CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Rapport Misdaadcarrieres voorkomen en doorbreken - Bureau Beke

Raadscommissie Algemene Zaken 9 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsinformatiebrief uitkomsten onderzoek naar lokale en bovenlokale criminele structuren Wildemanbuurt Nr. VN2021-03236721.874 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Van analyse van het netwerk naar aanpak

Henk Ferwerda Nicole Brouwer Ivo Hölzken Linda Kroese

Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Van analyse van het netwerk naar aanpak

Henk Ferwerda Nicole Brouwer Ivo Hölzken Linda Kroese

Colofon In opdracht van Het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) Amsterdam-Amstelland

Vormgeving en opmaak Marcel Grotens, Bureau Beke

Henk Ferwerda, Nicole Brouwer, Ivo Hölzken en Linda Kroese

Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken Van analyse van het netwerk naar aanpak ISBN 978-94-92255-48-8 Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Amsterdam. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het onderzoek berust bij de auteurs. De inhoud vormt niet per definitie een weergave van het standpunt van de gemeente Amsterdam. © 2021, Bureau Beke en Politie Eenheid Amsterdam. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteurs. No part of this publication may be reproduced in any form by print, photo print or other means without written permission from the authors

Inhoud Voorwoord 7 1 Een onderzoek in een Amsterdamse wijk 9 1.1 Waarom een onderzoek in de Wildemanbuurt? 9 1.2 De probleem- en vraagstelling 10 10 1.3 Een actieonderzoek met ambities 1.4 Methoden van onderzoek 11 15 1.5 Leeswijzer

2 De context 16 2.1

Jeugd- en jongerencriminaliteit: ontwikkelingen en carrières 16

2.1.1

Stoppen of doorgaan met criminaliteit 17

2.1.2

Doorgroeiers in de criminaliteit 19

2.2 De Wildemanbuurt 21

3 De netwerkanalyse 25 3.1

Over carrières, rekrutering, categorieën plegers en clusters 25

28 3.2 Het netwerk: een eerste beschrijving 3.3 Het netwerk en de categorieën 35 3.4 De clusters binnen het netwerk 38 51 3.5 De huidige en toekomstige aanpak

4 De balans opgemaakt 55 4.1 Systeem- en straatinformatie 55 4.2 Bijzondere samenwerking leidt tot meerdere producten 55 4.3 Multibronnenonderzoek 56 4.4 De context van het onderzoek 56 4.5 Kenmerken van het Wildemannetwerk 58 4.6 De aanpak: veel kansen en één zorg 60

Geraadpleegde bronnen 62 Bijlagen Bijlage 1 – Deelnemers aan het onderzoek 68

Bijlage 2 – Delictscategorieën, subcategorieën, aantallen en percentages 70

Bijlage 3 – Antecedenten en achtergrondkenmerken 75

Voorwoord

Binnen het Amsterdamse programma ‘Weerbare mensen, weerbare wijken’ wordt breed ingezet op het terugdringen van de drugshandel in de stad. Een van de onderdelen binnen dit programma is het uitvoeren van een verdiepend onderzoek naar de invloed van bovenlokale criminele netwerken op de jeugdige bewoners in de Wildemanbuurt. Op basis van een netwerkanalyse wordt – in dit rapport - inzichtelijk gemaakt hoe overlast c.q. jeugdcriminaliteit in deze wijk verbonden is met ernstige vormen van criminaliteit. De analyse geeft naast inzicht in een systeem dat zich bezighoudt met het plegen van strafbare feiten ook handvatten voor het voorkomen en doorbreken van misdaadcarrières. Dit onderzoek is vanwege de samenwerking tussen analisten van de politie Eenheid Amsterdam en onderzoekers van Bureau Beke bijzonder. Naast dit geanonimiseerde onderzoeksrapport is namelijk ook een methodiek uitgeleerd die ook in andere stadsdelen kan worden toegepast én is operationele informatie – in beheer bij de politie – beschikbaar over het netwerk en de personen daarbinnen. Voor het onderzoek dat we in opdracht van de gemeente Amsterdam en haar veiligheids- en zorgpartners uitvoerden, gebruikten we diverse bronnen.

Zo werd bestaande politie-informatie met een nieuwe analysetechniek geanalyseerd, werden open bronnen en literatuur geraadpleegd en werden 55 Amsterdamse professionals bij het onderzoek betrokken. Dat was erg nuttig, verhelderend en ook leuk. We zijn hen zeer erkentelijk voor hun inbreng en danken hen daarvoor. Ze staan per organisatie en functie weergegeven in bijlage 1. Een speciaal woord van dank gaat in de eerste plaats uit naar Eddy Klein Hofmeijer, analist in de Politie Eenheid Oost-Nederland, voor het collegiaal uitleren van de analysemethodiek. Verder zijn we Martin Nanninga van de Politie Eenheid Amsterdam en Annerieke Coenraads, Widad Chrifou en Justin van der

Voorwoord 7

Meij van de gemeente Amsterdam veel dank verschuldigd voor het meedenken en organiseren van de verschillende bijeenkomsten met professionals. Tot slot bedanken wij de leden van de leescommissie voor hun feedback op het manuscript. Het betreft Carla van Aert, Karin van Baarle, Annerieke Coenraads, Bart de Graaf, Flora de Groot, Carolien Köppen, Nienke Laan en Nadia Najibi.

Henk Ferwerda, Nicole Brouwer, Ivo Hölzken en Linda Kroese Arnhem, augustus 2021

8 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

1

Een onderzoek in een Amsterdamse wijk

‘Weerbare mensen, weerbare wijken’1 is de naam van het Amsterdamse programma voor het terugdringen van drugshandel in de stad. Een van de onderdelen binnen dit programma is het uitvoeren van een verdiepend onderzoek naar de invloed van bovenlokale criminele netwerken op de (jeugdige) bewoners van de Wildemanbuurt. Het betreft een buurt – zie hoofdstuk 2 – die criminogeen kwetsbaar is. In dit hoofdstuk gaan we in op de achtergronden bij en de vraagstelling en ambities van dit onderzoek. Ook staan we stil bij de analysemethode.

1.1 Waarom een onderzoek in de Wildemanbuurt? De Wildemanbuurt in Amsterdam Nieuw-West is een buurt waar al ruim 20 jaar sprake is van ernstige jeugdproblematiek. Naast de bestaande aanpak van de actuele jeugdproblematiek op straat en het inzetten op de nieuwe aanwas wil men in Amsterdam ook inzichtelijk gemaakt hebben welke negatieve invloed er uit gaat van personen die onderdeel zijn van bovenlokale criminele fluïde netwerken. Het gaat dan om de onzichtbare invloed op het gedrag en de criminele carrièreontwikkeling van jongeren in de wijk2. Zicht krijgen op ‘dat wat we niet weten’ c.q. de sluimerende risico’s is voor de gemeente en haar veiligheids- en zorgpartners, inclusief de driehoek, in het kader van beleid en aanpak van belang. Het in beeld brengen van deze netwerken, hun invloed en de verschillende clusters van personen daarbinnen zou de basis kunnen zijn voor een structurele en effectieve aanpak. Er wordt namelijk – anders dan nu het geval is – op basis van een analyse een beeld geschetst van een systeem dat zich bezighoudt met het plegen van (ernstig) crimineel gedrag waarbinnen diverse personen – van jong tot ouder – een rol spelen of gaan spelen. Voor diverse jongeren die opgroeien in deze wijk is een carrière in de drugscriminaliteit namelijk een reëel perspectief. Als er geen oog is voor de bovenlokale netwerken die hen aantrekken, is van de

Een onderzoek in een Amsterdamse wijk 9

aanpak in de wijk minder succes te verwachten3. Anders gezegd, maakt zicht op het systeem gefundeerde keuzes in de aanpak mogelijk.

1.2 De probleem- en vraagstelling Voor het onderzoek is de volgende probleemstelling geformuleerd: Op welke wijze zijn bovenlokale criminele fluïde netwerken in relatie tot de Wildemanbuurt georganiseerd, met welke vormen van criminaliteit houden ze zich bezig, wat is hun werkwijze, welke invloed hebben ze op de jongeren in de Wildemanbuurt en wat betekent dit voor de preventieve, proactieve en repressieve aanpak? Uit deze probleemstelling zijn de volgende concrete onderzoeksvragen afgeleid: 1. Hoe ziet het bovenlokale criminele fluïde netwerk eruit dat invloed heeft op de Wildemanbuurt? 2. Welke te onderscheiden categorieën jongeren en ouderen zitten er in het netwerk, wat is hiervan de omvang, wat zijn hun kenmerken en aan welke vormen van criminaliteit maken ze zich schuldig. Bij categorieën gaat het om harde kern, rising stars, criminele locals, jonge aanwas en facilitators. 3. Welke clusters zijn er binnen het netwerk te onderscheiden en wat zijn hun kenmerken en criminaliteitspatronen? 4. Is er sprake van een rol van criminele families binnen het totale netwerk, en zo ja om hoeveel en welke families gaat het? 5. Wat betekent voorgaande voor de aanpak van de harde kern, rising stars, criminele locals, jonge aanwas, facilitators en criminele families?

1.3 Een actieonderzoek met ambities Naast inzicht in wat er aan de hand is in en om de Wildemanbuurt en handvatten voor de aanpak levert dit onderzoek ook een blauwdruk voor (politie)analyses gericht op bovenlokale netwerken in andere wijken en buurten. Onderzoekers van Bureau Beke hebben in dit onderzoek nauw samengewerkt met Amsterdamse professionals en daarom spreken we van een actieonderzoek. Er is samengewerkt met analisten van de politie waarbij er ook aandacht is geweest voor de overdracht van de analysemethode4 . Verder zijn de onderzoekers ook betrokken geweest bij het vertalen van de opbrengsten van de analyse richting de eerste contouren van een aanpak.

10 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

De opbrengsten van dit onderzoek zijn dan ook tweeledig. Allereerst is er een analyse op naamsniveau in beheer bij de politie die binnen de geldende convenanten gebruikt kan worden voor de aanpak. Daarnaast is voor de gemeente en haar veiligheids- en zorgpartners, inclusief de driehoek, en andere geïnteresseerden deze geanonimiseerde rapportage opgesteld.

1.4 Methoden van onderzoek Het onderzoek kende verschillende fasen die hierna worden toegelicht.

0 Deskresearch Om dit onderzoek en de onderzoeksgroep in een context te plaatsen, analyseerden we open bronnen en literatuur. We geven op basis van deze bronnen een beeld van ontwikkelingen en carrières in de jeugd- en jongerencriminaliteit enerzijds en typeren de Wildemanbuurt – de buurt waar de personen in dit onderzoek een band mee hebben – anderzijds.

1 Samenstellen basislijst kopstukken Voor de analyse is gestart met het samenstellen van een primaire namenlijst (basislijst). Om tot een dergelijke lijst te komen is in een bijeenkomst de informatie en kennis van ‘streetlevelfunctionarissen’ uit de Wildemanbuurt bij elkaar gebracht.5 Daarbij is het goed om aan te gegeven dat de professionals in het stadsdeel beschikten over veel informatie vanuit hun rol van het signaleren en tegengaan van overlast en lichte criminaliteit. De basislijst van in totaal 33 personen is samengesteld uit twee groepen: ƒ Straatprinsen of kopstukken. Dit zijn de op dit moment crimineel actieve jongeren behorend tot de problematische Wildemangroep die veel (criminele) contacten hebben, die te beschouwen zijn als informele of formele leiders die zichtbaar of op de achtergrond de touwtjes in handen hebben, die invloed hebben op het gedrag van de jongeren op straat en die te zien zijn als de spinnen in het web. ƒ Straatprinsen of kopstukken van toen. Dit is een aantal twintigers/ dertigers met hetzelfde profiel als hierboven maar die uit beeld zijn en volgens professionals op de achtergrond nog steeds een rol spelen.

2 Netwerkanalyse Om de netwerkanalyse te kunnen uitvoeren, maar ook te borgen, zijn er vanaf het begin twee analisten aan het project gekoppeld. Omdat er door de politie in

Een onderzoek in een Amsterdamse wijk 11

Oost-Nederland ervaring is opgedaan met het uitvoeren van bovenlokale netwerkanalyses is de methodiek door de onderzoekers samen met een analist uit de politieregio Oost-Nederland uitgeleerd aan de Amsterdamse analisten. In het kort is de analyse door hen als volgt uitgevoerd. De basislijst van in totaal 33 personen – die tot stand is gekomen op basis van een bijeenkomst met professionals uit het stadsdeel – is als cluster ingevoerd in iBase en voor deze personen zijn tevens de politieregistraties uit de afgelopen 3 jaar via Blueview geëxporteerd en geïmporteerd in iBase. Hierin komen naast BVH registraties en de inhoud daarvan ook de Summ-it journaals en documenten mee, die middels de ‘tentative import specificatie’ relaties legt tussen gekoppelde entiteiten.

Extended netwerk Voorgaande analyse geeft zicht op een uitgebreid of extended netwerk – zoals in figuur 1.1 weergegeven – van 1.066 personen met 8.812 onderlinge relaties. Voor het extended netwerk is statistisch bepaald wie de kopstukken zijn: het gaat daarbij om de personen die veel directe criminele relaties onderhouden6. Deze analyse geeft zicht op vier personen die niet op de basislijst van de professionals stonden, maar wel uit het extended netwerk als kopstuk naar voren komen. Deze vier personen zijn aan de basislijst toegevoegd.

Naar een Limited netwerk Om het netwerk van 1.066 personen op inhoud in te perken en te komen tot een limited netwerk zijn de volgende afbakeningscriteria toegepast: ƒ Alle veronderstelde linken die zijn gebaseerd op één veronderstelde relatie zijn verwijderd. Hiervoor is gekozen, omdat de veronderstelde relaties worden gelegd tussen personen die samen voorkomen in een mutatie. Het is niet per se noodzakelijk dat de betrokkenen elkaar kennen. Echter wanneer betrokkenen twee keer of vaker samen in een mutatie voorkomen, is de redenering dat hier geen sprake meer kan zijn van toeval. Dan blijft de link dus staan. ƒ De tweede afbakeningsregel is de geografische verbondenheid met het gebied. De Wildemanbuurtgroep is bestempeld als een hardnekkige overlastgevende en criminele jeugdgroep. Vele daarvan zijn de groep inmiddels ontstegen, maar het trekt ook weer nieuwe ‘jonge aanwas’ aan. Kenmerkend is dat dit gebeurt in de gebieden waar zij ook woonachtig zijn. Het idee is dat bovenlokale criminele netwerken alleen invloed kunnen uitoefenen op deze jeugdgroep als zij ook daadwerkelijk in het gebied bewegen. Er is daarom gekozen om alleen die perso-

12 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

nen in het netwerk te houden die een relatie hebben met het gebied. Dit is ruim genomen: postcodegebied 1060-1069. Het limited netwerk – weergegeven in figuur 1.2 – dat is ontstaan vormt de basis voor een verdiepende analyse. Allereerst zijn de volgende stappen gezet: ƒ Alle dubbele entiteiten zijn samengevoegd tot één; ƒ Alle NN personen zijn verwijderd7; ƒ Alle overleden personen zijn verwijderd. Figuur 1.1 – Extended netwerk

Figuur 1.2 – limited netwerk

Een onderzoek in een Amsterdamse wijk 13

Dit levert een limited netwerk op dat bestaat uit 156 personen met 2.389 onderlinge relaties. Voor deze personen zijn op basis van bestaande cognos-rapportages die binnen de politie gebruikt worden de volgende gegevens aan de personen in het netwerk toegevoegd: ƒ Rapport 3777 relaties uit Summ-it; ƒ Rapport 4311 antecedenten en na vertaling ook criminele markten8; ƒ Rapport 3658 toegekende rollen binnen de criminele markten; ƒ Door middel van de tool DataDetective zijn kenmerken van personen uit de bronsystemen van de politie ontsloten, zoals aanpak, leeftijd, datum eerste feit. ƒ Rapport 2134 de actieradius van de door hen gepleegde strafbare feiten. De 156 personen in het limited netwerk vormen de basis van de beschrijving van het totale netwerk, de categorieën personen binnen het netwerk en de te onderscheiden subnetwerken c.q. clusters. In hoofdstuk 3 wordt dit nader beschreven en geduid.

3 Verdieping in de veldfase In drie sessies met frontlineprofessionals en in een sessie met direct betrokkenen uit het stadsdeel op tactisch niveau zijn de resultaten van de analyse doorgenomen en zijn personen en clusters uit de analyse nader besproken9. De systeeminformatie is in deze stap verrijkt met straatinformatie van professionals. Dergelijke straatkennis is niet of slechts fragmentarisch in de (politie) registratiesystemen terug te vinden. Dit soort informatie ‘kleurt’ echter de achtergrond en toont bijvoorbeeld de wijze waarop dergelijke criminele (sub)netwerken opereren. Naast politieinformatie (systeeminformatie) speelt informatie van professionals uit het stadsdeel (straatinformatie) een belangrijke rol in de samenstelling en duiding van het netwerk. In een sessie van een dag met de stakeholders van alle relevante aanpakken op stedelijk en stadsdeel niveau is de analyse teruggekoppeld en besproken10. Voor categorieën van personen en subnetwerken c.q. clusters is nagegaan welke aanpak hierop ingezet zou kunnen worden. Denk daarbij aan deelaanpakken zoals die van ondermijning, doorgroeiers, kwetsbare meiden of de groepsaanpak. De onderzoekers voerden buiten de netwerkanalyse om op de personen in het netwerk een open bronnenonderzoek uit om na te gaan of deze personen vindbaar en actief zijn op sociale media en zo ja, op welke manier.

Zo is er gezocht naar informatie over sociale onderwerpen zoals werk, sport en scholing, maar ook naar informatie over gepleegde delicten. De search is uitgevoerd via Google

14 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

waarbij per naam is gezocht. Hierbij is in eerste instantie een periode van de afgelopen drie jaar aangehouden, maar omdat dit weinig opleverde is deze tijdsbeperking verwijderd en is er zonder afgebakende periode gezocht. De analyse is uitgevoerd voor een representatieve steekproef van 80 personen uit dit netwerk. De resultaten van deze analyse zijn weergegeven in een box in hoofdstuk 3. In deze fase is - tot slot - ook onderzocht of de gemeente aanvullende informatie over de 156 personen uit de politieanalyse zou kunnen toevoegen. Met dergelijke informatie - te denken valt aan gegevens over werk en inkomen of leerplicht – zouden de personen in het netwerk nader kunnen worden geduid. Helaas is voor deze onderzoekshandeling – vanwege het ontbreken van een juridische titel om deze informatie te delen - geen toestemming verleend. Het is de verwachting dat indien de analyse gebruikt gaat worden voor de aanpak deze gegevens wel worden verstrekt onder de voor de betreffende aanpak geldende afspraken over informatiedeling.

1.5 Leeswijzer In het vervolg van dit rapport gaan we in hoofdstuk 2 in op de context van dit onderzoek. We gaan kort in op algemene ontwikkelingen in de jeugd- en jongerencriminaliteit en criminele carrières en geven een beeld van de Wildemanbuurt. Dit is de context waar de 156 personen uit de analyse die in hoofdstuk 3 wordt besproken, wonen en actief zijn. In het afsluitende hoofdstuk 4 maken we de balans op en reflecteren we op de analyse en opbrengsten.

Eindnoten 1. 2. 3. 4. 5.

Gemeente Amsterdam, 2019. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017. Zie de literatuurverkenning in hoofdstuk 2. Voor deze onderzoeksactiviteit is toestemming door het College van Procureurs Generaal verleend. Dit is gedaan in een bijeenkomst met in totaal 12 medewerkers van de politie, gemeente en openbaar ministerie (zie bijlage 1). 6. Freeman, 1977 noemt dat ‘Degrees – centrality’. 7. Nomen nescio c.q. ‘naam onbekend’. 8. Het rapport genereert alleen de antecedenten en niet de criminele markten. Vanuit de antecedenten is een vertaalslag gemaakt naar criminele markten op basis van de Hyperion-methodiek. Bij politieinformatie gaat het over landelijke informatie. 9. Aan deze sessies werd meegewerkt door 30 medewerkers van politie, gemeente en OM (bijlage 1). 10. Aan deze bijeenkomst werd deelgenomen door 25 vertegenwoordigers van het openbaar ministerie, politiefunctionarissen en vertegenwoordigers van de gemeente (zie bijlage 1).

Een onderzoek in een Amsterdamse wijk 15

2 De context In dit hoofdstuk staan we stil bij de context van dit onderzoek. Allereerst gaan we in op het onderwerp jeugd- en jongerencriminaliteit waarbij ontwikkelingen en carrières centraal staan. Daarna geven we een beschrijving van de Wildemanbuurt. Dit is namelijk de context waarin de 156 personen uit dit onderzoek een binding mee hebben.

2.1 Jeugd- en jongerencriminaliteit: ontwikkelingen en carrières Sinds de eeuwwisseling is er sprake van een sterke daling (halvering) van de criminaliteit gepleegd door jongeren en jongvolwassenen1 en van een daling van het aantal problematische jeugdgroepen2. Deze daling heeft overigens vooral betrekking op de offline criminaliteit. Gedigitaliseerde vormen van jeugd- en jongerencriminaliteit en cybercrime zullen naar alle waarschijnlijkheid namelijk toenemen. Uit diverse onderzoeken3 komt naar voren dat de daling in de jeugd- en jongerencriminaliteit ons in de eerste plaats overkomen is in de vorm van de ‘Crime drop’ als autonome ontwikkeling in de westerse wereld. Daarnaast zijn er ‘Out of the box’ verklaringen, zoals de afname van het loodgehalte in ons milieu. Dit zou invloed hebben op een afname van afwijkend gedrag van mensen. Ook dient de toename van het smartphonegebruik door jongeren genoemd te worden waardoor het rondhangen op straat (met bijbehorend gedrag) voor een deel vervangen is door digitaal rondhangen4. Er zijn ook afgedwongen verklaringen voor de daling van de jeugd- en jongerencriminaliteit die ook opgeld doen voor ons land. Dit zijn onder andere: ƒ Stedelijke vernieuwing ƒ Vroegsignalering en de aanpak van risicojeugd en -gezinnen

16 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

ƒ Ketensamenwerking ƒ Gelegenheidbeperkende en technopreventieve maatregelen ƒ Focused policing Focused policing lichten we er even uit, want deze categorie afgedwongen verklaringen is zeer relevant voor onderhavig onderzoek. Oorspronkelijk verwees ‘policing’ bij deze categorie naar activiteiten en interventies door de politie5 . Inmiddels betreft het hier daarnaast ook activiteiten en interventies die door de politie met anderen worden uitgevoerd waarbij de politie niet noodzakelijkerwijze zelf de initiatiefnemer of regisseur is. Kortom, het begrip ‘policing’ is van strikt politiewerk langzamerhand verschoven naar gezamenlijke handhaving. Hoe het ook zij, de grote gemene deler bij ‘focused policing’ is focus, samenwerking, persoons-, doelgroep- en gebiedsgericht. Vanuit onderzoek is bekend dat het aanbrengen van gezamenlijke focus in analyse en een gerichte integrale aanpak op hot times, hot spots, hot groups en hot shots zin hebben in het terugdringen van criminaliteit en overlast6. In het kader van de aanpak van jeugd- en jongerencriminaliteit zijn de Top X-aanpakken zoals de Top600 in Amsterdam (hot shots) en de aanpak van jeugdgroepen (hot groups) voorbeelden binnen deze categorie. Dit zijn aanpakken waar de politie samen met haar ketenpartners de afgelopen jaren sterk op heeft ingezet.

Onderzoekers7 constateren bijvoorbeeld dat in meer dan de helft (60%) van de door hen bekeken criminele jeugdgroepen sprake is geweest van een integrale aanpak, waarbij duidelijke stappen zijn gezet in de onderlinge samenwerking met positieve resultaten.

2.1.1 Stoppen of doorgaan met criminaliteit In de internationale criminologie bestaan theorieën waarin een relatie wordt gelegd tussen de levensloop van jongeren en hun betrokkenheid bij criminaliteit. Met name Sampson & Laub8 hebben veel onderzoek gedaan naar dit fenomeen en ook invloed gehad op Nederlands onderzoek9. Bekend is het onderscheid tussen het zogeheten opgroeigedrag en signaalgedrag. En het daarmee verband houdende onderscheid tussen desistance (stoppen) en persistance (doorgaan). We lichten een en ander hierna toe.

Stoppen Veruit het leeuwendeel van de jeugdcriminaliteit kan onder opgroeigedrag worden geschaard en neemt af met het ouder worden10. Naarmate de jaren vorderen, veranderen de sociale bindingen van jonge mensen ten faveure van een conventionele maatschappelijke carrière. Jongerenwerkers geven bijvoorbeeld

De context 17

vaak aan dat ‘woning’, ‘wijf’, ‘werk’ – en tegenwoordig ‘wifi’ - factoren zijn die invloed hebben op het uiteindelijk stoppen met criminaliteit. Onder invloed van de levensloopcriminologie is er tevens aandacht voor deze desistance en de verklarende factoren die daarbij een rol spelen11. Bij desistance staat het proces van stoppen met crimineel gedrag en het opbouwen van een nieuwe, niet-criminele identiteit centraal12. Copp, Giordano & Longmore13 concluderen in een recent artikel dat naast gebeurtenissen in de levensloop zoals trouwen en kinderen krijgen, ook cognitieve processen een rol spelen. Zij duiden met name op de zich rijpende identiteit van de jongere crimineel die eveneens een rol speelt bij het stoppen. Het belang van een ontwikkelende identiteit kan moeilijk los worden gezien van tamelijk recente bevindingen in de neurologie. Ook in de neurologie wordt bevestiging gevonden in het patroon van een afnemende criminaliteit met het vorderen der levensjaren. Alleen komt deze met een biologische verklaring, namelijk de rijping van de hersenen14. Het puberbrein maakt dat jongeren de gevolgen van hun handelen niet altijd adequaat kunnen inschatten en dat zou mede het opgroeigedrag veroorzaken. Uit recent onderzoek van Weijers15, blijkt dat jonge veelplegers lang afwegen of ze zullen doorgaan of stoppen met criminaliteit.

Deze uitkomst weerspreekt de tot nu toe dominante theorie uit de criminologie dat jongeren ongemerkt stoppen met criminaliteit. Degenen die willen stoppen, ervaren volgens Weijers dat het oude leven niet meer bij hen past, dat de inkomsten tegenvallen en dat de lol eraf is. Ze zijn de stress zat, zien geen toekomst meer in hun oude levensstijl en voelen zich er te oud voor. Interessant zijn ook de interventies waarin ex-gedetineerden en/of personen die hun criminele carrière vaarwel hebben gezegd (desisters) een belangrijke rol kunnen spelen om actieve daders er toe te bewegen hun criminele carrière vaarwel te zeggen. Er worden hiervoor ook wel termen gebruikt als ´positive role models´, ´peer support´ en ´mentoring projects´16. Naast de reeds genoemde verklaringen voor het stoppen met criminaliteit, noemt Geenen17 in het rapport ‘Stoppen is afzien’ de betekenis van professionals bij desistance. Net als Rovers18 gaat zij ervan uit dat de kwaliteit van de relatie van professionals en cliënten effect heeft op de resultaten van interventies.

18 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

Resisters In Nederland heeft met name Adjiembaks (2018) met haar dissertatie ‘(On)gemerkt bijzonder: levensverhalen van resisters en de betekenis van het uitblijven van een criminele carrière’, aandacht geschonken aan resistentie. Het gaat hierbij om het verschijnsel dat personen in een criminele omgeving en blootstaan aan risicofactoren lang niet altijd zelf crimineel worden. Een categorie weet de verleidingen te weerstaan.

Doorgaan Een klein deel van de jongeren en jongvolwassenen gaat door met hun criminele levenswandel, ook als de jaren vorderen. Ouder worden, veranderende bindingen, een rijpende identiteit en het volwassen worden van de hersenen lijken minder of geen effect te hebben op deze categorie. Vaak betreft het hier het aandeel personen dat al tijdens de jonge jaren signaalgedrag liet zien in de vorm van vroege voorspellers van een (aanhoudende) criminele carrière. Voorbeelden daarvan zijn onder andere spijbelgedrag, pestgedrag en het afkomstig zijn uit een zwak sociaal gezin19. Ook deelname aan een criminele jeugdgroep is een krachtige voorspeller voor een latere criminele carrière. De jeugdgroep is niet zelden een ‘kraamkamer’ voor de georganiseerde criminaliteit20. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat doorgaan bepaald niet hetzelfde is als doorgroeien. Net als in dit onderzoek hebben we ook in eerder onderzoek onderscheid gemaakt tussen de zogeheten criminele locals en de harde kern21. Bij eerstgenoemde categorie gaat het bij uitstek om vaak oudere, lokale veelplegers die ooit instroomden als jeugdcrimineel. Dat zijn niet bepaald de succesvolle criminelen. Vaak gaat het dan om personen die het op meerdere vlakken maar niet lukt om een conventionele carrière op de bouwen.

Denk aan verslaafde veelplegers of personen die het om diverse redenen maar niet lukt om afscheid te nemen van de criminele levensstijl. Succesvol in crimineel opzicht is wel de harde kern: beroepscriminelen die vaak in georganiseerd verband en bovenlokaal actief zijn. Daarover gaat de volgende paragraaf.

2.1.2 Doorgroeiers in de criminaliteit We beginnen deze paragraaf met een fragment uit een recent onderzoek naar de impact van illegale vuurwapens22.

De context 19

Mocro Maffia De ‘Mocro Maffia’ vindt haar oorsprong in een jeugdgroep die aan het begin van deze eeuw actief was in de Diamantbuurt in De Pijp in Amsterdam. De groep die zich in haar beginjaren bezighoudt met overlast en intimidatie groeit door richting bedreigingen, overvallen, inbraken en de handel in coke. Door een ruzie in 2012 over een partij van 200 kilo coke die verdween uit de haven van Antwerpen valt de groep uit elkaar en ontstaan er twee groepen. De eerste onder leiding van Gwenette Martha en bij de andere stonden Houssine Ait Soussan (alias Hoes of de burgemeester) en Benaouf Adoui aan het roer. Sinds 2012 zijn er over en weer meer dan twintig liquidaties gepleegd die telkens over drugs gaan. Inmiddels zijn er meerdere groepen bij de drugsoorlog van de ‘Mocro Maffia’ betrokken. Moorden leiden tot nieuwe vetes waar broers, neven en (voormalige) vrienden in verwikkeld raken. Semi-automatische en automatische vuurwapens en PGP-Blackberry’s (Pretty Good Privacy) zijn onderdeel van de bedrijfsuitrusting van deze gewelddadige drugscriminelen. De term ‘Mocro Maffia’ is overigens vreemd omdat er niet alleen mannen van Marokkaanse komaf bij betrokken zijn en ze met de aanduiding ‘maffia’ teveel status krijgen. Topcrimineel Gwenette Martha kwam in 2014 om het leven en had maar liefst 80 ‘schotwonden’.

Benaouf Adoui is veroordeeld voor een liquidatie in Antwerpen en zou in 2020 voorwaardelijk in vrijheid komen. Zou, want hij blijft langer vast, omdat men hem linkt aan een verijdelde bevrijdingspoging met een helikopter uit de gevangenis in Roermond, waarna hij is overgeplaatst naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught. Hij geldt al jaren als een sleutelfiguur in de aanhoudende oorlog in de onderwereld. Houssine Ait Soussan is op vrije voeten en zit in Marokko en behoort samen met Ridouan Taghi (alias Kleine) en Richard Riquelme (alias Rico de Chileen) tot de belangrijkste erfgenamen.

Voorgaand fragment illustreert hoe de – hoogstwaarschijnlijk – zwaarste criminelen van dit moment zijn doorgegroeid vanuit groepen jongeren die zich eerst schuldig maakten aan overlast en intimidatie op straat richting de drugscriminaliteit. Het fragment is heftig, maar gelukkig ook uitzonderlijk. Slechts een kleine groep jongeren – vaak met specifieke kenmerken en opgroeiend in bepaalde contexten - blijkt door te groeien richting High Impact Crimes en richting zware en soms zelfs georganiseerde criminaliteit, zo blijkt uit diverse onderzoeken.23.

20 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

In een recent artikel24 wordt nader ingegaan op deze groep (potentiële) doorgroeiers. Het betreft de jongeren die, soms al heel jong – 14/15 jaar – standaard met echte en/of nepwapens, buurtbewoners bedreigen, medepassagiers aanvallen in het openbaar vervoer of een overval (proberen te) plegen, op straat, op een benzinestation of een winkel. Deze jongens zijn vaak al enige tijd actief op straat, op typische ‘hotspots’, met overlast, bedreiging en geweld. Daarnaast vertonen ze wangedrag, spijbelen ze en worden ze weggestuurd van school. Vaak zijn er problemen in de thuissituatie en wordt handel in drugs in het milieu als een voor de hand liggende bron van inkomsten beschouwd. Doorgegroeide criminelen die deel uitmaken van de ‘Mocro Maffia’ zijn hun (negatieve) rolmodellen. De doorgroeiers of rising stars lopen vanwege hun meestal opvallend gebrek aan empathie en besef van de afschuwelijke gevolgen van hun gedrag ernstig risico om snel door te groeien richting criminaliteit als routine, met name richting routineuze gewelddadige misdrijven in het kader van betrokkenheid bij drugscriminaliteit. Daarmee dreigen ze overigens voor zichzelf ook de toegang tot een aangepast, niet crimineel leven verder te blokkeren. Potentiële doorgroeiers zijn enerzijds ‘te groot voor de wijkagent’ en anderzijds ‘te klein voor de recherche’.

Vanuit zorgen om verharding van de jeugdcriminaliteit wordt deze categorie van potentiële doorgroeiers als zeer zorgelijke gezien. Juist hun ‘tussenstatus’ – minder zichtbaar in de wijk en op weg richting de georganiseerde drugscriminaliteit – betekent dat ze door professionals gemakkelijk uit het oog verloren kunnen worden. De politie signaleert deze jongens minder in de wijk omdat hun actieradius groter wordt. Ze plegen hun strafbare feiten namelijk meer regionaal en bovenregionaal. Ooit begonnen met overlast in de wijk en onderdeel uitmakend van een jeugdgroep, maken ze in de luwte carrière in de zwaardere criminaliteit. In die zin zijn overlastgevende en criminele jeugdgroepen te beschouwen als de ‘kraamkamer van de georganiseerde misdaad’.

2.2 De Wildemanbuurt Omdat de Wildemanbuurt de context is waar de jongeren in ons onderzoek opgroeien of een binding mee hebben, geven we een korte schets van de buurt. De Wildemanbuurt bevindt zich binnen de wijk Osdorp-Oost in Amsterdam Nieuw-West. Het is opvallend dat de naam ‘Wildemanbuurt’ vooral onder politieagenten en beleidsmedewerkers lijkt te bestaan. Buurtbewoners vinden de namen ‘Osdorp’, ‘Amsterdam-West’ of de postcode van Osdorp namelijk belangrijkere concepten en ook jongeren identificeren zich minder met de naam ‘Wildemanbuurt’25 . De Wildemanbuurt staat al meer dan twintig jaar bekend

De context 21

als een aandachtsbuurt. Zo werd de buurt in 2007 bijvoorbeeld aangemerkt als prachtwijk op de lijst van minister Vogelaar, maar volgens sommigen is er tot op heden weinig resultaat geboekt26. Een van de drukste en belangrijkste punten in de buurt is de straat de Osdorper Ban, ook wel de Ban genoemd. De Osdorper Ban is een drukke winkelstraat met veel verschillende winkels zoals supermarkten, bakkers, een snackbar en een paar cafés. Veel mensen uit de buurt doen hier boodschappen en ook ’s avonds is het druk op de Ban vanwege een aantal horecagelegenheden die tot laat in de avond geopend zijn27.

Demografie In de Wildemanbuurt wonen ca. 5.000 mensen. Van de huizen die in deze buurt staan, is 80% in het bezit van een huur-coöperatie. Slechts 9% van de huizen zijn koopwoningen en de overige 11% bestaat uit overige huur. In de buurt staan vrijwel alleen meergezinswoningen (98%), eengezinswoningen zijn er amper (2%)28. De gemiddelde WOZ-waarde in 2019 van woningen in de Wildemanbuurt is €180.000. Dit ligt onder zowel het landelijk gemiddelde (€192.000) als onder het gemiddelde van de gemeente Amsterdam (€378.000)29. Het gemiddelde bruto jaarinkomen in de Wildemanbuurt is laag en ook de gemiddelde sociaaleconomische status van de Wildemanbuurt is een van laagste van de stad Amsterdam30. De samenstelling van de buurt is erg divers. Er wonen veel gezinnen met kinderen, maar er zijn ook veel oudere mensen die zelfstandig wonen in een van de speciaal daarvoor bestemde seniorenflats. Veel mensen die in Osdorp-Oost en de Wildemanbuurt wonen, hebben een migratieachtergrond. Zo heeft bijvoorbeeld 64% van de bewoners een niet-westerse migratieachtergrond, het merendeel hiervan is Marokkaans31.

Criminaliteit en onveiligheidsgevoelens Door de jarenlange opeenstapeling van veel verschillende problematieken, is de Wildemanbuurt een voedingsbodem geworden voor allerlei soorten criminaliteit32. Veel van de criminaliteit lijkt aan drugs gerelateerd te zijn. Daarnaast zijn er regelmatig diefstallen, inbraken en berovingen van bijvoorbeeld bezoekers en ondernemers van de winkels op de Osdorper Ban. De verschillende incidenten gaan gepaard met veel geweld. Ook worden toeristen vaak het slachtoffer van auto-inbraken en zakkenrollers of wordt hen drugs aangeboden wanneer zij op straat lopen33. Tegelijkertijd is de meldings- en aangiftebereidheid in de buurt erg laag en heerst er een groot gevoel van onveiligheid. De score op de onveiligheidsindex is voor Osdorp-Oost dan ook een van de hoogste van Amsterdam34. Om

22 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

deze redenen is door de gemeente Amsterdam in 2018 cameratoezicht ingezet in het grootste deel van de Wildemanbuurt. Dit cameratoezicht is nog een keer verlengd tot en met 31 december 202035 . Zowel de Wildemanbuurt specifiek als ook de wijk Osdorp-Oost in het algemeen zijn de laatste jaren regelmatig negatief in het nieuws gekomen. Zo wordt bijvoorbeeld in de periode 2016-2019 een aantal keer bericht over grote drugsvondsten en/of wapenvondsten die gedaan zijn in verschillende appartementencomplexen. Ook zeer recent, op 31 augustus 2020, kopt Het Parool bijvoorbeeld: ‘Tot 8,5 jaar cel voor zes leden drugsbende uit West’36. De appartementen in deze wijk lijken daarnaast kwetsbaar voor malafide woningbemiddelaars die voornamelijk buitenlandse criminelen huisvesten in de wijk37.

Overlast en verloedering Door de bewoners van de wijk wordt vooral overlast ervaren van de zogenaamde hangjongeren in de buurt. Veel jongeren zijn grote delen van de dag op straat. Dit komt onder andere omdat er geen plek voor ze is om samen te komen, maar ook omdat de thuissituatie bij veel van de jongeren niet ideaal is waardoor ze de straat op worden gedreven38. Door de buurtbewoners wordt het hangen van deze jongeren al snel gezien als overlastgevend en ook zijn er veel aannames dat deze jongeren zich bezighouden met drugsgebruik en drugshandel. De overlast van de jongeren wordt als een van de grootste (sociale) problemen van de buurt gezien, waarbij een sterk gevoel van ‘wij-zij’ lijkt te overheersen. Het gaat hier om de jongeren versus de andere bewoners van de buurt die zich onveilig voelen. In de Wildemanbuurt zijn dan ook relatief veel spanningen tussen buurtbewoners en de politie of tussen buurtbewoners onderling 39. In de buurt heerst ook een sfeer van verloedering. Er is veel afval op straat zichtbaar, er is veel achterstallig onderhoud en ook de winkels op de Osdorper Ban hebben ondanks de drukte een verloederd uiterlijk 40. De huizen van de bewoners zijn vaak in slechte staat. Zo zijn muren van sommige woningen beschimmeld, een gegeven waar de SP in maart 2018 zelfs Kamervragen over heeft gesteld 41.

Ook zijn veel woningen te klein voor het hele gezin en delen veel jongeren bijvoorbeeld een slaapkamer met een broertje of zusje42.

Eindnoten 1. 2.

Van der Laan, Beerthuizen & Goudriaan, 2017; Van der Laan & Beerhuizen, 2018; De Waard, Van der Laan & Scheepmaker, 2017 en Van der Laan, Pleysier & Weerman, 2020. Ferwerda & Van Ham, 2017.

De context 23

3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23.

24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42.

Berkeley & Van Uden, 2009; Vollaard, Versteegh & Van den Brakel, 2009; Bervoets, Ferwerda, Bremmers, Keijzer & Appelman, 2013; Van der Laan, et. al, 2018; Ferwerda, 2019; De Waard, 2019. Weerman, 2017. Skogan & Frydl, 2004. Versteegh, Van der Plas & Nieuwstraten, 2011; Braga & Weisburd, 2012. Van Burik, Hoogeveen, De Jong & Vogelvang, 2013. 1995 en 2017. Onder andere Geenen, 2010; Weijers, 2018; Blokland & De Kruijff, 2020 Sampson & Laub, 1995. Bersani & Eggleston Doherty, 2018; Giordano & Longmore, 2019. Maruna 2001; McNeill 2006. 2019. Crone, 2018. 2018. Lenkens, van Lenthe, Schenk, Magnée, Sentse, Severiens, Engbersen & Nagelhout, 2019. 2010. 2008. Ferwerda, Jakobs & Beke, 1996; Beerthuizen, Leijsen & Van der Laan, 2019. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2013. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017. Ferwerda, Wolsink & Van Leiden, 2020. Ferwerda, Beke & Bervoets, 2013; Weijers & Van Drie, 2014; Bervoets & van Wijk, 2016; Van Grinsven & Verwest, 2017; Ferwerda, Beke & Bervoets, 2017; Van Koppen, Van der Geest & Kleemans, 2017; Weijers, 2019; Fuller, Morgan & Brown, 2019; Campedelli, Calderoni, Comunale & Meneghini, 2020. Weijers, Ferwerda & Robby Roks, 2021. Jeursen & Achleitner, 2019. Trouw, 2018. Can, Patan, Smith, Sudarmanto, & Bakker, 2018. CBS, 2019a; OIS, 2019a. CBS, 2019b. OIS, 2019a. CBS, 2019a. Jeursen & Achleitner, 2019. AT5, 2018. OIS, 2019b.

AT5, 2018; Gemeente Amsterdam, 2019 Het Parool, 2020. Blik op Nieuws, 2020; Parool, 2018. Can, Patan, Smith, Sudarmanto, & Bakker, 2018; Jeursen & Achleitner, 2019. Jeursen & Achleitner, 2019. Can, Patan, Smith, Sudarmanto, & Bakker, 2018; Trouw, 2018 Trouw, 2018. Can, Patan, Smith, Sudarmanto, & Bakker, 2018.

24 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

3 De netwerkanalyse In dit hoofdstuk staan de resultaten van de netwerkanalyse centraal. Vanzelfsprekend worden deze resultaten in geanonimiseerde vorm beschreven. We starten met een korte introductie waarin de gehanteerde categorieën plegers die in de analyse worden gebruikt worden geïntroduceerd. Daarna bespreken we het beeld zoals dat uit de analyse van het netwerk in de Wildemanbuurt naar voren komt. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met de huidige aanpak van de personen in het netwerk.

3.1 Over carrières, rekrutering, categorieën plegers en clusters Het werven van nieuwe aanwas is onderdeel van het zogeheten doorcriminaliseren van criminele jeugd1. Daarmee wordt een criminele carrière bedoeld die van kwaad tot erger gaat. Bijvoorbeeld van drugsrunner naar spil in een dealernetwerk. Op basis van een empirisch onderzoek in een aantal gemeenten worden vijf typen plegers binnen criminele netwerken onderscheiden: de criminele locals, de jonge aanwas, de rising stars, de harde kern en de facilitators2. Datzelfde onderscheid hanteren we voor de analyse in de Wildemanbuurt. Om te bepalen wie wat is, zijn de leeftijd en de actieradius doorslaggevend 3. De antecedenten en de positie in het netwerk kleuren de typen nader in. De locals (de naam zegt het al) hebben een beperkte actieradius, en zijn vaak oudere, lokale veelplegers. Niet bepaald de succesvolle criminelen. Succesvol is wel de harde kern: beroepscriminelen met een stevige verzameling antecedenten én een grote actieradius. Zij zijn vaak bovenlokaal (en zelfs internationaal) actief. Vanuit lokaal en regionaal veiligheidsperspectief zijn de rising stars – of zoals Amsterdam ze noemt, de doorgroeiers – mogelijk het meest interessant. Het gaat daarbij, kort gezegd, om het lokale aanstormende criminele talent. De kans lijkt

De netwerkanalyse 25

groot dat de leden van deze groep zich zullen doorontwikkelen richting de harde kern. Deze groep is nog redelijk tot steeds minder zichtbaar in het publieke domein. Dan de jonge aanwas: dat zijn jongeren die door professionals worden gezien als risicogroep en zich veelal schuldig maken aan overlast maar ook incidenteel aan ernstige delicten, zoals bedreigingen, intimidatie, woninginbraak, straatroof en overvallen. Het betreft daarbij onder meer ‘territoriaal geweld’4. Deze jongens – want dat zijn het vooral – claimen een straat of buurt als ‘domein’, voelen zich heer en meester in de wijk en intimideren of bedreigen bewoners die zich hierbij niet neer wensen te leggen. Een wat aparte categorie zijn de ‘facilitators’. Zij verlenen hand- en spandiensten aan personen uit het criminele circuit, zoals helers, vaders uit criminele families en katvangers. Vaak gaat het daarbij – dus – al lang niet meer om jeugdige criminelen. Hoe dan ook spelen netwerken een cruciale rol bij het doorcriminaliseren. Overigens wordt strikt genomen in de onderzoeksliteratuur onderscheid gemaakt tussen netwerken en samenwerkingsverbanden 5 . Samenwerkingsverbanden – wij noemen dat subnetwerken of clusters – worden gezien als het meest concrete niveau van netwerken.

Een netwerk kan strikt genomen uit meerdere clusters bestaan die niet altijd van elkaar weten dat zij opereren in hetzelfde (overkoepelende) netwerk 6. Dat komt ook omdat het etiket netwerk vaak door een criminoloog of politieanalist van buitenaf op een groep samenplegers wordt geplakt 7. De personen in kwestie kunnen hun verband en ook de grootte van hun netwerk heel anders inschatten. Het gaat hoe dan ook om sociale en criminele verbanden die bestaan uit personen en relaties tussen personen 8. In dit onderzoek gebruiken we de termen jonge aanwas, criminele locals, harde kern, rising stars, facilitators, criminele families, het netwerk en de clusters.

Het netwerk en de clusters In hoofdstuk 1 is aangegeven hoe in een aantal analysestappen het limited netwerk van 156 personen tot stand is gekomen. Dit totale netwerk in en om de Wildemanbuurt bestaat uit diverse subnetwerken die we clusters noemen. Om tot clusters te komen is gebruik gemaakt van ‘Modularity Class’ 9. Modulariteit is een methode om de structuur van netwerken te bepalen. Het is ontworpen om de sterkte van de opdeling van een netwerk in clusters te meten. Netwerken met een hoge modulariteit hebben dichte verbindingen tussen de knooppunten binnen clusters, maar schaarse verbindingen tussen knooppunten uit verschillende clusters. Modulariteit wordt vaak gebruikt in optimalisatiemethoden voor het detecteren van gemeenschapsstructuren in netwerken. De methode bestaat uit twee fasen. Ten eerste zoekt het naar “kleine” gemeenschappen door de modu-

26 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

lariteit op een lokale manier te optimaliseren. Vervolgens verzamelt het knooppunten van dezelfde gemeenschap en bouwt het een nieuw netwerk op waarvan de knooppunten de gemeenschappen zijn. Deze stappen worden iteratief herhaald totdat een maximale modulariteit is bereikt.

Van jonge aanwas tot criminele familie Voor de criminele classificatie – jonge aanwas, rising stars, criminele locals, harde kern en facilitators – gebruiken we de actieradius per persoon en de leeftijd10. Dat gaat als volgt: ƒ Per strafbaar feit wordt op basis van de berekende afstand tussen woon- en pleegplaats de actieradius bepaald. De actieradius kent drie categorieën: lokaal, regionaal en landelijk. Indien de afstand tussen woon- en pleegplaats 0-3,5 km betreft dan krijgt het de categorie lokaal. Is de afstand tussen de 3,5 en de 20 km dan krijgt het de categorie regionaal. Is de afstand groter of gelijk aan 20 km krijgt het de categorie landelijk. ƒ Naast dat per strafbaar feit de actieradius wordt berekend, wordt deze ook per persoon bepaald. Per persoon wordt bepaald hoeveel procent van alle, door de persoon gepleegde strafbare feiten lokaal, regionaal of landelijk hebben plaats gevonden. Daarnaast kan het ook voorkomen dat de woon- of pleegplaats onbekend is. Indien 70% of meer van alle strafbare feiten lokaal zijn gepleegd krijgt de persoon het label ‘lokaal’. Bij 70% of meer regionaal krijgt de persoon het label ‘regionaal’. Bij 70% of meer landelijk krijgt de persoon het label ‘landelijk’. Bij 70% of meer onbekend krijgt de persoon het label ‘onbekend’. Vervolgens ontstaat er ook een overige categorie, namelijk wanneer geen van bovenstaande logica opgaat.

Indien bijvoorbeeld een persoon een verhouding heeft van 60% lokaal, 20% regionaal en 20% landelijk heeft of meer evenredig verdeeld in 33/33/34 dan krijgt de persoon het label ‘diffuus’. ƒ Aan de hand van de actieradius per persoon en de leeftijd wordt de criminele classificatie per persoon bepaald. Dat wordt gedaan op basis van systeeminformatie bij de politie. De classificatie vindt plaats volgens onderstaande matrix.

De netwerkanalyse 27

Tabel 3.1 – Criminele classificatie op basis van leeftijd en actieradius

Actieradius Leeftijd

Lokaal

Regionaal

Landelijk

Diffuus

Onbekend

t/m 17

Jonge aanwas

Rising stars

Harde kern

X

X

18 t/m 21

Rising stars

Rising stars

Harde kern

Rising stars

X

22 t/m 29

Criminele ‘locals’

Harde Kern

Harde kern

Harde kern

X

30 t/m 39

Criminele ‘locals’

Criminele ‘locals’

Harde Kern

Criminele ‘locals’

X

40 en ouder

Facilitator

Facilitator

Harde Kern

Criminele ‘locals’

X

Het kan voorkomen dat er op basis van de beschikbare informatie in systemen bij de politie geen duidelijke classificatie gemaakt kan worden. Deze worden in de matrix aangegeven met een ‘X’. Voor deze personen (‘de X-en’) zijn aparte sessies met frontlineprofessionals georganiseerd om deze per individu te bespreken en hen op basis van straatinformatie alsnog een classificatie te geven. In sommige gevallen – zo zullen we later zien – lukt dat niet waardoor we naast genoemde classificaties ook de classificatie X hebben. Tot slot de definitie van criminele families. De criminele familie bestaat uit ten minste drie generaties (het oorspronkelijke basisgezin, de kinderen met eventuele partners en de kleinkinderen van het oorspronkelijke basisgezin), waarbij het leeuwendeel van de gezinnen in de betreffende gemeente woont. Binnen de verschillende gezinnen van de familie is sprake van ten minste twee kinderen tussen de 0 en 18 jaar. Ten minste twee meerderjarige leden van de familie maken zich (vermoedelijk) schuldig aan ernstige strafbare feiten. Denk hierbij aan vormen van criminaliteit met een mate van georganiseerdheid, een geweldscomponent of een ondermijnend karakter11.

3.2 Het netwerk: een eerste beschrijving In het totale netwerk van de Wildemanbuurt – zie figuur 3.1 – zitten in totaal 156 personen. Het netwerk bestaat voor 94% uit mannen (147) met een Marokkaanse of Turkse (migratie) achtergrond12. De 9 vrouwen zijn in figuur 3.1 in het rood aangegeven. De gemiddelde leeftijd van de leden van het netwerk is 28 jaar. De

28 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

leeftijden van de personen in het netwerk lopen van 16 tot 52 jaar. Wanneer naar het netwerk in zijn geheel gekeken wordt, valt een aantal zaken op die we hierna aan de orde stellen. Figuur 3.1 – het totale netwerk van de Wildemanbuurt

Criminaliteit In de afgelopen 3 jaar zijn de leden van het netwerk betrokken geweest bij 2.955 door de politie geregistreerde incidenten. Dat is gemiddeld bijna 19 incidenten per persoon. 90% van de leden van het netwerk heeft antecedenten c.q. is als verdachte betrokken geweest bij het plegen van een strafbaar feit. In totaal gaat het om 1.810 antecedenten wat betekent dat de leden van het netwerk gemiddeld bijna 12 antecedenten hebben. In tabel 3.2 staat een overzicht van de aard en omvang van de antecedenten.

De netwerkanalyse 29

Tabel 3.2 – Aard en omvang van de antecedenten van de leden van het Wildemannetwerk

Categorie13

Aantal

Percentage

Afpersing/incasso

20

1,2

Cybercrime

1

0,0

Fraude/vervalsing/oplichting

42

2,3

Geweld/bedreiging/ontvoering

270

14,9

Liquidatie/moord/doodslag

19

1,0

Overige misdrijven

199

11,0

Overige vermogensmisdrijven

854

47,2

Overvallen/ram- en plofkraken

28

1,5

Opiumwetgeving

93

5,1

Wegenverkeerswet

68

3,8

Voertuigcriminaliteit

162

9,0

Wet wapens en munitie

39

2,2

Witwassen crimineel vermogen

7

0,4

Zeden

8

0,4

Totaal

1.810

100,0

In de tabel 3.2 is te zien dat: ƒ Overige vermogensmisdrijven komen met 47% het meest voor; ƒ geweldsmisdrijven (16%) waaronder bedreigingen en ontvoeringen, maar ook liquidaties en moord- en doodslag staan op twee. Geweld binnen het netwerk is veelal instrumenteel; ƒ binnen de categorie overige misdrijven (11%) vallen zaken als brandstichting, vernieling en wederspannigheid; ƒ binnen het netwerk is het aandeel van voertuigcriminaliteit (9%) ook relatief groot. Te denken valt aan de diefstal van motoren en scooters. ƒ misdrijven in het kader van de opiumwet (5%) bestaan o.a. uit handel in verdovende middelen, maar er is ook handel in lachgas en nepdope14; ƒ overtredingen en misdrijven in het kader van de wegenverkeerswet (4%) misdrijven in het kader van de wet wapens en munitie (2%) en zedenmisdrijven, witwassen komen minder of in het geval van cybercrime zeer incidenteel voor.

30 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

Gesloten netwerk Het netwerk is hecht, gesloten en door de sterke onderlinge - deels familie - relaties ook efficiënt. Binnen het netwerk zijn middelen (denk aan voertuigen, geld en vuurwapens), personen (in verschillende categorieën) en (criminele) kennis aanwezig om strafbare feiten te plegen. Derden worden niet snel toegelaten tot het netwerk en het is voor buitenstaanders (zoals de politie) dan ook moeilijk om kennis over personen in het netwerk binnen te halen. In het centrum van het netwerk zitten de groepen jongeren die actief zijn in de Wildemanbuurt met als kern de Wildemangroep waarvan de leden bij het stadsdeel goed in beeld zijn en al jaren aandacht krijgen. Aan de randen van het netwerk zit een aantal brokers. Dit zijn poortwachters die de link tussen het netwerk en de ‘buitenwereld’ zijn. Ook de liquidaties of pogingen daartoe worden gepleegd door een aantal personen die aan de randen van het netwerk terug te vinden zijn.

Familierelaties Veel personen in het netwerk zijn familie van elkaar. Het gaat vooral om broers en neven, maar er zijn ook enkele zussen en nichten in het netwerk zichtbaar. Daarnaast bestaan er onderlinge connecties via schoonfamilies, waarbij een zoon uit de ene familie bijvoorbeeld een relatie heeft met een dochter uit een andere familie. Vanwege al deze familiebanden is het niet verrassend dat hier sprake is van een hecht netwerk en van een aantal personen uit verschillende criminele gezinnen of families. De criminele leefstijl is bij wijze van spreken met de paplepel ingegoten en criminaliteit wordt van generatie op generatie doorgegeven.

Verbinders Het valt op dat er in het netwerk op basis van dezelfde leeftijd veel horizontale contacten tussen jongeren onderling zijn, maar dat er ook een aantal verbinders in het netwerk zichtbaar zijn die zorgen voor verticale verbindingen. Rondom deze personen hebben zich subnetwerken c.q. clusters gevormd en de verbinders staan vervolgens weer in contact met andere clusters. Binnen een cluster hebben deze verbinders vaak een leidinggevende rol en hierdoor beïnvloeden ze de andere personen in de groep op een negatieve manier. Dit gebeurt onder andere doordat jongeren door deze personen worden aangezet tot bijvoorbeeld woninginbraak of drugscriminaliteit. Omdat de situatie in de Wildemanbuurt in het algemeen al erg kansarm is waardoor de jongeren in de buurt al vatbaarder zijn voor criminaliteit, is de invloed van deze verbinders extra zorgelijk. Zij vormen namelijk de schakels om jongeren die nog tamelijk onschuldig actief zijn in de criminaliteit in contact te brengen met zware jongens en zwaardere vormen van

De netwerkanalyse 31

criminaliteit. Te denken valt aan ernstige vermogensmisdrijven, geweldsmisdrijven maar ook de drugs- en ondermijnende criminaliteit.

De rol van de vrouwen Hoewel het netwerk voornamelijk bestaat uit mannen zijn er ook 9 vrouwen in het netwerk aanwezig. Deze vrouwen zijn allemaal partners of familie (zus, moeder of tante) van andere personen in het netwerk. Ook onderling schijnt een aantal van de vrouwen bevriend te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid worden de vrouwen in het netwerk op verschillende manieren gebruikt door hun broers, neven of partners. Ze hebben bijvoorbeeld als katvangers of facilitators auto’s en scooters op naam staan die ze uitlenen, ze betalen boetes of zorgen voor de boodschappen. Daarnaast zijn er vermoedens dat deze vrouwen mogelijk faciliteren door pakketjes weg te brengen. De vraag die hier speelt is of en in hoeverre dit vrijwillig gebeurt. Het is namelijk niet altijd zeker of deze vrouwen het slachtoffer zijn in deze situatie of dat ze juist compleet op de hoogte zijn en zelfs profiteren van de criminaliteit van hun mannelijke familieleden. Een deel van de vrouwen wordt omschreven als kwetsbaar met een bredere problematiek. Ook schijnt een deel van de vrouwen erg materialistisch te zijn. Zij dragen dure kleding, hebben dure spullen en rijden in dure auto’s rond ondanks dat hun eigen inkomen hier ogenschijnlijk niet toereikend genoeg voor is. Mede hierdoor zijn vermoedens van betrokkenheid bij criminaliteit ontstaan.

Daarnaast zijn er vermoedens dat een deel van deze vrouwen zich prostitueert in ruil voor geld en spullen. Er is geen sprake van pooiers, de vrouwen werken als het ware als zzp’er waarbij dit waarschijnlijk wordt gecoördineerd door twee zussen uit een familie waarvan de broers in het netwerk zitten.

Bedrijven en zzp-ers In het netwerk komt een aantal bedrijven in of in de directe omgeving van Amsterdam Nieuw-West naar voren als ‘interessant’. Het zijn ontmoetingsplekken of locaties die faciliteren. Ook zijn er diverse verbindingen tussen het netwerk en de automotive sector (vooral voor het huren van auto’s) in andere delen van het land. Criminelen maken frequent gebruik van huurvoertuigen bleek uit het onderzoek ‘criminelen achter het stuur’15 . De voertuigen bieden criminelen een vervoersmiddel, de gelegenheid om anoniem te rijden en relatieve onaantastbaarheid, omdat een gehuurd voertuig niet persoonlijk afgepakt kan worden. De huurvoertuigen worden gebruikt voor het uitvoeren van criminelen activiteiten. Het gaat dan bijvoorbeeld om witwassen, druggerelateerde criminaliteit, transport en handel van illegale goederen, voertuigdiefstal, inbraken, ram- en

32 Misdaadcarrières voorkomen en doorbreken

plofkraken, liquidaties en terroristische acties. Huurvoertuigen komen dan ook veelvuldig in politie-informatie en opsporingsonderzoeken naar misdrijven voor. Criminelen maken gebruik van huurvoertuigen van zowel bonafide als malafide bedrijven. Autoverhuurbedrijven faciliteren daarmee onbewust of bewust criminelen en criminele activiteiten. Daarmee vormt de autoverhuurbranche een belangrijke schakel tussen de onder- en bovenwereld. Tot slot zijn diverse mannen in het netwerk als zzp-er in de Amsterdamse taxibranche actief. Vanuit een recent uitgevoerd fenomeenonderzoek16 naar deze branche is bekend dat relatief veel taxichauffeurs (meer dan de helft in de afgelopen drie jaar) bekenden van de politie zijn, maar dan vooral als verdachte of betrokkene bij verkeers-, gewelds en vermogensmisdrijven. Hun bewuste of onbewuste aandeel bij ondermijnende criminaliteit is er zeker. De diverse bronnen die werden geraadpleegd, wijzen er op dat de taxibranche een interessante spil in een web van criminele netwerken kan zijn. Het betreft netwerken die zich vooral bezighouden met drugs en wapens. Daarbij zijn chauffeurs faciliterend en taxi’s de perfecte dekmantel om drugs, wapens maar ook criminelen te vervoeren. Op deze wijze zijn onder- en bovenwereld aan elkaar verbonden.

Open bronnen geraadpleegd Zoals aangegeven, werd er een open bronnenonderzoek uitgevoerd op een representatieve steekproef van 80 personen uit het totale netwerk17. Zijn ze vindbaar en zo ja, welke informatie komt naar voren was de vraag. Het is opvallend dat er van deze 80 personen erg weinig online informatie te vinden is. Zo zijn er weinig tot geen sociale media accounts te vinden, worden de personen vrijwel nergens vermeld en blijken de vermeldingen die er dan wél zijn gedateerd te zijn. Dit gegeven kan er op wijzen dat deze personen bewust onder de radar proberen te blijven. Van 23 personen is online wel informatie op sociaal of crimineel gebied gevonden. Zo valt bijvoorbeeld van drie personen op een Facebookpagina te lezen op welke middelbare school dan wel hogere school zij hebben gezeten en heeft een van de personen in 2015 meegewerkt aan een interview over haar middelbare school. Wat betreft werk duikt er een taxibedrijf op met een adres in de Wildemanbuurt die op naam gekoppeld kan worden aan twee personen uit het netwerk. Het is echter niet af te leiden of dit taxibedrijf daadwerkelijk op naam van een van deze twee staat, maar mogelijk hebben zij hier werk in. Een ander persoon is recentelijk (2020) gestart als bestuurder van een logistiek bedrijf dat goederen vervoert. Over dit bedrijf is echter geen verdere online informatie te vinden, zo is er bijvoorbeeld geen

De netwerkanalyse 33

website en is het verder opvallend dat deze persoon met 21 jaar wellicht relatief jong is om zo’n functie te bekleden. Een andere wat oudere man lijkt een of meerdere bedrijven op naam te hebben staan, maar het wordt niet duidelijk wat voor soort bedrijven dit precies zijn. Weer een ander persoon geeft op Facebook aan sinds maart 2020 als ‘handelaar’ te werken. Wat betreft sport worden de namen van zeven personen genoemd in combinatie met voetbal. Op websites van amateur voetbalclubs in de omgeving van de stad waarbij teamindelingen bekend zijn gemaakt komen vijf personen terug. Deze teamindelingen zijn echter afkomstig uit de periode 2012-2013 of 2015-2016 en dus niet recent. Van twee van de zeven personen is te vinden dat zij in het verleden op redelijk niveau hebben gevoetbald. Van een van deze zeven personen is bekend dat hij momenteel (2021) nog steeds voetbalt bij een amateurclub. Een andere jongeman staat bekend als kickbokstalent en wordt gesponsord door een sportschool. Overige vermeldingen betreffen vermeldingen over een persoon die een scooterrijbewijs heeft behaald in 2016 en twee personen die wat actievere sociale media pagina’s zoals Facebook en Instagram hebben. Wat betreft crimineel gedrag komt bij een persoon naar voren dat hij in 2015 een dwangbevel heeft gekregen zodat een deurwaarder zijn executie kon uitvoeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10883410/1