CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG 2025-2029.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 27 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de uitvoeringsagenda NOVEX NZKG 2025-2029 (VN2025-003307)16.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG 2025-2029 “Samenwerken in de uitvoering”

UITVOERINGSAGENDA NOVEX-NZKG “Samenwerken in de uitvoering” Met deze Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG 2025-2029 geven de gezamenlijke partijen, verbonden in het Bestuursplatform NZKG, uitvoering aan de integrale koers die zij hebben vastgelegd in het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023). De Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG is het vervolg op dit Ontwikkelperspectief.

Ministerie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Deze Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG beschrijft niet alles wat in het Noordzeekanaalgebied ten uitvoering wordt gebracht, maar richt zich met name op de onderdelen waarvoor samenwerking en beleidsafstemming noodzakelijk zijn. Het Bestuursplatform NZKG is de bestuurlijke tafel waar het Rijk, regionale overheden en private partners in het Noordzeekanaalgebied de samenwerking bespreken en indien nodig verdere stappen zetten voor het realiseren van gemeenschappelijke opgaven. Op 9 december 2024 hebben onderstaande partijen met de Uitvoeringsagenda NOVEXNZKG 2025-2029 ingestemd en deze onderschreven als leidraad voor het handelen en voor verdere samenwerking: De publieke partijen: • Ministerie van Economische Zaken • Ministerie van Klimaat en Groene Groei • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat • Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening • Rijkswaterstaat • • • • • • •

Provincie Noord-Holland Gemeente Amsterdam Gemeente Beverwijk Gemeente Haarlemmermeer Gemeente Heemskerk Gemeente Velsen Gemeente Zaanstad

• • •

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap van Rijnland

De private partijen: • Port of Amsterdam • Tata Steel • Zeehaven IJmuiden N.V.

3

NOVEX-aanpak Noordzeekanaalgebied Bestuursopdracht De NOVEX-aanpak Noordzeekanaalgebied wordt uitgevoerd in opdracht van het Rijk om een gebiedsgerichte uitwerking te maken van de Nationale Omgevingsvisie (2020). Deze bestuursopdracht bevestigt het belang van het Noordzeekanaalgebied voor het realiseren van grote en geïntegreerde (transitie)opgaven in de fysieke leefomgeving, waarbij nationale belangen onmiskenbaar zijn1. Doel van de NOVEX-aanpak is om te komen tot een gezamenlijke aanpak van overheden en andere partijen voor de uitvoering van nationale opgaven. In het Noordzeekanaalgebied bestaat een grote intrinsieke behoefte en urgentie aan een gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak. Daarom is deze NOVEX-aanpak vanaf 2021 uitgewerkt onder verantwoordelijkheid van het Bestuursplatform NZKG en het toenmalige ministerie van Economische Zaken en Klimaat (inmiddels het ministerie van Economische Zaken). Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023) Rijk en regio hebben hiervoor op 19 december 2023 het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied vastgesteld. Dit beschrijft de nieuwe gezamenlijke koers voor een integrale aanpak in het Noordzeekanaalgebied.

Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG (2024) & Regionale Investeringsagenda NOVEX-NZKG (2025) Deze Uitvoeringsagenda 2025-2029 werkt de gezamenlijke koers uit het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023) uit in concrete uitvoeringsprojecten waarvoor samenwerking nodig is. Voor het versterken van de uitvoeringskracht en het borgen van de integrale aanpak voegen de gezamenlijke partijen in deze uitvoeringsagenda zes specifieke uitvoeringsafspraken toe. Tegelijk wordt gewerkt aan een Regionale Investeringsagenda (RIA) NOVEX-NZKG. Deze RIA heeft als doel om een overzicht te geven van de investeringen die de komende jaren nodig zijn in het Noordzeekanaalgebied. Op basis van de RIA werken Rijk en regio samen om deze investeringen in het gebied te realiseren. Deze Regionale Investeringsagenda NOVEXNZKG wordt vastgesteld, wanneer de investeringen van het Rijk in dit gebied concreet zijn gemaakt. Metropoolregio Amsterdam / Ruimtelijk arrangement tussen Rijk en Provincie Noord-Holland Naast de Uitvoeringsagenda en de Regionale Investeringsagenda NOVEX-NZKG hebben Rijk en regio vanuit de NOVEX-systematiek twee vergelijkbare producten in voorbereiding. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) werkt met het Rijk aan een Uitvoeringsagenda voor de verstedelijkingsregio NOVEX-MRA en de provincie Noord-Holland werkt met het Rijk aan een ‘ruimtelijk arrangement’.

Deze Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG is de gebiedsgerichte aanvulling op deze twee NOVEX-producten.

4

Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

Vervolgproces Met de vaststelling van de Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG gaat de NOVEX-aanpak NZKG de komende jaren verder als Uitvoeringsprogramma. De partijen betrokken bij het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied bespreken de voortgang in het Bestuursplatform NZKG en de voorbereidende Bestuurscommissies Ruimte en Verduurzaming Industrie en Energietransitie in het NZKG. Deze programmatische aanpak wordt voorbereid vanuit het Programmabureau NZKG. Van de aangesloten partijen wordt verwacht dat zij hun acties en ingrepen in de ruimte richten op de realisatie van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023). Op basis van deze Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG, en op basis van de geuite wensen en opvattingen van gemeenteraden en Provinciale Staten op het Ontwikkelperspectief, kunnen zij elkaar daarop aanspreken en hun beleidsinspanningen coördineren. Het Bestuursplatform NZKG is het gremium waarin deze beleidscoördinatie wordt besproken. Door deze bestuurlijke samenwerking, gebaseerd op de integrale NOVEX-aanpak, worden nationale opgaven voortvarend gerealiseerd in het Noordzeekanaalgebied. Het gezamenlijke koersdocument – het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023) – wordt na 2027 herijkt. Na deze herijking worden ook de Uitvoeringsagenda en de Regionale Investeringsagenda NOVEX-NZKG geactualiseerd voor een nieuwe periode.

Tegelijkertijd is er het besef dat het NZKG een dynamisch gebied is waarbij we om koers te houden rekening moeten houden met voortschrijdend inzicht en eventueel aanvullende projecten.

5

INHOUD

NOVEX-aanpak Noordzeekanaalgebied 4 1

Inleiding

1.1

Grote opgaven in het Noordzeekanaalgebied

9

1.2

Uitvoering van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied

10

1.3

Programmatische aanpak 13

1.4

Leeswijzer 13

2

Samenhang en samenwerking

2.1

Werken vanuit de integrale NOVEX-aanpak NZKG

2.2

Samenhang in de IJmond 16

2.3

Integrale aanpak in het landschap van het NZKG

2.4

Samenhang rond de haven- & industriegebieden

15

21

van Amsterdam en Zaanstad 27 3

Projecten NOVEX-NZKG

3.1

Gezondere leefomgeving 38

3.2

Milieuruimte voor energie- en circulaire transitie

3.3

Haven- & Industriegebieden 44

3.4

Woningbouw 50

3.5

Netwerken voor energietransitie & circulaire economie

3.6

Landschap & ecologie 58

3.7

Water- & bodemsysteem 60

42

54

Bestuurlijke verantwoording 68 Colofon 69

1

1.1 Grote opgaven in het Noordzeekanaalgebied

Het Noordzeekanaal is al 150 jaar de levensader van dit gebied. Het kanaal is aangelegd om de Amsterdamse haven bereikbaar te houden en toegankelijk te maken voor steeds grotere schepen. De oorspronkelijke verbinding via de Zuiderzee werd steeds kwetsbaarder door verzanding en de continue schaalvergroting van schepen. Deze kanaalverbinding van Amsterdam via de IJmond naar de Noordzee heeft in al die tijd veel opgeleverd. Door de ontwikkeling van het kanaal kon water worden ingepolderd voor landbouwgrond. Rond het Noordzeekanaal is de havenplaats IJmuiden ontstaan en is de stad Beverwijk doorgegroeid. De havenstad Amsterdam kon haar haven naar de westkant van de stad verplaatsen, waardoor er ruimte ontstond voor nieuwe woningbouw in Amsterdam. Door samenwerking, investeringen en menskracht is langs het Noordzeekanaal een gebied ontstaan met sterke haven- en industriegebieden, steden, landschappen en een belangrijk watersysteem; cruciaal voor de economie van de regio en de omliggende metropoolregio. Vandaag de dag staan we in Nederland voor grote opgaven. Het Noordzeekanaalgebied kan daar opnieuw een belangrijke bijdrage aan leveren. Met zijn haven- en industriegebieden speelt het een cruciale rol in de energietransitie, onder meer als plek voor de aanlanding en doorgeleiding van energie van windparken op zee.

Daarnaast kan het gebied een rol spelen in de import, productie en doorvoer van duurzame brandstoffen en als plek voor (nieuwe) circulaire industrieën.

Inleiding

1.1 Grote opgaven in het Noordzeekanaalgebied

p9

1.2 Uitvoering van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied

p10

1.3 Programmatische aanpak

p13

1.4 Leeswijzer

p13

Tegelijk worden hier in deze periode nieuwe woonwijken gebouwd en bestaande wijken verduurzaamd en verdicht. Dit vraagt om een gezondere en veilige leefomgeving en het versterken van recreatielandschappen, natuur en ecologie in de omgeving. Bovendien zijn veel activiteiten in het Noordzeekanaalgebied verbonden met het watersysteem, waaronder het transportsysteem in en rond de haven, de toevoer van zoetwater en de afvoer van piekwater. Door diverse ruimtevragende ontwikkelingen in het gebied en door de gevolgen van klimaatverandering - waaronder verzilting en zowel een tekort als een overschot aan water - staan de functies die door het watersysteem worden bediend onder druk. Deze cruciale functies worden hiermee kwetsbaar. Daarom moeten we bij de uitvoering van al onze opgaven werken vanuit de randvoorwaarden van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Omdat er zoveel (nationale) opgaven in een klein gebied samenkomen, en het Noordzeekanaalgebied een rol van betekenis kan spelen bij de realisatie van nationale opgaven, heeft het kabinet het Noordzeekanaalgebied in 2020 aangewezen als NOVI-gebied. In 2021 hebben Rijk en regio gezamenlijk het Verstedelijkingsconcept van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) vastgesteld.

De wens om in het Noordzeekanaalgebied – volledig onderdeel van de MRA – tot een nadere integrale uitwerking te komen heeft in 2022 tot de aanwijzing als NOVEX-gebied geleid. Samenhangende keuzes op het gebied van mobiliteit, bereikbaarheid en verstedelijking worden in deze regio gemaakt op het grotere schaalniveau van de MRA, via de NOVEX-aanpak MRA (voorheen MRA Verstedelijkingsstrategie), het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) en de MIRT Goederenvervoercorridor Zuid. Essentiële opgaven op dit gebied, zoals de verbinding tussen de A8 en de A9, de aanpak van de A22 en de aanleg van de HOV-verbinding ZaanIJ, worden geagendeerd en in samenhang uitgewerkt in de NOVEX-aanpak MRA. Het goederenvervoer wordt uitgewerkt in deze NOVEX-aanpak Noordzeekanaalgebied, vanwege het belang voor de havenactiviteiten en de wisselwerking tussen gevaarlijke-stoffenroutes en omliggende bebouwing.

9

1.2 Uitvoering van het Ontwikkel-perspectief Noordzeekanaalgebied

Het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023) is het eerste product van de NOVEX-aanpak. Het beschrijft op hoofdlijnen de nieuwe integrale gemeenschappelijke aanpak van Rijk, regio en partners op zeven thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Gezonde leefomgeving Milieuruimte voor transities Woningbouw Haven en industrie Netwerken voor energietransitie en circulaire economie, Landschap en ecologie, Water en klimaatadaptatie.

Deze Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG is het tweede document van de NOVEX-aanpak. Deze agenda heeft niet als doel om een volledig overzicht te bieden van alles wat in het Noordzeekanaalgebied in uitvoering wordt gebracht, maar legt het accent op de belangrijkste sleutelprojecten waarin integrale samenwerking cruciaal is om tempo te kunnen maken. De Uitvoeringsagenda beschrijft op welke onderdelen samenwerking tussen partijen de komende jaren nodig is om de gezamenlijke koers uit te voeren. In 2024 zijn al grote stappen gezet om de koers van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied tot uitvoering te brengen. De komende jaren (2025-2029) willen we ten minste de volgende resultaten behalen: 1. Realiseren van een gezondere en veilige leefomgeving, onder andere door het verbeteren van de regelgeving. 2. Realiseren van additionele milieuruimte op plekken waar deze verantwoord ingepast kan worden, om zo voldoende ruimte te maken voor de energie- en circulaire transitie. 3. Intensiveren van het ruimtegebruik in haven- en industriegebieden. Eerste stap hierin is het ontwikkelen van de Energiehaven. Wanneer strategische grondposities in haven- en industriegebieden vrijkomen, deze posities verwerven of herontwikkelen voor vestiging van nieuwe havengebonden of industriële bedrijvigheid. 4.

Voorbereiden van de stedelijke vernieuwing in de IJmond en hierover de komende jaren afspraken maken met het Rijk. 5. Realiseren van benodigde netwerken voor de energie- en circulaire transitie, zoals grote transformatoren, onderstations en netwerken die nodig zijn voor elektrificatie en transport van waterstof. Voor de IJmond is een snelle verduurzaming van Tata Steel een cruciale stap. Rijk en Tata Steel werken hiervoor aan maatwerkafspraken en de regionale overheden aan het vergunningstraject Heracless dat deze verduurzaming mogelijk maakt. 6. Ruimhartig versterken van landschap en ecologie; zeker op en rond plekken waar in het landschap grote ruimtelijke inpassingen nodig zijn voor nieuwe energienetwerken. 7. Bij alle bovengenoemde opgaven werken we vanuit de randvoorwaarden van het water- en bodemsysteem en bereiden we investeringen voor die nodig zijn voor een klimaatrobuust water- en bodemsysteem en gebied.

Zeven sleutelprojecten zijn van bijzonder belang om deze resultaten te kunnen bereiken. Dit zijn projecten: • • •

die randvoorwaardelijk zijn voor de realisatie van andere opgaven; waarvoor samenwerking tussen partijen noodzakelijk is; die nog niet op de agenda stonden, maar op basis van onze integrale aanpak vragen om nadere uitwerking of verkenning de komende jaren.

Deze zeven sleutelprojecten (zie ook kaart volgende pagina) zijn: 1. 2. 3. 4.

Stedelijke vernieuwing in de IJmond (par. 2.2) Ontwikkelen van de Energiehaven (par. 2.2) Inpassing van het transformatorstation A9-Zuid (par. 2.3) Versterking van het landschap en het watersysteem rond de locatie van het transformatorstation A9-Zuid (par. 2.3) 5. Beleid omgevingsveiligheid Westpoort, o.m. in relatie tot de transitie naar waterstof (par. 2.4) 6. Hergebruik van het effluent van de rioolwaterzuivering als industriewater (par. 2.4) 7. Hergebruik van warmte (par. 2.4) Voor een aantal sleutelprojecten worden in deze Uitvoeringsagenda, volgens de systematiek van de NOVEX-aanpak, nadere uitvoeringsafspraken tussen de meest betrokken partijen vastgelegd.

10 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

11

Sleutelprojecten op de kaart

1.3 Programmatische aanpak

Na vaststelling van deze Uitvoeringsagenda gaat de NOVEX-aanpak NZKG verder als Uitvoeringsprogramma. De bestaande, stevige bestuurlijke samenwerking in het Noordzeekanaalgebied biedt daar een solide basis voor. Vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid zetten de partijen die deel uitmaken van het Bestuursplatform NZKG zich in om tempo te maken met de uitvoering door integraal afwegingen te maken en met elkaar samen te werken. Het kan daarbij terugvallen op een actieve netwerkorganisatie van professionals. Het Bestuursplatform bespreekt twee keer per jaar de voortgang, de samenwerking en de afhankelijkheden, op basis van een periodieke voortgangsrapportage over de sleutelprojecten. Bovendien spreken de aangesloten partijen elkaar regelmatig in de voorbereidende Bestuurscommissie Ruimte (waaraan ook de waterschappen deelnemen) en als dat van toepassing is, in de Bestuurscommissie Verduurzaming Industrie en Energietransitie (waaraan ook nutsbedrijven deelnemen). Het Programmabureau NZKG bereidt deze bestuurlijke gesprekken voor, samen met alle aangesloten partijen. Om deze gesprekken te faciliteren, is een programmacoördinator aangesteld. Deze treedt op als verbinder tussen de partijen in de uitvoering. Via dit sterke samenwerkingsnetwerk coördineren de aangesloten partijen hun beleidsinspanningen, kunnen zij elkaar tijdig informeren en zo nodig aanspreken op de voortgang.

Bestuurlijke samenwerking vraagt om onderling vertrouwen en een gemeenschappelijk ethos. Drie principes helpen bij een soepele voortgang: •

•

•

Openheid en transparantie. Partners, zowel bestuurders als professionals, communiceren tijdig en open over mogelijke belemmeringen, vertragingen en veranderingen die van invloed kunnen zijn op gezamenlijke projecten. Er wordt prioriteit gegeven aan vroegtijdige bespreking van dergelijke zaken, zodat samen naar oplossingen kan worden gezocht. Dit versterkt het vertrouwen en zo worden verrassingen vermeden. Directe en persoonlijke communicatie. Zowel bestuurders als professionals zetten in het regionale netwerk in op directe en persoonlijke communicatie bij het oplossen van problemen of het maken van afspraken. Het netwerk weet elkaar snel te vinden. Formele schriftelijke onderlinge communicatie proberen we tot een minimum te beperken. Dit zorgt ervoor dat betrokken partijen elkaar kunnen aanspreken op hun verantwoordelijkheden en dat zaken snel en efficiënt kunnen worden behandeld. Afstemming en gezamenlijke verantwoordelijkheid. De projecten zijn in samenhang geprogrammeerd. Er is sprake van onderlinge afhankelijkheden. Alle aangesloten partijen erkennen dat zij ook de inspanningen van anderen in de samenwerking nodig hebben om tot succesvolle resultaten te komen. Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het succes van de regionale samenwerking en de voortgang van de Uitvoeringsagenda, en de activiteiten worden continu afgestemd.

1.4 Leeswijzer

Deze integrale uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG legt de nadruk op sleutelprojecten die relevant zijn voor de periode 2025 tot 2029. Deze sleutelprojecten worden beschreven in hoofdstuk 2, dat de integrale aanpak en samenhang tussen projecten per gebied beschrijft: de IJmond, het landelijke middengebied en het haven- en industriegebied van Amsterdam en Zaanstad. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht per opgave van de belangrijkste uitvoeringsprojecten voor het realiseren van de koers van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023) in de periode 2025-2029. Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

13

2

2.1 Werken vanuit de integrale NOVEX-aanpak NZKG

Een integrale aanpak van opgaven lijkt vanzelfsprekend, maar is dat niet. Maatschappelijke opgaven worden vrijwel altijd geagendeerd, uitgevoerd en aangestuurd vanuit thematische programma’s, zoals woningbouw, energiehoofdstructuur, haven & industrie, een gezonde leefomgeving, landschap en natuur. Met thematische programma’s wordt specialistische kennis gebundeld, maar is minder aandacht voor de raakvlakken en de samenhang tussen opgaven. De NOVEX-benadering is een integrale aanpak waarin álle ruimtelijke opgaven in ons gebied vanuit samenhang worden aangepakt. Daardoor kunnen relaties worden gelegd tussen de verschillende opgaven en kan worden geagendeerd wat er, vanuit samenhang, nodig is tussen de verschillende ruimtelijke lagen: • • •

De ondergrond van o.a. het watersysteem en de bodem; De verbindende netwerken; Onze ambities op de bovengrond.

Door integraal de verbindingen te leggen tussen de drie ruimtelijke lagen en de zeven thema’s die zijn genoemd in het Ontwikkelperspectief ontstaat inzicht in de samenhang en in de volgordelijkheid die nodig is bij samenwerking. Dit inzicht draagt bij aan de bestuurlijke samenwerking om onderdelen tijdig aan elkaar aan te leveren en het organiseren van het maatschappelijk draagvlak dat nodig is om tempo te maken in de uitvoering.

Samenhang en samenwerking

2.1 Werken vanuit de integrale NOVEX-aanpak NZKG

p15

2.2 Samenhang in de IJmond

p16

2.3 Integrale aanpak in het landschap van het NZKG

p21

2.4 Samenhang rond de haven- en industriegebieden van Amsterdam en Zaanstad

p27

De integrale NOVEX-benadering, met samenhang tussen de verschillende ruimtelijke lagen.

Op twee thema’s werken de opgaven in onze aanpak nadrukkelijk door alle lagen heen: dat van water en bodem, en van een gezondere en veilige leefomgeving: 1. Om ons voor te bereiden op klimaatverandering is het cruciaal dat alle projecten in de uitvoering rekening houden met de eisen en beperkingen van het water- en bodemsysteem. In het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied hebben wij daarom afgesproken dat alle nieuwe projecten deze richting ondersteunen zoals ook het Rijk met de beleidslijn Water en Bodem Sturend expliciet vraagt.2 2. De ambitie voor een gezondere en veilige leefomgeving werkt ook door in alle opgaven als resultaat van onze projecten in uitvoering. Wij bouwen niet alleen woningen, maar werken aan een gezondere fysieke leefomgeving. We werken niet alleen aan de verduurzaming van de industrie, maar daarmee tegelijk aan een reductie van emissies, zoals bijvoorbeeld Tata Steel via haar Roadmap Plus verbeterprogramma en het Groen Staal-plan. Door het versterken van natuur, ecologie, recreatielandschappen en het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater dragen wij ook bij aan een gezondere en veilige leefomgeving in deze regio. Kortom: de ambitie van een gezondere en veilige leefomgeving staat bij alle opgaven prominent op de agenda, ook in de 15 uitvoering.

Energiehaven

Rijk, regio en de havens van Amsterdam en IJmuiden werken hard aan een investeringsbesluit voor de Energiehaven. Het sleutelproject ontwikkelen Energiehaven - op de plek van de huidige Averijhaven vóór de Zeesluis IJmuiden - is cruciaal voor de offshore bij het bouwen, onderhouden en assembleren van windmolens voor de windparken op zee. Doordat de vele bewegingen die hiermee gepaard gaan geen gebruik hoeven te maken van het sluizencomplex wordt verdere verzilting van het Noordzeekanaal voorkomen. Daarnaast zorgt de locatie aan de zeezijde van het sluizencomplex voor versterkte leveringszekerheid, gezien de activiteiten van en naar de Energiehaven niet beperkt worden door mogelijke schutbeperkingen. Dergelijke beperkingen kunnen worden ingesteld als gevolg van te sterke verzilting, bijvoorbeeld in tijden van droogte. In 2025 verwachten wij hiervoor een investeringsbesluit, waarna deze haven gerealiseerd kan worden in de periode 2025-2028. .

Hergebruik Ruimte Tata Steel (concept Energiehaven Plus)3

Na de verwachte transitie van Tata Steel komt ruimte vrij op het terrein. Eén van de mogelijkheden die vervolgens kan worden verkend is het benutten van die ruimte voor toekomstige functies die nodig zijn voor de energie- en circulaire transitie binnen de gezamenlijke ambities van een gezondere leefomgeving in de IJmond. Dit valt echter buiten de tijdslijn van deze Uitvoeringsagenda 2025-2029. Een belangrijk aandachtspunt is verder dat deze ruimte overigens pas benut kan worden nadat milieudruk op de omgeving is afgenomen.

Zoutdam/Selectieve Onttrekking

Om de balans tussen zoet en zout water te behouden en verdere verzilting in het kanaal tegen te gaan, werkt Rijkwaterstaat aan een Zoutdam/Selectieve Onttrekking bij de nieuwe Zeesluis IJmuiden. Deze dam maakt het mogelijk om een deel van het zoute water, dat binnenkomt via de Zeesluis, terug te leiden naar zee, terwijl zoetwater in het kanaal achterblijft. Deze Selectieve Onttrekking in IJmuiden wordt in 2025 in gebruik genomen.

2.2 Samenhang in de IJmond

Groei van offshore Wind op Zee

Stedelijke vernieuwing en verbeteren leefomgeving

Uitvoering verduurzaming van de IJmond

In de IJmond komen door de ligging aan zee, in nabijheid van het sluizencomplex en staalfabriek Tata Steel veel ontwikkelingen en opgaven samen, onder andere op het gebied van verduurzaming van de industrie, innovatie, stedelijke vernieuwing en woningbouw. Door de nabijheid van Natura 2000-gebieden en met het oog op de geplande aanlanding van wind op zee maakt dat tot complexe, ruimte vragende opgaven. Daarbij moet niet alleen gelet worden op de beschikbare bovengrondse ruimte, maar ook op de ondergrondse ruimte. Deze vraagstukken vormen, in combinatie met het realiseren van een gezondere leefomgeving in de regio, één samenhangend verhaal. Voor de uitvoering en voor het maatschappelijk draagvlak van de grote projecten in de IJmond is het belangrijk om overzicht te houden en de samenhang tussen al deze ontwikkelingen op hoofdlijnen uit te dragen. Anno 2024 werken de gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen aan de voorbereiding en realisatie van woningbouw via projecten als de Spoorzone Beverwijk West, het Bazaarterrein en Pont tot Park in IJmuiden. Voor het verbeteren van de leefomgeving heeft het Rijk via de Regiodeal MRA West budget vrijgemaakt voor investeringen in groene verbindingen, onder meer naar de Wijkermeerpolder en tussen het Nationaal Park Zuid-Kennemerland en Recreatiegebied Spaarnwoude.

16 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

De groei van de offshore voor het realiseren, onderhouden en assembleren van windmolens voor de windparken op zee wordt een van de grote economische drivers in de IJmond. De ambitie van het Rijk om vóór 2050 70 GW (gigawatt) aan opwekcapaciteit op zee te realiseren geeft een grote impuls aan deze sector en de economie van dit gebied. Voor deze groeisector is meer kaderuimte nodig. Kades en haveninfrastructuur in Zeehaven de Pijp (Beverwijk) en de Grote Hout (Velsen) worden daarom gerevitaliseerd, met ondersteuning van een subsidie uit het fonds Gebiedsinvesteringen Netten op Zee. Voor verdere groei van de offshore zet de Zeehaven IJmuiden in op conversie van droge bedrijfsruimtes, zodat deze in de toekomst beter benut kunnen worden voor natte haven- en kadegebonden activiteiten. Dit versterkt het al bestaande economische cluster in de IJmond, waar al veel kennisintensieve bedrijven, gerelateerd aan offshore en windenergie, zijn gevestigd. Eén van de belangrijkste ontwikkelingen voor een gezondere en veiliger fysieke leefomgeving is de verduurzaming van Tata Steel. Er worden maatwerkafspraken gemaakt tussen Tata Steel en het Rijk voor de groene transitie van staalproductie. De maatwerkafspraken gaan over investeringen in en realisatie van de eerste fase Heracless met een DRI (Direct Reduced Iron technologie)-installatie en een EAF (Electric Arc Furnace).

De tweede fase die hierop moet volgen, waaronder de uitfasering van de tweede kooks- en gasfabriek, is op dit moment nog geen onderdeel van deze afspraken.

17

De overige industrie en het MKB in de IJmond verduurzamen door verdere elektrificatie, wat grote investeringen vraagt. Een grote bijdrage hieraan was de toekenning van JTF IJmond, een Europese subsidie die bijdraagt aan de regionale economie, het versnellen van de energietransitie en aan een wendbare beroepsbevolking. In samenwerking op bedrijventerreinen of bij de grotere industrie zoeken bedrijven oplossingen om ondanks netcongestieproblematiek te kunnen voorzien in hun eigen energiebehoefte, door bijvoorbeeld energyhubs. Daarnaast wordt in de havens van Velsen en Beverwijk walstroom voor de scheepvaart geïnstalleerd. Dit vraagt om uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk op het laag- en middenspanningsnet. Een tijdige en zorgvuldige inpassing is hierbij van belang. In de IJmond werken MKB, Nova College, Tata Steel, de IJmond gemeenten en provincie Noord-Holland onder de vlag van Techport aan de versterking van de maak- en onderhoudsindustrie. Techport is dé publiek-private samenwerking van meer dan 90 bedrijven, scholen en overheden met als doel de eerste groene industriezone van Nederland te worden. Voor de technische innovatie is het Techport Innovation Centre (TPIC) opgericht; een ontwikkel- en ontmoetingscentrum voor MKB, start-ups en scale-ups, waar samenwerking met het technisch onderwijs centraal staat.

Het Techport Innovation Centre stimuleert technologische innovaties en initiatieven die bijdragen aan de energietransitie in de regio. Verschillende fieldlabs en innovatieprojecten in het TPIC worden ondersteund door subsidie uit het Just Transition Fund. De open innovatie en aansluiting op bestaande industrieën heeft als afgeleid doel dat nieuwe technische bedrijven zich hier vestigen of sterker aan de regio verbinden.

Uitvoeringsafspraak A: Stedelijke Vernieuwing IJmond Gemeenschappelijke uitvoeringsafspraak van: • Gemeente Beverwijk (initiatiefnemer) • Gemeente Heemskerk (initiatiefnemer) • Gemeente Velsen (initiatiefnemer) • Provincie Noord-Holland • Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) Gemeente Beverwijk, gemeente Heemskerk en gemeente Velsen starten, met het startbudget vanuit de Gebiedsinvesteringen Netten op Zee van 3 miljoen euro, gezamenlijk de voorbereiding voor stedelijke vernieuwing in de IJmond als geheel en de verschillende gemeenten afzonderlijk, o.a. met de woningbouwcorporaties en met steun en betrokkenheid van de provincie Noord-Holland. In deze voorbereiding, die naar verwachting rond 2027 gereed is, wordt het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening actief betrokken. Vervolgens kunnen financiële afspraken met het Rijk gemaakt worden om deze gemeenschappelijke ambitie in het daaropvolgende decennium te realiseren. Het betreft de integrale vernieuwing van de naoorlogse wijken in de IJmond, met als doel de leefbaarheid te vergroten.

Realisatie stedelijke vernieuwing IJmond

Deze Uitvoeringsagenda agendeert stedelijke vernieuwing in de IJmond als gezamenlijk sleutelproject. Via stedelijke vernieuwing kunnen verschillende doelen tegelijk worden bereikt. Onderdelen zijn: • Het verbeteren van de (fysieke en sociale) kwaliteit van de leefomgeving in wijken waar dit hard nodig is. Dit zijn met name naoorlogse wijken; • De bouw van nieuwe woningen via verdichting en nieuwbouw, waarmee ook draagvlak ontstaat voor de groei en ontwikkeling van (economische) functies in de wijken; • Het versterken van groene verbindingen tussen steden, dorpen en recreatiegebieden; • Het klimaatrobuust maken van de woonwijken; • De ontwikkeling van voldoende midden- en laagspanningsstations; • De ontwikkeling van warmtenetten tussen de warmtebronnen van de omliggende industrie en de verduurzaamde stedelijke omgeving. Deze aanpak voor stedelijke vernieuwing en gebiedsverbetering wordt de komende jaren gezamenlijk voorbereid door gemeenten, woningcorporaties, de provincie Noord-Holland en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)4, ondersteund door een subsidie uit het fonds Gebiedsinvesteringen Netten op Zee.

Na deze voorbereiding zijn rond 2027 afspraken nodig met het Rijk - bijvoorbeeld in de vorm van een woondeal voor de IJmond - om de komende jaren te investeren in de integrale vernieuwing van de naoorlogse wijken in de IJmond, met als doel de leefbaarheid te vergroten. In deze Uitvoeringsagenda wordt deze inzet door de volgende partijen vastgelegd als een specifieke uitvoeringsafspraak:

18 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

De volgordelijkheid van stedelijke vernieuwing en woningbouw in de IJmond

Koppeling tussen industrie en stedelijke omgeving

In het Ontwikkelperspectief wordt voor de IJmond een koppeling gemaakt tussen de verduurzaming van de industrie, het verbeteren van de gezondheid en de kwaliteit van de leefomgeving en de verduurzaming van de stedelijke omgeving. De IJmond heeft ambities om warmtenetten te realiseren. Hierin liggen kansen voor het gebruik van overtollige industriewarmte in de stedelijke omgeving. Warmtenetten dragen bij aan verduurzaming en energiebesparing, ze voorkomen warmtelozingen op zee en oppervlaktewater en besparen het gebruik van industriewater. De vraag of in de toekomst warmtenetten in de IJmond kunnen profiteren van overtollige industriewarmte wordt meegenomen in de voorbereiding van de stedelijke vernieuwing IJmond en bij de komst van eventuele nieuwe warmtebronnen in de IJmond.

19

2.3 Integrale aanpak in het landschap van het NZKG

De komende jaren ligt in het landschap van het Noordzeekanaalgebied een grote opgave om te komen tot een klimaatbestendige regio met sterke natuur- en recreatiegebieden. De grote transities in het landelijk gebied werden voorbereid door Rijk en provincie via het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Omdat het NPLG is geschrapt is het op dit moment onduidelijk in welke vorm het Rijk invulling geeft aan de opgaven in het landelijke gebied. Het Provinciale Programma Landelijk Gebied (PPLG) zal op de al toegezegde onderdelen worden uitgevoerd. Er ligt een verantwoordelijkheid bij de regio, in samenwerking met provincie en rijk, om het landschap en de natuur mee te laten groeien met de stedelijke ontwikkelingen en een sterk en samenhangend landschap te vormen als tegenhanger. De groene verbindingen worden voor een deel als gezamenlijke opgaven van Rijk en regio uitgewerkt en uitgevoerd, onder andere in het kader van de Regiodeal MRA West. Een grote druk op het landschap, specifiek voor het Noordzeekanaalgebied, ontstaat door de noodzakelijke versterking van het elektriciteitsnet. Daarvoor zijn grote transformatoren nodig die in het landschap moeten worden ingepast: de ‘A9-Zuid’ (aan de zuidzijde van het Noordzeekanaal) en de ‘A10-Noord’ (aan de noordzijde van het Noordzeekanaal, mogelijk buiten het Noordzeekanaalgebied).

Deze transformatoren zijn noodzakelijk voor de verduurzaming van de industrie en stedelijke omgeving. Beide zijn ongeveer 25 hectare groot. Wanneer dit gecombineerd wordt met een converterstation voor de aanlanding Wind op Zee, is daar additioneel 5 hectare ruimte voor nodig. De transformator A9-Zuid is een cruciale schakel in het oplossen van de huidige energiecongestie op het elektriciteitsnet, waarvoor de locatie alleen in het Noordzeekanaalgebied gevonden kan worden. In 2025 wordt een concreet locatiebesluit verwacht. Bij deze ontwikkeling liggen kansen om de inpassing integraal te combineren met andere opgaven in het gebied, zoals het versterken van het recreatielandschap, het versterken van natuur en ecologie en het realiseren van maatregelen voor klimaatadaptatie en een toekomstbestendig watersysteem.

20 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

21

Uitvoeringsafspraak B: Versterken landschap en watersysteem Houtrakpolder als onderdeel van de inpassing van de transformator A9-Zuid Gemeenschappelijke uitvoeringsafspraak van: • Provincie Noord-Holland (initiatiefnemer) • Gemeente Haarlemmermeer • Gemeente Amsterdam • Hoogheemraadschap van Rijnland • Port of Amsterdam • Ministerie van IenW De Houtrakpolder is één van de sleutellocaties in het Noordzeekanaalgebied. Deze polder is concreet in beeld als locatie voor een nieuw te bouwen 380 kV transformatorstation en de aanlanding van wind op zee. Deze inpassing is te combineren met het versterken van het landschap, de recreatieve én de ecologische waarde van het gebied. In het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied is aangegeven dat de Houtrakpolder ook een mogelijke locatie voor piekwaterberging kan zijn. De betrokken partijen spreken af dat, als onderdeel van de inpassing van dit nieuwe 380 kV transformatorstation, wordt ingezet op het ruimhartig versterken van het landschap. Daarbij gelden water en bodem en de (on)mogelijkheden voor een toekomstbestendig watersysteem (inclusief mogelijke realisatie piekwaterberging) als belangrijke uitgangspunten. Bij de uitwerking worden ook andere partijen actief betrokken, zoals TenneT, het Recreatieschap Spaarnwoude, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat.

Relatie met Uitvoeringsafspraak C: Deze uitvoeringsafspraak heeft een stevige relatie met Uitvoeringsafspraak C over de toekomst van de Houtrakpolder. In de Houtrakpolder ligt namelijk ook nog een strategische reservering voor een extra havenbekken. Om een transformator inclusief het landschapsplan te kunnen realiseren moeten Rijk en regio een keuze maken over de toekomst van de Houtrakpolder. Deze keuze is onderwerp van het bestuurlijk gesprek dat wordt geagendeerd via Uitvoeringsafspraak C.

Kansen voor integrale aanpak rond A9-Zuid

Transformatoren moeten klimaatrobuust en met ruimtelijke kwaliteit worden ingepast in het landschap. De huidige praktijk is dat slechts gekeken wordt naar kleinschalige inpassingsmaatregelen op basis van wettelijke groencompensatie (variant A). Een transformator van 25 hectare vraagt echter om een forse inpassing in het landschap en daarom om meer dan alleen de wettelijk voorgeschreven compensatie. Onafhankelijk van de uiteindelijke voorkeurslocatie is het voor het maatschappelijke en politieke draagvlak nodig om deze ingreep in het landschap te combineren met een omvangrijke landschappelijke versterking (variant B) of, mocht de locatie daartoe mogelijkheden bieden, ook maatregelen mee te nemen voor een toekomstbestendig watersysteem (variant C). Op basis van de integrale NOVEX-aanpak, zoals onderschreven in het Ontwikkelperspectief door alle partijen in het Noordzeekanaalgebied, biedt de ruimtelijke inpassing van de A9Zuid dan ook de kans voor een integrale aanpak. De volgende partijen maken daartoe de uitvoeringsafspraak:

22 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

Planning project: • Begin 2025 – Start traject • Sept. 2025 – Oplevering tussenresultaat (dan kan het meegenomen worden in Voorkeursalternatief (VKA) 380 kV • 2026 – Opleveren landschapsplan Houtrakpolder. Inclusief voorstel inpassing Financiën studiefase: • Personele inzet door de deelnemende partijen om niet. • Projectkosten5 € 240K per jaar in 2025 en 2026. Te verdelen over de zes deelnemende partijen (€ 40K per partij per jaar). In te zetten voor inzet procesmanager en capaciteit ontwerp. Deze integrale aanpak rond de A9-Zuid vanuit het Noordzeekanaalgebied kan mogelijk inspiratie bieden voor een integrale aanpak rond locaties voor andere transformatoren, zoals de inpassing van een transformator in het zoekgebied A10-Noord. Voor beide inpassingen is het belangrijk dat er financiering beschikbaar komt voor een bredere landschappelijke inpassing.

23

Reservering Houtrakpolder

In het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied is de Houtrakpolder niet alleen belangrijk als landschap en natuurgebied met kansen voor ecologische versterking, maar wordt de Houtrakpolder ook beschreven als een strategische optie voor piekwaterberging6, eventueel in combinatie met ruimtelijke inpassingen die nodig zijn voor het versterken van het elektriciteitsnetwerk. Deze richting wijkt af van de bestaande reservering van de Houtrakpolder voor een havenbekken. In het Ontwikkelperspectief zijn de voorwaarden genoemd om deze reservering los te laten. Deze voorwaarden zijn herhaald in Uitvoeringsafspraak C. Omdat de komende jaren een aantal ontwikkelingen samen kunnen gaan komen in de Houtrakpolder, en deze combinaties cruciaal zijn voor het realiseren van de gezamenlijke koers van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied, is het belangrijk dat betrokken partijen de komende jaren het bestuurlijke gesprek voeren over de vervulling van de randvoorwaarden zoals vastgelegd in het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied. De volgende partijen maken hiervoor de uitvoeringsafspraak:

Uitvoeringsafspraak C: Bestuurlijk gesprek toekomst Houtrakpolder Gemeenschappelijke afspraak van: • Provincie Noord-Holland (initiatiefnemer) • Gemeente Haarlemmermeer • Gemeente Amsterdam • Gemeente Velsen • Port of Amsterdam • Hoogheemraadschap van Rijnland (namens de waterbeheerders) • Ministerie van EZ • Ministerie van KGG • Ministerie van IenW Deze partijen spreken af in 2025 en 2026 bestuurlijk de dialoog te voeren over de toekomst van de Houtrakpolder, waarbij alle relevante ruimtelijke ontwikkelingen in de Houtrakpolder integraal worden besproken en afgewogen. Met dien verstande dat sommige ontwikkelingen zich eerder voordoen dan andere. De bestuurlijke dialoog over deze uitwerking wordt in het licht geplaatst van de koers voor de Houtrakpolder zoals verwoord in het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied, inclusief de daar opgenomen voorwaarden voor het opheffen van de strategische reservering voor een extra havenbekken.

‘Op basis van dit Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied wordt ingezet om de reservering los te laten na een succesvolle realisatie van het pakket van onderstaande onderdelen:’ Dit betekent dat: • ‘er voldoende nautische ruimte is in de haven en voldoende fysieke ruimte in de havenen industriegebieden (onder andere door ruimte-intensiveringen, dubbel-ruimtegebruik, en door de realisatie van de Energiehaven); • er voldoende milieuruimte (met name risicoruimte) is vrijgemaakt voor de energie- en circulaire transitie; • er voldoende ruimte is voor de inpassing van de energietransitie, en noodzakelijke transformatoren ingepast worden in het landschap, waarbij versterking van het landschap wordt gerealiseerd; • de Energiehaven gerealiseerd is, en de Plus-ambitie voor later in de tijd door Rijk, regio en partners wordt gezien als een realistische ontwikkeling voor de lange termijn.’ Eén van de eerste ontwikkelingen die zich voordoet is de inpassing van het 380 kV station A9-Zuid, inclusief een mogelijke aanlanding van Wind op Zee. Reeds in oktober 2024 is het ‘voornemen en voorstel voor participatie’ ter inzage gelegd, waarbij de Houtrakpolder als concrete locatie wordt genoemd. In het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied is afgesproken dat bij inpassing van een grote transformator ook wordt ingezet op ruimhartige versterking van het landschap rondom het 380 kV station.

Deze versterking van het landschap van de Houtrakpolder, inclusief het watersysteem, wordt voorbereid op basis van Uitvoeringsafspraak B: Versterken landschap en watersysteem Houtrakpolder als onderdeel van de inpassing van de transformator A9-Zuid. Deze voorbereiding voor landschap en watersysteem in de Houtrakpolder wordt ook geagendeerd voor dit bestuurlijke gesprek. Planning: • Gedurende 2025 en 2026 twee keer per jaar Bestuurlijk Overleg Houtrakpolder.

24 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

25

2.4 Samenhang rond de haven- & industriegebieden van Amsterdam en Zaanstad Aan de oostkant van het Noordzeekanaalgebied is voldoende milieuruimte in de haven- en industriegebieden nodig om grootschalig te kunnen werken met hernieuwbare brandstoffen, zoals bijvoorbeeld waterstof en biobrandstoffen. In het bijzonder bieden de huidige risicocontouren in het westelijke deel van Westpoort onvoldoende ruimte om de beschikbare fysieke ruimte optimaal te benutten voor de energie- en circulaire transitie. Op dit moment wordt gewerkt aan de benodigde randvoorwaarden. Het huidige beleid voor Omgevingsveiligheid Westpoort is verouderd en moet worden geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe Omgevingswet. De toekomstige beschikbare risicoruimte voor activiteiten in en rond Westpoort wordt geborgd door het vastleggen van het nieuwe Beleid Omgevingsveiligheid Westpoort (BOW). De huidige wet- en regelgeving en het vergunningstelsel, voor bijvoorbeeld de import van cryogene waterstof, waterstofdragers en alternatieve brandstoffen, vormen een knelpunt bij de voorbereiding van de omgeving op een importketen voor waterstof. Deze dragers worden op dit moment nog niet grootschalig toegepast in Nederland. Daardoor bestaat er nog niet voldoende duidelijkheid over de interpretatie van deze nieuwe activiteiten binnen de huidige toetsingskaders.

26 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

27

27

Wel zijn er meerdere kleinschalige initiatieven, ook in het Noordzeekanaalgebied, waar het Rijk en omgevingsdiensten kennis en ervaring kunnen opdoen over waterstof en biobrandstoffen. De Port of Amsterdam stimuleert deze kleinschalige initiatieven door te werken aan een doorstart van Prodock; een innovatiehub in de Amsterdamse haven waar ondernemers, zowel groeiend als gevestigd, hun producten en processen kunnen ontwikkelen. Om de afstemming en interpretatie binnen de huidige wet- en regelgeving te ondersteunen, stellen de omgevingsdiensten een generieke handreiking op. Tevens werkt het Rijk aan een visiedocument, specifiek voor verschillende waterstofdragers. Dit kan helpen bij ruimtelijke en strategische beslissingen over nieuwe importterminals. Momenteel wordt er gewerkt aan een nieuw Beleid Omgevingsveiligheid voor Westpoort (BOW). Dit (ruimtelijke) beleid moet juridisch-planologisch worden geborgd in de gemeentelijke omgevingsplannen van Amsterdam, Haarlemmermeer en Zaanstad en door provincie in de provinciale omgevingsverordening. De realisatie van het Beleid Omgevingsveiligheid Westpoort is een cruciaal sleutelproject om in de toekomst over te gaan naar duurzame brandstoffen. Om dit proces de komende jaren te stroomlijnen maken onderstaande partijen een specifieke uitvoeringsafspraak:

Dit beleid wordt in samenwerking ontwikkeld door gemeente Amsterdam, provincie NoordHolland en Port of Amsterdam met inhoudelijke ondersteuning van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. De gemeenten Zaanstad en Haarlemmermeer zijn als directe buurgemeenten reeds betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe beleid, omdat de milieueffecten (zoals de aandachtsgebieden en het risicogebied externe veiligheid) waarschijnlijk de gemeentegrenzen zullen overstijgen. De procescoördinatie ligt bij de provincie. Om de transitie naar een duurzame en circulaire maatschappij te faciliteren is tijdige en volgordelijke samenwerking tussen de partijen noodzakelijk. De betrokken partijen spreken het volgende af: • Gemeenten Haarlemmermeer en Zaanstad worden nauw betrokken en leveren een actieve bijdrage aan het beleid zodat zij de uitkomsten van dit beleidstraject kunnen onderschrijven. • Gemeenten werken allen aan een vertaling van het beleid naar het Omgevingsplan waarbij de provincie helpt om de Omgevingsplannen op elkaar aan te laten sluiten.

Uitvoeringsafspraak D: Beleid Omgevingsveiligheid Westpoort Gemeenschappelijke uitvoeringsafspraak van: • Gemeente Amsterdam (initiatiefnemer) • Provincie Noord-Holland (initiatiefnemer) • Port of Amsterdam (initiatiefnemer) • Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (inhoudelijke ondersteuning) • Gemeente Zaanstad (betrokken) • Gemeente Haarlemmermeer (betrokken) Deze partijen maken de gemeenschappelijke uitvoeringsafspraak om nauw betrokken te zijn bij, en een actieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van Beleid Omgevingsveiligheid Westpoort (BOW). Dit gezien het gegeven dat de aan Westpoort grenzende gemeenten Haarlemmermeer en Zaanstad mogelijk te maken krijgen met gemeentegrensoverschrijdende effecten op het gebied van omgevingsveiligheid. Vernieuwing van het omgevingsveiligheidsbeleid is nodig omdat het huidige beleid geactualiseerd en in lijn gebracht dient te worden met de Omgevingswet. Daarnaast dient het beleid toekomstbestendig te zijn met het oog op de transitie naar een duurzame en circulaire maatschappij. Hiervoor is het nodig om: • Voldoende risicoruimte te creëren voor deels gemeentegrens overschrijdende risicocontouren en aandachtsgebieden. • Rekening te houden met activiteiten die niet risico gevend zijn, waaronder rekening wordt gehouden met de bestaande bedrijvigheid en de transformatie en ontwikkelmogelijkheden van gebieden grenzend aan Westpoort.

• Voor nieuwe stoffen en bedrijfsactiviteiten invulling te geven aan de aandachtsgebieden en keuzes te maken voor sturing op vestigingslocaties. Doel van het beleid is ook om duidelijkheid te bieden aan de industrie en omgeving over wat die risicoruimte inhoudt, hoe die veiligheid voldoende wordt geborgd en welke consequenties er zijn voor de ruimtelijke ordening.

28 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

29

Investeren in nieuwe netwerken

Voor de verduurzaming van de industrie in het Noordzeekanaalgebied is grootschalige uitbreiding van de infrastructuur nodig. Deze beoogde infrastructuur wordt in kaart gebracht in de CES (Cluster Energie Strategie) NZKG 2024. De infrastructuurprojecten van nationaal belang worden voorgedragen voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). De MIEK-projecten in Westpoort zijn7: • Aanleg waterstofnetwerk NZKG • Importterminals waterstof • Realisatie CO2-netwerk NZKG • Verzwaring en elektriciteitsnet De komende jaren wordt ook geïnvesteerd in nieuwe netwerken en infrastructuur om de transitie te maken naar duurzame brandstoffen. Om veilig te kunnen werken met waterstof werkt Firan aan het benodigde buizennetwerk voor waterstoftransport binnen Westpoort. Voor de verbinding naar andere delen van Nederland werkt het ministerie van KGG aan het realiseren van het Waterstof Netwerk Nederland. Met deze nieuwe netwerken én de versterking van het elektriciteitsnetwerk worden nieuwe circulaire industrieën mogelijk, zoals een eerste waterstoffabriek in Westpoort. Daar wordt zoetwater via elektrolyse omgezet in waterstofdragers.

Industriewater en de komst van nieuwe watervragers8

In Nederland moeten we zorgvuldig omgaan met zoetwater. Door klimaatverandering dreigt niet alleen een tekort aan zoetwater, maar op termijn ook een tekort aan industriewater. Met de komst van nieuwe industriële watervragers, zoals elektrolysers, neemt het risico op tekorten toe. Voor elektrolyse is veel water nodig. Rond 2030 is het naar verwachting technisch mogelijk om waterstoffabrieken met een capaciteit van 1 gigawatt te bouwen. Deze gebruikt jaarlijks tussen de 0,9 en 1,9 miljoen m3 water voor het produceren van waterstof (H2). Daarbovenop komt nog de behoefte aan koelwater.

De watervraag voor een gesloten koelsysteem is ongeveer vijf keer zo groot als het water dat nodig is voor de elektrolyse zelf. Voor een doorstroom-koelwatersysteem, waarvoor zeewater of brak oppervlaktewater gebruikt kan worden, is dat zelfs een factor 100 hoger. Hierbij wordt het warme water direct teruggevoerd naar het waterlichaam en dat kan alleen als de watertemperatuur van het kanaal daardoor niet te veel opwarmt. Deze techniek kan - blijkens de rapportage in opdracht van de ministeries van (voorheen) EZK (nu KGG en EZ) en IenW - in het Noordzeekanaalgebied toegepast worden, omdat daar voldoende brak oppervlaktewater beschikbaar is. Deze methode is op termijn echter strijdig met de waterkwaliteitsdoelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (die in 2027 van kracht worden). Daaruit volgt een maximale oppervlaktewatertemperatuur van 25 graden Celsius. Bij een keuze voor een doorstroom-koelwatersysteem dwingt dat ons tot het vinden van een oplossing hiervoor.

Effluent benutten als bron voor industriewater

Het industriewatergebruik zal tot 2050 verviervoudigen. De groei zal vooral komen van bedrijven die bijdragen aan de energietransitie en de circulaire economie. Het huidige watersysteem kan deze groei niet aan. Gezien de beperkte beschikbaarheid van zoetwaterbronnen zijn alternatieve, betrouwbare waterbronnen nodig. Hiermee worden ook hoogwaardige bronnen vrijgespeeld om goed drinkwater te blijven produceren. Om tekorten aan industriewater in het Noordzeekanaalgebied te voorkomen kunnen partners de komende jaren adequate maatregelen voorbereiden. Van de verschillende opties is het hergebruik van effluent van rioolwaterzuiveringen (rwzi’s) een kansrijke. Deze richting is onder meer opgenomen in het Coalitieakkoord Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2023-2027, waarin als doelstelling staat: ‘We willen effluent van rwzi’s inzetten als industriewater.’ Daarmee wordt de impact van de industrie op de beschikbaarheid van drinkwater geminimaliseerd. Onderstaande partijen maken hiervoor de volgende uitvoeringsafspraak: Uitvoeringsafspraak E: Hergebruik effluent rioolwaterzuivering Amsterdam-West Gemeenschappelijke uitvoeringsafspraak van: • Gemeente Amsterdam (opdrachtgever) • Waternet (initiatiefnemer) • Waterschap Amstel, Gooi en Vecht • Port of Amsterdam De beschikbaarheid van zoet oppervlaktewater en drinkwater staat onder druk door klimaatverandering.

Door groeiende behoefte aan industriewater kan schaarste aan water toenemen. Benutten van effluent van rioolwaterzuiveringen voor productie van industriewater is een kansrijk en circulair alternatief. De gemeente Amsterdam heeft opdracht gegeven aan Waternet om het initiatief te nemen om samen met Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Port of Amsterdam de komende jaren te onderzoeken wat er nodig is om deze kans te benutten en welke investeringen daaraan verbonden zijn. Zij betrekken hierbij desgewenst ook andere partijen en partners. Blijkt de inzet van effluent van rioolwaterzuiveringen voor de industrie de beste oplossing voor de industriewaterlevering, dan wordt deze kans verder uitgewerkt tot investeringsbesluit.

30 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

31

Bron figuur: rapport ‘Water voor waterstof’, 9 juli 2024 van Royal Haskoning DHV8

Warmte afvoeren of hergebruiken

De lozing van warmte op het oppervlaktewater is vanwege de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water, die vanaf 2027 van kracht zal zijn, een belangrijk aandachtspunt. Dat geldt, zoals hierboven beschreven, in het bijzonder bij gebruik van een doorstroomkoelwatersysteem voor de koeling van elektrolysers. De omvangrijke warmteproductie bij grootschalige elektrolyse biedt vanuit technisch en veiligheids-technisch oogpunt perspectief voor integratie met (nabijgelegen) warmtevragers zoals een warmtenet. In de CES NZKG 20249 wordt voorgesteld om te onderzoeken hoe restwarmte van de industrie gekoppeld kan worden aan de vraag in de omgeving. Per gigawatt elektrolyse-capaciteit gaat het om zo’n 210 MW warmte die benut kan worden in industriële processen of voor verwarming van de stedelijke omgeving. Onderstaande partijen maken hiervoor de volgende uitvoeringsafspraak: Uitvoeringsafspraak F: Hergebruik van restwarmte Gemeenschappelijke uitvoeringsafspraak van: • Gemeente Amsterdam • Port of Amsterdam • Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG)10 De komst van elektrolyse naar Westpoort vraagt om voorbereiding op de warmteproductie die bij dit proces vrijkomt.

De lozing van restwarmte op het oppervlaktewater moet worden voorkomen, vanwege de negatieve effecten op de kwaliteit van het oppervlaktewater en de doelen voor 2027 zoals geformuleerd in de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Daarom zijn netwerken nodig voor het hergebruik van restwarmte in de industrie of gebouwde omgeving. Bij initiatieven in Westpoort met grote hoeveelheden restwarmte onderzoeken gemeente Amsterdam en Port of Amsterdam, samen met de initiatiefnemers en het ministerie van Klimaat en Groene Groei, op welke wijze en met welke netwerken deze restwarmte elders in het gebied kan worden aangeboden.

32 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

33

De voedingsindustrie in Zaanstad

Rondom de Zaan is al meer dan 250 jaar bedrijvigheid voor de voedingsmiddelen- en maakindustrie. Bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie zitten vaak aan de Zaan, maar ook dicht op de bewoonde omgeving. Een industrie die verweven is met de haven van Amsterdam. Zo huisvest Zaanstad het grootste cacao verwerkende cluster ter wereld. De gemeente Zaanstad onderzoekt samen met de industrie welke mogelijkheden er zijn voor het versterken en verduurzamen van deze bedrijven. Dat een deel van deze industrie binnenstedelijk langs de Zaan en in historisch industrieel erfgoed is gesitueerd, vormt een extra uitdaging. Soms biedt verplaatsing van een bedrijf naar een nieuwe locatie een kans voor verduurzaming. Illustratief is de verplaatsing van Bunge, een bedrijf in plantaardige oliën. Bunge bouwt op bedrijventerrein HoogTij in Zaandam haar nieuwe huisvesting, waarbij CO2-emissie met 90% wordt gereduceerd ten opzichte van de vorige locaties in Wormerveer en Rotterdam. Ondanks de grote winst die kan worden behaald met verplaatsingen van industrieën, zoals op het gebied van leefbaarheid, ruimte voor woningbouw, duurzaamheid (reductie van uitstoot) en het bouwen aan een toekomstbestendige economie, zijn deze verplaatsingen zeer complex.

Het vraagt aanzienlijke ruimte in het haven-industrieel complex, veel capaciteit van de energie-infrastructuur en de hoge kosten kunnen niet alleen gedragen worden door de industrie zelf. Naast Bunge oriënteert bestaande en nieuwe industrie zich op vestiging op HoogTij. Een dergelijke ontwikkeling is afhankelijk van voldoende capaciteit aan elektriciteit op de nieuwe locatie. De versterking en verduurzaming van het Zaanse industriële cluster vraagt om: • uitbreiding van het hoog-, midden- en laagspanningsnet; • uitbreiding van het 150 kV station in Oostzaan; • verwerving van strategische grondposities in het haven industrieel complex om mogelijke verplaatsingen te faciliteren; • de aanleg van een Zaans waterstofnetwerk; • afspraken met de verschillende overheden voor financiële steun.

34 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

35

3

De scope van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023) richt zich op het realiseren van zeven ambities. Dit hoofdstuk geeft per opgave een overzicht van de belangrijkste uitvoeringsen onderzoeksprojecten in de periode 2025 tot 2029.

Projecten NOVEX-NZKG 3.1 Gezondere leefomgeving

p38

3.2 Milieuruimte voor energieen circulaire transitie

p42

3.3 Haven- & industriegebieden

p44

3.4 Woningbouw

p50

3.5 Netwerken voor energietransitie & circulaire economie

p54

3.6 Landschap & ecologie

p58

3.7 Water- & bodemsysteem

p60

36 Uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG

37

Wat GL 1 Actieagenda Industrie en omwonenden

3.1 Gezondere leefomgeving Uit het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (2023): “Onze ambitie in het Noordzeekanaalgebied is een gezondere en veilige leefomgeving” (p. 52). “Provincie, gemeenten, partners en omgevingsdiensten werken aan het beperken van de uitstoot van vervuilende stoffen, conform het Schone Lucht Akkoord, binnen wettelijke mogelijkheden. (…) Aanscherping in normstelling en vergunningverlening is nodig om een gezonde leefomgeving voor omwonenden te realiseren” (p. 82). Naast het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied werken de IJmond gemeenten, de Omgevingsdienst IJmond en GGD Kennemerland aan het verbeteren van de leefomgeving in de IJmond via het bestaande Programma Gezonde Leefomgeving IJmond 2025, voorheen het Programma Gezondheid en Luchtkwaliteit IJmond. Daarnaast werken ook de provincie Noord-Holland en de IJmond gemeenten aan het verbeteren van de leefomgeving binnen het Programma Tata Steel 2024-2030. Dit is wat de publieke partijen de komende jaren doen op het terrein van normstelling, vergunningverlening, toezicht en handhaving:

Wie

Wanneer

Ministerie van IenW

Wordt onderdeel van de RIA

Het ministerie van IenW werkt aan een schone en gezonde leefomgeving voor alle Nederlanders. De actieagenda richt zich specifiek op de gezondheid van omwonenden van de industrie naar aanleiding van het OVV-rapport. Deze actieagenda zet in op een aantal urgente acties die direct bijdragen aan het verbeteren van de gezondheid van omwonenden. De agenda bevat zowel een aantal acties die direct bijdragen aan het verbeteren van de leefomgeving als een aantal opties die eerst nader onderzocht moeten worden. Deze verkenningen worden de komende tijd, samen met de betrokken partners, uitgevoerd. Er is gekozen om de actieagenda te ordenen in vier thema’s waarin de verschillende onderwerpen – onder andere een aantal wet- en regelgevingstrajecten – terugkomen. De vier thema’s zijn: • Een goede buur • Minder hinder, schone lucht • Meten en weten • Een betrouwbare overheid. De provincie Noord-Holland heeft de afgelopen jaren gevraagd om concrete resultaten te behalen via deze actieagenda, o.a. om het: 1. Ontwikkelen van een normstelling voor cumulatie van emissies en piekbelasting. 2. Ontwikkelen van een landelijke standaard voor het vergunnen aan de onderzijde van de bandbreedte voor Best Beschikbare Technieken (BBT). 3. Opstellen van nationale niveau eisen voor het vervangen van ouderere installaties. 4.

Actieve inzet richting Europa op de actualisatie van BREF’s en Best Beschikbare Technieken (BBT). 5. Gezondheid meer mee te laten wegen bij het opstellen van nieuwe normen. GL 2 Investeren in een gezondere en veilige leefomgeving via Provincie Noord-Holland scherper vergunnen, actualiseren van bestaande vergunningen prioriteren bij uitvoering en handhaving Gemeenten Amsterdam, Beverwijk, De komende periode stelt de provincie, binnen de reikwijdte Haarlemmermeer, van de op dit moment nog bestaande wet- en regelgeving, nader Heemskerk, Velsen en provinciaal beleid op om de fysieke leefomgeving adequaat te Zaanstad beschermen en te benutten voor maatschappelijke opgaven. De provincie Noord-Holland heeft hiervoor een startnotitie Gezonde Omgevingsdiensten NZKG Leefomgeving11 vastgesteld, waarin uitgangspunten zijn vastgeen IJmond legd om toe te werken naar een gezonde leefomgeving. Het streven van de provincie Noord-Holland is om de huidige milieudruk te verlagen om de leefomgeving gezonder te maken, en dat betekent een kritische en zorgvuldige reflectie op de besteding van vrijgekomen milieuruimte.

De provincie Noord-Holland, de gemeenten Amsterdam, Beverwijk, Haarlemmermeer, Heemskerk, Velsen en Zaanstad, en de Omgevingsdiensten NZKG en IJmond investeren in een gezondere en veilige leefomgeving via scherper vergunnen, waar nodig intensiveren en verscherpen van het toezicht en het periodiek actualiseren en prioriteren van bestaande vergunningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15261476/1