CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat regels en toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 25 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (VN2025-005888)28.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan TAMOmgevingsplan H22B Nierkerkestraat

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.F2402OPSTD-VG01

Datum print

26 Maart 2025

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

7 Inleiding

9

Aanleiding Doel wijziging omgevingsplan Bevoegdheden Leeswijzer

9 9 9 10

Het plangebied

11

Ligging en begrenzing besluitgebied Historie van het besluitgebied Beschrijving huidige situatie besluitgebied Geldend juridisch planologisch kader

11 12 14 15

Beleid en regelgeving

17

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid - Metropoolregio Gemeentelijk beleid - Stedelijke kaders

17 21 25 26

Het ruimtelijk kader

29

Ruimtelijk functionele aspecten Stedenbouwkundige aspecten

29 29

Hoofdstuk 5

Milieueffectrapportage

39

5.1 5.2

Wetgeving MER / MER beoordeling

39 40

Verkeer en Vervoer

41

Bereikbaarheid auto, OV en fiets Verkeersveiligheid Parkeren

41 42 43

Geluid

47

Geluid vanwege wegen, spoorwegen en industrieterreinen Geluid vanwege milieubelastende activiteiten Geluid vanwege luchtvaart

47 52 57

Luchtkwaliteit

59

Regelgeving en beleid

59

Omgevingsveiligheid (externe veiligheid)

61

Algemeen Regelgeving Gemeentelijk beleid Besluitgebied

61 62 62 63

Bodem en ondergrond

71

1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 Hoofdstuk 8 8.1 Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3 9.4 Hoofdstuk 10

Gemeente Amsterdam

blz. 4

10.1 10.2 Hoofdstuk 11 11.1 11.2 Hoofdstuk 12 12.1 12.2 Hoofdstuk 13 13.1 13.2 13.3 Hoofdstuk 14 14.1 14.2 14.3 Hoofdstuk 15 15.1 15.2 Hoofdstuk 16 16.1 16.2 16.3 16.4

Bodemkwaliteit Niet gesprongen explosieven

71 74

Water

75

Beleid en regelgeving Besluitgebied

75 79

Ecologie

81

Beleid en regelgeving Besluitgebied

81 83

Cultuurhistorie en archeologie

99

Wet- en regelgeving - algemeen Te beoordelen aspecten Besluitgebied

99 102 103

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

105

Algemeen Wet- en regelgeving en beleid Besluitgebied

105 106 108

Juridische toelichting

111

Algemeen Toelichting op de regels TAM-omgevingsplan Nierkerkestraat

111 116

Uitvoerbaarheid

119

Eigendomsverhouding en gemeentelijke grondexploitatie Kostenverhaal Nadeelcompensatie Participatie en maatschappelijke uitvoerbaarheid

119 119 119 120

Bijlagen bij de toelichting

123

Bijlage 1

MER-beoordeling 030924

125

Bijlage 2

Verkeer en parkeeronderzoek 230724

141

Bijlage 3

Parkeeronderzoek Nierkerkecomplex 260924

155

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek Peutz 190224

165

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek voetbalkooi 180724

203

Bijlage 6

Plan/ Objectanalyse LIB Schiphol 060324

239

Bijlage 7

EV onderzoek Aviv 160224

251

Bijlage 8

Archiefonderzoek bodem 2019

285

Bijlage 9

Bomeninventarisatie 051124

293

Bijlage 10

Quickscan Ecologie Staro sept 2023

295

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 5

Bijlage 11

Onderzoek Stikstofdepositie 250325

325

Bijlage 12

Memo Staro aanvullend onderzoek

365

Bijlage 13

Nader onderzoek vleermuizen januari 2025

375

Bijlage 14

Participatieplan 090424

397

Bijlage 15

Nota van beantwoording inspraakreacties

405

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Hoofdstuk 2 GEBRUIK Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

449 ALGEMENE BEPALINGEN

450

Algemeen

450

GEBRUIKSDOEL VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN, REGELS OVER 451 ALGEMENE REGELS GROEN WONEN MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING

Hoofdstuk 3 ACTIVITEITEN MET BETREKKING TOT BOUWEN (OMGEVINGSPLANACTIVITEIT BOUWACTIVITEIT) Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Hoofdstuk 4

451 452 453 455 456

Bouwwerken, die ruimtelijk zijn toegestaan Bouwwerken, geen gebouwen zijnde GEBOUWEN Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden

456 457 458 459

SLOTBEPALINGEN

460

Artikel 10 Citeertitel

460

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 7

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 8

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 9

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het Zuidwestkwadrant in Amsterdam-Osdorp is het afgelopen decennium flink op de schop gegaan. Als een van de eerste buurten in de Amsterdamse Westelijke Tuinsteden is deze buurt vernieuwd en zijn er woningen gesloopt en bijgebouwd, diverse voorzieningen zijn gerealiseerd en is de openbare ruimte aangepakt. Met de aanleg van Stadspark Osdorp en het Waterpark zijn er twee nieuwe parken aan de buurt toegevoegd. De Kikker, een nieuwe Brede School, biedt onderdak aan twee basisscholen en verschillende maatschappelijke voorzieningen. Het Nierkerkecomplex is de laatste kavel van het Zuidwestkwadrant waar nog geen vernieuwing heeft plaats gevonden en vormt daarmee het sluitstuk van één van de grootste opgaven in Amsterdam-Osdorp. Dit complex bevindt zich aan de Nierkerkestraat in het noordwesten van het Zuidwestkwadrant in Osdorp en bestaat uit 72 sociale huurwoningen. Dit complex is onderdeel van een vastgesteld Stedenbouwkundig Programma van Eisen uit 2005. Voor deze laatste kavel was destijds bedacht om, na sloop, 32 eengezinswoningen terug te bouwen. Dit is ook zo opgenomen in het huidige bestemmingsplan. Deze gedachte past echter niet meer bij de huidige woningbouwopgave. Het meest passend op deze smalle alzijdige strook is een ensemble van twee appartementenblokken met portiek en/of galerijontsluiting.

De twee woningbouwblokken zullen uit verschillende lagen bestaan met een uitbreiding c.q. verlenging van de bouwlocatie aan de westzijde. Het gebouw sluit hierdoor aan op de Baden Powellweg. Dit betekent een verdubbeling van het aantal woningen, waardoor een grotere groep woningzoekenden bediend kan worden. Het voorliggend plan past niet binnen de kaders van het omgevingsplan gemeente Amsterdam (voorheen bestemmingsplan). Om medewerking te kunnen verlenen is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Dit document voorziet hierin.

1.2

Doel wijziging omgevingsplan

Met voorliggende wijziging van het omgevingsplan gemeente Amsterdam wordt het mogelijk maken van de nieuwe ontwikkeling op de locatie Nierkerkerstraat nagestreefd.

1.3

Bevoegdheden

Op grond van de Omgevingswet wordt het omgevingsplan door de raad gewijzigd. De raad kan deze bevoegdheid delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Daar is in deze situatie geen sprake van. Het besluitgebied is gelegen binnen de grenzen van het stadsdeel Nieuw-West. De Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 verdeelt de taken (bijlage 2) en bevoegdheden (bijlage 3) tussen de centrale stad en stadsdelen (en het stadsgebied Weesp). Het plangebied is op de kaart in bijlage A behorende bij de Verordening niet aangewezen als stedelijk gebied of project. Daarom ligt de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan tot aan de Gemeente Amsterdam

blz. 10

vrijgave van het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan bij het dagelijks bestuur. Vanaf het besluit tot terinzagelegging van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan tot aan de besluitvorming door de gemeenteraad ligt de voorbereiding bij de centrale stad.

1.4

Leeswijzer

Na dit hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. Er wordt onder meer ingegaan op de ligging en begrenzing van het besluitgebied. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt het ruimtelijke (planologische en stedenbouwkundige kader) toegelicht. In hoofdstuk 5 tot en met 14 worden diverse omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 15 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 16 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (inclusief participatie).

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 11

Hoofdstuk 2 2.1

Het plangebied

Ligging en begrenzing besluitgebied

Het Nierkercomplex bevindt zich in de huidige situatie aan de Nierkerkestraat in het noordwesten van de buurt Zuidwestkwadrant in Osdorp.

In de toekomstige situatie bestaat het complex uit twee woongebouwen en voorziet het plan in ongeveer 150 woningen.

Het besluitgebied wordt aan de noordzijde begrenst door de Nierkerkestraat, aan de zuidzijde door het Roosje Vospad, aan de oostzijde door de Clauskindereweg en aan de westzijde door een groenstrook grenzend aan de Baden Powellweg. Voor de exacte ligging van het besluitgebied wordt verwezen naar de geometrie (de weergave van de regels van het omgevingsplan die binnen het besluitgebied van voorliggende wijziging van het omgevingsplan gelden).

Gemeente Amsterdam

blz. 12

2.2

Historie van het besluitgebied

Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam (AUP) Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de Westelijke Tuinsteden die volgens de stedenbouwkundige principes van het Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam (AUP) zijn gerealiseerd. Het Algemeen Uitbreidings Plan van Amsterdam was een rechtstreeks gevolg van de grote annexatie van 1921, waarbij het grondgebied van Amsterdam vrijwel werd verviervoudigd. De stad kampte toentertijd met een chronisch ruimtegebrek en een chaotische stadsrand. Het maken van een allesomvattend uitbreidingsplan was daarom noodzakelijk. Onder leiding van C. van Eesteren werd een stedenbouwkundig Plan in Hoofdzaken gemaakt, waarin ruimte werd gelaten voor nadere uitwerking. Het AUP was in 1935 gereed, maar is grotendeels na de Tweede Wereldoorlog uitgevoerd. Het plan introduceerde voor Amsterdam het vingerstadmodel waarbij het groen via groene scheggen tot diep in het stedelijk gebied doordringt. Nieuw-West kent één kleine (De Bretten) en twee grote (Sloterplas en Amsterdamse Bos / Nieuwe Meer) groene scheggen. Binnen het plan werd een viertal stedelijke functies benoemd, die een eigen plek dienden te krijgen: wonen, werken, ontspanning en verkeer. Het werken diende zich te concentreren in de bestaande binnenstad (City) en het aan te leggen Westelijk Havengebied.

De voornaamste nieuwe woongebieden werden gepland in het westen (Nieuw-West) en zuiden (Buitenveldert). Recreatie zou tussen de woon- en werkgebieden kunnen plaatsvinden, in parken en groenstroken. In 1950 werd de 'Partiële herziening van het westelijke gedeelte van het AUP' vastgesteld, het plangebied omvatte het gedeelte tussen Tuinstad Slotermeer en de Nieuwe Meer. Op basis van deze partiële herziening maakte men twee voorontwerpen, die gezien kunnen worden als nadere uitwerking van de 'Partiële herziening van het westelijke gedeelte van het AUP'. Uitgangspunt bij het ontwerpen van de wijken was de toetreding van lucht, licht en ruimte. Het gevolg zijn planmatige wijken met een sterke nadruk op de stedenbouwkundige structuur. Wegen, water en groen vormen een doorgaande openbare ruimte. De gebouwen worden daar zorgvuldig in geplaatst in een veelal open verkaveling: een combinatie van laag-, middelhoog- en hoogbouw waarbij het groen om de bebouwing heen 'vloeit'. Inmiddels worden steeds meer delen van de oorspronkelijke bebouwing vervangen door bebouwing in een hogere dichtheid. Belangrijk daarbij is dat de nieuwe bouwlocaties zich in grote lijnen voegen naar de stedenbouwkundige AUP karakteristiek. Dit geldt in mindere mate voor de architectuur. Gezocht wordt naar een hedendaagse interpretatie van de principes van het AUP die voldoen aan de wensen en eisen van nu.

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 13

Zuidwest Kwadrant Het Zuidwest Kwadrant is een woongebied uit de vroege jaren zestig en werd gerealiseerd als onderdeel van de Westelijke Tuinsteden van Amsterdam. De wijk ontleent zijn naam aan de ligging; Osdorp werd bekeken in kwadranten en het gebied ligt in het zuidwestelijk deel van Osdorp zoals dit in de jaren '60 van de vorige eeuw werd gerealiseerd. De woonbuurt was ontworpen volgens de stedenbouwkundige principes die kenmerkend zijn voor de Westelijke Tuinsteden. De openbare ruimte werd in sterke samenhang met de bebouwing ontworpen, waardoor er sprake is van een samenhangende compositie van wegen, groen, water en bebouwing. Uitgangspunt bij het ontwerpen van de buurten en de woningen was de toetreding van licht, lucht en ruimte. Brede wegprofielen, groenstroken, grachten en een open, transparante verkaveling vloeiden hieruit voort. De ruimtelijke structuur van het Zuidwest Kwadrant kenmerkte zich na de realisatie in de jaren '60 door de open bebouwingsvorm: vrijstaande gebouwen met voornamelijk portiek-etagewoningen in een groene omgeving, vijf lagen hoog, gegroepeerd in haken of stroken met opvallend ruime verkavelingen.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

De buurt ligt aan de rand van de Westelijke Tuinsteden van Amsterdam Nieuw-West. Ooit lag de wijk op de grens van stad en open landschap. De positie van de buurt in de stad is in de jaren '90 echter ingrijpend veranderd. Was de buurt eerst een jonge tuinstad aan de rand van de stad, later werd het een oudere buurt omgeven door de nieuwe woonwijken de Aker en Nieuw-Sloten. Daardoor is de buurt midden in dit deel van de stad komen te liggen. De tuinsteden en het Zuidwest Kwadrant in het bijzonder werden bedreigd door groeikernen als Hoofddorp en Purmerend en later ook door deze nieuwe woonwijken aan de stadsrand. De woningen in de naoorlogse buurt waren klein, versleten en ouderwets vergeleken bij de nieuwbouwwoningen van de groeikernen en de uitbreidingswijken Aker en Nieuw-Sloten. Niet alleen de woningen, maar ook de woonomgeving was aanzienlijk verouderd, slecht onderhouden en sloot niet meer aan bij de wensen van de bewoners. Door het verdwijnen van het oude gevoel van gemeenschappelijkheid, was er een behoefte aan een scherper onderscheid tussen de openbare en de private sfeer. De Aker en Nieuw-Sloten lokten draagkrachtige huishoudens weg, sociaal-economisch minder sterke huishoudens bleven achter. Hierdoor kwamen de voorzieningen in de buurt onder druk te staan. Het Zuidwest Kwadrant werd een van de eerste stedelijke vernieuwingsgebieden in Nieuw-West.

Om te kunnen concurreren met de nabijgelegen uitbreidingswijken moest een aantrekkelijk woonmilieu met een gevarieerd woningaanbod gecreëerd worden. De aanpak bestond uit een combinatie van sloop, nieuwbouw en renovatie van woningen en de herinrichting van de openbare ruimte. Inmiddels is de stedelijke vernieuwing vrijwel geheel afgerond Planlocatie Het Zuidwestkwadrant in Amsterdam-Osdorp is het afgelopen decennium flink op de schop gegaan. Als een van de eerste buurten in de Amsterdamse Westelijke Tuinsteden is deze buurt vernieuwd en zijn er woningen gesloopt en bijgebouwd, diverse voorzieningen zijn gerealiseerd en is de openbare ruimte aangepakt. Met de aanleg van Stadspark Osdorp en het Waterpark zijn er twee nieuwe parken aan de buurt toegevoegd. De Kikker, een nieuwe Brede School, biedt onderdak aan twee basisscholen en verschillende maatschappelijke voorzieningen. Het Nierkerkecomplex is de laatste kavel van het Zuidwestkwadrant waar nog geen vernieuwing heeft plaats gevonden en vormt daarmee het sluitstuk van één van de grootste opgaven in Amsterdam-Osdorp. Dit complex bevindt zich aan de Nierkerkestraat in het noordwesten van het Zuidwestkwadrant in Osdorp en bestaat uit 72 sociale huurwoningen. Dit complex is onderdeel van een vastgesteld Stedenbouwkundig Programma van Eisen uit 2005.

Voor deze laatste kavel was destijds bedacht om, na sloop, 32 eengezinswoningen terug te bouwen. Dit is ook zo opgenomen in het huidige bestemmingsplan. Deze gedachte past echter niet meer bij de huidige woningbouwopgave.

2.3

Beschrijving huidige situatie besluitgebied

Het complex bevindt zich aan de Nierkerkestraat in het noordwesten van het Zuidwestkwadrant in Osdorp. Het bestaande gebouw aan de Nierkerkestraat is een langgerekt appartementengebouw van 145 meter met 72 sociale huurwoningen met portiekontsluiting in 5 bouwlagen. Het gebouw grenst met alle zijden aan de openbare ruimte.

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 15

Bestaande situatie ter plaatse van het Nierkerkecomplex (bron: gemeente Amsterdam)

2.4

Geldend juridisch planologisch kader

De projectlocatie maakt onderdeel uit van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan gemeente Amsterdam, deelgebied bestemmingsplan Zuidwest Kwadrant (vastgesteld op 11 september 2016). Het plangebied heeft de bestemmingen Wonen, Groen en Verkeer- 1. Daarnaast heeft een deel van de bestemming Wonen de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1'. De maximale toegestane bouwhoogte is deels 13 meter en deels 10 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Uitsnede Omgevingsplan gemeente Amsterdam, deelgebied Zuidwest Kwadrant (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 17

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen en deze vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De Visie De NOVI bevat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een groot aantal opgaven, op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt daarbij een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is daarbij het kernbegrip. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak waarbij overheden en maatschappelijke organisaties met regie vanuit het Rijk integrale afwegingen maken. Toelichting In de toelichting worden 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving beschreven en de daarbij horende opgaven waarvoor het Rijk zich gesteld ziet. Steeds wordt per belang het huidige beleid gekoppeld en wordt de opgave gesteld die met het belang samenhangt. Besluitgebied Ter plaatse van het werkingsgebied is geen strijd met de NOVI. 3.1.2

Instructieregels Rijk via Besluit kwaliteit leefomgeving

Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Het Rijk heeft de instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen. Behalve het Rijk stelt ook de provincie Noord-Holland instructieregels in de omgevingsverordening, zie paraagraaf 3.2.2. In hoofdstuk 5 van het Bkl staan de instructieregels voor omgevingsplannen per onderwerp. De meeste instructieregels hebben betrekking op omgevingsaspecten en worden in de hierna volgende hoofdstukken beschreven. Hieronder worden algemene planologische instructieregels beschreven.

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel met het oog op zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Het is terug te vinden in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De instructieregel houdt in dat bij het toelaten van een nieuwe stedelijke ontwikkeling er rekening moet worden gehouden met: de behoefte aan die ontwikkeling; en Gemeente Amsterdam

blz. 18

bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: met de mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied of stedelijk groen in de behoefte te voorzien. Hierbij gaat het om een inhoudelijke sturing op de uit te voeren belangenafweging. De formulering 'rekening houden met' betekent dat het bestuursorgaan beoordelingsvrijheid heeft. Andere belangen dan het belang dat gediend wordt met de instructieregel kunnen de doorslag geven. Daarbij is van belang dat het gaat om een afweging van de ontwikkelingsbehoefte met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Zowel kwantitatieve aspecten als ook kwalitatieve aspecten kunnen een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte.

Begrip stedelijke ontwikkeling Artikel 5.129g Bkl is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van bedrijventerreinen, zeehaventerreinen, woningbouwlocaties, kantoren, detailhandelvoorzieningen of andere stedelijke voorzieningen. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Er zijn geen ondergrenzen aangegeven, maar in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor de volgende lijnen uitgezet: Bij woningbouw is vanaf twaalf woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling; Bij nieuwbouw en uitbreiding van winkels, kantoren en bedrijven ligt de ondergrens in beginsel bij een bruto-vloeroppervlakte van 500 m2; Bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies ligt de ondergrens in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m2. Onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' worden onder meer maatschappelijke, religieuze, culturele en ontspanning en vermaak gerelateerde voorzieningen als stedelijke ontwikkeling aangemerkt. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Of een stedelijke ontwikkeling nieuw is, wordt bepaald in vergelijking met de regels in het omgevingsplan die daarvoor golden.

Dit is inclusief de (in het verleden) verleende omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan. Het gaat daarbij om een stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte, of, als alleen sprake is van een wijziging van een gebruiksfunctie, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft. Van belang is dus in hoeverre het plan, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging en welk planologisch beslag op de ruimte het plan mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande plan.

Begrip stedelijk gebied Een stedelijk gebied is het samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen. Het betreft het samenstel van bebouwing dat in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is toegelaten.

Reikwijdte onderzoek De aard en omvang van de ontwikkeling bepalen het schaalniveau en de uitgebreidheid waarop de bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 19

ruimtebehoefte wordt afgewogen. Bij elk plan hoort derhalve een passende onderbouwing. Provinciale of regionale visies en afspraken kunnen als basis dienen voor de onderbouwing, als dergelijke documenten concreet en voldoende onderbouwd zijn. Bij ontwikkelingen met een ruimtelijk effect op het grondgebied van andere gemeenten of provincies is bovengemeentelijke of zelfs bovenprovinciale afstemming noodzakelijk.

Besluitgebied In beginsel' is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft. Van belang is hierbij dus in hoeverre het plan: in vergelijking met het vorige plan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte het plan mogelijk maakt in vergelijking met het vorige plan Een combinatie van een ontwikkeling met een nieuw of groter planologisch ruimtebeslag en een functiewijziging is natuurlijk ook mogelijk.

Laddertoets De voorgenomen ontwikkeling voorziet in maximaal 150 woningen, deels op gronden aangewezen waar woningen al zijn toegestaan en deels op gronden waar geen woningen zijn toegestaan (bestemmingen Groen, Verkeer -1). Ook voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een grotere bebouwingshoogte dan wat is toegestaan op basis van het (tijdelijke) omgevingsplan.

Gelet hierop is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder duurzame verstedelijking.

Beschrijving behoefte De behoeftevraag naar functies als wonen en werken en overige stedelijke voorzieningen is in grote mate afhankelijk van de toekomstige demografische en economische ontwikkelingen in een gebied. Uit het rapport Demografische ontwikkelingen 2010-2040 van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt de Metropoolregio Amsterdam aanhoudend (tot 2040) sterk tot zeer sterk te groeien: 10 procent tot meer dan 20 procent. Ook de huishoudensontwikkeling geeft dezelfde trend met een stevige groei van 20 procent of meer. De verwachting is dat de gemeente Amsterdam in 2040 ruim 50.000 huishoudens meer heeft dan in 2010. De werkzame beroepsbevolking in de Metropoolregio Amsterdam zal toenemen. Om de concurrentie met andere economisch topregio's aan te kunnen dient het hoogstedelijk centrummilieu doorontwikkeld te worden. Intensivering van het grondgebruik in de stad is hierbij van

Gemeente Amsterdam

blz. 20

groot belang. Een grotere mix van wonen en werken, waarbij kansrijke economische sectoren de ruimte krijgen. Meer woon- en werkruimte betekent meer draagvlak voor voorzieningen. Daarbij horen horeca, detailhandel en een diversiteit aan culturele en onderwijsinstellingen. De nieuwe economie bestaat uit een complex van functies: wonen, werken en recreëren. Wonen De woningbehoefte in de Metropoolregio Amsterdam is zeer groot en voor de komende decennia van structurele aard. De stadsregio behoort landelijk tot één van de weinige regio's in Nederland waar het tot nu toe niet lukt om het woningtekort terug te dringen. Die woningbehoefte heeft veel te maken met de regionale economische ontwikkeling. De Amsterdamse regio is in economische termen de succesvolste van Nederland en wordt gezien als een belangrijke motor van de nationale economie. Met de partners in de Metropoolregio is afgesproken dat Amsterdam haar woningvoorraad met 50.000 woningen uitbreidt binnen het bestaande stedelijke gebied in de periode 2010-2030. In de periode tot 2050 heeft Amsterdam de ambitie de voorraad met totaal 150.000 woningen uitgebreid te hebben. De druk op de Amsterdamse woningmarkt neem toe. De schaarste zorgt voor stijgende prijzen waardoor de betaalbaarheid voor lagere en middeninkomens verder onder druk komt te staan.

De vraag naar woningen in Amsterdam is onverminderd groot, met name in de stedelijke woonmilieus binnen de Ring A10. Het centrum met het aangrenzende Zuid, Oud-West en Oostelijk Havengebied vormen samen de centraal stedelijke zone. De vraag naar stedelijk wonen is hier groot en door de unieke kwaliteiten heeft dit gebied weinig concurrentie in de regio. Veel mensen willen juist hier wonen, de dichtheid van bebouwing, voorzieningen en activiteiten is hier heel hoog. Gemeentelijke prognoses geven aan dat er 3.000 tot 7.500 woningtoevoegingen per jaar moeten plaatsvinden om in de woningbehoefte te voorzien. Er vestigen zich veel nieuwe mensen in de stad: netto circa 10.000 per jaar. De komende decennia zal het aantal ouderen in Amsterdam fors toenemen. Door het landelijk beleid zullen veel ouderen langer zelfstandig blijven wonen. In bouwplannen zal dan ook ruimte moeten zijn voor nieuwbouw die ook geschikt is voor ouderen. Ook de vraag naar studentenwoningen is in Amsterdam onverminderd groot, zodat de komende jaren de bouw van studentenhuisvesting blijvend gestimuleerd moet worden. Tot slot is behoefte aan ruimte voor zelfbouwers en bouwgroepen. Naast de woningvraag van nieuwe inwoners wordt met het mogelijk maken van nieuwe woningen ook een doorstroombeweging in de stad in gang gezet.

Voor de gezinshuishoudens die nu noodgedwongen in te krappe woningen blijven wonen, ontstaan er mogelijkheden om binnen hun wensen in de stad te blijven wonen. De woningen die zij in verschillende buurten achterlaten zijn geschikt voor kleine huishoudens en starters op de woningmarkt. De middenhuur kan de sleutel vormen voor een betere verdeling van de schaarse woonruimte in Amsterdam. Er zit nu vaak een groot gat tussen de sociale huurprijzen tot afgerond 700 euro per maand en de huurprijzen in de vrije sector. Door veel woningen te bouwen met een middenhuur kunnen de relatief welvarende mensen in een sociale huurwoning verleid worden om te verhuizen. Er moeten meer middensegment woningen worden gebouwd. De gemeente heeft hiertoe in 2017 het Actieplan meer middeldure huur en de Woonagenda 2025 vastgesteld. De gemeente Amsterdam heeft gezien deze toenemende woningbehoefte de ambitie uitgesproken om vanaf 2018 per jaar minimaal 5.000 woningen te realiseren, waarvan 500 sociale huurwoningen. Om tegemoet te komen aan de grote vraag naar nieuwbouwwoningen is het zaak om hierop in te spelen door woningbouw planologisch mogelijk te maken: de planvoorraad moet worden vergroot. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in maximaal 150 woningen, waarbij ingezet wordt op 50% sociale huurwoningen voor verschillende doelgroepen en 50% betaalbare koopwoningen.

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 21

Voorzieningen/ vestiging van een dienst De beoogde voorzieningen betreffen voorzieningen met een beperkte omvang en een lokaal karakter, gericht op de nieuwe woningen en de buurt. Ze dragen bij aan de leefbaarheid en worden niet gezien zelfstandige ontwikkeling. Gezien de kleinschaligheid van deze voorzieningen zal er voldoende draagvlak voor en behoefte aan deze voorzieningen zijn. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Daaruit volgt dat de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte. De ruimtevraag kan geheel worden opgevangen in bestaand stedelijk gebied.

Behoud van ruimte voor toekomstige functies Paragraaf 5.1.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels over het behoud van ruimte voor toekomstige functies. De paragraaf bevat instructieregels met betrekking tot aangewezen reserveringsgebieden. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties vereist in bepaalde gevallen dat gebieden worden vrijgehouden voor toekomstige ontwikkelingen die alleen op bepaalde locaties kunnen plaatsvinden. Het Besluit kwaliteit leefomgeving kent in navolging van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een aantal reserveringsgebieden, waar vanwege de voorzienbare toekomstige aanleg van werken of objecten regels gelden over activiteiten die een dergelijke aanleg zouden bemoeilijken. Het gaat onder meer om gebiedsreserveringen voor de lange termijn voor gebieden rond autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen of gebieden voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen Amsterdam zijn reserveringsgebieden aangewezen voor de uitbreiding of aanleg van een autoweg of autosnelweg.

Besluitgebied Het werkingsgebied van voorliggend omgevingsplan ligt buiten aangewezen reserveringsgebieden.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Holland

Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. Doel en hoofdambitie Klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, grote woningbehoeftes, bodemdaling, verminderde biodiversiteit. Het is een greep uit de vele grote onderwerpen waar opgaven in schuil gaan. De Omgevingsvisie geeft koers hoe de provincie Noord-Holland met deze onderwerpen moeten omgaan richting de toekomst. Daarin hanteert de Omgevingsvisie het uitgangspunt om in samenhang te kijken naar de opties. In de Omgevingsvisie wordt de ambitie geschetst een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vast te houden. Daarvoor moet een goede balans gezocht worden tussen economische

Gemeente Amsterdam

blz. 22

groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven.

Ambitie in relatie tot (metropool) Amsterdam De provinciale visie ten aanzien van Amsterdam en de metropool rond Amsterdam is opgenomen in de Omgevingsvisie. De metropool rond Amsterdam is een stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen, met Amsterdam als hoog stedelijke kernstad, een landschap met hoge gebruiks- en belevingswaarde, een multimodale bereikbaarheid, een havengebied met energietransitie en circulaire economie als dragers en Schiphol als internationale hub. De ontwikkeling komt tot uiting door een snelgroeiend aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers, leidend tot een tendens van concentraties van economische functies. Grote aantallen arbeidsplaatsen concentreren zich op een aantal locaties in een zone van de Amsterdamse binnenstad tot net ten zuiden van Schiphol. Daarbij is het wenselijk om, vanuit het beperken van woon-werkafstanden en daarbij horende mobiliteitsinvesteringen, nieuwe woningen zo dicht mogelijk bij de grote werkconcentraties te realiseren, waar mogelijk in gemengde woonwerkmilieus. De provincie heeft vijf samenhangende bewegingen beschreven die richting geven aan de ontwikkeling van de leefomgeving. De samenhangende bewegingen zijn: Dynamisch schiereiland: de provincie Noord-Holland is aan drie zijden omgeven door water.

Het benutten van deze unieke ligging is leidend, waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en waarin de kernen de herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving; centraal staat het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector. De hoofdthema's en de samenhangende bewegingen vormen de belangrijkste maatschappelijke opgaven voor de komende jaren. Ontwikkelprincipes bieden houvast voor iedereen die iets wil doen dat raakt aan de fysieke leefomgeving. Aan de ruimtelijke beslissingen van de provincie zal daarom altijd een afweging van deze belangen voorafgaan. Metropool Amsterdam maakt onderdeel uit van de metropoolregio Amsterdam, een regio die zich uitstrekt tot Zaanstad, Almere, Zuid Kennemerland en de Gooi- en Vechtstreek. De metropool moet tot 2050 verder groeien als een belangrijke en duurzame internationale concurrerende stedelijke regio.

Er moeten daarom voldoende kantoren, bedrijven en woningen zijn, die vooral binnen het binnenstedelijk gebied gerealiseerd worden. De regionale verschillen tussen de grotere en kleinere kernen binnen de metropool moeten hun sterke identiteit behouden, terwijl het geheel in sterkere mate als een systeem functioneert. Er moet functiemenging zijn, een goede bereikbaarheid en er wordt geïnvesteerd in een samenhangend netwerk van openbaar vervoer tussen woon- en werklocatie. De provincie ziet hierin niet de rol van trekker voor zichzelf, maar dit zal gezamenlijk met partners die daar mede voor verantwoordelijk zijn, worden opgepakt. Verdichting

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 23

De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande, verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Er moet voldoende ruimte en budget zijn voor de ontsluiting van grote woongebieden door te verdichten op goed bereikbare plekken nabij knooppunten van openbaar vervoer. Besluitgebied De binnen het besluitgebied voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de kaders uit de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2

Omgevingsverordening Noord-Holland

Artikel 2.6 van de Omgevingswet bepaalt, dat Provinciale Staten één omgevingsverordening vaststellen waarin de provinciale regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. De provincie Noord-Holland wil met de Omgevingsverordening NH2022 ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht wordt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn vertaald naar regels die verankerd zijn in de Omgevingsverordening Noord-Holland. De Omgevingsverordening geeft de weerslag van de afweging tussen ruimte voor ontwikkelingen en bescherming van bijvoorbeeld het landelijk gebied. De regels geven de kaders waarbinnen deze ruimte voor afweging en maatwerk mogelijk is en zijn in overeenstemming met de ontwikkelprincipes en ambities zoals verwoord in de omgevingsvisie. Deze regels zijn er onder andere op gericht om zoveel mogelijk binnenstedelijk te verdichten en het landschap te behouden en beschermen. Dat wil niet zeggen dat er niets mogelijk is in het landelijk gebied, maar het vraagt wel om een goede onderbouwing en landschappelijke inpassing.

Voor gebieden met grotere landschappelijke, ecologische, aardkundige en cultuurhistorische waarde, de bijzondere provinciale landschappen, is deze bewijslast logischerwijs zwaarder.

Instructieregels Provincie via Omgevingsverordening De Omgevingsverordening bevat instructieregels die van belang zijn om het provinciale beleid of het provinciale belang te laten doorwerken in de uitoefening van taken of bevoegdheden door andere bestuursorganen dan provinciale staten, zoals gemeenten. Afdeling 6.2 bevat de instructieregels voor gemeentelijke omgevingsplannen. Deze instructieregels gelden ook als beoordelingsregels voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Er zijn onder andere instructieregels opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, woningbouw, detailhandel, duurzame energie, beschermd landelijk gebied en cultureel erfgoed. Besluitgebied Artikel 6.13 Artikel 6.13 lid 1 Omgevingsverordening bepaald dat een omgevingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling die in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte afspraken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt in de provinciale verordening een ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving verstaan (een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die Gemeente Amsterdam

blz. 24

voldoende substantieel is). In beginsel' is een plan met meer dan 11 woningen een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voor wonen is dus de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling die dit omgevingsplan mogelijk maakt bestaat uit meer dan 11 woningen, waardoor er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Beschrijving behoefte: demografische en economische ontwikkeling De behoeftevraag naar functies als wonen en werken en overige stedelijke voorzieningen is in grote mate afhankelijk van de toekomstige demografische en economische ontwikkelingen. Uit het rapport Demografische ontwikkelingen 2010-2040 van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt de Metropoolregio Amsterdam aanhoudend (tot 2040) sterk tot zeer sterk te groeien: 10 procent tot meer dan 20 procent. Ook de huishoudensontwikkeling geeft dezelfde trend met een stevige groei van 20 procent of meer. De verwachting is dat de gemeente Amsterdam in 2040 ruim 50.000 huishoudens meer heeft dan in 2010. De werkzame beroepsbevolking in de Metropoolregio Amsterdam zal toenemen. Om de concurrentie met andere economisch topregio's aan te kunnen dient het hoogstedelijk centrummilieu doorontwikkeld te worden. Intensivering van het grondgebruik in de stad is hierbij van groot belang. Een grotere mix van wonen en werken, waarbij kansrijke economische sectoren de ruimte krijgen.

Meer woon- en werkruimte betekent meer draagvlak voor voorzieningen. Daarbij horen horeca, detailhandel en een diversiteit aan culturele en onderwijsinstellingen. De nieuwe economie bestaat uit een complex van functies: wonen, werken en recreëren. Wonen De woningbehoefte in de Metropoolregio Amsterdam is zeer groot en voor de komende decennia van structurele aard. De stadsregio behoort landelijk tot één van de weinige regio's in Nederland waar het tot nu toe niet lukt om het woningtekort terug te dringen. Die woningbehoefte heeft veel te maken met de regionale economische ontwikkeling. De Amsterdamse regio is in economische termen de succesvolste van Nederland en wordt gezien als een belangrijke motor van de nationale economie. Met de partners in de Metropoolregio is afgesproken dat Amsterdam haar woningvoorraad met 50.000 woningen uitbreidt binnen het bestaande stedelijke gebied in de periode 2010-2030. In de periode tot 2050 heeft Amsterdam de ambitie de voorraad met totaal 150.000 woningen uitgebreid te hebben. De druk op de Amsterdamse woningmarkt neem toe. De schaarste zorgt voor stijgende prijzen waardoor de betaalbaarheid voor lagere en middeninkomens verder onder druk komt te staan. De vraag naar woningen in Amsterdam is onverminderd groot, met name in de stedelijke woonmilieus binnen de Ring A10.

Het centrum met het aangrenzende Zuid, Oud-West en Oostelijk Havengebied vormen samen de centraal stedelijke zone. De vraag naar stedelijk wonen is hier groot en door de unieke kwaliteiten heeft dit gebied weinig concurrentie in de regio. Veel mensen willen juist hier wonen, de dichtheid van bebouwing, voorzieningen en activiteiten is hier heel hoog. Gemeentelijke prognoses geven aan dat er 3.000 tot 7.500 woningtoevoegingen per jaar moeten plaatsvinden om in de woningbehoefte te voorzien. Er vestigen zich veel nieuwe mensen in de stad: netto circa 10.000 per jaar. De komende decennia zal het aantal ouderen in Amsterdam fors toenemen. Door het landelijk beleid zullen veel ouderen langer zelfstandig blijven wonen. In bouwplannen zal dan ook ruimte moeten zijn voor nieuwbouw die ook geschikt is voor ouderen. Ook de vraag naar studentenwoningen is in Amsterdam onverminderd groot, zodat de komende jaren de bouw van studentenhuisvesting blijvend gestimuleerd moet worden. Tot slot is behoefte aan ruimte voor

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 25

zelfbouwers en bouwgroepen. Naast de woningvraag van nieuwe inwoners wordt met het mogelijk maken van nieuwe woningen ook een doorstroombeweging in de stad in gang gezet. Voor de gezinshuishoudens die nu noodgedwongen in te krappe woningen blijven wonen, ontstaan er mogelijkheden om binnen hun wensen in de stad te blijven wonen. De woningen die zij in verschillende buurten achterlaten zijn geschikt voor kleine huishoudens en starters op de woningmarkt. De middenhuur kan de sleutel vormen voor een betere verdeling van de schaarse woonruimte in Amsterdam. Er zit nu vaak een groot gat tussen de sociale huurprijzen tot afgerond 700 euro per maand en de huurprijzen in de vrije sector. Door veel woningen te bouwen met een middenhuur kunnen de relatief welvarende mensen in een sociale huurwoning verleid worden om te verhuizen. Er moeten meer middensegment woningen worden gebouwd. De gemeente heeft hiertoe in 2017 het Actieplan meer middeldure huur en de Woonagenda 2025 vastgesteld. De gemeente Amsterdam heeft gezien deze toenemende woningbehoefte de ambitie uitgesproken om vanaf 2018 per jaar minimaal 5.000 woningen te realiseren, waarvan 500 sociale huurwoningen. Om tegemoet te komen aan de grote vraag naar nieuwbouwwoningen is het zaak om hierop in te spelen door woningbouw planologisch mogelijk te maken: de planvoorraad moet worden vergroot.

Met deze wijziging van het omgevingsplan worden 78 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Er wordt bij de woningprogrammering aangesloten op de ambities die in de Woonagenda 2025 benoemd zijn (meer sociale huur en meer betaalbare koop). Artikel 6.75 Artikel 6.75 lid 1 Omgevingsverordening bepaald dat de motivering van een omgevingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maat een beschrijving bevat van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. In Hoofdstuk 11 Water en Hoofdstuk 14 Duurzaamheid en klimaatadaptatie wordt hier nader op ingegaan. Conclusie In de Omgevingsverordening NH2022 zijn geen regels opgenomen die aan voorliggende wijziging van het omgevingsplan in de weg staan. De voorliggende wijziging van het omgevingsplan voldoet aan de Omgevingsverordening.

3.3

Regionaal beleid - Metropoolregio

De Metropoolregio Amsterdam is het samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 30 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De 30 gemeenten vormen 7 deelregio's; de gemeente Amsterdam is alleen een deelregio. De gemeenteraden en Provinciale Staten van de MRA-deelnemers worden door de eigen colleges geïnformeerd en betrokken bij de activiteiten van de samenwerking. Daarmee treedt de MRA-samenwerking niet in de formele relatie tussen volksvertegenwoordigers en bestuurders. De bestuurders van de colleges zijn op tal van terreinen actief binnen hun provincie of eigen deelregio. Op MRA-schaal werken wethouders namens hun deelregio binnen de drie inhoudelijke MRA-platforms Economie, Ruimte en Mobiliteit aan de uitvoering van de MRA Agenda. Door de aanpak van onderwerpen op het niveau van de deelregio's in combinatie te brengen met afstemming op het niveau van de MRA wordt de MRA Agenda uitgevoerd. MRA agenda 2020-2024 Gemeente Amsterdam

blz. 26

Deze agenda is de inhoudelijke basis van de samenwerking in de regio. Nieuw in deze agenda 2.0 zijn, ten opzichte van de MRA Agenda 2016-2020, de twee leidende principes 'toekomstbestendig' en 'evenwichtig'. Dit is uitgewerkt in vier bestuurlijke opdrachten: het verder versterken van de samenwerking; het realiseren van een veerkrachtige, inclusieve en schone economie; bouwen voor de woningbehoefte, met groei de leefkwaliteit van het geheel versterken; tempo maken met het metropolitaan mobiliteitssysteem. In deze agenda is gekozen voor een programmatische benadering, met zogenoemde 'uitvoeringslijnen' die uit de bestuurlijke opdrachten voortvloeien.

Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voorziet in de bouw van maximaal 150 woningen (circa 50% sociaal en circa 50% betaalbare koop) en draagt op deze wijze bij aan de bestuurlijke opdracht 'bouwen voor de woningbehoefte, met groei de leefkwaliteit van het geheel versterken'.

3.4

Gemeentelijk beleid - Stedelijke kaders

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Van Structuurvisie Amsterdam 2040 naar Omgevingsvisie Amsterdam 2050 De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is een langetermijnvisie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, die elke overheid opstelt in het kader van de Omgevingswet. De omgevingsvisie is samen met het OER op 8 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040. Met vaststelling van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 door de gemeenteraad is de Structuurvisie Amsterdam 2040 vervangen. Hierop zijn twee uitzonderingen, de Hoofdgroenstructuur en het hoogbouwbeleid, die integraal opgenomen waren in de structuurvisie. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. De Gemeente Amsterdam wil met een brede blik sturen. Deze omgevingsvisie heeft daarbij een drieledige functie: richting geven aan groei; versnellen van transities; ruimte bieden aan initiatieven. De omgevingsvisie bouwt voort op eerder geformuleerde beleidsinzetten. In sommige paragrafen wordt derhalve nog verwezen naar de Structuurvisie Amsterdam 2040. Op een aantal punten formuleert de omgevingsvisie een aangepaste ruimtelijke koers. Die is gericht op het tegengaan van negatieve effecten op kansengelijkheid en leefbaarheid, op het verduurzamen van de stad en op herstel en vernieuwing van de economie. Wereldwijd groeien steden.

Steden hebben aantrekkingskracht omdat ze bedrijvigheid, wetenschap en creativiteit dicht bijeenbrengen en zo innovatie stimuleren en kansen bieden aan individuen. De stad moet kansen bieden aan iedereen. Om die reden omarmt Amsterdam zowel nieuwe inwoners als nieuwe banen. Economische groei is gewenst, niet in de laatste plaats vanwege de inkomsten. Maar Amsterdam wil ook ruimte bieden aan vernieuwing en een meer circulaire economie. Groei een plek geven in de stad is daarmee ook een verantwoordelijkheid. Om volledig profijt te trekken moet die groei richting gegeven worden. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes:

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 27

Meerkernige ontwikkeling: Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op is gericht is. Een van de hoofddoelen van deze visie is een stad te worden met meer stedelijke centra. Ook in de regio willen we de kernen meer stedelijke kwaliteit geven. Groeien binnen grenzen: duurzame, compacte stedelijke ontwikkeling en intensief ruimtegebruik. Daarmee maken we sociaal sterke buurten, met veel ruimte voor ondernemerschap en beperken we de ecologische voetafdruk van de stad. Duurzaam en gezond bewegen: in een compacte stad staan ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte voorop. In de hele stad krijgen lopen, fietsen en openbaar vervoer ruim baan. Rigoureus vergroenen: nieuwe parken en meer groen in de openbare ruimte en op en aan gebouwen houdt de stad klimaatbestendig en leefbaar voor mens, dier en plant. Samen stadmaken: meer mogelijkheden voor maatschappelijk initiatief. Samen met Amsterdammers, corporaties en private partijen bouwen we aan de stad. Daarbij maken we meer ruimte voor experimenten en verantwoordelijk en eigenaarschap voor onze inwoners. Het voorliggende plan is in overeenstemming met dit gemeentelijk beleid. 3.4.2

Woonagenda 2025 (2017)

Voor welke uitdagingen staat Amsterdam tot 2025 op het terrein van wonen? De Woonagenda 2025 geeft hier antwoord op. De Woonagenda 2025 is een kader stellend, richtinggevend en praktisch document voor het woonbeleid tot 2025. Op 19 juli 2017 is de Woonagenda 2025 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. In de Woonagenda staat beschreven hoe het Amsterdamse college wil blijven investeren in een stad waar voldoende woningen zijn voor alle Amsterdammers, de woningen duurzaam en van goede kwaliteit zijn en betaalbaar voor de Amsterdammers die erin wonen of gaan wonen. De Woonagenda zet in op voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025 en brengt in kaart waar de huidige woningmarkt te kort schiet, wat er nu reeds aan gedaan wordt en welke aanvullende acties nodig zijn. Er zijn 25 acties geformuleerd. Voor het uitgangspunt 'voldoende woningen' is de ambitie om de woningvoorraad en woningbehoefte in 2025 beter op elkaar te laten aansluiten. De meest in het oog springende actie is het nieuwe stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering: 40% gereguleerde huur (sociale huur), 40% middeldure huur en koop en 20% dure huur en koop. Er zijn spelregels opgesteld om de programmering van 40-40-20 op een goede wijze toe te passen in projecten.

Als de woningvoorraad hierdoor beter aansluit bij de woningbehoefte, is het belangrijk dat deze woningen ook bewoond worden door de huishoudens die hierop zijn aangewezen. Met voorliggende wijziging van het omgevingsplan gemeente Amsterdam wordt een programma mogelijk gemaakt dat voorziet in circa 50% sociaal- en circa 50% betaalbare koop, waarmee afgeweken wordt van de Woonagenda.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 29

Hoofdstuk 4 4.1

Het ruimtelijk kader

Ruimtelijk functionele aspecten

Bestaande situatie Het bestaande gebouw aan de Nierkerkestraat is een langgerekt appartementengebouw van 145 meter met 72 sociale huurwoningen met portiekontsluiting in 5 bouwlagen. Het gebouw grenst met alle zijden aan de openbare ruimte. Het woongebouw was voorheen onderdeel van een groter halfopen bouwblok, als onderdeel van het AUP. Alle entrees van het woongebouw zijn aan de Nierkerkestraat gelegen, net als het autoparkeren en de afvalophaallocatie. Aan de zijde van het Roosje Vospad heeft het woongebouw achtertuintjes die grenzen aan de openbare groenstrook langs het vrij liggende fietspad. De blinde kopgevel van het woongebouw aan de zijde van Baden Powellweg sluit aan op een open grasveld, een restant van de oorspronkelijke verkaveling. De tevens blinde kopgevel aan de andere zijde van het woongebouw, centraal in de buurt, sluit aan op de rooilijn van het straatprofiel en het trottoir.

4.2

Stedenbouwkundige aspecten

Stedenbouwkundige analyse Het stedenbouwkundig plan Zuidwestkwadrant uit 1995, van bureau de Nijl, vormde de basis voor de grootschalige vernieuwing van dit deel van Osdorp. Naast grootschalige sloop-nieuwbouw rond de Pieter Calandlaan, bestaat het plan ook uit grote delen met renovatie van bestaande woongebouwen. Een helder stratenpatroon wordt gecombineerd met een structuur van groene zones aansluitend op het Osdorppark. De belangrijkste kenmerken van het gerealiseerde stedenbouwkundig plan zijn: heldere rooilijnen en bouwmassa's

Gemeente Amsterdam

blz. 30

heldere overgangen openbaar - privé heldere openbare groenzones veel collectief, door hekwerken afgesloten, groen een ruime schaal en maat Specifiek voor de buurt: 1. Een gemengde stedelijke stadstraat, Pieter Calandlaan. 2. Woonbuurt achter Pieter Calandlaan, compacte laagbouwbuurt met heldere rooilijnen en bouwmassa's. 3. Bouwblokken-XL en de drie wachters, 8 tot 10 bouwlagen in hoge dichtheid, in combinatie met collectieve groene hoven. 4. Een groene lommerrijke stadslaan, Baden Powellweg. 5. 80-er-jaren blokken, getrapte strokenverkaveling met weidse groene tussenruimtes. 6. Nieuwbouwblok aan Baden Powellweg, vijflaags nieuwbouwblok met verhoogde plint, in crèmekleurige baksteen met brede betonbanden, incl. ondergrondse parkeergarage. 7. Nieuwbouwblok met loopbruggen, vijf-laags nieuwbouwblok met verhoogde plint, in rode baksteen met uitkragende betonbanden, incl. ondergrondse parkeergarage. 8. Woonstraat tussen deze twee nieuwbouwblokken (6 en 7) Rengerskerkestraat. 9. Basisschool de Kikker. 10. Voetbalkooi XL, grootschalige aanliggende speelvoorziening, passend bij de schaal van het Zuidwest Kwadrant. 11. Roosje Vospad, doorgaand vrijliggend fietspad van de Sloterplas, via Osdorppark naar de Aker 12. Heldere groenzones. 13. Nierkerkestraat, asymmetrische woonstraat met enkele bomen en dwarsparkeren aan de zijde van het bestaande Nierkerke-complex. 14.

Open gevels in woonbuurt achter Calandlaan (ontwerpprincipe dat, in een groene versie, referentie kan zijn voor de nieuwe gevel aan Roosje Vospad). 15. Groenzone langs Roosje Vospad, naast ruimte voor openbaar groen biedt deze zone ook voldoende ruimte voor ca. 2 meter aan dubbele groene gevel met buitenruimtes georiënteerd op de zon. 16. Transparante blokentrees in Zuidwestkwadrant, mogelijke referentie voor entree nieuwbouw Nierkerke-locatie.

Het woningbouwblok aan de Nierkerkestraat is het enige deel van het stedenbouwkundige plan Zuidwestkwadrant uit 1995 dat niet gerealiseerd is. Het woongebouw maakte onderdeel van het SPvE Nierkerkecomplex uit 2005. Mede door de behoefte aan woningen voor (tijdelijke) herhuisvesting is de sloop/nieuwbouw van het Nierkerkeblok tot nu toe niet gerealiseerd.

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 31

Stedenbouwkundig kader De locatie vormt een uitzondering binnen het stedenbouwkundig kader van het Zuidwestkwadrant Osdorp. Daar waar de overige blokken deel uitmaken van een bepaalde repetitie binnen de stedenbouwkundige opzet, wordt de nieuwbouw op deze locatie een zoveel mogelijk op zichzelf staand stedenbouwkundig ensemble. Bepalend voor de herontwikkeling van de locatie is dat het lange kavel aan alle zijden grenst aan openbare ruimte. Dit betekent dat aan alle zijden een heldere representatieve gevel dient te worden gerealiseerd, aansluitend op het stedenbouwkundig kader voor de rest van de buurt. Aan de zijde van de Nierkerkestraat zullen alle entrees worden gerealiseerd. Aan het Roosje Vospad zal een zo ontspannen en groen mogelijke overgang met het vrijliggende fietspad worden gerealiseerd. Het woningbouwprogramma van de locatie bestaat uit circa 50% sociale huur en circa 50% betaalbare koop. Omdat deze ontwikkeling daardoor in twee bouwstromen gerealiseerd gaat worden, is gekozen voor het realiseren van twee vrijstaande gebouwen met een tussenruimte. De twee gebouwen vormen samen één stedenbouwkundig ensemble en krijgen een vergelijkbare hoofdmassa. Het woongebouw dat centraal in de buurt ligt bevat het sociale huurprogramma, hierna genoemd als gebouw 1.

Het woongebouw dat gesitueerd is aan de Baden Powellweg bevat het betaalbare koopprogramma, hierna genoemd als gebouw 2.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

De twee gebouwen vormen binnen het ensemble een ritmiek van 4 hoofdvolumes, elk met een terugliggend tussendeel. Zo ontstaan qua volume twee identieke gebouwen, passend bij de stedenbouwkundige opzet van de wijk. De bouwhoogte en verdiepingshoogtes van de beide woongebouwen zijn gelijk, zodat het ensemble een zo sterk mogelijke ruimtelijke samenhang krijgt ondanks dat er twee bouwstromen zullen zijn en de woongebouwen mogelijk worden ontworpen door twee verschillende architecten. De woningen mogen niet eenzijdig georiënteerd zijn, dus geen corridorontsluiting. Buitenruimtes en galerijen worden binnen de hoofdmassa's van de gebouwdelen geplaatst, overeenkomstig met het stedenbouwkundige principe van de overige bebouwing in het Zuidwestkwadrant. Aanhangende galerijen en balkons zijn dus niet toegestaan. Gebouw 1, centraal in buurt, krijgt een verhoogde plint met plaats voor BOG-ruimte (bedrijfs-onroerend goed) voor maatschappelijke voorzieningen. De plint heeft aan de zijde van de Nierkerkestraat de collectieve entrees en zo veel mogelijk direct aan de straat ontsloten maatschappelijke voorzieningen en begane grond-ontsloten woningen. De plint aan de Nierkerkestraat zal hierdoor zo veel mogelijk levendigheid krijgen.

Het stedenbouwkundige ensemble wordt behalve door de samenhang in hoofdvolumes en architectuur zo veel mogelijk tot een samenhang gebracht door het ontwerp van de groeninrichting en openbare ruimte. De twee woongebouwen worden geplaatst op een groen veld dat rondom de gebouwdelen loopt en ook de tussenruimte tussen de beide woongebouwen bepaalt. Deze tussenruimte vormt naast een zichtlijn in noord-zuidrichting voor de buurt, ook een tuin en toegangsruimte voor de voorzieningen en woningen in de plint.

Programmatisch kader Het plan voorziet in maximaal 150 woningen waarbij voor de nieuwbouw is gekozen voor een onderverdeling van ca. 50% sociale huur en ca. 50% betaalbare koop, verdeeld over de twee woongebouwen. De gemeente Amsterdam maakt zich sterk voor het behoud van de voorraad sociale huurwoningen in de stad. Vanwege de sloop van 72 sociale huurwoningen worden daarom minimaal 72 sociale huurwoningen teruggebouwd. De overige woningen (maximaal 78) zullen worden gerealiseerd in het betaalbare koopsegment.

Voor gebouw 1 bestaat het programma uit sociale huurwoningen, onderverdeeld in de volgende grootte: 20% woningen van circa 40m2 GBO (2-kamerwoningen), 60% woningen van circa 60m2 GBO (3-kamerwoningen en 20% woningen van circa 85m2+ GBO (4- en 5-kamerwoningen).

bestemmingsplan_TAM-omgevingsplan H22B Nierkerkestraat (vastgesteld)

blz. 33

Onderdeel van het programma zijn verder enkele rolstoelwoningen met aanvullend maximaal 300 m2 BVO bedrijfsonroerend goed (BOG)-ruimten in de plint. Deze BOG-ruimten hebben een maatschappelijke (wijk)functie. In overleg kan de gemeente ook maatschappelijke functies met commerciële erfpachtbestemmingen toestaan, bijvoorbeeld voor een huisarts of apotheek. Voor gebouw 2 bestaat het programma uitbetaalbare koopwoningen.Er wordt geen verdeling van woninggroottes verplicht gesteld, alleen dat de gemiddelde woninggrootte (van alle betaalbare koopwoningen samen) maximaal 60 m2 GBO is. Kleine woningen voor starters/studenten zijn niet passend op deze locatie in Osdorp. Architectonisch kader Hoofdmassa's stedenbouwkundig ensemble De beide woongebouwen vormen een zelfstandig stedenbouwkundig ensemble binnen de buurt. Vanwege de opdeling van de bebouwing van het langgerekte kavel in twee losstaande gebouwen met elk een eigen woonprogramma, is gekozen voor een heldere ritmische volumeopbouw om de ruimtelijke samenhang van een ensemble te versterken. De regelmatige verspringing van de rooilijn, in combinatie met een terugspringend toplaag en een sprekende plint met een ruime verdiepingshoogte, is daar de uitdrukking van. Plasticiteit van de architectuur Repetitie en collectieve vormgeving vormen de basis van de architectonische uitwerking en een doelmatige verzorgde detaillering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15669758/1