2. Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Actualisatie 2025.pdf
Tekst van het document
95
7.10 Energie- en warmtesysteem Met de groei van de gemeente groeit ook de vraag naar elektriciteit en warmte. Amsterdam wil zo veel mogelijk schone energie opwekken en opslaan op eigen grondgebied en slim gebruikmaken van nieuwe en bestaande warmtebronnen. Door zonnepanelen op grote en kleine daken, en door windturbines. Dat zijn op dit moment de meest bewezen technieken voor grootschalige opwekking, de inzet ervan is afgesproken in het nationaal Klimaatakkoord. Hoe en waar die komen is onderdeel van de ruimtelijke opgaven die op de gemeente afkomen. Een robuust elektriciteits- en warmtesysteem vraagt om een slimme boven- en ondergrondse inpassing.
7.10.1 Elektriciteitsnetwerk Een toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk is een randvoorwaarde voor de groei en verduurzaming van Amsterdam. Tot 2050 zal de vermogensvraag toenemen naar 3 tot 4 keer de vermogensvraag van nu. Dat is een vraag van 3.000 à 4.000 MW in 2050, in plaats van circa 1.000 MW in 2020. Om tijdig in de snelgroeiende vraag naar elektriciteit te kunnen blijven voorzien, werken we aan de uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur.
7.10.2 Windenergie Amsterdam heeft de ambitie om in 2030 minstens 127 megawatt vermogen windenergie te realiseren. In de RES 1.0 zijn de zoekgebieden voor windenergie opgenomen en in het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA) zijn gebieden aangewezen voor grootschalige windturbines, naast de Noorder IJplas die al in ontwikkeling is. Hier gaat de gemeente onder voorwaarden medewerking verlenen aan initiatiefnemers van windprojecten. In de andere zoekgebieden van de RES 1.0 zijn kleinere windturbines met een vermogen tot 2 megawatt in beginsel mogelijk. Deze kleinere windturbines worden individueel beoordeeld op basis van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en het geldende planologische kader. Kleine windturbines hebben geen effect op de doelstellingen van het PWA.
7.10.3 Zon Amsterdam wil 400 megawatt zonne-energie op grote daken en dubbelgebruik van stedelijke ruimtes opwekken. Daarnaast willen we 150 megawatt op kleine daken realiseren, zodat in 2030 de helft van alle geschikte daken voor zonne-energie wordt gebruikt. De gemeente richt zich voor 2050 op alle geschikte daken. Daarnaast wordt gezocht naar locaties waar dubbel ruimtegebruik toegepast kan worden, bijvoorbeeld op parkeerlocaties, langs infrastructuur (zowel op taluds, geluidsschermen, of bijvoorbeeld metrostations) en op tijdelijk braakliggende terreinen. Er zijn extra zoekgebieden voor zon op veld en water aangewezen. Voor de Noorder IJplas geldt het ja-mitsprincipe. Hier wordt medewerking aan initiatieven verleend, indien zij ruimtelijk en ecologisch goed inpasbaar zijn en er voldoende ruimte is voor andere functies. Voor de overige extra zoekgebieden zonne-energie geldt het nee-tenzij-principe. Er wordt pas naar deze gebieden gekeken wanneer de ambitie niet op de daken en via dubbel ruimtegebruik gerealiseerd kan worden.
7.10.4 Warmtebronnen De gemeente Amsterdam wil in 2040 helemaal aardgasvrij zijn. Het is belangrijk dat het alternatief duurzaam is, dat de overstap betaalbaar is en dat verschillende bronnen de benodigde warmte kunnen leveren. Op dit moment worden de twee grote stadswarmtenetten (in eigendom van Westpoort Warmte en Vattenfall) voorzien van warmte van AEB (afvalverbranding) en Diemercentrale (aftapwarmte van gasgestookte elektriciteitscentrales). Deze twee bronnen zullen stap voor stap vervangen worden door andere bronnen. Ook voor de gebiedsontwikkeling is behoefte aan duurzame warmte. Om te voorzien in de toekomstige warmtevraag en om de opwek hiervan te verduurzamen, moeten alternatieve bronnen ontwikkeld worden, zoals aardwarmte (geothermie), aquathermie en restwarmte uit datacenters. Ook zijn er hulpwarmtecentrales nodig die kunnen 96
bijspringen bij pieken in de warmtevraag. Er is niet één type warmtebron/-techniek die kan voorzien in de toekomstige warmtevraag: er is een slimme combinatie van technieken nodig om te komen tot een optimale mix van betaalbaar, duurzaam en leveringszekerheid. Zie voor meer informatie het deel WAT, hoofdstuk 10, Duurzaam Amsterdam.
97
8 Stadsdelen en stadsgebied Weesp De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 gaat over de gemeente als geheel, in de context van de wijdere omgeving. De opgaven, keuzes en richtingen die beschreven zijn in deel I slaan op verschillende manieren neer in de verschillende delen van de gemeente. In dit hoofdstuk wordt de gemeentelijke visie met gebiedspecifieke opgaven en richtingen uitgewerkt per stadsdeel en voor stadsgebied Weesp. Bovendien wordt in beeld gebracht wat het ruimtelijk-programmatisch kader betekent in de stadsdelen en Weesp. Voor elk stadsdeel en -gebied is een overzicht gemaakt van de belangrijkste elementen op de kaarten. De bestaande kwaliteiten van de gemeente zijn vertrekpunt bij de verdere ontwikkeling van Amsterdam. De stadsdelen en Weesp kennen elk unieke kwaliteiten die gekoesterd moeten worden. Ze vormen een mooie en onmisbare basis waarop de meerkernige kwaliteit van Amsterdam verder kan groeien. Een meer gebiedsgerichte en van onderop gevoede manier van werken aan de gemeente agenderen we daarom als onderdeel van Deel IV HOE.
98
99
100