2. Toelichting en Regels.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Hendrik Soeteboomstraat 36-38
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Hendrik Soeteboomstraat 36-38
Colofon
Opdrachtgever
Livingstone
Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.N2301BPSTD-VG01
Datum print
1 Juli 2024
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
7
Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging en begrenzing plangebied Geldend planologisch kader Leeswijzer
7 7 7 8 11
Plankader
13
Historie Beschrijving plangebied Ontwikkeling
13 13 14
Beleidskader
17
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
17 19 21 25
Milieu- en omgevingsaspecten
33
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Bodemkwaliteit Geluidhinder Water Ecologie Stikstofdepositie Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Verkeer en parkeren Externe veiligheid Niet Gesprongen Explosieven Luchthavenindelingbesluit Bezonningsstudie M.e.r.-beoordeling
33 36 38 44 49 50 51 52 54 55 57 58 59 59
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
61
Algemeen De bestemmingen
61 61
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
63
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
65
Participatie Inspraak Vooroverleg Zienswijzen Beroep
65 65 65 66 66
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4
5.1 5.2
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 5
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 7
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Livingstone B.V. is voornemens om ter plaatse van de planlocatie aan de Hendrik Soeteboomstraat 36-38a de bestaande bebouwing te slopen en deze te vervangen voor 6 grondgebonden nieuwbouwwoningen. Het voorgenomen initiatief is in strijd met het geldende bestemmingsplan "Kadoelen-Oostzanerswerf III". Onderhavig bestemmingsplan "Hendrik Soeteboomstraat 36-38" voorziet daarom in een nieuw juridisch-planologisch kader.
1.2
Doel bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan heeft als doel om het voorgenomen initiatief, met behoud van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied, juridisch-planologisch mogelijk te maken.
1.3
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in de wijk Oostzanerswerf in het stadsdeel Amsterdam-Noord aan de Hendrik Soeteboomstraat 36-38. Direct ten westen van het projectgebied loopt het gekanaliseerde veenriviertje 'Het Twiske', gelijknamig aan het natuur- en recreatiegebied ten noorden van de stad Amsterdam. Specifiek bestaat het plangebied uit de percelen kadastraal bekend als: gemeente Amsterdam, sectie AN, nummer 1150 (hierna: ASD33-AN-1150); gemeente Amsterdam, sectie AN, nummer 1151 (hierna: ASD33-AN-1151); gemeente Amsterdam, sectie AN, nummer 1745 (hierna: ASD33-AN-1745); gemeente Amsterdam, sectie AN, nummer 1755 (hierna: ASD33-AN-1755); gemeente Amsterdam, sectie AN, nummer 1760 (hierna: ASD33-AN-1760); en gemeente Amsterdam, sectie AN, nummer 1786 (hierna: ASD33-AN-1786). Het gezamenlijk oppervlak van de percelen bedraagt circa 1.448 m2. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Hendrik Soeteboomstraat, aan de westzijde door het woonperceel met het adres Hendrik Soeteboomstraat 32 en aan de oost- en zuidzijde door de waterloop 'Het Twiske'.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
Figuur 1.1 Ligging en begrenzing plangebied aan de Hendrik Soeteboomstraat 36-38
1.4
Geldend planologisch kader
In het plangebied zijn momenteel de volgende bestemmingsplannen van kracht, alsmede een voorbereidingsbesluit: bestemmingsplan "Kadoelen-Oostzanerwerf III", vastgesteld op 20 juni 2013 door de deelraad van stadsdeel Noord, gemeente Amsterdam; bestemmingsplan "2e Partiële herziening Kadoelen - Oostzanerwerf III", vastgesteld op 30 november 2016 door de gemeenteraad van Amsterdam; bestemmingsplan "Drijvende bouwwerken", vastgesteld door gemeente Amsterdam op 18 september 2019; bestemmingsplan "Grondwaterneutrale Kelders", vastgesteld door gemeente Amsterdam op 7 oktober 2021; voorbereidingsbesluit "Darkstores/flitsbezorgers", vastgesteld door gemeente Amsterdam op 26 januari 2022. De beoogde ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, wordt hierna getoetst aan de geldende bestemmingsplannen. 1.4.1
Bestemmingsplan "Kadoelen-Oostzanerswerf III"
Op basis van het bestemmingsplan "Kadoelen-Oostzanerswerf III" zijn de gronden binnen het plangebied bestemd als 'Wonen - 1' en 'Tuin - 1'. Binnen de als 'Wonen - 1' bestemde gronden zijn bouwvlakken opgenomen, waarbinnen mag worden gebouwd tot een goothoogte van 4,5 meter en een bouwhoogte van 9 meter. Met uitzondering van het middelste woonvlak, is ook de functieaanduiding 'gemengd' van toepassing op de woonbestemming. Ter plaatse van de functieaanduiding 'gemengd' zijn tevens zakelijke dienstverlening, consumentverzorgende dienstverlening en maatschappelijke voorzieniengen, niet zijnde geluidgevoelige bestemmingen in de eerste bouwlaag, toegestaan.
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 9
Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan 'Kadoelen-Oostzanerswerf III' (plangebied is rood omlijnd) Relatie tot de voorgenomen ontwikkeling Onderhavig planvoornemen betreft de sloop van de bestaande bebouwing binnen het plangebied en de bouw van 6 nieuwe, grondgebonden woningen. Conform het bestemmingsplan "Kadoelen-Oostzanerswerf III" geldt dat het oprichten van woningen uitsluitend is toegestaan ter plaatse van een bouwvlak binnen de bestemming 'Wonen - 1'. Binnen de bestemming 'Tuin - 1' zijn woningen uitgesloten. Hoewel het feitelijke gebruik van de locatie niet wordt gewijzigd, overschrijden de beoogde nieuwe woningen wel de bestaande bouwvlakken en maatvoeringen. Het planvoornemen is derhalve in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Ter verwezenlijking van de beoogde woningbouwontwikkeling is voorliggend bestemmingsplan dan ook opgesteld. De voorgenomen ontwikkeling is op een viertal onderdelen in strijd met het geldende bestemmingsplan. De strijdigheden zijn gelegen in: de bouwmogelijkheden binnen de bestemming 'Wonen - 1'. Op grond van artikel 28, lid 28.2.2 onder a is het oprichten van gebouwen (waaronder woningen) slechts toegestaan binnen een bouwvlak. De beoogde nieuwe woningen worden deels buiten de bestaande bouwvlakken opgericht. de bestemmingsbepaling van de bestemming 'Tuin -1'.
Op grond van artikel 22, lid 22.1 zijn woningen niet toegestaan binnen de bestemming 'Tuin'. De voorgenomen ontwikkeling voorziet hier wel in. de bestemmingsbepaling van de bestemming 'Tuin - 1'. Op grond van artikel 22, lid 22.1 is een ontsluitingsweg ten behoeve van verkeer niet toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling voorziet hier wel in. de bouwmogelijkheden binnen de bestemming 'Tuin - 1'. De voorgenomen ontwikkeling overschrijdt het maximaal aantal m2 aan toegestane bebouwing op grond van artikel 22, lid 22.2.2 onder a. Om de strijdigheden op te heffen is onderhavig bestemmingsplan opgesteld.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.4.2
Bestemmingsplan "2e Partiële herziening Kadoelen-Oostzanerswerf III"
Het bestemmingsplan "2e Partiële herziening Kadoelen-Oostzanerwerf III" is opgesteld teneinde een omissie/onduidelijkheid in het bestemmingsplan "Kadoelen - Oostzanerwerf III" te herstellen. Door de manier waarop de voorschriften in het bestemmingsplan "Kadoelen - Oostzanerwerf III" zijn geredigeerd, is het mogelijk verschillende hoofdbestemmingen geheel te benutten ten behoeve van een zelfstandige parkeerfunctie. Bedoeld werd echter op de verschillende hoofdbestemmingen parkeren slechts ten behoeve van deze hoofdbestemming toe te staan. Door middel van de partiële herziening is de omissie hersteld. De partiële herziening biedt het juridisch planologische kader voor de huidige ruimtelijke en functionele situatie. Daarbij zijn de bestaande rechten gerespecteerd. Het bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. Er zijn geen nieuwe ontwikkelingen in de partiële herziening mogelijk gemaakt. Relatie tot de voorgenomen ontwikkeling Onderhavig bestemmingsplan "Hendrik Soeteboomstraat 36-38" voorziet bestemmingsplanbepalingen, waarbij het parkeren ondergeschikt is aan de hoofdfunctie. 1.4.3
in
nieuwe
Bestemmingsplan "Drijvende bouwwerken"
Dit bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van de wetswijzing met de Wet verduidelijking voorschriften woonboten en een tweetal uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hieruit volgt dat in een aantal gevallen (woon)boten en bedrijfsvaartuigen beschouwd moeten worden als bouwwerken. Met dit bestemmingsplan "Drijvende bouwwerken" (2019) worden er in de moederplannen bouwvoorschriften opgenomen zodat er een regeling in de verschillende bestemmingsplannen wordt geïmplementeerd die de basis vormt om omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen te kunnen verlenen. Relatie tot de voorgenomen ontwikkeling Aangezien de beoogde ontwikkeling niet voorziet in drijvende bouwwerken, is dit bestemmingsplan niet relevant voor het plangebied en wordt deze verder buiten beschouwing gelaten. 1.4.4
Bestemmingsplan "Grondneutrale kelders"
Teneinde ongewenste ruimtelijke effecten en daarmee schade als gevolg van aanleg van kelders te voorkomen, is het Afwegingskader Grondwaterneutrale kelders Amsterdam opgesteld. Uit het juridisch onderzoek, in het kader van de opstelling van het Afwegingskader, kwam naar voren dat het bestemmingsplan het aangewezen instrument is om het hierin vervatte beleid juridisch te borgen. Het bestemmingsplan "Grondwaterneutrale Kelders" (2021) en heeft tot doel het voorkomen van negatieve effecten van (cumulatieve) aanleg van kelders op de stand en de stroom van het grondwater. Relatie tot de voorgenomen ontwikkeling In het bestemmingsplan "Grondwaterneutrale Kelders" is het onderhavige plangebied aangewezen als 'Overige zone 2', waar het verboden is om kelders te graven of bestaande kelders te vergroten. Aangezien de beoogde ontwikkeling niet voorziet in nieuwe bebouwing met kelders, heeft dit geen gevolgen voor grondwater en wordt dit verder buiten beschouwing gelaten. Deze regels gelden echter onverminderd voor het plangebied en om dit te waarborgen zijn zowel de aanduiding 'overige zone - 2' als de bijbehorende aanduidingsregels overgenomen in voorliggend bestemmingsplan "Hendrik Soeteboomstraat 36-38".
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 11
1.4.5
Paraplubestemmingsplan "Darkstores"
Naar aanleiding van de opkomst van flitsbezorging vanuit darkstores in Amsterdam sinds medio 2021 en de daarmee samenhangende specifieke bedrijfsvoering is het paraplubestemmingsplan "Darkstores" op 10 mei 2023 door de gemeenteraad van Amsterdam vastgesteld. Met dit paraplubestemmingsplan is de vrije vestiging van darkstores niet mogelijk langer mogelijk. Flitsbezorgbedrijven kunnen een aanvraag omgevingsvergunning indienen en het college verzoeken om (binnenplans) van het bestemmingsplan af te wijken om een darkstore mogelijk te maken. Relatie tot de voorgenomen ontwikkeling Aangezien de beoogde ontwikkeling niet voorziet in gebruik ten behoeve van flitsbezorging of darkstore, is dit paraplubestemmingsplan niet relevant voor het plangebied en wordt deze verder buiten beschouwing gelaten.
1.5
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit zeven hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en geeft een beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling. De voor het plan relevante beleidsuitspraken van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende omgevingsaspecten. Hierbij vindt een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspect plaats. Een toelichting op het juridische systematiek en een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 7 worden de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures beschreven.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 13
Hoofdstuk 2 2.1
Plankader
Historie
De Hendrik Soeteboomstraat, waaraan onderhavig plangebied is gelegen, ligt ten oosten van het lint Zuideinde. Omstreeks 1850 betrof het lint Zuideinde een agrarisch lint in het veenweidegebied. Vijftig jaar later ontstond de droogmakerij Noorder IJpolder. Na het ontstaan van de droogmakerij is het plangebied tot de tweede helft van de twintigste eeuw als grasland in gebruik gebleven. De oorspronkelijke lintbebouwing van de straat stamt uit de eerste helft van de twintigste eeuw en bestaat voornamelijk uit kleine, rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen van één bouwlaag afgedekt met kap. Later zijn nog andere woningen toegevoegd, waaronder enkele vrijstaande woningen, waarna er een gevarieerder straatbeeld is ontstaan.
Figuur 2.1 Topografische kaart van omstreeks 1950 met het plangebied globaal in blauw aangeduid
2.2
Beschrijving plangebied
Binnen het projectgebied zijn in de bestaande situatie meerdere gebouwen aanwezig waaronder een twee-onder-een-kapwoning, een bungalow woning en meerdere aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Figuur 2.2 Vogelvluchtperspectief van het projectgebied in de bestaande situatie (bron: Google Maps)
2.3
Ontwikkeling
Het planvoornemen bestaat uit de sloop van de bestaande bebouwing om hiervoor in de plaats zes nieuwe, grondgebonden woningen te realiseren. De beoogde nieuwe woningen betreffen vier twee-onder-een-kapwoningen bestaande uit één bouwlaag afgedekt met een mansardedak en twee vrijstaande woningen van één bouwlaag afgedekt met een zadeldak met dakkapel. De twee-onder-een-kap-woningen worden gesitueerd aan de noordzijde van het plangebied en met de voorgevel georiënteerd op de Hendrik Soeteboomstraat. De twee vrijstaande woningen worden gesitueerd aan de zuidzijde van het plangebied en middels een nieuwe inrit aangesloten op de Hendrik Soeteboomstraat. Met uitzondering van de woningen 2 en 3, zijn alle woonkavels direct aan het water gelegen. De beoogde nieuwe indeling van het plangebied is weergegeven in figuur 2.3.
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 15
Figuur 2.3 Nieuwe indeling van het plangebied
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Figuur 2.4 3D-impressies van de nieuwe woningen
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 17
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Relatie tot het plangebied De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de toevoeging van zes woningen in het plangebied.
De ontwikkeling sluit daarmee aan bij nationaal belang nummer 5: 'zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit bij woonbehoeften'. De opgave is om aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio's) tussen 2019 en 2030 circa 1 miljoen woningen te realiseren en een goede kwaliteit van de woningvoorraad in regio's met bevolkingsdaling te behouden. Het plangebied is gelegen in Stadsdeel Noord te Amsterdam en is derhalve gelegen in een stedelijke regio. De woningen die worden gerealiseerd, betreffen voornamelijk gezinswoningen. Voor dit type woning is de vraag in Amsterdam groot. Gelet op voorgaande kan gesteld worden dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de opgave behoren bij nationaal belang nummer 5. De overige 20 nationale belangen zijn niet relevant voor het plangebied. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de NOVI. De NOVI staat derhalve niet aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Het gewijzigde Barro is op 1 juli 2014 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van onderwerpen van nationaal belang, zoals Rijksvaarwegen, kustfundament, de Waddenzee, buisleidingen van nationaal belang en de Ecologische hoofdstructuur. Relatie tot het plangebied
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Op basis van het Barro bevindt het plangebied zich niet binnen één van de aangewezen gebieden op de kaarten. Op basis van kaart 6 van het Rarro 'radarstations' bevindt het plangebied zich wel binnen een radarverstoringsgebied behorende bij het radarstation Schiphol Centrum. Binnen het radarverstoringsgebied geldt een maximale bouwhoogte voor bouwwerken die wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne, waarvan de hoogteligging ten opzichte van NAP, oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf de radarantenne. Het radarstation Schiphol Centrum is gelegen op 19 meter +NAP. Onderhavig plangebied ligt op een afstand van 14 km tot de radarantenne. De maximaal toegestane bouwhoogte wordt daarmee bepaald op circa 80 meter +NAP. Dit bestemmingsplan voorziet niet in bouwwerken die hoger zijn dan de maximaal toegestane hoogte. Belemmeringen voor de radar zijn niet aan orde. Op dit moment legt het Barro geen restricties op voor de onderhavige locatie.
Figuur 3.1 Weergave Rarro kaart 6: 'radarstations' (Rarro, geconsolideerde versie d.d. 1 december 2020) Conclusie Het Barro staat niet aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg. 3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (Watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Relatie tot het plangebied Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer een ruimtelijk plan voorziet in niet meer dan elf woningen, die gelet
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 19
op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, sub i, van het Bro kunnen worden aangemerkt, deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt (bron: uitspraak 201608869/1/R3, kenmerk: ECLI:NL:RVS:2017:1724). Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van maximaal zes woningen mogelijk. De ontwikkeling is daarmee niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, sub i, van het Bro. Dit neemt niet weg dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening de behoefte aan de ontwikkeling moet worden aangetoond. Uit zowel het regionaal als gemeentelijk beleid volgt de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan het voorgenomen plan. In de regio bestaat een tekort aan 17.000 woningen, waarbij de tekorten het grootst zijn in de categorie eengezinswoningen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet bij uitstek in gezinswoningen en levert met het realiseren van zes woningen een bijdrage aan het oplossen van het tekort. De overige relevante onderwerpen uit het Bro voor de beoogde ontwikkeling worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. Conclusie Het Bro staat niet aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH 2050
De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich uit over het Waarom en deels over het Wat. Onder de hoofdambitie 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid' zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerde ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De bijbehorende deelambities zijn: 1. Leefomgeving: een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel: a. een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland; b. het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c. het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland. 2. Gebruik van de leefomgeving: ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren, met als doel: a. een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; b. vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen; c.
dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; d. het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. 3. Energietransitie: Noord-Holland als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie. Relatie tot het plangebied Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van zes woningen mogelijk. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met de ambitie van de provincie om vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming te brengen, alsmede om woningbouw vooral in en aansluitend op de Gemeente Amsterdam
blz. 20
bestaande verstedelijkte gebieden in te plannen. Tot slot zullen de nieuwe woningen, in tegenstelling tot de huidige bebouwing in het plangebied, geen aardgasaansluiting hebben. Hiermee wordt bijgedragen aan de energietransitie. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie NH2050. De Omgevingsvisie NH2050 staat derhalve niet aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. In deze verordening zijn regels opgenomen die de provinciale belangen beschermen. De verordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In hoofdstuk 6 van de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen. Dit zijn regels die door decentrale overheden in acht moeten worden genomen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De instructieregels zien onder meer op nieuwe stedelijke ontwikkelingen, bijzonder landschap, verblijfsrecreatie en detailhandel. Relatie tot het plangebied Het plangebied is op basis van de kaarten bij de Omgevingsverordening geheel of gedeeltelijk gelegen in de volgende werkingsgebieden: Gebiedswaarden wateroverlast; Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura 2000; Peilbesluit. Hieronder wordt de voorgenomen ontwikkeling aan de relevante artikelen die van toepassing zijn op het gehele grondgebied van de provincie en de relevante artikelen behorende bij de werkingsgebieden getoetst.
Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkeling (voor het gehele grondgebied) Dit artikel bepaalt dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Zoals in paragraaf 3.1.3 van deze toelichting reeds is beschreven, is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling geen sprake. Dit neemt niet weg dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte afspraken. Uit het 'Jaarprogramma Wonen in de MRA 2022' volgt dat binnen de MRA minimaal 17.500 woningen per jaar dienen te worden gerealiseerd. Daarbij is het uitgangspunt dat verstedelijking zoveel als mogelijk wordt gerealiseerd binnen de steden en kernen. De voorgenomen ontwikkeling levert hier een bijdrage aan. Daarnaast wordt voorzien in de behoefte aan eengezinswoningen in de Stadsregio Amsterdam. Gelet op voorgaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met artikel 6.3 van de Omgevingsverordening. Artikel 5.6 Normen voor waterkwantiteit (werkingsgebied Gebiedswaarden wateroverlast) In dit artikel zijn voor het gebied van een gemeente binnen en buiten de bebouwde kom normen gesteld aan de gemiddelde kans op overstromingen. Specifiek voor het werkingsgebied 'Gebiedswaarden
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 21
wateroverlast' geldt dat de normen en maaiveldcriteria ter plaatse van het werkingsgebied als vastgelegde gebiedswaarden gelden. De realisatie van zes woningen in het plangebied heeft geen effect op deze gebiedswaarden. Artikel 4.3 Tijdelijk en uitzonderlijk gebruik helikopters of andere luchtvaartuigen (werkingsgebied Terreinen binnen de vastgestelde k ritische afstand van Natura 2000) In dit artikel is een vergunningplicht opgenomen voor het starten of landen van een helikopter of luchtvaartuig die is gelegen binnen de kritische afstand van Natura 2000. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hier niet in en derhalve kan een nadere toetsing aan dit artikel achterwege blijven. Artikel 6.82 Peilbesluit (werkingsgebied Peilbesluit) Dit artikel verplicht waterschappen een of meer peilbesluiten vast te stellen voor de oppervlaktewaterlichamen in de gebieden binnen het werkingsgebied peilbesluit. Artikel 6.82 heeft derhalve geen relevantie voor onderhavig bestemmingsplan. Conclusie De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt is niet in strijd met de bepalingen uit de Omgevingsverordening NH2020. De Omgevingsverordening NH2020 staat niet aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg. 3.2.3
Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027
Met dit programma wordt invulling gegeven aan het waterbeleid in Omgevingsvisie NH 2050 voor zover het uitvoering van Europese richtlijnen over water betreft. Een goede waterkwaliteit, duurzaam voorraadbeheer en bescherming tegen overstroming zijn de centrale elementen van het programma. Voor de deelprogramma’s oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico’s is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwaterwinningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. Relatie tot het plangebied In paragraaf 4.3 wordt beschreven hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Programma Wonen MRA
De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De samenwerking op het gebied van Wonen wordt gecoördineerd en gefaciliteerd vanuit het Programma Wonen in de MRA en heeft de volgende algemene doelstelling:
Gemeente Amsterdam
blz. 22
"We bouwen aan een economisch en sociaal sterke metropoolregio met aantrekkelijke kernen en steden, met voldoende woningen en een divers woningaanbod aansluitend op de woningbehoefte. Deze woningen zijn van goede kwaliteit en evenwichtig verspreid over de regio: toekomstbestendig, duurzaam, bereikbaar en betaalbaar." Het Jaarprogramma Wonen in de MRA 2022 kent de volgende strategische opgaven: Aanjagen van de woningproductie (min. 17.500 woningen/ jaar) en gebiedsontwikkeling volgens het principe van polycentrische verstedelijking. Dat houdt in dat de MRA de verstedelijking zoveel mogelijk probeert te realiseren binnen de steden en kernen, dichtbij openbaar vervoersknooppunten, en dat deze verstedelijking wordt gecombineerd met economische versterking. Inzet op realisatie én behoud van betaalbaar en toekomstbestendig woningaanbod (nieuwbouw én bestaande voorraad), door evenwichtigere spreiding betaalbaar aanbod binnen de MRA en door te investeren in kwaliteit en toekomstbestendigheid bestaande voorraad en wijken. Gezamenlijk inzicht in werking van de woningmarkt, monitoring en kennisdeling als solide basis en als versterking van kracht en kunde individuele gemeenten. Goede samenwerking en afspraken met het Rijk, marktpartijen, corporaties, provincies en intern MRA.
De vier strategische opgaven komen samen in een aantal trajecten, die in 2022 prioriteit hebben: Samenwerking met het rijk op het gebied van Bouwen en Wonen waaronder actualisatie van de Woondeal MRA uit 2019 Versnelling woningbouw: Actieprogramma woningproductie MRA 2018-2025 Uitvoering Bereikbare Steden Toekomstbestendige woningbouw Huisvesting aandachtsgroepen Relatie tot het plangebied Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van zes woningen mogelijk. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de beoogde woningbouwproductie van minimaal 17.500 woningen per jaar in de MRA. De ontwikkeling vindt daarnaast plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan is in lijn met de ambities en opgaven van de Metropoolregio Amsterdam. Het beleid behorend bij het Programma Wonen van de MRA staat derhalve niet aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg. 3.3.2
Stadsregio Amsterdam
De provincie Noord-Holland heeft de gemeenten binnen de Stadsregio Amsterdam gevraagd gezamenlijk een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) op te stellen voor de periode 2016 tot en met 2020. Dit komt voort uit de provinciale Woonvisie uit 2010, waarin als doelstelling is opgenomen dat in 2020 de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu. De gemeenten die deel uitmaken van de Vervoerregio Amsterdam werken nauw samen om de woningbehoefte voor de gehele regio adequaat op te vullen. Hiertoe is in het regionale portefeuillehouders-overleg Ruimte en Wonen van 30 juni 2016 de Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt 2016-2020 vastgesteld. De thema's in deze samenwerkingsagenda zijn woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling, om de kwantitatieve behoefte aan woningen, maar vooral ook de kwalitatieve behoefte aan woningen in kaart te brengen. Het RAP brengt de regionale vraag naar woningen in beeld en zet deze vraag af tegen het (geplande) bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 23
aanbod van woningen. De woningmarkt in de regio Amsterdam kent een sterke samenhang en een gedeeld gezamenlijk belang. De regio is internationaal gezien zeer sterk met veel groeipotentieel en een goede concurrentiepositie. Deze sterke positie van de regio is ontstaan dankzij een veelheid aan factoren, waarbij de hoge kwaliteit van leven een belangrijke rol speelt. Een aantrekkelijke en diverse woningmarkt maakt hier deel van uit. Veel mensen willen dan ook graag in de regio wonen. Dat biedt tegelijkertijd kansen en uitdagingen. De vraag naar woningen is in alle segmenten groter dan het aanbod. Bij het aanbod van woningen worden zowel de reeds bestaande woningen als de in uitvoering zijnde of geplande bouw van woningen binnen de regio meegewogen. Voor plannen in Amsterdam is de gehele stadsregio te beschouwen als marktregio. Onder actuele woningbehoefte wordt de behoefte voor de komende tien jaar verstaan. Dit sluit aan bij de jurisprudentie die over dit begrip is ontstaan bij de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Wat betreft de kwantitatieve behoefte wordt voor de gehele regio de groei van de woningbehoefte in de periode 2017 - 2027 geraamd op 79.500 woningen. Hier staat een harde plancapaciteit van bijna 62.500 woningen tegenover, waardoor een tekort aan harde plannen van 17.000 woningen bestaat.
In onderstaand figuur worden woningbehoefte en plancapaciteit tegen elkaar afgezet, uitgedrukt in het aantal woningen.
Figuur 3.2 Woningbehoefte versus plancapaciteit in de drie deelregio's uitgedrukt in woningen (bron: RAP 2016 t/m 2020 Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland) Wat betreft de kwalitatieve behoefte geldt voor de marktregio Amsterdam (de gehele stadsregio) het volgende: De woningbehoefte is zo groot, dat in vrijwel alle marktsegmenten tekorten zijn. De grootste tekorten doen zich voor bij eengezinswoningen, betaalbare huurwoningen en betaalbare en middeldure koopwoningen. Alleen bij de marktsegmenten meergezinswoningen in een stedelijk milieu - een segment dat ruim geprogrammeerd staat - en dure huurwoningen is de plancapaciteit een fractie groter dan de vraag. Relatie tot het plangebied Dit bestemmingsplan maakt zes (nieuwbouw)woningen mogelijk. De woningen betreffen allen koopwoningen in de vrije sector, type gezinswoning. Daarmee voorziet de voorgenomen ontwikkeling in zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woningen, Gemeente Amsterdam
blz. 24
zoals opgenomen in het RAP. Het RAP Stadsregio Amsterdam staat derhalve niet aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg. 3.3.3
Woonakkoord 2021-2025 gemeente Amsterdam - Provincie Noord-Holland
Het woonakkoord bevat de gedeelde ambities en gezamenlijke inzet van het woonbeleid van de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland. Het woonakkoord is de opvolger van het Regionale actieprogramma Wonen (RAP) en onderdeel van de "regionale afspraken" als bedoeld in artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020. In de Omgevingsverordening NH2020 is bepaald dat "een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken." In het woonakkoord van Amsterdam met de provincie wordt daarnaast ook aan de blijvende en vernieuwde samenwerking met Amstelland-Meerlanden en Zaanstreek-Waterland voor de woonruimteverdeling van sociale huurwoningen en de intensieve samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam voor het woningbouwprogramma een plaats gegeven. De doelen van de gemeente en de provincie komen overeen, de prioriteit ligt bij het vergroten van de woningvoorraad (bouwen). Het akkoord bevat een overzicht en herbevestiging van beleid en acties waar provincie en Amsterdam, al dan niet via de MRA, al gezamenlijk aan werken. Daarna volgt een overzicht van acties die in de samenwerking tussen de provincie Noord-Holland en gemeente Amsterdam via het woonakkoord worden bekrachtigd.
De afspraken en acties uit het woonprogramma zijn onderverdeeld onder de volgende thema's: woningbouwprogramma en regionale afstemming; verdeling van sociale huurwoningen in Amsterdam en omliggende gemeenten; flexwoningen; bouwprogramma's in landelijk gebied; duurzame woningen, duurzaam bouwen en circulaire economie; gezonde leefomgeving: 1. groen in en om de stad; 2. geluidsoverlast rondom woonwijken; 3. beweegvriendelijke stad (gezonde mobiliteit). Relatie tot het plangebied Onder het thema 'woningbouwprogramma en regionale afstemming' is opgenomen dat een divers en betaalbaar woningaanbod met voldoende instroom- en doorstroomkansen voor diverse doelgroepen een uitgangspunt is. Een ander uitgangspunt onder dit thema is de productie van 15.000 woningen per jaar. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in koopwoningen in de vrije sector, type gezinswoning. De toevoeging van gezinswoningen kan tevens bijdragen aan het voorzien in voldoende instroom- en doorstroomkansen. De ontwikkeling levert daarnaast een bijdrage aan de ambitie om jaarlijks 15.000 woningen te realiseren. Vanwege de groene inrichting van het plangebied wordt eveneens bijgedragen aan het creëren van een gezonde leefomgeving en tot slot is sprake van de realisatie van duurzame woningen. Er wordt naar gestreefd om woningen met een A+++ energielabel te realiseren.
Dit kan onder meer worden bereikt door het toepassen van PV-panelen, het werken met een warmtepomp, het toepassen van een WTW (warmteterugwinning) voor bijvoorbeeld de douche. Met een douche-WTW wordt de warmte van het wegstromende douchewater gebruikt om het koude douchewater alvast op te warmen. Conclusie
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 25
De ontwikkeling sluit aan bij de afspraken en acties uit het Woonakkoord 2021-2025. Het Woonakkoord 2021 - 2025 staat derhalve niet aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Amsterdam 2050
Het stadsbestuur zet in de Omgevingsvisie de lijnen uit naar 2050 (juli 2021). Hoe wordt de stad ingericht ten behoeve van welvaart, welzijn en geluk van de Amsterdammers, regiobewoners en bezoekers? Waar wordt gewoond en gewerkt, hoe komt men van A naar B, hoe zien de publieke ruimtes eruit en welke plek is er straks voor groen? De verwachting is dat de groei van de stad zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Er zijn flinke investeringen nodig in infrastructuur, voorzieningen en stedelijk en landelijk groen. De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk veranderen. Een deel van de plannen staat al op de rol, een ander deel is nieuw. In de Omgevingsvisie staat vooral de samenhang centraal en het kiezen van een koers naar 2050. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Regionale spreiding stedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. Onderscheidende ontwikkeling Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Twee vaste IJ-oeververbindingen en een regionaal fietsnetwerk. Uitbreiding HOV en metronet en ontwikkeling stationskwartieren.
Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling Ruimte voor 150.000 woningen erbij in complete buurten. Verduurzamen bestaande buurten en woningen. Ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. Verduurzaming van de haven. Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een wandel- en fietsstad Een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en bewegen. Meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Auto's zijn te gast. Verkeerswegen (Gooiseweg, Lelylaan, Burgemeester Röellstraat) worden groene stadslanen begeleid door bebouwing. Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten. Ontwikkeling parken (Oeverlanden, Hondsrugpark, NDSM-Oost). Groene routes en ecologische verbindingen.
Gaasperdakpark,
Zuidasdokpark
en
Gemeente Amsterdam
blz. 26
Investeren in het landschap: natuurontwikkeling, kringlooplandbouw en ruimte voor sporten en bewegen. Samen stadmaken Richting geven op hoofdlijnen en ruimte bieden aan initiatief Gelijkwaardige (digitale) informatiepositie bij planvorming. Buurtbatenovereenkomsten en buurtomgevingsvisies. Grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling. Ruim baan voor wooncoöperaties: naar 10% van de woningvoorraad in 2040. Vrije ruimte als vast onderdeel van de planvorming.
Figuur 3.3 Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie 2050 Relatie tot het plangebied Gelet op de ligging van het plangebied in Amsterdam-Noord past de voorgenomen ontwikkeling binnen de strategische keuze 'Meerkernige ontwikkeling', waarbij ook verstedelijking plaats dient te vinden in Amsterdam-Noord. Het plangebied is tevens op de Visiekaart uit de Omgevingsvisie gelegen in luw gebied, waar voor stedelijke ontwikkeling ruimte is voor kleinschalige ontwikkeling en transformatie. Met dit bestemmingsplan worden zes woningen mogelijk gemaakt op een locatie die reeds bestemd was tot 'Wonen' en behelst daarmee een kleinschalige ontwikkeling. Het planinitiatief levert daarnaast een bijdrage aan de ambitie zoals genoemd onder de strategische keuze 'Groeien binnen grenzen', namelijk het verdichten door complete en duurzame wijkontwikkeling. De realisatie van zes woningen past binnen de behoefte aan 150.000 woningen, waarmee sprake is van een complete buurt. De ontwikkeling vindt immers plaats binnen het bestaand stedelijk gebied aan de Hendrik Soeteboomstraat en draagt daarmee bij aan het completeren hiervan. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de ambities en strategische keuzes uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050.
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 27
3.4.2
Amsterdamse woonagenda 2025
De Woonvisie uit 2009 heeft een opvolger gekregen: de Amsterdamse woonagenda 2025. Het college van B&W kiest voor een praktische woonagenda om richting te geven aan de uitdagingen waar Amsterdam wat betreft het wonen voor gesteld staat. De nieuwe visie is gericht op meer bouwen, betaalbare en kwalitatief goede woningen voor alle doelgroepen. Een voortvarend bouwprogramma is essentieel om de druk op de woningmarkt te verminderen en het wonen betaalbaar te houden. Met het plan 'Koers 2025' heeft de gemeente Amsterdam de ambitie om tot het jaar 2025 circa 50.000 extra woningen te bouwen. Het programma moet voorzien in voldoende sociale huurwoningen, onder andere voor studenten en jongeren, voor kwetsbare groepen en ouderen, maar ook ruimte voor huurders en kopers in de middeldure, dure en topsegmenten. Nieuwbouw moet bijdragen aan een gemengde stad. In de Amsterdamse woonagenda staat de prognose dat er in 2025 een tekort zal zijn aan sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen. Ter voorkoming van dat tekort heeft de gemeente een stedelijk uitgangspunt voor de programmering van nieuwbouw geformuleerd: 40% sociale huurwoningen, 40% middeldure woningen (huur en koop) en 20% dure woningen (huur en koop).
Dit uitgangspunt is van toepassing op alle plannen waarvoor nog geen investeringsbesluit is vastgesteld en geen contracten zijn gesloten of anderszins juridische en financiële verplichtingen zijn aangegaan. Het geldt ook voor transformatieprojecten en ontwikkelingen op particuliere grond. Herontwikkeling en leegstandsbestrijding staan echter voorop. Per ruimtelijk project wordt bestuurlijk bepaald welk woningbouwprogramma wordt gerealiseerd. Afwijken van het uitgangspunt is mogelijk op grond van specifieke omstandigheden, zoals het woningaanbod in de directe omgeving, de aard en intensiteit van de verdichtingsopgave en de omvang van de financiële effecten op de grondexploitatie. Relatie tot het plangebied Met voorliggend bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch kader gegeven voor een zorgvuldige verdichting van het plangebied, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de gewenste woningbouwproductie. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een (kleinschalige) woningbouwontwikkeling voor de vrije koopsector. Het stedelijk uitgangspunt voor de programmering van nieuwbouw (40-40-20) is in het Stedelijk Kader voor particuliere transformaties verder uitgewerkt. Ook in de plannen van particulieren, waarbij geen sprake is van nieuwe gronduitgifte maar van eigen grond van particulieren of een bestaand erfpachtcontract, wil de gemeente een gedifferentieerd aanbod bewerkstelligen.
Tegelijkertijd geldt daarbij dat die sturing op woningdifferentiatie niet aan de orde is bij kleine transformaties naar (individuele) woningen. Het Stedelijk Kader is derhalve niet van toepassing bij de realisatie van tien of minder woningen. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van zes woningen, zodat niet voldaan hoeft te worden aan het 40-40-20 beleid. Met dit bestemmingsplan wordt desondanks bijgedragen aan de gewenste woningbouwproductie in Amsterdam. Conclusie De Amsterdamse woonagenda 2025 staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg.
Gemeente Amsterdam
blz. 28
3.4.3
Erfgoed voor de stad
Erfgoed bepaalt in hoge mate de identiteit en de kwaliteit van Amsterdam. De cultuurhistorisch rijke en bijzondere woonomgeving is een bepalende factor in het vestigingsklimaat voor nieuwe (internationale) bedrijven en jonge startups. Niet alleen de grachtengordel met het Werelderfgoed maar ook het jongere erfgoed in de 19de-eeuwse ring, de Gordel '20-'40, Nieuw-West en Zuidoost, maakt Amsterdam tot een aantrekkelijke stad. Verborgen in de bodem liggen daarbij archeologische overblijfselen die getuigen van de rijke geschiedenis van de stad. Met 'Erfgoed voor de stad (juni 2016)', de agenda voor erfgoed in een groeiend Amsterdam, wil Amsterdam de komende jaren koersen op het optimaal inzetten van erfgoed bij de transformatie en groei van de stad. Het inventariseren en waarderen van cultuurhistorische waarden (zowel kwantitatief als kwalitatief) hoort hierbij. Dit is immers de basis voor het in beeld te krijgen van de bestaande waarden om deze optimaal te kunnen inzetten. Relatie tot het plangebied Bij de nieuwe inrichting van het plangebied is zo goed mogelijk rekening gehouden met de ligging in het lint Zuideinde. Conclusie De nota 'Erfgoed voor de stad' staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg. 3.4.4
Mobiliteitsbeleid
Amsterdam groeit en blijft groeien. Dat heeft ook een keerzijde. Het groeiend aantal Amsterdammers, bezoekers en toeristen dat zich verplaatst in de stad, zet de schaarse openbare ruimte in de stad nog verder onder druk. Om de stad bereikbaar en veilig te houden en de openbare ruimte toegankelijk en aantrekkelijk, moet de gemeente Amsterdam keuzes maken en maatregelen treffen. Tot 2025 worden per jaar meer dan 5.000 woningen bijgebouwd. De bevolkingsdichtheid zal toenemen van 5.100 inwoners per km2 nu naar 5.700 in 2030. De sterkste toename van de bevolkingsdichtheid wordt verwacht rondom Sloterdijk, IJ-oevers en Zeeburgereiland. Tegelijkertijd moet de stad wel voor iedereen toegankelijk blijven. Er is simpelweg geen plek voor én de fiets én de voetganger én het OV én de auto naast elkaar. Dat betekent dat keuzes gemaakt moeten worden. Op termijn zal het bijvoorbeeld niet meer mogelijk zijn om per persoon een parkeerplek te claimen. Omdat de auto echter een belangrijke rol zal blijven spelen, moet nagedacht worden over andere vormen. Van individueel naar collectief vervoer en van bezit naar gebruik. Behorend bij de Mobiliteitsaanpak Amsterdam 2030 (MAA) is een breed pakket aan maatregelen in stelling gebracht, samengevat in de Uitvoeringsagenda Mobiliteit.
Concrete maatregelen uit de Uitvoeringsagenda Mobiliteit zorgen voor meer ruimte en betere doorstroming voor voetganger, fietser, ov-reiziger en de automobilist. De Agenda heeft als pijlers doorstroming, creëren van ruimte en verbindingen. De basis voor alle maatregelen is verkeersveiligheid. Bijvoorbeeld door voetgangers en fietsers meer ruimte te geven. Soms in combinatie met een verlaging van de snelheid voor auto's. De uitgangspunten uit MobiliteitsAanpak Amsterdam en de Uitvoeringsagenda Mobiliteit zijn verwerkt in het beleidskader Verkeersnetten. De functie van de verkeersnetten is onder andere de stad bereikbaar houden, zorgen voor een goede bereikbaarheid tussen stadsdelen en goede en veilige doorstroming van het verkeer. De belangrijkste routes voor voetganger, fiets, openbaar vervoer en auto staan in het beleidskader verkeersnetten.
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 29
Figuur 3.4 Uitsnede uitvoeringsagenda Mobiliteit Relatie tot het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Hendrik Soeteboomstraat, die richting het westen aansluit op het lint Zuideinde. Ten behoeve van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, zijn geen ingrepen in het wegennet vereist. Voor de toegankelijkheid van de woningen wordt in het plangebied een inrit gerealiseerd die haaks aansluit op de Hendrik Soeteboomstraat. Verder zijn er in de nabij het plangebied meerdere haltes van verschillende buslijnen aanwezig. De locatie is daarmee ook goed ontsloten met het openbaar vervoer. Conclusie Het Mobiliteitsbeleid staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
3.4.5
Parkeerbeleid
3.4.5.1 Nota Parkeernormen Auto In de Nota Parkeernormen Auto (2017) zijn de nieuwe parkeernormen voor auto's vastgesteld voor nieuwbouw en transformatieprojecten in de stad. De gemeente wil de stad bereikbaar en leefbaar houden met voldoende en aantrekkelijke openbare ruimte en meer ruimte voor de fietser en voetganger. Met de verwachte groei van de stad (woningen, kantoren etc.) is het noodzakelijk dat Amsterdam grenzen stelt aan het aantal geparkeerde auto's in de openbare ruimte. De nieuwe parkeernormering levert een bijdrage aan de regulering van het aantal geparkeerde auto's op straat. Bewoners van nieuwbouw krijgen geen parkeervergunning meer voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. De nieuwe bewoners moeten dus het wel of niet beschikbaar zijn van een parkeerplaats op eigen terrein, meenemen in hun keuze voor een woning. Relatie tot het plangebied In het plangebied is voldoende ruimte om te voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein. In het parkeerbeleid is voorgeschreven hoe de parkeervraag van een ontwikkeling berekend moet worden en op welke manier deze moet worden geaccommodeerd dan wel onder welke voorwaarden daarvan kan worden afgeweken. In de regels is hiernaar verwezen. Dit betekent dat bij elk concreet plan dat wordt ingediend, de indiener moet aantonen dat in de parkeerbehoefte kan worden voorzien.
Dit wordt gedaan door te toetsen aan het dan geldende parkeerbeleid. De beleidsregels worden regelmatig bijgesteld. Om die reden is in de regels ook vastgelegd dat indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging. Dat biedt de nodige flexibiliteit in het parkeerbeleid zonder dat het bestemmingsplan gewijzigd moet worden. De parkeerbehoefte voor het plangebied wordt verder uiteengezet in paragraaf 4.9 van de toelichting Conclusie De Nota Parkeernormen Auto staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg. 3.4.5.2 Nota Parkeernormen Fiets en Scooter De gemeente Amsterdam wil voorkomen dat Amsterdammers hun fiets of scooter bij nieuwe woningen of voorzieningen in de openbare ruimte moeten stallen en zo een groot beslag leggen op die ruimte. Daarom worden er voorwaarden en richtlijnen gesteld bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ten aanzien aan het parkeren voor fietsen en scooters in de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter welke is vastgesteld op 14 maart 2018 en bekendgemaakt op 19 maart 2018. Initiatiefnemers moeten bij nieuwbouw en herontwikkeling in hun plannen voldoende parkeervoorzieningen voor de fiets opnemen. Relatie tot het plangebied Onderhavig bestemmingsplan voorziet slechts in de realisatie van woningen en niet in de realisatie van niet-woonfuncties.
Uit de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter volgen de volgende normen voor fietsparkeren voor woningen: Het Bouwbesluit 2012 schrijft een individuele (fietsen-)berging bij nieuwbouw van woningen voor van minimaal 5 m2; Het Bouwbesluit biedt gemeenten de mogelijkheid voor gelijkwaardige oplossingen, maar het Bouwbesluit staat niet toe deze af te dwingen; De gemeente Amsterdam heeft als gelijkwaardig alternatief gekozen voor het realiseren van een
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 31
gezamenlijke stalling in plaats van individuele (fietsen-) bergingen. Dit is vastgelegd in de gemeentelijke Bouwbrief 2015-130. In de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter wordt de gemeentelijke voorkeur voor het realiseren van een gezamenlijke stalling gevolgd; In de Bouwbrief 2015-130 is vastgelegd dat het aantal vereiste fietsparkeerplekken per woning afhankelijk is van het aantal m2 gebruiksoppervlak van de betreffende woning; Voor bezoekers van woningen geldt als minimale eis 0,5 fietsparkeerplek per woning. Aan de hierboven gestelde normen zal bij de nadere planuitwerking worden voldaan. De woningen zullen voorzien in een individuele (fietsen)berging of er zal een gemeenschappelijke fietsenstalling worden gerealiseerd. Aan de bezoekerseis per woning kan ruimschoots worden voldaan. Op eigen terrein is hier voldoende ruimte voor. Conclusie De Nota Parkeernormen Fiets en Scooter staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg. 3.4.6
Agenda Duurzaamheid
In de Agenda Duurzaamheid 'Duurzaam Amsterdam' is het duurzaamheidsbeleid beschreven. De gemeente wil de verduurzaming van de hoofdstad versnellen. In 2020 kent Amsterdam 20% meer duurzame energie en 20% minder energiegebruik ten opzichte van 2013. Concrete plannen zijn er voor energiebesparing en het versneld aansluiten op stadswarmte van bestaande woningen. De markt zal worden uitgedaagd om nog duurzamer te bouwen. Verdere stimulering van elektrisch vervoer, slimme distributie en de uitbreiding van de milieuzone naar bestelwagens moet de lucht in de stad gezonder maken. In de komende jaren worden 111 scholen gezonder en duurzamer gemaakt. In de Agenda Duurzaamheid staan vijf transitiepaden omschreven waarmee Amsterdam verduurzaming van de stad wil bewerkstelligen. De eerste vier paden gaan over duurzame energie, schone lucht, circulaire economie en een klimaatbestendige stad. Het laatste transitiepad is de verduurzaming van de gemeentelijke bedrijfsvoering. Relatie tot het plangebied Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van zes woningen mogelijk. De woningen worden volledig aardgasvrij uitgevoerd. Daarnaast worden de woningen onder andere voorzien van een warmtepomp, goede isolatie en zonnepanelen waarmee er wordt gestreefd naar een energieneutraal verbruik. Met voorgaande wordt een bijdrage geleverd aan een duurzame, schone en klimaatbestendige stad.
Conclusie De Agenda Duurzaamheid staat niet aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan in de weg.
Gemeente Amsterdam
blz. 32
bestemmingsplan_Hendrik Soeteboomstraat 36-38 (vastgesteld)
blz. 33
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met milieuhygiënische aspecten. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieuhygiënische aspecten die van belang zijn voor het plangebied nader toegelicht.
4.1
Bodemkwaliteit
De bodemkwaliteit is in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van belang indien er sprake is van functieveranderingen en/of een ander gebruik van de gronden. De bodem moet geschikt zijn voor de functie. Mocht er een verontreiniging te verwachten zijn dan wel mocht deze feitelijk aanwezig zijn, dan dient voor vaststelling van een plan en/of het nemen van het besluit inzichtelijk gemaakt te worden of de bodemverontreiniging de voorgenomen functie- en/of bestemmingswijziging in het kader van gezondheid en/of financieel gezien in de weg staat. Hierbij dient inzichtelijk gemaakt te worden of sprake is van een te verwachten of feitelijke verontreiniging. 4.1.1
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek
Ter plaatse van het plangebied is een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd, in verband met de voorgenomen eigendomsoverdracht en de herinrichting van de locatie. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen van de NEN 5740 / NEN 5707, alsook de Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend Onderzoek (ARVO 2020). Hieronder volgt een samenvatting met de belangrijkste conclusies uit het onderzoek. De volledige rapportage van het onderzoek is als Bijlage 1 toegevoegd aan voorliggend bestemmingsplan. Conclusies Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Algemene bodemkwaliteit In de zandige bovenlaag onder de bestrating op het noordwestelijk gedeelte van de locatie zijn, zowel zintuiglijk als analytisch, geen verontreinigingen geconstateerd. In de matig tot sterk puinhoudende tussenlaag op het noordwestelijk gedeelte van de locatie zijn sterke verontreinigingen met nikkel en zink geconstateerd, alsook matige verontreinigingen met koper, lood en PAK en lichte verontreinigingen met kobalt, kwik en molbydeen. In de bovengrond en de tussenlaag op het overige gedeelte van de locatie zijn lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, kwik, molybdeen en PAK aangetroffen, alsook lichte tot matige verontreinigingen met koper, lood en zink.
Zintuiglijk is in de bovengrond op het middengedeelte van de locatie geringe bijmenging van sporen puin, grind en glas waargenomen. In het zintuiglijk verdachte monster van de ondergrond aan de noordoostzijde van de locatie, met bijmenging van afvalresten, zijn een matige verontreiniging met lood en lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, kwik, molybdeen en PAK aangetroffen (boring 6; 1,0-1,5 m). In het zintuiglijk verdachte monster van de ondergrond aan de zuidzijde van de locatie, met waarneming van een carbolineumgeur, zijn sterke verontreinigingen met zink en PAK geconstateerd, alsook lichte verontreiniging met cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en minerale olie (boring 9; 1,0-1,5 m). Op basis van de resultaten van het aanvullend onderzoek (uitsplitsing mengmonsters MM2, MM4, MM5) blijkt dat de matige en sterke verontreinigingen met zware metalen in de separate deelmonsters zijn bevestigd. De matig tot sterk verhoogde gehaltes zware metalen en PAK manifesteren zich heterogeen in de bovengrond en de tussenlaag, verspreid over het noordelijk en het zuidelijk gedeelte van de locatie. Gemeente Amsterdam
blz. 34
Voormalige bedrijfsruimtes In de zandige laag in de bovengrond onder de betonvloer van het voormalige atelier op het noordelijk gedeelte van het perceel Hendrik Soeteboomstraat 38A zijn lichte verontreinigingen met kobalt, nikkel, minerale olie aangetroffen. Hiernaast is in de zandige bovenlaag een verhoogd chloridegehalte gemeten (overschrijding hergebruiknorm voor toepassing van zeezand op landbodem). Bij het onderzoek op asbest is lokaal vastgesteld dat in de grind- en puinhoudende laag onder de betonvloer van het atelier sprake is van de aanwezigheid van stukjes asbesthoudend plaatmateriaal (asbestcement, hechtgebonden; chrysotiel en crocidoliet). In de laag sterk kleiig veen in de bovengrond onder de houten vloer van de voormalige assemblageruimte, op het zuidelijk gedeelte van de locatie, zijn sterke verontreinigingen met koper en zink geconstateerd, alsook een matige verontreiniging met lood, en lichte verontreinigingen met cadmium, kwik, molybdeen, PAK. In het grondwater ter plaatse van het voormalige atelier, op het noordelijk gedeelte van de locatie, zijn lichte verontreinigingen met xyleen, naftaleen en minerale aangetroffen, en is een licht verhoogde concentratie barium gemeten, welke vermoedelijk kan worden beschouwd als een verhoogde achtergrondwaarde.