CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Onderzoek_De_Spullenbibliotheek_in_Amsterdam.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 27 mei 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het onderzoek naar de spullenbibliotheek in Amsterdam: houdingen, ervaringen en verwachtingen van Amsterdammers (VN2026-005247)15.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De spullenbibliotheek in Amsterdam Houdingen, ervaringen en verwachtingen van Amsterdammers rond lenen en huren Onderzoek en Statistiek Onderzoek en Statistiek

In opdracht van:

Telefoon: Website:

Lydia Prinsen (afdeling innovatie) en Danka Oosterhof (Ruimte en Duurzaamheid) 250168 Leander Wolters Jorren Bosga leander.wolters@amsterdam.nl j.bosga@amsterdam.nl President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek .amsterdam.nl

Foto voorzijde:

Wolvenstraat , fotograaf Edwin van Eis (

Projectnummer: Auteur: E-mailadres: Bezoekadres: Post:

2020 )

Amsterdam, februari 2026

3

Inhoud

Inhoud

4

Samenvatting

5

Inleiding

7

1

Achtergrond: lessen van spullenbibliotheken wereldwijd

8

2

Onderzoeksmethode

11

3

Resultaten

12

3.1 Ervaring met het lenen en huren van spullen 3.2 Houding van Amsterdammers ten aanzien van lenen en huren 3.3 Sociale norm in Amsterdam omtrent lenen en huren 3.4 Houding ten opzichte van het lenen en huren van spullen bij een spullenbibliotheek 3.5 Barrières bij het lenen van spullen 3.6 Wensen en behoeften voor de spullenbibliotheek 3.7 Barrières bij het lenen bij de spullenbibliotheek 3.8 Drijfveren voor het lenen bij een spullenbibliotheek 3.9 Gewenste rol van de spullenbibliotheek in de gemeenschap

12 14 16

4

Kansrijke doelgroepen voor de spullenbibliotheek

32

5

Aanbevelingen voor het service

38

6

Vervolgonderzoek

Bijlagen 6.1

-ontwerp van de spullenbibliotheek

18 20 21 25 27 29

40 43

De vragenlijst

43

4

Samenvatting

De gemeente onderzoekt het concept van een spullenbibliotheek : een netwerk van laagdrempelige deelstations waar Amsterdammers hoogwaardige gebruiksvoorwerpen kunnen lenen voor tijdelijk gebruik. Geïnspireerd door het bestaande ‘Library of Things’ in Verenigd Koninkrijk en de lessen en ervaringen die bij dit initiatief al zijn opgedaan .

het

Internationaal zijn er ook andere vergelijkbare initiatieven (o.a. Toronto, Wenen, en Sydney), die elk een andere nadruk leggen. Daaruit blijkt dat de volgende onderdelen belangrijk zijn: lenen en leren combineren, een centrale, zichtbare locatie, en borging van kwaliteit en beschikbaarhei d. Maar wat zijn de wensen van inwoners van Amsterdam en is er interesse in de spullenbibliotheek? Dit rapport be vat de resultaten van een survey -onderzoek waarin Amsterdammers werden bevraagd over hun houding en gedrag met betrekking tot lenen en huren in het algemeen, en hun wensen en behoeftes in het kader van een spullenbibliotheek . Het onderzoek is uitgevoerd via een vragenlijst onder het Amsterdam Stadspanel (n=1.082), waarvan de resultaten zijn gewogen om een zo goed mogelijke afspiegeling van de Amsterdamse bevolking te benaderen. De vragenlijst ging in op bestaand leen - en huurge drag, houdingen en sociale normen, bekendheid met en interesse in de spullenbibliotheek, ervaren barrières en drijfveren, en voorkeuren voor aanbod, locatie en organisatie. Amsterdammers staan overwegend open voor lenen en huren, maar doen dit vooral binnen de eigen kring Een groot deel van de Amsterdammers heeft ervaring met het lenen of huren van spullen, maar dit gebeurt vooral binnen de eigen sociale kring.

Lenen van bekenden is veruit de meest voorkomende vorm, gevolgd door huren bij winkels of webshops. Het gebruik va n digitale deelplatforms komt minder vaak voor. Tegelijkertijd geeft een aanzienlijk deel van de inwoners aan liever te lenen of huren dan te kopen, wat wijst op een open houding ten opzichte van gedeeld gebruik. De spullenbibliotheek is nog weinig bekend, maar roept na toelichting bij veel inwoners interesse op De spullenbibliotheek als concept is bij het merendeel van de respondenten nog relatief onbekend. Jongere inwoners hebben een beter beeld bij het concept dan oudere inwoners. Nadat respondenten een korte omschrijving van de spullenbibliotheek hebben gelezen, geeft een meerderheid aan waarschijnlijk gebruik te willen maken van een dergelijke voorziening als deze in de buurt beschikbaar zou zijn. De mate van interesse verschilt tussen groepen. Jongere inwoners, vrouwen en inwoners met een hbo - of wo -opleiding tonen gemiddeld meer enthousiasme dan oudere inwoners en inwoners met een basis opleiding. Deze verschillen hangen samen met eerdere ervaring met lenen en huren en met de mate waarin men zich kan voorstellen hoe de spullenbibliotheek in het dagelijks leven zou passen.

Praktische voordelen en zekerheid zijn belangrijker dan sociale motieven Respondenten geven aan dat duurzaamheid, kostenbesparing en ruimtebesparing de belangrijkste redenen zijn om gebruik te maken van een spullenbibliotheek. In open antwoorden ligt de nadruk meer op kosten - en ruimtebesparing bij incidenteel gebruik,

het

5

tegengaan van overconsumptie, en word en het belang van toegang tot kwalitatieve of specialistische spullen en de mogelijkheid om dingen zelf te doen zonder alles te hoeven bezitten genoemd. Sociaal contact wordt in de gesloten vragen minder vaak genoemd als primaire drijfveer om de spullenbibliotheek te bezoeken. Tegelijkertijd beschrijven respondenten in de open antwoorden wel verschillende sociale functies, zoals ontmoeting, kennisdeling, ondersteuning bij klussen en het versterken van de buurt. I nwoners met een basis opleiding, ouderen en inwoners met een lager dan modaal inkomen hechten meer waarde aan het sociale en persoonlijke component van de spullenbibliotheek dan andere groepen. Zorgen over kwaliteit, beschikbaarheid en aansprakelijkheid spelen een grote rol Naast drijfveren benoemen respondenten ook diverse barrières voor het lenen van spullen. Zorgen over de staat en veiligheid van de producten, de beschikbaarheid op het moment dat men iets nodig heeft, en onduidelijkheid over aansprakelijkheid bij schade of verlies worden breed gedeeld. Ook hygiëne, bereikbaarheid en openingstijden worden genoemd als aandachtspunten. Deze zorgen komen sterker naar voren bij bepaalde groepen, zoals inwoners met een lager inkomen of inwoners die weinig ervaring hebben met lene n en huren.

Voor deze groepen speelt zekerheid en duidelijkheid een belangrijke rol in de afweging om wel of geen gebruik te maken van een spullenbibliotheek. Er is een duidelijke voorkeur voor een flexibel en toegankelijk organisatiemodel Onder respondenten die interesse hebben in de spullenbibliotheek gaat de voorkeur uit naar een model waarbij per keer wordt betaald en waarbij inwoners zelfstandig spullen kunnen lenen, met ondersteuning op locatie indien nodig. Dit hybride model combineer t gebruiksgemak met toegankelijkheid voor mensen die behoefte hebben aan uitleg of advies. Wat betreft het assortiment is er vooral belangstelling voor klus - en tuingereedschap, gevolgd door hobby - en vrijetijdsproducten, elektronica , en schoonmaakspullen . Over de locatie lopen de voorkeuren uiteen: bibliotheken en wijkcentra worden het vaakst genoemd, maar voor een aanzienlijke groep is de locatie ondergeschikt aan de nabijheid en bereikbaarheid. Zes op de tien Amsterdammers is geïnteresseerd in de spullenbibliotheek , iets minder dan de helft hiervan heeft nog geen ervaring met het lenen of huren van spullen Op basis van ervaring met lenen en huren (via een winkel of platform) en de intentie om gebruik te maken van de spullenbibliotheek zijn vier doelgroepen te onderscheiden.

Deze indeling laat zien dat zowel geïnteresseerde inwoners die al ervaring hebben met deel - en huurconcepten (35 procent) als inwoners die nog geen ervaring hebben maar wel interesse tonen (25 procent) , samen een meerderheid van de Amsterdamse bevolking vertegenwoordigen (60 procent) . Als het veroorzaken van een gedragsverandering het belangrijkste doel is, dan is de groep die geen ervaring heeft maar wel interesse toont vooral interessant. Deze groep bestaat vaker dan gemiddeld uit jonge inwoners van Amsterdam, alleenstaande n met thuiswonende kinderen, vrouwen , en inwoners met een beneden modaal inkomen. Zij zien de spullenbibliotheek als manier om duurzaam spullen te gebruiken en kosten en ruimte te bespare n, maar ook als plek om verbinding te zoeken met de buurt. De groep die al ervaring heeft en interesse heeft in de spullenbibliotheek, wordt iets minder gedreven door het sociale component en meer door duurzaamheid, en besparing op kosten en ruimte. Deze groep bestaat vaker uit inwoners met een hbo/wo -opleiding, bovenmodaal inkomen en thuiswonende kinderen.

6

Inleiding

Amsterdam werkt aan de transitie naar een circulaire economie, waarin het delen en hergebruiken van goederen een centrale rol speelt. Door spullen die slechts af en toe nodig zijn gezamenlijk beschikbaar te maken, kan onnodig bezit worden verminderd en wor grondstoffen efficiënter benut. Dit draagt niet alleen bij aan duurzaamheid, maar ook aan betaalbaarheid en sociale verbondenheid in de stad.

den

In dit kader ontwikkelt de gemeente Amsterdam het concept voor een spullenbibliothee k: een netwerk van laagdrempelige deelstations waar Amsterdammers hoogwaardige gebruiksvoorwerpen kunnen lenen voor tijdelijk gebruik. Dit concept is g eïnspireerd door de ‘Library of Things’ in het Verenigd Koninkrijk. Het gaat specifiek om producten die men incidenteel gebruikt (minder dan 10 keer per jaar) en relatief duur zijn in aanschaf. Denk bijvoorbeeld aan een boormachine. Hoewel eerder onderzoek inzicht gaf in het deelgedrag van Amsterdammers, ontbreekt actuele kennis over motivaties, belemmeringen en voorkeuren specifiek gericht op het lenen van gebruiksvoorwerpen via een spullenbibliotheek . Ook is nog weinig bekend over hoe verschillende groepen Amsterdammers tegen dit concept aankijken en welk type bibliotheek het beste aansluit bij hun behoeften. Dit onderzoek brengt in kaart wat Amsterdammers vinden van het delen en lenen van gebruiksvoorwerpen, en welke drijfveren en barrières daarbij een rol spelen . Vervolgens wordt gepeild welk aandeel Amsterdammers gebruik zou willen maken van een spullenbibliotheek. Op basis hiervan worden doelgroepen geïdentificeerd , e n worden hun wensen en behoeftes met betrekking tot de spullenbibliotheek beschreven . Hierbij wordt aandacht besteed aan de verschillen tussen groepen Amsterdammers op basis van o.a.

leeftijd, inkomen, en opleidingsniveau. Uit d e resultaten volgt een aantal aanbevelingen voor het ontwerp van de spullenbibliotheek .

7

1 Achtergrond : lessen van spullenbibliotheken wereldwijd

Het concept voor de Amsterdamse spullenbibliotheek is geïnspireerd op bestaande initiatieven, onder andere uit het Verenigd Koninkrijk, en bouwt voort op internationale ervaringen met zogeheten Libraries of Things. Kenmerkend voor het Amsterdamse ontwerp i s de sterke focus op toegankelijkheid (zoals lenen zonder creditcard), inclusiviteit via kortingsregelingen en een duidelijke lokale inbedding per stadsdeel. Per locatie wordt gewerkt met een overzichtelijk assortiment van maximaal circa 40 zorgvuldig gese lecteerde items, afgestemd op lokale behoeften en maatschappelijke opgaven. Deze items sluiten aan bij thema’s als energiearmoede en hittestress, klimaatadaptatie, zelfredzaamheid, gezondheid en sociale cohesie, sport en bewegen, bestaanszekerheid en ruimt e voor de wijk. Binnen het huidige concept worden drie typen spullenbibliotheken onderscheiden, die verschillen in de mate van service en ontmoeting. Er zijn self -service locaties waar inwoners zelfstandig spullen lenen via lockers, desk -locaties waar een medewerker onder steuning biedt, en hybride locaties die het lenen combineren met ruimte voor ontmoeting en activiteiten. Wereldwijd bestaan inmiddels uiteenlopende varianten van de spullenbibliotheek, van Australië tot Canada en Oostenrijk.

Deze bestaande initiatieven bieden waardevolle inzichten voor het serviceontwerp, het assortiment , en de organisatie van de Amsterdamse spullenbibliotheek. Hieronder worden een aantal relevante lessen besproken. Toegankelijkheid en gebruiksgemak van de service Bij de Sydney Library of Things kunnen leden op een laagdrempelige manier kennismaken en deelnemen aan de spullenbibliotheek. Leden maken online een account aan en krijgen toegang tot een digitale inventaris waarin realtime zichtbaar is of een item beschik baar, uitgeleend of in reparatie is en op welke locatie het item kan worden opgehaald. Ter ondersteuning van nieuwe gebruikers biedt Sydney een online uitlegvideo over het reserveersysteem. Dit verlaagt de drempel voor mensen die minder digitaal vaardig zi jn en voorkomt vragen aan de balie. Leren en lenen combineren Meerdere initiatieven laten zien dat een spullenbibliotheek meer kan zijn dan alleen een uitleenpunt. De Toronto Tool Library combineert het uitlenen van professioneel gereedschap met cursussen en werkplaatsen. Bezoekers leren hier onder begeleiding onder andere: houtbewerking, fiets - en e -bike -reparatie, kleding - en elektronicareparatie en het maken van fotolijsten. Deze combinatie vergroot niet alleen de vaardigheden van inwoners, maar verhoogt ook de veiligheid en het zorgvuldig gebruik van de geleende s pullen.

Initiatief Leila (actief in Wenen en Berlijn met meerdere vestigingen), geeft daarbij aan dat workshops of spullenruilevenementen een belangrijke manier zijn waarop de spullenbibliotheek onder de aandacht komt onder de gemeenschap en nieuwe leden k an aantrekken. Zichtbaarheid en sociale norm Zichtbaarheid in de openbare ruimte draagt bij aan normalisering van delen. In de bibliotheken van Costa Mesa werkt de Orange County Public Libraries met een opvallende pilaar waarop afbeeldingen staan van items die te leen zijn. Wanneer een item is

8

uitgeleend, wordt expliciet vermeld dat het “binnenkort weer terug is”. Dit maakt zichtbaar dat veel andere bezoekers spullen lenen en dat de items gewild en in gebruik zijn ( Figuur 1). Figuur 1 Spullen te leen in de bibliotheek van Costa Mesa (bron: LA Times, 2025)

Thematisch aanbod en maatschappelijke meerwaarde Het aanbod kan ook maatschappelijke doelen ondersteunen. In Costa Mesa biedt de bibliotheek thematische ‘backpacks’ aan, samengesteld rond onderwerpen zoals: natuur ontdekken in de eigen omgeving , mentale gezondheid , speelgoed en ontwikkeling , voorbereiding op de peuterschool. Daarnaast is er een Seed Library, waar inwoners gratis zaden kunnen ophalen om zelf groenten en fruit te verbouwen en bij te dragen aan biodiversiteit. Een ander voorbeeld is de aanpak van de spullenbibliotheek in Maine, waar ze de spullen aanprijzen op basis van de ervaring die het gebruikers kan bieden, om zo mensen aan te sporen nieuwe ervaringen uit te proberen (Buckley, 2025). Locatie en fysieke inrichting Het Europese initiatief Leila beschrijft in haar toolkit (2019) dat een goede locatie zichtbaar en uitnodigend is; ruimte biedt voor spontane binnenloop, goed bereikbaar is met OV, en in de buurt ligt van andere voorzieningen (zoals een park of supermarkt). Leila benadrukt daarnaast het gebruik van de winkel of ruimte als communicatiemiddel, met zichtbare displays, krijttekeningen en korte, uitnodigende teksten.

Doelgroepen en community -opbouw Volgens Leila zijn twee groepen vaak sterk vertegenwoordigd: studenten – die weinig bezitten, het concept snel begrijpen en soms tijd hebben om bij te dragen – en de zogenoemde ‘established’ groep (vaak dertigers), die meer spullen heeft en graag wil doneren. Assortiment, kwaliteit en veiligheid Veel initiatieven ervaren dat inwoners graag spullen doneren, maar niet alles is geschikt. Leila benadrukt: het belang van heldere acceptatiecriteria, het zorgvuldig en respectvol afwijzen van ongeschikte donaties en transparante communicatie om teleurstelling te voorkomen. Om de kwaliteit en veiligheid van het assortiment te waarborgen werkt de Toronto Tool Library met onderhouds kosten , uitleentermijnen (7 tot 14 dagen) en boetes bij te laat inleveren ( Figuur 2). Figuur 2 Lidmaatschaps voorwaarden die gehanteerd worde Toronto Tool Library )

n door Toronto Tool Library

(Bron

9

10

2 Onderzoeksmethode

In de periode tussen 2 en 19 januari 2026 is een vragenlijst uitgezet onder het Amsterdam Stadspanel, dat in beheer is van O&S. Er hebben bruto 1094 panelleden meegedaan . Na het schonen van de data op basis van realistische invultijd en antwoorden blijven er 1082 ingevulde vragenlijsten over. Gemiddeld deden de deelnemers 12 minuten over het invullen van de vragenlijst . Deelname aan het Amsterdam panel is vrijwillig en respondenten worden niet gecompenseerd. De samenstelling van het panel is na weging een benadering van de Amsterdamse bevolking. De originele steekproef is niet geheel representatief. Amsterdammers tussen de 20 en 34 jaar zijn iets onder -gerepresenteerd. Daarentegen zijn Amsterdammers van 65 jaar en ouder oververtegenwoordigd. Om te compenseren voor deze verschillen is een weging toegepast op de resultaten, waardoor onder -gerepresenteerde groepen zwaarder worden gewogen en over -gerepresenteerde groepen juist minder zwaar. Antwoorden worden maximaal 3 keer meegewogen of minimaal 0 ,5 keer meegeteld. In Figuur 3 is te zien in welke mate Amsterdammers vertegenwoordigd zijn in het panel op basis van stadsdeel, geslacht, leeftijd en opleiding (blauwe stip), in welke mate dit afwijkt van de werkelijke verhoudingen in Amsterdam (blauwe ruit) en hoe dit meer in balans is gebracht met een weging (groene driehoek).

Ondanks de weging zijn de Amsterdammers in de leeftijd 65 jaar en ouder nog steeds iets oververtegenwoordigd en 18 tot 34 -jarigen ondervertegenwoordigd. Daarom besteden we in dit rapport extra aandacht aan verschillen in opvattingen tussen deze leeftijdsgroepen. Figuur 3 Weging en representativiteit van de deelnemers aan het onderzoek

11

3 Resultaten

In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van het vragenlijstonderzoek onder het Amsterdam Stadspanel gepresenteerd. De resultaten geven inzicht in de mate waarin inwoners van Amsterdam ervaring hebben met het lenen en huren van spullen, hoe zij hier tegenover staan, en hoe zij het concept van de spullenbibliotheek beoordelen. Het hoofdstuk is thematisch opgebouwd. Eerst wordt ingegaan op het huidige leen - en huurgedrag van Amsterdammers en hun algemene houding ten opzichte van delen. Vervolgens wordt gekeken naar sociale normen en percepties in de directe omgeving. Daarna wordt specifiek ingezoomd op de bekendheid met en interesse in de spullenbibliotheek, inclusief ervaren barrières, drijfveren en voorkeuren ten aanzien van organisatie, aanbod en locatie. Waar relevant worden verschillen tussen groepen (bijvoorbeeld naar leeftijd, opleidingsniveau, inkomen of huishoudenssituatie) beschreven.

3.1 Ervaring met het lenen en huren van spullen Driekwart heeft ervaring met het lenen van spullen , meestal via bekenden De meeste respondenten hebben wel eens spullen geleend of gehuurd van bekenden en bijna de helft heeft dit gedaan bij een winkel of webshop (Figuur 4) . Een tiende heeft wel eens gebruik gemaakt van een platform waar men spullen kan lenen of huren van andere personen. Hoe jonger, hoe frequenter men in het afgelopen jaar wel eens iets heeft geleend bij bekenden ( Figuur 5). Inwoners van Amsterdam in de leeftijd 35 tot 49 jaar hebben significant vaker dan gemiddeld ervaring met lenen of huren via een deelplatform (21 procent ). Ook is opgevallen dat wie meerdere abonnementen heeft, zoals op een streamingsdienst, museumjaarkaart of krant - of tijdschrift, ook vaker gebruikt heeft gemaakt van deelplatform (19 procent bij vijf abonnementen of meer). En wie thuiswonende kinderen heeft, heeft vaker gebruik gemaakt van een deelplatform dan inwoners bijvoorbeeld alleen wonen (5 procent ) of zonder kinderen (9 procent ). Figuur 4 Aantal respondenten dat ervaring heeft met het lenen of huren van spullen (basis is alle respondenten n=1082, procenten)

via bekenden via winkel of webshop via deelplatform nee, nog niet weet ik niet, geen antwoord

73 46 10 18

0%

20%

40%

60%

80%

100%

12

Figuur 5 Frequentie waarmee respondenten afgelopen jaar spullen hebben geleend of gehuurd bij bekenden uitgesplitst naar leeftijd (basis is respondenten die iets hebben geleend of gehuurd in de afgelopen 12 maanden, procenten)

18-34 jaar (n=38) 3

42

29

11 14 3

1 keer 2-3 keer

35-49 jaar (n=108) 8

46

50-64 jaar (n=142) 13

26

56

10 10

21 7 3

4-5 keer 6-10 keer meer dan 10 keer

65 jaar en ouder (n=177)

29

50

15 321

weet ik niet/geen antwoord

0% 20% 40% 60% 80% 100% Lenen of huren van bekenden is iets wat bijna de helft van de respondenten in het afgelopen jaar nog heeft gedaan. Maar via een winkel of webshop is minder vaak recent nog gedaan. Onder de respondenten die wel eens via een deelplatform hebben geleend of ge huurd, heeft ongeveer een derde dit nog in het afgelopen jaar gedaan. Figuur 6 Aantal respondenten dat spullen heeft geleend of gehuurd per kanaal en dit voor het laatst was (basis is alle respondenten n=1082, procenten)

via bekenden

26

45

via winkel of webshop

32

13 1

via deelplatform

73

nee, nog niet

18

2

wanneer

langer dan een jaar geleden korter dan een jaar geleden weet ik niet/geen antwoord

0% 20% 40% 60% 80% 100% We vroegen de respondenten die in het afgelopen jaar gebruik hebben gemaakt van een deelmedium, hoe vaak ze dat hebben gedaan in het afgelopen jaar. Wie leent of huurt bij bekenden, doet dat frequenter dan wie bij via een deelplatform of winkel/webshop doe drempel ligt hier lager (Figuur 7).

t. De

Onder deelplatformgebruikers is er een groep die hier frequent gebruik van maakt : 17 procent heeft in het afgelopen jaar 4 á 5 keer iets geleend of gehuurd en 11 procent zelfs 6 tot 10 keer.

13

Figuur 7 Frequentie waarmee respondenten afgelopen jaar spullen hebben geleend of gehuurd per platform (Basis is respondenten die iets hebben geleend of gehuurd in de afgelopen 12 maanden, procenten)

1 keer via bekenden (n=465) 13

49

22 7 71

2-3 keer 4-5 keer

via deelplatform (n=31)

37

33

17 112

6-10 keer meer dan 10 keer

via winkelwebshop (n=127)

39

43

8 54

weet ik niet/geen antwoord

0% 20% 40% 60% 80% 100%

3.2 Houding van Amsterdammers ten aanzien van lenen en huren Ongeveer de helft geeft aan eerder geneigd te zijn om spullen te lenen dan te kopen Ruim de helft van de respondenten geeft aan eerst hun omgeving te raad plegen voordat zij het product zelf kopen. Een kwart doet dit niet. Daar naast geeft iets minder dan de helft aan liever te lenen of huren dan te kopen. En een derde geeft aan dat mensen in hun omgeving hen regelmatig vragen of ze iets van hen mogen lenen. Vooral inwoners van Amsterdam in de leeftijdscategorie 18 tot 49 jaar lijken meer geneigd op zoek te gaan naar mogelijkheden om te lenen, in plaats van te kopen, dan oudere inwoners van Amsterdam. Figuur 8 Waar gaat deze figuur over (basis is alle respondenten n=1082, procenten)

ik vraag bij bepaalde producten, zoals gereedschap, eerst mijn omgeving of ik het kan lenen, voordat ik het zelf koop

18

ik zou liever iets lenen/huren dan kopen

16

mensen in mijn omgeving vragen mij regelmatig of ze spullen tijdelijk mogen 7 lenen

0% helemaal mee eens niet eens, niet oneens helemaal mee oneens

36

30

28

20

18

17

31

14 6 2

28

82

14 3

20% 40% 60% 80% 100% eens oneens weet ik niet/geen antwoord

14

Lenen van bekenden krijgt de voorkeur, maar ruim de helft staat er ook voor open om spullen te lenen via een winkel, verhuurbedrijf of webshop We vroegen respondenten wat hen het meest aanspreekt: lenen bij mensen in hun sociale kring versus lenen van onbekenden, een winkel, verhuurbedrijf of webshop (zie Figuur 9). Huren via een commerciële aanbieder van spullen wordt door zes op de tien als aantrekkelijk idee gezien. Lenen van bekenden krijgt het vaakst de voorkeur. Maar alsnog geeft vier op de tien aan dat zowel het gratis als lenen tegen een kleine vergoeding v an onbekenden via een platform hen aanspreekt. Ongeveer een derde vindt dit idee niet aantrekkelijk. Over het algemeen zijn inwoners in de leeftijd 65 -plus het minst geïnteresseerd in de verschillende manieren om spullen te delen of huren. Ook beoordelen inwoners van stadsdeel Zuidoost en inwoners met een basisopleiding de verschillende manieren van delen of huren vaker dan gemiddeld als (helemaal) niet aantrekkelijk. Tenzij zij spullen gratis kunnen lenen. Inwoners met een hoog inkomen, vrouwen, in de leeftijd 18 tot 49 of hbo/wo -opleiding zijn over het algemeen het vaakst geïnteresseerd in het lenen van spullen. Waarbij het weinig uitmaakt of dit gratis is of tegen een kleine vergoeding.

Figuur 9 Mate waarin het lenen van spullen bij bekenden, onbekenden of huren bij een verhuurbedrijf of webshop als aantrekkelijk wordt gezien (basis is alle respondenten n=1082, procenten)

spullen gratis te lenen van vrienden, familie of kennissen

38

spullen te huren via een winkel, 5 verhuurbedrijf of webshop spullen gratis te lenen van onbekende mensen in uw omgeving via een (online) 8 deelplatform spullen tegen een kleine vergoeding te lenen van onbekende mensen in uw 4 omgeving via een (online) deelplatform

0% zeer aantrekkelijk neutraal helemaal niet aantrekkelijk

38

46

15

34

63

10 41

34

26

20

11 1

35

27

21

12 1

80%

100%

20%

40%

60%

aantrekkelijk niet aantrekkelijk weet ik niet/geen antwoord

Aanzienlijk deel van respondenten heeft geen beeld bij aanbod en kosten van spullen huren Kosten kunnen een rol spelen in de afweging om spullen te huren in plaats van aan te schaffen (tweedehands of nieuw). Ongeveer een derde van de ondervraagden vindt dat het huren van spullen vaak te duur is ten opzichte van nieuw of tweedehands kopen (zie Figuur 10 ). Een zesde tot een vijfde is het hier niet mee eens. Maar er is ook een relatief groot deel dat hier überhaupt geen beeld bij heeft , omdat ze er geen ervaring mee hebben . Net als bij het aanbod van spullen die men kan huren in de buurt. Kortom, ongeveer een derde van de ondervraagden lijkt nog geen oriëntatie te hebben gedaan naar het huren van spullen en daarom dus ook geen beeld te hebben bij de kosten en het huidige aa nbod.

15

Figuur 10 Mate waarin het huren van spullen als te duur wordt ervaren ten opzichte van tweedehands kopen of nieuw kopen en oordeel over het huuraanbod in de buurt (basis is alle respondenten n=1082, procenten)

het huren van spullen via een winkel of webshop vind ik vaak te duur ten opzichte van tweedehands kopen

9

23

23

14 2

30

het huren van spullen via een winkel of webshop vind ik vaak te duur ten opzichte van nieuw kopen

7

22

26

17 4

24

er zijn te weinig aanbieders van spullen die 7 ik nodig heb in mijn buurt

20

24

15 4

31

20%

40%

60%

80%

0%

helemaal mee eens

eens

niet eens, niet oneens

oneens

helemaal mee oneens

weet ik niet/geen antwoord

100%

3.3 Sociale norm in Amsterdam omtrent lenen en huren Lenen en huren zijn nog niet de norm, maar men verwacht dat de eigen omgeving er positief op zou reageren Wat men ziet of hoort, met name bij vrienden, familie en kennissen, kan bepalend zijn voor gedrag. We vroegen respondenten of zij denken dat hun sociale kring al bewust bezig is met het vaker lenen van spullen in plaats van nieuw kopen of in welke mate men hier meer over hoort of ziet in bijvoorbeeld de media, daaruit blijkt dat delen en lenen nog weinig onderdeel is van de sociale norm ( Figuur 11 , Figuur 12 ). Maar we zien wel dat respondenten die zelf al spullen lenen en/of huren, ook meer mensen in hun sociale omgeving kennen die spullen lenen of huren in plaats van nieuw kopen. R espondenten verwachten dat hun omgeving positief zal reageren als ze minder bezitten en vaker spullen lenen of huren ( Figuur 13 ). Figuur 11 Mate waarin men in de omgeving ziet dat vrienden, familie of kennissen spullen lenen of huren in plaats van nieuw kopen , uitgesplitst naar ervaring met lenen of huren (basis respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek als deze in hun buurt beschikbaar zou komen (n=988), procenten)

16

iedereen Totaal (n=988) 8 10

39

10

33 de meesten

ervaring (korter dan een jaar geleden, platform of winkel) (n=114)

17

21

38

ervaring maar langer dan een 9 13 jaar geleden (n=395)

47

ervaring maar alleen lenen bij 6 9 bekenden (n=324)

38

geen ervaring (n=138) 1 21

27

0%

9 15 7

8

24 38

51

20% 40% 60% 80% 100%

ongeveer de helft een paar

niemand

weet ik niet/geen antwoord

Figuur 12 Hoe vaak men iets heeft gezien of gehoord over lenen of huren (basis respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek hun buurt beschikbaar zou komen (n=988), procenten)

23 9

0%

51

20%

40%

60%

33

2

80%

100%

als deze in

erg vaak vaak regelmatig af en toe nooit weet ik niet/geen antwoord

Figuur 13 Verwacht e reactie van sociale omgeving als men minder zou bezitten en vaker spullen zou lenen of huren (basis respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek als deze in hun buurt beschikbaar zou komen (n=988), procenten)

15

0%

48

20%

40%

60%

22

14

80%

100%

heel positief positief neutraal negatief heel negatief weet ik niet/geen antwoord

17

3.4 Houding ten opzichte van het lenen en huren van spullen bij een spullenbibliotheek De spullenbibliotheek is een relatief onbekend concept waar een meerderheid van de Amsterdammers gebruik van zou willen maken Na het lezen van de omschrijving van een sp ullenbibliotheek ( Figuur 14 ), gaf iets minder dan een kwart aan bekend te zijn met het concept van de spullenbibliotheek en daarvan gaf éé n op de zeven zelfs aan te weten wat het is ( Figuur 14 ). Inwoners in de leeftijd 18 tot 34 waren vaker dan gemiddeld al bekend met het concept, in de leeftijd 65 -plus juist minder bekend. Figuur 14 Mate waarin men bekend is met het concept van de spullenbibliotheek alle respondenten , procenten)

totaal (n=1082)

14 8

18-34 jaar (n=49)

31

65 jaar en ouder (n=564) 7 7 0%

ja, en ik weet wat het is

78 17

52

40%

60%

ja, maar ik heb er geen beeld bij nee

85 20%

(basis is

80% 100%

Figuur 15 Definitie van de spullenbibliotheek zoals voorgelegd aan de deelnemers van het onderzoek “Een spullenbibliotheek is een professioneel beheerde, fysieke plek in de buurt waar u voor een korte periode (bijvoorbeeld een dag tot ongeveer een week) spullen van goede kwaliteit kunt lenen – bijvoorbeeld een boormachine of grote pannenset tegen een kleine vergoeding of via een lidmaatschap. Ook kan je deelnemen aan workshops en activiteiten om nieuwe vaardigheden te leren met de spullen in de spullenbibliotheek. Denk aan een cursus met de naaimachine, plantaardig koken of tuinieren.”

– dit

Na het lezen van de beschrijving is een meerderheid enthousiast. Zes op de tien zegt (heel) waarschijnlijk gebruik te willen maken van de spullenbibliotheek (20 procent denkt van niet). Hoe jonger, hoe hoger het enthousiasme (zie Figuur 16 ). Ook zijn inwoners met een hbo/wo opleiding vaker enthousiast dan inwoners die minder formele onderwijsjaren hebben gevolgd en vrouwen zijn enthousiaster dan mannen. Daarnaast hebben inwoners die in het weekend graag creatief bezig zijn, klussen of tuinieren meer interesse in de spullenbibliotheek dan gemiddeld. Ook valt op dat als iemand meerdere abonnementen heeft of een abonnement op de bibliotheek, dat het enthousiasme hoger is dan gemiddeld ( Figuur 17 ).

18

Figuur 16 Mate waarin men (zeer) waarschijnlijk gebruik zal maken van de spullenbibliotheek, als deze in de buurt zou komen (basis is alle respondenten, procenten, alleen het percentage (heel) waarschijnlijk wordt getoond)

totaal (n=1082)

60

18-34 jaar (n=49)

80

35-49 jaar (n=155)

73

50-64 jaar (n=314)

57

65 jaar en ouder (n=564)

49

basisopgeleid (n=49)

40

havo/vwo, mbo-2 t/m 4 (n=143)

52

hbo/wo (n=866)

67

vrouw (n=482)

69

man (n=583)

50

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Figuur 17 Mate waarin men (zeer) waarschijnlijk gebruik zal maken van de spullenbibliotheek, als deze in de buurt zou komen uitgesplitst naar of men in het bezit is van abonnementen en specifiek een abonnement op de bibliotheek (procenten, alleen het percentage (he el) waarschijnlijk wordt getoond)

totaal (n=1082)

geen abonnement (n=56) 1 abonnement (n=131)

60

34 47

2 abonnementen (n=208)

57

3 abonnementen (n=269)

64

4 abonnementen (n=244) 5 of meer abonnementen (n=161)

65

abonnement op de bibliotheek

73

0%

78

20%

40%

60%

80%

100%

19

3.5 Barrières bij het lenen van spullen Ongeveer een zesde van de respondenten heeft nog nooit iets geleend of gehuurd. Als reden hiervoor wordt genoemd dat zij het liever zelf kopen en te veel gedoe lijkt ( Figuur 18 ). Maar een vijfde geeft ook aan dat er geen specifieke reden voor is. Andere redenen die worden genoemd gaan vaak over de risico’s die zitten aan het lenen van anderen: kans op onenigheid en schade. Daarbij geeft men aan dat als zij spullen van anderen le nen, ze verwachten dat een ander ook van hen spullen wilt lenen en daar zitten ze zelf niet op te wachten uit angst voor schade. Verder worden schaamte en hygiëne door een enkeling genoemd. Ten slotte, geven velen aan dat het simpelweg niet nodig is gewees t omdat ze tot nu toe alles in huis hadden. Figuur 18 Redenen om nog geen ervaring te hebben met het lenen of huren van spullen uitgesplitst naar respondenten die wel of geen interesse hebben in de spullenbibliotheek (basis respondenten geen ervaring hebben met het lenen of huren van spullen n=186, procenten)

36 42

ik koop het liever zelf

geen specifieke reden ik weet niet waar ik spullen kan lenen/huren

7 19 21

anders weet ik niet, geen antwoord

geen ervaring en geïnteresseerd (n=54) geen ervaring en niet geïnteresseerd (n=118)

28 23 28 18 24

te veel gedoe

,

0

0%

10% 20% 30% 40% 50%

Figuur 19 Andere redenen waarom men tot nu toe nog nooit iets heeft geleend of gehuurd

“Als ik van anderen leen, moet ik ook uitlenen. eigendom gehad dat teruggegeven werd. ”

I k heb te vaak problemen met mijn

“Ik ben bang dat ik iets kapot maak. Misschien had het item al een defect of sentimentele waarde voor de andere persoon.”

“We hebben eigenlijk alle spullen wel in huis

.”

20

3.6 Wensen en behoeften voor de spullenbibliotheek Een ruime meerderheid van de ondervraagden geeft de voorkeur aan de variant ‘zelf doen met hulp op locatie’ waar wordt betaald per gebruik We legden de respondenten drie typen spullenbibliotheken voor ( Figuur 20 ). Over het algemeen krijgt het type bibliotheek ‘zelf doen met hulp op locatie’ de voorkeur ( Figuur 21 ). Al zien we dat inwoners met een basisopleiding vaker behoefte hebben aan hulp op locatie dan gemiddeld. Terwijl mannen en inwoners met een hoog inkomen juist meer behoefte hebben aan zelfstandigheid. Wat betreft de betalingsvorm krijgt betalen per gebruik van bijna driekwart de voorkeur (Figuur 22

Figuur 22 ). De groep die 5 of meer abonnementen heeft of in bezit is van een bibliotheek abonnement staat iets vaker open voor een lidmaatschap waarmee men altijd korting krijgt, maar wel per product betaalt. Maar ook onder deze groep heeft betalen per product de eerste voorkeur. Er zijn geen andere significante verschillen tussen groepen wat betreft voorkeur voor het type betalingsstructuur. Figuur 20 Definitie van de drie typen spullenbibliotheken zoals voorgelegd aan de deelnemers van het onderzoek 1. 2. 3.

Helemaal zelf doen: u leent spullen zelfstandig via een onlinesysteem met lockers; ophalen en terugbrengen kan op elk gewenst moment Hulp op locatie: een medewerker is aanwezig om de spullen aan u te overhandigen, advies te geven over het gebruik van het product en vragen te beantwoorden. Zelf doen met hulp op locatie : een combinatie van beide typen: u kunt zelfstandig spullen lenen, maar er is ook een medewerker aanwezig om u te helpen indien u vragen heeft over het gebruik van het item.

Figuur 21 Voorkeur voor een type spullenbibliotheek op totaalniveau en uitgesplitst naar groepen die significant afwijken van het gemiddelde (basis is respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek , procenten)

21

totaal (n=988) 11 19

basisopgeleid (n=43) 14 27 havo/vwo, mbo-2 t/m 4 5 17 (n=123)

58

34 6

33

2 14 9

66

22 7

meer dan €6001 (netto) (n=134)

19

9

64

044

man (n=511)

13

19

53

26 7

vrouw (n=461) 9

18

63

415

0%

20%

60%

80% 100%

helemaal zelf doen hulp op locatie zelf doen met hulp op locatie anders, namelijk geen van deze

40%

weet ik niet/geen antwoord

Figuur 22 Voorkeur voor een type betalingsstructuur (basis is respondenten die gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek n=988, procenten)

betalen per gebruik, waarbij u betaalt per geleend product

waarschijnlijk

72

een lidmaatschap waarmee u altijd korting krijgt, maar wel per product betaalt

14

een abonnement waarmee u onbeperkt spullen kunt lenen

3

anders, namelijk

3

weet ik niet/geen antwoord

7

0%

20%

40%

60%

80% 100%

Er is vooral interesse in klus - en tuingereedschap Respondenten die interesse hebben in de spullenbibliotheek, geven aan vooral gebruik te willen maken van spullen in de categorie klussen en tuin. Daarna volgen hobby’s en activiteiten, elektronica en schoonmaken (Figuur 23 ). Op basis van achtergrondkenmerken zien we dat wie in een woning woont met een relatief klein woonoppervlak (30 -49m2) vaker interesse heeft in verschillende items dan inwoners met een grotere woning. Ook zien we dat de interesse voor verschillende items hog er is onder jongeren dan ouderen en hoger onder vrouwen dan mannen. Tenslotte, is categorie klussen

22

en tuin voor iedereen belangrijk maar onder inwoners die met kinderen wonen (met of zonder partner) zijn deze producten nog vaker gekozen dan wie niet met kinderen woont. In de categorie ‘Anders, namelijk’ worden onder andere de categorieën verhuizen (zoals een steekkar), feest en en bijeenkomsten (zoals statafels, projector , bordspelletjes ), baby - en kind (zoals een logeerbedje of autostoeltj e), huisdieren en vervoer (bakfiets ) benoemd. Figuur 23 Soorten spullen waar men de spullenbibliotheek voor zou willen gebruiken (basis is respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbi bliotheek n=988, procenten)

klussen en tuin hobbys en activiteiten elektronica schoonmaken koken en tafelen gezondheid wonen en slapen anders weet ik niet, geen antwoord

83

53 48 40 17 13 8 7 6

0%

20%

40%

60%

80% 100%

Er is geen algemene voorkeur voor een specifieke locatie, maar er zijn verschillen tussen groepen Wat betreft de locatie, geeft men gemiddeld genomen aan geen specifieke voorkeur te hebben (zie Figuur 24 ). Inwoners in de leeftijd 18 tot 34 jaar hebben wel een iets specifiekere voorkeur, zij geven vaker dan ouderen aan dat ze de bibliotheek een goede locatie vinden voor een spullenbibliotheek. Al is de bibliotheek wel een stuk minder populair onder inwoner s met een basisopleiding. Zij geven vaker de voorkeur een het wijkcentrum. Net als inwoners in de leeftijd 65 jaar en ouder. Figuur 24 Voorkeur voor de locatie van de spullenbibliotheek (basis is respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek , procenten)

23

Totaal (n=988)

18-34 jaar (n=48)

33

24

21

16

13

25

11 11 114 4

10

17 222

9

12 23 4 4

35-49 jaar (n=142)

33

50-64 jaar (n=294)

36

21

14

12 7 14 6

65 jaar en ouder (n=504)

33

28

7

14

basisopgeleid (n=43) havo/vwo, mbo-2 t/m 4 (n=123) hbo/wo (n=801)

29

31

2 14

0% maakt mij niet uit bibliotheek winkelcentrum kantoor- of werkplek anders, namelijk

25

16

26 36

20%

18

14 19

15

40%

60%

10 3 4

14

15

9

9 12 7

10 10 115 2 80%

100%

wijkcentrum woongebouw of buurtvoorziening schoolgebouw sporthal weet ik niet/geen antwoord

24

3.7 Barrières bij het lenen bij de spullenbibliotheek Beschikbare, goed onderhouden producten van hoge kwaliteit zijn een voorwaarde voor het gebruik van de spullenbibliotheek We vroegen de respondenten hoe belangrijk een aantal onderwerpen zijn in het weerhouden van hen om spullen te lenen bij de spullenbibliotheek ( Figuur 25 ). Eigenlijk worden alle thema’s als belangrijk gezien. Maar de staat van het product, kwaliteit en beschikbaarheid springen eruit als de belangrijkste barrières. De mate van belangrijkheid hangt wel af van iemands inkomen. Zo zijn voor de lagere inkomensgroepen de kosten, het vervoer en aansprakelijkheidsregelingen bij schade belangrijkere mogelijke barrières dan bij andere groepen. Zo vindt 88 procent van de inwoners in de laagste inkomensgroep de aansprakelijkheid bij schade of verlies (heel) belangrijk. Figuur 25 Zaken die men kan weerhouden om spullen te lenen via de spullenbibliotheek (basis is respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek n=988, procenten)

staat van onderhoud

27

50

15 414

kwaliteit

25

54

13 314

beschikbaarheid

19

vervoer

18

38

26

13 33

aansprakelijkheid bij schade of verlies

17

41

24

12 24

leenproces

15

41

27

10 3 5

kosten

13 0%

heel belangrijk neutraal heel onbelangrijk

56

36 20%

17

31 40%

60%

314

13 3 4 80%

100%

belangrijk onbelangrijk weet ik niet/geen antwoord

In de open toelichting is angst voor gevolgen bij schade tijdens de leenperiode een van de vaakst genoemde barrières die gebruik van de spullenbibliotheek ontmoedigt We gaven respondenten ook de mogelijkheid om in een open toelichting met ons te delen wat belangrijke barrières zijn die hen ervan kunnen weerhouden om er spullen te lenen (Figuur 26 ). Veruit het vaakst genoemd als barrière om spullen te lenen zijn de angst voor schade, wie verantwoordelijk is bij schade of verlies en (gebrek aan) vertrouwen in een goede oplossing wanneer dit gebeurt. Daarna volgen (2) kwaliteit, onderhoud en veiligheid van de spullen, (3) hygiëne, (4) gemak, bereikbaarheid en openingstijden en (5) gebrek aan meerwaarde ten opzichte van alternatieven (zoals het lenen van bekenden, nieuw kopen of tweedehands

25

kopen). Andere redenen, die minder vaak genoemd zijn, gaan over privacy (apparaten kunnen persoonlijke gegevens bevatten), sfeer en sociale veiligheid op de uitleenlocatie of weerstand tegen digitale of onpersoonlijke oplossingen. Duidelijke afspraken over aansprakelijkheid, professioneel beheer, hygiëne en gebruiksgemak van de spullenbibliotheek zijn belangrijk om twijfelende Amsterdammers over te halen om de spullenbibliotheek te gaan gebruiken. Figuur 26 Reactie op de vraag: Ontbreekt er in voorgaande vraag een belangrijke reden voor u om geen gebruik te maken van de spullenbibliotheek? Zo ja, welke? (n = 876 )

Schade, aansprakelijkheid en vertrouwen

“Vooral schade is een ding bij lenen: was het al (onzichtbaar) beschadigd en gaat het stuk bij het gebruik. Wie is er verantwoordelijk?” “Ook van winkels klopt de inventaris nogal eens niet. Dan sta je er toch voor jan joker. Dan koop ik het wel online. Ook ga ik er vanuit dat mensen onvoorzichtig omgaan met de spullen en vaak te laat of niet terugbrengen. Dus als het er al is dan zal het vast niet lekker of niet geheel correct werken. ” Kwaliteit, onderhoud en veiligheid

“Hoe weet ik of een elektrisch apparaat het naar behoren doet. Bijvoorbeeld de naaimachine uit jullie voorbeeld, daar kunnen makkelijk dingen mis gaan .” Als ik het niet vertrouw, qua veiligheid spullen. Je weet niet wat een ander er mee heeft uitgehaald, zelf iets op ondeugdelijke wijze gerepareerd of zo of verkeerd gebruikt waardoor het bij jou net stuk gaat. Hygiëne

“Hygiëne!! De meeste mensen zijn met geleende spullen niet zo schoon als met hun eigen spullen .” “Als de spullen vies of beschadigd of incompleet zijn. ” “Als locatie vies is, met zwerfafval erom heen. Gemak, bereikbaarheid en openingstijden

“Tijdgebrek. Soms heb ik iets snel nodig voor werk. Dan moet ik de beschikbaarheid online kunnen zien. ” “Te beperkte openingstijden. Het moet wel een beetje makkelijk zijn. Spullen zijn online makkelijk te kopen, op elk moment. Daar moet de spullenbibliotheek wel mee concurreren. Als we tijdens werktijd eerst een half uur moeten fietsen, houdt het snel op ” “Gebrek aan aanbod - dat wat ik nodig heeft er niet is. Gelimiteerde tijdstippen voor het ophalen/terugzetten. Gebrek aan vervoer voor grote spullen.

26

3.8 Drijfveren voor het lenen bij een spullenbibliotheek Duurzaamheid een belangrijke drijfveer , maar ook nabijheid, ruimte en kostenbesparing zijn belangrijk Er kunnen verschillende redenen zijn om de spullenbibliotheek te gebruiken. Volgens de ondervraagden zijn duurzaamheid, nabijheid van de locatie en ruimtebesparing en kostenbesparing bijna even belangrijk. Waarbij jongvolwassenen, vrouwen en inwoners met een hbo/wo opleiding nog meer waarde hechten aan duurzaamheid dan gemiddeld. Wat maakt dat de spullenbibliotheek voor hen vooral een idealistische motivatie vervult en in mindere mate wordt gezien als goedkoper of efficiënter. Wat men minder belangrijk vind t is de bijdrage van een spullenbibliotheek aan sociaal contact. Inwoners die als huishouden netto tussen €1351 en €2400 te besteden hebben vinden sociaal contact die een spullenbibliotheek kan bieden vaker dan gemiddeld wel (heel) belangrijk (32 procent ). Figuur 27 Redenen om spullen te lenen via de spullenbibliotheek (basis is respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek als deze in hun buurt beschikbaar zou komen n=988, procenten)

duurzaamheid

41

41

13 311

53

12 212

nabijheid locatie

31

ruimtebesparing

29

47

16

511

kostenbesparing

26

50

17

412

toegang tot spullen (die ik niet kan kopen)

21

45

20

9 23

spullen kunnen uitproberen

16

49

22

10 12

36

27

11 2

80%

100%

sociaal contact 4 0% heel belangrijk neutraal heel onbelangrijk

20 20%

40%

60%

belangrijk onbelangrijk weet ik niet/geen antwoord

De spullenbibliotheek heeft inwoners veel te biede n, naast duurzaamheid, kosten en ruimte voordelen worden toegang, zelfredzaamheid en binding in de buurt genoemd Naast he t aangeven in welke mate bepaalde motivaties belangrijk zijn, vroegen we respondenten om in de open toelichting te benoemen wat hen nog meer kan motiveren om de spullenbibliotheek te gebruiken (Figuur 28 ). Respondenten noemen in de open toelichting verschillende onderwerpen ; (1) Het vaakst genoemd is de drijfveer om spullen te kunnen lenen die men zelden nodig heeft. Kopen bij incidenteel gebruik wordt gezien als zonde van geld, ruimte en grondstoffen, (2) daarnaast noemen respondenten expliciet de milieuvoordelen van bewust er omgaan met grondstoffen,

27

de spullenbibliotheek is een concreet instrument voor circulariteit, (3) ook wordt de mogelijkheid om professionele of dure apparatuur te kunnen gebruiken genoemd, (4) door toegang te hebben tot goed gereedschap kan men meer zelf doen en is men minder afha nkelijk van anderen mits zij ook het juiste advies kunnen krijgen in de spullenbibliotheek, (5) tenslotte benoemen respondenten ook expliciet de sociale meerwaarde die de spullenbibliotheek kan bieden als verbinder van de buurt, ontmoetingsplek, plek voor kennisdeling en krijgen van advies in combinatie bijvoorbeeld met een repair café of werkplaats en ook de toegang die de bieb biedt aan inwoners met lage inkomens tot bepaalde spullen. De aantrekkingskracht van een spullenbibliotheek zit niet alleen in lenen, maar vooral in de combinatie van duurzaamheid, gemak, kennisdeling en sociale ontmoeting. Juist die verbreding onderscheidt het initiatief van commerciële en digitale alternatieven. Figuur 28 Reactie op de vraag: Ontbreekt er in voorgaande vraag een belangrijke reden voor u om geen gebruik te maken van de spullenbibliotheek? Zo ja, welke? (n = 886)

Kosten - en ruimtebesparing bij

incidenteel gebruik

“Zelf wat duurdere apparaten aanschaffen voor de enkele keer dat je ze gebruikt is verspilling .” “Vaak heb je een eenmalige klus of evenement waar je gereedschap of spullen voor nodig hebt. Kopen is dan duur en zonde van het geld. ” “Ik heb geen ruimte om alles in huis te hebben.” Duurzaamheid en tegengaan van overconsumptie

“We consumeren sowieso te veel. Op deze manier hoeven veel mensen producten die we maar af en toe hebben niet zelf aan te schaffen. Dit helpt zeer bij het verminderen van aankopen van producten die we niet vaak nodig hebben .” “Ik zou alles kunnen kopen wat ik nodig heb, maar vind het qua footprint onverantwoord om bv een naaimachine te bezitten als ik hem 3x per jaar gebruik. Hoe laagdrempeliger, hoe vaker ik m wel zou gebruiken. Peerby werkt wel, maar is toch veel gedoe vaak. ” Toegang tot specialistisch en kwalitatief gereedschap

“Veel dingen zijn heel incidenteel nodig (bv boormachines, 3D -printers, behangstomer s) en het levert een kostenbesparing op om deze te lenen, duurzamer door hergebruik door meerdere personen. ” “Sommige spullen heb je maar een paar keer in je leven nodig, zoals een behangstomer of hogedrukspuit. ” Zelfredzaamheid en toegang tot advies

“Vrienden of collega’s niet hoeven lastig te vallen met verzoeken, als ik iets wil lenen of uitproberen .” “De mogelijkheid om face -to-face hulp of advies te krijgen over het gebruik van de spullen als ik ergens mee vastloop. I k heb namelijk weinig mensen in mijn leven die mij kunnen helpen, en voor mij is dit de grootste barrière om zelf reparaties uit te voeren of te klussen. Video’s van het internet volgen vind ik vaak toch niet be hulpzaam genoeg. ”

28

Sociaal contact en binding in de buurt

“Maak er meteen een ontmoetingsplek van: kopje koffie erbij, repaircafé, handwerken, inzamelingen, statiegeldmachine, klein elektronisch/chemisch afval punt, kledingruil, boekenkastje, etc. Voor je het weet wordt 't gezellig .” “Mogelijkheid om kennis te delen met anderen als er een lokale werkplaats aanwezig is. ” “Het stelt sommige mensen in staat om gebruik te maken van spullen die anders buiten bereik blijven - bijvoorbeeld een PlayStation. Laat ook eens financieel kansarme kinderen er een paar weken mee spelen. In die zin heeft het een nivellerend effect - en die gelijkheid is prettig. ”

3.9 Gewenste rol van de spullenbibliotheek

in de gemeenschap

De spullenbibliotheek moet het individu voordelen bieden, maar ook de buurt In Figuur 27 zagen we dat sociaal contact niet de belangrijkste drijfveer is om spullen te lenen bij de spullenbibliotheek, maar in de open toelichting werd wel genoemd dat men wel een belangrijke sociale rol ziet voor de spullenbibliotheek in het toegankelijk maken v an spullen en verbinden van de buurt. Vier op de tien respondenten geeft dan ook aan dat zij het (zeer) belangrijk vinden dat de spullenbibliotheek bijdraagt aan ontmoeting en samenwerking (Figuur 29 ). Er zijn weinig grote verschillen in de mate waarin de sociale rol van de bibliotheek belangrijk wordt gevonden tussen groepen, alleen vrouwen geven vaker aan dan mannen dit belangrijk te vinden en inwoners met een inkomen (netto op huishoudensniveau) tussen de tussen €1351 en €2400 (58 procent vindt dit (zeer) belangrijk). Figuur 29 Belang van bijdrage van de spullenbibliotheek aan ontmoeting en samenwerking (basis is respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek deze in hun buurt beschikbaar zou komen n=988, procenten)

9

32

0%

20%

40

40%

60%

12 5 3

80%

100%

als

zeer belangrijk belangrijk neutraal niet belangrijk helemaal niet belangrijk weet ik niet/geen antwoord

Er zijn verschillende manieren waarop de spullenbibliotheek zou kunnen bijdragen aan samenwerking en ontmoeting, maar de belangrijkste eigenschappen zijn het kunnen brengen van spullen die men niet meer gebruikt en om spullen of tips met anderen te delen (zie figuur 30) . Vrouwen geven vaker aan dan mannen spullen te willen brengen die zij niet meer gebruiken. Verder zijn er geen significante socio -demografische verschillen op basis van leeftijd, geslacht, stadsdeel , opleiding of woonsituatie in te mate waarin me n aangeeft de spullenbibliotheek vooral te willen gebruiken om te ‘ontspullen’. Ook op de andere manieren om gebruik te maken van de spullenbibliotheek zijn geen significante verschillen tussen groepen.

29

Figuur 30 Manier waarop de spullenbibliotheek zou moeten bijdragen aan samenwerking in de buurt (basis is respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek als deze in hun buurt beschikbaar zou komen n=988, procenten)

plek om eigen spullen te brengen die ik niet meer gebruik

79

een plek om spullen of tips met elkaar te delen

73

een klusje doen voor een buur met spullen uit de bibliotheek

46

buurtbewoners leren kennen en vaker tegenkomen

44

een ontmoetingspunt waar men makkelijk een gesprek kan beginnen

39

samenwerken aan wijkprojecten

33

samen dingen uitproberen met geleende spullen

27

informatieve bijeenkomsten organiseren

24

anders, namelijk

2

weet ik niet, geen antwoord

2 0%

50%

100%

Ongeveer een kwart van de respondenten staat ervoor open om spullen aan te bieden aan de spullenbibliotheek, de helft twijfelt nog (Figuur 31 ). Vrouwen en inwoners met een hbo/wo opleiding staan er vaker voor open om spullen aan te bieden dan gemiddeld. We vroegen de respondenten die al openstaan voor het uitlenen of doneren van spullen ook welke spullen zij zouden willen uitlenen of doneren ( Figuur 32 ). Gereedschap wordt veruit het meest genoemd, met name boormachines, schuurmachines, ladders en ander klusmateriaal. Ook tuin-gereedschap, naaimachines, keuken - en huishoudelijke apparaten en kinder - en babyspullen komen terug. Een deel van de respondente n geeft aan liever spullen te doneren dan uit te lenen, terwijl anderen openstaan voor uitlenen mits er duidelijke afspraken zijn over gebruik, onderhoud en schade en het binnen de eigen buurt plaatsvindt. Daarnaast worden enkele opvallende, minder gangbar e items genoemd, zoals een 3D -printer, DJ -set of speciale hobby -apparatuur, wat wijst op een breed en divers aanbod. Figuur 31 Antwoord op de vraag of men ervoor openstaat om ook zelf spullen aan te bieden aan de spullenbibliotheek (in bruikleen of donatie), (basis is respondenten die waarschijnlijk gebruik zullen maken van de spullenbibliotheek als deze in hun buurt beschikbaar zou komen n=988, procenten)

30

ja, namelijk 25

0%

52

20%

40%

15

60%

80%

9

100%

misschien nee

Figuur 32 Reactie op de vraag of men ervoor openstaat om zelf spullen aan te bieden aan de spullenbibliotheek

“Gereedschap dat ik niet langer nodig heb of dubbel heb. ” “Gereedschap en fiets accessoires waarvan ik recent een betere variant heb gekocht. ” “Afge zien van de schaderegelingen zou ik wel een boel soldeer - en elektronica spullen kunnen uitlenen. ” “Naaimachine, keukenapparatuur, DJ -set” “Mits er een goede regeling komt bij niet of beschadigd terugbrengen. .” “Ik heb een hele lange ladder, die zou ik zelf tegen een kleine vergoeding best uit willen lenen. Ik heb ook 2 naaimachines maar die zou ik alleen aan bekenden hier thuis uit willen lenen, die zijn qua gebruik te kwetsbaar. Gebruik van naaimachines zou mog elijk beter onder gebracht kunnen worden bij de repair -initiatieven in de stad. Het hangt af van de nood (is het erg belangrijk voor de persoon), de persoon die het nodig heeft (senioren), de reden dat ze het nodig hebben (help ik hen écht of willen ze het eens gebruiken om te zien of ze het zelf willen aankopen, locatie van de gebruiker (wandel afstand, binnen de buurt).”

31

4 Kansrijke doelgroepen voor de spullenbibliotheek

Over het algemeen zien we in dit onderzoek dat hoe jonger men is, hoe hoger het enthousiasme voor lenen en huren in het algemeen, en ook voor de spullenbibliotheek. Jongere groepen Amsterdammers hebben ook vaker al ervaring met het lenen of huren van spull en en hebben een beter beeld van wat een spullenbibliotheek inhoudt. Verder zien we dat inwoners met een hbo/wo -opleiding, vrouwen, inwoners die in hun vrije tijd graag bezig zijn met creatieve hobby’s, tuinieren of klussen, en inwoners die in bezit zijn van een bibliotheekabonnement of überhaupt meerdere abonnementen, het meest enthousiast worden van het idee van een spullenbibliotheek. Er zijn weinig grote verschillen waargenomen tussen stadsdelen, al zien we wel dat deze groep zich iets vaker bevindt in stadsdelen Oost en Centrum. Het meest terughoudend als het aankomt op lenen zijn mannen, inwoners met een basisopleiding en/of inwoners in de leeftijd van 65 jaar en ouder, en inwoners met een laag of beneden modaal inkomen. Dit lijkt met name te worden gedreven door een gebrek aan ervaring met lenen in het algemeen, maar ook door een zekere terughoudendheid in het lenen en uitlenen van spullen vanwege de angst voor repercussies wanneer er iets stukgaat of beschadigd raakt. Inwoners met deze kenmerken kunnen worden overtuigd om het c oncept uit te proberen door duidelijke voorwaarden en persoonlijke hulp op locatie.

Op basis van het huidige leen - en huurgedrag van Amsterdammers en hun houding tegenover de spullenbibliotheek kunnen we vier doelgroepen definiëren : 1. 2.

3. 4.

De onervaren, geïnteresseerde groep (25 procent ): inwoners die nog niet huren of lenen (of alleen in sociale kring) en gebruik zouden maken van de spullenbibliotheek, De ervaren, geïnteresseerde groep (35 procent ): inwoners die ervaring hebben met het huren of lenen van spullen (via een winkel of platform) en gebruik zouden maken van de spullenbibliotheek De ervaren, ongeïnteresseerde groep (14 procent ): inwoners die al huren of lenen (via een winkel of platform) en geen gebruik zouden maken van de spullenbibliotheek , De onervaren, ongeïnteresseerde groep (23 procent ): inwoners die nog niet huren of lenen (of alleen in sociale kring) en ook geen gebruik zouden maken van de spullenbibliotheek.

De groep waar de meeste ‘impact’ gemaakt kan worden, dat is de groep (1) die geen ervaring heeft met het lenen en huren van spullen (of alleen in sociale kring), maar wel interesse heeft in de spullenbibliotheek. Dit is de groep die iets meer context en uitleg nodig heeft en geprikkeld moet worden om in plaats van spullen te kopen, spullen te gaan lenen. Maar wel openstaat voor de nieuwe ervaring en bereid is over te gaan tot gedragsverandering. Namelijk vaker spullen lenen in plaats van kopen. De groep (2) die hier al ervaring mee heeft en geïnteresseerd is, dat is het ‘laaghangend fruit’. Deze groep kan waarschijnlijk enkel al door een verhoogde bekendheid van de spullenbibliotheek getriggerd worden om de spullenbibliotheek eens uit te gaan proberen vaker spullen te lenen of huren dan zij al doen.

en

32

In Figuur 33 en Figuur 34 is te zien dat deze twee kansrijke groepen zich bevinden onder de zes op de tien inwoners van Amsterdam. In de volgende alinea’s zullen we meer toelichting geven op de achtergrondkenmerken waar de doelgroepen zich in onderscheiden. Figuur 33 Vier doelgroepen ingedeeld op basis van de ervaring met lenen en huren en de interesse in de spullenbibliotheek, uitgesplitst naar soci o-demografische kenmerken (basis alle respondenten, procenten)

Totaal (n=1082)

25

35

14

23 3

18-34 jaar* (n=49) 35-49 jaar (n=155) 50-64 jaar* (n=314) 65 jaar en ouder* (n=564)

40 24 19 26

9 11 48 13 13 1 38 18 20 5 23 13 34 4

Centrum (n=157) West (n=152) Nieuw-West (n=125) Zuid (n=230) Oost* (n=188) Noord (n=136) Zuidoost (n=68)

33 27 23 25 24 27 21

29 12 22 3 35 11 26 1 40 7 28 2 25 20 28 2 47 13 12 5 31 17 20 4 33 13 30 3

man* (n=583) vrouw* (n=482)

19 32

31

basisopgeleid* (n=49) havo/vwo, mbo-2 t/m 4 (n=143) hbo/wo (n=866)

26 20 27

14 8 49 2 32 17 25 6 40 13 17 2

minder dan €1350 (n=49) tussen €1351 en €2400* (n=174) tussen €2401 en €4000* (n=296) tussen €4001 en €6000 (n=253) meer dan €6001* (n=152)

38 29 25 21 17

29 11 15 7 35 9 25 2 29 16 27 3 44 11 20 4 49 18 16

0%

40

17 37

50%

Geen ervaring en geïnteresseerd Ervaring en geïnteresseerd

Ervaring en niet geïnteresseerd

Geen ervaring en niet geïnteresseerd Overig / niet eenduidig

30 2 10 16 4

100%

Groepen met een * verschillen significant van het gemiddelde . Inkomen is gedefinieerd als het gezamenlijk netto maandinkomen van het huishouden

.

33

Figuur 34 Vier doelgroepen ingedeeld op basis van de ervaring met lenen en huren en de interesse in de spullenbibliotheek, uitgesplitst naar woonsituatie (basis alle respondenten, procenten)

Totaal (n=1082)

25

35

30-49 m2 (n=76)

26

45

50-74 m2 (n=260)

23

75-99 m2 (n=304)

29

34

12 23 3

100-124 m2 (n=201)

29

29

17

25 1

44

18

21 1

meer dan 125 m2* (n=212) 16

31

23 3

Geen ervaring en geïnteresseerd

9 18 2

Ervaring en geïnteresseerd

14

14

26 6

appartement zonder buitenruimte* (n=74)

30

33

2

appartement met balkon* (n=545)

27

33

14 22 4

appartement met tuin* (n=144)

22

43

14 20 1

eengezinswoning (tussenwoning of hoekwoning)* (n=227)

19

34

20

25 3

ik woon alleen (n=389)

29

26

13

28

4

23

31

14

30

3

ik woon met partner, zonder thuiswonend(e) kind(eren) (n=408) ik woon met partner, met thuiswonend(e) kind(eren)* (n=197) ik woon zonder partner, met mijn thuiswonend(e) kind(eren) (n=43)

20

37

0%

54

34

1

Ervaring en niet geïnteresseerd

Geen ervaring en niet geïnteresseerd Overig / niet eenduidig

16 81

40 50%

12 9 2 100%

Groepen met een * verschillen significant van het gemiddelde.

34

De onervaren, geïnteresseerde groep (1) bevat vooral 18 tot 34 -jarigen , vrouwen en inwoners die een beneden modaal inkomen hebben Een kwart van de respondenten valt onder de groep ‘nog geen ervaring, maar wel interesse’. Als het lukt om deze gebruikers te activeren, dan zijn dat meer mensen die lenen en huren overgaan tot gedragsverandering.

en

De ze groep bestaat vaker dan gemiddeld uit inwoners in de leeftijd 18 tot 34 jaar, vrouwen of inwoners met een beneden modaal inkomen. Wat betreft verschillen in wensen en behoeften, valt op dat inwoners in deze groep vaker dan gemiddeld belang hecht aan het sociale component van de spullenbibliotheek; 32 procent geeft aan sociaal contact een belangrijke meerwaarde te vinden van de spullenbibliotheek (ten opzichte van 22 procent gemiddeld). Ook geeft 51 procent het bela ngrijk te vinden ontmoeting en samenwe rking wordt gefaciliteerd (ten opzichte van 41 procent gemiddeld). Verder vind t deze groep de nabijheid van de locatie erg belangrijk (92 procent versus 84 procent). Ten slotte, geeft deze groep iets vaker dan gemiddeld voorkeur aan een wijkcentrum als locatie voor de spullenbibliotheek dan gemiddeld (28 procent versus 22 procent gem iddeld). Vanuit het perspectief van ‘de klantreis’ is het belangrijk dat deze groep ten eerste op de hoogte wordt gebracht van de service en vervolgens voldoende informatie tot diens beschikking heeft om een overweging te maken. De ervaren, geïnteresseerde groep (2) bestaat vooral uit inwoners met een hbo/wo opleiding die op klein woonoppervlak wonen of de woning delen met kinderen Ruim een derde heeft zowel al ervaring met het lenen en huren van spullen (via een winkel, webshop of deelplatform) en heeft interesse in de spullenbibliotheek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16943129/1