CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Omgevingseffectrapportage omgevingsvisie amsterdam.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 3 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen en bespreken van het collegebesluit over de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en het bijbehorend ontwerp-Omgevingseffectrapport (ZD2020-014979)28.458 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage

projectnummer 0462872.100 definitief 10 december 2020

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage

projectnummer 0462872.100 definitief 10 december 2020

Auteurs drs T. (Tim) Artz P.J. (Peter) Verhoeven MSc K. (Kjell) Spillekom MSc

Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Amstel 1 1011 PN Amsterdam

datum vrijgave beschrijving revisie December 2020 definitief, versie voor inspraak

goedkeuring drs T. Artz

vrijgave drs. T. Artz

Inhoudsopgave

Blz.

Samenvatting

1

Inleiding De huidige situatie en referentiesituatie van de fysieke leefomgeving Beoordeling van de drie Verstedelijkings-alternatieven Beoordeling van het Voorkeursalternatief Aanbevelingen voor monitoring van het OER

1 4 6 9 13

1

Inleiding

15

1.1 1.2 1.3 1.4

De Amsterdamse Omgevingsvisie Amsterdam en de donuteconomie Een Omgevingseffectrapport voor Amsterdam Coronacrisis en dit OER

15 16 19 20

2

Een nadere blik op de opgaven en vraagstukken voor Amsterdam

22

2.1 2.2 2.3

Wat voor stad wil Amsterdam in 2050 zijn: vijf kernopgaven Waar vindt uitbreiding van Amsterdam plaats? Hoe worden de ambities bereikt en vindt sturing plaats?

22 23 24

3

Methodologie van dit OER

25

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Welke vragen staan centraal in dit OER? Van kernopgaven via de donuteconomie naar kernwaarden Hoe zijn de effecten per kernwaarde bepaald? Hoe komt de beoordeling voor de huidige situatie en referentiesituatie tot stand? Beoordeling Verstedelijkingsalternatieven en Voorkeursalternatief

25 26 29 30 33

4

De leefomgevingsfoto van Amsterdam

35

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Inclusief en betaalbaar Leefbaar Bereikbaar Milieukwaliteit sociaal fundament: Geluid Milieukwaliteit sociaal fundament: Geur en stof Milieukwaliteit sociaal fundament: Luchtkwaliteit Gezond Veilig Klimaatbestendig Ruimtelijke kwaliteit Economisch vitaal Klimaatneutraal Natuurlijk

35 45 52 67 76 78 85 96 106 114 122 131 140

4.14 4.15 4.16 4.17

Milieukwaliteit ecologisch plafond Circulair Regionale effecten in de referentiesituatie Samengevat: de kwaliteit van de leefomgeving van de huidige situatie en referentiesituatie

150 157 167 168

5

Beoordeling verstedelijkingsalternatieven

171

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Beschrijving verstedelijkingsalternatieven De drie verstedelijkingsalternatieven nader beschouwd Effecten van de verstedelijkingsalternatieven op de kernwaarden van het sociaal fundament Effecten van de verstedelijkingsalternatieven op de kernwaarden van het sociaal fundament Regionale effecten van de drie Verstedelijkingsalternatieveen Eindbeoordeling van de drie verstedelijkingsalternatieven Van drie verstedelijkingsalternatieven naar één Voorkeursalternatief

171 172 178 225 240 243 244

6

Het voorkeursalternatief

246

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7

Beschrijving van het Voorkeursalternatief Beschrijving van de effecten Effecten op de kernwaarden van het sociaal fundament Effecten op de kernwaarden van het ecologisch plafond Regionale effecten van het Voorkeursalternatief Kansen en risico’s van het Voorkeursalternatief op de proceskwaliteit en kosteneffectiviteit Eindbeoordeling: het Voorkeursalternatief is meer dan de som der delen

246 256 256 296 305 306 309

7

Een vinger aan de pols: monitoring en herijking

314

7.1 7.2 7.3

De Omgevingsvisie en het OER als onderdeel van de beleidscyclus Monitoring van transities om de onzekerheidsmarge te verkleinen Aanbevelingen voor monitoring

314 316 318

8

Slotbeschouwing

323

Bronnen

324

Bijlage 1 Passende Beoordeling

327

1

Inleiding

328

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Globale schets van het Voorkeursalternatief Waarom een Passende Beoordeling? Doel Passende beoordeling Leeswijzer

328 328 329 329 330

2

Wettelijk kader

331

2.1 2.2 2.3

Vogel- en Habitatrichtlijn Wet natuurbescherming – Natura 2000 Wettelijk kader stikstof

331 331 332

3

Amsterdam en Natura 2000-gebieden

335

4

Potentiële effecten op Natura 2000-gebieden

339

4.1 4.2 4.3 4.4

Twee typen effecten nader beschouwd op twee Natura 2000-gebieden Impact van het Voorkeursalternatief in relatie tot recreatie en Natura 2000 Impact van het Voorkeursalternatief in relatie tot stikstofdepositie en Natura 2000 Conclusies

339 339 339 344

Omgre projectnummer 12345 21 december 2020

Omgevingseffectrapport Samenvatting

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Samenvatting Inleiding Grote opgaven vragen om een visie op de fysieke leefomgeving Amsterdam is een aantrekkelijke stad en heeft een (inter)nationale aantrekkingskracht op mensen die graag in Amsterdam willen wonen, werken en/of genieten van de rijke geschiedenis van de stad, het culturele klimaat en de voorzieningen. De stad groeit aan alle kanten en het is aan de gemeente om dit zo goed mogelijk te faciliteren. Zo zal Amsterdam groeien met ruim 150.000 nieuwe woningen en 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Tegelijkertijd vragen grote opgaven, zoals energietransitie, circulariteit en klimaatverandering, ook om nieuwe ruimte. Met de Omgevingsvisie geeft Amsterdam richting aan de opgaven die er liggen. De centrale vraag van de Omgevingsvisie is wat voor stad Amsterdam is in 2050. De vijf kernopgaven die daarin centraal staan zijn:

Om de vijf kernopgaven te realiseren en rekening te houden met de groei van de stad en transities (bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, energie en mobiliteit) zijn strategische keuzes nodig. Een Omgevinsgseffectrapport (OER) als toetsingskader van de Omgevingsvisie In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met een mogelijk grote impact op de ‘fysieke leefomgeving’ een milieueffectrapportage (MER) op te stellen. Dit geldt ook voor de Omgevingsvisie Amsterdam. Waar een MER vroeger alleen milieueffecten behandelde, gaat het tegenwoordig ook over thema’s als mobiliteit, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit, energie en circulair bouwen. Dit past ook bij de Omgevingswet die binnenkort van kracht wordt. De Omgevingsvisie van Amsterdam gaat hierin nog een stap verder en kijkt in brede zin naar de fysieke leefomgeving. Daarom is gekozen voor een naam die recht doet aan de brede scope: een OmgevingsEffectRapportage (OER).

Blad 1 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Inzicht in de kwaliteit van kernwaarden als toetsingskader De Britse econoom Kate Raworth beschrijft in haar boek 'Donuteconomie' (2017) een nieuw economisch model waarin in de behoefte van iedereen kan worden voorzien, zonder dat dit ten koste gaat van onze planeet. Raworth gebruikt hiervoor de termen sociaal fundament en ecologisch plafond. Het sociaal fundament zijn de basisbehoeften waar iedereen in voldoende mate over zou moeten kunnen beschikken. Het ecologisch plafond geeft de druk aan die de mensheid uitoefent op de levenschenkende systemen van de aarde. Voor de OER van de omgevingsvisie Amsterdam 2050 is een specifiek beoordelingskader ontwikkeld. Daarvoor zijn de onderdelen van het donutmodel als inspiratiebron gebruikt. Daarbij is door de gemeente en Antea Group gekeken welke waarden, die belangrijk zijn in het kader van de omgevingsvisie Amsterdam, gerelateeerd kunnen worden aan het sociale fundament van Amsterdammers en welke aan het ecologisch plafond. Deze waarden noemen we kernwaarden.

In het OER zijn de effecten van de huidige situatie, de referentiesituatie, drie Verstedelijkingsalternatieven en het uiteindelijke Voorkeursalternatief op de diverse kernwaarden in beeld gebracht.

Blad 2 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Vier vragen die beantwoord worden in dit OER In het OER zijn vier vragen op de fysieke leefomgeving van Amsterdam en omgeving in beeld gebracht en beoordeeld: 1. Wat is de huidige kwaliteit per kernwaarde? 2. Wat is de kwaliteit per kernwaarde in de toekomst (2050) zonder dat de Omgevingsvisie van kracht wordt (de zogenaamde ‘referentiesituatie). 3. Wat is de impact van de Verstedelijkingsalternatieven op elke kernwaarde? 4. Wat is de impact van het Voorkeursalternatief op elke kernwaarde?

Hoe zijn de effecten op de kernwaarden beoordeeld? Om de vier vragen te kunnen beoordelen is een beoordelingskader opgesteld. Per kernwaarde zijn indicatoren bepaald. Een indicator is een maatstaf om te bepalen hoe goed of slecht iets scoort. Naast de indicatoren staat ook wat de streefwaarde is (met andere woorden, wanneer is het goed en wanneer niet) en de gewenste beweging (met andere woorden, wanneer gaat het goede kant op). Per kernwaarde zijn vaak meerdere indicatoren gebruikt. Bijvoorbeeld voor de kernwaarde ‘Gezond’ zijn de beschouwde indicatoren: overgewicht, gezond voedselaanbod, beweegvriendelijke omgeving en rookvrije omgeving’. Per kernwaarde is voor de huidige situatie en referentiesituatie een score toegekend, conform onderstaande waardering. Hieruit blijkt in hoeverre de beleidsdoelstellingen voor de kernwaarde gehaald worden. Score 5 4 3 2 1

Waardering

Toelichting De staat is overal goed, er zijn geen knelpunten (streefwaarden/ambities worden overal gehaald) De staat is overwegend goed, lokaal zijn er wat knelpunten (streefwaarden/ambities worden grotendeels gehaald) De staat is redelijk, verspreid zijn er knelpunten (streefwaarden/ambities worden vaak wel, soms niet gehaald) De staat is matig, er zijn redelijk wat knelpunten (streefwaarden/ambities worden soms gehaald) De staat is overal slecht, er zijn overal knelpunten (streefwaarden/ambities worden nergens gehaald).

Blad 3 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

De huidige situatie en referentiesituatie van de fysieke leefomgeving De kwaliteit van de fysieke leefomgeving is per kernwaarde in beeld gebracht. Voor de huidige situatie is het goed mogelijk om te duiden wat de kwaliteit van de kernwaarden is. Hiervan zijn meetgegevens of onderzoeksrapporten van beschikbaar. Dit beeld is specifiek voor Amsterdam goed te construeren, omdat Amsterdam haar data en beleid (incl. monitoring) goed op orde heeft. Voor het bepalen van de referentiesituatie is het beeld minder eenduidig te bepalen. Het kompas om op te varen zijn beleidsmatige doorrekeningen, trends en expert judgement. Toch blijft voor diverse kernwaarden een grote mate van onzekerheid bestaan. Vandaar dat bandbreedtes bij elke kernwaarde in de beoordeling zijn opgenomen. Voor sommige kernwaarden zijn deze bandbreedtes groter, omdat het thema’s betreffen die relatief nieuw zijn (zoals Circulair) of omdat de trends een grote mate van onzekerheid bevatten (zoals Klimaatbestendig). In de figuur zijn de beoordelingen van alle kernwaarden samengevat weergegeven. De ruit geeft de huidige situatie weer en de blauwe en groene balken de onzekerheidsmarge (bandbreedte) de beoordeling van de referentiesituatie.

Kernwaarden waar een positieve trend voor verwacht wordt Er is een aantal kernwaarden waar de referentiesituatie positiever scoort dan de huidige situatie: • Bereikbaar: binnen Amsterdam (en in mindere mate Nederland) is sprake van een mobiliteitstransitie. De auto staat minder centraal en daarmee is een modal shift richting OV en langzaam verkeer bezig. Deze trend is al enige jaren bezig en krijgt een versnelling door de Agenda Autoluw waar enkele onderdelen concreet zijn/worden uitgewerkt. Onontbeerlijk voor uiteindelijk een definitieve positieve trend op deze kernwaarde is een forse upgrade van het OV-systeem met onder andere nieuwe metrolijnen. • Milieukwaliteit – geluid: door de Actieplannen Geluid en Autoluw verbetert de geluidbelasting (o.a. milieuzones, snelheidsverlaging, minder brommers, etc.). • Milieukwaliteit – luchtkwaliteit: door de landelijke, regionale en lokale maatregelen dalen zowel de achtergrondconcentraties als de emissies. • Veilig – risico’s: door realisatie ZuidasDok geen gevaarlijke stoffen meer over de A10 Zuid.

Blad 4 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

•

•

• •

Klimaatneutraal: met de Routekaart Energieneutraal en het Klimaatakkoord wordt hier lokaal en landelijk zwaar op ingezet. De opgave is wel groot gezien de afstand die afgelegd moet worden gezien de huidige situatie. Natuurlijk: de biodiversiteit en staat van natuur is de afgelopen jaren in Amsterdam verbeterd. Door continuering van het beleid is de verwachting dat deze trend zich door zal zetten. De kleine kans op verslechtering hangt samen met de stikstofproblematiek. Milieukwaliteit – Verontreiniging: door beleid op klimaatneutraal en schone lucht vermindert de uitstoot van bedrijven, mobiliteit en andere bronnen. Circulair: Amsterdam zet zwaar in op circulariteit in haar recente beleid. Hierdoor is de kans op een verbetering aanzienlijk, de onzekerheidsmarge hoe groot deze verbetering is vanwege het nieuwe karakter van deze kernwaarde echter nog aanzienlijk.

Kernwaarden waar een negatieve trend voor verwacht wordt Voor een drietal kernwaarden is de kans op een lagere kwaliteit door een negatieve trend groter dan een positieve ontwikkeling: • Inclusief en betaalbaar: een betaalbare woning is in Amsterdam niet voor alle groepen mogelijk. Ondanks de ingezette verbeteringen is niet de verwachting dat de geconstateerde aandachtspunten snel en volledig opgelost worden. Er is ook een gerede kans dat de neerwaartse trend zich blijft doorzetten. Ook de geconstateerde aanwezige vervoersarmoede voor mensen met een praktische opleiding en beroep blijft een aandachtspunt. • Leefbaar: aandachtspunten zijn de negatieve verwachte ontwikkeling voor de leefbaarheid van wijken in Nieuw-West en in iets mindere mate Zuidoost die in de huidige situatie ook al slechter scoren. ‘Nieuwe’ aandachtspunten qua toekomstbeeld zijn het Centrum en Noord. In het stadsdeel Centrum is men minder positief over de toekomst en wordt met name de toenemende drukte als steeds negatiever ervaren. • Klimaatbestendig: de effecten van klimaatverandering worden groter en beter merkbaar. Dit maakt de opgave ook groter. Het beleid hiervoor staat in de kinderschoenen en de verwachting is dat voordat dit geëffectueerd en geïnstitutionaliseerd is eerst een verslechtering zal optreden.

• Ruimtelijke kwaliteit: de kwaliteit van cultuurhistorie en diversiteit aan buurten, vrijplaatsen en stedenbouwkundige verschijningsvormen is hoog in Amsterdam. Dit zal niet veranderen is de verwachting. Wel neemt de druk op de bestaande stad toe, waardoor de belevingswaarde van erfgoed en architectuur mogelijk af kan nemen. Kernwaarden waar het nog beide kanten op kan Tot slot is een viertal kernwaarden waar de trend nog beide kanten op kan gaan: • Gezond: deze trend kan echt twee kanten op gaan. Aan ene kant is de beleidsmatige aandacht en bijbehorende maatregelen nog nooit zo groot geweest. Hierdoor is een positieve trend te verwachten. Aan de andere kant spelen sociaal-maatschappelijke trends in relatie tot meer overgewicht bij kinderen en volwassenen een prominente rol. De vraag is of dit beleidsmatig doorbroken kan worden. • Veilig - verkeer: de laatste jaren stijgen de cijfers met betrekking tot ernstige ongevallen weer. Echter, de toekomst met lagere snelheden op diverse wegen, verdere gaande modal shift en zelfrijdende auto’s leidt waarschijnlijk tot een positieve trend. • Economisch vitaal: Amsterdam doet het economisch goed, in internationaal, nationaal en regionaal opzicht. Het is een banentrekker en -motor waarvan er geen indicaties zijn dat dit op (korte) termijn zal veranderen. De Coronacrisis geeft echter veel onzekerheid.

Blad 5 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Beoordeling van de drie Verstedelijkings-alternatieven In het OER zijn drie verstedelijkingsalternatieven onderzocht. De drie alternatieven gaan uit van een groei van Amsterdam met ongeveer 150.000 woningen en een toename van de werkgelegenheid met circa 200.000 banen. Deze opgave is dus in de drie alternatieven gelijk. De verstedelijkingsalternatieven zijn integrale alternatieven. Zo is voor elk alternatief een samenhangend pakket van ruimtelijke ingrepen, verdichtingslocaties en transformatiegebieden en ingrepen in het hoofdwegennet, de OV-infrastructuur en groenontwikkeling beschreven waarmee de stad kan groeien. De drie verstedelijkingsalternatieven zijn: Stad rond het centrum Dit alternatief bouwt voort op de aantrekkingskracht van het metropolitane centrumgebied door in te zetten op verdichting in de Ringzone en het centrale deel van de IJ-oevers. Het gaat uit van een zeer compact stadsmodel, waarin het huidige concentrisch stadssysteem in stand blijft. Ook wordt het centrum en binnen de Ring autoluw gemaakt. De bereikbaarheid van het centrum wordt verbeterd door het sluiten van de metroring tussen Isolatorweg en CS en de aanleg van een Oost-Westlijn van Schiphol via Osdorp, Lelylaan, Leidseplein, Weesperplein en Muiderpoort naar Sciencepark. HOV, in de vorm van buslijnen of een Zaan-IJ-tram, wordt via de Noordelijke IJ-oevers doorgezet naar Zaanstad.

Stad aan het water Amsterdam werkt al dertig jaar aan de ontwikkeling van de IJ-oevers. In dit alternatief wordt deze inzet voorgezet op de flanken van het waterfront. Het water gaat fungeren als belangrijke ruimtelijke drager voor de agglomeratie. Vrijwel de hele Noordelijke IJ-oevers wordt getransformeerd naar hoogstedelijke woon-werkgebieden. Om de nieuwe woongebieden aan het water met het economisch en cultureel kerngebied in het centrum aan de zuidzijde van de stad te verbinden, worden diverse nieuwe verbindingen voorgesteld. De metro Oostlijn wordt via de Hemknoop zowel aangesloten op de Ringlijn als via de Coen- en Vlothaven doorgetrokken naar Zaandam. Stad aan het landschap en het spoor Amsterdam ligt met zijn rug naar het landschap. Dit alternatief wil de potentie van de groene scheggen beter benutten. Ontwikkeling richt zich op verdichting en transformatie in de door OVinfrastructuur zeer goed ontsloten flanken van de lobben Zuidoost en Nieuw-West. Door het sluiten van de Ringlijn tussen Isolatorweg en CS en het verlengen van de Noord-Zuidlijn tot Schiphol en Hoofddorp worden de hier gelegen ontwikkelgebieden ontsloten. Ook creëren deze lijnen een parallel systeem dat ruimte op het nationaal spoor maakt voor meer intercity’s en internationale treinen. Tot slot wordt de Ring 10 een stedelijke verdeelring en diverse stedelijke drukke wegen afgewaardeerd.

Blad 6 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Methode van beoordeling De effecten van de drie verstedelijkingsalternatieven zijn, net als de huidige situatie en referentiesituatie, beoordeeld op de kernwaarden van het ecologisch plafond en het sociaal fundament. Per kernwaarde is beschreven en beoordeeld of een verstedelijkingsalternatief een positieve of negatieve bijdrage levert aan de verwachte score van de referentiesituatie. De verstedelijkingsalternatieven zijn op hoofdlijnen geformuleerd. Dit betekent dat pas bij concrete uitwerking veel duidelijk wordt over de exacte omvang, locatie en specifieke kenmerken van een bepaalde ontwikkeling. De effectbeoordeling op hoofdlijnen moet dan ook meer in de vorm van ‘kansen op positieve of negatieve effecten’ gezien worden. De kansen op positieve of negatieve effecten zijn volgens een traditionele opzet met plussen en minnen uitgevoerd. De maximale positieve effecten zijn met twee plussen (++) geduid en de maximale negatieve effecten met twee minnen (--). Het betreft een zevenpuntschaal. In de beoordeling van de alternatieven is voor de regio separaat stilgestaan bij de kansen en risico’s. Beschrijving van de effecten van de drie Verstedelijkingsalternatieven De beoordelingen zijn samengevat weergegeven in onderstaande tabel. Kernwaarde

Stad om het centrum

Stad aan het water

Stad langs het landschap en spoor

Inclusief en betaalbaar Leefbaar Bereikbaar Milieukwaliteit: geluid Milieukwaliteit: geur en stof Milieukwaliteit: luchtkwaliteit Gezond Veilig: verkeersveilig Veilig: externe veiligheid Klimaatbestendig Ruimtelijke kwaliteit Economisch vitaal

0/+ + + 0/+ + + + 0/0/0 +

+ 0/+ 0/+ 0/+ + 0/+ 0 0 0 + 0/+ +

+ + ++ 0/0/+ + + + 0/+ ++

Klimaatneutraal Natuurlijk Milieukwaliteit: bodem, water, lucht Circulair

0 0/+ + +

0/+ + ++ +

0 0 + +

Over het algemeen geldt dat alle alternatieven positieve effecten hebben op de onderdelen van het beoordelingskader. Dat heeft er bijvoorbeeld mee te maken dat alle alternatieven sterk inzetten op het bouwen van nieuwe woningen. Hierdoor ontstaan kansen op positieve effecten voor de kernwaarden betaalbaarheid, leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, economisch vitaal en klimaatneutraal. Enkele (andere) conclusies zijn: • Stad om het centrum heeft geen grote uitschieters in zeer positieve zin en enkele relatief beperkte aandachtspunten. Twee positieve ‘maatregelen’ uit dit alternatief die leiden tot positieve effecten zijn het autoluwer maken van het gebied binnen de Ring A10. Dit werkt ook door op andere thema’s als geluid, luchtkwaliteit en verkeersveiligheid. De tweede positieve maatregel is verdichting nabij buurten met een mindere leefbaarheid en gezondheid in Nieuw-West en in mindere mate Zuidoost. • Stad aan het water heeft geen echt negatieve effecten. Het scoort vooral goed door de transformatie van industrie-/zwaardere bedrijventerrein in Noord en de daarmee gepaard gaande winst in milieuruimte. Doordat minder in Nieuw-West, Zuidoost en op

Blad 7 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

•

mobiliteitsgebied gedaan wordt in dit alternatief zijn de scores op de andere terreinen lager dan de andere twee alternatieven. Stad aan het landschap en spoor scoort zeer positief op enkele kernwaarden. Met name de zware verdichting in Zuidoost en in mindere mate Nieuw-West leidt tot positieve effecten. Ook de herpositionering van de A10 en focus van autoluwe ontwikkeling rondom OV-knooppunten leiden tot positieve scores. De mindere scores komen voornamelijk doordat Haven-Stad en de IJ-oevers beperkt/ten dele worden ontwikkeld en daardoor woonfuncties dichter bij de industrie komen te liggen.

De regionale effecten laten geen groot onderscheidend beeld zien. De nadruk verschilt per alternatief. De spillovereffecten (zowel in positieve als negatieve) verschillen op gelijke wijze. De effecten van stad aan landschap en spoor doen zich meest nadrukkelijk voor in gemeenten ten zuiden van Amsterdam, terwijl stad aan het water de grootste effecten heeft op de noordelijke aangrenzende gemeenten. De regionale effecten zijn beschreven in paragraaf 5.5 van het OER. Van drie Verstedelijkingsalternatieven naar één Voorkeursalternatief Geen van de drie alternatieven biedt alle ingrediënten voor een evenwichtige meerkernige (en compacte) stad. Daarom bevat het voorkeursalternatief onderdelen uit alle drie de verstedelijkingsalternatieven. De nadruk ligt echter op een ontwikkeling aan het landschap en rond OV-knooppunten en langs het westelijk waterfront. Hier moeten intensief gebouwde en gemengde stadgebieden ontstaan, die direct de verbinding aangaan met de nabijgelegen buurten in Nieuw-West, Zuidoost en Noord enerzijds en met de aangrenzende groene scheggen en het water van het IJ anderzijds. De combinatie van nieuwe buurten en stationskwartieren met verdichting en uitgroei van de stadsdeelcentra Osdorpplein, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein tot meer gemengde stedelijke centra geeft invulling aan de meerkernige ambitie.

Hier ontstaat stedelijke kwaliteit en ruimte voor werken en de bezoekerseconomie, die de druk op het centrum van de stad vermindert. Een compacte meerkernige ontwikkeling betekent de ontwikkeling van de stad ín de bestaande stad. In principe worden de waardevolle basisprincipes van de stedenbouwkundige opzet behouden, gerepareerd of versterkt. Ook zijn bestaande kwaliteiten bij ontwikkeling van de verschillende stadsdelen en ontwikkelgebieden een uitgangspunt voor nieuwe stedelijke kwaliteit, waardoor de meerkernigheid ook tot grotere diversiteit binnen de stad leidt. Door te kiezen voor dit Voorkeursalternatief worden ook de positieve elementen uit de drie alternatieven optimaal benut. De grootste opgaven op het gebied van de kernwaarden Inclusief & Betaalbaar, Leefbaarheid en Gezond liggen in Nieuw—West, Zuidoost en Noord. Door juist hier evenwichtig te verdichten ontstaan kansen voor de bestaande buurten om mee te bewegen op de investeringen in deze delen. Ook op het gebied van de kernwaarde Bereikbaar wordt door de combinatie van doortrekken Noord-Zuidlijn en sluiten van de Kleine Ring voor deze gebieden heeft meest gedaan, terwijl het fijnmazige en hoogwaardige OV-aanbod in Zuidoost grote kansen biedt voor ontwikkelingen rondom de stations. Dit geldt ook voor de HOV-verbinding naar Zaanstad op middellange en mogelijk een metroverbinding op langere termijn.

Ook het opnemen van de herpositionering van de A10, verder verlagen van de snelheden op stedelijke wegen en afwaardering van diverse grote wegen in de stad betreffen de positieve impulsen uit diverse alternatieven.

Blad 8 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Tot slot geldt dat doordat heel Haven-Stad en delen van de Noordelijke IJ-oevers in het Voorkeursalternatief zijn opgenomen, dat hier grote industrie verdwijnt met (uiteindelijk) positieve gevolgen voor geluid, geur, veiligheid en emissie van stikstof en andere stoffen.

Beoordeling van het Voorkeursalternatief Het Voorkeursalternatief waar Amsterdam voor 2050 op koerst is een compact, meerkernige stad, waar buurten en kernen onderling verbonden zijn. De voormalige werkgebieden langs de IJ-oevers en tussen de naoorlogse wijken en het landschap zijn dan uitgegroeid tot gemengde buurten. Wonen vindt daar plaats in hoge dichtheid, met nieuwe voorzieningen in de buurt en ruimte voor bedrijvigheid die passend is in de stad. Concentratie van bedrijvigheid vindt plaats rondom de intercitystations in deze gebieden, in de plinten van nieuwe bebouwing en grote zwaardere bedrijven vestigen zich in het havengebied of bedrijventerreinen buiten de stad. In de haven is daarnaast ook ruimte voor logistiek, havengebonden bedrijvigheid en duurzame energie- en warmteopwekking. Het Voorkeursalternatief is op het gebied van nieuwe woon-werkgebieden een combinatie van de verstedelijkingsalternatieven Stad aan het water en Stad aan landschap en spoor. Amsterdam blijft een compacte stad met een aantal nieuwe accenten. De grootste ontwikkellocaties zijn: de woonwerkgebieden langs de Noordelijke IJ-Oevers, Haven-Stad, Schinkelkwartier, IJburg II, verdere verdichting Zuidas en Amstelstad. In de figuur zijn de verdichting-/transformatielocaties van het Voorkeursalternatief getoond.

Onderdeel van het Voorkeursalternatief is een sterke inzet op autoluw ontwikkelen door situering van nieuwe verdichtingslocaties nabij OV-knooppunten en een forse upgrade van het OV. Zo wordt

Blad 9 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

het metronetwerk uitgebreid door in eerste instantie de ‘kleine ring’ tussen Isolatorweg en CS te sluiten en de NoordZuid-lijn door te trekken naar Schiphol. Later kunnen daar nieuwe metrolijnen als de Oost-Westlijn of een verbinding naar Zaanstad bijkomen. Ook het autonetwerk wordt aangepakt om de stad autoluwer te maken, zoals: • Reguleren autoverkeer in de stad (door intelligente toegang, betalen naar gebruik en/of circulatiemaatregelen/’knips’), • Reguleren toegang tot het stedelijke netwerk van autowegen. Voor de inkomende stromen van forenzen en bezoekers minder gelegenheid om de hoogstedelijke gebieden en centra te bereiken met de auto, • Beperken van het aantal invalswegen in de stad en sturen op gebruik van invalswegen, • ‘Afvangen’ autoverkeer vanuit de regio met hubs • Delen van de A10, A4 en A2 krijgen een functie voor met name het stedelijke verkeer (herkomst/ bestemming Amsterdam) • Snelheidsverlaging van 50 km/uur wegen naar 30 km/uur wegen • Drukke autoroutes, zoals de Lelylaan, de Burg Roëllstraat en de Gooiseweg worden aantrekkelijke stadsstraten en stadslanen, waarlangs gewoond kan worden. Methode van beoordeling De effecten van het Voorkeursalternatief zijn (net als de verstedelijkingsalternatieven) beoordeeld op de kernwaarden. Veel van de effectbeschrijvingen zijn ontleend aan de drie verstedelijkingsalternatieven.

Ook hier is een beoordeling van plussen en minnen gegeven. Daarnaast is voor het Voorkeursalternatief op basis van de beoordeling met plussen en minnen de impact op de verwachte ontwikkeling van de kernwaarde, zoals gepresenteerd bij de huidige situatie en referentiesituatie, gemaakt. De beoordeling van de effecten van het Voorkeursalternatief De samenvattende tabel met effectbeoordeling van het Voorkeursalternatief ziet er als volgt uit: tabel 0-1: Samenvattende tabel met effectbeoordelingen van het Voorkeursalternatief

Stad om het centrum

Stad aan het water

Stad langs het landschap en spoor

Voorkeursalternatief

Inclusief en betaalbaar Leefbaar Bereikbaar Milieukwaliteit: geluid Milieukwaliteit: geur en stof Milieukwaliteit: luchtkwaliteit Gezond Veilig: verkeersveilig Veilig: externe veiligheid Klimaatbestendig Ruimtelijke kwaliteit Economisch vitaal

0/+ + + 0/+ + + + 0/0/0 +

+ 0/+ 0/+ 0/+ + 0/+ 0 0 0 + 0/+ +

+ + ++ 0/0/+ 0/+ + + 0/+ ++

++ ++ ++ 0/+ + + + + 0/+ + ++

Klimaatneutraal Natuurlijk Milieukwaliteit: bodem, water, lucht Circulair

0 0/+ + +

0/+ + ++ +

0 0 + +

+ + ++ +

Kernwaarden

Blad 10 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Het Voorkeursalternatief scoort positief tot zeer positief. De locaties van de verdichtings/transformatielocaties, de zware inzet op autoluw ontwikkelen bij OV-locaties in combinatie met onder andere nieuwe metrolijnen, lagere snelheden, aanpakken bestaande autogebruik en -bezit en het rigoureus vergroenen van de stad vormen de prima ire dragers van de positieve scores. Ook scoort het Voorkeursalternatief op sommige thema’s beter dan de afzonderlijke alternatieven. Dit geldt bijvoorbeeld voor de kernwaarden ‘Inclusief & betaalbaar’ en ‘Leefbaar’. Voor deze kernwaarden is de score juist positiever doordat in het Voorkeursalternatief in zowel Nieuw-West als Zuidoost én Noord ontwikkeld wordt en hiermee meer aandachtswijken dan bij de afzonderlijke alternatieven in de nabijheid van deze verdichtingslocaties liggen. Ook zorgt de opname van met name de Coen- en Vlothaven en Cornelis Douwes in het Voorkeursalternatief ervoor dat hier de zware industrie verdwijnt en de positieve effecten op het gebied van geluid, luchtkwaliteit, geur & stof, emissies van CO 2 en andere stoffen positief doorwerken in de beoordeling van het Voorkeursalternatief. Dit krijgt een extra impuls door de autoluwe - en OV-maatregelen, die vanuit de verschillende alternatieven samengevoegd zijn.

Tot slot zorgt ook de nadere detaillering van het Voorkeursalternatief (dus meer verfijning, meer specifiekere maatregelen, etc.) ervoor dat sommige effecten positiever zijn. Daarvoor waren de Verstedelijkingsalternatieven ook wat abstract. Concluderend kan gesteld worden dat met het Voorkeursalternatief de verwachte situatie in 2050 significant positiever is dan de referentiesituatie voorspelt. Dit is ook te zien als de effectbeoordelingstabel vertaald is naar de scores van de kernwaarden van de huidige situatie en referentiesituatie. Met de blauwe balk is de nieuwe score van het Voorkeursalternatief in relatie tot de scores van de huidige situatie (blauwe/groene ruit) en referentiesituatie (stippellijn) te zien.

Uit de figuur blijkt dat voor vrijwel alle kernwaarden sprake is van een verbetering van de kwaliteit. In de volgende passages is kort samengevat voor welke kernwaarden het behalen van de ambities (dit globaal vanaf een positieve lichtgroene smiley) nog niet in zicht in en voor welke wel.

Blad 11 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Bereikbaar Milieukwaliteit Geur & Stof Milieukwaliteit Luchtkwaliteit Ruimtelijke kwaliteit Economisch Vitaal

Klimaatneutraal Milieukwaliteit Verontreiniging Circulair

Leefbaar

Gezond Natuurlijk

Geluid

Klimaat bestendig Veilig Verkeer

Inclusief & betaalbaar

Veilig Risico’s

Kernwaarden waar de ambities vrijwel zeker gehaald worden door de stevige inzet op OV-vergroting, autoluw ontwikkelen, snelheidsverlaging en de mobliteitstransitie (modal shift en verduurzaming mobiliteit) steviger in te zetten, is het behalen van deze ambitie door het Voorkeursalternatief realistisch. door het verdwijnen (na 2040) van de grotere industrie op de Coen- en Vlothaven verbetert de geursituatie voor een groot deel van de omliggende buurten. deze ambitie zou autonoom ook in een zekere mate behaald worden, maar door de mobiliteitstransitie te versnellen in het Voorkeursalternatief gebeurt dit nu sneller. door transformatie van de Noordelijke IJ-oevers, delen van Haven-Stad en de werkgebieden in Zuidoost treedt een significante verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op. Ook wordt door een meerkernige stad de druk op het centrum verlicht, wat de beleefbaarheid daar ten goede komt het Voorkeursalternatief creëert ruimte voor 200.000 banen. Maar ook evenwichtige en inclusieve spreiding van werkgelegenheid heeft prioriteit gekregen en draagt bij aan de ambities door de versterking en versnelling van de mobiliteitstransitie en de nadruk op autoluw ontwikkelen wordt aan de energietransitie een boost gegeven.

Dit geldt ook door het transformeren van de IJ-oevers het transformeren van de industrieterreinen langs de IJ-oevers leiden tot minder uitstoot de transformatiegebieden bieden kansen om niet-circulaire processen en bedrijven te ‘vervangen’ door volledig circulaire gebieden Kernwaarden waar de ambities mogelijk gehaald worden door de situering van de verdichtings- en transformatiegebieden in het Voorkeursalternatief in of nabij buurten die nu slecht scoren op leefbaarheid, wordt de kans vergroot deze buurten mee te laten profiteren van nieuwe voorzieningen. Ook kunnen delen mee aangepakt worden. Dit vergroot de kans op een positievere score op leefbaarheid in Nieuw-West, Zuidoost en Noord. hiervoor geldt dezelfde redeneerlijn als bij ‘leefbaar’, maar dan gaat het om kansen op vergroening, stimuleren van bewegen (sport & spel) en gezondere voeding door ander aanbod. door de radicale vergroening van het Voorkeursalternatief en het transformeren van de Noordelijke IJ-oevers treden positievere effecten op voor biodiversiteit en minder stikstofdepositie Kernwaarden waar een positieve verschuiving in het behalen van de ambities optreedt door de snelheidsverlaging van vrijwel alle stedelijke wegen, de mobiliteitstransitie (sneller duurzaam en dus stil) en het transformeren van de industrieterreinen langs de IJ-oevers ontstaat een positieve impuls richting het behalen van de ambities.

Dit wordt enigszins gedempt door ontwikkeling langs het spoor met daardoor op deze plekken meer geluidgehinderden. Afhankelijk van hoe dit vormgegeven wordt kan mogelijk op relatief grote schaal aan de ambities voor geluid voldaan worden. de transformatie van industrie- en bedrijventerreinen die een groot percentage verhard oppervlakte hebben in combinatie met de radicale vergroening maakt dat de stad beter toegerust is voor hittestress en wateropvang bij hevige buien en droogte. Voor deze kernwaarde geldt echter nog een grote bandbreedte vanwege de onzekerheid over de versnelling en hevigheid van klimaatverandering. de snelheidsverlaging en de herpositionering van de A10 hebben een positieve impuls op de verkeersveiligheid. Gezien de hoge ambities van de gemeente zal voorlopig het daadwerkelijk behalen hiervan niet aan de orde zijn Kernwaarden die een aandachtspunt blijven Het Voorkeursalternatief draagt sterk bij verbetering van de kwaliteit van deze kernwaarde. Onder andere door situering van de grote verdichtingslocaties in stadsdelen waar nu ook belangrijke aandachtspunten zijn. Ook de vervoersarmoede wordt verbeterd door verbeterde OV-mogelijkheden naar de regiogemeenten. De betaalbaarheid blijft echter een belangrijk aandachtspunt in Amsterdam.

Ongeacht de grote hoeveelheid betaalbare woningen die toegevoegd worden, zorgt de waardeontwikkeling van de bestaande woningen de betaalbaarheid sterk. Dit is de enige kernwaarde waarbij een verslechtering optreedt door het Voorkeursalternatief. Dit komt doordat verdichting langs stations plaatsvindt. Met name in Zuidoost leidt dit tot aandachtspunten met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Hiervoor zijn echter wel maatregelen bij mogelijk. Inzet op energietransitie in de haven (en dus gebruik van nieuwe energiedragers) kan leiden tot grotere veiligheidsrisico’s en daarbij behorende risicocontouren.

Blad 12 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Regionale effecten voorkeursalternatief In het voorkeursalternatief gaat Amsterdam uit van een meerkernige stad en agglomeratie in een polycentrische metropoolregio, met spreiding van werkgelegenheid en voorzieningen. In Amsterdam vinden grote ontwikkelingen in de flanken plaats. Er wordt ingezet op een duurzaam regionaal mobiliteitssysteem en er wordt meer verbinding met het landschap gelegd. Hierdoor komen ontwikkellocaties dicht bij buurgemeenten te liggen, worden ov-verbindingen met de rest van de regio sterker en zal de recreatieve druk in het landschap toenemen, samen met investeringen in de kwaliteit ervan. Het is niet eenduidig te bepalen, en ook eerder aan de buurgemeenten en andere regiopartijen, of deze en andere regionale effecten als positief of negatief worden ervaren.

Aanbevelingen voor monitoring van het OER De Omgevingsvisie geeft richting en sturing aan de fysieke leefomgeving van Amsterdam. De kaders die voor 2050 zijn gesteld en de wijze waarop hier invulling aan gegeven wordt, is natuurlijk aan verandering onderhevig. Sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen, economische conjunctuur, crises, bestuurlijke wisselingen, maar bijvoorbeeld tegenvallende effecten van maatregelen leiden allen ertoe dat een dergelijke visie nooit statisch kan zijn. Tot slot wordt verkend of het OER, net als de Omgevingsvisie, kan worden doorontwikkeld tot een ‘levend’ document. Het wordt dan een monitoringsinstrument voor de Amsterdamse fysieke leefomgeving als geheel, dat inzichtelijk maakt hoe waarden, analyses en beleidskeuzes met elkaar samenhangen. Daarmee kan het ondersteunend zijn bij evaluatie en herijking van de omgevingsvisie. In het OER zijn diverse aanbevelingen gedaan hoe deze monitoring meerwaarde kan hebben. Een kosteneffectief en doelmatige monitoring is daarbij het vertrekpunt

Blad 13 van 326

Omgre projectnummer 12345 21 december 2020

Omgevingseffectrapport Hoofdrapport

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

1

Inleiding

1.1

De Amsterdamse Omgevingsvisie Amsterdam is een aantrekkelijke stad en heeft een (inter)nationale aantrekkingskracht op mensen die graag in Amsterdam willen wonen, werken en/of genieten van de rijke geschiedenis van de stad, het culturele klimaat en de voorzieningen. De stad groeit aan alle kanten en het is aan de gemeente om dit zo goed mogelijk te faciliteren. Zo moeten nieuwe inwoners en gebruikers hun plaats kunnen vinden en tegelijkertijd bestaande inwoners en gebruikers een stad bieden die klaar is voor de toekomst.

figuur 1-1 Amsterdam anno 2020

In de Startnotitie Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is de aanleiding voor de Omgevingsvisie als volgt verwoord: ‘Over zes jaar bestaat Amsterdam 750 jaar. Niet eerder in de geschiedenis van de stad bood Amsterdam onderdak aan zoveel mensen met zoveel verschillende achtergronden. Nooit waren er zoveel banen en zoveel bezoekers. Net als in eerdere groeiperioden in de 17e, 19e en 20e eeuw kent ook de huidige groei schaduwzijden. Het succes is niet gelijk verdeeld en geen gegeven. Het lijkt aannemelijk dat de huidige groei van Amsterdam nog lange tijd aanhoudt. De druk op de stad loopt op. Dit maakt het noodzakelijk dat we als stad voorbereid zijn.’ De

Blad 15 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Coronacrisis heeft ook zijn impact op de stad en omgeving. Hoe dit precies uitwerkt en doorwerkt is ten tijde van het opstellen van de Omgevingsvisie en dit OER nog onduidelijk. In paragraaf 1.4 is hier nader op ingegaan. De centrale vraag van de Omgevingsvisie is wat voor stad Amsterdam is in 2050. De vijf kernopgaven die daarin centraal staan zijn:

Om de vijf kernopgaven te realiseren en rekening te houden met de groei van de stad en transities (bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, energie en mobiliteit) zijn strategische keuzes nodig. Daarbij gaat het om zogenaamde ‘wat-, waar- en hoe-vraagstukken’: • Wat voor stad wil Amsterdam zijn in 2050, in het spanningsveld tussen behoud van bestaande waarden en het benutten van kansen voor ontwikkeling? En welke waarden moeten daarbij dominant zijn? • Waar liggen kansen voor verstedelijking in relatie tot investeringen in groen en infrastructuur? En welke mogelijkheden biedt dit voor het combineren van alle ruimtevragende functies: wonen, mobiliteit, werken/retail/horeca, groen/water/openbare ruimte, nutsvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen? • Hoe werken we samen aan de stad en de regio in het spanningsveld tussen top-down sturing en bottom-up zelforganisatie? Welke principes zijn nodig voor Amsterdams stadmaken en daarbij behorende financieringsmodellen? In hoofdstuk twee zijn de kernopgaven en bijbehorende vraagstukken verder toegelicht.

1.2

Amsterdam en de donuteconomie Een nieuw economisch model De Britse econoom Kate Raworth beschrijft in haar boek 'Donuteconomie' (2017) een nieuw economisch model waarin in de behoefte van iedereen kan worden voorzien, zonder dat dit ten koste gaat van onze planeet. Het nieuwe model is niet gebaseerd op de groei van het bruto binnenlands product (BBP) en stelt de fundamentele vraag: ‘wat stelt mensen in staat om de gedijen. Een wereld waarin ieder individu een waardig leven kan leiden, vol mogelijkheden, en als onderdeel van een gemeenschap – en waar we dit allemaal kunnen doen binnen de mogelijkheden van onze levenswekkende planeet (2017, p. 47). Raworth visualiseert dit model in de vorm van een donut, zie figuur 1-2. Aan de binnenzijde staan twaalf dimensies, die tezamen het sociaal fundament vormen. Dit zijn de basisbehoeften waar iedereen in voldoende mate over zou moeten kunnen beschikken. Denk hierbij aan voldoende voedsel, onderwijs, beschikking over een huis, politieke inspraak, etc. Deze twaalf dimensies zijn gebaseerd op de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties (2015). De buitenzijde van de donut is het ecologisch plafond. Dit plafond bestaat uit negen planetaire grenzen die door een internationale groep specialisten vanuit de aardsysteemkunde zijn geformuleerd. Het ecologisch plafond geeft de druk aan die de mensheid uitoefent op de

Blad 16 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

levenschenkende systemen van de aarde. Wij moeten binnen deze planetaire grenzen blijven om te kunnen leven op een aarde met een stabiel klimaat, vruchtbare grond, gezonde oceanen, een beschermende ozonlaag, voldoende zoetwater en een rijke biodiversiteit

figuur 1-2 Visualisatie donutmodel

In de figuur is de beste balans tussen beide te vinden op het deeg (de groene ring) van de donut. Dit betekent een positief mogelijke impact op het sociaal fundament en een zo laag mogelijke impact op het ecologisch plafond. De donut als inspiratiebron voor het OER-beoordelingskader Het donutmodel met het sociaal fundament als binnengrens en het ecologisch plafond als buitengrens biedt een interessant toetsingskader voor de staat van de wereld, landen en steden. Amsterdam heeft dit daarom ook, onder andere in het nieuwe Amsterdam beleid rondom circulariteit: Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025, omarmd. Voor de OER van de omgevingsvisie Amsterdam 2050 is een specifiek beoordelingskader ontwikkeld. Daarvoor is de het donutmodel als inspiratiebron gebruikt. Daarbij is door de gemeente en Antea Group gekeken welke waarden, die belangrijk zijn in het kader van de omgevingsvisie Amsterdam, gerelateeerd kunnen worden aan het sociale fundament van Amsterdammers en welke aan het ecologisch plafond. Dit beoordelingskader is specifiek bedoeld voor dit OER en richt zich op strategische keuzes voor de lange termijn ontwikkeling van de stad wat betreft de fysieke leefomgeving. Het beoordelingskader en de opgedane ervaringen in dit OER kunnen daarnaast input opleveren voor

Blad 17 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

de door ontwikkeling van De Amsterdamse Stadsdonut. In hoofdstuk drie is nader toegelicht hoe het OER-beoordelingskader tot stand is gekomen. De Amsterdamse Stadsdonut In Amsterdam is door de gemeente en het team van Raworth al geëxperimenteerd met de donut. In het kader van het nieuwe beleid rondom circulariteit is een zogenaamde Stadsdonut opgesteld. Ook hier is sprake van een sociaal fundament en ecologisch plafond. Het schaalniveau is aangepast aan de Amsterdamse context en deels zijn de thema’s ook iets anders.

De Stadsdonut is als volgt bedoeld: “De Stadsdonut is een holistische momentopname van de stad, die uitdrukkelijk niet is bedoeld als een alomvattende beoordeling van de stad. In plaats daarvan dient ze als kompas om richting te geven aan de transitie naar een circulaire economie…Er zijn vele manieren waarop dit instrument in de praktijk kan worden gebracht. De Stadsdonut voor Amsterdam toont enkele van die manieren, bijvoorbeeld het maken van een momentopname van de stad en het versterken van de betrokkenheid bij belangrijke initiatieven” (DEAL, 2020). De Stadsdonut wordt door de gemeente nog verder uitgewerkt. Nu zijn bijvoorbeeld diverse thema’s nog beschouwd met landelijke data of met een beperkt aantal bronnen per thema. Dit geldt met name voor de thema’s van het ecologisch plafond. De thema’s van het sociaal fundament zijn ook nog op hoofdlijnen ingevuld. Maar dit geeft al wel een beeld hoe de stad functioneert en scoort in de donut. Relatie OER-beoordelingskader en de Stadsdonut De in dit OER gemaakte analyses voor de fysieke leefomgeving in relatie tot de donut geven waardevolle input voor de verdere analyses en invulling van de stadsdonut van Amsterdam. Het biedt verdieping op reeds in de Stadsdonut aangestipte thema’s en geeft inzicht in ‘nieuwe’ thema’s die nog niet in de Stadsdonut zijn opgenomen, maar wel impact hebben op met name het sociaal fundament.

Blad 18 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

1.3

Een Omgevingseffectrapport voor Amsterdam

1.3.1

Wat is een Omgevingseffectrapport (OER)? In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met een mogelijk grote impact op de ‘fysieke leefomgeving’ een milieueffectrapportage (MER 1) op te stellen. Dit geldt ook voor de Omgevingsvisie Amsterdam. Waar een MER vroeger alleen milieueffecten behandelde, gaat het tegenwoordig ook over thema’s als mobiliteit, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit, energie en circulair bouwen. Dit past ook bij de Omgevingswet die binnenkort van kracht wordt. De Omgevingsvisie van Amsterdam gaat hierin nog een stap verder en kijkt in brede zin naar de fysieke leefomgeving. De term milieueffectrapportage dekt de lading dus niet helemaal. Daarom is gekozen voor een naam die recht doet aan de brede scope: een OmgevingsEffectRapportage (OER). Vanuit juridisch oogpunt gelden uiteraard nog wel gewoon de verplichtingen die er zijn voor een m.e.r. qua inhoud en procedure. Formeel (juridisch) is dit OER een plan-MER en volgt het deze procedure.

1.3.2

Welke rol speelt het OER In het OER is de impact van de plannen uit de Omgevingsvisie (OVA) op de leefomgeving beoordeeld. Door voorafgaand aan het maken van de definitieve keuzes de effecten op de leefomgeving in beeld te brengen, kan dit ook daadwerkelijk meegewogen worden in de besluitvorming. De beoordeling van de effecten op de leefomgeving is dan niet een toets achteraf, maar vormt een bepalend onderdeel bij het opstellen van de omgevingsvisie. De rol die het OER speelt is in de volgende vier punten uiteengezet:

figuur 1-3 Vier onderdelen waar het OER inzicht in geeft

1.3.3

Procedurestappen en uw inbreng Bij het opstellen van het OER hoort een officiële procedure: de m.e.r.-procedure (figuur 1-4). De eerste twee stappen hebben al plaatsgevonden. In de nota van antwoord vindt u meer informatie wat gedaan is met de ingediende zienswijzen en het advies van de Commissie m.e.r..

1

Het is gebruikelijk de afkortingen (de) m.e.r. en (het) MER te gebruiken. De afkorting m.e.r. met kleine letters en puntjes ertussen staat voor de volledige procedure, de milieueffectrapportage. MER met hoofdletters, zonder puntjes staat voor het milieueffectrapport, het rapport dat hierbij opgesteld wordt.

Blad 19 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

De belangrijkste aandachtspunten uit de zienswijzen hadden betrekking op het beschouwen van de regionale effecten van de alternatieven. Dit is in dit OER vormgegeven door bij de diverse alternatieven ook apart aandacht te besteden aan de regionale effecten.

figuur 1-4 M.e.r.-procedure behorend bij dit OER

Na terinzagelegging van de NRD is gestart met het opstellen van dit OER. Als het OER en de ontwerp-Omgevingsvisie af zijn, worden deze door het College van B&W van Amsterdam vrijgegeven voor terinzagelegging. Hierop kan iedereen een zienswijzen indienen. Ook wordt het OER aan de Commissie voor de milieueffectrapportage voorgelegd. Deze Commissie geeft een onafhankelijk toetsingsadvies over het OER. Vervolgens zal de Omgevingsvisie samen met het OER via het College van B&W door de gemeenteraad van Amsterdam vastgelegd worden. Er is geen mogelijkheid tot beroep op dit OER en de Omgevingsvisie.

1.4

Coronacrisis en dit OER De Coronacrisis heeft een zichtbaar effect op vele aspecten van de fysieke leefomgeving. Het gaat hierbij om zowel positieve als negatieve effecten. Positief is de significante vermindering van het aantal reisbewegingen met de auto (en het OV) door het vele thuiswerken. Het directe gevolg hiervan is minder geluidsoverlast door wegverkeer, minder verkeersongevallen, lagere stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en een vermindering van de uitstoot van uitlaatgassen en broeikasgassen door verkeer. Enkele eerste beelden van de impact van Corona op Amsterdam • Door meer thuiswerken en leren-op-afstand, reizen we minder en met name in de ochtendspits is een sterke afname van mobiliteit. Het totale autogebruik is iets lager dan in de periode voor Corona. De ochtendspits is wel sterk afgenomen, met name door minder forenzen. Er is een forse daling van het OV-gebruik en nauwelijks tot geen ochtendspits. Naast forenzen, spelen scholieren en studenten hierin een grote rol. Juist deze doelgroep reist normaliter veel met het OV. Het fietsgebruik groeit, o.a. door de groei van de e-bike. • Er zijn nog geen grote effecten zichtbaar op de lopende gebiedsontwikkelingsprojecten. • Diverse (grote) bedrijven, werkgevers en onderwijsinstellingen denken na over hoe de positieve effecten van online diensten, thuiswerken- en leren, etc.

in de toekomst vastgehouden kunnen worden. Denk aan andere mobiliteitsregelingen, aangepaste lestijden en internetplatforms. Toch zijn er ook enkele negatieve effecten te benoemen. Veel daarvan bevinden zich op de thema’s economie en het sociaal domein. Het gaat dan om een grotere mate van eenzaamheid en een verslechterd voedingspatroon. Dit laatste treedt vooral op bij mensen die al kampen met overgewicht (Wageningen University en Research, 2020). Aan de andere kant zijn ook negatieve

Blad 20 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

effecten op de Amsterdamse economie zichtbaar. Specifiek legt het ook in meer of mindere mate (dit moet nog blijken uit de analyses van volgend jaar) de kwetsbaarheid van een deel van de Amsterdamse economie bloot, bijvoorbeeld ten aanzien van de bezoekerseconomie. De invloed van de Coronacrises is niet meegenomen in de analyses en beoordelingen die u in dit OER vindt. Dit heeft twee redenen. Zo is de data over de veranderende patronen door de crisis nog niet bekend. Daarnaast is onbekend in hoeverre deze crisis leidt/gaat leiden tot blijvend veranderende patronen. Gaan mensen bijvoorbeeld structureel meer thuiswerken na de crisis? Wat wel van belang is voor de aanbevelingen vanuit dit OER is dat deze crisis – weliswaar onder extreme omstandigheden – laat zien dat bepaalde veranderingen snel kunnen gaan. Hierop is in het concluderende hoofdstuk nog nader ingegaan.

Blad 21 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

2

Een nadere blik op de opgaven en vraagstukken voor Amsterdam

2.1

Wat voor stad wil Amsterdam in 2050 zijn: vijf kernopgaven Wat voor stad wil Amsterdam in 2050 zijn? Dat is de kernvraag van de Omgevingsvisie. De gemeente heeft hiervoor vijf kernopgaven benoemd:

figuur 2-1 Vijf kernopgaven voor Amsterdam 2050

2.1.1

De vijf kernopgaven nader toegelicht Klimaatbestendig en klimaatneutraal Het klimaat verandert. Dit betekent dat Amsterdam zich moet aanpassen om klimaatbestendig te zijn. De stenen, de tegels en het asfalt houden de warmte vast en koelen moeilijk af. Meer groen zorgt voor verkoeling. Door de klimaatverandering hebben we soms een tekort aan water, of juist te veel. Ook daarom is meer groen nodig. Het vangt de hevige regenbuien op. Ook de oorzaken van klimaatverandering moeten worden aangepakt. Klimaatneutraal worden, is een wereldwijde uitdaging. Denk aan aardgasvrije huishoudens, zonnepanelen op daken en uitstootvrij verkeer. Inclusief en betaalbaar Amsterdam is een stad voor iedereen, met aandacht voor gelijke kansen en ontwikkeling. Daar zijn goede voorzieningen voor nodig, zoals scholen en zorgcentra. Ook betaalbare koopwoningen zijn belangrijk voor een inclusieve stad. Amsterdam was de afgelopen jaren aantrekkelijk voor veel mensen uit binnen- en buitenland. Maar de woningprijzen stijgen en de bevolkingssamenstelling in de stad verandert. Hoe blijft Amsterdam een stad voor iedereen? Leefbaar en bereikbaar Amsterdam groeit binnen de bestaande stadsgrenzen. Daarom worden bestaande ruimte en infrastructuur slimmer benut. De stad wordt er aantrekkelijker van. Maar ook een stuk drukker. De volle fietspaden en wegen leiden in sommige gevallen tot onveiligheid.

Dit geldt met name voor kwetsbare groepen; ook kinderen, ouderen en mensen met een beperking moeten zich welkom voelen in de stad. Het autoluw maken van de stad helpt hierbij. Maar dan moeten er wel voldoende fietspaden en openbaar vervoer zijn. En plekken waar mensen kunnen overstappen van auto op openbaar vervoer of fiets. Geen tochtige parkeerpleinen, maar aantrekkelijke plekken met ruimte voor wonen, winkelen en werken.

Blad 22 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

Economisch vitaal en circulair De werkgelegenheid groeit in Amsterdam. Er werken steeds minder mensen in de industrie. In plaats daarvan groeit het aantal kantoren. Vaak zijn dit internationale bedrijven. Hoe verhouden we ons tot deze ontwikkeling? Welke rol speelt bijvoorbeeld Schiphol hierin? Het draagt bij aan de werkgelegenheid in de regio, maar de groei van Schiphol betekent ook overlast en vervuiling. Ook de Haven heeft een cruciale rol, maar staat tegelijkertijd ook voor een ingrijpende verandering door energietransitie/klimaatverandering. Ook in een ander opzicht verandert de economie. Bedrijfsprocessen worden circulair: het afval van de één is de grondstof van de ander. Dat vraagt om veranderingen in de bouw, de voedselketen en de afvalverwerking. En het vraagt om ruimte. Gezond en veilig Een beweegvriendelijk Amsterdam is gezonder voor zijn inwoners. Compacte ontwikkeling van de stad helpt hierbij. Bestaande ruimte wordt slimmer benut, waardoor veel voorzieningen te voet en met de fiets goed bereikbaar zijn. En schoon vervoer verbetert de luchtkwaliteit. Ook geluid en fysieke veiligheid blijven aandachtspunten. Dat geldt onder meer bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen en havengebieden tot gemengde woon-werkgebieden. Groen is onmisbaar voor een gezonde stad.

Natuur, recreatie, regionale voedselproductie en andere functies moeten allemaal hun plek vinden in de groene ruimte in en om de stad. Tot slot dient de stad ook een openbare ruimte te hebben die uitnodigt uit om te bewegen en zo de gezondheid bevordert.

2.2

Waar vindt uitbreiding van Amsterdam plaats?

2.2.1

Integrale opgaven leiden tot drie verstedelijkingsalternatieven Groei en achterblijvende investeringen De groeiambities van Amsterdam voor 2040 vanuit de huidige Structuurvisie zijn bijna behaald. Sinds 2010 heeft de stad er 70.000 nieuwe woningen en 120.000 nieuwe banen bij gekregen. Hierbij hebben grote delen van de vooroorlogse stad en verschillende transformatielocaties (zoals Overhoeks, NDSM, Sloterdijk Centrum en Amstelkwartier) een sterke centrumfunctie gekregen. Ook het aantal bezoekers is fors gestegen van circa 10 miljoen naar 16 miljoen per jaar. Verwachte groei van de stad tot 2050 Als Amsterdam langjarig een woningbouwproductie van gemiddeld 5.000 per jaar volhoudt leidt dat tot een opgave om voor 2050 ruimte te vinden voor 150.000 nieuwe woningen. Voor het aantal banen is een aantal van ongeveer 200.000 extra banen in 2050 een realistisch scenario. Bij deze grote groeigetallen valt op dat de bijbehorende investeringen in OV en groen sterk zijn achtergebleven (de uitbreiding van de snelwegen zijn een uitzondering). Zo zijn op het gebied van OV geen van de mogelijke metro-uitbereidingen verder gekomen dan de studiefase. En investeringen in groen hebben zich beperkt tot bestaande stadsparken en die in de openbare ruimte tot enkele pleinen.

De realisatie van metropolitane plekken is sterk achtergebleven en beperkt zich vooralsnog tot Overhoeks, Westerpark en de Arenaboulevard. Dankzij verbetering van de inrichting van de openbare ruimte en beter beheer van het groen is de stedelijke kwaliteit wel groter geworden. Investeringen in maatschappelijke voorzieningen en sport blijven echter achter bij de bevolkingsgroei. Drie integrale verstedelijkingsalternatieven De verwachte groei van de stad in combinatie met de uitbreiding van OV, groen en voorzieningen (inclusief inhaalslag) vraagt om een integraal ontwikkelingsperspectief. De gemeente heeft hiervoor drie integrale Verstedelijkingsalternatieven uitgewerkt. Deze drie alternatieven bieden minimaal ruimte aan de geformuleerde groeiopgave.

Blad 23 van 326

Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam

De opgave is om zoveel mogelijk binnen de bestaande contouren van de stad ruimte te vinden voor wonen, werken en voorzieningen. Daarbij worden kansrijke combinaties gezocht met vergroten van de kwaliteit van water en groen en met de ontwikkeling van bestaande buurten. In de alternatieven wordt ook een relatie gelegd met de ontwikkelingen in de Metropoolregio Amsterdam. De Verstedelijkingsalternatieven doen suggesties voor samenhangende ontwikkelingen over de gemeentegrenzen heen, ook al zal daarover in de Omgevingsvisie geen keuze gemaakt kunnen worden. De drie Verstedelijkingsalternatieven zijn: Stad rond het centrum Dit alternatief bouwt voort op de aantrekkingskracht van het metropolitane centrumgebied door in te zetten op verdichting in de Ringzone en het centrale deel van de IJ-oevers. Stad aan het water Amsterdam werkt al dertig jaar aan de ontwikkeling van de IJoevers. In dit alternatief wordt deze inzet voorgezet op de flanken van het waterfront. Het water gaat fungeren als belangrijke ruimtelijke drager voor de agglomeratie. Stad aan het landschap en het spoor Amsterdam ligt met zijn rug naar het landschap. Dit alternatief wil de potentie van de groene scheggen beter benutten. Ontwikkeling richt zich op verdichting en transformatie in de door ovinfrastructuur zeer goed ontsloten flanken van de lobben Zuidoost en Nieuw-West.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9663736/1