2. rapportage_monitor_groen_2024_908f9b59a9.pdf
Tekst van het document
Monitor Groen 2024 Onderzoek en Statistiek Onderzoek en Statistiek
In opdracht van: Projectnummer: Auteurs: M.M.V: E-mailadres:
Ruimte en Duurzaamheid 230266 Lieselotte Bicknese, Nico de Graaff, Eva Karacay, Nina Vos Daan Schmitz, Rob Kromwijk, Marretje Oomen, Sjoerdje van Heerden n.degraaff@amsterdam.nl
Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:
President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek.amsterdam.nl
Foto voorzijde:
Biodiversiteit bruggen en kademuren, fotograaf Sanne Couprie (2022)
Amsterdam, 19 mei 2026 3
Voorwoord Toen ik las dat er in Frankrijk een elfjarig meisje was overleden door pesticiden, schrok ik enorm. Dat het gebruik van gif schadelijk is, dat was natuurlijk wel duidelijk, maar dit geval was zo schokkend. Een meisje van elf. Vervolgens kwam ik erachter dat we ook in Amsterdam nog steeds planten met gif inkochten. Planten die onze straten en plantsoenen een prettige omgeving moeten maken. Maar door het gif op die planten ontstaat er juist een probleem. Niet alleen komen bijen en insecten met dat gif in aanraking, waardoor we bijdragen aan de bijensterfte die wereldwijd gaande is. Maar via hen komt het ook in de voedselketen terecht en in onze leefomgeving in de stad. Toen zijn we gaan kijken of we niet gewoon konden starten met volledig gifvrije planten inkopen. Niet alles is al beschikbaar. Maar dat hoeft geen reden te zijn om niet te beginnen. Want als we niet voor de vraag zorgen, komt er ook geen ander aanbod. Daarom kopen we voortaan alleen nog maar gifvrije planten in. Een voorbeeld van hoe je eigenlijk best gemakkelijk een heel belangrijk verschil kunt maken in de gezondheid van de natuur en alle mensen en dieren in onze stad. En hopelijk hierdoor ook op veel andere plekken, want heel veel gemeenten en kwekers hebben laten weten hier graag op aan te willen sluiten.
Wie ook echt een verschil hebben gemaakt in onze stad, zijn de donateurs van de 750 nieuwe bomen als cadeau voor de 750e verjaardag van onze stad. Op de langste dag van het jaar stonden de bomen op de snelweg en kon je tussen de bomen door lopen. Je merkte gelijk hoe belangrijk groen is in bescherming tegen hitte. Onder de boom was het zo’n 17 graden koeler. Deze bijzondere ervaring was niet mogelijk zonder De Gezonde Stad, sponsors en vele andere betrokkenen. Het laat zien hoe belangrijk groen is voor Amsterdammers. Al die bomen hebben inmiddels een plekje gekregen in de stad, waarmee we er nu nog veel langer van kunnen genieten. Het afgelopen jaar spraken we met tientallen Amsterdammers over het groen in de stad in het Burgerberaad. Dat leverde adviezen op waar we de komende jaren mee aan de slag gaan. De meest waardevolle uitkomst van het burgerberaad is wat mij betreft wat je tussen de regels door terugleest in de adviezen. De wil van Amsterdammers om zelf met het groen aan de slag te gaan en verschil te maken. In een groeiende stad met steeds meer inwoners is de ruimte schaars. Het is een enorme puzzel om een complete stad te bouwen met meer woningen, winkels, scholen, plekken om te sporten en natuurlijk groen. Ik ben heel blij dat de daling van het groen is gestopt. En dat het buurtgroen juist is toegenomen in stadsdelen als Nieuw-West, Oost en Zuid en in Weesp.
Want mensen hebben steeds meer behoefte aan groen dichtbij huis en zeker met het oog op klimaatverandering neemt het belang van groen in de buurt toe. Ook weten we nu dat 95% van de Amsterdamse woningen binnen 10 minuten wandelen is van een park of plantsoen. We blijven werken aan een groenere en gezondere stad. Een mooie uitdaging, maar we hebben gezien dat het kan. Met de energie en liefde die ik zoveel Amsterdammers in het groen zie stoppen, heb ik er alle vertrouwen in. Melanie van der Horst Wethouder Openbare Ruimte en Groen
Inhoud
Inhoud
2
Samenvatting
5
Inleiding
8
1
2
3
4
5
6
Werkwijze Leeswijzer
8 9
Hoeveelheid groen landoppervlak
11
1.1 1.2
11 12
Ruim helft landoppervlak Amsterdam is groen Ruim de helft van het groen is agrarisch of natuurlijk groen
Ontwikkeling groen landoppervlak
13
2.1 2.2 2.3 2.4
13 15 16 17
Hoeveelheid groen nauwelijks veranderd tussen 2023 en 2025 Minder groen aan de rand van de stad en meer binnen de ring Kleine toename in publiek groen in dichtbebouwde buurten Toename groene tuinen in grote delen van de stad
Spreiding groen landoppervlak
18
3.1 3.2 3.3
18 19 21
Grote verschillen tussen buurten in de aanwezigheid van groen Ook de publieke ruimte is groener aan de stadsranden In Noord, Weesp en Centrum meer privaat dan publiek groen
Publiek groen in de woonomgeving
23
4.1 4.2 4.3 4.4
23 23 24 25
Hoeveelheid publiek groen per inwoner niet verder afgenomen Binnen de ring vaak weinig publiek groen per inwoner Weinig recreatief groen per woning in Centrum 95% woningen minder dan 10 minuten lopen van park vandaan
Bomen en groene daken
27
5.1 5.2 5.3
27 29 30
Publieke ruimte voor 21% bedekt met boomkronen 94% woningen heeft zicht op minstens 3 bomen Ruim 2% van de daken is groen
De waarde van groen voor sociaal welzijn
32
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
32 32 34 35 36 36
Vooral stadsparken worden bezocht voor sociale activiteiten Voorzieningen in parken voor ontmoeten Meer, maar minder grote evenementen in het groen Sociale veiligheid: vier op de tien vermijden groen weleens Amsterdammers vaak bereid tot medebeheer Overige groentypen die bijdragen aan sociaal welzijn
3
7
8
9
De waarde van groen voor gezondheid
38
7.1 7.2 7.3 7.4
39 39 40 41
Overgrote meerderheid Amsterdammers wandelt of fietst door het groen Drie op de tien volwassenen sporten in publieke groengebieden Bijna iedereen die buiten rust zoekt, gaat naar het groen Groene tuin goed voor gezondheid
De waarde van groen voor klimaatadaptatie
42
8.1 8.2
42 44
Wateroverlast: groengebieden weinig verhard Overlast van hitte: schaduw door bomen
De waarde van groen voor natuur
46
9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6
47 49 49 51 53 54
Veel natuurlijk groen in stadsnatuur en natuurparken Diversiteit van groen het grootst in het Westerpark Natuurparken en groene verbindingen hoogste aandeel ecologisch beheer Soortendiversiteit het hoogst in stadsnatuur Aandeel groene tuinen als biotoop het hoogst in West Ecologische verbindingen en ecopassages
Literatuurlijst
57
4
Samenvatting
De gemeente Amsterdam zet in op ‘rigoureus vergroenen’ en wil dat het groen bijdraagt aan opgaven op het gebied van sociaal welzijn, gezondheid, klimaatadaptatie en natuur. De ambitie is om de stad zo te vergroenen dat er genoeg divers, waardevol en toegankelijk groen is voor iedereen. Deze visie staat beschreven in de Groenvisie 2020-2050 en de Omgevingsvisie 2050. De Monitor Groen brengt het groen in Amsterdam structureel integraal in kaart vanuit een breed perspectief. Dit is de tweede editie van de Monitor Groen. Deze beschrijft de hoeveelheid, nabijheid en potentiële waarde van het groen op 1 januari 2025, en de ontwikkeling tussen 2020 en 2025. In de hoofdstukken van de nabijheid en de potentiële waarde is er ook gekeken naar de meningen van de inwoners van de Gemeente Amsterdam.
Groen in Amsterdam Hoeveelheid groen in de stad stabiel sinds 2022 Begin 2025 telt de gemeente Amsterdam 9.277 hectare groen. De totale hoeveelheid groen in de stad is nauwelijks veranderd sinds 2022. Wel is het groen anders ingedeeld: binnen de ring is er meer groen bijgekomen, terwijl dit buiten de ring juist minder werd. Al het groen in de stad, dus zowel publiek als privaat, beslaat 51% van het landoppervlak. Het meeste groen bevindt zich aan de rand van de stad en is agrarisch of natuurlijk. Meer groen in woonbuurten Tussen 2023 en 2025 is als gevolg van nieuwbouw van woningen, de uitbreiding van bedrijven en infrastructurele werken de hoeveelheid agrarisch groen en natuurlijk groen afgenomen, respectievelijk met 68,8 en 15,3 hectare. Deze afnames vonden voornamelijk plaats buiten de ring A10. In dezelfde periode kwamen er met name binnen de ring meer kleine stukken groen bij in de publieke ruimte van woonbuurten. Dit geldt vooral voor buurten in Zuid, Oost en delen van West. Deze vergroening is verspreid en vaak kleinschalig. Het gaat om ruim 30 hectare aan buurtparken. Dit zijn bijvoorbeeld grasvelden met een bankje. Daarnaast kwam er ruim 17 hectare aan buurtgroen bij. Dit zijn kleine stukken groen zonder verblijfsfunctie, zoals bijvoorbeeld een berm of een plantvak.. Daarnaast nam in de private ruimte de hoeveelheid groene tuinen met bijna 31 hectare toe.
Door nieuwbouw zijn er nieuwe tuinen bijgekomen en bestaande tuinen zijn groener geworden. Percentage publiek groen het hoogst in Noord en Nieuw-West De publieke ruimte is het groen, de wegen en terreinen waar iedereen kan komen. Publiek groen bestaat uit recreatief groen, buurtgroen en natuurlijk groen. Begin 2025 is er in totaal 5.350 hectare groen oppervlak in de publieke ruimte van Amsterdam. Sinds 2022 gaat het om 51 procent van de publieke ruimte. De stadsdelen met het meeste groen in de publieke ruimte zijn Noord (66%), Weesp (64%) en Zuidoost (61%). De publieke ruimte in Oud-West (28%) en Centrum (10%) is het minst groen. Centrum heeft zelfs buurten zonder publiek groen. In dit stadsdeel is het meeste groen privaat en bevindt zich in tuinen. Maar ook tuinen zijn hier gemiddeld genomen minder groen dan elders in de stad. Per inwoner telt Amsterdam 57,3 m² publiek groen. Vooral door de groei van de bevolking is dit 2,7m² minder dan in 2021. De afname van het publieke groen per inwoner is gestagneerd in 2024. De bevolking groeit sindsdien minder sterk en de hoeveelheid publiek groen nam licht toe. 5
95 procent van de woningen binnen 10 minuten wandelen van een park of plantsoen Eén van de doelen uit de Groenvisie is dat Amsterdammers binnen 10 minuten wandelen vanaf hun woning in een openbare parkachtige omgeving kunnen zijn. Op 1 januari 2025 geldt dit voor 95 procent van de woningen. In Centrum en in de landelijke gebieden zijn minder parken en plantsoenen aanwezig en is de loopafstand vaak langer.
Bomen en groene daken Publieke ruimte voor 21 procent bedekt met boomkroon Van het landoppervlak van de gemeente Amsterdam is naar schatting 15 procent bedekt met boomkronen. In de publieke ruimte ligt dit percentage op 21 procent. Dit percentage is hoger in de stadsdelen Zuid (30%), Zuidoost en Nieuw-West (beide 29%). In Weesp is de boomkroonbedekking het laagst (11%). Hier zijn wel nieuwe bomen geplant in de nieuwe woonwijk Bloemendalerpolder. De oppervlakte met boomkronen neemt ook toe door de groei van relatief jonge aanplant. Dat gebeurt onder andere in de Osdorper Bovenpolder en de Aker in Nieuw-West. Van de woningen in Amsterdam heeft ongeveer 94 procent zicht op minimaal drie bomen. In Centrum-West (65%) en in de Bloemendalerpolder in Weesp (62%) ligt dit lager. Ruim twee procent van de panden in Amsterdam heeft een groen dak. In 2024 telt Amsterdam 3.006 groene daken. Van deze groene daken ligt 64 procent op woningen en 36 procent op bijvoorbeeld bedrijven.
Vier waarden van groen: sociaal welzijn, gezondheid, klimaatadaptatie en natuur In deze versie van de Monitor Groen is de informatie uit het Grote Groenonderzoek 2024 (meningen van Amsterdammers) gecombineerd met de indicatoren van de potentiële waarde van groen. In de periode van twee jaar is er weinig ontwikkeling te zien in de indicatoren die de potentiële waarde van groen beschrijven voor sociaal welzijn, gezondheid, klimaatadaptatie en natuur. Voor het beschrijven van de potentiële waarde van natuur zijn er twee nieuwe indicatoren toegevoegd: het aandeel ecologisch beheer binnen de groengebieden, en diversiteit van de belangrijkste diersoorten: gidssoorten.
Groen voor sociaal welzijn Stadsparken zijn het meest divers en worden het meest bezocht voor sociale activiteiten. Van de stadsparken, stadsplantsoen en natuurparken hebben stadsparken het vaakst een horecagelegenheid (20%). Ruim vier op de tien bezoekers zijn (heel) tevreden met het aanbod. Als het gaat om voorzieningen als bankjes en hondenuitlaatplekken is ongeveer de helft (heel) tevreden. Van de ouders is 40 procent tevreden met de speelvoorzieningen. Tussen 2022 en 2024 is het aantal kleine en middelgrote evenementen in parken toegenomen. Er zijn minder grote evenementen met meer dan 5.000 bezoekers. De meningen over evenementen in groen zijn verdeeld: 36 procent vindt het meestal of altijd acceptabel en 22 procent juist meestal of altijd onacceptabel. Vier op de 10 Amsterdammers vermijden weleens plekken in het groen omdat zij zich daar onveilig voelen. Dit geldt vaker voor jongvolwassen Amsterdammers, vrouwen, Amsterdammers met een migratieachtergrond en gezinnen met kinderen.
Gezondheid Van de Amsterdammers die willen wandelen of fietsen gaat 90 procent naar het groen in de stad. Stadsparken, plantsoenen en groene verbindingen hebben per hectare vaak een redelijk hoge dichtheid van wandel- en fietspaden. Hier is echter niet altijd de mogelijkheid
6
om een lange wandel- of fietstocht af te leggen. Daarvoor kan men beter terecht in landschappen en natuurparken, zoals Waterland of de Oeverlanden. Van de Amsterdammers is 86 procent tevreden met de wandel- en fietspaden in het type park dat zij zelf het meest bezoeken. Bijna vier op de tien volwassen Amsterdammers sporten weleens buiten. Zij gaan hiervoor in de meeste gevallen naar het groen. De meerderheid van de gebruikers van sportvoorzieningen in stads- of natuurparken zijn daarover tevreden. Volgens onderzoek van de Universiteit van Wageningen is het met name positief voor de gezondheid om toegang te hebben tot een groene tuin. Mensen met een tuin van minstens 50m² gaan tot 20 procent minder vaak naar de huisarts voor bijvoorbeeld besmettelijke darmziekten of hartziekten. De kans op pols- en handklachten en huidkanker nemen wel toe. Van de respondenten van het GGO heeft 22 procent een voornamelijk groene buitenruimte. Bijna iedereen die buiten rust zoekt gaat hiervoor naar het groen. Van de bezoekers aan parken komt 40 procent voor rust en ontspanning. Slechts een kwart van de bezoekers vindt het rustig in de stadsparken. In natuurparken is dit 55 procent.
Klimaatadaptatie Natuurparken meestal meer klimaatadaptief Een waterdoorlatende ondergrond reduceert wateroverlast. Met name in natuurparken en landschappen is een groot aandeel van de bodem onverhard: 95 procent. Schaduw reduceert de gevoelstemperatuur bij warme dagen. Typen groen met een hoge boomkroonbedekking zijn gedenkparken (58%), stadsnatuur (54%) en natuurparken (41%).
Natuur Veel natuurlijk groen in gebieden met stadsnatuur en natuurparken Groen in de stad is essentieel als leefomgeving voor dieren en voor het versterken van de biodiversiteit. Natuurlijk groen is primair ingericht als leefomgeving voor flora en fauna en is veel aanwezig in stadsnatuur (99%), natuurparken (75%) en groene verbindingen (42%). Er zijn ook groengebieden die niet zijn getypeerd als natuurlijk groen, maar wel waarde hebben voor de natuur. Dit zijn bijvoorbeeld delen van stadsparken die ecologisch worden beheerd. In natuurparken zoals De Bretten en het Diemerpark is het percentage ecologische beheerd groen het grootst (91%). In stadsparken is dit gemiddeld 56 procent. Globale diversiteit vegetatie varieert over verschillende type gebieden De globale diversiteit geeft een algemeen beeld van de variatie van de aanwezige vegetatie. Deze is relatief hoog in het landschappelijke gebied in de Osdorper Binnenpolder, het Westerpark, Rembrandtpark en het Amsterdamse Bos. Soortendiversiteit fauna het hoogst in stadsnatuur en groene verbindingen Gebieden met de hoogste soortendiversiteit van dieren (gidssoorten) zijn onder andere het Diemerpark, de Volgermeerpolder, De Oeverlanden, en het Amstelpark. Stadsnatuur, groene verbindingen en stadsparken zijn groentypen met een hoge soortendiversiteit.
Groene tuinen als biotoop neemt toe tussen 2022 en 2024 In Stadsdeel West (50%) Stadsdeel Zuid (49%) is het grootste aandeel groen te vinden in de tuinen dat geschikt is als biotoop. Over de hele stad neemt het aandeel tuinen dat geschikt is als biotoop toe met 50%. Deze toename wordt voor een deel verklaard door verschil in de bronnen van infrarood beeldmateriaal. In 2022 zijn opnamen in het voorjaar gemaakt, en 2024 midden in de zomer.
7
Inleiding
De gemeente Amsterdam zet in op ‘rigoureus vergroenen’ en wil daarmee bijdragen aan het realiseren van doelstellingen op het gebied van sociaal welzijn, gezondheid, klimaatadaptatie en natuur. De ambitie is de stad zo te vergroenen dat er voldoende divers, waardevol en toegankelijk groen is voor iedereen. Deze ambitie is uitgewerkt in de Groenvisie 2020-2050 en de Omgevingsvisie 2050. De Monitor Groen beschrijft hoeveel groen er is in Amsterdam, welke potentiële waarde het groen heeft en hoe dit zich ontwikkelt. In 2022 en 2023 heeft Onderzoek & Statistiek (O&S) in opdracht van programma Realisatie Groenvisie de eerste versie van de Monitor Groen opgesteld. De gegevens werden in 2024 geactualiseerd. Daarnaast vond in 2024 het Grote Groenonderzoek plaats; een enquête over het gebruik, de beleving en waardering van het groen in de stad. De huidige rapportage, Monitor Groen 2024, beschrijft de ontwikkeling van de hoeveelheid groen in Amsterdam over de periode 2020-2025. Ook geeft de rapportage inzicht in de potentiële waarde van het groen voor sociaal welzijn, gezondheid, klimaatadaptatie en natuur. Meer en meer gedetailleerde cijfers zijn te vinden op de website van O&S: http://www.onderzoek.amsterdam.nl/dossier/groen.
Werkwijze Gebruikte gegevens Aan de basis van de Monitor Groen ligt een datafundament waarin bestaande databronnen in samenhang zijn gebracht en nieuwe databronnen zijn ontwikkeld. Ook zijn luchtfoto’s en satellietbeelden gebruikt en rekenmethoden ontwikkeld die in deze data oppervlakte groen, struiken en bomen kunnen herkennen. Met het resultaat kan de hoeveelheid en de potentiële waarde van groen in de stad worden berekend. Om de feitelijke situatie in samenhang met de meningen van de Amsterdammers en Weespers te onderzoeken is gebruik gemaakt van het Grote Groenonderzoek 2024 (GGO 2024). De vragenlijst is ingevuld door circa 2.800 Amsterdammers en Weespers. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de gebruikte gegevens en methoden zie het document Technische verantwoording Monitor Groen 2024. Beperkingen Het beeld dat uit de Monitor Groen naar voren komt, presenteren we met de nodige voorzichtigheid. Waarde is immers geen absoluut gegeven, maar komt tot stand in relatie tot lokale omstandigheden, het feitelijke gebruik van groen, de aard van dat gebruik en de waardering van gebruikers. Om deze reden spreken we in deze monitor consequent over de potentiële waarde van het groen. Relevante omgevingsfactoren zijn toegevoegd in verdiepende analyses. Voor het afleiden van de hoeveelheid groen wordt de Basisregistratie Grootschalige topografie gebruikt (BGT).
De BGT kent beperkingen ten aanzien van de actualiteit: niet alle veranderingen op straat worden tijdig verwerkt. Er is voor de BGT gekozen als belangrijke basisbron voor deze monitor om de volgende redenen. De BGT beschrijft het hele areaal van
8
Amsterdam. De BGT is een basisregistratie en heeft daarmee een juridische grondslag. Daarnaast is het in dit onderzoek met name van belang dat de totale oppervlakte groen die door de BGT wordt beschreven zo compleet mogelijk is. De BGT is niet overal actueel. Echter, de grotere ontwikkelingen zoals nieuwbouw en grotere wijzigingen in de publieke ruimte zijn goed bekend. Wat minder goed in beeld is, zijn de kleinere wijzigingen, zoals het veranderen van een parkeervak naar stadsgroen, het aanleggen van geveltuinen of het aanleggen van een klein stadsplantsoen. Er is rekening gehouden met de datakwaliteit bij de uitspraken die er zijn gedaan. Er worden door de ambtelijke organisatie structureel inspanningen verricht om deze gegevenskwaliteit, onder andere over het publieke groen dat Amsterdam in beheer heeft, te verbeteren.
Leeswijzer De Monitor Groen beschrijft de samenstelling en de ontwikkeling van het groen in Amsterdam. De focus van de rapportage ligt op de periode 2023-2025. Door veranderingen in definities en verbeteringen in de registratie sluiten de cijfers niet altijd precies aan op de eerdere rapportage. In deze rapportage zijn cijfers over de periode voor 2023 altijd aangepast aan de nieuwe definities. Veranderingen in definities, registraties en werkwijze staan beschreven in de technische bijlage: Technische verantwoording Monitor Groen 2024. Cijfers over de hoeveelheid groen in de stad zijn altijd indicatief. Groen is dynamisch en de omvang ervan verandert met de seizoenen, onderhoud en de herinrichting van gebieden. Ook de registratie van het groen is aan veranderingen onderhevig. In de meeste gevallen leidt dit tot verbeteringen, bijvoorbeeld door gebruik te kunnen maken van infrarood luchtfoto’s of betere intekening op kaarten. Door de aanwezige dynamiek worden kleine veranderingen in deze rapportage niet altijd als verandering benoemd. In de technische rapportage staan alle gebruikte databronnen beschreven en de onzekerheidsmarges die zij met zich meebrengen. In de beschrijving van de groengebieden worden, op enkele uitzonderingen na, alleen de gebieden binnen de Amsterdamse gemeentegrens meegenomen.
Het Amsterdamse Bos maakt bestuurlijk deel uit van de gemeente Amstelveen, maar is wel eigendom van de gemeente Amsterdam en wordt ook door Amsterdam beheerd. Het speelt bovendien een grote rol in het gebruik van groen door Amsterdammers. Voor de meeste indicatoren zijn gegevens over het Amsterdamse Bos opgenomen, met uitzondering van de hoeveelheid groen vanwege de bestuurlijke afbakening. Waar dit wordt gedaan is expliciet benoemd. De tabel op de volgende pagina beschrijft kort de verschillende (deel)typen groen die in het rapport worden genoemd. ▪ Hoofdstuk 1 tot en met 4 beschrijven hoeveel van het Amsterdamse landoppervlak is ingericht voor de verschillende types groen. Daarbij is ook aandacht voor de ontwikkeling sinds 2020 en de verschillende functies van het groen. ▪ Hoofdstuk 5 beschrijft het groen dat zich op hoger niveau bevindt, namelijk boomkronen en groen op daken. ▪ Hoofdstuk 6 tot en met 9 beschrijven voor de grotere groengebieden, dat wil zeggen met uitzondering van het buurtgroen en de buurtparken, welke waarde het groen heeft voor de stad. Daarbij wordt steeds gekeken welk type groen meer of minder bijdraagt aan sociaal welzijn, gezondheid, klimaatadaptatie en natuur in Amsterdam.
9
type natuurlijk
recreatief
Definities van de (deel)types groen deeltype / definitie functie stadsnatuur Onbeschermde stukken natuur in de stad
▪ natuur ▪ beleving
▪ Landelijk Noord ▪ Amsterdamse Bos
▪ natuur ▪ beleving
stadspark
Park met stedelijke context. De doelgroep is breed. Het aanbod en de variatie aan voorzieningen is groot. Kleine parken bestaande uit gazon(s), speel- en ligweide(n), paden, bosschages, bloemperken, heesterbeplanting en waterpartijen. Wild ogende grote parken die voor Amsterdam zeldzame en beschermde planten en dieren bevatten. Bij de entree is minstens één recreatieve zone. Kleine openbare stukken groen met een bankje Openbaar toegankelijke begraafplaats
▪ Sloterpark ▪ Vondelpark ▪ Nelson Mandelapark
▪ recreatie ▪ sociaal ▪ gezondheid
▪ Spaarndammerplantsoen ▪ Botteskerkpark ▪ Wachterliedplantsoen ▪ Leidse Bosjes
▪ sociaal ▪ beleving ▪ leefklimaat
▪ De Volgermeerpolder ▪ Diemerpark ▪ De Bretten ▪ Gaasperzoom
▪ natuur ▪ beleving ▪ educatie
sportpark
Terrein waar in georganiseerd verband wordt gesport.
groene verbinding
Langgerekte groenblauwe gebieden in de stad met een belangrijke verbindende functie. De verschijningsvormen zijn divers: parkachtige structuren rondom buurten, groene omzomingen om gedenk-, tuinof sportparken of groene bermen of taluds langs sporen en wegen. De publiek toegankelijke delen in volkstuinparken
▪ Olympiaplein ▪ Laan van Spartaan ▪ Ookmeer ▪ Spoortalud ▪ Tugelaweg ▪ Oeverzone Ringvaart ▪ Haarlemmermeerpolder ▪ snelwegtaluds A10-Noord ▪ Hoekenesgracht
buurtpark gedenkpark
volkstuinpark
tuin
▪ Oeverlanden Nieuwe Meer ▪ Schapenwei Vondelpark
Beschermde natuurgebieden
natuurpark
agrarisch
prioritaire waarden
natuurgebied
plantsoen
buurtgroen
voorbeeld
Kleine stukken groen zonder verblijfsfunctie Weilanden en akkers
Erven bij woningen en bedrijven en de tuinen in volkstuinparken
Bermen en grasvelden met een bankje
▪ Vredenhof ▪ De Nieuwe Ooster
▪ Ons Buiten ▪ Nieuw Bijenpark ▪ De Bongerd Bermen, grasvelden
▪ cultuurhistorie ▪ beleving ▪ natuur ▪ gezondheid ▪ sociaal ▪ recreatie ▪ recreatie ▪ beleving ▪ leefklimaat
▪ natuur ▪ sociaal ▪ recreatie ▪ gezondheid ▪ voedsel ▪ natuur ▪ cultuurhistorie ▪ gezondheid ▪ sociaal
10
1 Hoeveelheid groen landoppervlak
Dit hoofdstuk beschrijft hoeveel land in Amsterdam groen is ingericht op 1 januari 2025 en welke functies dit groen heeft.
1.1
Ruim helft landoppervlak Amsterdam is groen
De gemeente Amsterdam beslaat in totaal 24.365 hectare. Hiervan is 38 procent groen, een kwart water, en de overige 37 procent is ingericht voor gebouwen, wegen en terreinen (zie fig. 1.1). Figuur 1.1 Landinrichting van de gemeente Amsterdam, 01-01-2025
bron: BGT & hoofdgroenstructuur Gemeente Amsterdam, bewerking O&S
Wanneer in dit rapport gekeken wordt hoe groen een gebied is, wordt het water buiten beschouwing gelaten. Van de 18.350 hectare landoppervlak van de gemeente Amsterdam is 51 procent groen en 49 procent verhard of bebouwd. Land waar iedereen kan komen, de zogenaamde publieke ruimte, bestaat uit publiek groen, wegen en terreinen. Van het landoppervlak van Amsterdam is 57 procent publiek 11
toegankelijk (10.475 ha). Ruim de helft van deze publieke ruimte (51%) is groen. Het gaat om natuurlijk groen, recreatief groen en buurtgroen. De private ruimte bestaat uit agrarisch groen, gebouwen en tuinen. In totaal gaat het om 7.874 hectare, oftewel 43 procent van het landoppervlak van Amsterdam. Van de private ruimte is de helft (50%) groen.
1.2
Ruim de helft van het groen is agrarisch of natuurlijk groen
In de Hoofdgroenstructuur worden vijf typen groen onderscheiden. Publiek groen kan bestaan uit de typen natuurlijk, recreatief en buurtgroen. Privaat groen wordt ingedeeld in agrarisch groen en tuinen (zie tabel 1.2). Het meest voorkomende type groen in Amsterdam is agrarisch (31% van alle groen), gevolgd door natuurlijk groen (23%). Van het groen in de stad is 18 procent bestemd voor recreatie. Het primaire doel van dit type groen is dat mensen er kunnen verblijven. In de registratie zijn er acht recreatieve deelfuncties. De recreatieve functies die de meeste ruimte beslaan, zijn stadsparken (5% van al het groen), de kleinere variant buurtparken (5%) en sportparken (3%). Buurtgroen bestaat uit alle kleine stukken openbaar groen zonder verblijfsfunctie. Het gaat bijvoorbeeld om kleine groenstroken, siergroen en grasvelden. In totaal betreft het 16 procent van al het groen in de stad. Hoe groen tuinen zijn, is niet geregistreerd. Met behulp van luchtfoto’s is een benadering gemaakt. Tuinen bij woningen en bedrijven en in volkstuinparken zijn samen goed voor 12 procent van het groen. Tabel 1.2 Groen op grondniveau van de gemeente Amsterdam naar type en oppervlakte, 1-1-2025 % % toegang type functie hectare groenoppervlak landoppervlak publiek natuurlijk 2.162 23 12 recreatief
1.693
18
9
waarvan: stadspark plantsoen natuurpark buurtpark gedenkpark sportpark groene verbinding volkstuinpark privaat totaal
buurtgroen agrarisch tuin
470 108 109 414 79 306 16 40
5 1 1 5 1 3 2 -
3 1 1 2 2 1 -
1.495 16 2.827 31 1.100 12 9.277 100 Bron: BGT, Hoofdgroenstructuur Gemeente Amsterdam
12
8 15 6 51
2 Ontwikkeling groen landoppervlak
Dit hoofdstuk beschrijft de ontwikkeling van de hoeveelheid groen landoppervlak van de gemeente Amsterdam (inclusief stadsgebied Weesp) tussen 2020 en 2025. Groen op hoger niveau, namelijk boomkronen en groene daken, wordt niet meegerekend in deze cijfers.
2.1
Hoeveelheid groen nauwelijks veranderd tussen 2023 en 2025
Begin 2025 telt de gemeente Amsterdam 9.277 hectare groen. Dit is vergelijkbaar met 2023 toen het om 9.286 hectare ging. Deze lichte afname van 0,1 procent (9 hectare) is voor een onbekend deel een gevolg van verbeteringen in de registratie. De totale hoeveelheid groen in de stad is stabiel sinds 2022. In de jaren daarvoor nam het groen af. Tussen 2020 en 2022 ging het om 110 hectare (-1,2%). Dat is de oppervlakte van ongeveer 154 voetbalvelden. Figuur 2.1 Aantal hectare groen in het maaiveld van Amsterdam en Weesp naar type, 2020-2025
totaal
9.277
9.286
groen
2025
9.396 2.162
publiek
2024
2.178
natuurlijk
2023
2.198 1.693 1.665
recreatief
2022
1.688 1.495
buurtgroen
2021
1.478
2020
1.475 2.827 2.896
privaat
agrarisch
2.979 1116
tuinen
1043
Bron: BGT/bewerking O&S. Bron tuinen: geïmputeerde schattingen O&S o.b.v. BGT en infraroodbeelden.
13
Hoewel de totale hoeveelheid groen de laatste jaren nauwelijks is veranderd, zijn er wel veranderingen zichtbaar in de spreiding en samenstelling van het groen. Privaat groen: agrarisch neemt af, groen in tuinen neemt toe Agrarisch groen is tussen 2023 en 2025 het sterkst in omvang afgenomen. Als gevolg van nieuwbouw van woningen en de uitbreiding van bedrijven verminderde dit type groen met 69 hectare (-2,4%). Tegelijkertijd worden er door nieuwbouw ook meer tuinen aangelegd in de stad. Samen met de ontwikkeling dat bestaande tuinen groener lijken te worden gemaakt, heeft dit ertoe geleid dat de hoeveel groen in tuinen tussen 2023 en 2025 naar schatting met 31 hectare is toegenomen (+2,9%). Publiek groen: minder natuur en een toename in buurtparken en buurtgroen In de publieke ruimte is er in de periode 2023-2025 in totaal 29 hectare groen bijgekomen (+0,6%). Vaak gaat het om recreatief groen (+28 hectare; +1,7%). De onderstaande tabel laat zien dat er binnen het recreatieve groen vooral meer buurtparken bij zijn gekomen. Dit zijn kleinere stukken groen met een verblijfsfunctie, bijvoorbeeld een grasveld met een bankje of speelplek. De omvang van de grotere stadsparken, gedenkparken en natuurparken is redelijk stabiel. De andere vormen van recreatief groen nemen licht in omvang af. Deze afname is met 1,4 hectare het sterkst bij sportparken.
Dit komt overeen met ongeveer twee voetbalvelden. Tabel 2.1 Recreatief groen naar functie in Amsterdam en Weesp, hectare, 2020-2025 2020 2021 2022 2023 2024 functie 2025 stadspark 457,6 458,7 467,2 469,7 470,9 470,0 buurtpark 414,6 393,0 392,1 383,9 419,8 414,3 sportpark 311,2 307,0 305,6 307,8 308,5 306,4 groene verbinding 167,5 167,4 167,5 167,4 166,4 166,7 plantsoen 110,0 109,9 109,7 108,8 108,4 108,2 natuurpark 108,3 108,4 108,9 108,8 108,8 108,8 gedenkpark 78,4 78,4 78,4 78,5 78,8 78,8 volkstuinpark 40,3 40,2 40,4 40,4 40,4 39,7 1687,9 1.663,0 1.669,8 1.665,3 1.702,0 1.692,9 totaal
2023-2025 + 0,3 + 30,4 - 1,4 - 0,7 - 0,6 = + 0,3 - 0,7 + 27,6
Daarnaast is er in de publieke ruimte de laatste twee jaar 17 hectare (+1,2%) aan buurtgroen bij gekomen. Dit zijn kleine stukken groen zonder verblijfsfunctie, zoals bijvoorbeeld een berm of een plantvak. Meer dan de helft van de inwoners beoordelen buurtgroen positief. In 2018 vond 29 procent van de inwoners dat er onvoldoende groen was in de woonomgeving, waar in 2024 nog maar 14 procent ontevreden is met de hoeveelheid groen in de buurt. De hoeveelheid natuurlijk groen in de publieke ruimte nam in dezelfde periode 15 hectare af (- 0,7%). De meest opvallende afname is bij de bermen en taluds van de ring A10. Vanwege infrastructurele werken is hier tijdelijk natuurlijk groen verdwenen. Na de bouwwerkzaamheden komt het groen waarschijnlijk terug.
14
2.2
Minder groen aan de rand van de stad en meer binnen de ring
De afname van het groen vindt met name plaats in de stadsdelen buiten de ring (zie afb. 2.3). Dit zijn de delen van de stad waar het agrarisch en natuurlijk groen zich concentreert. De afname was zowel in absoluut oppervlak (-10 hectare) als in procenten (-1,1%) het sterkst in Zuidoost. De stadsdelen binnen de ring hebben er sinds 2020 allemaal meer groen bij gekregen. Tussen 2023 en 2025 was de toename in absoluut oppervlak het sterkst in Zuid (+10 hectare) en in procenten in Centrum (+3,7%).
Centrum
West poort
West
NieuwWest
Zuid
Oost
Noord
Weesp Zuidoost
Figuur 2.2 Aantal hectare publiek en privaat groen in Amsterdam en Weesp naar stadsdeel/stadsgebied, 2020, 2023 en 2025 en het totale groeipercentage tussen 2023 en 2025 25 813 100 -1,1% 23 825 98 20 811 107 25 510 1.280 23 503 1.294 20 510 1.357 25 1.303 23 1.309 20 1.318 25 515 169 +0,8% 23 511 167 20 502 160 25 347 139 +2,0% 23 345 132 20 352 128 25 1.292 23 1.275 20 1.294 25 137 106 +1,8% 23 137 102 20 133 99 25 402 140 -0,1% 23 386 157 20 412 166 25 27 46 +3,7% 23 27 44 20 26 42
0
250
500
750
1.000
1.250
publiek groen -0,4%
privaat groen -0,3%
1.527 1.529 1.531
420
-0,4%
443 445
1.500
1.750
2.000
2.250
2.500
2.750
3.000
Bron: BGT & Hoofdgroenstructuur, bewerking O&S. Bron tuinen: geïmputeerde schattingen O&S o.b.v. BGT en infraroodbeelden.
15
2.3
Kleine toename in publiek groen in dichtbebouwde buurten
In de volgende kaart zien we de genoemde patronen in de ontwikkeling van het publiek groen terug. Binnen de ring A10 is in veel buurten sprake van enige toename van publiek groen. Dit geldt met name voor buurten in Zuid, Oost en delen van West. Hier vindt vergroening vaak verspreid en kleinschalig plaats, bijvoorbeeld langs straten, pleinen en heringerichte openbare ruimtes. In de buurten in en rond het centrum zien we vooral stabiliteit en kleinere toenames. Dit past bij de hoge bebouwingsdichtheid en de beperkte ruimte voor grootschalige vergroening. Buiten de ring is in veel buurten de hoeveelheid publiek groen afgenomen. In de meeste gevallen gaat het om minder dan 2,5 hectare. Daarnaast is er in Weesp tijdelijk minder publiek groen door bouwwerkzaamheden in de Bloemenpolder. In een latere fase in het bouwtraject wordt hier naar verwachting weer publiek groen aangelegd. In de Afrikahaven in Westpoort worden bedrijventerreinen uitgebreid, en is de afname blijvend. Voor de buurt Durgerdam in Noord komt de afname door een verbetering in de registratie. Figuur 2.3 Ontwikkeling hoeveelheid publiek groen, 1-1-2023 tot 1-1-2025, hectare
Bron: BGT
16
2.4
Toename groene tuinen in grote delen van de stad
Het groen in de Amsterdamse tuinen is tussen 2022 en 2024 naar schatting toegenomen met 73 hectare (+2,9%). De toename is het sterkst in buurten met relatief veel nieuwbouw, zoals in Weesp en Sluiseiland. Hier ontstaan nieuwe tuinen. Maar ook in bestaande wijken in de Pijp, Rivierenbuurt en Oud-Oost is er veel groen bijgekomen in bestaande tuinen. In relatief groene delen van de stad zijn er ook buurten waar het groen in tuinen is afgenomen. Figuur 2.4 Ontwikkeling hoeveelheid groen in tuinen, 2022-2024, hectare
Bron: BGT & Beeldmateriaal Pléiades Neo, bewerking O&S
17
3 Spreiding groen landoppervlak
Dit hoofdstuk beschrijft de verdeling van het groen over Amsterdam in relatie tot het landoppervlak en het aantal inwoners van een buurt.
3.1
Grote verschillen tussen buurten in de aanwezigheid van groen
Ruim de helft (51%) van het landoppervlak van de gemeente Amsterdam is groen. Hoe verder van het centrum, hoe groener het wordt. Figuur 3.1 Aandeel groen van het landoppervlak naar buurt, 1-1-2025
Bron: BGT, bewerking O&S
0-10% groen Met name in het oude centrum van de stad zijn er buurten met minder dan 10 procent groen landoppervlak. De buurt Stationsplein heeft het minste groen van de stad. Maar ook in de buurten Hemelrijk, Nieuwendijk-Noord, Nieuwe Kerk e.o. en de Kalverdriehoek is er vrijwel geen groen (0,5% van het landoppervlak). Ook in andere stadsdelen zijn er buurten met zeer weinig groen. Dat zijn de Markthallen en de Fannius Scholtenbuurt in West, De Gerard Doubuurt en de Hercules Seghersbuurt in Zuid, de nieuwste vaak nog aan te leggen delen op IJburg, Borneo en het Bedrijvengebied
18
Veelaan in Oost en in Buiksloterham-Zuid en het Hamerstraatkwartier in Noord. In de buurt Markthallen wordt momenteel gebouwd. Het groen in de buurt zal daarna toenemen. 10-30% groen In de grachtengordel en de negentiende-eeuwse gordel is vaak 10 tot 20 procent groen landoppervlak aanwezig. Maar er zijn ook buurten waar het om 20 tot en met 31 procent gaat. In Nieuw-West vallen de omgeving van het Osdorpplein en de Schipluidenbuurt op als gebieden met minder groen. Woonbuurten in Noord met 10 tot 20 procent groen zijn Buikslotermeerplein, Het Blauwe Zand, het NDSM-terrein en Buiksloterham-Noord. Tenslotte is er in Zuidoost weinig groen in de buurten Amsterdamse Poort en Grunder/Koningshoef en in Weesp in het Herensingelkwartier. 31% groen of meer In de meeste woonbuurten in Nieuw-West, Zuidoost en Noord is minstens 31 procent van het landoppervlak groen ingericht. Dit geldt ook voor de gebieden Buitenveldert, Zuidas en Watergraafsmeer. In parken en buurten aan de rand van de stad ligt het percentage groen op 61 of hoger.
3.2
Ook de publieke ruimte is groener aan de stadsranden
De publieke ruimte bestaat uit groen, wegen en terreinen waar iedereen kan komen. De volgende kaart laat voor elke buurt het aandeel van de publieke ruimte zien dat groen is ingericht. Gemiddeld ligt dit percentage op 51 procent. Ook dit percentage is hoger aan de randen van de stad. Het publieke groen bestaat uit natuur (40%), recreatief groen (32%) en buurtgroen (28%). Bomen zijn in deze cijfers niet meegerekend (zie afbeelding 3.2).
19
Figuur 3.2 Aandeel groen van de publieke ruimte naar buurt, 1 januari 2025
Bron: BGT, bewerking O&S
Centrum kent buurten zonder publiek groen In Centrum en de negentiende-eeuwse gordel ligt het aandeel groen in de publieke ruimte op veel plekken onder de 20 procent. In stadsdeel Centrum zijn er zelfs buurten zonder enig maaiveld met publiek groen. Het gaat om de omgeving van de Oude en Nieuwe Kerk, de winkelgebieden bij de Leidse- en Kalverstraat en een deel van de grachtengordel. Publieke ruimte buiten de ring het meest groen, hoewel minder in naoorlogse wijken De stadsdelen Noord, Zuidoost, Nieuw-West en Oost tellen relatief veel buurten waarvan de publieke ruimte voor meer dan 40 procent groen is ingericht. In naoorlogse wijken, zoals de Bijlmer, Buitenveldert en delen van Nieuw-West, ligt dit percentage lager. Ook in nieuwbouwwijken zoals IJburg, De Aker, Elzenhagen, Zuidas, de Houthavens, Oostelijk Havengebied en Overhoeks ligt het aandeel groen in de publieke ruimte vaak tussen de 20 en 40 procent, soms zelfs lager. Natuurlijk groen bevindt zich vooral aan de randen van de stad In Weesp is er veel publiek groen in de omgeving, maar in de bewoonde delen blijft het aandeel groen in de publieke ruimte onder de 40 procent. Ook zijn hier bouwprojecten waar het publieke groen nog aangelegd moet worden. Aan de randen van Amsterdam bevinden zich gebieden met een hoog aandeel groen in de publieke ruimte.
Hier is relatief veel natuurlijk groen, zoals bijvoorbeeld in het Diemerpark.
20
3.3
In Noord, Weesp en Centrum meer privaat dan publiek groen
Het landoppervlak van Amsterdam bestaat voor 21 procent uit privaat groen (agrarisch groen en tuinen bij woningen, bedrijven of in volkstuinparken). Drie stadsdelen in Amsterdam hebben meer privaat dan publiek groen. In Noord en Weesp komt dit door de sterke aanwezigheid van agrarisch groen. In Centrum bevindt het meeste groen zich in tuinen en is de hoeveelheid publiek groen beperkt. Vooral in de grachtengordel zijn redelijk veel tuinen aanwezig (10 tot 25% van het landoppervlak), zie afbeelding 3.3. Ook in de stadsdelen West en Zuid wordt het landoppervlak van veel stedelijke bouwblokken, zoals in De Pijp, Oud-West en Bos en Lommer, voor een relatief groot deel ingenomen door groene tuinen bij woningen of bedrijven. In woonwijken van Nieuw-West, Zuidoost en Noord is relatief weinig grond ingericht als groene tuin. Vaak staat hier hoogbouw. Deze stadsdelen hebben wel veel publiek groen. In de wijk Watergraafsmeer in Oost zijn zowel relatief veel groene tuinen als publieke groenvoorzieningen aanwezig. Tuinen in Centrum relatief vaak niet groen ingericht In 2025 heeft de gemiddelde tuin in Amsterdam naar schatting 44 procent groen grondoppervlak. Hoewel in stadsdeel Centrum groen over het algemeen het meest voorkomt in tuinen, laat kaart 3.4 zien dat het aandeel van de tuinen dat groen is hier lager dan gemiddeld is.
Ook in de Noordelijke IJ-oevers, Amstel III en delen van de Bijlmer in Zuidoost, Bloemendalerpolder in Weesp en De Aker, de Delflandpleinbuurt en het Overtoomse Veld in Nieuw-West zijn de tuinen relatief weinig groen. In Buitenveldert, Geuzenveld, Weespersluis, delen van Watergraafsmeer, Bovendiep en delen van Westpoort hebben de (bedrijfs)tuinen een groener karakter. Bereidheid tot vergroenen van de eigen tuin groot in Centrum-Oost en Oud-West Uit het Grote Groenonderzoek 2024 blijkt dat 65 procent van de Amsterdammers (misschien) bereid is om de eigen tuin te vergroenen. Dit aandeel ligt relatief hoog in de gebieden Centrum-Oost en Oud-West, De Baarsjes (beide 76%). De bereidheid om te vergroenen is lager in Noord-Oost (54%), Gaasperdam (52%) en Weesp, Driemond (47%).
21
Figuur 3.3 Aandeel privaat groen in het landoppervlak naar buurt, 1-1-2025
Figuur 3.4 Gemiddeld percentage groen in tuinen, 1-1-2025
Bron: BGT & Beeldmateriaal Pléiades Neo, bewerking O&S
22
4 Publiek groen in de woonomgeving
Dit hoofdstuk beschrijft hoeveel publiek groen landoppervlak er in de stad is per Amsterdammer en hoe dit per buurt verschilt.
4.1
Hoeveelheid publiek groen per inwoner niet verder afgenomen
Begin 2025 heeft de gemeente Amsterdam gemiddeld 57 m² publiek groen per inwoner. Dit is 4,9 procent minder dan in 2020 en 2021, toen het om 60m² per inwoner ging. Onderstaande figuur laat zien dat de afname vooral komt door de toename van het aantal inwoners. De hoeveelheid publiek groen nam in deze periode slechts zeer licht af. De afname van de hoeveelheid publiek groen per inwoner is gestagneerd in 2024. De bevolking groeit minder sterk en ook is de hoeveelheid publiek groen licht toegenomen. Figuur 4.1 Aantal inwoners van de gemeentes Amsterdam en Weesp, oppervlakte publiek groen en de hoeveelheid publiek groen per inwoner, index (2020=100) 106 bevolking
104 102
publiek groen
100 98
publiek groen per inwoner
96 94
92 2020
2021
2022
2023
2024
2025
Bron: BGT & CBS, bewerking O&S
4.2
Binnen de ring vaak weinig publiek groen per inwoner
Met uitzondering van Watergraafsmeer en stadsdeel Noord tellen verreweg de meeste buurten binnen de ring A10 minder dan 10m² publiek groen per inwoner. In enkele buurten in stadsdeel Centrum is zelfs helemaal geen publiek groen aanwezig (zie afb. 4.2). In de overige delen van de stad is er aanzienlijk meer groen per inwoner aanwezig.
23
Figuur 4.2 Aantal vierkante meter publiek groen per inwoner naar buurt, 1-1-2025
bron: BGT & CBS, bewerking O&S
4.3
Weinig recreatief groen per woning in Centrum
Recreatief groen is vooral bedoeld om er te verblijven, van de natuur te genieten, te sporten of tot rust te komen. Afbeelding 5.2 toont de verschillen tussen buurten in de hoeveelheid recreatief groen dat per woning in de buurt aanwezig is. Grotere stadsparken blijven daarbij buiten beschouwing, omdat die vaak een onbewoonde buurt vormen. De nabijheid van parken staat beschreven in de volgende paragraaf. In grote delen van Centrum is geen recreatief groen aanwezig. In de overige buurten binnen de ring blijft de hoeveelheid recreatief groen doorgaans onder de 25 m² per woning. In Zuidoost, Noord-West en Noord-Oost, Nieuw-West, Watergraafsmeer en delen van Zeeburgereiland en IJburg is recreatief groen minder schaars. Dit komt zowel door een onevenredige verdeling van recreatief groen over de stad als door verschillen in woningdichtheid.
24
Figuur 4.3 Aantal vierkante meter recreatief groen per woning naar buurt, 1-1-2025
bron: BGT & CBS, bewerking O&S
4.4
95% woningen minder dan 10 minuten lopen van park vandaan
Uit het Grote Groenonderzoek is bekend dat veruit de meeste Amsterdammers lopend naar hun favoriete park gaan. Eén van de doelen uit de Groenvisie is dat Amsterdammers binnen 10 minuten wandelen vanaf hun woning in een openbare parkachtige omgeving kunnen zijn. Dit staat gelijk aan een afstand van circa 850 meter over de weg. Voor alle Amsterdamse woningen is berekend wat de loopafstand over de weg is naar het dichtstbijzijnde stadspark, stadsplantsoen of natuurpark. Daarbij zijn ook enkele natuurparken meegenomen die net buiten Amsterdam liggen (Amsterdamse Bos, Spaarnwoude, ‘t Twiske). Op 1 januari 2025 ligt 95 procent van de woningen binnen 10 minuten wandelen van een park of plantsoen. Loopafstand meer dan 850 meter in delen van Centrum, Noord en Weesp De buurten waar woningen gemiddeld verder dan 10 minuten lopen van parkachtig groen verwijderd zijn, liggen midden in de stad of juist aan de rand (zie afbeelding 4.4). In de oude binnenstad liggen parken op relatief grote afstand. Dit zien we ook terug in de waardering van bewoners voor het groenaanbod. In het tweejaarlijkse onderzoek Wonen in Amsterdam geven bewoners van Centrum het groenaanbod in hun eigen buurt vaak een ruime onvoldoende.
Daarnaast zijn er vier buurten in Amsterdam die een klein aantal inwoners hebben en relatief ver van een park liggen: Sloterdijk Poort-Noord en Riekerhaven in Nieuw-West, het VU-kwartier in Zuid en de Hoge Dijk in Zuidoost. Voor deze buurten is niet bekend hoe bewoners het groenaanbod beoordelen.
25
Ook in Weesp en Noord zijn buurten waar de afstand tot een park groter is dan 850 meter. Wel hebben deze gebieden veel natuur of agrarisch groen in de directe omgeving. Bewoners van Waterland en Oostzanerwerf in Noord geven het groenaanbod in hun buurt relatief hoge cijfers (respectievelijk 7,7 en 7,2). In de buitendelen van Weesp geven bewoners een gemiddelde beoordeling voor Amsterdam, variërend van 6,6 tot 6,8. Figuur 4.4 Gemiddelde loopafstand van woningen tot parkachtig groen naar buurt, 1-1-2025
Bron: BGT, hoofdgroenstructuur Gemeente Amsterdam, Open Streetmap
Tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2025 zijn de loopafstanden naar parken nauwelijks veranderd. Loopafstanden worden beïnvloed door drie factoren: de ligging van de parken, het aantal woningen, en de ligging van de wegen. De laatste twee jaar is met name het aantal woningen veranderd. Vanwege het lokale karakter heeft dit nauwelijks invloed gehad op de gemiddelde loopafstand tot de parken.
26
5 Bomen en groene daken
Hoofstuk 1 tot en met 4 beschrijven de indeling van het landoppervlak van Amsterdam. In die cijfers zijn het groen op daken en de bomen op straat niet meegerekend. In dit hoofdstuk kijken we naar het hoger gelegen groen, de boomkronen en het groen op daken. Beide typen groen zijn met satellietbeelden en hoogtemodellen in kaart gebracht.
5.1
Publieke ruimte voor 21% bedekt met boomkronen
Van het landoppervlak van de gemeente Amsterdam is naar schatting 15 procent bedekt met boomkronen. In de publieke ruimte ligt dit percentage op 21 procent en in de private gebieden op 6 procent. Dit laatste percentage is met name laag omdat het vaak om weilanden gaat. De publieke ruimte in stadsdeel Zuid is het meest bedekt met boomkronen (34%), gevolgd door Zuidoost en Nieuw-West (beide 29%). Alleen in Weesp ligt de boomkroonbedekking ruim onder het stedelijk gemiddelde. Dit komt onder andere doordat het stadsgebied minder parkachtige gebieden heeft en er minder bomen staan in de woonkernen. Ook het industrieterrein in Weesp-Noordwest telt weinig bomen. Inmiddels is de nieuwbouw in de Bloemendalerpolder al wel zover dat hier weer nieuwe bomen worden aangeplant en neemt de boomkroonbedekking toe. Figuur 5.1 Aandeel publieke ruimte dat bedekt wordt door boomkroon naar stadsdeel, 2024
Amsterdam
21
Zuid
34
Zuidoost
29
Nieuw-West
29
West
23
Noord
21
Centrum
20
Oost
20
Weesp
11 0
10
20
30
40
Bron: BGT & Beeldmateriaal Pléiades Neo, bewerking O&S
De oppervlakte met boomkronen neemt ook toe door de groei van relatief jonge aanplant. Dat gebeurt onder andere in de Osdorper Bovenpolder en De Aker in Nieuw-West.
27
Figuur 5.2 Percentage publieke ruimte dat bedekt wordt door boomkroon, 2024
Bron: BGT & Beeldmateriaal Pléiades Neo, bewerking O&S
In tuinen is de gemiddelde boomkroonbedekking 16 procent. In Noord, West, Nieuw-West, en Zuid is het percentage boomkroon in tuinen het grootst. Buurten met meer dan 50% boomkroonbedekking op particulier terrein zijn veelal buurten met parkachtige gebieden en sportparken. Van de buurten met woningen hebben de Willemparksbuurt-Noord, Cornelis Schuytbuurt, Hiltonbuurt en de Prinses Irenebuurt in Zuid de meeste boomkroonbedekking. Figuur 5.3 Percentage boomkroonbedekking in tuinen, 2024
Amsterdam
16%
Noord
22%
West
21%
Nieuw-West
21%
Zuid
20%
Oost
17%
Zuidoost
13%
Weesp
13%
Centrum
13%
Westpoort
2%
Bron: BGT & Beeldmateriaal Pléiades Neo, bewerking O&S
28
5.2
94% woningen heeft zicht op minstens 3 bomen
Een bekende theorie is dat vanuit elke woning drie bomen zichtbaar zouden moeten zijn om groenere, gezondere en veerkrachtigere wijken te creëren (Konijnendijk, 2023). In 2024 voldoet 94 procent van de bewoonde panden in Amsterdam aan deze theorie. Daarbij zijn zowel de bomen in de publieke ruimte als die op particulier terrein meegeteld. Vanuit drie procent van de bewoonde panden zijn geen bomen zichtbaar. Figuur 5.4 Bewoonde panden in Amsterdam naar de zichtbaarheid op bomen, 2024, procenten Zuidoost
100
Nieuw-West
99
Noord
98
2
West
97
2
Oost
96
3
Zuid
96
3
3 of meer bomen
1 of 2 bomen
Weesp
85
Centrum Westpoort
71
11
17
7
17
83
Amsterdam 0%
8
geen bomen
94 20%
40%
3 3 60%
80%
100%
Bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen, O&S
In landelijke gebieden, bedrijventerreinen en zeer stedelijke gebieden minder vaak zicht op bomen In de meeste buurten biedt minstens 90 procent van de woningen zicht op drie bomen of meer. In de dichtbevolkte negentiende-eeuwse gordel ligt dit percentage lager en gaat het doorgaans om 50 tot 90 procent. Ook in grote delen van IJburg, het Oostelijk havengebied, Weesp en de wijken Volewijck, IJplein/Vogelbuurt en Kadoelen in Noord heeft ongeveer 50 procent tot 90 procent van de woningen uitzicht op minstens drie bomen. In stadsdeel Centrum ligt het gemiddelde percentage het laagst (71%, zie figuur 4.2). De buurten waar minder dan de helft van de woningen zicht heeft op minstens drie bomen zijn veelal landelijke gebieden met weilanden, bedrijventerreinen of juist zeer stedelijke gebieden met smalle straten. In het laatste geval gaat het om de Jordaan, de buurten tussen het Centraal Station en het Leidseplein, de Willibrordusbuurt in de Pijp, de Bellamybuurt Zuid in Oud-West en het Filips van Almondekwartier in De Baarsjes.
29
Figuur 5.5 Aandeel panden met zicht op minstens 3 bomen, naar buurt, 2024
Bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen, O&S
5.3
Ruim 2% van de daken is groen
In 2024 telt Amsterdam 3.006 groene daken. Dit komt neer op 2,2 procent van alle daken. Een dak wordt gezien als groen wanneer er meer dan 30m² groen op aanwezig is. Bijna twee derde van de groene daken (64%) ligt op een woning. De stadsdelen Zuid en Nieuw-West tellen de meeste groene daken. Figuur 5.6 Aantal groene daken naar type pand en stadsdeel, 2024 450 woning
400 350
422
overige gebouwen
365
300 250 200
269
257
233
196
150
200
196
169
130
100
126
132
122 75
50 0
28 36
Zuid
Nieuw-West
Oost
West
Centrum
Noord
Zuidoost
48
Weesp Westpoort
Bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen, O&S
30
De groene daken liggen verspreid over de hele stad. De F-buurt in Zuidoost telt de meeste. Dit is een vrij nieuwe buurt met veel eengezinswoningen in Bijlmer Centrum. Ook andere buurten met relatief veel groene daken zijn vaak nieuw, zoals op IJburg, aan de oostoever van de Sloterplas en Werengouw Midden in Noord. Op de Zuidas hebben bedrijven vaak een groen dak. Figuur 5.7 Aantal groene daken in Amsterdam naar buurt, 2024
Bron: Basisregistratie Adressen en Gebouwen, O&S
31
6 De waarde van groen voor sociaal welzijn
Een prettige, groene leefomgeving is van en voor iedereen en nodigt uit tot ontmoeting en initiatief, aldus de Groenvisie. Groengebieden bieden ruimte voor ontmoeting, ontspanning en gezamenlijke activiteiten, mede dankzij faciliteiten zoals zitgelegenheid, speelplaatsen, horecagelegenheden en hondenlosloopgebieden. Daarnaast zijn er specifieke bestemmingen die ruimte bieden voor gezamenlijk beheer en sociale interactie, zoals volkstuinparken en schoolwerktuinen. Ook evenementen in het groen kunnen bijdragen aan het samenbrengen van mensen. Dit hoofdstuk beschrijft in hoeverre stadsparken, stadsplantsoenen en natuurparken bijdragen aan het sociaal welzijn van Amsterdammers.
6.1
Vooral stadsparken worden bezocht voor sociale activiteiten
Driekwart van de Amsterdammers (76%) geeft aan dat het groen in de stad (erg) belangrijk is voor hun sociale leven. Bijna vier op de tien (37%) gingen het afgelopen jaar naar een park om bijvoorbeeld af te spreken met bekenden, onder de mensen te zijn of een evenement te bezoeken. Mensen gaan hiervoor het meest naar een stadspark (43%), op afstand gevolgd door natuurparken (14%) en stadsplantsoenen (9%) (O&S, 2025). De parkachtige groengebieden die inwoners het afgelopen jaar het meest hebben bezocht voor sociale activiteiten zijn: 1. Westerpark (door 67% van Amsterdammers) 2. Park Somerlust/Overamstel/Bella Vistapark (59%) 3. Museumplein (57%) 4. Sarphatipark (49%) 5. Erasmuspark (48%).
6.2
Voorzieningen in parken voor ontmoeten
De volgende tabellen laten zien in welke mate er voorzieningen in parken aanwezig zijn die ontmoetingen kunnen faciliteren en stimuleren, en hoe gebruikers deze voorzieningen beoordelen.
32
Tabel 6.1 Aanwezigheid van voorzieningen t.b.v. sociaal welzijn per type groengebied, 2022 en 2024
stadsparken
% met horeca
% met speelvoorziening
aantal bankjes per hectare
% hondenlosloopgebied van totale oppervlakte
2022
2024
2022
2024
2022
2024
2022
2024
20
20
n.b.
28
n.b.
0,8
41
41
stadsplantsoenen
2
2
n.b.
19
n.b.
2,3
10
10
natuurparken
12
12
n.b.
29
n.b.
0,2
8
9
Hoofdgroenstructuur, Verkeer & Openbare Ruimte Gemeente Amsterdam, Open Streetmap Tabel 6.2 Aandeel van de Amsterdammers van wie dit het meest bezochte type groen is dat (heel) tevreden is met de aanwezige voorzieningen horeca speelvoorziening zitgelegenheid hondenveld (% ouders) (% hondenbezitters) stadsparken 41 40 60 53 stadsplantsoenen
42
n.b.
41
n.b.
natuurparken
33
40
54
51 Bron: GGO 2024
Horeca vooral aanwezig in stadsparken, maar ook gewaardeerd in plantsoenen Horecagelegenheden bieden een plek om samen te zitten en om nieuwe sociale contacten op te doen. Horeca is het meest aanwezig in de stadsparken (20%, zie tabel 7.1). In natuurparken gaat het om 12 procent en in stadsplantsoenen 2 procent. Het aandeel groengebieden met een horecagelegenheid is de laatste twee jaar niet veranderd. Ruim vier op de tien bezoekers die graag stadsparken of stadsplantsoenen bezoeken, zijn (heel) tevreden met de horecavoorzieningen in deze gebieden (zie tabel 7.2). Bij natuurparken is dit met één op de drie lager. Vier op de tien ouders tevreden met de speelvoorzieningen in het groen Speelplaatsen zijn behalve een speelplek voor kinderen ook een ontmoetingsplek voor ouders en verzorgers. In bijna 3 op de 10 stads- en natuurparken zijn speelvoorzieningen aanwezig. Stadplantsoenen hebben minder vaak een plek om te spelen (19%). Vier op de tien ouders zijn tevreden met de speelvoorzieningen in de stads- en natuurparken. Het aantal respondenten met kinderen dat vooral plantsoenen bezoekt is te klein om uitspraken te kunnen doen over de speelvoorzieningen in plantsoenen. Wanneer ook de mening van respondenten zonder kinderen wordt meegenomen, ligt de tevredenheid over de speelvoorzieningen in plantsoenen dicht bij die van stadsparken.
De tevredenheid met de speelvoorzieningen in natuurparken daalt echter naar 25 procent als we de mening van mensen zonder kinderen meenemen. Mogelijk passen de speelvoorzieningen voor deze groep minder bij de natuurbeleving die ze op dat moment zoeken. Plantsoenen bieden meeste zitgelegenheid, tevredenheid het hoogst in parken Op zitbanken kun je samen zijn met bekenden, maar ook in gesprek raken met anderen. Stadsplantsoenen tellen de meeste bankjes per hectare (2,3). In stadsparken en natuurparken is de bankjesdichtheid met respectievelijk 0,8 en 0,2 een stuk lager. In deze parken is men desondanks vaker tevreden met de bankjes dan in de plantsoenen.
33
Hondenlosloopgebied in natuurparken toegenomen Amsterdammers met honden kunnen in hondenlosloopgebieden in het groen samenkomen met andere hondeneigenaren en hun dieren. Het aandeel oppervlakte van het groengebied dat doorlopend als hondenlosloopgebied is aangewezen, is het hoogst in stadsparken (41%). Dit ligt een stuk lager in stadsplantsoenen en natuurparken, waar ongeveer een tiende van de oppervlakte bestaat uit hondenlosloopgebied. In natuurparken is deze oppervlakte in 2024 wel toegenomen. Ruim de helft van de mensen met een hond is tevreden met de hondenvelden in het type park dat zij zelf het meest bezoeken. Voor stadsplantsoenen is dit cijfer niet bekend. Respondenten zonder hond blijken relatief tevreden te zijn met de hondenvelden in plantsoenen. Mogelijk juist omdat daar relatief weinig hondenvelden zijn.
6.3
Meer, maar minder grote evenementen in het groen
Evenementen in het groen vergroten de potentie tot ontmoeting. Ze zijn er in alle soorten en maten en met elk een eigen doelgroep, van buurtborrels tot grootschalige festivals. In 2024 zijn er 248 vergunningen verstrekt voor evenementen in een groengebied. In driekwart van de gevallen ging het om een klein evenement waar minder dan 1.000 bezoekers werden verwacht. De meeste evenementen vinden plaats in stadsparken (64%). Het aantal evenementen in 2024 ligt 14 procent hoger dan in 2022. De toename vond met name plaats in sportparken, stadsplantsoenen, landschappen en tuinparken. Het gaat vooral om kleine evenementen. Het aantal grote evenementen in het groen met meer dan 5.000 bezoekers nam af van 16 tot 11. In natuurparken vindt een beperkt aantal kleine evenementen plaats. In 2024 ging het slechts om 1 evenement. Tabel 6.3 Aantal vergunningen voor evenementen (excl. Koningsdag) in groengebieden, 2022-2024 klein 2022
(< 1.000) 2024
middelgroot 2022
2024
groot 2022
(> 5.000) 2024
totaal 2022
2024
stadspark
123
120
25
33
14
5
162
158
sportpark
23
35
12
13
-
3
35
51
stadsplantsoen
7
18
-
1
-
-
7
19
landschap
-
5
1
1
-
-
1
6
groene verbinding
4
3
-
1
-
1
4
5
tuinpark
-
3
-
-
2
2
2
5
gedenkpark
1
2
2
1
-
-
3
3
natuurpark
4
1
-
-
-
-
4
1
162
187
40
50
16
11
218
248
totaal
Bron: Hoofdgroenstructuur Gemeente Amsterdam
In het GGO 2024 zegt 36 procent het meestal of altijd acceptabel te vinden wanneer er evenementen worden georganiseerd in groene gebieden. Een ongeveer even grote groep (35%) vindt het soms wel en soms niet acceptabel en 22 procent vindt het meestal of altijd onacceptabel. Deze laatste groep heeft aangegeven onder welke voorwaarden zij de evenementen wel acceptabel zouden vinden (zie figuur 6.4). De meesten van hen vinden dat het groen niet (te veel) aangetast mag worden door het evenement en dat de geluidsoverlast beperkt moet blijven. Verder vindt ongeveer de helft dat omwonenden van
34
tevoren geïnformeerd moeten worden en/of dat er in het groen niet te veel en niet te grote evenementen georganiseerd moeten worden. Figuur 6.4 Voorwaarden waaronder festivals en evenementen volgens Amsterdammers wel in het groen georganiseerd kunnen worden, meerdere antwoorden mogelijk, 2024, procenten (n = 1.774) groen niet (te veel) aantasten
68
niet te veel geluidsoverlast
57
onwonenden van tevoren informeren
49
niet te veel geluidsoverlast
47
niet te groot
46
groen blijft deels toegankelijk
31
alleen overdag
21
geen parkeerproblemen
20
anders
5 0
10
20
30
40
50
60
70
Bron: GGO 2024
6.4
Sociale veiligheid: vier op de tien vermijden groen weleens
Sociale veiligheid in het groen is in de Monitor Groen niet eerder opgenomen als voorwaarde voor groen dat bijdraagt aan sociaal welzijn. Uit het Grote Groenonderzoek 2024 blijkt dat de ervaren veiligheid in het groen een actueel thema is: 4 op de 10 Amsterdammers vermijden weleens plekken in het groen omdat zij zich daar onveilig voelen. Dit geldt vaker voor jongvolwassen Amsterdammers, vrouwen, Amsterdammers met een migratieachtergrond en gezinnen met kinderen. Afbeelding 6.5 geeft de plekken in het groen weer die mensen vermijden vanwege de veiligheid. Het gaat vaak om stadsparken, zoals het Vondelpark, Rembrandtpark, Oosterpark, Sloterplas, Noorderpark en Gaasperplas. Ook wijzen zij locaties buiten de parken aan. Deze plekken bevinden zich voornamelijk in stadsdeel Noord, Nieuw-West en Oost. Respondenten geven aan dat hun veiligheidsgevoel in groengebieden sterk wordt beïnvloed door de aanwezigheid van anderen. Drukke parken met wandelaars en gezinnen voelen veiliger, terwijl verlaten plekken of groepen met intimiderend gedrag, zoals schreeuwen of drugsgebruik, onveiligheid oproepen. Verlichting, overzicht en openheid dragen bij aan een gevoel van veiligheid, terwijl donkere, dichtbegroeide of onoverzichtelijke plekken vaak worden vermeden, vooral ’s avonds.