CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20201216 Notulen raadsvergadering avond - beraadslagend

RAAD 20 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de notulen van de beraadslagende raadsvergadering op 16 en 17 december 2020 en de besluitvormende raadsvergadering op 17 december 2020.45.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

52

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

land en als verantwoordelijke aan de grootste knop zit in Den Haag zou hierover geen flauw spelletje moeten spelen. De voorzitter van de Koninklijke Horeca Nederland mag mij bellen om samen nog een keer door die begroting een te gaan en daar samen naar te kijken. Maar dit verwacht ik toch niet van de VVD.) Ik ben echt een beetje verbaasd door de bijdrage van de heer Hammelburg. De feiten zijn gewoon dat de OZB-verhoging in totaal maar liefst 35 miljoen euro bedraagt en dat daar slechts een lastencompensatie tegenover staat van 10 miljoen euro. 35 miljoen euro minus 10 miljoen euro is 25 miljoen euro per saldo lastenverhoging en dan vergeet ik ook nog even een paar belastingen. Per saldo is het dus nog meer. Dat zijn gewoon de feiten. Ik denk dat het belangrijk is dat hier te onderstrepen en iedereen kan dat gewoon in de begroting nalezen. (De heer BIEMOND: We kennen de VVD natuurlijk als een partij die zodra het een beetje tegenzit meteen zegt dat er op de overheid moet worden bezuinigd en dat is ook precies wat er in de tegenbegroting gebeurt. Dus dat zou eigenlijk niet moeten verrassen. Het verrast me eigenlijk nu wel. Juist in deze tijd waar we dagelijks zien dat publieke functies de maatschappij overeind houden en in nota bene het VVDverkiezingsprogramma wordt er juist voor gepleit de overheid niet te verkleinen.

Dus ik zou graag willen dat de heer Torn dat dan nog eens toelicht.) Uiteindelijk moet de gemeente de begroting rond krijgen. Dat geldt voor iedere gemeente en ook voor de gemeente Amsterdam. Ik heb eerder al gezegd dat ik het college en de coalitie in zoverre complimenteer dat er een sluitende begroting is gepresenteerd hoewel we nog wel wat hebben aan te merken op een aantal aspecten daarvan. Als we het dan hebben over de bezuiniging op het ambtelijk apparaat, dan hebben we wel heel duidelijk gezegd dat we investeren in bijvoorbeeld handhavers, 150 erbij, in reinigers, 100 erbij, maar dat we wel voor de rest hebben gezegd het ambtelijk apparaat te hervormen, toekomstbestendiger te maken en eigenlijk van onderuit opbouwen. En dat is hoe wij erin zitten. Dat is eigenlijk mijn reactie op de vraag van de heer Biemond. (De heer BIEMOND: Dat lokt natuurlijk toch weer een reactie uit. Het klinkt nogal vaag.

De concrete vraag aan de heer Torn is welke effecten de VVD denkt te gaan zien als we inderdaad op deze enorme manier gaan snijden in het ambtelijk apparaat? Wat kunnen we vervolgens niet meer doen als gemeente?) Als de heer Biemond de tegenbegroting goed heeft gelezen en dat heeft hij ongetwijfeld, want zo ken ik de heer Biemond, dan heeft hij gezien dat wij als VVD zeggen, je moet eigenlijk eerst gaan kijken wat de taken zijn die je wilt gaan doen en vervolgens ga je daar vanuit nul de ambtelijke organisatie opbouwen. En dus niet andersom. Dan zijn wij ervan overtuigd dat daar zeker een bezuiniging te boeken is zoals wij in onze tegenbegroting hebben genoemd. Dan wil ik ingaan op het volgende en dat wil ik snel doen want anders ga ik er te veel spreektijd aan verliezen. Er worden natuurlijk altijd heel veel moties en amendementen en dergelijke ingediend en die worden dan door het college van een preadvies voorzien. Een daarvan wil ik er toch wel even uitlichten of eigenlijk twee en dat betreffen de amendementen nr. 1303 en nr. 1315 over de OBA Next. Daarin wordt kort gezegd opgeroepen ervoor te zorgen dat de bezuiniging op de bibliotheken niet doorgaat. Als dekking daarvoor wordt de realisatie van de OBA Next gebruikt. Ik zeg het maar even kort door de bocht. En vervolgens is het preadvies van het college: nee, dat kan echt niet. OBA

53

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Next moet doorgaan en het college ontraadt om die reden deze amendementen. Niet veel later krijgt de raad recent een brief van de wethouders Meliani en Everhardt van 14 december waarin juist wordt gezegd, nee, de gelden van die OBA Next kunnen wel worden gebruikt. Dat kan worden uitgesteld en noem het allemaal maar op. We begrepen van een aantal leden van de coalitie namelijk de heer Biemond, mevrouw Nadif, mevrouw Bosman en de heer Flentge dat zij daarover ook een amendement hebben ingediend. Wij zijn nu toch wel heel benieuwd naar het preadvies op dat amendement omdat we het een beetje vreemd vinden dat de amendementen nr. 1303 en nr. 1315 negatief gepreadviseerd zijn en er opeens een brief van het college ligt met een hele andere strekking. Wij begrijpen dat nog niet helemaal en ik denk dat een verduidelijking hier wel op z’n plek is. (Mevrouw ROOSMA: Ik wil vragen of de heer Torn bekend is met het verschil tussen kapitaallasten en exploitatielasten.) Ja, ja, dat ben ik. Ik weet het verschil. Zeker.

(Mevrouw ROOSMA: Dan is mijn vervolgvraag of hij dan ook het verschil ziet tussen de preadvisering over moties die voorstellen de kapitaallasten in te zetten enerzijds en het voorstel van het college waarin de investering voor de OBA Next doorgaat maar waarin wordt voorgesteld de exploitatielasten te gebruiken.) Kennelijk is mevrouw Roosma erg goed op de hoogte van de overwegingen van het college. Ik zie vooral dat in de amendementen nr. 1303 en nr. 1315 die zijn ingediend door de heer Ceder, de heer Boomsma, mijn fractiegenoot De Grave-Verkerk, mevrouw Van Soest en de heer Kreuger, dat daar wordt gezegd, die OBA Next zetten we hiervoor in en dat het college er vervolgens voor kiest om te blijven investeren in deze stad en die OBA Next moet vooral doorgaan. Dat verhaal is toch gaan schuiven en is aan het veranderen. Ik ben dan wel heel benieuwd hoe het college daar tegenaan kijkt want ik begrijp dat niet helemaal. Misschien dat mevrouw Roosma het beter begrijpt. Maar ik zie dat eerst wordt gezegd dat het niet kan en opeens kan het dan wel. Dat vind ik bijzonder. (Mevrouw ROOSMA: Ik heb natuurlijk de brief van het college ook goed gelezen. Het grote verschil is dat de investeringen in de OBA Next gewoon doorgaan dus dat er nog steeds een investeringskrediet nodig is waarvoor de kapitaallasten nodig zijn in de begroting.

Alleen schuift die investering een beetje op in de tijd waardoor er exploitatielasten vrijvallen. Dat is natuurlijk een groot verschil. Ik ken de heer Torn als een goed financieel woordvoerder en die snapt het verschil volgens mij helemaal prima.) Als dit de uitleg van mevrouw Roosma is en als dit ook de uitleg van het college zou zijn, dan had ik het toch wel op prijs gesteld als het college in het preadvies had gezegd wat mevrouw Roosma nu zegt en als het bijvoorbeeld tegen de indieners van het amendement had gezegd, pas het een beetje aan want dan kunnen we het doorvoeren. Maar dat is het niet. Het was echt van nee, nee, nee, dit moet doorgaan. Dat vind ik toch wat bijzonder. Ik denk dat een verduidelijking van het college hier wel op z’n plek is. (De heer BIEMOND: Uiteindelijk is het uitgangspunt in de brief van de wethouder dat de OBA Next gewoon door gaat. Dat is het grote verschil met de amendementen en moties die vragen de OBA Next te schrappen. Daar hoort bij dat de kapitaallasten die werden ingezet, veel te laag zijn voor het wegnemen van de besparing op de OBA Next. Dus er was geen match tussen het probleem en de oplossing. Ziet de heer Torn dat nu ook zo?) Dan moet ik toch kritisch zijn. Ik pak nu het amendement van de heer Ceder c.s. nr. 1303 er gewoon bij en daarin staat niet de OBA Next af te stellen maar om die uit te

54

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

stellen. Dus het is precies wat de wethouder nu ook zegt. Dan snap ik dat negatieve preadvies echt niet. Het is gewoon heel erg vreemd. Het is onbegrijpelijk. Ik ben ook wel benieuwd wat de heer Ceder er straks zelf van vindt, maar ik vind het heel vreemd en we gaan hier toch eens even heel goed luisteren naar wat de wethouder te zeggen heeft. Ik begrijp er helemaal geen snars van. (De heer BIEMOND: Uiteraard zijn we allemaal geïnteresseerd in de uitleg van de wethouder maar ik heb die motie nr. 1303 ook voor me en daar staat gewoon te besluiten de vrijgekomen kapitaallasten te gebruiken om de bezuinigingen op de wijkbibliotheken te voorkomen. Dat was dus bij lange na niet toereikend. Misschien kan de heer Torn dat er ook nog eens bij pakken.) Kijk, het uitgangspunt van de motie is: stel OBA Next uit en vervolgens worden die kapitaallasten in het preadvies genoemd. In het amendement zelf staat- inderdaad, onder dat puntje staat kapitaallasten. Daarin heeft u gelijk. Maar waarom het gaat, is dat de heer Ceder heel duidelijk heeft gezegd dat die OBA Next moest worden uitgesteld en dat het college daarop heeft gereageerd dat dat niet kon. Als het college normaal gesproken een preadvies geeft, dan zegt het ook, als we het uitstellen, dan kunnen we het wel doen. Maar hier heeft het college gezegd, dat willen we niet want het moet doorgaan.

Dat vind ik toch echt heel vreemd en ik vind het ook echt niet goed. Nou ja, ik denk dat er nog wel andere leden van de raad zijn die hierover ook vragen hebben. Ik vind het een hele vreemde gang van zaken. Ik vind dat het college hierover duidelijkheid moet geven. (Mevrouw VAN SOEST: Voor de kijkers thuis is het misschien handig om te weten dat eerst de hele oppositie hierom heeft gevraagd, om de bibliotheken open te houden en daarvoor de OBA Next te gebruiken. Dat is afgewezen. Nu komt de coalitie ermee en nu gaat het wel door. Is dat hetgeen u bedoelt, mijnheer Torn?) Ik moet eerlijk zeggen, soms bent u mijn favoriete collega. Ik kan nog veel van u leren. U kunt dingen soms zo duidelijk zeggen. Daar is geen woord Spaans bij. Dus eigenlijk had u gewoon als eerste het woord moeten voeren. Dat was misschien wel veel duidelijker geweest. Ik ga door want ik moet nog twee punten maken. Dat betreft allereerst de precariobelasting en de verhoging daarvan voor de woonboten. We hebben daarover de insprekers gehoord.

De VVD heeft vorig jaar voor de toenmalige voordracht gestemd en daar staan we ook voor, maar we hebben ook de zorgen van de insprekers gehoord, onder andere de zorg, als ik nu in bezwaar ga, wordt het dan niet nog hoger? En: Kan dit wel? De wethouder heeft gelukkig die zorg vorige week wel kunnen wegnemen, maar ik kan me wel voorstellen dat nu het beeld is ontstaan dat dit de verhoging is. Veel insprekers waren bang dat het volgend jaar weer zou wijzigen. Het zou goed zijn als de wethouder hier wat geruststellende woorden zou kunnen uitspreken. Dus dat dit in principe de verhoging is en dat die geruststellende woorden daarmee wel op z’n plek zijn. Dat is dus een concrete vraag aan de wethouder en ik hoor graag hoe de wethouder daarover denkt. Tot slot wilde ik nog wat zeggen over de afvalstoffenheffing maar volgens mij wordt die afzonderlijk besproken. (De heer BOOMSMA: Ik heb de heer Torn net heel nadrukkelijk horen zeggen dat het onverstandig is om de lasten te verzwaren juist in deze tijd en dan ging het om 20 procent OZB-verhoging. Dan zal hij het toch met het CDA eens zijn dat het ook onverstandig is om de woonlasten in de vorm van een precariobelasting met nog veel meer procenten te verhogen. In de raadscommissie is dat ook al gezegd en kan hij dan ten minste ons

55

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

amendement steunen om de tarieven volgend jaar niet verder te verhogen maar ze dan op z’n minst op het niveau van 2020 te laten?) Ik moet echt even bekijken hoe dat amendement eruit ziet. Ik heb dat niet zo voor me. Het belangrijkste is dat we vorig jaar dat besluit hebben genomen. Daar staan we als VVD ook achter. Maar ik denk dat het wel goed is om de zorgen die er zijn bij de woonbootbewoners, als ze in bezwaar gaan, of we dan het risico lopen als bewoners dat we nog weer slechter af zijn. We durven eigenlijk niet in bezwaar te gaan want dan worden de tarieven misschien nog wel hoger. Dat is natuurlijk een punt van zorg dat wel moet worden weggenomen. Vandaar mijn vraag aan de wethouder om daarover duidelijkheid te scheppen. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat er een onterechte zorg is op dat punt. (De heer BOOMSMA: Ik snap gewoon niet zo goed dat de heer Torn een enorm gloedvol betoog houdt over hoe onverstandig het is om juist nu in deze tijd de lasten te verzwaren. Dan gaat het om ondernemers. Waarom zou het dan wel verstandig zijn voor mensen als het gaat om hun eigen woning?) Dit ligt toch iets genuanceerder, denk ik.

Vorig jaar heeft een groot deel van de raad waaronder volgens mij ook het CDA voor het uitgangspunt gestemd dat de tarieven, de precariotarieven specifiek voor woonbootbewoners ten opzichte van 1995 op een niveau worden gebracht dat meestijgt met de tijd. Dat was niet gebeurd. Het is eigenlijk een correctie. En die lijn begrijpt de VVD wel en steunt de VVD ook wel. Daar staat wel tegenover dat de zorgen die er zijn, wel moeten worden weggenomen. Daarover heb ik in de vorige raadscommissie de wethouder op bevraagd maar ik heb daar nu nog een vraag bij gesteld. Ik ga afronden, want ik moet ook op de spreektijd voor mijn fractie letten. Nogmaals, het is de achttiende keer dat we de begroting bespreken en we gaan er ook over stemmen. Ik had wel de hoop dat we zaken hadden kunnen doen met de coalitie over de OZB. Ik vrees dat dat er niet in zit. Nou ja, wie weet, gebeurt er nog een wonder zo vlak voor kerst. De VVD denkt echter wel dat het niet goed is, dat het nu niet het juiste moment is om de OZB zodanig te verhogen. We hebben een alternatief, onze tegenbegroting. Het zal u niet verbazen dat ik eigenlijk iedereen wil oproepen om voor die tegenbegroting te stemmen en dan vervolgens voor de geamendeerde begroting. Daar zou ik het voor dit moment bij willen laten.

(De VOORZITTER: Ik zie dat u nog een paar interrupties heeft, maar voordat ik de leden het woord geef, zou ik u erop willen wijzen dat een spreker nu 35 minuten in beslag heeft genomen. Daar kan de heer Torn maar heel bescheiden iets aan doen, want het heeft namelijk ook te maken met de vele interrupties. Rekent u even met mij mee. Met twaalf sprekers betekent het dat we ruim zes uur bezig zijn met deze termijn. Nu kan het zijn dat niet iedereen evenveel interrupties krijgt, maar ik zou u toch willen vragen om én het aantal interrupties te beperken én als u interrumpeert, het echt kort te houden en geen betogen. Daarvoor heeft u immers uw eigen termijn.) (Mevrouw ROOSMA: Het gaat toch over de begroting, dus ik zou nog een vraag aan de VVD-fractie willen stellen. Het gaat namelijk over de Algemene reserve die de VVD inzet in haar tegenbegroting en het viel me op dat volgend jaar de Algemene reserve in de VVD-begroting bijna op nul eindigt. Ik vroeg me af hoe de VVD dat uitlegt, want dat is toch geen financieel prudent beleid.)

56

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Fijn dat mevrouw Roosma die vraag nog stelt, want wat de coalitie natuurlijk doet, is de erfpachtgelden die nog binnen moeten komen, inzetten terwijl dat geld er nog helemaal niet is. Dat vinden wij niet verstandig. Wij hebben gezegd, je kunt geld pas uitgeven als het er is. Wij hebben ook alleen maar geld uitgegeven dat er daadwerkelijk is. Ik verwacht eerlijk gezegd dat we volgend jaar zullen merken ook in de begroting zoals die nu vanuit het college voorligt, dat we problemen gaan krijgen met het binnenhalen van die erfpachtgelden. Meer mensen zullen kiezen voor canonbetaling dan voor afbetaling. De reserve loopt daardoor leeg en dan zitten we volgend jaar weer in de misère. Dat is een vrij uitgebreid technisch antwoord op de op zich terechte vraag van mevrouw Roosma. Ik denk wel dat ik in dit geval de bal een beetje moet terugkaatsen. (Mevrouw ROOSMA: De heer Torn gaat niet in op de vragen. Alle bedragen in de toekomst zijn natuurlijk onzeker. Mijn vraag aan de VVD is dan wel of de heer Torn vindt als die erfpachtgelden binnenkomen, dat ze dan naar de Algemene reserve moeten. Of vindt hij dat daarmee schuld moet worden afgelost?) Een goede vraag. Het geld dat binnen is, hebben wij ook ingezet. Dus het geld waarvan we zeker zijn, dat zetten we in. Dus het is niet principieel, maar het kan pas als het geld binnen is. Dat is wel een principieel punt.

Daarnaast vinden wij dat je de grondopbrengsten voor de langere termijn eigenlijk zou moeten verhogen en dat kan door te kiezen voor een andere samenstelling van de woningbouw zodat de opbrengsten daarvan hoger worden. De belangrijkste reden is dat we dat goed vinden voor de woningbouw, maar dat is ook goed voor de gezondheid van de financiën van de stad. (Mevrouw ROOSMA: Laatste keer. Toch nog wat specifieker. De heer Torn heeft net gezegd, die erfpachtgelden moeten voor de aflossing van de schulden worden ingezet. Maar nu uw reserve volgend jaar bijna op nul eindigt, vindt de heer Torn dan niet dat die middelen naar de Algemene reserve zouden moeten? Dat zou dan wel prudenter zijn – als ze binnenkomen?) Nu ga ik heel technisch worden. Ik zou mevrouw Roosma willen meenemen naar pagina 24 van onze tegenbegroting. Daar staat heel duidelijk in dat de gelden die echt binnen zijn gekomen van die erfpacht, dat die worden toegevoegd in de Algemene reserve. Alleen, wel het geld dat er is en niet het geld dat nog moet binnenkomen. Dat is wel een vrij groot en belangrijk detail. Nou ja, daarover zouden we eigenlijk nog een hele avond met elkaar kunnen discussiëren. Daar zit wel een risico in. Volgend jaar zal moeten blijken of dat risico zich manifesteert. Ik vrees eerlijk gezegd van wel en ik denk dat we in deze gemeenteraad dan nog een zwaar debat gaan voeren.

Daar zou ik het bij willen laten. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Roosma. Mevrouw ROOSMA: We hebben vanmiddag een uitgebreid debat gehad over de lockdown en wat voor impact dat heeft op de stad. Ik denk dat deze begroting in het teken staat van de coronacrisis. Ook financieel verkeren we in zwaar weer. Waar het rijk diepe zakken heeft, hebben wij een beperkt budget en we moeten uiteindelijk een sluitende begroting indienen, zei de wethouder vanmiddag ook nog. Dat we dat nu doen met deze begroting, dat vind ik op zich een prestatie en ik vind het ook fijn dat de VVD dat heeft erkend dat het mooi is dat we nu een sluitende begroting indienen. Dat is immers niet vanzelfsprekend. In andere gemeenten in Nederland zien we ook dat de tekorten van het rijk er echt hard in hakken. De tekorten op de zorg zijn nauwelijks meer te dragen. De bijstellingen in het gemeentefonds gaan eigenlijk al jaren de trap af en het is dan ook zuur

57

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

om te zien dat nu het rijk eindelijk extra geld gaat uitgeven, wij als gemeenten worden uitgezonderd van de koppeling aan het gemeentefonds. De VNG heeft zich eerder eind september in felle bewoording al uitgelaten tegen het kabinet en er werd een motie aangenomen met een overweldigende meerderheid van maar liefst 99 procent op het VNG-congres om juist structureel aan het kabinet meer geld te vragen. Ik was eigenlijk benieuwd of de wethouder der Financiën straks zou kunnen aangeven hoe die gesprekken met het rijk nu verlopen. Het is natuurlijk heel fijn dat we incidenteel worden gecompenseerd voor de impact van de coronasituatie op onze Amsterdamse begroting, maar structureel gezien hebben we natuurlijk een groot probleem dat is gerelateerd aan het gemeentefonds en de tekorten in de zorg. Ik zou graag wethouder Everhardt daarover horen. Zit die structurele compensatie bij het rijk erin en is de VNG daarvoor nog hard aan het lobbyen? Mijn collega Ernsting vroeg vanmiddag al naar de impact van de huidige lockdown op de begroting. Ik denk dat het iets is wat onzeker blijft richting de voorjaarsnota.

Ik zou van de wethouder graag willen horen hoe hij ons de komende tijd kan meenemen om een vinger aan de pols te houden bij het sturen op die financiën zodat we zo’n sessie die we nu hebben gehad met een enorme bezuiniging van 250 miljoen euro het liefst zouden kunnen voorkomen maar in elk geval zouden kunnen zien aankomen mochten we nog een keer financieel moeten ingrijpen. Ik hoop van harte dat dat niet nodig is. We hebben in het afgelopen begrotingsakkoord dat de coalitiepartijen met elkaar hebben gesloten in september Samen sterk uit de crisis natuurlijk een flinke klap gekregen met een structureel pakket van 250 miljoen euro per jaar met veel pijnlijke keuzes. (Mevrouw VAN SOEST: Wij hebben bij het vorige college meegemaakt dat er 250 miljoen euro moest worden bezuinigd en toen is het college overgegaan tot de verkoop van vastgoed. Nu heb ik aangeboden te kijken of we niet wat kunst zouden kunnen gaan verkopen om de pijn voor de burgers een beetje te verzachten. Hoe staat u daar tegenover?) Ik waardeer het echt dat de Partij van de Ouderen meedenkt in oplossingen om uiteindelijk de budgettaire ruimte van de gemeente te vergroten. Ik denk wel dat kunst verkopen niet de meest praktische oplossing is financieel gezien. Het levert uiteindelijk niet structureel geld op en dat is waaraan we de meeste behoefte hebben.

Dus dat pakket van 250 miljoen euro per jaar, dat doet heel veel pijn. En als het geen pijn zou doen, als we geen pijnlijke keuzes zouden moeten maken, dan mag je je als gemeente wel eens achter de oren krabben. Maar we zijn er trots op dat we juist in deze tijden een pakket hebben kunnen neerleggen waarin we ook investeren in de stad. We investeren in werkgelegenheid, in duurzaamheid, in herstel, in de sociale veerkracht, ook in armoedebestrijding. Dat zijn toch dingen die belangrijk zijn om te doen op het moment dat je financieel moeilijke keuzes moet maken. We verdelen de pijn daarnaast wat ons betreft op een eerlijke manier. Dat neemt niet weg dat de coalitiepartijen natuurlijk van mening waren nadat het college de begroting met dit grote pakket had voorgelegd, dat er nog wat kleine bijstellingen nodig waren. Dit heeft geleid tot een aantal voorstellen vanuit de coalitiepartijen waarbij we hebben gezocht naar oplossingen om onder andere de vier buurtbibliotheken open te houden, culturele broedplaatsen overeind te houden en extra geld uit te trekken voor wijkcentra, bewonersinitiatieven en buurtmedia. Juist in deze zware tijd vinden wij het belangrijk om die sociale en culturele functies overeind te houden omdat ze zo erg belangrijk zijn voor het welzijn en het welbevinden van de Amsterdammers.

De bibliotheek is er voor iedereen, voor jong, voor oud, voor arm en voor rijk en die functie van de bibliotheken verandert. Vroeger was het vooral een plek om te lezen, om je horizon te verruimen en je wereld te vergroten. Nu is het steeds meer de plek geworden voor ontmoeting en voor sommigen is het gewoon een tweede thuis, een sociale en warme plek

58

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

in de stad. Amsterdam verkeert in de gelukkige omstandigheid dat we 25 bibliotheken in deze stad hebben. We moeten ons ook realiseren dat die bezuinigingen van het rijk en het tekort van het rijk en de coronacrisis die daar bovenop komt, er in veel gemeenten ertoe leiden dat de laatste of de enige bibliotheek zelfs moet sluiten. In die zin moeten we ons realiseren dat we het goed hebben. Ik ben toch heel erg blij dat het ons is gelukt om een oplossing te vinden om die buurtbibliotheken open te houden. Ik wil iedereen en ook de oppositie die daarin een belangrijke rol heeft gespeeld, bedanken dat het ons met z’n allen is gelukt om hier tot een oplossing te komen. (De heer CEDER: Uiteraard is de ChristenUnie en volgens mij de hele raad blij met het redden van de bibliotheek, dus ook de complimenten aan de coalitie. Ik vroeg me toch even het volgende af. De exploitatiekosten zijn volgens mij voor twee jaar vrij gevallen. Zou mevrouw Roosma mij kunnen aangeven hoeveel geld daarmee is vrijgekomen?) Volgens mij maar dat weet ik niet helemaal zeker, stond er in de begroting voor die twee jaren 4 miljoen voor de OBA, voor de exploitatie van de OBA Next. Een deel daarvan is gebonden aan het gebouw en een deel daarvan is ook gebonden aan de functies.

Ik heb uit de brief van de wethouder begrepen dat het mogelijk is om het geld dat in die eerdere twee jaar nodig is op die manier in te zetten. (De heer CEDER: Ik heb inderdaad in de voorjaarsnota van 2019 destijds gelezen dat de exploitatiekosten 4 miljoen euro per jaar waren. Maar als u de OBA uitstelt, dan komt er toch 8 miljoen euro vrij als ik het goed uitreken. En als dat zo is, als we de bibliotheek voor twee jaar redden, dan wordt er 3 miljoen euro voor uitgetrokken. Dus klopt het dat er dan 5 miljoen euro aan exploitatiekosten overblijft?) Ik heb het zo begrepen. Ik heb ook met de directeur van de bibliotheek gesproken. Misschien kan de wethouder daar straks nog iets over zeggen. De OBA Next is niet alleen gebonden aan een gebouw, maar het gaat ook om de voorzieningen van digitalisering etc. waarmee ook exploitatielasten gemoeid zijn. Maar misschien kan de wethouder daarover zo meteen nog wat zeggen. Overigens is het natuurlijk zo als in die jaren dat geld over zou zijn, je uiteraard ook nog iets moet verzinnen om dat geld naar de toekomst te halen. We hebben het hier natuurlijk over het vrijvallen van exploitatielasten in 2025 en 2026 die je naar 2023 en 2024 moet halen. Dus we zijn met z’n allen ook wel erg in de toekomst aan het rekenen. Maar goed, als het nodig is, is het nodig.

(De heer CEDER: We gaan inderdaad het antwoord van de wethouder horen, maar volgens mijn berekening is er nu gewoon door het voorstel als de raad dat accepteert, 5 miljoen euro vrijgevallen. Bent u het ermee eens als we daarvoor een goede bestemming vinden en daarvoor heb ik nog wel een aantal ideeën, om die 5 miljoen euro te besteden in deze begrotingsperiode? Vind ik dan GroenLinks aan mijn zijde?) Kijk, als dat zo is, dan hebben we het over geld dat vrijvalt in 2025 en 2026. Je moet je al afvragen of je per se al dat geld naar de toekomst wil halen en niet alleen voor de jaren 2023 en 2024 maar voor de jaren 2021 en 2022 waarover de heer Ceder het dan heeft. Dat lijkt mij niet al te prudent om geld dat over vijf, zes jaar vrijvalt nu al naar volgend jaar gaan halen. Dus ik ben erg bereid om naar oplossingen te zoeken voor de problemen die de heer Ceder nog wil aankaarten, maar dit gaat best ver. Ik vervolg mij betoog. We trekken ook geld uit voor de meest basale voorzieningen die een mens nodig heeft: voedsel en een dak boven ’t hoofd. Het zou niet nodig moeten zijn in een rijk land als Nederland en in een rijke stad als Amsterdam dat er veel lokale voedselinitiatieven worden ontwikkeld. Amsterdammers helpen Amsterdammers die soms

59

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

niet eens bij de voedselbank terecht kunnen voor hun dagelijkse levensbehoeften als voedselpakketten en maaltijden. Ik denk dat het heel goed is dat we daar als stad nu iets extra’s doen en niet in de laatste plaats heeft de coalitie voorgesteld extra geld uit te trekken voor de opvang van dak- en thuislozen in onze stad. Opvang is uiteindelijk een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen werken aan je toekomst en zonder dak boven je hoofd is er eigenlijk geen toekomst. GroenLinks wil daarom dat niemand op straat slaapt. Twee keer 1 miljoen euro moet ons dan ook helpen om ook na de lockdown in de wintermaanden het aantal plekken in de opvang substantieel uit te breiden en tegelijkertijd te blijven zoeken naar perspectief. Amsterdam is een sociale stad en we zorgen voor elkaar ook als we in financieel zwaar weer zitten. In Amsterdam blijven we knokken voor wat kwetsbaar is en dat doen we vanuit het college, vanuit de gemeenteraad, vanuit de coalitie, vanuit de oppositie, vanuit de straat en vanuit maatschappelijke organisaties. Ik ben eigenlijk heel erg blij dat we dat met elkaar samen kunnen doen, want dat is uiteindelijk waarom het gaat in deze crisis dat we zorgen dat we de juiste beslissingen nemen om de noden van de Amsterdammers daar waar die het hoogst zijn, op een goede manier te adresseren.

Ik zou iedereen willen oproepen dat te blijven doen met elkaar en elkaar daarin ook vast te houden. Dat wordt nog een moeilijk jaar in 2021. (De heer CEDER: Ik ben het helemaal eens met mevrouw Roosma dat er in principe niemand op straat hoort te slapen en dat Amsterdam ook een sociale stad moet zijn. In dat kader vraag ik mij af of zij het amendement van mij en de heer Veldhuyzen dan ook zal steunen voor een bed-badbroodvoorziening voor de Dublinclaimanten die waarschijnlijk per 1 april 2021 op straat gaan slapen. Dat is immers wat mevrouw Roosma niet wil.) We hebben hierover natuurlijk in de raadscommissie Algemene Zaken over gesproken. De heer Ceder weet ook dat het mij pijn doet dat die opvang van Dublinclaimanten geen doorgang kan vinden. Wat er wel gebeurt, is dat er extra plekken bij komen om ongedocumenteerden op te vangen. Met Dublinclaimanten is het zo dat ze wel naar een voorliggende voorziening kunnen en dat we daar meer moeten kunnen doen om mensen te begeleiden naar een plek waar ze wel perspectief hebben. En tegelijkertijd moeten we wel zeggen, als mensen kwetsbaar zijn, dan vangen we ze gewoon op want dat horen we te doen in een stad als Amsterdam. (De heer CEDER: U heeft het over de kwetsbare groepen en dat vind ik ook belangrijk maar ik ben nog even zoekende naar wat dat betekent voor de niet-kwetsbare Dublinclaimanten.

U geeft in uw betoog aan dat niemand in principe op straat hoeft te slapen. Daarnaast weten u en ik beiden dat niet iedereen een plek heeft in de reguliere opvang dus dat er noodgedwongen wel degelijk mensen op straat slapen. Ik kom daarvoor met een voorstel om dat te regelen en u heeft het alleen maar over de kwetsbare groepen die zouden moeten worden opgevangen. Bent u het met mij eens en met de heer Veldhuyzen dat ook voor de niet-kwetsbare mensen, dat ook voor hen geldt dat ook zij niet op straat hoeven te slapen? Gaat u daarvoor met mij vandaag een oplossing zoeken?) We weten natuurlijk dat er voor de Dublinclaimanten hun IOD op een gegeven moment verloopt en dat ze dan terecht kunnen in de asielprocedure. Dat is wat ons betreft ook de beste oplossing. Dan kunnen ze een asielaanvraag doen. Als het gaat over groepen die nog niet aan die UOD zitten, dan zeggen we, kunnen we niet andere vormen zoeken? Ik weet ook dat de wethouder daarvoor met de staatssecretaris in gesprek is om te kijken of we kunnen voorkomen dat mensen op straat slapen maar dat we wel kunnen zoeken naar een manier van opvang die misschien niet binnen het Amsterdamse programma

60

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Ongedocumenteerden past, maar waarbij we wel op een andere plek kunnen zorgen dat ze zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over hun status. En of dat nu is in bijvoorbeeld Italië of in Nederland of op een andere manier. Opvang, ja, maar dan wel bij de asielaanvraag ofwel op een andere manier. (De heer VELDHUYZEN: Als er niemand in Amsterdam op straat zou moeten slapen, heb je eigenlijk een soort van humanitaire ondergrens nodig zoals een permanente noodopvang. Laat ik daarover nu toevallig net een motie hebben ingediend. Ik vraag me af of GroenLinks die motie dan misschien zou kunnen steunen omdat je met zo’n permanente noodopvang er echt voor zorgt dat niemand op straat hoeft te slapen omdat het amendement dat we nu indienen – wat heel belangrijk is natuurlijk – eigenlijk niets meer is dan de keuze die vorig jaar is gemaakt om de winteropvang af te schaffen proberen recht te zetten voor dit jaar.) Wij hebben natuurlijk gezegd met die 100 plekken die er vorig jaar zijn bijgekomen dat dat eigenlijk een permanente noodopvang is voor iedereen die anders op straat slaapt. Dus daar kan iedereen terecht ongeacht status of wat dan ook. Mensen die kwetsbaar zijn, kunnen daar terecht en worden hopelijk ook begeleid naar een volgende plek. Maar je hebt ook mensen die in de noodopvang blijven zitten. Idealiter zie ik dat als een traject waar mensen ook weer kunnen uitstromen.

We hebben nu gezien dat er in de winter meer plekken nodig zijn. Dus dat is wat ons betreft nu eerst de oplossing. Wat mij betreft gaan we natuurlijk altijd kijken als er later meer plekken nodig zijn. Dan weet u GroenLinks ook te vinden. We moeten daarvoor dan wel budget vinden. Dan kan ik de heer Veldhuyzen altijd goed gebruiken om vanuit de straat de druk op te voeren. Maar wat ons betreft lijkt het nu voldoende om gewoon in de winter die extra plekken te hebben en die honderd plekken die we al hadden op de Transformatorweg die de heer Veldhuyzen ook kent, om die in te zetten om mensen op te vangen. (De heer VELDHUYZEN: Ik zou zeggen, er wordt 11 miljoen euro extra geïnvesteerd in handhaving. We kunnen ook gewoon die motie van BIJ1 aannemen. Die vraagt niet op een specifiek aantal plekken, maar die vraagt om die humanitaire ondergrens ‘In Amsterdam slaapt er niemand op straat’ te realiseren. Dan dek je daar nu alvast mee dat er in ieder geval niemand op straat hoeft te slapen. Dus als GroenLinks daadwerkelijk de daad bij het woord zou voegen, dan zou ze die motie eigenlijk moeten ondersteunen. Graag daarop nog een reactie.) Ik kijk er natuurlijk naar uit dat in de volgende periode de heer Veldhuyzen en GroenLinks samen een absolute meerderheid hebben in deze raad. Dan kunnen we al dat soort zaken met elkaar regelen.

Maar de heer Veldhuyzen snapt natuurlijk ook dat we in een wat complexere situatie zitten en dat er meer vragen vanuit verschillende partijen spelen. Tot nu toe denk ik dat we goed uit de voeten kunnen met deze plekken en anders weet de heer Veldhuyzen mij te vinden en dan strijden we samen voor uitbreiding als dat nodig is. (De heer KREUGER: Nog even over de OBA Next want die wordt dus uitgesteld. Daardoor moeten alle mensen uit Zuidoost wel twee jaar wachten totdat ze de Zuidas kunnen terug claimen. Vindt mevrouw Roosma dit niet erg?) Ja, vreselijk. Ja. (De heer KREUGER: Er wordt nu natuurlijk wel een beetje een grapje van gemaakt maar het was toch wel een heel zwaar wegend argument indertijd

61

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

dat de Zuidas door Zuidoost moest worden terug geclaimd. Dus was dat nu echt zo’n zwaarwegend argument zoals dat toen werd gebracht?) Als de heer Kreuger mij met een grapje vraagt of ik het jammer vind dat de investeringen in de OBA Next wordt uitgesteld, dat de realisatie van de OBA Next moet worden uitgesteld, ja, natuurlijk. Ik vind het heel erg jammer dat de investeringen moeten worden uitgesteld. Dat is absoluut niet iets wat we willen. Ik denk juist dat we hopen juist in deze tijd te kunnen blijven investeren in de stad, maar het is de realiteit die aan de corona is gerelateerd. (De heer KREUGER: Kan mevrouw Roosma überhaupt nog een keer uitleggen hoe dat werkt, de Zuidas terug claimen? Bij mij is dat een beetje weggezakt.) Volgens mij heeft het niet zo veel zin om het debat van vorig jaar over te doen. De heer Kreuger heeft ook geen interrupties meer, dus dan wordt het allemaal een beetje flauw. Dus, nee. (De heer BOOMSMA: Ik wil nog even terug naar het idee om kunst te verkopen. Mevrouw Roosma zei wel dat dat incidenteel geld was, maar het Stedelijk Museum heeft bijvoorbeeld meer dan 100.000 werken. Als je er één van zou verkopen, bijvoorbeeld zo’n hele lelijke en oninteressante van Roy Lichtenstein, As I Opend Fire, zo’n cartoon, gekocht van Sandberg voor ik geloof nog geen 40.000 euro en het is nu 50 miljoen euro waard.

Daarmee kan je de kapitaalvernietiging van die hele kunstensector in Amsterdam grotendeels voorkomen. Dus hoezo is dat geen goed idee?) Over smaak valt niet te twisten. De heer Boomsma weet ook wel dat het zo makkelijk niet werkt en dat je ook niet zo maar kunt zeggen, dit is het waard en dat is ook niet gelijk wat je ervoor krijgt. Dat heeft de vorige coalitie met allerlei deelnemingen geprobeerd en ook met vastgoed. Die wilde het allemaal verkopen en dat leverde heel weinig op. Niemand wil het hebben. Dus er moet ook echt iemand zijn die het wil kopen. Het is een wild idee, maar het is niet iets waarvoor bij ons de handen op elkaar gaan. (De heer BOOMSMA: Mevrouw Roosma loopt er een beetje voor weg. Het is gewoon mogelijk om te ontzamelen. Dat gebeurt in veel instellingen, ook in Amerika en elders. Dat wordt gewoon gedaan en dat kan ook prima. Dit schilderij is volgens mij verzekerd voor 60 miljoen euro. Stel dat het 40 miljoen opbrengt, dan nog kun je daarmee een enorme kaalslag in onze kunstensector voorkomen. Ik begrijp dat het een beetje buitenissig is, maar dit zijn wel kritieke tijden. Dus wil mevrouw Roosma dat dan toch niet serieus overwegen?) Ik beloof de heer Boomsma dat ik me er nog eens in ga verdiepen, maar ik denk dat ik wat minder optimistisch ben over het succes van deze oplossing dan de heer Boomsma. (De heer VELDHUYZEN: Ook nog even over kunst en cultuur.

Stel je voor, GroenLinks heeft 1,3 miljoen euro en GroenLinks moet kiezen tussen investeren in beleid om multinationals naar de stad te lokken of de budgetten van het AFK te verhogen. Wat kiest GroenLinks?) Dan moeten we even teruggaan naar ons verkiezingsprogramma met de financiële paragraaf. Ik kan me herinneren maar ik weet het niet meer 100 procent zeker dat wij inderdaad hebben voorgesteld om de budgetten voor het hier naartoe halen van grote bedrijven te korten. Ik zit in een coalitie met drie andere partijen en daar zijn ook nog andere wensen. Als het een GroenLinkswalhalla was, dan hadden we misschien andere keuzes gemaakt, maar ik heb te maken met coalitiepartners en misschien is het ook goed om te

62

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

weten dat juist de economische kant niet wordt ontzien in de voorgestelde bezuinigingen in het Samen sterker uit de crisispakket. Het is een evenwichtig pakket, maar ik heb ook rekening te houden met mijn coalitiepartners. (De heer VELDHUYZEN: Dan wil ik D66 feliciteren want dan doet die het toch best goed in een college met drie linkse partijen om het toch voor elkaar te krijgen om 1,3 miljoen euro per jaar in te zetten voor het lokken van multinationals naar deze stad. Ik zou zeggen, D66, jullie zijn de winnaar van dit college.) Als de heer Veldhuyzen winnen en verliezen laat afhangen van 1,3 miljoen euro in een begroting, dan wijs ik hem erop dat het totale budget 6 miljard is. Dan moet hij die afweging misschien toch wat breder trekken. (De heer CEDER: Mevrouw Roosma heeft het er nu al een paar keer over als het aan GroenLinks lag of als het een GroenLinkswalhalla was, dan zouden de keuzes anders liggen. Op de vraag van de heer Veldhuyzen over de noodopvang realiseren zei mevrouw Roosma ook dat die er wel zou kunnen komen als het aan GroenLinks lag, maar dat ze met andere partijen zit. Dat vind ik toch wel ernstig. Ik vraag me dan af om welke partijen het dan gaat. Zou u kunnen aangeven wie dan geen noodopvang wil? Is dat de PvdA, is dat de SP, is dat D66? Wie houdt GroenLinks tegen om dit plan voor te stellen.

Ik wil daarover echt graag duidelijkheid met naam en toenaam graag.) Volgens mij heeft de heer Ceder dan niet helemaal goed geluisterd. Ik heb gezegd, we hebben nu permanente noodopvang van 100 plekken per jaar 365 dagen, 24 uur per dag. We hebben gezegd dat we in de winter extra plekken nodig hebben en dan gaan we nog eens kijken. Tegen de tijd dat we zover zijn, dan kunnen we met elkaar opnieuw een afweging maken. Dan wijs ik er op dat het geld wel ergens vandaan moet komen. Dat wil helemaal niet zeggen dat mijn coalitievrienden tegen die noodopvang zijn, maar de heer Ceder weet ook dat het altijd een prioritering is. De heer Torn pleit net voor een lastenverlichting voor ondernemers, u gaat zo meteen weer pleiten voor extra geld voor het masterplan Zuidoost. Het moet op een gegeven moment uit de lengte of uit de breedte komen. Er is een breed palet. Ik denk niet dat mijn coalitievrienden tegen opvang zijn. Maar de heer Ceder kan het ze straks zelf vragen. De VOORZITTER geeft het woord aan mevrouw Bloemberg-Issa. Mevrouw BLOEMBERG-ISSA: Ik zal straks wat moties intrekken en wijzigen, maar eerst moet me iets anders van het hart. De afgelopen weken heeft het college de Amsterdammers zich rot laten schrikken. Het college heeft een bezuinigingsopgave maar de fractie van de Partij voor de Dieren is wel erg verbaasd over de prioriteiten van het college. Ik noem er nu een.

In het oog sprong wel de forse bezuiniging op de OBA waardoor de bibliotheken in de buurten verdwijnen waar ze het hardst nodig zijn terwijl de luxueuze OBA Next op de Zuidas overeind blijft. Er is net al veel over gezegd. Waarom koos het college er bijvoorbeeld voor om het miljoenen kostende feest van Amsterdam 750 jaar overeind te houden en de bibliotheken, een essentiële buurtvoorziening te grabbel te gooien? In ronkende persberichten lezen we nu dat de coalitiepartijen de redder zijn van de bibliotheken. De redder van een zelf gecreëerd probleem. Maar zijn de bibliotheken ook gered? Helaas niet. De bezuinigingen worden uitgesteld zodat de OBA zich er goed op kan voorbereiden. Wethouder Moorman gaf gisteren in Het Parool nog aan dat ze zich zorgen maakt over de leerachterstand die kinderen oplopen nu de scholen door de lockdown

63

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

sluiten. Die zorgen zou het hele college zich moeten maken als het gaat om het sluiten van bibliotheken in de stad. Bibliotheken in de wijken zijn ontzettend waardevol. Deze bezuinigingen moeten niet een paar jaar worden uitgesteld, maar de bibliotheken moeten veilig worden gesteld. Dat is een kerntaak van de gemeente en feestvieren is dat niet. Over het feestvieren zo meer. (Mevrouw ROOSMA: Mevrouw Bloemberg begon met een verhaal waarin ze zei dat er fors op de bibliotheken wordt bezuinigd. Ik wilde dat een klein beetje nuanceren. Het gaat om een bezuiniging van 1,5 miljoen euro op een totaal budget van de bibliotheken van 29 miljoen euro subsidie van alleen de gemeente Amsterdam wat de coalitie ook nog eens een keer heeft uitgebreid met 4 miljoen euro. Per saldo geeft deze coalitie juist meer geld uit aan bibliotheken. Dus ik wilde mevrouw Bloemberg wat nuanceren in haar woordkeuze.) Ik kan me daar niet bij aansluiten. Zodra er bibliotheken in wijken moeten sluiten, dan is dat een veel te grote bezuiniging en daarvan worden veel mensen in de wijken de dupe. (Mevrouw ROOSMA: Dat is natuurlijk nooit de bedoeling geweest. Wij waren natuurlijk ook verbaasd dat de directeur van de bibliotheek zei dat hij volgend jaar de buurtbibliotheken gaat sluiten omdat de gemeenteraad over twee jaar een kleine bezuiniging inboekt.

Daarvan zijn wij geschrokken en dat is ook de reden dat er een oplossing is gezocht. Dat is immers wat niemand wil. Het is nooit zo geweest dat de coalitie heeft gezegd, we bezuinigen zodat de buurtbibliotheken dicht moeten. Dat was absoluut niet de bedoeling.) (De VOORZITTER: Ik wil u vragen en ik zeg het nog maar een keer opnieuw, interrupties kort te houden. Ook uw betoog, mevrouw Roosma, nam meer dan een half uur in beslag. We komen echt heel erg in tijdnood. We hebben een volle agenda en ik neem niet aan dat u op vrijdag wilt doorvergaderen. Ik breng het nu maar even zoals het is. Wilt u er alstublieft rekening mee houden? Ik begrijp dat een begroting over alle onderwerpen gaat, maar beperkt u zich alstublieft allemaal tot de onderwerpen die ook aan de orde zijn als u interrumpeert en houdt u het kort.) GroenLinks zegt dat het nooit de bedoeling was geweest dat er bibliotheken in de wijken zouden moeten sluiten. Dat is zeker net als dat het nooit de bedoeling is geweest dat alle tuinders zich helemaal rot zijn geschrokken over de huurverhogingen die de afgelopen weken aan het licht kwamen. Dan wil ik toch tegen GroenLinks zeggen, dat ze misschien iets meer feeling met de Amsterdammers moeten hebben. Ik had dit wel zien aankomen. Ik kom regelmatig in bibliotheken.

Je hebt de afgelopen jaren al kunnen zien dat bijvoorbeeld de tijden van bibliotheken waarin service wordt verleend, al werden ingekort. Dus dit is gewoon iets wat eraan zat te komen. Dan kan GroenLinks wel zeggen dat het nooit de bedoeling is geweest, maar dit moet echt worden voorkomen aan de voorkant zodat het helemaal niet kan plaatsvinden. Ik ga verder. Ik heb een motie ingediend en die wil ik graag intrekken. Dat is motie nr. 1309 over schoolpleinen. Ik heb daar een verzoek gedaan voor groene schoolpleinen en eigenlijk heeft het college in zijn preadvies daarop een reactie gegeven. Op basis daarvan heb ik een amendement gemaakt en dan kom ik weer terug op dat feestvieren van de gemeente Amsterdam. Daarvoor worden namelijk miljoenen euro’s uitgetrokken. Ik vind dat we die miljoenen veel beter aan iets anders kunnen besteden. Dus ik zou willen zeggen, van dat budget halen we 1 miljoen euro af en dat gaan we dan gebruiken voor het

64

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

versneld vergroenen van schoolpleinen. We gaan dan om 2021 niet 15 maar 30 schoolpleinen vergroenen en dat komt ten goede aan de kinderen in Amsterdam. Alle kinderen hebben gewoon recht op zo’n leuke speelplek die groen en uitdagend is. Daarnaast is het ook heel goed voor de biodiversiteit en voor het klimaat in Amsterdam. Verder zag ik ook dat de vorige coalitie wel sneller die schoolpleinen kon vergroenen in de laatste jaren van die periode. Dus het lijkt mij heel goed als wij hier ook gaan versnellen. Daarvoor zou ik dan graag dat budget willen gebruiken. Dus daarvoor heb ik een amendement ingediend. Dan is er nog een motie die ik zou willen intrekken en dat is motie nr. 1310 over het dolfinarium. Ik heb gevraagd in de toekomst geen stadspasacties meer te organiseren voor het dolfinarium dat mensen daar voor een goedkope prijs naartoe kunnen. In het preadvies zegt het college eigenlijk dat deze actie voor de toekomst niet meer gaat worden gepland. Ik zie dat eigenlijk als een toezegging en daarmee ben ik heel blij. Ik wil dat dat niet meer gaat gebeuren. De motie kan ik dus intrekken. Dan hebben we nog motie nr. 1352’ van de heer Van Lammeren. Die gaat over het niet vervangen van wethouder Dijksma. Het college geeft in zijn reactie op de motie aan dat het college het niet gaat redden met een wethouder minder.

Dat vinden wij heel teleurstellend maar wij zouden ook niet willen dat er wethouders bezwijken onder de druk en dat het ten koste zou gaan van het bestuur en de kwaliteit ervan. Om die reden trekken wij motie 1352’ in. Daarbij laat ik het voor nu. De moties-Bloemberg-Issa (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1309 en 1310) ingetrokken zijnde, maken geen deel meer uit van de beraadslaging. De motie-Van Lammeren (Gemeenteblad afd. 1, nr. 1352’) ingetrokken zijnde, maakt geen deel meer uit van de beraadslaging. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Hammelburg. De heer HAMMELBURG: Niet de fractievoorzitter maar de woordvoerder Financiën spreekt bij de begroting. Ik probeer aan uw oproep gestalte te geven door mijn bijdrage wat kort te houden want ik heb ook oog voor de agenda. En vrijdag is het liefst een vrije dag voor ons waarop we onze stemlijsten invullen. Deze begroting is wel heel bijzonder want we hebben sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer zo’n gigantische crisis gekend met zo’n gigantische impact op de financiën van deze mooie stad. Dat vraagt om een enorme inspanning van het college, een enorme inspanning van de wethouder der Financiën en ik vind de wijze waarop dit is uitgevoerd echt de complimenten waard.

De manier waarop ons begrotingsakkoord in september is uitgevoerd verdient echt een dikke pluim ondanks het feit dat er natuurlijk hele moeilijke keuzes moeten worden gemaakt en dat we in heel zwaar weer verkeren. Maar complimenten zijn in dit geval wel op z’n plaats. Veel is al gezegd maar laat ik toch nog een aantal punten benoemen die voor D66 belangrijk zijn om te delen met de Amsterdammer. We hebben vanuit onze visie zo veel mogelijk getracht de klappen zo veel mogelijk op te vangen binnen de eigen organisatie. Natuurlijk kun je altijd bedenken, had het meer gekund of minder, maar duidelijk zichtbaar ook vanuit de ambtenaren en vanuit de ondersteuning is dat we nu proberen maximaal te bezuinigen op de organisatie en dat we daarmee keihard aan de slag gaan. Dat wordt een hele spannende opgave en dat betekent dus ook dat we in onze eigen coalitiemiddelen moeten snijden. Dat betekent ook dat we wat aan de Amsterdammer vragen bijvoorbeeld die OZB-verhoging waarover de VVD het had. Daar moet mij dan toch wat van het hart en

65

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

dat zeg ik dan ook richting de VVD. Ja, voor Amsterdamse inwoners gaat die OZB een paar tientjes omhoog. Dat is niet leuk, maar we willen er ook voor zorgen dat we de werkgelegenheid behouden. We willen er ook voor zorgen dat we ons plan voor de zes banenmotoren kunnen uitvoeren zodat de werkgelegenheid door deze crisis gaat stijgen. We willen dat we investerend door deze crisis komen zodat alle Amsterdammers aan het werk kunnen blijven, dat ze allemaal hun boodschappen kunnen blijven betalen, hun hypotheek, hun huur. Dat vraagt om een uitgebalanceerd pakket en niet om ordinaire oneliners over een paar tientjes of een paar honderd euro en het wel of niet verhogen of verlagen van de lasten. Laat ik daaraan dan toch nog maar een conclusie verbinden: per saldo gaan die lasten op de korte termijn omlaag voor het MKB. (De heer BOOMSMA: De heer Hammelburg heeft het over een paar tientjes als het gaat om die OZB-verhoging. Maar laat ik dan toch een vraag stellen over de woonboten. Daar gaat het niet om een paar tientjes, maar daar gaat het om ruim 1000 euro. Dat is voor veel mensen bijna een maandsalaris in lastenverzwaring voor zoiets fundamenteels als wonen.

Is de heer Hammelburg nu echt niet bereid om met ons te kijken of we die pijn niet iets kunnen verzachten?) De heer Boomsma en ik hebben deze discussie vorige week ook al gevoerd en ook al aangegeven dat D66 vorig jaar al heeft ingestemd met de precarioverhoging. Deze is ook niet leuk. Dat geef ik ook gelijk toe. Lastenverzwaringen zijn nooit leuk, maar we zijn wel op zoek naar een breed pakket aan maatregelen waarmee we Amsterdam drijvend kunnen houden en ervoor kunnen zorgen dat we alles voor elkaar krijgen in deze stad, dat we onze kades en muren kunnen verstevigen. Dat vraagt een bijdrage van iedereen, van walbewoners en van waterbewoners. Wat D66 betreft worden die zo veel mogelijk gelijk getrokken. Ik ga richting een afsluiting. Ik wil toch nog zeggen dat het ook D66 ontzettend verheugt dat we de sluiting van de lokale vestigingen van de bibliotheken hebben kunnen voorkomen, dat we het Museum Het Schip kunnen redden, dat we hetzelfde doen met het Bostheater. Met andere woorden, dat we toch nog net als met ons coronapakket eerder de kunst- en cultuursector overeind kunnen houden in deze stad. Dat is voor D66 echt van groot belang. Ik laat het hierbij. (Mevrouw VAN SOEST: Heeft u het boekje van de woonbootbewoners gelezen? Woonbootbewoners – gewone Amsterdammers?) Ja.

(Mevrouw VAN SOEST: Heeft u dan ook gelezen dat de wethouder Financiën ons vorig jaar op het verkeerde been heeft gezet met het voorstel om de precario te verhogen en dat hij de raadsleden heeft onthouden van informatie?) Ja, ik heb vorig jaar als raadslid alle informatie voorhanden gehad om een weloverwogen besluit over deze precarioverhoging te nemen net als de meerderheid van deze raad overigens. Ik begrijp dat mevrouw Van Soest als een van de weinigen, samen met DENK geloof ik, tegen die precarioverhoging heeft gestemd, maar een overgrote meerderheid heeft hiervoor gestemd op basis van openbare informatie waarin we allemaal konden kijken. Dus ja, ik heb het boekje gelezen, mevrouw Van Soest. Ik heb dat inderdaad goed gelezen en ik heb ook met een aantal woonbootbewoners gesproken. (Mevrouw VAN SOEST: Weet u dan ook dat Amsterdam in 2019 al het hoogste precariotarief had? Dus u bent ermee akkoord dat de wethouder ons verkeert informeert, of eigenlijk informatie heeft onthouden? Daarmee gaat u akkoord?)

66

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

Mevrouw Van Soest en ik delen die conclusie niet. Ik moet nog iets rechtzetten. Mevrouw Van Soest heeft vorig jaar ook ingestemd met de precarioverhoging die zou ingaan over een periode van twee jaar. Ik heb het hier voor me. De VOORZITTER geeft het woord aan de heer Taimounti. De heer TAIMOUNTI: Toen we begonnen aan de Algemene beschouwingen waren de coronamaatregelen net verzwaard. Nu gaan we stemmen over de begroting en we zitten inmiddels in een keiharde lockdown. Voordat ik inhoudelijk inga op de begroting, wil ik graag mijn steun uitspreken voor iedereen die direct of indirect is geraakt door het coronavirus en ik wil mijn solidariteit betuigen aan al onze ambtenaren, ondernemers en arbeiders die het eveneens moeilijk hebben, en ik wil een extra signaal afgeven naar de zorgsector wat mij betreft. Namens de fractie van DENK wensen wij iedereen heel veel sterkte toe de komende periode. Dan moet mij toch van het hart dat de laatste paar dagen mij enorm hebben verbaasd. Aan het begin van de coronacrisis zeiden alle coalitiepartijen dat het allemaal anders zou gaan. Het moest allemaal socialer, we moesten elkaar meer gaan opzoeken en we moesten meer gaan verbinden. Het bezuinigingsakkoord van de coalitie heet dan ook niet voor niets Samen sterker uit de crisis. Toen kwam het aanvullend akkoord afgelopen maandag.

De coalitiepartijen kwamen met voorstellen die eigenlijk bij alle andere oppositiepartijen wel een keer voorbij waren gekomen. Zo pleitte BIJ1 voor het open houden van de daklozenopvang en de broedplaatsen, kwamen ChristenUnie en het CDA, de VVD, Partij van de Ouderen en DENK met voorstellen om de OBA te redden, of te wel het aanvullend akkoord bevat voorstellen die al eerder zijn gedaan door oppositiepartijen. We zijn natuurlijk blij met het akkoord en met name voor het extra geld voor lokale voedselbanken. Wij dienen samen met de coalitie een amendement in voor 750.000 euro voor de voedselbanken. Dit is een mooie financiële aanvulling op onze motie van afgelopen september om de informele voedselvoorziening te ondersteunen. Het extra geld van het amendement is wat dat betreft broodnodig zeker nu we in die keiharde lockdown zitten. Ik hoor graag van de wethouder welke uitvoering zij gaat geven aan onze motie. Er zijn weinig momenten in de raadsperiode om maar liefst dertien fracties te kunnen verenigen. Maar als er tot nu toe een moment zou zijn waarbij dit mogelijk en belangrijk was, dan was het met dit aanvullend akkoord tijdens de huidige lockdown. Jammer genoeg werd er geen enkele oppositiepartij benaderd en moesten we over de uitvoering van de moties teruglezen in de kranten – kleine uitzonderingen daargelaten.

Het zou allemaal anders gaan na de crisis volgens de linksprogressieve coalitiepartijen. Ik betreur het te constateren dat de coalitiepartijen in dit geval voor eigen succes gaan en dat in crisistijd. Mijn collega Khan heeft in de raadscommissie FEZ gewezen op de noodzaak om ons voor te bereiden op het zwaarste scenario en toen zei de wethouder dat er al een plan klaar lag. Nu is er een harde lockdown. Mijn vraag is dan logischerwijze: waar is dat plan? Wat moet er worden aangepast? Of komt dat pas in de voorjaarsnota? Is het dan ook nog mogelijk dat we nu allerlei plannen bedenken en moties indienen die over twee of drie maanden eigenlijk niet meer haalbaar zijn? Ik hoor graag de beantwoording van het college. Wanneer kunnen wij dat backupplan verwachten? En kan dan worden aangegeven welke gevolgen de huidige lockdown zal hebben? Ook willen wij van het college horen op welke dossiers en welke onderwerpen het verwacht te gaan bezuinigen. Ik hoor het graag. We hebben een groot aantal moties ingediend en deze zijn al besproken in de raadscommissie. Ik zal er toch een aantal proberen toe te lichten en te bespreken. Ten

67

Jaar 2020 Afdeling 2 Vergaderdatum 16 dec. 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Raadsnotulen

R

eerste ben ik teleurgesteld in de reactie op onze motie om de tramhaltes aan de Johan Huizingalaan en de Kinkerstraat toegankelijk te maken. Dan druk ik me echt heel voorzichtig uit. Uit het preadvies kunnen we concluderen dat het alleen maar een financieel probleem is. We zien nu dat er geld vrijvalt, dus mijn vraag is waarom het dan niet wordt opgelost. Er spelen geen technische issues of iets dergelijks. Ik kan dit niet uitleggen aan de burger die minder valide is, hulpbehoevend is, of aan ouders met een kinderwagen. Zij moeten een paar kilometer extra lopen in de koude regen omdat het te veel geld kost terwijl er 130 miljoen euro naar het centrum gaat. Dit maakt het antwoord van het college extra pijnlijk. We hopen dat de partijen wel voor onze motie willen stemmen om het openbaar vervoer inclusief te maken voor alle burgers, ook de burgers in Nieuw-West. Dan over de toeslagenaffaire, ik noem het liever het toeslagenschandaal. De DENKfractie heeft in de afgelopen tijd veel gesprekken gevoerd met gedupeerden en daarbij de gehele raad uitgenodigd om aanwezig te zijn. Tijdens die gesprekken hebben we geconstateerd dat er nog veel meer beter kan qua ondersteuning aan de gedupeerden. Daarom hebben wij schriftelijke vragen ingediend en we hopen op een snelle beantwoording. We dienen daartoe twee moties in.

De ene gaat over het opzetten van een zichtbaarheidscampagne om meer gedupeerden te bereiken. Helaas kunnen mensen vanwege de privacy niet worden gebeld. We horen wel van veel gedupeerden dat ze wel in contact willen komen met de gemeente maar dat er geen speciaal nummer of loket is. Daarom verzoeken wij hiertoe samen met de PvdA en het CDA. Verder horen wij schrijnende verhalen van ouders van wie sommigen tien jaar lang niet één dag er met hun kinderen tussenuit konden gaan door het toeslagenschandaal. Ze leven al tien jaar in ongekende stress, in armoede en ze schamen zich dat ze hun eigen kinderen niet eens nieuwe kleding konden geven laat staan een moment van ontspanning. We hebben nagedacht over mogelijke oplossingen en daarvoor hebben we ook een motie ingediend. En als derde een onderwerp dat mijn collega Kiliç extra aan het hart gaat en waarvoor ze zich met passie inzet aangezien ze dit zelf helaas heeft moeten meemaken. Mantelzorgers. Het kan niet zo zijn dat inwonende mantelzorgers dakloos raken zodra hun dierbaren voor wie ze jarenlang hebben gezorgd, komen te overlijden. Vaak gaat het om ouders of oude familieleden. Een dergelijke gebeurtenis is te ingrijpend en emotioneel waarbij een coulance van zes maanden van de woningbouwcorporatie echt geen hulp is.

In de oververhitte woningmarkt van Amsterdam is het eigenlijk praktisch onmogelijk om een woning te kunnen vinden. Het vooruitzicht om dakloos te geraken is onder normale omstandigheden al verschrikkelijk traumatiserend laat staan als je net een dierbare hebt verloren. Daarom stellen wij voor inwonende mantelzorgers aan te merken als medehoofdbewoner of hen als zodanig te registreren zodra bekend is dat iemand een inwonende mantelzorger is. Wanneer de verzorgde dan komt te overlijden, hebben de inwonende mantelzorger en de corporatie veel meer tijd om te zoeken naar een andere woning bijvoorbeeld in het kader van het project Van groot naar beter. Verder zou ik nog willen dat het college opnieuw kijkt naar onze motie om 25 miljoen euro te reserveren voor het verwachte parkeerinkomsteneffect. Uit de laatste verzamelbrief van het college die vanmiddag is verstuurd blijkt dat er over 2020 een tekort is van rond de 15 miljoen euro aan parkeerinkomsten. Onze motie stelde toen voor om in ieder geval 25 miljoen euro te reserveren en die motie werd destijds negatief gepreadviseerd. Ik hoop dat het college deze motie opnieuw tegen het licht kan houden. Ik denk dat dat wel belangrijk is. Voordat ik afsluit, wil ik het toch nog even hebben over de verhuftering van onze maatschappij. Ik vind dat een belangrijk thema. De afgelopen dagen zagen we daarvan extreme voorbeelden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9623497/1