2. Rapport Betaalbaarheid warmteoplossingen Amsterdam DEF
Tekst van het document
Kenmerken van warmteoplossingen Vaste en verbruikskosten
Kenmerken van warmteoplossingen
Over het onderzoek
Methodologie
Resultaten keuzemodel van de gemiddelde deelnemer in Amsterdam op een rij
Coëfficiënt
Koop (n=539)
Huur (n=547)
Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040. Waardering per €1.000,-.
-0,070
n.v.t.
Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu? Waardering per euro maandelijkse kosten.
-0,004
-0,007
Energieleverancier: er is 1 energiebedrijf, in handen van de overheid. Ten opzichte van de status quo voor gas: inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert
Niet significant
0,153
• Positief en negatief. We zien dat de gemiddelde deelnemer extra kosten negatief waardeert, geheel volgens verwachting. Ook zien we dat de gemiddelde deelnemer wooncomfort en CO₂-besparing positief waardeert, ook geheel volgens verwachting.
Wooncomfort: Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. Ten opzichte van: wooncomfort is hetzelfde als nu.
0,152*
0,281
• Verschillende waardering voor eigenaar energieleverancier. Een aantal woningeigenaren beoordeelt de overheid als eigenaar van de energieleverancier als iets positiefs, en een aantal beoordeelt dat juist als iets negatiefs. Per saldo is niet te zeggen of de gemiddelde woningeigenaar het positief of negatief vindt als het eigendom van de energieleverancier in publieke handen is. Daarom is deze coëfficiënt niet significant. Voor huurders is wel vast te stellen dat zij dit kenmerk positief waarderen.
Wooncomfort: Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen. Ten opzichte van: wooncomfort is hetzelfde als nu.
0,394
0,372
Hoeveel CO₂-besparing is er per woning voor verwarmen warm water en koken vergeleken met nu? Waardering per procent.
0,011
0,011
• Keuzemodellen. Met multinomiale logistische modellen kan worden bepaald wat voor de gemiddelde deelnemer het relatieve belang is van de verschillende kenmerken bij het maken van keuzes tussen verschillende aanpakken voor verwarming, warm water en koken. • Significantie. We kunnen met een betrouwbaarheid van 95% aantonen dat de gemiddelde deelnemer de kenmerken meeweegt in het advies over een aanpak voor verwarmen, warm water en koken. Tenzij er ‘niet significant’ staat. • Nutspunten. De coëfficiënten worden uitgedrukt in zogenaamde nutspunten. Hoe groter het aantal nutspunten, hoe groter de invloed van het kenmerk voor de gemiddelde inwoner bij het beoordelen van de aanpak voor verwarmen, warm water en koken.
• Foutmarge. Ieder onderzoek kent een bepaalde mate van onzekerheid over de mate waarin je uitspraken kan doen over alle inwoners van de gemeente. Daarom is er sprake van een foutmarge, zie bijlage A. Als alle inwoners uit de gemeente mee zouden doen aan het onderzoek dan is de kans 90% dat keuzes van de gemiddelde inwoner 76 binnen de bandbreedte van de foutmarge liggen.
* De waarde van dit kenmerk is met 90% zekerheid vast te stellen. In tegenstelling tot de andere kenmerken die met 95% zekerheid zijn vastgesteld. Er is dus iets meer onzekerheid over of dit kenmerk invloed heeft op de voorkeur van mensen voor een warmtetechniek.
Rekenvoorbeeld 1
Wanneer wegen eenmalige kosten voor woningeigenaren in de wijk op tegen een maandelijkse besparing volgens de gemiddelde woningeigenaar? Hiervoor berekenen we het kantelpunt. De coëfficiënt van 1000,- eenmalige kosten is -0,070 en de coëfficiënt van 1,- extra maandelijkse kosten is -0,004 (zie Bijlage A). • Kantelpunt: eenmalige kosten van 1000,- = maandelijkse besparing. • Kantelpunt: (-0,070 * 1) = -(-0,004 * X) • Ofwel: X =(-0,070 * 1)/0,004 = -17,5 • Kortom: €1000,- eenmalige kosten heeft voor de gemiddelde woningeigenaar een even grote invloed op de keuze tussen twee aanpakken als een maandelijkse besparing van €17,50. Interpretatie: €1000,- eenmalige kosten voor woningeigenaren in de wijk zijn acceptabel als dat gepaard gaat met €17,50 lagere maandelijkse kosten. De acceptabele terugverdientijd die hierbij hoort is dus (1000/(17,50*12) = 5 jaar. Rekenvoorbeeld 2
Wanneer wegen eenmalige kosten voor woningeigenaren in de wijk tussen nu en 2040 op tegen 50% CO₂-besparing? Hiervoor berekenen we het kantelpunt. De coëfficiënt van 1000,- eenmalige kosten is -0,070 en de coëfficiënt van 1% CO₂besparing is 0,011 (zie pagina Bijlage A). • Kantelpunt: eenmalige kosten (uitgedrukt per 1,-) = 50% CO₂-besparing. • Kantelpunt: (-0,070 * X/1000) = -(50 * 0,011) • Oftewel: X =-(50 * 0,011)*1000/-0,070 = 8171. (afronding) • Kortom: € 8.171,- eenmalige kosten tussen nu en 2040 voor woningeigenaren in de wijk heeft voor de gemiddelde woningeigenaar een even grote invloed op de keuze tussen twee aanpakken als een CO2 besparing van 50%. • Interpretatie: €8.171,- eenmalig tussen nu en 2040 voor woningeigenaren in de wijk zijn acceptabel als dat gepaard gaat met 50% CO₂-besparing.
77
Interpreteren van coëfficiënten met enkele rekenvoorbeelden. • Relatieve waarde. Door coëfficiënten door elkaar te delen kan de relatieve waarde van ieder kenmerk bepaald worden. Hieruit leren we hoe deelnemers verschillende kenmerken tegen elkaar afwegen. • Kantelpunt. Als de kosten (kenmerken met een negatieve coëfficiënt) voor de gemiddelde deelnemer even veel invloed hebben op de keuze als de baten (kenmerken met een positieve coëfficiënt), dan hebben we het kantelpunt gevonden. Dan hebben de kosten een even grote, maar tegengestelde, invloed op de keuze tussen twee aanpakken als de baten. De kosten wegen dan op tegen de baten. • Acceptabele kosten. Stel, de positieve balkjes zijn iets groter dan de negatieve balkjes. Dan betekent dit dat als de gemiddelde burger moet kiezen tussen één aanpak zonder hogere kosten en zonder baten en een andere aanpak met hogere kosten en met bepaalde baten, dan kiest de gemiddelde burger voor de laatste aanpak. Burgers hebben liever geen hogere kosten, want de coëfficiënten die hierbij horen zijn immers negatief. Maar de gemiddelde burger accepteert bepaalde hogere kosten wel als het bepaalde baten oplevert. Wanneer we het kantelpunt hebben gevonden kunnen we daarom concluderen dat de kosten acceptabel zijn voor de gemiddelde burger als dat gepaard gaat met de baten die horen bij het kantelpunt.
Hierbij merken we op dat het gaat om de gemiddelde burger; dit betekent dat de helft van de burgers de kosten níet acceptabel vindt en de helft wel.
• Foutmarge. Bij het berekenen van de acceptabele kosten hoort ook een foutmarge. Deze is met dezelfde rekenmethodiek als in de rekenvoorbeelden op deze pagina uit te rekenen op basis van de foutmarge die hoort bij de coëfficiënten, zie bijlage A. • Individuele betalingsbereidheid. We kunnen op basis van de gemiddelde acceptabele kosten níet concluderen wat de gemiddelde eindgebruiker bereid is te betalen. De gemiddelde collectieve acceptatie is niet hetzelfde als de individuele betalingsbereidheid. Zie pagina’s 67-69 voor meer uitleg hierover.
De gemiddelde woningeigenaar en huurder ontleent baten aan CO₂-besparing en extra wooncomfort • Relatieve invloed. In figuur 5.4 hiernaast zien we gevisualiseerd wat de relatieve invloed per kenmerk is van de gemiddelde burger op de keuze voor een aanpak voor verwarming, warm water en koken. • Acceptabele kosten. De gemiddelde burger heeft liever geen hogere kosten, want de coëfficiënten die hierbij horen zijn immers negatief. Maar als de positieve (blauwe) balkjes ongeveer even groot zijn als de negatieve (oranje) balkjes dan wegen de kosten op tegen de baten voor de gemiddelde burger. Met andere woorden: de gemiddelde burger accepteert bepaalde hogere kosten* wel als het bepaalde baten oplevert. Om tot concrete bedragen te komen volgen we de rekenmethodiek op de vorige pagina. Voor de gemiddelde woningeigenaar in Amsterdam geldt dat als het voor iedereen in de wijk beter warm blijft in huis, dan zijn eenmalige kosten van €2.162 (+/- €2.138)** tussen nu en 2040 per woningeigenaar, óf €35 (+/- €35) extra per maand, acceptabel. Voor de gemiddelde huurder is in dit geval €39 (+/- €14) extra per maand acceptabel. Voor beter warm én koeling dan zijn eenmalige kosten van €5.620 (+/- 2.276) tussen nu en 2040 per woningeigenaar, óf €92 (+/- 42) extra per maand, voor de gemiddelde woningeigenaar acceptabel.
Voor de gemiddelde huurder is in dit geval €52 (+/- €14) extra per maand acceptabel. Ook geldt voor de gemiddelde woningeigenaar dat als er 50% CO2 wordt bespaard, dan zijn eenmalige kosten van €8.171 (+/- €1.229) tussen nu en 2040 per woningeigenaar, óf €134,- (+/- €39) extra per maand, acceptabel. Voor de gemiddelde huurder is in dit geval €77,- (+/- €10) extra per maand acceptabel.
• Verschillen. Bovenstaande acceptabele kosten gelden voor de gemiddelde burger. Maar wat mensen acceptabel vinden verschilt sterk. Voor sommige groepen burgers liggen de acceptabele kosten veel lager. Zie onder andere de volgende twee pagina’s. Wanneer de kosten acceptabel moeten zijn voor een grote meerderheid (bijvoorbeeld 70% of 80%), moeten de kosten flink lager zijn dan bovenstaande genoemde bedragen. Pagina 88 geeft een indicatie van de kenmerken van een warmtetechniek die door ~ 50%, 70% en 80% wordt geadviseerd. 78
* Individuele betalingsbereidheid. We kunnen op basis van de gemiddelde acceptabele kosten níet concluderen wat de gemiddelde eindgebruiker bereid is te betalen. Zie pagina’s 67-69 voor meer uitleg hierover.
Figuur 5.4. Relatieve invloed per kenmerk van de gemiddelde huurder en woningeigenaar op de keuze voor een aanpak voor warmte.
n.v.t. H
€7.000 eenmalige kosten per woningeigenaar tussen nu en 2040
W
H
€100,- extra maandelijkse kosten
W H
Er is één energiebedrijf, in handen van de overheid
W
Niet significant
H
Beter wooncomfort: het blijft beter warm in huis en het tocht minder
W
Wooncomfort + koeling: het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.
H W H
50% CO2-besparing
W
Negatieve waardering
H
Huurders
Positieve waardering
W
Woningeigenaren
** Ieder onderzoek kent een bepaalde mate van onzekerheid over de mate waarin je uitspraken kan doen over alle inwoners van de gemeente. Daarom is er sprake van een foutmarge. Als alle inwoners uit de gemeente mee zouden doen aan het onderzoek dan is de 90% dat keuzes van de gemiddelde inwoner binnen de bandbreedte van de foutmarge liggen.
Inwoners die moeilijk rondkomen ontlenen minder baten aan CO2besparing, wooncomfort en eigenaarschap energieleverancier • Uitgelicht. Bij het maken van beleid over duurzame warmte wordt vaak extra aandacht gegeven aan de groep mensen die financieel moeilijk rondkomt. Daarom kijken we in dit onderzoek specifiek naar de resultaten van deze groep. Omdat het aantal deelnemers in de gemeente Amsterdam die moeilijk rondkomt laag is, hebben we in dit geval gekeken naar de groep mensen die moeilijk rondkomt uit een aantal gemeenten. Dit vergelijken we met de resultaten van alle deelnemers uit deze gemeenten. • Overeenkomsten met de gemiddelde deelnemer. We zien in figuur 5.5. dat deelnemers die financieel moeilijk rondkomen hogere kosten negatief waarderen, en CO₂besparing en wooncomfort positief waarderen. • Verschillen met de gemiddelde deelnemer. In vergelijking met de gemiddelde deelnemer van alle deelnemende gemeenten, wegen de kosten relatief zwaarder mee dan de baten in een keuze voor een aanpak. Uitgedrukt in acceptabele kosten: voor woningeigenaren die moeilijk rondkomen geldt dat als er 50% CO2 wordt bespaard, dan zijn eenmalige kosten van €4.497 (+/- €1.284) tussen nu en 2040 per woningeigenaar acceptabel. Dit bedrag is net iets meer dan de helft van het bedrag dat de gemiddelde woningeigenaar uit al deze gemeenten acceptabel vindt: €8.281 (+/- €307). 79
Figuur 5.5. Invloed per kenmerk: gemiddelde vergeleken met inwoners die moeilijk rondkomen* Woningeigenaren
Huurders
€7.000 eenmalige kosten per woningeigenaar tussen nu en 2040
⍉
n.v.t.
⍉
€
n.v.t.
€
€100,- extra maandelijkse kosten
⍉
⍉
€
€
Er is één energiebedrijf, in handen van de overheid
⍉
Beter wooncomfort: het blijft beter warm in huis en het tocht minder
⍉
Wooncomfort + koeling: het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen. 50% CO2-besparing
€
€
⍉
Niet significant
€
Niet significant
⍉
€
Niet significant
⍉
⍉
€
€
⍉
⍉
€
€
Negatieve waardering
⍉
Gemiddeld
Positieve waardering
€
Komt moeilijk rond
*Deze grafieken zijn gebaseerd op de coëfficiënten die zijn vastgesteld op basis van de resultaten van alle deelnemende gemeentes van dit onderzoek tot op moment van publicatie. Dat zijn: Almere, Amsterdam, Den-Haag, Delft, Dordrecht, Katwijk, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Oss, Rotterdam, Soest, Stichtse Vecht, Noordoostpolder, Utrecht & Zeewolde. De coëfficiënten zijn te vinden in de bijlage.
Wel of geen klimaatzorgen bepaalt in sterke mate de keuzes die mensen maken • Verklarende factor. Of mensen zich zorgen maken om het klimaat heeft veel invloed op de keuzes die zij maken voor een aanpak voor verwarmen, warm water en koken. Met name de invloed van de CO2-besparing is veel minder groot bij mensen die geen klimaatzorgen hebben. • Klimaatzorgen en eigenaarschap energieleverancier. Zowel huurders als woningeigenaren die zich zorgen maken over het klimaat beoordelen de overheid als eigenaar van de energieleverancier als iets positiefs. Huurders die zich geen zorgen maken om klimaat beoordelen dit juist als iets negatiefs. Van woningeigenaren die zich geen zorgen maken is niet vast te stellen of zij dit positief of negatief beoordelen.
• Klimaatzorgen en kosten. Voor zowel huurders als woningeigenaren die zich geen zorgen maken om het klimaat, wegen de kosten relatief veel zwaarder mee dan de baten in een keuze voor een aanpak. Uitgedrukt in acceptabele kosten: voor woningeigenaren met klimaatzorgen geldt dat als er 50% CO2 wordt bespaard, dan zijn eenmalige kosten van €10.565 (+/- €400) tussen nu en 2040 per woningeigenaar acceptabel. Voor woningeigenaren zonder klimaatzorgen ligt dit bedrag veel lager: hier geldt dat als er 50% CO2 wordt bespaard, dan zijn eenmalige kosten van €2.240 (+/- €599) tussen nu en 2040 per woningeigenaar acceptabel.
80
Figuur 5.6. Invloed per kenmerk: uitgesplitst naar wel of geen klimaatzorgen* Woningeigenaren
Huurders
J
n.v.t.
J
N
n.v.t.
N
J
J
N
N
J N
J
Niet significant
N
J
J
N
N
J
J
N
N
J
J
N
N
Negatieve waardering
J
Ja: wel klimaatzorgen
Positieve waardering
N
Nee: geen klimaatzorgen
*Deze grafieken zijn gebaseerd op de coëfficiënten die zijn vastgesteld op basis van de resultaten van alle deelnemende gemeentes van dit onderzoek tot op moment van publicatie. Dat zijn: Almere, Amsterdam, Den-Haag, Delft, Dordrecht, Katwijk, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Oss, Rotterdam, Soest, Stichtse Vecht, Noordoostpolder, Utrecht & Zeewolde. De coëfficiënten zijn te vinden in de bijlage.
• Onder welke voorwaarden adviseren inwoners een warmtenet boven aardgas?
5C
Effecteninschattingen
• Onder welke voorwaarden adviseren inwoners een warmtepomp boven aardgas? • Onder welke voorwaarden adviseren inwoners een warmtenet boven een warmtepomp of andersom?
81
Kenmerken van warmteoplossingen
Vertaalslag naar scenario’s: wanneer adviseren bewoners duurzame warmte boven aardgas? Effecteninschattingen op basis van realistische scenario’s • Het is mogelijk om voor realistische scenario’s in te schatten hoeveel procent van de deelnemers een aanpak voor een warmteoplossing zou adviseren ten opzichte van een aardgas-scenario, als zij deze warmteoplossing en aardgas puur op de gebruikte kenmerken zouden beoordelen. • Dat doen we door de kenmerken van realistische scenario’s te vermenigvuldigen met de coëfficiënten uit de vorige sectie. Bijvoorbeeld • Eén realistisch scenario is dat de gasprijs over 10 jaar X euro duurder is. En dat een warmtenet deze kenmerken heeft: A en B. Op basis van de coëfficiënten berekenen we dat in dat geval U% de kenmerken van het warmtenet adviseert boven die van aardgas.
Landelijke informatiebronnen • We baseren de scenario's op gangbare landelijke informatiebronnen. We nemen getallen voor investeringskosten en energieverbruik die horen bij een gemiddelde rijwoning tussen met goede, matige of slechte isolatie. We verrekenen landelijke subsidies in de kosten. • Meer informatie is te lezen in hoofdstuk 7.
82
Gebruikte scenario’s • Huidige verwarming met aardgas: kenmerken die horen bij het blijven gebruiken van aardgas tegen de huidige voorwaarden en prijzen. Er worden geen investeringen in de woning gedaan, maar de cv-ketel wordt wel een keer vervangen. • Toekomstige verwarming met aardgas: kenmerken die horen bij het blijven gebruiken van aardgas tegen de verwachte toekomstige voorwaarden en prijzen. Er worden geen investeringen in de woning gedaan. Het gebruikte gas wordt wel duurder, onder meer door het bijmengen van groen gas en het ETS-2 (zie hoofdstuk 7). Door het bijmengen van groen gas wordt het ook schoner. • Mogelijk toekomstig warmtenet: kenmerken die horen bij de overstap op een indicatief voorspeld warmtenet. In de energierekening wordt aardgas vervangen door warmte, tegen verwachte toekomstige tarieven. Er zijn investeringen in de woning nodig om over te stappen. Het warmtenet is in publiek eigendom, levert geen koelte en voldoet aan verwachte eisen voor de CO₂-uitstoot. De tarieven komen uit studies voor landelijk beleid. In de praktijk zullen deze sterk verschillen tussen warmtenetten. • Warmtepomp: kenmerken die horen bij de overstap op een warmtepomp. In de energierekening wordt aardgas vervangen door elektriciteit tegen de verwachte toekomstige prijzen.
Er zijn investeringen in de woning nodig om over te stappen, zowel in de warmtepomp zelf als in andere woningaanpassingen. We gaan ervan uit dat de warmtepomp kan koelen en volledig op CO₂-vrije stroom draait.
Figuur 5.8. Voorbeeld van een vergelijking tussen twee warmtescenario's met uitleg. Kenmerken uit warmtescenario’s • De kenmerken van de aanpakken zijn gebaseerd op verschillende warmtetechnieken, onder verschillende aannames. Zo kunnen we conclusies trekken over hoe burgers de kenmerken van deze technieken waarderen. • De percentages zijn uitsluitend gebaseerd op de bovenin getoonde kenmerken. Deelnemers hebben nooit gekozen voor of tegen aardgas, warmtenetten of warmtepompen. Dat betekent dat factoren die hier niet staan, zoals de reputatie van warmtetechnieken, ruimte en geluid, niet meegewogen worden. Berekende resultaten • We berekenen voor de getoonde kenmerken welk deel van de burgers aanpak 1 of aanpak 2 zou adviseren. • De berekening is gebaseerd op de resultaten van het keuzemodel* (de coëfficiënten uit het vorige onderdeel). * Lineaire-additieve Multinominal Logit (MNL) modellen 83
Interpretatie percentages • Het percentage geeft aan wat het berekende aandeel van kopers of huurders is dat een aanpak met deze eigenschappen adviseert ten opzichte van de andere. • Het gaat hier om voorkeuren voor een collectieve aanpak door de gemeente. Deze kunnen afwijken van de voorkeuren die ze voor hun eigen situatie en huis hebben. • Het gaat ook om voorkeuren op de lange termijn. Deze kunnen afwijken van de voorkeuren als er 'nu' een keuze gemaakt moet worden. • We kunnen deze percentages dus níet interpreteren als een aandeel van inwoners dat voor een warmteoplossing (zoals een warmtenet) zal kiezen.
We leiden uit de raadpleging af dat veel woningeigenaren de kenmerken van een warmtenet zouden adviseren boven die van het huidige aardgas. •
•
•
•
Kenmerken warmtenet vs. huidig aardgas. De vergelijking hier is tussen kenmerken die horen bij een indicatief voorspeld warmtenet en die van huidige verwarming met aardgas. De kenmerken van het warmtenet zijn een landelijke verwachting en niet specifiek voor plannen in Amsterdam. Verschil in eigendom en duurzaamheid. Het warmtenet en aardgas hebben relatief vergelijkbare kosten. De grote verschillen zitten in de eigendomssituatie en in de CO₂-besparing. Het warmtenet is publiek eigendom en bespaart 78% CO₂-uitstoot, gebaseerd op de (verwachte) wettelijke maximumuitstoot in 2035. Kosten voor huurders. Huurders betalen de meeste eenmalige kosten niet zelf. De maandelijkse kosten verschillen omdat ze niet voor het onderhoud van hun cv-ketel betalen. De huur verandert vaak niet bij aansluiting op een warmtenet. Voorkeur voor kenmerken warmtenet. Uit het onderzoek leiden we af dat een ruime meerderheid van de burgers de warmtenetkenmerken zou adviseren boven de kenmerken van verwarming met aardgas.
•
Klein verschil woningeigenaren en huurders. Huurders zouden de warmtenetkenmerken wat vaker adviseren dan woningeigenaren.
•
Belang van duurzaamheid. Met name het verschil in CO₂-besparing leidt ertoe dat burgers een voorkeur hebben voor de warmtenetkenmerken. Op de andere kenmerken zijn de aanpakken relatief vergelijkbaar.
84
Scenario 1: mogelijk toekomstig warmtenet
Scenario 2: huidige verwarming met aardgas
kenmerken uit warmtescenario’s
Aanpak 1
Aanpak 2
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Maandelijkse energierekening
Eigenaren: €4 minder Huurders: €4 meer
Zelfde als nu
Energieleverancier
Eén publiek bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Wooncomfort
Zelfde als nu
Zelfde als nu
CO2-besparing
78% besparing
Geen besparing
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren
68%
32%
Huurders
72%
28%
Scenario 1: mogelijk toekomstig warmtenet
De verwachte toekomstige kenmerken van aardgas leiden tot hetzelfde beeld. •
•
•
•
Kenmerken warmtenet vs. toekomstig aardgas. De vergelijking hier is tussen kenmerken die horen bij hetzelfde indicatieve voorspelde warmtenet en die van verwarming met aardgas in de toekomst. De kenmerken van het warmtenet zijn een landelijke verwachting en niet specifiek voor plannen in Amsterdam. De prijs en duurzaamheid van aardgas veranderen. Een huishouden dat aardgas gebruikt heeft stijgende kosten, onder meer omdat er in de toekomst groen gas wordt bijgemengd en een CO₂-heffing bijkomt (ETS-2). Het bijmengen van groen gas leidt ook tot een CO₂-besparing. Weinig verandering in voorkeuren woningeigenaren. De hogere aardgasprijzen zorgen ervoor dat de aardgaskenmerken minder aantrekkelijk worden gevonden vergeleken met aardgas nu. Maar de CO₂-besparing compenseert dit weer. Hierdoor liggen de percentages die de beide aanpakken adviseren vrijwel gelijk met die in de vorige vergelijking. Dominante keuze voor huurders. De geanalyseerde kenmerken vallen voor de huurder allemaal gelijk of in het voordeel van het warmtenet uit. Het is daarmee een dominante keuze. De uitkomsten van de DCE kunnen daarom niet gebruikt worden om een percentage te voorspellen.
kenmerken uit warmtescenario’s
Aanpak 1
Aanpak 2
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Maandelijkse energierekening
Eigenaren: €4 minder Huurders: €4 meer
€40 meer
Energieleverancier
Eén publiek bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Wooncomfort
Zelfde als nu
Zelfde als nu
CO2-besparing
78% besparing
8% besparing
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren Huurders
85
Scenario 2: toekomstige verwarming met aardgas
69% Dominante keuze
31% 0%
Woningeigenaren zouden vaak de kenmerken van warmtepompen adviseren boven die van aardgas. •
•
•
86
Kenmerken warmtepomp vs. toekomstig aardgas. We vergelijken hier kenmerken die horen bij de overstap op een warmtepomp met die van verwarming met aardgas in de toekomst bij twee woningen: een goed geïsoleerde en een slecht geïsoleerde. Om over te stappen op de warmtepomp zijn in zowel de goed geïsoleerde woning als de slecht geïsoleerde woning aanpassingen aan de woning nodig. In de slecht geïsoleerde woning zijn daarvoor ook isolatie- en ventilatiemaatregelen nodig. Voorkeur voor warmtepompkenmerken. We leiden uit de raadpleging af dat een grote meerderheid van de woningeigenaren voor de goed geïsoleerde woning de warmtepompkenmerken zou adviseren boven die van aardgas. Bij de slecht geïsoleerde woning is dit ook een meerderheid. Dominante keuze voor huurders. De geanalyseerde kenmerken vallen voor de huurder allemaal gelijk of in het voordeel van de warmtepomp uit. We kunnen daarom geen percentages voorspellen.
Goed geïsoleerde woning
Slecht geïsoleerde woning
Scenario 2: toekomstige verwarming met aardgas
Scenario 1: warmtepompen
Scenario 2: toekomstige verwarming met aardgas
Aanpak 1
Aanpak 2
Aanpak 1
Aanpak 2
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €12.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €28.800 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Maandelijkse energierekening
Eigenaren: €69 minder Huurders: €33 minder
€35 meer
Eigenaren: €92 minder Huurders: €46 minder
€44 meer
Energieleverancier
Inwoners kiezen een bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Wooncomfort
Beter warm + koeling
Zelfde als nu
Beter warm + koeling
Zelfde als nu
CO2-besparing
100% besparing
8% besparing
100% besparing
8% besparing
Scenario 1: warmtepompen kenmerken uit warmtescenario’s
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren
Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren Huurders
76% Dominante keuze
24%
0%
57% Dominante keuze
43%
0%
Tussen de kenmerken van een warmtenet en die van warmtepompen is isolatieniveau belangrijk voor de voorkeur. •
•
•
•
87
Kenmerken warmtenet vs. warmtepomp. We vergelijken kenmerken die horen bij een indicatief voorspeld warmtenet met de kenmerken van een warmtepomp. Goed geïsoleerde woningen. We leiden uit het onderzoek af dat een meerderheid van de woningeigenaren de warmtepompkenmerken voor goed geïsoleerde woningen zou adviseren boven die van het warmtenet. De besparing op de energierekening, het comfort en de aanvullende CO₂-besparing wegen op tegen de hogere investeringskosten. Slecht geïsoleerde woningen. Bij een slecht geïsoleerde woning zou juist een meerderheid de warmtenetkenmerken adviseren boven die van de kenmerken van de warmtepomp. Dominante keuze voor huurders. De geanalyseerde kenmerken vallen voor de huurder allemaal gelijk of in het voordeel van de warmtepomp uit. We kunnen daarom geen percentages voorspellen.
Goed geïsoleerde woning
Scenario 1: mogelijk toekomstig warmtenet
Slecht geïsoleerde woning
Scenario 2: warmtepompen
Scenario 1: mogelijk toekomstig warmtenet
Scenario 2: warmtepompen
Aanpak 1
Aanpak 2
Aanpak 1
Aanpak 2
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €12.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €9.000 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €28.800 Huurders: n.v.t.
Maandelijkse energierekening
Eigenaren: €10 meer Huurders: €18 meer
Eigenaren: €69 minder Huurders: €33 minder
Eigenaren: €19 minder Huurders: €11 minder
Eigenaren: €92 minder Huurders: €46 minder
Energieleverancier
Eén publiek bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Eén publiek bedrijf
Inwoners kiezen een bedrijf
Wooncomfort
Beter warm
Beter warm + koeling
Beter warm
Beter warm + koeling
CO2-besparing
78% besparing
100% besparing
78% besparing
100% besparing
kenmerken uit warmtescenario’s
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren
Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren Huurders
43% Dominante keuze
57% Dominante keuze
61% Dominante keuze
39%
Dominante keuze
Aanpakken moeten erg aantrekkelijk zijn om te kunnen rekenen op een grote meerderheid. •
•
•
•
88
Scenario 1: toekomstige verwarming met aardgas
Scenario 2a: warmtenet voor 51%
Scenario 2b: warmtenet voor 70%
Scenario 2c: warmtenet voor 80%
Aanpak 1
Aanpak 2a
Aanpak 2b
Aanpak 2c
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €9.000 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Kleine tot grote meerderheid. We definiëren opnieuw drie warmtenetscenario’s die we vergelijken met aardgas in de toekomst. De kenmerken van de warmtenetten zijn gebaseerd op het eerdere indicatieve voorspelde warmtenet en aangepast om tot specifieke percentages te leiden. Alleen de eenmalige kosten, de maandelijkse energierekening en de CO2-besparing variëren.
kenmerken uit warmtescenario’s
Maandelijkse energierekening
€40 meer
Eigenaren: €100 meer Huurders: €110 meer
Klein meerderheid. Bij scenario 2a is het doel om tot steun van een minimale meerderheid van 51% te komen. Voor deze groep burgers zijn veel hogere kosten dan in het aardgasscenario acceptabel.
Energieleverancier
Inwoners kiezen een bedrijf
Eén publiek bedrijf
Eén publiek bedrijf
Eén publiek bedrijf
Wooncomfort
Zelfde als nu
Zelfde als nu
Zelfde als nu
Zelfde als nu
CO2-besparing
8% besparing
78% besparing
78% besparing
100% besparing
70%
Grote meerderheid. Bij scenario’s 2b en 2c is het doel om tot steun van een grote meerderheid van 70% of 80% te komen. Daarvoor moeten de kenmerken veel aantrekkelijker zijn dan in scenario 2a. Burgers verschillen. De verschillen tussen kenmerken van verschillende scenario’s zijn groot. Dat komt omdat het onderling sterk verschilt welke kosten mensen acceptabel vinden. Om tot een grote meerderheid te komen, is het ook nodig om burgers te overtuigen die weinig waarde hechten aan de voordelen van een aanpak en veel waarde hechten aan de nadelen.
Eigenaren: €10 minder Eigenaren: €80 minder Huurders: zelfde als nu Huurders: €70 minder
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren
Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren
Percentage varieert0%
51%
Huurders
Percentage varieert
60%
Dominante keuze
80%
Dominante keuze
Verschillende ontwikkelrichtingen voor warmtenetten kunnen de steun vergroten •
•
Voorkeur van 80%. We definiëren drie warmtenetscenario’s die we vergelijken met aardgas in de toekomst. De kenmerken van de warmtenetten zijn gebaseerd op het eerdere indicatieve voorspelde warmtenet. Ze zijn zo aangepast dat we af kunnen leiden dat 80% van de woningeigenaren ze zou adviseren. Lagere energierekening. Scenario 2a vergroot het percentage burgers dat dit scenario adviseert door de energierekening verder omlaag te brengen. De vereiste besparing is circa €140 per maand ten opzichte van de huidige rekening.
•
Hogere CO₂-besparing. Bij scenario 2b wordt geen CO₂ uitgestoten. Ten opzichte van scenario 2a kan de energierekening daardoor €60 per maand stijgen.
•
Koeling en CO₂-besparing. Bij scenario 2c kan het warmtenet koelen en wordt er geen CO₂ uitgestoten. Er zijn wel hogere eenmalige kosten om te kunnen koelen. Ten opzichte van scenario 2b kan de energierekening nog eens €50 stijgen.
•
89
Dominante keuze voor huurders. De geanalyseerde kenmerken vallen voor de huurder allemaal gelijk of in het voordeel van het warmtenet uit. We kunnen daarom geen percentages voorspellen.
Scenario 1: toekomstige verwarming met aardgas
Scenario 2a: warmtenet met lagere tarieven
Scenario 2b: klimaatneutraal warmtenet
Scenario 2c: klimaatneutraal warmtenet met koeling
Aanpak 1
Aanpak 2a
Aanpak 2b
Aanpak 2c
Eenmalige kosten woningeigenaren
Eigenaren: €2.600 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €3.900 Huurders: n.v.t.
Eigenaren: €6.900 Huurders: n.v.t.
Maandelijkse energierekening
€40 meer
Eigenaren: €140 minder Huurders: €130 minder
Energieleverancier
Inwoners kiezen een bedrijf
Eén publiek bedrijf
Eén publiek bedrijf
Eén publiek bedrijf
Wooncomfort
Zelfde als nu
Zelfde als nu
Zelfde als nu
Beter warm en koeling
CO2-besparing
8% besparing
78% besparing
100% besparing
100% besparing
kenmerken uit warmtescenario’s
Eigenaren: €80 minder Eigenaren: €30 minder Huurders: €70 minder Huurders: €20 minder
berekening o.b.v. gemeten voorkeuren
Welk percentage van de burgers zou aanpak 1 of aanpak 2 adviseren? Woningeigenaren Huurders
20%
80%
Dominante keuze
80%
Dominante keuze
80%
Dominante keuze
Burgers die moeilijk rondkomen of geen klimaatzorgen hebben adviseren de kenmerken van duurzame warmtetechnieken minder vaak. •
•
•
•
Uitgelicht. We kijken specifiek naar groepen waarvan we uit hoofdstuk 5b weten dat ze andere keuzes maken: mensen die moeilijk rondkomen en mensen die wel of juist geen klimaatzorgen hebben. Omdat het aantal deelnemers in de gemeente Amsterdam in sommige van deze groepen laag is, doen we dit op basis van deelnemers uit alle gemeenten die deelnamen aan het onderzoek. Vergelijkingen. We vergelijken de kenmerken van een mogelijk toekomstig warmtenet en de kernmerken van warmtepompen met die van verwarming met aardgas. De kenmerken bij deze vergelijkingen zijn dezelfde als op pagina's 84 en 86. Moeilijk rondkomen. Voor burgers die moeilijk rondkomen wegen de financiële kenmerken zwaarder mee. Dit leidt tot gedeeltelijk andere keuzes. Met name bij de warmtepompkenmerken leidt dit ertoe dat ze deze minder vaak adviseren.
Klimaatzorgen. Voor burgers die wel klimaatzorgen hebben weegt de CO₂besparing veel zwaarder mee dan voor burgers die geen klimaatzorgen hebben. Dit leidt ertoe dat er onder de burgers met klimaatzorgen een grotere meerderheid is die de kenmerken van een warmtenet adviseert dan onder de mensen zonder klimaatzorgen.
Welk percentage van de burgers zou een aanpak met de kenmerken van een mogelijk toekomstig warmtenet of een aanpak met de kenmerken van huidige verwarming met aardgas adviseren? Gemiddeld n = 14.657
71%
29%
67%
33%
Moeite met rondkomen n = 1.041
61%
39%
61%
39%
Wel klimaatzorgen n = 9.921 Geen klimaatzorgen n = 2.290
76%
24%
77%
23%
55%
45%
51%
49%
Welk percentage van de burgers zou een aanpak met de kenmerken van warmtepompen of een aanpak met de kenmerken van toekomstige verwarming met aardgas adviseren bij een goed geïsoleerde woning? Gemiddeld n = 14.657
79% Dominante keuze
Moeite met rondkomen n = 1.041
65% Dominante keuze
Wel klimaatzorgen n = 9.921
84% Dominante keuze
Geen klimaatzorgen n = 2.290
Dominante keuze
21%
35%
16%
61%
Woningeigenaren 90
39%
Huurders
• De volgende analyses zijn gebaseerd op motivaties van deelnemers.
Argumenten-analyse
5D
Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet
91
Deelnemers
Kenmerken van warmteoplossingen Vaste en verbruikskosten
Kenmerken van warmteoplossingen
Over het onderzoek
Methodologie
Uitleg argumenten-analyse: hoe analyseren we de motivaties van deelnemers? • Motivatie. Nadat deelnemers zes keer de gemeente hebben geadviseerd om voor aanpak 1 of aanpak 2 te kiezen, konden zij hun advies uitleggen. Daarbij noemen zij – in verschillende persoonlijke bewoordingen – vaak vergelijkbare argumenten. • Automatische groepering argumenten. Alle motivaties van deelnemers werden vervolgens automatisch gegroepeerd met een clustering-model. Dit model maakt automatisch groepjes van dezelfde argumenten. • Codeboek. We hebben handmatig gekeken naar de automatisch gegroepeerde clusters van argumenten. Clusters die sterk met elkaar samenhangen hebben we samengevoegd tot één categorie van argumenten. • Rapportage. We laten per doel de meest genoemde categorieën van argumenten zien. Met sterren geven we aan hoe vaak een argument wordt genoemd. • ★★★ betekent dat dit de hoofdmoot vormt van de argumenten die gegeven worden; dit argument springt er duidelijk uit. • ★★ betekent dat dit argument vaak wordt genoemd. • ★ betekent dat dit argument minder vaak maar wel een aantal keer wordt genoemd. We laten het vooral zien om de veelzijdigheid van de argumenten weer te geven.
92
Figuur 5.9. Deelnemers konden hun advies motiveren
Woningeigenaren
Uitwerking: ‘Uitleg bij het maken van keuzes’ "Ik vind € 20000 eigen vaste kosten veel te hoog"
"Lastig. Mijn huis is goed geïsoleerd en het zal ons niet veel kosten maar juist mensen met minder geld wonen in mindere huizen en het kost hen dus meer."
"Minder Co2 uitstoot is toch wel cruciaal natuurlijk daar doen we het voor. En betaalbaarheid is een voorwaarde om veel mensen mee te krijgen. Ik vind zelf een grote investering niet heel erg. Ik hoop dat dit voor minder draagkrachtigen een 0% lening kan zijn oid"
"Ik keek vooral naar CO₂-besparing en de kosten"
"Hoeveelheid besparing is voor mij cruciaal"
"Ik merk dat met name de eenmalige kosten als eigenaar mijn keus bepaalt. Die zou ik nu niet op kunnen brengen."
"100% CO₂besparing is het doel."
"Het gaat om het beste resultaat (CO₂ reductie) voor redelijke kosten. Een transitie inzetten voor 10% reductie is zinloos en verspilling van investeringen. Als het echt extra gaat kosten dan moet dat maar en gaan de huizenprijzen en huren wellicht een beetje dalen. Landelijk georganiseerde energie(bedrijven) sowieso een goed idee. Dit is een klein land en we moeten ons concentreren op de oplossing, niet de administratie en marketing van losse bedrijven." 93
Wat schrijven deelnemers zelf over hun gemaakte keuzes? Meer sterretjes is vaker genoemd
De CO₂-besparing was erg belangrijk
★★★
Eenmalige kosten waren het belangrijkst, die waren vaak erg hoog
★★★
De keuzes waren moeilijk, vooral omdat er in alle gevallen veel kosten zijn
★
Dat er één energiebedrijf was in handen van de overheid was (het) belangrijk(st)
★
Dat mensen zelf een energiebedrijf konden kiezen was (het) belangrijk(st)
★
Huurders
Uitwerking: ‘Uitleg bij het maken van keuzes’ "Het belangrijkste is dat het doel wordt bereikt, vervolgens voor welke prijs. Als derde vind ik de verandering in woongenot belangrijk. De energieleverancier maakt me niet uit."
"Voor mij is de besparing van CO₂ doorslaggevend voor de keuze van de aanpak"
"1 energiebedrijf prettiger"
94
"Het gaat uiteindelijk om de besparing van CO₂."
"Besparing geeft de doorslag"
"Ik vind duurzaamheid een belangrijk argument, tevens dat er 1 energieleverancier komt."
"De kosten moeten zo laag mogelijk blijven met daarbij waar mogelijk wel een verlaagde co2 uitstoot"
"Mijn uitgangspunt is geweest niet meer betalen.CO₂ verlaging is een 2de uitgangspunt maar het eerste in bepalend."
"Klanten zijn actief op zoek naar goedkopere duurzame energie, omdat zij betaalbare en milieuvriendelijke alternatieven willen voor traditionele energiebronnen."
Wat schrijven deelnemers zelf over hun gemaakte keuzes? Meer sterretjes is vaker genoemd
De CO₂-besparing was erg belangrijk
★★★
Dat er één energiebedrijf was in handen van de overheid was (het) belangrijk(st)
★
Lagere kosten waren erg belangrijk, met name lagere maandelijkse kosten
★
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Over het onderzoek
Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet
95
Deelnemers
• Hoe hebben deelnemers het onderzoek ervaren? • Welk rapportcijfer geven zij?
Kenmerken van warmteoplossingen Vaste en verbruikskosten
Methodologie
Over het onderzoek
Over het onderzoek
Hoe hebben deelnemers aan de brief-versie het onderzoek gewaardeerd? Figuur 6.1 laat zien hoeveel deelnemers het (helemaal) eens en (helemaal) oneens waren met verschillende stellingen over het onderzoek. Het betreft hier de antwoorden van deelnemers aan de brief-versie. • Deelnemers zijn positief over het onderzoek: 90% van de deelnemers geeft een voldoende. Ze beoordelen het onderzoek gemiddeld met een rapportcijfer 7,1.
Figuur 6.1. Over hoe deelnemers het onderzoek waarderen Ik kon mijn mening kwijt in dit onderzoek
70%
"Hoop dat er ook iets als een algemeen resultaat wordt gedeeld maar ik vertrouw erop dat deze input goed wordt gebruikt" 96
"Fijn dat de raadpleging plaats vindt. Dank."
77%
24%
Deze methode moet de gemeente vaker inzetten om inwoners te betrekken bij haar beleid
18%
Ik vond dit onderzoek moeilijk te begrijpen
8%
• Veel deelnemers (76%) geven aan nog niet eerder hun mening te hebben gegeven over dit onderwerp. 11% heeft eerder hun mening gedeeld via een enquête. 2% via een fysieke of online bijeenkomst en 1% is actief betrokken bij een belangenclub. • Deelnemers doen gemiddeld* 20 minuten over het onderzoek.
5%
6%
• De meeste deelnemers (70%) geven aan hun mening kwijt te kunnen in dit onderzoek. Dit zien we ook in andere, vergelijkbare onderzoeken. 6% geeft aan niet hun mening kwijt te kunnen in dit onderzoek. • De meeste deelnemers (68%) geven aan dat de gemeente deze methode vaker moet inzetten om inwoners te betrekken bij haar beleid.
Ik vertrouw erop dat dit onderzoek eerlijk is
23% 24%
14%
68%
(Helemaal) mee eens
63%
Neutraal
(Helemaal) mee oneens
* Soms zien we dat deelnemers het onderzoek pas meerdere uren nadat ze deze zijn begonnen afronden. We gaan ervanuit dat deze deelnemers halverwege pauzeren/stoppen en later pas weer verder gaan. Voor het berekenen van het gemiddelde kijken we alleen naar deelnemers die het onderzoek binnen 1 uur hebben afgerond.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
• Hoe is de raadpleging tot stand gekomen?
Methodologie
• Hoe zijn de data geanalyseerd?
Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet
97
Deelnemers
Kenmerken van warmteoplossingen Vaste en verbruikskosten
Over het onderzoek
Methodologie
Methodologie
Ontwerp, uitvoering en analyse van deze raadpleging vond plaats in drie fases Overzicht van het proces: Welke stappen zijn doorlopen?
Generiek: ontwerp van de PWE-raadpleging
Maatwerk en dataverzameling
Analyse en rapportage
98
Eerste concept ontwerpen
Ontwerpsessies met stakeholders en beleidsmakers
Uitwerken ontwerp van het onderzoek
Gemeente specifieke aanpassingen in ontwerp
Data-verzameling: inwoners nemen deel aan onderzoek
Data cleaning en multiplicatieve weging
Schrijven van het rapport
Testen en aanscherpen
Het primaire doel van de ontwerpfase is om het beleidsdilemma in kaart te brengen • Op de stoel van…: De insteek van het onderzoek is om deelnemers in een online omgeving 20 minuten op de stoel van een beleidsmaker of politicus te zetten. Dat betekent dat het doel van de eerste fase (de ontwerpfase) is om de keuzesituatie (of het beleidsdilemma) van deze beleidsmaker of politicus in kaart te brengen.
Fase 1: Generiek ontwerp
• Uitwerking. Met de feedback van de tweede ontwerpsessie is het onderzoek verder aangescherpt en uitgewerkt tot een 90% versie. Daarna is er een schriftelijke feedbackronde geweest; iedereen aanwezig bij de tweede ontwerpsessie kreeg zodoende de mogelijkheid om feedback te geven op de 90% versie. Na verwerking van die feedback heeft een gespecialiseerd taalbureau de tekstredactie gedaan • Eerste conceptontwerp. Het eerste ontwerp voor het onderzoek hebben we zodat alle teksten in het onderzoek op B1 niveau begrijpelijk zijn. Dit resulteerde gebaseerd op al eerder gepubliceerde documenten en bekende informatie over de uiteindelijk in een 95% versie. betaalbaarheid van de warmtetransitie. Waaronder maar niet beperkt tot: • Kaders voor betaalbaarheid (Berenschot, 2024) • Testen en aanscherpen. De 95% versie is getest en aangescherpt tot een definitief • Handreiking betaalbaarheid (VNG en BZK, 2023) ontwerp in een iteratief proces. Steeds werden circa 100 panelleden van een • Aardgasvrij: een goed idee, maar….. (PBL, 2024) panelbureau gevraagd om mee te doen aan het onderzoek. Zij kregen hier een • Kamerbrieven en voorlopige wet-en regelgeving en amendementen financiële vergoeding voor. Op basis van de analyse van de resultaten is het • Wetenschappelijke literatuur rondom het gebruik van de DCE methode in de ontwerp steeds verder aangescherpt. warmtetransitie. • Ontwerpsessies.
Het eerste conceptontwerp is besproken met alle deelnemende gemeenten, EBN, Populytics en MSG op 18 december 2024. Deelnemers aan de ontwerpsessies konden via post-its hun feedback geven op het conceptontwerp. Op basis van deze feedback is het conceptontwerp aangescherpt. Op 5 februari 2025 is er een tweede ontwerpsessie geweest. Naast iedereen uit de eerste ontwerpsessie zijn er landelijke experts aanwezig geweest.
99
Fase 1: Generiek ontwerp
Figuur 7.1. De zeven doelen ter afweging (B1-taalniveau)
Doel*
De kern van het PWE-onderdeel van dit onderzoek bestond uit 7 doelen die belangrijk zijn bij betaalbare warmte • Keuze voor puntenmodus. Een raadpleging volgens de PWE-methodiek kan op drie verschillende manieren geïmplementeerd worden: puntenmodus, schuifjesmodus en keuzemodus. De keuze tussen deze drie opties maken we aan de hand van een beslisboom. De eerste vraag is of het effect van de doelen uitgedrukt kan worden in een schaars publiek goed of middel, zoals geld of uitvoeringscapaciteit. Dat is niet het geval bij dit vraagstuk. De vraag over wat belangrijk is als het gaat om betaalbare warmte is, in essentie, een waardenvraagstuk. Het antwoord op deze eerste vraag leidt automatisch tot een puntenmodus. • Selectie doelen. In het ontwerpproces hebben we samen met alle betrokkenen de onderzoeksvraag geformuleerd ‘De overheid wil dat duurzame warmte betaalbaar is. Wat is daarbij volgens u belangrijk?’. Er zijn veel méér dan 7 mogelijke doelen denkbaar. Bij de selectie zijn vier criteria gehanteerd. Op basis van deze vier criteria zijn zeven doelen geselecteerd. 1. Biedt een maatregel een realistisch handelingsperspectief voor de overheid? 2. Ervaren deelnemers het vraagstuk als incompleet als een doel ontbreekt? 3. Blijft het vraagstuk voor deelnemers behapbaar? 4. Bevat het doel in zichzelf al een financiële component?
* Iedere deelnemer kreeg deze doelen in willekeurige volgorde te zien. De deelnemer moest 35 punten verdelen over deze 7 doelen. Achter elk doel stond een informatie teken. Als deelnemers hierop klikken zien zij meer concreet wat ieder doel betekent. Zie pagina 31 voor een schermafbeelding. 100