20211110 Notulen raadsvergadering middag
Tekst van het document
En dat hebben we inderdaad in de raadscommissie gememoreerd en nu nogmaals maar vandaag ligt de huidige begroting voor. Dat is een redelijk beleidsarme begroting en daarvan heb ik gezegd, nou ja, ik denk dat het goed is om terug te kijken naar het verleden. Ik denk dat er ook een aantal punten is waarvoor we het college misschien toch een klein compliment kunnen maken. Bijvoorbeeld als we het hebben over de precariobelasting. Een groot compliment zelfs om te besluiten geen precario te heffen voor de terrassen in 2022. Ik denk dat dat gewoon heel erg goed is. Nogmaals, de complimenten daarvoor. (Mevrouw ROOSMA: Misschien is mijn vraag inmiddels overbodig omdat de heer Torn met complimenten strooit richting het college. Ik wilde hem eigenlijk vragen of hij dat nu terugblikkend zulke slechte keuzes vindt van het college. Als ik kijk naar hoe het er op dit moment financieel gezien voorstaat, dat de weerstandsratio ondanks de enorme klap door de crisis nu weer omhoog gaat in de prognoses, dat we weer een sluitende begroting hebben, dat we blijven investeren in de stad – toch ook iets wat
48
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
de VVD altijd wil – dus waren het dan zulke slechte keuzes? Maar ik heb u al complimenten horen maken dus misschien is deze vraag overbodig.) Om meerdere redenen heb ik wel eens teruggekeken naar de vorige periode waarin het vorige college zei, we gaan de meevallers gebruiken om de schuld mede af te lossen. Dat is toen een beleidskeuze geweest. Je kunt op allerlei manieren terugkijken. Je kunt terugkijken en denken dat het deels wel verstandig was, maar ik heb me ook wel eens achter de oren gekrabd van goh, toen de zon scheen hebben we heel goed naar het dak gekeken dat moest worden gerepareerd. Toen kwam er in 2018 een nieuw college en toen was er wel meer begrotingsruimte door het beleid van het vorige college. En die wordt dan natuurlijk ingevuld door het college dat er dan zit. Ik denk dat het nog steeds verstandig beleid was. GroenLinks had daardoor wel de ruimte om plannen uit te voeren en daarbij heb ik mij wel eens achter de oren gekrabd. Was dat nu wel zo slim? Weet je, dat is politieke wijsheid achteraf. We zijn inmiddels bijna acht jaar in deze raad. Het is na deze periode ook wel welletjes geweest. Maar goed, hoe ouder, hoe wijzer. Maar hierbij heb ik wel eens teruggedacht of dit allemaal wel zo slim was. (Mevrouw ROOSMA: Nu twijfel ik of ik nu de heer Torn moet gaan bedanken. Dat geloof ik toch niet. Omdat het vorige college wel degelijk grote uitgaves deed.
Laten we nu niet net doen alsof het vorige college zo superzuinig was. Wat het vorige college deed, was een structureel bedrag inboeken om de externe financieringsmiddelen af te lossen. Dat vond ik een hele gekke vorm. Ik ben eigenlijk benieuwd of de heer Torn nu zegt, die vorm was echt verstandig. Het was eigenlijk een beetje met een druppel op een gloeiende plaat. Wat was het, 20 miljoen euro structureel om een schuld van miljarden af te lossen gewoon puur voor de show uiteindelijk. Dat heeft GroenLinks volgens mij niet heel erg geholpen. Maar als u andere keuzes heeft gemaakt die ons goed in positie hebben gebracht, dan dank.) Ik zou voor de show niet willen zeggen. Dat vind ik tekort doen aan de heer Guldenmond die daarvan zo’n groot voorstander was indertijd en die daar altijd voor heeft gestreden. Ik heb er nog wel eens op teruggekeken. Het was natuurlijk een tijd waarin het weer goed begon te gaan met de stad na de crisis. Ik denk dat het ook verstandig beleid was om het zo te doen. Ik stond in 2018 wel gewoon te kijken van potverdorie, er zijn aan het begin van de huidige coalitieperiode wel wat uitnames gedaan. Ik kan ze zo allemaal opsommen. Daarna kwam corona. We hebben toen gezegd, was dat achteraf bezien nu wel verstandig? Feit op dit moment is dat het weerstandsvermogen er op langere termijn gewoon weer goed uitziet.
Dat is de verdienkracht die de stad natuurlijk ook wel heeft. Daarin heeft u helemaal gelijk. Maar ja, de VVD had andere keuzes gemaakt en daarvoor hebben we vorig jaar die tegenbegroting ingediend. Ik ga nu echt door naar mijn volgende punt want ik wil het echt hebben over de afvalstoffenheffing, een beetje een terugkerend thema. Daarbij zegt de VVD al jarenlang dat kwijtschelding van de afvalstoffenheffing op zich natuurlijk prima kan zijn, maar waarmee wij het niet eens kunnen zijn, is de wijze van financiering daarvan namelijk dat die eigenlijk wordt opgebracht door de opbrengst van de afvalstoffenheffing en dan krijg je een relatief hoge afvalstoffenheffing. We hebben al heel lang voorgesteld te kijken of je daarvoor niet de armoedegelden moeten inzetten. Maar de consequenties van dit beleid worden nu wel heel inzichtelijk nu Weesp bij Amsterdam wordt gevoegd en de bewoners van Weesp worden geconfronteerd met een forse stijging van hun afvalstoffenheffing van 219 euro voor een eenpersoonshuishouden naar 326 euro, meer dan 100 euro erbij en van 302 euro naar 435 euro, 130 euro erbij voor een meerpersoonshuishouden. Nou ja, ik denk dat de bewoners van Weesp zich een andere welkomscadeau vanuit de
49
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
gemeente Amsterdam hadden voorgesteld dan de groene envelop die even na de verkiezingen in maart op hun deurmat gaat vallen. Nogmaals, wij zijn daar kritisch op. We brengen dat punt hier jaar in jaar uit ter sprake maar daarvoor is tot op heden nog geen politieke steun geweest. Ik dacht dat het wel goed was om dat toch even te noemen. Ik heb ook een opmerking over de methode Duisenberg. De VVD is altijd groot voorstander van die methode geweest zoals iedereen in deze raad wel weet. Ook nu zijn er weer Duisenbergrapporteurs bezig geweest onder andere mijn fractiegenoot Marttin met volgens mij een collega van GroenLinks. Ik ben even kwijt wie dat is. Oh, de heer Blom. Dus mevrouw Marttin en de heer Blom hebben daar veel werk in zitten waarvoor heel veel dank ook namens de VVD-fractie. Er is ook een aantal aanbevelingen uit gekomen en ik denk dat het goed is dat die aanbevelingen opvolging krijgen. Daarvoor heeft de VVD overigens samen met andere fracties een motie ingediend die de griffie heeft ontvangen en onderdeel uitmaakt van de beraadslaging. Het punt over de precario heb ik al gemaakt. Dan heb ik nog een ander punt. We gaan natuurlijk een begroting vaststellen waarin voor vele miljoenen euro’s een accordering komt aan het college om volgend jaar geld uit te geven.
Daar zit natuurlijk ook een aantal miljoenen euro’s bij voor het inschakelen van juridische advocaatdiensten enz. Ik dacht, dit lijkt mij toch wel eens het moment om ook hier in de raad het kantoor Pels Rijcken & Droogleever en Fortuijn aan de orde te stellen ook wel het kantoor van de landsadvocaat genoemd – nog wel. Vorige week zei minister Grapperhaus en ik citeer maar even gewoon een kop uit een van de nieuwsberichten die sluit een afscheid van Pels Rijcken als landsadvocaat niet langer uit. Niet geheel onbegrijpelijk natuurlijk na de grootschalige fraude die daar heeft plaatsgevonden. We hebben het allemaal kunnen lezen in de krant. Maar vorige week kwam NRC ook met een bericht over wat er bij Pels Rijcken gebeurt. Ik zou dat artikel graag willen citeren en ik zou tegen de voorzitter willen zeggen, het is niet echt parlementaire taal, maar het is een citaat – dus voordat u mij het woord ontneemt. (De VOORZITTER: Waarvan akte.) Het is niet mals. Ik citeer het NRC-Handelsblad van vorige week. ‘Er zijn schreeuwende partners en medewerkers die huilen. Een partner spreekt over homoseksuele collega’s als flikkers. Hij imiteert Chinezen en omschrijft hen als spleetogen. Hij noemt zwarte collega’s neger en Surinamers lui. Gecorrigeerd wordt hij niet.’ – aldus NRC-Handelsblad van vorige week. Toen ik dat las, weet u, ik heb er eigenlijk geen woorden voor.
Als ik persoonlijk cliënt was geweest bij dit kantoor, dan was ik weg geweest. Laat dat maar duidelijk zijn. Ik denk dat het heel goed is dat minister Grapperhaus een afscheid van Pels Rijcken als landsadvocaat niet langer uitsluit. De gemeente is ook cliënt bij dit kantoor. Ik snap heel goed dat je niet van de een op de andere dag kunt zeggen, morgen alle zaken weg, maar ik zou het college willen vragen in de trend van wat minister Grapperhaus doet, in ieder geval heel goed te kijken of dit nu het kantoor is indachtig wat we nu hebben gelezen en indachtig de grootschalige fraude die daar heeft plaatsgevonden of dit nu het kantoor is van al die advocatenkantoren die er in Nederland zijn, die de gemeente Amsterdam moet bijstaan. Dus het liefst wil ik daarvoor helemaal geen motie indienen. Ik denk dat dat ook niet nodig is. Ik denk dat we hier allemaal niet vrolijk van worden als we dit horen en als we dit lezen. Wilt u er eens heel goed naar kijken, college, of dit nu het kantoor is waar de gemeente moet zijn. Dat is een verzoek aan het college. (Mevrouw ROOSMA: Ik wil per interruptie de heer Torn bijvallen. Ik vind het heel terecht dat de heer Torn het hier opbrengt. Ik vroeg me af of hij misschien zelf een idee heeft wat dan een route zou zijn voor het college om dit op de een of andere manier op te pakken. Wat u hier citeert, dat is
50
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
absoluut walgelijk. In ben heel blij dat u het hier in deze vergadering brengt.) Het is best wel een lastige zaak want het is aanbesteed. Volgens mij hoeven juridische diensten niet te worden aanbesteed maar ik zit er niet heel goed in. Het is gebeurd; daar zit de gemeente waarschijnlijk aan vast en daar moet ze iets mee. Zo’n aanbesteding is nooit voor eeuwig. Er zullen lopende zaken zijn en die kun je niet van de een op de andere dag overdragen. Sommige misschien wat makkelijker dan andere. Maar ik wil het college vragen er goed, zorgvuldig mee om te gaan. Dus het is eigenlijk gewoon een verzoek aan het college. Laat ik het zo zeggen, ik vind dat het niet aan de raad is om te zeggen dat we bij een bepaald kantoor moeten zijn. Dat interesseert me eigenlijk ook niet. Maar als ik dit lees over dit kantoor en ik weet dat de gemeente heel veel zaken doet met dit kantoor, dan vind ik het aan ons als raad om op een gegeven moment te zeggen, is dit nu wat we willen? Dat is de vraag die ik hier op tafel wil leggen. En vervolgens is het aan de wijsheid en prudentie van het college om daarmee verstandig om te gaan.
(De heer VAN SCHIJNDEL: Ik zou aan de heer Torn willen zeggen – en dat citaat is echt verschrikkelijk, dat is niet algemeen sociaal onwenselijk gedrag of zo, maar dat is echt beledigend – dat de slagkracht van dit kantoor wezenlijk minder is geworden, de geloofwaardigheid in de rechtszaak, dus bij het bepleiten van grote belangen van de stad Amsterdam en daar moeten we zorgvuldig naar kijken. Zelf heb ik toch bezwaar tegen de praktijk van het college dat dit vaak doet. Er is een verschil van mening over uitleg van beginselen of regels van dit of dat.) (De VOORZITTER: Mijnheer Van Schijndel, dit begint richting een betoog te gaan en daarvoor heeft u straks een eigen termijn. Kunt u uw interruptie wat korter houden?) (De heer VAN SCHIJNDEL: Ja, dat doe ik. Dus vindt de VVD ook dat de gemeenteraad van Amsterdam zijn eigen advocaat moet hebben?) De gemeenteraad van Amsterdam zei u? U overvalt me met die vraag. Ik denk dat het goed is dat we een griffie hebben en ik vind het belangrijk dat dat een goede afdeling is die goed op orde is. We hebben de rekenkamer. Of er altijd een eigen advocaat moet zijn? De raad kan natuurlijk op momenten dat het nodig is, altijd een advocaat of een jurist of wat voor adviseur dan ook, inschakelen. Of je daarvoor een vaste advocaat zou moeten hebben, dat hebben we tot op heden niet.
Ik zeg niet direct dat dat zou moeten maar ik zeg ook niet direct nee. Dus als u daarvoor op enig moment een concreet voorstel heeft, dan wil ik daar nog wel eens over nadenken. Ik heb daar niet direct een antwoord op. (De heer VAN SCHIJNDEL: Van de vorige griffier, mevrouw Pe, heb ik begrepen dat Amsterdam heeft gekozen voor een niet-inhoudelijke griffie. Dat is een keuze en dat is prima. Dan is de vraag of wij ons altijd moeten verlaten op de advocaat van het college, de gemeenteadvocaat omdat de advocaat van het college geneigd zal zijn de politiek wenselijke redenering te vinden, juridisch, om de raad over te halen om te doen wat het college wil.) Ik zou allereerst willen zeggen dat ik de griffie helemaal niet als niet-inhoudelijk zou willen bestempelen. Integendeel, als buitengewoon inhoudelijk. De ondersteuning wordt buitengewoon gewaardeerd. Ik denk dat het wel goed is en ik weet dat de heer Van Dantzig een paar raadsvergaderingen geleden een motie heeft ingediend om ervoor te zorgen dat de ondersteuning van de raad nog wordt verbreed en dan mag ook extra geld kosten – zo heb ik in ieder geval die motie begrepen en die is ook aangenomen – en dat
51
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
zou misschien best een moment kunnen zijn ... Kijk, je hebt de fractieondersteuning, de rol van de griffie. Dus dat gesprek is gaande en dat gesprek ondersteunt de VVD van harte. Dus dat zou mijn antwoord zijn. (Mevrouw VAN SOEST: Ik ben het helemaal eens met uw betoog maar uiteindelijk kan de gemeenteraad besluiten welke advocaat ze inhuurt of iets dergelijks. Ik bedoel, wij zijn degenen die erover gaan. We hebben nog een paar zaken lopen met Pels Rijcken. Dan denk ik bij mezelf, moeten we die nog door blijven zetten of dient u een motie in dat we per direct afscheid nemen van dat bureau?) Nogmaals, ik wil niet zo’n motie. Ik wil ook niet direct weg. Ik zou zeggen, als ik zelf cliënt was geweest, dan was ik direct weg geweest. Maar weet u, mijn juridisch leven ziet er gelukkig heel overzichtelijk uit. De gemeente heeft echter allerlei zaken lopen en dat is ingewikkeld. Dus het enige wat ik aan het college wil vragen is of het hier heel goed naar wil kijken, een beetje op dezelfde manier als de minister van Justitie gaat doen. Dan zou ik het verder aan het college willen overlaten. De raad is inderdaad het hoogste orgaan. Vandaar dat ik het onderwerp hier toch ook maar eens een keer ter sprake brengen. Maar het college is het dagelijks bestuur van de stad.
Als het college gaat zeggen, nee, dat willen wij niet, dan hebben we een andere gesprek, maar ik ga ervanuit dat dat waarschijnlijk niet zo zal zijn. Dat wachten we dan even af. Ik komt tot een einde van mijn betoog. De laatste begroting van deze periode. Die is redelijk beleidsarm. De VVD heeft vorig jaar een tegenbegroting ingediend en dat vinden wij nog steeds een beter verhaal. Maar we hebben ook wel gezegd, goh, die uitgaven moeten er volgend jaar wel gewoon zijn; de begroting is redelijk beleidsarm. Dus wij zullen wel voor deze begroting stemmen met deze opmerkingen daarbij gemaakt. We hebben wel tegen de Voorjaarsnota gestemd maar we hebben wel vaker de afweging gemaakt – de salarissen moeten worden betaald, enz. – dus dat wilde ik daarover nog zeggen. (De heer VAN SCHIJNDEL: Wat ik een beetje mis in het betoog van de heer Torn is de algemene hoofdlijn. Waar we vorig jaar de gedachte hadden dat we ons uit de crisis moesten investeren, dat was de filosofie. Maar die economische crisis bleek erg mee te vallen. Dus iedereen hield z’n baan met al die steun en zo. Is er niet een argument om juist bepaalde investeringen van bijvoorbeeld wegwerkzaamheden te temporiseren? Vanwege het gebrek aan personeel in met name de bouwsector stijgen de prijzen de pan uit.
Misschien dat je beter kunt wachten totdat het allemaal wat rustiger is geworden in de economische situatie voordat je die investeringen gaat doen.) Als de heer Van Schijndel een concreet voorbeeld heeft van een project dat hij zou willen temporiseren, dan zou ik willen zeggen, ik hoor het graag. Ik denk juist dat we eerder deze bestuursperiode nog een hele discussie hebben gehad over het Stedelijk mobiliteitsfonds dat er juist een aantal projecten vanaf viel of in ieder geval werd versoberd. Dat was nog met wethouder Dijksma. Dat vond de VVD toch geen goede zaak. Dus ik zou er nu niet direct voor willen pleiten allerlei projecten niet te laten doorgaan. Maar als de heer Van Schijndel een concreet project op het oog heeft waarvan hij zegt dat dat op een ander moment zou moeten, ik zou het zo snel niet weten, dan hoor ik het graag van de heer Van Schijndel. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Roosma.
52
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Mevrouw ROOSMA: Het is toch een bijzonder moment, de laatste begroting van dit college. Ik heb de heer Torn zojuist zes keer het woord beleidsarm horen noemen dus dat zal ik dan maar herhalen, maar het is tegelijkertijd wel een begroting die bepaalde financiële revoluties – dat gaat misschien te ver – financiële hervormingen in zich bergt namelijk een projectenportfolio, een investeringsplafond, een nieuwe omgang met de nettoschuldquote. Dat zijn toch wel zaken waarbij we volgens mij even moeten stilstaan. De belangrijkste boodschap die het college hiermee heeft, is dat we blijven investeren in de stad. We investeren in een autoluwe stad die toegankelijk is voor fietsers en voetgangers. We bouwen verder aan een complete stad met betaalbare huizen, voldoende sociale voorzieningen, voldoende culturele voorzieningen, een groene openbare ruimte. Om een voorbeeld te noemen: maar liefst 68 miljoen euro van de investeringsruimte wordt gereserveerd voor bovenwijks groen waarmee onder meer parken worden opgeknapt. We investeren in het wegdek en achterstallig onderhoud in het Amsterdamse bos. We blijven duurzame investeringen doen om onze klimaatdoelen te realiseren. En tegelijkertijd begeleiden we mensen naar werk in de duurzame sector. Dat is ook noodzakelijk want waar aan de ene kant werkloosheid dreigt, zien we op veel plekken ook een groeiend arbeidstekort.
Ik denk dat het heel erg noodzakelijk is dat we met elkaar kijken hoe we mensen op de juiste plekken aan het werk krijgen met goede duurzame banen in de duurzame sector maar ook goede banen in de zin dat ze niet flexibel zijn, een goed loon kennen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat het college daarop blijft inzetten. Dat investeren doen we dus om niet hetzelfde te blijven doen zoals we vroeger deden. Niet een stad van het snelle geld, niet een stad van de vercommercialisering, maar een stad waarin we publieke voorzieningen waarderen en herwaarderen. Ik denk dat het goed is dat we bij de vorige crisis hebben gezien dat overheden de verkeerde kant op afsloegen namelijk door te bezuinigen in tijden van crisis. Wij hebben daarvan geleerd en we hebben gezien dat het hartstikke goed is dat een overheid blijft investeren juist als het moeilijk is en dat daarmee de hardste klappen kunnen worden opgevangen. Zo ook in Amsterdam. Dus we blijven investeren. Dat is goed voor de stad. Het is dus ook terecht dat het college in lijn met een motie die door mij en anderen is ingediend bij de Voorjaarsnota heeft gekeken naar de nettoschuldquote en dat het die norm heeft bijgesteld. Dat betekent dat er meer ruimte is om te investeren de komende tijd en die investeringen komen samen in dat projectenportfolio.
Zoals gezegd in de raadscommissie en dan komt er toch een klein puntje van kritiek, ook daar aangedragen maar dat wil ik hier toch in de raad herhalen, dat projectenportfolio is wel heel erg summier. We hebben gezegd, met dat projectenportfolio krijgt het college de portemonnee van de raad. Het college mag tot een bepaald bedrag uitgaven doen. Maar de raad moet wel wat beter weten waar die uitgaven over gaan. Dat kan niet een regel in een tabel zijn. Daar willen we echt meer toelichting bij zodat we ook kunnen zeggen dat we iets anders willen of dat we iets juist willen agenderen voor de raad zodat we er wel een debat over kunnen hebben. De wethouder heeft ons toegezegd dat dit zou worden verbeterd maar dit is toch een klein beetje iets wat we aan de volgende raad overdragen en daarom wil ik het hier nogmaals benadrukken dat het wel heel erg belangrijk is voor GroenLinks. Oké, we geven het college de portemonnee van de raad maar we willen wel zien wat het college met die portemonnee doet. Dus ik hoop dat de wethouder daar nog eens op kan ingaan. Dus die investeringsruimte rekken we op. Daar hebben we meer inzicht in. Maar wat op een ander punt knelt, dat is de betaalbaarheid van die investeringen en dan bedoel ik niet de ruimte aan externe financieringsmiddelen, maar dan bedoel ik de exploitatielasten.
Het viel me tegen dat in deze begroting toch nog een tegenvaller van twee keer zestien miljoen euro zit, bijna zeventien miljoen euro, aan exploitatielasten van
53
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
investeringen die we eerder hebben gedaan en die dan toch in een keer onverwacht opduiken. Ik heb al in de commissie gezegd dat dat verrassingen zijn die we liever niet meer zien. Hopelijk helpt z’n projectenportfolio om meer inzicht te krijgen en dat we niet nog een keer worden verrast door structurele lasten die we niet in de begroting hebben staan terwijl de investeringen al zijn gedaan. Een ander punt als het gaat om de financiering is dat het college zoekt naar meer ruimte, dus balansverkorting. Er wordt een onderzoek gedaan om te kijken of we bepaalde assets van onze begroting naar de begroting van andere partijen kunnen verplaatsen. Dan worden voorbeelden genoemd als railinfrastructuur Noord/Zuidlijn, riolering en drinkwater. Misschien veerponten en parkeergebouwen. Dat zijn publieke voorzieningen. De GroenLinksfractie heeft gezegd te gaan onderzoeken of dat kan. Ik vind het wel belangrijk scherp in de gaten te houden wat dat betekent als die assets niet meer officieel op de balans van de gemeente staan maar ook niet meer onder zeggenschap van de gemeente vallen. Wat houdt dat in? Daarnaar wordt onderzoek gedaan. Ik begrijp het vanuit het realiseren van meer financieringsruimte, maar ik denk ook dat het iets is waarbij we echt scherp moeten hebben of dit geen dingen zijn waar we later misschien spijt van krijgen.
Dus ik hoop dat het college hier met een goed onderzoek komt en dat het de raad in positie brengt om daar keuzes te maken of dat het een volgende coalitie in positie brengt om daarover keuzes te maken. Over jeugdhulp, ook iets wat we moeten memoreren, dat zijn zaken waarin we de laatste jaren veel hebben geïnvesteerd omdat het kabinet achter bleef. Nu zijn er uiteindelijk naar aanleiding van de arbitragezaak extra middelen de komende jaren. Die mogen we inboeken van het rijk maar op de middellange termijn blijven die zorgen nog wel bestaan. Dus ik blijf het college aansporen dit bij het kabinet onder de aandacht te brengen. Ik geloof ook dat u dat zult doen. We wachten hier met smart op een nieuw kabinet dat hierover dan waarschijnlijk een besluit zal moeten nemen. Het is wel noodzakelijk want het gaat om grote bedragen en om een belangrijk onderwerp namelijk de gezondheid van onze jeugd. Om nog even afval te memoreren, ook een belangrijk punt in deze begroting omdat het college extra geld uit de Algemene middelen vrij maakt om juist te investeren in de schone stad. Daarmee gaan we de tarieven niet verder verhogen behalve met de indexering. Dat vindt mijn fractie een goede zaak.
Tegelijkertijd ligt er natuurlijk een stevige bestuursopdracht waarbij een bedrag is ingeboekt om te bezuinigen en dat heeft met name tot doel de Dienst Afval en Grondstoffen beter te laten functioneren en dat heeft uiteindelijk tot doel, daar gaat het om, een schonere stad te realiseren. Dat vindt mijn fractie erg belangrijk en dat zullen we ook goed in de gaten houden bij de komende besprekingen over dit onderwerp. Dat is wel iets wat de komende tijd op de agenda zal blijven staan. Tot slot hebben wij verschillende moties ingediend over de sociale basis, ook over afval, de opvang van daklozen, over het gebruik van privacyschendende communicatiemiddelen en twee moties waarbij ik nog even wil stilstaan. Een over toegankelijk sporten. Daarbij willen we de wethouder danken, en dan gaat het over wethouder Kukenheim, voor het positieve preadvies op de motie voor sporten voor mensen met een chronische beperking. Cliëntenbelang en mensen die sporten bij Reade hebben dit onder de aandacht van de raad gebracht. Sporten is voor veel mensen met een chronische beperking voorwaarde om fysiek te kunnen functioneren. Het is belangrijk hen in Amsterdam op een veilige en duurzame manier ruimte te bieden om te sporten. Ik hoop daaraan met deze motie te kunnen bijdragen. (De heer BOOMSMA: Het is natuurlijk de laatste begroting van mevrouw Roosma.
Ik herinner me toen we een paar jaar geleden hier kwamen, dat
54
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
GroenLinks, mevrouw Roosma, zich zorgen maakte over de mogelijkheid dat GroenLinks zou worden ingekapseld door de macht nu ze zelf de grootste partij was geworden. Ik vroeg me af hoe mevrouw Roosma zelf vindt dat het nu gaat.) Goh, wat een mooie vraag. Ik erken dat dat een dagelijkse strijd is vanuit een raad om aan de ene kant je idealen waar te maken via een bestuur dat voor een bepaald deel jouw kleur heeft en jouw programmapunten uitvoert. En tegelijkertijd zijn de wensen bij de GroenLinksfractie altijd groter dan het coalitieakkoord dat volgens mij al best wel vergaand was. Je hebt natuurlijk altijd idealen voor meer en er komen altijd nog weer nieuwe wensen bij. Dus volgens mij is het altijd goed die wensen te uiten en tegelijkertijd te zeggen, dit is onze stip op de horizon. Daar willen we naar toe. En tegelijkertijd gaan we dat stap voor stap doen en dat vergt soms een lange mars door de instituties. Soms vergt het aansporing van je eigen wethouders en soms vergt het tevreden zijn met de stappen die je al hebt gezet. Maar wel elke keer die stip op de horizon benoemen waar je naartoe wil. (De heer BOOMSMA: Dat is natuurlijk een prachtig en ook heel pragmatisch antwoord. Ik weet ook dat mevrouw Roosma altijd zeer vurige betogen had over municipalisme en stadsrechten en die idealen heeft ze hier met verve gebracht.
Hoe staat het ervoor op dit moment in de stad?) Daarover ben ik eigenlijk heel enthousiast. Waar ik in Den Haag zie dat men nog steeds voortmoddert en dat er als het gaat over de grote uitdagingen die we op dit moment in dit land, in de wereld kennen namelijk de klimaatcrisis, maar ook de wooncrisis, in Den Haag al jaren geen stap wordt gezet. In Amsterdam doen we alles wat binnen onze macht en mogelijkheden ligt om daar wel stappen te zetten. Daar ben ik ontzettend trots op. Ik geloof oprecht dat verandering begint op het lokale, dat verandering begint in de stad. Ik denk dat we hier het goede voorbeeld geven. Vind ik dat er nog meer kan? Jazeker, ik vind dat er nog heel veel meer kan maar ik zie wel waar Den Haag nog vaak met elkaar in de clinch ligt op het politieke vlak, dat we in Amsterdam het verschil kunnen maken. Daar ben ik trots op. De heer VAN LAMMEREN: Dat antwoord van GroenLinks integreert me wel. Klimaat, de Tweede Kamer, in Amsterdam doen we alles binnen het mogelijk. Toch heeft dit college besloten het AEB te verkopen. Het AEB is verantwoordelijk voor die grondstoffen, voor de recycling waarover mevrouw Roosma het had. En als we het AEB niet onder controle krijgen, is het Amsterdam compleet klimaat-neutraal in 2030 totaal niet realistisch. Nu zegt mevrouw Roosma, we doen het heel goed in Amsterdam.
Toch verkopen we het AEB waarmee we de hele klimaatplannen van de gemeente Amsterdam in de weegschaal stellen.) Dat ben ik niet eens met de heer Van Lammeren. Het AEB is gewoon een bedrijf. Er zat een aantal publieke voorzieningen bij het AEB zoals Warmtenet dat wel degelijk in Amsterdamse handen is gebleven. Het onderdeel van het bedrijf staat in de verkoop. Ik vind dat het AEB helemaal niet zo duurzaam was. Ik heb eigenlijk grotere duurzaamheidsambities dan het AEB. Dus mijn vraag is of het AEB wel het juiste bedrijf is om onze duurzaamheidsambities mee te realiseren. Dat is het volgens mij niet dus als we daar toch geen grip op hebben, dan kan net zo goed een externe partij dat doen en dat geeft ons meer mogelijkheid om elders te kijken. (De heer VAN LAMMEREN: Dat ben ik volledig met mevrouw Roosma eens, maar het probleem is dat het AEB een van de grootste, volgens mij staat het in de top-2 of top-3, houd me even ten goede, van CO2-
55
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
uitstoters in Amsterdam. Daar wil je dus sturing op houden want op het moment dat je het naar de markt brengt, ben je de controle compleet kwijt. Dat is gewoon een feit. Dus dan is de vraag of het dan wel zo verstandig is geweest en dat proces gaan wij niet meer stoppen, om deze grote vervuiler waarvan wij afhankelijk zijn geworden door Waternet, in de verkoop te zetten.) Volgens mij hebben of hadden wij bij het AEB een belang als klant, als financier en als eigenaar. Laat ik constateren dat wij in de rol van eigenaar in elk geval niet voldoende sturing in het verleden hebben kunnen uitoefenen op het verduurzamen van het AEB. We zijn nog steeds klant en de financiering wordt straks dan ook anders maar we zijn nog steeds klant. Ik denk dat we daarin nog steeds een rol hebben om misschien dan beter en meer te eisen dan via een deelnemingsconstructie. (De heer VAN LAMMEREN: Daar verschillen we dan van mening. Ik denk namelijk dat je als eigenaar meer invloed hebt dan als klant. Time will tell.) Het verleden heeft dat in ieder geval niet bewezen want er waren grote, duurzame ambities en die zijn ons niet gelukt. Nou, hopelijk dan op een andere manier. (De heer VAN SCHIJNDEL: Even over dat municipalisme. Ik zie dat als een hele mooie filosofie.
Dus niet hoger, lager, maar de nevengeschiktheid van de overheden, de decentrale overheden die hun eigen huishouding hebben en zich daarnaar gedragen richting het rijk. Dan vind ik het toch heel raar met GroenLinks en al die studenten, al die alternatievelingen, die aanhanger zijn van GroenLinks als het gaat om de corona-aanpak dat u gewoon volledig zwijgt, niets zegt vanuit Amsterdam, studentenstad, over wat dat betekent qua gezondheidsschade voor jongeren die thuis zitten in de lockdown en die hun taalvaardigheid verliezen. Ga maar door. Kunt u daarover iets zeggen?) Ik aarzel een beetje om met de heer Van Schijndel in een coronadebat verzeild te raken, maar ik ben het niet met de heer Van Schijndel eens. Ik heb juist onze burgemeester, het hoofd van de Veiligheidsregio, wel degelijk horen zeggen dat zij ook opkomt voor de belangen van jongeren en dat het inderdaad een lastige balans is. Dus aan de ene kant de gezondheid van ouderen en aan de andere kant de vrijheid en de belangen van jongeren en dat we daartussen moeten schipperen en dat we daar ons best moeten doen om de balans te vinden. Dus ik ben het niet met u eens dat Amsterdam daarover niets heeft gezegd. Ik denk juist dat onze burgemeester daarover op een van de meest eloquente manieren in het debat een goede discussie heeft gevoerd.
(De heer VAN SCHIJNDEL: Het was ietsje beter dan al die andere burgemeesters, maar goed. Is het niet zo dat de burgemeester als gemeenteorgaan veel harder de kont tegen de krib moet gooien? Dat kan ze toch doen met steun van de raad?) Als het gaat over de aanpak van corona, dan denk ik dat het heel belangrijk is dat we dat in gezamenlijkheid doen om ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk mensen zijn gevaccineerd en dat we de meest kwetsbaren in onze samenleving beschermen zodat we dan weer onze vrijheid terugkrijgen. Ik denk dat Amsterdam daarin meewerkend en meedenkend voorwerp is van landelijk beleid en ik vind dat Amsterdam dat heel goed doet. (De heer VAN SCHIJNDEL: Ja, Amsterdam is lijdend voorwerp van rijksbeleid. Dat is de situatie.)
56
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Ik ben het er niet mee eens. (Mevrouw VAN SOEST: Ik wilde de heer Van Lammeren bijvallen over het AEB . Zoals u weet, zijn er op dit moment drie investeerders die belang hebben bij de koop van het AEB waaronder twee buitenlandse bedrijven. Dan vraag ik me af, moeten we ons nu weer aan het buitenland overleveren of die hier wel de doelstellingen voor het klimaatakkoord gaan behalen – wat zo hoog in het vaandel staat van dit college. Ik zou u willen vragen zich nog een keer te bedenken en het in eigen hand te houden en de boel niet te verkopen. We hebben er ontzettend veel geld in geïnvesteerd en dat krijgen we toch nooit meer terug. Dus wat dat betreft hoeven we daar niet op te beknibbelen. Bent u dat met mij eens?) Volgens mij heb ik net aan de heer Van Lammeren aangegeven hoe GroenLinks in de verkoop staat. Als u het heeft over buitenlandse bedrijven of Nederlandse bedrijven zonder deze situatie te kennen, dan zeg ik a priori dat ik niet denk dat buitenlandse bedrijven slechter zijn dan Nederlandse bedrijven. (Mevrouw VAN SOEST: Heeft u daar garanties voor? Wij moeten met z’n allen aan de windmolens en de zonnepanelen en noem maar op maar de biomassacentrales sluiten we niet. En dan gaan we ook nog een keer het AEB verkopen. Als het verkocht is, kunnen we het niet meer terugdraaien.
Dus ik vraag u zich nog eens achter de oren de krabben of dit nu wel de juiste beslissing is.) Ik hoor de oproep van mevrouw Van Soest. Ik heb net antwoord gegeven aan de heer Van Lammeren hoe ik in de verkoop van dit bedrijf sta. Ik ken de partijen niet. Dat geef ik eerlijk toe. Ik kan het dus niet beoordelen. Maar volgens mij gaat het niet over buitenlandse bedrijven versus Nederlandse bedrijven; het gaat ons met name om duurzame en minder duurzame bedrijven. Ik zou zeggen dat Nederlandse bedrijven niet per se een betere trackrecord op dat gebied hebben dan buitenlandse bedrijven. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Van Lammeren. De heer VAN LAMMEREN: Ten eerste wil ik de wethouder en zijn team bedanken voor het opstellen van de begroting en ook meteen voor het uitvoeren van de motie-Van Lammeren om ook de jaren daarvoor mee te nemen, de kolommen zodat we zien wat we in de Jaarrekening 2019 staan, wat hadden we in de Begroting 2020 staan. Dat maakt een begroting beter leesbaar omdat je een stukje historie meekrijgt. Misschien vraag ik volgend jaar nog een extra kolom om de trend in de gaten te houden, maar dank hiervoor want het maakt het een stuk leesbaarder en het scheelt een heleboel geblader.
Daarnaast, want anders ga ik het vergeten, wil ik de heer Torn bedanken voor zijn uitermate goede suggestie om te kijken hoe we eventueel kunnen overstappen naar een ander advocatenkantoor. Dat gaat niet over een nacht ijs. Dat kan helemaal niet. Daarvoor zijn de belangen veel te groot. Zijn oproep onderschrijf ik en zonder daar een hele poppenkast van te maken hoop ik dat de wethouder dat ook onderschrijft en dat we dit met een toezegging af kunnen in plaats van met moeilijk geformuleerde moties die Pels Rijcken misschien wel weer gaat aanvechten. Geen idee. You never know. De oproep is heel verstandig. We hebben dat al een keer eerder gedaan toen we van ING af wilden omdat dat niet zo’n heel duurzame bank was. Nou, daarvoor waren de belangen te groot. Later heeft D66 dat ook nog een keer ingeleverd maar de Partij voor de Dieren was daar net wat eerder mee. Maar goed.
57
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
(De heer VAN DANTZIG: Voor de geschiedschrijving: dat is gelukt. We zitten niet meer bij ING.) Dat is mij compleet ontgaan. Alle bankrekeningen zijn weg bij ING? Allemaal? Very hard to believe maar als dat zo is ... De VOORZITTER: Voor de kijkers thuis: alle bankrekeningen zijn weg bij de ING.) Oké. En terecht ook trouwens. Excuses, dat is mij ontgaan. Oh, ik weet het weer. De Partij voor de Dieren had in haar eerdere voorstel alternatieve banken voorgesteld en die waren gewoon te klein. Klopt. Ik ga geen namen noemen. Die waren te klein en die konden dat niet aan. En waarom konden ze dat niet aan? Laten we het dan maar over de begroting hebben: het gaat nogal om veel geld. Ik heb even teruggekeken. Sinds 20172022, de heer Torn had het daar ook over, gaat het financieel niet zo heel lekker met de gemeente Amsterdam. Daar komt de heer Van Lammeren weer met z’n solvabiliteit. Van 60 procent naar 46 procent. Dat is pittig. We hebben het hier altijd over investeren in de stad, maar dat was dan niet investeren in kapitaal want dan zou je solvabiliteit natuurlijk gewoon stabiel blijven. Over het weerstandsvermogen hebben we het al gehad. Over de nettoschuldquote, ja, die begint wel zorgelijke percentages aan te nemen. 123 procent is het vooruitzicht. (De heer VAN DANTZIG: Als economie-nerd begrijp ik uw betoog niet helemaal.
Ik las bijvoorbeeld als je de erfpachtgelden buiten de schuldquote zet, dat die maar op 78 procent zit en dan is er nog veel ruimte voor groei. Maar u zegt, die solvabiliteit daalt. Dat is logisch. Als je meer vreemd vermogen aantrekt om te investeren in de stad, ja, dan daalt die solvabiliteit. Een kind kan dat uitrekenen. Maar uw redenering lijkt, laten we dat geld niet investeren in de stad; laten we daarvan geen mooie dingen aanleggen – volgens mij wilt u altijd parken – maar laten we dat geld op de plank laten liggen om ons eigen vermogen aan te vullen zodat u volgende keer kunt zeggen, de solvabiliteit is omhoog gegaan. Of had u een inhoudelijke reden?) Ik ben nog helemaal niet zo ver dat het een kwalijk oordeel is. Het gaat erom dat het volgende college wel werk aan de winkel heeft. De uitgangsposities zijn gewoon minder rooskleurig. Laten we daarover heel eerlijk zijn. Heel vaak wordt dan de gemeente met een huishoudboekje vergeleken. Dat is natuurlijk niet waar. We zijn helemaal geen huishoudboekje. Maar waar mijn zorg zit, is dat de rentelasten enorm zijn gedaald voor de gemeente Amsterdam en dat heeft ermee te maken dat we heel goedkoop geld kunnen lenen. De vraag is alleen wat de toekomst gaat brengen.
De hypotheekrentes gaan langzaam omhoog – hoewel er zo veel vreemd vermogen uit het buitenland komt dat dat niet zo hard zal gaan als sommige doemdenkers vrezen, maar daar gaat wel wat gebeuren. En dat betekent dat je als volgend college, als bestuur dat hierna de stad mag besturen, dat dat wel een uitdaging heeft. Hadden we het geld niet moeten investeren? Nee, dat denk ik niet want we hebben de klappen uit de Tweede Kamer opgevangen. Daar zit wel een groot commentaar van mij richting de landelijke politiek. We hebben de hele decentralisatie gehad. Dan zie je meteen enorme tekorten bij jeugdzorg en dat is in de Tweede Kamer verkocht als een succesvolle. Ja, lekker makkelijk. Ik moet iets doen en dan vraag ik het mijn buurman en die zegt, je krijgt een kwart minder geld. En vervolgens zeg ik dat mijn begroting op orde is. Het zou niet zo wrang zijn als dit niet over mensen ging, over inwoners van deze stad. Hetzelfde zien we met wonen. Er is geen landelijk beleid hoe we dit nu moeten oplossen. De heer Blok zei, de woningmarkt is af. Nou, dat blijkt niet zo te zijn. En dan gaan al die gemeenten dat oplossen. Nederland is veel te klein om dat allemaal in gemeenten te doen. Dan krijg je
58
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
dus een enorme suboptimalisatie waarin gemeenteraden en colleges die klappen opvangen. Dat zit op heel veel dossiers. Als ik kijk, dan zit Amsterdam wel een beetje aan de grens van de groei. We hebben een tekort aan groen. We hebben een tekort aan huizen. We hebben een tekort aan plaatsen voor huisartsen. We hebben een tekort aan jeugdzorg. We hebben een tekort aan handhavers. We hebben een tekort aan agenten. We hebben overal tekort aan. Het is wel een uitdagende tijd. Als je dan geen landelijke regie krijgt – en ik hoop dat er snel een regering is die dit meeneemt – dan heb je het als gemeenteraad te doen binnen de financiële middelen die je hebt. Sterker nog, over die schuldquote, ik ga straks bij de converteerbare lening voor Alliander, ons stroomnetwerk, eigenlijk aan de wethouder vragen, kunnen we niet alle aandelen kopen. Laten we het uitbreiden, laten we onze investering uitbreiden. Ik bedoel, twintig jaar geleden, in de jaren tachtig, waren we gewoon eigenaar van de PNEM en de NEM of hoe al die organisaties ook heetten. Hartstikke winstgevend. Ik ben ook van mening dat je als overheid infrastructuur moet houden. Je moet die hebben voor je inwoners. Dus ja, leen nog wat meer zou ik zeggen en zorg dat we wat meer aandelen mee naar huis brengen dan dat we het laten verwateren.
(De heer BOOMSMA: Begrijp ik het nu goed dat de Partij voor de Dieren wil dat Amsterdam alle aandelen van Alliander gaat kopen?) Nee, want dat is niet de vraag. De vraag is of wij willen investeren in Alliander en daarmee zorgen dat ons aandeel niet verwatert. Mijn oproep zou zijn, als een aantal partners niet wil meedoen, kunnen we er dan niet meer in stoppen en kunnen we het aandeel Alliander dan niet uitbreiden? Dat is wat de Partij voor de Dieren in Amsterdam voorstelt. Maar dat is niet normaal. (Mevrouw ROOSMA: Dat is wel interessant. Volgens mij hebben we iets van 12,5 procent en dan moeten we nog behoorlijk wat aandelen kopen om gerede invloed te hebben, denk ik. Als we dat doen, dan gaat volgens mij de nettoschuldquote de pan uit rijzen. Tot waar is de heer Van Lammeren bereid om de nettoschuldquote versus de aandelen van Alliander te laten oplopen?) Ik denk dat die mogelijkheid er helemaal niet is. Ik heb niet gezegd alle aandelen, maar ik denk dat het verstandig is om infrastructurele zaken zoals het elektriciteitsnetwerk helemaal met de klimaatuitdaging die we hebben, de elektrificering van de samenleving, dat het belangrijk is dat je daar een goede vinger in de pap houdt. De eerste vraag is of we het niet laten verwateren. Daarover moet de gemeenteraad straks nog een uitspraak doen. Dus ik roep op daar gewoon voor te stemmen.
En tot hoever dan die nettoschuldquote? Ik zeg het even gekscherend en ik ken het getal niet uit m’n hoofd, tot de zweetdruppels bij onze wethouder op zijn voorhoofd komen. Ik weet het niet. Maar we moeten onder die 130 procent blijven. Dat lijkt me wel verstandig vanuit de provincie. maar ik zal kijken. Als daarvoor ruimte zou zijn, dan zou ik dat helemaal geen slechte optie vinden. (Mevrouw ROOSMA: Volgens mij zitten we ongecorrigeerd voor erfpacht inmiddels al op 140 procent dus dat is boven de norm – wat ik heel goed vind omdat we blijven investeren in de stad. Maar volgens mij is ‘t het een of het ander. Dus ik zie de wethouder al een klein beetje zweten. Of we gaan meer investeren in assets. Maar dan moeten we wel bedenken dat onze kengetallen als het over financiering gaat, iets minder rooskleurig worden. U begon uw betoog dacht ik met de woorden dat de gemeente er zo slecht voor stond.) Dat klopt. Daar zit ook wel wat duaals in mijn verhaal, maar de ene investering is de andere niet. Ik denk dat investeren in infrastructuur met de elektrificering van de
59
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
samenleving een hele verstandige is. Dat is wat ik zeg. Dat ik deze investering geen slechte vind. Als dat zou kunnen, nogmaals, ik denk dat alle partners gaan instappen want op zich is het een vrij risicoloze, converteerbare lening, dan zou ik dat een hele interessante optie vinden. (De heer BIEMOND: Ik hoor de heer Van Lammeren misschien wel tegen wil en dank best wel een gebalanceerd betoog houden. Dat stel ik zeer op prijs. De heer Torn zei aan het eind van zijn verhaal heel netjes, met alle mitsen en maren wil ik toch de begroting steunen. Ik ben even benieuwd hoe de heer Van Lammeren daarin zit.) Wij gaan de begroting gewoon steunen omdat we een begroting nodig hebben. Dat is onze wettelijke taak. Bij de voorjaarsnota kun je tegenstemmen omdat het daar beleidskeuzes zijn, maar dit is gewoon een financieel wettelijke taak. A fysical cliff zoals ze dat in de VS hebben, daar hoef ik niet op af te stevenen. Dat lijkt me niet handig. Dus wij gaan deze begroting gewoon steunen. Wat ik de raad nog wil meegeven ook voor de volgende periode – want deze periode is het versterken van het dualisme, kritisch vragen stellen, door willen vragen, spreektijdenregelingen. Dat heeft niet zo veel met de begroting te maken en ook weer wel. Ik merk steeds dat we als raadsleden steeds drukker worden, steeds minder tijd hebben en dat het steeds complexer wordt.
Het voorstel voor de ondersteuning van D66 hebben we toen gesteund. Ik denk dat dat een heel verstandig voorstel was. Het werk wordt steeds complexer; de belangen steeds groter. Ik denk dat we met z’n allen wel wat kritischer mogen worden inclusief mijzelf richting het college en richting elkaar. Ik wil bijna zeggen dat dit mijn afscheid is maar ik ga nog lekker door. Mensen, dank je wel. De VOORZITTER: Ik wilde bijna zeggen, volgens mij gaat de kiezer daarover. Het woord is aan de heer Van Dantzig. De heer VAN DANTZIG: Er ligt volgens mij een uitstekende begroting die toch vier jaar van deze coalitie afsluit. Wat mij dan goed doet, is dat de sfeer dan zo lekker ontspannen is. Ik wil beginnen met een compliment maken aan alle ambtenaren die zorgen dat dit boekjaar elk jaar weer sluit. Dat is een enorme huzarenklus. Volgens mij weet iedereen wel wat voor schade corona heeft aangericht in onze begroting en dat we hier vandaag dan staan na een commissiebehandeling waar er eigenlijk geen discussie was en ik de twee grootste oppositiepartijen al complimenten heb horen uitdelen, dat is gewoon een huzarenstukje. Ik denk dat we kunnen concluderen bijna raadsbreed dat de stad fantastisch wordt doorgegeven.
Maar ik wil toch graag een ding uit deze begroting niet onbenoemd laten en dat is toch wel het sluitstuk van de financiële degelijkheid waarvoor D66 acht jaar geleden de handschoen opnam: het investeringsplafond. Eindelijk een bestuurlijke afweging, eindelijk gewoon een goed debat met uw raad over sturing met een goede lijst, met een goed portfolio en het einde aan de voorjaarsretraite als pinautomaat. Ik denk dat dat erg verstandig is. Sturen op investeringen is essentieel en eindelijk kunnen we dat. Ik zei al dat het college het in de ogen van D66 fantastisch heeft gedaan. Het zal geen verrassing zijn dat we hier voor gaan stemmen. Maar ik vind een ding wel zorgelijk en dat wil ik toch met uw raad delen. Ik heb het gevoel dat we in al die euforie over hoe goed het gaat, onze controlerende taak aan het verwaarlozen zijn. Laten we hier wel even benoemen dat we hier ooit een raadsenquête hebben gehad juist over die financiële degelijkheid. Dan neem ik de raadscommissie Zorg even als voorbeeld. Toch een begroting van ruim een miljard euro, ongeveer een zesde van de gemeentelijke
60
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
begroting. En maar liefst negen partijen waren afwezig. Negen! Dat is meer dan de helft van de raad. Niet alleen maar eenpitters. Ik kan me bijzonder goed voorstellen dat je dan keuzes moet maken. Maar een vroeger financieel degelijke partij als de VVD en dan midden in een pandemie, ik vind dat echt slecht. Ik snap het wel want met een wethouder als Simone Kukenheim heb je snel de neiging om te denken, dat zit wel goed, maar we hebben het hier wel over een begroting met de grootste uitdagingen omdat het rijk telkens gaten achter laat. Al vier jaar lang zijn we in de vorm van incidentele compensatie pleisters aan het plakken op een wond die is gecreëerd door het rijk. Soms komt de pleister uit Den Haag; soms schieten we een pleister voor, maar van financieel rustig vaarwater is in Amsterdam al jarenlang geen sprake. (De heer TORN: Ik zou eigenlijk tegen de heer Van Dantzig willen zeggen, we leven in een tijd waarin hier en daar wel eens iemand een snotneus heeft. Vandaag zijn er ook veel mensen afwezig. Ik weet van die betreffende vergadering dat de VVD daar inderdaad niet bij was. Misschien kan de heer Van Dantzig zich voorstellen dat dat overmacht zou kunnen zijn geweest. Ik wil hier benadrukken dat de VVD samen met GroenLinks eigenlijk heel vaak Duisenbergrapporteurs heeft geleverd.
Eerlijk gezegd vind ik het een beetje flauw en ook een beetje oncollegiaal om op basis van een raadscommissievergadering te zeggen dat onder andere de VVD-fractie haar controlerende taak niet serieus zou nemen want dat is gewoon niet zo. Dat wilde ik even gezegd hebben.) Alle begrip voor het feit dat alle zes de raadsleden van de VVD een snotneus hadden. Dan kan dat een keer voorkomen. U mag dit zeggen en ik heb daar alle begrip voor. Ik snap als ouder en ik snap dat er een familie-urgency kan zijn maar dat heeft mij wel hogelijk verbaasd. Dan zal ik u niet als voorbeeld noemen. Dan zet ik u gewoon bij die negen partijen die er niet waren en waarbij ik zeg, als dat door privéomstandigheden niet kon, dan snap ik dat. Tegelijkertijd is het serieus werk waarvoor wij worden aangenomen en ik mag mij daartoe verhouden. (De heer TORN: Ik vind het echt buitengewoon flauw. De commissie Zorg is een commissie die in de ochtend plaatsvindt. Iemand wordt wakker, iedereen heeft ook nog gewoon een baan ernaast. Dit is ongelukkig gelopen. Laat ik daar geen misverstand over laten bestaan. Maar om dat nu direct te koppelen aan het niet serieus nemen, dat vind ik gewoon flauw. Dat wil ik gewoon hebben gezegd. Er zijn op dit moment verschillende wethouders niet. Om goede redenen. En de burgemeester is er niet omdat ze ziek is. En dat geldt voor de VVD ook.
Er zijn ook wel eens mensen ziek bij de VVD. Dat wil ik hier even hebben gezegd.) Waarvan akte. Ik vind het goed en ik wil ook wel in de richting van de heer Torn zeggen, u had er net in uw bijdrage ook wat over kunnen zeggen. Ik heb u ook niet gehoord over de zorgbegroting. Ik wilde u straks nog een compliment maken, dus dat ga ik dan even naar voren halen. We hadden zo’n goede sfeer en dan ga ik die verpesten. Dat is ook niet goed. Ik wil namelijk een compliment maken aan al die financieel woordvoerders. Het is toch een beetje het einde van een periode van acht jaar waarbij ik innig heb samengewerkt met twee financieel woordvoerders die aan het eind afscheid gaan nemen. De heer Torn en mevrouw Roosma. Ik wil u in ieder geval namens D66 bedanken voor al het fantastische werk dat u aan de begroting heeft gedaan. Soms vond ik het nergens op slaan, vond ik het bij vlagen krankjorum en echt niet van mij, maar het was altijd degelijk, altijd inhoudelijk. U heeft het grootste deel van de dingen altijd bijzonder serieus genomen.
61
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
(De heer BOOMSMA: Ik wil me aansluiten bij de woorden van de heer Torn. Ik vind het buitengewoon flauw en ook erg onzinnig. Ook het CDA was niet aanwezig bij de bespreking van de zorgbegroting. Ik kan er wel bij zeggen dat het CDA bijna altijd bij die zorgbegroting aanwezig is. Wij hebben tal van voorstellen gedaan om die kosten onder controle te houden, moties ingediend om dat te monitoren. We zijn daar keer op keer geweest. Ik kan de heer Van Dantzig ook vertellen dat er meerdere technische sessies zijn geweest waar alleen het lid van het CDA aanwezig was van alle partijen. Dus kan hij daarvoor ook enige erkenning opbrengen en niet hier de suggestie wekken dat wij onze controlerende taak niet serieus nemen?) Hoe de VVD zich daartoe verhoudt, dat snap ik want die noemde ik expliciet. Ik zei bij partijen die eenpitter zijn dat ik daarvoor zeker meer begrip kan opbrengen. Maar mijn vaste constatering is zolang er negen van de veertien fracties niet aanwezig zijn in een pandemie en terwijl er net een heel belangrijk rapport over de jeugdzorg naar buiten is gekomen, en dat het over ruim een miljard euro gaat, ja, ik vind dat je daar wat van moet zeggen. Nogmaals, wie de schoen past, trekke hem aan. Er waren mensen ziek. Tuurlijk. Alle begrip. Mensen konden niet. Ik weet ook hoe het leven werkt.
Maar uiteindelijk zijn we als uw raad natuurlijk verantwoordelijk voor de controle en daar maak ik een punt van. Dan een ander punt. Dat gaat over alle verkiezingsprogramma’s die ik heb doorgelezen. Daarin staan een hoop plannen en u kent D66 als een partij die die uiteindelijk ook financieel zal onderbouwen. Dat doen wij altijd. Ik denk dat het belangrijk is en dan kijk ik maar even naar de partijen met bestuursambitie – dat zijn er over het algemeen voor de verkiezingen heel veel – dat we de komende onderhandelingen bijzonder serieus gaan nemen. We hebben deze coronacrisis doorstaan met een begroting waarmee we nu allemaal in brede zin tevreden zijn, denk ik. Maar de echte fundamentele keuzes komen straks. Mijn oproep is dan ook dat we dat doen terwijl we eerlijk zijn naar de kiezer en dat we proberen echt duidelijk uit te leggen wat we wel kunnen realiseren en wat meer een wens of een droom is. Dan kijk ik vooral even de GroenLinksfractie aan want van die dromen stond het boordevol van in uw programma. Ik denk dat dat eerlijk is naar de kiezer en dat dat goed is voor de discussie de komende maanden en al onze plannen in de toekomst.
(Mevrouw ROOSMA: Waaruit zou de heer Van Dantzig opmaken dat de plannen van de GroenLinksfractie niet realistisch of niet realiseerbaar zouden zijn?) Ik zag in uw programma ‘Iedereen een betaalbaar huis.’ Dat is natuurlijk de Amsterdammer voor het lapje houden. Dan moet ik de heer Torn toch een klein beetje gelijk geven. Dat kan het vereveningsfonds niet aan. Ik zag ook nog iets over een eigen munt. Dromen mag, maar ik denk niet dat wij hier een monetair systeem gaan oprichten. Ik beloof tijdens de campagne de hele lijst uit te serveren. (Mevrouw ROOSMA: Het is natuurlijk superverleidelijk om met de heer Van Dantzig in debat te gaan over onder meer een lokale munt maar ik zou inderdaad willen voorstellen dat de heer Van Dantzig het debat met de heer Groot Wassink in de campagne aangaat. Maar geloof mij, de idealen van GroenLinks zijn absoluut realiseerbaar.) Als ze dan ook maar betaalbaar zijn. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Yilmaz.
62
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
De heer YILMAZ: Ik ga gelijk beginnen met een urgent probleem. Dat heeft betrekking op het coronatoegangsbewijs. Meerdere ouders hebben ons bericht over de uitsluiting die zij ervaren. Collega Flentge heeft hierover bij de mondelinge vragen al wat gezegd. Wij hebben moties die we daarover willen indienen. Ouders hebben ons namelijk opgebeld met de mededeling dat hun kinderen niet worden toegelaten tot de zwembadactiviteiten en dat is natuurlijk onacceptabel. Ten eerste is een vaccinatie niet verplicht. Volwassenen hebben de keuzevrijheid om zichzelf wel of niet te laten prikken. Ten tweede zijn kinderen hiervan de dupe geworden. Kinderen die al achterstanden hebben opgelopen door de lockdown worden nu ook weer verder achtergesteld. Met onze motie willen wij dat het college zich inspant om kinderen niet de dupe te laten worden van het beleid van de regering. Daarnaast en voortbordurend hierop is het coronatoegangsbewijs simpelweg geen effectief middel. Het in bezit hebben van een coronapas is geen bewijs dat je niet besmet bent. Je kunt een geldige coronapas hebben en besmettelijk zijn. Daarnaast hebben we gezien dat deze coronapas makkelijk te vervalsen is. Het biedt dus een zeer hoge mate van schijnveiligheid en het is zeer fraudegevoelig. Maar de problemen die het veroorzaakt in de samenleving zijn heftig. Het leidt namelijk tot een tweedeling.
Met onze motie willen wij dat de raad zich ten eerste uitspreekt tegen de effectiviteit van de coronapas en dat het college dit signaal overbrengt aan het kabinet. Tot slot op dit punt. Gemeentelijke werknemers mogen niet worden geweigerd als ze geen coronapas kunnen overhandigen. Niet alleen omdat het schijnveiligheid betreft, maar vooral omdat dit grote gevolgen heeft voor het inkomen. Werknemers moeten de kans krijgen om thuis te werken of op veilige ruimte van elkaar. Maar de coronapas verplichten voor gemeentelijke werknemers is meewerken aan schijnveiligheid en houdt op geen enkele wijze besmettingen tegen. Meewerken aan schijnveiligheid willen wij beslist niet en daarom roepen we daartoe op. (De heer VAN LAMMEREN: Ik krijg al bijna spijt van de interruptie maar hier wordt gewoon beweerd dat het coronatoegangsbewijs geen enkele invloed heeft op besmettingen. Kan dat worden onderbouwd?) Dat heeft u mij niet horen zeggen. Ik heb gezegd dat die een hoge mate van schijnveiligheid biedt. Als je een coronapas hebt, betekent dat niet dat je andere mensen niet kunt besmetten. (De heer VAN LAMMEREN: Er werd gezegd, geen enkele invloed heeft op besmettingen. Dat is letterlijk gezegd. Kan dat worden bewezen? Dit soort non-informatie daar heeft echt helemaal niemand iets aan.
Dat mag en moet je niet willen doen als je in de gemeenteraad van Amsterdam zit.) Volgens mij heb ik dat echt niet gezegd. Als ik dat heb gezegd dan heb ik een foutje gemaakt. Maar ik lees nu de speech terug maar ik heb dat volgens mij niet gezegd. Het heeft vast wel invloed, maar wat ik hier probeer duidelijk te maken is dat het schijnveiligheid creëert. (Mevrouw KUIPER: Ik vraag mij af of de heer Yilmaz zich bewust is van zijn verantwoordelijkheid en zijn rol als raadslid. Als mensen op die manier de heer Yilmaz benaderen, is hij zich er dan van bewust dat hij misschien die discussie niet heel eenzijdig in die hoek moet plaatsen alsof een coronatest of een vaccinatiebewijs geen enkel nut hebben. Dat vind ik een heel gevaarlijke stellingname. Ik denk dat het goed zou zijn als de heer Yilmaz zijn rol serieus neemt en zijn netwerk oproept dat mensen zich moeten laten vaccineren. Dat is in het belang van de stad en daarvoor zijn we hier.)
63
wst Jaar
2021
Vergaderdatum 10 november 2021
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen
R
Dit is gewoon flauwekul. Met alle respect, maar er wordt nu gesuggereerd alsof ik tegen vaccinatie ben. U mag het best weten, ik ben twee keer gevaccineerd, mijn vrouw is gevaccineerd, mijn dochter is gevaccineerd. Het is gewoon flauwekul. Ik zeg alleen dat er schijnveiligheid wordt gecreëerd en we moeten mensen niet verplichten tot iets wat volgens ons schijnveiligheid biedt omdat wij daarmee een signaal afgeven alsof je met een coronapas andere mensen niet kunt besmetten. Dat is wat ik zeg. Ik ben absoluut niet tegen vaccinatie. (Mevrouw KUIPER: Ik vind de heer Yilmaz erg vaag op dit punt. Aan de ene kant zegt hij, het is volkomen flauwekul en het helpt niks – even in mijn woorden. Dat is natuurlijk niet waar. Dat kunt u kennelijk niet onderbouwen. Collega Van Lammeren nodigde u daartoe uit om uw stellingname te onderbouwen. Het is belangrijk dat u helder bent en niet een dubbele boodschap uitzendt. Dat is wat u nu doet.) Volgens mij begrijpt de ChristenUnie mij niet. Ik ben heel duidelijk. Ik ben voor vaccinatie, laat daarover geen misverstand bestaan. Maar de coronapas is niet de oplossing. Die zorgt er niet voor dat andere mensen niet besmet raken. Dat is wat ik zeg. Dat de ChristenUnie daaraan een heel andere draai probeert te geven, of dat is gewoon politiek of mevrouw begrijpt het niet zo goed.
(Mevrouw KUIPER: Mag ik dan de conclusie trekken dat de heer Yilmaz vaccinatie een heel belangrijk middel vindt en dat daarnaast ook andere maatregelen belangrijk zijn, dat dat uiteraard niet alleen van vaccinatie afhangt maar van meer dingen en dat u wel die rol oppakt. Mag ik dat van u vragen?) Volgens mij heb ik net het belang van vaccinatie aangegeven. Dat is een mooie samenvatting. (De heer VAN SCHIJNDEL: De interruptie is ondersteunend. Het is al lang en breed bekend, dat kunt u zelfs in de Nederlandse media lezen, dat het gevaccineerd zijn niet betekent dat je niet zelf weer besmet kan worden en dus ook niet betekent dat je weer anderen kunt besmetten. Dat moet gewoon even worden vastgesteld. De ChristenUnie nota bene, de heer Segers, heeft aanvankelijk tegen die QR-codes gestemd met de reden dat het een middel was om mensen te dwingen het vaccin te nemen. Dat is onaanvaardbaar.) (De VOORZITTER: Mijnheer Van Schijndel, op het moment dat ik aan het woord ben, stopt u met praten. Dat hebben we met elkaar afgesproken in het Reglement van orde. Daarnaast bent u een betoog aan het houden terwijl u een interruptie heeft op de heer Yilmaz. Ik zou u willen verzoeken om een interruptie kort en bondig te houden en uw eigen termijn te besteden aan het houden van een betoog.) De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Biemond voor een punt van orde.