CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Rapport Betaalbaarheid warmteoplossingen Amsterdam DEF

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 25 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het bewonersonderzoek naar betaalbaarheid van de warmtetransitie in gemeente Amsterdam (VN2025-012116)25.880 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Figuur 3.7. Prioritering doelen – Gemiddelde naar opleiding Laag (bo, vmbo, havo-, vwo-onderbouw of mbo1) (n=107) Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

Hoog (hbo, wo) (n=771)

5.1

6.7

6.7

6.0

6.6

6.2

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4.5

5.1

4.9

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4.9

4.8

4.8

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte*

5.5

3.7

4.9

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

4.7

4.3

4.6

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

4.2

3.8

0 tot 2,5 punten

38

Midden (havo, vwo, mbo2-4) (n=176)

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

3.1

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige opleidingsniveaus significant (zie tekstuitleg links)

Woningeigenaren plaatsen vergelijkbare prioriteiten als huurders

Figuur 3.8. Prioritering doelen – Gemiddelde naar huur of koop

Koop (n=539)

Huur (n=547)

6.9

6.2

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst*

6.4

6.0

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten*

4.5

5.0

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners*

4.3

5.0

5.2

4.4

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte* De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

4.2

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas*

3.9

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

4.7 3.4

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen kopers en 39 huurders significant (zie tekstuitleg rechts)

• Overeenkomsten. Deelnemers prioriteren dezelfde top 2, ongeacht of zij in een huur-of koopwoning wonen: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. Zowel huurders als kopers geven de minste prioriteit aan dat inwoners zolang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas.

• Significante verschillen. Alleen voor de dikgedrukte doelen in de figuur hiernaast geldt dat er significante verschillen zijn tussen huurders of kopers. • Conclusie. De significante verschillen tussen de prioriteiten van kopers en huurders zijn erg klein; het verschil is bij alle doelen kleiner dan 1 punt. We concluderen daarom dat er geen substantiële significante verschillen zijn. Er zijn veel meer overeenkomsten dan verschillen.

Deelnemers stellen vergelijkbare prioriteiten, ongeacht hun financiële situatie • Overeenkomsten. Deelnemers prioriteren dezelfde top 2, ongeacht hun financiële situatie: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. Ongeacht financiële situatie geven deelnemers de minste prioriteit aan dat inwoners zolang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas. • Significante verschillen. De grootste significante verschillen zitten op twee doelen: • Inwoners die (zeer) moeilijk rondkomen geven minder prioriteit aan het doel om de prijzen zoveel mogelijk hetzelfde te houden onder alle Nederlandse gemeenten dan andere inwoners met een andere financiële situatie. • Inwoners die moeilijk rondkomen geven meer prioriteit aan de kosten terugverdienen dan inwoners die niet makkelijk maar ook niet moeilijk rondkomen. Conclusie. De enige substantiële significante verschillen zitten in het doel dat de prijzen in alle Nederlandse gemeenten hetzelfde moeten zijn en dat mensen de kosten moeten terugverdienen. Nog steeds zijn deze verschillen niet groot. Er zijn veel meer overeenkomsten dan verschillen. 40

Figuur 3.9. Prioritering doelen – Gemiddelde naar financiële situatie

(Zeer) moeilijk (n=129)

Niet makkelijk, niet moeilijk (n=371)

(Zeer) makkelijk (n=503)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6.6

6.3

6.7

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst*

6.8

6.7

6.0

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten*

3.9

5.0

5.1

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5.2

4.9

4.7

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte*

5.6

4.3

4.4

4.5

4.7

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

3.7

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

3.3

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

3.3

3.3

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige financiële situaties significant (zie tekstuitleg links)

Figuur 3.10. Prioritering doelen – Gemiddelde naar zorgen over het klimaat Ja, ik maak mij zorgen (n=795)

Nee, ik maak mij geen zorgen (n=154)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6.4

7.2

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6.5

6.1

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten*

5.0

3.9

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4.9

4.6

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4.7

4.2

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

4.7

3.3

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas*

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

5.7

2.8

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen verschillende 41 zorgen significant (zie tekstuitleg rechts)

Deelnemers geven méér prioriteit aan dezelfde twee doelen, ongeacht of zij wel of geen zorgen hebben over het klimaat. Verdeelde meningen over twee andere doelen. • Overeenkomsten. Deelnemers geven méér prioriteit aan twee doelen: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. Ongeacht de mate waarin zij zich wel of niet zorgen maken over het klimaat. • Significante verschillen. De substantiële significante verschillen zitten op drie doelen: • Inwoners die geen klimaatzorgen hebben geven meer prioriteit aan zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen met gas. • Inwoners die wel klimaatzorgen hebben geven meer prioriteit aan dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt en dat de prijzen zoveel mogelijk gelijk zijn in alle gemeenten. • Conclusie. Of inwoners zich zorgen maken om het klimaat lijkt een verklarende factor in wat zij belangrijk vinden bij de betaalbaarheid van warmte. Inwoners die zich zorgen maken om het klimaat geven substantieel meer prioriteit aan dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt. En inwoners die zich geen zorgen maken om het klimaat geven substantieel veel meer prioriteit aan het doel dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas.

Deelnemers geven méér prioriteit aan dezelfde twee doelen, ongeacht of zij het stoppen met gas een goed idee vinden. Verdeelde meningen over twee andere doelen. • Overeenkomsten. Deelnemers geven ongeacht hun houding ten aanzien van het stoppen met aardgas méér prioriteit aan twee doelen: hetzelfde blijven betalen en zo weinig mogelijk winst voor energiebedrijven. • Significante verschillen. De grootste significante verschillen zitten op twee doelen: • de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden • Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt te kiezen om te stoppen met gas • Conclusie. Of inwoners het stoppen met aardgas voor verwarmen, warm water en koken wel of niet een goed idee vinden lijkt een verklarende factor in wat zij belangrijk vinden bij de betaalbaarheid van warmte. Inwoners die het stoppen met aardgas een (heel) goed idee vinden geven substantieel meer prioriteit aan dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt. En inwoners die het stoppen met aardgas een (heel) slecht idee vinden geven substantieel veel meer prioriteit aan het doel dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas. 42

Figuur 3.11. Prioritering doelen – Gemiddelde naar houding deelnemers t.o.v. het stoppen met aardgas

(Heel) goed idee (n=761)

Neutraal (n=183)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder*

6.2

5.7

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6.3

6.2

(Heel) slecht idee (n=137)

8.2 6.3

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten*

5.0

4.9

3.1

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners*

5.0

5.0

3.4

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte*

4.8

4.9

3.4

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden*

5.3

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas*

0 tot 2,5 punten

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

3.6

2.3

7,5 tot 10 punten

4.7

Meer dan 10 punten

* Wanneer een doel dikgedrukt is, dan zijn de verschillende gemiddeldes tussen sommige houdingen significant (zie tekstuitleg links)

1.5 9.1

3B

Profielen van 5 groepen

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

43

Deelnemers

• We werken profielen uit van de volgende perspectieven op het thema betaalbaarheid van duurzame warmte

Kenmerken van warmteoplossingen

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Vaste en verbruikskosten

Over het onderzoek

Methodologie

Figuur 3.12. Voorbeeld uitkomsten met uitleg

De LKCA-analyse • Met de statistische techniek Latente Klasse Clusteranalyse (LKCA) onderzoeken we de representatieve uitkomsten van het gesloten onderzoek. • De methode kijkt naar de manier waarop deelnemers punten toekennen in de PWE-keuzetaak. • De LKCA-methode identificeert verschillende groepen. • Iedere groep is maximaal homogeen; deelnemers binnen één groep stellen grotendeels vergelijkbare prioriteiten. • En iedere groep verschilt van andere groepen; deelnemers binnen de ene groep stellen andere prioriteiten dan deelnemers binnen een andere groep.

Vijf groepen • De LKCA geeft aan dat deelnemers van het onderzoek in vijf groepen kunnen worden opgedeeld die de doelen ten aanzien van de betaalbaarheid van warmte waarderen. • Acht demografische kenmerken zijn gebruikt om de groepen te beschrijven: leeftijd, gender, opleiding, woonsituatie, wijk, financiële situatie, houding ten opzichte van klimaatverandering en houding ten opzichte van het doel om aardgasvrij te worden.

Legenda: hogere en lagere prioriteit • Als een optie meer dan de uitgangswaarde van 5 punten krijgt, dan krijgt die optie prioriteit van (een groep) deelnemers. Als een thema meer dan 7,5 punten krijgt, dan heeft het hoge prioriteit ten opzichte van de andere doelen. Minder dan 2,5 punten is lage prioriteit ten opzichte van de andere doelen. • Meer dan 10 punten wijst op een principekwestie 44

Figuur 3.13. Prioritering van doelen – Resultaten van LKCA

Groep A

Groep B

Groep C

Groep D

Gemiddelde

(14%)

(5%)

Groep E

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6,0

6,7 6,6

9,8 5,9

0,6 6,9

5,0 18,2

6,4

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,0

6,9 7,0

5,8 5,4

8,8 10,5

4,9 3,5

6,3

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,7

5,4 6,6

2,7 4,9

8,8 0,0

5,1 11,0

4,9

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,2

5,2 5,1

5,1 4,3

0,3 5,2

5,0 1,2

4,8

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,8

5,5 5,7

5,1 3,2

2,5 0,0

5,0 0,1

4,6

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

4,3

5,4 4,1

5,2 0,1

12,5 4,6

5,0 0,1

4,5

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

3,9

0,0

3,5 9,2

1,5 7,9

5,0 0,7

3,5

(50%)

0 tot 2,5 punten

45

(26%)

2,5 tot 5 punten

5 tot 7,5 punten

7,5 tot 10 punten

Meer dan 10 punten

(5%)

Uitwerking per groep op de volgende pagina’s

Groep A is echt een middengroep; ze geven aan alle doelen bijna evenveel prioriteit

Figuur 3.14. Prioriteiten van Groep A

• Inwoners in Groep A geven de meeste prioriteit aan de twee doelen die gemiddeld genomen ook het meest worden geprioriteerd (winst energiebedrijven en hetzelfde blijven betalen).

Groep A (50%)

• Inwoners van Groep A verdelen hun punten vrij gelijkmatig: nergens boven 6, nergens onder ver onder de 4. Dit noemen we dan vaak de middengroep. Groep E behoort ook tot de middengroep, al verdelen inwoners uit deze groep de punten nóg gelijkmatiger. Als we de middengroep definiëren als groep A en groep E dan is deze middengroep vertegenwoordigt met 55% van de inwoners. Dat is een aanzienlijk deel.

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6,0

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,0

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

4,7

• In deze groep zitten mensen met diverse kenmerken. Niets opvallends.

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,2

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

4,8

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

4,3

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

3,9

"Het zou goed zijn als alle iwoners minder zouden betalen voor duurzame warmte als voor Gas. Gas is ontzettend duur"

46

"Ze zijn allemaal van toepassing, er mag meer hulp en duidelijkheid vanuit de overheid geleverd worden en de kosten van het aanleggen zouden niet moeten worden verhaald op de bewoners aangezien het op de lange termijn toch terug verdiend zal worden."

Groep B geeft geen enkele prioriteit aan zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen met gas

Figuur 3.15. Prioriteiten van Groep B

Groep B (26%)

47

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

6,7

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

6,9

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

5,4

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,2

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

5,5

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

5,4

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

0,0

• Inwoners in Groep B geven ook de meeste prioriteit aan de twee doelen die gemiddeld genomen ook het meest worden geprioriteerd (winst energiebedrijven en hetzelfde blijven betalen). • Daarnaast geven zij vergeleken met het gemiddelde en de meeste andere groepen iets meer prioriteit aan het doel dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden. • Groep B maakt een uitgesproken keuze als het gaat om inwoners zo lang mogelijk de tijd geven om over te stappen; zij geven hier geen enkele prioriteit aan. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Iets vaker een hbo, wo diploma dan gemiddeld • Iets vaker zorgen over klimaatverandering dan gemiddeld • Meer eens met het doel om aardgasvrij te worden dan gemiddeld

"Klimaatverandering en geopolitiek wachten niet, dus ik vind dat de overheid druk mag zetten op deze overgang. Daar horen deadlines bij, en dat is niet 'zo lang mogelijk'."

"als het economisch interessant is zal de transitie sneller verlopen"

Groep C geeft de meeste prioriteit aan hetzelfde blijven betalen en zo lang mogelijk de tijd krijgen. Geen enkele prioriteit aan dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt.

Figuur 3.16. Prioriteiten van Groep C

• Inwoners in Groep C geeft van alle groepen de meeste prioriteit aan zo lang mogelijk de tijd krijgen om te stoppen met gas. Daarnaast geven inwoners uit deze groep de meeste prioriteit hetzelfde blijven betalen. Daarnaast geven zij prioriteit aan energiebedrijven zo weinig mogelijk winst maken. • Groep C maakt een uitgesproken keuze als het gaat om dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden; zij geven hier nagenoeg geen enkele prioriteit aan. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Minder mensen jonger dan 35 jaar dan gemiddeld • Maken zich vaker geen zorgen over het klimaat dan andere groepen • Iets vaker woningeigenaren dan andere groepen • Meer oneens met het doel om aardgasvrij te worden dan gemiddeld • Komt iets vaker uit Weesp dan andere groepen

"De overheid mag in geen geval bepalen wat zij denken wat goed is voor een bepaalde wijk. De keuze moet ten alle tijden bij de burger blijven."

48

"De eigen keuze van inwoners moet leidend zijn, als het enigszins mogelijk is."

Groep C (14%)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

9,8

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

5,8

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

2,7

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

4,3

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

3,2

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

0,1

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

9,2

Groep D maakt uitgesproken keuzes en geeft van alle groepen de meeste prioriteit aan de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte

Figuur 3.17. Prioriteiten van Groep D

Groep D (5%)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

0,6

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

8,8

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

8,8

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

0,3

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

2,5

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

12,5

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

1,5

• Inwoners in Groep D maken uitgesproken keuzes: veel punten voor dat de overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt, weinig winst voor energiebedrijven en dat de prijzen in alle Nederlandse gemeenten zoveel mogelijk hetzelfde zijn. • Daarnaast maken inwoners in groep D uitgesproken keuzes als het gaat om zaken waar géén prioriteit aan gegeven zou moeten worden: de doelen dat inwoners hetzelfde blijven betalen, dat de prijzen voor duurzame warmte zo lang mogelijk gelijk blijven en dat inwoners zo lang mogelijk de tijd krijgen om over te stappen krijgen erg weinig prioriteit. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Iets meer vrouwen dan gemiddeld • Minder vaak een hbo en wo opleiding dan andere groepen • Iets vaker huurder dan gemiddeld • Komt iets vaker uit West dan andere groepen

"Duurzame oplossingen zijn nu eenmaal duurder, dat is een ongemakkelijk feit maar helaas kunnen we daar niet omheen, en het kostenverschil compenseren met subsidies lijkt me niet wenselijk" 49

"De transitie moet zoveel mogelijk centraal geregeld worden. Eigen initiatieven zijn ok, maar ik verwacht daar niet veel van."

Groep E is net als groep A een middengroep maar verdeelt haar punten nog gelijkmatiger.

Figuur 3.18. Prioriteiten van Groep E

• Inwoners in Groep E verdelen hun punten het meest gelijkmatig in vergelijking met de andere vier groepen. Nergens onder de 4,9 en nergens boven de 5,1. Ongeveer alle doelen zijn even belangrijk. • Als we kijken naar de kenmerken van de mensen in deze groep, dan zien we: • Vaker ouder dan 65 jaar dan andere groepen • Vaker basisonderwijs of onderbouw voortgezet onderwijs opleiding dan andere groepen • Komt minder makkelijk rondkomen dan gemiddeld • Iets vaker huurder dan gemiddeld • Meer neutraal t.o.v. het doel om aardgasvrij te worden dan gemiddeld • Iets vaker uit Nieuw-West, Noord, en Zuid dan gemiddeld

"Om niet in de financiele problemen te komen zou het het beste zijn als de kosten voor duurzame warmte gelijk blijven."

50

"Op letten voor kosten die er komen niet iedereen heeft het geld hiervoor maar willen wel meewerken!"

Groep E (5%)

Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder

5,0

Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst

4,9

De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten

5,1

De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners

5,0

Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte

5,0

De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden

5,0

Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas

5,0

• De volgende analyses zijn gebaseerd op motivaties van deelnemers uit de representatieve groep en deelnemers van het open onderzoek. De scores per doel zijn de gemiddelden van de representatieve groep.

Uitwerking zeven doelen

3C

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

51

Deelnemers

Kenmerken van warmteoplossingen

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid?

Vaste en verbruikskosten

Over het onderzoek

Methodologie

Uitleg argumenten-analyse: hoe analyseren we de motivaties van deelnemers? • Motivatie. Nadat deelnemers hun punten hadden verdeeld over de zeven doelen, konden zij hun mening uitleggen. Daarbij noemen zij – in verschillende persoonlijke bewoordingen – vaak vergelijkbare argumenten. • Automatische groepering argumenten. Alle motivaties van deelnemers werden vervolgens automatisch gegroepeerd met een clustering-model. Dit model maakt automatisch groepjes van dezelfde argumenten: bijvoorbeeld een groepje van argumenten die vinden dat duurzame warmte een basisvoorziening is. • Codeboek. We hebben handmatig gekeken naar de automatisch gegroepeerde clusters van argumenten. Clusters die sterk met elkaar samenhangen hebben we samengevoegd tot één categorie van argumenten. • Rapportage. We laten per doel de meest genoemde categorieën van argumenten zien. Met sterren geven we aan hoe vaak een argument wordt genoemd. • ★★★ betekent dat dit de hoofdmoot vormt van de argumenten die bij een optie gegeven worden; dit argument springt er duidelijk uit. • ★★ betekent dat dit argument vaak wordt genoemd. • ★ betekent dat dit argument minder vaak maar wel een aantal keer wordt genoemd. We laten het vooral zien om de veelzijdigheid van de argumenten weer te geven.

52

Figuur 3.19. Deelnemers konden na de puntenverdeling hun mening uitleggen

Uitwerking: ‘Zoveel mogelijk inwoners moeten hetzelfde blijven betalen voor duurzame warmte als voor gas, of minder’ "Ik denk dat veel mensen in financiële problemen kunnen komen als het duurder wordt."

"Voor veel mensen is de gasrekening nu al veel te hoog. Nog duurder is dus een probleem"

"Mensen moeten er op vooruit gaan"

6,4 punten

53

"Ik wil absoluut niet nog duurder uit zijn dan nu."

"Grootste motivatie blijft je eigen portemonnee. zekerheid over prijzen geeft rust en ruimte voor investering."

"Het allerbelangrijkste punt. de kosten moeten zo laag mogelijk worden gehouden. Lage inkomensgroepen en midden inkomensgroepen zijn al te veel geld kwijt en kunnen het moeilijk bolwerken allemaal."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Het is belangrijk dat het niet duurder wordt voor mensen, met name voor mensen die nu al moeilijk rondkomen

★★

Warmte is een basisvoorziening, dat moet betaalbaar blijven

★★

Duurzame warmte moet niet duurder zijn dan gas, dat is een principekwestie

★

Dat is belangrijk voor het draagvlak van de transitie

★

Het zou fijn zijn als dit kan

★

Verder genoemd: • Energie is duur, het zou fijn zijn als het überhaupt goedkoper zou worden • Het is goed als er een financiële prikkel is om over te stappen, dat motiveert mensen

Geen vaakgenoemde tegenargumenten

Verder genoemd: • Het gaat sowieso duurder worden, dat is onvermijdelijk • De energietransitie is belangrijk, dat mag wel wat kosten

Uitwerking: ‘Energiebedrijven moeten zo weinig mogelijk winst maken en moeten open zijn over hun winst’ "Weer terug naar overheid marktwerking werkt nadelig"

"De energiebedrijven maken nu zoveel winst, tenkoste van de gebruikers"

"Nuts voorzieningen, voorzieningen waar niemand zonder kan, zouden ten goede moeten komen aan de gemeenschap en geen speelbal moeten zijn van winst najagende commerciële bedrijven."

6,3 punten

54

"transparantie vind ik belangrijk"

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Energiebedrijven zouden nutsbedrijven moeten zijn, zonder winstoogmerk

★★★

"Tegen winst maken heb ik geen bezwaar."

Energiebedrijven zouden niet heel veel moeten verdienen aan (de) energie(transitie), dit zou voorkomen worden als ze transparant zouden zijn

★★

"De privatisering van energiebedrijven is een eeuwige zonde gebleken. de verbetering van service is uitgebleven en het aantal faillissementen in deze branche zegt genoeg. Winsten zullen moeteen worden geinvesteerd in innovatie en kwaliteitsverbetering."

Vooral openheid van energiebedrijven is belangrijk

★

Energiebedrijven verdienen erg veel geld, het zou de kosten voor inwoners verlagen als ze dat niet/minder zouden doen

★

Energiebedrijven zijn bedrijven, die zouden gewoon winst mogen maken

Verder genoemd: • Dat is niet nodig, marktwerking zal ervoor zorgen dat de prijzen gedrukt worden • Andere opties zijn belangrijker • Winst voor energiebedrijven is nodig voor innovatie

★

Uitwerking: ‘De prijzen voor duurzame warmte moeten zoveel mogelijk hetzelfde zijn in alle Nederlandse gemeenten’ "Gelijkheid, rechtvaardigheid"

"Energie most overal in Nederland hetzelfde kosten. Aangezien het een eerste levensbehoefte betreft."

"Niet elke gemeente is het zelfde"

4,9 punten

55

"Het zou niet moeten uitmaken waar je woont."

"Ik kan hiervoor geen enkele reden bedenken. Economisch gezien is Amsterdam toch echt anders dan Tytjerksteradiel!"

"Ik vind dat de overheid moet helpen de prijzen zoveel mogelijk gelijk te houden voor alle gemeenten om burgers zoveel mogelijk tegemoet te komen."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Het is eerlijk als de prijzen in elke gemeente (redelijk) hetzelfde zijn

★★★

Gemeenten verschillen van elkaar, het is daarom logisch/niet erg als de tarieven ook verschillen

★★

Dat zorgt voor meer gelijkheid, dat is goed

★★

Andere opties zijn belangrijker

★

Iedereen moet hetzelfde (tarief) betalen, dat is een principekwestie

★

Verder genoemd: • Ik denk niet dat dat haalbaar is

Uitwerking: ‘De prijzen van duurzame warmte moeten zo lang mogelijk gelijk blijven voor inwoners’ "Plotselinge prijswijzigingen kunnen mensen in problemen brengen. Je moet weten waar je aan toe bent."

"Dit lijkt me belangrijk voor de acceptatie onder bewoners"

"Inwoners moeten niet geconfronteerd worden met veel hogere kosten zonder alternatief"

"Het levensonderhoud is al duur genoeg"

"Het is altijd fijn om te weten wat je financieel kunt verwachten. Als dit erg fluctueert, is overstappen onaantrekkelijk."

4,8 punten

56

"Het bevriezen van prijzen, ongeacht de toestand van de markt of economie, is onrealistisch en schadelijk. Prijsfluctuaties horen er nou eenmaal bij, in elk aspect van het leven."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Het is belangrijk dat de prijzen niet te hoog zijn en niet te onzeker zijn

★★

Dat zorgt voor draagvlak en een stimulans voor de transitie

★★

De prijs voor energie moet vooral niet duurder worden

★★

Dat is eerlijk en logisch

★

Dat is niet realistisch, door marktwerking zullen kosten gaan verschillen

Verder genoemd: • Andere opties zijn belangrijker • Dat is niet realistisch, door inflatie zullen kosten moeten gaan stijgen • De prijzen zouden juist moeten dalen

★

Uitwerking: ‘Zoveel mogelijk mensen moeten de kosten terugverdienen van overstappen op duurzame warmte’ "Van belang om draagvlak te creëren onder de bewoners"

"Gaat niet werken. Kijk maar de huidige discussie met zonnepanelen"

"Het moet goedkoper zijn direct en niet op termijn"

"Idealiter verdien je de investering terug. Dit kan een incentive zijn om over te stappen."

"Dat stimuleert"

"Het is belangrijk om de overstap aantrekkelijk te maken zodat deze snel en soepeler kan verlopen"

4,6 punten

57

"Investeringen moeten wel rendabel zijn" "Hoewel het een goed initiatief is van de overheid, denk ik dat de meeste mensen de huidige situatie prima vinden. Er zou eerder weerstand komen voor de transitie en dus denk ik dat terugverdienen een mooie is."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Duurzame keuzes (zoals overstappen op duurzame warmte) zouden financieel aantrekkelijk moeten zijn

★★

Er zouden geen extra kosten moeten zijn

★

Dat is goed voor het draagvlak van de transitie

★★

Geen vertrouwen dat het ook echt terugverdiend wordt

★

Zulke grote investeringen moeten zoveel mogelijk rendabel zijn

★

De transitie gaat veel geld van huishoudens kosten, het zou goed zijn om die kosten te drukken of terug te verdienen te maken

★

Het is fijn om iets terug te kunnen verdienen

★

Verder genoemd: • De energietransitie is belangrijk, dat mag wel wat kosten • Andere opties zijn belangrijker • Terugverdienen is vooral voor woningeigenaren, die hoeven niet te verdienen aan de transitie

Uitwerking: ‘De overheid moet bepalen hoe een wijk overstapt op duurzame warmte als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden’ "als dit voor het totaal beter is is dat een goede zaak"

"Er is coordinatie nodig omdat anders systemen niet lonend zijn. Particuliere en commerciele partijen laten eigen belangen prevaleren."

"De overheid weet niks van de mensen in de wijken."

4,5 punten

58

"Oneens! De bewoners moeten dat zelf bepalen"

"Omdat de overheid beter weten in dit soort zaken ."

"Ik vind het logisch dat de overheid een rol speelt in de transitie naar duurzame warmte, vooral als dat helpt om de totale kosten voor de samenleving laag te houden. Een centrale aanpak kan efficiëntie opleveren en voorkomen dat iedere wijk zelf het wiel moet uitvinden."

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

De overheid heeft de beste middelen om de transitie te regelen

★★

De overheid moet dit niet bepalen voor mensen

★★

De overheid moet regie pakken

★

Er moet een aanpak komen vanuit de wijken zelf, niet van boven opgelegd

★

Als iedereen dit zelf moet regelen komt de transitie er nooit of wordt het heel duur

★

De overheid kan dit niet goed regelen

★

De overheid is het beste in staat om de kosten laag te houden

★

Verder genoemd: • Het is goed om de transitie collectief te regelen • Er moet met name een goed plan per wijk komen • De maatschappelijke kosten voor de transitie moeten laag zijn, het zou goed zijn als de overheid daarvoor kan zorgen

Verder genoemd: • Geen vertrouwen in de overheid • Mensen moeten zelf de vrijheid hebben om over te stappen of niet

Uitwerking: ‘Inwoners moeten zo lang mogelijk de tijd krijgen om een geschikt moment te kiezen om te stoppen met gas’ "Meteen overstappen is het beste. Niet te lang gaan wachten. Denk aan het milieu."

"Je moet een aangepast kooktoestel kopen en nieuwe pannen. Je moet dus het geld ervoor hebben om over te stappen." "Dan kunnen projecten eindeloos opgehouden worden."

3,5 punten

59

"Als ze niet willen overstappen moet je ze niet dwingen"

"Niet als dat ten koste gaat van verduurzaming of betaalbaarheid van verduurzaming."

"Verplichten van overstap verhoogt weerstand. Er kunnen belangrijke persoonlijke overwegingen zijn."

Ook genoemd: • Het is fijn als mensen tijd krijgen, maar niet onbeperkt (★)

Waarom adviseren deelnemers de gemeente hier meer of minder prioriteit aan te geven? Meer sterretjes is vaker genoemd

Genoemde argumenten om hier meer prioriteit aan te geven

Genoemde argumenten om hier minder prioriteit aan te geven

Het is belangrijk voor (financieel) draagvlak dat mensen zelf een moment kunnen kiezen

★★

Als iedereen zo lang mogelijk de tijd krijgt, duurt de transitie langer en wordt het uiteindelijk duurder voor iedereen

★★

Niet iedereen heeft nu al geld om de transitie te kunnen betalen, daar moet rekening mee gehouden worden

★

Klimaatverandering is zo’n groot probleem, we kunnen niet wachten met de energietransitie

★

De overheid moet de transitie er niet te veel doorheen drukken

★

Als mensen de tijd krijgen stappen (sommige) mensen nooit over

★

Er moet goed onderzocht worden wat de beste techniek is om op over te stappen, en misschien moet er gewacht worden op nieuwe innovaties

★

We moeten snel van het gas af

★

Verder genoemd: • Vooral als mensen net al investeringen hebben gedaan (nieuwe cv-ketel, verbouwing) moeten ze niet meteen hoeven over te stappen

Verder genoemd: • Dan zou de transitie te lang duren • Andere opties zijn belangrijker

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

• Vinden inwoners lage vaste kosten het belangrijkst of lage verbruikskosten?

Vaste en verbruikskosten

• Wat zijn redenen van inwoners om lage vaste dan wel lage verbruikskosten het belangrijkst te vinden?

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

60

Deelnemers

Kenmerken van warmteoplossingen Vaste en verbruikskosten

Vaste en verbruikskosten

Over het onderzoek

Methodologie

Vraag over vaste en verbruikskosten • Doel. Inzicht krijgen in hoe deelnemers lage vaste kosten en lage variabele kosten afwegen. • Keuzesituatie. Deelnemers kregen een keuze voorgelegd: 1. Moeten de verbruikskosten laag zijn en de vaste kosten hoog? 2. Of moeten de vaste kosten laag zijn en de verbruikskosten hoog?

• Extra informatie. Deelnemers konden via een uitklapvenster extra informatie lezen over wat ‘verbruikskosten’ zijn en wat ‘vaste kosten’ zijn. • Voordelen van iedere keuze. Deelnemers konden van iedere keuze de voordelen lezen. • Vraag. Deelnemers konden aangeven of zij een sterke of lichte voorkeur hadden voor keuze 1 of keuze 2. Zij konden ook aangeven: ‘weet ik niet / zeg ik liever niet’. • Motivatie: Vervolgens konden ze hun keuze toelichten. • Analyse: We analyseren hoe vaak deelnemers aangeven een (lichte of sterke) voorkeur te hebben voor keuze 1 of 2. En we analyseren de argumenten die deelnemers geven in de motivatie van hun voorkeur.

61

Figuur 4.1. Schermafbeelding van een keuze die deelnemers moesten maken

Begrippen ‘vaste- en verbruikskosten’ vinden veel deelnemers complex.

Uitleg data-analyse van dit onderdeel

• Complex. Een groot aantal argumenten die deelnemers gaven om hun voorkeur voor ofwel ‘lage verbruikskosten’ ofwel ‘lage vaste kosten’ komen niet overeen met de voorkeur die zij aangaven. Met andere woorden: het lijkt erop alsof een substantiële groep deelnemers de begrippen niet goed heeft begrepen. Zie onderstaande voorbeelden.

• Betrouwbaarheid. We analyseerden hoe vaak deelnemers aangeven een (lichte of sterke) voorkeur te hebben voor lage vaste kosten dan wel lage verbruikskosten. We hebben ervoor gekozen deze resultaten niet op te nemen in de rapportage omdat de kans groot is dat de uitkomsten niet voldoende betrouwbaar zijn. Die conclusie trekken we op basis van het grote aantal argumenten dat niet overeenkomt met de voorkeur die zij hebben aangegeven.

• Toelichting. Stel een inwoner verbruikt weinig warmte. En stel de verbruikskosten zijn laag en de vaste kosten hoog. Dan geldt dat een inwoner relatief veel betaalt, ongeacht het verbruik. En relatief weinig per eenheid die de inwoner verbruikt. Lage verbruikskosten en hoge vaste kosten betekent daarom dat de hoogte van de energierekening niet veel daalt of stijgt als je verbruik wel veel stijgt of daalt. Voorbeelden van argumenten voor ‘lage verbruikskosten’ zijn het belangrijkst, die juist wijzen op een argument voor ‘lage vaste kosten’. "Lage verbruikskosten zorgen ook voor slimmere omgang met energie gezien dit direct loont voor het individu. Vasten kosten zijn iets collectiefs."

62

"Wij zijn zuinig met energie en hebben ook zonnepanelen. Wij willen dus zo laag mogelijke verbruikskosten"

• Alternatieve analyse. We analyseerden het aantal argumenten dat duidelijk pleiten voor ofwel lage vaste kosten ofwel lage verbruikskosten. Als een deelnemer aangeeft dat het belangrijk is om zelf invloed te hebben op de energierekening dan is dat duidelijk een argument voor lage vaste kosten. • Rapportage. We laten de meest genoemde categorieën van argumenten zien die horen bij lage vaste kosten ofwel lage verbruikskosten. Ook geven we aan hoeveel procent van de argumenten hoort bij een voorkeur voor ofwel lage vaste kosten ofwel lage verbruikskosten. • ★★★ betekent dat dit de hoofdmoot vormt van de argumenten die bij een optie gegeven worden; dit argument springt er duidelijk uit. • ★★ betekent dat dit argument vaak wordt genoemd. • ★ betekent dat dit argument minder vaak maar wel een aantal keer wordt genoemd. We laten het vooral zien om de veelzijdigheid van de argumenten weer te geven.

Ruime meerderheid beargumenteert dat lage vaste kosten belangrijker zijn dan lage verbruikskosten. • Motivaties. 75% van de deelnemers motiveert zijn of haar keuze. • Voorkeur voor lage vaste kosten. Op basis van de argumenten die deelnemers geven concluderen we dat een ruime meerderheid (80-95%) van de deelnemers die haar keuze motiveert een voorkeur heeft voor lage vaste kosten.

Ook genoemd: • Ik wil vooral minder betalen voor energie, het maakt niet uit hoe

63

Welke argumenten geven deelnemers als het gaat om lage vaste kosten of lage verbruikskosten? Meer sterretjes is vaker genoemd

Keuze 1: Zo laag mogelijke verbruikskosten is het belangrijkst

5-20%

Genoemde argumenten die horen bij lage verbruikskosten belangrijkst

Niet iedereen kan energie besparen, met name kwetsbare mensen. Die moeten ook tegemoet worden gekomen.

Keuze 2: Zo laag mogelijke vaste kosten is het belangrijkst

80-95%

Genoemde argumenten die horen bij lage vaste kosten belangrijkst ★

Energiebesparing is goed, dat zou gestimuleerd moeten worden

★★★

In principe zou energiebesparing gestimuleerd moeten worden, maar sommige mensen kunnen niet besparen (o.a. door slechte isolatie). Daar moet rekening mee gehouden worden.

★

‘De gebruiker betaalt’-principe zou toegepast moeten worden

★

Mensen krijgen meer grip op hun kosten als de vaste kosten laag zijn

★

Verder genoemd: • Ik gebruik zelf nu al weinig energie, het zou fijn zijn als mijn kosten omlaag zouden gaan

Uitwerking: ‘Lage vaste kosten of lage verbruikskosten’ Wat schrijven deelnemers als reden om voor lage vaste kosten dan wel lage verbruikskosten te kiezen? "Ik ben niet in de financiële positie om verrassingen qua energiekosten te betalen"

"Als je meer verbruikt moet je ook (veel) meer betalen."

"Vaste kosten laag houden. Het verbruik hangt dan af van hoe lang je duurzame energie gaat gebruiken. Daar hangt dan weer een prijskaartje aan. Wil je een beter milieu dan zal je minder gaan gebruiken en is goed voor je portemonnee."

"Voor mensen die geen geld hebben hun huis goed te isoleren moet er compensatie zijn anders is het niet eerlijk. Maar op de langere termijn moet minder verbruik gestimuleerd worden"

64

"Gebruikskosten moeten hoog zijn, dat dwingt de mensen om zuinig om te gaan met energie. Vaste kosten moeten de unit dekken, dat mag niet meer dan een tientje kosten!"

"Ingegeven door eigenbelang:) Wij zijn een gezin met drie kinderen en verbruiken dus wel redelijk wat." "ik heb persoonlijk geen echte voorkeur maar voor mensen met een beperkt budget die vaak in minder goed geisoleerde woningen wonen, kies ik voor 1."

"Grootverbruikers moeten meer betalen" "Gaat om spaarzamer omgaan met (schaarse) energie. Keuze 1 helpt daarbij niet; keuze 2 wel"

"Het is beter dat mensen bewust worden van wat ze doen. Je kan wel altijd blijven stoken omdat energie oneindig lijkt, maar je kan ook een trui aan doen. Bewust met energie omgaan belonen is een betere manier"

"Laag verbruik stimuleren."

"Energiebesparing moet lonen"

"Veelgebruikers wonen vaak ik oudere of slechter geïsoleerde huizen. Dit zijn vaak mensen die mjnder te besteden hebben. Zij hebben het meeste voordeel als zij minder gaan betalen voor duurzame energie"

"Oudere huizen zijn vaak slecht geisoleerd en moelijk te verduurzamen (appartementen en vrijstaande huizen met een enkele buitenmuur bijvoorbeeld). Deze bewoners zouden zomaar eens op hoge kosten kunnen worden gejaagd."

"Ik denk dat maar een klein deel van de bevolking echt heel duurzaam bezig is en zuinig omgaat met energie. En voor mensen die een laag inkomen hebben is voorspelbaarheid van de kosten het belangrijkste denk ik."

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

Resultaten van een aantal voorgelegde keuzesituaties

Resultaten van een aantal voorgelegde keuzesituaties

5A

Hoe ruilt de gemiddelde deelnemer verschillende kenmerken af?

Kenmerken van warmteoplossingen

Hoe ruilt de gemiddelde deelnemer verschillende kenmerken af?

5B

Effecteninschattingen

Effecteninschattingen

5C

Argumenten-analyse

Argumenten-analyse

5D

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

65

Deelnemers

Kenmerken van warmteoplossingen Vaste en verbruikskosten

Kenmerken van warmteoplossingen

Over het onderzoek

Methodologie

De hoofdvraag van het Discrete Choice Experiment (DCE) was welke aanpak deelnemers adviseren.

Figuur 5.1. Een schermafbeelding van het DCE-gedeelte voor woningeigenaren van het onderzoek.

• Doel. Het doel van een DCE is om te kwantificeren welke waarde deelnemers toekennen aan bepaalde kenmerken van een warmteoplossing en hoe zij die kenmerken afruilen. • Keuzesituatie. In totaal zijn er 48 keuzesituaties voorgelegd. Iedere deelnemer kreeg hier steeds zes* van te zien: zij moesten dus zes keer kiezen of zij aanpak 1 of aanpak 2 adviseren. Elke keer zagen zij de effecten van aanpak 1 en aanpak 2, zonder te weten wat aanpak 1 of 2 is. Er werden geen warmtetechnieken genoemd. Steeds zagen deelnemers de effecten op een aantal kenmerken waarbij de waarden van deze kenmerken varieerden tussen keuzesituaties: • Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040. • Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu? • Wie is de energieleverancier? • Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu? • Hoeveel CO₂-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu? • Waardering van kenmerken. Doordat mensen meerdere keren keuzes maken is vast te stellen hoe zij kenmerken tegen elkaar uitruilen. Bijvoorbeeld: wanneer wegen de eenmalige kosten voor woningeigenaren in de wijk tussen nu en 2040 op tegen 50% CO2-besparing? • Huurders en kopers. Huurders kregen een aangepaste DCE te zien. Het bovenste kenmerk (eenmalige kosten woningeigenaren) kregen zij niet te zien.

• Extra informatie. Onder de roze informatieknoppen konden deelnemers aanvullende informatie lezen over ieder kenmerk. 66

* Iedere deelnemer kreeg 6 van de 48 keuzesituaties te zien. Er waren 8 varianten van het onderzoek. Dat betekent dat verschillende deelnemers verschillende keuzes voorgelegd kregen.

Figuur 5.2. Illustratie van “burger vs consument paradox”

We onderzoeken de voorkeuren van de burger. Deze kunnen afwijken van de voorkeuren van de eindgebruiker (“burger versus consument paradox”). • Burger-consument paradox. Hoe kan het dat (bijna) niemand vóór kinderarbeid is terwijl ‘fast fashion’ enorm veel wordt verkocht? Hoe kan het dat (bijna) niemand vóór dierenleed is terwijl de bio-industrie gigantisch is? Een verklaring hiervoor is een concept dat bekend staat als de ‘burger versus consument paradox’: mensen handelen vaak vanuit twee verschillende rollen. Soms staat onze rol als burger meer op de voorgrond, bijvoorbeeld wanneer we stemmen op een politieke partij. We handelen dan vaker vanuit idealen en onze positie als onderdeel van de samenleving. Soms staat onze rol als consument meer op de voorgrond, bijvoorbeeld wanneer we in een winkel staan. We handelen dan vaker vanuit eigenbelang. Als burger kun je tegen kinderarbeid zijn en als consument kun je toch goedkope kleding kopen die door kinderen is gemaakt. Met andere woorden: als burger kun je tegen je eigen consumentengedrag zijn en vice versa. Zie het illustratieve voorbeeld op de volgende pagina. • In dit onderzoek onderzoeken we de voorkeuren van burgers. In dit onderzoek is deelnemers gevraagd welke aanpak ze de gemeente adviseren als de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken en waarbij de eenmalige kosten tussen nu en 2040 vallen.

En niet welke aanpak ze voor hun eigen huis zouden willen. De reden hiervoor is dat overheden in het kader van het Warmteprogramma moeten onderbouwen waarom een alternatieve warmteoplossing betaalbaar is wanneer zij een gebied van het aardgas af gaan halen. De gemeente beslist niet per woning of ze de woning wel of niet van het gas af halen. In dit onderzoek hebben we een collectief vraagstuk voorgelegd en we meten de voorkeuren van de burger.

• Eindgebruiker als consument. De eindgebruiker van warmte kan, als consument, andere voorkeuren hebben als het gaat om de betaalbaarheid van duurzame warmte. Als het gaat om de individuele beslissing om over te stappen kunnen er andere aspecten meespelen bij de perceptie van betaalbaarheid. Bijvoorbeeld, de mate van ontzorging, de warmtetechniek, de details van het aanbod, de individuele financiële draagkracht 67 en welke financieringsvormen er beschikbaar zijn.

Illustratief voorbeeld van de burger-consument paradox.

Figuur 5.3. “The California Egg Paradox”

Aandeel legbatterij-eieren in jaarlijkse verkoop

Referendum: Bent u voor of tegen een verbod op verkoop legbatterij-eieren?

1% 40% 60%

99%

Biologisch

Legbatterij

Voor

Tegen

“Why are consumers seemingly so compassionate in the voting booth and yet so indifferent in the grocery store?” Hestermann et al., 2018

68

• Voorbeeld. Ter illustratie van de burger versus consument paradox, zie figuur 5.2 hiernaast met een bekend voorbeeld waarin mensen hun individuele voorkeuren en collectieve voorkeuren niet overeen kwamen. In Californië was er een referendum om de verkoop van eieren van legbatterij kippen te verbieden. Een meerderheid van de inwoners stemde vóór dit verbod. Dit terwijl 99% van de verkochte eieren op dat moment kwam van legbatterij kippen. • Verklaring van de burger versus consument paradox. Onderzoekers hebben uitgezocht waarom mensen zulke andere keuzes maken in een individuele setting en een collectieve setting. Een belangrijke reden is dat mensen niet zo snel bereid zijn om als enige voor iets te betalen (in dit geval voor biologische eieren) omdat de impact van hun eigen keuze voor hun gevoel klein is, maar diezelfde mensen kunnen wel bereid zijn om bij te dragen wanneer de hele gemeenschap hiertoe verplicht wordt via een beslissing van de overheid, omdat de collectieve impact groot is.

Twee belangrijke uitgangspunten van het onderzoek en de beperkingen als gevolg daarvan Uitgangspunt 1: voorkeuren van burgers, niet van eindgebruikers

Uitgangspunt 2: relatieve voorkeur

• Collectieve voorkeuren. Dit onderzoek meet de voorkeuren voor collectieve effecten van beslissingen tussen nu en 2040 als het gaat om een aanpak voor warmte. De belangrijkste financiële kenmerken zijn onderdeel van de aanpak. Heel concreet kunnen we daaruit afleiden wat gemiddelde acceptabele kosten zijn tussen nu en 2040 voor een warmteoplossing als deze in de hele wijk wordt toegepast. Deze voorkeuren kunnen anders zijn dan wat inwoners als eindgebruiker bereid zijn te betalen voor een warmteoplossing als ze wordt gevraagd om op korte termijn een keuze te maken.

• Relatieve voorkeur. Of mensen een voorkeur hebben voor een warmteoplossing staat niet op zichzelf. Het niet hebben van een warmtevoorziening in huis is voor nagenoeg niemand een realistische optie. Daarom wordt de beoordeling ervan door inwoners altijd gedaan ten opzichte van iets anders. Vaak is dat aardgas omdat dat nog steeds bijna altijd beschikbaar is. En wanneer aardgas niet meer beschikbaar is, zal de beoordeling door inwoners gedaan worden tussen de ene warmteoplossing en de andere. Daarom onderzoeken we in dit onderzoek de voorkeur van duurzame warmte ten opzichte van gas of een andere warmteoplossing. In deze vergelijking nemen we steeds de belangrijkste financiële kenmerken mee.

• Beperkingen als gevolg van dit uitgangspunt. • Individuele betalingsbereidheid. We kunnen op basis van de gemiddelde acceptabele kosten níet concluderen wat de gemiddelde burger zelf bereid is te betalen. De gemiddelde collectieve acceptatie is niet hetzelfde als de individuele betalingsbereidheid. • Individueel overstappen. Op basis van de gemiddelde acceptabele collectieve kosten is níet te voorspellen hoeveel mensen zullen overstappen wanneer zij op een specifiek moment een aanbod krijgen met bepaalde kenmerken. • Vervolgonderzoek. Om vast te stellen onder welke voorwaarden een individuele inwoner de overstap maakt naar een duurzame warmteoplossing is aanvullend onderzoek nodig. 69

• Beperking als gevolg van dit uitgangspunt. Stel dat dit onderzoek aantoont onder welke voorwaarden voor 75% van de inwoners een voorkeur heeft voor een warmteoplossing met de kenmerken van een warmtenet, inclusief de belangrijkste financiële kenmerken. En stel dat dit is gebaseerd op de verwachting dat de prijzen van aardgas in de toekomst stijgen. Dan kan het zo zijn dat 75% van de inwoners een voorkeur heeft voor het warmtenet boven aardgas, maar dat het nog steeds niet als betaalbaar ervaren wordt omdat gas als nóg minder betaalbaar ervaren wordt.

5A

Resultaten van een aantal voorgelegde keuzesituaties

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

70

Deelnemers

Kenmerken van warmteoplossingen Vaste en verbruikskosten

Kenmerken van warmteoplossingen

Over het onderzoek

Methodologie

Een voorgelegde keuzesituatie (1) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Bijna de helft (47%) van de deelnemende woningeigenaren in Amsterdam koos voor een aanpak met veel hogere CO₂-besparing en de mogelijkheid tot koelen ondanks dat de eenmalige kosten veel hoger waren dan bij de andere aanpak en er tevens geen maandelijkse besparing tegenover stond zoals bij de andere aanpak. • Interpretatie. We leren hieruit dat een substantieel gedeelte van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 forse eenmalige kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

71

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

Aanpak 1

Aanpak 2

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 20.000,-

€ 1.000,-

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

Zelfde als nu

€ 25 minder

Wie is de energieleverancier?

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder.

Hoeveel CO₂-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

90% besparing

10% besparing

Percentage dat de aanpak adviseert

47%

53%

Een voorgelegde keuzesituatie (2) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Bijna de helft (48%) van de deelnemende woningeigenaren in Amsterdam koos voor een aanpak met hoge CO₂-besparing en beter wooncomfort ondanks dat de eenmalige kosten veel hoger waren dan bij de andere aanpak en tevens ook de maandelijkse kosten hoger werden in plaats van lager. • Interpretatie. We leren hieruit dat een substantieel gedeelte van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 forse kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

72

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

Aanpak 1

Aanpak 2

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 4.000,-

€ 15.000,-

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

€ 50,- minder

€ 75,- meer

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Zelfde als nu

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder.

Hoeveel CO₂-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

0% besparing

90% besparing

Wie is de energieleverancier?

Percentage dat de aanpak adviseert

52%

48%

Een voorgelegde keuzesituatie (3) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. De helft (50%) van de deelnemende woningeigenaren in Amsterdam koos voor een aanpak met hogere CO₂-besparing en de mogelijkheid tot koelen ondanks dat de maandelijkse kosten hoger werden in plaats van de aanpak die veel minder CO₂-besparing opleverde maar wel zorgde voor een maandelijkse financiële besparing. • Interpretatie. We leren hieruit dat een substantieel gedeelte van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 hogere maandelijkse kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

73

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

Aanpak 1

Aanpak 2

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 2.500,-

€ 2.500,-

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

€ 50,- meer

€ 75,- minder

Wie is de energieleverancier?

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder.

Hoeveel CO₂-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

60% besparing

10% besparing

Percentage dat de aanpak adviseert

50%

50%

Een voorgelegde keuzesituatie (4) • Het onderzoek bevatte 48 keuzesituaties voor woningeigenaren. Elke deelnemer kreeg 6 van deze keuzesituaties voorgelegd en werd dan telkens gevraagd om één van de twee aanpakken te adviseren. • Hiernaast wordt één van de 48 keuzesituaties getoond met daaronder het percentage van woningeigenaren dat voor aanpak 1 en aanpak 2 koos. • Resultaat. Een ruime meerderheid (72%) van de deelnemende woningeigenaren in Amsterdam koos voor een aanpak met veel hogere CO₂-besparing, beter wooncomfort met koeling en lagere eenmalige kosten ondanks dat de maandelijkse kosten een stuk hoger werden in plaats van veel lager bij de andere aanpak. • Interpretatie. We leren hieruit dat een substantieel gedeelte van de deelnemers het acceptabel vindt als woningeigenaren in hun wijk tussen nu en 2040 hogere maandelijkse kosten moeten maken als hier andere dingen tegenover staan.

74

Keuzesituatie die in het onderzoek is voorgelegd en het percentage deelnemers dat voor aanpak 1 of aanpak 2 koos

Stel, de gemeente moet kiezen tussen twee aanpakken voor verwarming, warm water en koken. We laten de verschillen zien tussen aanpak 1 en aanpak 2. Welke aanpak adviseert u?

Aanpak 1

Aanpak 2

Hoeveel betalen woningeigenaren gemiddeld zelf? Het gaat om eenmalige kosten tussen nu en 2040.

€ 4.000,-

€ 2.500,-

Hoeveel gaat een gemiddeld huishouden iedere maand betalen voor energie vergeleken met nu?

€ 100,- minder

€ 75,- meer

Er is één energieleverancier. In handen van de overheid.

Inwoners kiezen zelf een bedrijf dat energie levert.

Hoe prettig is het wonen vergeleken met nu?

Zelfde als nu

Het blijft beter warm in huis en het tocht minder. In de zomer kunt u uw huis ook koelen.

Hoeveel CO₂-besparing is er per woning voor verwarmen, warm water en koken vergeleken met nu?

10% besparing

100% besparing

Wie is de energieleverancier?

Percentage dat de aanpak adviseert

28%

72%

5B

Hoe ruilt de gemiddelde deelnemer verschillende kenmerken af?

Wat is belangrijk bij betaalbaarheid? Aanleiding Opzet

75

Deelnemers

• Resultaten keuzemodel • Hoe ruilt de gemiddelde deelnemers verschillende kenmerken tegen elkaar af? • Wat zijn acceptabele terugverdientijden?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15964216/1