2. Rapport Monitor 2025 Omgevingsvisie v13042026.pdf
Tekst van het document
Monitor omgevingsvisie 2025 Onderzoek en Statistiek
, Ruimte en Duurzaamheid Onderzoek en Statistiek
In opdracht van: Projectnummer: Auteur: E-mailadres:
Ruimte en Duurzaamheid 12345 Onderzoek en Statistiek, in samenwerking met Ruimte en Duurzaamheid omgevingsvisie @amsterdam.nl
Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:
President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek .amsterdam.nl
Foto voorzijde:
Het Schip, fotograaf Edwin van Eis (2022)
Amsterdam, maart 2026
3
Inhoud
3
Inleiding
4
Methodiek
5
Samenvatting en conclusies
6
Meerkernige ontwikkeling
7
Spreiding grootstedelijke voorzieningen Stedelijke dichtheid Werkzame personen in Amsterdam Werknemers buiten de gemeente
Groeien binnen grenzen Toegang tot wonen Woningbouwproductie Maakindustrie en stadsverzorgende bedrijvigheid Energielabels Elektriciteitsinfrastructuur CO2 -uitstoot en grondstoffenverbruik Opwek hernieuwbare energie Luchtkwaliteit Ervaren overlast van verkeers - en vliegtuiglawaai
Duurzaam en gezond bewegen Fietstevredenheid Verkeersveiligheid Sport en beweging Openbaar vervoer Aanbod dagelijkse voorzieningen Herbestemmen parkeerplaatsen Verplaatsingen per vervoerswijze
Rigoureus vergroenen Oppervlak groen per inwoner Gemiddelde afstand tot groen Biodiversiteit Organische reststromen Schaduw in de stad
Samen stadmaken Ervaren invloed op besluitvorming Wooncoöperaties Segregatie -index Buurttevredenheid
Literatuurlijst
9 10 12 13
14 16 17 18 20 21 22 23 24 26
28 31 32 33 34 35 38 39
40 42 44 45 46 47
48 50 51 52 54
55
Inhoud
3
Inleiding
Dit is de tweede editie van de Monitor Omgevingsvisie Amsterdam. De ze tweejaarlijkse monitor laat aan de hand van beschrijvingen , grafieken en kaarten zien hoe het in Amsterdam staat met de vijf strategische keuzes en vele onderliggende doelen uit de omgevingsvisie. De in 2021 vastgestelde ‘Omgevingsvisie Amsterdam 2050 – Een menselijke metropool ’ is i n 2025 geactualiseerd. De ze actualisatie be helsde een samenvoeging met de omgevingsvisie Weesp, geschikt making voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en opname van sinds 2021 vastgesteld beleid. Het bevat geen nieuwe richtingen, dus de inhoudelijke grondslag van deze monitor is vrijwel gelijk aan die van 2023. Wel bedoelen we nu met ‘de stad’ Amsterdam én Weesp. Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie die op hoofdlijnen en vooral gemeentebreed ambities uitspreekt . Dat geldt ook voor d eze monitor : het geeft een globaal beeld van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente en de mate waarin die de doelen van de omgevingsvisie volgt. Op project - of buurtniveau kunnen bevindingen genuanceerder liggen. Voor projectinformatie die recht doet aan nuances , moeten de betreffende project nota’s en dergelijke worden geraadpleegd . Deze monitor is opgesteld in samenwerking tussen Onderzoek en Statistiek (O&S) en Ruimt e en Duurzaamheid (R&D) .
In grote lijnen heeft O&S voor de kaarten en grafieken gezorgd en R&D voor de ‘ontwikkelingen in vogelvlucht ’, waar elk hoofdstuk mee begint. R&D is opdrachtgever voor deze monitor .
4
Methodiek
Evenals in de eerste monitor uit 2023 zijn de pijlers voor de ze monitor : Meerkernige ontwikkeling Groeien binnen grenzen Duurzaam en gezond bewegen Rigoureus vergroenen Samen stadmaken .
de vijf strategische keuzes
uit de omgevingsvisie
Onder elk van de ze vijf strategische keuzes vallen subdoelen , deels afkomstig uit de Omgevings effect rapportage (OER) . Deze monitor loopt de subdoelen per strategische keuze langs, zonder eerst alle omgevingsvisie doelen op een rij te zetten. Daar kan de lezer de omgevingsvisie zelf op naslaan. Per strategische keuze beschrijven we eerst in vogelvlucht in hoeverre kwalitatieve doelen worden gehaald die minder goed in kaarten of grafieken zijn uit te drukken. Daarna volgen kaarten en grafieken. Die laatste zijn vooral op basis van harde data, de kwalitatieve beschrijvingen vaker via ‘expert judgements’: interne dossierhouders die aangaven hoe ‘hun’ beleid of project ervoor staat. Veel van deze informatie is terug te vinden op projectpagina’s, in investeringsnota’s, raadsinformatie en dergelijke. Ten opzichte van de monitor uit 2023 hebben we verscheidene indicatoren laten afvallen , bijvoorbeeld omdat ze door lezers minder relevant werden be vonden . En w e hebben andere indicatoren toegevoegd, onder meer omdat we de indicatoren uit de OER beter tot hun recht wilden laten komen . Ook s ommige gebruikte bronnen zijn anders dan in de monitor uit 2023. Dat had meestal methodologische redenen (beschikbaarheid van data, beter passende gebiedsindelingen) en leidde vrijwel niet tot wezenlijk andere conclusies.
Als daar wel iets belangrijks over te melden valt, dan leest de lezer dit op de betreffende pagina’s. In de tekst is met nummers verwezen naar de bronnenlijst, die achterin te vinden is. Aangezien Weesp pas sinds maart 2022 onderdeel is de gemeente Amsterdam, zijn sommige gebruikte cijfers nog niet beschikbaar voor Weesp.
5
Samenvatting en conclusies
Veel doelen in de omgevingsvisie zijn ambitieus en niet in enkele jaren te realiseren , zie bijvoorbeeld het faseringshoofdstuk in de visie . Het horizonjaar is daarom 2050, niet 2025. Deze monitor moet d us niet als eindoordeel worden gelezen. Het laat tussenstanden zien ; het gaat om de richting en van ontwikkelingen , niet of doel en wel of niet al zijn b ehaald. De monitor toont dat verschillende ontwikkelingen inderdaad bewegen in de richting van omgevingsvisiedoelen: verdichting van buitenste stadsdelen komt serieus op gang, duurzame energie groeit en na twee mindere jaren gaat de w oningbouw weer de goede kant op , ook in de betaalbare categorieën . De energielabels van Amsterdamse woningen worden beter, de e nergietransitie zet door, m ateriaalgebruik daalt, verscheidene fietsverbindingen zijn verbeterd . Er is een participatieverordening gekomen, en hoewel inkomense xtremen soms groot zijn, wonen verschillende inkomensgroepen iets beter gemengd in de stad. Maar de monitor toont ook dat veel ontwikkelingen niet of nauwelijks bewegen in de richting van omgevingsvisiedoelen, of zelfs in tegenovergestelde richting. Bij verscheidene thema’s is juist de laatste paar jaar een zich van omgevingsvisiedoelen afbuigend e knik te zien: bij s tadsverzorgende bedrijvigheid , CO 2 -uitstoot , fijnstof, v erkeersveiligheid , herbestemm ing van auto parkeerplaatsen en ov -gebruik.
Voorts blijkt de tevredenheid over met name commerciële voorzieningen vaak het laagst in nieuwe gebiedsontw ikkelingen, en zijn delen van de Agenda Samen Stadmaken nog niet dichterbij gekomen. Onder andere wooncoöperaties bereiken niet het omgevingsvisiedoel van tien procent van de woningvoorraad in 2040. Aangezien knikken onderdeel kunnen zijn van ‘normale’ schommelingen en ontwikkelingen tal van oorzaken kunnen hebben, interpreteert en beoordeelt deze monitor zo min mogelijk. Het is aan inwoners, bestuurders en beleidsmakers om te bepalen of er aanleiding is voor extra inzet of beleid , of voor het bijstellen van de uitvoering. Voor vragen, tips of opmerkingen over deze monitor kan worden gemaild naar het programmateam Omgevingsvisie: omgevingsvisie@amsterdam.nl
6
Meerkernige ontwikkeling
Amsterdam heeft een centrum waar een groot deel van de stedelijke activiteit op is gericht . Door functies beter te spreiden , kan het centrum worden ontlast en k an elders in de gemeente vitaliteit ontstaan waar dat juist zeer welkom is . Het doel is onder meer om stationskwartieren en de gebieden rondom Zuidas, Osdorpplein, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein tot grootstedelijke stadscentra te ontwikkelen . Meerkernigheid richt zich ook op de regio , met name voor werkgelegenheid : vermindering van de concentratie van werk in Amsterdam kan leid en tot kleinere foren senstromen.
Enkele ontwikkelingen in vogelvlucht Uitplaatsing van hoogstedelijke - of vrijetijdsvoorzieningen uit het toeristische centrum komt nauwelijks op gang. Uit intern onderzoek [1] blijkt dat de interesse en bereidheid van functies om te verhuizen naar buiten dit gebied vooralsnog nihil is. Gedwongen verplaatsing is bij vrijwel alle functies niet aan de orde. Stationskwartieren ontwikkelen zich wisselend. Voor Muiderpoort en Lelylaan zijn studies gedaan en ambities geformuleerd, maar voor de eerst e is nog geen prioriteit en de tweede heeft te maken met conserverende erfgoedregelgeving . Rondom Sloterdijk en Amstel is veel verbetering en verdichting zichtbaar , ook de komende jaren . Rondom Zuid gaa n ontwikkelingen stevig door , onder meer met de transformatie van het voormalige ABN AMRO -gebouw. Het ArenaPoort -gebied ontwikkelt zich snel , met als ambitie een gemengd stadsgebied met kantoren, vrijetijdsvoorzieningen en 5 .700 extra woningen. I n 2025 zijn er zo’n 1.000 woningen in aanbouw, in 2026 worden er 1.400 in aanbouw genomen (waaronder op de langverwachte GETZ -kavel) en in 2027 volgen weer nieuwe ontwikkelingen, waaronder een optopping. Het winkelcentrum en andere zaken in het gebied word en opgeknapt. Stationskwartier Holendrecht staat op de drempel van flinke verdichting, met torens tot 50 meter hoog.
Dat gaat met veel samen stadmaken , onder meer via een burgerjury bij tenders. In 2024 viel het investeringsbesluit, in 2026 starten de werkzaamheden. Er verandert veel, ook in het winkelcentrum . Er komen per saldo 650 woningen bij. Ten westen van station Holendrecht wordt het Paasheuvelwegkwartier volop ontwikkeld. Wel blijkt het lastig om beide kanten van het spoor tot één geheel te maken , in een goede functiemix . In 2024 is de Investeringsnota Stadscentrum Osdorpplein fase 2 vastgesteld, met daarin cultuurcentrum Nieuwe Meervaart aan de Sloterplas en vijf andere ontwikkellocaties met ruim 1.000 woningen en allerlei andere functies. Begin 2026 wordt de Nieuwe Meervaart getenderd , eind 2026 worden gebouw MIX met 530 woningen en het Verhalenhuis (met OBA XL, Filmhuis en Arabisch cultuurcentrum) opgeleverd. In 2026 wordt tevens gestart met het eerste deel van de Nieuwe Osdorpergracht. Haven -Stad had als grootste en een van ‘s lands meest complexe binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen (tot 70.000 extra woningen) een lange start. I nmiddels begint de
7
ontwikkeling vorm te krijgen . De verdichting van Sloterdijk Centrum gaat de laatste tijd sneller dan gedacht en nadert z’n voltooiing. In steeds meer andere deelgebieden worden kantelpunten bereikt. Voor Sloterdijk 1 zuid (zo’n 3.000 woningen) liggen er definitieve ontwerpen en komt de bouw de komende ja ren op gang. In Sloterdijk 1 noord staan de meeste eigenaren en erfpachters in de startblokken om te ontwikkelen . Dat geldt ook voor de Minervahaven, al vergt dat nog grondoverdracht vanuit het Havenbedrijf. Andere factoren die het ontwikkelproces hier en daar ophouden, zijn netcongestie en weinig (verwerving van) eigen gemeentegrond voor de realisatie van publieke functies. Plannen voor bijzondere voorzieningen met een stadsbrede aantrekkingskracht zijn er nog niet. De ontsluiting van Haven -Stad gaat moeizaam: een route door de volkstuinen ligt zeer gevoelig, de metro duurt zeer lang en is niet zeker . Er komt waarschijnlijk wel een busbaan, evenals een nieuw park in het IJ. De o ntwikkeling van het Cornelis Douwesgebied aan de noordkant van het IJ gaat door allerlei oorzaken (provincie, economische belangen) nog wel even duren. De gebiedsontwikkeling in Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN) duurt lang, maar lijkt nu aardig los te komen. In 2024 zijn twee investeringsbesluiten genomen voor de herontwikkeling van het Buikslotermeerplein, waar onder winkelcentrum Boven ’t Y.
Er komen daar de komende jaren zo’n 2.000 woningen bij. Aangezien de eiland -achtige basisstructuur van het winkelcentrum blijft, is ‘aanheling’ van omliggende gebieden moeilijk. Ook de verandering van de winkelstraten naar ‘gewone’ straten wordt lastig, onder meer o mdat de gemeente geen eigenaar en beheerder is. Het nu nog lege gebied tussen winkelcentrum en station Noord wordt tot 2030 herontwikkeld met woningen, horeca, cultuur, kantoren en groene pleinen. Veel woningen lijken wel aan de kleine kant te worden en vanwege beperkte marktvraag komen er minder werkplekken dan voor zo’n centrumgebied eigenlijk zou moeten. Elzenhagen, direct ten westen van station Noord, gaat voorspoedig: tot 2028 verrijzen hier 1.800 woningen, scholen en (sport)voorzieningen. Bruggen over het IJ liggen er voorlopig niet. Van alle ambities voor oeververbindingen over het IJ is alleen voor de oostbrug een project team met financiering . Onderzoek naar aansluitende routes loopt, participatie eveneens. De oostbrug wordt vrijwel zeker alleen voor fietsers en voetgangers en ligt er omstreeks 203 4. De westbrug is onzekerder . Een reëel jaartal valt niet te noemen , maar deze brug was in de visie ook niet spoedig beoogd . Ideeën voor een kabelbaan zijn voorlopig op pauzestand gezet .
In het Schinkelkwartier wordt voor de Schinkelbrugverbinding inclusief toevoerroutes gewerkt aan een integraal plan van eisen en schetsontwerp. In 2026 volgt daarover publieksdiscussie, aan financiering wordt gewerkt. Er komt een gefaseerde uitwerking, gelijk oplopend met de pla nontwikkeling van de deelgebieden. De brugverbinding ligt er naar verwachting over een jaar of tien . De ontwikkeling van stadsstraten en stadslanen krijgt deels vorm in huidige gebiedsontwikkelingsprojecten, zoals voor de Burgemeester Roëllstraat. Er zijn nog geen plannen voor dragende autoroutes als de Gooiseweg en de Lelylaan , omdat de effecten van het autoluw maken van omliggende buurten hier nog onduidelijk zijn. Bovendien is er nog onvoldoende zicht op de financiële gevolgen van deze transformaties.
8
Spreiding grootstedelijke voorzieningen De omgevingsvisie stelt dat zich naast het stadscentrum meerdere stadsdeelcentra moeten ontwikkelen met een compleet aanbod van grootstedelijke voorzieningen . Dit kunnen bijvoorbeeld culturele voorzieningen zijn. Als we kijken naar musea, theaters, muziekpodia, bioscopen en filmhuizen , is te zien dat deze nu geconcentreer d zijn in het Centrum : ongeveer de helft van die voorzieningen is daar te vinden . Op grote afstand volgen Oost en Zuid, met respectievelijk 13 en 11 procent van het totale aanbod. In Zuidoost, Nieuw -West en Weesp zijn per stadsdeel minder dan 5 procent van deze voorzieningen gevestigd. Aandeel grootstedelijke voorzieningen, per stadsdeel, 2024
[2]
9
Stedelijke dich theid Net als het aantal grootstedelijke voorzieningen is dichtheid een belangrijk e maat voor meerkernige ontwikkeling. Dit kan worden gemeten met de ‘Floor Space Index’ (FSI) , oftewel de bebouwingsdichtheid. De FSI is berekend voor bouwblokken. In Centrum en Zuid zijn veel hoge FSI -scores te zien, hier zijn de blokken dichtbebouwd. Ook vallen enkele locaties met veel kantoren op, zoals Amstel III/Bullewijk en de Zuidas. Aan de randen van de gemeente is de dichtheid veelal lager. Floor Space Index, per b
ouwblok, 2024 [3] [4]
Om de ontwikkeling van de dichtheden in de gemeente in beeld te brengen, wordt de FSI van 2024 vergeleken met d ie van 2019. Bij een negatief verschil is de dichtheid afgenomen , bijvoorbeeld door sloop . De kaart laat zien dat dat maar weinig gebeurt . Positieve verschillen wijzen op verdichting . Omdat de FSI al bij een kleine wijziging (zoals plaatsing van een dakkapel) verandert , hanteert de kaart een ondergrens om relevante verschillen tussen 2019 en 2024 te laten zien. Forse verdichting is zichtbaar in gebiedsontwikkelingen als NDSM terrein, B loemendalerpolder en Zuidas.
10
Verschil in Floor Space Index, per bouwblok, 2019
en 2024 [3][4]
11
Werkzame personen in Amsterdam De omgevingsvisie geeft aan dat er tot 2050 ruimte gemaakt word t voor 200.000 extra arbeidsplaatsen. Het aantal werkzame personen in Amsterdam blijft gestaag toenemen. opzichte van 2022 zijn er in 2024 ongeveer 25.000 arbeidsplaatsen in de gemeente bijgekomen. Aantal werkzame personen, Amsterdam, 2008
Ten
– 2024 [5]
In het centrum zijn de meeste werkzame personen per 1.000 inwoners , en dat aandeel groeit . Er zijn daar meer werkenden dan bewoners . In Zuidoost is het aantal werkenden bijna gelijk aan het aantal bewoners. In alle stadsdelen is het aantal werkzame personen per 1.000 inwoners toegenomen , maar die toename lijkt af te vlakken . In Zuidoost is zelfs een minieme daling van het aandeel werkenden ingezet. In sommige stadsdelen (Centrum, Nieuw -West , Zuid) is de stijging groter dan in andere (West, Oost) . Meerkernige ontwikkeling is nog niet zichtbaar. Aantal werkzame personen per 1.000 inwoners, per stadsdeel, 2015
, 2019 en 202 4 [5]
* Over Weesp zijn betrouwbare cijfers vanaf 2023 beschikbaar
12
Werk nemers buiten de gemeente De vele arbeidsplaatsen in Amsterdam trek ken veel forensen van buiten , vooral vanuit d irect omliggende gemeenten . Zo werkt 6 1 procent van de werkende bewoners van Diemen in Amsterdam, en is dit aandeel ook hoog voor Amstelveen (46 procent) , Landsmeer (5 1 procent), Oostzaan (42 procent), Ouder -Amstel ( 49 procent) en Waterland (4 1 procent) . Ook in grote gemeente n die niet rechtstreeks aan Amsterdam grenzen , zo als Utrecht (10 procent) , Haarlem (25 procent) en Purmerend (3 5 procent) werken veel inwoners in Amsterdam. Ten opzichte van 2021 zijn er kleine verschuivingen te zien. Zo is het percentage Amstelveners dat in Amsterdam werkt in twee jaar tijd gedaald van 48 naar 46 procent . Dit komt echter door een toename van de bevolking in Amstelveen. In absolute aantallen is de groep Amstelven ers d ie in Amsterdam werk t juist licht gegroeid . Een soortgelijk patroon is te zien in andere gemeenten rond Amsterdam.
Percentage werknemers dat in Amsterdam werkt, per gemeente, 202
4 [6]
13
Groeien binnen grenzen
De druk op Amsterdam is hoog : d e omgevingsvisie biedt daarom ruimte voor 150.000 extra woningen en 200.000 extra arbeidsplaatsen . Randvoorwaarde is dat deze groei het sociale fundament van de gemeente versterkt en het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. G roei binnen de huidige stadsgrenzen dus, met ook ruimte voor minder winstgevende sociale en economische functies . En op weg naar klimaatneutraliteit, met meer hergebruik en een zelfvoorzienende r energieopwekking.
Enkele ontwikkelingen in vogelvlucht De verduurzaming van de haven zet door. De beoogde milieuruimte voor onder meer energietransitie en circulaire economie is met het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (eind 2023) versterkt. De ambitie van een circulaire stad in 2050 krijgt steeds meer vorm. Het aandeel hout in nieuwbouw is sterk gegroeid van 0,5 procent in 2020 naar 14 procent in 2025, met meer dan 25 woongebouwen en 5 utiliteitsgebouwen. Het Innovatiepartnerschap Scholen leidt met criteria uit het landelijke Nieuwe Normaal tot gebouwen met een lage CO₂ -voetafdruk, beter demontabel en van betere kwaliteit. In de openbare ruimte neemt het aandeel van hergebruikte materialen toe dankzij het principe ‘ hergebruik, tenzij’, waarbij naast klinkers nu ook andere verhardingsmaterialen worden hergebruikt. Daarmee zijn de circulaire doelen nog niet in zicht. Ontwikkelingen worden nog geremd door weinig ambitieuze nationale normen, nationale regelgeving die het afdwingen van hogere gemeentelijke ambities verbiedt, beperkt inzicht in de CO₂ -uitstoot van ontwer pen, beperkte financiële prikkels voor houtbouw in transformatieprojecten, beperkte digitale systemen voor materialenbeheer en te weinig opslag - en verwerkingslocaties voor hergebruik in de openbare ruimte. In de vorige versie van deze monitor is er ingegaan op MPG-scores voor nieuwbouw hoeverre deze scores bekend zijn.
Wij achten de data hierover dusdanig onvolledig en onbetrouwbaar dat we rapportage hierover in deze monitor niet voortzetten. We verwachten dat deze data de komende jaren worden verbeterd, zodat hier in toekomstige edities van de monitor omgevingsvisie wel over kan worden gerapporteerd.
[7]
, en in
De belangrijkste maatstaf voor de intensivering van bedrijventerreinen is de Floor Space Ind ex (FSI) : de verhouding tussen het bruto vloeroppervlak (bvo) van de bebouwing en het totale terreinoppervlak. De FSI van Amsterdamse bedrijventerreinen is gemiddeld al hoger dan in de rest van Nederland . Op vrijwel alle Amsterdamse bedrijventerreinen is de FSI tussen 2019 en 2024 licht gestegen, met uitzondering van Landlust , Zeeburgereiland en het Bedrijventerrein Noord in Weesp . Wel gaat dat vaak met functies zoals kantoren, horeca en vrijetijdsvoorzieningen , functies dus die niet wenselijk zijn binnen het traditi onele bedrijventerreinprogramma. Functionele eisen, kosten en versnipperd eigendom maken intensivering, zeker gestapelde varianten, vaak lastig. De voortgang is trager dan gehoopt . I n Sloterdijk II Zuid,
14
Bedrijvenstrook Amstel III en Landlust/Westerkwartier zijn projecten gestart om dit te stimuleren . Gerealiseerde of in aanbouw zijnde g estapelde bedrijfsgebouwen zijn CTPark Amsterdam City in Westpoort en de Makerstoren in Sloterdijk. Een belangrijk sociaal fundament in een groeiende stad is het aanbod van maatschappelijke voorzieningen . Er zijn geen gemakkelijk bruikbare kwantitatieve data die laten zien hoe het hiermee staat. Wel wordt geconstateerd dat in nieuwe gebiedsontwikkelingen de meeste maatschappelijke voorzieningen , zoals scholen en basisvoorzieningen, een plek vinden. Minder goed lukt dat voor zorg - & opvanglocaties en buitensport. Verder zien we dat, mede door gebiedsontwikkeling, de betaalbaarheid van sociaal en economisch zwakkere functies onder druk staat. In de bestaande stad ligt de nadruk op behoud en onderhoud van reeds aanwezige voorzieningen en worden in enkele kwetsbare gebieden ondersteunende voorzieningen toegevoegd. Met de Ontwikkelstrategie 2035 is ontwikkeling, v erdichting en verbetering van naoorlogse wijken in een versnelling gekomen. Verschillende verkenningen en principenota ’s zijn recent opgestart , zoals voor Buitenveldert, Calandlaan, Klaprozenweg en omgeving, Melkweg, De Kleine Wereld, Hoptille en de Gaasperdammertunnelzone. Uiteraard duurt het nog lang voor ontwikkelingen hier zichtbaar worden voor iedereen .
Tot slot: voor groeien binnen grenzen is in enkele opzichten juist géén voortgang nodig. Alleen al behoud van bestaande open gebieden en groene waarden in een gemeente waar zoveel druk op staat , is moeilijk . De moeite die dat elke dag kost , is veelal onzichtbaar , maar wordt wel geleverd, zonder opbrengstencijfers in grafieken.
15
Toegang tot wonen In alle segmenten is de vraag groter dan het aanbod, behalve in de duurdere huursegmenten. Dit betekent dat huishoudens die eigenlijk op zoek zijn naar een woning in een ander segment, terecht komen in deze duurdere huursegmenten om toch in Amsterdam te kunnen wonen. Er is met name een tekort aan sociale huurwoningen. Ook in het koopsegment is er meer vraag dan aanbod. Ten opzichte van 2021 is de geschatte vraag naar het goedkoopste segment koopwoningen flink gedaald . Hier speelt mee dat de vraag deels meebeweegt met het aanbod : bij opd rogend aanbod ebt ook manifeste vraag weg . Er is in 2023 wat meer vraag naar woningen in het duurste koopsegment. Doordat er in het koopsegment meer vraag is dan aanbod, moet een deel van de huishoudens noodgedwongen (langer) huren. Toelichting: De blauwe omkadering geeft het woningaanbod aan. De gestapelde kolommen geven de vraag aan. Deze is uitgesplitst naar vraag uit het binnenland en vraag uit het buitenland.
Inschatting vraag en aanbod woningen in Amsterdam
, naar segment , 2021 en 2023 [8]
16
Woningbouwproductie In de omgevingsvisie wordt ruimte gemaakt voor 150.000 woningen erbij tot 2050. Hiervoor is het waardevol om de woningbouwproductie te monitoren. I n 2023 en 2024 zijn minder woningen in aanbouw genomen dan in voorgaande jaren , maar in 2025 ligt het aantal weer wat hoger . In 202 5 is de bouw gestart van 6.053 woningen in Amsterdam. Aantal woningen waarvan de bouw is gestart,
naar eigendom, 2015 – 202 5 [9]
Om de stad voor verschillende doelgroepen toegankelijk te houden, zijn er doelen gesteld voor typen toe te voegen woningen. In Amsterdam geldt sinds 2017 bij gebiedsontwikkeling het uitgangspunt 40 procent sociale huur , 40 procent midde ldure huur en 20 procent vrije sector . Hier kan in bepaalde gevallen van worden afgeweken. Van alle huurwoningen waarvan de bouw in 202 5 is gestart , valt 39 procent in het sociale huursegment en 27 procent in het middeldure huursegment. In 2024 was dat respectievelijk 42 procent en 22 procent. Daarmee wordt het streven van 40 procent midde nsegment nog niet gehaald . Het kan zijn dat een deel van het koopsegment nog in het middensegment valt , maar het is niet waarschijnlijk dat het doel van 40 procent in 2024 en 202 5 is behaald.
17
Maakindustrie en stadsverzorgende bedrijvigheid Op verdichtende b edrijventerreinen moet v oor de maakindustrie nog genoeg ruimte overblijven . De hoeveelheid ruimte voor bedrijven met industrie functie is de laatste jaren tamelijk stabiel , hoewel relatief dalend omdat de stad groeit . En d e industriefunctie wordt steeds vaker gecombineerd met andere functies . Aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte (BVO) van panden met een industriefunctie, met en zonder nevenfuncties, Amsterdam, 2012 – 2025 [10 ]*
* Het gaat hier om panden in gebruik (BAG)
Een deel van de bedrijventerreinen in Amsterdam z al nog lange tijd bedrijventerrein blijven. Op andere bedrijven terreinen en havengebieden worden veel woningen gebouwd . Dat zijn de zogeheten transformatiegebieden. In 2019 was 51 procent van het vloeroppervlak in transformatiegebieden nog bestemd voor een industrie functie . In 2025 is dit aandeel gedaald tot 36 procent. Dit komt voornamelijk door de flinke toename in het totale vloeroppervlak in deze gebieden. Het totale vloeroppervlak bestaat naast industrie functie inmiddels onder andere uit woningen, kantoren en winkels. In vierkante meters is het vloeroppervlak van bedrijven met een industrie functie in transformatiegebieden iets gedaald , van ongeveer 850.000 m 2 naar ongeveer 800.000 m 2 . Aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte transformatiegebieden, totaal en industriefunctie,
(BVO) van panden in Amsterdam, 2019 – 2025 [11 ]*
* Het gaat hier om panden in gebruik (BAG)
18
In de omgevingsvisie wordt ook het belang van behoud van stadsverzorgende bedrijven benadrukt. Onder stadsverzorgende bedrijven vallen onder andere groothandels, toeleveranciers, de bouwsector, afvalsorteercentra, bakkerijen, reinig ings -, onderhouds -, reparatie - en verhuurbedrijven. Tussen 2012 en 2021 is het aantal vestigingen van stadsverzorgende bedrijven met meer dan één werknemer geleidelijk toegenomen. Vanaf 2021 is deze trend echter omgeslagen in een daling . Aantal vestigingen stadsverzorgende bedrijvigheid, exclusief ZZP’ers 2024 [1 2]
/zelfstandigen , 2012 –
19
Energielabels Groeien binnen grenzen impliceert klimaatneutraliteit, en dat vereist dalend energieverbruik voor de verwarming van woningen. Het aandeel woningen met een energielabel hoger dan B in Amsterdam stijgt al jaren . Zo was dit in 2018 nog 16 procent van alle woningen , en is dit in 2025 gestegen tot 39 procent. Verder heeft iets meer dan een derde van een woningen een lager energielabel dan B, en is van een kwart van de woningen het energielabel onbekend. Over het algemeen betreft dat de minder duurzame woningen . Deze zouden dus waarschijnlijk in de groep woningen met lagere energielabels vallen. Omdat sinds enkele jaren een energielabel ve rplicht is bij de verkoop of nieuwbouw van een woning, zal het aandeel zonder energielabel verder slinken. Aandeel woningen met een energielabel van A++++ tot en met B, Amsterdam, 2018 (procenten) [1 3]
-2025
Met name buurten in het Centrum hebben nog weinig woningen een energielabel van B of hoger. In de stadsdelen Noord, Nieuw -West en Zuidoost zijn hoge energielabels al veel gebruikelijker . Aandeel woningen met een energielabel A++++ t/m B, per buurt, 2025
[1 3]
20
Elektriciteitsinfrastructuur Om groeien binnen grenzen waar te maken, is er ruimte nodig voor veel nieuwe elektriciteitshuisjes en -stations. Elektriciteitsstations zetten hoogspanning om in middenspanning . De huidige capaciteit is on voldoende voor de groeiende stroom vraag. Het vermogen stijgt elk jaar, maar o m het doel v oor 2030 te behalen , moet er nog bijna een verdubbeling van het vermogen worden gerealiseerd. Totaal opgesteld vermogen elektriciteitsstations (MVA)
, Amsterdam , 2021 – 2024 [1 4]
Elektriciteitshuisjes maken stroom geschikt voor het gebruik in woningen. Ook kan opgewekte stroom uit zonnepanelen hiermee het stroomnet op. Het aantal elektriciteitshuisjes is de afgelopen jaren toegenomen , maar voor de doelen in 2040 en 2050 zal er nog een verdubbeling van het aantal huisjes moeten plaatsvinden. Totaal aantal elektriciteitshuisjes
, Amsterdam , 2021 – 2024 [1 4]
21
CO2 -uitstoot en grondstoffenverbruik De omgevingsvisie stuurt aan op vermindering van de CO 2 -uitstoot . De ze is in te delen in d rie ‘scopes’. Scope 1 bevat directe emissies in de gemeente , zoals verkeer. Onder scope 2 vallen emissies door energieverbruik in de gemeente , ook van elektriciteitsproductie op een andere plek, als dat in Amsterdam wordt verbruik t. Overige indirecte emissies door bijvoorbeeld winning, productie en vervoer elders van binnen de gemeente Amsterdam geconsumeerde spullen , vallen in scope 3. De doelen voor scope 3 zijn minder hard omdat de invloed erop geringer is. De uitstoot binnen scope 1 en 2 neemt sinds 2017 geleidelijk af. Er was een dip in de corona jaren, waarna de uitstoot in 2022 en 2023 weer iets steeg , maar nog tot onder het niveau van 2019. De meeste uitstoot vindt plaats in scope 3 : in 2023 was d ie meer dan drie maal zo hoog als scope 1 en 2 , en d eze daalt niet . Totale CO2 -uitstoot, scope 1 en 2 , en scope 3 , Amsterdam, 2017
– 2023 [1 5]
Het d oel is ook dat er minder nieuwe grondstoffen en materialen worden gebruikt en dat meer circulair wordt gebruikt . In de afgelopen jaren is het materiaalverbruik duidelijk gedaald. Totaal materiaalverbruik in megaton, Amsterdam, 2015
er
– 2023 [1 6]
22
Opwek hernieuwbare energie Een grotere opwek van zelfvoorzienende en duurzame energie is een belangrijk onderdeel van de strategische keuze ‘Groeien binnen grenzen’. Het gaat hierbij voornamelijk om zonne - en windenergie. Het totaal opgestelde vermogen * van wind energie is in de afgelopen jaren geleidelijk toegenomen. Zo is in 2024 het aantal windturbines in Amsterdam gestegen van 28 naar 32. Het vermogen in 2024 is ongeveer twee derde van het doel in 2030. Het vermogen van zonne -energie laat een veel sterkere stijging zien. Het vermogen * in 2024 bedraagt 322 megawattpiek. Om het doel in 2030 te halen, moet het vermogen jaarlijks gemiddeld met 38 megawattpiek toenemen. Totaal opgesteld vermogen 2019 – 2024 [1 4]
*
* wind energie (links) en
zonne -energie (rechts) , Amsterdam ,
Totaal opgesteld vermogen is de hoeveelheid megawatt die per seconde wordt geproduceerd onder standaard testcondities. Dit omvat niet de daadwerkelijke hoeveelheid opgewekte energie, wat afhankelijk is van onder andere weersomstandigheden en positionering van zonnepanelen of windturbines.
23
Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit in Amsterdam verbeteren is een doel uit de omgevingsvisie . Luchtkwaliteit wordt vaak gemeten aan de hand van een aantal stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid : fijnstof ( PM10 en PM2.5), roet (EC) en stikstofoxiden (NOx). Voor een goede beoordeling is een langjarige reeks nodig , aangezien l uchtkwaliteit van jaar tot jaar fluctueert door variatie s in weersomstandigheden . Fijnstof Fijnstof is een verzamelterm voor kleine deeltjes die in de lucht zweven. Dit wordt doorgaans uitgedrukt in PM10 (deeltjes kleiner dan 0,01 millimeter) en PM2.5 (deel tjes kleiner dan 0,0025 millimeter). De WHO heeft gezondheidskundige advieswaarde opgesteld : 15 microgram per kubieke meter ( μg/m 3 ) voor PM10 en 5 μg/m 3 voor PM2.5. Voor metingen wordt in Amsterdam gebruik gemaakt van twaalf meetstations. Er wordt onderscheid gemaakt tussen meetstations met veel verkeer en meetstations met weinig verkeer. Sinds 2023 wordt voor PM10 bij meetstations bij weinig verkeer aan de WHO advies waarde voldaan . I n 2024 is dit ook voor de meetstations bij veel verkeer het geval. Hoeveelheid PM10 in de lucht, in μg/m 3 , Amsterdam, 2014 – 2024 [17][18]
Voor PM2,5 neemt de concentratie in de lucht wel af maar wordt nog niet aan de advieswaarde voldaan . In de laatste jaren lijkt de daling te stagneren . Hoeveelheid PM2.5 in de lucht, in
WHO -
μg/m 3 , Amsterdam, 2014 - 2024 [1 7][18]
24
Stikstof Stikstofdioxide (NO 2 ) komt voornamelijk vrij bij verbrandingsprocessen , uitlaatgassen in het verkeer en de uitstoot van industrie. De WHO heeft hiervoor een advieswaarde opgesteld van 10 μg/m 3 . Aan deze norm wordt in Amsterdam nog niet voldaan. Er is wel een daling zichtbaar , maar de laatste jaren nauwelijks meer. Hoeveelheid NO2 in de lucht, in
μg/m 3 , Amsterdam, 2014 - 2024 [1 7][18]
25
Ervaren overlast van verkeers - en vliegtuiglawaai Langdurige blootstelling aan omgevings geluid de gezondheid negatief beïnvloeden . Een van de meest voorkomende vormen in de gemeente is verkeerslawaai. Op een schaal van 1 (ernstige overlast) tot 10 (geen overlast) geven Amsterdammers in 2023 gemiddeld een 6,6. Dit is gelijk aan het gemiddelde uit 2021 . De meeste overlast wordt ervaren in Slotermeer, Osdorp -Midden en de Da Costabuurt . In Nellestein en Gein is de minste overlast . Ervaren overlast van verkeerslawaai,
per wijk, 2023 [8]
Naast verkeerslawaai kan geluid van vliegverkeer voor overlast zorgen. In Amsterdam ervaart 7 procent van de bewoners ernstige geluidshinder en 3 procent slaapverstoring door vliegverkeer. De overlast doet zich het meest voor i n Zuidoost , Weesp , Nieuw -West en Zuid. I n Nieuw -West en Zuid da alt dat de laatste jaren wel wat , maar i n Zuidoost stijgt de overlast.
26
Aandeel bewoners ernstige geluidshinder of slaapverstoring ervaart door vliegverkeer stadsdeel, 2020 en 2024 [19 ]
, per
27
Duurzaam en gezond bewegen
Amsterdam kan alleen verdichten en vergroenen als het ruimtebeslag van de auto vermindert. De omgevingsvisie beoogt meer ruimte voor voetganger s, fietsers en openbaar vervoer. Dat is ruimte -effici ënter , leefbaarder, duurzamer en veiliger . En gezonder : zie bijvoorbeeld de beweegrichtlijn . Nabijheid wordt de komende jaren belangrijker , met groen en belangrijke voorzieningen op loop - en fietsafstand . De openbare ruimte gaat meer uitnodigen tot bewegen , spelen en ontmoeten . Een gemeente die is ingericht op duurzaam en gezond bewegen vraagt grote inzet op vele terreinen.
Enkele ontwikkelingen in vogelvlucht Er is geen nieuwe visie of beleid voor de openbare ruimte in voorbereiding. Er wordt wel gewerkt aan een nieuw beleidskader verkeersnetten ; intentie is vaststelling eind 2026. De studie naar een ‘knip’ in het autonetwerk rondom het Vondelpark heeft geen vervolg gekregen. Een studie naar een andere inrichting van het autonetwerk naar aanleiding van het ‘lussenmodel’ in de omgevingsvisie staat nog niet op het programma. Het project Amsterdam Maakt Ruimte als vertaling van de doelen van de omgevingsvisie kent geen concrete maatregelen of uitvoeringsprojecten. In 2024 is een Afwegingskader Doelgroepen Autoverkeer vastgesteld, maar ook die leidt niet tot directe veranderingen. Hubs (plekken voor overstap en deelvervoer) ontwikkelen zich geleidelijk . In 2025 is in de Piet Heingarage de pilot ‘Park & Switch’ voor servicelogistiek gestart. Voor personenvervoer zijn er in de gemeente nu bijna dertig mini -buurthubs waar deelmobiliteit efficiënt en geclusterd wordt aangeboden. De verwachting is dat dat aantal groeit . Wijkhubs zijn er nog niet, maar zijn geprojecteerd in diverse gebiedsontwikkelingen, waar ze naar verwachting de komende jaren zullen verschijnen . De ontwikkeling van regionale hubs gaat moeizaam vanwege complexe verantwoordelijkheidsvragen.
In 2026 wordt wel gestart met de bouw van de Smart Mobility Hub in Amsterdam -Zuidoost, met onder meer ruimte voor parkeren, P+R, touringcars, sport en maatschappelijke voorzieningen. Bij de huidige woningbouwontwikkeling en met huidig mobiliteitsbeleid voorspellen de verkeersmodellen een blijvende groei van het aantal auto’s in de gemeente en meer autokilometers in en van/naar de stad. Ook g rote investeringen in het autonetwerk van stad en regio (zoals Zuidasdok en tunnel Zeeburgereiland) leiden naar verwachting tot meer autoverkeer in en rond de gemeente , wat allemaal haaks staat op omgevingsvisiedoelen . Regelmatige b ezuinigingen op het openbaar vervoer versterken deze conclusies. Op verschillende plekken in de gemeente is te zien hoe een andere inrichting van de openbare ruimte meer ruimte voor voetgangers en verblijf heeft opgeleverd. Maar soms is dat ook verslechterd , bijvoorbeeld door fietsparkeren of commerciële terrassen . Over h oe de kwaliteit van de openbare ruimte voor voetgangers en verblijf zich in algemene zin ontwikkelt, zijn geen directe data voorhanden .
28
Verbetering van fietsverbindingen staat r egelmatig op gespannen voet met onze Uitvoeringsstandaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte (USTOR) , waarin is vastgelegd dat we de openbare ruimte pas herin richten bij einde technische levensduur. Eerst wordt dus geïnvesteerd in vervanging en onderhoud, daarna pas in profielwijzigingen of herinrichtingen . Dat is duurzaam en betaalbaar , maar tegelijkertijd kunnen we zo niet altijd alle doelen realiseren , zoals het maken van extra ruimte voor voetgangers en fietsers . Toch zijn er afgelopen tijd fietsverbindingen verbeterd, zoals de Ringdijk bij de Eenhoorn, de Amsteldijk bij de Berlagebrug, Pablo Nerudalaan, TT Vasumweg, Hollandse Iepbrug, Linnaeuskade, Spaklerweg en Ceintuurbaan. In ontwikkeling zijn onder meer een br ug over het Noord -Hollands kanaal bij het Boven IJ -ziekenhuis, en de Oranje Loper in west. Het Rondje Diemerscheg is in 2025 gerealiseerd. Een verbetering van fiets - en wandelpaden langs het IJmeer , tussen IJburg en Muiden, is in uitvoering. Ook wordt de laatste hand gelegd aan een gecombineerd fiets - en wandelpad op de versterkte Markermeerdijk. In 2024 is het voorkeursbesluit genomen voor de aanleg van een derde perron aan de zuidzijde van station Amsterdam -Zuid en de ombouw van het zuidelijke perron voor internationale hogesnelheidstreinen.
De werkzaamheden starten naar verwachting niet voor 2030. Er worden twee nieuwe metroverbindingen onderzocht: OV -verbinding Amsterdam Haarlemmermeer (OVAH, via Schiphol) en OV -verbinding Sloterdijk -Amsterdam Centrum (OVSA, via Hemknoop). Bij beide staat de keuze voor een metro niet vast; het kan ook iets anders worden. Oplevering voor 2040, zoals de omgevingsvisie stelt, is niet reëel. Voorts loopt een onderzoek naar de ‘ HOV Zaan -IJ ’: een hoogwaardige busbaan tussen Noorderpark en Zaanstad. Er zijn ook andere busbaan -initiatieven, zoals de HOV Haarlem Schiphol -Amsterdam en een nieuwe HOV -bus naar Almere Pampus. Aanleg en opleveringsjaar zijn in alle gevallen onzeker.
-
De grootschalige invoering van 30 km per uur in december 2023 leidde in het eerste jaar op de betreffende straten meteen tot ruim tien procent minder ongevallen waarbij een motorvoertuig is betrokken , en een rustiger straatbeeld [2 0] . De snelheidsverlaging heeft niet gezorgd voor langere aanrijtijden van brandweer of ambulances. De rijtijden van de meeste buslijnen zijn nauwelijks langer geworden .
29
Gebiedsontsluitingswegen die van 50 km/u naar 30 km/u zijn gewijzigd vanaf 8 december 2023 [2 1]
30
Fietstevredenheid Over het algemeen zijn Amsterdammers tevreden over hun gemaakte fietsritten . Ook is men positief over Amsterdam als fietsstad. Er is een stijgende lijn te zien bij de tevredenheid over fietsparkeren in Amsterdam. In 2023 beoordeelden respondenten dit met een 6,3 tegenover een 6,0 in 2020 en 2021 en een 5,6 in 2019. Deso ndanks ligt dit cijfer nog laag vergeleken met de tevredenheid over gemaakte fietsritten en Amsterdam als fietsstad. Beoordeling fietstevredenheid en
parkeervoorzieningen, Amsterdam, 2019
– 2023 [2 2]
* In 2022 is dit onderzoek niet uitgevoerd.
31
Verkeersveiligheid In de omgevingsvisie wordt gestreefd naar 0 verkeersdoden in 2050. Het aantal jaarlijkse verkeersdoden schommelt in de periode 2018 tot 2024 nog tussen de 14 en 21 , en juist in het meest recente jaar waren er meer verkeersdoden te betreuren d an in de voorgaande zes jaren. Het geschatte aantal ernstige verkeersslachtoffers neemt de laatste jaren ook toe. De incidentele dip in 2020 en 2021 kwam door corona , waardoor de straten een stuk rustiger waren . Inmiddels ligt het aantal ernstige verkeersslachtoffers boven de aantallen van vóór corona . De grootschalige invoering van 30 km (zie eerder) heeft motorvoertuig -gerelateerde ongevallen in de betreffende straten weliswaar iets verminderd , maar dat woog niet op tegen de algehele groei . Deze ontwikkeling staat haaks op het doel in de omgevingsvisie . Aantal verkeersdoden en geschatte aantal ernstige verkeersslachtoffers, – 2024 [2 3]
Amsterdam, 2018
32
Sport en beweging Voldoende (intensieve) beweging heeft veel positieve gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid. De Gezondheidsraad [24] heeft een beweegrichtlijn opgesteld ; 150 minuten per week matig intensieve inspanning (wandelen, fietsen) voor volwassenen , en elke dag minstens een uur voor kinderen . In Amsterdam voldoe t 63 procent van de volwassenen in 2025 aan de beweegrichtlijn. Dit percentage is tamelijk stabiel in de tijd , met iets hogere cijfers in het voorjaar. Kinderen en jongeren voldoen minder vaak aan de beweegrichtlijn : minder dan de helft . Wel is hier een voorzichtig opwaartse trend te zien. Aandeel bewoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn, per leeftijdsgroep, 2023 -2025 [2 5]
Amsterdam,
Wandelen (83%) is de meest uitgevoerde beweegactiviteit, gevolgd door fietsen (72%). Bij de jeugd (5 t/m 18 jaar) wordt er gemiddeld wat vaker gefietst (84%), maar wat minder vaak gewandeld (77%). Van de jeugd heeft 41 procent in april 2025 buiten gespeeld.
33
Openbaar vervoer Naast lopen en fietsen wordt in de omgevingsvisie ingezet op openbaar vervoer. Doel is om vervoersarmoede tegen te gaan , met als uitgangspunt dat iedereen tegen redelijke kosten (geld, tijd, moeite) de vervoersbewegingen moet kunnen maken die nodig zijn om mee te doen in de samenleving. Over het algemeen zijn bewoners positief over het aanbod van openbaar vervoer in hun buurt. Gemiddeld geven ze dit een 7,5. In 2021 lag dit cijfer iets hoger (7,7). In sommige delen van de gemeente , zoals Weteringschans of Zuidas, is men hier zelfs uitermate positief over. In het landelijke deel van Weesp, langs de Noordelijke IJ -oevers -West , in Tuindorp Oostzaan en in Geuzenveld is men minder positief over hun openbaar vervoer . De beoordeling is in deze laatste twee wijken iets lager dan in 2021. Beoordeling aanbod van openbaar vervoer in de buurt, per wijk, 2023, rapportcijfer
[8]
34
Aanbod dagelijkse voorzieningen Nabijheid is bij ‘duurzaam en gezond bewegen’ van groot belang . In de omgevingsvisie wordt gesteld dat dagelijkse voorzieningen voor alle inwoners op een snelle en betaalbare manier bereikbaar moeten zijn. Lopen en fietsen is daarvoor de basis . Beoordeling en van het aanbod van deze voorzieningen zijn dus relevant . Bewoners blijken in de meeste wijken redelijk positief over het aanbod van winkels voor dagelijkse boodschappen. E nkele wijken vallen in negatieve zin op : Omval/Overamstel, Betondorp, Zeeburgereil and/Bovendiep, Nellestein , Weespersluis en de Noordelijke IJ -oevers -West. Vaak betreft dit nieuwe gebiedsontwikkelingen. In 2021 hadden deze wijken soortgelijke lage beoordelingen . Beoordeling aanbod winkels voor dagelijkse boodschappen in de buurt, per wijk, 2023, rapportcijfer [8]
Andere veelgebruikte voorziening en zijn voor sport. De gemiddelde tevredenheidsscores hierover zijn redelijk. Het aanbod aan sportvoorzieningen wordt met name in de Burgwallen en omliggende buurten negatief beoordeeld. In 2021 was er een soortgelijk beeld.
35
Beoordeling aanbod van sportvoorzieningen in de buurt, per wijk, 2023, rapportcijfer
[8]
Voor ontmoeten in de eigen woonomgeving zijn buurthuizen en wijkcentra van belang. tevredenheidskaart lijkt erg op die voor winkels, met gemiddeld iets lagere scores.
De
Beoordeling aanbod van buurthuizen/wijkcentra in de buurt, per wijk, 2023, rapportcijfer
[8]
36
Tot slot zorgvoorzieningen : o ver het algemeen zijn bewoners redelijk positief over het aanbod . Opnieuw worden Omval/Overamstel, Betondorp en Zeeburgereiland het laagst beoordeeld , met een krappe voldoende . Beoordeling aanbod van zorgvoorzieningen in de buurt, per wijk, 2023, rapportcijfer
[8]
37
Herbestemmen parkeerplaatsen De in de omgevingsvisie genoemde Agenda Amsterdam Autoluw stelt het tussentijdse doel om tot 2025 in drukke gebieden 10.000 parkeerplaatsen weg te halen, om ruimte te maken voor andere gebruikers van de openbare ruimte. Ook na 2025 zal het herbestemmen van parkeerplaatsen doorgaan. Tussen 2019 en 2025 zijn er in totaal 9.282 parkeerplaatsen herbestemd in de stad. De laatste twee jaar gaat dat in een lager tempo . Aantal herbestemde parkeerplaatsen, Amsterdam, 2019
– 2025 [2 6]
Er zijn duidelijke verschillen te zien tussen de stadsdelen. Met name in Centrum en Zuid zijn veel parkeerplaatsen herbestemd , terwijl dit in Zuidoost nauwelijks gebeurt . Dat komt onder andere door verschillen in de druk op de openbare ruimte. In Zuidoost zijn ruimtelijke opgaves vaak te realiseren zonder veel parkeerplaatsen te her bestemmen (Gemeente Amsterdam, 2024) . Aantal herbestemde parkeerplaatsen, per stadsdeel, 2019
- 2025 [2 6]
Ongeveer de helft van de herbestemde parkeerplaatsen tussen 2019 en 202 5 valt in de categorie ‘herinrichting’. Bij herinrichting wordt een straat van gevel tot gevel opnieuw ingericht. De vrijgekomen ruimte wordt dan bijvoorbeeld gebruikt voor het verbreden van voetpaden en fietspaden. Omdat de hele straat verandert, is het lastig om één specifieke herbestemming te benoemen. Verder wordt 1 1 procent herbestemd voor fietsparkeerplaatsen, wordt 10 procent gebruikt om bruggen en kademuren te herstellen 8 procent herbestemd voor vergroening en 6 procent voor woningbouw [2 6] .
, is
38
Verplaatsingen per vervoerswijze De omgevingsvisie richt zich op meer lopen, fietsen en openbaar vervoer, ten koste van de auto . De cijfers laten zien dat het fietsgebruik geleidelijk aan iets is toegenomen ten opzichte van alle verplaatsingen van, naar en binnen Amsterdam. Een derde van alle verplaatsingen gaat nu per fiets . Het aandeel verplaatsingen met het OV is na de coronadip (2020 -2021) weer wat toegenomen , maar ligt n og duidel ijk lager dan in de periode voor de coronapandemie. Het aandeel autogebruik neemt na een daling tussen 2015 -2017 en 2018 2019 al jaren niet meer af en schommel t tussen 26 en 27% . Verplaatsingen van, naar en binnen Amsterdam per vervoerswijze, 2015
– 2023 [2 7]
39
Rigoureus vergroenen
Amsterdam moet de komende jaren groener worden , met meer en vooral beter groen. Dat is de ambitie van ‘Rigoureus vergroenen’ uit de omgevingsvisie. De druk vanuit de samenleving hierop is groot. Ook houdt groen – vooral bomen – de straten koeler en helpt het bij waterberging. Voor routes voor mens en dier streven we naar aaneengesloten groene verbindingen, ook naar het buitengebied. Rigoureus vergroenen in een verdichtende stad is een pittige ambitie, maar op vele manieren zijn hiervoor toch kansen.
Enkele ontwikkelingen in vogelvlucht Er zijn nog geen concrete plannen voor het slechten van infrastructuurbarrières tussen Nieuw -West, Zuidoost en de groene scheggen . Voor deze stadsdelen zijn ‘voorkanten’ aan de Nieuwe Meer, de Bretten en de Amstelscheg daarom nog ver weg. Voor de Nieuwe Kern is wel een fietsbrug over de A2 ingetekend, maar realisatie zal nog jaren duren . Voor verbetering van structuur en toegankelijkheid van groene scheggen zijn regionale werkprogramma's overeengekomen met andere gemeenten, waterschap, provincie en maatschappelijke partijen. Dit geldt voor de Amstelscheg, Diemerscheg en Westeinderscheg. Voor landelijk Noord werken we samen in ‘Laag Holland’ en voeren we een project uit met de teelt van lisdodde. Mede door versnipperd publiek en privaat eigendom, geldgebrek en afhankelijkheid van nationaal landbouwbeleid is verbetering van scheggen – en het in stand houden ervan – moeilijk en iets van lange adem. De rust - en ruigtegebieden Oeverlanden, Bretten en Diemerbos zijn beschermd vanuit provinciaal en gemeentelijk beleid. Er zijn plannen of activiteiten om deze te verbeteren en beter te verbinden met de stad. Daarnaast is sprake van enkele grote nieuwe stadsparken : Hondsrugpark, Gaasperdakpark, Zuidasdokpark , NDSM -Oost , Noordelijke IJ -Oever, Oosterdokskade . De ontwikkeling daarvan gaat langzaam , maar de planvorming loopt wel .
Voor natuurontwikkeling, stadsbos(sen), kringlooplandbouw en ruimte voor sporten en bewegen in het landschap zijn geen investeringsprogramma's opgezet. Wel is er een locatiestudie naar een vijfde stadsbos uitgevoerd en worden plannen gemaakt voor sportlandschappen voor ’t Groene Veld en Melkweg. Ook wordt gewerkt aan betere groene inbedding van bestaande sportparken. De ecologische structuur moet nog worden geïntegreerd in de Hoofdgroenstructuur omdat er na verwerping van de nieuwe Hoofdgroenstructuur in het laatste referendum nog nieuw HGS -beleid moet komen. Het was wachten op het Burgerberaad Groene Stad. In de geactualiseerde omgevingsvisie wordt deze integratie aangekondigd. Volkstuinen openbaar en toegankelijk maken gebeurt op basis van afspraken en ambities uit het raadbesluit van december 2021 . De meeste tuinparken zijn overdag al openbaar toegankelijk. Verdere stappen hierin gaan langzaam; v erschillende tuinparken verhogen hun toegankelijkheid enigszins en verbreden hun aanbod van activiteiten voor bezoekers en passanten.
40
In 2025 is de Koele Groene Stratenkaart vastgesteld. Groene herinrichting van straten daaruit laat nog enkele jaren op zich wachten; knelpunten zijn financiering , een beheerniveau dat op ‘sober’ staat en onze Uitvoerings Standaard Toekomstbestendig werken aan de Openbare Ruimte (USTOR), waarbij onderhoud van het bestaande (= duurzaam) vaak prevaleert boven herinrichting (zoals voor verdere vergroening ). Het aantal groene daken in de gemeente neemt toe. Natuurinclusief ontwerpen wordt volgens projectmedewerkers steeds gebruikelijk er, hoewel er altijd een verschil zal blijven tussen uitvragen in tenders en uitvoering door weerbarstigheden in de praktijk. Met het Burgerberaad Groene Stad hebben 130 Amsterdammers in opdracht van de gemeenteraad de vraag beantwoord hoe we samen een groeiend Amsterdam groener kunnen maken. Het voornemen is om v rijwel alle uitgebrachte adviezen uit te voeren of in elk geval te onderzoeken. Vaak zijn d aarvoor extra investeringen nodig , zowel incidenteel als structureel ; daarover moet nog worden besloten.
41
Oppervlak groen per inwoner De hoeveelheid publiek groen per inwoner verschilt per buurt. Onder publiek groen valt al het gr oen behalve private tuinen en agrarisch groen . Met uitzondering van Watergraafsmeer en stadsdeel Noord tellen verreweg de meeste buurten binnen de ring A10 minder dan 10m² publiek groen per inwoner. In enkele buurten in stadsdeel Centrum is zelfs helemaal geen publiek groen (maar wel bomen en private tuinen) . In overige delen van de stad is er aanzienlijk meer groen per inwoner. Oppervlakte publiek groen per inwoner,
per buurt , 2025 [2 8]
Sinds 2020 is het oppervlak publiek groen per inwoner met 4,9% afgenomen. Deze afname is vooral toe te schrijven aan het toe genomen aantal inwoners. De hoeveelheid publiek groen nam in deze periode slechts zeer licht af . De afname van de hoeveelheid publiek groen is in 2024 echter gestagneerd. Ook groeit de bevolking minder sterk en is de hoeveelheid publiek groen sinds 2024 licht toegenomen. In de onderstaande grafiek is de hoeveelheid publiek groen en de bevolking afgebeeld, waarin deze ontwikkelingen te zien zijn.
42
Aantal inwoners van de gemeentes Amsterdam en Weesp, oppervlakte publiek groen en [28] de hoeveelheid publiek groen per inwoner, index (2020 = 100) 106 bevolking
104 102
publiek groen
100 98
publiek groen per inwoner
96 94
92 2020
2021
2022
2023
2024
2025
43
Gemiddelde afstand tot groen Amsterdammers maken steeds vaker gebruik van groen in hun woonomgeving en van parken, en waarderen deze plekken steeds meer . Wat onder parkachtig groen valt , is sinds de vorige monitor veranderd , waardoor er nu meer groen wordt meegeteld. Daardoor hebben enkele buurten, zoals de Sluisbuurt, afwijkende waarde n ten opzichte van de vorige monitor. Door het nog altijd beperkte groen binnen de ring A10 zijn inwoners van deze buurten sterker aangewezen op grotere stadsparken en plantsoenen. Door de aanwezigheid van meerdere grote parken binnen de ring is de afstand tot openbaar groen voor het merendeel van de buurten vergelijkbaar . Uitzonderingen vormen het centrum, de NDSM werf, landelijk Noord en de omgeving van Weesp. In landelijk Noord en rond Weesp is het vele groen grotendeels agrarisch groen. Gemiddelde loopafstand van woning naar parkachtig groen per buurt, gemeente Amsterdam, 2025 [2 8]
Tussen 2023 en 2025 zijn de loopafstanden naar parken nauwelijks veranderd. Loopafstanden worden beïnvloed door de ligging van de parken, het aantal woningen en de ligging van de wegen. De laatste twee jaar is met name het aantal woningen veranderd. Vanwege het lokale karakter heeft dit nauwelijks invloed gehad op de gemiddelde loopafstand en .
44
Biodiversiteit De omgevingsvisie stelt dat biodiversiteit in parken wordt bevorderd door gevarieerd te beplanten. Om een beeld te krijgen van waar meer variatie in beplanting nodig is, is een overzicht van de huidige gemeten biodiversiteit nodig. Eén manier is naar ‘gidssoorten ’ kijken. Een hogere diversiteit van gidssoorten wijst meestal op een stabiel ecosysteem. Wanneer een gidssoort een belangrijkere rol heeft , telt deze zwaarder mee in het berekenen van de diversiteit. De kaart hieronder toont de gemeten biodiversite it tussen 2020 en 2025. De gebieden met de meeste biodiversiteit van fauna zijn onder andere het Diemerpark in Oost, de Volgermeerpolder in Noord, De Oeverlanden in West en het Amstelpark in Zuid. Plan biodiversiteit, Ecologische monitoring en inspectie, Gemeente Amsterdam 2020
-2025
45
Organische reststromen Naar schatting producer en verwerkende industrie , dienstverlening, distributie, detailhandel , horeca en huishoudens in Amsterdam jaarlijks 194 kiloton aan organisch restafval . Die reststroom is zo’n 5 procent van de 3.500 kiloton aan organisch materiaal d at jaarlijks wordt ingevoerd voor consumptie. Voedselverspilling is een grote bron van organisch restafval. De omgevingsvisie stelt als doel dat o rganische reststrom en zo hoogwaardig mogelijk word en verwerkt en moet en terugkeren in de keten , bijvoorbeeld via composteren, vergisten of inzetten als brandstof . Bijgaand stroomdiagram toont hoe de stromen lopen. Het grootste deel van het organische afval (89 kiloton) wordt niet hoogwaardig verwerkt en meestal dus verbrand bij het Afval Energie Bedrijf. Een deel van het afval wordt gescheiden, opgeslagen of er vindt een andere tussenstap plaats. Van dit afval is onbekend of het hoogwaardig of laagwaardig wordt verwerkt. Het gaat hier om 64 kiloton .
Organische reststromen, oorsprong, tussenstap en verwerking, in kiloton, 2023 [29 ]
Amsterdam,
46
Schaduw in de stad Hittestress kan oorzaak zijn van fysieke en mentale problemen . De omgevingsvisie beoogt minder hittestress. Een van de manieren daartoe is zorgen voor meer schaduw. In de omgevingsvisie wordt gesproken over groene, schaduwrijke routes in de stad. Het oppervlak van boomkronen geeft een indicatie van de hoeveelheid schaduw. Zo’n 21 procent van de publieke ruimte in de gemeente is bedekt met boomkronen. In sommige buurten, zoals aan de westkant van het Centrum , is er minder boomkroondekking . Percentage boomkronen als aandeel van de publieke ruimte, per buurt, 2024
* Vanwege verschillen in brondata en de methode van het afleiden van de boomkronen is met eerdere peilmomenten niet mogelijk
* [2 8]
vergelijking
47
Samen stadmaken
Amsterdam wil meer ruimte voor diversiteit en eigenheid in de manier waarop we de gemeente vormgeven . Ruimte voor bewoners om in coöperaties woningen te bouwen , voorzieningen te beheren, energie op te wekken, vrije ruimte in te vullen, mee te doen met de inrichting van de straat, of voor lokaal ondernemerschap . We blijven samenwerken met traditionele professionele partijen, maar willen tegelijk verbred ing van het ontwikkelpalet. De wens is om Amsterdammers een actieve re en gelijkwaardige r rol te geven.
Enkele ontwikkelingen in vogelvlucht De participatieverordening (2024) heeft het buurtplatformrecht geïntroduceerd. Deze verordening, en ook het nieuwe Plaberum (2025), bieden meer handvatten voor een gelijkwaardige en vroegtijdige (digitale) informatiepositie van burgers bij planvorming. Er wordt gewerkt aan betere ontsluiting van beleid voor burgers en belanghebbenden . De Beleidsbibliotheek voor de fysieke leefomgeving is nu nog intern , maar doel is om die te ontsluiten voor alle Amsterdammers. Vrije Ruimte (niet -commerciële ruimte voor vrije burgerinitiatieven ) wordt in verscheidene ruimtelijke plannen meegenomen. Dat lukt wanneer er voldoende druk op wordt gezet, zoals bij Ruigoord en het Groene Veld. In andere gebiedsontwikkelingen blijft integratie kwetsbaar door de afhankelijkheid van middelen en prioritering . Wat buurtbatenovereenkomsten en buurtomgevingsvisies betreft is geen voortgang te melden. Hier en daar wordt geëxperimenteerd met nieuwe vormen van co -creatie en democratische vernieuwing , maar er is geen structurele sturing. In het onderzoeksproces ‘ Gedeelde Grond Amsterdam ’ onderzoeken we hoe ruimtelijke ontwikkeling in Amsterdam nu is georganiseerd, hoe sturing en geldstromen zijn ingericht en hoe dat misschien anders kan. Doel is om de ontwikkelpraktijk toekomstbestendiger, hanteerbaarder en inclusiever te maken. Dit is een proces van lange adem .
In de monitor uit 2023 zijn punten uit de Agenda Samen Stadmaken beoorde eld met groen (= gaat goed ), rood (niet goed ) en oranje (ertussenin) . Inmiddels moeten enkele beoordelingen worden bijgesteld . Naar rood g ingen het neerzetten van informatieborden (organisatorisch moeilijk ), de Women Make the City -vrouwenadviesraad (zijn gestopt , samenwerking met de gemeente ging moeilijk ) en het leertraject Amsterdams Stadmaken (opgeheven om redenen van efficiency ). Naar groen g ingen inclusief en transparant burgerberaad (al drie geweest) en onderzoek buurtrechten (opgenomen in de participatieverordening). De overige scores zijn grofweg ongewijzigd. Evenals in de monitor van 2023 lopen we hieronder enkele expert judgements langs over de staat van Samen Stadmaken in Amsterdam . Merk daarbij op dat veel in de monitor van 2023 aangehaalde conclusies ook nu nog gelden.
48
O&S: Ondervertegenwoordigd Amsterdam https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/ondervertegenwoordigd -amsterdam Belangrijk citaat daar uit is dat ‘p articipatievormen zijn ingericht op mensen met een hbo /wo-opleidingsniveau en met veel tijd en hulpbronnen. Dit draagt bij aan de uitsluiting van andere groepen ’. Aangezien de omgevingsvisie Samen Stadmaken juist lanceert voor een inclusievere stad, blijft dit een punt van aandacht. Gemeente Amsterdam: Ontwikkeling participatiemonitor gemeente Amsterdam https://openresearch.amsterdam/image/2024/4/8/ontwikkeling_paricipatiemonitor_gemeent e_amsterdam.pdf De hoofdconclusies zijn dat er i n de uitvoering van participatie al veel goed gaat in Amsterdam, maar dat ambtelijke plannen niet altijd op de uitvoering aansluiten . En dat d e meeste uitgangspunten uit het beleidskader participatie bekend zijn , maar dit niet betekent dat ze expliciet nageleefd worden . Kinderombudsman: ‘Buitenspel’ - Over participatietraject openbare ruimte Jeltje de Bosch Kemperpad in Amsterdam -West https://ombudsman -ombudsman -website -p01.s3.eu -central -1.amazonaws.com/s3fs public/2025 -06/Rapport%20Buitenspel.pdf Dit voorbeeld word t hier opgevoerd omdat kinderen en jongeren expliciet worden benoemd in de Agenda Samen Stadmaken. Het rapport is kritisch: b participatie was onvoldoende onderkend dat sprake