2. Onderzoeksrapport Decisio - Impactanalyse Scenario’s Riviercruisevaart Amsterdam.pdf
Tekst van het document
winsten en belastingen minus subsidies, kunnen we de bijdrage van de riviercruisevaart bepalen op de Nederlandse economie. De toegevoegde waarde is de maatstaf voor berekening van het Bruto Binnenlands Product (BBP) door het CBS. De directe economische bijdrage van de riviercruisevaart is in de referentie een kleine 100 miljoen euro in toegevoegde waarde en deze daalt naar nul bij volledige inperking (-100%) van de riviercruisevaart wanneer er geen uitwijkmogelijkheden zijn in de regio voor riviercruiseschepen. Figuur 5-1 Directe toegevoegde waarde in referentie en krimpscenario s in mln.
Referentie
-10%
-25%
-50%
-75%
Horeca*
Vervoer en opslag
Cultuur, Sport en Recreatie
Handel
Verhuur en overige zakelijke diensten
Water en afvalbeheer
-100%
Energievoorziening *Waarvan ongeveer 85% hotel/logies
Indirecte De indirecte achterwaartse economische bijdrage is de bijdrage die de riviercruisevaart heeft via toeleveranciers van de bedrijven die zijn gerekend tot de directe economische bijdrage. Denk aan de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde van de horecagroothandel die levert aan de cafés en restaurants of de busmaatschappij die touringcarbussen levert voor excursies. 12 Een uitgave aan eten en drinken in een restaurant aan de wal levert een grotere bijdrage aan de Nederlandse economie dan eenzelfde uitgave aan brandstof (waarbij een groot deel naar het buitenland vloeit)
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
35
In onderstaande tabel zien we dat de totale toegevoegde waarde (direct + indirect) en werkgelegenheid terugloopt. Bij 100 procent inperking riviercruisevaart daalt de totale economische bijdrage (direct + indirect) van de riviercruisevaart met 147 miljoen euro in toegevoegde waarde en in totaal 2.275 banen / 1.600 FTE. Hierbij gaan we uit van nul procent uitwijkpotentieel in de regio en daarbuiten. Tabel 5-2 Verandering economische bijdrage
Toegevoegde Waarde direct indirect binnen A'dam Totaal Amsterdam FTE direct indirect binnen A'dam Totaal Amsterdam
, in mln.
-10%
-25%
-50%
-75%
-100%
-
-
-
-
-
-604 -118 -722
-906 -177 -1.083
-1.208 -236 -1.444
-
-
-121 -24 -144
-302 -59 -361
Bij de economische bijdrage is het van belang om op te merken dat het een momentopname van de huidige directe en indirecte economische bijdrage van de riviercruisevaart in Amsterdam. Nettoeffecten (inclusief verschuiving op de arbeidsmarkt naar andere sectoren) maken geen onderdeel uit van de analyse: we spreken daarom ook niet van effecten, maar van bijdragen. Inperking riviercruise positief voor leefomgeving Een inperking van de riviercruisevaart heeft positieve effecten op de leefomgeving binnen Amsterdam omdat er minder wordt gevaren door riviercruiseschepen en er minder busbewegingen van touringcarbussen in de stad plaatsvinden. Dit zorgt voor een vermindering van de uitstoot van emissies in Amsterdam. Daarnaast zorgt een vermindering van busbewegingen binnen Amsterdam voor een reductie aan geluidsoverlast en congestie/drukte op het wegennet in de binnenstad. Hierbij is tevens uitgegaan van nul procent uitwijk in de regio. bij maatschappelijke kosten baten analyses) zijn de positieve maatschappelijke effecten op klimaat en leefomgeving door verminderde uitstoot emissies van riviercruiseschepen bij volledige inperking ongeveer 700 duizend euro jaarlijks binnen Amsterdam. De vermindering van touringcarbussen leidt tot een maatschappelijk baat van jaarlijks
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
36
50 duizend euro door vermindering aan uitstoot van emissies. Daarnaast daalt de geluidsoverlast en congestie met als gevolg 250 duizend euro aan jaarlijkse baten. Tenslotte zullen bij een forse inperking bepaalde kades niet meer door de riviercruise gebruikt worden en is de verwachting dat deze veranderen van functie. Hoe deze functieverandering of herbestemming eruit gaat ziet is nog onduidelijk. Wel geeft de gemeente Amsterdam duidelijk aan dat er geen nieuwe attractie moet ontstaan die weer nieuwe bezoekers naar de stad zal trekken. Het doel is namelijk om overtoerisme in Amsterdam tegen te gaan en niet weer nieuwe bezoekers aan te trekken bij inperking van de riviercruise.
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
37
Bijlage I: methode economische impact Om de economische impact van de riviercruisevaart in Amsterdam in 2023 in kaart te brengen is een aantal methodologische stappen nodig. In het onderstaande schema laten we een weergave zien van de verschillende methodologische stappen. Allereerst is het zaak om de bestedingen van de riviercruisepassagiers in beeld te krijgen. We baseren ons hier op het bestedingenonderzoek van de passagiers in Amsterdam uit 2017 dat is uitgevoerd door Strabo. Daarnaast maken de rederijen kosten om hun operatie draaiende te houden en zijn er bestedingen van bemanning aan de wal. Deze uitgaven van de rederijen vormt de tweede component als basis van de economische impact. We kunnen de bestedingen van de passagiers opschalen naar alle passagiers op het riviercruiseschip door middel van de bezettingsgraad uitgevraagd bij de cruisemanager, ook hier baseren we ons op cijfers uit 2017. We kunnen de schepen dan indelen in soort aanloop (transit of turn-around), herkomst passagier (Europees, Intercontinentaal of Nationaal) en luxe-segment (geldt alleen voor turnaround). Op basis hiervan in combinatie met de aanloopcijfers en gemiddelde bezettingsgraad kunnen we de totale bestedingen van de passagiers en uitgaven van de rederijen bepalen voor de gehele populatie.
De totale bestedingen en uitgaven van de riviercruisevaart kunnen doorgerekend worden door middel van een input-output analyse om de directe en indirecte economische impact qua omzet/productie, toegevoegde waarde en banen te bepalen. Tabel 0-1 Schema methodologie economische impact analyse
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
38
Uitgaven rederijen De uitgaven van de rederijen kunnen we onderverdelen in operationele kosten en bestedingen van bemanning. De operationele kosten die rederijen moeten maken zijn per schip of per aanloop bepaald. De volgende operationele kosten worden onderscheden: Brandstof (kosten bepaald per schip) Walstroom (per aanloop) Water (per aanloop) Afval (per aanloop) Bestedingen bemanning (per aanloop) Weging, segmentatie en opschaling naar populatie De bestedingen van de passagiers uit de enquête worden opgeschaald naar alle passagiers van de geënquêteerde schepen. Dit gebeurt aan de hand van de bezettingsgraad uitgevraagd bij de cruisemanagers van de riviercruiseschepen. In de volgende figuur is de verdere segmentatie en opschaling naar de populatie schematisch weergegeven. De geënquêteerde schepen kunnen we onderverdelen in soort aanloop, transit of turn-around. Hierbij vindt al een deel van de segmentatie plaats van de herkomst van passagiers omdat het leeuwendeel op de turn-around schepen bestaat uit intercontinentale passagiers. Op transit schepen varen Europese, nationale én intercontinentale passagiers mee. Het is dus zeker van belang om de segmentatie ook op de aanlopen toe te passen. Vanuit de enquêtes is duidelijk geworden dat intercontinentale passagiers een significant hoger inkomen hebben en daardoor ook relatief meer uitgeven op bestemmingen.
Een verdere segmentatie naar de herkomst van passagiers over de soort aanlopen geeft om bovenstaande reden dan ook een zuiverder beeld. Tenslotte is er nog onderscheid te maken in het luxe-niveau op turn-around schepen. Bepaalde rederijen bedienen de bovenkant van de markt met een daarmee gepaard gaande hoger luxe-niveau. De passagiers op deze luxere schepen geven per persoon meer uit vooral aan verblijf voor of na de riviercruisereis in Amsterdam. Het aantal passagiers op de luxere schepen ligt ook een stuk lager dan bij schepen met een lager luxe-niveau. Uit het onderzoek naar de riviercruisevaart in Amsterdam (Decisio, 2017) en de afgenomen enquêtes blijkt dat bij de transitschepen het verschil in luxe-niveau een stuk minder groot is en daarbij voldoet een onderverdeling op basis van herkomst van de passagiers.
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
39
Tabel 0-2 Segmentatie riviercruiseschepen en opschaling naar populatie
Berekening economische impact De totale bestedingen van de passagiers en de uitgaven van de rederijen vormen tezamen de productiewaarde of omzet van de riviercruisevaart in Amsterdam. Deze productiewaarde zegt nog niet veel over de bijdrage aan de Nederlandse economie. Een besteding aan lunch in een Amsterdams restaurant zal de Nederlandse economie meer opleveren dan eenzelfde uitgave aan brandstof waarbij een groot deel naar het buitenland vloeit. De bijdrage aan de economie wordt wel gemeten door de indicator toegevoegde waarde die gelijk is aan de productiewaarde minus de inkoopwaarde: dit is ook gelijk aan de lonen, belastingen minus subsidies en winsten. De toegevoegde waarde is de maatstaaf die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ook hanteert voor de bepaling van het bruto nationaal product. De directe productiewaarde wordt vertaald in toegevoegde waarde en werknemers op basis van gemiddelde aantal werknemers en toegevoegde waarde per euro productie per sector. De bijdrage van toeleveranciers aan de riviercruisevaart, de indirecte achterwaartse bijdrage, zijn hierin nog niet meegenomen. Indirecte achterwaartse bijdrage De indirecte achterwaartse economische bijdrage is de bijdrage die de riviercruisevaart heeft via toeleveranciers van de bedrijven die zijn gerekend tot de directe economische bijdrage.
Denk aan de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde van de horecagroothandel die levert aan de cafés en restaurants of de busmaatschappij die touringcarbussen levert voor excursies. Vervolgens is de
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
40
verdere doorwerking ook een indirect effect, denk daarbij aan de boer die levert aan de horecagroothandel. Deze effecten berekenen we met het Decisio input/output-model. Dit model is gebaseerd op de meest recente input-outputtabellen van het CBS uit de nationale rekeningen. De tabellen beschrijven de relaties tussen toeleveranciers en afnemers in Nederland96. Het onderstaande schema geeft een vereenvoudigde weergave van het Decisio-input/output-model. In werkelijkheid bestaat het model uit 81 sectoren (2-digit-SBI) en kan het model geregionaliseerd worden op 21 sectoren (SBIhoofdcategorieën)97. Daarmee is een inschatting gemaakt in effecten voor Amsterdam en de rest van Nederland. Schematische weergave input-outputmodel met 2 sectoren
De input in het input-outputmodel is de berekende directe productiewaarde per sector. Vervolgens worden de achterwaartse effecten berekend volgens de methodiek die vereenvoudigd in het bovenstaande schema is weergegeven. Als in sector A voor 100 euro wordt geproduceerd, heeft deze daarvoor inkopen van andere bedrijven in sector A en bedrijven in B nodig van in totaal 50 euro. De resterende 50 euro gaat naar bedrijven in het buitenland (import), lonen, belastingen en winsten (toegevoegde waarde). De 100 euro productie in sector A, leidt op deze wijze indirect tot 50 euro aan productie in sector A en B. Maar om deze 50 euro te produceren, dienen wederom producten en diensten van andere (wiskundig) tot in het oneindige te herhalen, kan een multiplier worden berekend en paalde sector, uiteindelijk leidt tot bestedingen in alle andere sectoren.
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
41
Nadat op deze wijze de indirecte productiewaarde van alle sectoren is berekend, wordt deze vervolgens vertaald in toegevoegde waarde en werknemers op basis van gemiddelde aantal werknemers en toegevoegde waarde per euro productie per sector. Op deze wijze worden alle indirecte effecten bepaald.
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
42
Bijlage II : overzicht aanlegplaatsen en voorzieningen In deze bijlage presenteren we de capaciteit en de locaties van aanlegplaatsen en de aldaar aanwezige voorzieningen voor de riviercruisevaart in Amsterdam. In totaal beschikt Amsterdam over 25 aanlegplaatsen voor de riviercruisevaart. Het gaat daarbij om aanlegplaatsen voor riviercruiseschepen, te weten: 1x 90m 5x 110m 19x 135m Toelichting GA Sinds januari 2023 is voor de riviercruise een Green Award certificaat verplicht om te mogen afmeren in het centrum. Het Green Award certificaat geeft aan dat het schip schonere motoren en/of brandstoffen gebruikt, waardoor de emissies lager zijn. Door het gebruik van walstroom neemt dit nog verder af tot minimale waarden. Per locatie met aanlegplaatsen voor de riviercruisevaart gelden de volgende specificaties (Bron: Cruise Port Amsterdam): Passenger Terminal Amsterdam
Afmetingen
Voorzieningen/opmerkingen
PTA LP1 31< PTA LP2 20 31 PTA LP3 10 20 PTA LP4 10>
2 x 135m 2 x 135m 2 x 135m 2 x 135m
Alleen geldig voor GA /walstroom under construction Alleen geldig voor GA/walstroom under construction Alleen geldig voor GA/walstroom under construction Alleen geldig voor GA /walstroom under construction
Ruijterkade Oost
Afmetingen
Voorzieningen/opmerkingen
IJRO 2 IJRO 3 IJRO 4
1 x 135m 2 x 135m 2 x 110m
Alleen geldig voor GA/2 x 400A (*) Alleen geldig voor GA/4 x 400A (*) Alleen geldig voor GA/2 x 400A (*) * Walstroom beschikbaar per 1 april 2023 volgens laatste planning Sweco, hoeveelheid stroom onder voorbehoud
Ruijterkade West
Afmetingen
Voorzieningen/opmerkingen
IJRW 2 IJRW 3 IJRW 4 IJRW 5 IJRW 6
1 x 90m 1 x 110m 1 x 110m 1 x 110m 1 x 135m
Alleen geldig voor GA/2 x 125A Alleen geldig voor GA/1 x 400A Alleen geldig voor GA/2 x 400A Alleen geldig voor GA/1 x 400A Alleen geldig voor GA/2 x 400A
Westerdoksdijk
Afmetingen
Voorzieningen/opmerkingen
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
43
Westerdoksdijk
2 x 135m
Alleen geldig voor GA/2 x 800A
Coenhaven riviercruise
Afmetingen
Voorzieningen/opmerkingen
CH WHD kop PAAL 1-6 CH WHD kop PAAL 6-11
2 x 135m 2 x 135m
Walstroom onbekend Walstroom onbekend
Javakade
Afmetingen
Voorzieningen/opmerkingen
Javakade LP2
1 x 135m
Alleen geldig voor GA/1 x 400A
Tolhuis Tolhuis LP1 Tolhuis LP2
1 x 80m 1 x 80m
1 x 16 A /3 x 125A 1 x 16 A /3 x 125A
Minervahaven Passagierssteigers Minervahaven Steiger Noord Minervahaven Steiger Zuid
1 x 95m 1 x 95m
Geen walstroom Geen walstroom
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
44
Bijlage III: Kengetallen Emissies In onderstaande tabellen is het gemiddelde brandstofverbruik, vermogensvraag en de gemiddelde uitstoot per kWh voor binnenvaartschepen weergegeven vanuit het Clinsh project. Tabel 0-1 Binnenvaartschepen brandstofverbruik en vermogensvraag bij gemiddelde snelheid Gemiddelde snelheid (km/u)
Brandstofverbruik (per uur)
Gemiddelde vermogensvraag (per uur)
135m
18-28 km/h
200-300 liters
800-1200 kWh
110m 90m
18-28 km/h 18-28 km/h
150-250 liters 100-200 liters
600-1000 kWh 400-800 kWh
Schiplengte
Bron: Clinsh project, 2021, bewerking Decisio
Tabel 0-2 Gemiddelde emissie uitstoot motoren per kWh Uitstoot CO2 emissie (g/kWh) Nox (g/kWh) PM10
700 5 0,2
Bron: Clinsh project, 2021, bewerking Decisio
Op basis van kengetallen uit het Handboek Milieuprijzen (CE Delft, 2023) zijn de . Deze kengetallen worden onderschreven door het Centraal Plan Bureau (CPB) en Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bij de richtlijnen en leidraden van maatschappelijke kosten baten analyses en brede welvaartsanalyses. Tabel 0-3 Kengetallen Milieuprijzen (tenzij anders vermeld)
2023
NOx Fijnstof PM10 gemiddeld Fijnstof PM10 binnen bebouwde kom Fijnstof PM10 buiten bebouwde kom CO2 (per ton) Bron: Handboek milieuprijzen, CE Delft 2023, bewerking Decisio
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
45
Tabel 0-4 Emissiefactoren touringcarbussen g/km NOx Fijnstof PM10 Fijnstof PM2,5 CO2
Binnen bebouwde kom 5,25 0,156 0,060 804
Touringcarbus Buiten bebouwde kom 2,32 0,089 0,032 656
Totaal (gemiddeld) 2,60 0,095 0,035 677
Bron: STREAM personenvervoer, CE Delft 2022, bewerking Decisio
Tabel 0-5 Kengetallen geluid en congestie touringcarbus per ct/km in ct/km Geluid Congestie
Binnen bebouwde kom
Buiten bebouwde kom
Gemiddeld
Bron: Handboek milieuprijzen, CE Delft 2023, bewerking Decisio
IMPACTANALYSE SCENARIO S RIVIERCRUISEVAART AMSTERDAM
46