2. Omgevingsvisie-Amsterdam-2050.pdf
Tekst van het document
Naar een onzekere toekomst
Steden als Amsterdam bestaan om mensen bij elkaar te brengen. De uitwisseling tussen veel verschillende mensen in de stedelijke publieke ruimte zorgt voor culturele en economische vernieuwing
Vanaf maart 2020 sloeg snelle groei in enkele maanden om in stagnatie en krimp. Nog meer dan tijdens de economische crisis van 2008 maakt corona duidelijk hoe kwetsbaar Amsterdam is voor internationale ontwikkelingen. Verhoudingsgewijs is een groot deel van de Amsterdamse economie conjunctuurgevoelig. Het feit dat Amsterdam en andere grote steden harder door de coronacrisis getroffen werden, geeft extra aanleiding na te denken over de toekomst van de stad. Tegelijkertijd is er geen reden om aan te nemen dat structurele trends ombuigen. Onze economie wordt nog altijd kennisintensiever, de ondersteunende dienstverlening groeit tegelijk snel. Steden blijven daardoor mensen trekken. Ook verwachten we dat het internationaal toerisme zich zal
blijven ontwikkelen, gezien de aanhoudende welvaartsgroei in Azië. Dat betekent dat we rekening moeten houden met groei van onze stad. Tegelijk worden de opgaven ten aanzien van klimaat en energie met het jaar groter. En we moeten alert zijn op technologische ontwikkeling en digitalisering en de effecten daarvan op economie en samenleving. Meer diversiteit en grotere verschillen Direct voorafgaand aan de coronacrisis versnelde de groei van Amsterdam. De trek van inwoners vanuit de stad naar buiten was dan ook geen bewijs van een afnemende aantrekkelijkheid van de stad. De meeste van hen bleven ook in de metropoolregio. De stroom naar buiten werd juist veroorzaakt door de nog grotere instroom naar de stad. Dit betrof hoofdzakelijk buitenlandse migratie van relatief jonge mensen. Achter de bevolkingsgroei van Amsterdam in 2019 met bijna 10.000 inwoners gaat een veel grotere dynamiek schuil. 50.000 mensen kwamen in 2019 vanuit het buitenland naar onze stad, 35.000 trokken er over de grens. 24.000 mensen vestigden zich vanuit de rest van ons land, 42.000 vertrokken er naar andere Nederlandse gemeenten. Er werden ruim 10.000 kinderen geboren en er waren ruim 5000 sterfgevallen. Het netto-effect van deze dynamiek is een snelgroeiende stad met een steeds diversere en internationale bevolking.
De ongekend grote banengroei die Amsterdam de afgelopen jaren meemaakte, komt voor bijna de helft op het conto van de kennisintensieve dienstverlening. In de techsector groeiden enkele bedrijven in rap tempo uit tot wereldspelers. Voor Amsterdam betekent dit dat er naast de financiële sector en media en reclame een nieuwe stevige pijler onder de stadseconomie is ontstaan. Een volgende groeisector dient zich intussen aan in de vorm van lifesciences & health. Met de ontwikkelingen van diverse kenniskwartieren en investeringen van het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid bouwen we daarvoor aan een sterk ecosysteem. Parallel aan de kennisintensieve dienstverlening maakte de aanvullende dienstverlening een snelle groei door. Horeca profiteerde van de toename van het aantal bezoekers, maar ook van de jonge, uithuizige bevolking.
36
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Amsterdam heeft daarmee een stedelijke economie die sterk lijkt op die van andere westerse metropolen. Een internationaal georiënteerde, specialistische dienstensector en een zeer omvangrijke ondersteunende service-economie. Banen voor het middenkader zijn schaarser geworden, terwijl nog meer dreigen te verdwijnen door automatisering en outsourcing. Dit economisch profiel wordt weerspiegeld in de veranderde bevolkingssamenstelling. Amsterdam biedt steeds minder plek aan mensen met een middeninkomen. Dat heeft naast woonvoorkeuren ook te maken met de samenstelling van de woningvoorraad, die vooral bestaat uit alleen voor lage inkomens toegankelijke sociale huur (2019: 51%) en voor middeninkomens onbetaalbare, dure huur- en koopwoningen (2019: 34%). Dit betekent echter dat bijvoorbeeld politieagenten, leraren en zorgverleners, die voor het functioneren van de stad onmisbaar zijn, moeilijk een woning kunnen vinden. Het betekent ook dat wooncarrière maken in Amsterdam lastig is. Omgaan met groei Als Nederland zitten we midden in een demografische transitie, die weer onderdeel is van een beweging van wereldwijde bevolkingsgroei naar wereldwijde bevolkingskrimp. In de tweede helft van deze eeuw zal voor het eerst in de geschiedenis het aantal mensen afnemen.
In veel delen van Europa is krimp al een feit en leidt de vergrijzing van de naoorlogse geboortegolf tot hoge maatschappelijke kosten. Groei in Europa is plaatselijk en te danken aan migratie. Mensen en activiteiten concentreren zich in een beperkt aantal stedelijke regio’s. Deze steden zouden weleens de demografische en economische kurk kunnen zijn, waarop het continent de komende decennia drijft. Groei en internationalisering stellen steden voor complexe opgaven. De beweging tot concentratie van werkgelegenheid en stedelijke voorzieningen in Amsterdam is een gegeven. Maar het tegelijk plek bieden aan zoveel nieuwe inwoners blijkt onmogelijk. We staan als stad en regio voor fundamentele keuzes. Accepteren we de ongelijkmatige groei van de werkgelegenheid of zoeken we naar mogelijkheden tot een meer evenwichtige ontwikkeling? Lukt het ons om in de stad plek te bieden
Deel I | Visie
aan al die nieuwe inwoners of accepteren we dat woningbouw voornamelijk buiten onze gemeentegrenzen zal plaatsvinden? Hoe gaan we om met de inefficiënte benutting van de verkeersinfrastructuur door te eenzijdige zware spitsbelasting, de kwalitatieve achteruitgang van de groene landschappen rondom de stad, met de toenemende sociaal-economische verschillen en kansenongelijkheid binnen de stad en de hele regio? Transities als opgave Al deze vragen geven aanleiding om de ruimtelijke ordening van de stad en de metropoolregio opnieuw te overdenken. Verdere groei van Amsterdam kunnen we niet langer opvangen met alleen beter benutten. Metropoolvorming vereist een regionale inbedding van een stedelijke visie. Diverse transities brengen geheel nieuwe ruimteclaims en inrichtingseisen met zich mee: klimaatverandering, deelmobiliteit, de circulaire economie, schone energie, gezond en duurzaam voedsel, een vergrijzende bevolking. Deze een plek geven vraagt om een schaalsprong in de ruimtelijke ordening van de stad en de regio als geheel. Zo’n schaalsprong is risicovol, want er horen grote investeringen in infrastructuur, stedelijke voorzieningen en groen bij. Die investeringen doen we voor een lange periode. Eén ding lijkt zeker: de druk op de schaarse ruimte in Amsterdam neemt alleen maar toe. We moeten rekening houden met nieuwe en nog onbekende ruimtevragen, zowel boven- als ondergronds.
In afwegingen waar we aan wat ruimte bieden, moeten we altijd ook de andere partijen in de regio en het Rijk betrekken. Lastig is dat we van diverse nieuwe ruimtevragen op dit moment nog niet precies weten hoe groot ze zullen zijn. De ruimte voor de energietransitie is daarvan een voorbeeld, net als de circulaire economie. Technologische ontwikkelingen zijn een andere onvoorspelbare factor. Wat zal de invloed van autonoom rijden zijn op de mobiliteit? Lichte elektrische vervoermiddelen en elektrische fietsen veranderen nu al de manier waarop mensen door de stad en de regio bewegen. In de ruimtelijke ordening en de inrichting van de stad is het scheiden en vastleggen van functies lang een uitgangspunt
37
geweest. In de toekomst zullen we juist rekening moeten houden met het onvoorspelbare. Een van de domeinen waar dat bij uitstek geldt, is de openbare ruimte. Maar ook gebouwen zullen eenvoudig aanpasbaar moeten zijn om te voorkomen dat ze snel onbruikbaar worden. Het zal van grote invloed zijn op de manier waarop we buurten, gebouwen, straten en pleinen vormgeven.
Kleinschalige vernieuwing
Het maken van de stad
en verdichting kenmerken de ontwikkeling van veel naoorlogse buurten. Opgave daarbij is de stedenbouwkundige en groene kwaliteiten van deze stukken stad te versterken.
Amsterdam is sinds 1995 vooral gebouwd in grote projecten en programma’s. Het Oostelijk Havengebied, De Aker, IJburg, Zuidas, de Noordelijke IJ-oever, stedelijke vernieuwing in Zuidoost en Nieuw-West. In deze projecten en programma’s is op succesvolle wijze vormgegeven aan de ontwikkeling van de stad. Ruimtelijke ontwikkeling is in deze periode ook een verdienmodel geworden. Met opbrengsten uit projecten als Amstel III en Sloterdijk kon de transformatie van de IJ-oevers betaald worden. Maar ook de Noord/Zuidlijn, nieuwe culturele voorzieningen en tienduizenden betaalbare woningen zijn er mede mee mogelijk gemaakt. Sturen op kwaliteit Sinds de vorige crisis worden ook beperkingen in de manier waarop we de stad ontwikkelen zichtbaar. Vergeleken met twintig jaar
38
geleden bouwen we woningen, kantoren en voorzieningen vooral in kleinere en onderling zeer verschillende projecten. Als er op zoveel verschillende plekken door zoveel verschillende ontwerpers aan de stad ontworpen wordt, terwijl per project het aantal bouwers toeneemt, ontstaat er behoefte aan een overkoepelend idee over kwaliteit. Waar vinden we hoogbouw van toegevoegde waarde, welke eisen stellen we aan architectuur, de publieke kwaliteit van gebouwen, de kwaliteit van de woningen, de inrichting van de openbare ruimte? Als tien kleinere projecten gezamenlijk om één grote infrastructuurinvestering vragen, wat is dan de centrale plek waar die investering geagendeerd wordt? Er is behoefte ontstaan om aanvullend op onze huidige manier van projectmatig werken stedelijke samenhang en kwaliteit te borgen. Het is een Amsterdamse traditie dat de ruimtelijke kwaliteit van de stad, de schoonheid van buurten, gebouwen en openbare ruimte uitdrukking geeft aan collectieve waarden. Dat geldt zeker ook voor de ruimtelijke continuïteit van de stad en een zekere mate van monumentaliteit. Die collectieve waarden dragen sterk bij aan het gevoel van trots, thuis voelen en erbij horen.
komen te liggen. Zuidas is gebouwd op braakliggende gemeentegrond rond station Zuid. Iets soortgelijks geldt voor de kantoorgebieden rond Sloterdijk en Bijlmer-ArenA. Dit soort locaties zijn er steeds minder. We zijn nu vooral bezig met het veranderen van werkgebieden met lage dichtheden naar gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Transformatie is een complex, langdurig en kostbaar proces. Het betekent dat het verdienvermogen van deze ontwikkelingen lager is. Geld uit stadsontwikkeling wordt door Amsterdam al decennia gebruikt om de stad te beheren en in kwaliteit te investeren. Door de snelle groei, intensiever gebruik en de ingrijpende transities zal het in stand houden van de stad alleen maar kostbaarder worden. De vraag is hoe we naar 2050 voldoende waarde kunnen creëren om de kwaliteit van de stad in stand te houden.
De urgentie van een nieuwe visie Bovenstaande ontwikkelingen maken duidelijk dat er nogal wat op Amsterdam afkomt en dat daarmee een nieuwe visie op de toekomst urgent is. Amsterdam is zich bewust van zijn kwaliteiten en potenties. De uitdaging is om deze bevoorrechte uitgangssituatie in te zetten om de transitie naar een duurzame en rechtvaardige samenleving te versnellen. Lokaal, maar ook nationaal en internationaal. Daarbij is het zaak de kracht en samenhang van de metropoolregio te versterken. Wat voor stad willen we zijn in 2050? Waar vinden we in de stad en andere delen van de regio de ruimte voor woningen, werkplekken, voorzieningen? Welke investeringen in bereikbaarheid, groen en voorzieningen zijn nodig? Hoe passen we nieuwe ruimtevragen in en beschermen we bestaande kwaliteiten? En welke manier van bouwen aan de stad hoort daar bij?
en continu netwerk van stadsstraten en lanen verbindt de verschillende buurten en smeedt de stad aaneen.
De afgelopen jaren is er in Amsterdam veel sectoraal beleid gemaakt voor de leefomgeving. In visies op groen, openbare ruimte, duurzaamheid, mobiliteit, wonen en werken zijn doelstellingen opgenomen, die in projecten bijeenkomen. Lang niet altijd is de stapeling van eisen en ambities realistisch. De gezamenlijke ruimtevraag van normen voor groen, maatschappelijke voorzieningen, gezondheid en sport, in combinatie met de ambities voor wonen, werken en verkeer en vervoer kunnen we niet zomaar accommoderen binnen de stad. Ruimtelijk is veel wel op te lossen, maar financieel ontstaan er binnen projecten knelpunten. Financierbaarheid van de stad op lange termijn Problematisch is daarbij dat ontwikkeling in Amsterdam minder hoge opbrengsten genereert dan voorheen. Dat hangt deels samen met de eisen die we als stad zelf stellen aan kwaliteit, betaalbaarheid en duurzaamheid. Maar fundamenteler is dat de afgelopen jaren de nadruk bij ontwikkeling op transformatie en verdichting is
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Een herkenbaar
Deel I | Visie
39
2 Ideeën en zorgen vanuit de stad, voor de stad Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie hebben we gesprekken gevoerd met verschillende groepen in de stad: bewoners, ondernemers, jong en oud, geboren Amsterdammers en nieuwe Amsterdammers. In de zeven stadsdelen van Amsterdam hebben zeven verhalenvangers korte verhalen verzameld over wat mensen in de toekomst nodig hebben. In alle gesprekken kwamen gedeelde waarden over de inclusieve, duurzame en verbonden stad naar voren. Een stad met ruimte voor verschillende gemeenschappen, waar mensen zich thuis kunnen voelen, een toekomst kunnen opbouwen en waar ze zeggenschap hebben over hun eigen leefomgeving. De ideeën en visies vanuit de stad hebben een grote bijdrage geleverd aan de inhoud van deze omgevingsvisie. Een aantal uitspraken zijn letterlijk in de vorm van quotes in deze visie opgenomen. Stuk voor stuk laten de quotes zien wat nodig is en waarom. Een groot aantal van de ideeën vindt zijn weerslag in de delen WAAR, WAT en HOE. Soms zijn ze concreet te herkennen en soms zijn ze abstracter verwoord, vanwege de schaal van de omgevingsvisie. Dit zijn de belangrijkste thema’s van de stad, voor de stad: Zet bestaande gemeenschappen centraal Zet in op de kracht van de diversiteit en bied plek aan de verschillende culturen. Lokale gemeenschappen geven de stad identiteit.
Zorg dat er volop plekken zijn, zowel in de openbare ruimte als in de gebouwde ruimte, waar verschillende groepen in de stad zich thuis kunnen voelen. Duurzaamheid Bouw aan een duurzame woningvoorraad en zorg voor een klimaatbestendige, groene stad. Biedt ruimte aan stadslandbouw, dit draagt zowel bij aan lokale voedselketens als aan een gezondere stad (meer groen en sociale functies). Toegankelijkheid en betaalbaarheid Zorg voor voldoende betaalbare woningen voor bestaande en nieuwe bewoners. Geef bewoners de mogelijkheid binnen hun buurt
40
een nieuwe woning te vinden, en bied betaalbare ruimte voor lokale ondernemers, kantoren, voorzieningen, maakindustrie. Investeer opbrengsten van nieuwe ontwikkelingen in de aangrenzende buurt.
omgeving gebeurt, ondersteuning van stadmakers en initiatieven, ruimte en aandacht voor alternatieve vormen van stads- en woningbouwontwikkeling zoals commons. De stad zit vol experts: bewoners, ervaringsdeskundigen, activisten, kenniscentra en anderen. Geef ruimte aan ontmoetingsplekken De stad heeft ruimtes nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar ze rust kunnen vinden en zich kunnen ontwikkelen. Van culturele centra tot veilige plekken voor jongeren die nergens terechtkunnen. En zorg dat deze plekken een stabiel onderkomen en structurele financiering hebben, zodat ze kunnen wortelschieten. Dit draagt bij aan een sociale stad waar ervaringen tussen bewoners uitgewisseld kunnen worden en waarin mensen makkelijker terechtkunnen voor hulp op moeilijke momenten.
Zet in op verbinding Investeer in sociale en fysieke verbinding. Verbind buurten beter met elkaar door middel van openbaar vervoer, levendige stadsstraten en aantrekkelijke groengebieden, en maak veilige en aantrekkelijke fietspaden. Ook om de sociaaleconomische afstand tussen de stad binnen en buiten de ring te overbruggen. Investeer in ruimte voor ontmoeting en sociale verbinding en verbind oude en nieuwe bewoners door te mengen, zowel woningen als voorzieningen. Zeggenschap en eigenaarschap Geef burgers en ondernemers de ruimte om mede te kunnen bepalen wat er in hun
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Deel I | Visie
41
3 Amsterdam naar 2050 Groeiende metropool in transitie
Levendige stadsbuurten in en rond het centrum vormen voor innovatieve bedrijven een aantrekkelijke vestigingsplek. Maar ze zijn tegelijk ook geliefd als woonplek en bieden door hun dichtheid draagvlak voor lokale ondernemers en stadsverzorgende bedrijven.
In dit hoofdstuk beschrijven we de grote opgaven, waarvoor in het volgende hoofdstuk de ruimtelijke oplossingen uiteengezet worden. Amsterdam is de kernstad van een snelgroeiende metropool in transitie. Zowel de snelle groei als de transities zijn een gegeven. Het zijn uitdagingen, maar ze bieden tegelijk grote kansen. Kansen om voort te bouwen op het Amsterdamse karakter van een open, diverse, internationale en historische stad. Kansen om te werken aan een menselijke metropool: inclusiever, duurzamer, leefbaarder, vitaler, gezonder en compacter. Een stad die niet uit los zand bestaat, maar waar cohesie tussen mensen en buurten vanzelfsprekend is. Amsterdam wil richting geven aan groei, transities versnellen en ruimte bieden aan initiatieven uit de samenleving. Daarvoor is een stevige gezamenlijke inzet nodig met de samenleving en de markt. Want het succes van de stad is geen gegeven.
Trends zetten door De groei van de stad, transities rond energie, mobiliteit, voedsel en economie, en ontwikkeling van technologie en in de samenleving werken op elkaar in. Het wordt steeds duidelijker wat de richting daarbij zal zijn. Concentratie van mensen en werk in steden zet voorlopig door, terwijl Amsterdam ook vergrijst. We zetten onze inzet voort richting een CO2-vrije energievoorziening, een openbare ruimte waar ruim baan gegeven wordt aan groen, lopen en fietsen, meer delen en minder bezit, een circulaire economie en kringlooplandbouw. Tegelijk wordt de samenleving zelfbewuster, kritischer en internationaler. Noodzaak tot sturing De wijze waarop groei van het aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers in de stad en in de regio als geheel neerslaan vraagt om sturing. Hetzelfde geldt voor de manier waarop we vormgeven aan transities. Zonder sturing dreigt enerzijds voortgaande extreme concentratie en oplopende druk in en rond het Amsterdamse centrum, en anderzijds een verder dichtslibben van de wijdere regio, met verstedelijking in kwetsbare landschappen en overbelaste infrastructuur. Het versnellen van transities maakt keuzes noodzakelijk. Waar vinden we de benodigde ruimte, waaraan geven we voorrang, wetende dat ruimte in de stad en de rest van de regio een steeds schaarser goed is?
de langere termijn. Zo trok de buitenlandse migratie na het einde van de eerste lockdown snel weer aan. Vertrek vanuit Amsterdam naar andere gemeenten nam gedurende heel 2020 niet toe ten opzichte van voorgaande jaren, ook niet bij gezinnen. Tegelijk groeide de migratie naar Amsterdam vanuit de rest van Nederland juist wel. De pandemie heeft naar verwachting effect op de manier waarop we werken, waarbij thuiswerken en flexibele werktijden normaal worden en internationaal zakelijk reizen minder gewoon wordt. Desondanks is de komende jaren de toename van werkgelegenheid in Amsterdam naar verwachting zodanig groot dat er behoefte blijft aan meer kantoren. Stad als proeftuin voor vernieuwing Amsterdam is door de eeuwen heen een plek geweest waar veel verschillende mensen uit de hele wereld naartoe trokken. Het is vanouds een stad die mogelijkheden tot innovatie biedt. Nog altijd is Amsterdam een ‘early adopter’, een plek waar innovaties als eerste landen. De wereld vraagt om oplossingen voor verstedelijking, gezondheid, klimaatverandering, hoe we met grondstoffen en afval omgaan en democratische vernieuwing. Amsterdam wil zijn kernkwaliteiten - vrijzinnig, activistisch en zorgzaam gebruiken om bij te dragen aan het oplossen van deze vraagstukken. Het zal de plek zijn waar we nieuwe oplossingen uitproberen en verbeteren,
waarna we ze kunnen delen met andere steden over de hele wereld. De stad wordt een proeftuin voor de omschakeling naar een inclusieve, duurzame, leefbare, vitale, gezonde en compacte stad. Zo dragen we bij aan het aanpakken van de uitdagingen waar de wereld voor staat. Samen voortbouwen op ervaring In de stad en in de regio als geheel worden al belangrijke stappen gezet in het sturing geven aan de groei en aan het versnellen van transities. Ervaring die we in projecten en gebieden hebben opgedaan, vormen dan ook belangrijke input voor deze omgevingsvisie. Of het nu gaat om het versnellen en op peil houden van de woningbouw en experimenten met nieuwe ontwikkelvormen, het behoud van ruimte voor productieve bedrijvigheid, hoe we omgaan met nieuwe vervoermiddelen, het boven- en ondergronds inpassen van bedrijvigheid, nutsvoorzieningen in nieuwe en bestaande buurten, het klimaatbestendig en beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte of hoe we samenwerken, tussen theorie en praktijk moet een vruchtbare uitwisseling bestaan. Voor de onderstaande opgaven wil Amsterdam met deze omgevingsvisie stevig richting aangeven en tegelijk ruimte creëren om nieuwe wegen te verkennen. De opgaven hangen samen met samenwerkingstrajecten in de MRA en zijn soms een uitwerking van nationale opgaven.
Onevenwichtige economische groei in de regio Tegenover de zeer snelle economische groei van Amsterdam stond een veel langzamere ontwikkeling in andere delen van de regio. Het gevolg van deze onevenwichtige ontwikkeling zijn onder andere zware en eenzijdige pendelstromen tussen Amsterdam en de omgeving. Voor de toekomst willen we met de regiogemeenten onderzoeken hoe we tot meer gelijkmatige groei van de werkgelegenheid kunnen
Corona De gevolgen van corona zijn nog onbekend. De snelle groei van de stad is door het wegvallen van buitenlandse migratie plotseling onderbroken. Demografische gegevens over 2020 wijzen echter niet op een trendbreuk voor
42
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
komen. Om een betere benutting van de verkeersinfrastructuur mogelijk te maken, maar ook om de sterk opgelopen druk op Amsterdam te verminderen en regiokernen juist te versterken.
Deel I | Visie
43
Regionaal perspectief We plaatsen deze Amsterdamse toekomstvisie nadrukkelijk in een nationaal en regionaal perspectief. Zonder koerswijziging in het ruimtelijk beleid zullen de verschillen in de regio alleen maar groter worden en worden er kansen gemist. Om de regionale ontwikkeling meer in evenwicht te brengen is samenwerking nodig met onze regiopartners en het Rijk op het gebied van economie, wonen, mobiliteit, duurzaamheid en landschap. De Amsterdamse boodschap is dat we ruimtelijk heel veel kunnen, maar dat we financieel, organisatorisch en in wet- en regelgeving samen moeten optrekken. De omgevingsvisie moet een kader bieden voor integrale afwegingen op het niveau van de stad als geheel, in de context van de ontwikkeling van de metropoolregio als demografische en economische motor van ons land. De uitdaging daarbij is om ervoor te zorgen dat de hele stad en de rest van de regio erop vooruitgaan.
Demografische prognose en woningbehoefte Voor 2050 gaat OIS (Onderzoek, Informatie en Statistiek) van de gemeente Amsterdam uit van een behoefte aan minimaal 147.000 woningen voor 250.000 extra inwoners. Dat vraagt om een woningbouwproductie van 4.700 woningen per jaar. Dit is een ambitie die ook langjarig realistisch is. In werkelijkheid zullen perioden met een wat hogere en een wat lagere jaarproductie elkaar afwisselen. Binnen de ruimtelijke kaders van de omgevingsvisie is tot 2050 ruimte voor meer dan 150.000 woningen. Er is echter een maximum aan de productie die de stad ruimtelijk-functioneel en organisatorisch aankan.
Grote opgaven Amsterdam staat staat voor grote ruimtelijke opgaven, die raken aan woningbouw, economie, duurzaamheid, verkeer en vervoer, groen en leefbaarheid en democratisering.
Eenzijdige economische groei in Amsterdam De opkomst van de kennisintensieve economie is met name verantwoordelijk voor de toename van de werkgelegenheid. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de groei van deze sector zal verminderen. Amsterdam is als leefbare, diverse en internationaal uitstekend verbonden stad zeer aantrekkelijk voor deze economie. Amsterdam streeft de komende decennia wel naar een verbreding van de economische basis door voldoende ruimte te bieden aan economische vernieuwing.
44
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Balans in de woningmarkt De overspannen woningmarkt en de segregatie bedreigen de kansengelijkheid en uiteindelijk ook het succes van de stad. Tegelijkertijd is die overspannen woningmarkt deels ook een gevolg van het succes van de stad. De stad en de regio blijven groeien, vooral vanwege de grote aantrekkingskracht van onze diverse en goed opgeleide bevolking op bedrijven en de kansen op ontwikkeling die Amsterdam aan mensen biedt. In MRA-verband hebben we afspraken gemaakt over hoe we in de verwachte woningbehoefte voorzien. Amsterdam heeft daarbij de ambitie om ongeveer de helft van de regionale woningvraag voor zijn rekening te nemen. In de periode tot 2050 willen we in de stad ruimte bieden voor ongeveer 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers. Oftewel een groeitempo van ongeveer 5.000 woningen per jaar. Dat is inclusief bijbehorende voorzieningen en infrastructuur. Amsterdam heeft er ruim 750 jaar over gedaan om de huidige ca. 450.000 woningen en alles wat daarbij hoort te bouwen. Een groei van
Deel I | Visie
30% in slechts dertig jaar tijd is dan ook ambitieus. We willen een complete stad bouwen met leefbare en aantrekkelijke buurten. Een groeitempo van 5000 per jaar stelt ons in staat de infrastructuur, groen en openbare ruimte mee te laten groeien. Het is als ambitie ook organisatorisch en, rekening houdend met crises, langjarig haalbaar. Belangrijker nog dan het bouwtempo is de noodzaak de woningmarkt meer in balans te krijgen, zodat Amsterdam toegankelijk blijft voor lagere inkomens, middengroep en gezinnen. Het vraagt om een stevige volkshuisvestelijke inzet, ook in de regio. Bijvoorbeeld door het beschermen van bestaande betaalbare woningen en doorstroming in de bestaande voorraad. Daarnaast zullen we woningen moeten bouwen in alle segmenten. Daarbij is de behoefte aan blijvend betaalbare woningen (sociale en middeldure huur) verreweg het grootst. Vanwege de vergrijzing is er speciale aandacht voor levensloopbestendige woningen en huisvesting van ouderen. We streven naar gemengde wijken voor mensen uit verschillende inkomensgroepen. We willen voorkomen dat wijken of regiokernen achteropraken. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verbeteren van bestaande buurten en de leefbaarheid en ontwikkelingskansen. Belangrijk daarbij zijn ook de verduurzaming en verbetering van de bestaande voorraad en versterken van het draagvlak voor voorzieningen.
Economische diversiteit als kracht Net als veel andere grote steden heeft Amsterdam zich de afgelopen twintig jaar door de opkomst en groei van de kenniseconomie economisch sterk ontwikkeld. De economische dynamiek in steden leidt tot een snelle groei van het inwonertal en een toenemende woon-werkpendel. Ook de komende decennia zal Amsterdam de rol als economische motor en belangrijk werkgebied voor inwoners van de hele metropoolregio blijven vervullen. Tegelijk zoeken we naar nieuwe vestigingsmilieus in de hele regio om te werken aan een economisch sterke en inclusieve MRA. Amsterdam zet niet alleen in op de kracht van de kenniseconomie, maar streeft naar een gevarieerde en diverse economie, die weerbaar en adaptief kan reageren op snelle economische veranderingen. Een toekomstbestendige
45
De noodzaak voor een mobiliteits-
economie, die kan omgaan met belangrijke maatschappelijke transities en die verschillende groepen – kenniswerkers, dienstverleners en vakgeschoolden – laat meeprofiteren van economische groei in de stad.
transitie Als we geen maatregelen nemen, zal met de voorgenomen groei van stad en regio het aantal autoverplaatsingen met ruim 20% toenemen. Het aantal ov-reizigers
Amsterdam zal ook na de coronacrisis een aantrekkelijke stad zijn voor bedrijven. We houden rekening met een groei van zeker 200.000 arbeidsplaatsen tot 2050. Dit is ongeveer de helft van de verwachte werkgelegenheidsgroei in de Metropoolregio Amsterdam tot 2050. Met deze omgevingsvisie wil Amsterdam de economische ontwikkeling van de hele MRA versterken door meer banengroei te stimuleren in de regio. Deze regionale werkgelegenheid zal niet alleen terechtkomen op bedrijventerreinen, maar ook in regionale stedelijke centra. Hier ontstaan door verdichting kansen voor meer werken en voorzieningen. Deelregio’s in de metropoolregio worden zo economisch en sociaal vitaler. Regionale economische groei gaat niet om spreiden, maar om het versterken van de regionale kracht. We bouwen met de regiokernen aan onderscheidende economische profielen en benutten tegelijk de verstedelijkingskansen op openbaarvervoerknooppunten.
neemt in die periode toe met bijna 25% en het aantal fietsers met 15%. Als we de ambitie van extra autoverkeer op 0% zouden zetten, betekent dat een stevige opgave voor ov en fiets. Het aantal reizigers in het ov en op de fiets groeit in dit scenario tussen 2020 en 2050 met respectievelijk ongeveer 50% en 25%. Voor de verbindingen tussen de stad en de rest van de regio is de groei van het ov ongeveer 60%. Het aantal fietsverplaatsingen tussen de stad en de rest van de regio groeit zelfs ruim 70%.
Verschuiving in vervoerwijzen In veel opzichten is Amsterdam een voorloper in de mobiliteitstransitie. Ondanks een snelle groei van inwoners,
Economische diversiteit wordt versterkt door een variëteit aan vestigingsmilieus in Amsterdam. We willen tegemoetkomen aan de vraag naar hoogstedelijke werkmilieus voor start-ups, scale-ups en internationale topbedrijven en -instellingen. Hier kunnen ook bijzondere voorzieningen een plek krijgen, die afhankelijk zijn van de omvang, diversiteit en grootstedelijke condities in Amsterdam. Nieuwe en bestaande kenniskwartieren zijn nodig om plek te bieden aan uitwisseling tussen bedrijven en onderwijs, die belangrijk is voor de kenniseconomie en innovatiekracht. In gemengde stadsbuurten staan lokaal ondernemerschap en stadsverzorgende bedrijvigheid centraal. Vooral kleinschalige bedrijven hebben de stad nodig als vestigingslocatie om economisch te overleven. Doordat veel bedrijventerreinen de komende jaren transformeren tot woon-werkwijk – en er een tekort ontstaat van ongeveer 150 ha bedrijventerrein – wordt integratie van bedrijvigheid in gebiedsontwikkeling de komende decennia een belangrijke opgave, zodat ook in de toekomst Amsterdam economische kansen biedt voor iedereen. Ruimte voor
arbeidsplaatsen en bezoekers daalde het autogebruik de afgelopen jaren flink. Tegelijk groeide het gebruik van ov en fiets. Deze twee vervoermiddelen zijn voor het bereikbaar houden van stad en de rest van de regio steeds belangrijker.
46
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Deel I | Visie
maakindustrie zoeken we zowel in productieve buurten, waar ook gewoond wordt, als op bedrijventerreinen. Deze bedrijventerreinen zullen wel net als de rest van de stad moeten verdichten. Ruimte voor duurzaamheid Amsterdam zet vol in op de transitie naar schone energie en een circulaire economie. Dit zal binnen en buiten de stad ruimtelijke impact hebben. Energieopwekking krijgt deels een plek in het landschap rond de stad en op de daken in bestaande buurten. Schone energie vraagt om nieuwe infrastructuur. Die moet in bestaande en nieuwe buurten en in de ondergrond ingepast worden. Omdat de techniek nog sterk in ontwikkeling is, weten we niet met zekerheid met welke ruimtevraag we tot 2050 rekening moeten houden. Dat betekent niet dat we helemaal in het duister tasten. Voor bijvoorbeeld warmtenetten en uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk hebben we de ruimtevraag goed in beeld. We kunnen die ook inpassen, al vraagt dat wel om het maken van keuzes. Verder is het vooral een zaak van het reserveren van voldoende ruimte. Dat geldt meer bepaald voor de circulaire economie. De haven is al gestart met de transitie tot draaischijf in de circulaire economie. Voor de deels nog onbekende ruimtevraag voor energie en circulariteit reserveren we voldoende milieuruimte in het havengebied buiten de A10. Het zijn twee nieuwe sectoren waar Amsterdam zich mee kan onderscheiden.
Duurzaam zijn betekent ook dat we ons voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. De zeespiegel stijgt en het weer wordt onvoorspelbaarder en extremer. Amsterdam ligt op een kwetsbare plek, met een slappe bodem en hoge kosten voor het in stand houden van de stad. Denk alleen al aan de kades en bruggen. Dit brengt voor onze stad extra grote uitdagingen met zich mee bij het tegengaan van wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte. Deze opgave heeft ook gevolgen voor hoe we met het landschap omgaan. We willen bodemdaling tegengaan en zullen en ons waterbeheer en de landbouw hierop aan moeten passen. Mobiliteitstransitie en regionale bereikbaarheid De groei van de stad, en het intensiever gebruik van de schaarse ruimte dat daarbij
47
Een meer centrale rol van de Amsterdammer betekent dat we ruimte bieden aan buurtinitiatieven en zelfbeheer. Maar we willen ook de mogelijkheid bieden actief aan de stad te bouwen. Daarbij horen een gelijkwaardige informatiepositie en ontwikkelruimte.
hoort, vraagt om een mobiliteitstransitie. Zonder die mobiliteitstransitie dreigt een verkeersinfarct en een verslechtering van de bereikbaarheid en de leefbaarheid in de stad. We zullen in de openbare ruimte ruim baan moeten geven aan ruimte-efficiënte, duurzame, schone vervoervormen zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer. Om deze meer dan nu aantrekkelijke alternatieven voor de auto te maken, zijn grote investeringen nodig. Deze vallen grotendeels samen met een zeer urgente schaalsprong in het regionale en nationale openbaar vervoer. Het ruimtelijk organiseren van meer nabijheid door de stad te verdichten hoort daar ook bij. Hoewel we een meer evenwichtige verdeling van economische groei in de MRA voorstaan, zullen verschillen blijven bestaan. Het goed verbinden van de noord- en oostzijde van de regio met de economische kerngebieden in en ten zuiden van het Amsterdamse centrum vraagt om grote investeringen. Ook zullen pendelbewegingen tussen de MRA en de rest van ons land blijven groeien. Voor internationale verbindingen wordt de trein belangrijker. Schiphol is voor het economische functioneren van Amsterdam en de MRA onmisbaar. Wel zoeken we naar een nieuwe invulling van de hubfunctie van Schiphol, met meer internationale treinen, minder impact van Schiphol op leefbaarheid en klimaat en meer ontwikkelruimte voor de stad.
48
Leefbaarheid in een verdichtende stad Meer Amsterdammers zullen de schaarse ruimte met elkaar delen. En die gedeelde ruimte moet groener worden. Om verschillende redenen is er behoefte aan meer en beter groen in de stad. Groen als ontmoetingsruimte en als ruimte om in te sporten en te bewegen, voor de biodiversiteit en voor een goede omgang met de gevolgen van klimaatverandering. Dit is ook een van de redenen waarom Amsterdam ruimte wil bieden aan groei: om de waardevolle landschappen te ontzien. Maar het gevolg is wel dat de druk op de groene ruimte juist binnen de stadsgrenzen hoger wordt. Het creëren van nieuwe parken en het vergroten van de kwaliteit en de gebruiksmogelijkheden van bestaande groengebieden voor alle Amsterdammers is daarom een grote opgave. Deze opgave kan gekoppeld worden aan de mobiliteitstransitie, omdat er mede door duurzaam en ruimte-efficiënt vervoer kansen ontstaan voor een andere inrichting van wegen, straten en pleinen. Tegelijkertijd vragen ruige en stille groengebieden als de volkstuinparken om bescherming. Deze hebben een belangrijke ecologische functie en bieden de stedeling plek voor rust en ontspanning. Ten slotte ligt er de enorme opgave om de stad goed te beheren. Dat gaat deels over onderhoud, maar ook over de zeer kostbare aanpak van kades en bruggen.
Actief burgerschap De groeiopgaven van onze metropool in transitie vragen niet alleen om een actieve overheid, maar ook om actief burgerschap. Bouwen aan de toekomst betekent meer dan ooit dat we het samen moeten doen. Samen met de inwoners van onze stad, samen met professionele partners en instituten. Zonder betrokkenheid en samenwerking ontstaat er geen inclusieve stad, waar mensen zich thuis voelen. We moeten Amsterdammers, marktpartijen en instellingen beter in staat stellen hun bijdrage te leveren. Om ook mede invulling te geven aan de wijze waarop we als stad groeien. Volgens de geest van de Omgevingswet werken we aan een centralere positie voor de burger in de stadsontwikkeling. Dat vraag iets van het delen van kennis en informatie en het ondersteunen van particulier initiatief in de bouw. Ook binnen de reguliere ontwikkelaarsbouw liggen er opgaven om meer ruimte te bieden voor variatie in woonwensen en exploitatievormen.
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
4 Vijf strategische keuzes Met vijf strategische keuzes geven we richting aan het bouwen aan een menselijke metropool: Amsterdam en de rest van de metropoolregio als plek waar mensen zich thuis kunnen voelen en zich kunnen ontwikkelen. De opgaven ten aanzien van woningbouw, economische vitaliteit, de energietransitie, de mobiliteitstransitie, verbeteren van het groen en de leefbaarheid en meer ruimte voor maatschappelijk initiatief staan alle ten dienste van die ene ambitie. De strategische keuzes hangen met elkaar samen en geven samen richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam als onderdeel van de metropoolregio. Vooropstaat dat we een schaalsprong maken in ons denken over de stad in de regio. We focussen ons minder op het centrum van Amsterdam en richten de blik meer naar buiten. Dit maakt het nodig dat we inzetten op stevige verbindingen binnen de stad en tussen alle kernen van de regio. Tegelijk respecteren we de bestaande grenzen van de stad, zorgen we voor een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en gaan we voor meer groene kwaliteit in buurten en het landschap. Een succesvolle stad is een onderscheidende stad, waarvan de burgers dragers zijn. Daarom zoeken we naar manieren om de samenleving een actievere rol te geven bij bouwen en beheren van de stad.
Amsterdam kiest met Meerkernige ontwikkeling voor meer evenwicht in de stad en de regio en nieuwe ruimte voor economisch herstel, groei en innovatie. We willen het centrum ontlasten en eraan bijdragen dat de verschillende kernen in de regio zich verder ontwikkelen tot onderscheidende, complete en compacte stedelijke gebieden. Binnen Amsterdam zal de ontwikkeling zich concentreren in
Deel I | Visie
en tegen de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Amsterdam groeit op een compacte en duurzame manier. Daarom kiezen we voor Groeien binnen grenzen. Transformatie van bedrijventerreinen en verdichting van naoorlogse wijken wenden we aan voor het versterken van het sociale fundament en het verduurzamen van de hele stad. We zorgen overal voor voldoende ruimte voor ontmoeting en draagvlak voor voorzieningen en ondernemerschap. Een mix van wonen, werken en voorzieningen is het uitgangspunt. Verdichting vraagt om slim ruimtegebruik, ook door mobiliteit, en een gezonde leefomgeving, die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten en spelen. Met Duurzaam en gezond bewegen geeft Amsterdam ruim baan aan lopen, fietsen en openbaar vervoer. De inrichting van de leefomgeving nodigt uit tot actief bewegen, spelen en sporten. Een geïntegreerd regionaal ov-systeem, nieuwe overstapen overslaghubs en goede fietsvoorzieningen houden de stad bereikbaar. Minder auto’s geeft mede ruimte voor Rigoureus vergroenen. Zo zorgen we in alle buurten voor meer leefkwaliteit. Bomen en planten in de openbare ruimte en op en aan gebouwen helpen om de stad klimaatbestendig en leefbaar te houden voor mens, dier en plant. Ten slotte onderzoekt Amsterdam met Samen stadmaken de mogelijkheden voor meer maatschappelijk initiatief. We willen ruimte bieden aan zeggenschap en eigenaarschap over de eigen leefomgeving.
Daarbij heeft de gemeente een duidelijke rol bij het stellen van de kaders, maar nemen we tegelijk een open houding aan naar stad en samenleving, zijn we nieuwsgierig en maken we ruimte voor experimenten. Samenwerking met de stad, marktpartijen en onze partners in de regio staat voorop.
49
Meerkernige ontwikkeling Van uitrol centrumgebied naar een meerkernige en meer diverse verstedelijking Amsterdam groeit als stad en als metropool. We willen de economische kracht van de metropoolregio vergroten. De behoefte aan stedelijke plekken als vestigingsmilieu voor internationale bedrijven en kennisinstellingen en als aantrekkelijke leefomgeving blijft groot. Naast de bestaande hoogstedelijke gebieden voor wonen en werken, centrum en Zuidas, zijn nieuwe onderscheidende stedelijke kernen nodig. Deze willen we in de hele stad en regio laten ontstaan. Binnen Amsterdam maken we ruimte voor circa 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Tegelijk zetten we ons in voor meer werkgelegenheid in de regiokernen. We willen de tendens van ongelijk verdeelde groei, ruimtelijke segregatie en toenemende kansenongelijkheid doorbreken en de druk op het Amsterdamse centrum verminderen. Met een evenwichtige ontwikkeling van de stad, de agglomeratie en de regio als geheel bouwen we aan meer variatie en tegelijk meer samenhang in de metropoolregio. Amsterdam wordt daarmee een meerkernige stad. Focus op Nieuw-West, Zuidoost en Noord Nieuw-West, Zuidoost en Noord ontwikkelen zich tot complete stedelijke kernen in de metropoolregio. Hier liggen de grote transformatiegebieden Amstel-Stad, Haven-Stad, Schinkelkwartier en noordelijke IJ-oevers.
Met de naastgelegen buurten in Nieuw-West, Zuidoost en Noord vormen ze straks een samenhangend geheel. Als stedelijke kernen zijn deze stadsdelen geen uitbreidingen van het Amsterdamse centrum, maar ontwikkelen ze zich op eigen voorwaarden en met een eigen invulling van stedelijke kwaliteit. Bij meerkernige verstedelijking hoort ook een spreiding van voorzieningen en instellingen met een stedelijke en regionale uitstraling. Daarbij zijn cultuur en kennis belangrijke dragers. We bouwen onder andere een nieuw theater aan de Sloterplas en een bibliotheek in Zuidas, en we streven naar een nieuw cultuurgebouw aan het Buikslotermeerplein. Nieuwe ruimte voor werken, kennis en bezoekers Met de ontwikkeling van Nieuw-West, Zuidoost en Noord tot gebieden met een eigen stedelijke kwaliteit richt Amsterdam zich ste-
50
viger op de rest van de regio. Concentraties van werken en publiekstrekkende voorzieningen in Amsterdam krijgen vooral een plek in stationskwartieren bij de belangrijke stations: Sloterdijk, Bijlmer-ArenA, Zuid, Amstel en CS. Banen en voorzieningen zijn daarmee voor mensen vanuit de rest van de metropoolregio en Nederland uitstekend bereikbaar met openbaar vervoer. We koesteren de internationaal unieke innovatie- en start-upcultuur en de sterke positie van kennisinstellingen. In kenniskwartieren zoals het Marineterrein, Schinkelkwartier, Amstelcampus, VU-kwartier en Science Park Amsterdam maken we ruimte voor synergie tussen samenleving, economie en onderzoek. We verminderen de druk op het Amsterdamse centrum door het verplaatsen van toeristische functies zoals de Passenger Terminal Amsterdam. In de binnenstad werken we aan het herstel van de balans tussen wonen, werken en bezoekerseconomie. Amsterdam zet ook actief in op een goede spreiding van werkgelegenheid binnen de regio. Grotere regiokernen als Almere, Zaanstad, Purmerend en Hoofddorp worden logische plekken voor nieuwe vestigingen van hoger onderwijs en voorzieningen met een regionale functie. Zo dragen we in stad en
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
regio bij aan meer gelijke kansen voor mensen om zich te ontwikkelen. Amsterdam streeft een koploperspositie na in verduurzaming en circulaire economie. De haven buiten de A10 biedt milieuruimte voor circulaire economie en energieopwekking en -opslag. Hier is ook plek voor logistieke bedrijven. Voor stadsverzorgende bedrijven en de maakindustrie behouden en intensiveren we bedrijfslocaties en scheppen we nieuwe ruimte in productieve wijken, zoals Haven-Stad en Buiksloterham. Samen met de regio onderzoeken we nieuwe bedrijfslocaties.
en de stad gaat veel meer gebruikmaken van het water en de waterranden voor recreatie en vervoer van mensen en goederen.
Van stadsranden naar nieuwe voorkanten Nieuwe grote ontwikkelgebieden grenzen direct aan de groene scheggen en aan het water van het IJ. Deze nieuwe stadsranden geven we veel aandacht. De infrastructuurbarrières tussen Nieuw-West en Zuidoost en het landschap worden geslecht, waardoor deze stadsdelen voorkanten krijgen aan de Nieuwe Meer, de Bretten en de Amstelscheg. We investeren in het landschap, indien mogelijk benutten we daarvoor opbrengsten uit aangrenzende gebiedsontwikkeling. Het IJ krijgt nog meer een centrale plek in de stad, met aantrekkelijke oevers en groene plekken. Het waterfront wordt met de nieuwe bruggen en veren beter ontsloten
Deel I | Visie
51
Groeien binnen grenzen Verdichting door complete en duurzame wijkontwikkeling
Groeien binnen grenzen betekent dat Amsterdam de ecologische voetafdruk wil beperken. Compacte verstedelijking is daar een belangrijk middel voor. Compact betekent immers dat landschappen buiten de stad open kunnen blijven, dat reisafstanden kort zijn en we efficiënt omgaan met infrastructuur en voorzieningen. Amsterdam maakt tot 2050 binnen de huidige stadsgrenzen ruimte voor minimaal 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers, in met werken en voorzieningen gemengde buurten. Deze groei zetten we in om de sociale kwaliteit van de bestaande stad te vergroten en onze duurzaamheidsdoelstellingen te halen. Groeien binnen grenzen geeft daarmee mede invulling aan de donut-stad, met een stevig sociaal fundament en het minimaliseren van het fysieke ruimtebeslag van de stad, van gebruik van grondstoffen en van de bijdrage aan klimaatverandering. Aantrekkelijke buurten Groei en verdichten van de bestaande stad is geen doel op zich. Met meer woningen, voldoende werkplekken en publiekstrekkende voorzieningen zorgen we in de hele stad voor voldoende massa en draagvlak voor maatschappelijke voorzieningen, openbaar vervoer en lokale ondernemers. We bouwen gemengde wijken met een stevige focus op betaalbare woningen, deels ook in nieuwe ontwikkelvormen. Daarbij bewaken we de balans tussen rust en reuring.
Bij verdichting staat de menselijke maat en de kwaliteit van de openbare ruimte voorop. Gebouwen dragen positief bij aan hun directe omgeving, bijvoorbeeld met aantrekkelijke gevels en publieksfuncties en veel ingangen aan de straat. Zo versterken ze de collectieve waarde van de stad. Ze vergroten bovendien de veiligheid dankzij meer ‘ogen op straat’. Nieuwe projecten in de bestaande stad zijn niet in zichzelf gekeerd, maar echt onderdeel van hun omgeving. Ze versterken de samenhang binnen en tussen buurten. Nieuwe stedelijke kwaliteit In de transformatiegebieden en in de naoorlogse wijken bouwen we aan meer stedelijke kwaliteit. Daarbij zijn de bestaande waarden en behoeften in de stadsdelen NieuwWest, Zuidoost en Noord uitgangspunt.
52
Bij de grote stations en rond de stadsdeelcentra Osdorpplein, Buikslotermeerplein en Amsterdamse Poort maken we meer dichtheid en mengen we wonen en werken met stedelijke voorzieningen. Het worden plekken met stedelijke betekenis, die veel meer dan nu via straten, lanen en groene routes onderdeel zijn van hun directe omgeving. Hoogbouw kan op deze plekken goed bijdragen aan verdichten met kwaliteit en dienen als oriëntatiepunt. In de vooroorlogse stad bewaken we de prettige afwisseling tussen rustige woonstraten en levendige stadsstraten en pleinen. Verdichten van de bestaande stad Het vinden van ruimte om te groeien en voor benodigde voorzieningen en infrastructuur lukt alleen als we de stad verdichten, met boven- en ondergrond als één opgave. Hierbij ontstaan spannende dilemma’s. In een verdichtende stad wordt de ruimte namelijk schaarser. Dat betekent dat we altijd keuzes zullen moeten maken in de beperkte ruimte die we hebben. Drukker gebruik betekent bovendien ook dat intensiever beheer nodig is. Deze keuzes kunnen we alleen verantwoord maken als we naar de stad open zijn over het waarom en in overleg gaan met de Amsterdammers. De grootste verdichtingskansen liggen in gebiedstransfor-
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
maties, waar eenzijdig werken in lage dichtheid plaatsmaakt voor gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Stadsverzorgende en productieve bedrijvigheid blijft hier waar mogelijk behouden. In de naoorlogse buurten is verdichting mogelijk zonder grootschalige sloop van bestaande woningen. We benutten bijvoorbeeld op een slimme manier bestaande ruimte langs doorgaande verkeerswegen. Verduurzaming van de bestaande stad Ontwikkeling in bestaande buurten gebruiken we om de energietransitie van de stad en verduurzaming van bestaande gebouwen te versnellen. Bij nieuwbouw en renovatie worden zoveel mogelijk duurzame bouwwijzen en materialen toegepast. Gebouwen hebben een overmaat in hoogte en constructie en flexibele indeling, zodat ze in de toekomst gemakkelijk kunnen worden aangepast aan veranderende gebruikseisen. Voor openbare ruimte geldt iets vergelijkbaars: we maken eenvoudige, en daarmee flexibel bruikbare straatprofielen, uitgevoerd in duurzame, herkenbaar Amsterdamse materialen. In de haven reserveren we ruimte voor circulaire economie en duurzame energieopwekking. Ook in nieuwe buurten zorgen we dat we voldoende plek hebben voor nutsvoorzieningen en circulaire ambities.
Deel I | Visie
53
Duurzaam en gezond bewegen Heel Amsterdam een ov-, wandel- en fietsstad
In een verdichtende stad moeten we slim gebruikmaken van de schaarse ruimte. Een intensief bebouwde stad is in principe een gezonde plek om te leven, zolang de lucht schoon is en de leefomgeving veilig is en uitnodigt tot spelen en bewegen. Nabijheid is daarvoor van groot belang. Amsterdammers vinden daarom straks op loop- en fietsafstand buurtvoorzieningen, winkels en uitgaansplekken en parken en op maximaal vijftien minuten fietsen stedelijke voorzieningen en grote groengebieden. Richting 2050 krijgen stap voor stap in de hele stad voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer ruim baan. Zo blijft er voldoende ruimte voor noodzakelijk vervoer, zoals nood- en hulpdiensten, logistiek en mensen met een beperking. Een autoluwe stad vraagt een grote inzet. Bijvoorbeeld op nieuwe openbaarvervoerverbindingen en goede overstapmogelijkheden, die banen en voorzieningen ook vanuit de regio beter bereikbaar houden. Samenwerking met Rijk en regiopartners is daarvoor onmisbaar. Ontmoeten en bewegen Een stad brengt mensen samen. Verbindingen en aantrekkelijke verblijfsplekken met een rijk voorzieningenaanbod zijn daarom van het grootste belang. De vaak toevallige kennisuitwisseling tussen veel verschillende mensen in een stedelijke omgeving ligt aan de basis van veel culturele en economische vernieuwing.
Onmisbaar daarvoor zijn een aantrekkelijke en onderscheidende openbare ruimte en publieke plekken als cafés, restaurants, specialistische winkels en culturele voorzieningen. Juist de combinatie van verkeer en ontmoeten geeft aan sommige straten een stedelijke kwaliteit. In deze stadsstraten en stadslanen is het prettig verblijven. Ze zijn tegelijk veilige en aantrekkelijke routes voor fietsers en voetgangers, die buurten met elkaar verbinden. Dit geldt in het bijzonder ook voor kwetsbare groepen. Een verdichtende stad nodigt uit tot lopen en fietsen Meer kwaliteit in verblijfsgebieden en routes voor langzaam verkeer levert ook voor buurten veel op. Zeker in de naoorlogse delen van de stad biedt minder ruimte voor de auto hiervoor kansen. Drukke autoroutes, zoals de Lelylaan, de Burg. Roëllstraat en de Gooiseweg,
54
kunnen op termijn uitgroeien tot aantrekkelijke straten. Als de hoeveelheid auto’s hier teruggebracht wordt, ontstaat er ruimte om te wonen en voor lokaal ondernemerschap en voorzieningen. Verdichten van de stad kan zo bijdragen aan meer leefkwaliteit, met winkels, voorzieningen, buurtgroen en ruimte voor bewegen om de hoek. Dat maakt gebruik van de auto minder noodzakelijk en nodigt uit tot wandelen en fietsen. Extra inwoners en voorzieningen vergroten bovendien het draagvlak voor het openbaar vervoer. De inzet op een wandel- en fietsstad gaat stap voor stap. Voor deze veranderingen is een lange adem nodig, omdat we eerst maatregelen moeten nemen gericht op afname van autobezit en -gebruik. Steeds meer plekken verkleuren nu en straks tot prettige verblijfsgebieden. Goed openbaar vervoer, aantrekkelijke en veilige fietsroutes, een breed aanbod van deelmobiliteit en de inrichting van overstap- en overslaghubs zijn een voorwaarde voor het in de hele stad verminderen van het ruimtebeslag door de auto. De baten ervan zijn vooral voor kwetsbare groepen groot: meer ruimte voor kinderen om te spelen en voor ouderen en mensen met en beperking om mobiel te zijn.
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
Een samenhangende stad in een verbonden regio Een autoluwe stad moet ook een bereikbare stad zijn. Goede verbindingen voor fiets, openbaar vervoer en lichte en schone vervoermiddelen in de stad en de hele regio zorgen daarvoor. Nieuwe schakels binnen en tussen stadsdelen maken dit netwerk compleet. Bruggen over het IJ, een Schinkelbrug tussen Zuid en NieuwWest en een fietsbrug over de Amstel zijn daar voorbeelden van. Het stedelijk netwerk van stadsstraten en –lanen en groene routes sluit naadloos aan op routes voor fiets, e-bike en nieuwe, lichte en schone vervoermiddelen richting de buurgemeenten en door het landschap naar de verder weg gelegen regiokernen.
pool. De trein zal binnen Europa veel vluchten vervangen. Amsterdam Zuid en Schiphol zijn de belangrijkste internationale treinstations. De opgave is om tegelijk met deze regionale schaalsprong het fijnmazige stads-ov te versterken. Hiervoor is verdichting in naoorlogse wijken mede nodig. In veel delen van de regio zal de auto het belangrijkste vervoermiddel blijven. Zogenaamde vervoerhubs bieden een aantrekkelijke gelegenheid om over te stappen. Ze zullen ook voor stadsdistributie een centrale rol gaan spelen voor overslag van zware vrachtwagens naar licht en schoon vervoer over weg en water.
Het verbeteren van de regionale bereikbaarheid vraagt om schaalsprong in het openbaar vervoer. Nieuwe metroverbindingen ontsluiten grote Amsterdamse ontwikkellocaties. Ze gaan samen met sprintertreinen en snelle regiobussen en sneltrams een groot deel van het regionale verkeer van en naar Amsterdam verzorgen. Richting het zuiden komt er meer ruimte op het spoor voor intercity’s en internationale treinen. Internationale verbindingen zijn onmisbaar voor Amsterdam als kennismetro-
Deel I | Visie
55
Rigoureus vergroenen Een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier Vergeleken met zestig jaar geleden is Amsterdam een onnoemelijk veel groenere stad geworden. De wijze waarop straten en buurten een nieuwe groene kwaliteit kregen dankzij straatbomen, groenere inrichting van de openbare ruimte en gevelgroen willen we in de hele stad toepassen. We verenigen daarmee de wens om meer stedelijke kwaliteit te ontwikkelen met de noodzaak om de stad klimaatbestendig en leefbaarder te maken voor mens, dier en plant. Het vergroenen krijgt zijn beslag in het landschap, in de buurt en op en rondom gebouwen. We zoeken daarbij naar innovatieve oplossingen om de leefomgeving in de hele stad groener te maken. Daarbij staan de kwaliteit en diversiteit voorop: we maken meer groen toegankelijk voor Amsterdammers, maar behouden ook stadsnatuur in ruige en rustige gebieden. Landschappen, parken en verbindingen Amsterdam versterkt de bestaande structuur van groene scheggen, die ver doordringen in de stad. We zien deze als landschapsparken die meer dan nu een recreatieve betekenis krijgen. Bestaande landschappelijke waarden zijn daarbij het uitgangspunt. Daar voegen we nieuwe kwaliteiten aan toe en we pakken bestaande problemen aan. Zo willen we de omschakeling naar kringlooplandbouw stimuleren, de bodemdaling beperken en werken aan een herstel van biodiversiteit.
Hiermee realiseren we niet alleen toekomstbestendiger landschappen, maar ook landschappen die vol zijn van leven en daarmee aantrekkelijker voor de stedeling. De landschappen zijn dankzij een samenhangende structuur van parken, plantsoenen en groene routes verbonden met buurten in de hele stad. In ontwikkelgebieden investeren we in nieuwe parken, bijvoorbeeld in Haven-Stad, op de Noordelijke IJ-oever en op het Marineterrein, waar een compact stadspark aan het Oosterdok komt. Ook onderzoeken we of het mogelijk is een tweede stadsbos in een van de groene scheggen te realiseren. Tegenover meer ruimte voor sport, spel en ontspanning in parken en landschappen staat dat we rust- en ruigtegebieden in en om de stad beschermen, zoals grote delen van de Bretten en de Oeverlanden of de Koeienweide in het Vondelpark. De inrichting van parken kan
56
ook bijdragen aan een meer op rust geconcentreerd gebruik. Bij de Sixhaven gaan we bijvoorbeeld voor een kleinschalige groene inrichting: De Sixtuinen. Zo behouden we in en rond de stad hoge natuurwaarden en kunnen Amsterdammers op fietsafstand rust en natuur ervaren. Groen in de buurt In nieuwe buurten hanteren we een streefnorm voor groen, zodat ook in nieuwe ontwikkelingen voldoende ruimte voor plantsoenen, buurtparken en spelen en bewegen is. Straten en pleinen in bestaande buurten krijgen een groenere inrichting, met zowel grotere plantsoenen als snippergroen. Daarbij geldt het principe dat de openbare ruimte zoveel mogelijk groen wordt ingericht, tenzij dit om functionele redenen, zoals bereikbaarheid of een drukke verblijfsfunctie niet mogelijk is. Meer straatbomen en -groen en minder steen is in de dichtbebouwde stadsdelen binnen de ring een belangrijke klimaatambitie. In de naoorlogse stad ligt de nadruk meer op het vergroten van de natuurwaarden en de gebruiksmogelijkheden van het aanwezige groen in combinatie met verdichting. Autoluw creëert veel ruimte voor meer groen in buurten, maar met ruimte alleen zijn we er niet. Keuzes in de openbare ruimte blijven nodig. Beter groen betekent soms minder groen oppervlak. Sociale veiligheid speelt hierbij
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
een rol. We kijken daarom verder dan het straatniveau. Gebouwen worden groener door natuurinclusief te bouwen, waarbij beplanting integraal onderdeel wordt van gebouwen. Groene daken, gevels en tuinen geven ook intensief bebouwde buurten een groen aanzicht, met meer leefruimte voor dieren. We beschermen het groen op particulier terrein, met name binnentuinen, zoveel mogelijk en zetten in op behoud en uitbreiding van het onverharde en groene grondgebied. Groene tuinen en erven dragen bij aan licht en ruimte, zijn goed voor de gezondheid, biodiversiteit en luchtkwaliteit. Ze zorgen voor minder hittestress en meer waterberging en klimaatadaptatie.
oplossingen, waarbij functies bijvoorbeeld worden gecombineerd. Daarbij zal het nodig zijn om verder te kijken dan de individuele straat of een opzichzelfstaand project. Groene kwaliteit vraagt ook om investeren in aanleg en goed beheer. Vergroenen van de verdichtende stad moeten we samen doen. Het vraagt om betrokkenheid van Amsterdammers bij keuzes maken en bij het beheer van het groen. We zien de kwaliteit die Amsterdammers zelf maken in volkstuinparken als inspirerend voorbeeld. Het behouden van deze unieke kwaliteiten staat bij het openbaar toegankelijk maken van tuinparken dan ook centraal. Gebruik past zich daar op aan.
Een uitdagende en gezamenlijke opgave Rigoureus vergroenen komt boven op de ruimte die nodig is voor verkeer en vervoer, verblijven, sport en de energietransitie. Zowel boven- als ondergronds zal er vaak onvoldoende ruimte zijn om alles een plek te geven. Dit vraag om het maken van echte keuzes en om slimme