CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Regels en toelichting bestemmingsplan Van Zeggelaarstraat 18B.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Van Zeggelaarstraat 18B (VN2024-009361)19.768 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming is gericht op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten. Op basis van de wet zijn activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten verboden. Waar de voormalige Flora- en faunawet echter uitging van drie beschermingsniveaus, verdeelt de Wet natuurbescherming beschermde soorten in twee groepen:  strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn;  andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. Ten opzichte van de Flora- en faunawet zijn circa 200 soorten (vooral vaatplanten en vissen) niet langer beschermd en zijn enkele bedreigde soorten (met name bepaalde vlinders en vaatplannen) toegevoegd. Planspecifiek Gebiedsbescherming De kleinschaligheid van het project in combinatie met de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied sluiten verstoringen op voorhand uit. De bescherming van Natura 2000 staat het initiatief niet in de weg en aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

Van Zeggelaarstraat 18B

27

Natura 2000-Gebieden (bron: Natura2000).

Stikstof De depostie van stikstof kan van negatieve invloed zijn op omliggende Natura 200 gebieden. De planlocatie is op ruim 2 km afstand gelegen van het meest nabijgelegen Natura 2000 gebied, Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske. Bij de depostie van stikstof wordt gekeken naar de aanlegfase (bouw) en gebruiksfase. Voor de gebruiksfase geldt dat er een afname is van het aantal verkeersbewegingen. Als gevolg van de bedrijfsbestemming is de verkeersgeneratie groter dat bij een woning. In de gebruiksfase is er sprake van een afname van depositie. In de bouwfase van een woning wordt gemiddeld circa 5 kg NOx/j per jaar uitgestoten. Voor onderhavig bestemmingsplan is een verkennende berekening gemaakt. Hieruit blijkt dat met een uitstoot van 5 kg NOx/j er geen berekenbaar effect optreedt (Buro SRO, 19 september 2023, zie Bijlage 3 Memo AERIUS-berekening, Bijlage 4 AERIUS-berekening aanlegfase en Bijlage 5 AERIUS-berekening gebruiksfase). Soortenbescherming Elsken Ecologie heeft voor het onderhavig initiatief een quickscan flora en fauna uitgevoerd (Elsken Ecologie, 14 maart 2022, zie Bijlage 6 Quickscan). Uit de scan is het volgende gebleken. Door de Wet natuurbescherming beschermende (verblijfplaatsen van) vogels, reptielen, amfibieën, grondgebonden zoogdieren, vaatplanten, vissen, dagvlinders en/of libellen zijn niet aangetroffen.

Er zijn geen negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen te verwachten binnen het plangebied. Omliggende bomen, groenstructuren en watergangen dienen niet te worden aangelicht tijdens de werkzaamheden, aangezien deze mogelijk kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Het verstoren van vleermuizen en hun foerageergebied zal een overtreding zijn van de Wet Natuurbescherming. Er zullen geen bomen worden gekapt tijdens de planfase. Bij voorkeur worden de werkzaamheden buiten het broedseizoen aangevangen, welke loopt vanaf maart tot oktober. Mocht dit niet mogelijk zijn dient er een week voorafgaand aan de werkzaamheden een

28

Van Zeggelaarstraat 18B

broedvogelcheck uit te worden gevoerd om verstoring te voorkomen. Wellicht komen daar nog extra maatregelen uit ter bescherming van bezette nesten. Elk nest dat is bezet is beschermd en mag niet worden verstoord op basis van de Wet Natuurbescherming. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt ook niet in de nabijheid van een natura 2000-gebied. Het plangebied ligt in de nabijheid van de Hoofdgroenstructuur Amsterdam. Er dient geen verstoring te zijn die invloed heeft op de Hoofdgroenstructuur, aangezien de locaties binnen de Hoofdgroenstructuur een beschermde functie bekleden binnen Amsterdam met een hoge natuurwaarde die behouden dient te worden. Er mag daarom geen verstoring zijn vanuit de werkzaamheden richting de Hoofdgroenstructuur. Tijdens de werkzaamheden dient in ieder geval rekening te worden gehouden met de zorgplicht voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Indien er twijfel bestaat over het al dan niet naleven van de zorgplicht en/of het welzijn van flora en fauna tijdens de werkzaamheden dient er contact opgenomen te worden met een erkend ecoloog. Toetsing soortenbescherming Gemeente Amsterdam Gemeente Amsterdam heeft de quickscan intern beoordeeld op 28 juni 2023.

Daarin is akkoord gegaan met het planvoornemen, mits de volgende maatregelen in acht worden genomen.  Vleermuizen: Er zijn geen negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen te verwachten binnen het plangebied. Omliggende bomen, groenstructuren en watergangen dienen niet te worden aangelicht tijdens de werkzaamheden, aangezien deze mogelijk kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Het verstoren van vleermuizen en hun foerageergebied zal een overtreding zijn van de Wet Natuurbescherming.  Vogels: Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden zijn geen bezette nesten gevonden tijdens het veldbezoek. Bij voorkeur worden de werkzaamheden buiten het broedseizoen aangevangen, welke loopt vanaf maart tot oktober. Mocht dit niet mogelijk zijn dient er een week voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te worden gevoerd om verstoring te voorkomen. Wellicht komen daar nog extra maatregelen uit ter bescherming van bezette nesten. Elk nest dat is bezet is beschermd en mag niet worden verstoord op basis van de Wet Natuurbescherming.  Hoofdgroenstructuur: De locatie van de beoogde ingreep ligt tegen de Hoofdgroenstructuur aan. Er dient geen verstoring te zijn die invloed heeft op de Hoofdgroenstructuur, aangezien de locaties binnen de Hoofdgroenstructuur een beschermde functie bekleden binnen Amsterdam met een hoge natuurwaarde die behouden dient te worden.

Er mag daarom geen verstoring zijn vanuit de werkzaamheden richting de Hoofdgroenstructuur. Hiervoor is de vergunninghouder verantwoordelijk.  Zoogdieren: Er worden geen negatieve effecten verwacht op beschermde zoogdieren.  Overige soortgroepen: Er worden geen negatieve effecten verwacht op overige soortgroepen.  Zorgplicht: Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Conclusie Het aspect ecologie staat aan het onderhavige initiatief niet in de weg.

4.9

Waterhuishouding

De waterhuishouding is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw

Van Zeggelaarstraat 18B

29

De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21e eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:  vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd.  schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers.

Het doel van de Waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2009 - 2015 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn omvangrijk en worden in de toekomst alleen maar groter.

Om ons land ook voor de komende generaties veilig, aantrekkelijk en leefbaar te houden, is in maart 2022 het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) ontwikkeld. Dit NWP beschrijf de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee, die als wettelijke bijlagen zijn opgenomen. De wateropgaven waar Nederland op dit moment voor staat, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor 3 hoofdambities van dit NWP:  Een veilige en klimaatbestendige delta.  Een concurrerende, duurzame en circulaire delta.  Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Het bodemen watersysteem stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen. Om deze randvoorwaarden ook juridisch te laten doorwerken zijn inhoudelijke kaders nodig voor de inrichting en gebruik van wateren alsook voor ruimtelijke inrichting, landgebruik en de wijze van bouwen.

In Nederland komen veel opgaven voor de leefomgeving bij elkaar op een klein oppervlak. Niet alles kan, soms moeten keuzes worden gemaakt. Daarvoor zijn in het NWP een aantal afwegingsprincipes voor het waterbeleid en -beheer opgenomen.

30

Van Zeggelaarstraat 18B

In het plangebied van voorliggend bestemmingsplan zijn geen wateren waar nationale belangen een rol spelen. Provinciale watervisie 2021 In de Watervisie 2021: Buiten de oevers (november 2015) zijn de hoofdlijnen van het provinciale beleid geformuleerd voor het beheer van het Noord-Hollandse watersysteem. Aan de hand van de thema's veilig, schoon en voldoende is beleid vastgesteld voor de lange termijn (2040) en prioriteiten voor de planperiode (2016-2021). Het Uitvoeringsprogramma 2016-2021 (december 2015) geeft aan wat de concrete maatregelen zijn om de lange termijn doelstellingen te verwezenlijken. Thema Veilig Beperken van slachtoffers en economische schade via preventie en gevolgenbeperking, door:  Kaders stellen voor regionale waterkeringen: vastleggen van normen en tracés in de waterverordeningen en bindende afspraken maken met de waterschappen over de termijnen waarbinnen de regionale keringen op orde moeten zijn.  Beoordelen versterkingsplannen primaire waterkeringen en bevorderen ruimtelijke kwaliteit: toetsen op voldoende ruimtelijke inpassing door de waterbeheerder en bevorderen van ruimtelijke kwaliteit via programma's met cofinanciering door regionale partijen.  Waterrobuust inrichten bevorderen: via ruimtelijke maatregelen beperken van aantal slachtoffers en beperken van economische schade en een adequate rampenbestrijding bij (dreiging van) een overstroming.

Thema Schoon en Voldoende water Het voorkomen van verontreiniging, overlast en tekort, door: Het bijdragen aan schoon en voldoende oppervlaktewater: bevorderen dat er voldoende goed water is voor verschillende bestemmingen zoals landbouw, natuur en recreatiegebieden.  Zorgen voor schoon en voldoende grondwater: duurzaam beheren van grondwatervoorraden voor verschillend gebruik zoals drinkwater, industrie en energievoorziening. Waterprogramma Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2022-2027 In het Waterplan HHNK presenteert het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de koers voor de periode 2022-2027 en de opgaven waar zijzelf, en met anderen, aan werken. Met het waterbeheer zorgt het Hoogheemraadschap voor voldoende, gezond en schoon water om van te leven, er te werken en te recreëren, voor mens, dier en natuur. Het maatschappelijk belang van water neemt steeds verder toe door klimaatverandering, drukte in de fysieke leefomgeving en toenemend watergebruik. Daardoor is er ook steeds meer aandacht en belang bij het waterbeheer. Het Hoogheemraadschap wilt samenwerken met belanghebbenden in Noord-Holland. Dit doen ze in een context van toenemende complexe vraagtukken op het gebied van klimaat, technologie en maatschappij. De samenleving wil steeds meer zaken in dezelfde beperkte ruimte.

Dit vraagt om een goede afstemming van belangen in de ruimtelijke ordening en ook het borgen van het waterbelang daarin. Keur De Keur van het hoogheemraadschap is een vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. In dit kader is het van belang te weten dat langs hoofd- en overige watergangen een zone ligt van respectievelijk 5 meter en 2 meter ter bescherming van het profiel en onderhoud. Ook langs waterkeringen ligt een (variabele) zone voor bescherming en onderhoud van de waterkeringen. Voor het realiseren van bouwwerken en het uitvoeren van werken binnen deze zone dient ontheffing van de Keur te worden aangevraagd. Omgevingsprogramma riolering Amsterdam 2022-2027 Het Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027 concretiseert de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (zoals vastgesteld op 8 juli 2021) voor de gemeentelijke taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Hieruit volgt beleid en een programma van maatregelen, met een kosteninschatting ter onderbouwing van de rioolheffing. Het Omgevingsprogramma Riolering is de opvolger van het Gemeentelijk Rioleringsplan 

Van Zeggelaarstraat 18B

31

Amsterdam 2016-2021. De gemeentelijke watertaken hebben op veel manieren raakvlakken met andere thema’s, opgaves, ontwikkelingen en vraagstukken. Het Omgevingsprogramma Riolering verbindt deze raakvlakken, met de gemeentelijke watertaken als uitgangspunt. Watervisie Amsterdam 2040 Op 14 september 2016 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de Watervisie Amsterdam 2040 vastgesteld. De visie geeft een ruimtelijk-economisch perspectief op het gebruik van water en oevers in Amsterdam op de lange termijn (2040) met een aantal speerpunten voor de korte termijn (2018). De Watervisie Amsterdam 2040 is een structuurvisie-uitwerking. Dat betekent dat de Watervisie na vaststelling door de gemeenteraad als een onderdeel van de Structuurvisie Amsterdam 2040 (een strategisch beleidsdocument voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad) wordt beschouwd. De visie is daarmee zowel een beleidsvisie als een planologisch-juridisch toetsinstrument. Ze wordt als planologisch-juridisch toetsingsdocument ingezet bij ruimtelijke plannen en initiatieven om watergerelateerde ontwikkelingen in balans met elkaar en integraal te laten plaatsvinden. Met de Watervisie wil de gemeente bewoners, ondernemers, bedrijven, verenigingen en bezoekers tevens stimuleren en inspireren om -in lijn met de Watervisie- nieuwe initiatieven te ontplooien en te realiseren.

Programma Rainproof Waternet heeft het initiatief genomen het programma Amsterdam Rainproof op te zetten, als start van een maatschappelijke beweging om de stad en de stedelingen regenbestendiger te maken. Grondslag voor het initiatief is de gemeentelijke zorgplicht voor doelmatig en doeltreffend afvoeren van hemelwater welke Waternet namens de gemeente Amsterdam uitvoert. In Amsterdam Rainproof wordt dit ingevuld door het faciliteren van de beweging, die na de looptijd van het programma op eigen kracht verder gaat. Amsterdam Rainproof wil met doelgroepen als huishoudens, bedrijven, instellingen en overheid een platform bouwen om alle Amsterdammers te verleiden tot regenbestendig handelen. Amsterdam Rainproof staat daarmee niet alleen voor het fysiek veranderen van de stad, maar juist ook voor een mentale verandering in het denken en doen (of juist laten) van haar inwoners, haar ondernemers en haar instellingen. Je bent regenbestendig als je bewust bent van de gevolgen, bewust bent van de mogelijkheden en kansen om nuttig met regenwater om te gaan en ernaar handelt of juist niet. In het laatste geval accepteer je dan de gevolgen. Het programma richt zich primair op de opgave van (zeer) hevige regenbuien.

Raakvlakken met andere wateren milieuthema’s als klimaatadaptatie, grondwateroverlast en –onderlast, waterkwaliteit, waterbestendig maken van de stad, hittebestendigheid en duurzame energie worden alleen benut als er een zinvolle relatie is tussen de processen (bijvoorbeeld communicatie uitingen en of gezamenlijke bijeenkomsten) en doelstellingen en de oplossingen van de andere thema’s. Amsterdam Rainproof richt zich in eerste instantie tot het stedelijk grondgebied van de gemeente Amsterdam. Het past in de 800 jaar lange traditie waarin Amsterdam als verantwoordelijke hoofdstad van Nederland Waterland functioneert: ondernemend en proactief. Voor het behoud van deze vooraanstaande positie is een succesvol Amsterdam Rainproof van groot belang. De aanpak van Rainproof is kopieerbaar naar andere steden in Nederland en daarbuiten. Hemelwaterverordening Op 26 april 2021 is de Hemelwaterverordening Amsterdam vastgesteld. Deze verordening regelt een verplichting voor nieuwe gebouwen en voor bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, waaraan één of meer bouwlagen worden toegevoegd, of waarvan het bebouwde oppervlak wordt uitgebreid, om per m² minimaal 60 liter hemelwater te bergen en dit hemelwater over de opvolgende 60 uur af te voeren.

Doel van deze verordening is om bij grote regenbuien, die steeds vaker voorkomen, waterschade in de stad zoveel mogelijk te voorkomen en daarmee een bijdrage te leveren aan een klimaatbestendige stad. Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam Het doel van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam is het voorkomen van negatieve effecten van (cumulatieve) aanleg van kelders op de stand en de stroom van het grondwater. Alleen een kelder die grondwaterneutraal kan worden aangelegd komt voor vergunningverlening in aanmerking. De (algemene) regels uit het Afwegingskader hebben primair betrekking op kelders met één

32

Van Zeggelaarstraat 18B

verdieping, een oppervlakte van maximaal 300 m² en een diepte van maximaal 4 meter onder het grondoppervlak (maaiveld) gerekend aan de straatkant. Ten aanzien van de kelders die groter zijn dan 300 m² en/of dieper dan 4 meter wordt in het Afwegingskader bepaald dat medewerking alleen mogelijk is indien aan de hand van een geohydrologisch rapport wordt aangetoond dat de aanleg grondwaterneutraal zal plaatsvinden. Op 7 oktober 2021 is het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders vastgesteld door de raad. Op grond van dit paraplubestemmingsplan dient voor kelders groter dan 300 m2 met behulp van een geohydrologisch onderzoek te worden aangetoond dat de kelders grondwaterneutraal gerealiseerd zal worden. De kelderbouw dient grondwaterneutraal te gebeuren. Dit betekent dat de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. Op 7 september 2021 is de Beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam vastgesteld door het college. Deze Beleidsregel betreft een beleidsneutrale samenvatting van het afwegingskader in concrete beleidsregels.

Planspecifiek Waterafvoer Het gehele perceel van het plangebied heeft een oppervlakte van 475,7 m² en is in de bestaande situatie volledig verhard. Met het realiseren van het initiatief neemt het aandeel verharding in het gebied af, de nieuwe bebouwing heeft een kleiner oppervlak dan de bestaande bouw. In de nieuwe situatie zullen er 2 parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein en zal er meer groen aanwezig zijn. Huidige situatie  verharding: 310,7 m²;  bebouwing: 165 m². Beoogde situatie  verharding: 104,9 m²;  bebouwing: 141,2 m²;  groen: 229,2 m². Voor werkzaamheden in, onder, langs, op, bij of aan oppervlaktewater, waterkeringen en wegen in het beheer van het hoogheemraadschap en het aanleggen van =800 m² verharding is een watervergunning of ontheffing van het hoogheemraadschap nodig. Echter neemt in de nieuwe situatie het verharde oppervlak af. Er vindt dus geen toename aan verharding plaats. Conform de eisen van HHNK hoeft niet voorzien te worden in compensatie door middel van de aanleg van (extra) waterberging. Voorts moet op grond van de hemelwaterverordening per m² minimaal 60 liter hemelwater worden geborgen en over de opvolgende 60 uur worden afgevoerd. Het voornemen is om de nieuwe woningen aan te sluiten op een gescheiden rioleringsstelsel, waarbij het afvalwater aangesloten wordt op het gemeentelijk rioolstelsel.

Het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem, de woning wordt omgeven door groen (tuin) dat kan dienen als waterberging. Er worden geen uitlogende materialen gebruikt. Waterveiligheid Om te bepalen of er belangen van de HHNK betrokken zijn bij voorliggend plan, is de legger van het hoogheemraadschap geraadpleegd. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze legger.

Van Zeggelaarstraat 18B

33

Waterveiligheid (bron: HHNK).

Voorgaande afbeelding laat zien dat het plan zich geheel bevindt in beschermingszone B. In beschermingszone B geldt dat, mits er geen diepe afgravingen/seismisch onderzoek/explosief materiaal of leidingen met een overdruk van 10 bar of meer geplaatst worden, vrijstelling wordt verleend van de watervergunningsplicht vanuit waterveiligheidsperspectief gezien. Bij onderhavig plan zullen de hiervoor genoemde activiteiten niet worden uitgevoerd. Afstemming met Hoogheemraadschap Ter zake van afstemming met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier over het aspect water binnen het planvoornemen is middels een Digitale Watertoets een eerste verkenning gedaan (Digitale Watertoets, 20 september 2023, zie Bijlage 7 Digitale watertoets resultaat-check). Hieruit blijkt dat met onderhavig plan de belangen van het hoogheemraadschap worden geraakt. Op 27 september 2023 heeft het hoogheemraadschap middels een inhoudelijke reactie laten weten geen belemmeringen te ondervinden bij de realisatie van het plan. Wel wordt geadviseerd het regenwater direct af te koppelen naar de bestaande watergang. Met betrekking tot het afstromend hemelwaterwater wordt aangeraden om terughoudend om te gaan met uitlogende materialen zoals koper, lood en zink. Als uit architectonische overwegingen gekozen wordt voor bijvoorbeeld een zinken dak, kan een zuiverende voorziening noodzakelijk zijn.

- Beschrijving bestaand watersysteem De ontwikkeling van dit plangebied bevindt zich in de polder met een peilgebied van -2,57 NAP. Aan de zuidkant van het plangebied ligt een watergang met peil van circa -2,60 NAP die afwatert op de Wilmkebreekpolder. Deze watergang wordt op een natuurlijke manier gevoed door regenwater en/of kwel. - Klimaatadaptatie Ten behoeve van een toekomstbestendig en klimaatadaptief plan adviseert het HHNK om het gebied met voldoende drooglegging boven het polderpeil NAP-2,57 aan te leggen om de kans op wateroverlast te beperken. In geval van extreme neerslag ontstaat er namelijk kans op wateroverlast in de ten westen van het plangebied gelegen percelen, zoals te zien is in de navolgende afbeelding.

34

Van Zeggelaarstraat 18B

Klimaatadaptatie (bron: HHNK).

Het waterschap wil het advies meegeven om bij de definitieve inrichting van het perceel rekening te houden met een klimaat adaptieve inrichting. Het aanleggen van parkeerplaatsen met waterdoorlatende verharding of het plaatsen van bomen en/of groen kan zorgen voor vermindering van hittestress. - Beheer en onderhoud De inrichting van het plan moet aan de eisen van onderhoud aan water en oevers voldoen. Bij een waterbreedte van 0 tot 4 meter is een strook van minimaal 5 meter vrij van obstakels nodig om dat onderhoud te kunnen uitvoeren. Conclusie Het hoogheemraadschap adviseert het regenwater direct af te koppelen naar de bestaande watergang. Voorts kan geconcludeerd worden dat het aspect water geen belemmeringen vormt voor de realisatie van het initiatief.

4.10

Verkeer en parkeren

Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur in en rondom het plangebied. 4.10.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Planspecifiek

Van Zeggelaarstraat 18B

35

In het voorgenomen plan wordt één nieuwe woning gerealiseerd. De navolgende tabel geeft de verkeersgeneratie weer, gebaseerd op de kengetallen uit publicatie 381 van het CROW. Hierbij wordt uitgegaan van de categorie 'koop, huis, vrijstaand' en wordt er uitgegaan van de categorieën 'zeer sterk stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. Type woning Aantal woningen Gemiddelde verkeersgeneratie verkeersgeneratie per woning koop, huis, vrijstaand 1 7,7 7,7 Totaal 1 7,7 Uit de tabel volgt dat de toename aan verkeersgeneratie in de toekomstige situatie gemiddeld (afgerond) 8 verkeersbewegingen per etmaal bedraagt. De bestaande infrastructuur is in staat om deze toename aan verkeersgeneratie te verwerken. Conclusie Het aspect verkeer vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.10.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven.

Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' richtlijnen voor parkeernormen. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen of voorzien wordt in voldoende (auto)parkeerplaatsen. Voorts voorziet de publicatie in minimale voorwaarden voor parkeervoorzieningen. Planspecifiek Ter plaatse van de planlocatie geldt 'Nota Parkeernormen Auto' opgesteld door de gemeente Amsterdam. Er wordt uitgegaan van een parkeernorm van 0,6 parkeerplaats per woning voor nieuwbouwwoningen die boven de 60 m² bvo zitten. Deze minimum parkeereis is wat lager dan het huidige gemiddelde autobezit onder meerpersoonshuishoudens (dat op 68% ligt). Dit strookt met de bescheiden trend van een lager autobezit door onder andere gedeeld autogebruik en andere mobiliteitsconcepten. Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van één nieuwe woning. De navolgende tabel geeft de parkeerbehoefte weer in de toekomstige situatie, gebaseerd op de Nota Parkeernormen Auto van Amsterdam.

Type woning Aantal woningen Parkeernorm per woning Parkeerbehoefte (aantal parkeerplaatsen) Koop, huis, vrijstaand 1 0,6 0,6 Totaal 1 1,0 De parkeerbehoefte voor de voorgenomen ontwikkeling betreft in totaal 1 parkeerplaats. In het beoogde ontwerp is voldoende ruimte overgehouden voor het realiseren van 2 parkeerplaatsen. De gemeente zal in de toekomst geen parkeervergunningen afgeven voor parkeerplaatsen op dit adres. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het aspect parkeren geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

36

Van Zeggelaarstraat 18B

4.11

Cultuurhistorie

Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Ruimtelijke plannen zijn een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten, naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij de beoordeling van een ruimtelijk project. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het Rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Planspecifiek Op basis van de afwezigheid van provinciale of rijksmonumenten en de schaal van het project is geen cultuurhistorisch onderzoek en/of een nadere cultuurhistorische onderbouwing nodig. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat het plan geen afbreuk doet aan cultuurhistorische waarden en ten goede komt van de ruimtelijke kwaliteit.

Van Zeggelaarstraat 18B

37

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

5.2

Plansystematiek

Verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding zijn tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis. Regels Inleidende regels Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Begrippen die zijn voorgeschreven in de SVBP2012 worden ook conform de SVBP2012 overgenomen. Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven bij het toepassen van de regels. Dit betreft onder meer het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met erkers, luifels en dergelijke. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing, worden deze één op één overgenomen.

Bestemmingsregels Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen te onderscheiden:  bestemmingsomschrijving;  bouwregels;  nadere eisen;  afwijken van de bouwregels;  specifieke gebruiksregels;  afwijken van de specifieke gebruiksregels;  omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden;  wijzigingsbevoegdheden.

38

Van Zeggelaarstraat 18B

5.3

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Tuin - 1 Het deel van het perceel achter de voorgevel van de woning en rondom het bouwvlak is voorzien van de bestemming 'Tuin - 1'. De voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met de daarbij behorende erven, voetpaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Een bijbehorend bouwwerk dient op minimaal 3 meter achter de rooilijn te worden gerealiseerd. Tuin - 2 Het deel van het perceel aan de voorzijde van de woning is voorzien van de bestemming 'Tuin - 2'. De voor 'Tuin - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met de daarbij horende erven, voetpaden, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Een bijbehorend bouwwerk is niet toegestaan. Voor parkeren zijn alleen ongebouwde parkeervoorzieningen toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder erfafscheidingen zijn hier toegestaan met een maximumhoogte van 1 meter. Wonen - 1 Woonbestemmingen hebben betrekking op woonhuizen met hun aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Bijbehorende achtertuinen, -erven en -terreinen zijn ook onder deze bestemming gebracht.

Binnen de bebouwingsbepalingen voor deze bestemmingen is onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen enerzijds en aan- en uitbouwen en bijgebouwen anderzijds. Het hoofdgebouw is het belangrijkste bouwwerk op het perceel, niet alleen qua bestemming maar ook qua bouwmassa. Daarnaast worden bijgebouwen gezien als bouwwerken die ruimtelijk ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw. Een bijgebouw kan in die zin zowel vrijstaand als aangebouwd worden gerealiseerd. De woonfunctie mag bij recht gecombineerd worden met een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. Waarde - Archeologie - 2 Deze dubbelbestemming geldt voor het zuidwestelijke strookje van het perceel. Op de verbeelding is dit aangegeven. Hiervoor geldt dat bij graafwerkzaamheden of andere grondroerende werkzaamheden groter dan 10.000 m² en dieper dan 0,5 m onder het maaiveld er een omgevingsvergunning voor het aanleggen van woningen en bijgebouwen nodig is. Algemene aanduidingsregels De gebiedsaanduiding 'overige zone - 2' geldt voor het gebied. Op de verbeelding is dit aangegeven. Binnen dit bestemmingsplan is het verboden kelders te bouwen, dan wel dan wel bestaande kelders te vergroten, tenzij het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verleent om in afwijking een kelder te bouwen of vergroten mits de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd.

Van Zeggelaarstraat 18B

39

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek Het voorliggende bestemmingsplan heeft gelet op artikel 6.2.1 van het Bro betrekking op een bouwplan. Er wordt immers een hoofdgebouw mogelijk gemaakt. De gemeente zal ten behoeve van het project met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afsluiten.

In deze overeenkomst is het kostenverhaal en de betaling van de eventuele tegemoetkoming in de planschade, die het nieuwe planologisch kader kan veroorzaken, geregeld. De kosten van de ontwikkeling, inclusief bodemsanering en andere eventuele onderzoeken en/of ingrepen, worden gedekt door de initiatiefnemer. De overige kosten worden door middel van leges op de initiatiefnemer verhaald. Het bestemmingsplan is hierdoor financieel uitvoerbaar.

40

Van Zeggelaarstraat 18B

Hoofdstuk 7

7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub c Wro overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerp bestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor eenieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Participatie Participatie door bewoners is, hoewel formeel juridisch niet verplicht, een vanzelfsprekend onderdeel bij het opstellen van bestemmingsplannen. Het doel van participatie rond bestemmingsplannen is om te komen tot kwalitatief betere plannen door de inbreng van bewoners en ondernemers er zo vroeg en goed mogelijk in te verwerken. In het kader van de planvorming zijn de buren geïnformeerd over het plan. Het wegnemen van de bedrijfsbestemming en de sloop van de bedrijfsbebouwing is positief ontvangen.

7.2

Vooroverleg

In het kader van het vooroverleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 lid 1 van het Besluit ruimtelijke ordening, is het voorontwerpbestemmingsplan verstuurd naar verschillende vooroverlegpartners. Tot op heden zijn reacties ontvangen van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en Provincie Noord-Holland (PNH). De opmerkingen zijn hieronder samengevat en van een gemeentelijke reactie (in cursief) voorzien. 1. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (reactie d.d. 27 september 2023) HHNK wijst op het aanvullen van het beleidskader omtrent het Waterplan en de Keur. Deze opmerkingen geven aanleiding tot aanpassingen in het bestemmingsplan: de toelichting in paragraaf 4.7 is aangevuld met de genoemde motieven. 2. Provincie Noord-Holland (reactie d.d. 5 oktober 2023) PNH geeft aan geen opmerkingen op het plan te hebben. Deze opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassingen in het bestemmingsplan. 3. Monumenten en Archeologie, gemeente Amsterdam (reactie d.d. 28 september 2023) M en A geeft aan geen opmerkingen op het plan te hebben. Deze opmerking geeft geen aanleiding tot aanpassingen in het bestemmingsplan.

Van Zeggelaarstraat 18B

41

7.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 21 december 2023 t/m 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is er één zienswijze ontvangen. Deze zienswijze is samengevat en voorzien van een inhoudelijke beantwoording in een zienswijzennota (zie Bijlage 8 Nota van Beantwoording). Deze Nota is als bijlage opgenomen bij dit bestemmingsplan. De ingediende zienswijzen hebben niet geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan.

42

Van Zeggelaarstraat 18B

Bijlagen bij toelichting

Van Zeggelaarstraat 18B

43

Bijlage 1

44

Kavelpaspoort

Van Zeggelaarstraat 18B

Bijlage 2

Verkennend Bodemonderzoek

Van Zeggelaarstraat 18B

45

Bijlage 3

46

Memo AERIUS-berekening

Van Zeggelaarstraat 18B

Bijlage 4

AERIUS-berekening aanlegfase

Van Zeggelaarstraat 18B

47

Bijlage 5

48

AERIUS-berekening gebruiksfase

Van Zeggelaarstraat 18B

Bijlage 6

Quickscan

Van Zeggelaarstraat 18B

49

Bijlage 7

50

Digitale watertoets resultaat-check

Van Zeggelaarstraat 18B

Bijlage 8

Nota van Beantwoording

Van Zeggelaarstraat 18B

51

52

Van Zeggelaarstraat 18B

Regels

Van Zeggelaarstraat 18B

53

54

Van Zeggelaarstraat 18B

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan Van Zeggelaarstraat 18B met identificatienummer NL.IMRO.0363.N2303BPSTD-VG01. 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0363.N2303BPSTD-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 aanbouw Een bijbehorend bouwwerk, zijnde een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat. Een gebouw dat onderscheiden wordt van, en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens Een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding. 1.6 aanduidingsvlak Een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding. 1.7 aan huis-gebonden-beroep Een dienstverlenend beroep, dat in een hoofdgebouw van woning door de bewoner zelf wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.8 archeologisch rapport Rapport, zoals bedoelt in artikel 39, lid 2 Monumentenwet 1988, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegde gezag in voldoende mate is vastgesteld. 1.9 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10 beleidsregel darkstores 'Beleidsregel darkstores 2023', vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 21 maart 2023, resp. de laatstelijk vastgestelde versie van deze beleidsregel, waarin criteria zijn opgenomen waar aanvragen omgevingsvergunningen voor darkstores aan worden getoetst. 1.11 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.

Van Zeggelaarstraat 18B

55

1.12 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.13 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.14 bijgebouw Een bijbehorend bouwwerk, zijnde een op zichzelf staand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw, dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw. 1.15 bijzondere bouwlaag Kelder, souterrain en kap. 1.16 bodemverstoring Elke vorm van grondverzet. 1.17 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.18 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.19 bouwlaag Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van bijzondere bouwlagen. 1.20 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.21 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.22 darkstore Vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op de verkoop en bezorging binnen zeer korte termijn (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een (opslag)ruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek. De bezorging van op locatie bereide maaltijden valt niet onder deze vorm van bedrijfsvoering. 1.23 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.24 geluidbelasting in dB(A) of dB Geluidbelasting als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

56

Van Zeggelaarstraat 18B

1.25 geluidsgevoelige bestemmingen Geluidsgevoelige gebouwen en terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. 1.26 grondwaterneutraal bouwen Het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. 1.27 hoofdgebouw Een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.28 kelder Een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,5 meter boven het gemiddeld aangrenzend straatpeil is gelegen. 1.29 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

Alleen bedrijven vallend onder de categorieën A of B van de Staat van bedrijfsactiviteiten - functiemenging zijn daarbij toegestaan (https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0363.N1104BPSTDVG01/rb_NL.IMRO.0363.N1104BPSTD-VG01_1.pdf). 1.30 maaiveld De hoogte van het afgewerkte bouwterrein. 1.31 nutsvoorzieningen Gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water, elektra, telematische diensten, voorzieningen ten behoeve van openbaar vervoer en vergelijkbare doeleinden. 1.32 omgevingsvergunning Vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.33 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.34 openbare ruimte Rijwegen, voet- en fietspaden, pleinen, groenvoorzieningen en water, met in begrip van bij deze voorzieningen behorende nutsvoorzieningen, bermen, taluds, waterlopen en waterbouwkundige kunstwerken, ondergrondse afvalsystemen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen. 1.35 peil Voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang aan een weg of een tuin grenst: de hoogte van die weg of tuin ter plaatse van de hoofdtoegang van het gebouw;

Van Zeggelaarstraat 18B

57

a.

b. c.

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het verkeer, gelegen op of binnen 4 meter uit een brug of viaduct of gelegen in het talud van een weg: de bovenkant van het wegdek/bovenkant spoorstaaf; In geval van bouwen in het water: het gemiddelde waterpeil; In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

1.36 planregels De regels, deel uitmakende van het bestemmingsplan 'Van Zeggelaarstraat 18B'. 1.37 souterrain Een bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddeld aangrenzend peil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 0,50 tot 1,50 meter boven het peil is gelegen. 1.38 telefooninrichting/ belhuis Een voor publiek toegankelijk ruimte waarin de hoofdactiviteit wordt gevormd door het gelegenheid bieden tot het voeren van telefoongesprekken, waaronder mede begrepen het verzenden en ontvangen van faxen. 1.39 verbeelding De verbeelding van het bestemmingsplan. 1.40 vloeroppervlakte De totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond. 1.41 voorerf Het gedeelte van de tuin van een woning dat ligt tussen de voorgevel van de woning en de openbare weg of het openbare groen. 1.42 voorkeursgrenswaarde De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege industrieterreinen, wegen en spoorwegen op geprojecteerde woningen binnen zones, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. 1.43 waterhuishoudkundige voorzieningen Voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder mede begrepen (natuurlijke) oevers, kademuren, sluizen, gemalen, bergbezinkbassins, duikers en dammen.

1.44 weg Alle voor het openbaar auto-, fiets-, voetgangers- of ander verkeer openstaande wegen of paden, geen spoorwegen of trambanen zijnde, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen, taluds en zijkanten, waterstaatkundige en civieltechnische (kunst)werken alsmede de aan de wegen liggende parkeerplaatsen. 1.45 wonen Permanent verblijf, waarbij de mate van zelfstandigheid en samenlevingsverband niet relevant is.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage Een met een maatvoeringsaanduiding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van het deel van een bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft dat mag of ten minste moet worden bebouwd, waarbij kelders en souterrains niet mee worden gerekend.

58

Van Zeggelaarstraat 18B

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, tenzij anders in de regels is bepaald. 2.3 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5 peil a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw. 2.6 vloeroppervlakte De gebruiksoppervlakte volgens de NEN 2580.

Van Zeggelaarstraat 18B

59

60

Van Zeggelaarstraat 18B

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Bestemmingsregels

Tuin - 1

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. met de daarbij behorende: 1. erven; 2. voetpaden; 3. parkeervoorzieningen; 4. groenvoorzieningen; 5. water; 6. waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 3 lid 1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per perceel ten hoogste 40% bedragen van de oppervlakte van het perceel dat bestemd is als Tuin-1, met een maximum van 30 m2; b. een bijgebouw mag uitsluitend worden gerealiseerd indien deze wordt opgericht op minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of de lijn in het verlengde van de voorgevel; c. een aanbouw is uitsluitend toegestaan aan de achtergevel van de woning met een diepte van ten hoogste 2,50 meter; d. maximum goothoogte bijgebouw: 3 meter; e. maximum bouwhoogte bijgebouw: 5 meter; f. maximum bouwhoogte aanbouw: 3 meter; g. in afwijking van het bepaalde onder a mogen bijgebouwen worden gerealiseerd tot het oppervlakte dat is aangegeven met de aanduiding "maximum bebouwd oppervlak", op voorwaarde dat het perceel voor maximaal 40% bebouwd is; h. in afwijking van het bepaalde onder a t/m f zijn grotere bijbehorend bouwwerken toegestaan, indien deze op het moment van de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan krachtens een omgevingsvergunning aanwezig zijn, dan wel gebouwd kunnen worden; i.

dakterrassen zijn uitsluitend toegestaan op bijbehorend bouwwerken (in de zin van uitbouwen) met een plat dak. 3.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte: 2,5 meter; b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn hogere erfafscheidingen toegestaan, indien deze op het moment van de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan krachtens een omgevingsvergunning aanwezig zijn, dan wel gebouwd kunnen worden;

Van Zeggelaarstraat 18B

61

c.

overkappingen en carports zijn uitsluitend toegestaan indien deze ten tijde van de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd.

3.3 Specifieke gebruiksregels Voor de in artikel 3 lid 1 genoemde gronden geldt de volgende regel: a. gebouwen als bedoeld in dit artikel mogen uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de functies als genoemd in artikel 3 lid 1, dan wel de toegestane functies van de direct aangrenzende hoofdbebouwing, één en ander met uitzondering van aan-huis-gebonden-beroep.

Artikel 4

Tuin - 2

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin-2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. met de daarbij horende: 1. erven; 2. voetpaden; 3. groenvoorzieningen; 4. water; 5. waterhuishoudkundige voorzieningen; 6. ongebouwde parkeervoorzieningen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 4 lid 1 genoemde gronden mogen slechts bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 4.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte: 1 meter; b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn hogere erfafscheidingen toegestaan, indien deze op het moment van de ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan krachtens een omgevingsvergunning aanwezig zijn, dan wel gebouwd kunnen worden.

Artikel 5

Wonen - 1

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, daaronder begrepen aan-huis-gebonden-beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b. met de daarbij behorende: 1. parkeervoorzieningen; 2. bergingen en andere nevenruimten; 3. tuinen en erven; 4. groenvoorzieningen; 5. speelvoorzieningen; 6. water; 7. waterhuishoudkundige voorzieningen.

62

Van Zeggelaarstraat 18B

5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Op en onder de in artikel 5 lid 1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming. 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak; b. maximum bebouwingspercentage: 100% van het bouwvlak, tenzij met de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m²)' anders staat aangegeven; c. maximum goothoogte: zoals met de aanduiding 'maximale goothoogte' staat aangegeven; d. maximum bouwhoogte: zoals met de aanduiding 'maximale bouwhoogte' staat aangegeven; e. voor de gebouwen, niet zijnde een aanbouw of bijgebouw, als bedoeld in dit lid geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd indien de gebouwen worden voorzien van een kap met een dakhelling van minimaal 30 graden en maximaal 60 graden. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde behorend bij een dakterras: 1,20 meter, waarbij moet worden gemeten vanaf het dak; b. maximum bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 3 meter. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in artikel 5 lid 2.2 bepaalde voor: a. een andere dakhelling dan maximaal is vereist; b. het realiseren van een plat dak.

5.4 Specifieke gebruiksregels Voor de in artikel 5 lid 1 genoemde gronden geldt de volgende regel: a. in aanvulling op artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het in ieder geval verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of laten gebruiken ten dienste van aanhuis-gebonden-beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten tot meer dan 40% van het vloeroppervlakte van het hoofdgebouw van de woning.

Artikel 6

Waarde - Archeologie - 2 (dubbelbestemming)

6.1 Bestemmingsomschrijving De gronden die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 2 (dubbelbestemming)' zijn naast de op de aangegeven bestemmingen tevens bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. De bestemming 'Waarde - Archeologie - 2 (dubbelbestemming)' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 6.2 Bouwregels Op en onder de in artikel 6 lid 1 genoemde gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten dienste van de primaire bestemming en de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Voor zover met betrekking tot de in artikel 6 lid 1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch rapport te overleggen. b. Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder a kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:

Van Zeggelaarstraat 18B

63

1.

c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; 2. de verplichting de activiteit, die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op een bodemverstoring: 1. indien de bodemverstoring betrekking heeft op een gebied met een kleiner oppervlak dan 10.000 m2 en een kleinere diepte dan 0,50 meter onder maaiveld; 2. die het normale onderhoud betreft; 3. die reeds in uitvoering is op het moment van het van kracht worden van dit plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446413/1