2. Rapport Misdaadcarrieres voorkomen en doorbreken - Bureau Beke
Tekst van het document
Dit is terug te vinden via een openbaar exploot. Een andere jongeman komt in augustus 2020 naar voren als verdachte van een schietpartij en weer een andere man is in 2020 neergeschoten tijdens een incident bij zijn winkel. Tevens is van een man bekend dat hij in 2016 een gebiedsverbod heeft gekregen omdat er vermoedens waren dat hij geliquideerd zou worden vanwege betrokkenheid bij drugscriminaliteit en op deze manier de kans op onschuldige slachtoffers verminderd zou worden. Van de overige personen komt in open bronnen geen criminele informatie boven.
34 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
3.3 Het netwerk en de categorieën Om het netwerken beter te kunnen begrijpen en als input voor de aanpak, hebben we de 156 personen met behulp van de systeem- en straatinformatie getypeerd op basis van de aard en het stadium van hun criminele activiteiten. Bepalend voor toewijzing aan één van de zes typen zijn leeftijd, actieradius (lokaal, regionaal of landelijk actief) en criminaliteitsprofiel. Allereerst wordt een overzichtstabel gepresenteerd om de typen binnen het Wildemannetwerk daarna te duiden. Tabel 3.3 – Categorieën in het Wildemannetwerk naar aantal en percentage
Categorie
Aantal
Percentage
Harde kern
62
39,8
Rising stars
35
22,4
Criminele locals
23
14,7
Facilitators
14
9,0
Jonge aanwas
8
5,1
X-subjecten
14
9,0
Totaal
156
100
Zwaar netwerk In vergelijking met dit type analyses in andere gemeenten in het land is het Wildemannetwerk zwaar. Er zitten relatief veel harde kenners, facilitators en rising stars in het netwerk terwijl het aandeel van de jonge aanwas klein is. Gekoppeld aan het voorafgaande is de actieradius van veel netwerkleden groot en de door hen gepleegde criminaliteit stevig. Vooral de ernstige vermogensmisdrijven, het instrumentele geweld, de beschikbaarheid van wapens18 en de link naar liquidaties maakt dit netwerk bijzonder en onderscheidend van andere netwerken in het land en wellicht ook in Amsterdam. De rest van deze paragaaf staat in het teken van de duiding van de categorieën. In figuur 3.2 zijn de categorieën in het Wildemannetwerk weergegeven.
De netwerkanalyse 35
Figuur 3.2 – categorieën in het Wildemannetwerk
Harde kern Rising star Criminal local X Facilitator Jonge aanwas
Harde kern Van de personen in het netwerk behoren er 62 tot de zogenoemde harde kern. Ze zijn vooral regionaal en landelijk crimineel actief. De gemiddelde leeftijd van deze personen is 26 jaar en in deze groep zitten alleen mannen. In de afgelopen 3 jaar zijn ze betrokken bij 1.314 door de politie geregistreerde incidenten en dat is een gemiddelde van 22 incidenten per persoon. De harde kern heeft gemiddeld ruim 17 antecedenten en dat is het hoogste van alle categorieën plegers. Hun antecedenten19 bestaan vooral uit vermogensmisdrijven waaronder voertuigcriminalitiet en ram- en plofkraken, geweldsmisdrijven waaronder afpersingen en betrokkenheid bij liquidaties, drugscriminaliteit en wapenbezit en -gebruik. Ze opereren professioneel: criminele acties worden gepland en voorbereid. Ook maken ze maximaal gebruik van de kennis, personen en middelen die binnen het netwerk aanwezig zijn. Betrokkenen geven aan dat deze personen lokaal steeds minder in beeld zijn omdat ze veelal elders hun strafbare feiten plegen en in de wijk low-profile proberen te zijn20.
Rising stars In de categorie rising stars bevinden zich 35 personen, wederom allemaal man. De gemiddelde leeftijd van deze groep is 20 jaar. Dit is illustratief voor de beschrij-
36 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
ving die deze groep typeert, namelijk die van aanstormend crimineel talent. Deze jongens zijn carrière aan het maken in de misdaad en hebben aansluiting bij de harde kern. De leden van deze groep bevinden zich vaak in een overgangsfase. Aan de ene kant zijn ze (als groep) nog zichtbaar op straat en veroorzaken de nodige overlast − vaak in de rol van regisseur. Dat strategische gedrag is aan de andere kant een teken van een omslag, want hun criminele activiteiten worden belangrijker en professioneler. Aandacht van de politie is niet gewenst en dat is een reden om uit het publieke domein te verdwijnen en ‘ondergronds’ c.q. ‘bovenlokaal’ te gaan. Ze zijn vanwege hun gedrag en rijzende positie te typeren als negatieve rolmodellen voor de jonge aanwas en de daarop volgende generatie. Vanuit lokaal en regionaal veiligheidsperspectief zijn de rising stars dan ook zeer interessant, maar tot nu toe vaak nog een vergeten groep. Ze zijn te ‘groot voor de wijk(agent) en nog te klein voor de recherche’. Het criminaliteitspatroon van onze rising stars typeert zich door vermogensmisdrijven en een opvallend grote betrokkenheid bij voertuigcriminaliteit.
Ze hebben gemiddeld bijna 8 antecedenten als verdachte en gezien het feit dat ze per persoon in de afgelopen 3 jaar bij gemiddeld 19 incidenten betrokken zijn geweest, wijst er op dat ze als verdachte redelijk goed uit handen van politie en justitie weten te blijven.
Criminele locals De derde categorie personen in het netwerk betreft die van de criminele locals. Dit zijn de minder ‘succesvolle’ criminelen uit het netwerk, die vooral lokaal opereren en die niet de stap hebben gezet naar regionale en bovenlokale misdaadpraktijken. In deze groep bevinden zich 23 personen (21 mannen en twee vrouwen). De gemiddelde leeftijd van de groep is 27 jaar. Ze houden zich vooral bezig met lokale drugscriminaliteit en het plegen van vermogensmisdrijven en voertuigcriminaliteit. Ze waren per persoon in de afgelopen 3 jaar gemiddeld betrokken bij 17 door de politie geregistreerde incidenten en hebben gemiddeld 10 antecedenten. Binnen de clusters waar ze deel van uitmaken, zijn ze te typeren als uitvoerders of meelopers. Ze pikken als het ware een ‘crimineel graantje’ mee.
Jonge aanwas In het Wildemannetwerk bestaat de categorie jonge aanwas uit acht personen tussen de 16 en 19 jaar (gemiddelde leeftijd 17 jaar) die omschreven kunnen worden als risicogroep voor het starten van een criminele carrière. Ook de jonge aanwas bestaat volledig uit mannen. Ze claimen een plek of plekken in de buurt als ‘domein’ en voelen zich de baas. Ze intimideren of bedreigen bewoners die zich hierbij niet neerleggen en dat is terug te zien in hun criminaliteitspatroon.
De netwerkanalyse 37
Ook maakt deze risicogroep zich regelmatig schuldig aan vermogensdelicten, zoals inbraken en diefstallen. In de afgelopen 3 jaar zijn ze betrokken bij 211 door de politie geregistreerde incidenten en dat is een gemiddelde van 26 incidenten per persoon. Ook deze jongeren hebben in vergelijking met de hoge betrokkenheid bij incidenten een laag gemiddeld aantal antecedenten van bijna 10.
Facilitators De categorie facilitators betreft personen die hand- en spandiensten verlenen aan de personen in het criminele netwerk. Het gaat hier om 14 personen (13 mannen en 1 vrouw) die bijvoorbeeld katvanger zijn, vervoer of een locatie (stash) regelen of wiens onderneming gebruikt wordt voor drugshandel. De gemiddelde leeftijd van deze groep is relatief hoog, namelijk 38 jaar. In de afgelopen 3 jaar zijn ze gemiddeld per persoon betrokken geweest bij 17 incidenten. Hun gemiddelde van 8 antecedenten betreft vooral misdrijven die passen bij hun rol: opiumwetgeving, fraude, vervalsingen en oplichting, wegenverkeerswetgeving en betrokkenheid bij liquidaties.
X-subjecten De laatste categorie personen zijn de X-subjecten. Dit zijn personen die zich wel in het criminele netwerk bevinden, maar niet aan een van de bovengenoemde categorieën gekoppeld kunnen worden. In het Wildemannetwerk gaat het om 14 personen (8 mannen en 6 vrouwen) met een gemiddelde leeftijd van 24 jaar. De jongste persoon in deze restgroep is 17 jaar en de oudste 52 jaar. Dit is de groep die in de afgelopen 3 jaar in vergelijking met de andere groepen weinig betrokken is geweest bij door de politie geregistreerde incidenten. Gemiddeld gaat het om 10 incidenten per persoon. Daaraan gekoppeld hebben ze gemiddeld ook slechts 3 antecedenten, waarbij ze in vergelijking met de andere categorieën plegers hoog scoren op geweld, bedreiging en ontvoering en overtredingen en misdrijven in het kader van de wegenverkeerswet. In deze groep zitten relatief veel vrouwen die we eerder – op basis van interviews - hebben getypeerd als kwetsbaar dan wel als actief in de prostitutie.
3.4 De clusters binnen het netwerk In het Wildemannetwerk onderscheiden we op basis van de analyse 11 verschillende clusters die zoals eerder aangegeven via verbinders weer aan elkaar gelinkt zijn. In figuur 3.3 zijn de 11 clusters in verschillende kleuren binnen het totale netwerk weergegeven.
38 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
Figuur 3.3 – 11 clusters binnen het Wildemannetwerk
Cluster 1 Cluster 2 Cluster 3 Cluster 4 Cluster 5 Cluster 6 Cluster 7 Cluster 8 Cluster 9 Cluster 10 Cluster 11
In totaal maken 153 personen deel uit van één van die clusters. Drie personen zitten niet in een cluster maar hangen wel aan het netwerk. Het gaat om drie (oudere) mannen van 54, 69 en 34 jaar. Twee zijn facilitators. Zo verhuren ze auto’s die anderen gebruiken om delicten mee te plegen en is een van de mannen verhuurder van een loods, waarbij hij een oogje toe lijkt te knijpen over wat zich daar afspeelt. Deze mannen lijken echter niet exclusief activiteiten van het Wildemannetwerk te faciliteren. De derde man – een harde kerner - houdt zich bezig met verdovende middelen handel en heeft een aantal antecedenten voor geweldsdelicten. Verder heeft deze man veel contacten met personen uit de Turkse onderwereld. Hij was een contact van een reeds geliquideerd persoon die veel contacten had binnen het Wildemannetwerk en derhalve kan hij met het netwerk verbonden worden. In de rest van deze paragraaf worden de clusters nader geduid.
Cluster 1 – diffuus cluster In dit cluster zitten 24 personen, 22 mannen en 2 vrouwen. Cluster 1 is het op één na grootste cluster en is met een gemiddelde leeftijd van 28 jaar een van de oudere clusters binnen het netwerk.
De netwerkanalyse 39
Figuur 3.4 – cluster 1
Ongeveer de helft van de personen uit dit cluster kan gerekend worden tot de harde kern en ongeveer 20% is te classificeren als criminele local. Er zitten relatief veel facilitators in dit cluster en er zijn drie rising stars (doorgroeiers) in het cluster aanwezig. Jonge aanwas ontbreekt in het cluster21. De mensen in het cluster kennen elkaar en worden met elkaar op straat gezien, maar plegen niet per se altijd strafbare feiten met elkaar. Een aantal personen is familie van elkaar. Dit cluster is niet gespecialiseerd in een bepaald type criminaliteit want het criminaliteitspatroon binnen dit cluster is vrij breed22. Zo zijn onder andere vermogensdelicten, handel in verdovende middelen, overvallen, (woning)inbraken en ram- en plofkraken en geweldsmisdrijven in deze groep vertegenwoordigd. Ook incidenten met lachgas en het verhandelen van (nep)dope in andere delen van de stad komen voor. Veel van de personen worden gezien als veelplegers, iets wat ook het grote aantal harde kerners en criminele locals (al dan niet verslaafd) verklaard. Wat betreft antecedenten scoren ze in vergelijking met de andere clusters hoog met een gemiddelde van bijna 17 per persoon23. Op basis van gesprekken met frontliners komt naar voren dat een aantal mannen in dit netwerk de afgelopen tijd minder vaak voorkomen in de politieregistraties.
Ze lijken het rustiger aan te doen en minder betrokken te zijn bij de criminaliteit waar ze zich eerder nog schuldig aan maakten. Dit lijkt vooral te maken hebben met het feit dat deze mannen een vrouw of vriendin hebben en een gezin zijn begonnen. De maatschappelijke carrière lijkt voor deze mannen belangrijker te zijn geworden. Echter, dat wil niet zeggen dat ze hun criminele carrière volledig hebben opgege-
40 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
ven. De meeste van de mannen vervullen waarschijnlijk nog een rol als facilitator of broker in het netwerk en hebben mogelijk op de achtergrond nog altijd een negatieve invloed op de jongeren in de Wildemanbuurt. Binnen dit cluster wordt veelvuldig gebruik gemaakt van auto’s en scooters. Veel van de personen hebben zelf een voertuig op naam staan of gebruiken een voertuig van familie of vrienden. Daarnaast valt het op dat er veel auto’s worden gehuurd, ondanks het feit dat de meeste personen in bezit zijn van een eigen voertuig. Ook blijkt dat niet iedereen die een voertuig op naam heeft staan ook daadwerkelijk een rijbewijs heeft. Verder valt op dat een aantal van de personen eigenaar is van een eenmansbedrijf. Het is echter onduidelijk of het hier gaat om bonafide bedrijven. Er bestaan namelijk vermoedens dat één van de bedrijven bijvoorbeeld wordt gebruikt voor oplichtingspraktijken door onder andere veel te veel geld te vragen voor de aangeboden diensten. Daarnaast worden de bedrijven in verband gebracht met verzoeken tot het plaatsen van ex-gedetineerden bij dat betreffende bedrijf. De ex-gedetineerden waar het hier om gaat, blijken personen die afkomstig zijn uit het Wildemannetwerk.
Cluster 2 – motorendiefstal op bestelling Het tweede cluster bestaat uit elf mannen met een gemiddelde leeftijd van 24 jaar. In het cluster zitten 5 rising stars, 2 harde kerners, 2 criminele locals en een facilitator. Jonge aanwas ontbreekt ook in dit cluster. Figuur 3.5 – cluster 2
De netwerkanalyse 41
De personen van dit cluster worden veel met elkaar gezien op de bekende hangplekken in de buurt. In dit cluster zitten ook familierelaties. De personen in dit cluster houden zich vooral bezig met de diefstal van motoren en ze doen dit in samenwerking met een aantal personen uit cluster 8. Dit gebeurt in wisselende samenstellingen. De motoren worden ‘besteld’ en afgenomen door andere criminelen en dit vindt op grote schaal plaats. De kans is aannemelijk dat deze motoren dan vervolgens worden ingezet bij andere zware misdrijven zoals liquidaties en plofkraken. Daarnaast worden de motoren ook geëxporteerd naar het buitenland.
Over modus operandi ‘…locaties waar bepaalde motoren staan geparkeerd, wordt telefonisch doorgegeven, waarbij tevens wordt aangegeven op welke wijze deze zijn afgesloten. De gestolen motor wordt over het algemeen ergens in de omgeving neergezet, kennelijk om deze later op te halen met behulp van een busje. In sommige gevallen was de weggezette motor afgeschermd met een motorhoes…’.
Naast motordiefstal op bestelling zijn leden uit dit cluster betrokken bij andere vermogensdelicten en drugscriminaliteit. Een ander opvallend gegeven van dit cluster is dat een van de personen uit het cluster mede-eigenaar is van een lokale onderneming die veelvuldig in verband wordt gebracht met criminele activiteiten. Personen uit het netwerk die bovenlokaal opereren en invloed hebben op het netwerk gebruiken deze onderneming als ontmoetingsplaats.
Cluster 3 - doorgroeiers Cluster drie bestaat uit vijf mannen. De gemiddelde leeftijd van het cluster is 22 jaar en de groep bestaat uit twee personen van de harde kern, twee rising stars en een criminele local. Facilitators of jonge aanwas zijn niet in dit cluster aanwezig. Kenmerkend voor dit cluster is dat het een groepje is dat lijkt te zijn gevormd rondom één jongeman die een leidende rol op zich neemt. Deze persoon schijnt tot de Wildemangroep te behoren maar komt opvallend genoeg niet op de basislijst voor. De personen in dit cluster hebben veel contacten en connecties in de Wildemanbuurt, maar lijken als zelfstandige groep te opereren. De leden van de groep houden zich vooral bezig met woninginbraken en andere vermogensdelicten, maar ook zwaardere delicten zoals plofkraken zijn
42 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
hen niet vreemd. Daarnaast wordt er door deze personen relatief veel geweld gebruikt. Een van de jongens is in het buitenland opgepakt voor het slikken van bolletjes en is vermoedelijk een dealer. Er bestaan vermoedens dat een deel van deze jongens betrokken is geweest bij verschillende liquidaties en beschietingen en het lijkt erop dat dit cluster aan het doorgroeien is in de zware criminaliteit. Figuur 3.6 – cluster 3
Cluster 4 - west Dit cluster bestaat uit 12 mannen met een gemiddelde leeftijd van 23 jaar. Het cluster bestaat voor het grootste gedeelte uit personen – waaronder broers - met een classificatie van harde kern en rising star. Daarnaast is er een criminele local en een facilitator aan dit cluster verbonden. Zoals de verdeling rising star en harde kern al laat zien, kan er in dit cluster een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen personen die nog gerekend worden tot potentiële doorgroeiers en de reeds doorgegroeide personen die al carrière maken in het zware criminele circuit. Een groot deel van dit cluster behoort tot een criminele jeugdgroep die afkomstig is uit een andere wijk in Amsterdam. Ze hebben echter contact met de personen in de Wildemanbuurt, plegen gezamenlijk delicten en zijn om die reden verbonden aan het Wildemannetwerk. De leden van deze groep zijn betrokken bij straatroven, online oplichting, voertuigendiefstal, bedrijfsinbraken en drugscriminaliteit. Opvallend is dat de personen uit dit cluster een aantal keer in verband worden gebracht met het inspecteren van woningen aan de andere kant van het
De netwerkanalyse 43
land, vermoedelijk als voorbereiding voor woninginbraak. Recentere registraties laten zien dat er een verschuiving plaatsvindt in het soort delicten dat gepleegd wordt door deze personen. Ze lijken namelijk door te groeien naar zwaardere criminaliteit en betrokken te zijn bij plofkraken, vuurwapenhandel en vuurwapenbezit. Dit gaat vaak gepaard met excessief geweld. Ze houden zich ook bezig met afpersing en zijn mogelijk als uitvoerders betrokken bij liquidaties. Figuur 3.7 – cluster 4
Binnen dit cluster lijken, aan de hand van het aantal registraties, vijf personen het meest crimineel actief te zijn. Ook in dit cluster is een duidelijke leider aanwezig. Door de professionals op straat wordt aangegeven dat deze jongeman een leidersrol op zich neemt waarbij hij de andere personen in dit cluster aanstuurt. Deze persoon houdt zich bezig met zware criminaliteit en is bijvoorbeeld verdachte van een recent schietincident. Tegelijkertijd wordt hij veel op straat gezien en gecontroleerd. Hij fungeert als een soort poortwachter naar de Wildemanbuurt omdat hij in contact staat met een aantal criminele jongemannen uit de andere clusters. Het is niet onwaarschijnlijk dat deze jongeman een zeer negatieve invloed heeft op de jongeren in de wijk.
Cluster 5 - criminele families Tien personen maken deel uit van cluster 5, negen mannen en een vrouw. Dit cluster bestaat vooral uit leden van twee criminele families en de personen zijn dan ook broers of neven van elkaar. De enige vrouw in het cluster is een zus uit
44 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
een van de families. De gemiddelde leeftijd van de personen is 34 jaar en het cluster bestaat voor de helft uit personen met een harde kern classificatie. Opvallend is dat één personen in dit cluster – een facilitator - maar liefst vier verschillende voertuigen op naam heeft staan. Daarnaast is er ook een vrouw die 2 auto’s en 2 scooters op haar naam heeft staan maar gekwalificeerd is als X-subject. Andere personen in het cluster rijden dan weer in auto’s die niet van hen zijn, maar van andere (jonge) personen uit het Wildemannetwerk. Figuur 3.8 – cluster 5
Het cluster kan worden omgeschreven als een zwaar crimineel cluster. Ze houden zich bezig of hebben zich bezig gehouden met zware georganiseerde misdrijven zoals verdovende middelenhandel, afpersing en vuurwapenhandel. De registraties in het politiesysteem over deze personen zijn echter gedateerd. De meeste registraties komen uit de periode 2009-2014 en recentere registraties zijn schaarser. Het is bij dit cluster dus de vraag in hoeverre zij nog actief zijn in de criminaliteit. Mogelijk zijn ze gestopt met hun criminele carrière, maar wellicht is het tegenovergestelde aan de hand. Namelijk dat ze niet gestopt zijn met criminaliteit maar inmiddels goed onder de radar van de politie weten te blijven. Er zijn sterke vermoedens dat een reeks incidenten gericht op ondernemingen van de familie gerelateerd zijn aan bedreiging en afpersingen in de onderwereld. Naar één persoon in dit cluster gaat in het bijzonder de aandacht uit. Deze persoon heeft veel antecedenten voor onder andere vuurwapenbezit en handel, afpersing, chantage, verdovende middelen handel en doodslag. Daarnaast lijkt
De netwerkanalyse 45
hij als mogelijke organisator of facilitator betrokken te zijn geweest bij verschillende liquidaties. Hoewel hij op het moment van schrijven van deze rapportage vast zit, is hij voorheen regelmatig gezien met verschillende jongeren in de buurt. Vanwege deze ernstige antecedenten is het zorgelijk dat deze man in contact staat met de jongeren uit de buurt. Vanuit dit cluster dat bovenlokaal lijkt te opereren, gaat een zeer negatieve invloed uit op andere clusters in het Wildemannetwerk.
Cluster 6 – liquidaties Dit cluster is een ouder cluster met een gemiddelde leeftijd van 36 jaar en bestaat uit drie mannen. Alle drie de mannen zijn zwaar crimineel – gemiddeld 28 antecedenten - en dan ook geclassificeerd als harde kern of criminele local. Een van hen staat aan het hoofd van een grote criminele organisatie. Deze man staat bekend als moordmakelaar en is zelf in het verleden betrokken geweest bij de uitvoering van liquidaties. Inmiddels is hij vooral de organisator van de import van verdovende middelen. Figuur 3.9 – cluster 6
Ook de andere twee personen in dit cluster zijn crimineel en houden zich bezig met vermogensdelicten en inbraken. Daarnaast worden ze omschreven als mogelijke gewelds- en incassomannen voor de criminele organisatie waarvoor ze werken. Deze criminele organisatie staat via personen uit de andere clusters in contact met de jongeren jongvolwassenen uit de Wildeman. Naar alle waarschijnlijkheid worden er via deze route jongeren geronseld voor de “klusjes” voor deze criminele organisatie.
46 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
Dit cluster dat bovenlokaal opereert heeft een zeer negatieve invloed op het Wildemannetwerk omdat zij doorgroei in de criminaliteit mogelijk maken.
Cluster 7 – de solist Cluster zeven bestaat uit slechts één persoon. Het gaat om een man van 29 jaar met een harde kern classificatie. Hij staat bekend als een notoire woninginbreker en heeft hier dan ook voornamelijk antecedenten voor. Tevens zijn er vermoedens dat hij samen met een broer in de drugshandel zou zitten. Deze persoon vormt in zijn eentje een cluster vanwege het feit dat hij veel verbindingen heeft met personen uit andere clusters maar tegelijkertijd wel een relatief onafhankelijke positie in het netwerk inneemt. Figuur 3.10 – cluster 7
Cluster 8 – deel van de Wildemangroep Het achtste cluster uit dit netwerk bestaat uit 23 personen, waaronder drie vrouwen. De gemiddelde leeftijd van dit cluster is 23 jaar en 13 personen hebben de classificatie rising star. Dit cluster is dus te omschrijven als een groep doorgroeiers die criminele carrière aan het maken is. Daarnaast is dit het eerste cluster waar naast harde kern, criminele locals en facilitators ook jonge aanwas in terug te zien is. Dat laatste is in het kader van negatieve invloeden fnuikend. Dit cluster vormt samen met de clusters 1 en 11 de Wildemangroep die vanuit het stadsdeel al jaren aandacht krijgt. Zoals al eerder genoemd werkt het groot-
De netwerkanalyse 47
ste gedeelte van dit cluster in wisselende samenstelling samen met personen uit cluster 2 als het gaat om de diefstal van motoren. Deze motoren worden op grote schaal ‘besteld’ en vervolgens naar het buitenland geëxporteerd of gebruikt bij plofkraken of liquidaties. Figuur 3.11 – cluster 8
Binnen dit cluster lijken twee broers een belangrijke positie te bekleden waarbij zij een leidende rol hebben. De broers zijn in beeld als uitvoerders van de motordiefstallen maar zijn ook in beeld vanwege handel in verdovende middelen.
Cluster 9 – next generation Cluster negen bestaat uit 15 personen waaronder één vrouw en is het jongste cluster van het netwerk met een gemiddelde leeftijd van bijna 20 jaar. Het is dan ook niet verassend dat dit cluster voor meer dan de helft bestaat uit personen met een rising star (3) of jonge aanwas (6) classificatie. Het is daarmee het enige cluster waarin veel jonge aanwas voorkomt. Dit cluster heeft veel connecties met de oudere personen in het netwerk, voornamelijk via familiebanden. Deze groep kan omschreven worden als de zogenaamde ‘next generation’. Het gaat vooral om de nog jonge jongens die nu voornamelijk vermogensdelicten plegen en hier en daar wat andere antecedenten hebben. Zo maken ze zich schuldig aan winkeldiefstal, veroorzaken ze overlast in de buurt of komen ze in beeld vanwege hun gedrag in het verkeer. Onder invloed van andere criminele personen
48 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
in het totale netwerk waar zij deel van uitmaken, bestaat echter een grote kans dat ook zij doorgroeien naar zwaardere criminaliteit. Tegelijkertijd zouden deze personen met weinig tot geen antecedenten ook als positieve rolmodellen in de groep kunnen fungeren op het moment dat zij hun leven op de rit krijgen met bijvoorbeeld een (bij)baan. Figuur 3.12 – cluster 9
Cluster 10 – drillrapgroep Cluster tien bestaat uit drie mannen met een gemiddelde leeftijd van 22 jaar. Deze personen zijn geclassificeerd als harde kern en rising star en zijn allen gekoppeld aan een drillrapgroep uit een ander deel van Amsterdam. Daarmee leggen zij de verbinding met criminele netwerken in andere delen van Amsterdam. Van leden van deze drillrapgroep is bekend dat zij regelmatig misdrijven plegen en dat geldt dan ook voor de personen in dit cluster. Ze plegen vermogensdelicten, straatroven, voertuigcriminaliteit en handelen in (nep)dope. Dit gaat vaak gepaard met veel geweld. Twee van de drie personen zijn vuurwapengevaarlijk. Hoewel deze drillrapgroep een aparte groep is aan de rand van het Wildemannetwerk, staan deze leden wel in contact met personen uit de buurt. Er lijkt dus sprake te zijn van een link naar een bovenlokaal crimineel netwerk.
De netwerkanalyse 49
Figuur 3.13 – cluster 10
Cluster 11 – kern Wildemangroep Het laatste cluster in het netwerk betreft cluster 11. Dit is het grootste cluster van het netwerk met maar liefst 46 personen. De gemiddelde leeftijd van de personen is bijna 25 jaar en het gaat om 43 mannen en drie vrouwen. Dit cluster vormt de harde kern van de Wildemangroep wat terug te zien is aan de 27 harde kern classificaties in dit cluster. Ook in dit cluster zijn veel personen afkomstig uit criminele families. Dit cluster zit als een spin in het web in het totale netwerk en er zijn dan ook veel relaties met andere clusters. Relatief veel van de personen in dit cluster houden zich bezig met plofkraken die voornamelijk plaatsvinden in andere delen van het land en mogelijk zelfs in het buitenland. Daarnaast maakt men zich ook schuldig aan andere vormen van criminaliteit zoals de handel in verdovende middelen, inbraken, vermogensdelicten en straatroven. Het is volgens professionals niet uitgesloten dat leden uit deze groep ook faciliterend zijn aan liquidaties. Kenmerkend voor dit cluster is dat ze rondhangen op de bekende hotspots in de buurt. Een aantal wat jongere personen in dit cluster wordt regelmatig gezien met de personen van de harde kern, maar ze lijken toch nog niet volledig bij de groep te horen. Dit zijn vooral de jongere broertjes van personen die al wel door zijn gegroeid in de criminaliteit.
Ze hebben nog weinig antecedenten, maar staan mogelijk onder druk c.q. slechte invloed van hun omgeving. Daarnaast zijn er enkele personen die duidelijk niet zo succesvol zijn in hun criminele carrière. Dit komt bijvoorbeeld doordat ze gedragsproblemen (agressie, opstandigheid) heb-
50 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
ben of psychisch niet sterk zijn en daardoor niet doorgroeien in de groep, maar de rol van meeloper hebben. Figuur 3.14 – cluster 11
3.5 De huidige en toekomstige aanpak We besluiten dit hoofdstuk met de aanpak van de leden van het netwerk. Allereerst geven we een beeld van de mate waarin de leden van het netwerk actueel in een aanpak zitten om vervolgens een aantal bespiegelingen te maken over een toekomstige aanpak.
Huidige aanpak De huidige aanpak van de leden van het netwerk is weergegeven in tabel 3.4. Tabel 3.4 – huidige aanpak leden van het Wildemannetwerk in percentages
Type aanpak
Percentage
Aanpak Wildemangroep
12
Uitstroom Top 600/400
12
Top 600 (in huidige aanpak)
7
Top 400 (in huidige aanpak)
6
De netwerkanalyse 51
Type aanpak
Percentage
Justitiële voorwaarden
4
GGP aanpak ander stadsdeel
3
Aanpak jeugdgroep ander stadsdeel
3
Ondermijning
1
Kwetsbare meiden West
1
Zit niet in een aanpak
51
Totaal
100
Het overzicht van aanpakken in tabel 3.4 is natuurlijk een momentopname. Daaruit blijkt dat 12% van de leden van het netwerk is uitgestroomd uit de Top600/400 en 51% niet in een aanpak zit. 37% van de leden van het netwerk is dus ergens in een stadsdeel of de stad onderdeel is van een aanpak en 63% niet. De meeste leden van het netwerk zitten in de Wildemangroepaanpak, de Top 400 of 600 of zijn uitgestroomd uit de Top 600/400 (Top 1000 monitor), zoals ook te zien is in onderstaande figuur. Figuur 3.15 – Netwerk naar aanpak
AD Jeugd - District West Wildeman groep AD HC Top 1000 monitor - Top 1000 effectmonitor AD TOP X - Top 600 AD TOP X - Top 400
52 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
Toekomstige aanpak In het kader van de toekomstige aanpak is een sessie van een dag bijgewoond waarin de uitkomsten van de netwerkanalyse werden gedeeld met diverse Amsterdamse professionals. Het betreft professionals die betrokken zijn bij de aanpak op stadsdeel en stedelijk niveau. Zij houden zich bezig met aanpakken variërend van de aanpak van jeugdgroepen, aanpak doorgroeiers, kwetsbare meiden, top-aanpakken, strafrechtelijke aanpak en de aanpak van ondermijning. Vanuit die dag – die veel enthousiaste reacties en ideeën opleverde – zijn er veel kansen maar zien wij als onderzoekers ook een zorg. Kansen liggen op het vlak van het aanpakken van onderdelen van het netwerk zoals: De selectie van een aantal rising stars voor de Amsterdamse doorgroeiers-aanpak; De aanpak van facilitators in het netwerk; De focus en aanpak op een aantal bedrijven die uit de analyse naar voren komen; De inzet op de jonge aanwas om doorgroei te voorkomen; Het onttrekken van wapens aan het netwerk door recherchematig in te zoomen op die personen die daar betrokkenheid bij hebben; De aanpak van de Wildemangroep in de context van de netwerkanalyse; De focus op en aanpak van de (kwetsbare) vrouwen; De integrale aanpak van criminele families; De focus op en aanpak van verbinders en brokers in het netwerk.
Op zich zijn dit één voor één mooie en nuttige initiatieven, maar er is ook een zorg. Het unieke is dat er nu voor de eerste keer een uitgebreide netwerkanalyse is gemaakt van de criminaliteit in een Amsterdamse buurt en van de mate van beïnvloeding en samenwerking tussen personen en clusters binnen een netwerk. Een dergelijke netwerkanalyse heeft vooral meerwaarde als er in een stadsdeel gedurende een groot aantal jaren sprake is van massieve en weerbarstige jeugdproblematiek, doorgroei in de criminaliteit en criminele families. Er ligt nu een systeemanalyse die ook vraagt om een systeemaanpak. Het prettige in Amsterdam is dat de gereedschapskist met aanpakken goed gevuld is. Het risico is evenwel dat iedereen vanuit zijn of haar eigen opdracht aan de slag gaat met een problematiek of deelprobleem zonder te kijken wat er vanuit de systeemanalyse het meest voor de hand ligt. Als iedereen voor zich aan de slag gaat, wordt de netwerkanalyse niet optimaal benut en wordt er eigenlijk op dezelfde manier gewerkt als in het verleden.
De netwerkanalyse 53
Daarvan weten we in ieder geval dat er al tientallen jaren sprake is van een massieve jeugdproblematiek in de Wildemanbuurt, waarbij de huidige aanpak niet het gewenste resultaat heeft gebracht, namelijk het voorkomen en doorbreken van misdaadcarrières.
Eindnoten 1. 2. 3.
Ferwerda, Beke & Bervoets, 2013. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017. Dit wordt nader toegelicht verderop in deze paragraaf onder ‘Van jonge aanwas tot criminele familie’. 4. Beke, Ferwerda, van der Torre & Bervoets, 2013. 5. Spapens, 2012. 6. Weerman, & Kleemans, 2002. 7. Klerks, 2001. 8. Bruinsma & Bernasco, 2002. 9. Blondel, Guillaume, Lambiotte & Lefebvre, 2008; Lambiotte, Delvenne & Barahona, 2009. 10. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017 11. Ferwerda, de Graaf, Lesscher & Saadat, 2018. 12. Omdat er nauwelijks leden met een andere migratieachtergrond in het netwerk voorkomen en familierelaties een belangrijke rol in het hechte netwerk spelen, hechten we er waarde aan de migratieachtergrond expliciet te noemen. 13. Zie bijlage 2 voor een toelichting op de categorieën en de aantallen antecedenten per subcategorie. 14. Nepdope wordt vooral in het centrum aan toeristen aangeboden. 15. Van Leiden, Wolsink & Ferwerda, 2019. 16. Ferwerda, De Boer, Van Leiden & Wolsink, 2021. 17. Het betreft 28 harde kerners, 12 criminele locals, 18 rising stars, 9 facilitators, 6 jonge aanwas en 7 X-subjecten. 18. Dit wordt door respondenten aangegeven want het percentage wapenantecedenten is relatief laag. 19. Zie bijlage 3 – tabel 1 - voor overzicht van aard en omvang van antecedenten per categorie pleger. 20.
De analyse op geregistreerde incidenten en antecedenten heeft betrekking op landelijke politiedata. 21. Zie bijlage 3 – tabel 2 - voor kenmerken per cluster. 22. Zie bijlage 3 – tabel 3 - voor overzicht van aard en omvang van antecedenten per cluster. 23. Zie bijlage 3 – tabel 3 - voor gemiddelde aantallen antecedenten.
54 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
4 De balans opgemaakt In dit hoofdstuk maken we de balans op van een verdiepend onderzoek naar de invloed van bovenlokale criminele netwerken op de (jeugdige) bewoners van de Wildemanbuurt in Amsterdam Nieuw-West. Dit onderzoek is onderdeel van het Amsterdamse programma ‘Weerbare mensen, weerbare wijken’ en is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam. In dit hoofdstuk – dat te lezen is als een samenvatting – staan we stil bij de vraagstelling, de onderzoeksmethoden en de belangrijkste resultaten. Ook wordt ingegaan en gereflecteerd op de aanpak.
4.1 Systeem- en straatinformatie Dit onderzoek heeft tot doel om inzichtelijk te maken op welke wijze de criminaliteit gepleegd door jongeren in de Wildemanbuurt in relatie staat tot en beïnvloed wordt door bovenlokale fluïde criminele netwerken. Daartoe is op basis van straatinformatie van professionals uit het stadsdeel en systeeminformatie van de politie een analyse uitgevoerd met als resultaat een netwerk van 156 personen die met elkaar zijn verbonden. In het netwerk onderscheiden we de volgende criminele classificaties: harde kern, rising stars, criminele locals, jonge aanwas, facilitators en X-subjecten. Ook blijkt dat het totale netwerk onderverdeeld is in 11 subnetwerken c.q. clusters waarbinnen ook criminele families een rol spelen. Deze categorieën en clusters zijn geanalyseerd op aantallen, kenmerken, criminaliteitspatronen en onderlinge relaties en beïnvloeding.
4.2 Bijzondere samenwerking leidt tot meerdere producten In dit onderzoek is samengewerkt tussen analisten van de politie en onderzoekers van Bureau Beke. Naast inzicht levert dit onderzoek ook een methodiek c.q.
De balans opgemaakt 55
analysemethode die is overgedragen en nu door de politie ook in andere stadsdelen kan worden toegepast. Belangrijk om op te merken, is dat een dergelijke analyse vooral meerwaarde heeft als er in een stadsdeel gedurende een groot aantal jaren sprake is van massieve en weerbarstige jeugdproblematiek, doorgroei in de criminaliteit en criminele families. Verder is het van belang om te vermelden dat er naast onderhavig – geanonimiseerd – rapport ook een analyse op naamsniveau van het Wildemannetwerk in beheer bij de politie is. Deze analyse kan telkens geactualiseerd worden en binnen de geldende convenanten gebruikt worden voor de aanpak.
4.3 Multibronnenonderzoek Om het netwerk in beeld te kunnen brengen, zijn diverse onderzoeks- en analyseactiviteiten uitgevoerd. Er is gesproken met ruim 50 verschillende professionals afkomstig van de politie, gemeente, openbaar ministerie en medewerkers van de aanpak overlast. Een deel van de respondenten benaderden we voor hun kennis van de straat in het stadsdeel en een ander deel voor hun betrokkenheid bij de diverse aanpakken die Amsterdam kent. De kern van het onderzoek bestaat uit de netwerkanalyse op basis van politieinformatie aangevuld met straatinformatie van professionals. Daarnaast is literatuuronderzoek en open bronnenonderzoek uitgevoerd. Het was niet mogelijk om de analyse te verrijken – en daarmee het netwerk nader te duiden – met informatie over werk, inkomen en leerplicht omdat daarvoor de juridische titel niet aanwezig was. Het is de verwachting dat indien de analyse operationeel gebruikt gaat worden voor de aanpak deze gegevens wel worden verstrekt onder de voor de betreffende aanpak geldende afspraken over informatiedeling.
4.4 De context van het onderzoek Twee thema’s zijn voor de context van het onderzoek van belang. Het gaat allereerst om wat er bekend is in de wetenschappelijke literatuur over de ontwikkelingen en carrières binnen en aanpak van de jeugd- en jongerencriminaliteit. Anderzijds gaat het om het geven van een typering van de Wildemanbuurt. De buurt waar de 156 personen uit dit onderzoek een binding mee hebben.
56 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
Kraamkamer van de misdaad Op basis van de kennis over stoppen en doorgaan in de criminaliteit is het van belang om vast te stellen dat – anders dan de meeste jongeren – een klein deel van de jongeren en jongvolwassenen doorgaat met hun criminele levenswandel, ook als de jaren vorderen. Meestal gaat het om jongeren die in hun jonge jaren signaalgedrag lieten zien in de vorm van vroege voorspellers van een (aanhoudende) criminele carrière. Voorbeelden daarvan zijn onder andere spijbelgedrag, pestgedrag, afkomstig zijn uit een zwak sociaal gezin of deelname aan een criminele jeugdgroep. Daarbij moet wel aangegeven worden dat doorgaan bepaald niet hetzelfde is als doorgroeien. Doorgaan past bij criminele locals. Dit zijn vaak oudere, lokale veelplegers die niet bepaald als succesvolle criminelen te typeren zijn en die het om diverse redenen maar niet lukt om afscheid te nemen van de criminele levensstijl. Succesvol in crimineel opzicht is wel de harde kern: beroepscriminelen die vaak in georganiseerd verband en bovenlokaal actief zijn. Daartussen zitten de doorgroeiers of rising stars. Het betreft meestal jongens die vanaf jonge leeftijd met echte en/of nep-wapens, buurtbewoners bedreigen of een overval (proberen te) plegen.
De jongens zijn vaak al enige tijd actief op straat, op typische ‘hotspots’, met overlast, bedreiging en geweld, en wangedrag, spijbelen en wegsturen van school. Vaak zijn er problemen in de thuissituatie en wordt handel in drugs in het milieu als een voor de hand liggende bron van inkomsten beschouwd. De harde kerners in hun netwerk zijn hun (negatieve) rolmodellen. De doorgroeiers of rising stars hebben een ernstig risico om snel door te groeien richting met name routineuze gewelddadige drugscriminaliteit. Ooit begonnen met overlast in de wijk en onderdeel uitmakend van een jeugdgroep, maken ze in de luwte carrière in de zwaardere criminaliteit. In die zin zijn dergelijke jeugdgroepen te beschouwen als de ‘kraamkamer van de georganiseerde misdaad’.
Wat werkt in de aanpak? Voor de succesvolle aanpak van jeugd- en jongerencriminaliteit is een aantal ingrediënten van belang, zo leert de literatuur. Dit zijn onder andere vroegsignalering en de aanpak van risicojeugd en -gezinnen, ketensamenwerking en focused policing: focus, samenwerking, persoonsgericht, doelgroepgericht en gebiedsgericht. Vanuit onderzoek is bekend dat het aanbrengen van gezamenlijke focus in analyse en een gerichte integrale aanpak op hot times, hot spots, hot groups en hot shots zin hebben in het terugdringen van criminaliteit en overlast. In het kader van de aanpak van jeugd- en jongerencriminaliteit zijn de Top X-aanpakken, zoals de Top600 in Amsterdam (hot shots) en de aanpak van problematische jeugdgroepen (hot groups), voorbeelden binnen deze categorie.
De balans opgemaakt 57
Een kwetsbare buurt De Wildemanbuurt is al decennia sociaal economisch gezien de meest kwetsbare buurt in Amsterdam met een even lange historie van massieve, hardnekkige en ernstige jeugdproblematiek. De buurt telt ongeveer 5.000 bewoners en die wonen 9 van de 10 keer in een (sociale) huurwoning. In de buurt heeft 64% van de bewoners een niet-westerse migratieachtergrond, het merendeel hiervan is Marokkaanse-Nederlander. De wijk is een voedingsbodem voor een breed palet aan criminaliteitsvormen waarbij er vaak een relatie is met drugscriminaliteit. Verder valt op dat – in vergelijking met andere buurten en wijken in Amsterdam – de onveiligheidsgevoelens onder bewoners hoog zijn en de aangifte en meldingsbereidheid richting de politie laag is. Tot slot wordt er veel overlast door de bewoners ervaren door groepen jongeren en is er sprake van een sfeer van verloedering: afval en achterstallig onderhoud.
4.5 Kenmerken van het Wildemannetwerk De kern van dit rapport gaat over het Wildemannetwerk van 147 mannen en 9 vrouwen in de leeftijd van 16 tot 52 jaar (gemiddeld 28 jaar). We behandelen stapsgewijs een aantal belangrijke kenmerken van het netwerk, de categorieën personen en de clusters.
Actief en zwaar netwerk De leden van het netwerk zijn in de afgelopen 3 jaar betrokken geweest bij 2.955 door de politie geregistreerde incidenten. Dat is gemiddeld bijna 19 incidenten per persoon. Van hen heeft 90% (gemiddeld 12) antecedenten c.q. is als verdachte betrokken geweest bij het plegen van een strafbaar feit. Het criminaliteitspatroon van de verdachten is breed en loopt van vermogensmisdrijven tot misdrijven in het kader van de opiumwet. Opvallend is het instrumentele geweld binnen het netwerk, de toegang tot wapens en de betrokkenheid bij liquidaties. In vergelijking met dit type analyses in andere gemeenten in het land is het Wildemannetwerk zwaar. Er zitten relatief veel harde kenners, facilitators en rising stars in het netwerk terwijl het aandeel van de jonge aanwas klein is. De jonge mannen die in het netwerk zitten, staan via een aantal connecties binnen hetzelfde netwerk wel in verband met keiharde criminelen en de wereld van de georganiseerde en gewelddadige (drugs)misdaad. In combinatie met de kwetsbare context en het gebrek aan maatschappelijk perspectief verhoogt dit de kans op misdaadcarrières.
58 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
Gesloten en efficiënt netwerk Het Wildemannetwerk is hecht, gesloten en door de sterke onderlinge relaties ook efficiënt. Er zitten veel familierelaties in het netwerk (broers, neven en een aantal zussen en nichten) en ook de rol van een aantal criminele families is opvallend. Het netwerk beschikt over middelen (denk aan voertuigen, geld en vuurwapens), personen (in verschillende categorieën, waaronder facilitators) en (criminele) kennis om succesvol te zijn in de criminaliteit. Dit maakt dat derden moeilijk binnenkomen en het verzamelen van informatie over personen in het netwerk (door bijvoorbeeld de politie) lastig is. Op basis van het open bronnenonderzoek valt op dat er over de personen in het netwerk weinig online informatie te vinden is. Zo zijn er weinig tot geen sociale media accounts te vinden, worden de personen vrijwel nergens vermeld en blijken de vermeldingen die er dan wél zijn gedateerd te zijn. Ook dit past bij een gesloten netwerk en kan er op wijzen dat deze personen bewust onder de radar proberen te blijven. Het kan ook zijn dat er door deze personen op sociale media vooral gebruik gemaakt van ‘nicknames’ om niet gevonden te worden door de politie en andere instanties. Aan de randen van het netwerk bevindt zich een aantal poortwachters die de link tussen het netwerk en de ‘buitenwereld’ zijn.
Ook liquidaties of pogingen daartoe worden gepleegd door een aantal personen die aan de randen van het netwerk terug te vinden zijn. Het stadsdeel is al jaren actief met de aanpak van de Wildemangroep en deze groep jongeren zitten als drie afzonderlijke clusters in het centrum van het netwerk.
Kwetsbare vrouwen en facilitators De negen vrouwen in het netwerk zijn allemaal partners of familie (zus, moeder of tante) van andere personen in het netwerk. Een deel van de vrouwen is kwetsbaar met een bredere problematiek, sommigen werken als zzp’er in de prostitutie. Andere vrouwen die wel familie zijn van leden in het netwerk maar er zelf geen onderdeel van uitmaken, lijken coördinerend als het gaat om prostitutie of te fungeren als katvanger of facilitator - auto’s en scooters op naam – voor de mannen in het netwerk. Niet alleen vrouwen zijn soms faciliterend binnen het netwerk. In totaal zitten er 14 facilitators in het netwerk die bemiddelen in ruimten, locaties, opslag, voertuigen, transport of wapens.
De balans opgemaakt 59
Clusters en verbinders Het netwerk is op basis van onderlinge hechtheid onder te verdelen in 11 clusters met elk eigen kenmerken. Zo zijn er clusters (relatief jong) die zichtbaar zijn op de hotspots en de kern van de Wildemangroep vormen, maar we onderscheiden ook gespecialiseerde clusters (voertuigcriminalitiet, liquidatie), doorgroeiers, criminele families en the next generation. Verder liggen er – via drillrap of samenplegen – ook verbindingen naar netwerken in andere stadsdelen van Amsterdam. Naast onderlinge contacten op basis van dezelfde leeftijd zijn er ook diverse verbinders in het netwerk zichtbaar die zorgen voor verticale verbindingen tussen clusters. De verbinders hebben veelal een leidinggevende rol en hierdoor beïnvloeden ze de andere personen in de groep op een negatieve manier. Ze zetten jongeren aan tot het plegen van strafbare feiten, maar zij vormen ook de schakels om jongeren die nog tamelijk onschuldig actief zijn in de criminaliteit in contact te brengen met zware jongens en zwaardere vormen van criminaliteit.
Rol van bedrijven In het netwerk komt een aantal bedrijven in of in de directe omgeving van Amsterdam Nieuw-West naar voren als ‘interessant’. Het zijn enerzijds bedrijven die fungeren als ontmoetingsplekken of locaties die faciliteren. Verder vallen autoverhuurbedrijven uit andere delen van het land op die verbonden zijn met het Wildemannetwerk. Dergelijke voertuigen bieden het netwerk een vervoersmiddel, de gelegenheid om anoniem te rijden en relatieve onaantastbaarheid, omdat een gehuurd voertuig niet persoonlijk afgepakt kan worden. Ook zijn er diverse mannen in het netwerk actief als zzp-er in de Amsterdamse taxibranche. Recent onderzoek leert dat de taxibranche een interessante spil in een web van criminele netwerken kan zijn. Het betreft netwerken die zich vooral bezighouden met drugs en wapens. Chauffeurs zijn faciliterend en taxi’s de perfecte dekmantel om drugs, wapens maar ook criminelen te vervoeren.
4.6 De aanpak: veel kansen en één zorg Uit een analyse van de aanpak komt naar voren dat 37% van de leden van het netwerk ergens in een stadsdeel of de stad onderdeel is van een aanpak en 63% niet. De meeste leden van het netwerk zitten in de Wildemangroepaanpak of zitten in de Top 400 of 600. De huidige analyse geeft veel input om te beoordelen of daar bijstelling of intensivering op zou moeten komen. Er zijn op basis van de analyse en de bespreking van de netwerkanalyse met professionals veel kansen maar er is
60 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
ook een zorg. Kansen liggen op het vlak van het aanpakken van onderdelen van het netwerk zoals: De selectie van een aantal rising stars voor de Amsterdamse doorgroeiers-aanpak; De aanpak van facilitators in het netwerk; De focus en aanpak op een aantal bedrijven die uit de analyse naar voren komen; De inzet op de jonge aanwas om doorgroei te voorkomen; Het onttrekken van wapens aan het netwerk door recherchematig in te zoomen op die personen die daar betrokkenheid bij hebben; De aanpak van de Wildemangroep in de context van de netwerkanalyse; De focus op en aanpak van de (kwetsbare) vrouwen; De integrale aanpak van criminele families; De focus op en aanpak van verbinders en brokers in het netwerk. Buiten de aanpak van dit netwerk dient ook vroegsignalering op basis van risicofactoren genoemd te worden. Het gaat er dan om te voorkomen dat opgroeiende en kwetsbare kinderen in de basisschoolleeftijd überhaupt gaan toetreden tot een problematisch jeugdnetwerk in de Wildemanbuurt. Het is van belang om aan te geven dat het instrumentarium van het stadsdeel Nieuw-West gericht is op vroegsignalering en het tegengaan van overlast en lichte criminaliteit.
Van systeemanalyse naar systeemaanpak Het is uniek dat er voor de eerste keer op basis van straat- en systeeminformatie een uitgebreide netwerkanalyse is gemaakt van de criminaliteit in een Amsterdamse buurt en van de mate van beïnvloeding en samenwerking tussen personen en clusters binnen een netwerk. Deze systeemanalyse vraagt om een systeemaanpak. Een en ander is te vergelijken met een goede pizza: de ingrediënten (een breed Amsterdams pallet van aanpakken) zijn er en met de netwerkanalyse (een operationeel product naast dit onderzoeksrapport) is er ook een bodem. De pizza laat zich het beste smaken als deze met beleid (visie) gegeten gaat worden. Kleine goed gekozen happen verdienen daarbij de voorkeur boven het snel verorberen van de pizza. Er is ook één zorg. Als ieder voor zich aan de slag gaat wordt er eigenlijk op dezelfde manier gewerkt als in het verleden. Van die aanpak weten we dat het voor veel jongeren niet gelukt is om misdaadcarrières te voorkomen of doorbreken.
De balans opgemaakt 61
Geraadpleegde bronnen
Literatuur Adjiembaks, S. (2018). (On)gemerkt bijzonder. Levensverhalen van resisters en de betekenis van resistance to crime. Den Haag: Boom Criminologie. Beerthuizen, M., E. Leijsen & A. Van der Laan (2019). Risico- en beschermende factoren in de kindertijd en vroege adolescentie voor high impact crime in de latere adolescentie en jongvolwassenheid. Cahiers 2019-15, WODC: Den Haag. Beke, B., H. Ferwerda, E. van der Torre & E. Bervoets (2013). Jeugdgroepen en geweld. Van signalering naar aanpak. Onderzoeksreeks Politieacademie, Boom, Lemma. Bersani, B. & E. Eggleston Doherty (2018). Desistance from Offending in the Twenty-First Century. Annual Review in Criminology, vol. 1, 311-334. Berkeley, E. & A. Van Uden (2009). Risicojongeren: een bundeling van inzichten uit onderzoek, beleid en praktijk over effectieve aanpak. Den Haag, Nicis Institute. Bervoets, E., Ferwerda, H., Bremmers, B., Keijzer, D., & T. Appelman (2013). Daling jeugdige verdachten Amsterdam. Op zoek naar mogelijke verklaringen. Rotterdam/ Arnhem: Lokale Zaken/Bureau Beke. Bervoets, E. & A. van Wijk (2016). Drie drugsnetwerken in een kleine stad. Tijdschrift voor Criminologie 58(3):3-19. Blokland, A. & L. de Kruijff (2020). Desistance bij seksuele daders in criminologisch perspectief. In: K. Goethals, M. De Boeck, T. Dilliën, W. Huys & A.
Nuyts (red.), Handboek behandeling van seksueel afwijkend gedrag, 101 – 145, Blondel, V. J.-L. Guillaume, R. Lambiotte & E. Lefebvre (2008). Fast unfolding of communities in large networks, Journal of Statistical Mechanics: Theory and Experiment (10), P1000.
62 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
Braga, A. & D. Weisburd (2012). ‘The effects of “pulling levers” focused deterrence strategies on crime’, Campbell Systematic Reviews 2012, afl. 6, 1-90. Bruinsma, G. & W. Bernasco (2002). Dadergroepen en transnationale illegale markten. Tijdschrift voor Criminologie, 44 (2),128-140. Burik, A. van, Hoogeveen, C., De Jong, B., & Vogelvang, B. (2013). Evaluatie aanpak criminele jeugdgroepen. Den Haag: WODC. Campedelli, G., F. Calderoni, T. Comunale & C. Meneghini (2020). Life-Course Criminal Trajectories of Mafia Members. Crime & Delinquency. DOI: 10.1177/ 0011128719860834. Can, E., F. Patan, D. Smith, D. Sudarmanto & L. Bakker (Ed.) (2018). Portretten uit de Wildemanbuurt: Een onderzoek naar de wensen en behoeften van verschillende bewonersgroepen. Amsterdam: Gemeente Amsterdam. Copp, J., P. Giordano & M. Longmore (2019). Desistance from Crime during the Transition to Adulthood: The Influence of Parents, Peers, and Shifts in Identity. Journal of Research in Crime and Delinquency. Crone, E. (2018). Het puberende brein: over de ontwikkeling van de hersenen in de unieke periode van de adolescentie. Amsterdam: Promotheus. Ferwerda, H. (2005). De Diamantgroep. De aanpak gebundeld. Arnhem, Bureau Beke. Ferwerda, H., J. Jakobs & B. Beke (1996). Signalen voor toekomstig crimineel gedrag.
Een onderzoek naar de signaalwaarde van kinderdelinquentie en probleemgedrag op basis van casestudies van ernstig criminele jongeren. Den Haag: Stafbureau Informatie, Voorlichting en Publiciteit. Dienst Preventie, Jeugdbescherming en Reclassering. Ministerie van Justitie. Ferwerda, H., B. Beke & E. Bervoets, (2013). Jeugdgroepen van toen. Een casus onderzoek naar de leden van drie criminele jeugdgroepen uit het einde van de vorige eeuw. Politie & Wetenschap, Apeldoorn. Ferwerda, H. & T. van Ham (2017). Lessen uit de aanpak van jeugdgroepen. Justitiële verkenningen: Dalende jeugdcriminaliteit. (Red. A. Donker, R. Roks, B. Rovers, M. Schuilenburg, M. Smit & E. Snel, pp. 112-126) Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Ferwerda, H., B. Beke & E. Bervoets (2017). De onzichtbare invloed van bovenlokale criminele netwerken op de wijk. Tijdschrift voor de Politie, 79, 9/10, 2017, 6-11.
Geraadpleegde bronnen 63
Ferwerda, H. B. de Graaf, H. Lesscher & N. Saadat (2018). Het Dalton-effect voorkomen. Nut, noodzaak en lessen voor de aanpak van criminele families. Tijdschrift voor de Politie, jaargang 80, nr. 8/9, 2018, 44-48. Ferwerda, H. (2019). Gooi het kind niet met het badwater weg. Cahiers Politiestudies, jaargang 2019-1, nr. 50, 141-144. Ferwerda, H., J. Wolsink & I. van Leiden (2020). De lading van vuurwapens. Een onderzoek naar de impact van illegale vuurwapens in Nederland. Politie & Wetenschap, Den Haag; Bureau Beke, Arnhem Ferwerda, H., H. de Boer, I. van Leiden & J. Wolsink (2021). Taxi! Malafide activiteiten en (ondermijnende) criminaliteit in de Amsterdamse taxibranche. Bekereeks, Bureau Beke, Arnhem. Freeman, C. (1977). A Set of Measures of Centrality. Based on Betweenness. Sociometry, 1, 35-41. Fuller, G. A. Morgan & R. Brown (2019). Criminal histories of Australian organised crime offenders. Trends & issues in crime and criminal justice, 567. Geenen, M. (2010), Stoppen is afzien: welke betekenis geven jongeren aan professionals in het proces van stoppen met criminaliteit? ‘s-Hertogenbosch: Avans Hogeschool, Expertisecentrum Veiligheid. Gemeente Amsterdam (2019). Weerbare mensen, weerbare wijken. Programma Terugdringen Drugshandel. Grinsven, S. van & A. Verwest (2017). Vijf jaar aanpak Top 600, waar staan we nu? Justitiële verkenningen: Dalende jeugdcriminaliteit. (Red.
A.G. Donker, R.A. Roks, B. Rovers, M.B. Schuilenburg, M. Smit & E. Snel, 127-141) Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Hoogerwerf, A. (2003). Beleid, processen en effecten. A. Hoogerwerf en M. Herweijer, Overheidsbeleid. Een inleiding in de beleidswetenschap. Alphen aan den Rijn: Kluwer. Jeursen, T & M. Achleitner (2019). Drugscriminaliteit in Amsterdam-West: een contextuele benadering. Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Klerks, P. (2001). The network paradigm applied to criminal organisations: theoretical nit-picking or a relevant doctrine for investigators? Recent developments in the Netherlands. Connections, 24 (3), 53-65.
64 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken
Koppen, M. van, V. Van der Geest & E. Kleemans (2017). Doorgroeiers in de misdaad. De criminele carrières en achtergrondkenmerken van jonge daders van een zwaar delict. VU, Politie & Wetenschap, Apeldoorn. Laan, van der, A. & M. Beerhuizen (2018). Monitor Jeugdcriminaliteit 2017: Ontwikkelingen in de registreerde jeugdcriminaliteit in de jaren 2000 tot 2017. Cahier 2018-1. Den Haag: Ministerie van Justitie en Veiligheid. Laan, van der, A., M. Beerthuizen & H. Goudriaan (2017). Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit, 1997 tot 2015. Justitiële verkenningen: Dalende jeugdcriminaliteit. (Red. A.G. Donker, R.A. Roks, B. Rovers, M.B. Schuilenburg, M. Smit & E. Snel, 28-49) Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Laan, van der A., S. Pleysier & F. Weerman (2020). Hedendaagse jeugdcriminaliteit: nieuwe vragen en enkele antwoorden na een historische daling. Tijdschrift voor Criminologie, 62(2-3), 115-129 Lambiotte, R., J.-C. Delvenne & M. Barahona (2009). Laplacian Dynamics and Multiscale Modular Structure in Networks. Leiden, I. van, J. Wolsink & H. Ferwerda (2019). Criminelen achter het stuur. De aard en omvang van het gebruik van huurmotorvoertuigen voor criminele activiteiten. Bekereeks, Bureau Beke, Arnhem. Lenkens, M., F. van Lenthe, L. Schenk, T. Magnée, M. Sentse, S. Severiens, G. Engbersen & G. Nagelhout (2019).
Experiential peer support and its effects on desistance from delinquent behavior: Protocol paper for a systematic realist literature review. Systematic Reviews, vol. 8, no. 119, 1-14. Maruna, S. (2001). Making good; How ex-convicts reform and rebuild their lives. Washington DC: APA-Books. McNeill, F. (2006). A desistance paradigm for offender management. Criminology and Criminal Justice, 6(1), 39-62. Rovers, B. (2008) Ze deugen nergens voor: het Belief effect in justitiële jeugdinterventies. H. Moors en B. Rovers: Geloven in veiligheid. Avans Hogeschool: ’s Hertogenbosch. Sampson, R. & J. Laub (1995). Crime in the making: Pathways and turning points through life. Harvard University Press. Sampson, R. & J. Laub (2017). A general age-graded theory of crime: Lessons learned and the future of life-course criminology, Farrington, Integrated Developmental and Life-course Theories of Offending, 165 – 187.
Geraadpleegde bronnen 65
Skogan, W. & K. Frydl (eds.) (2004). Fairness and Effectiveness in Policing: The Evidence. Washngton: Te national Academy’s Press. Spapens, T. (2012). Netwerken op niveau: criminele micro-, meso- en macronetwerken (oratie). Tilburg: Tilburg University. Versteegh, P., T. van der Plas & H. Nieuwstraten (2011). The best of three worlds. Effectiever politiewerk door een probleemgerichte aanpak van hot crimes, hot spots, hot shots en hot groups, Apeldoorn: Politieacademie. Vollaard, B., P. Versteegh & J. van den Brakel (2009). Veelbelovende verklaringen voor de daling van de criminaliteit na 2002. Apeldoorn: Politie & Wetenschap. Waard, de, J., A. Van der Laan & M. Scheepmaker (2017). Inleiding. Justitiële verkenningen: Dalende jeugdcriminaliteit. (Red. A.G. Donker, R.A. Roks, B. Rovers, M.B. Schuilenburg, M. Smit & E. Snel, 5-9) Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Waard, De, J. (2019). Wat Werkt? Een systematisch overzicht van recent verschenen meta evaluaties / synthesestudies binnen de kennisdomeinen situationele criminaliteitspreventie, politiezorg, en strafrechtelijke interventies, 1997 – 2019. Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Weerman, F. & E. Kleemans (2002). Criminele groepen en samenwerkingsverbanden. Tijdschrift voor Criminologie, 44 (2), 114-127. Weerman, F. (2017).
Sociale media en smartphones als verklaring voor de daling in jeugdcriminaliteit? Justitiële verkenningen: Dalende jeugdcriminaliteit. (Red. A.G. Donker, R.A. Roks, B. Rovers, M.B. Schuilenburg, M. Smit & E. Snel, 71-87) Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie. Weijers, I. & D. van Drie (2014). Stoppen of volharden. Portretten van jonge veelplegers. SWO, Amsterdam. Weijers, I. (2019). Veelplegers aanpakken. 81 jonge veelplegers 15 jaar gevolgd. SWP, Amsterdam. Weijers, I. H. Ferwerda & R. Roks (2021). Verharding van de jeugdcriminaliteit. Nederlands Juristenblad, 8 januari 2021, aflevering 1, 14-20.