2. Ontwerp GR OD NZKG brief gemeenteraad.pdf
Tekst van het document
In genoemd wetsvoorstel is vastgelegd dat wijzigingen in de indeling in regio's van de wettelijk geregelde samenwerkingsverbanden al per 1 januari 2022 ingaan; Tot 24 maart 2022 Weesp een zelfstandige gemeente blijft en dat dit tot gevolg heeft dat Weesp wettelijk verplicht is om in de periode van 1 januari tot 24 maart 2022 deel dient te nemen aan de wettelijke geregelde samenwerkingsverbanden; Naar aanleiding van diverse wetswijzigingen technische aanpassingen op de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2016 worden doorgevoerd;
Art. 1
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen; de toestemming van provinciale staten van Noord-Holland en de toestemmingen van de raden van Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Haarlemmermeer, OuderAmstel, Uithoorn, Weesp, en Zaanstad ex artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen
Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen; de toestemming van provinciale staten van Noord-Holland en de toestemmingen van de raden van Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn, en Zaanstad ex artikel 1, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen
Besluiten de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen:
Besluiten tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst
de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021
Noordzeekanaalgebied zodat deze als volgt komt te luiden: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2024
Artikel 1: Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
Artikel 1: Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
a. algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 4;
a. algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 4;
Pagina 3 van 15
lk
okxDeVoogd
De staat van morgen. Start vandaag.
b. ambtenaren: ambtenaren, als bedoeld in artikel 1 van de
b. ambtenaren: ambtenaren, als bedoeld in artikel 1 van de
Ambtenarenwet; c. Amstellandgemeenten: de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn; d. basistakenpakket het basistakenpakket voor omgevingsdiensten, versie 2.3 van 25 mei 2011,behorende bij de "package deal" gesloten door het Rijk, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in 2009; e. BRZO-taken de taken waarover het Rijk en het Interprovinciaal Overleg in maart en april 2012 afspraken hebben gemaakt over de wijze waarop de taken voortvloeiend uit het Besluit risico's zware ongevallen 1999 door zogeheten Iandsdelige omgevingsdiensten worden uitgevoerd; f. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en gedeputeerde staten van Noord-Holland; g. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 4; h. directeur: de secretaris van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 26;
Ambtenarenwet; c. Amstellandgemeenten: de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn; d. basistakenpakket: het basistakenpakket voor omgevingsdiensten, zoals bedoeld in artikel 13.12 van het omgevingsbesluit op basis van artikel 18.22 lid 1 van de Omgevingswet; e. Seveso-/RIE-4-taken: de taken waaraan op basis van artikel 18.22 lid 2
i. gemeenten: de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn en Zaanstad; j Omgevingsdienst: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 3; k. provincie: de provincie Noord-Holland; I. regeling: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021, en
van de Omgevingswet met uitsluiting van andere omgevingsdiensten de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak is opgedragen voor activiteiten (a) met betrekking tot installaties als bedoeld in bijlage I, categorie 4, bij de richtlijn industriele emissies en (b) waarop de Seveso-richtlijn van toepassing is; f. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en gedeputeerde staten van Noord-Holland; g. dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 4; h. directeur: de secretaris van de Omgevingsdienst, bedoeld in artikel 26; i. gemeenten: de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel, Uithoorn en Zaanstad; j Omgevingsdienst: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 3; k. provincie: de provincie Noord-Holland; I. regeling: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied 2021, en m. vertegenwoordigende organen: de raden van de gemeenten en provinciale staten van Noord-Holland.
Pagina 4 van 15
n
okxDeVoogd
De staat van morgen. Start vandaag.
Art. 2
m. vertegenwoordigende organen: de raden van de gemeenten en provinciale staten van Noord-Holland.
n. plustaken; taken die niet behoren tot het basistakenpakket als gedefinieerd in artikel 1, sub d.
Belang De regeling wordt getroffen ter ondersteuning van de colleges bij de uitvoering van hun taken op het gebied van het omgevingsrecht
Artikel 2: Belang De regeling wordt getroffen ter ondersteuning van de colleges bij de uitvoering van hun taken en bevoegdheden op het gebied van de fysieke Ieefomgeving in het algemeen en de Omgevingswet in het bijzonder, alsmede de taken en bevoegdheden op het terrein van vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de de Wet milieubeheer, de Waterwet, de Woningwet, de Wet Iuchtvaart en Besluit geluidproductie sportmotoren en de Elektriciteitswet.
in het algemeen en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in het bijzonder, alsmede de taken op het terrein van vergunningverlening, handhaving en toezicht op grond van de in artikel 5.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde wetten. Voorts wordt de regeling getroffen ter behartiging van de taken voortyloeiend uit het Besluit risico's zware ongevallen 1999. x
Artikel 29: Ombudsfunctie Onverminderd het bepaalde in artikel la van de Wet Nationale ombudsman is de Nationale ombudsman als bedoeld in artikel 2 van de Wet Nationale ombudsman bevoegd verzoekschriften als bedoeld in artikel
Verwijderd
9:18 van de Algemene wet bestuursrecht to behandelen. Art. 30
X
Afdeling 8: Participatie Artikel 30: Participatie van ingezetenen en belanghebbenden Het openbaar Iichaam biedt ingezetenen en andere belanghebbenden geen mogelijkheid tot inspraak bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.
Pagina 5 van 15
-44nokxDeVoogd De staat van morgen. Start vandaag.
2. Gedeputeerde staten van de provincie en de colleges van de gemeenten verplichten zich er voor zorg te dragen dat namens hun bestuur ten minste de bevoegdheden noodzakelijk voor de uitvoering van het basistakenpakket en de uitvoerings- en handhavingstaken voor Sevesoen RIE4-bedrijven aan het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de secretaris in mandaat worden opgedragen. 3. De krachtens dit artikel genomen mandaatbesluiten worden overeenkomstig artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht bekendgemaakt, onverminderd het bepaalde in artikel 10:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Voorts worden de mandaatbesluiten opgenomen in een register.
Art. 32
2. Gedeputeerde staten van de provincie en de colleges van de gemeenten verplichten zich er voor zorg te dragen dat namens hun bestuur ten minste de bevoegdheden noodzakelijk voor de uitvoering van het basistakenpakket en de VTH-taken voor BRZO- en RIE4-bedrijven aan het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de secretaris in mandaat worden opgedragen. 3. De krachtens dit artikel genomen mandaatbesluiten worden overeenkomstig artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bekendgemaakt, onverminderd het bepaalde in artikel 10:5 van de Algemene wet bestuursrecht. Voorts worden de mandaatbesluiten opgenomen in een register.
Art.39
3. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of
3.Het algemeen bestuur geeft aan de vertegenwoordigende organen
verantwoording of te leggen kan uitsluitend worden
gevraagd en ongevraagd alle informatie die nodig is voor een juiste
geweigerd indien dit in strijd zal zijn met de belangen genoemd in
beoordeling van het door het Bestuur gevoerde en te voeren beleid.
artikel 10 van de Wet openbaarheid
Deze informatie wordt mondeling of schriftelijk verstrekt.
van bestuur. 5. Het Algemeen Bestuur maakt vergaderstukken en verslagen van het 5. Het algemeen bestuur geeft de vertegenwoordigende organen
Algemeen Bestuur actief openbaar.
mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen
Art. 42
3. Het dagelijks bestuur geeft de vertegenwoordigende organen mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen. 4. In aanvulling op het tweede en derde lid geeft het dagelijks bestuur het algemeen bestuur alle inlichtingen
Lid 3 Verwijderd
3. In aanvulling op het tweede lid geeft het dagelijks bestuur het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
Pagina 6 van 15
InokxDeVoogd De staat van morgen. Start vandaag.
die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
Art. 50
1. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de vertegenwoordigende organen.
Toegevoegd: 4. Het Dagelijks Bestuur maakt agenda's en besluitenlijsten van het Dagelijks Bestuur actief openbaar. 5. Het openbaar maken van de stukken, zoals genoemd onder lid 3 en lid 4, geschiedt zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee weken na vaststelling of ontvangst van de informatie. 1.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting uiterlijk 15 april en tenminste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de vertegenwoordigende organen. Toegevoegd: 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten en de staten van de deelnemende provincie schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Art. 51
4. Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen van de gemeenten onderscheidenlijk de provincie of waarbij de wijziging uitsluitend is gebaseerd op wijziging van een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 36.
5. Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen van de gemeenten onderscheidenlijk de provincie of waarbij de wijziging uitsluitend is gebaseerd op wijziging van een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 36.
2. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 1
2. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan de
Pagina 7 van 15
1
KokxDeVoogd De staat van morgen. Start vandaag.
augustus van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Art. 53
1. Een bestuursorgaan kan een verzoek tot toetreding ter kennis brengen van het algemeen bestuur. 2. Toetreding kan geschieden nadat ten minste vijf van de colleges, alsmede het bestuursorgaan dat wenst toe te treden hiertoe hebben besloten.
1. Een bestuursorgaan kan een verzoek tot toetreding ter kennis brengen van het algemeen bestuur. 2. Toetreding kan geschieden nadat ten minste twee derde van de colleges, alsmede het bestuursorgaan dat wenst toe te treden hiertoe hebben besloten.
Art. 54
Artikel 54: Uittreding 1. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste een jaar in acht genomen. Gedurende drie jaar na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk. 2. Artikel 53 is van overeenkomstige toepassing. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding, waarbij de kosten van de uittreding worden doorbelast naar de uittredende partij. Het besluit wordt met vijf
Vervangen:
zesde meerderheid vastgesteld.
Artikel 54. Uittreding 1. Een deelnemer kan geheel uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en na verkregen toestemming van de betreffende raad, respectievelijk Staten. 2. In het geval diensten, taken en bevoegdheden door alle colleges die de betreffende diensten, taken en bevoegdheden afnemen hebben gedelegeerd of gemandateerd met ingang van dezelfde datum niet langer worden afgenomen c.q. niet langer worden gedelegeerd of gemandateerd, stellen de colleges met elkaar een plan op waarin alle aspecten en gevolgen daarvan worden geregeld, zodat er geen sprake is van achterblijvende kosten en achterblijvend personeel. 3. Een college zendt het besluit tot uittreding aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 4. Tenzij het algemeen bestuur een kortere termijn bepaalt, kan de uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum van de in het tweede lid bedoelde ontvangstdatum.
Pagina 8 van 15
KokxDeVoogd De staat van morgen. Start vandaag.
5. Voor het verminderen of stopzetten van taken en opdrachten die niet tot het Basistakenpakket behoren geldt dat een uittredingplan wordt opgesteld zoals bedoeld in arfikel 55. Vermindering of stopzetting van taken en opdrachten die niet tot het Basistakenpakket behoren kan, tenzij het Algemeen Bestuur anders besluit, niet eerder kan plaatsvinden dan tegen 31 december van het jaar volgend op de datum van de in het tweede lid bedoelde ontvangstdatum. Artikel 55
Artikel 55. Uittredingsplan 1. Het Algemeen Bestuur stelt een uittredingsplan vast. Het uittredingsplan regelt de gevolgen van de uittreding. 2. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiele -, juridische -, personele - en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 3. Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiele gevolgen van de uittreding. De systematiek wordt gebaseerd op: a. Relevante regelgeving; b. Relevante jurisprudentie; c. Feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom. 4. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat, met in achtneming van het derde lid, uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van
Pagina 9 van 15
KokxDeVoogd De staat van morgen. Start vandaag.
eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, als bedoeld in lid 5 en 6. 5. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 6. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiele sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico's daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 7. Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt, als bedoeld in artikel 55, lid 4, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. 8. Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer. 9.Het openbaar lichaam alsmede de uittredende deelnemer is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden.
Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het Algemeen Bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Pagina 10 van 15
1
KokxDeVoogd De staat van morgen. Start vandaag.
10.Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het vierde lid wordt een risico-opslag van tien procent toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. 11. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiele gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. Art.56
Artikel 56. Externe deskundige 1.Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het conceptuittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, in overleg met het Algemeen Bestuur, voor specifieke onderdelen van het Uittredingsplan andere deskundigen inschakelen. 2.De kosten voor het inschakelen van de onafhankelijke externe deskundige en overige ingeschakelde deskundigen vallen onder de frictiekosten als bedoeld in artikel 55, lid 5. 3.Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van meerderheid van stemmen in het Algemeen Bestuur.
Art. 57
Artikel 57. Uittreedsom 1.Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het Algemeen Bestuur baseert de berekening van de
Pagina 11 van 15
KokxDeVoogd De staat van morgen. Start vandaag.
voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 55, derde lid en op de jaarrekening van het openbaar lichaam over het meest recent verstreken begrotingsjaar. 2. Uiterlijk 6 maanden na het moment van uittreding stelt het Algemeen Bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het Algemeen Bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 55, derde lid en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. 3.Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het Algemeen Bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het Algemeen Bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Als de uittredende deelnemer kiest voor betaling in termijnen kan het Algemeen Bestuur een rentevergoeding in rekening brengen. Art.58
Artikel 58. Verplichtingen uittreder 1. De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op alle andere verplichtingen van het openbaar lichaam die als gevolg van de
Pagina 12 van 15
pKo kx DeVoog d
De staat van morgen. Start vandaag.
uittreding overtollig zijn geworden dan wel verminderd of beeindigd dienen te worden. Art. 63
Artikel 59: lnwerkingtreding Deze regeling wordt bekend gemaakt in het publicatieblad van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en werkt terug tot en
Artikel 63: lnwerkingtreding Deze regeling wordt bekend gemaakt in het publicatieblad van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en treedt in werking per 1 juli
met 1 januari 2022.
2024. Artikel 64: Evaluatie Het algemeen bestuur besluit om de vier jaar over het evalueren van de regeling. Het algemeen bestuur bepaalt voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie.
Artikel 60: Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Artikel 65: Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
2021
2024 verwijderd
Art. 64
Art.65
x
Artikel 61: Overgangsbepaling 1. De volgende voor 1 januari 2016 door het algemeen bestuur genomen besluiten worden vanaf 1 januari 2016 geacht te zijn genomen door het dagelijks bestuur, overeenkomstig de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen: a. benoeming van de secretaris, bedoeld in artikel 26, eerste lid; b. instructie of bestuursreglement, bedoeld in artikel 27, derde lid; c. de vervanging van de secretaris, bedoeld in artikel 28, eerste lid; d. het dienstverleningshandvest, bedoeld in artikel 35; e. de rechtspositionele regelingen en besluiten, bedoeld in artikel 37, tweede lid, en f. de verordening omtrent de ambtelijke organisatie, bedoeld in artikel 37, derde lid.
Pagina 13 van 15
nokxDeVoogd
-411i
De staat van morgen. Start vandaag.
2. De artikelen waarnaar in het eerste lid wordt verwezen, zijn de artikelen zoals deze luidden voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling op 1 januari 2016. 3. In afwijking van artikel 1 onder i van deze regeling wordt voor de duur van 1 januari 2022 tot 24 maart 2022 onder "gemeenten" ook gemeente Weesp verstaan. Vanaf 24 maart 2022 is de gemeente Weesp opgeheven, is het grondgebied van de gemeente Weesp toegevoegd aan Amsterdam en is de gemeente Amsterdam de rechtsopvolger van de gemeente Weesp. Hiermee komt de deelname van de gemeente Weesp aan deze regeling van rechtswege to vervallen. 4. In afwijking van artikel 7 van deze regeling geldt voor de periode van 1 januari 2022 tot 24 maart 2022, de volgende stemverhouding in het algemeen bestuur: a. De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door gedeputeerde staten van de provincie NoordHolland hebben ieder tien stemmen. b. De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam hebben ieder veertien stem men. c. De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer hebben ieder acht stemmen. d. Het lid van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad heeft negen stemmen. e.
De leden van het algemeen bestuur, aangewezen door de colleges van burgemeester en wethouders van
Pagina 14 van 15
IPCokxDeVoogd
-..
De staat van morgen. Start vandaag.
de Amstellandgemeenten ieder vijf stemmen hebben. f. Het lid van het algemeen bestuur, aangewezen door het college van burgemeester en wethouders van Weesp heeft een stem.
Pagina 15 van 15
PostNL Port Betaald
rt,
4-va :011119t;Teii
Port Page Pays-Bas
noordzeekanaalgebied
IV - BEDRIJFSVOER1NG
AANTEKENEN
2 b DEC. 2023 INGEKOMEN
Omgevingsdienst Werkom Einsteinstraat 103 1446VE PURMEREND The Netherlands
R Aangetekend
D-A-1
Frankering betaald
Aan de raad der gemeente Amsterdam Postbus 202
3SITKH8411504 1000AE AMSTERDAM Recommande
NL
CN
O
(N1 CN1 CL
II
fl
111 11 11 111 11 3SITKH8411504
Ebbehout 31 1507 EA Zaandam