20210429 De Waarde van de Kleine Uurtjes - Atlas voor gemeenten.pdf
Tekst van het document
4
Waarde van de nachtcultuur
De vorige twee hoofdstukken gaven een definitie van wat in dit onderzoek tot de nachtcultuur wordt gerekend, en hoe het aanbod van de nachtcultuur in Amsterdam er anno 2019 uitzag. Er werden 541 venues geïdentificeerd die met programmering van bijvoorbeeld livemuziek of dj’s of puur als ontmoetingsplaats vaak tot diep in de nacht open zijn en zodoende tot de nachtcultuur worden gerekend. Ook werden voor 2019 85 festivals en evenementen geïdentificeerd met samen ongeveer 2,2 miljoen bezoekers, die geheel of gedeeltelijk in de nacht plaatsvinden (zoals de Museumnacht) of in hun aard en programmering nauw verweven zijn met de nachtcultuur (zoals ADE en Pride). Maar wat is de maatschappelijke waarde van die Amsterdamse nachtcultuur en evenementen voor Amsterdam en wellicht zelfs voor heel Nederland? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Dat komt niet alleen doordat – zoals bleek in de voorgaande hoofdstukken – een duidelijke afbakening van de nachtcultuur in statistische bestanden ontbreekt; podia en andere venues die tot de nachtcultuur behoren vaak ook in de vroegere avond of overdag actief zijn en de nachtcultuur een verzameling is van allerlei soorten grote en kleine venues. Het komt ook doordat het niet op voorhand duidelijk is hoe de maatschappelijke waarde van de nachtcultuur zou kunnen worden gedefinieerd en gemeten.
Duidelijk is wel dat een focus die louter gericht is op de omzet of werkgelegenheid in de nachtcultuur, iets wezenlijks over het hoofd zou kunnen zien. Het is immers zeer goed denkbaar dat de nachtcultuur voor grote groepen bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van Amsterdam als stad om te wonen en te studeren; en als stad om te bezoeken voor een of meerdere dagen. De nachtcultuur is bovendien voor veel Amsterdammers en voor mensen van ver buiten Amsterdam een bron van ontspanning, plezier of inspiratie, en een plek waar groepen die zich overdag buitengesloten kunnen voelen, veilig hun identiteit kunnen ontdekken, vormen en uiten.. Aan alle vormen van cultuur – van theater tot erfgoed en van musea tot muziekoptredens – worden zeer uiteenlopende maatschappelijke waarden toegedicht. De eerste paragraaf van dit hoofdstuk schetst een kader dat Atlas voor gemeenten in eerdere studies heeft ontwikkeld en uitgewerkt om de verschillende potentiële waarden van kunst en cultuur systematisch te structureren, en als de gegevens daarvoor toereikend zijn ook te meten en in 38
De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
geld uit te drukken.35 Het kader wordt in die paragraaf toegespitst op de Amsterdamse nachtcultuur en aan de nacht gerelateerde evenementen. De paragrafen erna geven vervolgens – voor zover mogelijk gegeven de beperkt beschikbare data – een inschatting van de belangrijkste waarden, te weten de gebruikswaarde, de optiewaarde en de economische waarde daarvan.
4.1
De vijf maatschappelijke waarden van cultuur36
Het conceptuele kader dat hier wordt gehanteerd om de waarde van de nachtcultuur te duiden, sluit aan bij het gedachtengoed van maatschappelijke kosten-batenanalyses (MKBA). Het beperkt zich niet tot de financiële waarden van kunst en cultuur, maar hanteert een breed welvaartsbegrip, waarbinnen alle maatschappelijke waarden van kunst en cultuur vallen. Het gaat dus niet alleen om financiële baten zoals de toegevoegde waarde op de bestedingen van bezoekers die op de Amsterdamse nachtcultuur en bijvoorbeeld ADE afkomen, maar (vooral) ook om het genot dat de bewoners van een stad eraan ontlenen, het effect ervan op de aantrekkingskracht van de stad op mensen en bedrijven, en de positieve sociale effecten die ervan uit kunnen gaan. Bij het berekenen van de maatschappelijke waarde en de welvaartseffecten van de Amsterdamse nachtcultuur en aan de nacht gerelateerde evenementen, is het van belang alleen die effecten mee te nemen die niet zouden optreden als de nachtcultuur en deze evenementen er niet zouden zijn. Bovendien is het van belang om alle maatschappelijke waarden en welvaartseffecten mee te nemen, en niet alleen de zuiver economische waarden. Veel studies die de maatschappelijke impact van cultuur berekenen, beperken zich tot de economische effecten ervan, om die vervolgens (fors) te overschatten.
Als de feitelijke welvaartswinst van culturele evenementen voor een stad wordt berekend, blijkt echter steeds weer dat de financiële baten maar een relatief klein deel zijn van de totale maatschappelijke baten van kunst en cultuur. De maatschappelijke waarde van de nachtcultuur voor Amsterdam begint bij het feit dat mensen ervan genieten, en daardoor graag de venues bezoeken die in hoofdstuk 3 zijn geïdentificeerd. Om die reden willen veel liefhebbers van
35
G. Marlet, J. Poort, 2011: De waarde van cultuur in cijfers (Atlas voor gemeenten, Utrecht). Deze paragraaf is deels gebaseerd op: G. Marlet, R. Ponds, J. Poort, C. van Woerkens, 2018: De waarde van cultuurstad Utrecht. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse van de cultuuruitgaven (Atlas voor gemeenten, Utrecht). 36
39
De waarde van de kleine uurtjes: de nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
de nachtcultuur – en in hun kielzog mogelijk ook bedrijven – in een stad met een aantrekkelijk nachtleven wonen. Alle maatschappelijke effecten die gevolgen hebben voor de welvaart van consumenten (consumentensurplus) en bedrijven (producentensurplus) leveren de stad een maatschappelijke baat op. Het gaat dus niet alleen om financiële baten die als klinkende munt meetellen in het bruto stedelijk product. Voor een deel van de effecten zal dat wel het geval zijn, bijvoorbeeld de winst op de toeristische bestedingen die zijn toe te rekenen aan de nachtcultuur (producentensurplus). Voor een ander deel, bijvoorbeeld het genot dat consumenten eraan ontlenen (het consumentensurplus), is dat niet het geval. In het hier gehanteerde conceptuele kader worden vijf (categorieën van) maatschappelijke waarden van kunst en cultuur onderscheiden: de gebruikswaarde, de optiewaarde, de bestaanswaarde, de economische waarde en de sociale waarde. Deze zijn schematisch weergegeven in figuur 4.1. Allereerst is er de gebruikswaarde. Mensen zijn bereid om een kaartje te kopen voor bijvoorbeeld een laat optreden of een clubnacht. Bovendien hebben zij het ervoor over om daarvoor een reis af te leggen en een bepaalde tijd in een venue te verblijven. Die kosten voor reis en verblijf weerspiegelen een deel van de waarde die mensen aan de nachtcultuur hechten.
De meeste mensen hebben er namelijk meer voor over dan het ze feitelijk kost. Het verschil is het consumentensurplus; de eerste maatschappelijke waarde van de nachtcultuur. De welvaartswinst daarvan voor de bezoekers van de Amsterdamse nachtcultuur is het verschil tussen het consumentensurplus dat met het bezoeken ervan gepaard gaat, en het consumentensurplus van een alternatieve activiteit die een persoon had ondernomen als de nachtcultuur er niet was geweest. Vanuit het perspectief van de gemeente Amsterdam mag alleen de gebruikswaarde van de inwoners van de stad worden meegeteld. De gebruikswaarde van de bezoekers die elders uit het land komen, wordt in de MKBA als welvaartswinst voor de rest van Nederland beschouwd.
40
De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
Figuur 4.1
De vijf maatschappelijke waarden van cultuur
Bron: G. Marlet, J. Poort, 2011: De waarde van cultuur in cijfers (Atlas voor gemeenten, Utrecht)
Ook de mogelijkheid om een late voorstelling, club of nachtcafé te bezoeken, los van de vraag of dat bezoek ook echt plaatsvindt, heeft een waarde. Liefhebbers van de nachtcultuur zorgen ervoor dat ze op een plek wonen waar ’s nachts iets te beleven valt. Voor podiumkunsten in bredere zin is aangetoond dat mensen (en bedrijven) bereid blijken te zijn een hogere prijs te betalen voor een locatie in een stad of wijk met veel aanbod. Met hun bereidheid om te betalen voor zo’n locatie (de willingness to pay - WTP)
41
De waarde van de kleine uurtjes: de nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
waarderen ze de aanwezigheid ervan in hun woonomgeving en anticiperen ze op de positieve effecten die ervan uitgaan. Die zogenoemde optiewaarde slaat neer in de waarde van grond op dergelijke (woon)locaties. Daarnaast vertegenwoordigt de simpele aanwezigheid van kunst en cultuur mogelijk nog waarde, los van gebruik of (woon)gedrag. Dat is de zogenoemde bestaanswaarde van kunst en cultuur, die ontstaat doordat bijvoorbeeld de collecties van de lokale musea kunnen bijdragen aan de lokale identiteit en trots. Bij het bepalen van een dergelijke bestaanswaarde is het van groot belang om dat deel van deze additionele waarde te berekenen dat niet al in de gebruiks- en optiewaarde is meegerekend. In onderzoek voor de gemeente Utrecht heeft Atlas voor gemeenten de bestaanswaarde van de museale collecties in de stad onderzocht aan de hand van een enquête onder de lokale bevolking.37 Het bleek daarbij lastig die bestaanswaarde conceptueel te scheiden van de gebruikswaarde en de optiewaarde en de uitkomsten hadden een tentatief karakter. De bestaanswaarde werd geschat op gemiddeld ongeveer een kwart van de gebruikswaarde en de optiewaarde samen. Het is echter aannemelijk dat bestaanswaarde specifiek een rol speelt bij materieel erfgoed, monumenten en musea, die een belangrijke cultuurhistorische rol vervullen en waarvan het verdwijnen onomkeerbaar zou zijn.
Voor cultuur die meer gericht is op beleving en zeker voor de nachtcultuur en evenementen, die een dynamisch karakter heeft met het komen en gaan van nachtclubs en ‘places to be’, is het zeer twijfelachtig of er bestaanswaarde aan kan worden toegeschreven die uitstijgt boven de gebruikswaarde en de optiewaarde, plus de hierna te bespreken economische waarde en sociale waarde. Daarom gaat dit hoofdstuk verder niet in op de eventuele bestaanswaarde van de nachtcultuur. De nachtcultuur heeft daarnaast zoals gezegd een economische waarde. Vanuit het perspectief van de maatschappelijke welvaart gaat het daarbij in de eerste plaats om het zogeheten ‘producentensurplus’ van de ondernemingen die samen de nachtcultuur vormen. Werkgelegenheid, omzet en toegevoegde waarde van deze ondernemingen kunnen een interessante maatstaf zijn, maar vormen over het algemeen een overschatting van het welvaartseffect. Zonder de nachtcultuur zouden de mensen die werkzaam zijn bij deze ondernemingen immers niet allemaal werkloos thuis zitten en de bezoekers van de nachtcultuur zouden hun geld ten minste voor een groot deel elders besteden. 37
Zie hoofdstuk 7 in G. Marlet, R. Ponds, J. Poort, C. van Woerkens, 2018: De waarde van cultuurstad Utrecht. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse van de cultuuruitgaven (Atlas voor gemeenten, Utrecht).
42
De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
Een extra welvaartsbijdrage onder het kopje economische waarde ontstaat via de bestedingen van toeristen die de stad vanwege het nachtleven bezoeken. Hierbij kan zowel naar buitenlandse toeristen als naar Nederlandse bezoekers uit andere gemeenten worden gekeken. Nederlandse bezoekers van buiten de stad zorgen met hun bestedingen voor extra economische waarde voor Amsterdam. Dat gaat echter ten koste van de rest van Nederland, omdat mensen die Amsterdam bezoeken vanwege de nachtcultuur anders elders iets anders hadden gedaan. Vanuit het perspectief van Nederland is het saldo dan nul; het gaat immers alleen om verplaatsing van bestedingen die anders op een andere plek waren gedaan. Vanuit het perspectief van de stad is dit wel een positief economisch effect. Tot slot heeft de nachtcultuur een sociale waarde. De sociale waarde betreft bijvoorbeeld de toegevoegde waarde van de nachtcultuur als creatieve ontmoetingsplek, waar mensen ideeën en kennis met elkaar uitwisselen. Een levendige nachtcultuur, met een rijk aanbod van nachtclubs, muziekpodia en ontmoetingsplaatsen, kan zo bijdragen aan de sociale cohesie in een stad. Ook het aanbod van festivals en evenementen heeft een sociale waarde.
Internationaal onderzoek38 wijst bijvoorbeeld uit dat mensen verschillende motivaties hebben om festivals te bezoeken, waaronder culturele exploratie, nieuwe ervaringen opdoen, en interacteren en verbinding maken met bestaande en nieuwe sociale contacten. Verder gaan bezoekers om te ontspannen, ontsnappen aan het dagelijks leven, en om van de ervaring te genieten. Deelnemen aan de nachtcultuur kan ook op een positieve manier bijdragen aan de sociale identiteit van bezoekers. De nachtcultuur biedt namelijk een relatief veilige plek voor mensen om zichzelf te uiten, en kan bijdragen aan het vormen, uitdragen en delen van hun identiteit.39 Het is dus aannemelijk dat het aanbod van nachtcultuur in Amsterdam positief bijdraagt aan het sociale leven van bewoners en andere bezoekers, vooral voor de 18 tot 35jarigen. Meer onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre het deelnemen aan de nachtcultuur bijdraagt aan het sociale leven en de sociale identiteit van bezoekers, en in hoeverre dit vervolgens bijdraagt aan bijvoorbeeld de (mentale) gezondheid van deze deelnemers. Er zijn momenteel niet voldoende cijfers beschikbaar om de sociale waarde van de nachtcultuur te 38
Zie https://www.hva.nl/binaries/content/assets/subsites/kc-dmci-create-it/assets_1/boek-festivalbeleving--oktober-2012.pdf#page=10&zoom=auto,-243,311 39 V. Vaessen (2020). Untz untz untz: Een onderzoek naar de clubcultuur in Utrecht. Gemeente Utrecht & Universiteit Utrecht.
43
De waarde van de kleine uurtjes: de nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
kwantificeren. Wanneer kwantificering van deze sociale waarden in de toekomst wel mogelijk is, dienen daarbij overigens ook negatieve sociale effecten meegenomen te worden, zoals de overlast die de venues, evenementen en bezoekers kunnen veroorzaken voor omwonenden.
4.2
Gebruikswaarde
De gebruikswaarde van de nachtcultuur en aan de nacht gerelateerde evenementen bestaat uit de meerwaarde die mensen hechten aan hun bezoek, ten opzichte van een alternatieve tijdsbesteding. Om deze gebruikswaarde te kwantificeren, is informatie nodig over de totale inspanningen en kosten die mensen maken voor een gemiddeld bezoek. Dat is meer dan alleen de prijs die is betaald voor de toegang tot een clubnacht, optreden of evenement. Mensen hebben hiernaast immers ook tijd en geld over voor de reis ernaartoe en uiteraard ook tijd over voor het bezoek zelf. De tijd en de kosten voor reis en verblijf weerspiegelen een deel van de waarde die mensen aan hun activiteiten hechten: de zogenaamde gegeneraliseerde reis- en verblijfskosten. De meeste mensen hebben meer over voor de clubnacht, het optreden of het evenement dan deze gegeneraliseerde reis- en verblijfskosten.40 Het verschil in de waarde die mensen toekennen aan hun bezoek en de totale kosten (inclusief tijd) die ze hebben betaald, wordt het consumentensurplus genoemd. Voor het berekenen van de gebruikswaarde moet het consumentensurplus van het bezoek vergeleken worden met het consumentensurplus van een alternatieve activiteit die een persoon had ondernomen als er geen nachtcultuur of evenement was geweest. Het verschil tussen die beide is de ‘netto’ welvaartswinst van het bezoek en wordt de gebruikswaarde genoemd.
Vanuit het perspectief van de gemeente Amsterdam mag alleen de gebruikswaarde van de Amsterdammers worden meegeteld. De gebruikswaarde van de bezoekers die elders uit het land komen, wordt als welvaartswinst voor de rest van Nederland beschouwd. Voor het berekenen van de gebruikswaarde is daarom in beginsel gedetailleerde informatie nodig over het aantal bezoekers van nachtculturele activiteiten en evenementen en de herkomst van deze bezoekers, de reistijd en -kosten, de gemiddelde 40
Omgekeerd geldt dat als mensen de waarde van een potentieel bezoek lager inschatten dan de totale gegeneraliseerde reis- en verblijfskosten ze ervoor kiezen niet te gaan.
44
De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
verblijfsduur en het betaalde ticket. Daarnaast dient een inschatting te worden gemaakt van hun netto uurloon, als maatstaf voor de waarde van hun tijd. Bezoekersaantallen
Anders dan bij eerdere studies naar de maatschappelijke waarde van kunst en cultuur, zijn bezoekersaantallen lastig systematisch te achterhalen. Dat heeft te maken met de complicaties bij het vinden van een goede definitie en afbakening die zijn beschreven in het vorige hoofdstuk en het feit dat podia die zowel overdag of in de avond, als in de nacht programmeren dit onderscheid niet maken in hun bezoekersaantallen. Paragraaf 3.2 noemde al enige cijfers over bezoekersaantallen van enkele grote podia. Tabel 4.1 geeft voor vier grote Amsterdamse podia het aantal uitvoeringen en bezoekers op basis van cijfers van de gemeente.41 In totaal gaat het om een kleine drieduizend uitvoeringen met ruim drie miljoen bezoekers, oftewel ruim duizend bezoekers per uitvoering.
Tabel 4.1
Bezoekers en uitvoeringen vier grote Amsterdamse podia
Podium Ziggo Dome Paradiso AFAS Live Melkweg Totaal
Uitvoeringen 2019 103 1422 161 1254 2940
Bezoekers 2019 (× 1000) 1295 697 630 539 3161
Bron: gemeente Amsterdam OIS
Op basis van een database van Nederlandse podia,42 kwam het aantal uitvoeringen op de 32 Amsterdamse muziekpodia die (ten minste gedeeltelijk) tot de nachtcultuur gerekend werden op 4380. Voor de vier podia in tabel 4.1 geeft deze dataset echter in totaal slechts 1305 uitvoeringen, vermoedelijk doordat clubnachten en dance-evenementen niet altijd zijn meegeteld. Het databestand telt derhalve minstens 3075 (4380 – 1305) uitvoeringen naast wat is meegeteld in tabel 4.1. Het gaat hier gemiddeld om kleinere podia dan de vier in de tabel. Uitgaande van gemiddeld honderd bezoekers per uitvoering, zouden er nog ruim 300 duizend bezoekers bijkomen, wat het geschatte totale bezoek aan de 32 muziekpodia in Amsterdam brengt op 3,5 miljoen. Slechts 41 Met uitvoeringen worden alle uitvoeringen, evenementen en activiteiten die bij een podium geprogrammeerd staan bedoeld – dit omvat dus concerten, maar ook clubnachten. 42 Zie voor een uitvoerige beschrijving van de gebruikte methoden en bronnen voor deze lijst van podia van Atlas voor gemeenten: N. van den Berg, G. Marlet, R. Ponds, C. van Woerkens, 2011: Podiumpeiler 2011. Jaarlijkse monitor voor de podiumkunsten en de muziekindustrie (VOC Uitgevers, Nijmegen).
45
De waarde van de kleine uurtjes: de nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
een deel van dit aantal bezoekt daadwerkelijk uitvoeringen die (conceptueel) tot de nachtcultuur worden gerekend. Een aanzienlijk aantal bezoekt uitvoeringen overdag of vroeger in de avond. Over bezoekersaantallen van nachtclubs is nog minder bekend. Wel is bekend dat de 39 nachtclubs die tot de nachtcultuur gerekend worden samen een capaciteit hebben van ruim 24 duizend personen.43 De gemiddelde capaciteit komt daarmee op 625. Van de 39 nachtclubs zijn er zeven tevens muziekpodium en reeds meegeteld in de geschatte 3,5 miljoen hierboven. De overige 32 nachtclubs zouden tezamen dan een capaciteit hebben van ongeveer 20 duizend personen. Onder de conservatieve aanname dat deze clubs in 2019 één nacht per week uitverkocht waren, zou het gaan om ruim één miljoen bezoekers van de 32 nachtclubs die niet tevens als muziekpodium te boek staan. Bezoekersaantallen van de 67 venues met overige programmering en de 410 bars en cafés die tot de nachtcultuur behoren, zijn evenmin bekend. Uitgaande van een gemiddeld bezoek van twintig personen op 250 nachten per jaar, zou het kunnen gaan om zo’n 2,4 miljoen bezoekers. Het gaat hier voor zowel de nachtclubs als de venues met overige programmering en de bars en cafés om een grove schatting, waarvan het goed zou zijn wanneer deze in vervolgonderzoek getoetst kan worden op basis van werkelijke bezoekersaantallen.
In het vorige hoofdstuk werden ook 85 festivals en evenementen tot de nachtcultuur gerekend, met een totaal van 2,2 miljoen bezoekers: iets meer dan 800 duizend bezoekers van festivals met elektronische dancemuziek en een kleine 1,4 miljoen bezoekers van festivals met overige programmering. Deze kunnen echter niet zomaar opgeteld worden bij de bovenstaande schattingen voor het bezoek aan muziekpodia, nachtclubs, podia met overige programmering en bars en cafés. Een onbekend aantal van de bezoekers van evenementen is immers via de venues al meegeteld, voor zover die venues een podium bieden aan uitvoeringen in het kader van die evenementen. Alleen van de evenementen die in de openlucht plaatsvinden – samen goed voor 421 duizend bezoekers – is op basis van de beschikbare data zeker dat de bezoekers niet ook al via de venues zijn geteld. Van de overige bezoekers van
43
Capaciteit samengesteld op basis van cijfers van de gemeente Amsterdam over ADE locaties, en websites https://www.amsterdam-dance-event.nl/en/, https://ra.co/clubs/nl/amsterdam, https://www.djguide.nl en informatie op websites van de venues zelf.
46
De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
festivals en andere evenementen die aan de nacht verbonden zijn, wordt – bij gebrek aan gedetailleerde cijfers – aangenomen dat de helft additioneel is ten opzichte van de bovenstaande aantallen voor venues. Dat brengt het totaal op naar schatting 1,3 miljoen additionele bezoekers via evenementen. In de tentatieve berekening van de gebruikswaarde in deze paragraaf wordt aangenomen dat van de bezoekers van de muziekpodia de helft daadwerkelijk toe te schrijven is aan de programmering en het bezoek in het tijdvak van 22:00 tot 6:00 uur. Bezoekers aan nachtclubs worden allemaal ‘toegewezen aan de nacht’ en voor de overige venues met programmering en de bars en cafés wordt weer uitgegaan van de helft. Dat brengt het totaal op (afgerond) 1,8 + 1,0 + 1,2 = 4,0 miljoen nachtcultuurbezoekers. Daarbovenop komen nog de 1,3 miljoen additionele bezoekers van evenementen en festivals die geheel of gedeeltelijk in de nacht plaatsvinden of nauw verweven zijn met de nachtcultuur. In dit totaal zit naar verwachting nog wel enige dubbeltelling omdat mensen in één nacht bezoeken aan een podium of nachtclub zullen combineren met het bezoeken van een café. Herkomst bezoekers, reistijd, reiskosten en verblijfstijd
In het vorige hoofdstuk werd geschat dat in 2019 ruim 3 miljoen unieke bezoekers van buiten Amsterdam naar een discotheek of nachtclub gingen. In vergelijking met het hierboven geschatte totaal van 4 miljoen nachtcultuurbezoekers voor nachtclubs, cafés en bars, zou dan driekwart van buiten Amsterdam komen. Dit is meer dan wat blijkt uit cijfers die in een eerdere studie zijn verzameld over de bezoekers aan podiumkunsten in Utrecht: van de 1,16 miljoen bezoekers in 2016 kwam 46% uit de gemeente, 50% uit de rest van het land en 4% uit het buitenland.44 In overweging nemend dat Amsterdam beduidend meer internationale toeristen trekt dan Utrecht en enkele muziekpodia heeft met een nationale uitstraling, wordt hier aangenomen dat circa 35% van de nachtcultuurbezoekers afkomstig is uit de gemeente, 55% uit de rest van het land en 10% uit het buitenland. Ook voor de additionele bezoekers van de meegetelde evenementen wordt die verdeling aangenomen. De gebruikswaarde van de buitenlandse bezoekers blijft in de berekening verder buiten beschouwing. Voor podiumkunsten en festivals is in het onderzoek voor Utrecht gerekend met totale reiskosten (feitelijke kosten plus de waarde van de reistijd) van 44
G. Marlet, R. Ponds, J. Poort, C. van Woerkens, 2018: De waarde van cultuurstad Utrecht. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse van de cultuuruitgaven (Atlas voor gemeenten, Utrecht), tabel 5.1.
47
De waarde van de kleine uurtjes: de nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
€ 2,17 voor bezoekers uit de gemeente en € 9,72 uit de rest van Nederland.45 Gelet op de grotere omvang van de gemeente Amsterdam wordt hier gerekend met € 3,00 voor bezoekers uit de gemeente en € 10,00 voor bezoekers vanuit de rest van Nederland voor muziekpodia en nachtclubs. Voor cafés wordt gerekend met € 1,50 voor alle bezoekers, onder de aanname dat het hier vaak zal gaan om een combinatiebezoek met een podium of nachtclub, en op zichzelf staande bezoeken over het algemeen dicht bij huis zullen worden afgelegd. Dit lijkt voor evenementen een onderschatting, aangezien volgens ING de gemiddelde kosten van reis, verblijf en parkeren (dus los van entree en consumpties) voor een groot dance-evenement op € 33 en voor een klein dance-evenement op € 24 euro liggen.46 Voor de additionele bezoekers van evenementen wordt daarom uitgegaan van wat hogere gemiddelde reiskosten van € 5 voor bezoekers uit Amsterdam en € 20 voor bezoekers uit de rest van het land.47 Net als in de studie voor Utrecht wordt voor podia (en tevens voor nachtclubs en bars/cafés) uitgegaan van een verblijfstijd van twee uur per bezoek en voor festivals/evenementen van drie uur. Daarbij wordt opnieuw aangetekend dat mensen op één nacht meerdere bezoeken kunnen combineren. De waarde van een uur ergens verblijven wordt ingeschat op € 16,80.
Dat is gebaseerd op het mediane netto uurloon van een Nederlander in 2019.48 Entreeprijzen
Gedetailleerde gegevens over entreeprijzen zijn net als bezoekersaantallen niet beschikbaar. Wel blijkt uit informatie van de Vereniging van Evenementenmakers (VVEM) dat de gemiddelde ticketprijs voor een concert landelijk in 2019 lag op € 56,60.49 Die prijs wordt als maatgevend verondersteld voor de bezoekers van muziekpodia, maar ligt veel hoger dan de gemiddelde toegangsprijs van nachtclubs. Een beknopte inventarisatie van toegangsprijzen in vijf Amsterdamse clubs in 2019 komt op een gemiddelde toegangsprijs van clubnachten van ongeveer € 12,50. Voor bars en cafés en ook voor venues met overige programmering wordt verondersteld dat er geen toegangsprijs wordt gerekend. 45
G. Marlet, R. Ponds, J. Poort, C. van Woerkens, 2018: De waarde van cultuurstad Utrecht. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse van de cultuuruitgaven (Atlas voor gemeenten, Utrecht), tabel 5.3. 46 https://www.ing.nl/media/ING_EBZ_infographic-nederlandse-muziekexport_tcm162-181162.pdf 47 Buitenlandse bezoekers hebben uiteraard veel hogere reiskosten en hebben daarmee een relatief groot effect op het gemiddelde. Zij blijven in deze berekening echter verder buiten beschouwing. 48 CBS (2020). De arbeidsmarkt in cijfers 2019. Uitgegaan is van het gemiddelde van het media netto uurloon van mannen (€ 16,64) en vrouwen (€ 16,95). 49 https://respons.nl/weer-meer-concertbezoekers/
48
De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
Voor grote dance-evenementen is volgens de hierboven genoemde INGbron de gemiddelde toegangsprijs € 60, voor kleine € 31. Volgens een andere bron was de gemiddelde entreeprijs van alle festivals in Nederland in 2018 € 29,16.50 Een gemiddelde entreeprijs voor evenementen in Amsterdam van € 30 (dance en overig samen) lijkt dus een redelijk conservatief uitgangspunt. Gegeneraliseerde kosten en consumentensurplus
De combinatie van deze gegevens geeft de geschatte bezoekersaantallen en gegeneraliseerde kosten per bezoek (entreeprijs, reiskosten, plus waarde verblijfstijd en reistijd) zoals weergegeven in Tabel 4.2. De uitgaven aan consumpties blijven hier buiten beschouwing, omdat deze verder optioneel zijn, en bezoekers ook bij een andere besteding van hun tijd geld zouden kunnen uitgeven aan consumpties of andere zaken.
Tabel 4.2
Bezoekersaantallen en gegeneraliseerde kosten per bezoek
Venue
Muziekpodia Nachtclubs Overige podia Evenementen (additioneel)
Bezoekers (mln.) A’dam 0,6 0,4 0,4 0,5
rest NL 1,0 0,6 0,7 0,7
Gegeneraliseerde kosten per bezoek A’dam rest NL € 93 € 100 € 49 € 56 € 35 € 35 € 85 € 100
Vervolgens wordt daarvan het consumentensurplus ingeschat: wat is het de bezoekers meer waard dan de totale reis- en verblijfskosten? Als laatste stap wordt het verschil tussen het consumentensurplus van het bezoek aan cultuur en het consumentensurplus van een alternatieve besteding ingeschat: de gebruikswaarde. Algemeen wordt aangenomen dat dit consumentensurplus voor culturele activiteiten 25% van de gegeneraliseerde reis- en verblijfskosten bedraagt.51 Verder wordt aangenomen dat dit consumentensurplus weer 25% hoger ligt dan het consumentensurplus van een alternatieve tijdsbesteding (die mensen zouden hebben ondernomen in een situatie zonder nachtcultuur). Daarmee komt de netto gebruikswaarde op een zestiende van de gegeneraliseerde 50 51
https://respons.nl/wp-content/uploads/2019/09/Factsheet-Festival-Monitor-2019.pdf. G. Marlet, J. Poort, 2011: De waarde van cultuur in cijfers (Atlas voor gemeenten, Utrecht).
49
De waarde van de kleine uurtjes: de nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
kosten. Tabel 4.3 geeft de uitkomsten voor de geschatte gebruikswaarde in miljoenen euro’s. Alles bij elkaar komt – op basis van een onvermijdelijke opstapeling van aannames – de geschatte jaarlijkse gebruikswaarde van de Amsterdamse nachtcultuur en evenementen en festivals die geheel of gedeeltelijk in de nacht plaatsvinden of nauw verweven zijn met de nachtcultuur op zo’n € 22 miljoen voor bezoekers uit Amsterdam en de rest van het land samen.
Tabel 4.3
Gebruikswaarde voor bezoekers uit Amsterdam en de rest van het land
Venue Muziekpodia
A’dam € 3,7
rest NL € 6,2
Totaal € 9,9
Nachtclubs
€ 1,1
€ 2,0
€ 3,1
Overig
€ 0,9
€ 1,4
€ 2,4
Evenementen (additioneel) Totaal
€ 2,4
€ 4,5
€ 6,9
€ 8,1
€ 14,1
€ 22,3
4.3
Economische waarde
Voor de economische waarde van kunst en cultuur is in eerdere studies in de eerste plaats gekeken naar de bestedingen van bezoekers uit binnen- en buitenland die afkomen op kunst en cultuur en tijdens hun bezoek ook geld uitgeven in de lokale horeca en aan hotelovernachtingen. Daar bovenop komt dan nog een beperkt effect dat samenhangt met de werkgelegenheidseffecten van de sector zelf, hoewel die laatste maar voor een beperkt deel mogen worden meegerekend bij de maatschappelijke effecten. Veel betrokken werknemers zouden immers ook elders een baan kunnen vinden als deze sector niet zou bestaan. Alleen voor zover de sector werkgelegenheid creëert aan de onderkant van de arbeidsmarkt waar structurele werkloosheid bestaat, leidt dit tot een aanvullend welvaartseffect. De reden om de waardecreatie – het producentensurplus – in de sector zelf niet als vertrekpunt te nemen, is dat het over het algemeen om gesubsidieerde sectoren gaat. Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt lijden zij verlies en subsidies worden ingezet om het aanbod in stand te houden. De verschillende maatschappelijke waarden van kunst en cultuur vormen vanuit welvaartseconomisch oogpunt een legitimatie om dat te doen.
50
De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
Voor de nachtcultuur ligt dat anders, omdat een flink deel van de 541 geïdentificeerde venues zonder subsidies van het Rijk of de gemeente Amsterdam opereert en er dus ook vanuit bedrijfseconomisch oogpunt welvaart wordt gecreëerd. Daar bovenop komen dan nog de effecten van de bestedingen van bezoekers uit binnen- en buitenland die afkomen op de nachtcultuur. Een derde bron van economische waarde die de nachtcultuur creëert, hangt samen met de elektronische dancemuziek. In de inleiding werd al geschetst dat de elektronische dancemuziek onlosmakelijk verbonden is met de nachtcultuur. De nachtcultuur vormt een vruchtbare voedingsbodem voor dit genre, dat voor Nederland een economisch interessant exportproduct vormt. De rest van deze paragraaf brengt de economische waarde van de nachtcultuur langs deze drie routes zo goed mogelijk in kaart. Bedrijfseconomische waarde
Hoofdstuk 2 identificeerde op basis van SBI-codes op het meest gedetailleerde statistische niveau de sectoren die onderdeel uitmaken van de nachtcultuur. Daarbij werd erop gewezen dat sommige activiteiten die in deze studie worden onderscheiden dezelfde code delen (bijvoorbeeld 5630 voor zowel nachtclubs als cafés/bars) en de codes deels activiteiten en ondernemingen bevatten die buiten de scope van het onderzoek vallen omdat ze net andere activiteiten ontplooien of laat in de avond gesloten zijn. Omdat de statistische bestanden nu eenmaal geen meer gedetailleerde informatie bieden, is het niettemin zinvol om op basis van deze SBI-codes naar de nachtcultuur te kijken. Tabel 4.4 geeft voor Amsterdam het aantal vestigingen en banen voor de relevante SBI-codes die behoren tot de nachtcultuur, alsmede voor enkele ‘aanpalende’ codes. De code 5630 omvat alle nachtclubs, cafés en bars en gemeten in het aantal vestigingen komt dit goed overeen met de lijst van ruim duizend exploitatievergunningen van de gemeente Amsterdam die aan de basis stond van de uiteindelijke lijst van 541 nachtvenues (zie hoofdstuk 3). In totaal zijn er in die 1057 vestigingen ruim negen duizend banen, oftewel 8,9 banen per vestiging. Als dit cijfer wordt geëxtrapoleerd naar alle 541 venues met en zonder programmering, zou dat komen op 4800 arbeidsplaatsen in 2019.
Dit is een onderschatting, omdat een aantal van deze venues niet onder de code 5630 vallen maar onder 90041, waar de gemiddelde werkgelegenheid per vestiging bijna vijftig is. Derhalve lag de directe
51
De waarde van de kleine uurtjes: de nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
werkgelegenheid in de venues die tot de nachtcultuur worden gerekend in 2019 naar schatting op ruim 5 duizend. De tabel geeft ook het aantal vestigingen en de werkgelegenheid van ‘beoefening podiumkunst’, ‘produceren podiumkunst’ en ‘dienstverlening uitvoerende kunsten’. Wat opvalt is dat in die eerste twee categorieën het aantal banen maar zeer beperkt hoger is dan het aantal vestigingen. Naar verwachting gaat het hier vooral om zzp’ers die actief zijn in de podiumkunstensector. Deze vestigingen zijn dus geen podia of ontmoetingsplaatsen die mensen in de nacht bezoeken, maar vooral kleine ondernemingen en ondernemers, waarvan een deel actief zal zijn in de nachtcultuur en bij de werkgelegenheid in en rondom de nachtcultuur zou kunnen worden geteld. Hoe groot dat deel is, valt op basis van deze cijfers niet te zeggen. Wel blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel, dat er in Nederland in 2019 4341 dj’s stonden ingeschreven.52 Vijf jaar eerder waren dat er nog maar 2859. Een substantieel deel daarvan zal emplooi vinden in de Amsterdamse nachtcultuur.
Tabel 4.4 SBI Code
Bezoekersaantallen en gegeneraliseerde kosten per bezoek Aantal vestigingen Aantal banen (alle)
5630 (Nachtclubs, Cafés, Bars)
1057*
9370
90011 (Beoefening Podiumkunst)
6182
7407
90012 (Produceren Podiumkunst)
813
1301
9002 (Dienstverlening Uitvoerende kunsten) 90041 (Theaters en Schouwburgen)
2960
4312
44
2175
7
73
90042 (Evenementhallen) Bron: Gemeente Amsterdam OIS
Zoals reeds aangegeven zijn werkgelegenheidseffecten nog geen economische welvaartseffecten. Cijfers over de winstgevendheid van de betreffende ondernemingen zijn echter niet beschikbaar. Om ook de additionele werkgelegenheid die samenhangt met nachtelijke en aan de nachtcultuur gerelateerde evenementen en festivals in beeld te krijgen, zou gekeken moeten worden naar de organisatoren van festivals en 52
https://www.kvk.nl/advies-en-informatie/ondernemen/data-dinsdag/#15oktober2019
52
De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
evenementen. Dat blijkt echter niet uitvoerbaar, aangezien deze vestigingen onder de SBI-code 93299 vallen: Overige recreatie, rest, geen jachthavens. Binnen die categorie valt het ‘Organiseren van veelal eenmalige of periodiek terugkerende recreatieve evenementen’. Onder de code vallen echter onder meer ook het trainen van huisdieren, schutterijen en het organiseren van pokeravonden. Deze restcategorie is daarom te breed om bruikbaar te zijn. Daar komt bij dat het lastig is om de werkgelegenheid van Amsterdamse evenementen vast te stellen, omdat de organisatie van evenementen die in Amsterdam plaatsvinden niet noodzakelijk in Amsterdam gevestigd is. Omgekeerd kunnen festivals buiten Amsterdam worden georganiseerd door ondernemingen die weer wel in Amsterdam gevestigd zijn. Bestedingen bezoekers
Een andere manier van kijken naar de economische waarde van de nachtcultuur vertrekt vanuit de bestedingen van bezoekers uit binnen- en buitenland. Hoofdstuk 3 ging in op de dagbezoekers en verblijfsbezoekers die in 2019 naar Amsterdam togen. Daarbij werd aangegeven dat de cijfers niet laten zien in hoeverre bezoeken direct in causaal verband staan met de nachtcultuur: veel bezoekers zullen meerdere beweegredenen tegelijk hebben, zoals shoppen en uitgaan, of het bezoeken van vrienden en van een concert. In 2015 gaf 31% van de bezoekers in een enquête53 aan primair voor ‘fun en uitgaan’ naar Amsterdam te zijn gekomen. Onder de veronderstelling dat dit in 2019 ook zo was en dat deze bezoeken direct aan de nachtcultuur zijn toe te schrijven54 zou het in 2019 gaan om 9,3 miljoen × 31% = 2,9 miljoen bezoekers die minstens één nacht bleven en 11,2 miljoen × 31% = 3,5 miljoen dagbezoekers. De enquête geeft tevens informatie over de bestedingen van beide groepen bezoekers. Dagbezoekers gaven gemiddeld € 78,58 per persoon uit tijdens hun verblijf, verblijfsbezoekers (inclusief de overnachting) € 170,30 per persoon per dag. Uitgaand van twee verblijfsdagen voor verblijfsbezoekers telt dit op tot bestedingen van maar liefst € 1,25 miljard aan bestedingen in Amsterdam in 2019, die zijn toe te schrijven aan fun en uitgaan.
Een deel van dit geld wordt besteed in de nachtcultuur en evenementen/festivals zelf, maar een vermoedelijk groter deel wordt uitgegeven aan hotels, in restaurants, lokaal vervoer, souvenirs en andere activiteiten. 53
Van amsterdam&partners – zie ook sectie 3.6 van dit rapport voor meer informatie over brondata. Omgekeerd worden bezoekers die om andere hoofdredenen kwamen maar tevens deelnamen aan de nachtcultuur buiten beschouwing gelaten.
54
53
De waarde van de kleine uurtjes: de nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
Bestedingen zijn echter niet hetzelfde als welvaartswinst. Onder welvaartswinst wordt verstaan: de additionele winst (na aftrek van alle kosten) van bedrijven en de belastingopbrengsten voor gemeente en Rijk. In lijn met eerder onderzoek naar de maatschappelijke baten van cultuur is ervan uitgegaan dat 5% welvaartswinst is in de vorm van bedrijfswinst van ondernemers.55 Het gaat hier overigens niet om de bruto winstmarge op de verkoop, maar de netto overwinst na aftrek van alle vaste kosten en kapitaallasten. Buitenlandse bezoekers brengen hiernaast ook additionele belastingopbrengsten op, wat eveneens een welvaartswinst is. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om belastingen zoals de btw en accijnzen, die in de landelijke schatkist vloeien, maar deels ook om lokale belastingen (toeristenbelasting en vermakelijkheidsretributie). Deze nationale belastingopbrengsten gelden alleen als welvaartswinst bij bestedingen van buitenlandse bezoekers. Bij binnenlandse bezoekers gaat het om een verschuiving van de uitgaven, wat voor de landelijke schatkist niet uitmaakt. Voor lokale belastingen betaald door binnenlandse bezoekers kan het wel een (lokale) welvaartswinst opleveren.
De jaarlijkse welvaartswinst voor Amsterdam als gevolg van de bestedingen van de bezoekers die komen voor ‘fun en uitgaan’ komt daarmee op 5% van € 1,25 miljard, oftewel € 63 miljoen in de vorm van extra bedrijfswinst van ondernemers. Daarbovenop komt nog een extra welvaartswinst als gevolg van de belastinginkomsten uit btw en accijnzen die over de uitgaven van buitenlandse bezoekers naar het Rijk vloeien. Onder de conservatieve aanname dat de helft van de verblijfsbezoekers uit het buitenland komt en dat de belastingopbrengst over hun bestedingen gemiddelde 10% bedraagt, zou dat gaan om ongeveer € 49 miljoen per jaar. Tot slot zijn er nog inkomsten voor de gemeente uit toeristenbelasting en vermakelijkheidsretributie. Exportwaarde elektronische dancemuziek
De elektronische muziekscene die in nachtclubs ontstond, is ondertussen wereldwijd bekend en geliefd. Nederland is daarbij een speler van wereldklasse. Zes van de tien dj’s in de bekende internationale dj top-1056 zijn Nederlands. In 2019 stond de Nederlandse elektronische muziekindustrie er zeer goed voor. De totale geschatte waarde van de Nederlandse muziekscene was € 216 miljoen – bijna € 159 miljoen komt van dancemuziek opnames en 55
G. Marlet, J. Poort en C. van Woerkens, 2011: De Schat van de Stad (Atlas voor gemeenten en SEO, in opdracht van de Nederlandse Museumvereniging). 56 Zie https://djmag.com/top100djs.
54
De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
optredens (73%).57 Verder is de Nederlandse dancescene ook waardevol als exportproduct in de vorm van expertise, zoals management en organisatie van dance-evenementen, technische kennis, en creatieve werkzaamheden (festivalconcepten ontwikkelen).
4.4
Optiewaarde
In de inleiding en paragraaf 4.1 bleek dat cultuur over het algemeen een prominente rol speelt in de concurrentiepositie van steden. Steden met een groot en gevarieerd cultureel aanbod zijn over het algemeen ook populaire woonsteden, met name voor de creatieve klasse. Ook voor studenten is het aannemelijk dat de nachtcultuur een rol kan spelen bij de keuze voor een studentenstad. Die steden hebben de grootste aantrekkingskracht op verhuizende huishoudens, met in hun kielzog bedrijven. Zo gaat het in die steden ook economisch vaak beter. Het feit dat mensen graag in steden wonen met een groot en gevarieerd cultureel aanbod komt voort uit de optiewaarde; de waarde die mensen hechten aan de mogelijkheid om (spontaan, op elk moment van de dag en week) een culturele activiteit te beleven. Die optiewaarde vertaalt zich in een grotere betalingsbereidheid voor een (woon)locatie in de buurt van culturele instellingen en activiteiten en kan worden uitgerekend met de zogenoemde hedonische prijsmethode.
De hedonische prijsmethode is de wetenschappelijk gangbare methode om de (positieve of negatieve) waarde van amenities, waarvoor geen eigen markt bestaat waarop een prijs tot stand komt, in te schatten.58 De hedonische prijsmethode gaat ervan uit dat mensen de voor- en nadelen van een bepaalde woonlocatie meewegen in hun bereidheid om te betalen voor een woning op zo’n locatie.59 De aanwezigheid van kunst, cultuur en erfgoed in de (nabijheid
57 Cijfers in deze alinea komen uit het rapport “The electronic music industry during covid-19” door ADE, Buma, en Musically. 58 De onderzoekers die dit onderzoek hebben uitgevoerd, hebben op deze manier eerder bijvoorbeeld met succes het effect van overstromingsrisico op de huizenprijzen in Nederland geïsoleerd van het prijseffect van andere kenmerken, zie: M. Bosker, H. Garretsen, G. Marlet, C. van Woerkens, 2017: Nether Lands. Evidence on the price and perception of rare natural disasters, in: Journal of the European Economic Association (accepted). 59 S. Rosen, 1974: Hedonic prices and implicit markets: product differentiation in pure competition, in: Journal of Political Economy, 82, pp.34-55; J. Roback, 1982: Wages, rents, and the quality of life, in: Journal of political economy, 90, p.1257-1278.
55
De waarde van de kleine uurtjes: de nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
van de) woonomgeving zijn factoren die de woningprijzen positief kunnen beïnvloeden. In eerder onderzoek zijn dergelijke hedonische prijsanalyses uitgevoerd en is een significant en robuust positief effect van kunst, cultuur en erfgoed op de woningprijzen dan wel de grondprijzen in steden aangetoond.60 Uit die modelschattingen blijkt dat naast de bereikbaarheid van banen (en de nabijheid van een treinstation) ook diverse stedelijke voorzieningen ertoe doen bij het verklaren van verschillen in huizenprijzen tussen woonlocaties in Nederland. Zo bieden de nabijheid van culturele voorzieningen, de nabijheid van winkels, het aantal cafés en de culinaire kwaliteit van de restaurants in de stad een significante verklaring. Daarnaast doet ook de ligging van een stad – en daarmee de bereikbaarheid van natuur vanuit de stad – ertoe. Van de zogenoemde disamenities blijken vooral de indicatoren voor geweld in de stad en overlast en onveiligheid in de directe woonomgeving een negatieve invloed te hebben op de huizenprijzen. Het culturele aanbod is dus een van de factoren die de verschillen in huizenprijzen – en dus de aantrekkingskracht van steden – bepaalt. Daarbij blijkt het vooral te gaan om het aanbod aan uitvoeringen in de podiumkunsten en arthousefilm en om de nabijheid van musea voor beeldende kunst en cultuurhistorische musea.
Ook de aanwezigheid van historisch erfgoed, afgemeten aan het aantal Rijksmonumenten in de buurt, biedt een significante verklaring voor de waarde van een woonlocatie. De nabijheid van commerciële bioscopen en de aanwezigheid van culturele festivals in de stad bleken niet statistisch significant samen te hangen met de verschillen in huizenprijzen. In het geval van commerciële bioscopen heeft dat mogelijk te maken met het feit dat deze voorzieningen behoren tot de basisinfrastructuur in steden, waardoor steden zich er niet mee onderscheiden. Om dezelfde reden blijkt de aanwezigheid van zwembaden en andere sportvoorzieningen bijvoorbeeld ook geen significante invloed te hebben op de huizenprijzen in de buurt. Bij culturele festivals heeft het ontbreken van een statistisch significant verband waarschijnlijk te maken met het tijdelijke karakter; het is moeilijk
60
Zie G. Marlet & H. Garretsen, 2017: Amenities and the attraction of Dutch cities. Regional Studies 51, 5. P 724736, en G. Marlet, R. Ponds, J. Poort, C. van Woerkens, 2018: De waarde van cultuurstad Utrecht. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse van de cultuuruitgaven (Atlas voor gemeenten, Utrecht).
56
De waarde van de kleine uurtjes: De nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
voorstelbaar dat mensen vanwege een jaarlijks terugkerend festival in een bepaalde stad gaan wonen. Bovendien zijn festivals vaak meer gericht op bezoekers van buiten de stad dan op de inwoners van de stad zelf. Daardoor is de optiewaarde dan gering, maar daar staat tegenover dat die festivals voor de stad een relatief hoge economische waarde vertegenwoordigen. Overigens zou dit in een stad als Amsterdam, waar in 2019 maar liefst 85 nachtelijke en aan de nachtcultuur gerelateerde evenementen plaatsvonden, genuanceerder kun liggen. Gemiddeld ging het om één tot twee evenementen per week, waarmee evenementen voor bewoners ook een aantrekkingsfactor zouden kunnen worden: er is altijd wel iets te beleven. De empirische onderbouwing voor dat laatste ontbreekt echter. Binnen de scope van dit onderzoek en gezien de databeperkingen (waaronder ook het ontbreken van vergelijkende cijfers over het aanbod aan nachtcultuur in de rest van Nederland) is het niet mogelijk de hedonische prijsanalyses specifiek te herhalen om de optiewaarde van de Amsterdamse nachtcultuur empirisch vast te stellen. Wel kan op basis van de hierboven beschreven inzichten een beredeneerde inschatting gemaakt worden van de optiewaarde van de Amsterdamse nachtcultuur. Podiumkunsten en filmhuizen blijken immers een significante optiewaarde te bieden en zo bij te dragen aan de vestigingsaantrekkelijkheid van een stad.
In onderzoek naar de waarde van de kunst en cultuursector in de gemeente Utrecht, werd de optiewaarde van de gesubsidieerde podia en filmhuizen geschat op € 404 voor de gemeente Utrecht en € 24 miljoen voor de omliggende gemeenten. Het gaat hier om een contante waarde die overeenkomt met een jaarlijks welvaartseffect van € 23,4 miljoen voor de inwoners van de stad en € 1,4 miljoen voor de omliggende gemeenten. Deze optiewaarde wordt ontleend aan 17 venues (14 podia en 3 filmhuizen), met in totaal ongeveer 1,46 miljoen bezoekers per jaar ten tijde van het onderzoek. Een belangrijk gegeven daarbij is dat de optiewaarde verder van de podia en filmhuizen snel kleiner wordt: de optie om ‘spontaan’ naar een voorstelling te gaan wordt minder waardevol als daarvoor een langere reis gemaakt moet worden. Dat is direct te zien als de optiewaarde die werd gevonden in dat onderzoek gelinkt wordt aan het aantal bezoekers van binnen en buiten Utrecht: per bezoeker uit de gemeente Utrecht komt de optiewaarde dan op € 36, per bezoeker van omliggende gemeenten op slechts € 2.
57
De waarde van de kleine uurtjes: de nachtcultuur van Amsterdam [Poort & Blaker]
Extrapolatie op basis van de geschatte 1,6 miljoen bezoekers van muziekpodia behorend tot de nachtcultuur (zie tabel 4.2), geeft een optiewaarde van € 22,9 miljoen per jaar voor inwoners van Amsterdam, en € 2,0 miljoen voor de rest van het land. Het gaat hier om een vrij ruwe schatting. Het zal echter eerder om een onderschatting dan een overschatting gaan, aangezien in deze berekening geen extra optiewaarde wordt toegekend aan nachtclubs, en overige podia en ontmoetingsplaatsen en evenmin aan de vele nachtelijke en aan de nachtcultuur gerelateerde evenementen.
58