CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. rapportage_monitor_groen_2024_908f9b59a9.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de Monitor Groen 2024 (VN2026-004185)15.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aanwezigheid van toezicht, zoals politie of handhavers, vergroot het veiligheidsgevoel, terwijl het ontbreken daarvan op afgelegen plekken juist onrust veroorzaakt.

35

80

Figuur 6.5 Locaties in het groen die Amsterdammers mijden omdat zij zich daar onveilig voelen, 2024

Bron: Groot Groenonderzoek 2024

6.5

Amsterdammers vaak bereid tot medebeheer

Wanneer groepen Amsterdammers met hun buren een stukje groen in de openbare ruimte inrichten en verzorgen, noemen we dit medebeheer. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om buurttuinen, moestuinen, bloemenperken, boomspiegels of de aanleg van een groenvlak. Vanuit het GGO 2024 weten we dat 15 procent van de respondenten aan medebeheer doet. Dit zijn vaker Amsterdammers die ook een tuin hebben. Amsterdammers die niet aan medebeheer doen, zijn hier vaak wel toe bereid. De motivatie voor medebeheer is vaak om de stad of straat mooier (57%) en/of groener (50%) te maken. Ook is het een activiteit die mensen ondernemen voor ontspanning of om tot rust te komen (42%). Medebeheer kan ook ontmoetingen faciliteren; 19 procent van de Amsterdammers die aan medebeheer doen, doen dit omdat ze het gezellig vinden of om nieuwe mensen te ontmoeten.

6.6

Overige groentypen die bijdragen aan sociaal welzijn

Naast de parkachtige groengebieden kunnen ook andere groentypen van waarde zijn voor het welzijn van bewoners, ondanks dat deze op het eerste gezicht een andere functie hebben. In de Groenvisie is de gemeentelijke ambitie beschreven om de waarde van al het groen in de stad te vergroten, niet enkel die van de parken. Uit de Monitor Groen 2022 blijkt

36

bijvoorbeeld dat tuinparken en groene verbindingen in potentie ook kunnen bijdragen aan het sociale welzijn en de gezondheid van gebruikers. In het Grote Groenonderzoek 2024 is Amsterdammers gevraagd wat het voor hen logischer, makkelijker of leuker zou maken om zulke groene gebieden te bezoeken. In hun open antwoorden noemen respondenten volkstuinparken en schooltuinen als plekken waar buurtbewoners samen kunnen komen en waar gezamenlijke activiteiten, zoals tuinieren of buurtbijeenkomsten, de sociale cohesie kunnen versterken. Gedenkparken worden gewaardeerd als rustige wandelplek, maar hun specifieke functie vraagt om respect en terughoudendheid bij bezoek. Ook agrarische landschappen worden gewaardeerd als rustige plek voor ontmoeting en sociale interactie. Veel respondenten benadrukken dat het voor hen belangrijk is dat deze gebieden hun unieke en rustige karakter behouden en in de toekomst niet veel drukker zullen worden. Toegankelijkheid en bekendheid spelen een belangrijke rol in het gebruik van alternatieve groentypen; veel mensen weten niet dat plekken zoals tuinparken of sportparken openbaar toegankelijk zijn of voelen zich niet welkom door hekken of de besloten uitstraling. Kleinschalige evenementen, zoals open dagen of buurtactiviteiten, kunnen bijdragen aan een uitnodigend karakter en de sociale interactie in deze groengebieden stimuleren.

37

7 De waarde van groen voor gezondheid

Amsterdammers vinden groen in de stad belangrijk voor hun gezondheid. Uit het GGO 2024 blijkt dat groen voor bijna iedereen (94%) belangrijk is voor een gevoel van rust en geluk en voor 80 procent voor beweging en sport. Van alle plekken in de openbare ruimte is het groen de meest gekozen bestemming voor een wandeling, om buiten te sporten of om tot rust te komen. Diverse onderzoeken laten zien dat de aanwezigheid van groen een positief effect heeft op de fysieke en mentale gezondheid (bron: RIVM). Figuur 7.1 laat zien via welke mechanismen dit verloopt. Dit hoofdstuk beschrijft hoe en in welke mate groengebieden herstel en gezond gedrag bevorderen. Figuur 7.1 Effecten van groen op gezondheid: conceptueel model RIVM, geïnspireerd op de modellen van Hartig et al. (2014), Markevych et al. (2017) en Marselle et al. (2020)

38

7.1

Overgrote meerderheid Amsterdammers wandelt of fietst door het groen

Faciliteiten zoals wandel- en fietspaden en sportvoorzieningen stimuleren een actieve levensstijl en kunnen daarmee bijdragen aan zowel de fysieke als mentale gezondheid van bezoekers. Acht op de tien Amsterdammers wandelen of fietsen weleens een rondje buiten als activiteit buitenshuis. Verreweg de meesten van hen (90%) gaan hiervoor naar het groen in de stad, blijkt uit het GGO 2024. Amsterdam telt 1.371 km wandel- en fietspaden door het groen. Ruim een derde hiervan bevindt zich in de stadsparken. Dat is ruim twee keer zoveel als in de groene verbindingen en de landschappen. Het aantal kilometer fiets- en wandelpaden in het groen is de laatste twee jaar toegenomen, behalve in de stadsparken. De toename is het sterkst bij de groene verbindingen en landschappen. Stadsparken, plantsoenen en groene verbindingen hebben per hectare vaak een redelijk hoge dichtheid van wandel- en fietspaden. Hier is echter niet altijd de mogelijkheid om een lange wandel- of fietstocht af te leggen. Daarvoor kan men beter terecht in landschappen en de natuurparken zoals Waterland (landelijk Noord), de Oeverlanden (het noordelijke gedeelte van het Amsterdamse Bos) en het Diemerpark. In deze gebieden is de dichtheid van de paden wel weer minder hoog. Van de Amsterdammers is 86 procent tevreden met de wandel- en fietspaden in het type park dat zij zelf het meest bezoeken.

Dit percentage is lager als het gaat om stadsplantsoenen (79%), die vaak te klein zijn om te functioneren als echte wandel- of fietsbestemming. Tabel 7.1 De aanwezigheid van wandel- en fietspaden en het aandeel bezoekers dat (heel) tevreden is met het aanbod, 2024 aantal netwerkdichtheid % (heel) kilometer (aantal km per hectare) tevreden 2022 2024 2024 2024 stadsparken 470 465 0,29 85 stadsplantsoenen 73 76 0,42 79 natuurparken 152 155 0,22 86 groene verbindingen 232 240 0,25 n.b. landschappen 208 214 0,08 n.b. tuin-, sport-, gedenkparken en stadsnatuur n.b. 221 0,21 n.b. totaal n.b. 1.371 0,20 86 *Er zijn alleen enquêtegegevens bekend over stadsparken, stadsplantsoenen en natuurparken

7.2

Drie op de tien volwassenen sporten in publieke groengebieden

Bijna vier op de tien volwassen Amsterdammers (37%) sporten in hun vrije tijd weleens buiten. Zij gaan hiervoor in de meeste gevallen (82%) naar het groen.

39

Een deel van het groen heeft sportvoorzieningen, zoals hardlooproutes of fitnessapparaten. Met name plantsoenen en een aantal stadsparken hebben een relatief hoge dichtheid aan sportvoorzieningen. Zes op de tien gebruikers van deze sportvoorzieningen zijn daarover tevreden. Dit percentage ligt lager bij degenen die de sportvoorzieningen in plantsoenen gebruiken (49%). Tabel 7.2 Aantal sporttoestellen in groengebieden en het aandeel (heel) tevreden gebruikers*, 2024 % (heel) tevreden met aantal sporttoestellen per hectare sportvoorzieningen stadsparken 0,05 60 stadsplantsoenen 0,31 49 natuurparken 0,17 55 groene verbindingen 0,03 n.b. landschappen 0,0008 n.b. overig 0 n.b. totaal 58 *Er zijn alleen enquêtegegevens bekend over parkachtig groen

Amsterdammers sporten buiten niet alleen in parken. Ook andere groengebieden worden gewaardeerd voor de mogelijkheid om er te bewegen en te sporten. Respondenten in het GGO 2024 zien echter ook verbeterpunten voor het gebruik van dergelijke groengebieden. Zo is er behoefte aan goed onderhouden wandel- en fietspaden, duidelijke bewegwijzering en meer sportvoorzieningen. Ook wordt het belang van de bereikbaarheid lopend, met de fiets, openbaar vervoer of auto genoemd. Sommige respondenten geven aan dat een gebrek aan voorzieningen, zoals zitgelegenheid of openbare toiletten, hen ervan weerhoudt deze gebieden vaker te bezoeken.

7.3

Bijna iedereen die buiten rust zoekt, gaat naar het groen

De aanwezigheid van groen kan bevorderlijk zijn voor het herstel van de gezondheid door bij te dragen aan de vermindering van stress en de verlaging van aandachtsmoeheid (zie figuur 7.1). Van de Amsterdammers die aangeven weleens buitenshuis een plek op te zoeken om tot rust te komen, geeft 94 procent aan hiervoor naar het groen te gaan. Van de bezoekers aan parkachtig groen komt 40 procent voor rust en ontspanning (zie tabel 7.4). In de meeste gevallen gaat men voor rust naar een stadspark (42%) op afstand gevolgd door een plantsoen (11%). Ruim een vijfde van de rustzoekers vindt het in deze typen groen echter (erg) druk. Van de Amsterdammers gaat slechts zes procent naar een natuurpark voor rust en ontspanning, terwijl rustzoekers het daar het vaakst (erg) rustig vinden (55%). Vaker dan bij de andere parken vindt men hier rust, natuur en het gevoel (even) buiten te zijn. Alleen voor de stadsparken is bekend in hoeverre men de drukte als positief of negatief ervaart. De meningen hierover blijken verdeeld. Van degenen die het stadspark dat ze het vaakst bezoeken over het algemeen (erg) druk vinden, is ruim de helft daar neutraal over of ervaart dit sterk wisselend (53%). Daarnaast vindt 26 procent dit (erg) onprettig en 21 procent juist (erg) prettig.

40

Tabel 7.3 Aandeel Amsterdammers dat hun favoriete groengebied bezoekt voor rust, relaxen of natuur en de mate waarin deze bezoekers het rustig vindt, 2024 % dat hier komt voor van wie: rust , relaxen en van % % % natuur genieten (erg) druk neutraal /sterk wisselend (erg) rustig stadsparken 42 22 54 24 stadsplantsoenen 11 21 44 30 natuurparken 6 6 39 55 totaal 40 20 52 29 Bron: GGO 2024

Ook de rust en stilte van andere typen groengebieden worden door veel respondenten uit het GGO 2024 als essentieel ervaren voor hun mentale welzijn. In gedenkparken en agrarisch landschap kan men ontsnappen aan de drukte van de stad en tot rust komen. Deze gebieden bieden ruimte voor reflectie, meditatie en ontspanning. Dit draagt bij aan stressvermindering en mentaal herstel. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is dat men zich veilig voelt in het groen; slecht verlichte, afgelegen of onoverzichtelijke plekken worden vaak vermeden. Extra verlichting, beter onderhoud en meer toezicht kunnen bijdragen aan een veiliger gevoel, waardoor meer mensen deze gebieden zullen bezoeken en daar mentaal baat bij kunnen hebben. Zicht op groen vanuit de woning Ook groen dat men alleen maar ziet, kan bijdragen aan mentale rust. De stress recovery theorie stelt dat uitzicht op groen een positief effect heeft op de bloeddruk, hartslag en het stressniveau. (RIVM, 2021). In het GGO 2024 zegt 86 procent van de respondenten zicht op groen te hebben vanuit de eigen woning in Amsterdam. Bijna één op de tien (8%) heeft geen uitzicht op groen en ook geen eigen buitenruimte. Zij wonen vooral in de gebieden Centrum-West en IJburg, Zeeburgereiland. Zeven van de tien keer gaat het om een flat of een etagewoning. Van de groep zonder privaat groen of zicht op groen geeft 31 procent aan niet gelukkig te zijn.

Dit is vaker dan gemiddeld in Amsterdam (21%).

7.4

Groene tuin goed voor gezondheid

Volgens onderzoek van de Universiteit van Wageningen is het met name positief voor de gezondheid om toegang te hebben tot een groene tuin (De Vries e.a. 2023). Hoe groter de tuin, hoe meer effect. Mensen met een tuin van minstens 50m² gaan tot 20 procent minder vaak naar de huisarts voor besmettelijke darmziekten, beroertes of hersenbloedingen, hartziekten en ADHD. Ziektes die ongunstig samenhangen met het hebben van een tuin zijn pols- en handklachten en huidkanker. De cijfers tonen niet aan dat het hebben van een tuin samenhangt met minder angstklachten. Voor groen in de wijdere omgeving (125 tot 500 meter van de woning) worden nauwelijks gunstige verbanden met de prevalentie van gezondheidsklachten gevonden. Het onderzoek concludeert dan ook dat groen in de wijdere omgeving niet kan compenseren voor een tuin. Vanuit het GGO 2024 is bekend dat 22 procent van de Amsterdammers een voornamelijk groene buitenruimte heeft. Daarnaast heeft 33 procent een deels groene buitenruimte, 29 procent een voornamelijk betegelde buitenruimte en 13 procent geen buitenruimte.

41

8 De waarde van groen voor klimaatadaptatie

Amsterdam wil goed voorbereid zijn op het veranderende klimaat. Goed aangelegd en onderhouden groen draagt daaraan bij, zo staat in de Groenvisie. Door de leefomgeving anders in te richten kunnen de effecten van extremer weer worden opgevangen. Groen helpt onder andere om extreme hitte te verminderen. Bomen kunnen schaduw bieden in de buurt en grotere groene gebieden zijn bij hitte koeler dan bebouwd gebied. Goed aangelegd groen kan regenwater opvangen en (tijdelijk) bergen zodat het geleidelijk afgevoerd kan worden. In dit hoofdstuk worden twee indicatoren beschreven voor de potentiële waarde van groengebieden voor klimaatadaptatie: het infiltratievermogen van de grond en het vermogen van bomen om hitte te verminderen.

8.1

Wateroverlast: groengebieden weinig verhard

Het infiltratievermogen van de grond speelt een grote rol bij het tegengaan van wateroverlast. Bij extreme regenbuien is het van belang dat het water snel de grond in kan of dat het afvloeit via het watersysteem om de overlast voor de publieke ruimte te beperken. Risico’s zijn onder andere het onderlopen van straten met als gevolg schade aan het wegdek en verslechterde bereikbaarheid, het afsterven van bomen en planten in parken, schade aan kelders en gebouwen, uitval van vitale functies zoals de stroomvoorziening en een afname van de kwaliteit van het oppervlaktewater (bron: SBR, 2009). Op plaatsen in de stad waar veel verharding aanwezig is, zal het water niet of minder snel in de grond worden opgenomen. Om een indicatie te geven van het infiltratievermogen van de grond, kijken we naar het type verharding in de publieke ruimte, zoals geregistreerd in de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Figuur 8.1 laat per type groengebied zien hoe en in welke mate zij verhard zijn. In natuurparken is 95 procent van de oppervlakte onverhard. De bodem is dan bedekt met groen of bijvoorbeeld zand. Bij de overige parktypen is tussen de 67 procent en 83 procent onverhard. De mate waarin groengebieden onverhard zijn is de afgelopen twee jaar niet veranderd. Sportparken hebben relatief veel gesloten verharding (17%), zoals asfalt en open verharding (7%) zoals tegels.

Van de gedenkparken is 4 procent half verhard. Dit betreft bijvoorbeeld grind.

42

natuur park

land schap

gedenk tuinpark park

stads park

stads plantsoen

sport park

Figuur 8.1 Verharding van publieke groengebieden, 2022-2024, procenten 2024

17

7

3

7

67

2022

17

6

3

6

67

2024

9

8

3

9

71

2022

9

9

3

9

70

2024

9

10

2

5

75

2022

9

10

1

5

75

2024 1

14

2022 1

14

2

4

2

4

5

4

4

82

2022

4

5

4

4

83

2024 1 4

94

2022 1 4

94

2024

3 11

95

2022

3 11

95 20

half verhard open verharding onverhard

78

4

10

verhard

78

2024

0

gesloten verharding

30

40

50

60

70

80

90

100

bron: BGT, bewerking O&S

Met name in de groengebieden aan de randen van de stad is weinig verharding aanwezig (zie figuur 8.2). Vaak gaat het om natuurparken en agrarische grond. Er is variatie tussen gebieden met dezelfde functie. Zo is bijvoorbeeld 16 procent van het Gaasperpark verhard, terwijl dit percentage voor het Oosterpark ruim twee keer hoger ligt (33%). Figuur 8.2 Aandeel onverhard landoppervlak in groengebieden, 2024 (procenten)

bron: BGT, bewerking O&S

43

8.2

Overlast van hitte: schaduw door bomen

Bomen geven schaduw en dragen zo bij aan de reductie van hitte op warme dagen. Schaduw is van essentiële waarde in onze hete zomers wanneer je door de stad fietst of wandelt. Ook in parken en plantsoenen, waar we zoeken naar rust, komen om te ontmoeten, of actief bezig te zijn, vervullen bomen deze functie. Stadparken, natuurparken en gedenkparken meest schaduwrijke gebieden Voor alle groengebieden is vastgesteld voor hoeveel procent de oppervlakte is bedekt met boomkroon. De meest schaduwrijke groene gebieden zijn de gedenkparken, stadsnatuur en natuurparken. Sportparken en landschappen met onder andere agrarische gebieden zijn minder schaduwrijk. Figuur 8.3 Gemiddelde boomkroonbedekking naar type groen, 2024 gedenkpark

58

stadsnatuur

54

natuurpark

41

tuinpark

40

groene verbinding

39

stadsplantsoen

33

stadspark

24

sportpark

16

landschap

4 0

10

20

30

40

50

60

70

Bron: Hoofdgroenstructuur & Beeldmateriaal Pléiades Neo, bewerking O&S

Kaart 8.4 laat zien hoeveel schaduw bomen in groengebieden maken. Woongebieden die weinig groengebieden hebben die schaduw kunnen bieden, zijn onder andere Weesp, stadsdeel Centrum, Overhoeks en De Pijp.

44

Figuur 8.4 Aandeel landoppervlak bedekt door boomkroon in groengebieden, 2024

Bron: Hoofdgroenstructuur & Beeldmateriaal Pléiades Neo, bewerking O&S

45

9 De waarde van groen voor natuur

Groen speelt niet alleen een belangrijke rol in het dagelijks leven van mensen, maar is ook essentieel voor het bieden van een leefomgeving aan dieren en het versterken van de biodiversiteit in de stad. In dit hoofdstuk wordt per groengebied gekeken naar de mate waarin het gebied bestaat uit natuurlijk groen, wat de globale diversiteit is en de diversiteit van de diersoorten. Daarbij bouwen we voort op de kennis uit 2022 over de hoeveelheid en de diversiteit van het natuurlijk groen in en om Amsterdam. Dit jaar voegen we hieraan nieuwe inzichten toe over de soortendiversiteit van fauna. ‘Natuurlijk groen’ is het groen dat in Amsterdam primair is ingericht als leefomgeving voor flora en fauna . Dit zijn natuurgebieden en gebieden aangewezen als stadsnatuur, zoals specifieke stukken groen binnen stadsparken en groene verbindingen. Er zijn ook groengebieden die niet zijn getypeerd als natuurlijk groen, maar wel waarde hebben voor de natuur. Dit zijn delen van bijvoorbeeld stadsparken die ecologisch worden beheerd en een leefomgeving bieden voor verschillende soorten dieren. Bij groen met waarde voor de natuur gaat het om het faciliteren van spontane natuurlijke processen, om begroeiingen die zichzelf ordenen. Zo is een bos met wilde ondergroei natuur, omdat deze ondergroei zich spontaan heeft ontwikkeld.

In een stedelijke omgeving ontbreekt de natuurlijke dynamiek om te komen tot een gezonde variatie van natuurlijk groen. Met ecologisch beheer wordt de natuurlijke dynamiek geïmiteerd met ecologische beheermaatregelen (Plan Biodiversiteit 2025, Gemeente Amsterdam). Zo wordt met het beheer een variatie aan inheemse soorten gestimuleerd, worden geleidelijke overgangen in het groen bevorderd, zoals bij mantelzomen en natuurvriendelijke oevers, en wordt gezorgd voor meer gelaagdheid in het groen. Figuur 9.1 Brettenzone. Struingebied dat begraasd wordt door Schotse Hooglanders

Bron: Edwin van Eis.

46

In de voorgaande hoofdstukken is de potentiële waarde van groen afgebakend door de functionele groengebieden. In dit hoofdstuk wordt voor globale diversiteit van groen en ecologisch beheer ook gebruik gemaakt van deze gebieden. Voor het beschrijven van de soortendiversiteit wordt specifiek gekeken naar de ecologische structuur. Dit zijn de ecologische kerngebieden en de groene verbindingen. In de onderstaande kaart is de Amsterdamse ecologische structuur weergegeven, net zoals de groene kerngebieden en de aansluiting op de landelijke natuurgebieden. Figuur 9.2 Natuurlijk groen in en om Amsterdam

Wat opvalt is dat ook delen van agrarisch landschap aan de randen van de stad onderdeel zijn van natuurlijk groen. Deze gebieden zijn onder andere aangewezen als natuurgebied en als foerageergebied voor vogels zoals wilde ganzen.

9.1

Veel natuurlijk groen in stadsnatuur en natuurparken

Afbeelding 9.3 laat zien dat het aandeel natuurlijk groen het grootst is in de gebieden die zijn aangewezen als stadsnatuur, natuurparken en groene verbindingen. Dit zijn gebieden zoals De Bretten in Nieuw-West, de Gaasperzoom in Zuidoost, en De Noorder IJplas in Noord. De lichter gekleurde gebieden bestaan voor kleinere delen uit stadsnatuur. Dit zijn vooral de stadsparken en plantsoenen met een recreatieve functie.

47

Figuur 9.3 Gemiddeld percentage natuurlijk groen in de functionele groengebieden, 2024 stadsnatuur

99

natuurpark

75

groene verbinding

42

landschap

35

tuinpark

12

stadspark

6

sportpark

6

stadsplantsoen

5

gedenkpark

1 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

bron: BGT, bewerking O&S Figuur 9.4 Percentage natuurlijk groen in groengebieden, 2024

bron: BGT, bewerking O&S

48

100

9.2

Diversiteit van groen het grootst in het Westerpark

De diversiteitsindex van groengebieden geeft een globaal en algemeen beeld van de variatie van de aanwezige vegetatietypen. De aanwezige typen worden bepaald op basis van de structuur zoals grasland, bos, struiken, en rietland. De diversiteitsindex is een relatieve maat. Een gebied met lage waarde heeft een minder hoge diversiteit aan vegetatietypen dan een gebied met een hoge waarde. Het Westerpark, het landschappelijke gebied in de Osdorper Binnenpolder, Rembrandtpark en het Amsterdamse Bos zijn de gebieden met de hoogste globale diversiteit. Sportparken en ook stadspark IJ-oever Overhoeks hebben een lagere globale diversiteit. Figuur 9.5 Diversiteitsindex van het groen in groengebieden, 2024

bron: BGT, bewerking O&S

9.3

Natuurparken en groene verbindingen hoogste aandeel ecologisch beheer

Ecologisch beheer is een manier van beheer en onderhoud binnen alle typen groen waarbij rekening wordt gehouden met de natuurlijke processen en biodiversiteit. Het doel is om planten, dieren en ecosystemen te ondersteunen en te versterken. Ecologisch beheer wordt toegepast in parken, bermen, watergangen en andere groene gebieden om de biodiversiteit te vergroten en een gezonde leefomgeving te bevorderen.

49

Voorbeelden van ecologisch beheer zijn: ▪ maaien van gras op momenten die gunstig zijn voor flora, insecten en vogels ▪ creëren van leefgebieden voor dieren, zoals het behoud van dode bomen en overjarig riet ▪ behouden en versterken van inheemse plantensoorten ▪ gebruik van natuurlijke materialen en methoden ▪ vermijden van chemische bestrijdingsmiddelen. (Bron: Beleid Groen, Gemeente Amsterdam, geraadpleegd oktober 2025).

In natuurparken zoals De Bretten, het Diemerpark, en de Volgermeerpolder is het percentage ecologisch beheerd groen het grootst: gemiddeld 91 procent. Voor groene verbindingen is dit 69 procent. In stadsparken, gedenkparken en stadsplantsoenen ligt het percentage ecologisch beheerd groen lager. In deze gebieden is er meer variatie in het beoogde gebruik. Naast recreatieve zones zien we ook ecologisch aangelegde zones zoals bijvoorbeeld verruiging van het groen, groen aangelegd in de vorm van een mantelzoom (struiken en kruiden) en bloemrijk grasland. Figuur 9.6 Gemiddeld percentage oppervlakte ecologisch beheerd groen, 1 januari 2025 natuurpark

91

groene verbinding

69

tuinpark

66

sportpark

63

stadspark

56

gedenkpark

51

stadsplantsoen

33 0

20

40

60

80

100

Bron: Verkeer & Openbare Ruimte, Gemeente Amsterdam. Bewerking O&S

50

Ook stadsparken zoals het Amstelpark zijn voor een groot aandeel ecologisch beheerd. In het Amstelpark is dit aandeel 90 procent. De volgende foto’s geven een voorbeeld van gelaagdheid en een geleidelijke overgang van verschillende typen vegetatie. Figuur 9.7 Voorbeelden van ecologisch beheer in het Amstelpark

Bron: Panoramabeelden Gemeente Amsterdam

9.4

Soortendiversiteit het hoogst in stadsnatuur

In en om de stad is er een grote diversiteit van flora en fauna om ons heen: een egel die in de struiken scharrelt, een merel die luidkeels zingt of de paardenbloemen in het gras. Ze behoren tot onze biodiversiteit. De Conventie voor Biologische Diversiteit (CBD) omschrijft biodiversiteit als: “de variabiliteit in organismen uit de gehele wereld, waaronder terrestrische, mariene en andere aquatische ecosystemen en de ecologische verbanden waar ze deel van uitmaken; de diversiteit betreft de variatie binnen soorten (genen), tussen soorten en tussen ecosystemen” (Gemeente Amsterdam, Plan Biodiversiteit 2025). Afbakening Niet alle soorten die in de stad voorkomen, zijn opgenomen in de Monitor Groen; het is een selectie. We hebben soorten geselecteerd die een bescherming hebben in provinciaal- rijks, of Europees beleid en waarmee het niet goed gaat: ze hebben een negatieve trend of verspreiding (zie voor een nadere toelichting van deze methodiek Plan Biodiversiteit 2025). Het gaat in deze selectie dus om de minder algemene soorten. Deze soorten zijn ‘strenger’ dan de algemene soorten: ze stellen hogere eisen aan hun leefgebied. Wanneer het slechter gaat met soorten, dan telt deze soort zwaarder mee in de berekening van de diversiteit. We meten de mate waarin deze strengere soorten voorkomen in de verschillende gebieden.

Gebieden waar deze soorten in voorkomen noemen we daarom gebieden met ‘een hoge diversiteit’. We geven weer welke gebieden onder, op of bovengemiddeld hoge diversiteit hebben. In de periode 2020 -2024 is de eerste fase uitgevoerd van de ecologische monitoring en de inspectie in de ecologische kerngebieden en groene verbindingszones. De diversiteit wordt berekend over alle waargenomen soorten per gebied met een gewogen Shannon-Wiener index (Ontoy, DS & Padua, Roberto 2014).

51

Soortendiversiteit fauna Wanneer we kijken naar diversiteit onderscheiden we soortgroepen en soorten. Binnen een soort spreken we van individuen. Voor fauna zijn de volgende soortgroepen onderscheiden: ▪ ▪ ▪ ▪

Amfibieën Broedvogels Bijen (wilde) Dagvlinders

▪ ▪ ▪ ▪

Libellen Reptielen Zoogdieren Vissen

Onder elke soortgroep komen meerdere soorten voor. Het is relevant om per gebied te kijken welke soortgroepen daar voorkomen. Vooral omdat sommige soortgroepen beduidend meer soorten bevatten. Van wilde bijen en broedvogels zijn er meer soorten per groep dan bijvoorbeeld reptielen. De gebieden met de hoogste soortendiversiteit zijn onder andere het Diemerpark in Oost, de Volgermeerpolder in Noord, de Noorderlijke Oeverlanden in Nieuw-West en het Amstelpark in Zuid. Van de typen gebieden hebben stadsnatuur, groene verbindingen en stadsparken het vaakst een bovengemiddeld hoge soortendiversiteit. Zo heeft het natuurpark Noorder-IJplas een bovengemiddeld hoge soortendiversiteit (8,8), maar ook het stadspark Amstelpark met een diversiteit van 8.3. In de Noorder-IJplas komen dus meer strengere soorten voor dan in het Amstelpark. In het Amstelpark komen wel meer soortgroepen met strengere soorten voor (5 soortgroepen: broedvogels, dagvlinders, libellen, wilde bijen en zoogdieren) ten opzicht van twee soortgroepen in de Noorder IJplas (broedvogels en bijen). Figuur 9.8. Diversiteit gidssoorten fauna

Bron: Plan Biodiversiteit, Ecologische monitoring en inspectie, Gemeente Amsterdam 2025

52

9.5

Aandeel groene tuinen als biotoop het hoogst in West

Voor een aantal diersoorten is groen in tuinen mogelijk geschikt als biotoop wanneer verschillende stukjes groen aan elkaar grenzen. Om een tuin aantrekkelijk te maken voor bijvoorbeeld insecten, vogels en kleine zoogdieren moet die voedsel, schuilplaatsen en plekken voor rust en voorplanting bieden. In deze monitor wordt privaat groen als potentiële biotoop gezien wanneer: ▪ de oppervlakte groen per tuin meer dan vijf vierkante meter bedraagt en ▪ voor minimaal 10% uit groen bestaat ▪ er minimaal drie tuinen met bovengenoemde eigenschappen aan elkaar grenzen. Bij het afleiden van cijfers over het aandeel groene tuinen dat mogelijk geschikt is als biotoop is de beperking dat de specifieke inrichting van tuinen niet is meegenomen. Tuinen in Amsterdam bestaan gemiddeld voor 43 procent uit potentiële biotoop. In figuur 9.9 wordt dit percentage per buurt weergegeven. De buurten met een landelijk karakter (minder dan 250 woningen per km²) zijn in deze kaart achterwege gelaten. In de stadsdelen West (50%) en Zuid (49%) is het grootste aandeel groen te vinden in de tuinen dat geschikt is als biotoop. In Centrum ligt het aandeel rond het stedelijk gemiddelde. In Weesp (39%) en Zuidoost (32%) ligt dit percentage lager. Voorbeelden van buurten met veel groene aaneengesloten tuinen zijn Burgemeester Tellegenbuurt-Oost in Zuid, en de John Franklinbuurt in West.

Figuur 9.9 Stadsbiotoop groene tuinen: percentage biotoop naar oppervlakte tuinen

Bron: BGT & Beeldmateriaal Pléiades Neo, bewerking O&S

53

Ontwikkeling tussen 2022 en 2024 De ontwikkeling van tuinen als biotoop geeft een positief beeld. In de nieuwbouwwijk de Bloemendalerpolder in Weesp is de grootste toename te zien van 97%. In de buurt Lanenrijk zijn er woningen gebouwd en zijn de nieuwe tuinen groen aangelegd. Dit heeft bijgedragen aan 3,5 hectare potentiële biotoop. Daarnaast wordt de algehele toename voor een deel verklaard door verschillende meetmomenten van het infrarood beeldmateriaal. In 2022 zijn opnamen in het voorjaar gemaakt, en 2024 midden in de zomer.

Figuur 9.10 toename oppervlakte groen in tuinen als biotoop

Bron: BGT & Beeldmateriaal Pléiades Neo, bewerking O&S

9.6

Ecologische verbindingen en ecopassages

De ecologische gebieden in Amsterdam bestaan uit ecologische kerngebieden en verbindingszones. De ecologische kerngebieden zijn verbonden door verbindingszones en ecopassages. Door deze Amsterdamse Ecologische Structuur (AES) is er uitwisseling tussen soorten mogelijk en wordt het leefgebied van soorten groter voor de voortplanting en het vinden van voedsel en schuilplaatsen. De AESsluit aan op het landelijke Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Natura2000-gebieden. De kaart in figuur 9.11 laat zien dat de verbindingen en de kerngebieden zijn aangelegd rond de negentiende-eeuwse ring aan de randen van de stad.

54

Figuur 9.11 Ecologische verbindingen en ecopassages in en rondom Amsterdam, 2022

bron: Plan biodiversiteit Parken en Natuurgebieden 2025: ecologische structuur

Ontwikkeling Amsterdamse Ecologische Structuur Op basis van de beschikbare gegevens zijn er in de hoeveelheid groen nauwelijks ontwikkelingen in de AES in de periode 2022-2024. In deze periode is de hoeveelheid groen binnen de ecologische structuur afgenomen. De hoeveelheid natuurlijk groen in de publieke ruimte nam in dezelfde periode 15 hectare af (- 0,7%). De meest opvallende afname is bij de bermen en taluds van de ring A10. Vanwege infrastructurele werken is hier tijdelijk natuurlijk groen verdwenen. Vanwege de verbeteringen in de registratie is met name in stadsgebied Weesp inzichtelijk geworden waar de verbindingszones zijn aangewezen. Met de ‘Koele groene stratenkaart’(Gemeente Amsterdam 2025a) maakt Amsterdam inzichtelijk waar de kansen en ambities liggen om straten te vergroenen en verkoelen. De meeste groengebieden verbonden, echter wel ecologische knelpunten Groengebieden zien we als verbonden als ze dicht genoeg tegen elkaar aanliggen (c.a. 25 meter), of wanneer ze worden verbonden door faunapassages en ecologische verbindingszones. Afbeelding 9.12 laat zien welke gebieden met elkaar zijn verbonden. Verbondenheid via water is hierin niet meegenomen. Er is geen onderscheid gemaakt tussen verbindingen die meer geschikt zijn voor specifieke diersoorten. De analyse geeft een globaal beeld van de verbondenheid van de groene gebieden over land.

In 2026 wordt een nadere analyse uitgevoerd naar de mate waarin verbindingszones geschikt zijn voor specifieke diersoorten. Dan komen ook ecologische knelpunten aan het licht, voor zover deze nog niet zijn opgelost met een faunapassage. In en rondom het centrum van de stad is de oppervlakte ‘verbonden groen’ relatief klein. Er is hier minder ruimte voor grote groengebieden en verbindingen. Zo zijn onder andere het

55

Vondelpark, het Oosterpark, het Weteringplantsoen en het Sarphatipark in beperkte mate verbonden met andere groengebieden. Voor diersoorten die over land bewegen is het dus moeilijk om zich vanaf deze groengebieden naar andere groengebieden te verplaatsen. In de Koele Groene Stratenkaart is weergegeven hoe in deze delen van de stad groene verbindingen kunnen worden aangelegd. Figuur 9.12 Verbonden groengebieden uit de Hoofdgroenstructuur. Groengebieden die met elkaar zijn verbonden hebben dezelfde kleur, 2022*

bron: maps.amsterdam.nl, Hoofdgroenstructuur, ecopassages en ecologische hoofdstructuur, bewerking O&S

56

Literatuurlijst

▪ Beter Bouw- en Woonrijp Maken/SBR (2009). Waterrobuust bouwen: De kracht van kwetsbaarheid in duurzaam ontwerp. Rotterdam. ▪ De Vries, S. e.a. (2023). Een groene tuin, een gezonde tuin? Wageningen Environmental Research en Nivel. Beschikbaar op https://edepot.wur.nl/586989 ▪ Gemeente Amsterdam (2025). Plan Biodiversiteit 2025 – 2030. Parken en Natuurgebieden ▪ Gemeente Amsterdam (2025a). Koele Groene Stratenkaart ▪ Konijnendijk, C. C. (2023). Evidence-based guidelines for greener, healthier, more resilient neighbourhoods: Introducing the 3–30–300 rule. Journal of forestry research, 34(3), 821-830. https://doi.org/10.1007/s11676-022-01523-z ▪ Klimaatadaptatie Nederland. (2018, oktober 18). Positieve effecten van bomen en groen in de stad. Geraadpleegd via: www.klimaatadaptatienederland.nl/actueel/actueel/nieuws/2018/positieve-effecten/ ▪ Onderzoek & Statistiek. (2023). Wonen in de Metropoolregio Amsterdam 2023. Geraadpleegd via: www.onderzoek.amsterdam.nl/thema/wonen ▪ Onderzoek & Statistiek. (2025, september). Het Grote Groenonderzoek 2024. Geraadpleegd via: www.onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/het-grote-groenonderzoek2024 ▪ Ontoy, DS & Padua, Roberto. (2014). Measuring species diversity for conservation biology: incorpo- rating social and ecological importance of species. Biodiversity Journal. 5. 387-390. ▪ Ruimte en Duurzaamheid Gemeente Amsterdam (2025).

Koele Groene Stratenkaart ▪ Ruimte en Duurzaamheid Gemeente Amsterdam (2025). Plan Biodiversiteit ▪ Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). (2022). Green Deal Duurzame Zorg: Natuur en een gezonde zorgomgeving. RIVM. Beschikbaar op https://www.rivm.nl/documenten/green-deal-duurzame-zorg-natuur-en-gezondezorgomgeving ▪ Snep, R. P. H., & Goossen, C. M. (2022). Groennormen in de stad en omgeving: een verkenning vanuit de wetenschap (No. 3219). Wageningen Environmental Research.

57

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17041134/1