2. Toelichting en Regels.pdf
Tekst van het document
Figuur 4.3 Uitsnede risicokaart met het plangebied rood omkaderd (Bron: risicokaart.nl)
Conclusie In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.9
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 35
milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven.
Tabel 4.2 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Stikstofdioxide (NO2)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
Uurgemiddelde concentratie
Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m³
24-uurgemiddelde concentratie
Max. 35 keer p.j. Meer dan 50 µg / m³
Jaargemiddelde concentratie
25 µg/m³
Fijn stof (PM10)
Fijn stof (PM2,5)
Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg.
Onderzoek De beoogde ontwikkeling voorziet in één burgerwoning. Dit aantal valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Het plan draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht en is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2019 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Gemeente Amsterdam
blz. 36
hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Uitdammerdijk ten oosten van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2020: 11,1 µg/m³voor NO2, 16,0 µg/m³voor PM10 en 9,2 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6,0 dagen. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de maatgevende weg ligt.
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.10
Water
Toetsingskader De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en die is verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf.
Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld.
Europees: Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal: Nationaal Waterplan (NW); Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Waterwet Provinciaal: Provinciaal Waterplan; Omgevingsvisie; Omgevingsverordening.
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 37
Waterschapsbeleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheerplan) zijn de programma's en beheertaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheergebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen.
Keur HHNK In november 2009 heeft het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) een nieuwe Keur 2010 vastgesteld die op 1 januari 2010 in werking is getreden. In deze Keur is een aantal wijzigingen aangebracht ten opzichte van de vorige Keur. Een belangrijke wijziging is de verplichting tot het uitvoeren van compenserende maatregelen bij verhardingstoenames groter dan 800 m².
Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRP) 2016 - 2021 De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor drie watertaken: 1. Inzameling en transport van stedelijk afvalwater (het vuilwater) 2. Inzameling en verwerking van afvloeiend regenwater 3. Het nemen van grondwatermaatregelen.
In het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRP) 2016 - 2021 staat hoe de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert en hoe zij dit in de toekomst wil blijven doen. De algemene uitgangspunten voor regenwater zijn: De gemeente houdt bij de inrichting van de openbare ruimte rekening met het tijdelijk opvangen van extreme buien. De ambitie van de gemeente is om 60 mm per uur te kunnen verwerken zonder dat er schade ontstaat aan huizen en vitale infrastructuur. De perceeleigenaar is in principe verantwoordelijk voor de verwerking van het regenwater op eigen terrein. (Her)gebruik van regenwater heeft de voorkeur boven direct lozen in het riool.
Onderzoek De watertoets is uitgevoerd.
Huidige situatie Gemeente Amsterdam
blz. 38
In de huidige situatie is het plangebied voor 286 m2 verhard middels twee schuren en een hooiopslag. Ook ligt er nog zo'n 100 m2 aan (grotendeels) verharde oprit. Aan de oostkant van het plangebied ligt een sloot en aan de noordzijde grenst het plangebied aan de Holysloter Die.
Bodem en grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem uit ontgonnen veenvlakte. Met betrekking tot grondwater is sprake van grondwatertrap II. Dit betekent dat de hoogste gemiddelde grondwaterstand (GHG) op minder dan 40 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) schommelt tussen de 50 en 80 centimeter onder maaiveld. Het maaiveld ligt op circa 1,25 meter onder NAP.
Waterkwantiteit Het plangebied wordt in het oosten begrensd door een watergang behorende tot de categorie 'secundair'. De beschermingszone van een secundaire watergang betreft 5 meter. Binnen deze beschermingszones gelden conform de Keur van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier beperkingen voor bouwen en aanleggen ter bescherming van en om onderhoud aan de watergang mogelijk te houden. De sloot aan de oostzijde wordt onderhouden door de aanliggende eigenaar. Het waterschap is verantwoordelijk voor het uitbaggeren van de sloot.
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 39
Figuur 4.4 Uitsnede Legger watergangen (categorie) Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier met plangebied zwart omcirkeld
Gemeente Amsterdam
blz. 40
Figuur 4.5 Uitsnede Legger wateren (onderhoudsplicht) Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier met plangebied zwart omcirkeld
Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Verder bevinden zich tevens geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied.
Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering.
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 41
Afvalwaterketen en riolering Het bestaande gebouw is aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel.
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is het plangebied bebouwd met een burgerwoning en schuur, respectievelijk 77 m2 en 21 m2 groot. De verharding qua oprit blijft naar verwachting gelijk.
Bodem en grondwater De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater.
Waterkwantiteit Omdat er (sloop-)werkzaamheden plaatsvinden in de beschermingszone dient een watervergunning te worden aangevraagd. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hanteert een grenswaarde van 800 m2. Bij een plan met een toename in verharding van minder dan 800 m2 is compensatie niet verplicht. Deze compensatie moet eerst plaatsvinden voordat het verhard oppervlak wordt aangelegd. Een andere werkwijze zou immers een tijdelijke vermindering van de bergingscapaciteit van het watersysteem betekenen en kan leiden tot lokale wateroverlast. Er wordt per saldo meer bebouwing gesloopt dan er wordt teruggebouwd. Er hoeft niet te worden gecompenseerd voor een toename aan verharding.
Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.
Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving.
Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:
Gemeente Amsterdam
blz. 42
hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.
Conclusie De ontwikkeling vindt plaats binnen de beschermingszone van 5 meter rondom de oostelijke secundaire watergang. Hierdoor moet voor de werkzaamheden een watervergunning aangevraagd worden. Ten opzichte van de huidige situatie verbetert de situatie. De huidige bebouwing grenst aan de watergang in de beheerzone. De nieuwe bebouwing staat hier verder vanaf. Per saldo neemt de verharding af. Daarmee heeft de ontwikkeling een positieve invloed op de waterhuishouding in het gebied.
4.11
Ecologie
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro.
Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn).
De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 43
deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.
Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten.
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn.
Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Provincie Noord-Holland In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 3 bij deze verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos en woelrat.
Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. De beoogde locatie ligt op circa 4,3 kilometer afstand van het stikstofgevoelige Natura 2000-gebied 'Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske', zoals in figuur 4.6 weergegeven. Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland.
Gemeente Amsterdam
blz. 44
Figuur 4.6 - Globale ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. NNN (grijs) en Natura 2000-gebieden (groen) (bron: Atlas leefomgeving)
Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen gezien de afstand tot Natura-2000 gebied worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. Met het programma AERIUS Calculator (2020) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekeningen voor zowel aanleg- als gebruiksfase zijn opgenomen in de Bijlage 1. Uit de rekenresultaten blijkt dat voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.
Soortenbescherming Om de effecten te kunnen bepalen is een quickscan uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 11.
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 45
Zoogdieren Het voorkomen van verblijfsplaatsen van vleermuizen is uitgesloten. In de te slopen bebouwing zijn verder geen bewoningssporen door zoogdieren aangetroffen. Ondanks dat is bewoning door bosmuizen en huisspitsmuizen wel te verwachten. De Wet natuurbescherming verwacht hier een zorgvuldig handelen (niet doden of verwonden), maar sloop of nieuwbouw uitvoeren is geen probleem. De begroeiing aan de waterkant met het Holysloter die is geschikt voor diverse soorten muizen; woelrat, muskusrat, dwergmuis, Noorse woelmuis en waterspitsmuis. Verder zijn van marterachtigen geen sporen gevonden. Aannemelijk is verder de aanwezigheid van de egel, maar een geschikte schuilplaats is niet gevonden.
Vogels Er zijn twee broedplaatsen van de boerenzwaluw aangetroffen in de stal en schuur. Verder zijn er geen andere nesten van vogelsoorten aangetroffen. Ook is er geen aanwijzing gevonden van broeden. Wel zijn er mogelijkheden tot nestelen in het hoge kruidengras achter op het perceel en in de teruggesnoeide knotwilg. In het dak van Dorpsstaat 41 nestelen huismussen. Dit huis behoort echter niet tot de ontwikkeling. Ook zijn er in andere huizen in de buurt broedgevallen van de gierzwaluw, boerenzwaluw en spreeuw vastgesteld. De nesten van boerenzwaluwen zijn ook buiten broedtijd beschermd. De mate van bescherming hangt af van alternatieven in de omgeving. Deze zijn er in Holysloot voldoende. Er is dan ook geen ontheffing op de Wet natuurbescherming.
Planten Er zijn geen wettelijk beschermde soorten planten aangetroffen.
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de sloop-, aanleg- en gebruiksfase uitgesloten. De ontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.12
Milieueffectrapportage
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als
Gemeente Amsterdam
blz. 46
bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.
Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van één burgerwoning en blijft daarmee (ruim) onder de drempelwaarde. Voor deze ontwikkeling is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.
4.13
Eindconclusie
Op basis van de onderzochte informatie worden geen bijzondere belemmeringen verwacht voor de vaststelling van het bestemmingsplan ten aanzien van de milieu- en overige aspecten. Desondanks wordt er wel geadviseerd om vanuit het perspectief van een goed woon- en leefklimaat aanvullend geluidonderzoek uit te voeren ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Hierbij kan worden aangesloten op nieuwbouweis waarbij voor de hogere waarde de gecumuleerde geluidgevelbelasting exclusief correctie conform artikel 110g Wgh kan worden aangehouden. Ook is het noodzakelijk om een saneringsplan op te stellen om de bodemverontreinigingen op te ruimen.
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 47
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische plantoelichting
Algemeen
Dit bestemmingsplan vormt het juridische kader voor het plangebied. Op basis van dit bestemmingsplan zal de beoogde ontwikkeling zonder verdere uitwerking van de bestemmingen of andere planologisch-juridische procedures kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast vervult het plan, na realisatie van de ontwikkeling een belangrijke beheer- en gebruiksfunctie. Iedere functie in het plangebied is voorzien van een daarop toegesneden bestemmingsregeling.
De planopzet biedt enige flexibiliteit voor de beoogde herinrichting en tegelijkertijd rechtszekerheid voor de gebruikers van de aangrenzende gebieden. De in het plan vastgelegde omvang van de diverse functies is vastgelegd op de verbeelding en in de bestemmingsregeling. Door deze wijze van bestemmen zijn de functies ruimtelijk begrensd.
Ingevolge de Wro, het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd en gepresenteerd te worden en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. Er is een aantal standaarden door het Ministerie van VROM ontwikkeld, waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). In dit bestemmingsplan is van deze standaarden voor zover van toepassing gebruikgemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Het bestemmingsplan is tevens afgestemd op de terminologie en regelgeving zoals opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De regeling is zo veel mogelijk afgestemd op het gemeentelijk handboek voor bestemmingsplannen en het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk Noord'.
5.2
Opbouw regels
De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen, die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan (zie paragraaf 5.3). Het derde hoofdstuk gaat in op de algemene bepalingen (zie paragraaf 5.4). De overgangs- en slotbepalingen maken onderdeel uit van het vierde hoofdstuk (zie paragraaf 5.5).
5.3
Bestemmingen
Artikel 3 Tuin Binnen de bestemming 'Tuin' zijn gronden bestemd voor op aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, alsmede voor bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, parkeervoorzieningen, water, (ontsluitings)wegen en (aanlandingsplekken van) bruggen.
Artikel 4 Wonen Gemeente Amsterdam
blz. 48
Binnen de bestemming 'Wonen' zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen het op verbeelding aangegeven bouwvlak. Voor Holysloot geldt een rijksbeschermd dorpsgezicht. Om de karakteristieken van het rijksbeschermde dorpsgezicht te beschermen, is gekozen voor een gedetailleerde regeling waarbij de maximale goot- en bouwhoogten voor de hoofdgebouwen op de verbeelding zijn aangegeven. De woning mag een maximale goot- en bouwhoogte hebben van respectievelijk 3,5 meter en 9 meter. Ook is middels de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' aangegeven waar aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gerealiseerd. Middels de kop 'nadere eisen' is opgenomen dat er voorafgaand aan de vergunningaanvraag van de woning onderzoek plaats dient te vinden naar de juiste gevelwering om het maximale akoestisch binnenniveau van 33 dB aan te tonen.
Artikel 5 Waarde - Archeologie - 1 en artikel 6 Waarde - Archeologie - 6 De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 1' en 'Waarde - Archeologie - 6' zijn gehanteerd voor de delen van het plangebied met een archeologische verwachtingswaarde. In deze dubbelbestemming wordt een aantal bouwmogelijkheden afhankelijk gesteld van een omgevingsvergunning. Dit omdat in het kader van rechtstreeks bouwrecht geen onderzoek verplicht mag worden gesteld en geen afwegingen mogen worden gemaakt. Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien door onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische resten aanwezig zijn.
Artikel 7 Waarde - Cultuurhistorie De dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' is erop gericht om de cultuurhistorische waarden van het rijksbeschermde dorpsgezicht in het plangebied te beschermen. Hiertoe behoort de kern van Holysloot.
5.4
Algemene regels
Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat gronden, die betrokken zijn bij het bepalen van bouwmogelijkheden, niet nogmaals worden meegenomen bij het beoordelen van andere bouwmogelijkheden.
Artikel 9 Algemene bouwregels In de regels zijn diverse regelingen opgenomen die aangeven wat maximaal of minimaal toelaatbaar is. Deze regelingen kunnen betrekking hebben op hoogten, breedten, diepten, oppervlakten, inhoud, afstanden of aantallen. Ruimtelijke overwegingen hebben bepaald welke maat als maximum of minimum is aangegeven. Lang niet alle bestaande situaties voldoen echter aan de betrokken maten. Met betrekking tot de bestaande maten is als peildatum gekozen voor het moment waarop het bestemmingsplan in werking is getreden. Qua gebruik is dit het eerste moment waarop de gebruiksregels van het bestemmingsplan van toepassing zijn. Wat bouwen betreft, is dit het eerste moment waarop nog uitsluitend conform het geldende bestemmingsplan, in casu de daarin vastgelegde
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 49
maxima en minima, kan worden gebouwd.
Artikel 10 Algemene gebruiksregels In deze bepaling is een algemeen gebruiksverbod opgenomen. Ook zijn algemene gebruiksregels opgenomen, voor gebruiksmogelijkheden die in het gehele plangebied niet zijn toegestaan. Deze zijn waar relevant ongewijzigd overgenomen uit het moederplan.
5.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 12 Overgangsrecht Dit artikel bevat regels die als doel hebben bestaande situaties (gebruik of bouwwerken) welke niet in overeenstemming zijn met dit plan te regelen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gebruik en bouwen. De huidige situatie in het plangebied is legaal.
Artikel 13 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.
Gemeente Amsterdam
blz. 50
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 51
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie buurt In 2018 zijn de omwonenden geïnformeerd over de aanvraag voor het realiseren van een burgerwoning in het plangebied. Er is destijds contact geweest met de buren op Dorpsstraat 41A, 41B, 43, 43A en 60A. Gedurende het proces is de initiatiefnemer in gesprek gebleven met deze omwonenden. In de zomer van 2020 is het concept bouwplan daarom aan deze buurtbewoners voorgesteld. Allen reageerden positief op zowel de bouw van de woning als het concept ontwerp.
Een groot aantal andere bewoners uit het dorp zijn informeel ingelicht over de plannen. Geen van deze bewoners sprak over bezwaren. De bewoners vinden over het algemeen de toevoeging van de woning een verrijking voor het dorp.
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan de verschillende overlegpartners. Dit zijn de provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de brandweer Amsterdam-Amstelland. vanuit het Hoogheemraadschap is geen reactie ontvangen en de brandweer Amsterdam-Amstelland heeft laten weten geen opmerkingen te hebben. Vanuit de provincie is aangegeven dat de toetsing aan het provinciale beleid niet helemaal correct is uitgevoerd. Er werd verwezen naar artikel 17 uit de provinciale ruimtelijke verordening uit 2019, terwijl inmiddels de omgevingsverordening NH2020 is vastgesteld. Paragraaf 2.3 over het provinciaal beleid is hierop aangepast. Ook de verwijzing naar artikel 6.5 uit de Omgevingsverordening NH2020 was verkeerd. Dit moest een verwijzing en toetsing aan artikel 6.9 uit de Omgevingsverordening NH2020 zijn. Tevens vraagt de provincie te toetsen aan het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). De gevraagde aanpassingen zijn doorgevoerd.
Ter inzagelegging Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen (artikel 3.8 Wro) van 24 juni 2021 t/m 4 augustus 2021. Tijdens deze periode is aan een ieder de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen. Er zijn geen zienswijzen ingediend gedurende deze periode. Daarnaast is nog een ambtshalve wijziging doorgevoerd door het afwegingskader grondwaterneutrale kelders toe te voegen in paragraaf 2.4 van de toelichting. In het bouwplan van deze woning is geen kelder voorzien.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Financiële haalbaarheid Dit plan heeft betrekking op een particulier initiatief waarmee de gemeente geen directe financiële
Gemeente Amsterdam
blz. 52
bemoeienis heeft. De gronden binnen het plangebied zijn in eigendom bij de initiatiefnemer. De kosten voor de functiewijziging van het plangebied worden door de initiatiefnemer gedragen. Deze beschikt over voldoende financiële middelen om de ontwikkeling te kunnen realiseren.
Kostenverhaal De ontwikkeling betreft een bouwplan. De gemeentelijke kosten met betrekking tot de planologische procedure en daaraan verwante kosten worden verhaald via een anterieure overeenkomst. Het stellen van extra eisen, regels of een fasering in een exploitatieplan is voor deze ontwikkeling niet nodig. Het is daarom niet nodig een exploitatieplan vast te stellen. Het plan wordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht.
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 53
Bijlagen toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 54
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 55
Bijlage 1
Memo stikstofberekening
Gemeente Amsterdam
memo
Postbus 150, 3000 AD Rotterdam Telefoon: 010-2018555 Fax: 010-4121039 E-mail: info@rho.nl
Plan:
Dorpsstraat 43, Holysloot
Onderwerp:
Stikstofberekening
Datum:
19 januari 2021
Auteur:
ing. M. Enthoven
Inleiding Op de locatie aan de Dorpsstraat tussen nummer 41 en 43 in Holysloot bestaat het voornemen om één vrijstaande woning met schuur te realiseren. Het betreft een bebouwde locatie. Voor de aanvang van de bouw zullen twee schuren en een hooiopslag met een totaal oppervlakte van 286 m2 verwijdert moeten worden. Zowel de sloop, de realisatie van de woning met schuur en de bijbehorende toename van het aantal verkeersbewegingen leiden mogelijk tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De beoogde locatie ligt op circa 4,3 kilometer afstand van stikstofgevoelig Natura 2000-gebied ‘Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske’, zoals in figuur 1 weergegeven. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen gezien de afstand worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. Met het programma AERIUS Calculator (2020) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming.
De berekeningen voor zowel aanleg- als gebruiksfase zijn opgenomen in de bijlage bij deze memo.
Figuur 1: Globale ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000-gebieden. (Bron: AERIUS Calculator)
blz. 1
Uitgangspunten aanlegfase De afzonderlijke emissiebronnen tijdens de aanlegfase zijn uitgewerkt in tabel 1 en 2. De uitkomsten op jaarbasis (laatste kolom) zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. De inzet van het materieel is als vlakbron ingevoerd per onderdeel. Voor het te slopen gedeelte is één bron ingevoerd gezien de aan elkaar grenzende ligging. De bouw van de schuur en woning zijn als aparte bronnen ingevoerd. De brongegevens voor het brandstofgebruik en materieelinzet zijn afkomstig van referentieprojecten. De verkeersafwikkeling vindt plaats via de Dorpsstraat Holysloot en Bloemendalergouw in zuidwestelijke richting tot de Bloemendalergouw zich splitst in twee afzonderlijke richtingen. Op deze locatie gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Op grond van jurisprudentie worden de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Tabel 1: Materieelinzet aanlegfase.
Soort materieel
Stage klasse
Sloopkraan
Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H Stage IIIA, 75-130 kW, 2007, Cat. I Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H Stage IIIA, 75-130 kW, 2007, Cat. I Stage IIIA, 75-130 kW, 2007, Cat. I
Trekker met grondkar Betonmixer Graafmachine Mobiele kraan
Brandstofverbruik (L/uur)
Draaiuren
Verbruikte brandstof (L/Jaar)
14
12
168
10
12
120
9
13
117
7
24
168
7
24
168
Tabel 2: Verkeersgeneratie aanlegfase.
Aanvoer Aanvoer materiaal Aanvoer medewerkers
Aantal voertuigen 5 75
Aantal verkeersbewegingen (mvt/jaar) 10 middelzware mvt/jaar 150 lichte mvt/jaar
blz. 2
Uitgangspunten gebruiksfase De te realiseren bebouwing zal gasloos zijn en kent derhalve geen gebouwemissies. De verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe bewoner(s) zullen echter wel leiden tot extra stikstofemissie. Voor het bepalen van de extra verkeersgeneratie zijn berekeningen uitgevoerd op basis van de kengetallen van het CROW (Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381). Hierbij zijn de kenmerken 'weinig stedelijk' en ‘buitengebied’ gehanteerd. De verkeersgeneratie van de verkeerstoename is opgenomen in tabel 3. In totaliteit is er sprake van een verkeersgeneratie van 9 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag, daarbij gaat het om licht verkeer. De uitgangspunten van de verkeersafwikkeling zijn gelijk aan de aanlegfase. Aan de hand van deze gegevens is de berekening met AERIUS Calculator gemaakt. Tabel 4: Verkeersgeneratie gebruiksfase.
Functie Koop, huis, vrijstaand
eenheid 1 woning
CROW norm in mvt/per eenheid 8,2
Totale Verkeersgeneratie in mvt/etmaal 9
Resultaten en conclusie Uit de rekenresultaten blijkt dat voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk. De stikstofdepositie vormt geen probleem voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. De AERIUS-berekeningen zijn als PDF bijlage toegevoegd aan deze memo. De uitkomsten van de AERIUS-berekeningen dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle aangetoond kan worden dat dit aspect onderzocht is.
blz. 3
blz. 59
Bijlage 2
Aeriusberekening aanlegfase
Gemeente Amsterdam
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RjzP7RbdUQwJ (19 januari 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho Adviseurs
Dorpsstraat Holysloot 41, 1028BC Amsterdam
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Dorpsstraat Holysloot 41-43
RjzP7RbdUQwJ
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
19 januari 2021, 10:53
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Resultaten
Resultaten
12,71 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
NOx
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
-
Situatie 1
RjzP7RbdUQwJ (19 januari 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Materieelinzet sloop Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
4,95 kg/j
Materieelinzet schuur Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
2,68 kg/j
Materieelinzet woning Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
5,03 kg/j
Verkeersafwikkeling Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RjzP7RbdUQwJ (19 januari 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Materieelinzet sloop 130604, 491841 4,95 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IIIa, 130 <= Sloopkraan kW < 300, bouwjaar 2006 (Diesel)
168
0
0,0 NOx NH3
2,93 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIa, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2007 (Diesel)
120
0
0,0 NOx NH3
2,02 kg/j < 1 kg/j
Trekker met grondkar
Materieelinzet schuur 130597, 491847 2,68 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IIIa, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2007 (Diesel)
Graafmachine
56
0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIa, 130 <= Betonmixer kW < 300, bouwjaar 2006 (Diesel)
45
0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIb, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2012 (Diesel)
56
0
0,0 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Mobiele kraan
RjzP7RbdUQwJ (19 januari 2021) pagina 4/6
Resultaten
Materieelinzet woning 130606, 491833 5,03 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IIIa, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2007 (Diesel)
Graafmachine
112
0
0,0 NOx NH3
1,89 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIa, 130 <= Betonmixer kW < 300, bouwjaar 2006 (Diesel)
72
0
0,0 NOx NH3
1,26 kg/j < 1 kg/j
STAGE IIIa, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2007 (Diesel)
112
0
0,0 NOx NH3
1,89 kg/j < 1 kg/j
Mobiele kraan
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Situatie 1
Verkeersafwikkeling 130385, 491653 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
150,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Middelzwaar vrachtverkeer
10,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RjzP7RbdUQwJ (19 januari 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RjzP7RbdUQwJ (19 januari 2021) pagina 6/6
blz. 66
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 67
Bijlage 3
Aeriusberekening gebruiksfase
Gemeente Amsterdam
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RRaFyQEsobHZ (19 januari 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho Adviseurs
Dorpsstraat Holysloot 41, 1028BC Amsterdam
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Dorpsstraat Holysloot 41-43
RRaFyQEsobHZ
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
19 januari 2021, 10:56
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Resultaten
Resultaten
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
NOx
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
-
Situatie 1
RRaFyQEsobHZ (19 januari 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Verkeersafwikkeling Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RRaFyQEsobHZ (19 januari 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Situatie 1
Verkeersafwikkeling 130385, 491653 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
9,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RRaFyQEsobHZ (19 januari 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201216_c759386971 Database versie 2020_20201216_c759386971 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RRaFyQEsobHZ (19 januari 2021) pagina 5/5
blz. 73
Bijlage 4
Aanwijzing rijksbeschermd dorpsgezicht Holysloot
Gemeente Amsterdam
ZD C-i \8-i
C
Kenmerk
Rijswijk
156043
1 8 NOV. 1991
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
EN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER OVERWEGENDE dat de o o r s p r o n k e l i j k e r e l a t i e tussen het dorp H o l y s l o o t en de d i r e c t e omgeving, het veenweidegebied Waterland en de H o l y s l o t e r Die, i n r u i m t e l i j k en f u n c t i o n e e l o p z i c h t zeer groot en waardevol i s ; dat de r u i m t e l l i j k e ontwikkeling z i c h geheel binnen het h i s t o r i s c h s t u c t u r e l e gegeven van de lintbebouwing heeft afgespeeld; dat het gebied m i t s d i e n een beeld oplevert dat van algemeen belang i s vanwege z i j n schoonheid en z i j n r u i m t e l i j k e s t r u c t u r e l e samenhang; Voorts overwegende dat het geldende bestemmingsplan Holysloot v a s t g e s t e l d 11 j u l i 1984 g e d e e l t e l i j k goedgekeurd 1 oktober 1985 en onherroepelijk b i j K o n i n k l i j k B e s l u i t van 17 f e b r u a r i 1988, nr. 15 i n b e l a n g r i j k e mate recht doet aan de omschreven h i s t o r i s c h e k a r a k t e r i s t i e k ; Gelet op a r t i k e l 35 en a r t i k e l 36 van de Monumentenwet 1988; Gehoord de stadsdeelraad van de gemeente Amsterdam-Noord, Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, de Raad voor het Cultuurbeheer en de R i j k s p l a n o l o g i s c h e Commissie;
BESLUITEN Het gebied i n de gemeente Amsterdam zoals i s aangegeven op de b i j d i t b e s l u i t behorende tekening nr. 272 I I I en zoals i s omschreven i n de t o e l i c h t i n g b i j d i t b e s l u i t , aan t e wijzen a l s beschermd dorpsgezicht i n de z i n van a r t i k e l 1, onder g, van de Monumentenwet 1988; het navolgende bestemmingsplan aan t e merken a l s beschermend bestemmingsplan i n de z i n van a r t i k e l 36, tweede l i d , van de wet: H o l y s l o o t Van d i t b e s l u i t , waarvan mededeling z a l worden gedaan i n de Staatscourant, z a l a f s c h r i f t worden gezonden aan de Raad voor het Cultuurbeheer, de stadsdeelraad van de gemeente Amsterdam-Noord, Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en de R i j k s p l a n o l o g i s c h e Commissie.
pev van W e l z i j n , Volksgezondheid
en Cultuur,
H. d'Ancona h u i s v e s t i n g , R u i m t e l i j k e Ordening en Milieubeheer,
blz. 76
bestemmingsplan_8e herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 77
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
Gemeente Amsterdam
APS - Milieu B.V.
Tappersweg 12E 2031 ET Haarlem Tel.: (023) 538 51 91 Fax: (023) 537 78 21 info@apsmilieu.nl www.apsmilieu.nl
Verkennend bodemonderzoek R17-B542 Dorpsstraat Holysloot (perceel tussen nrs. 41-43) Amsterdam
Opdrachtgever: dhr. J. Bekhof H.M. van Randwijklaan 15 1462 XR Middenbeemster augustus 2017
IBAN: NL52 RABO 0175 8032 77 NL44 INGB 0002 0722 15 KvK Haarlem: 34123303 BTW nr: 815463844B01
APS - Milieu B.V.
Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1 Doel en opzet van het onderzoek ................................................................................. 5 1.2 Vooronderzoek ............................................................................................................ 6 1.3 Asbest .......................................................................................................................... 8 1.4 Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................ 8 1.5 Hypothese en strategie ................................................................................................. 9 2 Uitvoering ......................................................................................................................... 10 2.1 Veldwerk ................................................................................................................... 10 2.2 Laboratoriumonderzoek............................................................................................. 11 3 Analyseresultaten..............................................................................................................
12 4 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................ 13 5 Betrouwbaarheid ............................................................................................................... 14
Bijlage 1. Topografische kaart............................................................................................. 15 Bijlage 2. Kadastrale kaart................................................................................................... 17 Bijlage 3. Locatietekening met boorpunten ......................................................................... 19 Bijlage 4. Boorstaten ........................................................................................................... 21 Bijlage 5. Overzicht vooronderzoek .................................................................................... 25 Bijlage 6. Toetsingskader .................................................................................................... 27 Bijlage 7. Referenties .......................................................................................................... 36 Bijlage 8. Fotorapportage .................................................................................................... 38 Bijlage 9. Analysecertificaten.............................................................................................. 42
2
APS - Milieu B.V.
Samenvatting Soort onderzoek
verkennend bodemonderzoek NEN-5740
Aanleiding tot het onderzoek
Transactie
Projectcode
R17-B542
Opdrachtgever
dhr. J. Bekhof
Adres opdrachtgever
H.M. van Randwijklaan 15
Woonplaats en postcode
1462 XR Middenbeemster
Locatiebenaming
Dorpsstraat Holysloot (perceel tussen nrs. 41-43)
Locatieadres
Dorpsstraat Holysloot (perceel tussen nrs. 41-43)
Locatie plaats en postcode
1028 BC Amsterdam
Kadastrale aanduiding
Sectie G, nummer 122 gemeente Ransdorp
Coördinaten
130605 / 491870
Oppervlakte onderzoekslocatie
1000 m2
Te onderscheiden deellocaties
1
Aantal boringen en peilbuizen
7 waarvan 1 afgewerkt met een peilbuis
Datum veldwerk
05-07-2017
Datum watermonster
13-07-2017
Aantal analyses
5 waarvan 1 grondwateranalyse
Aanwijzingen asbest Aangetroffen verontreinigingen
antropogene bijmengingen in de grond bovengrond (zand, sterk puin en klei) licht verontreinigd met kobalt, nikkel, zink, lood, PCB, minerale olie en PAK bovengrond (veen matig puin) o.a. sterk verontreinigd met zink en PAK en matig verontreinigd met lood ondergrond (zintuiglijk olie) licht verontreinigd met minerale olie grondwater licht verontreinigd met kobalt, nikkel, koper, zink, barium, lood, minerale olie, xylenen en naftaleen -uitvoeren nader bodemonderzoek naar de ernst en omvang van de aangetroffen sterke verontreinigingen met zink en PAK en de aangetroffen matige verontreiniging met lood in de bovengrond -uitvoeren verkennend asbestonderzoek -uitvoeren aanvullend bodemonderzoek t.p.v. greppel en puinpad
Conclusies en aanbevelingen
3
APS - Milieu B.V.
1 Inleiding In augustus 2017 heeft APS-Milieu in opdracht van dhr. J. Bekhof te Middenbeemster een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Dorpsstraat Holysloot (perceel tussen nrs. 41-43) te Amsterdam. Het onderzoek is uitgevoerd conform BRL SIKB 2000, VKB- protocol 2001 plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen en VKB- protocol 2002 het nemen van grondwatermonsters. APS-Milieu verklaart dat er geen andere relaties bestaan met de opdrachtgever van het bodemonderzoek anders dan die van opdrachtgever versus opdrachtnemer. Onderstaande verklaren de veld- en/of rapportagewerkzaamheden conform de geldende normen en onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd. Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:
Dhr. G. Baars Poelsema Veldwerkbureau B.V. EC-SIKB-02239
Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:
Dhr. A. Haan APS Milieu B.V. VB-028
Rapportage 2000 Naam: Onderzoeksbureau: Ondertekening:
Ing. T.R.U. Wanders APS Milieu B.V.
Rapportage vrijgegeven door: Naam: Ing. J.J. de Vlieger Onderzoeksbureau: APS Milieu B.V. Certificaatnummer: VB-028 Ondertekening:
4
APS - Milieu B.V.
De aanleiding tot het laten uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen koop of verkoop van het perceel. Het doel van een bodemonderzoek in het kader van een transactie waarbij de kwaliteit van de bodem een rol speelt, is het wegnemen van onzekerheden en het regelen van aansprakelijkheid voor (toekomstige) kosten verband houdend met bodemverontreiniging. Bij een dergelijk onderzoek wordt over het algemeen als een verkennend onderzoek volgens de NEN-5740 uitgevoerd, waarbij het vooronderzoek tenminste aan het verminderd basisniveau volgens de NEN-5725 dient te voldoen. In overleg met de betrokken partijen kan eventueel van deze opzet afgeweken worden. De onderzoekslocatie valt samen met het te kopen of verkopen terrein.
1.1 Doel en opzet van het onderzoek Doel van een verkennend bodemonderzoek is: Bepalen of er al dan niet van bodemverontreiniging sprake is, conform de Wet Bodembescherming. Eventueel bepalen of er een nader onderzoek gewenst is naar de ernst van de bodemverontreiniging. Eventueel verkrijgen van een eerste indicatie van de verspreiding van de verontreiniging, zonodig door heranalyse van afzonderlijke monsters. De opzet van een verkennend onderzoek omvat de volgende fasen: Vaststellen van het (juridische) kader van het onderzoek. Verrichten van (historisch) vooronderzoek naar mogelijke verontreiniging. Verrichten van vooronderzoek naar geohydrologie en bodemopbouw. Opstellen van hypothese en onderzoeksstrategie voor het bodemonderzoek. Uitvoering veldwerk (boringen, peilbuizen en bemonsteringen). Uitvoering laboratoriumanalyses in een erkend RvA geaccrediteerd laboratorium. Interpretatie van de resultaten van het onderzoek. Toetsing van hypothese en strategie. Eventueel herhalen van (enkele van) de voorgaande fasen als de hypothese en strategie niet toereikend blijken te zijn geweest. Bepalen of er sprake is van bodemverontreiniging, en indicaties geven over de verspreiding ervan. Eventueel bepalen of nader onderzoek gewenst is. Rapportage en eindbespreking.
5
APS - Milieu B.V.
1.2 Vooronderzoek De ligging van de locatie is aangegeven op de topografische kaart (bijlage 1) en tevens op een kadastrale tekening (bijlage 2). Ook zijn er foto's gemaakt van het onderzochte terrein (bijlage 8). Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2009, strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. In bijlage 5 is een overzicht van de verkregen gegevens opgenomen. De onderzoekslocatie is gelegen in Ransdorp. Het perceel is eigendom van dhr. C.P. Schoon met het zakelijk recht voor de gemeente Amsterdam en staat kadastraal bekend onder de aanduiding Sectie G, nummer 122 van de gemeente Ransdorp. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt 1000 m2. Uit kadastrale gegevens blijkt dat het perceel de bestemming bedrijvigheid (agrarisch) terrein (grasland) heeft. In de omgeving is voornamelijk sprake van agrarisch- en woongebied. De aanleiding voor het bodemonderzoek vormt de voorgenomen transactie van het perceel. Momenteel is het perceel niet in gebruik. Op de locatie zijn twee schuren aanwezig. Deze schuren worden gebruikt voor opslag van goederen. De locatie ligt grotendeels braak. Aan de westkant van de locatie is een puinpad aanwezig. Bij de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zijn gegevens opgevraagd van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie en de ligging van ondergrondse tanks.
Ook is het Bodemloket geraadpleegd. Verder is het archief van APS Milieu B.V. geraadpleegd. Op de onderzoekslocatie zijn geen ondergrondse tanks en andere historische bodembedreigende activiteiten geregistreerd. In juni 2016 is door APS Milieu B.V. op de locatie Dorpsstraat Holysloot (perceel tussen nrs. 41-43) Amsterdam, een bodemsanering (kenmerk R16-B472) uitgevoerd. De uitgevoerde sanering betreft een calamiteitensanering van een omgevallen dieseltank. De tank is op donderdag 16-06-2016 door een onbekende ijzerboer omgetrokken. Het is onbekend hoeveel diesel nog in de tank aanwezig was. De sterk met minerale olie verontreinigde grond is op basis van organoleptische waarnemingen ontgraven en direct afgevoerd. Er is over een oppervlakte van ongeveer 15 m2 ontgraven tot maximaal 0,6 m-mv. Vervolgens zijn de putbodem en putwanden bemonsterd. Uit de resultaten van de sanering blijkt dat in de putbodem en in de noordwestelijke putwand nog zeer lichte verontreinigingen met minerale olie zijn aangetroffen. De zuidoostelijke putwand is vrij van verontreiniging met minerale olie. In overleg met dhr. E. Mooibroek van de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is besloten dat de verontreiniging in de grond op basis van onderstaande argumenten in voldoende mate verwijderd is: De locatie is gelegen in zone 3 van de bodemkwaliteitskaart.
In zone 3 kunnen verhoogde gehalten minerale olie voorkomen; Uit de oliechromatogrammen blijkt dat de putbodem nog ‘nieuwe’ dieselolie bevat. De chromatogrammen van de putwanden laten echter andere oliesoorten zien. De chromatogram van W01-1 laat mogelijk een ‘oude’ olie zien en het gehalte olie van W02-1 is mogelijk veen gerelateerd. 6
APS - Milieu B.V.
De buurman van nummer 41A heeft aangegeven dat in de greppel naast de schuur in het verleden diesel heeft gelekt. Het is niet bekend wat de ernst van de verontreiniging is en welke maatregelen getroffen zijn. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende historische bodembedreigende activiteiten bekend: Dorpsstraat Holysloot 37 Amsterdam Ophooglaag niet gespecificeerd. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: Evaluatie BUS Dorpsstraat Holysloot 41 Amsterdam, kenmerk NZ036304016, Antea Group, d.d. 03-02-2017. Op basis van de P95 waarden van de bodemkwaliteitskaart (zone 3) is de sanering uitgevoerd. Derhalve is geen bodemonderzoek en geen verontreinigingscontour ingevoerd in het bodeminformatiesysteem. Er is in totaal 21 m3 grond ontgraven en weer teruggeplaatst; Indicatief bodemonderzoek Dorpsstraat Holysloot 37 Amsterdam, kenmerk 226015.0, Search Milieu B.V., d.d. 24-01-2002. De aanleiding voor het bodemonderzoek was een aanvraag van een bouwvergunning. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de bovengrond sterk verontreinigd is met lood. De ondergrond is licht verontreinigd met koper en lood. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom. Aanbevolen wordt een nader bodemonderzoek uit te voeren. Het is niet duidelijk of het nader bodemonderzoek is uitgevoerd.
In het bodeminformatiesysteem is wel een bodemonderzoek ingevoerd waarbij de grond licht verontreinigd is met koper en lood (ter plaatse van een kelderontgraving van een kerkje). Uit de bodemkwaliteitskaart van de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied blijkt dat de onderzoekslocatie in zone 3 ligt. In deze zone worden de boven- en ondergrond ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse industrie. Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie als verdachte locatie beschouwd.
7
APS - Milieu B.V.
1.3 Asbest Bij verkennend bodemonderzoek wordt ook gekeken of er mogelijk asbest op de locatie aanwezig is (op gebouwen, op de grond of in de bodem). Indien dat het geval is kan dat eventueel leiden tot aanvullend onderzoek. Uit de BAG-viewer van het Kadaster blijkt dat de bebouwing op de locatie in 1994 gerealiseerd is. Vanaf 1993 is het verboden voor bedrijven om asbest toe te passen als bouwmateriaal. Vanaf 1998 is het verboden voor particulieren om asbest als bouwmateriaal toe te passen. Op basis van het bouwjaar is het niet uit te sluiten dat in de bebouwing asbest is toegepast. In het onderhavige onderzoek zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van asbest. Tijdens visuele inspectie van de grond zijn antropogene bijmengingen aangetroffen. Op basis van dit gegeven wordt de onderzoekslocatie als asbestverdacht beschouwd.
1.4 Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is gelegen in Holysloot Amsterdam. Er is geen sprake van een bodembeschermingsgebied. Het maaiveld ligt op ongeveer NAP -2,5 meter. Vanaf het maaiveld tot circa 10,7 m-mv bevinden holocene afzettingen bestaande uit afwisselend klei en zand en organogene afzettingen. Daaronder bevindt zich tot 13,7 mmv een zandige eenheid, overwegend bestaande uit zand (fijn tot en met grof zand), grind en/of schelpen (Formatie van Boxtel). Van 13,7 tot 26,7 m-mv bevindt zich een zandlaag (Formatie van Kreftenheye). Tot 39,1 m-mv bevindt zich een zandige eenheid, overwegend bestaande uit zand (fijn tot en met grof zand), grind en/of schelpen (Eem Formatie). In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen peilbuizen bekend, die informatie kunnen geven van de grondwaterstand ter plaatse. (Bron: Dinoloket, d.d. juli 2017).