CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam.pdf

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 4 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam (ZD2021-013140)14.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3

We gaan circulair om met de bestaande stad.

Architec t (theoretisch geschoold)

B I M - m o d e l l e u r3 3 ( t h e o r e t i s c h g e s c h o o l d )

Architecten dienen bij het ontwerp van een gebouw of woning te letten op de losmaakbaarheid, herbruikbaarheid en levensduur van de (bouw) materialen. Dit vereist digitale vaardigheden om voorspellingen te kunnen doen over de levensduur van materialen. Daarnaast vereist circulair bouwen het oplossen van complexe vraagstukken in de bouw, zoals energievoorziening.

BIM-modelleurs houden zich bezig met het ontwerpen en beheren van Building Information Models (BIM). Dit is een 3D-informatiemodel waarin zij alle gegevens vastleggen voor het ontwerpen en uitvoeren van bouwprojecten. BIM kan helpen afval in het bouwproces te verminderen door informatie van verschillende stakeholders bij elkaar te brengen, onder andere in een materialenpaspoort. Daarnaast draagt het bij aan een betrouwbaardere monitoring van grondstofstromen. Om tot een goed informatiemodel te komen, moet de modelleur veelvuldig schakelen met het projectteam om aan alle gegevens te komen.

Voorbeeld van aansluitende opleiding/cursus: Built Environment (Hogeschool van Amsterdam) Aansluitend op:

1

Circulair ontwikkelen doen we samen.

Voorbeeld van aansluitende modulaire of verkorte opleiding: Cursus BIM voor bouwprofessionals die zich bij willen laten scholen (Hogeschool van Amsterdam) 34 Aansluitend op:

32

2

De gemeente geeft het goede voorbeeld en gebruikt circulaire criteria.

3

We gaan circulair om met de bestaande stad.

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

33

5 . 3 K WA N T I TAT I E V E EFFECTEN

De circulaire strategie van de gemeente Amsterdam heeft

De gemeente Amsterdam wil voor 2050 bijvoorbeeld

ook invloed op de werkgelegenheid in de bouw. Zowel het

150.000 woningen bouwen. Als dat circulair wordt gedaan,

gebruik van circulaire bouwmaterialen als de circulaire

kan dat aanzienlijke positieve gevolgen hebben voor

toepassing hiervan leidt tot arbeidsintensiever werk

de werkgelegenheid. Zo blijkt uit een recent onderzoek

in vergelijking met de huidige manier van werken. Dat

door Metabolic dat de werkgelegenheid in de MRA groeit

betekent dat de loonkosten zullen stijgen. De gecreëerde

door de gelijktijdige ambitie om 20% van alle nieuwe

banen zijn echter duurzaam, omdat de markt voor

woningbouwprojecten in 2025 uit hout te bouwen en

circulaire bouwmaterialen zal groeien en de technische

tegelijkertijd meer modulair te bouwen. Voor Purmerend,

kennis voor de circulaire (de)montage meer waard wordt.

Almere, Zaanstad en Lelystad kunnen ongeveer 1.750

Naar verwachting komen er in deze sector 200 extra banen

tot 3.700 nieuwe arbeidsplaatsen ontstaan als deze

tot en met 2025, 350 extra banen in 2030 en 800 extra

gemeenten inzetten op houten woningen. 35

Door de Covid-19 pandemie in 2020/2021 werden er

Behalve de gemeente spelen de private sector

Amsterdammers in de evenementenbranche hadden een

banen ten opzichte van het basisscenario in 2050 bij. Deze werkgelegenheidseffecten gaan alleen op als de

en woningbouwverenigingen een rol in het

ambities in bijlage 7.3 worden gehaald. Zo zullen er meer

stimuleren van circulaire bouw en de bijbehorende

producten moeten worden hergebruikt en meer biobased

werkgelegenheidseffecten. In deze analyse is

materialen worden toegepast. Daarnaast zal de levensduur

aangenomen dat deze partijen ook bijdragen aan

van onderdelen en gebouwen significant verlengd moeten

de beoogde transitie.

worden en zullen gemeentelijke gebouwonderdelen op

Loopbaanpad: van evenementenbouwer n a a r d e - /r e m o n t e u r g e b o u w e n

nauwelijks nog evenementen in Amsterdam georganiseerd. stuk minder werk of helemaal geen werk meer. Hoewel de branche deels weer zal aantrekken, zal een deel van de evenementenbureaus de coronacrisis niet overleven. Een baan in de circulaire economie kan evenementenbouwers perspectief bieden voor de lange termijn.

nieuwe manieren moeten worden geïnventariseerd.

Evenementenbouwers bezitten vaak al skills die goed

Bij de kwantificatie van de werkgelegenheidseffecten

evenementenbranche dienen de opbouwers secuur om te

matchen met functies in de circulaire bouw. Ook in de gaan met de verschillende (podium)onderdelen en deze juist

is alleen rekening gehouden met de veranderingen in

te bevestigen. Ook hebben zij ervaring met het tillen van zware

werkgelegenheid ten gevolge van de doelstellingen

onderdelen, waardoor zij gewend zijn aan lichamelijk werk. Dit

van de circulaire ambities.

V E R WAC H T E BANEN TOENAME

is een aantal eigenschappen die bijvoorbeeld matchen met

binnen de gebouwde omgeving binnen de consumptiegoederen waardeketen waardeketen

Met een ‘quickscan’ gericht op de skills voor Techniek en

eigenschappen die de-/remonteurs dienen te bezitten.

Ve r w a c h t e b a n e n t o e n a m e

Bouw en de paskamer kan een evenementenbouwer bepalen of de functie van de-/remonteur in een circulaire gebouwde omgeving aansluit bij zijn/haar behoeftes en skills.

BOUW

0

200

350

800

Passende vacatures voor deze functies en een modulair opleidingsplan richting deze functies kunnen onder andere worden gevonden bij Bouwmensen West.

2020

2025

2030

2050

Foto door Pavel Chernonogov

Figuur 7: Uitkomsten MRIO-modellering binnen de waardeketen Gebouwde Omgeving

34

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

35

Er is ook een significante groei in de sector Landbouw, bosbouw en visserij te zien, die hoofdzakelijk valt toe te schrijven aan de ambities voor stadslandbouw.

6 . CONCLUSIE Op basis van de geselecteerde actierichtingen als input voor de MRIO-modellering zullen de uitvoer van de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025 naar verwachting leiden tot een extra werkgelegenheid van 3.000 voltijdbanen tot en met 2025. Hierbij wordt aangenomen dat de huidige gestelde ambities in het beleid inderdaad voldoende zullen blijken om de gestelde circulaire doelstellingen te halen. Op basis van de economische effecten van de circulaire doelstellingen tot 2030 en 2050 zal de extra werkgelegenheid in deze jaren groeien met respectievelijk 8.500 en 19.500 banen. Die banen komen bovenop de autonome groei van economie en samenleving. In 2030 gaat het naar schatting om een extra groei van 1.3% ten opzichte van de MRA-regio in 2017.

Dit percentage is vergelijkbaar met de uitkomsten van eerder onderzoek, zoals de schatting dat de circulaire economie in Nederland ongeveer 200.000 banen zal opleveren29 (zie bijlage 7.5 voor verdere validatie van de uitkomsten). 6.1 Grootste impact op de werkgelegenheid De grootste circulaire impact op de werkgelegenheid is te zien in de sectoren Verhuur en overige zakelijke diensten, Detailhandel, en Vervoer & opslag. Dit komt voornamelijk doordat huishoudens en overheden op een andere manier om zullen gaan met consumptiegoederen, waarbij met name verhuur, bemiddeling en gereed maken voor nieuw gebruik een belangrijke rol gaan spelen.

2025

2030

2050

Totale werkgelegenheid (FTE) in basisscenario

1.018 000

1.116.500

1.539.500

Additioneel effect op totale werkgelegenheid (FTE) van huidig Amsterdams circulair beleid

3.000

8.500

19.500

Tabel 7: Verwachte banengroei van gestelde ambities in het huidige Amsterdams circulair beleid in vergelijking tot basisscenario

VERANDERING IN WERKZAME PERSONEN O.I.V. CIRCULAIRE ECONOMIE (ARBEIDSJAREN)

2025

2030

2 05 0

De groei van de werkgelegenheid is structureel. Deze is immers het gevolg van de transitie naar een ander economisch model, niet van eenmalige investeringen. De gemeente ondersteunt en versnelt de transitie naar een circulaire economie door de juiste randvoorwaarden te creëren. Deze effecten worden dus niet behaald door specifiek vrijgemaakte budgetten, maar doordat verschillende uitgaven van de gemeentelijke begroting anders zijn ingezet.

Werkelijke economische groei komt voort uit een hoogwaardiger inzet van productiefactoren, zoals kapitaalgoederen (gebouwen, voertuigen, machines, ICT, of infrastructuur), energie, grondstoffen en natuurlijk arbeid. Nieuw openbaar vervoer kan bijvoorbeeld

ook deels circulair wordt.

structurele groei veroorzaken omdat ruimte hoogwaardiger wordt benut, of omdat bewoners in de buurt beter kunnen meedraaien in de maatschappelijke economische activiteiten.

6.5 Potentiële vergrotingsfactoren

6.2 Impact door aanwezigheid onderbenutte productiefactoren

Arbeid en grondstoffen worden in een circulaire transitie hoogwaardiger ingezet. Vaardigheden om materialen te bewerken, verhandelen en vervoeren leveren in een circulaire economie meer op dan nu. De waarde van hout, glas, papier, textiel, kunststoffen, ferro en nonferro metaal kan eveneens beter worden benut. De twee beleidsdocumenten waar deze studie op is gebaseerd vormen pas het begin van hoogwaardige vormen van waardebehoud van arbeid en grondstof.

met publiek geld

Verhuur en handel van onroerend goed

De gemeente heeft het mandaat en budget om taken uit te voeren die maatschappelijk worden gewaardeerd, die de kennis en vaardigheden van mensen vergroten en die de circulaire economie versnellen.

Informatie en communicatie Vervoer en opslag Detailhandel Bouwnijverheid Waterbedrijven en afvalbeheer Overige Industrie Elektrotechnische en elektrische industre Chemische industrie Voedings- en genotmiddelenindustrie Landbouw, bosbouw en visserij Aantal banen

-2.000

Figuur 8: Verandering in werkgelegenheid in de MRA per sector

36

0

2.000

4.000

6.000

8.000

10.000

12.000

6.4 Activiteiten binnen bedrijven Wanneer ‘social enterprises’ professionaliseren kan een vliegwieleffect van gemeentelijk circulair beleid ontstaan, zodat grote(re) delen van de beroepsbevolking worden bereikt. Bestaande functies binnen bedrijven kunnen zo ook voor circulaire doeleinden worden ingezet. Een baan als mediator is bijvoorbeeld niet automatisch circulair, maar wordt dat wel als het gaat om een optimaal beheer van openbaar groen. Een baan als koerier is niet per se circulair, een koerier die bijdraagt aan scooters-als-een-dienst of het verhuren van keukenapparatuur wel. Andere voorbeelden van het vliegwieleffect zijn ook denkbaar. Met name binnen de huidige bouwbedrijven zullen tal van professionals volgens circulaire principes gaan werken. Veel inkoopprofessionals zullen ervaring opdoen met circulaire contracten, zodat het effect van hun baan

6.3 Direct ondersteunde activiteiten Verhuur en overige zakelijke diensten

communicatie, boekhouding, transport & logistiek, schoonmaak of verzekeringen.

Er zou bijvoorbeeld kunnen worden ingezet op het digitaliseren van de voorraad van kringloopwinkels en het gebruik van gespecialiseerde tussenpersonen om vraag en aanbod beter aan elkaar te koppelen. Ook is betere communicatie mogelijk over het transport en de logistiek van reparatie en huishoudelijke producten, zoals repaircafés. Een andere optie is het ondersteunen van ‘social enterprises’, die bijvoorbeeld reparatiediensten aanbieden, lokaal biomassa of laagtechnologische gebruiksvoorwerpen produceren, of bijdragen aan de energietransitie. Deze ondernemingen kunnen baat hebben bij gesubsidieerde diensten in

Het kwantificeren van de circulaire economie in termen van werkgelegenheid kan bedrijven en overheden stimuleren om zich toe te leggen op circulariteit. De benodigde skills en functieprofielen in een circulaire MRA kunnen aanknopingspunten bieden voor stapsgewijze omscholing van de beroepsbevolking. De in dit rapport beschreven inzichten maken het makkelijker op feiten gebaseerde strategieën te ontwerpen om de effecten van de circulaire economie bekend te maken. 6.6 Tot slot Ten slotte is het belangrijk om te beseffen dat de effecten van de Strategie Amsterdams Circulair 20202025 en het Uitvoeringsprogramma Afval en grondstoffen 2020-2025 groter kunnen uitvallen dan de in dit rapport becijferde resultaten voor 2025, 2030 en 2050. Door een verdere verbetering van de inzet van productiefactoren én door de indirecte effecten van structurele hervormingen in de transitie naar de circulaire economie (vliegwieleffecten) kan de werkelijke werkgelegenheid drie, vijf of acht keer groter zijn dan de modeluitkomsten. De verwachte banen die dankzij de circulaire strategie zullen ontstaan, zijn niet alleen structureel van aard, maar dragen ook bij aan een hogere werktevredenheid en meer sociale cohesie. In een economie waarin arbeid en grondstoffen meer waarde hebben, kunnen mensen floreren en blijft de draagkracht van de aarde intact.

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

37

7. BIJL AGEN 7.1 Opbouw van MRIO-modellen

In de rijen van het MRIO-model wordt de input van een

De volgende begrippen spelen een sleutelrol in het

In 2008 heeft TNO samen met de VU en Ecorys een

economie beschreven. In de bruine en gele balk rechts

begrijpen van een transitie naar een circulaire economie:

is Finale consumptie en Totale productie weergegeven.

Multi Regionaal Input Output model (MRIO-model) gemaakt, waarin de inkomende en uitgaande stromen van economische activiteit worden gemodelleerd. Het model is nog steeds goed te gebruiken, zolang actuele data worden gebruikt. In deze studie zijn slechts twee regio’s gedefinieerd: de Metropoolregio Amsterdam en de rest van Nederland. In onderstaande illustratie zijn drie sectoren getekend, die zijn beschreven als “ind1”, “ind2” en “ind3”. In werkelijkheid zijn er 30 sectoren per regio gemodelleerd.

Het verschil tussen beide wordt bepaald door export

•

van het MRIO-model wordt de output van een economie beschreven. In de groene balk onderin is de

economische activiteiten. •

•

grote gevestigde bedrijven uitdaagt en bestaande

SBI-sector: een sector volgens de Standaard

utiliteit vernietigt.

Bedrijfsindeling 2008 van het Centraal Bureau voor

Toegevoegde Waarde (TW) per sector opgeteld. De TW

de Statistiek (CBS). In het MRIO-model zijn dit veelal

is een onderdeel van de output van een sector, naast

•

aantal SBI2-sectoren expliciet zijn benoemd. Het

worden onder andere de lonen en afschrijvingen van

meest fijnmazige niveau is het SBI4/5-niveau, waar

kapitaalgoederen “betaald”.

•

kostenbesparing op een finaal product.

ind 3

Overig Nederland

Totale productie

ind 2

Overig Zuid-Holland

•

•

Grondstoffen: producten die direct aan de aarde worden onttrokken, zoals ertsen, hout en afgegraven mineralen. Geraffineerde metalen, chemische basisproducten en recyclaat zijn daarmee per definitie geen primaire grondstof, want deze

ind 1

ind 1

Groot-Rijnmond

Finale vraag

voortrekkersrol zullen spelen in een transitie naar Agglomeratie ‘s-Gravenhage

producten zijn door economische activiteiten

Agglomeratie ‘s-Gravenhage

Reboundeffecten: toename van consumptie (binnen of buiten de sector) als gevolg van

economische activiteiten zijn te herkennen die een een circulaire economie.

Institutionele innovatie: innovatie in bedrijfsvoering of publieke overheden.

SBI-hoofdgroepen, hoewel voor de industrie een

het geleverde goed of de geleverde dienst. Met de TW

Disruptieve innovatie: een innovatie die bedrijven sterker dan 10% per jaar doet groeien,

banen in een SBI2 sector. 36

ICT-systemen, machines et cetera). In de kolommen

Transitie: een chaotische en deels destructieve verandering van minstens een kwart van alle

Arbeidsproductiviteit: de verhouding tussen toegevoegde waarde en voltijdequivalent (FTE)

en investeringen in vaste activa (gebouwen, voertuigen,

•

Bruto en netto: met brutoresultaten worden doorgaans directe effecten op een sector genoemd, zonder medeneming van effecten over de keten en de gehele economie. Met netto-effecten worden effecten bedoeld die ook verschuivingen over de keten in vraag en aanbod meenemen, alsmede reboundeffecten.

ind 3

bewerkt. •

Intermediaire goederen: alle goederen die geen grondstoffen of finale goederen zijn.

•

Finale goederen: goederen die niet meer bewerkt worden voor finale consumptie.

Groot-Rijnmond

•

Economische kapitaalgoederen: gebouwen, transportmiddelen, machines, ICT-hardware en overige goederen die meer dan een jaar gebruikt worden (incl. hernieuwbaar energiekapitaal).

Overig Zuid-Holland

•

Sociale kapitaalgoederen: kennis en vaardigheden van de beroepsbevolking, vertrouwen in instituties, sociale cohesie van een samenleving.

•

Natuurlijk kapitaalgoederen: natuurlijk kapitaal kan worden gedefinieerd als de voorraden

Overig Nederland

natuurlijke rijkdommen van de wereld, waaronder mineralen en metalen in de ondergrond, bodem, lucht, water en alle levende wezens. Voor de MRA zijn met name zaken zoals de staat van landbouwgrond, grondwater, luchtkwaliteit, biodiversiteit etc. een

Toegevoegde waarde Totale productie

belangrijk onderdeel van het natuurlijk kapitaal. Dit geldt ook voor de afwezigheid van toxische stoffen.

Figuur 9: Visuele weergave opbouw MRIO-Model

38

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

39

7. 2 A A N N A M E S M E T BETREKKING TOT DE EXTERNE EFFECTEN EN BELEID

Om effecten te kunnen kwantificeren in het MRIO-model zijn aannames gedaan met betrekking tot de impact van de circulaire doelstellingen en hun uitwerking op de economische sectoren. De belangrijkste aannames staan hieronder geformuleerd. De invloed van de wereld buiten de MRA is geen onderdeel van de analyse. Beleidsinspanningen van andere regio’s in Nederland, de nationale overheid en de EU worden niet meegenomen in het circulaire scenario in deze studie. Deze publieke inspanningen zijn ook geen onderdeel van het basisscenario. Daarnaast bevat deze studie geen investeringen of inspanningen van het bedrijfsleven. Het is dan ook belangrijk om de uitkomsten nadrukkelijk te zien als een indicatie van de potentiële effecten van beleid van de gemeente Amsterdam en niet als de uitkomsten van een circulaire transitie in Nederland of Europa.

De exacte definitie van de grondstofreductie doelstelling voor 2030 is bovendien nog onderwerp van discussie bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarnaast wordt er in zowel de beleidsstukken van de MRA als in de nationale doelstellingen gesproken over een volledig circulaire economie in 2050. Er is echter nog geen eenduidige definitie van dit effectdoel. Het is nog onduidelijk wat een volledig circulaire economie precies betekent. Betekent dit dat er geen extractie plaatsvindt van primaire (abiotische) grondstoffen, of dat grondstoffen geen negatieve milieu-impact meer hebben of dat er sprake is van een recyclingpercentage van tastbare materialen van meer dan 99%? Of is het een combinatie van deze drie elementen? De afwezigheid van een definitie voor een volledig circulaire economie maakt het onmogelijk dit te vertalen naar betrouwbare kwantitatieve modelinput. De essentiële stappen die de samenleving moet zetten op weg naar een circulaire economie tot 2050 zullen in toekomstige studies moeten worden geanalyseerd.

De gevolgen van de huidige Covid-19 pandemie worden evenmin meegenomen in deze studie, omdat ze nog te onduidelijk zijn. In de kwalitatieve analyse komen wel mogelijke werkgelegenheidseffecten als gevolg van de Covid-19 pandemie aan bod. Veranderingen in loon worden niet meegenomen. Ook nemen we aan dat de arbeidsproductiviteit constant blijft ten opzichte van nu. De groei van de arbeidsproductiviteit in Nederland is al geruime tijd aan het afnemen: tussen 2012 en 2019 was de jaarlijkse groei slechts 0,3%. In de sector zakelijke dienstverlening was er zelfs een jaarlijkse afname van -0,3% en voor delfstoffenwinning, water- en afvalbeheer een afname van -4,3%, 37 waardoor we geen significante algemene verandering doorvoeren in de toekomstige arbeidsproductiviteit.

40

Foto door Sides Imagery

De MRIO-modellering gaat niet uit van 50% grondstofreductie in 2030 en een volledig circulaire economie in 2050. Het modelleren van deze nationale doelstellingen, bijvoorbeeld in een backcasting oefening, zou het onmogelijk maken om de bijdrage van beleid in de MRA te bepalen.

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

41

7. 3 O P B O U W VA N HET BASISSCENARIO

Op basis van trends uit het verleden kunnen we een inschatting maken van de ontwikkeling van de werkgelegenheid per sector in de MRA, als Amsterdam niet nadrukkelijk had ingezet op circulariteit. Dit noemen we het basisscenario (‘een business-as-usual-scenario”). Het basisscenario beschrijft belangrijke drijfveren van de economie, zoals bevolkingsgroei, verdergaande digitalisering en innovatie die grondstofefficiëntie vergroot. Om de effecten van circulair beleid van de MRA te analyseren moeten ook we beeld schetsen van de ontwikkelingen in economie en werkgelegenheid als er geen actief circulair beleid zou worden gevoerd. Het basisscenario is gebaseerd op scenario’s die door het Centraal Planbureau en Planbureau voor de Leefomgeving worden opgesteld: de Welvaart- en Leefomgeving scenario’s. In deze studie wordt dus nadrukkelijk het verschil getoond tussen de verwachte ontwikkelingen zonder en mét circulair beleid. Behalve de banen die puur door het huidige Amsterdamse circulaire beleid worden gecreëerd, is het belangrijk om te vermelden dat er ook circulaire banen in het basisscenario bij kunnen komen.

42

Deze studie richt zich op de tijdshorizon 2025, 2030 en 2050. De kwantitatieve doelstellingen in de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025 hebben soms betrekking op het jaar 2025, soms op 2030. Er is namelijk een interpolatie gemaakt richting 2030, indien voor 2025 geen expliciete kwantificatie is genoemd. Alle resultaten van 2050 zijn op basis van de doorwerking van de impulsen vanaf 2030. De volgende tabellen geven per waardeketen inzicht in de impulsen die in deze studie als input in het MRIOmodel zijn gebruikt. De afkorting RNL verwijst naar de rest van Nederland.

Vo e d s e l e n o r g a n i s c h e r e s t s t r o m e n Impact op MIRO -model

Circulair Scenario 2025

Circulair Scenario 2030

Circulair Scenario 2050

Daling gebruik landbouw van chemische sector (kunstmest)

-28%

-46%

-70%

Stijging gebruik mest landbouw naar landbouw

8%

13%

20%

Toename gebruik voedingsindustrie van landbouw MRA in plaats van landbouw RNL

8%

20%

35%

Toename gebruik horeca van landbouw MRA in plaats van landbouw RNL

8%

20%

35%

Toename gebruik detailhandel van landbouw MRA in plaats van landbouw RNL

8%

20%

35%

Toename finaal gebruik van voedselindustrie MRA

0.5%

1%

2%

Afname absolute inkoop voedselindustrie en landbouw RNL door horeca MRA

-4%

-8%

-15%

Afname absolute inkoop voedselindustrie en landbouw RNL door detailhandel MRA

-3%

-6%

-10%

Afname absolute inkoop voedselindustrie en landbouw RNL door voedselindustrie MRA

-3%

-6%

-10%

Afname absolute inkoop chemische industrie RNL door voedselindustrie MRA

-1.5%

-2.5%

-4%

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

43

Consumptiegoederen Impact op MIRO -model

Circulair Scenario 2025

Circulair Scenario 2030

Circulair Scenario 2050

Afname finaal gebruik Elektrotechnische en elektronische industrie en textiel

-2.5%

-5%

-8%

Toename finaal gebruik Verhuur en overige zakelijke diensten

1%

Toename finaal gebruik Overige dienstverlening door huishoudens (eenvoudigere reparatie)

1%

2%

3%

Toename finaal gebruik Overige dienstverlening door huishoudens (textielrecycling)

2%

4%

6%

2%

3%

7. 4 A M S T E R DA M S B E L E I D DAT I S M E E G E N O M E N I N DIT ONDERZOEK Om tot een betrouwbare kwantificatie van werkgelegenheidseffecten te komen is het van belang dat actierichtingen uit de Strategie Amsterdam Circulair 20202025 en het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025 kunnen worden vertaald naar economische effecten. Dit was mogelijk bij de onderstaande selectie van actierichtingen. Hierbij wordt aangenomen dat het huidige beleid inderdaad voldoende zal blijken om de gestelde circulaire doelstellingen te halen. Voedsel en organische reststromen

•

C2.2 Minder consumeren en meer delen door verhoogd bewustzijn.

•

Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025: punten uit 2. Gedrag.

0%

1%

2%

•

V1.3 Duurzame ketenpartijen gaan meer samenwerken om de consumptie van regionaal voedsel te vergroten.

Directe toename totale output van detailhandel, alleen MRA

1%

2

3

•

V2.2 De gemeente zet in op voedselverspilling.

•

Toename gebruik overige industrie van afvalbeheer

0%

V2.3 Initiatieven tegen voedselverspilling en voor efficiëntere productie van voedsel worden ondersteund.

2% •

Gebouwde omgeving Impact op MIRO -model

Circulair Scenario 2025

Circulair Scenario 2030

Circulair Scenario 2050

Afname gebruik overige industrie door bouw

0%

-10%

-15%

Stijging diensten afvalbeheer door bouw

10%

30%

50%

Stijging diensten ICT door bouw

10%

30%

50%

Stijging diensten onroerend goed door bouw

10%

30%

50%

Stijging gebruik bouw van afvalbeheer

44

V1.2 De gemeente koopt regionaal geproduceerd voedsel in.

•

Directe toename totale output van transportdiensten, alleen MRA

1%

10%

30%

Onderstaande actierichtingen konden niet worden gemodelleerd in het MRIO-model, bijvoorbeeld omdat de impact op economische sectoren te indirect of niet kwantificeerbaar is. Dit neemt niet weg dat deze actierichtingen alsnog kunnen bijdragen aan de werkgelegenheid in de MRA. C2.1 Samen aan de slag voor betere producten in Amsterdam.

V1.1 Voedselproductie krijgt een plek in de stad.

0%

2%

Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025: punten uit 1. Voorzieningen en 3. Grondstoffen.

•

•

Directe toename totale output van zakelijke dienstverlening, alleen MRA

1%

•

V3.3 Amsterdammers worden bewust van scheiden voor schonere stromen.

Onderstaande actierichtingen konden niet worden gemodelleerd in het MRIO-model, bijvoorbeeld omdat de impact op economische sectoren te indirect of niet kwantificeerbaar is. Dit neemt niet weg dat deze actierichtingen alsnog kunnen bijdragen aan de wergelegenheid in de MRA. •

V2.1 Amsterdammers veranderen hun eetpatroon.

•

V.3.1/3.2/3.4 Samen aan de slag voor de beste aanpak per wijk, de gemeente geeft het goede voorbeeld, Amsterdam maakt ruimte en creëert kansen voor reststromen.

Gebouwde omgeving •

G1.1 Ondergrens: zo veel mogelijk hergebruikte en biobased materialen toepassen.

•

G1.2 Inzicht: stel een waarde-inventarisatie op.

•

G1.5 Nieuwe vormen van (financiële) waarde beoordeling.

•

G2.1 Verleng de levensduur: gebruik wat er is.

•

G2.4 Gemeentelijke eigendommen: benoem hun waarde.

Onderstaande actierichtingen konden niet worden gemodelleerd in het MRIO-model, bijvoorbeeld omdat de impact op economische sectoren te indirect of niet kwantificeerbaar is. Dit neemt niet weg dat deze actierichtingen alsnog kunnen bijdragen aan de werkgelegenheid in de MRA. •

G1.3 Circulaire ambities op stedelijk en gebiedsniveau: stel ze op en spreek af hoe ze geborgd worden.

Consumptiegoederen •

C1.1 De gemeente koopt minder nieuwe producten en richt zich op gebruik in plaats van op eigendom.

•

G1.4 Kennis: gebruik gezamenlijke kennis als uitgangspunt.

•

C1.2 De gemeente stimuleert de ontwikkeling van nieuwe goederen en diensten.

•

G2.2 Scherp gemeentelijke interne processen aan: stimuleer circulariteit.

•

C2.3 Deelgebruik en reparatie worden makkelijk, bereikbaar en betaalbaar.

•

G2.3 Organiseer marktverkenningen: stimuleer innovaties.

•

C3 Amsterdam maakt het meeste van afgedankte producten.

•

G3 We gaan circulair om met de bestaande stad.

50%

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

45

7. 5 VA L I DAT I E VA N D E U I T KO M S T E N

Deze studie heeft haar modelmatige uitgangspunten getoetst aan de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam (EVMA). Omdat niet alle aspecten van het huidige Amsterdamse beleid zich makkelijk laten vertalen naar economische activiteiten, heeft dit geleid tot een selectie van beleidsmaatregelen die zijn geanalyseerd met behulp van het MRIO-model. Het gebruik van Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen (LISA) statistiek voor werkgelegenheid is eveneens geïnspireerd op de werkwijze van de EVMA. In LISA staan alle werklocaties en bedrijven in vermeld, geclassificeerd naar meer dan 1400 sectoren.

7. 6 S U G G E S T I E S VO O R V E R VO L G O N D E R Z O E K

Dit komt hoofdzakelijk doordat binnen de MRA meer voedsel wordt geproduceerd en geconsumeerd. Daar komt bij dat er in totaal minder geconsumeerd zal worden, omdat voedselverspilling wordt tegengegaan. Dit gaat ten koste van de import van voedsel uit de rest van Nederland, waardoor een daling ontstaat, als alleen naar het circulaire scenario wordt gekeken. Het is gebruikelijk dat in modelleringen met een strikt regionale focus, in dit geval de MRA, het model een achteruitgang laat zien in andere regio’s. Toch is er een stijging van het aantal banen in alle drie de tijdshorizons in Nederland als geheel, waardoor deze negatieve getallen hoogstens een minder harde stijging weergeven.

Hoewel het totaal aantal banen in het basisscenario meestijgt met de rest van Nederland is er een daling te zien in de werkgelegenheid buiten de MRA onder invloed van de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025.

Studie

Scope

Uitkom s t in %

Kansen voor een circulaire economie in Nederland door TNO (2013)

Effecten van circulaire transitie tussen 2013 en 2025 voor de Nederlandse economie

0,8%

Amsterdam circularity scan door TCE, TNO en FABRICations (2015) 28

Directe maatregelen in bouw, biomassa en voedselindustrie

0,4% (t.o.v. beroepsbevolking gemeente Amsterdam 2017, 1.900 banen)

Den Haag circulair door TCE en TNO (2017)

Agenda duurzame stad, Afvalplan en Agenda Next Economy

1,3%

Meta studie CE effecten werkgelegenheid Horbach et al (2015) 39

Effecten van circulaire transitie voor verschillende EU lede tot 2030

1,6% (Frankrijk), 0,2% (Finland), 2,6% (Spanje)

Arbeidsmarkteffecten Circulaire Economie door IISD, Cambridge Econometrics, Trinomics en ICF (2018) 39

Aangenomen impulsen op vijf sleutelsectoren op SBI2-niveau: voedselindustrie, elektronica, bouw, auto’s en afvalverwerking

0,5% in 2030

Duurzaamheid en economisch herstel door SEO en CE Delft (2020)

Economische impact op Amsterdam van duurzaamheidsinvesteringen (Transitievisie Warmte, windenergie, zon, duurzame mobiliteit en netinfra)

2,2% in 2030 (t.o.v. beroepsbevolking gemeente Amsterdam 2017, 12.600 banen)

Dit onderzoek naar de gevolgen op de werkgelegenheid van gemeentelijk circulair beleid is nog niet eerder uitgevoerd. Mede daardoor blijven er vragen onbeantwoord, die een uitgangspunt kunnen zijn voor vervolgonderzoek: •

In deze studie is uitgegaan van bestaande investeringen. Het uiteenzetten van de investeringsbehoefte in Amsterdam gekoppeld aan de transitie naar een circulaire economie zal een vollediger beeld van de werkgelegenheidseffecten van de plaatselijke circulaire economie mogelijk maken.

•

In dit onderzoek is gekeken naar mogelijke werkgelegenheidseffecten van de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025. Er is geen rekening gehouden met circulaire ambities van de MRA, andere regio’s, de nationale overheid of de EU. Een vervolgonderzoek waarbij deze kunnen worden vertaald in het MRIO-model zou de eerste inschattingen van de kwantitatieve werkgelegenheidseffecten beschreven in dit rapport kunnen completeren.

•

Het meten en voorspellen van de effecten van de circulaire transitie, bijvoorbeeld op de werkgelegenheid, is nog relatief nieuw. In samenwerking met de gemeente Amsterdam zou moeten worden onderzocht op welke manier relevante data verzameld kan worden waarmee de effecten van de transitie op een betere manier gemonitord en voorspeld kunnen worden.

•

Het basisscenario schetst de autonome ontwikkeling van de werkgelegenheid in de MRA. Een deel van deze werkgelegenheid bestaat echter ook uit circulaire banen. Om een inschatting te maken van het totale aandeel circulaire banen in de toekomst, zou de ontwikkeling van de circulaire werkgelegenheid ook in het basisscenario moeten worden meegenomen.

Tabel 2: Validatie onderzoek door vergelijking met andere studies

46

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

47

REFERENTIELIJS T 1.

Circle Economy (2020) Circularity Gap Report Netherlands.

18.

Online te raadplegen via: Circularity-gap website 2.

Gemeente Amsterdam (2020) Strategie Amsterdam Circular 2020-2025. Online te raadplegen via: Website Gemeente Amsterdam

3.

UWV (2020) WW door corona terug op niveau van twee jaar geleden. Online te raadplegen via: Website UWV

4.

Tieben, B. & Smits, T. (2020). Duurzaamheid en energietransitie in Noord-Holland en Flevoland: Gevolgen voor de arbeidsmarkt. SEO Economisch Onderzoek.

5.

Erasmus Universiteit Rotterdam, Circle Economy (2018) Circulaire banen en vaardigheden in de Metropoolregio Amsterdam.

6.

7.

8.

19.

Website HVA (2021) Online te raadplegen via: Website HvA

20. Coats, E. & Benton, D. (2016) Job quality in a circular economy. Green Alliance. 21. UNDESA. (2020) Does the sharing economy share or concentrate? Frontier Technology Quarterly, United Nations Department of Economic and Social Affairs. 22. Schröder, P. (2020) Promoting a Just Transition to an Inclusive Circular Economy. Energy, Environment and Resources

Union. Resources, Conservation and Recycling. Vol.162

Growth Policies on Labour Market and Wage Income

Online te raadplegen via: Website Gemeente Amsterdam

Distribution: A general equilibrium application to climate and

Green Alliance (2016) Jobs quality in a circular economy. Online te raadplegen via: Website Green-alliance

10. Tieben, B. & Smits, T. (2020). Duurzaamheid en energietransitie in Noord-Holland en Flevoland: Gevolgen voor de arbeidsmarkt. SEO Economisch Onderzoek. 11. PBL (2019) Circulaire Economie in Kaart. Online te raadplegen via: Website PBL 12. Interviews (2020) Inzichten vanuit interviews met experts. 13. Circle Economy. (2020). Resilience & the Circular Economy: Opportunities and Risks. Online te raadplegen via: Website Circle Economy 14. Circle Economy. (2020). The Future of Work: Baseline employment analysis and skills pathways for the circular economy in Scotland. Zero Waste Scotland & Circle Economy. Online via: Website Circle Economy 15. Brown, D. (2020). Will COVID-19 change our attitudes to work? Online te raadplegen via: Website Social Hays 16. Méda, D. (2016) The Future of Work: The meaning and value of work in Europe. ILO Research Paper No. 18. International

raadplegen via: Website CBS 37. TNO (2020) Groeisectoren in Nederland in internationaal perspectief. 38. Horbach, Rennings & Sommerfeld (2015) Circular Economy and Employment. Online te raadplegen via: Conference files 39. Trinomics (2018) Impacts of Circular Economy policies on the labour market. Online te raadplegen via: Website Trinomics

24. Chateau, J.; Bibas, R. & Lanzi. E. (2018) Impacts of Green

Circulair 2020 - 2025 Innovatie- en Uitvoeringsprogramma.

Economy

36. CBS (2021) Standaard Bedrijfsindeling 2008. Online te

intensive is a circular economy? A policy-oriented structural analysis of repair, reuse and recycling activities in the European

Circle Economy (2018) Circular Jobs & Skills in the Amsterdam

Netherlands. Online te raadplegen via: Website Metabolic

23. Llorente-González, L.J. & Vence, X. (2020) How labour-

Circular Economy Policies on the labour market Gemeente Amsterdam & Circle Economy (2020) Amsterdam

35. Metabolic (2020) Financing Circular Economy Innovation in the

Programme, Chatham House.

Cambridge Econometrics, Trinomics, ICF (2018) Impacts of

Metropolitan Area. Online te raadplegen via: Website Circle

9.

Website HVA (2021) Online te raadplegen via: Website Emerce

energy policies. OECD. 25. Weghmann, V. (2020). Safe Jobs in the Circular Economy: Health and Safety in Waste and Wastewater Management. EPSU. Online: Website EPSU 26. NOS (2020) Online te raadplegen via: Website NOS 27. Bouwend Nederland (2021) Online te raadplegen via: Website Bouwennederland 28. Circle Economy, TNO, Fabric (2015) Amsterdam Circulair: Visie en Routekaart. 29. Cambridge Econometrics, Trinomics, ICF (2018) Impacts of Circular Economy Policies on the labour market 30. ILO. (2018) World Employment Social Outlook 2018: Greening with jobs. International Labour Organization. 31. ILO. (2017) A Just Transition to a Sustainable Future: Next steps for Europe. International Labour Organization. 32. EMF & Google. (2019) Accelerating the circular economy transition through commercial deconstruction and reuse. Online: Website EMF 33. ARUP, CE100 & BAM (2018) Circular business models for the built environment 34. HvA (2021) Online te raadplegen via: Website HvA

Labour Organization. 17. Website Clusius College (2021): Website Clusius

48

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

49

COLOFON Circle Economy wil graag iedereen die heeft geholpen met dit onderzoek naar circulaire werkgelegenheidseffecten bedanken voor hun bijdrage. AUTEURS Circle Economy Jacco Verstraeten-Jochemsen Noah Baars Joke Dufourmont Hilde van Duijn Max Russell TNO Elmer Rietveld Ton Bastein Julian Rabbie House Of Skills Rachelle Handgraaf Annelies Spork Gemeente Amsterdam Eveline Jonkhoff, Salomé Galjaard, Jos Reinhoudt, Claire Teurlings (MRA), Natalija Counet, Jort van Aken, Rutger Korterink, Helena Bakker, Latifa Zian, Bobbie RossiniHobbelman, Mara van der Kleij, Rutger Oorsprong, Jeroen van der Waal, Wies de Jong, Bas van den Heuvel, Stef le Fèvre, Johan Kerpershoek. De geïnterviewden en workshopdeelnemers waaronder: Hogeschool van Amsterdam, ROC van Amsterdam/ Flevoland, Copper8, GrowX, BAM, Royal Haskoning, Snappcar, DeClique en gemeente Amsterdam. REDACTIE Brokkenmákers Hylke Faber GRAFISCH ONTWERP Circle Economy Inge ter Laak Nicolas Raspail Lauren Zemering Dit werk is gelicentieerd onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationale Publieke Licentie

Mei 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10691640/1