jaar.) Het is welles-nietes. Wij hebben gekeken naar alle panden. Dus een individueel pand, dat hebben we wel in beeld, welke panden voor tachtig jaar een levensduur hebben. Daarom hebben we ook scholen, zwembaden en dat soort gemeentelijk vastgoed erbuiten gehouden. We hebben echt gekeken welke panden dus wel voor die tachtig jaar kunnen. Sorry voorzitter. Nee, ik begon al. De lessen die ik ook meeneem naar het volgende P&C-product. Daar werd ook naar gevraagd. Vooral één ding vind ik heel erg belangrijk, ook als wethouder en dat is de leesbaarheid van het jaarverslag en de begroting, zowel voor de toegankelijkheid voor de raadsleden maar ook gewoon voor onszelf, maar ook voor alle bewoners van Amsterdam. En ik vind de suggestie die mij werd aangedragen door VOLT een hele goede suggestie. Dus die wil ik ook graag overnemen. We hadden er zelf ook al aan gedacht in de twee weken dat ik hier ben.

Om bepaalde infographics duidelijker te maken, misschien korte filmpjes te maken waarin je gewoon heel kort uitlegt waar het geld van de gemeente naartoe gaat en hoe het wordt besteed. Dus dat vind ik een hele goede suggestie. Dus daar gaan we echt mee aan de slag. Verder nog: er loopt ook een verbetertraject over de doelen, de activiteiten en de bijbehorende indicatoren. Dan komen we straks misschien ook nog op terug. Dus dat krijgt ook een plek in de planning-en-controlproducten en we beginnen dus met de begroting in 2023. Ik wil nog wel waarschuwen dat het wel kort dag is, dus we kunnen niet alles meteen verbeteren. Dus het is ook een winstwaarschuwing. Maar het heeft onze aandacht en we gaan ermee aan de slag. En er was terecht ook aandacht gevraagd voor de onrechtmatige inkoop. Daar is al een antwoord op geweest. De bestuursopdracht loopt af, maar we zijn nog niet klaar. Dus de onrechtmatige inkoop moet wat ons betreft ook omlaag en ik kan u verzekeren dat het mijn aandacht heeft.

U bent ook geïnformeerd via een brief, die is 9 juni uitgegaan, over de maatregelen die zijn getroffen en dat betekent dat met name de directies die boven die tolerantiegrens van een procent uitkomen een planaanpak moeten maken waarin ze aangeven hoe ze die onrechtmatigheid gaan herstellen en de rechtmatigheid van inkopen wordt ook een standaardonderdeel van de prestatieafspraken die die stedelijke directeuren voeren met hun directies. Ik zal u uiteraard daarvan ook goed op de hoogte houden en u ontvangt in het ritme van de planning-en-controlcyclus een voortgangsbrief. En de eerstvolgende brief hierover ontvangt u ook bij de najaarsnota in 2022. Dan was er nog een vraag van de heer Boomsma over de aanvulling van de reserves over de raadsonderzoeken. Jaarlijks wordt inderdaad een bedrag van 0,8 miljoen begroot voor het doen van deze raadsonderzoeken. Het klopt dat er nu een onderuitputting is omdat er een aantal raadsonderzoeken is geweest. Onder andere over het AEB en over de erfpacht en daarom is de reserve nu eind 2022 ook maar 0,1 miljoen. Dan gaan we weer aanvullen en dat gebeurt met in de toekomst overgebleven middelen uit het budget van de raadsonderzoeken dus bij dezen: het wordt weer aangevuld. We gaan het weer aanvullen, dus er kunnen raadsonderzoeken gaan plaatsvinden. Uw vraag over de onregelmatigheden is al beantwoord volgens mij.

57

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

Er was ook nog een vraag over de meldingen bij de commissie. Volgens mij is die voor de burgemeester. Oké. Voorzitter, ik heb het idee dat ik de meeste vragen heb beantwoord. (De heer KHAN: Ja inderdaad. Er stond nog een vraag open van mij over welke keuzemogelijkheden we hebben om andere investeringen verder uit te stellen, of we daar een overzicht van kunnen krijgen.) Er is geen overzicht van alle investeringen die we nog kunnen uitstellen eerlijk gezegd. Wel ligt er natuurlijk nog een bestuursopdracht. We gaan ook aan de slag om te kijken bij welke investeringen we moeten temporiseren of het anders moeten doen. Daar komen we nog op terug, maar misschien kunnen de andere wethouders daar ook nog een antwoord op geven. Maar er ligt niet een overzicht dat ik zo aan u kan verstrekken. (De heer KHAN: Ja voorzitter, maar ik denk dat het toch wel mogelijk is dat als je al bezig bent om die bestuursopdrachten uit te voeren je ons tegelijkertijd ook laat zien: dit waren de mogelijkheden, maar die hebben wij nu niet benut, maar dit zijn ook keuzes.) De bestuursopdracht wordt nog niet uitgevoerd. De bestuursopdracht ligt er nog niet, maar ik denk dat het goed is om daar ook over in gesprek te gaan gedurende de bestuursopdracht. (De heer KHAN: Oké, dat is goed.

Maar kunnen wij dan ook dat onderzoek ontvangen, met de mogelijkheden die niet zijn benut? Dus de investeringen die niet worden getemporiseerd, maar die wel uit het onderzoek uit de bestuursopdracht naar voren zijn gekomen. Kunnen wij dat dan ook ontvangen?) Voorzitter, ik ga ervan uit dat wat er uit de bestuursopdracht komt hier ook met de raad gedeeld wordt, dus daar gewoon ook bij hoort, bij de bestuursopdracht. Daar ga ik van uit. (De VOORZITTER: Ik zie dat er geknikt wordt. Dan de heer Van Schijndel.) (De heer VAN SCHIJNDEL: Ja, dank u voorzitter. Het betreft mijn vraag over een onderzoek naar het geringe aantal fraudemeldingen. Twee jaar corona betekende dat… (De VOORZITTER: Meneer Van Schijndel, de wethouder heeft net aangegeven dat wethouder Moorman even op die vragen in zal gaan. Daar heeft u nog geen antwoord op gekregen. Ik zou eerst het woord aan wethouder Moorman willen geven, waarbij zij de vraag die u aan mij heeft gesteld even voor mij beantwoordt.) De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Moorman. Wethouder MOORMAN: Dank u wel voorzitter. In de eerste plaats in de richting van het lid De Jager, die heel verstandig haar mondelinge vragen gewoon bij de jaarrekening heeft gesteld en dat is ook altijd het mooie van een jaarrekening, daar kan je eigenlijk alle vragen stellen, want het gaat ook over alles wat wij doen en uitvoeren.

De vragen over de studenten en de energietoeslag: dat speelt zeer. Bijvoorbeeld in Utrecht is daar ook al een protest over geweest. Volgende week ligt het wetsvoorstel voor in de Kamer. En wij zijn dan ook zeer van zins om SZW daarvoor nog mee te geven dat dit landelijk geregeld moet worden. Het is niet mogelijk om dat via de gemeentes te regelen. Daar zijn we ook niet voor gecompenseerd. Denk bijvoorbeeld aan een gemeente als

58

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

Wageningen. Die hebben zo'n 1,9 miljoen gekregen voor deze energietoeslag, die kunnen daarvoor ongeveer tweeduizend, of iets meer, mensen ook bedienen, maar als je kijkt naar het aantal studenten in Wageningen dan gaat het ineens over veertienduizend studenten. Dan kom je dus niet uit met de bedragen die wij krijgen. Hetzelfde geldt voor Amsterdam met ongeveer vijfendertigduizend uitwonende studenten. Dat zou ongeveer 28 miljoen kosten. Daar zijn wij niet voor gecompenseerd door het Rijk. En bovendien is DUWO een veel betere instantie om dat te doen, omdat zij weten wie de uitwonende studenten zijn en ook weten wie daar bijvoorbeeld een aanvullende beurs krijgt. Daarom is DUWO een meer aangewezen instantie om dat te doen. Maar nogmaals: wij zullen dat, als het volgende week voorligt in de Kamer, ook nog een keer aan SZW meegeven. Dan ga ik meteen over, voorzitter, naar de motie van de heer Khan, want die is ook door mevrouw De Jager mede-ingediend. Daar heb ik een positief advies over. U weet dat wij een vangnetregeling hebben ingericht. Die vangnetregeling bestaat eigenlijk uit twee onderdelen hebben. We mogen het niet categoriaal doen, daar hebben we het net over gehad. Boven een bepaald percentage.

Dus we kijken via de individuele bijstand of we mensen kunnen helpen en tegelijkertijd zijn we bezig met de vroegsignalering en op het moment dat we een signaal krijgen, dan zullen we zorgen dat we mensen zo goed mogelijk bijstaan op het moment dat dat van de vanuit de energieleveranciers naar ons toe komt. En ik vind het verstandig, wat u aangeeft, om dat zo goed mogelijk te monitoren en op het moment dat blijkt dat wij niet uitkomen met de middelen dat ook daarop aan te vullen. Dus een positief advies op die motie. Voorzitter, dat was motie – dan moet ik even kijken – 268 van de heer Khan com suis. Voorzitter, ik zie mevrouw De Jager, maar ik verwacht dat zij naar de interruptiemicrofoon loopt. (Mevrouw DE JAGER: Ja, een interruptie. Dank u wel. En dank voor het positieve preadvies. De opmerkingen richting het Rijk begrijp ik. Het is inderdaad zo dat ze via de bijzondere bijstand nu ook al een beroep kunnen doen. Ik denk alleen dat niet heel veel studenten dat weten. Dus ik heb eigenlijk nog een vraag over de bekendheid en wat wij als gemeente eventueel nog kunnen doen richting studenten die wel in de knel komen.

Het zou natuurlijk mooi zijn als er uiteindelijk een algehele regeling komt die eventueel vanuit DUWO kan worden uitgevoerd, maar zolang dat niet zo is, zou ik eigenlijk die vraag nog willen stellen over die bekendheid.) Voorzitter, het klopt wel, er wordt nu al gebruik van gemaakt door ongeveer zeshonderd studenten, wat natuurlijk niet een heel grote groep is ten opzichte van die vijfendertigduizend waar we het over hebben. Die groep kan dus ook aanspraak maken en verder is er gewoon weinig grondslag vanuit het Rijk gegeven om een bredere groep studenten te helpen. Dat is precies de reden dat wij ook zeggen tegen het Rijk: steek je hand uit en zorg ervoor dat deze groep ook wordt geholpen, want zolang wij die grondslag niet hebben, staan wij wat dat betreft, ook omdat we de data niet hebben, eigenlijk in een onmogelijke positie om studenten hierbij te ondersteunen. Voorzitter, ik wilde graag ook nog mijn dank uitspreken aan het lid Koyuncu voor zijn prachtige maidenspeech en daarbij ook aangeven hoe belangrijk het is om dit soort verhalen met elkaar te delen, omdat armoede iets is wat we altijd zullen moeten bestrijden, maar dat het daarbij ook echt af en toe belangrijk is om het te benoemen en ook de impact daarvan. Dus uw superheld, uw moeder, is hierbij ook een superheld voor ons als gemeenteraad geworden.

59

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

Voorzitter, dan heb ik alle vragen beantwoord. Nee, ik heb nog een motie van de heer Boomsma. Een verstandige en goede motie vind ik, om in kaart te brengen óf kinderen en hoeveel kinderen onder de basale vaardigheidsniveaus scoren aan het einde van groep acht. Helaas gebeurt dat nog steeds. Dat zou natuurlijk echt niet zo moeten zijn. Nou weet u denk ik ook dat er een probleem is ontstaan bij het meten van die vaardigheidsniveaus, omdat het niet geijkt is voor de niet-CITO-toetsen. Een toets als IEP bijvoorbeeld. Dat is een groot probleem, want daardoor hebben we geen goed zicht op de kwaliteit van het onderwijs. Dat moet hersteld worden. Daar is op dit moment de inspectie ook mee bezig. Ik vind ook dat op het moment dat het hersteld is we zo snel mogelijk over moeten gaan dat zo transparant mogelijk te laten zien. Dus op het moment dat het kan wil ik dat zeer graag doen, maar het kan dus even duren. Voorzitter, tot slot neem ik dan voor u een punt waar de heer Van Schijndel een vraag over heeft gesteld, over fraude. Het werd net ook al even door mevrouw Van Pijpen gezegd bij het behandelen van de jaarrekening. Het feit dat er inderdaad weinig fraudemeldingen zijn betekent niet per se dat er ook weinig fraude is. Dus je moet altijd op je hoede zijn wat het nou betekent dat er weinig fraudemeldingen zijn.

Dat is ook precies de reden dat de burgemeester hier ook al over heeft gesproken. (De VOORZITTER: Excuus wethouder, wij raken allemaal wat afgeleid van de camera die duidelijk even de kluts kwijt is, maar daar wordt naar gekeken. Ik zou zeggen: praat u rustig door.) Ik ben het zelf niet, hoop ik. (De VOORZITTER: Zeker niet. U bent buitengewoon helder. Gaat u door.) Nou, gelukkig. De voorzitter, de burgemeester, heeft ook met de ACAM hierover gesproken. En tegelijkertijd is het ook zo, en dat is ook belangrijk dat we daarmee doorgaan, dat alle medewerkers in de financiële kolom steeds ook voorlichting krijgen en dat blijven we ook doen om de alertheid op mogelijke signalen van fraude zoveel mogelijk te verhogen. Dus wij zijn ons zeer bewust en ik denk dat dat ook de portee van uw vraag is, dat het lage aantal meldingen niet per se betekent dat het niet aanwezig is. En daar zullen we dus ook alert op blijven. (De heer VAN SCHIJNDEL: Ja, dank u voorzitter. Ik vind echt dat we er meer mee moeten doen dan je ervan bewust zijn en het nauwlettend volgen in de financiële kolom. Er is ook de juridische kolom van de vergunningverleningen, ontheffingen. De mensen hebben de afgelopen twee jaar op zichzelf gewerkt thuis, doorgaans, minder onderling toezicht hè. Dat kan een verklaring zijn dat er minder meldingen zijn geweest.

Dus ik zou graag toch een onderzoek, een toezegging voor een onderzoekje willen hebben om hier eens gewoon wat mensen van bijvoorbeeld Bureau Integriteit op te zetten.) Ja voorzitter, Bureau Integriteit zit er al op en daar kan ook gemeld worden. Dat kan ook anoniem en dat is precies zoals nu ook de drempel zoveel mogelijk wordt verlaagd. De trainingen zijn er dus. En de burgemeester gaf mij net ook al een signaal dat het geen enkel probleem is om ook nog schriftelijk aan u kenbaar te maken wat er dan op dit moment precies gebeurt en wat we ook nog van zins zijn om te gaan doen, zodat u dat op dat moment op schrift heeft en mocht u daar aanvullende vragen bij hebben, dan gaat u die ook vast aan ons stellen. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Dank u wel. Dan kijk ik naar de wethouders.

60

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Groot Wassink. Wethouder GROOT WASSINK: Dank voorzitter en voorzitter, ik preadviseer motie 265 van het lid Koyuncu, die ik ook feliciteer met zijn maidenspeech en dat doe ik mede namens collega Meliani. Het gaat inderdaad over het samen optrekken met lokale organisaties en rolmodellen die dicht bij vrouwen staan om hen te voorzien van voorlichting, met ook wel een nadruk op rechten en plichten bij samenwonen en scheiding. Zoals u weet hebben wij in de Kolenkit een vrouwenrechtswinkel geopend vorig jaar. Daar deden mensen weleens wat minzaam over, maar ik kan u zeggen: dat loopt als een malle. En juist dit soort onderwerpen komt daar heel nadrukkelijk aan de orde. Wij zijn voornemens om dit jaar nog zeker een tweede en mogelijk een derde te openen. Dat doen we in gezamenlijkheid met allerlei netwerken in buurten, omdat die ook mogelijk maken om outreachend te werken. Dus ook echt een vindplaats zijn voor vrouwen die vragen hebben. Zo proberen we in kaart te brengen waar de noodzaak het hoogst is en die vrouwenrechtswinkels zijn zeker voor vrouwen met een migratieachtergrond heel erg belangrijk om toegang te hebben tot recht. Dus daar gaan we zeker mee door. Maar ik kan uw motie dus positief preadviseren. De VOORZITTER: Dank u wel. Dan, zijn er andere wethouders die het woord willen voeren. Ik loop de rij even af.

Alleen wethouder Rijxman, gaat uw gang De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Rijxman. Wethouder RIJXMAN: Ja. Meneer Heinhuis, u had mij een vraag gesteld hoe het zich verhoudt tussen het inhuren van externe partijen en de risico’s die daarmee gepaard gaan. Ik wilde u zeggen dat in alle contracten die we hebben afgesloten alle risico’s zijn afgedekt en ook geformuleerd zijn. We hebben de risicobeheersmaatregelen en het scenario ook goed geformuleerd. Toch wil ik u toezeggen dat ik, ik ben nog maar jong en fris begonnen, uw vraag zeer serieus wil nemen en er ook zelf even naar wil gaan kijken, omdat ik hem uitstekend snap en het ook een heel goede vraag vind. Is dat voldoende antwoord? De VOORZITTER: Dank u wel. Wethouder RIJXMAN: Dan heb ik nog een motie. De VOORZITTER: O, ga uw gang. Wethouder RIJXMAN: Volgens mij heb ik nog een motie, 256.22, de heer Boomsma. Ook hiervoor geldt dat ik begrijp wat u zegt. Er is een aantal jaren geleden in de raad afgesproken dat we nog wel wat tijd nodig hadden om het allemaal inzichtelijk te maken. Maar ik wil u in ieder geval zeggen, dat wij met het verzoek om passages op te nemen in het jaarverslag op hoofdlijnen meegaan als het gaat om informatiebeveiliging, tijdsplanning en andere dingen. Dus, is dat voldoende voor u? Nee, want u gaat uit uw stoel.

61

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

De VOORZITTER: Dank u wel, dit levert u een interruptie op van de heer Boomsma. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: Nee, als de wethouder zegt van: wij gaan doen wat in de motie staat, dan nemen we daar zeker genoegen mee en dan kan ik hem daarna terugtrekken. De VOORZITTER geeft het woord aan wethouder Rijxman. Wethouder RIJXMAN: Dank u wel, wij gaan het zo goed mogelijk proberen te doen. De VOORZITTER: Dit gaat om motie 256-22 inzake rapporteer inhoudelijk over ICT-veiligheid in het jaarverslag. Begrijp ik het goed dat u deze motie in wilt trekken of is dat prematuur? Met de toezegging van de wethouder trekt u deze motie in. Dat betekent: motie 256 komt te vervallen. Daarmee komt er een einde aan de inbreng van het college. Mijn vraag aan u is: heeft u behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. De discussie wordt gesloten.

11. Beschikbaar stellen van een budget voor de organisatie van opvang van ontheemden uit Oekraïne voor opvanglocaties, basisdienstverlening, personele kosten en Humanitarian Service Point-Amsterdam VN2022-015952 De VOORZITTER: Dan wil ik u voorstellen om nog even heel kort agendapunt 11 te behandelen, het beschikbaar stellen van een budget voor de organisatie van opvang van ontheemden uit Oekraïne voor opvanglocaties, basisdienstverlening, personele kosten en Humanitarian Service Point-Amsterdam. Daarop heeft de heer Van Schijndel het woord gevraagd. Hij is niet aanwezig. De heer Boomsma wil het woord en de heer Boomsma heeft ook een amendement ingediend. De VOORZITTER deelt mee dat is ingekomen: Amendement van het lid Boomsma inzake beschikbaar stellen budget voor opvang ontheemden uit Oekraïne - tref een voorziening, nr. 257.22 Besluit: Een beslispunt toe te voegen aan de voordracht: 8. Een voorlopige voorziening in te stellen van 18,4 miljoen euro te dekken uit de Algemene Reserve. Bij het opstellen van de Najaarsnota wordt bezien in hoeverre deze middelen kunnen vrijvallen. Het amendement maakt deel uit van de beraadslaging.

62

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Boomsma. De heer BOOMSMA: Dank, voorzitter. Uiteraard gaat het CDA akkoord met de inzet van deze middelen om ontheemden uit de Oekraïne op te vangen en als gastvrije stad een veilige haven die we willen zijn. Alleen moet het wat ons betreft wel volgens de begrotingsregels en financieel prudent. En dat is het nu niet. Het is natuurlijk vreemd dat er nog onduidelijkheid bestaat met het Rijk over wat precies wordt vergoed. En ik mag ook zeker hopen dat het Rijk alle kosten gaat vergoeden, dat zeker. Maar het college geeft nu zelf aan dat het nog onzeker is en je kunt niet constateren dat er een risico is en dat benoemen op 18,4 miljoen en vervolgens geen voorzienig opnemen, want dan vraag je eigenlijk om een ongedekte cheque. En ik kan me ook niet voorstellen dat de nieuwe wethouder der Financiën daarmee akkoord zou willen gaan. In ieder geval moet de raad dat niet doen, indachtig de recente enquête naar de financiële functie. Want je zet ook een heel slecht precedent op deze manier. Dus daarom een amendement om het wel degelijk in een voorziening op te nemen. De VOORZITTER: Dank u wel. Zijn er andere sprekers? Ah, de heer Khan, gaat uw gang. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Khan. De heer KHAN: Dank voorzitter. Ja, ik begrijp de kritiek van het CDA. Ik denk dat het terecht is.

Maar dit is wel een zo’n uitzonderlijke situatie, waarbij gebruik is gemaakt van ja noodrecht om grote groepen Oekraïense vluchtelingen op te vangen, dat we voor een uitzonderlijke situatie toch een uitzondering willen maken. En wij zullen wel instemmen met de voordracht. En dan een ander punt, voorzitter. Ik zag dat ook in de brief, ten aanzien van de ongelijke behandeling. De ongelijke behandeling van vluchtelingen is echt pijnlijk om te zien. Kom je uit Irak of Afghanistan dan wordt er geen opvang geregeld, geen noodopvang geregeld zoals bij de Oekraïners. Dan wordt er ook geen nieuwe wet gemaakt om huur- en kinderopvangtoeslag mogelijk te maken, maar wel voor Oekraïners. We laten talloze opvangplekken leeg, terwijl er een groot tekort is. Die zijn namelijk bestemd voor, tussen aanhalingsteken, de echte vluchtelingen. (De heer VAN LAMMEREN: Ja voorzitter, ik twijfelde even of ik het via een termijn zou doen. Maar ik wil even reageren op wat DENK zegt naar aanleiding van de bijdrage van het CDA, want ik wil het eigenlijk gewoon voor het CDA opnemen. Het CDA zegt namelijk helemaal niet dat we die opvang niet moeten regelen, het CDA zegt alleen: dat moeten we financieel prudent regelen, want anders gaat de financiële controle en het sturingsmiddel van de raad weg. Deelt u die mening?) Ja dank, voorzitter. Nee, dat deel ik geheel.

Maar het punt dat ik zojuist maakte over de ongelijke behandeling van vluchtelingen heeft helemaal niets te maken met de bijdrage van de heer Boomsma. Het is meer een algemeen punt dat ik wil maken. En wat ik net aangaf, dat las ik in de brief en dat stak me zo erg, dat ik dacht: nee, hier moet ik wel even een bijdrage op maken.

63

Jaar

2022

Vergaderdatum 22 juni 2022

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

Dus voorzitter, ik zei dus: we laten talloze opvangplekken leeg, terwijl er een groot tekort is. Die zijn namelijk bestemd voor, tussen aanhalingstekens, de echte vluchtelingen, met andere woorden: niet voor mensen uit Irak, Syrië, Eritrea en al die andere verweggistannen. Want ja, daarvoor is er geen draagvlak. Geen draagvlak betekent ook dat gezinnen uit Afghanistan maandenlang verblijven in een éénkamerhut. Dat gevluchte kinderen aan hun lot worden overgelaten. Geen draagvlak betekent ook dat je op straat moet slapen, omdat er opzettelijk bezuinigd wordt en er niet wordt gewerkt aan doorstroming van vluchtelingen. Geen draagvlak leidt dus tot ons eigen Lesbos-in-depolder. Voorzitter, ik wil geen tegenstelling creëren tussen typen vluchtelingen. Ik gun alle vluchtelingen dezelfde behandeling zoals Oekraïense vluchtelingen die we ontvangen. Laat het heel erg duidelijk zijn. Maar die ongelijke behandeling is zo schrijnend dat zelfs het inspectiebureau van het ministerie van Justitie zegt dat Art. 1 van onze Grondwet in het geding is. De vluchtelingen krijgen hiermee een eerste les in de Nederlandse democratie: sommige mensen zijn net meer mens dan anderen. Maar tegen hen wil ik ook zeggen: geef niet op, er is ook een ander Nederland. Niet alleen in steden, zoals Amsterdam zijn er mensen die jullie gelijkwaardig behandelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11701220/1