CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam.pdf

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 4 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam (ZD2021-013140)14.683 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WERKGELEGENHEIDSEFFECTEN VAN HET CIRCUL AIRE BELEID VAN AMSTERDAM

MANAGEMENTSAMENVAT TING De gemeente Amsterdam wil toe naar een circulaire economie. Dat betekent dat er oude, niet-circulaire banen zullen verdwijnen en nieuwe, circulaire banen ontstaan. In dit onderzoek zijn de werkgelegenheidseffecten van de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025 doorgerekend voor de waardeketens Voedsel en organische reststromen, Consumptiegoederen, en Gebouwde omgeving. Deze waardeketens zijn in eerdere analyses benoemd als essentieel in de circulaire transitie van Amsterdam.

Door de Covid-19 pandemie is het aantal werklozen in Nederland met een kwart toegenomen. Door deze gezondheidscrisis is het besef gegroeid dat de nieuwe economie op een duurzamere en meer crisisbestendige manier moet functioneren. Dat maakt de doelstelling van de gemeente Amsterdam om in 2030 voor 50% en uiterlijk in 2050 volledig circulair en klimaatneutraal te zijn alleen maar relevanter. Een deel van de banen dat hiermee gecreëerd wordt kan een perspectief bieden voor diegenen die nu hun baan hebben verloren, of wellicht nog gaan verliezen.

De Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025 leveren tot 2025 waarschijnlijk 3.000 extra voltijdbanen op. Hierbij wordt aangenomen dat de gestelde ambities inderdaad voldoende zullen blijken om de circulaire doelstellingen te halen. In 2030 en 2050 worden op basis van de circulaire doelen respectievelijk 8.500 en 19.500 extra banen verwacht. Voor 2030 betekent dit een groei van ongeveer 1.3% ten opzichte van het totaal aantal banen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) in 2017.

Naast groei van de werkgelegenheid heeft de transitie naar een circulaire economie ook sociale effecten, zoals de herdefiniëring en betekenis van werk. De betekenis van werk kan breder worden uitgedrukt dan in productiviteit, denk aan het behoud van vakmanschap, inclusiviteit en een hoger gevoel van werktevredenheid. Voor de circulaire economie kan dat bijvoorbeeld betekenen dat de banen die verdwijnen in de afvalstoffenverbranding worden vervangen door meer hoogwaardige manieren van afvalverwerking. Daarbij zullen kwaliteitscontrole en een kritische houding om de inkomende reststromen te beoordelen belangrijker worden binnen deze functies in de afvalverwerking.

De geschatte groei van de werkgelegenheid is waarschijnlijk grotendeels structureel, omdat de groei het gevolg is van de overgang naar een ander economisch model, en niet van eenmalige investeringen. Dat gaat echter alleen op als de plannen uit de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025 daadwerkelijk worden uitgevoerd. De banen die ontstaan door de transitie naar een circulaire economie zijn zowel praktisch als theoretisch. De grootste impact op de werkgelegenheid is te zien in de sectoren Verhuur via uitleenbureaus, Overige zakelijke diensten zoals servicemonteurs en medewerkers klantenservice, de sector Detailhandel, waaronder reparatie van kleding en consumentenelektronica en Vervoer en opslag waar de opslag van restmaterialen en logistieke functies onder vallen. Deze ‘sectoren’ zijn vaststaande categorieën binnen het gebruikte model. Sommige functies vereisen nieuwe skills, waarvoor werknemers in de MRA terecht kunnen bij verschillende partijen voor opleiding en nascholing.

2

Het doorrekenen van werkgelegenheidseffecten, zoals in dit rapport is gedaan, kan bedrijven en overheden motiveren om zich te richten op de circulaire economie. Door te anticiperen op de veranderingen op de arbeidsmarkt kan de gemeente Amsterdam de kansen van circulariteit benutten. Dit geldt des te meer omdat de beroepsbevolking van Amsterdam al deels beschikt over de benodigde vaardigheden voor circulaire banen. Ten slotte is het belangrijk om te vermelden dat de in dit rapport beschreven effecten ook hoger kunnen uitvallen. Er is namelijk gekozen voor een algemeen geaccepteerde berekeningsmethodiek, die is ontwikkeld voor toepassing in de lineaire economie. De uiteindelijk effecten zouden volgens een grove schatting maar liefst drie, vijf of acht keer groter kunnen zijn dan de modeluitkomsten.

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

3

INHOUDSOPGAVE 2

Management samenvatting

36

6 . CONCLUSIE

6

1 . INLEIDING

36

6 .1 Groot ste impact op de werkgelegenheid

6

1 .1 Noodzaak voor een

37

circulaire economie

6 . 2 Impact door aanwezigheid onderbenutte productiefactoren

6

1 . 2 Impact op de arbeidsmark t

7

1 . 3 Ef fecten van de gestelde

37

6 . 3 Direct ondersteunde activiteiten met publiek geld

ambities in het huidige

37

6 . 4 Activiteiten binnen bedrijven

gemeentelijk beleid

37

6 . 5 Potentiële vergrotingsfactoren

37

6 .6 Tot slot

38

7. BIJL AGEN

8

2 . METHODE

8

2 .1 Trendanalyse

9

2 . 2 Verschuivingen in functies

38

7.1 Opbouw van MRIO modellen

en vaardigheden

40

7. 2 Aannames m.b.t.

10

2 . 3 Economisch model

12

3 . VOEDSEL EN ORGANISCHE RESTROMEN

14

ex terne ef fecten en beleid 42

7. 3 Opbouw van het basisscenario

45

7. 4 Amsterdams beleid dat is meegenomen in dit onderzoek

3 .1 Ver wachte resultaten van de gestelde ambities

16

3 . 2 Voorbeeld functieprof ielen

18

3 . 3 Kwantitatieve ef fecten

20

4 . CONSUMPTIEGOEDEREN

22

4 .1 Ver wachte resultaten

46

7. 5 Validatie van de uitkomsten

47

7.6 Suggesties voor ver volgonderzoek

48

Referentielijst

van de gestelde ambities 24

4 . 2 Voorbeeld functieprof ielen

26

4 . 3 Kwantitatieve ef fecten

28

5 . GEBOUWDE OMGE VING

30

5 .1 Ver wachte resultaten van de gestelde ambities 5 . 2 Voorbeeld functieprof ielen

34

5 . 3 Kwantitatieve ef fecten

Foto door Wallace Chuck

32

4

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

5

1. INLEIDING 1.1 Noodzaak voor een circulaire economie De Nederlandse economie is slechts voor 24,5% circulair.1 Dat betekent dat enkel een kwart van de benodigde materialen om in onze behoeften te voorzien wordt teruggewonnen uit afval. Dat is niet houdbaar, mede omdat de productie van nieuwe materialen en goederen wereldwijd verantwoordelijk is voor meer dan de helft van de CO2-uitstoot en de grondstoffen wereldwijd steeds schaarser worden. Sinds 2015 zet de gemeente Amsterdam daarom in op het versnellen van de transitie naar de circulaire economie. De stappen hiernaartoe worden beschreven in de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025. 2 In de eerste maanden van 2020 is het aantal werklozen in Nederland met een kwart toegenomen als gevolg van de Covid-19 pandemie. 3 In de Metropoolregio Amsterdam werkt meer dan een derde van de mensen in sectoren met een plotseling sterke krimp in werkgelegenheid, zoals horeca/hospitality, cultuur, evenementen en luchtvaart. Minder dan een vijfde werkt in sectoren die zijn gegroeid, zoals gezondheidszorg, openbaar bestuur en logistiek. 3 De Covid-19 pandemie heeft dus verstrekkende gevolgen voor de werkgelegenheid in de horeca, luchtvaart en culturele sector. Dit geldt voor korte en, naar verwachting, lange termijn.4 Robuuste en toekomstbestendige banengroei is dan ook hard nodig.

In een circulaire economie worden producten en grondstoffen niet na eenmaal gebruikt afgedankt maar langer hoogwaardig gebruikt dankzij hergebruik, reparatie en onderhoud. Dat levert meer en nieuwe banen op. Een deel van deze nieuwe banen kan een perspectief bieden aan diegenen die in de huidige crisistijd hun baan zijn verloren of nog gaan verliezen. Een belangrijk instrument waarmee de gemeente Amsterdam richting geeft aan de transitie naar de circulaire economie is het Donutmodel van Kate Raworth. De buitenkant van de Donut verbeeldt de ecologische grenzen van de planeet, de binnenkant staat voor het sociaal fundament dat nodig is voor een eerlijke samenleving. Op verzoek van de gemeente werd de Stadsdonut voor Amsterdam ontwikkeld. In dit onderzoek wordt de Stadsdonut gebruikt om de werkgelegenheidseffecten van de transitie naar een circulaire economie te beschrijven.

6

In dit rapport worden de effecten op werkgelegenheid van de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 beschreven. Hieronder vallen de netto-effecten van deze strategie op het aantal arbeidsplaatsen in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), de verwachte bijdrage aan het sociale fundament van de stad, en de verwachte behoefte voor omscholing. Er wordt gekeken naar de drie zogenaamde waardeketens uit de circulaire strategie: Voedsel en Organische reststromen, Consumptiegoederen, en de Gebouwde omgeving. Voor deze ketens worden de ontwikkelingen tot en met 2025, 2030 en 2050 geschetst. 1.2 Impact op de arbeidsmarkt In een circulaire stad worden grondstoffen en materialen zoveel mogelijk hergebruikt. Dit vergt nieuwe economische activiteiten, die in sommige gevallen ten koste gaan van andere (lineaire) economische activiteiten. De Economische Verkenningen voor de Metropoolregio Amsterdam (EVMRA) uit november 2020 tonen aan dat de werkgelegenheid in de regio sinds 2012 sterk gedreven wordt door ICT, zakelijke dienstverlening en consumentendiensten. Van deze werkgelegenheid is slechts een beperkt deel circulair. In 2018 waren 140.000 banen in de regio onderdeel van de circulaire economie: 11% van de totale werkgelegenheid.

5 Uit onderzoek blijkt het netto-effect voor de werkgelegenheid van een circulaire economie juist positief: 700.000 extra banen in Europa en 200.000 extra banen in Nederland6 tot 2030. De Amerikaanse Environmental Protection Agency en het Institute for Local Self Reliance schatten dat laagwaardige activiteiten zoals verbranding en storten 1 tot 6 banen opleveren per 10.000 ton afgestoten materialen. Recycling levert naar schatting 36 banen op voor dezelfde hoeveelheid materiaal. Hergebruik en renovatie leveren maar liefst 300 banen op voor elke 10.000 ton “afval”. Op basis van eerdere analyses7 is gebleken dat de waardeketens Voedsel en organische reststromen, Consumptiegoederen en Gebouwde omgeving de meeste kansen bieden voor de circulaire economie. Ruim 40% van het Amsterdams stedelijk afval is gerelateerd aan de bouw.7 Daarnaast is er een groei van het percentage afval uit consumptiegoederen, zoals elektronica en kleding en bestaat het Amsterdamse

restafval voor 30 tot 40% uit keuken- en tuinafval. De gemeente heeft daarom besloten om in haar beleid deze drie waardeketens te verduurzamen. De banen die ontstaan en veranderen door de transitie naar een circulaire economie verschillen in complexiteit, bijvoorbeeld van praktisch geschoolde stadslandbouwtelers tot theoretisch geschoolde dataanalisten voor het optimaliseren van de landbouw en logistiek. 8 Werknemers in krimpsectoren kunnen zich laten om- of bijscholen voor toekomstbestendige functies die aansluiten bij hun skills en behoeftes. Een meer op skills gerichte onderwijs- en arbeidsmarkt ondersteunt de transitie naar de circulaire economie. Behalve de positieve impact van de circulaire transitie voor de economie zijn er ook sociale effecten te verwachten, zoals de herdefiniëring van de waarde en betekenis van werk. Werk bestaat niet alleen uit productiviteit, maar ook uit het behoud van vakmanschap, inclusiviteit, en een gevoel van welzijn en voldoening. Zo wordt in een Engelse studie beredeneerd dat een baan in een reparatiecentrum meer zal bijdragen aan een hogere waardering van werk dan werken bij een verbrandingsoven.9 De transitie naar een circulaire economie kan ook deze zachtere aspecten van werk bevorderen.10

beschouwing, om in beeld te krijgen wat de gemeente zelf met haar beleid lokaal en regionaal kan bereiken. Het onderzoek omvat drie verschillende resultaten van de circulaire transitie op de arbeidsmarkt: 1.

Allereerst worden de kwalitatieve effecten beschreven met behulp van het sociale fundament van de Stadsdonut. Hiermee hopen we te evalueren of de circulaire economie inderdaad de gewenste toekomstbestendige banen met een hogere mate van werktevredenheid op zal leveren.

2.

Daarnaast wordt gekeken naar de benodigde kennis en skills voor de nieuwe werkgelegenheid en de mate waarin nieuwe of veranderde functies aansluiten bij de skills van mensen uit krimpsectoren.

3.

Tenslotte wordt de nettogroei van de gestelde ambities in het aantal arbeidsplaatsen berekend op basis van het huidige Amsterdamse beleid. Hierbij wordt aangenomen dat het huidige beleid inderdaad voldoende zal blijken om de gestelde circulaire ambities te halen. De gecreëerde arbeidsplaatsen worden gekoppeld aan mogelijke loopbaanpaden voor zij-instromers.

1.3 Effecten van de gestelde ambities in het huidige gemeentelijk beleid In dit onderzoek wordt verkend wat de werkgelegenheidseffecten in Amsterdam en de MRA zijn van de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025. Er is alleen gekeken naar de effecten van dit huidige beleid. De nieuwe banen komen voort uit structurele hervormingen van gemeentelijke uitgaven en regels en niet uit afgebakende en/of eenmalige uitgaven. De structurele effecten van het circulaire beleid zijn dus het gevolg van het anders inzetten van de gemeentelijke begroting. Bovendien ligt het voor de hand dat bij investeringen door de markt en andere overheden extra circulaire banen worden gecreëerd, bovenop het aantal banen dat uit dit onderzoek naar voren komt. Ook andere keuzes in gebiedsontwikkeling kunnen invloed hebben op het aantal circulaire banen. Europees en nationaal beleid blijven in deze studie buiten

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

7

2 . ME THODE In dit onderzoek hebben we gebruik gemaakt van drie soorten analyses, aansluitend op de doelstellingen van het onderzoek: • • •

een trendanalyse op basis van het sociale fundament van de Stadsdonut; een omschrijving van belangrijke functies in een circulaire waardeketen; een kwantitatieve analyse op basis van een economisch model.

2.1 Trendanalyse Op basis van een literatuurstudie, de informatie uit de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en aanverwante beleidsdocumenten zijn verschillende trends in kaart gebracht, zoals veranderende consumptiepatronen, de introductie van nieuwe technologie en het ontstaan van nieuwe bedrijven of samenwerkingen.

Op basis van de resultaten van de kwantitatieve analyse (zie 2.3 voor meer uitleg) is bepaald welke trends significant worden beïnvloed door het Amsterdamse beleid. Voor elke waardeketen zijn drie ontwikkelingen op de arbeidsmarkt geselecteerd die waarschijnlijk een direct gevolg zijn van het gevoerde beleid. Vervolgens zijn deze ontwikkelingen gevalideerd door middel van interviews met experts.* Voor elke trend worden de kansen en bedreigingen beschreven in relatie tot het sociale fundament van de Stadsdonut, zie de afbeelding voor de verschillende perspectieven die hierin zijn meegenomen.

Benodigde skills voor een circulaire economie Om de circulaire ambities waar te maken binnen de MRA is er een grote diversiteit aan banen en een grote variëteit aan skills nodig. In eerder onderzoek zijn zes type skills voor een circulaire economie onderscheiden:8 •

Basisskills: dit zijn taal-, reken- en digitale skills om te leren of kennis te verwerven.

•

Oplossingsskills: dit zijn ontwikkelde

2.2 Verschuivingen in functies en vaardigheden

capaciteiten die ingezet worden om

Per waardeketen worden de verschuivingen van werkzaamheden en bijbehorende skills geïllustreerd met enkele functieprofielen. Dit zijn functieprofielen die kansen bieden voor alle inwoners van de MRA. Er zijn functies opgenomen waarvoor men theoretisch geschoold of praktisch geschoold dient te zijn, zodat er een divers beeld van de mogelijke veranderingen in de werkgelegenheid wordt geschetst.

nieuwe, ongedefinieerde problemen in complexe omstandigheden op te lossen. •

Het managen van grondstoffen: denk aan het managen van grondstoffen om bronnen efficiënt toe te wijzen.

•

Sociale skills: dit zijn ontwikkelde capaciteiten die ingezet worden om met mensen samen te werken om

Door het in kaart brengen van vaardigheden worden de verschillen en overeenkomsten tussen functies inzichtelijk. Dit biedt aanknopingspunten voor individuele scholingstrajecten en voor de identificatie van omscholingskansen in de MRA. Per waardeketen is een voorbeeld van zo’n loopbaanpad met scholingskansen opgenomen.

doelen te bereiken. •

Systeemskills: dit zijn ontwikkelde capaciteiten die ingezet worden om sociotechnische systemen te begrijpen, te monitoren en te verbeteren

•

Technische skills: dit zijn ontwikkelde capaciteiten die ingezet worden om machines en technische systemen te ontwerpen, in te stellen, te bedienen en fouten te corrigeren.

Figuur 1: De Amsterdamse Stadsdonut * Voor dit onderzoek zijn interviews afgenomen met experts van de Hogeschool van Amsterdam, ROC van Amsterdam/Flevoland, Copper8, GrowX, BAM, Royal Haskoning, Snappcar, DeClique en gemeente Amsterdam.

8

Deze skills komen niet alleen terug in banen in een circulaire economie, maar in veel functies die de inwoners van de MRA nu al vervullen. Het managen van bronnen, zoals voorraadinkoop gekoppeld aan vraag en aanbod, is bijvoorbeeld een skill die bedrijfsleiders of inkopers in de krimpende horecasector nu al bezitten en die (met wat bijscholing rondom circulaire processen) ook waardevol kan zijn in een circulaire economie.

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

9

2 . 3 ECONOMISCH MODEL

Voor de doorrekening van de kwantitatieve werkgelegenheidseffecten van de circulaire economie in Amsterdam en de MRA is gebruik gemaakt van een Multi Regionaal Input Output (MRIO) model van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL). In het MRIO-model wordt de relatie gelegd tussen consumptie in een land en de daarvoor benodigde productie en veroorzaakte milieudruk wereldwijd en het vormt de basis voor de jaarlijkse Economische Verkenningen voor de Metropoolregio Amsterdam. Het MRIO-model is nog niet eerder toegespitst op de circulaire economie: de uiteindelijke werkgelegenheidseffecten zouden daarom groter kunnen zijn dan nu is berekend. Met behulp van het MRIO-model is een basisscenario doorgerekend, met het Welvaart- en Leefomgeving scenario (WLO) van het Centraal Planbureau (CPB) en het PBL als uitgangspunt. Het WLO beschrijft brede maatschappelijke trends op het gebied van regionale ontwikkelingen en verstedelijking, mobiliteit, klimaat en energie, en landbouw. Deze trends hebben raakvlakken met de circulaire economie. Een studie van het PBL11 geeft een indicatie van de circulaire

Er zijn minstens twee redenen waarom de uitkomsten van de modeloefening in werkelijkheid groter kunnen uitvallen. Ten eerste zijn bij het modelleren nog niet alle productiefactoren bekeken die op dit moment onderbenut zijn en efficiënter en/of effectiever kunnen worden ingezet. Hier zit nog “rek” in. Denk bijvoorbeeld aan een hoogwaardige inzet van mobiliteitsopties, machines en ICT die momenteel nog niet altijd optimaal worden gebruikt. Ten tweede zijn er indirecte effecten te verwachten vanuit de structurele hervormingen die binnen het mandaat van de gemeente liggen. De jaarlijkse gemeentelijke uitgaven van beleidsprogramma’s met duidelijk circulaire raakvlakken (Zoals Werk, Participatie en Inkomen, Duurzaamheid en Ruimtelijke ordening) bedragen meer dan 2,6 miljard euro. Die uitgaven leiden – net als Europees en Rijksbeleid en uitgaven – zeer waarschijnlijk tot indirecte effecten die banen creëren die passen in een circulaire transitie. Dit leidt tot het vermoeden dat er met een bepaalde vergrotingsfactor naar de conventionelere benadering gekeken kan worden.

percentages per sector. Vanuit die schattingen kan de verwachte werkgelegenheid in de circulaire economie worden berekend. In samenspraak met vertegenwoordigers van gemeente Amsterdam, de Amsterdam Economic Board en MVO Nederland is een selectie gemaakt van de doelstellingen uit de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025 die geschikt zijn voor een doorrekening met het MRIOmodel. Deze selectie wordt toegelicht in de bijlagen 7.1. tot en met 7.5. Elk van de geselecteerde doelstellingen is doorgerekend op werkgelegenheidseffecten tot en met 2025, 2030 en 2050.

10

Foto door Roman Kraft

Het basisscenario in deze studie geeft een indicatie van de ontwikkeling van de werkgelegenheid tot en met 2025, 2030 en 2050 in de MRA en Nederland zonder implementatie van de Strategie Amsterdam Circulair 20202025. In bijlages 7.3 en 7.4 staat meer informatie over de berekening van het basisscenario. Het verschil tussen het basisscenario en het resultaat van de geselecteerde beleidsdoelstellingen toont het verwachte netto-effect van de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 op de werkgelegenheid. Zoals gezegd reflecteren deze cijfers niet de impact van overig nationaal of Europees beleid op het gebied van de circulaire economie.

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

11

3 . VOEDSEL EN ORGANISCHE RES TS TROMEN In dit hoofdstuk staat de werkgelegenheid binnen de waardeketen Voedsel en organische reststromen centraal. In figuur 2 worden de belangrijkste werkgelegenheidseffecten in de waardeketen schematisch weergeven. Dit is gebaseerd op de trendanalyse (2.1), verschuivingen in functies en vaardigheden (2.2) en de MRIO-modellering (2.3). Er wordt een groei verwacht in: • Distributie en Groothandel, • Herdistributie, • Inzameling en; • Hergebruik van organische reststromen. Daar tegenover staat dat binnen de verbranding van organische stromen (bijvoorbeeld GFT) een afname wordt verwacht. De gemeente Amsterdam richt zich binnen de waardeketen Voedsel en organische reststromen op de volgende ambities:

1

Korte voedselketens zorgen voor een robuust en duurzaam voedselsysteem.

2

Gezond en duurzaam voedsel voor Amsterdammers.

3

Organische reststromen worden hoogwaardig verwerkt.

Het is bedoeling dat er een systeemverandering in gang gezet wordt waarbij Amsterdam (samen met de MRA) streeft naar een robuust regionaal voedselsysteem, in overeenstemming met de Amsterdamse voedselstrategie.

Figuur waardeketen V O2:EImpact D Svan Etrends L &in deO RGANISCHE Voedsel en Organische reststromen RES T S TROMEN

WA A R D EK E T EN TRENDS Meer gebruik van lokale voedselproducten Groei van de logistieke sector om lokale vraag en aanbod te verbinden Van af valbeheer naar hoogwaardige verwerking van organische reststromen

L ANDBOUW Naar andere industrieën & regio’s

V O E D S E L - & D R A N KPRODUCTIE

HERGEBRUIK ORGANISCHE RESTROMEN

HERDISTRIBUTIE

VERBRANDING

INZAMELING

DISTRIBUTIE & GROOTHANDEL

D E TA I L H A N D E L & VOEDSELDIENSTEN

banen toename

12

banen afname

banen verschuiving

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

13

3 . 1 V E R WAC H T E R E S U LTAT E N VA N D E GESTELDE AMBITIES

1

Meer gebruik van lokale voedselproduc ten

2

Groei van de logis tieke sec tor om vraag en aanbod van voedsel en biomas s a te verbinden

3

Va n a f v a l b e h e e r n a a r hoogwaardige ver werking van organische res t s tromen

14

Beschrijving

Kansen

Risico’s

In de regio Amsterdam wordt al veel voedsel verbouwd. Dit kan echter diverser en met een grotere focus op afname door de stad/regio. Korte voedselketens zorgen voor een robuust duurzaam voedselsysteem. Meer gebruik van korte voedselproducten kan bewerkstelligd worden via stadslandbouw en verticale landbouw. De gemeente Amsterdam stimuleert stadslandbouw en biedt Amsterdammers meer mogelijkheden voor een gezonder eetpatroon. Als gevolg zijn er al meerdere initiatieven ontstaan voor de verbouwing van (plantaardig) voedsel in de stad en regio, met een verandering van productiemethoden, productielocaties en producten tot gevolg. Deze korte ketens leiden veelal tot een meer directe verbinding tussen de landbouw en de eindconsument, waarbij tussenschakels worden overgeslagen.

Stadslandbouw kan helpen bij onderwijs over gezond eten en een interculturele en intergenerationele uitwisseling stimuleren. Mensen die werken in stadslandbouw, kunnen werk ervaren als breder dan alleen geld verdienen.

De transitie naar meer lokale voedselproducten brengt ook risico’s met zich mee. Er zal ingezet worden op een combinatie van verticale landbouw en stadslandbouw. Deze twee vormen hebben zeer verschillende werkgelegenheidskenmerken. Voor verticale landbouw zijn veelal theoretisch geschoolde werknemers geschikt, terwijl veel functies binnen de stadslandbouw arbeidsintensiever zijn en door praktisch geschoolde werknemers vervuld kunnen worden. Beide vormen zijn derhalve wenselijk om in alle lagen van de beroepsbevolking banen te creëren.

Logistieke systemen zijn van essentieel belang om de lokale productie en distributie van voedsel en biomassa mogelijk te maken. Deze logistieke systemen moeten op een innovatieve en duurzame manier worden ingericht, zoals het gebruik van (kleine) elektrische vervoersmiddelen voor de laatste kilometers. Dit geldt ook voor de waardeketens Consumptiegoederen en Gebouwde Omgeving.

Door de groei van de logistieke sector om lokale vraag en aanbod te verbinden ontstaan nieuwe functies. Zo ontstaan er meer vervoersbewegingen die (1) kunnen worden uitgevoerd door praktisch geschoolde werknemers en/of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en (2) die vervoersbewegingen moeten zo efficiënt mogelijk worden ingepland om onnodige kilometers te vermijden (technici en/of planningssoftware).

De groei in de logistieke sector brengt ook extra risico’s met zich mee. In veel logistieke banen in de platformeconomie worden werknemers door de werkgever automatisch gedefinieerd als zzp’ers, zodat ze geen aanspraak kunnen maken op sociale zekerheid. In de transitie naar een circulaire economie zal de sociale zekerheid van deze medewerkers actief moeten worden geborgd.16

In een circulaire economie worden grondstoffen aan het einde van hun (eerste) levenscyclus ingezameld om ze zoveel mogelijk opnieuw te benutten. Er vindt dus een verschuiving plaats van werkzaamheden gelieerd aan de verbranding van organische reststromen naar hoogwaardige toepassingen zoals vergisting of als basis voor nieuw producten zoals zeep, inkt, of vegan leer. Om de keten circulair te maken, moet het aandeel ingezamelde organische reststromen omhoog en moeten kringlopen worden gesloten, zodat de nutriënten uit voedsel uiteindelijk weer in de landbouwgrond terechtkomen of in andere producten.

De trend van afvalbeheer naar hoogwaardige reststoffenverwerking levert werkgelegenheid op voor praktisch en theoretisch geschoolden, die hiervoor zullen moeten worden bij- of omgeschoold. Tijdens de Covid-19 pandemie is het belang van vitale beroepen, zoals in het afvalbeheer, duidelijk geworden, met een (op zijn minst tijdelijke) herwaardering van de sector als gevolg.12 15 Voor veel inwoners in de regio worden arbeidskrachten in het afvalbeheer het ‘gezicht van de circulaire economie’, indien zij een zichtbare rol spelen in de inzameling van organische reststromen van huishoudens en stadslandbouwinitiatieven. Dit biedt een kans om inwoners anders naar deze sector te laten kijken en banen hierin een frisser en aantrekkelijker imago te geven.

Hoewel er afgelopen jaren sterk is ingezet op het vergroten van de diversiteit zijn de benodigde technisch geschoolde arbeidskrachten nog altijd voornamelijk mannelijk. Opdat kansen in de circulaire economie in de waardeketen Voedsel en organische reststromen ook aantrekkelijk genoeg zijn voor vrouwen, is het van belang om de waarde van werken in het afvalbeheer ook specifiek bij deze doelgroep onder de aandacht te brengen.

Kortere voedselketens verminderen de afhankelijkheid van mondiale toeleveringsketens en stimuleren de weerbaarheid van de lokale economie. De diversificatie van productiemethodes en business modellen, waarbij het inkomen uit landbouw bijvoorbeeld wordt aangevuld met inkomsten uit toerisme, bevorderen tevens de weerbaarheid van de sector en haar deelnemers.12 13 14

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

15

3 . 2 VO O R B E E L D FUNC TIEPROFIELEN

De hiervoor omschreven gevolgen van het Amsterdamse beleid hebben invloed op de benodigde functies en skills van de beroepsbevolking in de MRA: •

Om de productie in de landbouwketen te verbeteren zijn data-analisten, softwareontwikkelaars, ingenieurs, onderzoekers en adviseurs nodig. Dit geldt sowieso voor verticale en geautomatiseerde landbouw. Sommigen speculeren dat ons voedsel in 2050 voor 50% uit fabrieken zal komen, onder andere vanwege de opmars van kweekvlees. 8 In dat geval krijgen hooggeschoolde functies een extra grote rol in de voedselketen. Het oplossen van complexe problemen, systeemdenken, digitale skills en het managen van grondstoffen zijn essentieel om de logistiek in de stad en de landbouw processen te optimaliseren. 8

•

•

16

Om samenwerking en kennisdeling tussen horecaondernemers, groothandels, kennisinstellingen en logistiek te bevorderen, zijn de sociale skills en het systeemdenken van ondernemers, business developers en projectleiders nodig. Het ROC van Amsterdam/ Flevoland speelt hier in het onderwijs op in door studenten bij te scholen over circulariteit en hen die kennis toe te laten passen binnen stage- en leerbedrijven. Er zijn al zo 273 bedrijven en 1322 studenten bij dit practoraat circulaire economie betrokken. Voor de banen in afvalverwerking zal bijscholing nodig zijn, omdat de werkzaamheden veranderen. Ook zullen er nieuwe functies ontstaan door de hoogwaardige verwerking van reststromen. Het Utrechtse bedrijf De Clique bijvoorbeeld zamelt afval in bij horeca en gebruikt dit als basis voor nieuwe producten. Kwaliteitscontrole en een kritische houding om de inkomende reststromen te beoordelen zullen belangrijker worden binnen de functies in afvalverwerking. Hieronder zijn enkele relevante functieprofielen in het domein Voedsel en Organische reststromen uitgewerkt.

BEL ANGRIJKE FUNC TIEPROFIELEN BINNEN E E N C I R C U L A I R E WA A R D E K E T E N VO ED S EL EN O R G A N I S C H E R E S T R O M EN Te l e r s s t a d s l a n d b o u w (prak tisch geschoold)

Te l e r s v e r t i c a l e l a n d b o u w (prak tisch geschoold)

Telers verbouwen voedsel op (stads)landbouwgrond, zodat Amsterdammers lokaal gezond voedsel kunnen kopen. De teler verzorgt het gewas, de bodem en de aanplant. Hij of zij wiedt onkruid, oogst en verwerkt de gewassen, sorteert ze en pakt ze in. Dit gebeurt in samenwerking met andere telers in de stadstuinen.

Het werk van telers in de verticale landbouw verandert snel door automatisering. De nadruk verschuift van het verzorgen van gewassen naar het monitoren van de data over gewassen en het aansturen van machines. Het verzorgen van gewassen zal steeds meer worden overgenomen door robots. De teler moet vooral de processen goed in de gaten houden en op tijd bijsturen.

Aansluitende opleiding: MBO4 Vakexpert teelt en groene technologie (Clusius College17 )

Aansluitende opleiding: MBO Vakexpert teelt en groene technologie (Clusius College17 )

Aansluitend op:

1

Korte voedselketens zorgen voor een robuust en duurzaam voedselsysteem.

Aansluitend op:

1

Korte voedselketens zorgen voor een robuust en duurzaam voedselsysteem.

Data-analis ten (theoretisch geschoold)

Ingenieurs machinebouw (theoretisch geschoold)

Data-analisten in de landbouw- en logistieke sector zorgen dat voedsel onder optimale omstandigheden kan groeien en dat het lokale transport ervan efficiënt is. Ze ontwikkelen datamodellen en dashboards, trekken conclusies en rapporteren aan belangrijke stakeholders. Ook denken zij mee over het optimaliseren van (werk)processen.

In een sterk geautomatiseerde voedselketen zijn ingenieurs verantwoordelijk voor voldoende en efficiënte machines om voedsel te produceren en reststromen te verwerken. Ze onderzoeken bestaande en nieuwe technieken om toe te passen in de ontwikkeling van machines.

Aansluitende opleiding/cursus: De HvA start een opleiding logistiek waarin data een grote rol gaat spelen.18 De HvA heeft ook een cursus van vijf maanden over Big Data waarin data-analisten bedrijven leren adviseren in verschillende sectoren. Aansluitend op:

Aansluitende opleiding/cursus: HvA opleiding Engineering.19 Zij-instroomtraject: Be an Engineer o.a. opgezet door HvA Aansluitend op:

1

Korte voedselketens zorgen voor een robuust en duurzaam voedselsysteem.

1

Korte voedselketens zorgen voor een robuust en duurzaam voedselsysteem.

2

Gezond en duurzaam voedsel voor Amsterdammers.

3

Organische reststromen worden hoogwaardig verwerkt.

3

Organische reststromen worden hoogwaardig verwerkt.

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

17

3 . 3 K WA N T I TAT I E V E EFFECTEN

Als we aannemen dat de gemeente Amsterdam

Als voedselverspilling wordt tegengegaan zou dat

succesvol is in het behalen van de doelen in de

kunnen leiden tot een lagere voedselproductie,

Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 zien we

wat gevolgen heeft voor de werkgelegenheid in de

duidelijke effecten op de arbeidsmarkt.

productieketen. Echter de ‘bespaarde verspilling’ zou in potentie gebruikt kunnen worden voor hogere export.

Een toename van lokale voedselproductie zal tot 2050

Doordat er een groei in de voedselindustrie door de

ongeveer 700 banen in de landbouw en 200 banen in

hoogwaardige verwerking van reststromen verwacht

de voedselindustrie opleveren. In figuur 3 staan eveneens

wordt, wordt er van een netto positief resultaat

de verwachte toename in banen tot 2025 en 2030. Lokaal

uitgegaan. Bovendien zal naar verwachting ook meer

vervoer en opslag zullen aanzienlijk toenemen om lokale

worden ingezet op terugwinning van nutriënten uit

voedselketens mogelijk te maken, zodat er waarschijnlijk

het afval, die opnieuw kunnen worden ingezet in de

2.600 banen bijkomen tot 2050 (dit is echter wel

voedselketen of als materialen. Omdat daar in het huidige

berekend voor de drie waardeketens samen). Wanneer

beleid nog geen duidelijke ambitie voor is geformuleerd,

er minder geïmporteerd hoeft te worden naar de MRA

zijn de mogelijke werkgelegenheidseffecten niet

zal dat waarschijnlijk CO2 besparen, afhankelijk van

meegenomen in deze analyse.

Loopbaanpad: van administratief medewerker naar een monitorende functie in de voedselketen Door digitalisering verdwijnen veel administratieve functies binnen bedrijven. Veel van deze medewerkers zullen op den duur een nieuwe baan moeten vinden. Het gaat hier voornamelijk om praktisch geschoold werk. Door administratief medewerkers om te scholen voor een functie binnen de circulaire voedselketen kunnen ze op de lange termijn een baan verwerven in een circulaire MRA. Met een ‘quickscan’ voor de benodigde skills in een circulaire economie (basisskills, oplossingsgerichtheid bij

complexe problemen, managen van grondstoffen, sociale skills, systeemskills en technische skills) en de paskamer kan een administratief medewerker bepalen of een monitorende functie in de circulaire voedselketen aansluit bij zijn/haar behoeftes en welke omscholing hiervoor nodig is. Verschillende opleidingsinstituten bieden opleidingen aan met skills voor een circulaire economie. De MBO-opleiding Vakexpert teelt en groene technologie17 van het Clusius College of het Wellant College biedt bijvoorbeeld mogelijkheden voor omscholing richting teler in verticale landbouw.

de logistieke infrastructuur binnen de MRA (fossiel vs. elektrische last mile delivery).

Deze werkgelegenheidseffecten worden alleen behaald wanneer de ambities in bijlage 7.3 worden

De werkgelegenheid in het afvalbeheer zal naar

behaald. Hieronder vallen onder meer een daling van

verwachting niet aanzienlijk toenemen ten opzichte van

gebruik van kunstmest, een toename van productie

het basisscenario, waarin al een stijging van 45% wordt

van lokale voedsel en een afname van inkoop van

geschat. Het volume volledig afgedankte grondstoffen

producten van buiten de MRA.

gaat op termijn waarschijnlijk dalen, omdat het aandeel hoogwaardiger afvalverwerking stijgt.

V E R WAC H T E BANEN TOENAME

Ve r w a c h t e b a n e n t o e n a m e

binnen de voedsel waardeketen binnen de voedsel waardeketen

0

LANDBOUW

0

150

350

700

2020

2025

2030

2050

50

150

200

Figuur 3: Uitkomsten MRIO-modellering binnen de waardeketen Voedsel en Organische restromen

18

Banen veranderen en verdwijnen. Dat vraagt om een beroepsbevolking die wendbaar is en mee kan bewegen. Daarom is de gemeente Amsterdam in 2017 gestart met de publiek-private samenwerking House of Skills. Met 12 partners wordt gewerkt aan een meer op skills georiënteerde onderwijs- en arbeidsmarkt zodat een leven lang ontwikkelen mogelijk wordt. Er wordt minder gekeken naar diploma’s en meer naar welke skills iemand al bezit. Door skills (de combinatie van vaardigheden, competenties, eigenschappen en kennis) van werkenden en werkzoekenden zichtbaar te maken en te waarderen, kan beter worden geduid welke waarde mensen hebben opgebouwd voor de arbeidsmarkt. Ook is dan zichtbaar wat eventueel nodig is om een betere match te kunnen maken met de vraag op de arbeidsmarkt. Om dit mogelijk te maken zijn skillsinstrumenten en een ketenaanpak ontwikkeld, zodat een overstap van de

ene naar de andere sector makkelijker wordt. Één van die instrumenten is de Paskamer. De Paskamer is een matchingstool ontwikkeld in samenwerking met TNO. Werkenden en werkzoekenden kunnen hiermee een eigen skills-profiel samenstellen en krijgen op basis daarvan suggesties voor beroepen die op hun skills aansluiten. Mariette Hamer (voorzitter SER) zei recentelijk: ‘Inzetten op duurzame inzetbaarheid is voor zowel werknemers als werkgevers een must. Hierbij biedt het fijnmazig kijken naar wat mensen al in huis hebben en welke mogelijkheden zij daarmee hebben, als dan niet met gerichte scholing, veel kansen. Een doorbraak die door de coronacrisis urgenter is dan ooit en daarnaast een stevig fundament biedt voor de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt van morgen’. Met de transitie naar een circulaire economie worden nu en in de toekomst nieuwe en andere banen gecreëerd. De skills gerichte benadering biedt meer mensen perspectief op betekenisvol werk.

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

Foto door Karolina Grabowska

VO E D S E LINDUSTRIE

Ondersteuning bij omscholing

19

4 . CONSUMPTIEGOEDEREN In dit hoofdstuk staan de werkgelegenheidseffecten van de waardeketen Consumptiegoederen centraal. In het plaatje hiernaast worden de belangrijkste werkgelegenheidseffecten in de waardeketen schematisch weergeven. In deze keten wordt een banengroei verwacht in: • • • • •

Detailhandel, Herverkoop, Verhuur en product-as-a-service, Verzamelen en sorteren en; Mechanische en chemische recycling.

Net als in de waardeketen Voedsel en organische reststromen wordt er een afname verwacht in het verbranden van Consumptiegoederen. Binnen de waardeketen Consumptiegoederen heeft de gemeente de volgende ambities:

1

De gemeente geeft het goede voorbeeld en gaat minder consumeren.

2

Samen zuiniger omgaan met wat we hebben.

3

Amsterdam maakt het meeste van afgedankte producten.

De ambitie is dat in 2030 de milieudruk van de in Amsterdam verkochte en gebruikte textiel, elektronica en meubels verlaagd is. In deze waardeketen richt de gemeente zich op circulaire principes voor opdrachtgeverschap en een goede infrastructuur voor het delen, repareren, hergebruiken en verwerken van afgedankte producten.

CONSUMPTIEGOEDEREN

Figuur 4: Impact van trends in de waardeketen Consumptiegoederen

WA A R D EK E T EN TRENDS Verschuiving naar circulaire business modellen en dienstverlening Groei van de werkgelegenheid in reparatie en revisie Van af valbeheer naar hoogwaardige verwerking van grondstoffen

E X TR AC TIE VERBRANDING

Naar andere industrieën & regio’s

VERZAMELEN & SORTEREN

PRODUCTIE

MECHANISCHE & CHEMI SCHE R EC YCLIN G

HERVERKOOP DISTRIBUTIE

GEBRUIK R E P A R AT I E & ONDERHOUD

D E TA I L H A N D E L

VERHUUR & P R O D U C TA S-A-SERVICE banen toename

20

banen afname

banen verschuiving

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

21

4 . 1 V E R WAC H T E R E S U LTAT E N VA N D E GESTELDE AMBITIES

Beschrijving

Kansen

Risico’s

In de circulaire economie wordt zuiniger omgegaan met consumptiegoederen. Er wordt minder verbruikt en meer gedeeld, dankzij de opkomst van onder andere circulaire business modellen zoals product-as-a-service. In de retail verschuift de focus van verkoop naar dienstverlening. Vraag en aanbod van consumptiegoederen zullen beter op elkaar afgestemd moeten worden om verspilling tegen te gaan en bijvoorbeeld elektronica thuis op de plank af te stoffen en een nieuw leven te geven.

Door de verschuiving naar circulaire business modellen en dienstverlening ontstaan meer banen voor servicemedewerkers en reparateurs. Er ontstaat eveneens werkgelegenheid in ondersteunende diensten, zoals bij stomerijen en wasserijen die gekoppeld zijn aan de opkomst van verhuurders van kleding. Deze profielen vereisen vaak dezelfde skills als in functies die hard door de Covid-19 pandemie zijn geraakt (o.a. horeca en toerisme).

De opkomst van deelplatforms, die een rol kunnen spelen bij circulaire business modellen, kan leiden tot verminderde sociale zekerheid bij werknemers.16 21 Daarnaast kan het aanbieden van goederen als diensten lucratief zijn voor degenen die al veel bezitten. 22 Het streven naar efficiënt gebruik van grondstoffen en de maximalisatie van hergebruik en economische waarde kan zo ‘commodificatie’ van diensten of goederen in de hand werken. 22 Sociale ongelijkheid kan daardoor toenemen.16

2

Om consumptiegoederen zo lang mogelijk te gebruiken, worden reparatie en revisie bereikbaar en betaalbaar. Dat vereist het uitbreiden van de capaciteit. De werkgelegenheid zal verschuiven van de productie van spullen ver weg naar hun reparatie en revisie dichtbij.

Het ontwikkelen van scholingstrajecten voor reparatie en revisie zou intergenerationeel kunnen gebeuren, waarbij de jongeren die hard zijn geraakt door de Covid-19 pandemie worden begeleid in de ontwikkeling van de benodigde skills. Banen in de reparatie en revisie van Consumptiegoederen dragen bij aan een gevoel van voldoening, zodat arbeidskrachten langer bij één werkgever blijven. 20 De groei van reparatie en revisie kan eveneens een herwaardering opleveren van vakmanschap.

Een aanzienlijk deel van de beroepsbevolking dat actief is in de reparatie en revisie van Consumptiegoederen werkt straks vanuit kleine ondernemingen of als zelfstandige. Tevens wordt een belangrijke bijdrage geleverd door informele arbeidskrachten, vanuit ad hoc initiatieven zoals Repair Cafés. Bij reparatiewerkzaamheden die worden uitbesteed aan kleine bedrijven of zelfstandige reparateurs dienen de sociale zekerheden van arbeidskrachten gewaarborgd te worden. 23

3

Grondstoffen worden gescheiden ingezameld en gesorteerd voor hoogwaardig hergebruik. Aangezien deze processen waarschijnlijk steeds meer worden geautomatiseerd, verschuiven de werkzaamheden in deze functies naar reiniging en ontmanteling.

Een deel van de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zou baat kunnen hebben bij de nieuwe functieprofielen, met name in de reiniging.

De beroepsbevolking in het afvalbeheer werkt voornamelijk vanuit flexibele arbeidscontracten tegen relatief lage lonen. Het is belangrijk om de politieke en vakbondsvertegenwoordiging van deze diverse beroepsgroep te borgen. 24 Automatisering kan eveneens grote gevolgen hebben voor deze praktisch geschoolde beroepsgroep. 25

1

Ve r s c h u i v i n g n a a r c i r c u l a i r e b u s i n e s s modellen en diens t verlening

Groei van de werkgele genheid in reparatie en revisie

Va n a f v a l b e h e e r n a a r hoogwaardige ver werking van gronds tof fen

22

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

23

4 . 2 VO O R B E E L D FUNC TIEPROFIELEN

BEL ANGRIJKE FUNC TIEPROFIELEN BINNEN EEN C I R C U L A I R E WA A R D E K E T E N CO N SU M P T IEG O ED ER EN

In een volledig circulaire keten voor consumptiegoederen wordt in alle werkprocessen circulariteit als basisprincipe genomen. Hiervoor zijn nieuwe en aangepaste functies en skills vereist:

Kleermakers , reparateurs , s tof feerders , f iet senmakers , elek triciens , et cetera. (prak tisch geschoold)

Voor het verlengen van het gebruik van consumptiegoederen •

•

•

worden bewustwordingscampagnes door de overheid ingezet voor bedrijven en huishoudens. Functies als gedragswetenschapper en marketing- en communicatie-experts spelen hierbij een rol. dienen inkopers bij bedrijven en overheidsinstellingen zoveel mogelijk circulair en lokaal in te kopen. Hiervoor zijn sociale skills en systeemdenken belangrijk. moeten productontwerpers producten geschikt maken voor langdurig gebruik. Door ook modulair te ontwerpen wordt de levensduur van producten verlengd, omdat onderdelen

Wanneer spullen volledig zijn afgedankt, worden ze ingezameld, gesorteerd en hoogwaardig verwerkt. Logistiek medewerkers en managers, sorteerders en procesoperators zullen ook in deze sector een belangrijke beroepsgroep vormen.

In de transitie naar een circulaire economie zal het aantal reparateurs in Amsterdam groeien om spullen langer in de roulatie te houden. Dit werk kan vaak lastig gedaan worden door machines, aangezien fijne motoriek essentieel is. Reparateurs analyseren het mankement, gaan in gesprek over mogelijke oplossingen met de eigenaar en voeren een gepaste reparatie uit. Voorbeeld van aansluitende modulaire of verkorte opleiding: Mode & Jeanschool (ROC van Amsterdam/Flevoland)

Logis tiekmedewerkers in een deelhub (prak tisch geschoold) Logistiek medewerkers vervoeren goederen van en naar een magazijn, deelhub of klant. Vanwege de aanzienlijke rol van deelplatforms is ook het controleren van binnenkomende goederen belangrijk. De logistiek medewerkers sorteren de producten en pakken ze, indien nodig, in voor een nieuwe verzending. Hoewel dit fysiek zwaar werk kan zijn, is de verwachting dat er in de nabije toekomst meer wordt geautomatiseerd. Voorbeeld van aansluitende modulaire of verkorte opleiding: Logistiek medewerker (ROC van Amsterdam/Flevoland) Aansluitend op:

Aansluitend op:

1

De gemeente geeft het goede voorbeeld en gaat minder consumeren.

2

Samen zuiniger omgaan met wat we hebben.

1

De gemeente geeft het goede voorbeeld en gaat minder consumeren.

hergebruikt, vervangen en gerepareerd kunnen worden. •

dienen er mogelijkheden te zijn om producten met elkaar te delen. Bij deelplatforms en deellocaties in buurten of stadsdelen laten planners vraag en aanbod van goederen bij elkaar komen. Magazijn- en servicemedewerkers regelen dat de juiste producten bij de consument terechtkomen en reparateurs houden producten lang in gebruik.

Bij het repareren van Consumptiegoederen zullen Amsterdamse vaklieden, zoals kleermakers, reparateurs, stoffeerders, elektriciens en fietsenmakers, een belangrijke rol gaan spelen. De studenten op de Mode en Jeanschool, onderdeel van ROC van Amsterdam/ Flevoland, krijgen vanaf het begin van hun opleiding het circulaire gedachtegoed mee. Hoewel reparateurs nu slechts een deel van de consumptiegoederen in handen krijgen, zullen zij in een circulaire economie een essentiële plek in de keten bezetten. Het zou zo kunnen zijn dat deze functies, en vakmanschap in het algemeen, in de toekomst steeds hoger gewaardeerd zullen worden.

24

Circulair produc tont werper (theoretisch geschoold)

Ondernemer of business developer (theoretisch geschoold)

Ontwerpers in een circulaire economie ontwerpen spullen met onderdelen en materialen die makkelijk te hergebruiken zijn en/of hoogwaardig kunnen worden verwerkt. Materiaalkeuze is hierbij erg belangrijk, net als de nadruk op een lange levensduur in het productontwerp.

Business developers (in kleinere bedrijven vaak de ondernemer zelf) zijn verantwoordelijk voor het opzetten, uitbreiden of verrijken van de werkprocessen, diensten en/of producten in hun bedrijf. Business developers in de circulaire economie werken samen met hun partners toe naar een zo klein mogelijk gebruik van grondstoffen en het hergebruik van reststromen. Vanuit de inzichten uit hun netwerk verbeteren ze hun dienstverlening en businessmodel.

Voorbeeld van aansluitende modulaire of verkorte opleiding: Product Design (Hogeschool van Amsterdam) Aansluitend op:

2

Samen zuiniger omgaan met wat we hebben.

Voorbeeld van aansluitende modulaire of verkorte opleiding: Technische bedrijfskunde (Hogeschool van Amsterdam) Aansluitend op:

2

Samen zuiniger omgaan met wat we hebben.

3

Amsterdam maakt het meeste van afgedankte producten.

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

25

4 . 3 K WA N T I TAT I E V E EFFECTEN

In de circulaire economie worden deelgebruik en

Ook in deze waardeketen stijgt de werkgelegenheid in de

reparatie van consumptiegoederen makkelijk,

logistieke sector, vooral door de groei van retourlogistiek

bereikbaar en betaalbaar. Als gevolg van het behalen

voor de terugwinning en het hergebruik van producten

van de doelstellingen zoals omschreven in het

en materialen.

Uitvoeringsprogramma afval & grondstoffen 2020-2025 en de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025, zal

Deze werkgelegenheidseffecten worden alleen gehaald

werkgelegenheid verschuiven naar de dienstensector,

als de ambities in bijlage 7.3 worden behaald. Zo zal de

toegespitst op het leasen en delen van producten. In deze

gemeente minder nieuwe producten moeten kopen en

sector zullen in 2050 ongeveer 11.800 nieuwe banen zijn

zich moeten richten op gebruik in plaats van op eigendom.

ontstaan. Reparatie en revisie van producten levert 3.650

Daarnaast zal deelgebruik en reparatie makkelijk

nieuwe banen op in 2050.

bereikbaarder en betaalbaarder moeten worden.

Loopbaanpad: van taxichauf feur naar logis tiek medewerker Door de Covid-19 pandemie ligt het toerisme in Amsterdam grotendeels plat. 26 Amsterdammers die werken als taxichauffeur hebben hun omzet in 2020 fors zien dalen. Een baan in de circulaire economie kan hen baanperspectief

V E R WAC H T E BANEN TOENAME

bieden voor de lange termijn. Taxichauffeurs bezitten bijvoorbeeld de skills servicegerichtheid, flexibiliteit en

Ve r w a c h t e b a n e n t o e n a m e

verantwoordelijkheid. Ook hebben zij ruime ervaring in het

binnen de consumptiegoederen binnen de consumptiegoederen waardeketen waardeketen

R E PA R AT I E & REVISIE ( D E TA I LHANDEL)

besturen van een voertuig. Deze skills komen grotendeels overeen met die van logistiek medewerkers. Door omscholing tot logistiek medewerker op ontbrekende

0

700

1.600

skills kunnen taxichauffeurs op lange termijn een baan 3.650

behouden in een circulair Amsterdam. Met een quickscan voor logistieke skills en de paskamer kan worden bepaald of

2020 2025

de logistiek aansluit bij behoeftes en skills van werkzoekende en welke skills aangeleerd dienen te worden. Verschillende

2030 2050

opleidingsinstituten binnen de MRA bieden opleidingen aan tot logistiek medewerker. Een voorbeeld is de MBO-opleiding Logistiek medewerker van het ROC van Amsterdam. Er zou echter ook een intersectoraal traject kunnen worden opgezet. Een voorbeeld van zo’n skillsgericht intersectoraal traject is het traject “Van Bank naar Bouw”. 27

DIENSTENSECTOR

0

1.750

5.300

11.800

Foto door Pavel Chernonogov

2020 2025 2030

Figuur 5: Uitkomsten MRIO-modellering binnen de waardeketen Consumptiegoederen

26

2050

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

27

5 . GEBOUWDE OMGE VING In dit hoofdstuk worden de belangrijkste werkgelegenheidseffecten in de waardeketen Gebouwde omgeving geschetst. In de figuur hiernaast is te zien hoe een groei in banen wordt verwacht bij: • Verzamelen en sorteren, • Mechanische en chemische recycling, en; • Distributie en logistiek.

Figuur 6: Impact trends in de waardeketen Gebouwde Omgeving G EB O Uvan W DE OMGEVING

WA A R D EK E T EN

TRENDS Verschuiving naar modulariteit en productie buiten de bouwplaats Verdere digitaliseren van werkzaamheden Hergebruik van materialen en deconstructie met oog op circulariteit

Daartegenover staat een afname van arbeidsplaatsen bij de afvalverbranding en op stortplaatsen. Binnen de waardeketen Gebouwde omgeving heeft de gemeente de volgende ambities:

1

Circulair ontwikkelen doen we samen.

2

De gemeente geeft het goede voorbeeld en gebruikt circulaire criteria.

3

We gaan circulair om met de bestaande stad.

De belangrijkste werkgelegenheidseffecten in de waardeketen worden in figuur 6 schematisch weergeven. In dit onderzoek zijn werkzaamheden voor woningbouw, utiliteitsbouw en grond, weg, waterbouw (GWW) in de openbare ruimte meegenomen. Op basis van deze effecten zijn de drie belangrijkste trends geïdentificeerd die in de volgende paragrafen verder worden uitgewerkt.

E X TR AC TIE S T O R T P L A AT S & VERBRANDING

Naar andere industrieën & regio’s

VERZAMELEN & SORTEREN

ONTWERP & ARCHITECTUUR

MECHANISCHE & CHEMI SCHE R EC YCLIN G

PRODUCTIE & M O N TA G E VA S T G O E D EIGENA AR

HERVERKOOP

R E N O V AT I E

DISTRIBUTIE & LOGISTIEK CONSTRUC TIE

R E P A R AT I E & ONDERHOUD

banen toename

28

banen afname

banen verschuiving

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

29

5 . 1 V E R WAC H T E R E S U LTAT E N VA N D E GESTELDE AMBITIES

Beschrijving

Kansen

Risico’s

De transitie naar een circulaire economie zal de omschakeling naar alternatieve en innovatie bouwtechnieken en -materialen versnellen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om voorgefabriceerde en modulaire componenten, of het gebruik van 'biobased' (hernieuwbare) materialen zoals houtbouw. Deze ontwikkelingen zullen invloed hebben op de werkomstandigheden en kwalificaties in de bouw.

De transitie naar een circulaire economie in de gebouwde omgeving gaat gepaard met een groeiend aandeel van modulaire voorgefabriceerde constructies. Deze constructies zijn eenvoudig te installeren en demonteren. Doordat de bouwwerkzaamheden steeds vaker buiten de bouwplaats plaatsvinden, verbeteren de werkomstandigheden en veiligheid. De fysieke eisen van deze banen zullen afnemen, net als de blootstelling aan gevaarlijke situaties.14 Op termijn zouden arbeidskrachten hierdoor langer in deze sector kunnen blijven werken en wordt het aantrekkelijker voor anderen.12

Het bij- en omscholen van bestaande werknemers is cruciaal om de transitie mogelijk te maken. 29 Als deze processen niet eerlijk en inclusief worden vormgegeven, kan de transitie op weerstand van werknemers stuiten. 30 Daarbij wordt vaak gefocust op het omscholen van de jongere generatie maar moet er ook voor worden gezorgd dat de meer ervaren generatie ook wordt meegenomen.

2

Digitale technologieën zijn handig om de hoeveelheid materialen en hun eigenschappen in de gebouwde omgeving in kaart te brengen. Materiaalpaspoorten en Building Information Modelling (BIM) zullen steeds meer worden ingezet voor effectief en circulair renoveren en ontmantelen. Momenteel hebben veel partijen nog hun eigen BIM-systeem en wordt BIM nog beperkt gebruikt als samenwerkingsinstrument.

De transitie naar een circulaire economie kan bijdragen aan de erkenning van de meerwaarde van gebouw- en faciliteitenmanagers.12 Deze functies vereisen steeds vaker technische skills die vooralsnog niet binnen de bestaande beroepsgroep aanwezig zijn. Hierbij valt te denken aan het up-to-date houden van BIM en materiaalpaspoorten.12 Het is belangrijk dat bij- en omscholingskansen voor de gehele beroepsgroep beschikbaar zijn. 31

De digitalisering van de keten vraagt om nieuwe skills. Aangezien deze met name aanwezig zijn bij theoretisch opgeleiden bestaat het risico op een splitsing binnen de beroepsgroep tussen praktisch en theoretisch geschoolde krachten, met bijbehorende lagere en hogere lonen. Werknemers met een theoretische opleiding zijn bovendien ondervertegenwoordigd onder minderheden in de bouw in Nederland. Er zal moeite moeten worden gedaan om deze trend te keren.

3

Bouw- en sloopafval is een van de grootste afvalbronnen van Amsterdam. 28 Om de circulaire ambities van Amsterdam waar te maken is deconstructie (circulair slopen ofwel ontmantelen) een effectieve manier om bouwmateriaal opnieuw te benutten. Dit betekent een aanzienlijke verschuiving in de werkzaamheden van arbeidskrachten die betrokken zijn bij zowel constructie als deconstructie.

Hergebruik van materialen is cruciaal in een circulaire keten. De focus zal steeds meer verschuiven naar deconstructie, het grondig renoveren en veranderen van functies van bepaalde gebouwen. Het kunnen inschatten van materiaalvereisten staat daarbij centraal. Daarnaast zullen er nieuwe skills nodig zijn op de bouwplaats en in de fabriek. Zo moet tijdens het ontwerp al worden voorgedacht over de mogelijkheden tot deconstructie en hoe gebouwen die op het punt staan ontmanteld te worden te gebruiken als input. Deze verschuiving biedt mogelijkheden voor aannemers met verschillende ervaringsniveaus en kan bijdragen aan een verplaatsing van banen van de bouwplaats naar off-site faciliteiten zoals prefab fabrieken.

De opkomst van de vele materiaal innovaties (bv. cement gemaakt met hout, hemp of zeewier) kan het lastig maken om werknemers binnen de ontmanteling de juiste product kennis te geven. Hierdoor zouden grondstoffen door het niet op juiste manier behandelen alsnog verloren kunnen gaan.

1

Ve r s c h u i v i n g n a a r modulariteit en produc tie buiten de bouwplaat s

Ve r d e r e d i g i t a l i s e r i n g van werk zaamheden

Hergebruik van materialen en deconstructie met oog op circulariteit

30

Gelukkig kan de opkomst van fysieke locaties die gefocust zijn op herbruikbaar maken van bouwmaterialen kansen bieden voor kennisuitwisseling binnen de gemeenschap. 32

Werkgelegenheidseffecten van het circulaire beleid van Amsterdam, 2021

31

5 . 2 VO O R B E E L D FUNC TIEPROFIELEN

BEL ANGRIJKE FUNC TIEPROFIELEN BINNEN EEN C I R C U L A I R E WA A R D E K E T E N G EB O U WD E O M G E V IN G

In een volledig circulaire keten voor de gebouwde omgeving wordt in alle werkprocessen circulariteit als basisprincipe genomen. Hiervoor zijn nieuwe en aangepaste functies en skills vereist:

Fa c i l i t a i r- /o n d e r h o u d s m e d e w e r k e r s (prak tisch geschoold)

D e - /r e m o n t e u r G e b o u w e n (prak tisch geschoold)

Facilitair- en onderhoudsmedewerkers worden steeds belangrijker in een circulaire economie. Ze houden het energieverbruik in de gaten en dragen er zorg voor dat de materialen in een gebouw zo zuinig mogelijk worden gebruikt. Ze zorgen ervoor dat materialen op een duurzame wijze vervangen of gerepareerd worden.

Vaklieden die gebouwen de- en remonteren zijn een essentiële schakel in de circulaire bouw. Zonder hen zou het niet mogelijk zijn (bouw)materialen opnieuw te gebruiken. Zij breken (delen van) gebouwen zorgvuldig af, zodat de (bouw)materialen opnieuw gebruikt kunnen worden.

Voorbeeld van aansluitende modulaire of verkorte opleiding: Facilitaire dienstverlening (ROC van Amsterdam/Flevoland)

Voorbeeld van aansluitende modulaire of verkorte opleiding: Montagemedewerkers Timmerindustrie

•

•

Bij het voorspellen en monitoren van de levensduur van bouwmaterialen spelen digitale en data-analytische skills een rol. Deze skills zullen vooral waarde toevoegen bij materiaalpaspoorten, die populair worden in de bouw en openbare ruimte. Vooruitstrevende architectenbureaus ontwerpen bijvoorbeeld gebouwen die steeds opnieuw kunnen worden benut. Een school kan jaren later worden gebruikt als rechtbank, om daarna weer te fungeren als appartementencomplex. Om de levensduur van materialen te optimaliseren, zijn reparaties en hergebruik essentieel. Vaklieden moeten al in een vroeg stadium kritisch naar de gebruikte materialen kijken en zorgvuldig met die materialen omgaan. Tegelijkertijd worden onderdelen van gebouwen en ander (bouw)materiaal steeds vaker modulair geproduceerd buiten de bouwplaats. Doordat bouwmodules demontabel zijn, kunnen deze gemakkelijker worden hergebruikt. Bovendien worden de gebruikte materialen gescheiden en gesorteerd, waarbij eveneens kritisch wordt gekeken naar de bruikbaarheid voor andere toepassingen in de bouw of daarbuiten. Opleiders nemen deze werkwijze al mee in hun opleidingen voor MBO-studenten.

•

Ten slotte zullen kwaliteitschecks van publieke gebouwen, veelal uitgevoerd door facilitair medewerkers, een grotere rol gaan spelen. Facilitair medewerkers verhelpen mankementen en zorgen ervoor dat een gebouw lang in gebruik kan blijven.

Aansluitend op:

2

De gemeente geeft het goede voorbeeld en gebruikt circulaire criteria.

3

We gaan circulair om met de bestaande stad.

Aansluitend op:

2

De gemeente geeft het goede voorbeeld en gebruikt circulaire criteria.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10691640/1